(A22) VNOG - toelichting voor de raden, voorlopige jaarstukken 2023 en concept-begroting 2025-2028 D431931
Tekst van het document
Gearchiveerd: vrijdag 5 april 2024 07:11:13 Van: VNOG_bestuurssecretariaat Verzonden: donderdag 4 april 2024 16:09:17 Onderwerp: brief met documenten VNOG ter behandeling Precisie: Normaal Bijlagen: 20240404 documenten VNOG ter behandeling.pdf ;01 Toelichting op VNOG tbv raden v 19mrt24.pdf ;02 Jaarstukken VNOG 2023 v 28mrt24 incl Prkrt.pdf ;03 Programmabegroting VNOG 2025-2028 v 28mrt24.pdf ;
Deze mail is verzonden naar de algemene mailadressen van de gemeenten aangesloten bij de VNOG t.b.v. het college en naar de mailadressen van de griffies t.b.v. de raden
Goedemiddag, Bijgaand ontvangt u een brief met bijlagen betreffende enkele documenten van VNOG ter behandeling. Wilt u deze brief doorgeleiden naar het College van Burgemeester en Wethouders en de Raad van uw gemeente. Met vriendelijke groet, Bestuurssecretariaat - Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland Postbus 234, 7300 AE Apeldoorn
Postbus 234 7300 AE Apeldoorn 088 310 4000 info@vnog.nl www.vnog.nl
Aan de colleges van de deelnemende gemeenten van de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland Aan de griffies van de deelnemende gemeenten van de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
Datum Ons kenmerk Behandeld door Onderwerp
: 4 april 2024 : 24-67644/24-093157/AM : P.G. Jalink : documenten VNOG ter behandeling
Uw brief van Uw kenmerk Bijlage(n)
: : : 3
Geachte raden en colleges, Hierbij bieden wij u documenten aan van Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG). Het verzoek aan de raden is om kennis te nemen van: − de Toelichting voor de raden − de voorlopige jaarstukken 2023; en indien gewenst, een formele zienswijze te geven op: − de concept programmabegroting 2025-2028; VNOG ontvangt de zienswijze graag uiterlijk 27 juni 2024 zodat het dagelijks bestuur op 4 juli op de zienswijzen kan reageren. Document “Toelichting voor de raden” De raden stellen geregeld vragen over VNOG, waaronder ook over de financiën. In bijgevoegd document “Toelichting” gaan we in op enkele veelvoorkomende vragen. We schetsen het historisch perspectief en de ontwikkeling die VNOG de afgelopen jaren heeft doorgemaakt. Op 10 april is er weer een webinar voor de raden, waarin we ook op diverse onderwerpen uit de Toelichting zullen ingaan. We hopen dat veel raadsleden van het webinar gebruik zullen maken. Voorlopige jaarstukken 2023 Conform de Wet gemeenschappelijke regelingen biedt het dagelijks bestuur de raden van de deelnemende gemeenten voor 30 april de voorlopige jaarstukken ter kennisname aan. Het zijn nog voorlopige stukken, omdat naar aanleiding van bijvoorbeeld de accountantscontrole nog wijzigingen in de jaarstukken kunnen worden aangebracht. Er wordt een resultaat verwacht van ca. € 2,83 miljoen minder uitgaven dan begroot.
In de jaarstukken wordt dit verwachte resultaat toegelicht. In de bijgevoegde ‘Toelichting voor de raden’ is een meerjarige schets opgenomen.
Op 6 juni a.s. zullen de definitieve jaarstukken worden behandeld door het DB. Het AB behandelt de definitieve jaarstukken, inclusief accountantsverklaring, op 27 juni a.s. Het AB stelt op 27 juni de stukken vast. Het AB neemt dan ook een besluit over de bestemming van het resultaat. Concept programmabegroting 2025-2028 De concept programmabegroting 2025-2028 beschrijft de doelen, activiteiten en de budgetten van VNOG voor 2025 en geeft op hoofdlijnen een financiële doorkijk voor de periode tot en met 2028. De begroting is gebaseerd op de Kadernota 2025-2028 die op 14 december 2023 door het AB is vastgesteld en in december ter kennisname aan de raden is aangeboden. De begroting is beleidsarm. De reden hiervoor is dat we in 2024 voor VNOG een nieuw meerjarig Regionaal Beleidsplan moeten maken voor de periode 2025-2028. Het huidige plan loopt eind 2024 af. In het Beleidsplan staat het strategische beleid voor de komende jaren. Het plan komt op 6 juni in het DB en op 27 juni in het AB en gaat daarna onder andere eerst nog ter consultatie naar de raden. Het Beleidsplan wordt in december 2024 definitief door het AB vastgesteld. Deze begroting 2025 moet bij wet echter al voor 15 september 2024 worden vastgesteld en loopt in tijd dus op het Beleidsplan vooruit.
Vooruitlopend op het nieuwe Beleidsplan is er in deze begroting 2025 daarom (nog) géén nieuw beleid (voornemens met een beslag op (structureel, extra) budget) opgenomen. Het Beleidsplan is immers de grondslag voor de begroting, niet andersom. De voorliggende begroting is voor nu daarom toegespitst op reguliere taken en bestaande plannen. Indien nodig kan begin 2025 de begroting 2025 worden bijgesteld. In de afgelopen jaren heeft VNOG geld overgehouden. Ook zien we financieel moeilijke jaren voor de gemeenten op ons afkomen. We hebben geconcludeerd dat we daar proactief op willen bewegen. In de begroting zijn daarom structurele besparingen ter demping van de stijging van de gemeentelijke bijdrage opgenomen. De gemeentelijke bijdrage wordt in stappen gedempt met in totaal € 1,9 miljoen structureel1. Tegelijkertijd zien we dat de opgaven voor VNOG (langdurige crises) zijn toegenomen. Wij willen niet marchanderen met de veiligheid van onze inwoners en de natuur. Met deze demping hebben we de begroting van VNOG tot een verantwoord minimum teruggebracht. Proces De conceptbegroting ligt nu ter zienswijze voor. Bij wet hebben de raden het recht om een zienswijze in te dienen op de conceptbegroting. Hiervoor staat in de wet een termijn van twaalf weken. We hebben de zienswijzentermijn zo ingepland, dat deze voor de start van het zomerreces wordt afgerond.
Zo kunnen de raden van de volle twaalf weken gebruik maken. In de wet staat dat het DB schriftelijk en gemotiveerd reageert op de ingediende zienswijzen, alvorens het AB een definitief besluit neemt over de begroting. Het DB is voornemens om in haar laatste vergadering voor de zomer, op 4 juli, op de ingediende zienswijzen te reageren. Tijdens het zomerreces ligt de procedure stil. Het AB stelt de definitieve begroting vast in de eerste vergadering na de zomer, op 12 september. Bij wet moet de begroting vóór 15 september zijn vastgesteld.
1 Opbouw 1,9 mln.:
− − −
€ 514.000 vanuit de Toekomstvisie VNOG, per 2021 verwerkt in de begroting, per 2026 volledig gerealiseerd € 600.000 opgenomen in de vastgestelde begroting 2024 € 800.000 opgenomen in de begroting 2025
2
Tenslotte VNOG ontvangt de zienswijze op de concept programmabegroting 2025-2028 graag uiterlijk 27 juni 2024. Wij zien de zienswijze met belangstelling tegemoet en ontmoeten de raden graag tijdens het webinar van 10 april.
Met vriendelijke groet, Namens het dagelijks bestuur van de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland,
drs. D.G.L. Kransen secretaris
A.J.M. Heerts voorzitter
Bijlagen 1. Toelichting voor de raden 2. Voorlopige jaarstukken 2023 3. Concept programmabegroting 2025-2028
3
Toelichting op VNOG Aan Datum
: De raden van de aan VNOG deelnemende gemeenten : 19 maart 2024
Inleiding De raden stellen geregeld vragen over Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG), waaronder ook over de financiën. In dit document geven we een toelichting op enkele veelvoorkomende vragen. Wat is VNOG en wat doet VNOG? VNOG helpt mens en dier in nood en ondersteunt om gevaar te voorkomen. Wij zijn de Brandweer: vanuit een fijnmazig netwerk van 56 brandweerposten, met bijna 1300 vrijwillige brandweermensen en 120 beroeps brandweermensen helpen wij dag en nacht bij brand, ongevallen, rampen en crises. Wij zijn de GHOR: we coördineren de geneeskundige hulpverlening bij rampen en crises. Wij zijn Crisisbeheersing: samen met de operationele diensten, met crisispartners en met gemeenten (bevolkingszorg) zorgen wij ervoor dat we zijn voorbereid op crises en wanneer deze zich voordoen dat ze adequaat worden aangepakt. Wij zijn Risicobeheersing: wij helpen inwoners, bedrijven en gemeenten om hun zelfredzaamheid te vergroten en goede vergunningen te kunnen verlenen en stimuleren veilig gedrag. We verzamelen, monitoren, analyseren en duiden data. Met deze informatie beoordelen we risico’s en we gebruiken die informatie bij onze voorlichting, advisering en bij het bestrijden van branden, ongevallen, rampen en crises. Met bijna 300 medewerkers voeren wij alle ondersteunende werkzaamheden voor onze taken uit.
