(064) Toelichting met bijlage
Tekst van het document
augustus ’22
26
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Windheuvelstraat nr. 11 te Brummen
4.3.2
Milieuhygiënische kwaliteit grondwater
In tabel 18 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 18: gemeten gehaltes (µg/l) in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project
22-M10447-Windheuvelstraat 11 te Brum m en
Certificaat
13709736
Toetsing
13-Beoordeling kw aliteit van grondw ater volgens Wbb
Toetsversie
Toetsversie 2.0.0, toetskader WBB, SIKB versie 13.3.0, toetsingsdatum : 25-08-2022 - 09:31
Parameters
Toetsing
13709736-001
13709736-002
Pb1Pb1, 01-Pb1: 300-400
Pb2Pb2, 02-Pb2: 360-460
Grondw ater (AS3000)
Grondw ater (AS3000)
Overschrijding Streefw aarde Analyse
Overschrijding Streefw aarde
Eenheid
S
T
I
SR
BT
BC
BI
SR
BT
BC
BI
barium
ug/l
50
338
625
83
83
>S
0.06
210
210
>S
0.28
cadmium
ug/l
0.4
3.2
6
<0.2
0.14
<=S
-
0.29
0.29
<=S
-
kobalt
ug/l
20
60
100
2.8
2.8
<=S
-
14
14
<=S
-
koper
ug/l
15
45
75
5.2
5.2
<=S
-
17
17
>S
0.03
kw ik
ug/l
0.05
0.18
0.3
<0.05
0.035
<=S
-
<0.05
0.035
<=S
-
lood
ug/l
15
45
75
<2
1.4
<=S
-
<2
1.4
<=S
-
molybdeen
ug/l
5
152
300
<2
1.4
<=S
-
<2
1.4
<=S
-
nikkel
ug/l
15
45
75
6.5
6.5
<=S
-
28
28
>S
0.22
zink
ug/l
65
432
800
33
33
<=S
-
96
96
>S
0.04
METALEN
VLUCHTIGE AROMATEN benzeen
ug/l
0.2
15
30
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
tolueen
ug/l
7
504
1000
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
ethylbenzeen ug/l
4
77
150
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
xylenen (0.7 factor) ug/l
0.2
35
70
0.21
0.21
<=S
-
0.21
0.21
<=S
-
styreen
ug/l
6
153
300
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
naftaleen
ug/l
0.01
35
70
<0.02
0.014
<=S
-
<0.02
0.014
<=S
-
GEHALOGENEERDE KOOLWATERSTOFFEN 1,1-dichloorethaan ug/l
7
454
900
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
1,2-dichloorethaan ug/l
7
204
400
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
1,1-dichlooretheen ug/l
0.01
5.0
10
<0.1
0.07
<=S
-
<0.1
0.07
<=S
-
<0.1
0.07
<0.1
0.07
trans-1,2-dichlooretheen ug/l som (cis,trans)ug/l 1,2- dichloorethenen 0.01 (0.7 factor) 10
20
0.14
0.14
<=S
-
0.14
0.14
<=S
-
dichloormethaan ug/l
1000
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
1,1-dichloorpropaan ug/l
<0.2
0.14
<0.2
0.14
1,2-dichloorpropaan ug/l
<0.2
0.14
<0.2
0.14
1,3-dichloorpropaan ug/l
<0.2
0.14
<0.2
0.14
0.01
500
som dichloorpropanen ug/l (0.7 factor) 0.8
40
80
0.42
0.42
<=S
-
0.42
0.42
<=S
-
tetrachlooretheen ug/l
0.01
20
40
<0.1
0.07
<=S
-
<0.1
0.07
<=S
-
tetrachloormethaan ug/l
0.01
5.0
10
<0.1
0.07
<=S
-
<0.1
0.07
<=S
-
1,1,1-trichloorethaan ug/l
0.01
150
300
<0.1
0.07
<=S
-
<0.1
0.07
<=S
-
1,1,2-trichloorethaan ug/l
0.01
65
130
<0.1
0.07
<=S
-
<0.1
0.07
<=S
-
trichlooretheenug/l
24
262
500
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
chloroform
ug/l
6
203
400
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
vinylchloride
ug/l
0.01
2.5
5
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
630
<0.2
0.14
---
<0.2
0.14
---
600
<50
35
<=S
<50
35
<=S
tribroommethaan ug/l
MINERALE OLIE totaal olie C10 -ug/l C40
50
325
-
Verklaring kolom m en SR
Resultaat op het analyserapport
BT
Berekend toetsresultaat (omgerekend naar standaard bodem). Bij organische stof en lutum staan de voor de toetsing gebruikte waarden.
