(043) Programmabegroting 2024-2027
Tekst van het document
Zo komen er naast DigiD – voor burgers die dat willen – ook private inlogmiddelen beschikbaar om in te loggen bij de overheid. Deze middelen moeten aan strenge eisen voldoen. Dienstverlening van de overheid moet ook voor iedereen toegankelijk zijn. Ook wanneer je bijvoorbeeld een visuele beperking hebt. Wat willen we bereiken? 1. Het stapsgewijs digitaliseren van de gemeentelijke producten.
Wat gaan we doen? 1. Uitvoering geven aan het actieplan voor Wmebv en WOO.
Het financieel verloop van de basistaken Bedrijfsvoering en financiën Bedragen x €1.000 Exploitatie
Begroting 2024 Progr.begr. Begroting 2025 Progr.begr. Begroting 2026 Progr.begr. Begroting 2027 Progr.begr. 2024-2027 2024-2027 2024-2027 2024-2027
Basistaken bedrijfsvoering en financiën Lasten
9.841
10.025
10.318
10.504
Baten
49.192
51.488
49.647
51.112
262
273
282
291
0
0
0
0
Totaal Basistaken bedrijfsvoering en financiën
39.090
41.191
39.047
40.316
Saldo incl. bestemmingen
39.090
41.191
39.047
40.316
Stortingen Onttrekkingen
Financiële ontwikkelingen basistaken Bedrijfsvoering en financiën Uitbesteding salarisadministratie De salarisadministratie is na het vertrek van een medewerker uitbesteed. Daarmee hebben we de kwetsbaarheid op deze taak weggenomen en verwachten wij een stabiele kwaliteit. De kosten nemen hierdoor wel toe met jaarlijks € 65.000. Kosten werving en selectie De gemeente heeft een relatief grote wervingsopgave. Hiervoor een formatieplaats toegevoegd voor een adviseur recruitment en is daarnaast het budget voor de kosten van (onder andere) bemiddeling verhoogd met € 30.000. Kosten software en licenties De kosten voor vervanging en beveiliging van informatievoorziening nemen de komende jaren toe. Het algemene budget voor software en licenties wordt daarom verhoogd met € 100.000 in 2024 oplopend naar € 250.000 in 2027. Daarnaast is er een extra investering in een datacenter van € 40.000 per jaar. Tot slot wordt er in 2024 een applicatie in het sociaal domein vervangen. Aangezien het een cloud-oplossing betreft, mogen deze kosten niet worden geactiveerd en betekent dit een éénmalige kostenpost van € 311.000 in 2024. Versterking controlfunctie t.b.v. rechtmatigheidsverantwoording Vanaf het boekjaar 2023 moet het college zelf een rechtmatigheidsverantwoording opstellen. De eerste wordt in het voorjaar van 2024 bij de jaarrekening opgesteld. Voor ondersteuning hiervan
57
wordt voorgesteld om een formatieplaats toe te voegen en een werkbudget van € 15.000 op te nemen. Rente-effecten Vanwege de ontwikkelingen op de kapitaalmarkt en de gestegen inflatie stijgen de rentetarieven harder dan dat we konden voorzien in de begroting 2023 en in de Perspectiefnota 2024. In de Perspectiefnota voorzagen wij dat de rentelasten extra oplopen, van € 31.000 in 2024 naar € 115.000 in 2027. Daar komt in de begroting nog eens € 9.000 in 2024, oplopend tot € 270.000 in 2027 bovenop. Gevolgen inflatie De stelpost inflatie in de begroting 2024 (€ 250.000) vervalt, omdat de prijsstijgingen inmiddels in de ramingen zijn verwerkt. Stelpost energielasten In deze begroting is de stelpost van 6 ton volledig ingezet. Dit in tegenstelling tot de verwachting bij de Perspectiefnota 2024-2027. De hogere raming van de energielasten is in deze begroting op de diverse programma's bij de taakvelden geraamd. OZB inkomsten 2023 als nieuw uitgangspunt Omdat de waardestijging van de woningen hoger uitviel dan geraamd, wordt in 2023 € 300.000 extra onroerende zaakbelasting ontvangen. Voorgesteld wordt, ook al omdat we in het afgelopen jaar slechts zeer beperkt rekening hebben gehouden met de inflatie, om dat niveau als uitgangspunt te nemen voor de komende jaren en vervolgens bij te stellen met de jaarlijkse inflatie en de areaaluitbreiding als gevolg van woningbouw.
In dat geval kunnen de geplande extra opbrengsten voor 2024 en 2025 van € 100.000 definitief worden geschrapt. In 2024 levert dit nieuwe uitgangspunt per saldo een extra belastingbate op van € 200.000, vanaf 2025 structureel € 100.000. Met inachtneming van dit uitgangspunt houden wij rekening met een stijging van de opbrengsten met 4,2%, gelijk aan de verwachte inflatie. Toeristenbelasting Het tarief stijgt met 4,2%, gelijk aan de geraamde inflatie. De inkomsten stijgen hierdoor met ongeveer € 40.000. Van de inkomsten wordt, conform vastgesteld beleid, 25% gestort in een bestemmingsreserve voor toeristische voorzieningen. Kosten Tribuut De begroting voor de periode 2024 en 2025 valt ongeveer € 80.000 hoger uit dan geraamd. Oorzaak zijn de kostenstijgingen, grotendeels veroorzaakt door het enorm gegroeide aantal informatieverzoeken en bezwaren . De opkomst van de no-cure-no-pay (NCNP) bureaus die WOZbezwaren en juridische procedures als verdienmodel hebben speelt daarbij een belangrijke rol. De stijging valt vanaf 2026 weg vanwege de door het Ministerie van Financiën aangekondigde maatregelen tegen deze NCNP-bureaus. Vanaf 2024 zijn de personeelskosten, die konden worden toegerekend aan belastingen en retributies uit de begroting gehaald. In plaats daarvan is de bijdrage aan Tribuut geraamd. Het hierboven genoemde financiële effect is netto.
Gemeentefonds Ten opzichte van de decembercirculaire 2022 valt de meicirculaire gunstiger uit, zij het minder gunstig dan waarop mocht worden gehoopt. Ten opzichte van de raming in de Perspectiefnota 2024 valt de uitkering in 2024 € 462.000 hoger uit, in 2025 € 271.000 hoger, in 2027 € 607.000 hoger en in 2026 zelfs € 528.000 lager. Het accres (compensatie voor gestegen lonen en prijzen) is weliswaar in 2024 en 2025 wat hoger, maar de gevolgen van het ravijnjaar werken door in 2027 en vooral in 58
2026. Daar komt nog eens bovenop dat met name door de stijging van de waarde van de onroerende zaken en een lager aantal jongeren en mensen met een laag inkomen een extra korting plaatsvindt op het gemeentefonds. Wijziging toevoeging aan algemene reserve Als onderdeel van het plan om het weerstandsvermogen te versterken werd tot en met 2022 op begrotingsbasis jaarlijks € 600.000 aan de algemene reserve toegevoegd via de begroting. Nu het weerstandsvermogen als gevolg van het gunstige jaarresultaat 2022 op peil is, zal deze jaarlijkse dotatie worden geschrapt. Dit levert een voordeel op van € 600.000 structureel. Het stopzetten van het spaarprogramma betekent niet dat er niet meer gespaard wordt. Door toevoeging aan een aantal bestemmingsreserves wordt nog steeds een buffer aangelegd voor specifieke doelen zoals onderwijshuisvesting, toerisme en recreatie, grondexploitaties en duurzaamheid. Behoedzaamheidsreserve Vanwege mogelijk tegenvallende uitkomsten van de algemene uitkering uit het gemeentefonds is een behoedzaamheidsreserve gevormd, om in te kunnen spelen op mogelijke kortingen. Vanuit de resultaatbestemming van het jaarrekeningresultaat 2022 is de behoedzaamheidsreserve aangevuld tot het plafond van € 1.000.000. Hierdoor kan de eerder begrote storting van € 250.000 in deze reserve in de jaren 2024 en 2025 vervallen.
