(A22) VNOG - toelichting voor de raden, voorlopige jaarstukken 2023 en concept-begroting 2025-2028 D431931
Tekst van het document
1. Zelfredzaam en risicobewust − In 2023 is een start gemaakt met de doorontwikkeling van het Zorgrisicoprofiel. Na de afronding eerste fase zijn de resultaten van het Zorgrisicoprofiel verwerkt in meerdere themabijeenkomsten waarvan de eerste in 2023 gehouden is over cybercriminaliteit en verstoring energievoorziening. Deze twee incidenttypen zijn door een aantal/meerderheid van de zorgorganisaties geprioriteerd in het Zorgrisicoprofiel. Daarnaast is er in samenwerking met VR Twente en ROAZ Euregio een bijeenkomst gehouden waar onderwerpen aan bod zijn geweest als externe veiligheid en het Zorgrisicoprofiel om zorgorganisaties hierin te informeren/ bewust te maken van de thema’s. − Omgevingsveiligheid: voor de advisering rondom de gebouwde omgeving is m.b.t tot de nieuwe Omgevingswet een start gemaakt met het opstellen van een nieuw werkproces en beleidsdocument. Zowel met de GGD als intern (binnen VNOG) is gekeken hoe na de invoering van de nieuwe Omgevingswet het proces van advisering het beste kan gaan verlopen. Daarnaast is er een overzicht opgesteld waarin concreet staat op welke onderwerpen de GHOR adviseert, zodat de risicoadviseurs binnen VNOG weten wanneer ze de GHOR moeten betrekken bij een adviesaanvraag. − Evenementenadviseurs hebben gemeenten bezocht om meer bekendheid met de GHOR te ontwikkelen.
Daarnaast is een Infographic ontwikkeld over gezondheid en veiligheid op evenementen voor gemeenten en evenementenorganisatoren. − De GHOR heeft deelgenomen aan het programmateam ‘Zelfredzaam & Risicobewust’ van VNOG. 2. Vakbekwaam en deskundig − De aanstelling en opleiding nieuwe operationele functionarissen: Om de crisisorganisatie op peil te houden zijn er verschillende wervingen voor de piketten uitgevoerd. Deze functionarissen zijn opgeleid en inzetbaar. − De oefenjaarkalender is uitgevoerd met uitzondering van de oefenweek. Deze is in verband met gebrek aan capaciteit bij onze kolompartners niet doorgegaan. − Daarnaast zijn er enkele extra activiteiten gerealiseerd, zoals een grensoverschrijdende oefening met Duitse partners en een operationele oefening bij Paleis het Loo in Apeldoorn. − In het kader van (verdere) professionalisering is een leermiddel ontwikkeld voor het opleidingsprogramma GHOR. 3. Sterke informatiepositie − De GHOR Oost-5 wil graag in 2024 een werkende Witte Informatiebron opgeleverd zien. Om dit te bereiken is eind 2023 een projectleider aangesteld die in 2024 een plan van aanpak gaat opleveren. − De GHOR volgt het functioneren van de witte meldkamer(s) in de Landelijke Meldkamer op de voet, vanwege de invloed daarvan op de aansturing, opschaling en informatievoorziening binnen de witte kolom.
− Implementatie Toekomstvisie: de GHOR heeft deelgenomen aan ontwikkeltrajecten binnen drie ROAZ-regio’s op het gebied van capaciteitsmonitoring en is gestart met het project rondom de Witte Informatiebron. − Dit jaar is er een verkenning gedaan naar een Relatiemanagementsysteem (CRM). Dit systeem kan de GHOR helpen om de gesprekscyclus met zorginstanties te verbeteren. Met dit systeem Pagina 18 van 117
kan geregistreerd worden met welke zorginstellingen contact is gezocht, wie de contactpersoon is, wanneer het laatste contact is geweest en de inhoud van de gesprekken. Indicatoren: hoe hebben we dit gemeten? Tweemaal per jaar zijn de prestaties op de Opgaven / een aantal doelstellingen gemeten via indicatoren op de prestatiekaart. De prestatiekaart staat in bijlage 3 van deze jaarstukken. Wat heeft het gekost?
Pagina 19 van 117
Programma:
4. Meldkamer Oost-Nederland, kolom brandweer (MON) (van 1 januari 2023 t/m 30 maart 2023)
Programmahouder:
dhr. J.N. Rozendaal
Welke Opgaven voert de MON primair uit? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises 2. Vakbekwaam en deskundig 3. Sterke informatiepositie Per eind maart 2023 is de nieuwe MKON (Meldkamer Oost-Nederland) gestart. De MKON is actief in vijf veiligheidsregio’s: Gelderland-Zuid, Gelderland-Midden, Twente, IJsselland en VNOG. Daarmee is er een eind gekomen aan de oude MON, de meldkamer van VNOG en IJsselland. De MON heeft in de eerste maanden van 2023 gefunctioneerd, navolgende beleidstekst gaat daarop in. De oude MON is afgesloten. Wat hebben we bereikt? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises a. Ontvangen van meldingen: Efficiënt uitvragen van de melder en zo snel mogelijk voorzien van een adequaat optreden van de brandweer; b. Begeleiden van incidenten: Alarmering van de juiste personen en eenheden; zorgen voor adequate informatievoorziening aan de eenheden; zorgen voor juiste opschaling in samenspraak met de veldeenheden, regie voeren over de verbindingen; registratie (in aanvang) van de (multidisciplinaire) opschaling (GRIP); c. Automatisch alarm: Verwerken automatisch alarm en terugdringing van het aantal nodeloze automatische alarmeringen. d. Aandeel leveren in het vervullen van de rol van Calamiteiten coördinator (Caco). 2. Vakbekwaam en deskundig Vergroting van de kennis en vaardigheden van de centralisten. 3.
Sterke informatiepositie De meldkamer fungeert als knooppunt van operationele informatiestromen. Overig/Overkoepelend De VNOG heeft een actieve bijdrage geleverd aan de totstandkoming van de nieuwe meldkamer MKON en de afsluiting van de oude meldkamer MON. Wat hebben we ervoor gedaan? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises a. Ontvangen van meldingen. De meldkamer: − heeft alle (acute) hulpvragen van burgers aangenomen, behandeld en gecoördineerd; − heeft op basis van uitvraag een hulpvraag effectief geclassificeerd en gezorgd voor een vakkundige, snelle en juiste alarmering van brandweereenheden. b. Begeleiden van incidenten. De meldkamer: − heeft de brandweereenheden bij de inzet begeleid; − heeft een faciliterende functie uitgeoefend voor de hulpverleners op straat en de regie gevoerd in de communicatielijnen, inclusief lifeline- en vraagbaakfunctie voor de hulpverleners;
Pagina 20 van 117
−
heeft bij opschaling gezorgd voor het alarmeren van grootschalig optreden, de hoofdstructuur en andere instanties.
c. Automatisch alarm. De meldkamer: − heeft de melding bij een automatisch alarm eerst geverifieerd (bij daarvoor van tevoren bepaalde abonnees) door middel van contrabellen. d. Leveren Calamiteiten coördinator. De meldkamer: − heeft voorzien in de rol van Calamiteiten coördinator ten behoeve van de multidisciplinaire coördinatie bij incidenten. Deze functie is bij toerbeurt ingevuld vanuit de centralisten van zowel brandweer als politie en ambulancedienst. 2. Vakbekwaam en deskundig. De meldkamer: − heeft haar centralisten geoefend in hun vaardigheden als centralist; − heeft samen met de ketenpartners geoefend. 3. Sterke informatiepositie. De meldkamer: − heeft in de eerste aanvang (en gedurende het verdere verloop van een incident) gezorgd voor beeldvorming op basis van de beschikbare informatie. Overig/Overkoepelend: Goede totstandkoming Landelijke Meldkamer − De oude gemeenschappelijke regeling MON is opgeheven en het bijbehorende liquidatieplan is uitgevoerd. − Voor de nieuwe meldkamer MKON-MKBM is, op basis van het in 2022 door de vijf AB’s vastgestelde organisatieplan, een convenant opgesteld (wettelijk verplicht op grond van artikel 35 van de Wet veiligheidsregio’s). VNOG heeft bijgedragen aan het opstellen van dit convenant. In de loop van 2023 hebben alle vijf de AB’s het convenant bekrachtigd. Wat heeft het gekost?
