(043) Jaarstukken 2023 gemeente Brummen
Tekst van het document
Stand van zaken Hierop is geen inzet gepleegd. Gezien het tekort aan medewerkers als gevolg van openstaande vacatures was het noodzakelijk een prioritering in werkzaamheden aan te brengen. Voor 2023 kon hierop geen inzet worden gepleegd.
59
Wat wilden we bereiken? 4. Realisatie van de doelstellingen opgenomen in het Sport- en Beweegakkoord Brummen en het Preventieakkoord gemeente Brummen.
Wat wilden we doen? 4. We faciliteren de uitvoering van het Sport- en Beweegakkoord Brummen en het Preventieakkoord gemeente Brummen groen
Stand van zaken De uitvoering van het Sport- en Beweegakkoord Brummen en het Preventieakkoord gemeente Brummen is in 2023 onderdeel geworden van het Gezond en Actief Leven Akkoord en de uitvoering daarvan. Het lokale plan Gezond en Actief Leven Akkoord gemeente Brummen is recent door het Ministerie van VWS na een positief advies van de VNG op het plan van de gemeente Brummen vastgesteld. De uitvoering van het lokale plan Gezond en Actief Leven Akkoord gemeente Brummen is in 2023 gestart. Wat wilden we bereiken? 5. We hebben voor het sociaal domein zicht op aandachtspunten leefbaarheid op wijk- en buurtniveau.
Wat wilden we doen? 5. We ontwikkelen in 2023 een analyse op basis van de “Leefbaarometer” om te zien waar aandachtspunten in het beleid en de uitvoering op wijk- en buurtniveau liggen. oranje
Stand van zaken Deze actie is niet uitgevoerd. Gezien het tekort aan medewerkers als gevolg van openstaande vacatures was het noodzakelijk een prioritering in werkzaamheden aan te brengen. Voor 2023 kon hierop geen inzet worden gepleegd.
Het financieel verloop van de basistaken vitale samenleving Bedragen x €1.000 Exploitatie
Realisatie 2022
Prim. Begroting 2023
Begroting 2023 na wijz.
Realisatie 2023
Afwijking 2023
Basistaken Vitale Samenleving Lasten
6.675
6.677
6.811
6.697
-114
Baten
199
1.626
1.318
1.333
1.532
Onttrekkingen
35
0
0
0
0
Totaal Basistaken Vitale Samenleving
-5.013
-5.359
-5.478
-5.165
313
Saldo incl. bestemmingen
-5.013
-5.359
-5.478
-5.165
313
60
Toelichting financiële afwijkingen - Lasten De lasten binnen deze basistaak zijn € 114.000 lager uitgevallen dan geraamd. Hieronder lichten we de belangrijkste oorzaken van deze afwijking toe. Aan kosten van ambtelijke capaciteit is € 115.000 meer uitgegeven dan geraamd. Vanwege openstaande vacatures was tijdelijke inhuur noodzakelijk. Zie paragraaf E Bedrijfsvoering. Volksgezondheid en sport De energielasten voor Rhienderoord en Bhoele zijn € 52.000 hoger dan geraamd. De duurzaamheidsmaatregelen die gaan leiden tot lagere lasten voor Rhienderoord en Bhoele zijn later gerealiseerd dan eerder was voorzien. Hierdoor is meer energie verbruikt in de eerste maanden van 2023 dan waarmee rekening was gehouden. De overige afwijkingen op het gebied van volksgezondheid en sport worden voornamelijk veroorzaakt door diverse uitgaven naar aanleiding van specifieke rijksuitkeringen (SPUK: lokaal sportakkoord, brede regeling combinatiefuncties, terugdringen gezondheidsachterstanden, kansrijke start, mentale gezondheid, mantelzorg, een tegen eenzaamheid, enzovoort). Deze uitgaven worden gedekt door de rijksuitkeringen. Totaal € 325.000. Budget voor brede-combinatiefunctionaris bij sport is ingevuld in het kader van de brede spuk uitkering. Het gemeentelijk deel € 110.000 blijft daarom over in 2023. Welzijn en cultuur Bij welzijn en cultuur zien we 2 ontwikkelingen.
Voor maatschappelijke en woonbegeleiding is € 36.000 meer uitgegeven dan geraamd. Bij de Welzijnsaccommodaties en het JOC gebouw is samen € 58.000 minder uitgegeven dan geraamd. Dit voordeel wordt veroorzaakt doordat het JOC gebouw niet is gesloopt (€ 30.000) en lagere exploitatie en kapitaallasten van de welzijnsaccommodaties (€ 28.000). Verder is er vanuit het Rijk een specifieke uitkering ontvangen voor Informatiepunten Digitale overheid van afgerond € 21.000 (zie ook baten) . Deze uitkering is aan de Bibliotheek beschikbaar gesteld in de vorm van een subsidie. Onderwijs Bij het taakveld onderwijs is sprake van € 424.000 lagere kosten. € 150.000 daarvan komt voor rekening van klimaatverbetering bij VSO De Lans (zie ook baten). Dit zal in 2024 alsnog moeten worden uitgevoerd, indien de geraamde specifieke uitkering alsnog wordt ontvangen. Voorschoolse educatie kost € 98.000 minder dan geraamd. Daarnaast zijn er nog lagere lasten voor kinderopvang € 50.000 en leerlingenvervoer € 49.000. Bovendien pakken de doorberekende kapitaallasten voor scholen € 70.000 lager uit vanwege de lagere omslagrente.
Toelichting financiële afwijkingen - Baten De baten binnen deze basistaak zijn € 199.000 hoger uitgevallen dan geraamd. Hieronder lichten we de belangrijkste oorzaken van deze afwijking toe. Volksgezondheid en sport De hogere baten van in totaal € 325.000 betreffen diverse SPUK-uitkeringen (SPUK: lokaal sportakkoord, brede regeling combinatiefuncties, terugdringen gezondheidsachterstanden, kansrijke start, mentale gezondheid, mantelzorg, een tegen eenzaamheid, enzovoort). Zie verder bij afwijkingen lasten. Welzijn en cultuur Bij welzijn en cultuur is een specifieke uitkering van het Rijk ontvangen voor Informatiepunten Digitale Overheid bij de bibliotheek van € 21.000 (zie ook lasten) en een hogere opbrengst verhuur uit welzijnsaccommodaties van € 24.000. 61
Onderwijs Bij onderwijs is sprake van een lagere rijksbijdrage zorgverbreding van € 70.000 en € 150.000 aan wel geraamde maar nog niet ontvangen inkomsten voor klimaatverbetering bij De Lans (zie ook lasten). Vanuit de schoolbesturen is € 22.000 ontvangen als bijdrage in de kosten voor het opstellen van een breed Integraal huisvestingsplan (IHP).
62
Beleidsindicatoren BBV nr. 17
18
19
20
21
22
23
24
26
27
28
29
Benaming
Toelichting
Jaar Waarde Brummen
Absoluut verzuim
Aantal per 1.000 leerlingen
2019
2,2
2020
-
2021
2,3
2,7
2022
9,4
4,2
2019
20
2020
16
25 DUO / Ingrado 20
2021
16
20
Relatief verzuim
Vroegtijdige schoolverlaters zonder startkwalificatie (vsv-ers)
Niet sporters
Banen
Jongeren met een delict voor de rechter
Kinderen in uitkeringsgezin
Netto arbeidsparticipatie
Werkloze jongeren
Personen met een bijstandsuitkering
Lopende re-integratievoorzieningen
Jongeren met jeugdhulp
Aantal per 1.000 leerlingen
Waarde Nederland
Bron 2,4 DUO / 2,7 Ingrado
2022
33
2019
1,3%
2,0% Ingrado
2020
1,3%
1,7%
2021
1,6%
1,9%
2023
1,7%
2,4%
2012
49,5%
46,7% RIVM
2016
47,3%
48,7%
2020
52,7%
49,3%
2022
48,2%
46,4%
Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd 15-64 2019 jaar 2020
637
796 LISA
639
796
2021
650
806
2022
654
825
2019
1%
1% CBS
2020
1%
1%
2021
1%
1%
2022
1%
1%
2019
4%
6% CBS
2020
3%
6%
2021
2%
6%
2022
2%
6%
2019
68,2%
68,4% CBS
2020
69,4%
69,6%
2021
70,3%
70,4%
2022
72,2%
72,2%
2023
72,8%
73,1%
2019
2%
2% CBS
2020
2%
2%
2021
2%
2%
% deelnemers aan het VO en MBO onderwijs
%
% 12 t/m 21 jarigen
Domein % kinderen tot 18 jaar
% van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de beroepsbevolking
% 16 t/m 22 jarigen
Aantal per 10.000 inwoners
Aantal per 10.000 inwoners in de leeftijd van 15 - 64 jaar
% van alle jongeren tot 18 jaar
63
24
2022
2%
1%
2019
296,0
460,0 CBS
2020
296,1
459,7
2021
221,3
431,2
2023
170,0
344,8
2019
173,3
196,2 CBS
2020
134,3
199,1
2021
118,4
197,7
2022
126,5
197,7
2023
118,1
191,5
2019
11,6%
11,9% CBS
30
31
32
Jongeren met jeugdbescherming
Jongeren met jeugdreclassering
Cliënten met een maatwerkarrangement WMO
Lokaal Gebruik Peuteropvang
% van alle jongeren tot 18 jaar
% van alle jongeren van 12 tot tot 23 jaar
Aantal per 10.000 inwoners
%
64
2021
11,3%
13,9%
2022
13,6%
13,2%
2023
10,8%
11,1%
2019
1,6%
1,2% CBS
2020
1,4%
1,2%
2021
0,7%
1,1%
2022
1,0%
1,2%
2023
1,0%
1,0%
2021
geen data
0,3% CBS
2022
geen data
0,3%
2023
geen data
0,3%
2019
750
680 GMSD
2020
780
700
2021
730
700
2022
730
700
2019
90%
2020
91%
2021
90%
2022
93%
CBS
Programma 4 Financiën Introductie Dit programma gaat over het volgende basistaak: •
Bedrijfsvoering en financiën
Wat heeft het gekost? Bedragen x €1.000 Exploitatie
Realisatie 2022
Prim. Begroting 2023
Begroting 2023 na wijz.
