CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

(043) Programmabegroting 2025-2028 - D443922

Besluitvormende raadsvergadering 7 november 2024, gemeente BrummenBij agendapunt: Programmabegroting 2025-202832.520 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Trends en ontwikkelingen I-visie De I-visie schetst de richting voor de ontwikkeling van de informatievoorziening van de gemeente Brummen in de komende jaren. Hierin wordt het belang erkend van proactieve investeringen om de continuïteit en efficiëntie van onze informatievoorziening te waarborgen. Een tijdelijke uitbreiding van het personeelsbestand met 3 fte is bijvoorbeeld noodzakelijk. We willen een stevig fundament leggen voor een slagvaardige, innovatieve en toekomstbestendige gemeente. De adviseur dienstverlening gaat vooral aan de slag met de procesorganisatie rondom de WOO (Wet Open Overheid). Een projectleider aanbestedingen en IT-migraties is de komende jaren ook tijdelijk nodig. Steeds meer van onze applicaties migreren namelijk naar de cloud en er moeten veel applicaties opnieuw worden aanbesteed. Om geleidelijk te groeien naar een data-gedreven organisatie moeten we de huidige capaciteit vergroten voor het maken van dashboards, het definiëren van datasets en het begeleiden van projecten. Daarom hebben we tijdelijk een extra fte als data-analist nodig. Flexibiliteit en wendbaarheid zijn cruciaal om in te spelen op onverwachte ontwikkelingen. Dit geldt niet alleen voor de gemeentelijke bedrijfsvoering en dienstverlening, maar ook voor het naleven van wettelijke verplichtingen.

Beveiligingsbeleid/Bio/Nis2 Afgelopen jaren komen er steeds meer beveiligingsincidenten naar voren. Onder andere de hacks bij gemeenten Lochem, Asten en Hof van Twente. Bij laatstgenoemde waren de gevolgen groot, meerdere dagen géén dienstverlening, 40 terabyte gestolen data en een kostenpost van ongeveer € 4,5 miljoen.

56

Om de cyberbeveiliging en weerbaarheid groter te maken heeft de Europese Unie een nieuwe richtlijn vastgesteld: de NIS2 (Network and Information Security directive). De gemeente Brummen krijgt daarmee te maken met een verzwaarde zorgplicht, toezicht en een meldplicht. NIS2 betekent een wettelijke verplichting voor gemeenten om passende en evenredige maatregelen te nemen om cyberbeveiligingsrisico’s te beheersen. Een gevolg van de NIS2 is dat de gemeente cyberincidenten met ‘aanzienlijke gevolgen’ moet melden aan de toezichthouder (RDI) en aan het eigen Computer Security Incident Respons Team (CSIRT). Naar verwachting wordt dat de IBD, de informatiebeveiligingsdienst van de VNG. Gemeenten hebben nu al een zorgplicht (BIO), een meldplicht (IBD) en toezicht (Eenduidige Normatiek Single Information Audit, ENSIA). Het wordt cruciaal om de cyclus van plannen, uitvoeren, controleren en bijstellen rondom de BIO te verbeteren. Dit kan alleen als er incidentele investeringen worden gedaan op het gebied van informatiebeveiliging. Denk aan acties op het gebied van ketenverantwoordelijkheid, -beveiliging en leveranciersmanagement. Zonder deze investeringen voldoen wij niet aan wetgeving en onze eigen risicoafweging. Realistisch gezien is informatiebeveiliging een toenemende kostenpost door technologische ontwikkelingen en wet- en regelgeving. Het biedt geen ruimte om af te schalen.

Transitie naar het nieuwe werken De overgang naar het nieuwe werken is een proces dat verschillende aspecten omvat, waaronder de integratie van nieuwe apparatuur zoals laptops en docking stations. Deze nieuwe apparatuur is essentieel om te voldoen aan de veranderende eisen van een moderne werkplek. De huidige werkplek, die al geruime tijd in gebruik is, raakt verouderd en voldoet niet langer aan de behoeften en verwachtingen van medewerkers in het huidige tijdperk van digitalisering en mobiliteit. Het upgraden van de werkomgeving naar een meer eigentijdse infrastructuur is een noodzakelijke stap om de productiviteit te verhogen, de samenwerking te verbeteren en de flexibiliteit van werknemers te vergroten. Hoewel een deel van de kosten voor deze overgang kan worden gedekt door het bestaande budget voor vervanging van verouderde apparatuur, is het belangrijk om te erkennen dat er extra investeringen nodig zullen zijn om aan alle vereisten te voldoen. Het zorgen voor een soepele overgang naar het nieuwe werken vereist gespecialiseerde kennis en ervaring. Daarom is het van belang om externe kennis in te schakelen om deze transitie succesvol te maken. Het inschakelen van professionals die bekend zijn met de nieuwste technologische ontwikkelingen en best practices op het gebied van moderne werkmethoden kan helpen om obstakels te overwinnen en een effectieve invoering te garanderen.

57

Wat willen we bereiken? 1. Het realiseren van de speerpunten uit de I-visie (toegankelijke en eigentijdse dienstverlening, datagedreven organisatie, voldoen aan informatiewetgeving, efficiënte organisatie).

Wat gaan we doen? 1a. We brengen de informatiehuishouding op orde door helderheid en structuur aan te brengen in informatiestromen, -processen en -systemen en we trainen medewerkers in goed informatiebeheer. 1b. We zetten concrete stappen om de informatiebeveiliging en privacybeleid te professionaliseren, in lijn met BIO, NIS II en AVG.

Wanneer zijn we tevreden? 1a. We stellen een implementatieplan op voor de Wet open overheid (Woo). 1a. We digitaliseren drie gemeentelijke producten. 1b. We implementeren een Mobile Device Management (MDM)-systeem. 1b. We implementeren Delinea Secret Server (DSS). 1b. We voeren vijf Data Protection Impact Assessments uit, met het doel om eind 2026 het volwassenheidsniveau van privacy naar niveau 3 te brengen.

Het financieel verloop van de basistaken Bedrijfsvoering en financiën Bedragen x €1.000 Exploitatie

Begroting 2025 Progr.begr. Begroting 2026 Progr.begr. Begroting 2027 Progr.begr. Begroting 2028 Progr.begr. 2025-2028 2025-2028 2025-2028 2025-2028

Basistaken bedrijfsvoering en financiën Lasten

10.818

10.669

10.766

11.243

Baten

52.557

51.130

53.092

54.930

332

340

348

356

0

0

0

0

Totaal Basistaken bedrijfsvoering en financiën

41.406

40.121

41.978

43.330

Saldo incl. bestemmingen

41.406

40.121

41.978

43.330

Stortingen Onttrekkingen

Financiële ontwikkelingen basistaken Bedrijfsvoering en financiën Lokale belastingen De opbrengst van de lokale belastingen (OZB en Toeristenbelasting) wordt jaarlijks met het algemene inflatiecijfer geïndexeerd. Dit jaar is de inflatieverwachting naar beneden bijgesteld, waardoor ook de geraamde opbrengst naar beneden bijgesteld moet worden. Dit betekent een nadeel van € 90.000 in 2025, oplopend tot € 230.000 in 2027. Omdat een kwart van de opbrengst van de toeristenbelasting in de reserve Recreatie en Toerisme wordt gestort, betekent een lagere opbrengst ook een lagere storting in de reserve. Tribuut voert voor ons de inning van de gemeentelijke belastingen uit. De bijdrage hieraan neemt toe door een aantal oorzaken: vanwege een toename in het aantal bezwaarschriften heeft Tribuut formatie-uitbreiding nodig. Daarnaast moet Tribuut verhuizen naar Apeldoorn omdat de gemeente Epe de huur heeft opgezegd. Tot slot zijn er een aantal algemene ontwikkelingen (investeringen ICT, 58

inflatie, hogere Cao-lonen) die maken dat de kosten stijgen. Voor 2025 betekent dit een nadeel van circa € 54.000. In de jaren erna was al rekening gehouden met de kostenstijging waardoor er een licht voordeel ingeboekt kan worden. Huisvesting en installatie raadszaal Bij het opstellen van de begroting 2024-2027 zijn de energielasten van gemeentelijk vastgoed per abuis niet volledig opgenomen. Dit leidt in diverse programma's tot een nadeel. Binnen programma 4 bedraagt dit € 90.500. Onlangs is besloten om de investering in de technische installatie in de raadszaal met twee jaar uit te stellen. Dit betekent dat de komende twee jaar extra budget nodig is om de installatie te onderhouden (€ 15.000 per jaar). Informatisering & Automatisering In het voorjaar van 2024 is de I-visie vastgesteld. Steeds meer leveranciers migreren hun applicaties naar de cloud. Dit betekent dat er extra capaciteit ingezet moet worden om dit soepel te laten verlopen. Ook moeten er veel applicaties opnieuw worden aanbesteed. Omdat het per applicatie sterk verschilt wat de kosten (kunnen) zijn, is op dit moment nog niet in te schatten wat dit financieel zal betekenen. De structurele kosten die voortvloeien uit de I-visie zullen zoveel mogelijk binnen de bestaande budgetten worden opgevangen. Incidenteel is er budget opgenomen om tijdelijke capaciteit aan te trekken.