Pagina 21 van 117
Programma:
4. Meldkamer Oost-Nederland – Meldkamer Brandweer / Multi (MKON-MKBM) (van 1 april 2023 t/m 31 december 2023)
Programmahouder:
dhr. J.N. Rozendaal
Welke Opgaven voert de MKON-MKBM primair uit? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises 2. Vakbekwaam en deskundig 3. Sterke informatiepositie De meldkamer is dé betrouwbare verbinding tussen de hulpverlening en de bevolking en werkt als meld-, regel- en coördinatiecentrum, waar alle meldingen van brandweer, politie en geneeskundige zorg binnen komen. De meldkamer alarmeert de hulpverleningsdiensten, stuurt deze aan en verzorgt de multidisciplinaire opschaling. De Meldkamer Oost-Nederland (MKON) bedient Gelderland en Overijssel en is gevestigd in Apeldoorn. De ondersteuning van de MKON op het gebied van de meldkamervoorzieningen, te weten het gebouw, de ICT-infrastructuur en de ondersteunende taken op het gebied van Facilitair en IV/ICT worden geleverd door de Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS). Een zelfstandig organisatieonderdeel binnen de MKON is de Meldkamer Brandweer/Multidisciplinaire samenwerking (MKBM). Deze MKBM valt onder verantwoordelijkheid van de vijf veiligheidsregio’s in Gelderland en Overijssel. De MKBM verzorgt de meldkamerfunctie van de brandweertaak en Multi. Het centrale werkgeverschap voor MKBM is door de vijf veiligheidsregio’s belegd bij VNOG; het meldkamerpersoneel is dan ook bij VNOG in dienst en uitgaven verlopen via de VNOG-begroting.
Naast het werkgeverschap voert VNOG als werkgever bepaalde bedrijfsvoeringtaken voor de MKBM uit, waaronder financiën, HRM, administratie en secretariële ondersteuning (die bij VNOG binnen de afdeling Bedrijfsvoering georganiseerd zijn), opleidingen, bijscholingen, bepaalde oefeningen, personele aangelegenheden, arbo, verzekeringen, persoonlijke ICT-middelen en licenties. Wat hebben we bereikt? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises − De wettelijke kerntaak was leidend en is uitgevoerd: het 24/7 aannemen, verwerken en begeleiden van noodmeldingen uiteenlopend van kleine incidenten tot rampen en crises. − De keten van melding, alarmering en begeleiding was snel en betrouwbaar en de continuïteit was gegarandeerd. − De beschikbaarheid van de operationele taak van Calamiteitencoördinator (CaCo) was 24/7 gegarandeerd. 2. Vakbekwaam en deskundig De kennis en vaardigheden van de medewerkers MKBM is vergroot. 3. Sterke informatiepositie − Er is voorzien in hoogwaardige informatievoorziening om de inzet van de hulpdiensten op straat zo goed mogelijk te laten verlopen. − De MKON-MKBM heeft een bijdrage geleverd aan het actuele veiligheidsbeeld van de veiligheidsregio’s.
Pagina 22 van 117
−
De MKON-MKBM heeft ingespeeld op de landelijke ontwikkeling van de meldkamers naar informatieknooppunten, door het ontwikkelen en verbeteren van (nieuwe) informatiestromen.
Overig: afronding totstandkoming nieuwe meldkamer Wat hebben we ervoor gedaan? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises − De centralist meldkamer is verantwoordelijk voor het aannemen, verwerken, uitgeven en afhandelen van alle meldingen voor de vijf veiligheidsregio’s. − Er is voorzien in een rooster (beheer en bewaking). − De functie van Calamiteitencoördinator is ingevuld door vrijgestelde CaCo’s. De taken van de CaCo zijn wettelijk bepaald als functioneel coördinerend op de meldkamer bij (dreigende) grootschalige alarmering/opschaling met twee kerntaken: coördineren van de multidisciplinaire samenwerking en het multidisciplinair afstemmen en delen van informatie. Daarnaast heeft de CaCo een rol in de bewaking van de continuïteit van de meldkamer als geheel. 2. Vakbekwaam en deskundig Er is voorzien in ondersteunende functies voor opleiden/oefenen, operationele voorbereiding en kwaliteitszorg; deze zijn uitgevoerd als vrijgestelde medewerkers.
De volgende activiteiten zijn uitgevoerd: − (Mede) ontwikkelen van beleid en voeren van regie op het mono- en multidisciplinair oefenen; − Opstellen en uitvoeren van het oefenplan; − Verbinding hebben met het (inter)regionaal netwerk van vakbekwaamheid; − Bijdragen aan het leren van incidenten en doen van evaluaties voor de meldkamer; − Vertalen/ mede opstellen van planvorming voor gebruik op de meldkamer in geval van evenementen en rampen (implementeren en actualiseren); − Vertalen van de leerpunten uit evaluaties naar procedures en plannen, incl. implementatie; − Implementeren en actualiseren planvorming in GMS; − Zorgen voor goede afstemming en wisselwerking tussen de meldkamer en veiligheidsregio’s ten behoeve van de planvorming; − Evalueren van incidenten; − Afhandelen van klachten. 3. Sterke informatiepositie − De CaCo heeft op de meldkamer de rol van informatiemanager vervuld. − De informatievoorziening van de meldkamer is tot stand gekomen in wisselwerking met de vijf veiligheidsregio’s, op basis van hun bekendheid met het verzorgingsgebied en het inzetpotentieel. − Medewerkers hebben niet louter meldingen aangenomen en eenheden gealarmeerd, maar hebben ook burgers en hulpverleners voorzien van handelingsperspectieven en andere relevante informatie. − Interne en externe communicatie over uitrukken en incidenten is door de veiligheidsregio’s zelf uitgevoerd.
Overig: afronding totstandkoming nieuwe meldkamer − De samenwerkingsafspraken voor de MKBM zijn vastgelegd in het door de vijf AB’s in 2022 vastgestelde Organisatieplan. Bij wet (Wvr, artikel 35 lid 3) moest er ook een formeel convenant tussen de veiligheidsregio’s hierover worden afgesloten. Dit convenant is in 2023 in gezamenlijkheid door de vijf regio’s opgesteld en in de loop van 2023 door alle vijf AB’s bekrachtigd.
Pagina 23 van 117
− −
De formele vergaderstructuren van de MKON-MKBM (zoals beschreven in het convenant) zijn in de loop van 2023 officieel opgestart en functioneren (onder andere Directieberaad (vijf directeuren) en Bestuursraad (vijf portefeuillehouders Meldkamer). De (praktische/technische) leerpunten uit de eerste maanden na de start van de MKON-MKBM zijn opgepakt en waar mogelijk opgelost of verder geadresseerd. Ernstige verstoringen zijn voorkomen, danwel tijdig tegengegaan. Aandachtspunten voor de (nabije) toekomst zijn helder geworden en MKON-MKBM pakt die op en monitort ze scherp.
Wat heeft het gekost? Alle kosten van de primaire meldkamerorganisatie MKON-MKBM en de daarvoor benodigde bedrijfsvoering door VNOG worden gedragen door de vijf veiligheidsregio’s op basis van het inwoneraantal als objectieve verdeelmethodiek. De bijdrage van de veiligheidsregio’s en de kosten verlopen via de VNOG-begroting. De financiële risico’s worden op basis van de gehanteerde verdeelsleutel verdeeld over de deelnemende partijen. Met VNOG zijn afspraken gemaakt voor de verwerking in de begroting, en daarmee voor de verrekening, van de (structurele en incidentele) kosten van ondersteunende taken op het gebied van onder andere HRM en Financiën.