Realisatie 2023
Afwijking 2023
Lasten Incidenteel
243
118
305
151
-154
Structureel
7.997
9.646
10.076
9.340
-736
Totaal Lasten
8.240
9.764
10.380
9.491
-890
Incidenteel
18
0
0
0
0
Structureel
46.064
45.075
46.749
49.357
2.608
Totaal Baten
46.082
45.075
46.749
49.357
2.608
Saldo excl. bestemmingen
37.841
35.311
36.368
39.866
3.498
Mutaties reserves
1.040
1.101
3.686
3.686
0
Totaal Stortingen
1.040
1.101
3.686
3.686
0
Mutaties reserves
2.215
358
9.097
9.096
-1
Totaal Onttrekkingen
2.215
358
9.097
9.096
-1
Bestemmingen per saldo
1.176
-743
5.411
5.410
-1
Saldo incl. bestemmingen
39.017
34.568
41.780
45.276
3.497
Baten
Stortingen
Onttrekkingen
65
Basistaken Bedrijfsvoering en financiën Portefeuillehouders G.J.M. van Rumund S. van de Graaf Wat wilden we bereiken? 1. Het stapsgewijs digitaliseren van de gemeentelijke producten.
Wat wilden we doen? 1. Actieplan opstellen / start uitvoering van de Wmebv en de WOO. groen
Stand van zaken Met de inwerkingtreding van de WOO (Wet open overheid), het inrichten van het proces om digitaal een WOO verzoek in te kunnen dienen en door het aanwijzen van een WOO coördinator zijn de eerste stappen gezet. Aanvankelijk is er in 2022 bij de ontwikkeling van de verplichte digitale infrastructuur uitgegaan van een oplossing waarbij de informatie centraal zou worden opgeslagen. Op advies van het Adviescollege ICT-toetsing heeft de minister van BZK eind 2022 gekozen voor een eenvoudiger en sneller te realiseren oplossing: een verwijsindex (de 'Woo-index') met zoekfunctie. Een eerste versie van de Woo index - nog zonder ondersteunende zoekfunctionaliteit - is vanaf 19 juni beschikbaar. Wij sluiten hier op aan. In het kader van de WOO hebben we inmiddels anonimiseringsoftware (Datamask) aangeschaft. In 2023 is de aandacht uitgegaan naar het verder digitaliseren van de gemeentelijke processen en het aanbieden van gemeentelijke producten via e-formulieren (WMEBV). Hiervoor is een projectgroep opgericht.
Het financieel verloop van de basistaken Bedrijfsvoering en financiën Bedragen x €1.000 Exploitatie
Realisatie 2022
Prim. Begroting 2023
Begroting 2023 na wijz.
Realisatie 2023
Afwijking 2023
Basistaken bedrijfsvoering en financiën Lasten
8.240
9.764
10.380
9.491
-890
Baten
46.082
45.075
46.749
49.357
2.608
Stortingen
1.040
1.101
3.686
3.686
0
Onttrekkingen
2.215
358
9.097
9.096
-1
Totaal Basistaken bedrijfsvoering en financiën
39.017
34.568
41.780
45.276
3.497
Saldo incl. bestemmingen
39.017
34.568
41.780
45.276
3.497
66
Toelichting financiële afwijkingen - Lasten De lasten binnen deze basistaak zijn € 890.000 lager uitgevallen dan geraamd. Hieronder lichten we de belangrijkste oorzaken van deze afwijking toe. Overhead De kosten voor overhead zijn € 1.115.000 lager dan geraamd. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door personele onderbezetting in de verschillende teams (€ 343.000). Daarnaast wordt het centrale verzuimbudget (€ 375.000) in dit programma geraamd. In het geval van verzuim worden de kosten geboekt op het beleidsterrein waar de inhuur betrekking op heeft. Deze kosten worden opgevangen door deze centrale dekkingspost, waardoor hier altijd een onderschrijding plaatsvindt. Daarnaast zijn er een aantal kleinere posten waar geld overblijft. Het betreft hier: opleidingsbudget (€ 94.000), risico-inventarisatie en evaluatie (€ 72.000), kosten Wet open overheid (Woo) (€ 54.000), onderzoek huisvesting (€ 50.000), drukwerkcontracten (€ 43.000) en licenties (€ 42.000). Er zijn overschrijdingen op de energielasten van het gemeentehuis (€ 69.000) en op portokosten (€ 33.000). Dit laatste komt onder andere door de extra verkiezingspost het afgelopen jaar. Financiering en overige zaken Dit betreft vooral de niet gebruikte post voor onvoorzien (€ 29.000) en een lager saldo op de kostenplaats kapitaallasten.
Doordat er per saldo lagere rentelasten waren dan geraamd moest de omslagrente op basis van het BBV worden verlaagd. Dit heeft tot gevolg dat minder kapitaallasten worden doorberekend naar de diverse programma's, maar dat wel het renteresultaat € 253.000 bij deze post lager uitvalt.
Toelichting financiële afwijkingen - Baten De baten binnen deze basistaak zijn € 2.608.000 hoger uitgevallen dan geraamd. Hieronder lichten we de belangrijkste oorzaken van deze afwijking toe. Gemeentelijke belastingen De opbrengsten uit de OZB zijn € 148.000 hoger dan de (bijgestelde) raming. Dit wordt veroorzaakt doordat de waardestijging van met name de woningen hoger was dan eerder geraamd. Daarnaast zijn er meer nieuwe woningen bijgebouwd, dan waarmee in de raming rekening was gehouden. De opbrengst van de toeristenbelasting is gelijk aan de raming. De aanslagen over 2023 worden pas in de loop van 2024 verstuurd, maar gelet op de bezoekcijfers aan Brummen mag verondersteld worden dat de raming voor toeristenbelasting wordt gehaald. Algemene uitkering De algemene uitkering van het Rijk is € 2,13 miljoen hoger dan geraamd. Door een bijstelling van één van de maatstaven waarmee de algemene uitkering wordt berekend, wordt afgerond € 772.000 extra ontvangen. Daarnaast zijn in de decembercirculaire decentralisatie-uitkeringen toegekend voor energietoeslag (€ 1.056.000), invoering omgevingswet (€ 184.000) en Nederlands-Soedanese repatrianten (€ 73.000). Tot slot zijn er nabetalingen uit voorgaande jaren ontvangen (2020: € 32.000, 2021: € 17.000, 2022: € 15.000).
Financiering en overige zaken De rentebaten vallen € 169.000 hoger uit als gevolg van de stijgende rente gedurende 2023. Daarnaast is een bedrag van € 62.000 meer ontvangen vanuit de SVN leningen (rente en beheerkosten). Voorts ontvingen wij € 52.000 aan vergoeding voor zwangerschaps- en bevallingsverlof (WAZO) en € 44.000 aan ziekengeld.