De overgang naar het nieuwe werken betekent dat we nieuwe apparatuur, zoals laptops en docking stations, gaan gebruiken. Dit helpt ons om efficiënter te werken. We moeten ook investeren in kennis van experts om deze verandering soepel te laten verlopen. Daarvoor is dit incidentele budget bedoeld. Daarnaast zijn de I&A-budgetten geïndexeerd. Met name licentiekosten hebben hier een groot aandeel in. Dit betekent een nadeel van € 30.000 voor 2025 en € 20.000 structureel. Juridische zaken Vanwege een toename in de werklast bij juridische zaken is incidenteel budget geraamd om, waar mogelijk en nodig, externe capaciteit in te schakelen. Voor 2025 betreft dit incidenteel € 200.000. Gemeentefonds In de meicirculaire 2024 zijn een aantal ontwikkelingen benoemd die invloed hebben op de omvang van het Gemeentefonds: de korting op jeugdzorg wordt een jaar uitgesteld (éénmalig voordeel in 2026), de BBP-systematiek wordt eerder ingevoerd (éénmalig nadeel in 2025, in de jaren daarna wordt het nadeel gecompenseerd) en de opschalingskorting wordt definitief afgeschaft (vanaf 2026). Op deze ontwikkelingen hebben we geanticipeerd in de Perspectiefnota, maar de volledige berekening valt per saldo nog iets gunstiger uit. Ten opzichte van de verwachting bij de begroting 2024-2027 is de algemene uitkering in 2025 € 780.000 hoger, in 2026 € 1.270.000 hoger en in 2027 € 1.820.000 hoger.

Rente Bij het opstellen van de begroting 2024 was de verwachting dat de rente de komende jaren fors ging stijgen. Inmiddels is het rentebeeld bijgesteld en dit leidt tot lagere verwachte rentelasten. Daarnaast zijn de verwachte rentebaten op het schatkistbankieren naar boven bijgesteld. Beide ontwikkelingen leiden tot voordelen. Dit wordt verdeeld over de programma's via de omslagrente. Concernposten Er zijn een aantal centrale concernposten bijgesteld. In de voorgaande meerjarenbegroting was een stelpost opgenomen ter dekking van de kostenstijging van de WMO en jeugdzorg. Dit is destijds met 59

de eerste begrotingswijziging ingevuld. In deze meerjarenbegroting is de begrotingswijziging structureel (meerjarig) doorgevoerd. De stelpost is dus afgeraamd. Voor het scenario scherper ramen is gekeken naar de jaarlijkse bijstelling van de kapitaallasten. Op dit jaarlijks terugkerende voordeel is een voorschot genomen van € 425.000 structureel. Kapitaallasten De kapitaallasten vallen lager uit voor dit programma. In de voorgaande programmabegroting was rekening gehouden met een investering in de raadszaal. Inmiddels is besloten dit later en in een goedkopere variant uit te voeren waardoor de verwachte afschrijvingslasten lager uitvallen. De lagere renteverwachting betekent ook een voordeel voor de kapitaallasten.

60

Beleidsindicatoren BBV nr. Benaming 1

2

3

4

5

Formatie

Bezetting

Apparaatskosten

Externe inhuur

Overhead

Toelichting

Jaar Waarde Brummen

Fte per 1.000 inwoners

2022

8,30 Eigen gegevens

2023

9,15

2024

9,14

2025

9,04

2022

7,59 Eigen gegevens

2023

7,66

2024

7,14

2025

7,73

2022

€ 792 Eigen gegevens

2023

€ 856

Fte per 1.000 inwoners

Kosten per inwoner

Kostenals % van totale begroting loonsom + totale kosten inhuur

% van de totale lasten

61

Bron

2024

€ 977

2025

€ 1.026

2022

13,8% Eigen gegevens

2023

15,5%

2024

4,1%

2025

5,5%

2022

13,8% Eigen gegevens

2023

12,8%

2024

15,1%

2025

14,9%

Paragrafen A. Lokale heffingen Algemeen In deze paragraaf worden de beleidslijnen beschreven die van belang zijn voor de gemeentelijke belastingen en heffingen. De wijzigingen van de belastingverordeningen worden in de jaarlijkse, afzonderlijke, raadsvoorstellen vastgesteld. Een belangrijke ontwikkeling is dat de gemeente Brummen sinds 2023 de heffing en inning van gemeentelijke belastingen heeft uitbesteed aan Tribuut. Voor de meeste inwoners heeft dat geen directe gevolgen. Het is en blijft de gemeenteraad die de diverse belastingverordeningen vaststelt. De programmabegroting 2025 gaat uit van inflatiecorrectie bij de belastingtarieven. De jaarlijkse inflatiecorrectie is gebaseerd op het indexeringscijfer voor de consumentenprijsindices (CPI) zoals opgenomen in het Centraal Economisch Plan (CEP). Dit percentage komt voor 2025 uit op 2,8%.

Onroerende Zaak Belasting (OZB) Onder de onroerende zaakbelastingen vallen twee belastingen. Voor woningen geldt een eigenarenbelasting en voor niet-woningen geldt, naast de eigenarenbelasting, ook een gebruikersbelasting. De onroerende zaakbelastingen (OZB) worden geheven als een percentage van de WOZ-waarde van de betreffende onroerende zaak. Bij de vaststelling van de percentages voor 2025 wordt rekening gehouden met de nieuwe waardepeildatum. De gemiddelde waardestijging over 2024 wordt in onze gemeente op 3,4% bij woningen geschat. Voor niet-woningen is de verwachting dat de waarde niet stijgt. Deze waardeontwikkeling zorgt niet voor extra inkomsten, omdat dit verrekend wordt in het tarief voor 2025. Voor de opbrengst is in onderstaande berekening rekening gehouden met de jaarlijkse inflatiecorrectie, voor 2025 is dat 2,8%. De extra verhoging van € 100.000 in 2025 die in de meerjarenbegroting 2023-2026 was geraamd vervalt. Daarnaast is rekening gehouden met een areaaluitbreiding met een te verwachten extra opbrengst van € 75.000. De nieuwe wetgeving rond de NCNP (No Cure No Pay) bureaus heeft tot vermindering geleid van het aantal bezwaren. Wel is het percentage bezwaren afkomstig van NCNP-bureaus gestegen tot boven de 70%.

De Hoge Raad heeft bovendien een uitspraak gedaan dat de kostenvergoeding aan No Cure No Pay bureaus verhoogd moeten worden naar het algemene tarief van € 624. Dit kan gevolgen hebben voor de bijdrage van Brummen aan Tribuut. Dit zal in de loop van 2025 duidelijk worden. Tribuut heeft inmiddels maatregelen genomen om de kwaliteit van de taxaties verder te verhogen door het huis-aan-huis benaderen van woningeigenaren. Zij konden aangeven of er waardeverlagende elementen waren in hun huis, bijvoorbeeld achterstallig onderhoud en/of een verouderde keuken of badkamer. Het percentage bezwaarmakers voor 2023 was in Brummen 7,5%. Bedragen x €1.000 Opbrengst

Realisatie 2023

Baten

Begroting 2024 na wijz. 6.926

62

6.932

Begroting 2025 Progr.begr. 2025-2028 7.199

Toeristenbelasting De hoogte van de aanslag toeristenbelasting wordt bepaald door twee factoren. Het aantal overnachtingen door personen die niet in onze gemeente woonachtig zijn en het tarief per overnachting. Op basis van het Bestuursprogramma verhogen we het tarief jaarlijks met de inflatiecorrectie. in 2025 is dat 2,8%. Het nieuwe tarief komt hierdoor uit op € 2.57 per overnachting (2024: € 2,50) voor hotels en vakantieparken. Het tarief voor de overige verblijfsaccommodaties is op maximaal € 1,99 bepaald (2024: € 1,94). De totale opbrengst toeristenbelasting voor 2024 komt uit op een bedrag van afgerond € 1.330.000. Van dit bedrag voegen we sinds 2023 weer 25% toe aan de bestemmingsreserve Recreatie en Toerisme. Deze reserve zetten we in voor bestaande en nieuwe recreatieve voorzieningen. Bedragen x €1.000 Opbrengst