Pagina 24 van 117
Programma:
5. Directie en Control
Programmahouder:
dhr. A.J.M. Heerts
Welke Opgaven voeren Directie en Control primair uit? Directie, Control en Staf zijn verantwoordelijk voor alle Opgaven van VNOG en dragen zorg voor de ondersteuning van bestuur, directie en management. Dit betreft met name strategisch beleidsadvies, controle op het proces van planning en control, kwaliteit van besluitvorming en advisering over interne en externe communicatie. Wat hebben we bereikt? Opgaven 0. t/m 4. (alle opgaven) − Het behalen, behouden en monitoren van het in de Toekomstvisie-Opdrachten vastgestelde dienstverleningsniveau binnen de daarvoor beschikbaar gestelde middelen. o De Toekomstvisie, inclusief bijbehorende opdrachten, is in 2020 vastgesteld en wordt uitgevoerd gedurende de periode 2020-2026. De planning, uitvoering en het effect van de opdrachten hebben in belangrijke mate bijgedragen aan een toekomstbestendige VNOG. − Het informeren van het bestuur, de directeur en het management over de mate van besturing en beheersing in de organisatie. o Er is een webinar georganiseerd voor raadsleden waarin zij door bestuurders zijn geïnformeerd over ontwikkelingen binnen VNOG. o Er is i.s.m. GGD NOG een voorlichtingsavond georganiseerd voor raadsleden (een raadsevent). Hierin zijn actuele thema’s die spelen bij VNOG en GGD via inspiratiesessies toegelicht.
o Griffiers en bestuurders hebben met elkaar gesproken over het belang van het intensiveren van de band tussen raadsleden en VNOG als gemeenschappelijke regeling; o Er is een tweedaagse georganiseerd voor de bestuurders. Hier is onder andere gesproken over de strategische speerpunten voor het Regionaal Beleidsplan 2025-2028. o Er is continue aandacht voor de kwaliteit van advisering over diverse onderwerpen aan directie en bestuur. − In control blijven stimuleren door middel van visitaties, het uitvoeren van audits, het toetsen van en adviseren over voorstellen en besluiten op uitvoerbaarheid en het stimuleren van de vastlegging van relevante proces(wijziging)en de sturingsgegevens van deze processen. o De interne beheersing op de rechtmatigheid van de bedrijfsvoering is verder verbeterd. Dit heeft geleid tot de in deze jaarrekening afgegeven rechtmatigheidsverantwoording door het bestuur. o Uitkomsten van de verbijzonderde interne controle dragen bij aan het doorvoeren van het aanscherpen van interne beheersingmaatregelen en worden opgepakt door de procesverantwoordelijke. Wat hebben we ervoor gedaan? Directie: − heeft gestuurd op de realisatie van de Toekomstvisie-Opdrachten; o Meer Opdrachten uit de Toekomstvisie zijn afgerond en op lopende Opdrachten is vooruitgang gerealiseerd (zie paragraaf 4.9.).
− heeft gestuurd op de ontwikkeling van de organisatie: o het afgeronde organisch verandertraject ‘de Expeditie’ is door een externe partij geëvalueerd. De geleerde lessen vormen de basis voor de komende jaren, waarin het principe van organisch veranderen leidend blijft in de organisatieontwikkeling. o De derde groep ‘Professionals van de Toekomst’ heeft het ontwikkeltraject afgerond. Pagina 25 van 117
−
−
−
heeft gezorgd voor het behoud van vertrouwen en het afstemmen van verwachtingen tussen de medewerkers, posten, het managementteam en het bestuur, door: o Periodiek overleg tussen directeur en bestuurders (d.m.v. jaargesprekken); o Periodiek overleg tussen afdelingshoofden en bestuurlijk portefeuillehouders; o Periodiek overleg tussen programmahouder en afdelingshoofd; o Frequent overleg tussen management en teamleiders en teamleiders en medewerkers; o Frequent overleg tussen directeur en Ondernemingsraad; o Transparante besluitvorming. o Medewerkersbijeenkomsten te organiseren om medewerkers te informeren over de tijdelijke huisvesting (i.v.m. verlaten Europaweg) heeft de beheersing en (bij)sturing hierop gemonitord: o inhoudelijke beheersing door bewaking van het dienstverleningsniveau; o financiële beheersing door monitoring van de planning en control cyclus; o personele beheersing door het nemen van uitvoeringsbesluiten over de formatie, monitoring van het personeelsbestand en de sturing op bovenformatieve medewerkers; bouwt continu aan sterke relaties met de multidisciplinaire partners, buurregio’s (waaronder Oost-5) en internationale samenwerkingsverbanden van de veiligheidsregio. o De samenwerking met het NIPV is geïntensiveerd, bijvoorbeeld op het gebied van natuurbrandbeheersing.
o De samenwerking met de Provincie Gelderland is geïntensiveerd op het gebied van natuurbrandbeheersing. o VNOG neemt deel aan het project ERMWIC (Euregionale Rijn-Maas-Waal Incidentbestrijding en Crisisbeheersing) dat zich richt op het versterken van de internationale samenwerking op het gebied van crisisbeheersing, hulpverlening, ambulancehulpverlening, rampenbestrijding en brandbestrijding.
Control: − heeft mogelijke financiële en beheersingsrisico’s gesignaleerd en hierover geadviseerd tijdens: o periodieke overleggen tussen control, directeur en afdelingshoofden; o periodieke overleggen tussen control en teamleider. − heeft uitvoering gegeven aan de op basis van een risicoanalyse opgestelde interne financiële audits; − heeft op basis van het normen- en toetsingskader voor de rechtmatigheid werkzaamheden opgesteld en gecoördineerd.; − heeft een eerste aanzet gemaakt voor de in 2024 bij de VNOG uit te voeren 5-jaarlijkse visitatie door een visitatiecommissie, zoals verwoord in de Wet Veiligheidsregio’s; − heeft het belang van procesmatig werken aangejaagd, wat in de komende periode moet leiden tot het analyseren van de inrichting van de relevante bedrijfsvoerings- en afdelingsoverstijgende processen. Indicatoren: hoe hebben we dit gemeten? Tweemaal per jaar zijn de prestaties op de Opgaven / een aantal doelstellingen gemeten via indicatoren op de prestatiekaart. De prestatiekaart staat in bijlage 3 van deze jaarstukken.
Pagina 26 van 117
Wat heeft het gekost?
Pagina 27 van 117
Programma:
6. Bedrijfsvoering
Programmahouder:
dhr. J. Joon
Welke Opgaven voert Bedrijfsvoering primair uit? 3. Sterke informatiepositie 4. Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers Wat hebben we bereikt? 3. Sterke informatiepositie Een goede informatiepositie van alle belanghebbenden (intern, bestuur, samenleving). De informatievoorziening is betrouwbaar, weerbaar en ‘bij de tijd’ ingericht. Onze (digitale) beveiliging is op orde gebracht. 4. Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers a. We hebben en solide financiële positie en een rechtmatige en transparante financiële huishouding. b. Na het verlaten van de Europaweg is de facilitering van organisatie en medewerkers op gebied van huisvesting, services en projecten verder geoptimaliseerd. c. We geven onze medewerkers richting, ruimte en vertrouwen om zich te ontwikkelen en resultaten te behalen, die burgers, bestuur en partners van de VNOG vragen. Wat hebben we ervoor gedaan? 3. Sterke informatiepositie − VNOG heeft de informatiepositie van alle belanghebbenden verder versterkt. Onze informatievoorziening is ingericht conform de VeRA (Veiligheidsregio’s Referentie Architectuur). Er is veel ingezet op informatiebeveiliging, wat inmiddels geleid heeft tot een volwassenheidsniveau van 3.3 op een schaal van 5, conform de standaarden van de BIO.
De VNOG Toekomstvisie volgend, passen we Business Intelligence in steeds meer onderdelen toe, waarbij VNOG gebruik maakt van haar datawarehouse. Hiermee zijn o.a. de dashboards ‘Oekraïne’ en ‘bestuurlijke Prestatiekaart’ gerealiseerd. De bestuurlijke Prestatiekaart is vernieuwd en aan het AB gepresenteerd. − VNOG werkt nog steeds aan het tweede datacenter en bijbehorende dark-fiber ring. Dit ligt op schema. Ook de implementatie van rechten-gestuurde informatieontsluiting loopt. − Het archief is verplaatst van de oude locatie Europaweg naar de Vosselmanstraat. De nieuwe selectielijsten van VNG ten aanzien van e-mail archivering zijn ingevoerd. − VNOG heeft de nieuwe website ontwikkeld en we zijn overgegaan naar een digitaal magazine. De huisstijl is verder versterkt en wordt breed ingezet. In crisissituaties hebben we zorggedragen voor de in- en externe communicatie. − Privacy en gegevensbescherming zijn verder geïntensiveerd. Het volwassenheidsniveau voor de AVG ligt nu op 2.8 op een schaal van 5. Gewerkt is aan het verwerkingsregister AVG dat in april 2024 tot een actueel register moet leiden. − Laptops en andere mobiele devices zijn vervangen; voor telefonie en dataverbindingen zijn contracten aangegaan met nieuwe providers. 4. Gezonde financiële basis en betrokken medewerkers a. Een solide financiële positie & control.