67
Beleidsindicatoren BBV nr.
Benaming
Toelichting
Jaar Waarde Brummen
1
Formatie
Fte per 1.000 inwoners
2019
2
3
4
5
Bezetting
Fte per 1.000 inwoners
Apparaatskosten Kosten per inwoner
Externe inhuur
Overhead
Kosten als % van totale Eigen begroting loonsom + totale kosten inhuur externen
% van de totale lasten
68
Bron
2020
7,61 Eigen 8,09 gegevens
2021
8,15
2022
8,30
2023
9,15
2019 2020
7,44 Eigen gegevens 7,55
2021
7,43
2022
7,59
2023
7,66
2019 2020
€ 638 Eigen gegevens € 675
2021
€ 711
2022
€ 792
2023
€ 856
2019
10,1% Eigen gegevens 7,5%
2020 2021
8,3%
2022
13,8%
2023
15,5%
2019 2020
13,9% Eigen 12,5% gegevens
2021
12,9%
2022
13,8%
2023
12,8%
Algemene dekkingsmiddelen, Overhead, Vennootschapsbelasting en Onvoorzien Algemene dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen zijn middelen die geen vooraf bepaald bestedingsdoel hebben. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld de rioolheffing waar baten en lasten direct aan elkaar zijn gekoppeld of specifieke uitkeringen vanuit de rijksoverheid. De volgende algemene dekkingsmiddelen zijn te onderscheiden: • de algemene uitkering uit het gemeentefonds; • belastingen (lokale heffingen) waarvan de besteding niet gebonden is; • financiering, bespaarde rente en dividend. De algemene dekkingsmiddelen maken onderdeel uit van de baten en lasten van programma 4. Het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen wordt hieronder gepresenteerd. Ook zijn hierin de post voor onvoorziene uitgaven en vennootschapsbelasting opgenomen. Algemene dekkingsmiddelen Bedragen x € 1.000
Prim. Begr. 2023 Lasten Baten
Begr. 2023 na wijz.
Saldo
Lasten Baten
Realisatie 2023
Saldo
Algemene uitkering Gemeentefonds
€ 0 € 37.662
€ 37.662
Lokale heffingen waarvan de besteding niet gebonden is
€8
€ 7.232
€ 7.224 € 504
Dividenden
€0
€1
Saldo Financieringsfunctie
€ 87
€ 119
Post onvoorzien
€ 50
€0
-€ 50
€ 29
€0
-€ 29
Vennootschapsbelasting
€0
€0
€0
€0
€0
€0
Totalen € 146 € 45.014
€1
€ 0 € 38.686
Lasten Baten
€ 7.782
€0
€2
€ 32 € 185
€ 217
€ 44.868 € 718 € 46.687
€ 38.686
Afwijking
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
€0
€ 40.819
€ 40.819
€0
€ 2.133
€ 2.133
€ 7.278 € 454
€ 7.930
€ 7.476
-€ 50
€ 148
€ 198
€0
€2
€2
€0
€0
€0
€ 33 € 433
€ 448
€ 15
€ 248
€ 230
-€ 18
€0
€0
€0
-€ 29
€0
€ 29
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€ 45.970 € 887
€ 49.199
€ 48.312
€ 169
€ 2.511
€ 2.342
€2
Algemene Uitkering Gemeentefonds De algemene uitkering van het Rijk is € 2,13 miljoen hoger dan geraamd. Door een bijstelling van één van de maatstaven waarmee de algemene uitkering wordt berekend, wordt afgerond € 772.000 extra ontvangen. Daarnaast zijn in de decembercirculaire decentralisatie-uitkeringen toegekend voor energietoeslag (€ 1.056.000), invoering omgevingswet (€ 184.000) en Nederlands-Soedanese repatrianten (€ 73.000). Tot slot zijn er nabetalingen uit voorgaande jaren ontvangen. Lokale heffingen waarvan de besteding niet gebonden is De lasten aan Tribuut pakken € 50.000 lager uit dan begroot. Bij de bestuursrapportages werd rekening gehouden met extra kosten vanwege de bezwaarschriften. De afrekening valt nu iets lager uit. De opbrengsten uit de OZB zijn € 148.000 hoger dan de (bijgestelde) raming. Dit wordt veroorzaakt doordat de waardestijging van met name de woningen hoger was dan eerder geraamd. Daarnaast 69
zijn er meer nieuwe woningen bijgebouwd, dan waarmee in de raming rekening was gehouden. De opbrengst van de toeristenbelasting is gelijk aan de raming. De aanslagen over 2023 worden pas in de loop van 2024 verstuurd, maar gelet op de bezoekcijfers aan Brummen mag verondersteld worden dat de raming voor toeristenbelasting wordt gehaald. Saldo financieringsfunctie De lasten laten een nadeel zien wegens niet toe te rekenen omslagrente over de investeringen. Bij de baten is een totaal voordeel ontstaan van € 230.000. Deze wordt voor € 173.000 door hogere rente wegens schatkistbankieren en € 62.000 meer ontvangen vanuit de SVN leningen (rente en beheerkosten). Post onvoorzien Deze is in 2023 voor € 21.000 ingezet voor de aardbeving in Turkije/Syrië. Per saldo resteert een saldo van € 29.000. Deze vervalt ten gunste van het rekeningsaldo.
Overhead In onderstaand overzicht worden de lasten en baten van overhead die onderdeel uitmaken van programma 4 Bedrijfsvoering en Financiën toegelicht. Overhead
Prim. Begr. 2023
Bedragen x € 1.000
Lasten
Baten Saldo
Begr. 2023 na wijz. Lasten
Baten Saldo
Realisatie 2023 Lasten
Baten Saldo
Afwijking Lasten
Baten Saldo
Management
€ 686
€0
-€ 686
€ 727
€0
-€ 727
€ 696
€0
-€ 696
€ 31
€0
€ 31
Bestuursondersteuning
€ 527
€0
-€ 527
€ 558
€0
-€ 558
€ 616
€0
-€ 616
-€ 58
€0
-€ 58
Voorlichting en Communicatie
€ 553
€0
-€ 553
€ 584
€0
-€ 584
€ 509
€0
-€ 509
€ 75
€0
€ 75
Financiën en Control
€ 592
€0
-€ 592
€ 743
€0
-€ 743
€ 687
€0
-€ 687
€ 55
€0
€ 55
Juridische zaken
€ 392
€0
-€ 392
€ 410
€0
-€ 410
€ 432
€0
-€ 432
-€ 22
€0
-€ 22
DIV
€ 556
€0
-€ 556
€ 582
€0
-€ 582
€ 357
€0
-€ 357
€ 225
€0
€ 225
HRM
€ 1.481
€ 15 -€ 1.466 € 1.803
€ 15 -€ 1.789 € 1.353
€ 15 -€ 1.338
€ 450
€0
€ 450
Informatisering en automatisering
€ 2.631
€ 26 -€ 2.605 € 2.760
€ 26 -€ 2.734 € 2.555
€ 26 -€ 2.529
€ 204
€0
€ 204
Huisvesting
€ 825
€ 19
-€ 806 € 1.022
€ 19 -€ 1.003
€ 901
€ 19
-€ 881
€ 121
€0
€ 121
Facilitaire zaken
€ 309
€1
-€ 308
€1
€ 289
€1
-€ 287
€ 37
€0
€ 37
Totalen € 8.553
€ 325
€ 61 -€ 8.491 € 9.514
-€ 324
€ 61 -€ 9.453 € 8.396
€ 62 -€ 8.334 € 1.118
€ 0 € 1.118
Management Deze post laat een voordeel zien als gevolg van een vacature die tijdelijk niet is ingezet. De totale verantwoording van deze kosten wordt gegeven in paragraaf E Bedrijfsvoering. Lager toegerekende organisatiekosten De grootste mutaties bij de onderdelen Bestuursondersteuning, Voorlichting en Communicatie, Financiën en control, Juridische zaken, DIV, Huisvesting en Facilitaire zaken betreft organisatie- en inhuurkosten. Samen levert dit een voordeel op van € 310.000. 70
DIV De kosten voor archiefzaken zijn € 96.000 lager dan begroot, doordat de geplande activiteiten voor met name de invoering Wet open overheid nog niet (geheel) zijn gerealiseerd. HRM (Personeel en Organisatie) De centrale stelposten voor inhuur ziektevervanging, overwerk, beloningsdifferentiatie en werkkostenregeling samen € 412.000 worden betrokken bij de verantwoording van de totale loonkosten en kosten van inhuur, zie paragraaf E Bedrijfsvoering. Het budget voor vorming en opleiding is ook in 2023 niet volledig besteed, hierdoor resteert een bedrag van € 94.000. Ook zijn de risico-inventarisatie en het medewerkers tevredenheidsonderzoek niet uitgevoerd in 2023. Dit levert een voordeel op van € 72.000. Informatisering en automatisering De kosten voor automatisering zijn € 46.000 lager uitgevallen met name door lagere kosten voor licenties en onderhoud van applicaties en systeembeheer. Huisvesting Bij deze post pakken de energielasten € 58.000 hoger uit dan geraamd. Daar tegenover staat € 27.000 lagere toegerekende rente over investeringen. Het budget voor onderzoek naar efficiënt gebruik van gemeentelijke gebouwen heeft nog niet plaatsgevonden, hier resteert een budget van € 50.000. Facilitaire zaken Bij de post drukwerk pakken de contractkosten van de printers € 43.000 lager uit dan geraamd.
