CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

(123.19) 9 unieke zienswijzen

Besluitvormende raadsvergadering 29 juni 2023, gemeente BrummenBij agendapunt: Bestemmingplan Energietransitie Servicestation en appartementencomplex22.009 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

In de nieuw ontworpen situatie zal dit effect nog groter zijn, aangezien daar een haarspeldbocht (18o graden) gemaakt moet worden op de ontsluiting zelf. Conclusie 6: Vanuit veiligheidsoogpunt is de gekozen ontwerpoplossing inherent onveilig.

•

Feit 7: Op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening 2019 is een uitweg (of ontsluiting) naar de Kwazenbosweg niet vergunbaar. Immers, artikel 2:12 'Maken, veranderen van een uitweg'stelt dat een vergunning geweigerd wordt indien er sprake is van een gevaarsetting (lid a), als door de ontsluiting het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast (c), en/of als er sprake is van een aantasting van het beoogde aanzien van de omgeving (e).

•

Analyse: Het heeft de sterke schijn over zich dat middels deze wijzigen van het bestemmingsplan iets alsnog vergunbaar gemaakt wordt wat in de APV als niet-acceptabel beschouwd wordt. Conclusie 7: De naar het westen opgeschoven ontsluitingsvariant is niet overeenkomstig de AVP van de gemeente Brummen. Het is de wereld op z'n kop als desondanks deze westelijke ontsluitingsvariant wordt toegestaan, zonder verder onderzoek naar de mogelijkheden en consequenties.

Samenvattende verkeerstechnische beoordeling: 1. Bovenstaande feiten met hun individuele conclusies tonen aan dat de voorziene ontsluitingsconstructie op meerdere punten niet voldoet. 2. Ook staat vast dat, op basis van het voorliggende ontwerpbestemmingsplan, de kavel niet deugdelijk en niet duurzaam ontsloten kan worden op de aangegeven manier. 3. Dit alles overziend is de vaststelling onvermijdelijk dat het inpassen van het plan, met de huidige uitgangspunten, op grond van verkeerskundige aspecten onuitvoerbaar of althans niet veilig uitvoerbaar is voor de omgeving. Datum: 05-12-2022

pagina 14 van 27

Versie: 20221205_Zienswijze SS-K-D

Zaak:Z054422 - Document:D396887

Zienswijze SS-K (Servicestation Kwazenboschweg) december 2022

1.6.2 Parkeren en verharding Vraagtekens kunnen worden geplaatst bij het grote aantal parkeerplaatsen en de oppervlakteverharding in relatie tot de functie en de beweringen over het groene karakter en de landschappelijke inpasbaarheid van het pompstation. Feit 1: Volgens tabel 2.1 van de toelichting worden er 27 parkeerplaatsen gerealiseerd, waarvan er 13 onder de overkapping gepositioneerd worden. Uit de Inrichtingstekening (bijlage 3 van de Toelichting) blijkt verder dat er 6 (langs)parkeerplaatsen aan de westelijke kavelgrens (achter de shop) in de bestemming groen gepositioneerd worden. Echter, volgens de bestemmingsplanregels in artikel 4 Groen is deze groenbestemming enkel voorzien ten behoeve van de landschappelijke inpassing van het tankstation. (NB, op eerdere tekeningen waren er lo parkeerplaatsen op het buitenterrein voorzien ter plaatse van waar in de inrichtingstekening nu het waterstofpomp voorzien is). De 6 (langs)parkeerplaatsen mogen dus op grond van de bestemmingsplanregels daar niet gerealiseerd worden. Analyse: Voor 13 parkeerplaatsen is duidelijk waar deze op het terrein gepositioneerd zijn. Van de overige 14 benodigde parkeerplaatsen zijn er 6 geprojecteerd op een plek waar dit niet is toegestaan en voor 8 parkeerplaatsen is niet duidelijk waar deze op het buitenterrein voorzien zijn.

In totaal moet er dus voor 14 parkeerplaatsen — met een minimale oppervlakte van 175m2 - nog ruimte gezocht worden op het terrein. Daarbij moet rekening gehouden worden met de overige eisen ten aanzien van terreininrichting (zoals vrij te houden tankplaatsen, opstelplaatsen voor nood- en hulpdiensten, rijwegen en rijcurves etc.). Conclusie Er wordt gesproken over 27 te realiseren parkeerplaatsen, waarvan er nu slechts 13 voorzien zijn. Getuige de inrichtingstekening is voor ruim de helft nog geen plek op het terrein gevonden. Over het aspect parkeren ontbreekt een afdoende motivatie in het ontwerp en de beoogde plannen zijn waarschijnlijk niet inpasbaar, terwijl het aanleggen en instandhouding van parkeergelegenheid geldt als een voorwaardelijke verplichting in de zin van de Wet ruimtelijke ordening. Feit 2: Ter plaatse van de locatie van het tankstation is— net als in de G.K. van Hogendorpstraat — het Paraplubestemmingsplan Parkeren vigerend. Noch in de plantoelichting noch in de planregels wordt hier voor het tankstation aan gerefereerd. Wel wordt gesteld dat er volgens tabel 2.1 van de toelichting er 27 parkeerplaatsen gerealiseerd worden. Analyse: Niet duidelijk is getoetst of de ontwikkeling gaat passen binnen de parkeernormen voor 'Buitengebied'zoals opgenomen in het Paraplubestemmingsplan Parkeren.

Bovendien wordt niet gemotiveerd hoeveel parkeerplaatsen überhaupt nodig zijn op grond van het Paraplubestemmingsplan voor de horeca-, educatie-, tentoonstellings- en kantoorfaciliteiten. Wanneer we uitgaan van de suggestie in de Toelichting dat er 27 parkeerplaatsen gerealiseerd worden, komen we bij de gegeven gebouwoppervlaktes uit bij een parkeernorm van ca. 4 parkeerplaatsen per wo vierkante meter BVO. Echter, wanneer we kijken naar het daadwerkelijk aantal parkeerplaatsen dat nu voorzien wordt, namelijk 13, daalt de parkeernorm naar krap 2 parkeerplaatsen per wo vierkante meter BV°. Dit is nogal een verschil. In het eerste geval is er sprake van een ontwikkeling vergelijkbaar met de norm voor een buurtsupermarkt (4,1), in het andere geval verhoudt zich dat tot een bedrijfsverzamelgebouw (1,95). Onduidelijk blijft welke norm waarom wordt toegepast en waarom dat zo is. Conclusie 2: Een deugdelijke motivering ontbreekt voor het grote aantal van 27 parkeerplaatsen. Feit 3: Nergens in de planregels of toelichting zijn expliciete kaders gesteld rondom gebruiksdoel, gebruikstijden of bezoekersaantallen. Analyse: In de planregels zijn geen beperkingen opgelegd aan het gebruik van alle voorzieningen die naast de hoofdfunctie 'tankstation'ontwikkeld worden. Los van het feit dat er geen beperkingen

Datum: 05-12-2022

pagina 15 van 27

Versie: 20221205 Zienswijze SS-K-D

Zaak:Z054422 - Document:D396887

Zienswijze SS-K (Servicestation Kwazenboschweg) december 2022

voorzien worden in het gebruik van het tankstation zelf (openingstijden voor bemand dan wel onbemand tanken buiten de openingstijden van de tankshop en toegankelijkheid van het terrein buiten de openingstijden) zijn er ook geen beperkingen of verplichtingen opgenomen ten aanzien van het beoogd gebruik van de nevenfuncties van het tankstation. Wel stellen wij vast dat er— ongemotiveerd — een groot aantal parkeerplaatsen 'bedacht' is. Een veronderstelling die het grote aantal parkeerplaatsen zou kunnen verklaren is dat wellicht wordt gedacht aan feestelijk gebruik van de bovenverdieping, al dan niet gecombineerd met de tentoonstellingsruimte en/of de horecafunctie, zoals op de oude locatie ook wel eens gebeurde. Conclusie 3: Door onduidelijke en ontbrekende regels over het toegestane gebruik van de locatie ontbreekt een deugdelijke borging in de bestemmingsvoorschriften, met als gevolg dat in potentie veel hinder voor de omgeving kan gaan ontstaan.