Realisatie 2023

Baten

Begroting 2024 na wijz. 1.004

Begroting 2025 Progr.begr. 2025-2028

1.294

1.330

Bedrijven Investeringszone (BIZ) Op basis van de Verordening BI-Zone Eerbeek 2021-2025 heffen we een directe belasting. De huidige verordening loopt t/m 2025. De opbrengst wordt besteed aan activiteiten in de openbare ruimte en op het internet. Hiermee bevorderen we collectieve samenwerking en economische versterking van het centrum van Eerbeek. De BIZ-bijdrage bedraagt per onroerende zaak € 575. In de begroting gaan we uit van een totale opbrengst van € 44.000. Bedragen x €1.000 Opbrengst

Realisatie 2023

Baten

Begroting 2024 na wijz. 45

Begroting 2025 Progr.begr. 2025-2028 44

44

Afvalstoffenheffing Bij de afvalstoffenheffing is het beleidsuitgangspunt dat 100% van de toe te rekenen kosten van de afvalverwerking gedekt wordt met de heffing. Dekkingstekorten of -overschotten worden verrekend met de voorziening Afvalstoffenheffing. Deze voorziening betrekken we bij de tariefstelling in de komende jaren en daarmee vangen we een deel van de kostenontwikkelingen de komende jaren op. Door de overdracht van de belastingheffing naar Tribuut is de wijze van heffing veranderd. Er wordt geen voorlopige aanslag meer opgelegd op basis van het aantal ledigingen van het voorgaande jaar. Deze systematiek is weinig efficiënt en leverde daarmee onnodige kosten op. Het afval wordt ingezameld door Circulus. Het aantal ledigingen per huishouden wordt vervolgens aan Tribuut aangeleverd. Tribuut legt in 2025 een aanslag op voor de vaste bijdrage voor 2025 en een definitieve heffing op basis van het aantal ledigingen in 2024. De kostenontwikkeling in het kader van CO2 en milieuheffingen, de (aanloop)kosten van het nieuwe grondstoffenplan en de hogere indexering zijn zorgen er mede voor dat het tarief, rekening houdend met inzet van de voorziening afvalstoffenheffing, structureel gemiddeld met 7,5% stijgt. Bedragen x €1.000 Opbrengst

Realisatie 2023

Baten

Begroting 2024 na wijz. 1.835

63

1.786

Begroting 2025 Progr.begr. 2025-2028 1.920

Rioolheffing Net als bij de afvalstoffenheffing is ook bij de rioolheffing het beleidsuitgangspunt dat 100% van de toe te rekenen kosten worden gedekt met de heffing. Dekkingstekorten of -overschotten verrekenen we met de egalisatievoorziening rioolheffing. De voorziening betrekken we bij de tariefstelling in de komende jaren. Overigens is de voorziening op dit moment leeg. Bij de berekening van de kosten is uitgegaan van de bedragen zoals opgenomen in het Programma Water en riolering inclusief de te nemen klimaatmaatregelen. De geraamde inkomsten zullen in 2025 met 3,5% moeten stijgen. Op een aantal onderdelen moesten de cijfers ten opzichte van het vastgestelde Programma Water en riolering geactualiseerd worden voor deze begroting. De toegerekende loonkosten zijn aangepast op basis van de nieuwe cao, de stroomkosten zijn nu gebaseerd op het huidige contract en de overige kosten zijn geactualiseerd op basis van de consumentenprijsindexcijfers. Vanaf 2025 wordt de rioolheffing niet meer door Vitens, maar door Tribuut geïnd. Dat gaat wel gepaard met een nieuwe tariefopbouw. Het aandeel vastrecht wordt hoger waardoor de gemeente Brummen minder afhankelijk wordt van het waterverbruik voor bepaling van de inkomsten. Wel blijft het adagium 'de vervuiler betaalt' gehandhaafd. Bedragen x €1.000 Opbrengst

Realisatie 2023

Baten

Begroting 2024 na wijz. 2.604

Begroting 2025 Progr.begr. 2025-2028

3.487

3.643

Kostendekkendheid Voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing geven we hieronder de kostendekkendheid aan. Onder kostendekkendheid vallen meer kosten dan alleen de kosten van de riolering en afval zelf. Ook kosten van overhead, kwijtschelding, openbare reiniging, rente, btw en eventuele dividendopbrengsten worden doorberekend. Bedragen x 1.000 Berekening van de kostendekkendheid van een heffing

Afvalstoffenheffing

Kosten product

Rioolheffing

€ 1.846

€ 2.034

€ 1.846

€ 2.328

Overhead op organisatiekosten

€ 70

€ 324

Kosten kwijtschelding

€ 65

€ 75

Kosten openbare reiniging/straatvegen (taakveld 2.1)

€ 117

€ 176

Toevoeging aan voorziening

€ 294

Netto kosten taakveld (7.3/7.2) Toe te rekenen kosten:

Aandeel rente over investeringen (taakveld 0.5)

€ 386

BTW

€ 346

€ 376

Totale kosten

€ 2.444

€ 3.665

Opbrengst heffing

€ 1.920

€ 3.643

Opbrengst product, excl. heffingen

€ 156

€ 22

Onttrekking aan voorziening

€ 368

Netto opbrengsten taakveld (7.3/7.2)

€ 2.444

€ 3.665

Inzet reserve (taakveld 0.10) Opbrengst dividend (taakveld 0.5) Totale opbrengsten

€ 2.444

Dekkingspercentage

100%

64

€ 3.665 100%

Leges De opbrengst van de leges wordt jaarlijks verhoogd met de inflatiecorrectie. Voor 2025 een percentage van 2,8%. In de nieuwe legesverordening is rekening gehouden met de Omgevingswet. De tariefstijging bedraagt eveneens 2,8%, uitgezonderd de tarieven die het rijk vaststelt. Bedragen x €1.000 Opbrengst leges

Realisatie 2023

Begroting 2024 na wijz.

Begroting 2025 Progr.begr. 2025-2028

Balieverkopen 608.0

201

341

319

Naturalisaties 608.1

18

12

18

Burgerlijke stand 608.3

79

59

64

Overige vergunningen 650.6

3

14

14

770

450

671

Bouwvergunningen en controle 612.0

Begraafrechten De graf- en begraafrechten zijn in 2020 verhoogd om de exploitatie van de begraafplaatsen naar verwachting per 2029 kostendekkend te krijgen. De tarieven worden jaarlijks geïndexeerd om prijsontwikkelingen in de markt te kunnen volgen. In 2025 is dit met 2,8%. Bedragen x €1.000 Opbrengst Leges

Realisatie 2023

Baten

Begroting 2024 na wijz. 95

Begroting 2025 Progr.begr. 2025-2028

119

124

Het kwijtscheldingsbeleid Met ingang van 2024 verlenen wij geen kwijtscheldingen meer via het minimabeleid, maar hebben wij kwijtscheldingsbeleid ontwikkeld dat in lijn ligt met andere gemeenten binnen het werkgebied van Tribuut. Voor mensen die tussen de wal en het schip dreigen te raken geldt een overgangsregeling, die nog twee jaar doorloopt. Wij proberen daarbij wel binnen de wettelijke grenzen zoveel mogelijk rekening te houden met de situatie van mensen met een laag inkomen.

De lokale lastendruk In deze paragraaf beschrijven we de beleidslijnen die van belang zijn voor de gemeentelijke belastingen en heffingen. De wijzigingen van de belastingverordeningen worden in de jaarlijkse, afzonderlijke, raadsvoorstellen vastgesteld. Vanaf 1 januari 2023 heeft Brummen de heffing en inning van gemeentelijke belastingen uitbesteed aan Tribuut. Voor de meeste inwoners heeft dat geen directe gevolgen. Het is en blijft de gemeenteraad die de diverse belastingverordeningen vaststelt. De begroting 2025 gaat uit van inflatiecorrectie bij de belastingtarieven. Dit percentage komt voor 2025 uit op 2,8%. Hoe verhoudt de lokale lastendruk zich ten opzichte van de omliggende gemeenten? Hiervoor vergelijken wij de cijfers van de Atlas van de Lokale Lasten 2024 van de COELO. De berekeningswijze van deze cijfers wijkt wel af van die van de gemeente zelf. Bron: Atlas van de Lokale Lasten 2024 - COELO

65

Gemeente

Woonlasten eigenaar/bewoner meerpersoonshuishouden

Woonlasten huurder meerpersoonshuishouden

Apeldoorn

€ 979

€ 412

Bronckhorst

€ 1.027

€ 586

Brummen

€ 1.221

€ 616

Doesburg

€ 1.060

€ 614

Rheden

€ 953

€ 405

Voorst

€ 1.009

€ 446

Zutphen

€ 895

€ 313

Onderdeel

2023

2024

2025

Rioolheffing (huish. 4 pers, waterverbruik 150 m3)