Portokosten vallen € 32.000 hoger uit door een groter aantal mailings, met name door Sociaal Domein en verkiezingspost voor een tweetal verkiezingen in 2023.
Vennootschapsbelasting De gemeenten hebben te maken met de vennootschapsbelasting. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat de gemeente Brummen niet vennootschapsbelastingplichtig is.
Onvoorzien Deze is in 2023 voor € 21.000 ingezet voor de aardbeving in Turkije/Syrië. Per saldo resteert een bedrag van € 29.000. Dat vervalt ten gunste van het rekeningsaldo.
71
Paragrafen A. Lokale heffingen Algemeen In deze paragraaf beschrijven we de beleidslijnen die van belang zijn voor de gemeentelijke belastingen en heffingen. De wijzigingen van de belastingverordeningen worden in de jaarlijkse, afzonderlijke, raadsvoorstellen vastgesteld. Het Bestuursprogramma “De Kracht van Brummen, een Duurzaam Perspectief ” gaat uit van inflatiecorrectie bij de belastingtarieven. De jaarlijkse inflatiecorrectie baseren we op het indexeringscijfer voor de consumentenprijsindices (CPI) zoals opgenomen in het Centraal Economisch Plan (CEP). Dit percentage kwam voor 2023 uit op 2,4%. Tribuut heeft per 1 januari 2023 zowel de heffing als de inning van de gemeentelijke belastingen en heffingen overgenomen. Met uitzondering van de rioolheffing, die vooralsnog nog door Vitens wordt geïnd. De aanslagen rioolheffing 2023 zijn in december 2023 verzonden.
Onroerende Zaak Belasting (OZB) Onder de onroerende zaak belastingen kennen we twee belastingen. Voor woningen geldt een eigenarenbelasting en voor niet-woningen kennen we naast de eigenarenbelasting ook een gebruikersbelasting. De onroerende zaakbelastingen (OZB) worden geheven als een percentage van de WOZ-waarde van de betreffende onroerende zaak. Bij de vaststelling van de percentages voor 2023 hebben we rekening gehouden met de waardepeildatum per 1 januari 2023. De gemiddelde waardeontwikkeling in onze gemeente bij woningen werd geschat op 13 %. In werkelijkheid viel de stijging veel hoger uit, namelijk ongeveer 20%. Dat betekent dat een aanmerkelijk hoger bedrag aan inkomsten uit OZB kon worden ingeboekt. Voor niet-woningen was de verwachting dat de waarde niet zou stijgen. Deze stijging is inderdaad zeer beperkt gebleven. Voor de opbrengst is in onderstaande berekening rekening gehouden met de inflatiecorrectie van 2,4%, zoals beschreven aan het begin van deze paragraaf. Tot slot is rekening gehouden met een areaaluitbreiding met een te verwachten opbrengst van € 32.000. De opbrengst viel desondanks hoger uit dan geraamd. Dat komt doordat de areaaluitbreiding groter was dan geraamd. Een groot deel van de extra inkomsten zijn weer weggevloeid door het grote aantal bezwaren op de aanslagen. Het aantal bezwaren bedroeg ruim drie keer het aantal van 2022.
Veel van deze bezwaren zijn ingediend door zogenaamde no-cure-no-pay (NCNP) bureaus, die namens een groot aantal huishoudens bezwaar maken. Hun verdienmodel bestaat uit de onkostenvergoeding, die Tribuut moet verstrekken bij een gehonoreerd bezwaar. Vanaf 2024 wordt dit verdienmodel voor NCNP-bureaus aanmerkelijk ingeperkt. De Eerste Kamer heeft in december 2023 ingestemd met het wetsvoorstel dat de proceskosten en immateriële schadevergoeding voor WOZ en Bpm matigt. De wet is op 1 januari 2024 in werking getreden. Mede dankzij het grote aantal bezwaren door NCNP-bureaus is het aantal bezwaren tegen de WOZwaarde in 2023 meer dan verdrievoudigd. Uiteindelijk zijn de laatste bezwaren door Tribuut eind februari 2024 afgehandeld. In iets minder dan 50% van de gevallen heeft dit geleid tot een wijziging van de WOZ-waarde. Het aantal beroepszaken is vooralsnog beperkt gebleven tot minder dan 100.
72
WOZ-taxaties worden uitgevoerd door onafhankelijke taxateurs. Om de kwaliteit van de taxaties verder te verbeteren en daarmee het aantal bezwaren naar beneden te brengen heeft Tribuut huis aan huis in de gemeente Brummen een informatieformulier verstuurd. Daarin konden inwoners aangeven hoe de staat van onderhoud van de woning is en de leeftijd en staat van de inrichting aangeven. Een verouderde keuken en badkamer en uitgesteld onderhoud kan bijvoorbeeld leiden tot een lagere WOZ-waarde. Volgens opgave van Tribuut zijn ongeveer 2.000 reacties ontvangen. Voor de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) bevat het wetsvoorstel in het kort het volgende: 1. De vergoeding in de bezwaarfase van rechtsbijstand wordt vermenigvuldigd met 0,25 als de WOZbeschikking wordt vernietigd of gewijzigd. 2. De vergoeding van rechtsbijstand in de fase van beroep, hoger beroep of cassatie wordt vermenigvuldigd met 0,25 als de WOZ-beschikking wordt vernietigd of gewijzigd en vermenigvuldigd met 0,10 in de overige gevallen. 3. De vergoeding voor immateriële schade wordt beperkt tot € 50 per half jaar (was € 500) waarmee de redelijke termijn voor afhandeling van een bezwaar is overschreden. 4. Vergoedingen mogen uitsluitend worden uitbetaald op een bankrekening die staat op naam van de belanghebbende zelf, dus niet rechtstreeks aan het NCNP-bureau. 5.