BC
Toetsoordeel
SC
SGS toetsings conclusie (door SGS bepaald)
T
Tussenwaarde (door SGS berekend en beheerd maar niet meer beschreven in de wetgeving)
I
Interventie waarde (door SGS beheerd)
BI
SGS berekende BodemIndex waarde: =(BT - (S of AW) ) / (I - (S of AW) )
-
Verklaring toetsingsoordelen Geen toetsoordeel mogelijk #
Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat
<=S
Kleiner dan of gelijk aan de streefwaarde
>S
Groter dan de streefwaarde
>I
Groter dan interventiewaarde
Kleur inform atie Rood
> Interventiewaarde
Oranje
>= Tussenwaarde (BI ligt tussen 0.5 en 1)
Blauw
> streefwaarde
augustus ’22
27
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Windheuvelstraat nr. 11 te Brummen
interpretatie resultaten grondwater In tabel 19 staat een samenvatting weergegeven van de toetsresultaten van het onderzochte grondwatermonster. tabel 19 samenvatting toetsresultaten per grondwatermonster
grondwatermonster
diepte filter
zintuiglijk
vm. bovengrondse brandstoftank Pb 1 3.0-4.0 overige onbebouwde deel van het plangebied Pb 2
3.6-4.6
-
>S
>T
>I
barium
-
-
barium, koper, nikkel, zink
-
-
Legenda >S
overschrijding streefwaarde (bodemindex <=0,5)
>T
overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)
>I
overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)
vm. bovengrondse brandstoftank peilbuis 1 (3.0-4.0 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde. overig onbebouwde deel van het plangebied peilbuis 2 (3.6-4.6 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 2 bevat een verhoogd gehalte barium, koper, nikkel en zink (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde. Ten aanzien van het voorkomen van verhoogde gehaltes zware metalen in het freatisch grondwater kan in algemene zin worden opgemerkt dat dergelijke verhoogde gehaltes op tal van onverdachte locaties in Nederland regelmatig voorkomen. De gehaltes worden vaak in verhoogde mate aangetoond zonder dat daarbij sprake is van een verontreinigingsbron. De verhoogde gehaltes zware metalen kunnen o.a. worden veroorzaakt door wisselende milieuomstandigheden in de bodem alsmede door diverse bodemprocessen. Zo kan het onvoldoende herstelde evenwicht tussen grond en grondwater ten tijde van de bemonstering een mogelijke oorzaak zijn van het verhoogd voorkomen van zware metalen. Deels kunnen zware metalen van nature, door uitloging uit sedimenten, afhankelijk van het redoxpotentiaal, in verhoogde mate in het grondwater voorkomen, het betreft in deze gevallen natuurlijk verhoogde achtergrondwaarden. Opgemerkt wordt dat de aanwezigheid van zware metalen in het grondwater ook kan samenhangen met het vm.
gebruik van de locatie. Het verhoogd gemeten gehalte naftaleen in het grondwater is op basis van het bekende bodemgebruik niet te relateren. Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter van uit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000), e.e.a. geldt voor de gecorrigeerde som 1,2dichlooretheen, gecorrigeerde som dichloorpropaan en som xylenen.
augustus ’22
28
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Windheuvelstraat nr. 11 te Brummen
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend milieukundig bodemonderzoek worden de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. grond Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde bodemmateriaal plaatselijk puinresten waargenomen. Plaatselijk zijn boringen vanwege een obstructie gestaakt. In het opgeboorde plaatselijk puinhoudende bodemmateriaal is op basis van zintuiglijke waarnemingen geen asbestverdacht materiaal waargenomen (indicatieve waarneming). Een samenvatting van de toetsingsresultaten staat weergegeven in tabel 20. tabel 20: samenvatting toetsingsresultaten grondmengmonster boringen vm. bovengrondse brandstoftank grond
diepte
zintuiglijk
0.06MM1 1 0.26 grondwater Pb1 1 3.0-4.0 overige onbebouwde deel van het plangebied grond
>AW /S
>T
>I
Indicatieve toetsing Bbk*
-
-
-
Achtergrondwaarde*
barium
-
-
n.v.t.
-
Industrie*
-
Industrie*
-
Wonen* Achtergrondwaarde*
-
n.v.t.
MM2
3+5+6+7
0.0-0.5
-
MM3
9+10+11
0.0-0.5
baksteenresten
MM4 MM5 grondwater
2+12+13+14 2+3+4
0.0-0.5 0.5-2.0
-
lood, PAK’s, PCB’s lood, zink, PAK’s, PCB’s, minerale olie, lood, zink, PAK’s -
-
barium, koper, nikkel, zink
Pb2
2
3.6-4.6
-
>AW
overschrijding achtergrondwaarde/ streefwaarde (bodemindex =<0,5)
>T
overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)
>I
overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)
Bbk
besluit bodemkwaliteit
*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond
augustus ’22
29
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Windheuvelstraat nr. 11 te Brummen
vm. bovengrondse brandstoftank bovengrond (0.06-0.26 m-mv) Bovengrondmonster MM1 (boring 1) bevat geen verhoogd gehalte minerale olie en vluchtige aromaten t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. peilbuis 1 (3.0-4.0 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in dit geval niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. overig onbebouwde deel van het plangebied bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Bovengrondmonster MM2 bevat een verhoogd gehalte lood (zware metalen), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK, som 10) en PCB’s (som 7) t.o.v. de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in deze gevallen niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. Bovengrondmonster MM3 bevat een verhoogd gehalte lood, zink (zware metalen), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK, som 10), minerale olie en PCB’s (som 7) t.o.v.