De afdeling BV: − Heeft zorggedragen voor de financiële-, contracten- en polis-administratie en geadviseerd over financiën, verzekeringen, inkoop & aanbesteden. We hebben zorggedragen voor bestuurlijke informatievoorziening hierover die transparant en tijdig was.
Pagina 28 van 117
− −
Organiseerde en coördineerde de P&C cyclus en de totstandkoming van kadernota, meerjarenbegroting, halfjaarrapportage en jaarstukken (-verslag en -rekening). Er is een intern beheersingsplan opgesteld en de uitvoering van de verbijzonderde interne controle is versterkt, onder meer in het kader van de rechtmatigheidsverklaring die het DB over 2023 afgeeft aan het AB.
b. Optimale facilitering van de organisatie en de medewerkers. − In 2023 is gestart met het implementeren van de demarcatieafspraken. Hierover zijn per gemeente afspraken gemaakt met de gebouwbeheerders. Er is inmiddels periodiek overleg met gebouwbeheerders en gemeentelijke financieel ambtenaren (in het FAO) over beheer en gebruik brandweerkazernes. − VNOG beheert de locaties vanuit de gebruikersrol. We zijn gestart met een uniform toegangsbeheer. − We leveren input aan gemeenten en adviseren ten aanzien van verduurzaming van brandweerkazernes, ten aanzien van RI&E knelpunten en ten aanzien van de veilige energietransitie. We hebben input geleverd (voor Programma’s van Eisen, etc.) aan de gemeenten en participeren als gebruiker in nieuw- en verbouwprojecten van brandweerkazernes. − De training- en oefenlocaties zijn aangepast in afstemming met afdeling Brandweerzorg; − We zijn gestart met de inrichting van een nieuw Facilitair Management Informatie Systeem (FMIS). c. Onze mensen richting, ruimte en vertrouwen geven om zich te ontwikkelen. − We hebben de ondersteunende werkzaamheden voor personeelszorg, en -administratie verzorgd; inmiddels ook voor de Meldkamer Oost-Nederland, onderdeel Brandweer-Multi (MKONMKBM). − VNOG heeft geïnvesteerd in de professionele (door)ontwikkeling van HRM en gezorgd voor doorontwikkeling van e-HRM.
Dit draagt bij aan meer efficiency en kwaliteit in de interne werkprocessen HRM, het gebruiksgemak en de registratie en rapportage van/over personele gegevens/data en de formatie; − Medewerkers en leiding zetten in op vitaliteit, loopbaan en mobiliteit in het kader van ‘werken aan duurzame inzetbaarheid’. De afdeling Bedrijsvoering faciliteert dit. Hiervoor hebben we het instrumentarium ontwikkeld en de HR-werkplaats verder ingericht. − We hebben het organische verandertraject ‘de Expeditie’ geëvalueerd en gaan geleerde lessen in de praktijk brengen, zie verdere toelichting in paragraaf 4.6. Indicatoren: hoe hebben we dit gemeten? Tweemaal per jaar zijn de prestaties op de Opgaven en een aantal doelstellingen gemeten via indicatoren op de prestatiekaart. De prestatiekaart staat in bijlage 3 van deze jaarstukken.
Pagina 29 van 117
Wat heeft het gekost?
Pagina 30 van 117
Programma:
7. Algemene dekkingsmiddelen
Programmahouder:
dhr. J. Joon
In dit programma zijn de inkomsten verantwoord van de gemeentelijke bijdragen die zijn bepaald bij de vaststelling van de VNOG-begroting 2023 en de rijksbijdrage met betrekking tot de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR). De algemene dekkingsmiddelen betreffen middelen die beschikbaar zijn ter dekking van de uitgaven op de andere programma’s. Dit programma kent derhalve niet een op zichzelf staand doel. Wat heeft het gekost?
Pagina 31 van 117
Programma:
8. Brandweerkazernes in eigendom en overgangsrecht
Programmahouder:
dhr. J. Joon
Programma 8 betreft: − De drie kazernes in eigendom van VNOG (Apeldoorn-Saba, Doetinchem, Harderwijk). In 2023 was de BTW herzieningstermijn afgelopen en zijn de kazernes Apeldoorn-Saba en Harderwijk weer terug overgedragen aan de betreffende gemeente, zoals tien jaar geleden besloten. De kazerne Doetinchem volgt later nog; − Het onderdeel ‘facilitaire kosten’ van de demarcatie kazernes (zie ook toelichting in paragraaf 4.6) conform de Regeling demarcatie; − De kosten die voortvloeien uit de aanvullende overeenkomst in het verlengde van de Regeling Demarcatie die met gemeente Apeldoorn is afgesloten omtrent het beheer van de kazernes van Apeldoorn; − De afwikkeling met de gemeenten Apeldoorn en Doetinchem van de financiële gevolgen van het FLO-overgangsrecht. Het programma 8 wordt één op één met de desbetreffende gemeenten verrekend en heeft geen invloed op het resultaat van VNOG. Beleidsdoelen: Wat hebben we bereikt? 1. Kazernes − Goed uitgeruste en onderhouden kazernes, zodat de uitruk kan plaatsvinden en er werkzaamheden kunnen worden verricht. 2. Overgangsrecht − Een juiste uitvoering van het FLO overgangsrecht. Activiteiten: Wat hebben we ervoor gedaan? 1.
Kazernes − De afdeling Bedrijfsvoering heeft via het team VSP gezorgd voor (coördinatie van) het onderhoud en de facilitaire diensten voor deze kazernes en voor de verrekening van de kosten, conform de Regeling Demarcatie. − De afdeling Bedrijfsvoering heeft het proces begeleid voor de terug overdracht van de kazernes Harderwijk en Apeldoorn-Saba naar de respectievelijke gemeente. 2. FLO Overgangsrecht − VNOG heeft gezorgd voor de juiste uitvoering en voor de verrekening van de kosten. Wat heeft het gekost? Programma
L/B
8.0 Kazernes in eigendom en overgangsrecht
Baten
1.977.000
Begroting na wijziging 2023 13.781.391
13.251.696
-529.695
Lasten
1.977.000
13.781.391
13.251.696
529.695
Saldo
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Totaal saldo baten en lasten
Begroting 2023
Realisatie 2023
Verschil 2023
Mutaties reserves 8.0 Kazernes in eigendom en overgangsrecht
Onttrekkingen Toevoegingen Saldo
Saldo reserves
Resultaat
Pagina 32 van 117
Pagina 33 van 117
4. Paragrafen 4.1. Paragraaf Weerstandsvermogen en risicomanagement In de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en risicomanagement’ worden de risico’s in beeld gebracht en gerelateerd aan de weerstandscapaciteit. In 2023 is het risicomanagement binnen de VNOG uitgevoerd als onderdeel van de P&C cyclus. In deze paragraaf wordt het beleid voor het risicomanagement en het benodigde weerstandsvermogen samengevat. Verder worden de bevindingen van het in 2023 uitgevoerde risicomanagement geduid ten opzichte van de eerder in de begroting 2023 genoemde risico’s. Risicomanagement De vastgestelde hoofdlijnen van het beleid t.a.v.
het risicomanagement zijn: • het wettelijk kader voor risicobeheersing uit artikel 9 en 13 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) betreffende de vereiste paragrafen in de begroting en rekening; • het treffen van beheersingsmaatregelen door de VNOG ter vermijding en vermindering van risico’s en het voorbereid zijn op de mogelijke (financiële) gevolgen van risico’s binnen de bedrijfsvoering, die het realiseren van de doelstellingen kunnen verstoren; • het uitvoeren van die maatregelen; het beheersen ervan en het rapporteren erover in de P&C stukken; • het kwantificeren van de risico’s in een 5-tal kans percentages t.w.: 10%, 30%, 50%, 70% en 90%; waarbij bij een kans van 90% dat het risico zich kan voordoen, wordt overwogen om de begroting daarop aan te passen; • het voor maximaal 3 jaar bepalen van de voor de maatregelen benodigde financiële middelen, zijnde de benodigde weerstandscapaciteit voor structurele risico’s, door vermenigvuldiging met de genoemde percentages die de kans op het risico weergeven. De binnen VNOG vastgestelde aanpak heeft als doel om de geïnventariseerde risico’s te volgen en te bewaken en ook om nieuwe risico’s te onderkennen en vast te stellen. De getroffen maatregelen zijn gericht op het beperken, overdragen, vermijden en/of mogelijk accepteren van de gesignaleerde risico’s.