€ 377

€ 471

€ 488

OZB-aanslag eigenaren gedeelte

€ 393

€ 410

€ 421

Afvalstoffenheffing (140 l container 8x groenafval/7x restafval)

€ 174

€ 182

€ 196

Totale aanslag

€ 944

€ 1.063

€ 1.104

Procentuele ontwikkeling t.o.v. het voorgaande jaar

4,3%

12,6%

3,9%

66

B. Weerstandsvermogen en Risicobeheersing Inleiding De grondslag voor deze paragraaf vinden we terug in artikel 11 van het BBV. Deze paragraaf gaat over de actuele risico’s die we zien en het vermogen om deze risico’s op te vangen. Maar ook over het beleid dat hieraan ten grondslag ligt. En tenslotte hoe de financiële positie van de gemeente Brummen zich ontwikkelt aan de hand van 6 financiële kengetallen. De opbouw van deze paragraaf ziet er als volgt uit: • • • • •

het beleid dat op de weerstandscapaciteit en de risico’s van toepassing is; de inventarisatie van de weerstandscapaciteit; de inventarisatie van de risico’s; de weerstandsratio de financiële kengetallen

Beleid weerstandscapaciteit en risico's Het beleid rondom weerstandscapaciteit en risico’s is opgenomen in de nota Weerstandsvermogen en risicobeheersing. •

• • • •

• • •

Het college geeft in relatie tot de nota weerstandsvermogen en risicobeheersing in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van de begroting en het jaarverslag een actueel beeld van de financiële risico's in relatie tot de beschikbare weerstandscapaciteit. In de begroting wordt in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing de gewenste weerstandscapaciteit bepaald. We stimuleren risicobewustzijn, communiceren open over risico’s en de wijze waarop we met deze risico’s omgaan. Risico’s maken we expliciet zichtbaar in onze besluitvormingsprocessen met daarbij de wijze waarop we deze risico’s kunnen beheersen of op kunnen (en willen) vangen. We stimuleren niet alleen risicobewustzijn van de risico’s in onze eigen organisatie, maar ook van de risico’s in organisaties waarmee we ‘verbonden’ zijn en de mogelijke impact van deze risico’s op onze eigen organisatie. We accepteren dat een risicoprofiel nooit 100% volledig kan zijn. We leren van risico’s en incidenten die zich, ondanks een adequaat risicomanagement, hebben voorgedaan en nemen passende maatregelen om herhaling te voorkomen. Via de reguliere planning & control-cyclus wordt in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing gerapporteerd over de risico’s van de gemeente, de manier waarop deze beheerst worden en de mogelijke impact van de risico’s op de financiële positie van de gemeente.

Inventarisatie van de weerstandscapaciteit Bij de inventarisatie van de weerstandscapaciteit kijken we naar de mogelijkheden die we als gemeente hebben om de risico’s op te vangen. Hierbij kan een onderscheid gemaakt worden in incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Onder incidentele weerstandscapaciteit wordt verstaan de capaciteit die de gemeente heeft om eenmalige tegenvallers op te vangen. Onder structurele weerstandscapaciteit worden de middelen verstaan die permanent inzetbaar zijn om tegenvallers op te vangen.

67

De incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit: Incidentele weerstandscapaciteit

Bedragen x 1.000

Onderdeel

Verwachte omvang per 31-12-2024

Algemene reserve

€ 9.623

De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit: Structurele weerstandscapaciteit

Bedragen x 1.000

Onderdeel

2025

Onbenutte belastingcapaciteit

€ 29

Post onvoorzien

€ 20

Totaal structurele weerstandscapaciteit

€ 49

Toelichting onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit is het bedrag dat nog aan extra inkomsten kan worden gegenereerd voor het geval dat zich tegenvallers voordoen. Daarbij wordt uitsluitend rekening gehouden met de onroerendezaakbelastingen, aangezien de meeste andere belastingen en heffingen kostendekkend of van beperkte betekenis zijn. Voor de berekening van de omvang van de onbenutte belastingcapaciteit wordt de ruimte in aanmerking genomen tussen de eigen tarieven (volgens deze begroting) en het normtarief voor de artikel 12-gemeenten. De totale beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt: Totaal beschikbare weerstandscapaciteit

Bedragen x 1.000

Onderdeel

Verwachte omvang per 31-12-2024

Incidentele weerstandscapaciteit

€ 9.623

Structurele weerstandscapaciteit

€ 49

Totaal beschikbare weerstandscapaciteit

€ 9.671

Inventarisatie van de risico's Een keer per jaar maken we de balans op van de risico’s die we gedurende het jaar vaststellen. Dit doen we volgens een methode die opgenomen is in de Nota weerstandsvermogen en risicobeheersing. Hierin is ook bepaald dat de jaarlijkse risico-inventarisatie plaatsvindt bij de begroting. Risico’s kleiner dan € 25.000 nemen we niet mee in de inventarisatie, omdat we er vanuit gaan dat we die kunnen dekken binnen de exploitatiebegroting. Ontwikkeling De risico-inventarisatie is in deze programmabegroting geactualiseerd en bedraagt nu € 3.570.000. De geïnventariseerde risico’s bedroegen in de begroting 2024 € 4.435.000. Een daling van dit bedrag in 2025 betekent niet per definitie een afname van risico's. Wél speelt dat we met de bestemming van het positieve jaarrekeningresultaat in 2023 onze bestemmingsreserves en voorzieningen verder hebben kunnen aanvullen. Ten behoeve van dossiers met grote risico's - zoals grondexploitaties, jeugdzorg, etc. - hebben we hierdoor meer middelen achter de hand om eventuele risico's op te vangen. Ook beschikken we over een algemene reserve en een ingestelde behoedzaamheidsreserve om incidentele risico's die leiden tot kostenoverschrijdingen op te vangen.

68

Hieronder worden de risicogebieden met een risico-inschatting van tenminste € 100.000 benoemd. Bedragen x 1.000 Nr. Programma - Focusgebied / basistaken

Risicogebied

Structureel of incidenteel?

1. 2 - Focusgebied Ruimte voor Eerbeek / Eerbeek-Loenen 2030

Grondexploitaties

Incidenteel

€0

€ 1.433

€ -1.433

2. 4 - Basistaken Bedrijfsvoering en Financiën

Informatievoorziening en beveiliging

Incidenteel

€ 1.803

€ 1.210

€ 593

3. Alle programma's

Grote calamiteiten

Incidenteel

€ 398

€ 571

€ -173

4. Alle programma's

Algemeen

Structureel

€ 325

€ 325

€0

5. 4 - Basistaken Bedrijfsvoering en Financiën

Personeel

Structureel

€ 268

€ 153

€ 115

6. Alle programma's

Inflatie

Structureel

€0

€ 150

€ -150

7. 3 - Focusgebied Sociaal Domein

Jeugdzorg

Structureel

€ 402

€ 121

€ 281

8. 1 - Basistaken Bestuur en Dienstverlening

Bestuur

Structureel

€ 54

€ 104

€ -50

9. 3 - Basistaken Vitale Samenleving

Beheer sportaccommodaties Structureel

€ 140

€ 100

€ 40

10. Alle programma's

Inkoop en aanbestedingen

€ 180

€0

€ 180

€0

€ 268

€ -268

€ 3.570

€ 4.435

€ -865

Structureel

11. Overige risico's Totaal risico-inventarisatie

Risico-inschatting Risico-inschatting Verschil begroting 2025 begroting 2024

De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de vorige programmabegroting zijn: 1. Grondexploitaties De afgelopen jaren hebben we in de risico-inventarisatie een risicobedrag opgenomen als gevolg van tegenvallende resultaten van een grondexploitatie. Echter, bij het starten van een grondexploitatie én gedurende de grondexploitatie monitoren we de risico's en sturen we hier waar mogelijk binnen de grondexploitatie bij. Daarnaast zijn er de bestemmingsreserves "Grondexploitatie" en "Centrum Brummen" en is er de voorziening "Afloopkosten complex Elzenbos". Hiermee kunnen onvoorziene risico's in eerste aanleg opvangen. Om die reden hebben we dit risico niet meer opgenomen in deze risico-inventarisatie. 2. Informatievoorziening en -beveiliging We zien een toename in kans als gevolg van dreigingen in de wereld gecombineerd met een toename van de financiële schade. Dit in geval van een hack of beveiligingsincident waardoor (een deel van onze) data, systemen of informatie geheel of gedeeltelijk niet (meer) toegankelijk is. Dit op basis van ervaringen van de gemeente Hof van Twente. 4. Algemeen Ondanks de inspanningen met betrekking tot risicomanagement zijn niet altijd alle risico's in beeld. Denk hierbij aan de corona-pandemie van 2020 of de inval in Oekraïne.