Het wetsvoorstel treedt in werking per 1 januari 2024. De proceskosten en schadevergoedingen worden vanaf die datum uitbetaald aan belanghebbende. Ook als het proceskosten en schadevergoedingen zijn waarvan het bezwaar of beroep vóór 1 januari 2024 is gestart. Bedragen x €1.000 Opbrengst
Realisatie 2022
Baten
Begroting 2023 na wijz. 6.160
Realisatie 2023
6.778
6.926
Toeristenbelasting De hoogte van de aanslag toeristenbelasting wordt bepaald door twee factoren. Het aantal overnachtingen door personen die niet in onze gemeente woonachtig zijn en het tarief per overnachting. Op basis van het Bestuursprogramma verhogen we het tarief jaarlijks met de inflatiecorrectie. Het tarief voor 2023 is hierdoor uitgekomen op € 1,86 per overnachting. De totale opbrengst toeristenbelasting voor 2023 komt uit op een bedrag van € 1.004.000, gelijk aan de raming. De aangiftebiljetten 2023 zijn door Tribuut in december 2023 verzonden, de aanslagen zijn pas in maart 2024 verzonden. Van de werkelijke ontvangst voegen we 25% toe aan de bestemmingsreserve Recreatie en Toerisme. Deze reserve zetten we in voor bestaande en nieuwe recreatieve voorzieningen. Bedragen x €1.000 Opbrengst
Realisatie 2022
Baten
Begroting 2023 na wijz. 1.006
1.004
Realisatie 2023 1.004
Bedrijven Investeringszone (BIZ) Op basis van de Verordening BI-Zone Eerbeek 2021-2025 heffen we een directe belasting. De huidige verordening loopt t/m 2025. De opbrengst wordt besteed aan activiteiten in de openbare ruimte en op het internet. Hiermee bevorderen we collectieve samenwerking en economische versterking van het centrum van Eerbeek. De BIZ-bijdrage bedraagt per onroerende zaak € 550. 73
Bedragen x €1.000 Opbrengst
Realisatie 2022
Baten
Begroting 2023 na wijz. 44
Realisatie 2023 44
45
Afvalstoffenheffing Beleidsuitgangspunt is 100% dekking van de toe te rekenen kosten. Dekkingstekorten of – overschotten verrekenen we met de voorziening Afvalstoffenheffing. Deze voorziening betrekken we bij de tariefstelling in de komende jaren en vangen we een deel van de kostenontwikkelingen in de komende jaren op. De kostenontwikkeling in het kader van CO2, de (aanloop)kosten van het nieuwe grondstoffenplan en de hogere indexering zorgen er mede voor dat het tarief met 8,5% steeg voor 2023. De heffing is in 2023 aangepast, in die zin dat geen voorschot wordt geheven op het aantal ledigingen. In 2023 is uitsluitend het vastrecht geheven plus het verschil van het aantal werkelijke ledigingen minus het voorschot van het aantal ledigingen 2022 dat in dat jaar in rekening is gebracht. In 2024 wordt het vastrecht voor 2024 geheven plus het aantal ledigingen (groen en grijs) in 2023. Uit de opgave van Tribuut blijkt dat er iets meer ledigingen van afvalbakken hebben plaatsgevonden, zodat de inkomsten ook iets hoger uitvallen. Bedragen x €1.000 Opbrengst
Realisatie 2022
Baten
Begroting 2023 na wijz. 1.639
Realisatie 2023
1.709
1.835
Rioolheffing Net als bij de afvalstoffenheffing is ook bij de rioolheffing het beleidsuitgangspunt dat 100% van de toe te rekenen kosten wordt gedekt. Dekkingstekorten of –overschotten verrekenen we met de egalisatievoorziening rioolheffing. De voorziening betrekken we bij de tariefstelling in komende jaren. De egalisatievoorziening rioolheffing kan een deel van de kostenontwikkelingen in de komende jaren opvangen. Het tarief steeg in 2023 met 6,5%. Het waterverbruik is afgenomen door waterbesparende maatregelen door de inwoners, vooral ingegeven door de hoge energiekosten. Het afnemende waterverbruik is ook verantwoordelijk voor de lagere baten uit rioolheffing. In 2023 is een bedrag van afgerond € 6.000 eenmalig toegevoegd aan de voorziening, dit om er voor te zorgen dat de voorziening niet negatief staat. Voor 2023 komen we uiteindelijk uit op een dekking van 99,8%. Bedragen x €1.000 Opbrengst
Realisatie 2022
Baten
Begroting 2023 na wijz. 2.399
74
2.867
Realisatie 2023 2.604
Kostendekkendheid Voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing geven we hieronder de kostendekkendheid aan. Onder kostendekkendheid vallen meer kosten dan alleen de kosten van de riolering en afval zelf. Ook kosten van overhead, minimabeleid, openbare reiniging, rente, btw en dividendopbrengsten worden doorberekend. Bedragen x € 1.000 Berekening van de kostendekkendheid van een heffing
Afvalstoffenheffing Begroot nw
Kosten product
Rioolheffing
Werkelijk
Begroot nw
Werkelijk
€ 1.692
€ 1.543
€ 2.202
€ 1.965
€ 1.692
€ 1.543
€ 2.202
€ 1.965
€ 93
€ 75
€ 333
€ 332
Toevoeging aan voorziening Netto kosten taakveld (7.3/7.2) Toe te rekenen kosten: Overhead op organisatiekosten Kosten minimabeleid (taakveld 6.3)
€ 75
€ 46
€ 90
€ 75
Kosten openbare reiniging/straatvegen (taakveld 2.1)
€ 111
€ 114
€ 166
€ 171
€0
€0
€ 408
€ 463
€ 314
€ 297
€ 358
€ 360
Totale kosten
€ 2.284
€ 2.075
€ 3.557
€ 3.366
Opbrengst heffing
€ 1.709
€ 1.835
€ 2.867
€ 2.604
Opbrengst product, excl. heffingen
€ 185
€ 203
€ 25
€ 64
Onttrekking aan voorziening
€ 390
€ 37
€ 664
€ 693
€ 2.284
€ 2.075
€ 3.557
€ 3.360
€0
€0
Aandeel rente over investeringen (taakveld 0.5) Toevoeging aan reserve BTW
Netto opbrengsten taakveld (7.3/7.2) Inzet reserve (taakveld 0.10) Opbrengst dividend (taakveld 0.5) Totale opbrengsten
€ 2.284
Dekkingspercentage
100%
€ 2.075
€ 3.557
100%
100%
€ 3.360 99,8%
Leges De opbrengst van de leges wordt jaarlijks verhoogd met de inflatiecorrectie. Voor 2023 was dit 2,4%. De hogere inkomsten voor balieverkopen en burgerlijke stand kunnen worden verklaard door inhaaleffecten als gevolg van het eerst verzachten en later wegvallen van Covid-maatregelen. Bovendien is het bijna 10 jaar geleden dat de geldigheidsduur van reisdocumenten werd verlengd tot 10 jaar, dus de vraag naar deze documenten trekt ook weer aan. De hogere baten voor bouwvergunningen kunnen worden verklaard door het toenemend aantal te bouwen woningen. Bedragen x €1.000 Exploitatie
Realisatie 2022
Begroting 2023 na wijz.
Realisatie 2023
Balieverkopen 608.0
201
119
201
Naturalisaties 608.1
19
11
18
Burgerlijke stand 608.3
71
58
79
Overige vergunningen 650.6
10
13
3
Bouwvergunningen en controle 612.0
749
485
770
1.052
687
1.071
Saldo incl. bestemmingen
75
Begraafrechten De graf- en begraafrechten zijn in 2020 verhoogd om de exploitatie van de begraafplaatsen naar verwachting per 2029 kostendekkend te krijgen. De tarieven worden jaarlijks geïndexeerd, in 2023 met 2,4%, om prijsontwikkelingen in de markt te kunnen volgen. De inkomsten vallen in 2023 lager uit. In 2023 werden 34 mensen op de begraafplaatsen ter aarde besteld, werden 12 asbussen bijgeplaatst en werd de as van 6 personen verstrooid. Dat is iets minder dan geraamd maar vergelijkbaar met de hoeveelheid begravingen van de afgelopen jaren. Bedragen x €1.000 Opbrengst Leges
Realisatie 2022
Baten
Begroting 2023 na wijz. 135
114
Realisatie 2023 95
Het kwijtscheldingsbeleid Gemeenten hebben de mogelijkheid om belastingvorderingen kwijt te schelden als belastingplichtigen niet in staat zijn te betalen. Het gemeentelijk beleid was tot en met 2023 dat we geen kwijtscheldingsbeleid voeren, maar belastingplichtigen waar nodig compenseren via het minimabeleid. Vanaf 2024 wordt aangesloten bij de meer gangbare systematiek die de meeste gemeenten hanteren om kwijtschelding wel mogelijk te maken. Op 21 december 2023 heeft de raad de Verordening Kwijtscheldingsbeleid vastgesteld. Huishoudens die niet meer inkomen hebben dan 100% van de bijstandsnorm vallen hieronder. Zij krijgen met ingang van 2024 het vastrecht kwijtgescholden voor afvalstoffenheffing en rioolheffing en een bedrag , vergelijkbaar met 4 ledigingen grijs en 12 ledigingen groen en een maximaal waterverbruik van 100 kuub. Bovendien heeft de raad, eveneens op 21 december 2023, besloten tot een overgangsregeling voor huishoudens met een laag inkomen die voor de kwijtschelding buiten de boot dreigen te vallen.
De lokale lastendruk Met het weergeven van de lokale lastendruk geven we aan welke belastingaanslag een gemiddeld huishouden in onze gemeente krijgt. Hierbij rekenen we een aantal algemene heffingen mee. Dit zijn de onroerende zaakbelastingen, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Het berekenen van een belastingaanslag is lastig omdat er geen gemiddeld huishouden bestaat. De gezinnen kunnen de hoogte van hun aanslag zelf mede bepalen door hun gedrag aan te passen. Het waterverbruik, de grootte van de container en het aantal keren dat deze geledigd wordt zijn hierbij bepalend. Om een berekening te maken moeten de volgende gegevens bekend zijn: a. Wat is de woz-waarde van de woning waarin het gezin woont; b. Is het gezin eigenaar van de woning; c. Welke containergrootte heeft het gezin voor het restafval en hoe vaak wordt deze aan de weg gezet; d. Welke containergrootte heeft het gezin voor het gft-afval en hoe vaak wordt deze aan de weg gezet; e. Wat is het waterverbruik van het gezin. Omdat we jaarlijks dezelfde uitgangspunten hanteren, kunnen we lokaal een vergelijking maken met voorgaande jaren. De provincie Gelderland berekent ook jaarlijks de lokale lastendruk. De provincie doet dat op basis van een aantal eigen uitgangspunten. Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) heeft weer andere uitgangspunten en dus ook andere uitkomsten.
