CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

(064) Toelichting met bijlage

Besluitvormende raadsvergadering 21 maart 2024, gemeente BrummenBij agendapunt: Ongewijzigd vaststellen bestemmingsplan Windheuvelstraat 11, Brummen28.061 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

16

Vanuit het vigerend beleid is het wenselijk om bestaande groenelementen te behouden en waar kan te versterken. De erven langs de Windheuvelstraat komen sterk overeen met de omschreven karakteristiek. Het kent half open erfensembles, al dan niet voorzien van enkele grote bomen en gesloten bosjes of singels. . Richting de weg zijn de tuinen open en er is zicht op de bebouwing. De erven in het landschap kennen een duidelijke cluster waarbij de verhouding groen en stenen in balans is. De keuze voor de verharding moet in afstemming gemaakt worden met de materialisering van de architectuur. Verharding moet in een gedekte kleurstelling sober toegepast worden. Dit in afstemming met de kleurstelling van de gevels en overige materialisering van het woonhuis en de overige gebouwen.

bestand

1. Te slopen hooischuur

2135

project

Legenda

2135-eip-1.vwx

17

herbert

door

datum

3. Bestaande beukenhaag

15 april 2022

2. Bestaande bedrijfswoning

a3

schaal versie

1.0

Erfinrichtingsplan Windheuvelstraat 11 Brummen

www.erfontwikkelaar.nl telnr: 06 24 88 38 28

1 : 1000

formaat

1 (3)

5. Bestaande walnoot

tekeningno

4. Bestaande rode beuk

6. Bestaande leilinden 7. Bestaande houtsingel 7

8. Bestaande inrit 9. Nieuw te bouwen hooischuur (even groot als te slopen 2) 10. Bestaande winkel en opslag 1

11. Dennen en coniferen rooien op voorterrein, aanplant houtsingel

10

9

8

11

4

3

2 5

6

8 8

3

8

laat je erf groeien! erfinrichting Westeindigerdijk

bestand

2135-eip-1.vwx herbert

door

datum

3. Bestaande rode beuk

15 april 2022

2. Bestaande beukenhaag

a3

schaal versie

1.0

Landschapsmaatregelen Windheuvelstraat 11 Brummen

www.erfontwikkelaar.nl telnr: 06 24 88 38 28

1 : 1000

formaat

5. Bestaande leilinden

1 (3)

4. Bestaande walnoot

6. Bestaande houtsingel 7. Bestaande dennen/coniferen rooien en vervange door: 6

Quercus robur - Zomereik 10% Alnus glutinosa - Zwarte els 15% Prunus spinosa - Sleedoorn 10% Viburnum opulus - Geldersche roos 10% Sambucus nigra - Vlier 10% Corylus avalana - Hazelaar 10% Crateagus monogyna - Eénst. Meidoorn 10% Sorbus aucuparia - Lijsterbes 10% Ligustrum vulgare - Wilde liguster 25%

1

1 st/m2 aanplanten in de maat 80-100 eindbeeld is een gesloten houtsingel van min. 5 (m) breed

7

3

4

5 2

laat je erf groeien!

18

2135

project

1. Te slopen hooischuur

tekeningno

landschapsmaatregelen

Legenda

referenties schuur

19

laat je erf groeien

Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 www.sigma-bm.nl email info@sigma-bm.nl

augustus ’22

Onderwerp:

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Windheuvelstraat nr. 11 te Brummen

Projectnummer:

22-M10447

Opdrachtgever:

BJZ.nu

Datum:

26 augustus 2022

0

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Windheuvelstraat nr. 11 te Brummen

onderwerp

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Windheuvelstraat nr. 11 te Brummen

datum

26 augustus 2022

projectnummer

22-M10447

in opdracht van

BJZ.nu Twentepoort Oost 16 7609 RG Almelo

uitgevoerd door

Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128

Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen”

Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000 protocollen 2001, 2002 en 2018”

(het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2002)

Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Bouw & Milieu.

augustus ’22

1

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Windheuvelstraat nr. 11 te Brummen

Inhoud 1

2

INLEIDING ....................................................................................................................................... 3 1.1

Algemeen................................................................................................................................. 3

1.2

Aanleiding van het bodemonderzoek ...................................................................................... 3

1.3

Doel van het onderzoek ........................................................................................................... 3

1.4

Referentiekader van het onderzoek ........................................................................................ 4

1.5

Opbouw van het rapport .......................................................................................................... 4

VOORONDERZOEK ........................................................................................................................ 5 2.1

3

4

Hypothese en onderzoeksstrategie ....................................................................................... 14

VELDONDERZOEK ....................................................................................................................... 16 3.1

Uitvoering van het veldonderzoek ......................................................................................... 16

3.2

Resultaten van het veldonderzoek ........................................................................................ 18

CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK .................................................................................... 21 4.1

Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek ..................................................... 21

4.2

Toetsingscriteria .................................................................................................................... 22

4.3

Analyseresultaten en interpretatie ......................................................................................... 23

4.3.1

Milieuhygiënische kwaliteit grond .......................................................................................... 23

4.3.2

Milieuhygiënische kwaliteit grondwater ................................................................................. 27

5

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .......................................................................................... 29

6

LITERTUURLIJST .......................................................................................................................... 34

7

COLOFON ...................................................................................................................................... 35

Bijlagen 1. Topografisch overzicht 1A.Historisch topografisch overzicht 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:500) 3. Beschrijvingen inspectiegaten/boringen/foto’s 4. Analysecertificaten 5. Onafhankelijkheidsverklaring

augustus ’22

2

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Windheuvelstraat nr. 11 te Brummen

1

INLEIDING

1.1

Algemeen

In opdracht van BJZ.nu is in juli 2022 door Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. een verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 uitgevoerd op een gedeelte van het onbebouwde deel van de locatie gelegen aan de Windheuvelstraat nr. 11 te Brummen (gemeente Brummen). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO). Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s.

De veldwerkzaamheden van Sigma Bouw & Milieu zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters) en 2002 (het nemen van grondwatermonsters) van toepassing. Sigma Bouw & Milieu verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.

1.2

Aanleiding van het bodemonderzoek

Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt een geplande herinrichting en de geplande nieuwbouw op de onderzoekslocatie.