Zo oefenen wij al ons personeel en ons netwerk, we leiden mensen op, we kopen en onderhouden al ons materieel en materiaal en we voeren alle achterliggende administratie uit. We werken veelvuldi g met allerlei partners samen: o.a. met onze gemeenten, GGD, waterschappen, andere veiligheidsregio’s (zoals met de vier andere veiligheidsregio’s in het oosten van het land in de Oost -5 samenwerking), Defensie, landelijke partners (zoals het NIPV, het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid) en ook met onze Duitse buren. Met daadkracht, deskundigheid, en passie geven wij zo samen met partners uitvoering aan onze missie: “Samen werken aan veiligheid”. We staan altijd voor u klaar. Waarin staan de (meerjarige) plannen van VNOG? Begin 2020 is er door het algemeen bestuur van VNOG een Toekomstvisie voor VNOG vastgesteld, nadat die Toekomstvisie ook aan de raden was voorgelegd. Hierin staat wat voor regio VNOG wil zijn, wat haar Opgaven zijn en wat VNOG oppakt. De Toekomstvisie is de basis van het meerjarige Beleidsplan van VNOG dat eind 2020, na consultatie van de raden, is vastgesteld. In ieder planningsdocument rapporteren we steeds op de voortgang van de Toekomstvisie. Het huidige Beleidsplan loopt eind 2024 af. Dat betekent dat wij in de loop van 2024 weer een nieuw meerjarig beleidsplan voor de komende vier jaar aan de raden ter consultatie zullen voorleggen.
Welke rol/bevoegdheden hebben de raden bij VNOG? Zie bijgevoegd een overzicht van de formele rol/bevoegdheden van de raden dat ingaat per inwerkingtreding van de nieuwe gemeenschappelijke regeling VNOG 2024, voorzien medio/eind mei 2024. Waarom hield VNOG geld over in de afgelopen jaren? VNOG heeft een begroting van ca 70 miljoen. De afgelopen jaren hielden we hier geld op over. − In 2020 speelde COVID-19. Voor ons betekende dit o.a. een grote inzet voor de bestrijding van de crisis. We moesten diverse (reguliere) activiteiten noodgedwongen uitstellen of konden deze niet uitvoeren (bijv. oefeningen). Niet alle beschikbare middelen konden we daardoor besteden. Dit leidde tot een overschot over 2020 van € 4,9 mln. Pagina 1 van 5
− −
In 2021 speelde COVID-19 nog steeds. Daarnaast leidde de wereldwijde grondstoffencrisis tot vertragingen in onze aanschaf van nieuw materieel en materiaal. Dit leidde tot een overschot over 2021 van € 5,3 mln. In 2022 speelde COVID-19 nog steeds in de eerste maanden van het jaar. Vanaf april ging de samenleving weer open en konden we activiteiten geleidelijk weer ‘normaal’ oppakken. Toen was echter de Oekraïne crisis al in volle gang en speelde de vluchtelingencrisis, waar wij druk mee waren. De oorlog in Oekraïne versterkte de wereldwijde onstabiele situatie en verdere vertragingen traden op door schaarste; de situatie in Oekraïne leidde ook tot vertraging van een aantal projecten. Uiteindelijk was er een overschot over 2022 van € 2,5 mln.
Relatief bezien zijn de overschotten overigens beperkt. Het gaat om circa 3% van de begroting; 97% van de begroting wordt dus wèl volgens plan uitgegeven. Een resultaat van enige miljoenen op een totale begroting van ca € 70 miljoen is op zich niet vreemd. Overigens is een aantal lessen uit de jaarrekeningen van afgelopen jaren reeds verwerkt oplopend tot een besparing van € 1,9 mln. structureel (zie ook verderop). Wat is het inhoudelijke effect hiervan geweest? Ondanks de beperkingen door COVID-19 hebben we veel werkzaamheden ook wèl uitgevoerd. Zo stonden we altijd paraat bij incidenten en hebben we (binnen de beperkingen) gewerkt aan de meerjarige beleidsopdrachten; daarvan is inmiddels het meeste op schema of afgerond. De door COVID19 ontstane vertragingen, uitstel en afstel deden zich vooral voor bij activiteiten voor de brandweervrijwilligers, de exploitatie en voor de materieelleveringen. De planning voor de leveringen is bijgesteld. Voertuigen zijn aanzienlijk duurder geworden. In de jaarrekeningen is steeds de stand geschetst. Op dit moment zijn vrijwel alle vertragingen ingelopen. Wat is er afgelopen jaren met de positieve jaarresultaten gedaan? − In 2020 is het grootste deel van het jaarresultaat teruggevloeid naar de gemeenten (€ 4,4 mln.) de rest is gestort in een reserve bij VNOG.
− In 2021 is het grootste deel van het jaarresultaat gestort in reserves bij VNOG, vooral om de stijging van de gemeentelijke bijdrage vanwege de kapitaallasten met een jaar uit te stellen (zie ook toelichting verderop). De rest is teruggevloeid naar de gemeenten (€ 598.000). − In 2022 is het volledige resultaat binnen VNOG gehouden. Daarmee is de stijging van de lonen (9% in 2023) incidenteel gedekt. De stijging was in het landelijke arbeidsvoorwaardenakkoord afgesproken. De stijging was vanwege de inflatie hoger dan gebruikelijk. Hierdoor is voorkomen dat de gemeenten achteraf moesten bijbetalen. Wat is de verwachting voor 2023? De prognose voor 2023 staat in de voorlopige jaarstukken 2023, die u nu separaat ter kennisname heeft ontvangen, zoals de wet voorschrijft. Zie een uitgebreide toelichting in de jaarstukken. Dit zijn nog steeds voorlopige jaarstukken, omdat de input van de accountant komende weken nog verwerkt moet worden. De definitieve jaarstukken 2023, inclusief het definitieve jaarresultaat 2023 ligt voor in het algemeen bestuur van VNOG in juni a.s. Daarna ontvangt u de definitieve jaarstukken ook nog ter kennisname. Wat gaat er straks gebeuren met het daadwerkelijke jaarresultaat 2023? Het algemeen bestuur van VNOG gaat in juni besluiten wat er met het definitieve resultaat 2023 gaat gebeuren.
Er kan voor worden gekozen om het terug te laten vloeien naar de gemeenten, maar ook andere bestemmingen zijn mogelijk. Het AB besluit uiteindelijk. Wat doet VNOG in de begroting 2024 gelet op de jaarresultaten afgelopen jaren? Ondanks dat de jaarresultaten afgelopen jaren goede verklaringen hadden, lijkt het erop dat er structurele ruimte in de begroting van VNOG te vinden is. De gemeenten hebben aan ons verzocht om te zoeken naar mogelijkheden om te besparen. We hebben in de begroting 2024 diverse mogelijkheden hiervoor binnen onze bestaande middelen gevonden, voornamelijk op ondersteunende Pagina 2 van 5
budgetten (zoals ‘RI&E-advies, ‘Post Onvoorzien’ en ‘Centraal opleidingsbudget kantoormedewerkers’). Totaal besparen we structureel per 2024 voor bijna € 600.000. Verder heeft VNOG een egalisatiereserve ‘afschrijvingen’ voor dekking van stijgende kapitaallasten. Deze zetten we komende jaren in voor incidentele dekking van de stijging van kapitaallasten, zodat de gemeentelijke bijdrage in deze jaren nog niet hoeft te stijgen voor de toegenomen kapitaallasten . Vanaf 2027 gaat de gemeentelijke bijdrage vanwege dit onderwerp wel omhoog (zie ook toelichting verderop). Wat doet VNOG in de begroting 2025 gelet op de jaarresultaten van afgelopen jaren? Het VNOG bestuur heeft, gelet op de prognose voor 2023, in september 2023 besloten om bovenop de besparingen per 2024 nog meer besparingsmogelijkheden per 2025 te onderzoeken. Een deel van het verwachte overschot 2023 komt doordat we behoedzaam begroten, mede als gevolg van geleerde lessen uit het verleden. In het licht van de huidige omstandigheden (“ravijnjaar 2026” van de gemeentefinanciën) hebben we deze werkwijze tegen het licht gehouden. Het AB heeft in december 2023 op dit onderwerp aanvullende besparingsmogelijkheden gekozen. Voor 2025 besparen we aanvullend structureel circa € 800.000. Dit is mogelijk door enerzijds in de ramingsgrondslagen zoals gezegd een stuk voorzichtigheid te laten varen.