De taken die in het kader van het risicomanagement worden uitgevoerd volgen de P&C-cyclus en hebben betrekking op: • een verantwoording over de uitvoering van de maatregelen, vergeleken met de risico’s en beheersmaatregelen opgenomen in de begroting van betreffend jaar, in het begin van het jaar, in de jaarrekening; • de bewaking, lopende het jaar, op de uitvoering/herziening van genoemde maatregelen en de rapportage daaromtrent in de tussentijdse verslaglegging; • het in beeld brengen van mogelijke nieuwe risico’s en maatregelen en de toetsing van bestaande risico’s t.b.v. de kadernota (in 2023: Kadernota 2025-2028) aan het eind van het jaar; • het afstemmen over/ vergelijken met andere veiligheidsregio’s ten aanzien van relevante risico’s. Het doel van deze aanpak is om het beoordelen en beheersen van risico’s actueel te houden. Risico-inventarisatie De risico-inventarisatie in de Programmabegroting 2023-2026 is gebaseerd op de inventarisaties en beoordelingen zoals die zijn uitgevoerd bij het opstellen van de Kadernota 2023-2026. Het geheel Pagina 34 van 117
wordt jaarlijks gemanaged zoals hiervoor beschreven. Daarbij is het van belang te beseffen dat het inherent is aan risico’s dat het onzeker is of deze plaats zullen vinden. Bij de inventarisatie van risico’s en de daarbij gemaakte doorrekeningen, vormen de bestuurlijk vastgestelde beleidsdoelen en normen (waaronder die uit de Toekomstvisie 2020-2026) het uitgangspunt. In 2023 speelde corona (COVID-19) geen rol van betekenis meer. De opvang van vluchtelingen uit de Oekraïne ging wel door en daarnaast nam de druk toe om opvangplaatsen voor asielzoekers te zoeken en te vinden. Voor VNOG konden de activiteiten rondom opleiden en oefenen in 2023 weer als gebruikelijk en gewenst, worden uitgevoerd. Dit is ook te zien aan de benutting van de daarvoor beschikbare budgetten. Voor de vluchtelingencrisis zijn ook in 2023 extra mensen en middelen vanuit de crisisorganisatie ingehuurd en ingezet. De verwachting is dat de daarbij behorende extra kosten door het Rijk zullen worden vergoed. Een uitgebreidere toelichting van genoemde crises is te vinden in paragraaf 4.4. Er bestaat een kleine kans dat door de VNOG genomen besluiten in het kader van de handhaving van crisismaatregelen (GRIP-4) met succes worden aangevochten door bedrijven en instellingen en dat claims toegewezen worden. Dit risico laat zich niet kwantificeren.
Inventarisatie In het kader van de jaarrekening 2023 worden de risico’s vergeleken met de eerdere inventarisatie uit de begroting 2023-2026. Daarbij worden de risico’s weergegeven met de oorzaken en het daarbij berekende bedrag aan benodigde weerstandscapaciteit. Het berekende bedrag is tot stand gekomen door rekening te houden met de kans dat het risico zich kan voordoen en het daarbij behorende financiële effect. Voor een deel van de risico’s is het nog te niet te zeggen wat de financiële effecten ervan (kunnen) zijn (zie het overzicht ‘Risico's jaarrekening 2023 (niet gekwantificeerd)’). Daarnaast verwachten we van risico’s die extern worden veroorzaakt dat de mogelijke financiële effecten, generiek zullen worden gecompenseerd. De gevolgen van bovenstaande voor het weerstandsvermogen en de benodigde weerstandscapaciteit, komen verderop in deze paragraaf aan de orde. Een uitgebreider overzicht van de te nemen maatregelen en de bewaking van de opvolging ervan, komen verder aan de orde in de begroting 2025-2028 en daaruit voorvloeiende (P&C) rapportages. Toelichting uitvoering risicomanagement 2023 Bij de uitvoering van het risicomanagement in 2023 is enerzijds gekeken naar de actuele situatie van risico’s welke zich kunnen voordoen binnen en buiten de VNOG.
Anderzijds is gestuurd op de te nemen maatregelen om de risico’s te beheersen, over te dragen, te vermijden of te accepteren. In de halfjaarrapportage 2023 is een rapportage over de bewaking van de uitvoering van maatregelen opgenomen. De ontwikkelingen en verschillen t.o.v. de begroting 2023 worden kort nader toegelicht. Twee van de uit de begroting 2023 genoemde risico’s komen niet meer voor in de eind 2023 geactualiseerde inventarisatie. Het betreft: • het gekwantificeerde risico van de kosten voor (tijdelijke) huisvesting/ faciliteiten kantoorpersoneel i.v.m. de onzekerheid over de termijn van overbrugging na vertrek Europaweg ultimo 2023 en • het niet gekwantificeerde risico over de onzekerheid van een toekomstbestendige - en efficiente uitvoering van repressieve taken bij het niet (tijdig) realiseren samenvoeging/-werking kazernes (Toekomstvisie bouwsteen 31 en 31a). Zo is er inmiddels voldoende duidelijk over de (wijze van) invulling van huisvesting ter overbrugging van de periode tot de nieuwe huisvesting in Apeldoorn beschikbaar is. En zijn de ontwikkelingen en
Pagina 35 van 117
contacten in de grensregio’s over verdere samenwerking, volop gaande. Verder is het niet-gekwantificeerde risico van de (on)mogelijkheid van het terugbrengen van de meerkosten kazernering dagdienst, bij het vervallen van mogelijkheid van roosteren vrijwilligers voor repressieve (dag)taken, samengevoegd met het 1e niet-gekwantificeerde risico (hogere personele kosten (beloning/vergoeding) bij repressieve inzet van parttime brandweermensen). Tenslotte is de beschrijving van het niet-gekwantificeerde risico van een ‘Pandemie’ aangepast tot een meer algemene duiding van ‘Toekomstige crises’. Op grond van het uitgevoerde risicomanagement in 2023 wordt het volgende overzicht ‘Risico’s jaarrekening 2023’ weergegeven. Gekwantificeerde risico's Nr. Risico's en oorzaken
Kans in %
Effect in euro's
Weerstandscapaciteit (euro's)
1 Stoppen Openbaar Brand-/Regionaal meldsysteem (OMS/RBS), risico niet kunnen inpassen medewerkers i.c.m. het vraagstuk behoud informatiepositie vanuit het brandmeldsysteem. 2 Geen match tussen de gemeenten en de afd. RCB t.a.v. de uitvoering van taken en dienstverlening, bij de invoering van de nieuwe Omgevingswet. Te grote diversiteit in uitvoering/invulling door gemeenten t.o.v. het kwalitatieve en kwantitatieve aanbod van de VNOG.
50%
bedrag 100.000
50%
400.000
200.000
3 (On)voldoende bezetting /inzet vrijwilligers op alle kazernes, door groter verloop/uitstroom en schaarste vrijwilligers. 4 Te veel (roostering) uren bestaande (repressieve) bezetting brandbestrijding (Arbeidstijden). 5 Hogere prijzen; boven prijsindex, exploitatie. Wereldwijde ontwikkelingen (v.a. 2021) van een toenemende vraag in samenhang met schaarste van aanbod, doen de grondstof- en materiaalprijzen stijgen. 6 Niet (tijdig) realiseren besparingen Toekomstvisie 2020 t.a.v. materiële kosten door vertraging vervanging - en/of wijzigingen inzichten vervanging materieel. 7 Niet (tijdig) realiseren besparingen Toekomstvisie 2020 t.a.v. personele kosten (vergoedingen/opleidingen/trainingen vrijwilligers) als gevolg van voortschrijdende inzichten benodigd aantal vrijwilligers in samenhang met (beschikbare) materieel (vorig punt).