Om deze onbekende risico's toch een plaats te geven in de risico-inventarisatie is 5% van de jaarlijkse kosten met een 10% kans van realisatie opgenomen als algemeen risico. 5. Personeel De krapte op de arbeidsmarkt is een zekerheid en daarmee geen risico. Wél is het voor onze gemeente een risico wanneer deze krapte zich vertaald in onvervulde vacatures, inhuur die duurder is en uitval van zittend personeel als gevolg van een lagere bezetting. Dit risico is afgelopen jaren gestegen en vertaalt zich in een hogere kans en waarde.

69

6. Inflatie In de vorige begroting was de ontwikkeling van inflatie nog zeer onzeker. Inmiddels zijn prijsstijgingen gestabiliseerd en opgenomen in de meerjarenraming. Inflatie is daarmee geen onzekerheid meer, wel de hoogte ervan. Tegelijkertijd denken we de grootste stijgingen wel te hebben gehad en ramen we het niet meer als afzonderlijk risico. 7. Jeugdzorg Afgelopen jaren hebben we gemerkt dat de transformatie van de jeugdzorg niet eenvoudig is. Er is het risico dat we er met de aanbieders niet goed in slagen de transformatie te maken van individuele maatwerkvoorzieningen naar algemene voorzieningen. Tegelijkertijd zijn er aanvullende financiële risico's. Bijvoorbeeld als gevolg van het woonplaatsbeginsel, waarbij we ineens voor hogere uitgaven kunnen komen te staan. Ook zijn de kostenstijgingen een gevolg van toegenomen huisvestingslasten en hogere lonen. De kans en het risicobedrag zijn toegenomen. 8. Bestuur Dit risico heeft betrekking op de vergoedingen voor oud-bestuurders van de gemeente. Dat heeft enerzijds betrekking op de pensioenverplichtingen die onderhevig kunnen zijn aan veranderende rekenrentes. Dit zou de gemeente kunnen stellen voor extra toevoegingen aan de voorziening. Anderzijds heeft het betrekking op de wachtgeldvergoeding bij tussentijds terugtreden van een bestuurder. Ook in dat geval moet de gemeente extra toevoegen aan de betreffende voorziening.

In voorgaande inventarisaties was dit risico ook al opgenomen, maar niet apart toegelicht. 9. Beheer sportaccommodaties De financiële situatie van Stichting Sportkompas blijft precair. Ook voor 2025 houden we rekening met een toegenomen risico op een niet sluitende begroting van de Stichting. 10. Inkoop en aanbestedingen We zien een toename van de waarde van inkopen en aanbestedingen die niet rechtmatig verlopen. Er zijn diverse maatregelen genomen maar ook nog te treffen. We maken het risico op een mogelijke onjuiste procedure en toekenning van claim expliciet. Overige risico's In de programmabegroting 2024 was nog een risico opgenomen voor schommelingen in het gemeentefonds, c.q. de algemene uitkering. Dit risico is deels ondervangen met risico "Algemeen, nr. 4". Ook is dit risico incidenteel op te vangen via de algemene reserve en/of de per dit jaar ingestelde behoedzaamheidsreserve van € 3 miljoen om dit risico af te dekken. Dit geldt ook voor andere eventuele risico's die we niet kunnen voorzien. Daarbij hebben we in 2025 in ieder geval aandacht voor: •

•

Het eventueel niet vergoed krijgen van de extra kosten van de beveiliging op de doorstroomlocatie. De beveiliging zou na de tijdelijke gemeentelijke opvang af worden geschaald. Vanwege het borgen van de veiligheid op de locatie, is de beveiliging nog steeds nodig. In de begroting van de doorstroomlocatie hebben we hier geen rekening mee hebben gehouden. Het zou kunnen betekenen dat we deze extra kosten niet vergoed krijgen. De kostenneutrale ontwikkeling van de asielopvanglocatie Michaelshoeve. Hiervoor is een aanzienlijke inzet van personele capaciteit nodig, zowel eigen personeel als inhuur. De standaard beleidsregels van het Rijk bieden geen zekerheid over de dekking hiervan. Ons uitgangspunt is evenwel om de totstandkoming van het AZC voor onze gemeente kostenneutraal te laten verlopen; in het kader van de Bestuursovereenkomst wordt daarom met COA het gesprek gevoerd over een tegemoetkoming. In het geval dat de aanloopkosten 70

voor rekening van de gemeente komen, worden deze gedekt uit de reserve Kosten Opvang Ontheemden.

De weerstandsratio In de beleidskaders van de nieuwe nota Weerstandsvermogen en risicobeheersing is opgenomen dat de gewenste weerstandscapaciteit in de begroting bepaald wordt. De gewenste weerstandscapaciteit drukken we uit in de weerstandsratio. De weerstandsratio berekenen we door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door het bedrag aan geïnventariseerde risico’s. Als de beschikbare weerstandscapaciteit precies genoeg is om alle risico’s te dekken dan is de weerstandsratio 1. In het financieel herstelplan van juni 2021 heeft de raad vastgesteld dat er in 2028 ruim voldoende weerstandsvermogen gerealiseerd moet zijn. Dit betekent een weerstandsratio van tenminste 1,6. Op basis van de geraamde beschikbare weerstandscapaciteit in 2025 en de risico-inschatting in deze begroting bedraagt de weerstandsratio 2,7. Weerstandsratio

Bedragen x 1.000

Onderdeel

2025

Totaal beschikbare weerstandscapaciteit

€ 9.671

Totaal risico-inschatting begroting 2023

€ 3.570

Weerstandsratio

2,7

71

Financiële kengetallen Het BBV schrijft voor dat gemeenten een aantal financiële kengetallen opnemen. Deze kengetallen geven gezamenlijk een beeld van de financiële positie van de gemeente en maken het mogelijk om verschillende gemeenten met elkaar te vergelijken. Op de websites Findo en Gelderse financiën kunnen de cijfers vergeleken worden met alle Nederlandse of de Gelderse gemeenten. Eén afzonderlijk kengetal zegt niet alles. Voor een goed beeld moeten de kengetallen in samenhang worden beoordeeld. De provincies hanteren signaleringswaarden voor de kengetallen. Deze zijn opgenomen in het gemeenschappelijk financieel toezichtkader (GTK 2020 Gemeenten). De signaleringswaarden lichten we onder de kengetallen toe. In onderstaande tabel zijn de financiële kengetallen van de gemeente Brummen opgenomen voor de meerjarenbegroting 2025-2028 met daarbij de vergelijkende cijfers vanuit de begroting 2024 en jaarstukken 2023. Financiële kengetallen gemeente Brummen

Jaarstukken 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

1a – Netto schuldquote, exclusief verstrekte leningen

59,2

88,9

75,9

79,8

81,0

79,5

1b – Netto schuldquote, inclusief verstrekte leningen

65,4

95,5

81,9

86,0

87,0

85,4

2 – De solvabiliteitsratio

24,4

19,5

23,4

25,0

24,7

25,3

3 – Kengetal Bouwgrondexploitatie

9,9

14,5

10,1

11,3

12,5

13,3

4 – Structurele exploitatieruimte

5,1

1,7

2,3

-0,4

0,4

0,3

112,5

121,5

106,9

106,9

106,9

106,9

5 – Belastingcapaciteit – Woonlasten meerpersoonshuishoudens

Toelichting op de financiële kengetallen 1a – Netto schuldquote, exclusief verstrekte leningen De netto schuld geeft het niveau van de schuldenlast van de gemeente weer ten opzichte van de eigen middelen. Bij de netto schuldquote worden alle schulden, verminderd met geldelijk bezit, afgezet tegen alle baten (exclusief mutaties reserves). De volgende signaleringswaarden gelden; • hoger dan 130%: meest risicovol, • tussen 90% en 130%: neutraal, • lager dan 90%: minst risicovol. 1b – Netto schuldquote, inclusief verstrekte leningen Om inzicht te krijgen in welke mate er sprake is van doorlenen van kapitaal, wordt de netto schuldquote zowel exclusief (1a) als inclusief (1b) verstrekte leningen weergegeven. Zo wordt duidelijk wat het aandeel is van de verstrekte leningen en wat dit betekent voor de schuldenlast van de gemeente. Hiervoor gelden dezelfde signaleringswaarden als onder 1a. 2 – Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het geeft het eigen vermogen weer als percentage van het balanstotaal. De volgende signaleringswaarden gelden; • lager dan 20%: meest risicovol, • tussen 20 en 50%: neutraal, • hoger dan 50%: minst risicovol.