Dit is verantwoord, doordat VNOG de risico's scherp in beeld houdt (prijs- en marktontwikkelingen e.d.) én de laatste jaren een solide vermogenspositie heeft opgebouwd. Risico's & Reserves bewegen zich binnen de beleidskaders die door het AB hieromtrent zijn bepaald. Indien zich echter de komende jaren nieuwe majeure risico's aandienen, moet dan naar bevind van zaken worden gehandeld. Anderzijds zijn in de bedrijfsvoering maatregelen genomen, die bijdragen aan een efficiente en effectieve uitvoering. De concept begroting 2025 heeft u nu separaat ontvangen en ligt ter zienswijze bij u voor. Bij wet heeft u nu 12 weken de tijd om indien u dat wenst een zienswijze op de begroting te geven. Wat doet VNOG in de begroting 2026 aan besparing? Op grond van de VNOG Toekomstvisie uit 2020 moet VNOG in 2026 structureel € 514.000 besparen. Deze besparing is vanaf 2021 al structureel stapsgewijs in de meerjaren begroting van VNOG verwerkt. Daarmee komt de totale structurele besparing vanaf 2026 op € 600.000 + € 800.000 + € 514.000 = € 1.914.000. Nu nog meer bezuinigen op de gemeentelijke bijdrage is daarom onverstandig. Waarom gaat de gemeentelijke bijdrage aan VNOG toch (bijna) elk jaar omhoog? − Ten eerste stijgen lonen en prijzen. Ter dekking van deze stijging wordt op begrotingen daarom een loon- en prijsindex toegepast.
In 2020 heeft het VNOG bestuur besloten om dit ook bij VNOG te doen om zo VNOG financieel gezond te houden. Hiervoor past VNOG loon- en prijsindexen toe die genoemd worden in de gemeentefondscirculaires. Door de loon- en prijsindex stijgt de gemeentelijke bijdrage. Gemeenten worden hiervoor gecompenseerd, omdat zij ook een index krijgen op de bijdrage die zij ontvangen via het Gemeentefonds. − Ten tweede zijn er soms kostenstijgingen die van buitenaf komen, die niet te vermijden zijn en niet meer binnen bestaand geld kunnen worden opgevangen (‘van buiten komend onheil’). Dit zijn autonome ontwikkelingen, die aan het VNOG-bestuur worden voorgelegd en waarbij de dekking van de gestegen kosten een stijging van de gemeentelijke bijdrage kan zijn. Voorbeelden hiervan zijn wettelijke verplichtingen rondom verduurzaming, voldoen aan de Arbo-wetgeving, verplichte versterking informatiebeveiliging/privacy (AVG), etc. − Ten derde willen de gemeenten of het VNOG bestuur geregeld dat VNOG nieuwe taken oppakt of ontwikkelt, omdat bijvoorbeeld de samenleving verandert en daar om vraagt. Als dat niet meer binnen bestaand geld is op te vangen (bijv. via ‘nieuw voor oud’), is sprake van nieuw beleid. Ook hierdoor kan de gemeentelijke bijdrage toenemen, als het VNOG bestuur daartoe besluit.
Voorbeelden hiervan zijn het gewenste accent op vergroting zelfredzaamheid via nieuwe typen campagnes, etc. Pagina 3 van 5
De besparingen en de genoemde beschikking over de egalisatiereserve ‘afschrijvingen’ (voor de stijging van de kapitaallasten) die in 2024, 2025 en 2026 worden toegepast, matigen de stijging van de gemeentelijke bijdrage. Per saldo gaat de gemeentelijke bijdrage echter dus wel omhoog. Waarom gaat de gemeentelijke bijdrage per 2027 (extra) omhoog en is dit niet te voorkomen? De gemeentelijke bijdrage gaat per 2027 (extra) omhoog vanwege de gestegen kapitaallasten van de voertuigen; dit is een autonome ontwikkeling. VNOG kondigt dit al enige jaren aan. De stijging hebben we kunnen uitstellen, door o.a. het storten van (een deel van) het jaarresultaat in de egalisatiereserve en door een gewijzigde planning van investeringen in enkele soorten (specialistische) voertuigen. Op termijn is het echter onvermijdelijk. We voeren diverse acties uit / hebben diverse acties uitgevoerd, om deze stijging zoveel mogelijk te beperken. In 2020 is in de Toekomstvisie voor het wagenpark gekozen voor het basis/minimale niveau (het minimaal verantwoord aantal voertuigen). De komende jaren stoten we daarom een groot aantal voertuigen af en die vervangen we niet meer (minus 50 voertuigen). Verder wordt er, zo lang als technisch verantwoord en veilig is, doorgereden met oude brandweerauto’s.
De uitlevering van nieuwe voertuigen is daarom uitgesmeerd over een aantal jaren, waarbij de oudste voertuigen het eerste vervangen worden. Omdat de investeringen (met name aanschaf voertuigen) sinds 2018 waren stilgelegd tot de vaststelling van de Toekomstvisie (in 2020) en pas konden worden opgestart na afronding van de aanbesteding die was vertraagd door COVID-19 (2022), is het wagenpark voor een deel inmiddels financieel en technisch afgeschreven (diverse voertuigen zijn tegen de tijd van geplande vervanging (meer) dan 20 jaar oud). De oudere voertuigen passen steeds minder in de nieuwe moderne standaarden voor brandweeroptreden en duurzaamheid en het betrouwbaar houden van deze operationele voertuigen kost steeds meer moeite. Nog verder uitspreiden van bepaalde investeringen over een nog langere periode is daarom niet meer mogelijk. Waar nog uitgesteld kan worden, is/wordt dit gedaan. Ondanks dat er 50 voertuigen minder zijn, gaan de kapitaallasten toch omhoog. Dit komt door de gestegen prijzen in de markt, o.a. vanwege grondstoffen en inflatie. Als voorbeeld: daar waar in 2019 € 250.000 à € 300.000 een reëel bedrag was voor het basisvoertuig van de brandweer (een tankautospuit), kost die nu vanaf € 500.000. De stijging gaat volgens de huidige berekening een jaar later in (per 2027 i.p.v.
per 2026) en er is structureel uiteindelijk € 500.000 minder nodig dan eerder aangekondigd. De stijging loopt op van € 3 miljoen in 2027 + € 1,5 miljoen in 2028 naar structureel € 4,5 miljoen. Dit in plaats van de € 5 miljoen, waar vorig jaar van werd uitgegaan. Binnen de huidige standaarden voor brandweervoertuigen is gekozen voor “sober en doelmatig”. Dat neemt niet weg dat de nieuwe voertuigen zijn aangepast aan de tegenwoordige inzichten en werkwijzen. Zo zijn de nieuwe voertuigen bijvoorbeeld voorzien van steeds sterkere informatietechnologie, om te zorgen dat de brandweer onder andere over de juiste (kaart) informatie beschikt op de plaats van het incident, beschikken ze over de schoonste motoren en zijn grotendeels recyclebaar.