70%
408.000
286.000
10%
50.000
5.000
70%
650.000
455.000
50%
160.000
80.000
70%
300.000
210.000
8 Uitval materieel repressieve inzet incidentbestrijding door defect materieel en/of gebrek onderdelen voertuigen/brandweermiddelen. 9 Extra prijsstijgingen (en vertraging) aanschaf blusmaterieel bij realisatie MSP o.b.v. Toekomstvisie. Extra prijsstijgingen nog te contracteren blusmaterieel leiden tot hogere kapitaalslasten c.q. eerdere uitputting van de (gevormde) egalisatiereserve.
30%
90.000
27.000
50%
150.000
75.000
10 Onvoldoende oefenmogelijkheden Vakbekwaam blijven brandweerpersoneel. Oefenmogelijkheden beperkt bij niet voldoen vakbekwaamheidspleinen eisen RI&E. 11 Noodzakelijke (spoedeisende) aanpassingen aan gebouwen/ installaties voortvloeiende uit afspraken en (wettelijke) eisen (w.o. RI&E). 12 Hogere kosten uitvoering (voorgenomen) beleid rond duurzaamheid. Extra kosten/investeringen doorvoeren maatregelen duurzaamheid nog onzeker. 13 Extra (verhuis)kosten tijdelijke huisvesting en faciliteiten kantoorpersoneel. Aanpassingen werkplekfaciliteiten en (meer) thuiswerken (overbrugging verhuizing). 14 Hack systemen, verhinderen uitvoering crisis- en alle ondersteunende/bedrijfsmatige activiteiten door uitval ICT- systemen. 15 Te hoge personele kosten (beroeps en vrijwilligers) door onjuiste gegevens, - berekeningen en ontoereikende kennis en controles.
30%
25.000
8.000
50%
84.000
42.000
50%
400.000
200.000
30%
75.000
23.000
30%
500.000
150.000
30%
350.000
105.000
Pagina 36 van 117
50.000
16 Inkopen voor te hoge bedragen en/of onjuiste uitvoering/voorwaarden (w.o. aanbestedingen) door onjuist inkoopproces en demarcatie problematiek. 17 Onvoorziene kosten aanspraken van personeel na dienstongevallen door veranderingen in de verzekeringsmarkt en gewijzigde mogelijkheden van dekking. 18 Stijging reële bijdrage aan NIPV door bijv. nieuwe taken. 19 Stijging financieringskosten bij aantrekken leningen (vreemd vermogen), door stijging van het rentepercentage i.s.m. toename omvang leningen. 20 Beboeting en imagoschade door schending van de privacy (overtreding van de algemene verordening gegevensbescherming (AVG)). Processen rond persoons gerelateerde gegevens worden niet goed uitgevoerd, waardoor privacygevoelige gegevens op onjuiste plaatsen terecht kunnen komen. 21 Hogere kosten (eigen) organisatie OVDG'en (Officieren van dienst geneeskundig). Na opzegging door het Witte Kruis van het (doorlopend) contract voor inhuur van OVDG'en ontstaat het risico dat de uitvoering van deze taak door de VNOG zelf, hogere kosten met zich brengt.
10%
150.000
15.000
10%
300.000
30.000
30% 50%
78.000 1.875.000
23.000 938.000
10%
300.000
30.000
30%
375.000
113.000
22 Verontreiniging grond/bodem kazernes en oefenpleinen door PFAS. Mogelijke kosten sanering PFAS grond-/bodemverontreiniging.
50%
420.000
210.000 3.275.000
Niet kwantificeerde risico's Nr. Risico's en oorzaken
Kans in %
Effect in euro's bedrag
Weerstandscapaciteit (euro's)
1 Hogere personele kosten (beloning/vergoeding) -w.o.relatieve aandeel VNOG- bij repressieve inzet van parttime brandweermensen (i.p.v. vrijwilligers). Uitkomst project Taakdifferentiatie: afschaffing consignatie en kazernering vrijwilligers; mogelijke alternatieven (parttime aanstellingen) duurder. 2 Toename onderhoudskosten materieel voor repressieve inzet brandbestrijding door langer gebruik bestaand materieel. 3 Toekomstige effecten in 2023 gestarte project VICC (Oost-5) witte kolom, onzekerheid omtrent uitkomsten t.a.v. financiële - en personele impact. 4 Toekomstige crises (w.o pandemie) kwantificering c.q. opname in risicoprofiel gevolgen crises, zoals COVID-19. De rol en beschikbare financiële middelen (w.o. extra BDuR) voor VNOG bij (toekomstige) crises, is afhankelijk van onzekere gebeurtenissen en de visie daarop vanuit het Rijk en de gemeenten. 5 Uitwerking (operationele) uitvoering demarcatie. De uitwerking/uitvoering van de demarcatieafspraken kan nog leiden tot onvoorziene (financiële) situaties c.q. tegenvallers.
Toelichting Naast de hiervoor toegelichte verschillen met de begrote risico’s worden hieronder een aantal ontwikkelingen in 2023 toegelicht met betrekking tot risico’s die in zwaarte en omvang (qua weerstandscapaciteit) zijn gewijzigd en daarnaast de risico’s die nieuw zijn waargenomen. Van de onderstaande risico’s is de berekende omvang van de weerstandscapaciteit respectievelijk substantieel verlaagd en verhoogd. Risico’s die (verder) zijn verlaagd (vermelde nummer verwijst naar overeenkomend risico): • (1) het risico van frictiekosten w.o. niet kunnen inpassen medewerkers, bij het stoppen van het Openbaar Brand-/Regionaal meldsysteem (OMS/RBS): dit risico neemt af naarmate de afbouw vordert met de bijbehorende maatregelen en ontwikkelingen t.a.v. het personeel en materieel; • (2) het risico op geen match tussen de gemeenten en de afd. RCB t.a.v. de uitvoering van taken en dienstverlening, bij de invoering van de nieuwe Omgevingswet: dit risico neemt naarmate er meer inzicht ontstaat en afstemming is tussen VNOG en gemeenten; Pagina 37 van 117
•
(7) het risico op het niet (tijdig) realiseren besparingen Toekomstvisie 2020 t.a.v. personele kosten: dit risico is/wordt lager naarmate de tijd vordert waarbinnen aan de Toekomstvisie uitvoering wordt gegeven en er voortschrijdend inzicht is op de samenhang tussen benodigde en beschikbare mensen en middelen; • (9) het risico op extra prijsstijgingen (en vertraging) aanschaf blusmaterieel bij realisatie MSP o.b.v. Toekomstvisie: dit risico is/wordt lager naarmate de tijd vordert waarbinnen aan de Toekomstvisie uitvoering wordt gegeven en aanschaf van materiaal/materieel plaatsvindt; • (13) het risico van extra (verhuis)kosten tijdelijke huisvesting en faciliteiten kantoorpersoneel: o.b.v. genomen maatregelen en gemaakte afspraken is het (berekende) risico verlaagd; • (14) het risico op het hacken van systemen: door de genomen maatregelen rond beveiliging en bewaking is dit de kans dat dit risico zich voordoet verder afgenomen en • (17) het risico op onvoorziene kosten aanspraken van personeel na dienstongevallen door veranderingen in de verzekeringsmarkt en gewijzigde mogelijkheden van dekking: door verdergaande (landelijke) ontwikkelingen en afspraken is dit risico kleiner geworden. Risico’s die zijn verhoogd: • (5) het risico van hogere prijzen/exploitatiekosten boven de prijsindex: door wereldwijde ontwikkelingen (v.a. 2021) t.w.
een toenemende vraag in samenhang met schaarste van aanbod, is het risico groot op stijging van (exploitatie)kosten door stijging van grondstoffen en materialen; • (19) het risico op stijging van financieringskosten bij het aantrekken van leningen (vreemd vermogen): door een verdere stijging van de rente dan waarmee in toekomstige begrotingen wordt rekening gehouden bij de toegenomen behoefte aan langlopende leningen, neemt het risico toe dat de berekende rentekosten in de toekomst ontoereikend zijn. Behalve de hiervoor genoemde wijzigingen van risico’s t.a.v. de begroting 2023-2026 zijn onderstaande risico’s nieuw geïnventariseerd in 2022/2023. Gekwantificeerde risico’s: • (12) hogere kosten uitvoering (voorgenomen) beleid rond duurzaamheid: de nodige – en gewenste maatregelen rond duurzaamheid brengen naar verwachting extra kosten/investeringen met zich; deze zijn voor een deel nog onzeker en vormen derhalve een risico; • (21) hogere kosten (eigen) organisatie OVDG'en (Officieren van dienst geneeskundig): na het opzeggen van het (doorlopend) contract door het Witte Kruis voor inhuur van OVDG'en moet VNOG hierin zelf voorzien: bij de berekende weerstandscapaciteit wordt rekening gehouden met de mogelijke meerkosten. Dit risico was ook al meegenomen in de jaarstukken 2022 en is t.o.v.