1.3

Doel van het onderzoek

Het verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt.

augustus ’22

3

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Windheuvelstraat nr. 11 te Brummen

1.4

Referentiekader van het onderzoek

Teneinde de kwaliteit van de grond op de onderhavige locatie juist in te schatten is de onderzoeksopzet van het bodemonderzoek gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5740+A1 (literatuur 1). 1.5

Opbouw van het rapport

In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde:  vooronderzoek, (hoofdstuk 2)  veldonderzoek, (hoofdstuk 3)  chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4)  conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).

augustus ’22

4

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Windheuvelstraat nr. 11 te Brummen

2

VOORONDERZOEK

Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is gebaseerd op de onderzoeksnorm NEN 5725, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (literatuur 9). In de NEN-5725 (2017) zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. tabel 1: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek Onderzoeksaspecten 1. Locatiegegevens

Aanleiding tot vooronderzoek

Eigendomssituatie

A 0

B 0

C

D

Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie

3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit

Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken

4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval

F

G

✓

Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie

E

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓ ✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓ ✓

0

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

0

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

0 ✓

✓

Voormalig Huidig Toekomstig Asbestverdacht?

✓

✓

✓

✓

✓

5. Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel

augustus ’22

5

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Windheuvelstraat nr. 11 te Brummen

aanleiding vooronderzoek Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van een geplande herinrichting en de geplande nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725 (2017). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; • informatie van de gemeente Brummen (verkregen via Omgevingsdienst Veluwe IJssel, email d.d. 30-05-2022); • informatie van de bodeminformatiekaart van de Provincie Gelderland; • informatie van Bodemloket.nl; • informatie van het Geoportaal van de Provincie Drenthe; • www.topotijdreis.nl; • voorgaande milieutechnische onderzoeken; • Kadaster/BAG Viewer; • grondwaterkaart van Nederland; • AHN.nl; • Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden . Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt.

locatiegegevens In tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven. tabel 2: overzicht basisinformatie Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzoekslocatie (onbebouwde deel van het plangebied) Algemene omschrijving

Windheuvelstraat nr. 11 Brummen Brummen Zie bijlage 1 X = 207,922 Y= 460,128 Gemeente Brummen, perceel sectie O nrs. 280 (ged.) en 281 (ged.) Niet nagegaan. Ca. 2.750 m2 (incl. bebouwing)

De onderzoekslocatie betreft een gedeelte van het onbebouwde deel van de locatie gelegen aan de Windheuvelstraat nr. 11 te Brummen. Op is een diervoeder- en tuinartikelen detailhandel gevestigd. Op de locatie bevindt zich een bestaand bedrijfspand dat grotendeels als verkoopruimte in gebruik is. Het oostelijk deel van het pand is in gebruik voor opslag van diervoeder in zakken. In het pand bevindt zich een betonvloer. Ten oosten van het pand bevindt zich deels een parkeerplaats. Op een ander deel bevindt zich een schuur en een deel tuin. Rondom het bedrijfspand bevindt zich meest bestrating. Ten noorden van het pand bevindt zich een strook gras. De opdrachtgever is voornemens om een deel van het bestaande pand te verbouwen tot dierenartpraktijk. Het onderhavige onderzoek heeft alleen betrekking op het onbebouwde terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2.

augustus ’22

6

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Windheuvelstraat nr. 11 te Brummen

vervolg tabel 2: overzicht basisinformatie Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG) Terreinverharding Ondergrondse infrastructuur Archeologische waarden Geplande herinrichting bijzonderheden: -

Het bestaande bedrijfspand dateert van 1930, de losstaande schuur dateert van 1985. De onderzoekslocatie is deels verhard met bestrating. Geen informatie, bij grondwerk dient een KLIC-melding gedaan te worden. De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) de vermelding "hoge trefkans". Niet bekend.

afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte deel van de locatie zoals weergegeven in bijlage 2.

augustus ’22

7

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Windheuvelstraat nr. 11 te Brummen

bodemgebruik op basis van topografische kaarten In de onderstaande tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. tabel 3: beschrijving bodemgebruik Omschrijving

Gebruik

Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties

Onderzoekslocatie Historisch (op basis van topografische kaarten, Topotijdreis)

Op basis van de topografische kaarten is de onderzoekslocatie voor zover te beoordelen tot ca. 1862 niet eerder bebouwd geweest. Op topografische kaarten vanaf 1865 is t.p.v. een deel van de onderzoekslocatie enige bebouwing te herkennen. De bebouwing is in de loop der tijd gewijzigd / uitgebreid. Huidig De onderzoekslocatie betreft een gedeelte van het onbebouwde deel van de locatie gelegen aan de Windheuvelstraat nr. 11 te Brummen. Op is een diervoeder- en tuinartikelen detailhandel gevestigd. Op de locatie bevindt zich een bestaand bedrijfspand dat grotendeels als verkoopruimte in gebruik is. Het oostelijk deel van het pand is in gebruik voor opslag van diervoeder in zakken. In het pand bevindt zich een betonvloer. Ten oosten van het pand bevindt zich deels een parkeerplaats. Op een ander deel bevindt zich een schuur en een deel tuin. Rondom het bedrijfspand bevindt zich meest bestrating. Ten noorden van het pand bevindt zich een strook gras. Toekomstig De opdrachtgever is voornemens om een deel van het bestaande pand te verbouwen tot dierenartpraktijk. Het onderhavige onderzoek heeft alleen betrekking op het onbebouwde terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. Directe omgeving (<25 m) Historisch (op Op topografische kaarten vanaf 1850 is in de omgeving voor basis van het eerst enige bebouwing te herkennen.

Deze bebouwing topografische is in de loop der jaren verder uitgebreid / gewijzigd. kaarten, Topotijdreis) Huidig en In de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevinden toekomstig zich enkele woningen, bedrijfsgebouwen en agrarische grond. Noordzijde: achtergelegen bedrijfsgebouwen; Oostzijde: de Voortweg en tegenovergelegen agrarische percelen; Zuidzijde: de Windheuvelstraat en tegenovergelegen agrarische percelen; Westzijde: naastgelegen woning en bedrijfsgebouwen en agrarische grond.

augustus ’22

Geen.

Geen.

Geen.

Geen.

Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.