1.7

Verstedelijking van het buitengebied

Voor het buitengebied wordt in de Nederlandse ruimtelijke ordening het begrip verdichting gebruikt als het gaat om verhoging van de landschappelijke kwaliteit. Verdichting houdt in dat met de toevoeging van heggen, bomen en andere beplanting de landschappelijke kwaliteit toeneemt. Naast de verrijking van het landschap betekent verdichting ook dat horizonvervuiling door van verre zichtbare gebouwen wordt gereduceerd. In het geval van de locatie voor het tankstation wordt het begrip omgekeerd: een nieuw en groot gebouw, met diverse bouwwerken, wordt neergezet in een waardevol landschap en vervolgens wordt dat als bijdrage aan de verdichting verkocht, omdat enkele struiken rondom dit bouwwerk komen te staan. Vergeten wordt de enorme schade te benoemen die aan het bestaande landschap wordt toegebracht Ten onrechte wordt gesteld dat SS-K bijdraagt aan de verdichting van het landschap, door te stellen dat groenelementen worden toegepast en dat er sprake is van een sedum dakbedekking van een aldus natuurinclusief bouwwerk. Uit de verschillende stukken blijkt dat vrijwel het hele perceel tot aan de rand wordt verhard, waardoor de groene inpassing op het perceel uiterst beperkt zal blijven. In tegendeel, er dreigt een landschappelijke aantasting plaats te vinden doordat een stuk verstedelijking wordt verpakt als "bijdrage aan de verbrede ontwikkeling van het landelijk gebied".

Dit wordt gerechtvaardigd met afwegingscriteria die gelden voor een bedrijventerrein. Bij een brede planologische afweging met criteria die gelden voor een landelijk gebied, zou een dergelijke ontwikkeling geen kans maken. Het hoofdgebouw, dat zou bijdragen aan de verdichting van het landschap, is 8,5 m hoog en torent, met de vele bijkomende bouwwerken, hoog uit boven het omringende landschap, terwijl de eigen afscherming volgens de planvoorschriften maximaal 2 meter hoog mag zijn. Verdichting van het landschap is als begrip feitelijk vervormd tot verstedelijking van het landschap, al dan niet op termijn. Daarnaast hangt rondom de landschappelijke inpassing van SS-K een zweem van greenwashing.

1.8

Haalbaarheid claim van duurzaamheid in de businesscase

Door de benzinepomp consequent te omschrijven als "Energietransitie Servicestation Kwazenbosweg" wordt de suggestie gewekt dat het hier gaat om een duurzaam initiatief. Die wordt in de visie en ambitie van het nieuwe tankstation opgehangen aan het 'bieden van elektrische laadpalen en de mogelijkheid om waterstof te tanken'. Naast ieder 6 opstelplaatsen voor absoluut niet-duurzame benzine en diesel, wordt er gerept over 6 opstelplaatsen voor elektrische snelladers en i opstelplaats voor waterstof. Er wordt gemikt op een doorzet van 4 miljoen liter brandstof (benzine, diesel en gas (wordt hiermee bedoeld waterstof?) per jaar. Voor waterstof wordt uitgegaan van het dagelijks tanken van 5 vrachtwagens (20 kg per tankbeurt) en 20 personenauto's (5k9 per tankbeurt), wat een doorzet van 200 kg per dag oplevert. Deze inschatting is niet

Datum: 05-12-2022

pagina 16 van 27

Versie: 20221205 _Zienswijze 55-K-D

Zaak:Z054422 - Document:D396887

Zienswijze SS-K (Servicestation Kwazenboschweg) december 2022

reëel. Op dit moment rijden er in heel Nederland nog minder dan soo personenauto's rond, een enkele bus en in Groningen enkele zwaar gesubsidieerde veegwagens. Er zijn geen signalen dat dit aantal sterk zal groeien de komende jaren. Zo zijn er al lange tijd slechts twee automerken, die waterstofauto's aanbieden. Naast het in de verste verte niet halen van het aantal gewenste tankbeurten voor waterstof, is ook die 200 kg waterstof per dag een irreëel doel. Ten eerste moet worden uitgegaan van een waterstofstation van de internationaal gestandaardiseerde grootte van 18o kg. Dit betekent dat er maximaal 3.8o kg waterstof per 24 uur geleverd kan worden. Per auto 5 kg is dus 36 auto's per 24 uur. 's Nachts zullen er geen auto's komen, dus kan je uitgaan van 18 uur leveren en dus totaal 27 auto's per etmaal. Vanwege het na iedere twee tankbeurten veilig moeten comprimeren en koelen van de tussenbuffer moet een volgende auto 30 minuten wachten voordat die kan tanken. Om die maximale capaciteit te halen moet er dus continu worden getankt, wat nooit zal gebeuren. Uit rekenmodellen blijkt dat bij zelfs de ideale (niet haalbare) situatie de brutomarge op de verkoop van het waterstof ruim onvoldoende is om de jaarlijkse kosten voor onderhoud, verzekeringen, etc. en afschrijving te betalen. Maar daar blijft het niet bij.

Voor het comprimeren en koelen is 13% van de energie-inhoud van de waterstof nodig: 8,5 kWh per te leveren kg waterstof. Op jaarbasis: meer dan 400.000 kWh! Afgezien van de extra kosten, kan je je ook afvragen waar de initiatiefnemer deze energie vandaan denkt te halen. Er wordt door initiatiefnemer gesteld dat het tankstation qua energie zelfvoorzienend is, door o.a. aardwarmte en zonnepanelen. Uitgaande van zonnepanelen komt dat neer op een zonnepark met een oppervlak van iets minder dan een hectare. Dat kan niet op eigen terrein en gaat dus ten koste van andere afnemers van duurzame energie (verdringing).

In het midden wordt gehouden of het hier gaat om groene waterstof (geproduceerd aan de hand van elektrolyse) of grijze waterstof (industrieel geproduceerd vanuit aardgas, waarbij (niet duurzaam!) CO, vrijkomt). In geval van grijze waterstof zal er dagelijks een tankauto de waterstof afleveren, met alle risico's van dien. Lokale productie van waterstof via elektrolyse is mogelijk. Dit is echter een zeer inefficiënt proces met een rendement van slechts 50%. Bovendien is ook hier veel elektrische stroom mee gemoeid (circa 8o kWh/kilo waterstof), wat een nog veel grotere claim legt op de beperkte beschikbaarheid van duurzame energie. We hebben het dan over bijnaio hectares aan zonnepark! Sowieso hoort waterstofproductie, in welke vorm dan ook, niet thuis in een kwetsbaar landelijk gebied. Een dergelijk industrieel productieproces hoort thuis op een speciaal daartoe ingericht bedrijventerrein. Wat dat betreft is vestiging op een bedrijventerrein bij Deventer langs de Ai meer voor de hand liggend. Gegeven de verkeersintensiteit aldaar zal er ook meer kans zijn voor een sluitende businesscase. Dit sluit overigens ook aan bij de initiatieven voor een waterstofeconomie in de Clean Tech Regio. Rond de 6 opstelplaatsen voor elektrische snelladers zijn door de initiatiefnemer geen doelen geformuleerd qua afname. Het is echter maar de vraag of deze aan een grote behoefte voldoen: 1.

75% van de eigenaren van elektrische auto's laadt bij voorkeur thuis zijn/haar auto op. Dit is goedkoper (zeker in geval van eigen zonnepanelen) en kost geen wachttijd, die ook bij snelladen zo 20 minuten is. Met de huidige energieprijzen en de voortdurende trend naar eigen zonnepanelen zal dat percentage alleen maar toenemen. 2. De verkeersdrukte bij de rotonde is geconcentreerd rond de ochtend- en avondspits. Je zou dan de meeste klanten verwachten. Echter, het gaat dan vooral om woon-werkverkeer, waarbij mensen geen 3.

tijd hebben om lang te tanken. In Brummen en ook elders in de regio is er een groeiend aantal openbare laadpalen in de buurt van bijvoorbeeld supermarkten. Dat is voor de lokale afnemers van elektriciteit een prima alternatief.

Geconcludeerd kan worden dat de duurzame claims rond het beoogde tankstation niet realistisch zijn. Wat voor de businesscase overblijft is de verkoop van niet-duurzame brandstoffen als benzine en diesel. Feitelijk verandert er wat dat betreft niets ten opzichte van wat er nu gebeurt bij het tankstation op de huidige locatie. Wat wel verschilt is dat het hier om een veel groter opgezet fossiel tankstation voor vracht- en personenauto's gaat. We gaan er op het gebied van duurzaamheid dus juist flink op achteruit.