Taakstelling perspectiefnota en inzet behoedzaamheidsreserve Vanaf 2026 krijgt de gemeente te maken met het ravijnjaar als gevolg van een forse verlaging van het gemeentefonds. Om het resulterende tekort op te vangen stond een onttrekking uit de behoedzaamheidsreserve gepland van € 580.000, daarnaast is bij de perspectiefnota 2024 een taakstelling opgenomen van € 795.000. Zowel de onttrekking als de taakstelling zijn in deze begroting afgeraamd. Dit is in lijn met het advies van de VNG om de consequenties van het ravijnjaar vanaf 2026 onverkort in beeld te brengen. Hiermee wordt een duidelijk signaal afgegeven aan het Rijk dat zonder extra middelen gemeenten hun taken onvoldoende kunnen vervullen. Nieuwe taakstellingen kapitaallasten, personeelslasten, tariefstijging Jeugd en WMO In de begroting zijn een aantal taakstellingen opgenomen. De afgelopen jaren laten de jaarstukken onderschrijdingen zien op kapitaallasten en personeelslasten. Een onderschrijding op kapitaallasten wordt veroorzaakt doordat een project goedkoper uitvalt dan het krediet of doordat een project een langere doorlooptijd heeft, waardoor de kapitaallasten een jaar opschuiven. Bij personeelslasten kunnen onderschrijdingen ontstaan doordat er sprake is van vacatureruimte of doordat functies op een lagere schaal of trede worden ingevuld.
Op beide ontwikkelingen wordt met deze taakstelling een voorschot genomen. Vanwege een tariefstijging binnen Jeugd en WMO wordt de gemeente met extra lasten geconfronteerd. Deze lasten zijn opgenomen en toegelicht in programma 3. Om het resulterende tekort op te lossen is in programma 4 een algemene taakstelling van € 362.000 opgenomen om nader in te vullen. Onvoorzien De post onvoorzien is structureel verlaagd van € 50.000 naar € 20.000.
59
Beleidsindicatoren BBV nr.
Benaming
Toelichting
Jaar Waarde Brummen
1
Formatie
Fte per 1.000 inwoners
2019
2
3
4
5
Bezetting
Fte per 1.000 inwoners
Apparaatskosten Kosten per inwoner
Externe inhuur
Overhead
Kosten als % van totale Eigen begroting loonsom + totale kosten inhuur externen
% van de totale lasten
60
Bron
2020
7,61 Eigen 8,09 gegevens
2021
8,15
2022
8,30
2019 2020
7,44 Eigen gegevens 7,55
2021
7,43
2022
7,59
2019 2020
€ 638 Eigen € 675 gegevens
2021
€ 711
2022
€ 792
2019
10,1% Eigen 7,5% gegevens
2020 2021
8,3%
2022
13,8%
2019 2020
13,9% Eigen gegevens 12,5%
2021
12,9%
2022
13,8%
Paragrafen
61
A. Lokale heffingen Algemeen In deze paragraaf worden de beleidslijnen beschreven die van belang zijn voor de gemeentelijke belastingen en heffingen. De wijzigingen van de belastingverordeningen worden in de jaarlijkse, afzonderlijke, raadsvoorstellen vastgesteld. Een belangrijke ontwikkeling is dat de gemeente Brummen sinds 2023 de heffing en inning van gemeentelijke belastingen heeft uitbesteed aan Tribuut. Voor de meeste inwoners heeft dat geen directe gevolgen. Het is en blijft de gemeenteraad die de diverse belastingverordeningen vaststelt. De programmabegroting 2024 gaat uit van inflatiecorrectie bij de belastingtarieven. De jaarlijkse inflatiecorrectie is gebaseerd op het indexeringscijfer voor de consumentenprijsindices (CPI) zoals opgenomen in het Centraal Economisch Plan (CEP). Dit percentage komt voor 2024 uit op 4,2%.
Onroerende Zaak Belasting (OZB) Onder de onroerende zaakbelastingen vallen twee belastingen. Voor woningen geldt een eigenarenbelasting en voor niet-woningen geldt, naast de eigenarenbelasting, ook een gebruikersbelasting. De onroerende zaakbelastingen (OZB) worden geheven als een percentage van de WOZ-waarde van de betreffende onroerende zaak. Bij de vaststelling van de percentages voor 2024 wordt rekening gehouden met de nieuwe waardepeildatum. De gemiddelde waardestijging over 2023 wordt in onze gemeente op 5% bij woningen geschat. Voor niet-woningen is de verwachting dat de waarde niet stijgt. Deze waardeontwikkeling zorgt niet voor extra inkomsten, omdat dit verrekend wordt in het tarief voor 2024. Voor de opbrengst is in onderstaande berekening rekening gehouden met de jaarlijkse inflatiecorrectie zoals beschreven aan het begin van deze paragraaf. Zoals in de perspectiefnota 2024-2027 is vastgesteld, is hierbij uitgegaan van de bijgestelde prognose voor 2023. De extra verhoging van € 100.000 in 2024 die eerder in de meerjarenbegroting was geraamd vervalt. Daarnaast is rekening gehouden met een areaaluitbreiding met een te verwachten extra opbrengst van € 50.000. De soms agressieve campagnes van No-Cure-No-Pay (NCNP)-bureaus, die mensen oproepen om ‘gratis’ bezwaar in te dienen tegen hun WOZ-waarde hebben tot gevolg gehad dat het aantal bezwaren is verviervoudigd.
Het percentage bezwaarmakers voor 2023 was in Brummen 7,5%, Meer dan de helft hiervan was door NCNP-bureaus. Dit zorgt voor extra kosten voor de afhandeling bij Tribuut en daarmee ook voor de gemeentelijke bijdrage. In de perspectiefnota 2024-2027 is besloten deze kosten te compenseren met een extra inkomsten vanuit de OZB voor de jaren 2024 en 2025. De staatssecretaris van Financiën, inmiddels demissionair, heeft aangekondigd maatregelen te gaan nemen om het verdienmodel van NCNP- bureaus te beperken, maar welke dit zijn en of ze daadwerkelijk worden ingevoerd is nog niet bekend. Bedragen x €1.000 Opbrengst
Realisatie 2022
Baten
Begroting 2023 na wijz. 6.160
62
6.528
Begroting 2024 Progr.begr. 2024-2027 6.932
Toeristenbelasting De hoogte van de aanslag toeristenbelasting wordt bepaald door twee factoren. Het aantal overnachtingen door personen die niet in onze gemeente woonachtig zijn en het tarief per overnachting. Op basis van het Bestuursprogramma verhogen we het tarief jaarlijks met de inflatiecorrectie. Het nieuwe tarief komt hierdoor uit op € 1,94 per overnachting (2023: € 1,86). De totale opbrengst toeristenbelasting voor 2024 komt uit op een bedrag van afgerond € 1.046.000. Van dit bedrag voegen we sinds 2023 weer 25% toe aan de bestemmingsreserve Recreatie en Toerisme. Deze reserve zetten we in voor bestaande en nieuwe recreatieve voorzieningen. Bedragen x €1.000 Opbrengst
Realisatie 2022
Baten
Begroting 2023 na wijz. 1.006
Begroting 2024 Progr.begr. 2024-2027
1.004
1.046
Bedrijven Investeringszone (BIZ) Op basis van de Verordening BI-Zone Eerbeek 2021-2025 heffen we een directe belasting. De huidige verordening loopt t/m 2025. De opbrengst wordt besteed aan activiteiten in de openbare ruimte en op het internet. Hiermee bevorderen we collectieve samenwerking en economische versterking van het centrum van Eerbeek. De BIZ-bijdrage bedraagt per onroerende zaak € 566. In de begroting gaan we uit van een totale opbrengst van € 44.000. Bedragen x €1.000 Opbrengst
Realisatie 2022
Baten
Begroting 2023 na wijz. 44
63
Begroting 2024 Progr.begr. 2024-2027 44
44
Afvalstoffenheffing Bij de afvalstoffenheffing is het beleidsuitgangspunt dat 100% van de toe te rekenen kosten van de afvalverwerking gedekt wordt met de heffing. Dekkingstekorten of -overschotten worden verrekend met de voorziening Afvalstoffenheffing. Deze voorziening betrekken we bij de tariefstelling in de komende jaren en daarmee vangen we een deel van de kostenontwikkelingen de komende jaren op. Door de overdracht van de belastingheffing naar Tribuut is de wijze van heffing veranderd. Er wordt geen voorlopige aanslag meer opgelegd op basis van het aantal ledigingen van het voorgaande jaar. Deze systematiek is weinig efficiënt en leverde daarmee onnodige kosten op. Het afval wordt ingezameld door Circulus. Het aantal ledigingen per huishouden wordt vervolgens aan Tribuut aangeleverd. Tribuut legt in 2024 een aanslag op voor de vaste bijdrage voor 2024 en een definitieve heffing op basis van het aantal ledigingen in 2023. De kostenontwikkeling in het kader van CO2, de (aanloop)kosten van het nieuwe grondstoffenplan en de hogere indexering zijn zorgen er mede voor dat het tarief, rekening houdend met inzet van de voorziening afvalstoffenheffing, gemiddeld met 4,5% stijgt. Bedragen x €1.000 Opbrengst
Realisatie 2022
Baten
Begroting 2023 na wijz. 1.639
1.709
Begroting 2024 Progr.begr. 2024-2027 1.786
Rioolheffing Net als bij de afvalstoffenheffing is ook bij de rioolheffing het beleidsuitgangspunt dat 100% van de toe te rekenen kosten worden gedekt met de heffing. Dekkingstekorten of -overschotten verrekenen we met de egalisatievoorziening rioolheffing. De voorziening betrekken we bij de tariefstelling in de komende jaren. De egalisatievoorziening rioolheffing kan een deel van de kostenontwikkelingen in de komende jaren opvangen. Bij de berekening van de kosten is uitgegaan van de bedragen zoals opgenomen in het Programma Water en riolering inclusief de te nemen klimaatmaatregelen. Het tarief zal, rekening houdend met de inzet van de egalisatievoorziening rioolheffing, in 2024 met 25% moeten stijgen. Op een aantal onderdelen moesten de cijfers ten opzichte van het vastgestelde Programma Water en riolering geactualiseerd worden voor deze begroting. De toegerekende loonkosten zijn aangepast op basis van de nieuwe cao, de stroomkosten zijn nu gebaseerd op het huidige contract en de overige kosten zijn geactualiseerd op basis van de consumentenprijsindexcijfers. Ten opzichte van het vastgestelde Programma Water en riolering betekent dit een stijging van 12%. Qua opbrengsten wordt naar aanleiding van het werkelijke waterverbruik 2022 rekening gehouden met een lager aantal m3 waterverbruik dan volgens het vastgestelde Programma Water en riolering.