dat jaar gedaald omdat de meerkosten naar verwachting meevallen, het zal op basis van de feitelijke gegevens over 2024 worden geëvalueerd. • (22) het risico van verontreiniging grond/bodem kazernes en oefenpleinen door PFAS: dit risico was bij de jaarrekening 2022 als niet-gekwantificeerd ingebracht maar is inmiddels als kwantificeerbaar opgenomen. Hieromtrent is overigens nog veel onzeker. Niet gekwantificeerde risico’s: • (3) toekomstige effecten in 2023 gestarte project VICC (Oost-5) witte kolom, onzekerheid omtrent uitkomsten t.a.v. financiële - en personele impact: het ontwikkelen van veiligheidsinformatie en coördinatiecentrum (VICC) geldt ook voor de Witte kolom, hiervoor is een project gestart; de impact daarvan in financieel en personeel opzicht is nog onzeker en • (5) de uitwerking (operationele) uitvoering demarcatie: de uitwerking/uitvoering van de demarcatieafspraken kan nog leiden tot onvoorziene (financiële) situaties c.q. tegenvallers; dit risico was ook al opgenomen in de jaarstukken 2022 maar niet in de begroting 2023.
Pagina 38 van 117
Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen beheersmaatregelen zijn getroffen of waar na het treffen van maatregelen nog resterende risico’s overblijven (de benodigde weerstandscapaciteit). De vastgestelde beleidsregels worden hieronder samengevat. De beschikbare - en de benodigde weerstandscapaciteit en de weerstandsratio worden in de begroting en in de jaarrekening opgenomen. De weerstandsratio wordt daarbij gedefinieerd als quotiënt (uitkomst van de deling) tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit. De streefwaarde van de weerstandsratio ligt tussen 1,0 (“matig”) en 1,4 (“voldoende”). Indien de weerstandsratio buiten de bandbreedte van de streefwaarde ligt, wordt in de eerstvolgende Kadernota (of ander geëigend moment in de P&C cyclus, zoals bij het voorstel over de bestemming van het resultaat van deze jaarrekening) afgewogen hoe deze waarde weer kan worden bereikt. Benodigde weerstandscapaciteit De benodigde weerstandscapaciteit is het bedrag wat nodig is op basis van de financieel gekwantificeerde risico's. Beschikbare weerstandscapaciteit • De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit het totaal van middelen dat beschikbaar is om de risico’s financieel af te dekken.
• De beschikbare weerstandscapaciteit wordt gevormd door de Algemene Reserve, de Bedrijfsvoeringreserve, eventuele Stille Reserve en de post Onvoorziene uitgaven. Bij de VNOG is er geen sprake van een stille reserve. Bij de jaarrekening wordt de post Onvoorziene uitgaven niet meegenomen, omdat deze onderdeel vormt van het resultaat waarvan de bestemming bestuurlijk wordt vastgesteld. Tot de beschikbare weerstandscapaciteit behoren niet de (tijdelijke) bestemmingsreserves. Daar is al een bestedingsdoel aan verbonden. • De Algemene reserve is voor afdekking van risico's (artikel 12 van de Financiële verordening VNOG 2019) en heeft geen einddatum. De Algemene Reserve wordt gevoed vanuit AB besluiten, zoals daarvan o.a. sprake is bij de bestemming van het jaarrekeningresultaat. • De Bedrijfsvoeringsreserve heeft een algemene bufferfunctie en is breed inzetbaar voor prioriteiten (bijv. innovatie) of voor het tijdelijk afvlakken van gemeentelijke bijdragen. De Bedrijfsvoeringreserve heeft geen einddatum en behoort tot de beschikbare weerstandscapaciteit en telt derhalve mee voor de afdekking van risico’s. Dit geldt voor zover er geen bestuurlijke besluitvorming t.a.v. specifieke bestedingen (leidend tot een beklemming/beslag in de toekomst) heeft plaatsgevonden. Berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit Beschikbare weerstandscapaciteit rekening 2023
€
Saldo Algemene reserve
1.135.114
Saldo Bedrijfsvoeringsreserve *)
1.010.368
Beschikbaar weerstandsvermogen
2.145.482
* hierbij is rekening gehouden met in 2023 genomen besluiten tot toekomstige besteding in 2024 e.v. jaren, m.n. voor het oplossen van personele knelpunten bij afd. Bedrijfsvoering en Brandweerzorg ad. € 1.577.000; de storting in deze reserve vanwege de verlaagde huur van de Europaweg verloopt budgettair neutraal.
Pagina 39 van 117
Berekening van de ratio weerstandsvermogen Weerstandsvermogen VNOG rekening 2023
€
Beschikbare weerstandscapaciteit
2.145.482
Benodigde weerstandscapaciteit
3.275.000
Ratio
0,66
Toelichting De hoogte van de Algemene Reserve en de Bedrijfsvoeringsreserve eind 2023 is zodanig dat de weerstandsratio zich beneden de ondergrens bevindt van de door het bestuur vastgestelde bandbreedte van 1,0 tot 1,4. Financiële kengetallen VNOG Begroting 2023 Netto schuldquote
Rekening 2023
62%
17%
Solvabiliteitsratio
21%
42%
Structurele exploitatieruimte
0,3%
6,52%
Toelichting op de kengetallen Algemeen Bestuurlijk zijn er voor de VNOG geen normen vastgesteld waaraan de berekende kengetallen moeten voldoen. Provincies hanteren als toezichthouders op gemeenten en ook gemeenschappelijke regelingen, de signaleringswaarden die het Rijk gebruik bij stresstesten om mede de financiële positie van de zgn. 100.000+ gemeenten te toetsen. Deze signaleringswaarden zijn in onderstaande tabel weergegeven.
Netto schuldquote Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
A= minste risico < 90% > 50% begr. > 0%
Categorie B - gem. risico 90%-130% 20%- 50% begr. = 0
C = meeste risico > 130% < 20% begr.< 0%
De kengetallen geven alleen in relatie tot elkaar een beeld. Wanneer dit beeld verontrustend is kan dit betekenen dat de financiële positie onder druk staat en er dus maatregelen nodig zijn om deze situatie te verbeteren. Aan de hand van de voor VNOG berekende positie valt op te maken wat de status is van financiële positie bij het opmaken van de jaarcijfers 2023. Netto schuldquote Dit kengetal geeft een indicatie van de druk van schuldenlast (rente en aflossing) op de eigen middelen. De quote wordt berekend door de netto schuld te delen door het totaal van de vlottende bezittingen. Bij de begrote cijfers voor 2023 was nog geen rekening gehouden met de financiële effecten van de terug verkoop van een tweetal kazernes aan de gemeenten met de daarbij behorende overdracht van een tweetal langlopende leningen. Hierdoor zijn de (langlopende) schulden fors afgenomen en is er daarnaast sprake van toename van de vlottende bezittingen w.o. de liquide middelen. De berekende netto schuldquote valt in de categorie ‘minste risico’. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de organisatie aan haar financiële verplichtingen kan voldoen. Hiertoe wordt de omvang van het eigen vermogen gerelateerd aan de totale omvang van het
Pagina 40 van 117
vermogen (dus het eigen en het vreemde vermogen). Hierbij geldt hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de financiële weerbaarheid van de VNOG. De berekende ratio (inclusief het exploitatieresultaat over 2023) bedraagt 42% en valt daarmee binnen de categorie ‘gemiddeld risico’. De ontwikkelingen geschetst bij de netto schuldquote hebben een positieve invloed (gehad) op de ratio over 2023. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft weer hoeveel structurele ruimte er is om de eigen lasten te dragen, ook als bijvoorbeeld de baten afnemen of lasten in de toekomst gaan toenemen. Het gaat daarbij om de ruimte die wordt berekend door het structurele saldo (verschil tussen structurele baten en lasten) te delen door het totaal aan jaarlijkse baten. Deze ratio heeft vooral zeggingskracht wanneer de uitvoering van de begroting niet (teveel) wordt verstoord door uitzonderlijke situaties zoals er eerder zijn geweest door crises als corona en extra vluchtelingenopvang. De betekenis van de berekende ratio voor het financieel beleid blijft in de huidige context nog wel beperkt.