Pagina 4 van 5
Schematisch overzicht bevoegdheden/rol raden bij Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG) m.i.v. nieuwe GR VNOG 2024, voorzien per medio/eind mei 2024 versie overzicht: 14 februari 2024 Document/onderwerp
Bevoegdheid/rol/uitvoering
Documenten uit de P&C-cyclus (jaarlijks terugkerend) • Voorlopige jaarstukken • Ontwerp (concept) begroting • Definitieve jaarstukken
April
Grondslag Juni
September
November
Kennis nemen voor 30 april Zienswijze geven, 12 weken
Wet Gr, art. 34b Wet Gr, art. 35 Wet Gr, art. 34
Kennis nemen (voor 15 jul moet jaarrekening naar Provincie)
•
Kennis nemen
Definitieve begroting
Wet Gr, art. 47
(voor 15 sep moet begroting naar Provincie)
•
Zienswijze geven, 8 weken
Kadernota
Overige onderwerpen/documenten • Begrotingswijzigingen
GR VNOG, art. 10
Zienswijze geven, 12 weken
GR VNOG, art. 10
Zienswijze geven, 8 weken
GR VNOG, art. 10
•
Een wijziging van de omvang van de algemene reserve (= weerstandsvermogen) Deelname aan een andere rechtspersoon
Wensen en bedenkingen kenbaar maken op een voornemen tot deelname
•
Wijziging van de gemeenschappelijke regeling
•
Ontwerp regionaal beleidsplan
- Zienswijze geven op het ontwerp van de wijziging, 8 weken - Toestemming geven aan het college, 13 weken - Input geven aan de eigen burgemeester - Wensen kenbaar maken aan het regionaal bestuur Input geven aan het regionaal bestuur
Wet Gr, art. 31a en GR VNOG, art. 5 - Wet Gr, art. 1 - Wet Awb, 10.2.1. - Wet Vr, art. 14 - Wet Vr, art. 15 Wet Vr, art. 15
Aan algemeen bestuur, aan dagelijks bestuur, aan voorzitter VNOG en aan de eigen burgemeester Aan de eigen burgemeester
GR VNOG, art. 18 GR VNOG, art. 18
Waarbij de gemeentelijke bijdrage wijzigt (die niet-budgettair neutraal zijn)
•
Eénmaal per vier jaar
•
(Ontwerp) Risicoprofiel VNOG Eénmaal per vier jaar
Overige algemene bevoegdheden • Inlichtingen vragen • Verantwoording vragen Bevoegdheden in het verlengde hiervan • Vragen stellen over VNOG • Verzoeken om een toelichting in de raad • Per brief opmerkingen maken, vragen stellen, suggesties doen • Verzoeken om namens de raad iets in te brengen bij het VNOG bestuur
Aan het college Aan VNOG Aan VNOG Aan de burgemeester (een burgemeester in zijn rol van AB-lid zit zonder last of ruggenspraak in het AB)
Pagina 5 van 5
voorlopige
Jaarstukken 2023
28 maart 2024
Inhoudsopgave Voorwoord 1. Inleiding 2. Het resultaat 2023
3 4 7
I. Jaarverslag 3. Programmaverantwoording Programma 1. Risico- en Crisisbeheersing Programma 2. Brandweerzorg Programma 3. GHOR Programma 4. Meldkamer Oost Nederland Programma 5. Directie, Control en Staf Programma 6. Bedrijfsvoering Programma 7. Algemene Dekkingsmiddelen Programma 8. Brandweerkazernes in eigendom, etc.
10
4. Paragrafen 4.1. Weerstandsvermogen en risicomanagement 4.2. Onderhoud kapitaalgoederen 4.3. Financiering 4.4. Crisesparagraaf 4.5. Voortgang besteding extra BDuR-middelen 4.6. Bedrijfsvoering 4.7. Verbonden partijen 4.8. Openbaarheidsparagraaf 4.9. Toekomstparagraaf
34
II. Jaarrekening 5. Balans per 31 december 2023 6. Overzicht van baten en lasten 6.1. Verklaring resultaat 2023 op hoofdlijnen 6.2. Specificatie per programma 7. Waarderingsgrondslagen 8. Toelichting op de balans 9. Incidentele baten en lasten 10. Single Information Single Audit (SISA) 2023 11. Wet Normering Topinkomens (WNT) 12. Rechtmatigheidsverantwoording 13. Overzicht taakvelden en beleidsindicatoren 14. Overzicht af te sluiten en over te hevelen kredieten
67 69
Bijlagen – niet behorende tot de gecontroleerde jaarrekening Bijlage 1. Kerngegevens Bijlage 2. Stand Toekomstvisie-Opdrachten Bijlage 3. Prestatiekaart 2023
111
Pagina 2 van 117
88 91 101 103 104 106 107 108
Voorwoord Voor u liggen de Jaarstukken 2023 van Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG). Het is onrustig in de wereld. Dat merkt VNOG in haar taakuitvoering, net zo goed als de gemeenten in onze regio dat merken. Dit was voornamelijk te merken in de voortdurende taak voor VNOG om de opvang van Oekraïense vluchtelingen te coördineren en gemeenten te ondersteunen in de opvang van overige vluchtelingen. Maar het is ook terug te zien in moeilijkheden om materialen die nodig zijn in ons werk op tijd te krijgen en voor de juiste prijs. Dit lijkt intussen onderdeel van het reguliere werk, in ieder geval tekent het waar onze veiligheidsregio voor staat. In geval van een ramp of een crisis staan de mensen van VNOG klaar om adequaat te helpen en schade te beperken. Veel reguliere taken zijn volgens planning uitgevoerd en er zijn goede resultaten bereikt met de activiteiten op de Opgaven van VNOG, zoals die in de begroting 2023 waren beschreven. In deze jaarstukken wordt daar uitgebreid over gerapporteerd. De nieuwe meldkamer voor de vijf veiligheidsregio’s in Oost Nederland is van start gegaan en al het brandweerpersoneel voor de meldkamer is in dienst getreden van VNOG. Vanuit de programma’s Zelfredzaam en Risicobewust en Sterke Informatievoorziening zijn op het gebied van informatiepositie weer stappen gezet.
Innovatieve projecten zijn uitgevoerd waarbij intensief wordt samengewerkt met partners uit de publieke- en private sector. De eerste tankautospuit van de nieuwe serie is opgeleverd en er zijn stappen gezet op het gebied van duurzaamheid. Op het gebied van huisvesting is 2023 het eerste jaar binnen de nieuwe, uniforme, afspraken met alle gemeenten dat het onderhoud en beheer van de brandweerkazernes door VNOG is uitgevoerd. 2023 is ook het eerste jaar waarbij het dagelijks bestuur van VNOG (net als andere gemeenschappelijke regelingen) een rechtmatigheidsverklaring afgeeft. Daarmee neemt het bestuur een taak over van de accountant. Het bestuur geeft verantwoording over die verklaring in deze jaarrekening. VNOG heeft op een gedegen wijze de hiervoor nodige controles opgezet en toont daarmee goed zicht te hebben op de financiën en op de beleidsuitvoering. Dat is een prettige uitgangspositie voor de komende jaren waarin het financiële perspectief voor gemeenten -en aan hen verbonden partijen zoals VNOG- minder positief wordt. VNOG heeft daarvoor intussen structureel de gemeentelijke bijdrage kunnen terugbrengen. Tegelijkertijd vraagt dit van ons een immer nauwere samenwerking. Namens het dagelijks bestuur VNOG, J. Joon portefeuillehouder Middelen
Medewerkers van VNOG staan dag en nacht klaar om te kunnen optreden bij noodsituaties. Bij heftige incidenten, ongevallen, branden en protestacties. Daarbij laten de collega’s van de brandweer, de crisisorganisatie en GHOR zich van hun professionele kant zien. Ook leveren we een stevige bijdrage aan langdurige crises. Daarbij vervullen we steeds vaker een centrale en verbindende rol. In het online magazine Voorop in Veiligheid lees je hoe we samen werken aan veiligheid! Scan de QR code om het magazine te lezen.
Pagina 3 van 117
1. Inleiding Ook in 2023 heeft VNOG haar Opgaven uitgevoerd, als antwoord op de vragen die de samenleving aan haar stelt. De Opgaven vormden de basis van de begroting 2023 en alle doelstellingen en activiteiten van VNOG zijn aan de Opgaven gerelateerd. Deze Opgaven zijn: − Opgave 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises (maatschappelijke opdracht) − Opgave 1. Zelfredzaam en risicobewust − Opgave 2. Vakbekwaam en deskundig − Opgave 3. Sterke informatiepositie − Opgave 4. Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers (randvoorwaarde) VNOG heeft onder andere het volgende gedaan en bereikt op haar Opgaven in 2023: −
−
−
−
−
Opgave 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crisis Brandweer, GHOR en Crisisbeheersing zijn altijd in actie gekomen als er een beroep op ons werd gedaan. Crisisbeheersing heeft de ondersteuning bij de Oekraïne-/vluchtelingencrisis voortgezet. Het regionaal crisisplan is geactualiseerd. De samenwerking met Duitsland is verder uitgebouwd. De bouw van de nieuwe brandweervoertuigen is gestart. Opgave 1. Zelfredzaam & risicobewust VNOG heeft (innovatieve) risicocommunicatie ingezet om via gedragsverandering van inwoners, de zelfredzaamheid en het zelforganiserend vermogen te versterken. Diverse campagnes zijn met succes uitgevoerd. Opgave 2. Vakbekwaam & deskundig Team Crisisbeheersing werkt aan de doorontwikkeling van vakbekwaamheid in het multi domein. Het verkennende onderzoek hiervoor is afgerond. De brandweermedewerkers van vrijwel alle posten zijn opgeleid in het werken met de nieuwe bepakkingsonderdelen. De medewerkers van een aantal posten zijn geïnstrueerd om te werken met de flexibel bezette tankautospuit. Opgave 3. Sterke informatiepositie Er is gewerkt aan de verdere opbouw van het VICC (Veiligheidsinformatie- en coördinatiecentrum) en aan R!SQ (informatieplatform voor risicogericht informeren, adviseren en oefenen). Er is met de GHOR buurregio’s gestart met de oprichting van een witte informatiebron.