Rekening houdend met genoemde ontwikkelingen moet het tarief voor 2024 dus eenmalig stijgen met 25%. Bedragen x €1.000 Opbrengst
Realisatie 2022
Baten
Begroting 2023 na wijz. 2.399
64
2.867
Begroting 2024 Progr.begr. 2024-2027 3.487
Kostendekkendheid Voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing geven we hieronder de kostendekkendheid aan. Onder kostendekkendheid vallen meer kosten dan alleen de kosten van de riolering en afval zelf. Ook kosten van overhead, minimabeleid, openbare reiniging, rente, btw en dividendopbrengsten worden doorberekend. Bedragen x 1.000 Berekening van de kostendekkendheid van een heffing
Afvalstoffenheffing
Kosten product
Rioolheffing
€ 1.692
€ 2.150
€ 1.692
€ 2.150
Overhead op organisatiekosten
€ 72
€ 379
Kosten minimabeleid (taakveld 6.3)
€ 65
€ 75
Kosten openbare reiniging/straatvegen (taakveld 2.1)
€ 107
€ 161
Toevoeging aan voorziening Netto kosten taakveld (7.3/7.2) Toe te rekenen kosten:
Aandeel rente over investeringen (taakveld 0.5)
€ 370
Toevoeging aan reserve BTW
€ 319
€ 389
Totale kosten
€ 2.255
€ 3.523
Opbrengst heffing
€ 1.786
€ 3.487
€ 170
€ 18
Opbrengst product, excl. heffingen Onttrekking aan voorziening Netto opbrengsten taakveld (7.3/7.2)
€ 299
€ 18
€ 2.255
€ 3.523
€ 2.255
€ 3.523
Inzet reserve (taakveld 0.10) Opbrengst dividend (taakveld 0.5) Totale opbrengsten Dekkingspercentage
100%
65
100%
Leges De opbrengst van de leges wordt jaarlijks verhoogd met de inflatiecorrectie. Voor 2024 een percentage van 4,2%. Daarnaast wordt bij de rijks- en gemeentelijke leges burgerzaken rekening gehouden met daling van verwachte aantal documenten dat aangevraagd gaat worden (op basis van geldigheidsdatum). Bij de leges ingevolge de APV wordt rekening gehouden met hogere kostendekkendheid, door verhoging van bepaalde leges en herinvoering van de evenementenvergunning. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden ook leges voor Omgevingsvergunningen (milieu) in rekening gebracht. Bij de leges omgevingsvergunning wordt op basis van werkelijke aantallen o.a. door corona, stikstof en pfas een volumevermindering verwacht en lagere legesinkomsten in verband met Private kwaliteitsborging (externe toetsing). In de nieuwe legesverordening is rekening gehouden met de Omgevingswet, ervan uitgaande dat deze op 1 januari 2024 in werking treedt. De tariefstijging bedraagt eveneens 4,2%, uitgezonderd de tarieven die het rijk vaststelt. Bedragen x €1.000 Opbrengst leges
Realisatie 2022
Begroting 2023 na wijz.
Begroting 2024 Progr.begr. 2024-2027
Balieverkopen
201
119
274
Naturalisaties
19
11
12
Burgerlijke stand
71
58
59
Overige vergunningen
10
13
14
Bouwvergunningen en controle
749
485
421
Begraafrechten De graf- en begraafrechten zijn in 2020 verhoogd om de exploitatie van de begraafplaatsen naar verwachting per 2029 kostendekkend te krijgen. De tarieven worden jaarlijks geïndexeerd om prijsontwikkelingen in de markt te kunnen volgen. In 2024 is dit met 4,2%. Bedragen x €1.000 Opbrengst Leges
Realisatie 2022
Baten
Begroting 2023 na wijz. 135
114
Begroting 2024 Progr.begr. 2024-2027 119
Het kwijtscheldingsbeleid Met ingang van 2024 verlenen wij geen kwijtscheldingen meer via het minimabeleid, maar ontwikkelen wij kwijtscheldingsbeleid dat in lijn ligt met andere gemeenten binnen het werkgebied van Tribuut. Wij proberen daarbij wel binnen de wettelijke grenzen zoveel mogelijk rekening te houden met de situatie van mensen met een laag inkomen.
66
De lokale lastendruk In deze paragraaf beschrijven we de beleidslijnen die van belang zijn voor de gemeentelijke belastingen en heffingen. De wijzigingen van de belastingverordeningen worden in de jaarlijkse, afzonderlijke, raadsvoorstellen vastgesteld. Vanaf 1 januari 2023 heeft Brummen de heffing en inning van gemeentelijke belastingen uitbesteed aan Tribuut. Voor de meeste inwoners heeft dat geen directe gevolgen. Het is en blijft de gemeenteraad die de diverse belastingverordeningen vaststelt. De Perspectiefnota 2024 gaat uit van inflatiecorrectie bij de belastingtarieven. Dit percentage komt voor 2024 uit op 4,2%. Hoe verhoudt de lokale lastendruk zich ten opzichte van de omliggende gemeenten? Hiervoor vergelijken wij de cijfers van de Atlas van de Lokale Lasten 2023 van de COELO. De berekeningswijze van deze cijfers wijkt wel af van die van de gemeente zelf. Gemeente
Woonlasten eigenaar/bewoner meerpersoonshuishouden
Woonlasten huurder meerpersoonshuishouden
Apeldoorn
€ 853
€ 293
Bronckhorst
€ 988
€ 562
Brummen
€ 1.149
€ 532
Doesburg
€ 1.027
€ 601
Rheden
€ 893
€ 386
Voorst
€ 944
€ 425
Zutphen
€ 885
€ 302
Onderdeel
2022
2023
2024
Rioolheffing (huishouding 4 pers, waterverbruik 150 m3)
€ 354
€ 377
€ 471
OZB-aanslag eigenaren gedeelte
€ 391
€ 393
€ 410
Afvalstoffenheffing (140 l container 8x groenafval/7x restafval)
€ 161
€ 174
€ 182
Totale aanslag
€ 905
€ 944
€ 1.063
Procentuele ontwikkeling t.o.v. het voorgaande jaar
2,8%
4,3%
12,6%
67
B. Weerstandsvermogen en Risicobeheersing Inleiding De grondslag voor deze paragraaf vinden we terug in artikel 11 van het BBV. Deze paragraaf gaat over de actuele risico’s die we zien en het vermogen om deze risico’s op te vangen. Maar ook over het beleid dat hieraan ten grondslag ligt. En tenslotte hoe de financiële positie van de gemeente Brummen zich ontwikkelt aan de hand van 6 financiële kengetallen. De opbouw van deze paragraaf ziet er als volgt uit: • • • • •
het beleid dat op de weerstandscapaciteit en de risico’s van toepassing is; de inventarisatie van de weerstandscapaciteit; de inventarisatie van de risico’s; de weerstandsratio de financiële kengetallen
Beleid weerstandscapaciteit en risico's Het beleid rondom weerstandscapaciteit en risico’s is opgenomen in de nota Weerstandsvermogen en risicobeheersing. • • • • • • • •
Het college geeft in relatie tot de nota weerstandsvermogen en risicobeheersing in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van de begroting en het jaarverslag een actueel beeld van de financiële risico's in relatie tot de beschikbare weerstandscapaciteit. In de begroting wordt in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing de gewenste weerstandscapaciteit bepaald. We stimuleren risicobewustzijn, communiceren open over risico’s en de wijze waarop we met deze risico’s omgaan. Risico’s maken we expliciet zichtbaar in onze besluitvormingsprocessen met daarbij de wijze waarop we deze risico’s kunnen beheersen of op kunnen (en willen) vangen. We stimuleren niet alleen risicobewustzijn van de risico’s in onze eigen organisatie, maar ook van de risico’s in organisaties waarmee we ‘verbonden’ zijn en de mogelijke impact van deze risico’s op onze eigen organisatie. We accepteren dat een risicoprofiel nooit 100% volledig kan zijn. We leren van risico’s en incidenten die zich, ondanks een adequaat risicomanagement, hebben voorgedaan en nemen passende maatregelen om herhaling te voorkomen. Via de reguliere planning & control-cyclus wordt in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing gerapporteerd over de risico’s van de gemeente, de manier waarop deze beheerst worden en de mogelijke impact van de risico’s op de financiële positie van de gemeente.