8

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Windheuvelstraat nr. 11 te Brummen

bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Gebruik

De onderzoekslocatie betreft een gedeelte van het onbebouwde deel van de locatie gelegen aan de Windheuvelstraat nr. 11 te Brummen. Op is een diervoeder- en tuinartikelen detailhandel gevestigd. Op de locatie bevindt zich een bestaand bedrijfspand dat grotendeels als verkoopruimte in gebruik is. Het oostelijk deel van het pand is in gebruik voor opslag van diervoeder in zakken. In het pand bevindt zich een betonvloer. Ten oosten van het pand bevindt zich deels een parkeerplaats. Op een ander deel bevindt zich een schuur en een deel tuin. Rondom het bedrijfspand bevindt zich meest bestrating. Ten noorden van het pand bevindt zich een strook gras. Op de locatie is reeds lange tijd een diervoerderhandel gevestigd. Naast de verkoop van diervoerder is in de loop der tijd ook de verkoop van tuinbenodigdheden gestart. Op een Hinderwettekening uit 1993 is te zien dan aan de westzijde van het pand twee opslagsilo’s voor kunstmest staan. Deze zijn inmiddels verwijderd. Ten noorden van het pand stonden drie silo’s voor opslag van veevoeder, ook deze zijn verwijderd. Op de Hinderwettekening uit 1993 is tevens te zien dat in de huidige winkelruimte in het verleden een opslag was van gewasbeschermingsen reinigingsmiddelen op een betonvloer. Tevens stond er in bestaande verkoopruimte een tank voor opslag van melasse. In een eerdere fase wordt melding gemaakt van een graanmalerij (vanaf 1977).

Bouwvergunning Milieuvergunning Handelsregister

Aanwezigheid brandstoftanks

Er is geen andere informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie. T.b.v. de bestaande bebouwing zijn bouwvergunningen verleend. T.b.v. de locatie is op 14-12-1993 een Hinderwetvergunning verleend voor een opslagplaats en de verkoop van diervoeders (Van der Bijl). De locatie wordt in het handelsregister van de Kamer van Koophandel als volgt vermeld: ■ Van der Bijl Holding BV ■ Van der Bijl Diervoeders ■ Van der Bijl Diervoeders BV Uit de aanwezige informatie van de Omgevingsdienst blijkt dat er op de locatie een ondergrondse huisbrandolietank aanwezig is. Deze tank is op 15-10-1997 door een erkend bedrijf (Milieutec) inwendig gereinigd en gevuld met zand. Er is een KIWA-certificaat afgegeven. Hieruit blijkt dat er tijdens de sanering geen verontreining is waargenomen. De ligging van de tank is niet bekend aan de hand van bekende dossiergegevens. Volgens informatie van eigenaar is de tank gelegen in de parkeerplaats ten zuiden van het bedrijfspand (buiten het onderzoeksgebied). Op de locatie wordt verder melding gemaakt van een vm. bovengrondse brandstoftank (vanaf 1977). Ook hiervan is de ligging van de tank niet bekend aan de hand van bekende dossiergegevens.

Volgens informatie van eigenaar was deze tank gelegen tegen de losstaande schuur aan de oostzijde van het bedrijfspand. Deze tank is al lange tijd geleden verwijderd.

augustus ’22

9

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Windheuvelstraat nr. 11 te Brummen

Aanwezigheid asbest

Er is geen andere informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse brandstoftanks op de onderzoekslocatie. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding, de aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie. Op basis van de provinciale asbestdakenkaart worden de daken van de bestaande bebouwing aangemerkt als niet verdacht voor asbest.

figuur 1: asbestdakenkaart provincie Gelderland

Ophogingen/dempingen/ stortingen

Niet gesprongen explosieven

augustus ’22

De aanwezigheid van asbesthoudend materiaal in de bestaande panden is niet bekend (in dit onderzoek niet onderzocht). Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend. Er is geen informatie omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen/ sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel). Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. Ter plaatse van de Windheuvelstraat wordt melding gemaakt van een slootdemping, dit valt buiten het onderzoeksgebied. Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog.

Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente.

10

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Windheuvelstraat nr. 11 te Brummen

PFAS-verdachtheid

Calamiteiten

Verdachte activiteiten < 25 m

augustus ’22

Op of nabij de onderzoekslocatie bevinden zich geen locaties die de bodem verdacht maken voor PFAS en GenX verbindingen als gevolg van puntbronnen. De kans op verontreiniging met PFAS in de grond t.p.v. de onderzoekslocatie t.g.v. puntbronnen wordt gering geacht. De bovengrond, diepere geroerde bodemlagen en de waterbodem zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS als gevolg van atmosferische depositie. Verwacht wordt dat de bodem van de onderzoekslocatie diffuus onverdacht is voor PFAS en onverdacht is op GenX. Hoewel PFAS diffuus verspreid in de bodem in Nederland voorkomt, en op veel plaatsen in gehalten boven de detectielimiet wordt aangetroffen, is op basis van het vooronderzoek geen informatie verkregen over de eventuele aanwezigheid van PFAS en GenX op de locatie. Ter plaatse zijn geen bronlocaties bekend. Bij evt. toekomstig grondverzet wordt geadviseerd alsnog onderzoek naar deze parameters uit te voeren. Voor zover bekend is er geen informatie over evt. calamiteiten die hebben plaatsgevonden waarbij de bodem verontreinigd kan zijn geraakt.

Op de locatie aan De Voortweg 1 wordt melding gemaakt van onderstaande activiteiten: ●brandstoftank (ondergronds) ●burgerlijk- en utiliteitsbouwbedrijf vanaf 1876 ●dieseltank (bovengronds) ●erfverharding met puin en/of bouw en sloopafval ●hout- en plaatmateriaalzagerij vanaf 1876 ●houtwarenindustrie vanaf 1919 tot 1938 ●timmerwerkplaats vanaf 1921

11

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Windheuvelstraat nr. 11 te Brummen

voorgaande bodemonderzoeken In tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart voorgaande bodemonderzoeken onderzoekslocatie

► niet bekend

omgeving < 25m

► De Voortweg 1: ●inventariserend bodemonderzoek d.d. 29-12-1999, ref. De Klinker, 991007VB.110 Conclusies:

augustus ’22

12

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Windheuvelstraat nr. 11 te Brummen

Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart

►Niet bekend.