Datum: 05-12-2022

pagina 17 van 27

Versie: 20221205 Zienswijze SS-K-D

Zaak:Z054422 - Document:D396887

Zienswijze SS-K (Servicestation Kwazenboschweg) december 2022

1.9

Verdringing & werkgelegenheid

Het meest geaccentueerde, maar niet concreet uitgewerkte, "vernieuwende" element in het businessplan van SS-K is de productie en de verkoop van waterstof op basis van aardgas, waarvan deskundigen, zoals aangetoond in 2.8 van deze zienswijze, de haalbaarheid op deze locatie uitsluiten. Immers deze wijze van produceren past niet in een landelijk gebied, maar hoort thuis op daarvoor ingerichte bedrijventerreinen. De manier van presenteren, doet vermoeden dat ook in dit geval sprake is van een greenwashing-sausje, waarmee de suggestie van een bijdrage aan de energietransitie wordt geschraagd. De vrijblijvendheid in de toelichtende tekst en in de planvoorschriften veroorzaakt onwenselijke onzekerheid over wat er werkelijk gaat komen. Dat ten minste de vestiging van een fossiel pompstation mogelijk wordt gemaakt is wel duidelijk, met vanwege de grootschaligheid ervan desastreuse gevolgen voor de omgeving, de omwonenden en de bestaanszekerheid van veel natuurbewuste pioniers op De Meander. Ten minste zou een brede ruimtelijke en maatschappelijke afweging op zijn plaats zijn in plaats van het parachuteren van een eenzijdig belang door middel van een postzegelbestemming met een marginale toetsing.

De Meander heeft een eigen boerderijwinkel voor de verkoop van lokale streekeigen biologisch-dynamische producten, voor een publiek dat niet of nauwelijks affiniteit heeft met een pompstation, maar juist veel opheeft met duurzaamheid en natuurinclusiviteit van de leefomgeving. De gedachte van de initiator dat de verkoop lokale streekeigen producten beter vanuit zijn pompstation winkel kan verlopen is het ultieme greenwashingsausje over de verkoop van fossiele brandstoffen, wat juist kan leiden tot verdringing van deze duurzame tuinderij. Refererend aan de uitspraak van de Raad van State in 1992 over de kwetsbaarheid van de Meander als duurzame tuinderij, moet juist worden gevreesd voor reputatieschade, klandizieverlies, inkomstenverlies en uiteindelijk teloorgang van deze tuinderij, door toedoen van giftige dampen en afstroom van vervuild water vanaf de verharding van het pompstation en de ontsluiting op enkele centimeters langs de landerijen van deze tuinderij. Het ontbreken van loop- en fietsroutes waarlangs SS-K kan worden bereikt betekent dat bezoek aan SS-K alleen per auto kan. Dat geldt ook voor het personeel. Het gedwongen automobilisme is moeilijk te rijmen met de belofte van werkgelegenheid voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt.

Dat staat in schril contrast met de duurzame werkgelegenheid die Meander biedt: tegenover de mogelijke komst van 6 niet duurzame arbeidsplaatsen staat het mogelijke verlies van 7 duurzame arbeidsplaatsen op De Meander, aangevuld met meer dan 5 (afhankelijk van het seizoen) arbeidsplaatsen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Daarnaast biedt De Meander aan tientallen vrijwilligers de mogelijkheid voor een maatschappelijk nuttige tijdsbesteding. De dorpspomp heeft nog een lokale binding en doet mee in de lokale economie. Het nieuwe SS-K maakt zich, volgens de aangegeven bedoelingen, los van het dorp en kiest voor een doelgroep langs de provinciale weg. De 4x grotere omzet gaat straks vooral naar de oliehandel en schaadt een ander bedrijf dat juist een hele sterke lokale binding heeft. Op centimeters afstand van de beoogde locatie worden al bijna 75 jaar biologische groenten verbouwd voor de lokale voedselmarkt. Dit mag en kan niet de bedoeling zijn van het gemeentebestuur van Brummen!

1.10 Duurzaamheid De gebruikte invulling van het begrip duurzaamheid in SS-K, zoals kan worden afgeleid uit de motivering van SSK, suggereert dat er niet veel meer nodig is voor een omschakeling dan overstappen naar een andere brandstof. Met andere woorden: de markt bepaalt wel wanneer het zo ver is, verdere aanpassing van onze levensstijl is niet nodig. Sinds de eerste publicatie van het Rapport van Rome is wel duidelijk geworden dat deze simplificatie volledig voorbijgaat aan wat er werkelijk nodig is voor de omschakeling naar een duurzame samenleving.

Datum: 05-12-2022

pagina 18 van 27

Versie: 20221205_Zienswijze 5S-K-D

Zaak:Z054422 - Document:D396887

Zienswijze SS-K (Servicestation Kwazenboschweg) december 2022

Het genoemde Greenlabel zegt weinig, als het terrein zo goed als volledig wordt verhard. De totale hoeveelheid verharding neemt fors toe. De nieuwe langere ontsluiting dwars door de uilenwallen verergert de schade nog meer die het SS-K toebrengt dan dat sprake is van een bijdrage aan het landschap. Per saldo is er meer verlies aan landschapskwaliteit en biodiversiteit omdat de bodem wordt verhard, er gevaarlijke stoffen worden verhandeld en extra verkeer en verstoring naar deze plek getrokken zullen worden. Daarnaast is er een vergroot risico op verontreiniging van de bodem- en watermilieus. Niet alleen moet er veel brandstof over weg worden aangevoerd, ook de bezoekers zorgen voor de nodige extra uitstoot van schadelijke stoffen. De voor het milieu schadelijke brandstoffen worden opgeslagen in tanks, die al bij een kleine fout, grote negatieve gevolgen kunnen hebben. Het is onvoldoende duidelijk hoe het kwetsbare landschap tegen lekkage en afstroom van schadelijke stoffen wordt beschermd. Evenzo ontbreekt duidelijkheid over hoe de kwaliteit van onder- en naastgelegen bodem en grondwater gemonitord gaat worden. Belangrijk gegeven is dat de bodem van de landerijen van de Meander in ecologisch opzicht vrijwel onvervangbaar is. Bij schade is als snel sprake van een jarenlange herstelperiode, als dat al mogelijk is. Ook uitwijken naar een andere locatie vergt veel tijd.

Een dergelijke schade is nauwelijks te vertalen naar een geldelijke genoegdoening, laat staan dat duidelijk is waar de schade verhaald kan worden. Al deze zaken staan haaks op een gezonde bodem, het levende landschap en de natuurlijke tuinbouw die De Meander hier op deze plek al bijna 75 jaar in de praktijk brengt en nu wordt gezien als de vorm van landbouw voor de toekomst: een gezond bodemleven en goed rentmeesterschap staan voorop. "We leven van de rente, niet van het kapitaal" was een gevleugelde uitspraak van de voormalige landman Henk Wansink die samen met Marrie Nijsingh hier meer dan 40 jaar boer is geweest. Na het overlijden van Henk is het bedrijf door inzet van velen in 2022 voortgezet door de nieuwe landman Ruben Staar en zijn team. Stichting het Anker biedt hen zoveel mogelijk ondersteuning en perspectief op de toekomst. Meer dan go leners en schenkers maken dit mogelijk. Wekelijks ontvangt De Meander ruim 500 vaste klanten in de boerderijwinkel en levert ruim ioo groentepakketten aan huis af. Het systeem van duurzame landbouw hangt samen met een gezond bodemleven. De hagen en singels, als integraal onderdeel van de bedrijfsvoering, helpen hierbij om een zo natuurlijk mogelijke balans in het landschap mogelijk te maken. De groenstructuren zijn van essentieel belang hierbij.

Ze zorgen voor nest- en schuilgelegenheid, voor koelte en beschutting, voor biodiversiteit en voedsel voor flora en fauna. In de houtsingels en hagen staan meer dan 40 unieke soorten, waarvan enkele zeldzame soorten. Om een idee te geven over onze inzet voor het landschap: Ongeveer 3,5 kilometer nieuwe hagen en singels hebben we de afgelopen 20 jaar aangeplant met een hulp van vrijwilligers en financiële ondersteuning door de gemeente Brummen en Provincie Gelderland. Het ecologisch onderzoek vanuit het ontwerpbestemmingsplan heeft geen oog gehad voor de kwaliteit en belang van deze houtsingels. Dit kan komen omdat het veldwerk op 27 december is uitgevoerd. Dan is lastig om de unieke soorten waar te nemen. Er is ruim voldoende materiaal aanwezig om de kwaliteit van de hagen en unieke soorten aan te tonen!