Volgens COELO waren de lokale lasten voor Brummen en de omliggende gemeenten in 2023 als volgt: 76
Gemeente
Woonlasten eigenaar meerpersoonshuishouden
Woonlasten huurder
Brummen
1.056
520
Bronckhorst
1.013
586
Rheden
857
373
Doesburg
1.016
610
Zutphen
870
300
Voorst
914
433
Daarnaast geven wij de lasten aan voor een gemiddeld huishouden in Brummen. De normen hiervoor zijn anders dan van het COELO. Ons ‘gemiddelde’ huishouden is gebaseerd op de volgende uitgangspunten/berekeningsfactoren: a. Een huishouden van 4 personen, met een waterverbruik van 150 m3 totaal; b. Gehanteerde WOZ-waarden: 2021 - € 251.000 peildatum 1-1-2020 (1-1-2019 plus 4,5%) 2022 - € 276.000 peildatum 1-1-2021 (1-1-2020 plus 10%) 2023 - € 312.000 peildatum 1-1-2022 (1-1-2021 plus 13%) c. Eén container voor groenafval met een inhoud van 140 liter. Deze container wordt per jaar 8 maal ter lediging aangeboden. d. Een container voor restafval met een inhoud van 140 liter. Deze container wordt per jaar 7 maal ter lediging aangeboden. e. 100% kostendekkend tarief bij zowel rioolrechten als afvalstoffenheffing. Op basis van deze uitgangspunten ontstaat het volgende beeld van de lokale kostendruk en de verwachte ontwikkeling hiervan in 2023: De Brummense Lokale Lasten Monitor Onderdeel
2021
2022
2023
Rioolheffing
€ 350
€ 354
€ 377
OZB-aanslag eigenaren gedeelte
€ 389
€ 391
€ 393
Afvalstoffenheffing
€ 152
€ 161
€ 174
Totale aanslag
€ 891
€ 905
€ 944
Procentuele ontwikkeling t.o.v. het voorgaande jaar
9,0%
2,8%
4,3%
77
B. Weerstandsvermogen en Risicobeheersing Inleiding De grondslag voor deze paragraaf vinden we terug in artikel 11 van het BBV. Deze paragraaf gaat over de actuele risico’s die we zien en het vermogen om deze risico’s op te vangen. Maar ook over het beleid dat hieraan ten grondslag ligt. En tenslotte hoe de financiële positie van de gemeente Brummen zich ontwikkelt aan de hand van 6 financiële kengetallen. De opbouw van deze paragraaf ziet er als volgt uit: • het beleid dat op de weerstandscapaciteit en de risico’s van toepassing is; • de inventarisatie van de weerstandscapaciteit; • de inventarisatie van de risico’s; • de weerstandsratio • de financiële kengetallen
Beleid weerstandscapaciteit en risico's Het beleid rondom weerstandscapaciteit en risico’s is opgenomen in de nota Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Deze nota is door de raad vastgesteld op 23 maart 2023. •
Het college geeft in relatie tot de nota weerstandsvermogen en risicobeheersing in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van de begroting en het jaarverslag een actueel beeld van de financiële risico's in relatie tot de beschikbare weerstandscapaciteit.
•
In de begroting wordt in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing de gewenste weerstandscapaciteit bepaald.
•
We stimuleren risicobewustzijn, communiceren open over risico’s en de wijze waarop we met deze risico’s omgaan.
•
Risico’s maken we expliciet zichtbaar in onze besluitvormingsprocessen met daarbij de wijze waarop we deze risico’s kunnen beheersen of op kunnen (en willen) vangen.
•
We stimuleren niet alleen risicobewustzijn van de risico’s in onze eigen organisatie, maar ook van de risico’s in organisaties waarmee we ‘verbonden’ zijn en de mogelijke impact van deze risico’s op onze eigen organisatie.
•
We accepteren dat een risicoprofiel nooit 100% volledig kan zijn.
•
We leren van risico’s en incidenten die zich, ondanks een adequaat risicomanagement, hebben voorgedaan en nemen passende maatregelen om herhaling te voorkomen.
•
Via de reguliere planning & controlcyclus wordt in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing gerapporteerd over de risico’s van de gemeente, de manier waarop deze beheerst worden en de mogelijke impact van de risico’s op de financiële positie van de gemeente.
Inventarisatie van de weerstandscapaciteit Bij de inventarisatie van de weerstandscapaciteit kijken we naar de mogelijkheden die we als gemeente hebben om de risico’s op te vangen. Hierbij kan onderscheid gemaakt worden in incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Onder incidentele weerstandscapaciteit wordt verstaan de capaciteit die de gemeente heeft om eenmalige tegenvallers op te vangen. Onder
78
structurele weerstandscapaciteit worden de middelen verstaan die permanent inzetbaar zijn om tegenvallers op te vangen. De incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit: Incidentele weerstandscapaciteit
Bedragen x 1.000
Onderdeel
Omvang per 31-12-2023
Algemene reserve
€ 8.106
De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit: Structurele weerstandscapaciteit
Bedragen x 1.000
Onderdeel
2023
Onbenutte belastingcapaciteit
€ 669
Post onvoorzien
€ 50
Totaal structurele weerstandscapaciteit
€ 719
Toelichting onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit is het bedrag dat nog aan extra inkomsten kan worden gegenereerd voor het geval dat zich tegenvallers voordoen. Daarbij wordt uitsluitend rekening gehouden met de onroerendezaakbelastingen, aangezien de meeste andere belastingen en heffingen kostendekkend of van beperkte betekenis zijn. Voor de berekening van de omvang van de onbenutte belastingcapaciteit wordt de ruimte in aanmerking genomen tussen de eigen tarieven (volgens deze begroting) en het normtarief voor de artikel 12-gemeenten. De totale beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt: Totaal beschikbare weerstandscapaciteit Onderdeel
(bedragen * € 1.000) Programmabegroting 2023 /Jaarstukken 2022
Incidentele weerstandscapaciteit
Jaarstukken 2023 € 5.783
Structurele weerstandscapaciteit Totaal beschikbare weerstandscapaciteit
€ 8.106
€ 719
€ 719
€ 6.502
€ 8.825
Inventarisatie van de risico's Een keer per jaar maken we de balans op van de risico’s die we gedurende het jaar vaststellen. Dit doen we volgens een methode die opgenomen is in de Nota weerstandsvermogen en risicobeheersing. Risico’s kleiner dan € 25.000 nemen we niet mee in de inventarisatie omdat we er vanuit gaan dat we die kunnen dekken binnen de exploitatiebegroting. In september 2023 is de risico-inventarisatie 2023 vastgesteld. De geïnventariseerde risico’s bedroegen in de begroting 2023 € 4.875.000. Deze risico-inventarisatie is in deze jaarrekening geactualiseerd en bedraagt nu € 4.435.000. Hieronder worden de risicogebieden die een risico-inschatting van tenminste € 100.000 hebben benoemd.