de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in deze gevallen niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. Bovengrondmonster MM4 bevat een verhoogd gehalte lood, zink (zware metalen) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK, som 10) t.o.v. de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in deze gevallen niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. ondergrond (0.5-2.0 m-mv) Ondergrondmengmonster MM5 bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. peilbuis 2 (3.6-4.6 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 2 bevat een verhoogd gehalte barium, koper, nikkel en zink (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in deze gevallen niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek.
augustus ’22
30
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Windheuvelstraat nr. 11 te Brummen
toetsing hypothese Op basis van de vooraf gestelde hypothese is de onderzoekslocatie in eerste aanleg als milieuhygiënisch onverdacht aangemerkt. In tabel 21 is de hypothese en de noodzaak tot vervolgonderzoek beoordeeld aan de hand van de onderzoeksresultaten. tabel 21 : toetsing hypothese Locatie
Hypothese
Correct?
Verkennend onderzoek met nieuwe hypothese?
Nader onderzoek?
Windheuvelstraat 11 te Brummen
verdacht
ja, verhoogde gehalten aangetoond
nee, onderzoeksinspanning voldoende
nee, er zijn geen matig tot sterk verhoogde gehalten in de bodem gemeten.
Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de locatie niet geheel vrij is van bodemverontreiniging. De grond en het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie bevat enkele stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde resp. de streefwaarde. Deze verhoogd gemeten gehalten overschrijden de tussenwaarde/bodemindex-waarde niet en geven daardoor, naar onze mening, geen directe aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek. Opgemerkt wordt dat de conclusies betrekking hebben op de chemische gesteldheid van de bodem (excl. asbest). Een asbestonderzoek in grond of puin conform de NEN 5707+C2 resp. NEN 5897+C2 maakt geen onderdeel uit van de scope van onderhavig onderzoek. Op basis van dit onderzoek dat volgens NEN-5740-A1 is uitgevoerd kan geen uitspraak worden gedaan omtrent de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal in de bodem of puin. Indien een formele uitspraak over het voorkomen van asbest in de bodem gewenst is dient een asbestonderzoek uit gevoerd te worden conform de NEN 5707+C2 of NEN 5897+C2. Afwijkingen t.o.v. normen en protocollen Er hebben bij de uitvoering van werkzaamheden geen afwijkingen plaatsgevonden t.o.v. de geldende protocollen 2001, 2002 en/of overige geldende analysemethoden.
augustus ’22
31
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Windheuvelstraat nr. 11 te Brummen
Aanbevelingen 1●) In het kader van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging dient de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem zoveel mogelijk aan te sluiten bij het toekomstige bodemgebruik. Ter afstemming wordt geadviseerd om het onderhavige bodemonderzoek in dit kader voor te leggen aan het bevoegd gezag. 2●) Indien de grond ontgraven gaat worden, bijvoorbeeld ten behoeve van bouwwerkzaamheden, is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Indien grond van het eigen terrein moet worden afgevoerd zal deze verwerkt dienen te worden conform de eisen van het Besluit Bodemkwaliteit. De mogelijkheden hiertoe kunnen worden vastgesteld na overleg met de betrokken overheidsinstanties. Volledige duidelijkheid omtrent de bodemkwaliteitsklasse van vrijkomende grond wordt pas verkregen op basis van een partijkeuring conform het Besluit Bodemkwaliteit. Opgemerkt dient te worden dat de vertaalslag van verkennend bodemonderzoek naar hergebruik van grond volgens het Besluit Bodemkwaliteit, veelal, niet mogelijk is. In de meeste gevallen zijn aanvullende gegevens noodzakelijk, het bevoegd gezag (de gemeente waarin de grond wordt toegepast) kan hier uitsluitsel over geven. Op 8 juli 2019 heeft het Ministerie van Infrastructuur en Milieu een tijdelijk handelingskader vastgesteld voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie.
Vanaf 8 juli 2019 is het verplicht om onderzoek naar de stofgroep PFAS uit te voeren bij o.a. partijkeuringen in het kader van afvoer van grond. In dit verkennend bodemonderzoek is geen onderzoek uitgevoerd naar PFAS stoffen in de bodem. De in dit onderzoek opgenomen indicatieve toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit is excl. onderzoek naar PFAS-stoffen, onderzoek naar deze verbindingen is bij definitieve beoordeling van evt. hergebruiksmogelijkheden van evt. af te voeren grond alsnog nodig. Indien het noodzakelijk is dat er grond afgevoerd moet worden van de locatie zal er een melding grondverzet gedaan moeten worden via het landelijk meldpunt: www.meldpuntbodemkwaliteit.nl. Opgemerkt wordt dat evt. afvoer van grond met de bodemkwaliteitsklasse “wonen”, “industrie” en “niet toepasbare grond” meer kosten met zich meebrengt dan de afvoer van schone grond “achtergrondwaarde”. Mocht grondwater onttrokken worden t.b.v. bemaling, dient bekeken te worden in hoeverre de grondwaterkwaliteit de lozingsnormen overschrijdt.
augustus ’22
32