En dan nog dit... Een gezonde bodem krijg je niet cadeau, daar moet je hard voor werken. Het begint bij een goede basis, die is bepaald door de samenstelling van de ondergrond. Niet alle grond is geschikt voor deze vorm van akkerbouw. Juist hier, waar de IJssel vroeger zijn vruchtbaarste klei achterliep, tegen en op de nog oudere stuwwal van de Hogenenk, heeft De Meander de geschikte gronden gevonden en in de loop der jaren opgewaardeerd tot de natuurinclusieve bodem van nu. Een andere locatie met geschikte grond is niet zomaar gevonden en daar opnieuw beginnen en opbouwen tot hetzelfde kwaliteitsniveau vergt tientallen jaren hard werken met toewijding en geduld.

Datum: 05-12-2022

pagina 19 van 27

Versie: 20221205_Zienswijze SS-K-D

Zaak:Z054422 - Document:D396887

Zienswijze SS-K (Servicestation Kwazenboschweg) december 2022

Dit vraagt niet alleen beheer door een goede landman, maar ook een verantwoordelijk bestuur, dat gezonde keuzes maakt met respect voor landschap, bodem en mens. De goede landman als beheerder is er al. De (mogelijke) komst van het SS-K zou niet getuigen van verantwoord bestuur, omdat daarbij de economische component op de eerste plaats staat en de balans tussen landschap, bodem, water en mens ontbreekt.

1.11 Behoorlijk bestuur en handhaving (burgerparticipatie) De Raad van State oordeelde in 1992 dat De Meander als bedrijf net zo kwetsbaar is als een woonwijk en een gelijkwaardige bescherming verdient tegen milieuhinder door bedrijven. De planvoorschriften van RhienderenNoord moesten voor de bescherming van het voortbestaan van de Meander worden aangepast. Deze ervaring is nog steeds niet merkbaar in het (ruimtelijke) beleid van gemeente Brummen, gezien de locatiekeuze van SS-K met de bijhorende ontsluiting pal naast een perceel van De Meander. In tegendeel, SS-K draagt het in zich de opmaat te vormen voor verdere verstedelijking van de omgeving, door de aanwezige waarden in de omgeving te bagatelliseren of zelf compleet te negeren. Een ingreep van deze aard vereist een alle aspecten omvattend afwegingskader en niet een eenzijdig postzegelplan. Wellicht volgen in de toekomst nog meer postzegelplannen, waarmee het bestuur van deze gemeente de verdenking op zich laadt een verborgen agenda eropna te houden, waarmee sluipenderwijs het hele karakter van het gebied verandert. Bijvoorbeeld de, te verwachten verkeersproblematiek op de Kwazenboschweg, zou over enkele jaren kunnen leiden tot de keuze voor een voorsorteervak met bijbehorende wegreconstructie, ten koste van nog meer uilenwallen. Een laakbare vorm van besturen.

Voor een goede ruimtelijke ordening kan een verandering van bestemming onontkoombaar zijn. Er is veel mogelijk, mits nut en noodzaak overduidelijk zijn en de belangen die ervoor moeten gaan wijken open en respectvol afgewogen worden tegenover de voorgenomen verandering. Echter in het geval van SS-K heeft de initiator alle vrijheid gekregen voor zijn eigen invulling van het proces. Behalve in een korte tussenperiode nadat de toenmalige wethouder ruimtelijke ordening tot de conclusie kwam dat erg veel misinformatie over de plannen voor SS-K werd verspreid, heeft het gemeentelijke apparaat de regie volledig gelaten aan de initiator. Met het gevolg dat het "omwonenden-overleg" niets inhoudelijks opleverde, maar pro forma resulteerde in een "vinkje" op een afvinklijst, waarmee aan de minimale procedure eisen werd voldaan (zie ook onder 2.24.3 van deze zienswijze). Al sinds 2012 is sprake van een valse voorstelling van zaken en ontbreekt het aan draagvlak bij belanghebbenden en omwonenden. Ondanks een aantal bijeenkomsten, deels onder regie van de wethouder ruimtelijke ordening, met een andere uitkomst, houdt de initiator vol dat er vanuit de omgeving geen overwegende bedenkingen zijn tegen zijn plannen. Onder andere heeft de initiator tot op de dag van vandaag niet afdoende antwoord gegeven op de vijf fundamentele vragen die hem in 2016 voor het eerst werden voorgelegd.

Te weten: 1. Nut en noodzaak van een nieuw tankstation in deze regio. 2. Waarom specifiek wordt gekozen voor deze locatie, uit hoofde van ruimtelijk ecologische overwegingen en de businesscase, afgezet tegenover andere locaties in de regio. 3. Waarop is de gekozen opzet gebaseerd in verhouding tot duurzaamheid, met een beschrijving van wat dat begrip inhoudt. 4. Welke impact heeft het initiatief voor de omgeving, hoe dat is gewaardeerd, en op welke wijze met deze impact wordt omgegaan. 5. Een visie over hoe de belanghebbenden en omwonenden betrokken worden bij beeldvorming en gecompenseerd zullen worden voor ondervonden schade. Nu 6 jaar later kan met het nodige sarcasme uit het doorlopen proces inmiddels worden afgeleid dat de twee eerste vragen niet afdoende zijn beantwoord. Voor de laatste drie vragen luidt het antwoord: zo minimalistisch mogelijk inzetten op duurzaamheid en met de hoogste prioriteit bijbuigen naar eigen het verdienmodel.

Datum: 05-12-2022

pagina 20 van 27

Versie: 20221205_Zienswijze 55-K-D

Zaak:Z054422 - Document:D396887

Zienswijze SS-K (Servicestation Kwazenboschweg) december 2022

De maatschappelijke uitvoerbaarheid hangt in sterke mate af van het draagvlak van burgers en de economische uitvoerbaarheid. Al elders in de zienswijze is de businesscase (zie onder 2.8 van deze zienswijze) geanalyseerd en te mager bevonden. Op het vlak van maatschappelijk draagvlak heeft de initiator een onvoldoende gescoord, door diens weigering in te gaan op vragen van omwonenden naar nut en noodzaak (vraag 1) en het waarom van de locatiekeuze (vraag 2). Het "participatie"-proces werd vroegtijdig gestopt met diens rapportage aan de verantwoordelijk wethouder: "met die lui niet valt te praten", omdat omwonenden niet meegingen met zijn wens louter over de inrichting van de omstreden locatie te praten. Enkele openstaande punten in de communicatie tussen initiator en omwonenden zijn: • De onduidelijke beantwoording van de vijf fundamentele vragen. • Onduidelijkheid door de meermaals veranderde opzet van de plannen. • Het ontbreken van perspectief voor een tankstation uit hoofde van verkeersveiligheid: een analyse toont vergaande gevolgen van de sleeplijnen voor de verkeersveiligheid op de Kwazenbosweg. Dat inmiddels een alternatieve toegangsweg is bedacht is volledig buiten de discussie gehouden (zie onder 2.6.1 van deze zienswijze). • Het overleg onder regie van de wethouder is door toedoen van initiator afgebroken en niet opnieuw opgestart.

• Een veranderde, grootschalige opzet van het gebouw is nooit met belanghebbenden en omwonenden besproken. • Een volledig incorrecte verslaglegging van het voorlaatste overleg met omwonenden, het negeren van de correcties daarop door de omwonenden, en vervolgen met een agenda over de inrichting van de locatie, alsof de vijf fundamentele vragen zijn afgehandeld. Het gemeentelijke bestuursapparaat is te verwijten dat het, behalve een korte tussenperiode, tekort is geschoten in het nemen van de regie over het proces. Ondanks signalen dat het niet goed ging is toch de vrije hand gegeven aan de initiator bij de invulling van het participatieproces. 1.12 Beleidskaders hogere overheden De initiator zegt uit te gaan van de prioriteiten uit de Nationale Omgevingsvisie 2020 (NOVI) in het kader van de nieuwe omgevingswetgeving. Het NOVI gaat uit van geïntegreerde keuzes, wat betekent dat ingrepen in de leefomgeving gebeuren in samenhang volgens vier prioriteiten: • • • •

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie (Ui); Duurzaam economisch groeipotentieel (U2); Sterke en gezonde steden en regio's (U3); Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied (U4). E

Uit deze vier prioriteiten volgen drie afwegingsprincipes: • Combinaties van functies hebben voorrang op enkelvoudige functies (AC1); • Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal (AC2); • Afwentelen wordt voorkomen (AC3). 0 De initiator stelt dat het appartementenbouw op GKH past in het NOVI kader omdat het tankstation plaats maakt voorwoningbouw. Ook pretendeert de initiator dat SS-K zou passen in het NOVI kader omdat er sprake zou zijn van een energietransitie servicestation. Echter toetsing aan de uitgangspunten toont aan: 1. SS-K is strijdig met uitgangspunt a omdat de natuur en natuurinclusieve landbouw wordt verdrongen, door een fossiel brandstofverkooppunt, omdat de businesscase voor waterstof op deze locatie onhoudbaar is:

Datum: 05-12-2022

pagina 21 van 27

Versie: 20221205_Zienswijze 55-K-D

Zaak:Z054422 - Document:D396887

Zienswijze SS-K (Servicestation Kwazenboschweg) december 2022

a. Bij grijze waterstof omdat het gaat om een industrieel productieproces, wat thuishoort op een gespecialiseerd bedrijventerrein. b. Bij groene waterstof, op basis van elektrolyse met zonnestroom, omdat de vereiste stroomstabiliteit ontbreekt en enorme oppervlaktes zonnepanelen nodig zijn voor de stroomvoorziening. 2. SS-K heeft geen duurzaam groeipotentieel (uitgangspunt 2) omdat de businesscase zoals gezegd op basis van waterstof onhoudbaar is en omdat de N345/N348 geen internationale verkeersroute is. Eventueel biedt elders in regio een voor waterstof aangewezen bedrijventerrein langs de A-1 bij Deventer wel mogelijkheden. 3. Bijdragen aan uitgangspunt 3 (Sterke en gezonde steden en regio's) doet alleen de woningbouw op GKH. Verplaatsing van het pompstation naar SS-K doet dat niet. Slechts verplaatsing naar een daartoe ingericht bedrijventerrein elders in de regio, eventueel ingericht voorwaterstof, zou kunnen bijdragen aan dit uitgangspunt. 4. Uitgesproken ondergravend is SS-K voor de toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied (uitgangspunt 4): landschap, natuur en de aanwezige natuurinclusieve waarden in het gebied, waaronder de natuurinclusieve tuinderij De Meander, lopen grote schade op en er is een grote kans op verdringing. 5. SS-K is strijdig met alle drie de afwegingscriteria: a.

AC1: Voor meervoudige functies als landschap, recreatie, natuur en natuurinclusieve landbouw dreigt verdringing en beschadiging ten gevolge van de komst van SS-K. b. AC2: Zonder twijfel betekent SS-K een beschadiging van de identiteit en de kenmerken van het gebied; hooguit worden enkele gebiedskenmerken gebruikt als camouflage voor de gebouwen van SS-K. c. AC3: Van afwenteling is sprake doordat de problemen veroorzakende dorpspomp worden verschoven naar een gebied dat planologisch daarvoor niet is bestemd. Verplaatsing naar een bedrijventerrein zou wellicht vanuit afwegingscriterium 3 nog wel kunnen passen als oplossing van dit knelpunt.

1.13 Tegenstrijdigheden, onvolkomenheden en anomalieën In ongeveer 20 bijlagen wordt gepoogd de haalbaarheid van SS-K te onderbouwen in het licht van de diverse richtlijnen. Opvallend is het verschil van uitgangspunten tussen de verschillende onderzoeken, waardoor geen helder beeld wordt geboden op wat in de toekomst kan worden verwacht aan inrichting en soort activiteiten op deze locatie en de gevolgen ervan voor de omgeving. De kwaliteit van de onderzoeken is niet in alle gevallen toetsbaar en onderling vergelijkbaar door onderlinge verschillen in uitwerking en mate van detail. Voor een deel lijken de uitgangspunten tegenstrijdig met elkaar. Samenvattend gaat de aangedragen oplossing voor de problemen in de bebouwde kom leiden tot nieuwe problemen in het buitengebied. De uitgevoerde onderzoeken zijn inconsistent en wellicht begrijpelijk vanuit economische motieven van de eigenaar, maar vanuit duurzaam omgaan met onze aarde maatschappelijk onaanvaardbaar. Enkele voorbeelden, zonder pretentie van volledigheid: •

Voor de landschappelijke inpassing geldt het criterium goede ruimtelijke ordening. Hoe SS-K, met een hoog en omvangrijk gebouw, de vele toegestane bouwwerken, het hoge verhardingspercentage, de minimale ruimte voor beplanting, de omvangrijke schade aan de uilenwallen, kan bijdragen aan de landschappelijke kwaliteit wordt op geen enkele wijze geloofwaardig gemaakt.

•

De toegestane goothoogte en nokhoogte zijn beiden 8,5 meter. Dat rijmt niet met de koepelvorm uit de getekende impressies, dus is het niet uitgesloten dat alsnog een vierkant gebouw van 8,5 meter hoogte wordt neergezet, omdat de planvoorschriften dat toestaan.

Datum: 05-12-2022

pagina 22 van 27

Versie: 20221205_Zienswijze SS-K-D

Zaak:Z054422 - Document:D396887

Zienswijze SS-K (Servicestation Kwazenboschweg) december 2022

•

In een bijlage wordt de circulaire LPG-norm van 140 meter aangehaald (terwijl van LPG verkoop geen sprake is) om te verantwoorden dat de afstand tot de betreffende twee woningen voldoende is. Meting leert dat 2 woningen liggen op respectievelijk wo meter en 140 meter.

•

Voor externe veiligheid wordt op een andere plaats in het plan een afstand van 16o meter aangehouden ten opzichte van woningen. Waarop dat is gebaseerd is niet duidelijk omdat nog geen wettelijke normen bestaan voor waterstofdistributie. Een duidelijke plankaart waarop de afstanden staan aangegeven ontbreekt.

•

Een recente explosie van een waterstofstation in Noorwegen met enorme schade voor de omgeving maakt duidelijk dat meer afstand nodig is. Uit hoofde van een goede ruimtelijke ordening is duidelijk dat waterstofproductie als industriële activiteiten met een hoog risico thuishoren op speciaal daarvoor ingerichte bedrijventerreinen, zoals langs de Ai bij Deventer en niet in de buurt van burgerwoningen binnen een afstand van 140 meter (wat overigens de norm is voor LPG, omdat voor waterstof nog slechts aanbevelingen bestaan, die vooral betrekking hebben op speciaal ingerichte bedrijventerreinen, waarvan in dit geval geen sprake is).

•

Bij het aanhalen van de toets bedrijven en milieuzonering (VNG-richtlijn 2009) wordt ten onrechte gesteld dat niet sprake is van een "rustig buitengebied, stiltegebied of natuur", maar van "gemengd gebied" door de nabijheid van wegen. Volledig genegeerd wordt de afscherming door de uilenwallen en de waarde van de naastgelegen landerijen van de Meander, zoals de Raad van State in 1992 vaststelde. Met toepassing van de juiste hindercontouren blijken de grenzen van de landerijen van de Meander te worden overschreden, waardoor SS-K ter plaatse niet inpasbaar is in deze omgeving.

•

Vanwege de beperkte begrenzing door de toepassing van een postzegelplan zijn het beeldkwaliteitsplan en het inrichtingsplan te beperkt van waarde voor een weging van de aanwezige ecologische en landschappelijke waarden die buiten de plangrenzen aanwezig zijn.

•

In een aantal bijlagen worden de uilenwallen getoond als element in de landschappelijke inpassing, terwijl dezelfde uilenwallen volgens andere bijlagen zullen sneuvelen.

•

De suggesties over de bijdrage aan de verdichting van het landschap, maken op geen enkel moment aannemelijk dat de uilenwallen worden versterkt.

•

In de bijlage van de toelichting (bijlage 3, 4 en i.o) worden de uilenwallen getoond alsof deze gespaard worden. Het beeldkwaliteitsplan zou richtinggevend en kaderstellend zijn en worden onderschreven door het Gelders Genootschap. Echter het Gelders Genootschap beperkt zich in dit stadium slechts tot de vraag of het beeldkwaliteitsplan toetsbaar is. De suggestie van een positief oordeel van het Gelders Genootschap over de kwaliteit van de landschappelijke inrichting gaat veel te ver. Pas nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden is het beeldkwaliteitsplan relevant voor de toetsing van een eventueel inrichtingsplan of een bouwplan. Met deze onduidelijkheid biedt het bestemmingsplan onvoldoende houvast voor bescherming van het omringende landschap.

•

Onder "Externe veiligheid" wordt de impact op SS-K berekend vanaf de spoorlijn Zutphen-Pesse. Het is evident dat er sprake is van een veilige afstand, omdat Pesse ligt bij Hoogeveen, dus op meer dan 75 kilometer afstand.