►De locatie bevindt zich in de zone buitengebied.

bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 6-12 m-NAP. In tabel 6 staat de geohydrologische opbouw weergegeven. tabel 6: geohydrologische opbouw diepte m-mv 0-4 4-74

beschrijving

formatie

zand, zeer fijn tot zeer grof, lokaal kleiig, grindig of humeus; leem, lokaal zandig, lokaal humeus; klei, siltig tot zandig; veen, kleiig zand, matig fijn tot uiterst grof, lokaal grindig; grind, zandig; klei, siltig tot zandig, lokaal humeuandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof en midden zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen

Boxtel Kreftenheye

De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen.

augustus ’22

13

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Windheuvelstraat nr. 11 te Brummen

(financieel-) juridische situatie In tabel 7 zijn de financieel- juridische aspecten weergegeven. tabel 7: financieel/juridische aspecten kadastrale gegevens opdrachtgever/ belanghebbende rechtspersonen

Gemeente Brummen, perceel sectie O nrs. 280 (ged.) en 281 (ged.) Niet nagegaan.

In het kader van onderhavig bodemonderzoek is behoudens de opgenomen kadastrale gegevens geen nadere financieel juridische informatie verzameld. Het uitvoeren van een daadwerkelijke juridische toets maakt geen deel uit van onderhavig bodemonderzoek.

2.1

Hypothese en onderzoeksstrategie

Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van de historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat de onderzoekslocatie reeds geruime tijd bedrijfsmatig in gebruik is. In eerste instantie was op de locatie een graanmalerij gevestigd. In een latere fase is op de locatie diervoerderhandel gevestigd. Op de locatie was in het verleden o.a. sprake van een opslag van gewasbeschermings- en reinigingsmiddelen op een betonvloer, een bovengrondse brandstoftank en een ondergrondse huisbrandolietank. Er is geen andere informatie omtrent evt. (voormalige) (bedrijfs)matige activiteiten op de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied). Er is geen andere informatie over (voormalige) potentieel verdachte deellocaties (bronnen), (voormalige) bodembedreigende activiteiten of evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende calamiteiten t.p.v. de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied). De terreindelen t.p.v. de vm. bovengrondse dieselolietank is in dit onderzoek als potentieel verdachte deellocatie beschouwd en in dit onderzoek separaat onderzocht.

Het onderzoek t.p.v. de vm. bovengrondse brandstoftank is uitgevoerd op basis van de onderzoeksstrategie voor verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP), op basis van NEN 5740+A1, paragraaf 5.3, (literatuur 1). De vm. ondergrondse huisbrandolietank heeft zich volgens informatie van de eigenaar bevonden op een deel van de locatie dat zich buiten het onderzoeksgebied bevindt. Met het bepalen van de positie van de peilbuis is hiermee rekening gehouden. De vm. opslag van gewasbeschermings- en reinigingsmiddelen bevindt zich in de huidige verkoopruimte. In deze fase is geen inpandig bodemonderzoek uitgevoerd. Gezien het algemeen bedrijfsmatige gebruik van de locatie is het overige deel van plangebied in eerste aanleg als milieuhygiënisch "verdacht" aangemerkt. Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v. het overige deel van plangebied uitgevoerd conform de bijbehorende onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.6 strategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging (VED-HE-NL), verdachte bovengrond (literatuur 1). De ondergrond en het grondwater is in dit onderzoek onderzocht volgens de strategie voor een onverdachte locatie, (ONV-NL) paragraaf 5.1 van de NEN-5740.

augustus ’22

14

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Windheuvelstraat nr. 11 te Brummen

In tabel 8 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. tabel 8: gehanteerde onderzoeksstrategie mogelijke verontreiniging grond

grondwater

onderzoeksstrategie

vm. bovengrondse brandstoftank (ca. 4 m2)

minerale olie, aromaten

minerale olie, aromaten

VEP

overig onbebouwde deel van het plangebied (ca. 2.750 m2)

PAK’s, zware metalen

PAK’s, zware metalen

VED-HE-NL (bovengrond) ONV-NL (ondergrond en grondwater)

(deel)locatie NEN-5740+A1

Op voorhand is geen concrete informatie bekend waaruit blijkt dat t.p.v. de onderzoekslocatie asbesthoudend materiaal in de bodem aanwezig is. Er is in dit onderzoek vooralsnog geen onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond uitgevoerd. Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740+A1. Onderhavig onderzoek betreft geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707+C2 of NEN-5897+C2. Er bestaat echter altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. in de bodem terecht gekomen is of is begraven. Alleen een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 of onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C2 kan een uitspraak doen over de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem. Tevens dient opgemerkt te worden dat aanwezig puinmateriaal en/of (half)verhardingsmaterialen niet chemisch-analytisch zijn onderzocht.

augustus ’22

15

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Windheuvelstraat nr. 11 te Brummen

3

VELDONDERZOEK

In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1

Uitvoering van het veldonderzoek

Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001 en 2002. Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001, 2002 en 2018. In tabel 9 zijn de uitvoeringaspecten opgenomen. tabel 9: uitvoeringsaspecten onderdeel:

uitgevoerd door:

datum:

uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuizen en het nemen van grondmonsters (protocol 2001) het graven van inspectiegaten (protocol 2018) nemen van grondwatermonsters (protocol 2002) locatie-inspectie

dhr. A.D.M. van Wuykhuyse 13-07-2022 (erkend en geregistreerd)

geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering

dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd)

geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering

21-07-2022

dhr. A.D.M. van Wuykhuyse 13-07-2022 (erkend en geregistreerd)

bijzonderheden:

geen bijzonderheden

Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5.

augustus ’22

16

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Windheuvelstraat nr. 11 te Brummen

Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. Het veldwerkprogramma staat weergegeven in tabel 10. tabel 10: veldwerkprogramma

Onderdeel

Aantal

Diepte (m-mv)

Nummers

2

Ca.0.5

1A+1B

-

-

-

1

Ca.3.0-4.0

1

11

Ca.0.5

5 t/m 15

2 1

Ca.2.0

3+4

Ca.3.6-4.6

2

vm. bovengrondse brandstoftank Boringen Peilbuis

overige onbebouwde deel van het plangebied Boringen

Peilbuis

De geplaatste peilbuizen zijn opgebouwd uit 1 meter HDPE peilfilter omstort met filtergrind. Het filtergrind zorgt voor een goede instroming van het grondwater in het filter, daarnaast voorkomt het dat het filter dichtslibt. Het peilfilter bevindt zich 0.5 meter beneden het grondwaterniveau. Boven het peilfilter bevindt zich blinde HDPE opzetbuis, omstort met bentoniet (zwelklei). De zwelklei dient ervoor te zorgen dat toestroming vanuit de bovengrond wordt voorkomen. De peilbuis is geplaatst conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0.5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grondwater Om een representatief grondwatermonster te verkrijgen is de peilbuis, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten. Grondwatermonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11).

Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald.

augustus ’22

17

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Windheuvelstraat nr. 11 te Brummen

3.2

Resultaten van het veldonderzoek

bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In tabel 11 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. tabel 11: lokale bodemopbouw bodemlaag m-mv 0.0-1.8 1.8-2.6 2.6-4.6

hoofdbestanddeel

toevoeging

kleur

zand leem zand

zwak siltig, plaatselijk matig siltig zandig zwak siltig

bruin/grijs/geel bruin grijs/beige

veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn in weergegeven in tabel 12. tabel 12: veldwaarnemingen grondwater Peilbuis

filtertraject m-mv

grondwaterstand m-mv

voorpompen liter

pH

1 2

3.0-4.0 3.6-4.6

2.52 3.10

5 5

6.2 7.1

EGV geleidingsvermogen µS/cm 400 780

troebelheid (NTU) 28 15

In het genomen grondwatermonsters is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuizen hebben voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook zijn de peilbuizen zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt zodat de grondwaterstand in de peilbuis slechts gering is gedaald tijdens afpompen (< 50 cm). Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak hebben (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen

augustus ’22

18

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Windheuvelstraat nr. 11 te Brummen

Zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. De afwijkende waarnemingen staan in de onderstaande tabel 13 weergegeven. tabel 13: afwijkende waarnemingen boring

diepte m-mv.

zintuiglijke waarnemingen

9

0.0-0.5

baksteenresten

10

0.0-0.3

11

0.0-0.5

baksteensporen, gestaakt op handmatig niet te doorboren laag baksteenresten

12

0.0-035

puinlaag (fractie >20 mm: >50%)

grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen.

augustus ’22

19

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Windheuvelstraat nr. 11 te Brummen

asbest Tijdens de locatie-inspectie is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbest op het maaiveld, hierbij is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het opgeboorde monstermateriaal (grond) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. In het opgeboorde monstermateriaal uit de bovengrond zijn baksteendeeltjes waargenomen. In bijlage A van de NEN-5725 wordt gesteld dat vooral bij ongedefinieerd gemengd bouw‐ en sloopafval de kans groot is dat dit asbestcementplaatmateriaal bevat (stukjes golfplaat, vlakke plaat, daklei en buis). Ook in betonpuin, vooral funderingspuin, komt incidenteel asbestcement voor in de vorm van asbestcementbuizen, verloren bekisting en stelplaatjes. In de overige soorten puin (puin van asfalt, asfalt, bakstenen, dakpannen, cement, klinkers en/of straatstenen, trottoirbanden en historisch puin) zit in de regel geen asbesthoudend materiaal en de aanwezigheid daarvan maakt een locatie niet verdacht. Indien het (puin)granulaat duidelijk visueel herkenbaar is als eenduidig materiaal en voldoende kan worden onderbouwd dat dit materiaal niet vermengd kan zijn met asbesthoudend materiaal, is de (deel)locatie niet verdacht. De in dit onderzoek waargenomen baksteensporen zijn in dit geval visueel beoordeeld als eenduidig materiaal, nl. baksteen.

Op basis van het gestelde in bijlage A van de NEN-5725 kan gesteld worden dat de grond, vanwege de aanwezigheid van baksteenresten, niet direct verdacht is voor de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Op basis van zintuiglijke waarnemingen van het opgeboorde monstermateriaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen (indicatieve waarneming). Hierbij wordt opgemerkt dat in dit onderzoek handboringen zijn uitgevoerd met een 5 cm edelman boor de trefkans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal (t.g.v. verdringing van materiaal) is kleiner dan bij het graven van inspectiegaten volgens NEN-5707+C2. Bij het graven van proefgaten of proefsleuven ontstaat een beter beeld van eventueel aanwezig bodemvreemd materiaal. Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem/puin geen onderdeel uitmaakt van het onderhavige onderzoek dat volgens NEN-5740+A1 is uitgevoerd. Het onderhavige onderzoek kan daarom geen uitspraak doen over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderhavige locatie. Opgemerkt dient te worden dat geen asbestanalyses van grond en/of puin e.d. hebben plaatsgevonden. Asbestanalyses maken geen deel uit van verkennend bodemonderzoek in het kader van de NEN-5740+A1.

Tevens wordt opgemerkt dat de zintuiglijke beoordeling op asbest en de locatie-inspectie niet opgevat dient te worden als een onderzoek uitgevoerd op basis van NEN-5707+C2 (asbestonderzoek in grond) en/of NEN-5897+C2 (monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN-5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. De chemische samenstelling van eventueel aanwezig verhardingsmateriaal is niet in dit onderzoek onderzocht.

augustus ’22

20

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Windheuvelstraat nr. 11 te Brummen

4

CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK

In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van SGS. Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor SGS is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I&W. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 4.1

Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek

grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krijgen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. grondwater Uit de geplaatste peilbuizen is per peilbuis een grondwatermonster genomen en geanalyseerd. In onderstaande tabel 14 wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, grondwatermonsters, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. tabel 14: analyseschema Monstercode

boringnummer(s)

diepte (m-mv)

zintuiglijke waarnemingen

analysepakket

0.06-0.26

-

AS3000: aromaten + minerale olie

grondwater Pb 1 1 3.0-4.0 overig onbebouwde deel van het plangebied

-

NEN-grondwater(**)

vm. bovengrondse brandstoftank grond MM1

1

grond MM2

3+5+6+7

0.0-0.5

-

NEN-grond(*)+AS3000

MM3

9+10+11

0.0-0.5

baksteenresten

NEN-grond(*)+AS3000

MM4

2+12+13+14

0.0-0.5

-

NEN-grond(*)+AS3000

MM5

2+3+4

0.5-2.0

-

NEN-grond(*)+AS3000

2

3.6-4.6

-

NEN-grondwater(**)

grondwater Pb2

verklaring van de gebruikte afkortingen en codes:(1) * NEN-grond = Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en lutum; **NEN-water = Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (incl. naftaleen), chloorhoudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bromoform; Zware metalen = barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Vluchtige aromaten = Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) Styreen (S) (BTEXNS); PCB = Polychloorbifenylen; PAK = Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; VOH = Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. Bromoform = Tribroommethaan

augustus ’22

21

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Windheuvelstraat nr. 11 te Brummen