Inventarisatie van de weerstandscapaciteit Bij de inventarisatie van de weerstandscapaciteit kijken we naar de mogelijkheden die we als gemeente hebben om de risico’s op te vangen. Hierbij kan een onderscheid gemaakt worden in incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Onder incidentele weerstandscapaciteit wordt verstaan de capaciteit die de gemeente heeft om eenmalige tegenvallers op te vangen. Onder structurele weerstandscapaciteit worden de middelen verstaan die permanent inzetbaar zijn om tegenvallers op te vangen.
68
De incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit: Incidentele weerstandscapaciteit
Bedragen x 1.000
Onderdeel
Verwachte omvang per 1-1-2024
Algemene reserve
€ 8.106
De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit: Structurele weerstandscapaciteit
Bedragen x 1.000
Onderdeel
2024
Onbenutte belastingcapaciteit
€ 560
Post onvoorzien
€ 20
Totaal structurele weerstandscapaciteit
€ 580
Toelichting onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit is het bedrag dat nog aan extra inkomsten kan worden gegenereerd voor het geval dat zich tegenvallers voordoen. Daarbij wordt uitsluitend rekening gehouden met de onroerendezaakbelastingen, aangezien de meeste andere belastingen en heffingen kostendekkend of van beperkte betekenis zijn. Voor de berekening van de omvang van de onbenutte belastingcapaciteit wordt de ruimte in aanmerking genomen tussen de eigen tarieven (volgens deze begroting) en het normtarief voor de artikel 12-gemeenten. De totale beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt: Totaal beschikbare weerstandscapaciteit
Bedragen x 1.000
Onderdeel
Verwachte omvang per 1-1-2024
Incidentele weerstandscapaciteit
€ 8.106
Structurele weerstandscapaciteit
€ 580
Totaal beschikbare weerstandscapaciteit
€ 8.686
Inventarisatie van de risico's Een keer per jaar maken we de balans op van de risico’s die we gedurende het jaar vaststellen. Dit doen we volgens een methode die opgenomen is in de Nota weerstandsvermogen en risicobeheersing. Risico’s kleiner dan € 25.000 nemen we niet mee in de inventarisatie omdat we er vanuit gaan dat we die kunnen dekken binnen de exploitatiebegroting. In september 2023 is de risico-inventarisatie 2023 vastgesteld. De geïnventariseerde risico’s bedroegen in de begroting 2023 € 4.875.000. Deze risico-inventarisatie is in deze programmabegroting geactualiseerd en bedraagt nu € 4.435.000.
69
Hieronder worden de risicogebieden die een risico-inschatting van tenminste € 100.000 benoemd. Bedragen x 1.000 Nr. Programma - Focusgebied / basistaken
Risicogebied
Structureel of incidenteel?
Risico-inschatting begroting 2024
Risico-inschatting Verschil begroting 2023
1. 2 - Focusgebied Ruimte voor Eerbeek / Grondexploitaties Eerbeek-Loenen 2030
Incidenteel
€ 1.433
€ 1.433
€0
2. 4 - Basistaken Bedrijfsvoering en Financiën
Informatievoorziening
Incidenteel
€ 1.210
€ 1.210
€0
3. Alle programma's
Grote calamiteiten
Incidenteel
€ 571
€ 502
€ 69
4. Alle programma's
Algemeen
Structureel
€ 325
€0
€ 325
5. 4 - Basistaken Bedrijfsvoering en Financiën
Personeel
Structureel
€ 153
€ 153
€0
6. Alle programma's
Inflatie
Structureel
€ 150
€ 875
€ -725
7. 3 - Focusgebied Sociaal Domein
Jeugdzorg
Structureel
€ 121
€ 121
€0
8. 1 - Basistaken Bestuur en Dienstverlening
Bestuur
Structureel
€ 104
€ 103
€1
9. 3 - Basistaken Vitale Samenleving
Beheer sportaccommodaties
Structureel
€ 100
€ 13
€ 87
€ 268
€ 465
€ -197
€ 4.435
€ 4.875
€ -440
Overige risico’s Totaal risico-inventarisatie
De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de vorige programmabegroting zijn: Nr. 4. Algemeen Ondanks de inspanningen met betrekking tot risicomanagement zijn niet altijd alle risico's in beeld. Zo zag maar een enkeling de corona-pandemie of de inval in Oekraïne aankomen. Om deze onbekende risico's toch een plaats te geven in de risico-inventarisatie is 5% van de jaarlijkse kosten met een 10% kans van realisatie opgenomen als algemeen risico. Nr. 6 Inflatie In de vorige begroting was de ontwikkeling van inflatie nog zeer onzeker. Inmiddels zijn prijsstijgingen gestabiliseerd en opgenomen in de meerjarenraming. Het risico is daarmee deels beheerst en neemt dus af in omvang naar een potentiële impact van € 500.000 met een kans van 30%. Nr. 8 Bestuur Dit risico heeft betrekking op de vergoedingen voor oud-bestuurders van de gemeente. Dat heeft enerzijds betrekking op de pensioenverplichtingen die onderhevig kunnen zijn aan veranderende rekenrentes. Dit zou de gemeente kunnen stellen voor extra toevoegingen aan de voorziening. Anderzijds heeft het betrekking op de wachtgeldvergoeding bij tussentijds terugtreden van een bestuurder. Ook in dat geval moet de gemeente extra toevoegen aan de betreffende voorziening. In voorgaande inventarisaties was dit risico ook al opgenomen, maar niet apart toegelicht. Nr.