•

Ook andere onderzoeksrapporten vertonen vergelijkbare onvolkomenheden, onwaarheden en fouten. De actualiteit is onduidelijk, zodat het vrijwel onmogelijk is te bepalen wat de waarde is van de verstrekte informatie. Vermoedelijk bevatten alle onderzoeksrapporten van voor 2019 een onjuiste voorstelling van zaken. Dit geeft weinig vertrouwen in de zorgvuldigheid van de informatievoorziening. Een exemplarisch voorbeeld is het Archeologisch onderzoeksrapport, waarbij vermoedelijk is teruggegrepen op een ruim 20 jaar oud onderzoek, dat is uitgevoerd ter gelegenheid van de voorbereiding van de aanleg van de Kwazenbosweg. Dit onderzoek is ook nog eens onvolledig, want het betreft alleen het plangebied, en niet de beoogde ontsluiting. Juist de grond onder deze ontsluiting is gelegen in een zone met vastgestelde (zeer)

Datum: 05-12-2022

pagina 23 van 27

Versie: 20221205_Zienswijze SS-K-D

Zaak:Z054422 - Document:D396887

Zienswijze SS-K (Servicestation Kwazenboschweg) december 2022

hoge archeologische waarde, en kan dus niet zomaar worden genegeerd. Aanvullend archeologisch onderzoek is dus verplicht. •

Naast het gebrek aan informatiezekerheid is het uitermate storend dat de verantwoordelijke ambtenaar bij vragen over onvolkomenheden in de informatie bij de terinzagelegging laconiek opmerkt er nieuwe en volledige informatie bij hem bekend is, maar dat deze pas gepubliceerd wordt nadat de zienswijzen zijn verwerkt en de gegronde klacht afdoet met "dat komt later bij de ambtelijke revisie". Met andere woorden: bewustzijn van de gebrekkige informatiepositie van belanghebbende burgers leidt niet tot verbeteringsacties. Kennelijk heeft, bij hem, het recht van informatie voor burgers geen grote prioriteit.

•

Er is dus reden voor grote twijfels of in het bestemmingsplanproces de goede weg wordt gevolgd. Maar het aantonen daarvan wordt ernstig bemoeilijkt door gebrek aan actuele en feitelijke informatie, terwijl die, althans voor een deel, wel aanwezig is, maar niet wordt gedeeld. De verdenking van bewuste misinformatie gaat wellicht wat ver, maar van het bewust informatie onthouden lijkt hier wel degelijk sprake te zijn.

•

Desondanks is met de wel verstrekte informatie aannemelijk te maken dat op geen enkele wijze is aangetoond dat er ruimte is voor een pompstation op deze locatie, zonder dat grote schade optreedt aan de omliggende functies. Veiligheid voor de omgeving lijkt sowieso geen doorslaggevende drijfveer.

•

Onder "Landschappelijke inpassing" wordt gerefereerd aan Nationaal Landschap De Veluwe. Het doel van dit gedeelte van het Gelders Natuur Netwerk is het behouden en verder ontwikkelen van de aanwezige landschappelijke kernkwaliteiten, met toepassing van het ja-mits principe: alleen landschap versterkende initiatieven worden toegestaan. Hoe een hoog en omvangrijk gebouw met veel verharding en nauwelijks ruimte voor groene elementen valt te rijmen met de omvangrijke landschappelijke aantasting wordt niet duidelijk. Ook Ligt op Groen, de gemeentelijke beleidsnota van 2006, gaat uit van versterking van groene waarden in het buitengebied. Ook daarin past SS-K niet, hoewel anders wordt gesuggereerd.

•

De redenering dat nog tot ver na 2035 fossiel aangedreven voertuigen zijn toegestaan, gaat voorbij aan de verwachting dat het hoofdaandeel van het verkeer al rond 2030 op elektriciteit zal zijn overgestapt. De overblijvende liefhebbers van oldtimers en de enkelingen die persisteren in recreatief fossiel vervoer worden ruim voor die tijd een marginaal verschijnsel op in het wegverkeer.

•

Over de waterhuishouding blijven veel aspecten ten onrechte onderbelicht: o Het is onjuist om te stellen dat er slechts sprake is van 1.500 m2 verharding. o Het perceel en de ontsluiting worden grotendeels verhard, wat nadelig is voor het bodemleven en de waterhuishouding daaronder en zonder mitigerende maatregelen ook voor de landerijen er omheen. o Voor een watertoets is het relevant om gebouwen en overige bebouwing en de ontsluiting als onderdeel van de verharding mee te rekenen. Al bij een oppervlakte van 3.500 m2 is een goede analyse verplicht. o De tekening laat zien dat de verharding in de orde van grootte van 7000 m2 ligt, wat ruim meer is dan de gestelde ondergrens. o Wateranalyses ontbreken in de aangeleverde stukken, met als gevolg dat: • Onbekend is welke impact de bebouwing, de verharding en de toegangsweg heeft op het grondwater. • Voorzieningen voor wateropvang rond de toegangsweg niet bekend zijn. • Geen aandacht is voor met olie, rubber en slibresten vervuild water vanaf de toegangsweg naar naastgelegen landerijen. • Geen eisen worden gesteld ter voorkoming van verontreinig grond- en/of oppervlaktewater tgv afstromend hemelwater. o Waterdoorlatendheid is in het geval van een benzinetankstation erg bezwaarlijk voor de naastgelegen natuurinclusieve landerijen vanwege het verhoogd schaderisico voor het bodem- en watermilieu.

Afvloeien van regenwater op de omgeving is evenmin acceptabel.

Datum: 05-12-2022

pagina 24 van 27

Versie: 20221205_Zienswijze SS-K-D

Zaak:Z054422 - Document:D396887

Zienswijze SS-K (Servicestation Kwazenboschweg) december 2022

1.14 Overige vraagtekens 1.14.1 Stikstofproblematiek Inzake de stikstofproblennatiek constateren wij dat in het ter visie gelegde Ontwerpbestemmingsplan 'Energietransitie Servicestation en appartementencomplex'(NLIMR0.0213.BPBRKOM100011-0n01) onterecht gebruik gemaakt wordt van de 'Bouwvrijstelling'. Wij verzoeken daarom de tervisielegging te rectificeren. Bouwvrijstelling niet langer toegestaan Zoals u waarschijnlijk weet heeft op 2 november 2022 de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) in een tussenuitspraak geoordeeld dat ook voor de tijdelijke stikstofuitstoot, die tijdens de aanleg van projecten ontstaat, aantoonbaar gemaakt moet worden dat de natuur in Natura 2000-gebieden geen schade oploopt,. De zogenaamde 'bouwvrijstelling'zoals die gold vanaf juli 2021 mag derhalve niet langer toegepast worden, omdat deze naar het oordeel van de ABRvS niet voldoet aan Europees natuurbeschermingsrecht. Per project moet daarom opnieuw bekeken worden of er in de aanlegfase stikstofeffecten zijn middels een project specifieke beoordeling van de stikstofgevolgen. Waarom is dit relevant? Wij stellen vast dat in het ontwerpbestemmingsplan 'Energietransitie Servicestation en appartementencomplex' (NLIMR0.02.3.3.BPBRKOM100011-onoi) door de gemeente gebruik gemaakt wordt van deze bouwvrijstelling.

Dit staat beschreven in paragraaf 3.2 en hoofdstuk 4 van Bijlage 17 Onderzoek 5tikstofdepositie4 behorend bij dit ontwerpbestemmingsplan. Met de recente uitspraak van de Raad van State kan er echter niet langer gebruik gemaakt worden van deze bouwvrijstelling. Bovendien wordt de in paragraaf 4.8 van de toelichting van het bestemmingsplan opgenomen stellingname dat "(...) uit het model [blijkt, red.] dat zowel in de gebruiksfase als in de aanlegfase geen stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/j optreedt op de omliggende Natura 2000-gebieden" (p. 48/84) niet nader gemotiveerd en de voor deze motivering vereiste Aeriusberekeningen voor de aanlegfase ontbreken bij het ter visie gelegde ontwerpbestemmingsplan. Wat betekent dit voor de tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan? De Algemene wet bestuursrecht (Awb) 5 stelt dat het bestuursorgaan het ontwerp van het te nemen besluit, met de daarop betrekking hebbende stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor een beoordeling van het ontwerp, ter inzage legt. Door het ontbreken van de Aeriusberekeningen voor de aanlegfase, beschikken wij thans niet over alle stukken om redelijkerwijs te kunnen beoordelen of er inderdaad geen sprake is van stikstofdepositie op de omliggende Natura 2000-gebieden.