Er is verder veel geïnvesteerd in informatieveiligheid en privacy. Opgave 4. Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers Een evaluatieonderzoek naar het in 2022 afgeronde organisch verandertraject is uitgevoerd. Het nieuwe landelijke arbeidsvoorwaardenakkoord is doorgerekend en verwerkt. Het kantoor aan de Europaweg te Apeldoorn is voor het overgrote deel verlaten en de ondersteunende afdelingen die hier werkten, werken nu tijdelijk vanuit resterende bestaande kantoorlocaties.
Er is verder ook weer gewerkt aan de Opdrachten uit de Toekomstvisie van VNOG. Er zijn diverse Opdrachten in 2023 afgerond en eerdere vertragingen zijn weer verder ingelopen, hoewel nog niet alle vertragingen zijn weggewerkt. De basis dienstverlening komt voor de korte en middellange termijn door de vertragingen niet in gevaar. De resterende Opdrachten zijn in uitvoering en kunnen, naar het zich nu laat aanzien, aan het einde van het traject (2026) conform planning worden afgerond. Daarnaast zijn ook interregionale, landelijke en internationale banden weer verder aangehaald, bijvoorbeeld met de vijf veiligheidsregio’s in het Oosten van het land (Oost-5), met het NIPV (Nederlands Instituut Publieke Veiligheid) en onze Duitse buren. Dit past bij een veiligheidsregio waar innovatie hoog in het vaandel staat. Daarbij kiest VNOG voor die posities, die voor ons gebied en onze
Pagina 4 van 117
organisatie belangrijk zijn, bijvoorbeeld op het gebied van natuurbrand, risicobewust maken van de samenleving (gedragswetenschap), vrijwilligheid & arbeidsvoorwaarden en informatievoorziening. Het jaar 2023: drie nieuwe uitdagingen In het jaar 2023 heeft VNOG drie nieuwe zaken in uitvoering genomen: a. Per 1 januari ging de Regeling Demarcatie in. b. Per 1 april werd VNOG werkgever van de brandweercentralisten in het nieuwe construct van de MKON-MKBM (meldkamer). c. De versterking van de crisisbeheersing/informatiepositie werd verder mogelijk gemaakt door de verhoging van de BDuR. Ad a. De Regeling Demarcatie beschrijft de taakverdeling tussen de gemeenten en VNOG in de kazernes, die in bezit van de gemeenten zijn. De regeling is sinds 1 januari 2023 van kracht; er is intensief contact met de gemeentelijke gebouwbeheerders en financieel adviseurs om een goede uitvoering te bewerkstelligen. In de eerste vier jaar, te beginnen in 2023, worden de werkelijke facilitaire kosten per kazerne 1:1 met de betreffende gemeenten verrekend; deze afrekening is eind februari 2024 aan de gemeenten verstuurd. Ad b. De vijf veiligheidsregio’s in Gelderland en Overijssel zijn sinds april 2023 gezamenlijk verantwoordelijk voor de “Meldkamer Brandweer en Multi (MKBM)”, als onderdeel van de nieuwe Meldkamer Oost-Nederland (MKON).
Het personeel van de MKON-MKBM is in dienst gekomen van VNOG en hiertoe is ook een nieuw programma opgenomen in de VNOG-begroting. De kosten van de MKONMKBM worden door de vijf regio’s gezamenlijk gedragen, volgens de afgesproken kostenverdeelsleutel. Ad c. Het Rijk heeft per 2023 de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) voor alle 25 veiligheidsregio’s structureel opgehoogd. De regio’s moeten van het Rijk hun crisisbeheersing, informatiepositie en flexibiliteit versterken. De BDuR wordt door het Rijk in vier tranches structureel opgehoogd. Het AB heeft een meerjarig bestedingsplan vastgesteld. Voor zover er in dit (start)jaar minder werd uitgegeven op de verhoogde budgetten, is dit toegevoegd aan de daartoe ingestelde voorziening (noodfonds crisisbeheersing), zulks in lijn met de voorwaarden van het Rijk en het besluit van het AB. Er zit wel een voorbehoud op het plan: het Rijk heeft besloten om steeds pas in juni voorafgaand aan het nieuwe jaar definitieve duidelijkheid te geven over de tranche van het komende jaar. Deze drie nieuwe zaken hebben in de verdere uitwerking en goede afhechting de nodige tijd en capaciteit gevergd, zodat soms ook bepaalde andere voornemens werden verdrongen. Uitkomsten 2023 VNOG heeft haar reguliere werk uitgevoerd, voortgang behaald op vele dossiers en de genoemde drie nieuwe zaken in uitvoering genomen.
Nog niet alle voornemens uit de begroting 2023 konden echter worden uitgevoerd en niet al het budget is besteed. Hierdoor is een positief jaarresultaat ontstaan. VNOG had voor € 2,83 miljoen lagere lasten dan begroot. Dat is in lijn met de prognose uit de Halfjaarrapportage 2023. Verwezen wordt naar Hoofdstuk 2, waar het resultaat in de hoofdkostensoorten (personeel, vrijwilligers, exploitatie, kapitaallasten) wordt ontleed en geduid. Inmiddels heeft het algemeen bestuur van VNOG, in reactie op het voorspelde en nu ontstane rekeningresultaat, besloten om de gemeentelijke bijdrage te dempen, d.w.z. te verlagen ten opzichte van de eerder vastgestelde meerjarenbegroting. In de Kadernota 2025-2028 gaat dat om € 0,8 miljoen
Pagina 5 van 117
structureel, aanvullend op de al begrote besparing met ingang van 2024 van € 0,6 miljoen structureel. Overwogen is dat het verantwoord is om een deel van onze betrachte (financiële) voorzichtigheid te laten varen. Hierbij is meegewogen dat de deelnemende gemeenten voor grote (financiële) uitdagingen staan (“het ravijnjaar 2026”). Bij de verdere overwegingen rondom de begroting spelen de (wereldwijde) ontwikkelingen een grote rol. De hele wereld heeft te maken met een onstabiele situatie. Er is een groeiende onzekerheid op allerlei vlakken, zoals grondstofprijzen, energiekosten, klimaatverandering, kosten vanwege de energietransitie, cybercriminaliteit, (geopolitieke) instabiliteit, rente & inflatiestijging, vergrijzing, etc. Er treden daarnaast vertragingen op door schaarste. Deze schaarste strekt zich ook uit naar de arbeidsmarkt, waar de krapte het lastig maakt om vacatures in te vullen. Dit alles heeft in potentie grote effecten voor VNOG; voor haar voorbereiding van crisisbeheersing (nieuwe crises), de uitvoering van haar bestrijdende taken, maar ook op de realisatie van de begroting. Voor de VNOG als crisisorganisatie is dit een zeer relevante context, die zich echter niet onmiddellijk laat vertalen in financiële termen, zoals in de precieze omvang van de gemeentelijke bijdrage en de grootte van onze reserves en voorzieningen, waaronder het noodfonds crisisbeheersing.
Voor de bestemming van het resultaat van de jaarrekening volgt een afzonderlijk voorstel aan het Algemeen Bestuur. Leeswijzer Hoofdstuk 2 bevat een samenvattend overzicht van het resultaat 2023. De nadere onderbouwing van het resultaat, alsook de bereikte doelstellingen ten opzichte van de begroting 2023 vindt u terug in hoofdstuk 3. Daar wordt per programma ingegaan op de bereikte doelstellingen en met welk resultaat het programma is afgesloten. Daarna volgen de verplichte paragrafen in hoofdstuk 4. Het tweede deel van de jaarstukken bevat de jaarrekening 2023. Dit deel is vooral financieel van aard. Eerst volgt de balans. In hoofdstuk 6 staat een totaaloverzicht met daarin het resultaat, gesplitst in ‘resultaat voor inzet reserves’ en ‘resultaat na inzet reserves’, zoals de wetgeving voorschrijft. Ook is hier een detailtoelichting op de resultaten per programma opgenomen. Tot slot volgen de waarderingsgrondslagen, een onderbouwing van de balans, diverse verantwoordingen en enkele bijlagen.