9 Beheer sportaccommodaties De begroting van stichting Sportkompas was in 2022 niet sluitend. Met gestegen energieprijzen moet rekening gehouden worden met een groter risico dat de gemeente de stichting moet bijstaan om de begroting rond te krijgen. Overige risico's In de vorige programmabegroting was nog een risico opgenomen voor schommelingen in het gemeentefonds, cq de algemene uitkering. Inmiddels is er een behoedzaamheidsreserve van € 1 miljoen ingesteld om dit risico af te dekken. 70
De weerstandsratio In de beleidskaders van de nieuwe nota Weerstandsvermogen en risicobeheersing is opgenomen dat de gewenste weerstandscapaciteit in de begroting bepaald wordt. De gewenste weerstandscapaciteit drukken we uit in de weerstandsratio. De weerstandsratio berekenen we door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door het bedrag aan geïnventariseerde risico’s. Als de beschikbare weerstandscapaciteit precies genoeg is om alle risico’s te dekken dan is de weerstandsratio 1. In het financieel herstelplan van juni 2021 heeft de raad vastgesteld dat er in 2028 ruim voldoende weerstandsvermogen gerealiseerd moet zijn. Dit betekent een weerstandsratio van tenminste 1,6. Bij het vaststellen van de jaarstukken 2022 is dit bereikt door ruim € 2 miljoen van het jaarrekeningresultaat toe te voegen aan de algemene reserve. Op basis van de geraamde beschikbare weerstandscapaciteit in 2024 en de risico-inschatting in deze begroting bedraagt de weerstandsratio op dit moment 1,96. Dit staat echter onder druk door de financiële impact die het ravijnjaar 2026 gaat hebben op de hoogte van de algemene reserve. Weerstandsratio
Bedragen x 1.000
Onderdeel
2024
Totaal beschikbare weerstandscapaciteit
€ 8.686
Totaal risico-inschatting begroting 2023
€ 4.435
Weerstandsratio
1,96
Financiële kengetallen Het BBV schrijft voor dat gemeenten een aantal financiële kengetallen opnemen. Deze kengetallen geven gezamenlijk een beeld van de financiële positie van de gemeente en maken het mogelijk om verschillende gemeenten met elkaar te vergelijken. Op de websites Findo en Gelderse financiën kunnen de cijfers vergeleken worden met alle Nederlandse of de Gelderse gemeenten. Eén afzonderlijk kengetal zegt niet alles. Voor een goed beeld moeten de kengetallen in samenhang worden beoordeeld. De provincies hanteren signaleringswaarden voor de kengetallen. Deze zijn opgenomen in het gemeenschappelijk financieel toezichtkader (GTK 2020 Gemeenten). De signaleringswaarden lichten we onder de kengetallen toe. In onderstaande tabel zijn de financiële kengetallen van de gemeente Brummen opgenomen voor de meerjarenbegroting 2024-2027 met daarbij de vergelijkende cijfers vanuit de begroting 2023 en jaarstukken 2022. Financiële kengetallen gemeente Brummen
Jaarstukken 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
1a – Netto schuldquote, exclusief verstrekte leningen
67,6
97,7
88,9
80,3
85,2
85,3
1b – Netto schuldquote, inclusief verstrekte leningen
74,3
104,9
95,5
86,6
91,7
91,6
2 – De solvabiliteitsratio
19,3
13,5
19,5
20,8
21,5
19,2
3 – Kengetal Bouwgrondexploitatie
17,4
13,9
14,5
9,1
7,6
3,6
4 – Structurele exploitatieruimte
11,0
0,7
1,7
1,4
-3,3
-2,8
5 – Belastingcapaciteit – Woonlasten meerpersoonshuishoudens
114,8
112,5
121,5
121,5
121,5
121,5
71
Toelichting op de financiële kengetallen 1a – Netto schuldquote, exclusief verstrekte leningen De netto schuld geeft het niveau van de schuldenlast van de gemeente weer ten opzichte van de eigen middelen. Bij de netto schuldquote worden alle schulden, verminderd met geldelijk bezit, afgezet tegen alle baten (exclusief mutaties reserves). De volgende signaleringswaarden gelden; • hoger dan 130%: meest risicovol, • tussen 90% en 130%: neutraal, • lager dan 90%: minst risicovol. 1b – Netto schuldquote, inclusief verstrekte leningen Om inzicht te krijgen in welke mate er sprake is van doorlenen van kapitaal, wordt de netto schuldquote zowel exclusief (1a) als inclusief (1b) verstrekte leningen weergegeven. Zo wordt duidelijk wat het aandeel is van de verstrekte leningen en wat dit betekent voor de schuldenlast van de gemeente. Hiervoor gelden dezelfde signaleringswaarden als onder 1a. 2 – Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het geeft het eigen vermogen weer als percentage van het balanstotaal. De volgende signaleringswaarden gelden; • lager dan 20%: meest risicovol, • tussen 20 en 50%: neutraal, • hoger dan 50%: minst risicovol.
3 – Grondexploitatie Het kengetal geeft aan het aandeel van boekwaarde van de gronden in exploitatie ten opzichte van de totale baten van de gemeente (exclusief mutaties reserves). De volgende signaleringswaarden gelden; • hoger dan 35%: meest risicovol, • tussen 20% en 35%: neutraal, • lager dan 20%: minst risicovol. 4 – Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de begroting is. Ook geeft het aan of de gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te vangen en/of er ruimte is voor nieuw beleid. Voor de berekening delen we het saldo van structurele baten en lasten vermeerderd met het saldo van structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves door de totale baten. De volgende signaleringswaarden gelden: • lager dan 0%: meest risicovol, • 0%: neutraal, • hoger dan 0%: minst risicovol. 5 – Belastingcapaciteit – Woonlasten meerpersoonshuishoudens Dit kengetal geeft aan wat de woonlasten in de gemeente Brummen zijn, uitgedrukt in een percentage van het landelijk gemiddelde. De cijfers van de Brummense lokale lastenmonitor in de paragraaf A. Lokale heffingen, vormen de basis van de berekening. De volgende signaleringswaarden gelden; • hoger dan 105%: meest risicovol, 72
• tussen 95% en 105%: neutraal, • lager dan 95%: minst risicovol.
Beoordeling financiële kengetallen De financiële kengetallen laten zien dat de financiële positie van de gemeente Brummen de eerste jaren voldoende is, maar vanaf 2026 sterk onder druk staat door de ravijnjaren 2026 en 2027. Zo verbetert de netto schuldquote door een forse afname van de vaste schuld en is de solvabiliteitsratio toegenomen door toevoegingen aan de reserves. De boekwaardes van de grondexploitaties nemen de komende jaren af, waardoor ook de risico's afnemen en in 2024 en 2025 is er een gezonde structurele exploitatieruimte. Door het ravijnjaar 2026 nemen de structurele baten, als gevolg van de korting van het gemeentefonds, sterk af. Dit heeft een sterk negatief effect op de netto schuldquote en de structurele exploitatieruimte. Als de begrotingstekorten opgevangen moeten worden met de reserves heeft dit ook een nadelig effect op de solvabiliteitsratio. Daarnaast laat de belastingcapaciteit zien dat de lokale lasten ten opzichte van de gemiddelde Nederlandse woonlasten in 2023 al boven 120% uitkomen. Dit betekent dat er weinig ruimte is om via belastingverhogingen het structurele beeld bij te stellen.
73
C. Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen Deze paragraaf gaat in op het beleidskader en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties met betrekking tot onze ‘grotere’ kapitaalgoederen. Hierbij denken we aan de kosten van aanleg en instandhouding van wegen, riolering, water, groen en gebouwen. Een groot deel van het ‘vermogen’ van onze gemeente bestaat uit het bezit van wegen, rioleringen, groenvoorzieningen en gebouwen. Een zorgvuldig beheer en onderhoud hiervan vinden we dan ook belangrijk. Daarnaast wordt de kwaliteit van het openbaar gebied door inwoners vaak het meest intensief beleefd. Zwerfvuil, loszittende stoeptegels, boomwortels, slecht onderhouden gebouwen, moeilijk toegankelijke gemeentelijke gebouwen: deze onderwerpen raken inwoners direct. De kosten van instandhouding van wegen, groen, riolering en gebouwen berekenen we aan de hand van beheer- en uitvoeringsplannen. De hoogte van de onderhoudskosten zijn voor een deel te beïnvloeden door keuzes te maken in het niveau van onderhoud. In de beheerplannen hebben we de kwaliteit van het beheer van de openbare voorzieningen benoemd. De onderhoudsstaat van de voorzieningen wordt volgens landelijke normen (CROW) gemeten en geanalyseerd. De vastgestelde kwaliteitsniveaus en resultaten van de metingen zijn het toetsingskader voor bestuur en medewerkers.
In 2017 hebben we een Integrale visie Beheer Openbare Ruimte opgesteld. In deze visie staan de kaders waarbinnen het beheer van de openbare ruimte plaatsvindt. Hierin staat de ambitie om de buitenruimte beter toekomstbestendig en duurzaam te maken.
Wegen In 2023 is het gemeentelijk wegenbestand geïnspecteerd. Op basis van de resultaten van de weginspectie en het beheerplan Wegen 2020-2024 wordt een onderhoudsplanning voor 2024 en 2025 opgesteld. Het wegenbeheerplan wordt in 2024 geactualiseerd. In 2025 wordt het gemeentelijk wegenbestand opnieuw geïnspecteerd. Voor de financiering van de uitvoering voegen we jaarlijks een bedrag toe aan de voorziening Onderhoud wegen. Uit deze voorziening bekostigen we het groot onderhoud van de asfalt- en elementen-verhardingen en ook de oppervlaktebehandelingen. Financiële overzichten vindt u elders in deze begroting in het hoofdstuk Financiële positie. Naast het uitvoeringsbudget voor repeterend onderhoud is er een incidenteel renovatiebudget voor het herinrichten van wegen beschikbaar (€ 2,5 mln/jr). Bij deze renovaties wordt gekeken hoe de wegen passend bij hun verkeersfunctie op een duurzame en klimaatbestendige wijze heringericht kunnen worden. Op basis van de resultaten van het in 2023 opgestelde Mobiliteitsplan worden de geselecteerde wegen nader beoordeeld en geprioriteerd. Het asfaltonderhoud en de straat- en andere werkzaamheden worden in de markt gezet en aanbesteed. Wegenonderhoud
2024
per 1-1
€ 392
2025 € 701
2026 € 589
2027 € 653
Toevoeging vanuit exploitatie
€ 868
€ 868
€ 868
€ 868
Onttrekking vanuit wegenbeheersplan
-€ 558
-€ 980
-€ 804
-€ 1.022
per 31-12
€ 701
€ 589
€ 653
€ 498
74
Bruggen In 2020 zijn de bruggen over het Apeldoorns kanaal geïnspecteerd op mogelijke gebreken. Groot onderhoud voorzien we niet eerder dan in 2032.