Op basis van genoemde uitspraak van ABRvS moet geconcludeerd worden dat een stikstofonderzoek voor de aanlegfase als een belangrijk stuk te kwalificeren valt (zeker gezien de ligging van het plangebied ten opzichte van de nabijgelegen Naturaz000-gebieden Rijntakken en Landgoederen Brummen). Dit gebrek is daarmee niet 'van ondergeschikte aard'en deze gegevens dienen derhalve op grond van artikel 3:11 van de Awb in de ter visie gelegde stukken opgenomen te zijn. Voor de volledigheid merken wij op dat - gegeven het feit dat er géén sprake is van een gebrek van ondergeschikte aard - dit gebrek niet middels een ambtshalve wijziging bij het (al dan niet gewijzigd) vast te stellen bestemmingsplan hersteld kan worden. Wij stellen daarmee vast dat het ontwerpbesluit 'Energietransitie Servicestation en appartementencomplex' (NLIMR0.023.3.BPBRKOM10001a-onol) op dit punt een gebrek vertoont en u derhalve niet voldoet aan artikel 3:11 van de Awb. Hoe nu verder?

3 Referentie: https://www.raadvanstate.nl/P133608/bouwvriistelling-stikstof-van-tafel/ en https://www.raadvanstate.nM133583/202107079-1-r4/ 4 Referentie: SAB - Onderzoek stikstofdepositie De Groene lisseivallei en appartementen Zutphensestraat, versie 1.1 d.d. 15-04-2022) 5 https://wetten.overheid.ril/icil.3:c:BWBRO005537&hoofdstuk=3&afdeling=3.4&artikel=3:11&z=2022-11-05&g=2022-11-05

Datum: 05-12-2022

pagina 25 van 27

Versie: 20221205_Zienswijze SS-K-D

Zaak:Z054422 - Document:D396887

Zienswijze SS-K (Servicestation Kwazenboschweg) december 2022

Wij verzoeken u om de tervisielegging per ommegaande te rectificeren en, nadat dit gebrek hersteld is, het gewijzigde ontwerpbestemmingsplan opnieuw ter visie te leggen. Tot slot Tot slot merken wij op dat in Bijlage 17 Onderzoek Stikstofdepositie2 van het ontwerpbestemmingsplan enkel het resultatenblad van de Aeriusberekening voor de Gebruiksfase opgenomen is en daarmee incompleet is. Om het stikstofonderzoek te kunnen toetsen, zijn ook het invoerbladen van de Aeriusberekening benodigd. Om hierboven genoemd gebrek te herstellen, zal daarom de volgende informatie verstrekt moeten worden: • • • •

Invoerblad én resultatenblad Aeriusberekening Aanlegfase Appartementen Invoerblad én resultatenblad Aeriusberekening Gebruiksfase Appartementen Invoerblad én resultatenblad Aeriusberekening Aanlegfase Tankstation Invoerblad én resultatenblad Aeriusberekening Gebruiksfase Tankstation

1.14.2 Bebouwingshoogte in relatie tot landschappelijke inpassing Ter vergelijking van 8,5 m hoogte en een bebouwingspercentage van 80%, nog los van de bouwwerken en de verharding buiten het bouwvlak, zijn de regels bij een zonneveld illustratief omwille van de inpasbaarheid in ecologische en landschappelijke zin: De hoogte van zonnepanelen en bebouwing bedraagt maximaal 3,5 meter. Voor landschappelijke inpassing wordt ongeveer 35% van de oppervlakte aangehouden. Het bedekkingspercentage door de panelen (het netto zonneveld) is veelal niet meer dan 65%, dit vanwege het behoud van de aanwezige ecologische waarden, het bodemleven en de waterhuishouding op en om de locatie. Let wel, buiten het bouwvlak is veelal alleen verharding aanwezig. Alleen de smalle strook groen aan de westzijde geeft blijk van een minimale aandacht voor groene ruimte en inpassing. Borg eerst de landschappelijke inpassing en groene ruimte in het bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan als een voorwaardelijke verplichting. Daarna pas de bebouwingsmogelijkheden. Graag zien wij een vergelijkbare set uitgangspunten voor inpassing in een landschappelijk waardevol gebied.

1.14.3 Rechtszekerheid en rechts(on)gelijkheid 1.14.3.1 Onderhandse afspraken met één partij? Volgens de verantwoordelijke ambtenaar was de anterieure overeenkomst niet ondertekend door de initiator bij ter inzagelegging van het bestemmingsplan. lets wat eerder als voorwaardelijk was aangemerkt, om over te gaan tot deze formele stap in het proces. De gemeente loopt op deze manier onnodig risico. Ook de rechtszekerheid van andere belanghebbenden is in het geding, omdat niet duidelijk is wat de overeenkomst inhoudt. Dat kan van belang zijn voor het beoordelen van de risico's voor de omgeving. Ook is onduidelijk hoe de ontsluitingsweg in de anterieure overeenkomst wordt geregeld. Immers de ontsluiting staat ingetekend op gemeentelijke grond. Als wordt verkocht of als er recht van opstal gaat worden verleend, dan zal dat uit hoofde van behoorlijk bestuur dienen te gebeuren bij openbare inschrijving. Immers Stichting Hogenenk, De Meander en Stichting het Anker hebben al eerder en meerdere keren aangegeven het gebied met de uilenwallen natuurinclusief te willen gaan beheren. Dat aanbod werd niet gehonoreerd met als argument dat de uilenwallen gereserveerd zouden zijn voor boscompensatie. Verbazend is dat nu plotseling deze reservering geen rol meer lijkt te spelen in de afweging over een eventuele aansluiting op de Kwazenbosweg.

Gelet op de historie zou, uit hoofde van het gelijkheidsbeginsel, het logisch zijn om via een openbare aanbesteding de beschikking over de ruimte op en achter de uilenwallen te regelen. 1.14.3.2 Pro forma De rechtsgelijkheid komt in het geding als er geen sprake is van een gelijk speelveld op het gebied van informatie en behandeling. Van informatie ongelijkheid is in dit geval sprake door de enorme opeenstapeling

Datum: 05-12-2022

pagina 26 van 27

Versie: 20221205_Zienswijze SS-K-D

Zaak:Z054422 - Document:D396887

Zienswijze SS-K (Servicestation Kwazenboschweg) december 2022

van onjuiste, onvolledige en foutieve informatie. Ongelijke behandeling is sprake zodra zonder openbare inschrijving het gebruik wordt overgedragen aan een particuliere belanghebbende, terwijl binnen het bestuurlijk apparaat de belangstelling van andere belanghebbenden, notabene de eigenaar en de gebruikers van het naastgelegen natuurinclusieve terrein, bekend is.

De opeenstapeling van onjuiste, onvolledige en foutieve informatie frustreert de informatieverwerving voor belanghebbende buitenstaanders dermate, dat gesproken kan worden van desinformatie, waardoor het onmogelijk wordt om een volledig beeld te vormen over de voornemens die het plan mogelijk zal gaan maken. Het (ver)hinderen van de beeldvorming wordt nog verergerd door bewust achterhouden van informatie, die al wel bekend is tijdens de tervisielegging. Deze nieuwere en completere informatie, bekend bij de verantwoordelijke ambtenaar, wordt pas publiekelijk toegankelijk gemaakt nadat de inzagetermijn is beëindigd en nadat de zienswijzen zijn verwerkt.

Deze bewust in stand gehouden slechte informatievoorziening bij de terinzagelegging hindert een ter zake doende zienswijze in ernstige mate. lets wat laakbaar is en aanleiding zou moeten zijn om de terinzagelegging op te schorten in afwachting van een ordentelijke en actuele set aan informatie.