72

3 – Grondexploitatie Het kengetal geeft aan het aandeel van boekwaarde van de gronden in exploitatie ten opzichte van de totale baten van de gemeente (exclusief mutaties reserves). De volgende signaleringswaarden gelden; • hoger dan 35%: meest risicovol, • tussen 20% en 35%: neutraal, • lager dan 20%: minst risicovol. 4 – Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de begroting is. Ook geeft het aan of de gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te vangen en/of er ruimte is voor nieuw beleid. Voor de berekening delen we het saldo van structurele baten en lasten vermeerderd met het saldo van structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves door de totale baten. De volgende signaleringswaarden gelden: • lager dan 0%: meest risicovol, • 0%: neutraal, • hoger dan 0%: minst risicovol. 5 – Belastingcapaciteit – Woonlasten meerpersoonshuishoudens Dit kengetal geeft aan wat de woonlasten in de gemeente Brummen zijn, uitgedrukt in een percentage van het landelijk gemiddelde. De cijfers van de Brummense lokale lastenmonitor in de paragraaf A. Lokale heffingen, vormen de basis van de berekening. De volgende signaleringswaarden gelden; • hoger dan 105%: meest risicovol, • tussen 95% en 105%: neutraal, • lager dan 95%: minst risicovol.

Beoordeling financiële kengetallen De financiële kengetallen laten zien dat de financiële positie van de gemeente Brummen voldoende is. Zo verbetert de netto schuldquote door een forse afname van de vaste schuld en is de solvabiliteitsratio toegenomen door toevoegingen aan de reserves. De boekwaardes van de grondexploitaties blijven de komende redelijk gelijk, waardoor ook de risico's redelijk gelijk blijven. Op het ravijnjaar 2026 na blijft er een gezonde structurele exploitatieruimte. Daarnaast laat de belastingcapaciteit zien dat de lokale lasten ten opzichte van de gemiddelde Nederlandse woonlasten hoger uitkomen. Dit betekent dat er weinig ruimte is om via belastingverhogingen het structurele beeld bij te stellen.

73

C. Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen Deze paragraaf gaat in op het beleidskader en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties met betrekking tot onze ‘grotere’ kapitaalgoederen. Hierbij denken we aan de kosten van aanleg en instandhouding van wegen, riolering, water, groen en gebouwen. Een groot deel van het ‘vermogen’ van onze gemeente bestaat uit het bezit van wegen, rioleringen, groenvoorzieningen en gebouwen. Een zorgvuldig beheer en onderhoud hiervan vinden we dan ook belangrijk. Daarnaast wordt de kwaliteit van het openbaar gebied door inwoners vaak het meest intensief beleefd. Zwerfvuil, loszittende stoeptegels, boomwortels, slecht onderhouden gebouwen, moeilijk toegankelijke gemeentelijke gebouwen: deze onderwerpen raken inwoners direct. De kosten van instandhouding van wegen, groen, riolering en gebouwen berekenen we aan de hand van beheer- en uitvoeringsplannen. De hoogte van de onderhoudskosten zijn voor een deel te beïnvloeden door keuzes te maken in het niveau van onderhoud. In de beheerplannen hebben we de kwaliteit van het beheer van de openbare voorzieningen benoemd. De onderhoudsstaat van de voorzieningen wordt volgens landelijke normen (CROW) gemeten en geanalyseerd. De vastgestelde kwaliteitsniveaus en resultaten van de metingen zijn het toetsingskader voor bestuur en medewerkers.

In 2017 hebben we een Integrale visie Beheer Openbare Ruimte opgesteld. In deze visie staan de kaders waarbinnen het beheer van de openbare ruimte plaatsvindt. Hierin staat de ambitie om de buitenruimte beter toekomstbestendig en duurzaam te maken.

Wegen In 2023 is het gemeentelijk wegenbestand geïnspecteerd. Op basis van de resultaten van de weginspectie en het beheerplan Wegen 2020-2024 is een onderhoudsplanning voor 2024 en 2025 opgesteld. In principe moet het beheerplan Wegen in 2024 worden geactualiseerd. Omdat het uitvoeringsprogramma bij de mobiliteitsvisie grote invloed heeft op het nieuwe beheerplan Wegen wordt actualisatie uitgesteld tot 2026. Het bestaande beheerplan wordt verlengd tot 2026. In 2025 wordt het gemeentelijk wegenbestand opnieuw geïnspecteerd. Voor de financiering van de uitvoering voegen we jaarlijks een bedrag toe aan de voorziening Onderhoud wegen. Uit deze voorziening bekostigen we het groot onderhoud van de asfalt- en elementen-verhardingen en ook de oppervlaktebehandelingen. Financiële overzichten vindt u elders in deze begroting in het hoofdstuk Financiële positie. Naast het uitvoeringsbudget voor repeterend onderhoud is er een incidenteel renovatiebudget voor het herinrichten van wegen beschikbaar (€ 2,5 mln/jr). Bij deze renovaties wordt gekeken hoe de wegen passend bij hun verkeersfunctie op een duurzame en klimaatbestendige wijze heringericht kunnen worden. Op basis van de resultaten van het in 2024 opgestelde Mobiliteitsplan worden de geselecteerde wegen nader beoordeeld en geprioriteerd. Het asfaltonderhoud en de straat- en andere werkzaamheden worden in de markt gezet en aanbesteed.

74

Beheerplan wegen (x 1.000)

2025

2026

2027

2028

Groot onderhoud (via voorziening)

€ 980

€ 804

€ 1.022

€ 969

Reguliere exploitatie en onderhoud

€ 1.145

€ 1.161

€ 1.215

€ 1.231

Kapitaallasten

€ 523

€ 719

€ 929

€ 1.034

Dotatie voorziening

€ 868

€ 868

€ 868

€ 868

Bruggen In 2020 zijn de bruggen over het Apeldoorns kanaal geïnspecteerd op mogelijke gebreken. Groot onderhoud voorzien we niet eerder dan in 2032.

Openbare reiniging Het reinigen van de openbare ruimte (verwijderen zwerfvuil) wordt uitgevoerd op beeldniveau A in de dorpscentra en beeldniveau B in de rest van de bebouwde kom. Mede door de inzet van de vele vrijwilligers wordt er op veel plekken in de bebouwde kom ook A-niveau gemeten. De vrijwilligers merken het effect van de invoering van statiegeld op plastic flesjes en blikjes en rapen beduidend minder flesjes. Het vegen van wegen is op bestekbasis tot en met 2026 uitbesteed. Het bestekmatig vegen van wegen gebeurt alleen binnen de bebouwde kom. Het vegen van wegen wordt in de dorpscentra op beeldniveau A uitgevoerd. Voor de rest van de bebouwde kom wordt het op B-niveau uitgevoerd. In de herfstperiode zetten we een veegwagen in voor het verwijderen van blad. Het ruimen van het blad vindt dan gecoördineerd per wijk plaats. Op de eerste werkdag na 1 januari wordt de veegwagen ingezet om het achtergelaten vuurwerk op te vegen.

Huishoudelijk afval Het door de gemeenteraad vastgestelde Grondstoffenplan gaat in 2025 haar laatste jaar in. In 2025 zal om deze reden een nieuw grondstoffenplan opgesteld worden. Het streven uit het huidige beleidsplan om eind 2025 nog maar 80 kg restafval per inwoner in te zamelen lijkt niet gehaald te gaan worden. In 2025 zijn aanvullende maatregelen noodzakelijk. De verwachting is dat in 2024 een resultaat van ca. 110 kg restafval per inwoner gehaald wordt. Samen met de andere Circulus-gemeenten blijven we zoeken naar een format waarbij de afvalscheiding verder toeneemt zonder dat de her te gebruiken grondstoffen te veel vervuild worden. De kosten voor het inzamelen en verwerken van het huishoudelijke afval worden voor 100% gedekt door de afvalstoffenheffing. Hierbij hanteren we het principe “de vervuiler betaalt”.