4.2

Toetsingscriteria

Om de kwaliteit van de bodem en de mate van verontreiniging te kunnen beoordelen, zijn de analyseresultaten van grondmonsters getoetst aan de geldende toetsingswaarden; 1) de achtergrondwaarde (AW-2000) zoals opgenomen in bijlage B van “de Regeling Bodemkwaliteit” 2) de interventiewaarde zoals opgenomen in tabel 1 van “de Circulaire Bodemsanering”, De toetsing van de meetresultaten is uitgevoerd middels BoToVa, de Bodem Toets Validatie Service van de overheid voor grond, grondwater en waterbodem, waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. BoTova gaat uit van het wettelijk kader dat per 1 juli 2013 van kracht is. In de BoToVa toetsing worden de meetwaarden gecorrigeerd/teruggerekend voor de “standaard bodem” (humus=10% en lutum=25%). Generiek toetsingskader Voor de beoordeling van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters wordt gebruik gemaakt van de achtergrondwaarden grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit, de streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering. Achtergrondwaarde (AW-2000): De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft de kwaliteit weer die 'van nature' voorkomt in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen.

De achtergrondwaarden zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit en zijn gebaseerd op het onderzoek ‘Achtergrondwaarden 2000’. Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland. De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. Bij overschrijding van de achtergrondwaarde is er sprake van bodemverontreiniging. Tussenwaarde/bodemindex-waarde >0.5: De gemiddelde waarde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde (S+I)/2, hierna te noemen 'tussenwaarde'(T), wordt gehanteerd om aan te geven dat bij overschrijding de kans aanwezig is dat er sprake is van een ernstige verontreiniging, ofwel dat nader onderzoek noodzakelijk is. De tussenwaarde heeft geen wettelijke status maar is een indicatieniveau voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek. De tussenwaarde geeft het concentratieniveau aan waarboven onder bepaalde omstandigheden risico’s voor mens en milieu aan de orde kunnen zijn. De tussenwaarde is zodoende een indicatiewaarde voor nader onderzoek. Bij overschrijding van de T-waarde of bodemindex waarde (>0,5) dient aanvullend/nader bodemonderzoek in overweging genomen te worden. Een nader onderzoek wordt uitgevoerd indien er een vermoeden bestaat dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging.

Interventiewaarde: De interventiewaarde (I) geeft aan dat bij overschrijding van deze waarde de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Is er sprake van een ernstige bodemverontreiniging en wordt de interventiewaarde in meer dan 25 m3 grond of 100 m3 grondwater (bodemvolume) overschreden, dan kan er noodzaak zijn tot sanering. De saneringsurgentie wordt bepaald door blootstellingsrisico's van mens, dier en plant en de verspreidingsrisico's van de betreffende stoffen (actuele risico’s). De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico's voor de volksgezondheid en het milieu (onderzoek RIVM). Bij de beoordeling van bodemverontreiniging aan de hand van de genoemde toetsingswaarden spelen nog een aantal aspecten een rol. Rekening dient te worden gehouden met het feit dat de mobiliteit van stoffen in de bodem en daardoor de verspreiding van stoffen afhankelijk is van diverse bodemkenmerken. Daarnaast speelt de bestemming en het gebruik van de locatie in de huidige situatie alsmede de toekomstige situatie, een grote rol bij de beoordeling van de risico's voor het milieu.

augustus ’22

22

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Windheuvelstraat nr. 11 te Brummen

4.3

Analyseresultaten en interpretatie

In deze paragraaf zijn de resultaten van de chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden, weergegeven in tabelvorm. Na elke tabel worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten opgenomen. 4.3.1

Milieuhygiënische kwaliteit grond

boven- en ondergrond (0.0-2.0 m-mv) In tabel 15 en 16 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 15: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project

22-M10447-Windheuvelstraat 11 te Brum m en

Certificaat

13706055

Toetsing

12-Beoordeling kw aliteit van grond volgens Wbb

Toetsversie

Toetsversie 3.0.0, toetskader WBB, SIKB versie 13.3.0, toetsingsdatum : 25-08-2022 - 09:27

Parameters

Analyse

Toetsing

Eenheid

AW

T

I

13706055-001

13706055-002

13706055-003

13706055-004

MM1MM1, 01: 6-26

MM2MM2, 03: 0-50, 05: 0-50, 06: 4-50, 07: 0-50

MM3MM3, 09: 0-50, 10: 0-30, 11: 0-50

MM4MM4, 12: 35-50, 13: 6-30, 14: 0-50, 02: 6-50

Grond (AS3000)

Grond (AS3000)

Grond (AS3000)

Voldoet aan Achtergrondw aarde

Overschrijding Achtergrondw aarde

Overschrijding Achtergrondw aarde

SR

monster voorbehandeling

Ja

droge stof

95.6

%

gew icht artefacten g

<1

aard van de artefacten -

Geen

organische stof%(gloeiverlies)

BT

BC

BI

<0.5

BT

BC

BI

Ja 95.6

89.8

89.8

0.5

BT

Grond (AS3000)

BC

Overschrijding Achtergrondw aarde BI

89.9

91.5

<1

BT

BC

BI

91.5

<1

Geen 1.6

SR Ja

89.9

Geen 1.6

SR Ja

<1

0.5

organische stof%(gloeiverlies)