Datum: D5-12-2022

pagina 27 van 27

Versie: 20221205_Zienswijze SS-K-D

Zaak:Z054422 - Document:D397014

T.Mr.TENTE BRUMMEN INGEKOMEN

Aan

0. 7 DEC 2022

Gemeente Brummen t.a.v. de gemeenteraad Postbus 5 6970 AA Brummen Van

Datum Brummen, 6 december 2022 Betreft Zienswijze tegen Ontwerpbestemmingsplan "Energietransitie Servicestation en appartementencomplex", "Welstandsbeleid voor beide locaties" en "M.e.r. beoordelingsbesluit Energietransitie Servicestation en appartementencomplex" gemeente Brummen

Geachte raad, Hierbij maken wij, bewoners van de

en belanghebbende in deze, onze zienswijze

kenbaar met betrekking tot het Ontwerpbestemmingsplan "Energietransitie Servicestation en appartementencomplex", "Welstandsbeleid voor beide locaties" en "M.e.r. beoordelingsbesluit Energietransitie Servicestation en appartementencomplex" gemeente Brummen (NLIMR0.0213.BPBRKOM100011-on01) zoals deze in GemeenteBlad nr. 475835 van 26 oktober 2022 bekendgemaakt is. Leeswijzer Deze zienswijze is opgebouwd uit 16 genummerde zienswijzepunten, die allen betrekking hebben op de locatie 'Rotonde N348'. Iedere zienswijzepunt begint met een korte, vetgedrukte samenvatting van het betreffende zienswijzepunt. Deze vetgedrukte samenvatting omvat de kern van het ingebrachte zienswijzepunt en is toegevoegd om in de 'zienswijzebeantwoording' door de gemeente opgenomen te worden. Verdere context en onderbouwing is waar nodig toegevoegd en kan gebruikt worden bij de verdere inhoudelijke afhandeling van het zienswijzepunt. Belanghebbende gaat er vanuit hiermee de gemeente voldoende richting te geven in een verdere, inoudelijke afhandeling van het zienswijzepunt. Zienswijzepunten 1.

De naamgeving `Energietransitieservicestation' en maakt niet duidelijk wat het is: Een tankstation. Daarmee wordt niet alleen de burger op het verkeerde been gezet maar is deze titel ook pretentieus. Dit tankstation voorziet weliswaar in 'moderne energiedragers van de toekomst' middels het aanbieden van 6 laadplaatsen voor EV's en een waterstoftankplaats. Feit blijft dat de hoofdmoot

Zaak:Z054422 - Document:D397014

bestaat uit verkoop van fossiele brandstoffen (tenminste 3 miljoen liter per jaar, zoals blijkt uit de stukken). Bovendien staat de bijdrage van (grijze/blauwe) waterstof aan de energietransitie nog ter discussie en is de voorgespiegelde afzet van ca. 1 miljoen liter per jaar (gemiddeld 25 voertuigen per dag, totaal 200kg/dag) behoorlijk optimistisch. 2.

Waterstof op deze locatie (bij de openstelling van het tankstation of later) is fata morgana Uit de Kwantitatieve risicoanalyse zoals opgenomen in Bijlage 8 van de Toelichting blijkt dat er sprake is van lokale productie van waterstof (middels elektrolyse van gas) en er slechts incidenteel waterstof van een externe leverancier aangevoerd wordt middels hogedrukcilinders (tubes). Echter, lokale productie van waterstof is op dit moment waarschijnlijk economisch niet rendabel vanwege de hoge investeringskosten voor de benodigde installatie, de verbruikskosten voor stroom en gas in combinatie met de beperkte afzet door het ontbreken van afnemers. In dat kader verwijzen wij naar de haalbaarheidsstudie 'Rotterdams Tankstation van de Toekomst'', mede uitgevoerd namens de Belangenvereniging Tankstation (BETA) door het gerenommeerde adviesbureau APPM Managementconsultants. In dit onderzoek werden de volgende belangwekkende conclusies getrokken ten aanzien van waterstoftankstations: a.

"Waterstof enkel haalbaar met vaste kopgroep afnemers en subsidie."

b.

"Elektrolyse [voor de lokale productie van waterstof] niet haalbaar en nodig."

Kortom, het aanbieden van waterstof is vooralsnog prematuur, waarbij er bij dit initiatief er zelfs sprake lijkt te zijn van `greenwashing' op dit vlak om een fossiel initiatief politiek salonfhig te maken. 3.

Onjuiste aannames ten aanzien van aanvoer van tubes met waterstof Het bestemmingsplan maakt lokale productie van waterstof mogelijk. In de QRA wordt er daarom gerekend met incidentele aanvoer van tubes ('hoge drukcilinders') met waterstof vanaf een externe productielocatie. In de planregels is echter geen beperking opgenomen ten aanzien van de hoeveelheid, middels tubes aangevoerde waterstof. (Enkel dat aanvoer middels trailers verboden is). Gezien 2. ligt lokale productie echter niet voor de hand en is het meer aannemelijk dat de waterstof in tubes vanaf een externe locatie wordt aangevoerd, zie de haalbaarheidsstudie 'Rotterdams Tankstation van de Toekomst'. Volledig overstappen op belevering middels tubes met waterstof is een fundamentele wijziging in de uitgangspunten van de QRA en levert een ander, hoger risicoprofiel op ten aanzien van de externe veiligheid van dit initiatief. Wij zijn dan ook van mening dat nader onderzoek op dit vlak vereist is. Wanneer dit niet nodig geacht wordt, kan niet voorbijgegaan worden aan het feit dat de hoeveelheid waterstof die middels tubes als beperkende

4.

Juridisch gezien is er géén sprake van verplaatsing, maar van sluiting op de oude locatie en nieuwvestiging op de locatie Kwazenboschweg (N348). Planologisch geldt namelijk dat als een activiteit, i.c. een tankstation, verhuist van de ene locatie naar een andere is, dat beëindiging van een activiteit is op de ene locatie, en start van een nieuwe activiteit op de andere locatie.

Knaap Tankstation b.v. & APPM Management Consultants m.m.v, Joulz & Belangenvereniging Tankstations (BETA) (2020): Rotterdams Tankstation van de Toekomst. Rapportage haalbaarheidsstudie. (DK1I519012) Pagina 2 van 6

Zaak:Z054422 - Document:D397014

5.

Er is sprake van enorme vergroting van de activiteiten op de nieuwe locatie aan de Kwazenboschweg en -anders dan gesuggereerd- is er géén sprake van naar aard- en omvang gelijkwaardige verplaatsing van de oude locatie naar de nieuwe locatie. In de stukken wordt gesproken over een verplaatsing van het huidige tankstation. Dit suggereert dat het huidige tankstation op een andere locatie wordt voorgezet, waarbij aard en omvang redelijkerwijs gelijk blijven. Wat echter onderbelicht blijft, is dat in het huidige plan een aanzienlijke uitbreiding en schaalvergroting plaatsvindt (in afzetvolume en aangeboden diensten). Van een kleinschalige locatie met 4 opstelplaatsen voor brandstoffen stijgt het aantal opstelplaatsen naar in totaal 19 (12 brandstof, 1 waterstof en 6 laadplaatsen), waarbij het afzetvolume toeneemt van ongeveer 1 miljoen liter (afgeleide aanname) naar 4 miljoen liter (blijkt uit de stukken). Daar bovenop komt nog eens de vergroting van de retailfunctie (verkoop van niet-brandstoffen aan passanten) door een veel grotere tankshop en een bakery- en horecafunctie van in totaal 200m2. Daarbij neemt het aantal van parkeerplaatsen toe tot 27 plekken, stijgt ook het aantal personeelsleden en neemt wordt de belevering van brandstoffen en goederen veel groter dan in de huidige situatie.

Dit alles resulteert in een veel grotere terreinoppervlakte en groter aantal voertuigbewegingen die vele malen groter zijn dan hetgeen nu op de oude locatie plaatsvind.

6.

Verkeersaanbod 20-25% hoger dan ingeschat: In plaats van 180.000 voertuigenbewegingen per jaar, moet dit minimaal 220.000 voertuigenbewegingen per jaar zijn. Uit de stukken blijkt dat er gerekend is met 90.000 motorvoertuigen per jaar (oftewel 180.000 voertuigbewegingen) gebaseerd op de verkoop van de benzine, diesel en waterstof. Wat niet meegenomen is in de analyse, zijn de bezoekers en bijbehorende verkeersbewegingen als gevolg van laadplaatsen voor EV's, de verkoop van niet-brandstoffen (retailfunctie, bestaande uit shop, bakery en horeca), het gebruik van de educatieruimte, de bijbehorende logistiek van personeel (6 medewerkers, meerdere shifts per dag) en de belevering van brandstof en retailgoederen. Dat dit geen illusie is, blijkt uit het feit dat "(...) tankstations aan[geven] een groot aantal klanten te bedienen dat puur voor retail en/of services langskomt"'. En dan laten we de overige dienstverlening (bijvoorbeeld wasstraat, bloemenverkoop en boedelbakverhuur) nog buiten beschouwing. Wanneer we bovenstaande in ogenschouw nemen, ligt het aantal verwachtte voertuigbewegingen op zeker meer dan 220.000. Dat is 20-25% hoger dan de door de gemeente gehanteerde uitgangspunten!

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12790459/3