79
(Bedragen * € 1.000) Nr. Programma - Focusgebied / basistaken
Risicogebied
1. 2 - Focusgebied Ruimte voor Eerbeek / Eerbeek-Loenen 2030
Grondexploitaties
Risico-inschatting Programmabegroting 2023 / Jaarstukken 2022
2. 4 - Basistaken bedrijfsvoering Informatiebeveiliging en financiën 3. Alle programma's
Grote calamiteiten
4. Alle programma's
Algemeen
Risico-inschatting Programmabegroting 2024 / Jaarstukken 2023
Verschil
€ 1.433
€ 1.433
€0
€ 1.210
€ 1.210
€0
€ 502
€ 571
€ 69
€ 325
€ 325
5. 4 - Basistaken bedrijfsvoering Personeel en financiën
€ 153
€ 153
€0
6. Alle programma's
Inflatie
€ 875
€ 150
€ -725
7. 3 - Focusgebied Sociaal domein
Jeugdzorg
€ 122
€ 121
€ -1
8. 1. Bestuur en dienstverlening Bestuur
€ 103
€ 104
€2
9. 3 - Basistaken Vitale Samenleving
€ 13
€ 100
€ 87
€ 465
€ 268
€ -197
€ 4.875
€ 4.435
€ -440
Beheer sportaccommodaties
Overige risico’s Totaal risico-inventarisatie
De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de programmabegroting 2023 zijn: Nr. 4. Algemeen Ondanks de inspanningen met betrekking tot risicomanagement zijn niet altijd alle risico's in beeld. Zo zag maar een enkeling de corona-pandemie of de inval in Oekraïne aankomen. Om deze onbekende risico's toch een plaats te geven in de risico-inventarisatie is 5% van de jaarlijkse kosten met een 10% kans van realisatie opgenomen als algemeen risico. Nr. 6 Inflatie In de vorige begroting was de ontwikkeling van inflatie nog zeer onzeker. Inmiddels zijn prijsstijgingen gestabiliseerd en opgenomen in de meerjarenraming. Het risico is daarmee deels beheerst en neemt dus af in omvang naar een potentiële impact van € 500.000 met een kans van 30%. Nr. 8 Bestuur Dit risico heeft betrekking op de vergoedingen voor oud-bestuurders van de gemeente. Dat heeft enerzijds betrekking op de pensioenverplichtingen die onderhevig kunnen zijn aan veranderende rekenrentes. Dit zou de gemeente kunnen stellen voor extra toevoegingen aan de voorziening. Anderzijds heeft het betrekking op de wachtgeldvergoeding bij tussentijds terugtreden van een bestuurder. Ook in dat geval moet de gemeente extra toevoegen aan de betreffende voorziening. In voorgaande inventarisaties was dit risico ook al opgenomen, maar niet apart toegelicht. Nr.
9 Beheer sportaccommodaties De begroting van stichting Sportkompas was in 2023 en 2024 niet sluitend. Met onder meer gestegen energieprijzen moet rekening gehouden worden met een groter risico dat de gemeente de stichting moet bijstaan om de begroting rond te krijgen. Overige risico's In de vorige programmabegroting was nog een risico opgenomen voor schommelingen in het
80
gemeentefonds, c.q. de algemene uitkering. Inmiddels is er een behoedzaamheidsreserve van € 1 miljoen ingesteld om dit risico af te dekken.
De weerstandsratio In de beleidskaders van de nieuwe nota Weerstandsvermogen en risicobeheersing is opgenomen dat de gewenste weerstandscapaciteit in de begroting bepaald wordt. De gewenste weerstandscapaciteit drukken we uit in de weerstandsratio. De weerstandsratio berekenen we door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door het bedrag aan geïnventariseerde risico’s. Als de beschikbare weerstandscapaciteit precies genoeg is om alle risico’s te dekken dan is de weerstandsratio 1. In het financieel herstelplan van juni 2021 heeft de raad vastgesteld dat er in 2028 ruim voldoende weerstandsvermogen gerealiseerd moet zijn. Dit betekent een weerstandsratio van tenminste 1,6. Op basis van de geraamde beschikbare weerstandscapaciteit eind 2023 en de risico-inschatting in deze jaarstukken bedraagt de weerstandsratio 1,99. Hieronder is de vergelijking met de Jaarstukken 2022 en de Programmabegroting 2023 opgenomen. Weerstandsratio Onderdeel
(bedragen * € 1.000) Jaarstukken 2022
Programmabegroting 2023
Jaarstukken 2023
Totaal beschikbare weerstandscapaciteit
€ 5.833
€ 6.502
€ 8.825
Totaal geïnventariseerde risico's
€ 4.875
€ 4.875
€ 4.435
1,20
1,33
1,99
Weerstandsratio
Financiële kengetallen De financiële kengetallen zeggen iets over de financiële positie van de gemeente. Daarnaast kun je met deze kengetallen gemeenten met elkaar vergelijken. Zie hiervoor Findo voor vergelijking met andere Nederlandse gemeenten of Gelderse financiën voor vergelijking met andere Gelderse gemeenten. Eén afzonderlijk kengetal zegt niet alles. Voor een goed beeld moeten de kengetallen in samenhang worden beoordeeld. De provincies hanteren signaleringswaarden voor de kengetallen. Deze zijn opgenomen in het gemeenschappelijk financieel toezichtkader (GTK 2020 Gemeenten). De signaleringswaarden lichten we onder de kengetallen toe. In onderstaande tabel zijn de financiële kengetallen van de gemeente Brummen opgenomen van de jaarstukken 2023 met daarbij de cijfers vanuit de begroting 2023 en de jaarstukken 2022. Financiële kengetallen gemeente Brummen
Jaarstukken 2022
Begroting 2023
Jaarstukken 2023
1a – Netto schuldquote, exclusief verstrekte leningen
67,6%
97,7%
59,2%
1b – Netto schuldquote, inclusief verstrekte leningen
74,2%
104,9%
65,4%
2 – Solvabiliteitsratio
19,5%
13,5%
24,4%
3 – Kengetal Bouwgrondexploitatie
17,4%
13,9%
9,9%
4 – Structurele exploitatieruimte
11,1%
0,7%
5,1%
5 – Belastingcapaciteit – Woonlasten meerpersoonshuishoudens
114,8%
112,5%
112,5%
Toelichting op de financiële kengetallen 1a – Netto schuldquote, exclusief verstrekte leningen De netto schuld geeft het niveau van de schuldenlast van de gemeente weer ten opzichte van de eigen middelen. Bij de netto schuldquote worden alle schulden, verminderd met geldelijk bezit, 81
afgezet tegen alle baten (exclusief mutaties reserves). De volgende signaleringswaarden gelden: • hoger dan 130%: meest risicovol, • tussen 90% en 130%: neutraal, • lager dan 90%: minst risicovol. 1b – Netto schuldquote, inclusief verstrekte leningen Om inzicht te krijgen in welke mate er sprake is van doorlenen van kapitaal, wordt de netto schuldquote zowel exclusief (1a) als inclusief (1b) verstrekte leningen weergegeven. Zo wordt duidelijk wat het aandeel is van de verstrekte leningen en wat dit betekent voor de schuldenlast van de gemeente. Hiervoor gelden dezelfde signaleringswaarden als onder 1a. 2 – Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het geeft het eigen vermogen weer als percentage van het balanstotaal. De volgende signaleringswaarden gelden: • lager dan 20%: meest risicovol, • tussen 20 en 50%: neutraal, • hoger dan 50%: minst risicovol. 3 – Grondexploitatie Het kengetal geeft aan het aandeel van boekwaarde van de gronden in exploitatie ten opzichte van de totale baten van de gemeente (exclusief mutaties reserves). De volgende signaleringswaarden gelden: • hoger dan 35%: meest risicovol, • tussen 20% en 35%: neutraal, • lager dan 20%: minst risicovol. 4 – Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de begroting is.
Ook geeft het aan of de gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te vangen en/of er ruimte is voor nieuw beleid. Voor de berekening delen we het saldo van structurele baten en lasten vermeerderd met het saldo van structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves door de totale baten. De volgende signaleringswaarden gelden: • lager dan 0%: meest risicovol, • 0%: neutraal, • hoger dan 0%: minst risicovol. 5 – Belastingcapaciteit – Woonlasten meerpersoonshuishoudens Dit kengetal geeft aan wat de woonlasten in de gemeente Brummen zijn, uitgedrukt in een percentage van het landelijk gemiddelde. De cijfers van de Brummense lokale lastenmonitor in de paragraaf A. Lokale heffingen, vormen de basis van de berekening. De volgende signaleringswaarden gelden: • hoger dan 105%: meest risicovol, • tussen 95% en 105%: neutraal, • lager dan 95%: minst risicovol.
82
Beoordeling financiële kengetallen De financiële kengetallen laten en positieve ontwikkeling zien ten opzichte van de begroting 2023 en de jaarstukken 2022. Het verschil bij de netto-schuldquoten wordt veroorzaakt door hogere werkelijk baten en een lagere vaste schuld. Voor beide onderdelen per onderdeel ruim € 10 miljoen positief verschil. De solvabiliteitsratio (verhouding eigenvermogen/balanstotaal) maakt een zeer grote sprong. Dit wordt veroorzaakt door het positieve rekeningresultaten 2022 en 2023.