Openbare reiniging Het reinigen van de openbare ruimte (verwijderen zwerfvuil) wordt uitgevoerd op beeldniveau B. Dat is het basisniveau. Mede door de inzet van de vele vrijwilligers wordt er op veel plekken Aniveau gemeten. De vrijwilligers merken het effect van de invoering van statiegeld op plastic flesjes en blikjes en rapen beduidend minder flesjes. Het vegen van wegen is op bestekbasis tot en met 2026 uitbesteed. Het bestekmatig vegen van wegen gebeurt alleen binnen de bebouwde kom. Het vegen van wegen wordt binnen heel de bebouwde kom ook op B-niveau uitgevoerd. Niet alleen wordt de uitstraling van de openbare ruimte daar beter door; het scheelt ook in de groei van onkruid op de verhardingen. In de herfstperiode zetten we een veegwagen in voor het verwijderen van blad. Het ruimen van het blad vindt dan gecoördineerd per wijk plaats. Op de eerste werkdag na 1 januari wordt de veegwagen ingezet om het achtergelaten vuurwerk op te vegen.
Huishoudelijk afval Er is in 2021 een nieuw beleids- en een uitvoeringsplan voor huishoudelijk afval opgesteld. Hierin ligt de nadruk nog meer op het inzamelen van grondstoffen. We streven er naar de hoeveelheid restafval verder terug te dringen naar 80 kg restafval per inwoner per jaar in 2025. Een inwoner van de gemeente Brummen had in 2022 gemiddeld 107,4 kg restafval per jaar. Dat is 7,2 kg minder per inwoner dan in 2021. Er zijn meerdere maatregelen doorgevoerd om de afvalscheiding verder te bevorderen. Het plaatsen van extra ondergrondse containers voor restafval heeft vertraging opgelopen. Samen met de andere Circulus-gemeenten blijven we zoeken naar een format waarbij de afvalscheiding verder toeneemt zonder dat de her te gebruiken grondstoffen te veel vervuild worden. Voor 2025 is het opstellen van een nieuw Grondstoffenbeleidsplan voorzien. De kosten voor het inzamelen en verwerken van het huishoudelijke afval worden voor 100% gedekt door de afvalstoffenheffing. Hierbij hanteren we het principe “de vervuiler betaalt”.
Openbare straatverlichting Op basis van het beleidsplan openbare verlichting verduurzamen we het bestand van lichtmasten en armaturen. Het regulier onderhoud van de verlichting (o.a. vervangen kapotte armaturen) is uitbesteed. Vanaf maart 2024 komt er een nieuw onderhoudsbestek in combinatie met een vervangingsbestek om verdere verduurzaming vorm te geven. Vanaf 2024 is het verlichtingsbestand ook ingericht om op afstand gestuurd te kunnen dimmen. Hiermee kan meer gericht verlicht worden en bovendien energie bespaard worden.
Riolering In december 2022 heeft de gemeenteraad het Programma Water & Riolering 2023 – 2027 vastgesteld Iedere vijf jaar stellen we het programma opnieuw op. Dat geeft ons de kans om nieuwe ontwikkelingen in beleid op te nemen en vooruitstrevend te blijven in de manier waarop wij met onze watertaken omgaan. Een belangrijke wijziging komt met de invoering van de Omgevingswet. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt de verplichting om een Gemeentelijk 75
Rioleringsplan op te stellen. We hebben binnen de gemeente een vastgestelde omgevingsvisie. In de bestaande omgevingsvisie ontbreekt de visie op onze zorgtaken. Daarom is in het programma Water & Riolering de visie op onze zorgtaken meegenomen. Tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet fungeert dit programma als een Gemeentelijk Rioleringsplan. Doelen van dit beleid: Het beschermen van de volksgezondheid tegen infectieziekten. Het schoonhouden van de bodem en het oppervlaktewater. Het voorkomen van schade door hevige regenval en/of bij extreme droogte. Het voorkomen en beperken van structureel nadelige gevolgen van grondwater voor de aan de grond gegeven bestemming. Met dit beleid zorgen we ervoor dat deze functies gewaarborgd blijven. We dragen zo bij aan een veilige en gezonde leefomgeving, nu en in de toekomst. Voor onderhoud aan rioolgemalen, (correctief) onderhoud en onderzoek aan het rioolstelsel zijn binnen de exploitatiebegroting jaarlijkse budgetten beschikbaar. Voor toekomstige renovaties van rioolstelsels is een voorziening beschikbaar die jaarlijks wordt gevoed ten laste van de exploitatiebegroting. De storting wordt jaarlijks gebaseerd op gegevens uit het rioolbeheerpakket en het kostendekkingsplan uit het programma Water & Riolering. De kosten voor het rioolstelsel worden voor 100% gedekt door de rioolheffing.
Hierbij hanteren we het principe “de vervuiler betaalt”. Rioolrenovaties
2024
per 1-1
2025
2026 € 1.271
2027
€ 903
€ 771
€ 487
Toevoeging vanuit exploitatie
€ 500
€ 500
€ 930
€ 930
Onttrekking vanuit gemeentelijke rioleringsplan voor renovaties
-€ 632
€0
-€ 1.714
-€ 1.331
per 31-12
€ 771
€ 1.271
€ 487
€ 86
Bermen en sloten De biodiversiteit staat onder druk. Om de biodiversiteit te verbeteren is gestart met het opstellen van een biodiversiteitsplan voor de gemeente. Eén van de gebieden waar winst behaald kan worden ten aanzien van de biodiversiteit is het berm- en slootbeheer. Door gericht verschralingsbeheer kan in de bredere bermen en sloten meer soortenrijkdom optreden. Om dit te bereiken is in 2023 een nieuw maaibestek op de markt gebracht. In dit nieuwe bestek wordt met ingang van 2023 ongeveer 20% van de bermen ecologisch beheerd. Dit ecologisch beheer zal t/m 2027 stapsgewijs jaarlijks met 20% worden uitgebreid naar 100% ecologisch beheer in de kansrijke bermen. Het vrijkomende maaisel van bermen en sloten wordt zo veel mogelijk op agrarische gronden in onze gemeente verwerkt. De afwaterende functie van veel bermgreppels en -sloten is in de afgelopen jaren verslechterd door dichtslibben. Duikers raken verstopt door te hoog liggende aangrenzende slootbodems. De milieuen natuurwetgeving maakt uitdiepen van de greppels, net als het aflagen van bermen, tot een kostbare kwestie. In afwachting van nieuwe uitgangspunten en mogelijke ingrepen in de waterhuishouding in het kader van het project Waardevol Brummen worden in 2024 alleen verstopte duikers gangbaar gemaakt en vinden geen structurele verdiepingen van greppels en sloten plaats.
Op enkele locaties zijn ongewenste invasieve exoten in bermen en sloten aanwezig. Om de invasieve soorten structureel aan te pakken wordt een bestrijdingsplan voor de gemeente opgesteld. Het plan is er op gericht de mate van overlast te beheersen en schade te beperken aangezien uitroeien niet haalbaar is. 76
Openbaar groen Het inrichtingsniveau en het onderhoud van het openbaar groen in de gemeente heeft haar basis in het groenbeleid- en groenbeheerplan. Beide plannen zijn geactualiseerd en worden na de zomer van 2023 ter vaststelling aan het bestuur aangeboden. De nieuwe groenplannen zijn een goede basis voor het duurzaam beheer van onze groenvoorzieningen. Er wordt geanticipeerd op de klimaatontwikkelingen en benodigde verbetering van de biodiversiteit. Aanplant van meer bomen en aangepast maaibeheer zijn hier voorbeelden van. Hiervoor zijn de nodige herinrichtingen van plantsoenen noodzakelijk. Deze worden waar mogelijk in combinatie met andere werken en in samenspraak met onze inwoners uitgevoerd. Het onderhoudsniveau in het openbaar groen is op basisniveau (B-niveau CROW). Onderzocht wordt of (delen van) de openbare ruimte op A-niveau onderhouden moeten worden.