SR

Geen

1.8

1.8

1.6

2.0

1.8

2 2

KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS

25

6.8

6.8

4.2

4.2

5.3

5.3

METALEN +

barium

mg/kg

920

47

114

--

50

152

--

54

148

--

cadmium

mg/kg

0.6

6.8

13

0.26

0.417

<=AW

0

0.27

0.45

<=AW

0

0.25

0.41

<=AW

0

kobalt

mg/kg

15

102

190

2.5

5.76

<=AW

0

2.5

7.08

<=AW

0

3.5

9.04

<=AW

0

koper

mg/kg

40

115

190

17

30.2

<=AW

0

9.1

17.5

<=AW

0

17

31.6

<=AW

0

kw ik°

mg/kg

0.15

18

36

0.07

0.0933

<=AW

0

<0.05

0.0486

<=AW

0

0.06

0.0818

<=AW

0

lood

mg/kg

50

290

530

53

76.6

WO

0.06

77

116

WO

0.14

78

116

WO

0.14

molybdeen

mg/kg

1.5

96

190

<0.5

0.35

<=AW

0

<0.5

0.35

<=AW

0

0.51

0.51

<=AW

0

nikkel

mg/kg

35

68

100

7.5

15.6

<=AW

0

7.1

17.5

<=AW

0

9.3

21.3

<=AW

0

zink

mg/kg

140

430

720

63

120

<=AW

0

100

213

IN

0.13

83

169

WO

0.05

VLUCHTIGE AROMATEN benzeen

mg/kg

tolueen

0.2

0.65

1.1

<0.05

0.175

<=AW

0

mg/kg

0.2

16

32

<0.05

0.175

<=AW

0

ethylbenzeen mg/kg

0.2

55

110

<0.05

0.175

<=AW

0

xylenen (0.7 factor) mg/kg

0.45

8.7

17

0.07

0.35

<=AW

0

totaal BTEX (0.7 factor)

0.18

naftaleen

<0.05

mg/kg

0.035

0.01

0.021

0.007

POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen

mg/kg

0.035

pak-totaal (10 van mg/kg VROM) (0.71.5 factor)

21

40

20

510

1000

190

2595

5000

0.035

<=AW

#

0.01

0.01

<0.03

0.021

<0.01

0.007

2.21

2.21

WO

0.02

1.991

1.99

WO

0.01

2.037

2.04

WO

0.01

15.7

78.5

IN

0.06

8.05

40.2

IN

0.02

4.9

24.5

<=AW

-

<20

70

<=AW

0

80

400

IN

0.04

<20

70

<=AW

0

POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) som PCB (7) (0.7 ug/kg factor)

MINERALE OLIE totaal olie C10 -mg/kg C40

30

150

<=AW

0

Ve rk laring k olom m e n SR

Resultaat op het analyserapport

BT

Berekend toetsresultaat (omgerekend naar standaard b odem). Bij organische stof en lutum staan de voor de toetsing geb ruikte waarden.

BC

Toetsoordeel

ST

SGS toetsings resultaat (door SGS b erekend)

AW

Achtergrondwaarde (door SGS b eheerd)

T

Tussenwaarde (door SGS b erekend en b eheerd maar niet meer b eschreven in de wetgeving)

I

Interventie waarde (door SGS b eheerd)

BI

SGS b erekende BodemIndex waarde: =(BT - (S of AW) ) / (I - (S of AW) )

Ve rk laring toe ts ings oorde le n Geen toetsoordeel mogelijk #

Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat

<=AW

Kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde

WO

Wonen

IN

Industrie

>I

Groter dan interventiewaarde

>(ind)I

INEV (Indicatieve interventiewaarde) wordt overschreden

>IND

Groter dan industrie

Kle ur inform atie Rood

> Interventiewaarde

Roze

> Industrie

Oranje

>= Tussenwaarde (BI ligt tussen 0.5 en 1)

Blauw

>= Achtergrond waarde

augustus ’22

23

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Windheuvelstraat nr. 11 te Brummen

tabel 16: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project

22-M10447-Windheuvelstraat 11 te Brum m en

Certificaat

13706055

Toetsing

12-Beoordeling kw aliteit van grond volgens Wbb

Toetsversie

Toetsversie 3.0.0, toetskader WBB, SIKB versie 13.3.0, toetsingsdatum : 25-08-2022 - 09:27

Parameters

Toetsing

13706055-005 MM5MM5, 02: 90-140, 02: 140-190, 03: 90-140, 03: 140-180, 04: 50-90, 04: 90-140, 04: 150-200 Grond (AS3000) Voldoet aan Achtergrondw aarde

Analyse

Eenheid

AW

T

I

SR

monster voorbehandeling

Ja

droge stof

91.3

%

BT

BC

BI

91.3

gew icht artefacten g

<1

aard van de artefacten -

Geen

organische stof%(gloeiverlies)

0.5

0.5

4.6

4.6

KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS

METALEN +

barium

mg/kg

920

<20

40.9

--

cadmium

mg/kg

0.6

6.8

13

<0.2

0.232

<=AW

0

kobalt

mg/kg

15

102

190

1.9

5.2

<=AW

0

koper

mg/kg

40

115

190

5.6

10.6

<=AW

0

kw ik°

mg/kg

0.15

18

36

<0.05

0.0483

<=AW

0

lood

mg/kg

50

290

530

<10

10.5

<=AW

0

molybdeen

mg/kg

1.5

96

190

<0.5

0.35

<=AW

0

nikkel

mg/kg

35

68

100

6.0

14.4

<=AW

0

zink

mg/kg

140

430

720

23

48.2

<=AW

0

POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen

mg/kg

<0.01

0.007

21

40

0.274

0.274

<=AW

0

20

510

1000

4.9

24.5

<=AW

-

190

2595

5000

<20

70

<=AW

0

pak-totaal (10 van mg/kg VROM) (0.71.5 factor)

POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) som PCB (7) (0.7 ug/kg factor)

MINERALE OLIE totaal olie C10 -mg/kg C40

Ve rk laring k olom m e n SR

Resultaat op het analyserapport

BT

Berekend toetsresultaat (omgerekend naar standaard b odem). Bij organische stof en lutum staan de voor de toetsing geb ruikte waarden.