Pagina 6 van 117
2. Het resultaat 2023 Het financieel technisch resultaat bedraagt + € 2.832.000 Dit is 3,4% van de begrote lasten ad € 83,8 miljoen. In de programmaverantwoording vanaf hoofdstuk 3 worden de resultaten van de diverse programma’s (na mutaties in de reserves) beschreven. Een voorstel tot bestemming van het resultaat wordt, zoals gebruikelijk in een afzonderlijk voorstel, voorgelegd aan het algemeen bestuur. Het resultaat wordt nader toegelicht bij de betreffende programma’s (in hoofdstuk 3 op hoofdlijnen inhoudelijk; hoofdstuk 6 bevat een verschillenanalyse). In navolgende tabel staan de jaarresultaten over 2020, 2021, 2022 en 2023 met een verklaring op hoofdlijnen: Verklaring resultaat op hoofdlijnen
2020
2021
2022
2023
Verschil
Verschil
Verschil
Verschil
Personeel
998.000
627.000
313.000
1.105.000
Vrijwilligers
1.950.000
1.303.000
402.000
338.000
Exploitatie (excl. COVID-19 uitgaven)
2.430.000
3.158.000
1.539.000
980.000
COVID-19 uitgaven (voor rekening VNOG)
-617.000
-32.000
0
0
0
0
0
0
Kapitaallasten Renteresultaat Totaal
168.000
200.000
256.000
409.000
4.929.000
5.256.000
2.510.000
2.832.000
Op de personeelskosten is in 2023 € 1.105.000 minder uitgegeven op een budget van circa € 34,0 miljoen. Zoals gebruikelijk wordt een deel van de vacatureruimte ingezet voor vervangende inhuur. Het restant is iets hoger dan bij de Halfjaarrapportage 2023 ingeschat en ook hoger dan de afgelopen jaren. Dit is onder andere terug te voeren op de huidige krappe arbeidsmarkt; we zien dat een aantal vacatures langer blijft openstaan. In het kader van voorzichtigheid en wendbaarheid wordt de noodzaak voor directe invulling van vacatures door het MT van VNOG beoordeeld waardoor een aantal vacatures open blijft. Tot slot heeft de in 2023 uitgevoerde (periodieke) herijking van het functiegebouw vertragend gewerkt op het vrijgeven van een aantal vacatures. De VNOG werkt aan een strategisch personeelsbeleid en zet in op een geleidelijke en organische doorontwikkeling van de organisatie, voortbouwend op het inmiddels succesvol afgesloten traject “De Expeditie”. Globaal beschouwd onderstreept bovenstaand restant op de personeelsbudgetten zowel de noodzakelijkheid als de kansen en mogelijkheden van deze plannen. Op het vrijwilligersbudget van circa € 9,1 miljoen zijn minder uren gedeclareerd dan geraamd, ten bedrage van € 486.000. Hiervan heeft € 148.000 betrekking op de uren voor de uitruk (minder uitrukuren).
Dit bedrag wordt conform beleid toegevoegd aan de egalisatiereserve die het AB hiervoor heeft ingesteld. Daarmee komt het resultaat per saldo uit op € 338.000. De vakbekwaamheidsprogramma’s worden steeds meer conform planning uitgevoerd, zodat het vrijwilligersbudget voor ruim 96% wordt besteed. Ook de exploitatiebudgetten ‘vakbekwaamheid’ worden geheel benut. Dit toont aan dat de inhaalslag op vakbekwaamheid globaal beschouwd is uitgevoerd. Het al enkele jaren dalende restant op de exploitatiebudgetten geeft aan dat het steeds beter lukt om de voorgenomen activiteiten en projecten te realiseren. Zo worden de activiteiten voor materieel & logistiek en vakbekwaamheid steeds planmatiger uitgevoerd; op deze budgetten zijn in tegenstelling tot de afgelopen jaren (toen ondermeer COVID-19 ons parten speelde) geen restanten meer te zien. Op het totale budget van circa € 20,9 miljoen resteert € 980.000.
Pagina 7 van 117
Er is een renteresultaat van € 409.000 o.a. door hogere rentevergoeding van de BNG. Dit resultaat is niet structureel, omdat m.n. de egalisatiereserve materieel/afschrijvingen en de onderhoudsvoorzieningen voor de (overgedragen resp. over te dragen) kazernes zullen verdwijnen. Vergelijking met Halfjaarrapportage 2023; een blik op begroting 2024 en Kadernota 2025-2028 In de Halfjaarrapportage 2023 (opgemaakt in augustus 2023) werd een positief resultaat van € 3.315.000 voorspeld. Het resultaat van deze jaarrekening is € 2.832.000. Het verschil betreft met name de budgetoverheveling van een aantal nog niet bestede budgetten naar uitvoering in het jaar 2024. Het Algemeen Bestuur heeft hiertoe eind 2023 de begroting gewijzigd. Materieel is er dus nauwelijks afwijking van de prognose. Mede naar aanleiding van deze prognose van dit rekeningresultaat wordt de gemeentelijke bijdrage in stappen gedempt met in totaal € 1,9 miljoen structureel1. Nu nog meer bezuinigen op de gemeentelijke bijdrage is daarom onverstandig. Uiteraard is het streven om de begroting geheel te realiseren. Daarom zijn in de Halfjaarrapportage 2023 destijds maatregelen opgenomen om enkele knelpunten in de organisatie op te lossen en daarmee de slagkracht van de VNOG (in de koude situatie) verder te versterken. Aanhoudende inspanningen op het gebied van mens & organisatie zijn hierop gericht.
1 Opbouw 1,9 mln.:
− − −
€ 514.000 vanuit de Toekomstvisie VNOG, per 2021 verwerkt in de begroting, per 2026 volledig gerealiseerd € 600.000 opgenomen in de vastgestelde begroting 2024 € 800.000 opgenomen in de Kadernota 2025-2028
Pagina 8 van 117
I. Jaarverslag
Pagina 9 van 117
3. Programmaverantwoording Dit hoofdstuk bevat een nadere onderbouwing van het resultaat en de bereikte doelstellingen ten opzicht van de programmabegroting 2023. Per programma wordt ingegaan op de bereikte doelstellingen en wordt aangegeven met welk resultaat het programma is afgesloten.
Programma:
1. Risico- en Crisisbeheersing
Programmahouder:
mevr. A.H. Bronsvoort
Welke Opgaven voert Risico- en Crisisbeheersing primair uit? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises 1. Zelfredzaam en risicobewust 2. Vakbekwaam en deskundig 3. Sterke informatiepositie Wat hebben we bereikt? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en (langdurige) crises a. In samenwerking met partners is gewerkt aan het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en (langdurige) crises door informatiegestuurd en risicogericht te werken. Bij incidenten, rampen en (langdurige) crises heeft VNOG flexibel en slagvaardig opgetreden. b. De afdeling heeft, naar aanleiding van landelijke afspraken, samen met andere afdelingen gewerkt aan de versterking van crisisbeheersing, versterking van informatievoorziening en versterking samenwerking tussen regio en Rijk. Deze versterkingsopgaven zijn bekostigd uit een ophoging van de rijksbijdrage BDUR, zie de separate paragraaf hierover (4.5.). 1. Zelfredzaam en risicobewust a. Het risicobewustzijn van de inwoners, bedrijven/instellingen en crisispartners in de regio is vergroot, door gerichte campagnes ter bevordering van zelfredzaamheid. b. De ontvangers van onze risicogerichte adviezen zijn zich bewust van de risico's die zich voordoen in hun leefomgeving. Op basis van deze inzichten zijn zij beter in staat om gerichte beheersmaatregelen te treffen. 2.