Begraafplaatsen De groenvoorzieningen op de begraafplaatsen hebben veel te lijden gehad van droge en hete zomers. Veel oudere beplantingen zijn bezweken of verkeren in slechte staat. Er is een begin gemaakt met planmatige vervanging van deze beplantingen. De uitvoering wordt over meerdere jaren verspreid. Het op de begraafplaats Brummen aanwezige graf- en rijksmonument van Bogaardt verkeert in een verwaarloosde staat. Betrokken inwoners van Brummen zijn bezig met het oprichten van een Stichting die zich gaat ontfermen over het grafmonument. Door de Coronapandemie heeft dit project twee jaar stil gelegen. Het doel van de stichting is het monument te restaureren en daarmee voor de toekomst te behouden. Na renovatie komt het onderhoud (weer) bij de gemeente te liggen. Het onderhoudsniveau op de begraafplaatsen vindt plaats op B-niveau (CROW kwaliteitscatalogus).
Boombeheer Gemeentelijke bomen worden volgens de wettelijke normen geïnspecteerd. Het boomonderhoud vindt op een basisniveau plaats. Prioriteit bij het onderhoud krijgt het voorkomen van gevaarlijke situaties en schade aan derden. Voor het verwijderen van een deel van de dode en slechte bomen worden vrijwilligers van de groep Holthakkers ingezet. Vanaf 2017 is er een toename van overlast door de eikenprocessierups in inlandse eiken merkbaar. Gezien het gezondheidsrisico en ongemak voor mens en dier wordt de rups op gemeentebomen (selectief) bestreden. Uitgangspunt hierbij is dat de overlast van de rups op den duur door het optreden van natuurlijk evenwicht in omvang afneemt en acceptabel is. Binnen de bebouwde kom en aan doorgaande fietsroutes wordt de rups in het voorjaar preventief bestreden door bespuiting met aaltjes. Dit kan alleen op locaties waar geen beschermde vlinders voorkomen waardoor grote delen van de bebouwde kom voor deze bestrijdingsmethode afvallen. Door inzaai van bloemenmengsel met bloemen die de natuurlijke vijanden van de rups aantrekken en aangepast maaibeheer wordt de natuurlijke bestrijding van de rups een impuls gegeven. In de zomermaanden worden aanwezige nesten van de rups weggezogen. De te bestrijden locaties en gebieden zijn vastgesteld in een bestrijdingsprotocol.
Bosbeheer Het gewenste uit te voeren bosbeheer voor de gemeentelijke bossen is vastgelegd in het bosbeheerplan. Hierin wordt meer ruimte gegeven aan inheemse loofhoutsoorten, aan ecologische processen en een verlaging van het risico op stormschade en bosbrand. Het huidig beheer is vooral gericht op het voorkomen van overlast en schade aan derden. In het Wilhelminapark wordt het bosbeheer uitgevoerd in samenwerking met de aldaar actieve bosgroep. 77
Speeltoestellen De gemeentelijke speeltoestellen worden conform de wettelijke eisen structureel gecontroleerd op gebreken (5x per jaar). Gebreken worden waar mogelijk gerepareerd. Onveilige en niet te repareren speeltoestellen worden verwijderd. Vervanging van speeltoestellen en herinrichting van speellocaties vindt plaats volgens uitgangspunten die in 2019 zijn vastgesteld. Herinrichting van speellocaties gaat in overleg met de buurt.
Sportvelden De sportvelden worden door de gemeente dusdanig onderhouden dat ze voldoen aan de bespelingseisen van de sportbonden. De gemeente beheert natuurgrasvelden, rubber en zand ingestrooide kunstgrasvelden en hybridevelden. Groot onderhoud aan de velden vindt plaats in overleg met de betreffende sportverenigingen.
Gemeentelijke gebouwen Voor periodiek- en groot onderhoud is een voorziening beschikbaar die jaarlijks wordt gevoed. Uit de voorziening moet het onderhoud worden bekostigd van alle gebouwen die bij de gemeente in eigendom zijn. Deze bedragen zijn exclusief te nemen verduurzamingsmaatregelen en het wegwerken van eventueel uitgesteld onderhoud. De financiële overzichten staan in het hoofdstuk Financiële positie. Sportcomplex Rhienderoord wordt verduurzaamd. Hiervoor is extra budget beschikbaar gesteld. Reguliere onderhoudswerkzaamheden die in de nabije toekomst gepland staan, zijn in het meerjarenonderhoudsplan naar voren gehaald om gecombineerd met de verduurzamingswerkzaamheden uitgevoerd te worden. Denk bijvoorbeeld aan het vervangen van dakbedekking, voordat er zonnepanelen op worden geplaatst. Het reguliere onderhoud van schoolgebouwen wordt gedaan door de schoolbesturen. Alleen nieuwbouw, uitbreiding en zeer groot onderhoud valt nog onder de gemeente. Aanvragen daarvoor lopen via de huisvestingsverordening voor het onderwijs. Budget wat hiervoor nodig is wordt jaarlijks aangevraagd en via de investeringslijst in de begroting inzichtelijk gemaakt. Onderhoud gemeentelijke gebouwen
2024
per 1-1
2025 €3
2026 € 92
2027
€ 366
€ 276
Toevoeging vanuit exploitatie
€ 527
€ 527
€ 527
€ 527
Onttrekking vanuit gebouwenbeheersplan
-€ 437
-€ 253
-€ 617
-€ 481
€ 92
€ 366
€ 276
€ 321
per 31-12
Actualiteit van beheers- en beleidsplannen De beleids- en beheerplannen plannen voor de openbare ruimte hebben over het algemeen een looptijd van 4 of 10 jaar. Voor de periode 2024-2027 zijn de volgende plannen te actualiseren: 2024: Beheerplan Wegen 2025: Grondstoffenplan en Uitvoeringsplan Grondstoffeninzameling
78
D. Financiering Algemeen In de paragraaf Financiering geven we informatie over de manier waarop de gemeente geld aantrekt. We beschrijven hoe we de financieringsfunctie uitvoeren voor de jaren 2024 – 2027. De wet Financiering Decentrale Overheden (wet FIDO) en de wet Hof zijn de kaders waarbinnen de uitvoering van de financieringsfunctie plaatsvindt. Daarnaast heeft de raad kaders vastgesteld in de financiële verordening en in het treasurystatuut. Het gemeentelijke financieringsbeleid is opgesteld om te voorzien in de financieringsbehoefte op korte en op lange termijn. De belangrijkste doelstelling is het beheersen van de risico’s die hieraan verbonden zijn en de rentekosten te beperken.
Renteontwikkelingen De Europese Centrale Bank (ECB) bepaalt het monetaire beleid. De ECB ziet de zorg voor stabiele prijzen als de allerbeste bijdrage die de centrale banken kunnen leveren aan de welvaart van mensen in Europa. Daarbij hoort een inflatie van 2% in het hele eurogebied, op de middellange termijn. Dat maakt de prijsontwikkeling voor iedereen duidelijk en voorspelbaar. De huidige inflatie is thans fors hoger. Prijsstabiliteit draagt bij aan de toename van economische welvaart en de potentiële groei van de economie. De door de ECB gehanteerde herfinancieringsrente is van invloed op de ontwikkeling van de rente op de kapitaalmarkt (lange termijn leningen). Vanaf 2016 was dit percentage ca. 0%, in 2022 is hier verandering in gekomen. De Euribortarieven worden gehanteerd om de geldmarkten (korte termijn leningen) te bepalen. Dit tarief was in Juni 2023 ongeveer 4,0%. (December 2022: 2,5%)
Risicobeheer Voor de beheersing van de renterisico’s gelden twee concrete richtlijnen: de renterisiconorm en de kasgeldlimiet. De financieringsbehoefte is afhankelijk van de geplande uitgaven, inkomsten en investeringen. Hieronder volgt een overzicht van de schuldpositie met lang lopende leningen. De (resterende) looptijd varieert van 1 jaar tot 13 jaar. Het gemiddelde rente tarief ligt rond 0,5%. Jaarlijks lossen we lange-termijnleningen af. De totale aflossing mag niet hoger zijn dan 20% van de begroting van dat jaar. In 2024 en de daaropvolgende jaren zal de renterisiconorm niet overschreden worden. Rente risiconorm Omschrijving (bedragen x 1.000)
2024 prognose
2025 prognose
2026 prognose
2027 prognose
Begroting
€ 65.303
€ 67.274
€ 67.609
€ 68.512
Rente risiconorm (20% begroting)
€ 13.061
€ 13.455
€ 13.522
€ 13.702
Stand leningen 1 januari
€ 49.617
€ 50.451
€ 50.482
€ 51.982
Nieuwe leningen
€ 11.000
€ 10.300
€ 11.300
€ 14.000
Reguliere aflossingen
€ 10.166
€ 10.269
€ 9.800
€ 12.433
Stand leningen per 31 december
€ 50.451
€ 50.482
€ 51.982
€ 53.549
€ 623
€ 897
€ 1.148
€ 1.362
Saldo rentelasten
79
Kasgeldlimiet Het maximale op te nemen kasgeld is gebonden aan een limiet (8,5% van het begrotingstotaal). De uitnutting ervan wordt berekend aan de hand van het saldo van de vlottende middelen en vlottende schulden. Kasgeldlimiet Omschrijving (bedragen x 1.000)
2024 prognose
2025 prognose
2026 prognose
2027 prognose
Begroting
€ 65.303
€ 67.274
€ 67.609
€ 68.512
Kasgeldlimiet (8,5% begroting)
€ 5.551
€ 5.718
€ 5.747
€ 5.824
Verstrekte leningen Rentebaten Verstrekte leningen Omschrijving Partij
2024
2025
2026
2027
Stichting Welzijn Brummen
€ 2.764
€ 2.564
€ 2.363
€ 2.159
Alliander
€ 84.666
€ 84.666
€ 84.666
€ 84.666
IJsselwind
€ 933
€ 933
€ 933
€ 933
E.B.E.M. Rentebaten totaal
€ 161
€ 161
€ 161
€ 161
€ 88.524
€ 88.324
€ 88.123
€ 87.919
Rente Een groot deel van onze (externe) rentelasten ligt vast omdat in het verleden geldleningen zijn opgenomen waarbij de op dat moment geldende marktrente voor langere tijd contractueel is vastgelegd. Rentetoerekening De toerekening van rente aan producten berekenen we op basis van de zogenoemde “renteomslag”. Dit houdt in dat de totale rentelast moet worden verrekend op basis van de boekwaarde van de relevante investeringen aan de hand van een “gemiddeld” rentepercentage. Het percentage voor de omslagrente wordt afgerond binnen een marge van 0,5%. De ruimte van 0,5% is bedoeld voor feitelijke afronding naar een dichtstbijzijnde handige rekenrente en dient ter stabiliteit bij kleine afwijkingen in navolgende jaren. Door deze afronding wijkt de rente die we aan taakvelden toerekenen enigszins af van de daadwerkelijke rentekosten. Het verschil wordt als renteresultaat verantwoord op het taakveld treasury en is zichtbaar als resultaat in het renteschema.