Pagina 41 van 117
4.2. Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Het brandweermaterieel en drie kazernes (Harderwijk, Doetinchem en Apeldoorn-Zuid) zijn in eigendom (geweest) van VNOG. Ter dekking van de groot onderhoudskosten van de (in 2013 overgenomen) kazernes is in de jaarrekening van VNOG voor Harderwijk en Doetinchem per kazerne een voorziening gevormd voor rekening van de betreffende gemeente; dit op basis van een meerjarig onderhoudsplan (MJOP). De kazerne in Apeldoorn-Zuid (Saba) betreft een appartementsrecht. Het opbouwen van een voorziening groot onderhoud voor de kazerne Apeldoorn-Zuid (Saba) is daardoor een aangelegenheid van de Vereniging van Eigenaren Werkgebouw Zuid. De kazernes in eigendom van VNOG zijn allemaal aangekocht in 2013. Eind 2023, na de BTW- herzieningstermijn van 10 jaar, zijn de kazernes van Harderwijk en Apeldoorn-Zuid (Saba) terug verkocht aan de desbetreffende gemeenten. Daarbij is ook de binnen VNOG opgebouwde onderhoudsvoorziening aan Harderwijk overgedragen. Over het moment van terug verkoop en overdracht van bijbehorende onderhoudsvoorziening van de kazerne Doetinchem vindt nog overleg plaats met de gemeente. Hierbij speelt het vraagstuk van PFAS-verontreiniging. De verwachting is dat deze overdracht zal plaatsvinden in het 1e halfjaar van 2024. De kapitaalgoederen voor rekening van VNOG betreffen de voertuigen en overig materieel waarop wordt afgeschreven.
Voor dit materieel wordt er regio-breed met één beheerssysteem gewerkt. De planning van het onderhoud vindt plaats volgens regionaal en landelijk vastgestelde intervallen en protocollen.
Pagina 42 van 117
4.3. Paragraaf Financiering Inleiding De Financieringsparagraaf is één van de voorgeschreven paragrafen als onderdeel van de Programmarekening op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Artikel 13 van dit besluit schrijft voor dat de beleidsvoornemens en ontwikkelingen ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille worden beschreven. Op grond van de Wet Fido (Financiering Decentrale Overheden) moet de veiligheidsregio twee treasury-instrumenten hanteren. Dit zijn het treasurystatuut en de treasuryparagraaf. Op 10 december 2020 heeft het AB een nieuw treasurystatuut vastgesteld met een ingangsdatum van 1 januari 2021. Risicobeheer Dit onderdeel geeft een samenvatting van het (verwachte) risicoprofiel van de organisatie. Het bevat tevens de gegevens die op grond van de Wet Fido voor de toezichthouder nodig zijn w.o. de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Renterisico’s Financiering en renterisico zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Telkens wanneer een geldlening moet worden afgelost en herfinanciering noodzakelijk is, bestaat immers het gevaar dat de begroting geconfronteerd zal worden met hogere rentelasten. Door ontwikkelingen op de geld- of kapitaalmarkt kan de nieuwe lening duurder uitvallen dan de oude. Ook wanneer een geldlening in aanmerking komt voor renteherziening bestaat dit risico.
De Wet Fido stelt grenzen aan de mate waarin een gemeente of andere decentrale overheid zich bloot kan stellen aan renterisico. Ter beperking van dit risico is zowel voor de vaste schuld (langlopende leningen) als voor de vlottende schuld (kortlopende leningen) een wettelijke grens vastgesteld. Het niet voldoen aan deze limitering kan voor de Provincie, als toezichthouder van VNOG, aanleiding zijn om maatregelen te nemen. Preventief toezicht op het afsluiten van geldleningen behoort in laatste instantie tot de mogelijkheden. Renterisico vaste schuld De renterisiconorm is een wettelijke norm die betrekking heeft op de vaste schuld. Vaste schuld ontstaat wanneer leningen worden afgesloten met een rente typische looptijd van één jaar of langer. De renterisiconorm zet decentrale overheden aan tot spreiding van hun lening portefeuille en daarmee verlaging van het jaarlijks renterisico door hen te verplichten aflossingen op geldleningen en momenten van renteherziening over toekomstige begrotingsjaren te verdelen. Het is aan de besturen van de decentrale overheden zelf om binnen de renterisiconorm voor een bepaalde mate van spreiding te kiezen. Berekening Renterisiconorm: Begrotingstotaal 2023 Percentage Renterisiconorm
: € 64,2 miljoen : 20% : € 12,8 miljoen afgerond
De risiconorm geeft aan dat jaarlijks maximaal € 12,8 miljoen van de vaste schuld in aanmerking mag komen voor aflossing of renteherziening. VNOG heeft in 2023 geen leningen aangetrokken. Dit was mogelijk door een heroriëntatie op de voorgenomen investeringen die de afgelopen jaren heeft plaatsgevonden. Hierbij is een deel van de kredieten verschoven naar latere jaren en is dus in de voorgaande jaren slechts in beperkte mate gebruik gemaakt van de beschikbaar gestelde kredieten. In 2023 is al wel meer gebruik gemaakt van de beschikbare kredieten maar nog niet volledig. Pagina 43 van 117
Daarnaast was er in de afgelopen jaren sprake van een toename van de reserves binnen VNOG die als intern financieringsmiddel zijn aangewend. In het verslagjaar is voor een bedrag van € 8,9 miljoen op de vaste schuld afgelost, hierin zit een bedrag van € 4,2 miljoen voor een tweetal leningen die, gelijktijdig met de terug verkoop van de kazerne, zijn overgedragen aan de gemeente Harderwijk. In 2023 was geen sprake van renteherziening van de lopende aangetrokken geldleningen. De VNOG heeft in 2023 dus ruimschoots aan de renterisiconorm voldaan. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet bepaalt de maximale omvang van de externe korte geldpositie. Deze zogenaamde netto vlottende schuld mag maximaal 8,2% bedragen van het totaal van de jaarbegroting van VNOG bij aanvang van het jaar. De totale omvang van de jaarbegroting 2023 van VNOG bedroeg bij aanvang van het jaar 2023 circa € 64,2 miljoen. De kasgeldlimiet bedraagt daarmee afgerond circa € 5,3 miljoen. Onderstaand overzicht bevat de liquiditeitspositie in relatie tot de kasgeldlimiet, zoals bedoeld in het “Uitvoeringsbesluit Financiering Decentrale Overheden”. Alle bedragen in onderstaand overzicht x € 1.000
januari februari maart april mei juni
Vlottende Vlottende Schulden Middelen 1.039 1.626 1.292 126 0 2.772 0 312 0
juli augustus september
568 294 385
oktober november december
0 0 0
Saldo Gemiddeld -587 1.166 -2.772 kwartaal 1 -731 4.449 -4.449 2.401 -2.089 3.028 -3.028 kwartaal 2 -3.189 4.539 -3.971 3.397 -3.103 2.488 -2.103 kwartaal 3 -3.059 3.888 -3.888 3.740 -3.740 1.639 -1.639 kwartaal 4 -3.089
Begroot aan het begin van het jaar 2023 *) Percentage regeling **) Kasgeldlimiet VNOG:
over=+/onder=schrijding limiet
-5.997
-8.454
-8.325
-8.355
64.219 8,2% 5.266
Zoals uit bovenstaand overzicht blijkt is de kasgeldlimiet in 2023 niet overschreden. Schatkistbankieren Met ingang van 1 januari 2014 heeft het Ministerie van Financiën het voor overheidslichamen verplichte schatkistbankieren ingevoerd. VNOG is hierdoor verplicht om overtollige middelen in rekening-courant aan te houden bij het Ministerie van Financiën. Als overtollig wordt aangemerkt alle middelen die een drempelbedrag overschrijden. Voor VNOG is het drempelbedrag voor 2023 bepaald op € 1.284.000 (2% van begrotingstotaal). VNOG legt in navolgende tabel verantwoording af over de wijze waarin in 2023 de regels over schatkistbankieren zijn nageleefd. Pagina 44 van 117