Vakbekwaam en deskundig a. VNOG is als netwerkpartner beter toegerust om integrale veiligheidsadvisering te verlenen aan de gemeenten en andere partners, zodat zij vroegtijdig ondersteund worden bij ontwikkelingen in het fysieke domein. b. Deelnemers aan de multidisciplinaire crisisorganisatie zijn adequaat opgeleid, getraind en geoefend. 3. Sterke informatiepositie a. Risico's en potentiële veiligheidswinst zijn geïdentificeerd en geduid aan de hand van verzamelde, gekoppelde en geanalyseerde gegevens. Dit is de basis voor risicogerichte advisering. b. VNOG acteert zowel in de voorbereiding op als gedurende inzetten op basis van een actueel informatiebeeld en scenario’s. Wat hebben we ervoor gedaan? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises. RCB heeft: − uitvoering gegeven aan het regionaal beleidsplan en risicoprofiel die in 2019/’20 zijn vastgesteld;
Pagina 10 van 117
− − −
− − − −
het regionaal crisisplan 2024 – 2027 herzien en het proces begeleid om te komen tot een nieuw regionaal risicoprofiel dat per 2025 ingaat; de afsprakenlijsten bij de convenanten beheerd en de verbinding met het netwerk aan crisispartners onderhouden; verder gebouwd aan goede samenwerkingsrelaties met onze 22 gemeenten, de omgevingsdiensten, GGD en het samenwerkingsverband van veiligheidsregio’s “Oost-5” en gewerkt aan nieuwe allianties om daarmee een basis te leggen voor integrale veiligheidsadvisering (o.a. gezondheid-, water-, milieu-, evenementen- en brandveiligheid) aan gemeenten; onze gemeenten ondersteund in hun crisistaken op het gebied van bevolkingszorg en crisiscommunicatie; bijgedragen aan de regionale coördinatie van de opvang van ontheemden uit Oekraïne in VNOG; gewerkt aan de verdere samenwerking in Oost Nederland, met het Rijk en Duitsland op het gebied van onder andere onze gezamenlijke informatiepositie en vakbekwaamheid; naar aanleiding van landelijke afspraken gewerkt aan versterking van crisisbeheersing, versterking van informatievoorziening en versterking samenwerking tussen regio en Rijk. Deze versterkingsopgaven worden bekostigd uit een ophoging van de rijksbijdrage BDuR. Zie hiervoor de separate paragraaf hierover (4.5.).
1. Zelfredzaam en risicobewust a. Vergroten van de zelfredzaamheid en het zelf-organiserend vermogen. RCB heeft: - zorggedragen voor een afgebakende rol- en taakverdeling op risico- en crisiscommunicatie; - gewerkt aan het versterken van het proces ‘gedrag en veilige leefomgeving’, passend bij de ambitie van VNOG; - de risico- en doelgroepen voor (publieks)campagnes geanalyseerd op basis van het regionale gedragsmodel en hiervoor campagnes georganiseerd en geëvalueerd; - innovaties in het kader van veilig wonen regionaal uitgerold (Leefsamen, Ik-laad-accuraat); - bij bedrijfsbezoeken het principe toegepast van het risicogericht werken. Op basis van de risico’s kan praktisch worden nagedacht over de aspecten waar de veiligheidsregio zich proactief op voor kan bereiden en welke handelingsperspectieven er geboden kunnen worden. b. Risicogericht adviseren. RCB heeft: − gewerkt aan risicogerichte dienstverlening binnen en in samenwerking met de gemeenten; − een bijdrage geleverd aan het risicobewustzijn van stakeholders in de natuurlijke omgeving door de opzet van de gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing inclusief versnelling; − risicogericht geadviseerd vanuit de overtuiging dat dit bijdraagt aan een veiligere leefomgeving, waarbij regionaal beleid aansluit op de landelijke Uniforme Benadering Veiligheidsrisico’s. 2. Vakbekwaam en deskundig a. Voorbereiding Omgevingswet.
RCB heeft: − uitvoering gegeven aan het opleidingsplan Omgevingswet; − kennis en vaardigheden ‘risicogericht werken’ ontwikkeld aan de hand van de routekaart; − een bijdrage geleverd aan het proces ‘Lerend vermogen’ van VNOG. b. De multidisciplinaire crisisorganisatie is adequaat opgeleid, getraind en geoefend. RCB heeft: − de rol- en taakverdeling op Bevolkingszorg afgebakend; − verder gewerkt aan de doorontwikkeling naar een moderne MOTO-organisatie; − gewerkt aan de verbetering van de kwaliteit vakbekwaamheid crisisfunctionarissen door o.a. introductie van het Veiligheidspaspoort en doorontwikkeling van het evalueren en leren; − gewerkt aan de ontwikkeling van een multidisciplinaire kennisbank ter ondersteuning van de diverse operationele crisisfunctionarissen;
Pagina 11 van 117
−
regionale poules onderhouden voor operationele informatievoorziening (informatiemanagers, beleidsondersteuners, loggers, plotters en andere ontkleurde functionarissen), inclusief de faciliteiten die hiervoor nodig zijn.
3. Sterke informatiepositie a. VNOG acteert op basis van een actueel informatiebeeld. RCB heeft: − gegevens verzameld, gekoppeld, geanalyseerd en gebruikt t.b.v. regionaal risicoprofiel en gewerkt aan (en met) een dynamisch en actueel risicobeeld (Veiligheidsinformatie- en coördinatiecentrum, VICC); − gezorgd dat de risico’s en dreigingen continu gemonitord en dynamisch beschikbaar gesteld worden aan de operationele organisatie (inclusief de netwerkpartners); − het scenariodenken toegepast, in lijn met de ontworpen methodiek, bij (dreigende) crisis/crises; − ervaring opgedaan in het gebruik van een digitwin waarin object- en omgevingsinformatie vanuit verschillende databronnen beschikbaar is in een informatieplatform en gebruikt kan worden voor adviseren, informeren en operationele voorbereiding. b. Informatiegestuurd werken. RCB heeft: − de Risico Analyse Monitor – Kenmerkenschema (RAM) toekomstbestendig herzien, binnen de kaders van de VNOG Routekaart Risicogericht werken, als hulpmiddel bij de advisering en het risicogesprek met burgers, instellingen en bedrijven; − een nieuwe applicatie laten ontwikkelen voor de RAM die voldoet aan de huidige IT standaarden; − een bijdrage geleverd aan het opstellen van de functionele eisen voor het zaaksysteem waarmee de aansluiting op het Digitaal Stelsel Omgevingswet geborgd blijft.
Indicatoren: hoe hebben we dit gemeten? Tweemaal per jaar zijn de prestaties op de Opgaven / een aantal doelstellingen gemeten via indicatoren op de prestatiekaart. De prestatiekaart staat in bijlage 3 van deze jaarstukken. Wat heeft het gekost?
Pagina 12 van 117
Pagina 13 van 117
Programma:
2. Brandweerzorg
Programmahouder:
dhr. M. Boumans
Welke Opgaven voert Brandweerzorg primair uit? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises 2. Vakbekwaam en deskundig 3. Sterke informatiepositie Wat hebben we bereikt? 0. Beperken en bestrijden − Alle 56 posten zijn volgens de paraatheidsregeling paraat. De afdeling BWZ heeft: o incidenten bestreden en hulp geboden, altijd als er een beroep op ons werd gedaan; o voor het project Crossfire (voor internationale samenwerking) in januari 2023 de Euregio people-to-people prijs gewonnen; o voor project ERMWIC (de samenwerking tussen VNOG, Kreis Kleve, Kreis Vierssen en de andere aangrenzende Nederlandse veiligheidsregio’s) een INTERREG VI subsidie ontvangen; o korpsavonden en postcommandantenoverleggen gehouden (boeien en (ver)binden); o de uitgewerkte pijlers in het kader van het leiderschapstraject (postcommandant van de toekomst) vastgesteld; o vanaf 1 september 2023 voor de posten Doetinchem en Zutphen de "Regeling Kazerne dagdiensten" ingevoerd waarvoor ca. 90% van het repressief personeel zich heeft aangemeld; o vanuit de "Regeling Kazerne dagdiensten" het uitvoeringsproduct “de virtuele kazerne” beschikbaar gemaakt, waardoor ook andere collega's met geschikte brandweerdiploma's, maar niet verbonden aan een brandweerpost, ingezet kunnen worden voor de regeling.