80
Bouwgrondexploitatie Ten aanzien van de bouwgrondexploitatie moet een rente (percentage) worden toegerekend, die gerelateerd is aan de werkelijk te betalen rente over het vreemd vermogen (de leningen). Voor de complexen leidt dit tot een rentebelasting van 0,93%. Over de waarde van de grondexploitatie wordt rente berekend en geboekt als bate in de exploitatie. Het te hanteren percentage volgt uit onderstaande berekening: Omschrijving (bedragen x 1.000)
2024
Rente leningenportefeuille volgens begroting 2024
1,24%
Eigen vermogen cf begroting 2024
€ 21.465
Vreemd vermogen cf begroting 2024
€ 64.733
Balanstotaal cf begroting 2024
€ 86.198
Rentetarief grex
0,93%
81
Renteschema Schema renteomslag berekening
2023
2024
2025
2026
2027
a. Externe rentelasten over de korte en lange financiering a1. Rente afgesloten leningen t/m 2022
€ 527.603
€ 459.241
€ 405.305
€ 352.410
€ 246.330 +
a2. Rente nog af te sluiten leningen 2023-2027
€-
€ 177.447
€ 500.410
€ 794.326
€ 1.113.092 +
a3. Lening tbv. De Stichting Welzijn Brummen
€ 2.961
€ 2.764
€ 2.564
€ 2.363
€ 2.159 +
€ -28.725
€ -16.103
€ -10.923
€ -1.344
€- -
€ 501.839
€ 623.349
€ 897.356
€ 1.147.755
€ 1.361.581 +
€ -93.375
€ -82.080
€ -84.553
€ -61.480
€ -53.266 -
€ -2.961
€ -2.764
€ -2.564
€ -2.363
€ -2.159 -
€-
€-
€-
€-
€- +
€ 405.503
€ 538.505
€ 810.239
€ 1.083.912
€ 1.306.156 +
d1 Bij: Rente over het eigen vermogen
€0
€0
€0
€0
€0 +
d2 Bij: Rente over voorzieningen
€0
€0
€0
€0
€0 +
€ 405.503
€ 538.505
€ 810.239
€ 1.083.912
€ 1.306.156 +
b. Af: De externe rentebaten over de lange en korte financiering
Saldo rentelasten en rentebaten c1. Af :De rente die direct aan de grondexploitatie wordt doorgerekend c2 Af: De rente van projectfinanciering die direct aan het betreffende taakveld / product wordt toegerekend (lening SWB) c3 Bij: De rentebaten van doorverstrekte leningen, als daarvoor een specifieke lening is aangetrokken en als deze bate rechtstreeks aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente (via rente-omslag) e. Af: De aan taakvelden toegerekende rente (rente-omslag)
€ -298.863 € -540.129 € -918.187 € -1.105.185 € -1.318.500 -
f.
€ 106.640
Renteresultaat op het taakveld Treasury
-€ 1.624 -€ 107.948
-€ 21.273
-€ 12.344
Rente-omslag per jaar
0,60%
0,78%
1,16%
1,52%
1,80%
Te hanteren rente-omslag mag afgerond op 0,5% cf. BBV
0,50%
0,75%
1,25%
1,50%
1,75%
Vennootschapsbelasting Gemeenten kunnen te maken hebben met de vennootschapsbelasting. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat de gemeente Brummen niet door de ondernemerspoort komt en daarom niet vennootschapsbelastingplichtig is.
82
E. Bedrijfsvoering Algemeen Het realiseren van doelstellingen is mede afhankelijk van een goede sturing en van een goede interne bedrijfsvoering. In deze paragraaf gaan we in op actuele ontwikkelingen op het terrein van de bedrijfsvoering.
Planning en Control Als vertegenwoordiger van de inwoners van onze gemeente heeft de gemeenteraad een kaderstellende en controlerende rol. Middels deze begroting stelt de raad vast voor 2024 welke doelen de gemeente nastreeft, de maatregelen die daarvoor worden genomen en de middelen (personeel en geld) die hiervoor beschikbaar zijn. Via de twee bestuursrapportages kan hierop gecontroleerd en bijgestuurd worden. Ook in 2024 zal binnen het sociaal domein hard worden gewerkt om nog beter in control te komen. Er zijn twee voortgangsrapportages over de implementatie van het rapport 'Naar een evenwichtig sociaal domein' aan de raad aangeboden. Met de voortgangsrapportages wordt inzicht geboden in het verwachte financiële resultaat, de uitvoering van de Jeugdwet, Wmo en Participatiewet en de voortgang van de bouwstenen en projecten basis op orde.
Rechtmatigheidsverantwoording Bij de jaarstukken worden twee verklaringen afgegeven: rechtmatigheid en getrouwheid. Rechtmatigheid houdt in dat de (financiële) handelingen van de gemeente in het boekjaar in overeenstemming met wet- en regelgeving zijn uitgevoerd. Getrouwheid houdt in dat de jaarstukken een juist en volledig beeld geven van het boekjaar. Voorheen waren beide verklaringen onderdeel van de controleverklaring van de accountant. Met ingang van de jaarstukken 2023 legt het college van burgemeester en wethouders verantwoording af over rechtmatigheid. De accountant geeft nog steeds een oordeel over de getrouwheid van de jaarstukken en toetst daarmee ook de juistheid en volledigheid van de rechtmatigheidsverantwoording. De verandering heeft tot doel om het gesprek over rechtmatigheid te laten plaatsvinden tussen gemeenteraad en college.
Personeel en Organisatie Personeel en Organisatie De gemeentelijke organisatie werkt klant- en procesgericht met ‘lean’ als leidend principe. Wij werken vanuit de kernwaarden dichtbij, aandacht, samen en bewust. Wij zijn continu gericht op verbeteren en het behalen van de afgesproken resultaten voor inwoner, organisatie, bestuur of college. Strategische Personeelsplanning In 2021 heeft als onderdeel van de bestuurskrachtmeting een benchmarkonderzoek plaatsgevonden. Een belangrijke aanbeveling uit het onderzoek is dat het strategisch vermogen van de organisatie versterkt moet worden. Met de benchmark als basis willen we door middel van strategische personeelsplanning ervoor zorgen dat de gemeente Brummen op het juiste moment, op de juiste plaats beschikt over de juiste mensen in zowel kwantitatieve als kwalitatieve zin. In 2023 is onder begeleiding van Berenschot een SPP (Strategische Personeels Planning)-project doorlopen. De personele knelpunten zijn met oplossingsrichtingen in kaart gebracht. In 2024 zal het 83