Openbare straatverlichting Op basis van het beleidsplan openbare verlichting verduurzamen we het bestand van lichtmasten en armaturen. Het regulier onderhoud van de verlichting (o.a. vervangen kapotte armaturen) is uitbesteed. Er is per 2024 een nieuw onderhoudsbestek in combinatie met een vervangingsbestek om verdere verduurzaming vorm te geven. De conventionele verlichting wordt vervangen door LED-verlichting. Beheerplan openbare verlichting (x 1.000)

2025

2026

2027

2028

Reguliere exploitatie en onderhoud

€ 250

€ 250

€ 250

€ 250

Kapitaallasten

€ 117

€ 132

€ 145

€ 139

75

Riolering In december 2022 heeft de gemeenteraad het Programma Water & Riolering 2023 – 2027 vastgesteld. Iedere vijf jaar stellen we het programma opnieuw op. Dat geeft ons de kans om nieuwe ontwikkelingen in beleid op te nemen en vooruitstrevend te blijven in de manier waarop wij met onze watertaken omgaan. In het programma Water & Riolering is de visie op onze zorgtaken meegenomen. Doelen van dit beleid: Het beschermen van de volksgezondheid tegen infectieziekten. Het schoonhouden van de bodem en het oppervlaktewater. Het voorkomen van schade door hevige regenval en/of bij extreme droogte. Het voorkomen en beperken van structureel nadelige gevolgen van grondwater voor de aan de grond gegeven bestemming. Met dit beleid zorgen we ervoor dat deze functies gewaarborgd blijven. We dragen zo bij aan een veilige en gezonde leefomgeving, nu en in de toekomst. Voor onderhoud aan rioolgemalen, (correctief) onderhoud en onderzoek aan het rioolstelsel zijn binnen de exploitatiebegroting jaarlijkse budgetten beschikbaar. Voor toekomstige renovaties van rioolstelsels is een voorziening beschikbaar die jaarlijks wordt gevoed ten laste van de exploitatiebegroting. De storting wordt jaarlijks gebaseerd op gegevens uit het rioolbeheerpakket en het kostendekkingsplan uit het programma Water & Riolering. De kosten voor het rioolstelsel worden voor 100% gedekt door de rioolheffing.

Hierbij hanteren we het principe “de vervuiler betaalt”. Vanaf 2025 wordt de rioolheffing opgelegd door Tribuut. Voorheen werd dit gedaan door Vitens. Beheerplan riolering (x 1.000)

2025

2026

2027

2028

Groot onderhoud (via voorziening)

€0

€ 1.714

€ 1.331

€ 384

Reguliere exploitatie en onderhoud

€ 1.014

€ 1.052

€ 1.094

€ 991

Kapitaallasten

€ 518

€ 560

€ 659

€ 672

Dotatie voorziening

€ 500

€ 930

€ 930

€ 400

Bermen en sloten De biodiversiteit staat onder druk. Om de biodiversiteit te verbeteren wordt een biodiversiteitsplan voor de gemeente opgesteld. Per 1 oktober 2024 is er een ecoloog in dienst die dit project gaat trekken. Eén van de gebieden waar winst behaald kan worden ten aanzien van de biodiversiteit is het berm- en slootbeheer. Door gericht verschralingsbeheer kan in de bredere bermen en sloten meer soortenrijkdom optreden. Om dit te bereiken is in 2023 een nieuw maaibestek op de markt gebracht. In dit bestek wordt jaarlijks het percentage ecologisch beheerde bermen en sloten met ca. 20% uitgebreid. Het vrijkomende maaisel van bermen en sloten wordt zo veel mogelijk op agrarische gronden in onze gemeente verwerkt. De afwaterende functie van veel bermgreppels en -sloten is in de afgelopen jaren verslechterd door dichtslibben. Duikers raken verstopt door te hoog liggende aangrenzende slootbodems. De milieuen natuurwetgeving maakt uitdiepen van de greppels, net als het aflagen van bermen, tot een kostbare kwestie. In afwachting van nieuwe uitgangspunten en mogelijke ingrepen in de waterhuishouding, o.a. in het kader van het project Waardevol Brummen, worden in 2024 alleen 76

verstopte duikers gangbaar gemaakt en vinden geen structurele verdiepingen van greppels en sloten plaats. Op enkele locaties zijn ongewenste invasieve exoten in bermen en sloten aanwezig. De invasieve soorten worden aangepakt om schade aan eigendommen van derden en verdere verspreiding tegen te gaan. Beheerplan groen, bermen en sloten (x 1.000)

2025

Reguliere exploitatie en onderhoud

2026

€ 300

2027

€ 350

2028

€ 358

€ 366

Openbaar groen Het inrichtingsniveau en het onderhoud van het openbaar groen in de gemeente heeft haar basis in het Programma Groen groenbeheerplan. Met de plannen wordt geanticipeerd op de klimaatontwikkelingen en benodigde verbetering van de biodiversiteit. Aanplant van meer bomen en aangepast maaibeheer zijn hier voorbeelden van. Hiervoor zijn de nodige herinrichtingen van plantsoenen noodzakelijk en ingepland. Deze worden waar mogelijk in combinatie met andere werken en in samenspraak met onze inwoners uitgevoerd. Het onderhoudsniveau in het openbaar groen is op basisniveau (B-niveau CROW). Delen van de openbare ruimte worden op A-niveau onderhouden. Dit betreft de toegangswegen en centra van de kernen. Beheerplan groen, openbaar groen (x 1.000)

2025

2026

2027

2028

Reguliere exploitatie en onderhoud

€ 2.402

€ 2.479

€ 2.543

€ 2.618

Wegwerken achterstanden/projecten

€ 217

€ 155

€ 15

€ 15

Begraafplaatsen De groenvoorzieningen op de begraafplaatsen hebben veel te lijden gehad van droge en hete zomers. Veel oudere beplantingen zijn bezweken of verkeren in slechte staat. Er is een begin gemaakt met planmatige vervanging van deze beplantingen. De uitvoering wordt over meerdere jaren verspreid. Het op de begraafplaats Brummen aanwezige graf- en rijksmonument van Bogaardt verkeert in een verwaarloosde staat. Betrokken inwoners van Brummen zijn bezig met het oprichten van een Stichting die zich gaat ontfermen over het grafmonument. Door de Coronapandemie heeft dit project twee jaar stil gelegen. Het doel van de stichting is het monument te restaureren en daarmee voor de toekomst te behouden. Na renovatie komt het onderhoud (weer) bij de gemeente te liggen. Het onderhoudsniveau op de begraafplaatsen vindt plaats op B-niveau (CROW kwaliteitscatalogus). De begraafplaatsen zijn herdenkingsparken waar met respect voor de overledenen en hun nabestaanden gewerkt wordt. Door met elektrische maaimachines te werken wordt de rust op de begraafplaats nog meer gerespecteerd. De rustige omgeving maakt de begraafplaatsen ook geschikte verblijfplaatsen voor plant en dier. Met gerichte aanplant van bomen en struiken en meer ecologisch beheer kan een mooie combinatie gemaakt worden van representativiteit en biodiversiteit. Beheerplan groen, begraafplaatsen (x 1.000)

2025

Reguliere exploitatie en onderhoud Kapitaallasten

77

2026

2027

2028

€ 192

€ 197

€ 203

€ 208

€4

€4

€5

€5

Boombeheer Gemeentelijke bomen worden volgens de wettelijke normen geïnspecteerd. Het boomonderhoud vindt op een basisniveau plaats. Prioriteit bij het onderhoud krijgt het voorkomen van gevaarlijke situaties en schade aan derden. Voor het verwijderen van een deel van de dode en slechte bomen worden vrijwilligers van de groep Holthakkers ingezet. De eikenprocessierups is als een overlast gevende plaagsoort nog steeds in de inlandse eiken in onze gemeente aanwezig. Het vormt bovendien een gezondheidsrisico voor mens en dier die er mee in aanraking komen. De rupsen worden zowel preventief als curatief bestreden. Uitgangspunt hierbij is dat de overlast van de rups op den duur door het optreden van natuurlijk evenwicht in omvang afneemt en acceptabel is. Binnen de bebouwde kom en aan doorgaande fietsroutes wordt de rups in het voorjaar preventief bestreden door bespuiting met aaltjes. Dit kan alleen op locaties waar geen beschermde vlinders voorkomen waardoor steeds meer delen van de bebouwde kom voor deze bestrijdingsmethode afvallen. Door inzaai van bloemenmengsel met bloemen die de natuurlijke vijanden van de rups aantrekken en aangepast maaibeheer wordt de natuurlijke bestrijding van de rups een impuls gegeven. In de zomermaanden worden aanwezige nesten van de rups weggezogen. De te bestrijden locaties en gebieden zijn vastgesteld in een bestrijdingsprotocol.

Bosbeheer Het gewenste uit te voeren bosbeheer voor de gemeentelijke bossen is vastgelegd in het Programma Groen. Er wordt meer ruimte gegeven aan inheemse loofhoutsoorten, aan ecologische processen en een verlaging van het risico op stormschade en bosbrand. Het huidig beheer is vooral gericht op het voorkomen van overlast en schade aan derden. In het Wilhelminapark wordt het bosbeheer uitgevoerd in samenwerking met de aldaar actieve bosgroep.