− Materieel en materiaal is 24/7 beschikbaar geweest voor uitruk en vakbekwaam worden en blijven, dit conform het dekkings- en spreidingsplan. Er kan doeltreffend en veilig mee worden gewerkt. De afdeling BWZ heeft: o materieel afgevoerd en verplaatst op basis van het Materieel Spreidingsplan (MSP); o een aantal dienstbussen en dienstvoertuigen vervangen; o de eerste uitlevering gedaan van de nieuwe operationele kleding. − De voorbereidingen voor de pilot voor bodycams zijn afgerond en er kan mee gestart worden. 2. Vakbekwaam en deskundig − Het personeel is vakbekwaam en geoefend om operationeel op te treden; − Processen en procedures zijn afgestemd op de aanwezige risico’s in het gebied; − Er is adequate nazorg geleverd aan de repressieve medewerkers. 3. Sterke informatiepositie − Voor het versterken van de informatiepositie zijn datasets verzameld en geanalyseerd en zorgvuldig verwerkt en geïntegreerd in Business Intelligence (BI) dashboards die een cruciale rol spelen bij het inzichtelijk maken van ontwikkelingen en trends met als doel om tijdig te kunnen bijsturen en ingrijpen waar nodig.
Specifieke focus is bereikt op: o de loonsom vrijwilligers met gedetailleerd inzicht in de financiële onderdelen wat effectief budgetteren mogelijk maakt; o de uitvoering van ons vakbekwaamheidsprogramma waardoor knelpunten zichtbaar worden en gericht keuzes gemaakt kunnen worden; o incidentbestrijding en de effectiviteit van onze respons bij incidenten. Dit maakt het mogelijk om proactief de capaciteit te verbeteren.
Pagina 14 van 117
Wat hebben we ervoor gedaan? 0. Beperken en bestrijden − Voor de paraatheid heeft de afdeling BWZ: o de "Regeling Kazerne dagdiensten" geïmplementeerd; o een onderzoek gestart om aansluitend aan deze regeling ook andere collega’s te enthousiasmeren om deel te nemen aan de regeling; o nader onderzoek gedaan naar mogelijke samenvoeging van posten Gendringen en Silvolde; o de samenwerking met omliggende buurregio’s incl. Duitsland gecontinueerd en verder uitgebouwd; − Voor de beschikbaarheid van materieel en materiaal is: o veel energie gestoken in de planning en voortgang na de aanbestedingen voor het project vervanging blusvoertuigen.
Dit moet er toe leiden dat de afname en oplevering aan de posten vloeiend verloopt; o de bouw van nieuwe voertuigen gestart; o gedeeltelijke vervanging van de inventaris van bestaande blusvoertuigen afgehandeld en het in kaart brengen van de effecten voor M&L hiervan en van de vervanging voertuigen; o ondersteuning geleverd bij de implementatie van O-bundels in de vorm van verplaatsing en reiniging van instructie materialen; o operationeel uniform voor 400 personen deels uitgeleverd, alle personen zijn aangemeten waarvan de levering in 2024 gaat plaatvinden; o ondersteund bij de aflevering van voertuigen voor de Oppervlakte Reddings Teams (ORT); o ondersteund bij het mobiliteitsplan voor niet-repressieve voertuigen; o ondersteund bij de uitlevering van nieuwe helmen; o ondersteund bij de implementatie van het pagerproject; o ondersteund bij de opstart van deelproject 3, het bepakken van de nieuwe blusvoertuigen. 2. Vakbekwaam en deskundig − Opgeleid en geoefend personeel.
De afdeling BWZ heeft: o een oefenprogramma uitgevoerd waarbij, in overleg met de posten en vakbekwaamheid, aandacht en ruimte is voor specifieke oefenthema’s per post (maatwerk) op basis van risico’s en maatschappelijke ontwikkelingen; o een vakbekwaamheidsprogramma ontwikkeld voor nieuwe blusvoertuigen waarbij aandacht en ruimte is voor nieuwe materialen, technieken en innovatieve leermiddelen; o gewerkt aan de implementatie van het realistisch oefenprogramma voor de jaren 2024-2027; o de OvD-en bijgeschoold in o.a. basisprincipes brandbestrijding en diverse bijscholingsmomenten georganiseerd voor de overige brandweer piketfunctionarissen; o vakbekwaamheidsmarkten georganiseerd in twee districten (Midden en Veluwe); o oefeningen georganiseerd in het publieke domein. − Processen en procedures. De afdeling BWZ heeft ervoor gezorgd dat: o processen en procedures actueel zijn en aansluiten op het risicoprofiel en op elkaar; o procedures zodanig zijn ingericht dat zij informatie verstrekken tijdens het bestrijden van incidenten en zorgen voor verbinding met externe partners; o het verstrekken van operationele informatie snel en adequaat gebeurt. − Nazorg. De afdeling BWZ heeft: o het eigen personeel ondersteund bij o.a.
traumatische ervaringen die zijn opgedaan tijdens het bestrijden van incidenten; o een nieuwe leerlijn ontwikkeld die beter aansluit bij landelijke ontwikkelingen en onderzoeken; o evaluaties van incidenten uitgevoerd in het kader van leren van incidenten.
Pagina 15 van 117
3. Sterke informatiepositie. De afdeling BWZ heeft: − informatie uit brandonderzoek aangedragen voor risicobewustwording, ter bevordering van het lerend vermogen en voor verdere data-analyse; − Business-Intelligence (BI)-tools gebruikt die aansluiten bij landelijke databases. Er is aanzienlijke vooruitgang geboekt in het verzamelen en analyseren van de verschillende datasets welke zichtbaar zijn gemaakt in dashboards voor leidinggevenden; − geparticipeerd in diverse landelijke- en regionale werkgroepen, onder andere op actuele thema’s, zoals energietransitie. Indicatoren: hoe hebben we dit gemeten? Tweemaal per jaar zijn de prestaties op de Opgaven / een aantal doelstellingen gemeten via indicatoren op de prestatiekaart. De prestatiekaart staat in bijlage 3 van deze jaarstukken. Wat heeft het gekost?
Pagina 16 van 117
Programma:
3. Geneeskundige Hulpverlenings-Organisatie in de Regio (GHOR)
Programmahouder:
dhr. W. Jaeger
Welke Opgaven voert de GHOR primair uit? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises 1. Zelfredzaam en risicobewust 2. Vakbekwaam en deskundig 3. Sterke informatiepositie Wat hebben we bereikt? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises − De GHOR heeft door goede afspraken te maken met ketenpartners, zoveel mogelijk slachtoffers voorkomen en indien er toch slachtoffers waren, zorgde de GHOR dat geneeskundige hulp en psychosociale hulp werd geboden; − De GHOR heeft voorzien in (structurele) advisering van overheden en andere organisaties over onderwerpen aangaande veiligheid en gezondheid; − De GHOR heeft de DPG en de portefeuillehouder GHOR geadviseerd en geannoteerd ten aanzien van hun rol en inbreng in het bestuurlijke overleg. 1. Zelfredzaam en risicobewust − De GHOR heeft in 2023 het regionaal zorgrisicoprofiel opgeleverd en is gestart met de doorontwikkeling. 2. Vakbekwaam en deskundig − De GHOR heeft een kleine groep goed opgeleide en geoefende operationele functionarissen beschikbaar die samenwerken met de netwerkpartners. 3. Sterke informatiepositie − De GHOR is gestart met de opbouw en inrichting van een voorziening waarmee permanente monitoring van het geneeskundig beeld en van de actuele beschikbaarheid van acute zorg mogelijk wordt.
− De GHOR is in Oost 5 verband gestart met het project van de Witte Informatiebron. Deze informatiebron komt op basis van diverse manier(en) tot stand en dient ter ondersteuning van de bestrijding en voorbereiding op incidenten en calamiteiten waarbij de GHOR betrokken is. Wat hebben we ervoor gedaan? 0. Voorkomen, beperken en bestrijden − Voorkomen slachtoffers/bieden van zorg. De GHOR heeft: o voorzien in een flexibele operationele organisatie (24/7); o gewerkt aan een aanstellingsvorm per 1 januari 2024 voor 20 officieren van dienst binnen de VNOG; o samengewerkt met zorgorganisaties en multidisciplinaire partners; o haar netwerkpositie en kennis van de geneeskundige keten- en zorgpartners optimaal benut; o regelmatig deelgenomen aan drie Regionaal Overleggen Acute Zorg (ROAZ) en landelijke overleg vormen van GGD-GHOR-nl;
Pagina 17 van 117
−
Advisering. De GHOR heeft geadviseerd: o bij (grote) evenementen over evenementenzorg en zorgcontinuïteit; o aan de DPG bij wijzigingen in het acute zorgaanbod in het kader van de zorgcontinuïteit; o aan de drie ROAZ-bureau’s bij de ontwikkeling van de ROAZ-beelden en ROAZ-plannen; o over planvorming bij zorgaanbieders.