BC

Toetsoordeel

ST

SGS toetsings resultaat (door SGS b erekend)

AW

Achtergrondwaarde (door SGS b eheerd)

T

Tussenwaarde (door SGS b erekend en b eheerd maar niet meer b eschreven in de wetgeving)

I

Interventie waarde (door SGS b eheerd)

BI

SGS b erekende BodemIndex waarde: =(BT - (S of AW) ) / (I - (S of AW) )

Ve rk laring toe ts ings oorde le n Geen toetsoordeel mogelijk #

Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat

<=AW

Kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde

WO

Wonen

IN

Industrie

>I

Groter dan interventiewaarde

>(ind)I

INEV (Indicatieve interventiewaarde) wordt overschreden

>IND

Groter dan industrie

Kle ur inform atie Rood

> Interventiewaarde

Roze

> Industrie

Oranje

>= Tussenwaarde (BI ligt tussen 0.5 en 1)

Blauw

>= Achtergrond waarde

augustus ’22

24

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Windheuvelstraat nr. 11 te Brummen

interpretatie onderzoeksresultaten grond In tabel 17 staat een samenvatting weergegeven van de toetsresultaten van de onderzochte mengmonsters. tabel 17: samenvatting toetsresultaten per mengmonster grondmengmonster boringen vm. bovengrondse brandstoftank

diepte

zintuiglijk

0.06MM1 1 0.26 overige onbebouwde deel van het plangebied MM2

3+5+6+7

0.0-0.5

-

MM3

9+10+11

0.0-0.5

baksteenresten

MM4 MM5

2+12+13+14 2+3+4

0.0-0.5 0.5-2.0

-

>AW

>T

>I

Indicatieve toetsing Bbk*

-

-

-

Achtergrondwaarde*

-

Industrie*

-

Industrie*

-

Wonen* Achtergrondwaarde*

lood, PAK’s, PCB’s lood, zink, PAK’s, PCB’s, minerale olie, lood, zink, PAK’s -

>AW

overschrijding achtergrondwaarde (bodemindex =<0,5)

>T

overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)

>I

overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)

Bbk

besluit bodemkwaliteit

*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond

vm. bovengrondse brandstoftank bovengrond (0.06-0.26 m-mv) Bovengrondmonster MM1 (boring 1) bevat geen verhoogd gehalte minerale olie en vluchtige aromaten t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. overig onbebouwde deel van het plangebied bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Bovengrondmonster MM2 bevat een verhoogd gehalte lood (zware metalen), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK, som 10) en PCB’s (som 7) t.o.v. de achtergrondwaarde. Bovengrondmonster MM3 bevat een verhoogd gehalte lood, zink (zware metalen), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK, som 10), minerale olie en PCB’s (som 7) t.o.v. de achtergrondwaarde. Bovengrondmonster MM4 bevat een verhoogd gehalte lood, zink (zware metalen) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK, som 10) t.o.v. de achtergrondwaarde. De verhoogd gemeten gehalten lood, zink (zware metalen), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) (som 10), minerale olie en/of PCB’s (som 7) in de bovengrond zijn op basis van zintuiglijke waarnemingen mogelijk voor een deel te relateren aan de plaatselijk zintuiglijk waargenomen baksteendeeltjes in het opgeboorde monstermateriaal.

augustus ’22

25

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Windheuvelstraat nr. 11 te Brummen

Anderzijds geldt in algemene zin dat in gebieden welke reeds langere tijd door de mens in gebruik zijn (o.a. langdurige bewoning of menselijk gebruik) vaker verhoogde gehalten aan o.a. zware metalen, PAK’s, minerale olie en PCB’s in de grond worden gemeten. In algemene zin wordt opgemerkt dat antropogene beïnvloeding van een locatie in de meeste gevallen een negatief effect heeft op de kwaliteit van de bodem. Zware metalen bezitten veelal een geringe mobiliteit in de bodem en hechten zich met name aan sliben kleideeltjes. Zware metalen komen van nature in bepaalde concentraties in de bodem voor. Deze concentraties kunnen verhoogd voorkomen in het stedelijk milieu. De afgifte vindt onder andere plaats door dakpannen, dakgoten, kabels en leidingen, verkeer en afval. Ook depositie van zware metalen op de bodem door industriële activiteiten is een mogelijke oorzaak van verhoogde concentraties. Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) omvat een groep van meer dan 200 stoffen, die bestaan uit twee of meer aan elkaar verbonden benzeenringen, die ontstaan bij de onvolledige verbranding van koolstofbevattende materialen. Het zijn teerachtige stoffen die ontstaan bij de onvolledige verbranding van koolstofhoudende materialen als hout, fossiele brandstoffen, tabak of levensmiddelen.

De aanwezigheid van PAK’s in de bodem zijn vaak het gevolg van de aanwezigheid van teerhoudende of koolstofhoudende stoffen, zoals bv. koolas, verbrandingsresten of teerresten. Ze kunnen zowel een synthetische als een natuurlijke oorsprong hebben. PAK’s kunnen ook worden aangetroffen bij de vervaardiging en verwerking van rubber, kunststoffen, verf, lakken, minerale olie en teerproducten. In de chemische grondstoffenindustrie dienen ze als tussenproducten bij verschillende syntheses, bijvoorbeeld van verfstoffen en farmaceutica. PCB's (polychloorbifenylen) staan al tientallen jaren in de belangstelling als bedreiging voor de volksgezondheid. Dat danken ze aan een slechte afbreekbaarheid, een neiging tot stapelen in dierlijk (en dus ook humaan) vetweefsel en uiteenlopende toxische eigenschappen. Verspreiding van persistente verontreinigingen gaat hoofdzakelijk via de lucht, ze komen vervolgens terecht op gewassen, de bodem en in water. Door hun lipofiele eigenschappen (vetoplosbaar) treedt vervolgens stapeling op in met name dierlijk vetweefsel. PCB’s zijn geen natuurlijk voorkomende stoffen. De aanwezigheid van PCB's in het milieu is met name het gevolg van industriële productie en het gebruik van PCB's van ongeveer 1930 tot 1980.

Polychloorbifenylen (PCB’s) zijn op zeer uiteenlopende manieren toegepast: als isolatie vloeistof in transformatoren en condensatoren, als hydraulische- of warmtegeleidingsvloeistoffen, koelvloeistof, smeermiddel en weekmaker in kunststoffen, en verder in verf, inkt, lak, kit, lijm, koolstofvrij kopieerpapier en bestrijdingsmiddelen. Aangezien productie en gebruik van PCB's sinds 1985 volledig zijn verboden, zijn dit soort PCB-houdende producten al lange tijd niet meer in de handel. ondergrond (0.5-2.0 m-mv) Ondergrondmengmonster MM5 bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde.

Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter vanuit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000). Op basis van de circulaire bodemsanering 2009 zijn de toetsingswaarden voor barium (zware metalen) tijdelijk ingetrokken. Indien er op een locatie sprake is van een antropogene bron kan het gemeten gehalte barium indicatief worden getoetst aan de voormalige interventiewaarde.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13855308/4