Speeltoestellen De gemeentelijke speeltoestellen worden conform de wettelijke eisen structureel gecontroleerd op gebreken (5x per jaar). Gebreken worden waar mogelijk gerepareerd. Onveilige en niet te repareren speeltoestellen worden verwijderd. Vervanging van speeltoestellen en herinrichting van speellocaties vindt plaats volgens uitgangspunten die in 2019 zijn vastgesteld. Herinrichting van speellocaties gaat in overleg met de buurt. Speelplaatsen en toestellen (x 1.000)

2025

Reguliere exploitatie en onderhoud

2026

€ 96

2027

€ 96

2028

€ 97

€ 97

Sportvelden De sportvelden worden door de gemeente dusdanig onderhouden dat ze voldoen aan de bespelingseisen van de sportbonden. De gemeente beheert natuurgrasvelden, rubber en zand ingestrooide kunstgrasvelden en hybridevelden. Groot onderhoud aan de velden vindt plaats in overleg met de betreffende sportverenigingen. Onderhoud sportvelden (x 1.000)

2025

2026

2027

2028

Reguliere exploitatie, onderhoud en zelfwerkz.

€ 208

€ 213

€ 220

€ 229

Kapitaallasten

€ 95

€ 95

€ 95

€ 94

78

Gemeentelijke gebouwen Voor periodiek- en groot onderhoud is een voorziening beschikbaar die jaarlijks wordt gevoed. Uit de voorziening moet het onderhoud worden bekostigd van alle gebouwen die bij de gemeente in eigendom zijn. Deze bedragen zijn exclusief te nemen verduurzamingsmaatregelen. De financiële overzichten staan in het hoofdstuk Financiële positie. In 2024 is een grote slag geslagen met het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed. Tevens wordt er in 2024 een routekaart opgeleverd voor het verder verduurzamen van dit vastgoed. Medio 2025 volgt hierop een uitwerking waaruit zal blijken of er extra budget voor verduurzaming moet worden aangevraagd. Het reguliere onderhoud van schoolgebouwen wordt gedaan door de schoolbesturen. Alleen nieuwbouw, uitbreiding en zeer groot onderhoud valt nog onder de gemeente. Aanvragen daarvoor lopen via de huisvestingsverordening voor het onderwijs. Budget wat hiervoor nodig is wordt jaarlijks aangevraagd en via de investeringslijst in de begroting inzichtelijk gemaakt. Beheerplan gemeentelijke gebouwen (x 1.000)

2025

2026

2027

2028

Groot onderhoud (via voorziening)

€ 568

€ 412

€ 359

€ 314

Reguliere exploitatie en onderhoud

€ 694

€ 697

€ 683

€ 684

Kapitaallasten

€ 911

€ 959

€ 1.001

€ 993

Dotatie voorziening

€ 528

€ 528

€ 528

€ 528

Actualiteit van beheers- en beleidsplannen De beleids- en beheerplannen plannen voor de openbare ruimte hebben over het algemeen een looptijd van 4 of 10 jaar. Voor de periode 2024-2027 zijn de volgende plannen op te stellen of te actualiseren: 2024: Programma Mobiliteit (vastgesteld juni) 2024: Uitvoeringsprogramma Mobiliteit 2024: Groenbeheerplan 2024: Beleids- en uitvoeringsplan Openbare Verlichting 2025: Biodiversiteitsplan 2025: Grondstoffenplan 2026-2030 en Uitvoeringsplan Grondstoffeninzameling 2026-2030 2025: Systeemoverzicht Stedelijk Water (voorheen BRP) 2026: Programma Water en Riolering 2028-2031 2026: Uitvoeringsprogramma Water en Riolering

79

D. Financiering Algemeen In de paragraaf Financiering geven we informatie over de manier waarop de gemeente geld aantrekt. We beschrijven hoe we de financieringsfunctie uitvoeren voor de jaren 2025 – 2028. De wet Financiering Decentrale Overheden (wet FIDO) en de wet Hof zijn de kaders waarbinnen de uitvoering van de financieringsfunctie plaatsvindt. Daarnaast heeft de raad kaders vastgesteld in de financiële verordening en in het Treasurystatuut. Het gemeentelijke financieringsbeleid is opgesteld om te voorzien in de financieringsbehoefte op korte en op lange termijn. De belangrijkste doelstelling is het beheersen van de risico’s die hieraan verbonden zijn en de rentekosten te beperken.

Renteontwikkelingen De Europese Centrale Bank (ECB) bepaalt het monetaire beleid. De ECB ziet de zorg voor stabiele prijzen als de allerbeste bijdrage die de centrale banken kunnen leveren aan de welvaart van mensen in Europa. Daarbij hoort een inflatie van 2% in het hele eurogebied, op de middellange termijn. Dat maakt de prijsontwikkeling voor iedereen duidelijk en voorspelbaar. De huidige inflatie ligt thans nog steeds boven de 2%. Prijsstabiliteit draagt bij aan de toename van economische welvaart en de potentiële groei van de economie. De door de ECB gehanteerde herfinancieringsrente is van invloed op de ontwikkeling van de rente op de kapitaalmarkt (lange termijn leningen). De Euribortarieven worden gehanteerd om de geldmarkten (korte termijn leningen) te bepalen. Dit tarief was in Juni 2024 ongeveer 4,25%. (Juni 2023: 4%)

Risicobeheer Voor de beheersing van de renterisico’s gelden twee concrete richtlijnen: de renterisiconorm en de kasgeldlimiet. De financieringsbehoefte is afhankelijk van de geplande uitgaven, inkomsten en investeringen. Hieronder volgt een overzicht van de schuldpositie met lang lopende leningen. De (resterende) looptijd varieert van 1 jaar tot 12 jaar. Het gemiddelde rente tarief ligt rond 1,5%. Jaarlijks lossen we lange-termijn leningen af. De totale aflossing mag niet hoger zijn dan 20% van de begroting van dat jaar. In 2025 zal de renterisiconorm eenmalig worden overschreden omdat er in 2024 eenmalig een kasgeldlening is aangetrokken met een looptijd van 1 jaar. In de daaropvolgende jaren zal de renterisiconorm niet overschreden worden. Rente risiconorm Omschrijving (bedragen x 1.000)

2025 prognose

2026 prognose

2027 prognose

2028 prognose

Begroting

€ 69.386

€ 68.710

€ 69.828

€ 71.032

Rente risiconorm (20% begroting)

€ 13.877

€ 13.742

€ 13.966

€ 14.206

Stand leningen 1 januari

€ 48.451

€ 50.068

€ 51.933

€ 52.773

Nieuwe leningen

€ 16.185

€ 11.553

€ 13.188

€ 9.809

Reguliere aflossingen

€ 14.568

€ 9.688

€ 12.348

€ 9.669

Stand leningen per 31 december

€ 50.068

€ 51.933

€ 52.773

€ 52.913

€ 514

€ 773

€ 912

€ 1.040

Saldo rentelasten

80

Kasgeldlimiet Het maximale op te nemen kasgeld is gebonden aan een limiet (8,5% van het begrotingstotaal). De uitnutting ervan wordt berekend aan de hand van het saldo van de vlottende middelen en vlottende schulden. Kasgeldlimiet Omschrijving (bedragen x 1.000)

2025 prognose

2026 prognose

2027 prognose

2028 prognose

Begroting

€ 69.386

€ 68.710

€ 69.828

€ 71.032

Kasgeldlimiet (8,5% begroting)

€ 5.898

€ 5.840

€ 5.935

€ 6.038

Verstrekte leningen Rentebaten Verstrekte leningen Omschrijving Partij

2025

2026

2027

2028

Stichting Welzijn Brummen

€ 2.564

€ 2.363

€ 2.159

€ 1.953

Alliander

€ 84.666

€ 84.666

€ 84.666

€ 84.666

IJsselwind

€ 933

€ 933

€ 933

€ 933

E.B.E.M.

€ 161

€ 161

€ 161

€ 161

€ 88.324

€ 88.123

€ 87.919

€ 87.713

Rentebaten totaal

Rente Een groot deel van onze (externe) rentelasten ligt vast omdat in het verleden geldleningen zijn opgenomen waarbij de op dat moment geldende marktrente voor langere tijd contractueel is vastgelegd. Rentetoerekening De toerekening van rente aan producten berekenen we op basis van de zogenoemde “renteomslag”. Dit houdt in dat de totale rentelast moet worden verrekend op basis van de boekwaarde van de relevante investeringen aan de hand van een “gemiddeld” rentepercentage. Het percentage voor de omslagrente wordt afgerond binnen een marge van 0,5%. De ruimte van 0,5% is bedoeld voor feitelijke afronding naar een dichtstbijzijnde handige rekenrente en dient ter stabiliteit bij kleine afwijkingen in navolgende jaren. Door deze afronding wijkt de rente die we aan taakvelden toerekenen enigszins af van de daadwerkelijke rentekosten. Het verschil wordt als renteresultaat verantwoord op het taakveld treasury en is zichtbaar als resultaat in het renteschema.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14772549/1