83
C. Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen Deze paragraaf gaat in op het beleidskader en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties met betrekking tot onze ‘grotere’ kapitaalgoederen. Hierbij denken we aan de kosten van aanleg en instandhouding van wegen, riolering, water, groen en gebouwen. Een groot deel van het ‘vermogen’ van onze gemeente bestaat uit het bezit van wegen, rioleringen, groenvoorzieningen en gebouwen. Een zorgvuldig beheer en onderhoud hiervan vinden we dan ook belangrijk. Daarnaast wordt de kwaliteit van het openbaar gebied door inwoners vaak het meest intensief beleefd. Zwerfvuil, hondenpoep, loszittende stoeptegels, boomwortels, slecht onderhouden gebouwen, moeilijk toegankelijke gemeentelijke gebouwen: deze onderwerpen raken inwoners direct. De kosten van instandhouding van wegen, groen, riolering en gebouwen berekenen we aan de hand van onderhoudsplannen (de beheerplannen). De hoogte van de onderhoudskosten zijn voor een deel te beïnvloeden door keuzes te maken in het niveau van onderhoud. In de beheerplannen hebben we de kwaliteit van het beheer van de openbare voorzieningen benoemd. De onderhoudsstaat van de voorzieningen wordt volgens landelijke normen (CROW) gemeten en geanalyseerd. De vastgestelde kwaliteitsniveaus en resultaten van de metingen zijn het toetsingskader voor bestuur en medewerkers.
In 2017 hebben we een Integrale visie Beheer Openbare Ruimte opgesteld. In deze visie staan de kaders waarbinnen het beheer van de openbare ruimte plaatsvindt. Hierin staat de ambitie om de buitenruimte beter toekomstbestendig en duurzaam te maken.
Wegen In 2023 is het gemeentelijk wegenbestand geïnspecteerd. Op basis van de resultaten van de weginspectie en het beheerplan Wegen 2020-2024 wordt een onderhoudsplanning voor 2024 opgesteld. Voor de financiering van de uitvoering voegen we jaarlijks een bedrag toe aan de voorziening Onderhoud wegen. Uit deze voorziening bekostigen we het groot onderhoud van de asfalt- en elementen-verhardingen en ook de oppervlaktebehandelingen. Financiële overzichten vindt u elders in deze begroting in het hoofdstuk Financiële positie. Naast het uitvoeringsbudget voor repeterend onderhoud is er een incidenteel renovatiebudget voor het herinrichten van wegen beschikbaar (€ 2,5 mln./jr). In afwachting van de Mobiliteitsvisie is nog niet gestart met renovatie van wegen. Bij deze renovaties wordt gekeken hoe de wegen passend bij hun verkeersfunctie op een duurzame en klimaatbestendige wijze heringericht kunnen worden. In 2024 worden de geselecteerde wegen nader beoordeeld en geprioriteerd. Het asfaltonderhoud en de straat- en andere werkzaamheden worden in de markt gezet en aanbesteed. Uitgevoerde werkzaamheden in 2023: Asfalt: - Voorsterweg vanaf huize Voorstonden tot Empe - Slatweg vanaf Dorpstraat tot bebouwde komgrens - Doonweg vanaf Brummenseweg tot het spoor - Sintelweg vanaf Weg over ’t Hondsveld tot Plagweg - Zutphensestraat bij de Michaelshoeve - Tondense Enkpad
84
Elementverharding: - Diverse trottoirs vogelbuurt - Trottoir Oude Eerbeekseweg - Diverse trottoirs Werfakker Kosten groot onderhoud
(bedragen x 1.000)
raming na wijziging
€ 943
werkelijke kosten
€ 688
restant
€ 256
van dit restant is nog nodig voor: weg naar t Ganzenei, Zwaluwstraat en Voorsterweg (ged.) vanwege het natte najaar.
Stand voorziening groot onderhoud
(bedragen x 1.000)
per 1-1
417
Toevoeging vanuit exploitatie
918
Onttrekking werkelijk
688
per 31-12
647
Bruggen In 2020 zijn de bruggen over het Apeldoorns kanaal geïnspecteerd op mogelijke gebreken. Groot onderhoud voorzien we niet eerder dan in 2032.
Openbare reiniging Het reinigen van de openbare ruimte (verwijderen zwerfvuil) wordt uitgevoerd op beeldniveau B. Dat is het basisniveau. Mede door de inzet van de vele vrijwilligers wordt er op veel plekken Aniveau gemeten. De vrijwilligers merken het effect van de invoering van statiegeld op plastic flesjes en blik en rapen beduidend minder afval. Het vegen van wegen is op bestekbasis voor 5 jaar uitbesteed. Het bestekmatig vegen van wegen gebeurt alleen binnen de bebouwde kom. Het vegen van wegen wordt sinds de herfst van 2021 binnen heel de bebouwde kom weer op B-niveau onderhouden. Niet alleen wordt de uitstraling van de openbare ruimte daar beter door; het scheelt ook in de groei van onkruid op de verhardingen. In de herfstperiode zetten we een veegwagen in voor het verwijderen van blad. Het ruimen van het blad vindt dan gecoördineerd per wijk op wegen en in plantsoenen plaats. Het aanhoudende natte weer bemoeilijkte de bladinzameling dit jaar doordat veel terreinen niet met materieel berijdbaar waren.
Huishoudelijk afval In 2021 is het Grondstoffenplan 2021-2025 vastgesteld met het streven de hoeveelheid restafval verder terug te dringen naar 80 kg restafval per inwoner per jaar in 2025. Om deze doelstellingen te bereiken is een uitvoeringsplan opgesteld en zijn diverse maatregelen genomen. In 2023 heeft een tussentijdse evaluatie van de plannen plaats gevonden. Geconstateerd is dat de hoeveelheid restafval per inwoner de afgelopen jaren gestaag is gedaald naar 107,4 kg /inw in 2022. In 2023 is de hoeveelheid restafval echter weer licht gestegen naar 110,9 kg/inw. Het behalen van het beoogde doel voor 2025 maakt betere afvalscheiding noodzakelijk. Eén van de verklaringen voor het uitblijven van het verwachte resultaat is de vertraging in de plaatsing van extra ondergrondse restafvalcontainers. In oktober 2023 zijn de eerste vier extra containers geplaatst. In het najaar is tevens een campagne "Schone Stromen" gehouden waarbij inwoners gewezen werden op het correct aanbieden van PMD-afval. Naast het geven van voorlichting werd ook in het veld gecontroleerd of het aangeboden afval in de containers het juiste was. 85
De kosten voor het inzamelen en verwerken van het huishoudelijke afval worden voor 100% gedekt door de afvalstoffenheffing. Hierbij hanteren we het principe “de vervuiler betaalt”.
Openbare straatverlichting Op basis van het beleidsplan openbare verlichting verduurzamen we het bestand van lichtmasten en armaturen. In 2023 is aangesloten bij een gezamenlijke aanbesteding van het onderhoud van de openbare verlichting van Achterhoekse gemeenten (o.a. Doesburg en Doetinchem), dat moet ingaan voor de zomer van 2024. In dit onderhoudsbestek is ook de vervanging van de nog aanwezige oude armaturen door Ledverlichting in onze gemeente opgenomen. In 2023 is een start gemaakt met het op peil brengen van het openbare verlichting bestand. Geconstateerd was dat er veel mutaties niet of niet correct verwerkt zijn. Het opstellen van een nieuw beleids- en beheerplan heeft hierdoor vertraging opgelopen en is nu voor de 2e helft van 2024 voorzien.
Riolering In december 2022 heeft de gemeenteraad het Programma Water & Riolering 2023 – 2027 vastgesteld. In dit programma is de visie op onze zorgtaken meegenomen. De zorgtaken van het (afval)watersysteem zijn: Het beschermen van de volksgezondheid tegen infectieziekte. Het schoonhouden van de bodem en het oppervlaktewater. Het voorkomen van schade door hevige regenval en/of bij extreme droogte. Het voorkomen en beperken van structureel nadelige gevolgen van grondwater voor de aan de grond gegeven bestemming. Met dit beleid zorgen we ervoor dat deze functies gewaarborgd blijven. We dragen zo bij aan een veilige en gezonde leefomgeving, nu en in de toekomst. Voor onderhoud aan rioolgemalen, (correctief) onderhoud en onderzoek aan het rioolstelsel zijn binnen de exploitatiebegroting jaarlijkse budgetten beschikbaar. Voor toekomstige renovaties van rioolstelsels is een voorziening beschikbaar die jaarlijks wordt gevoed ten laste van de exploitatiebegroting. In 2023 storten we € 450.000 in deze voorziening. De storting baseren we op gegevens uit het rioolbeheerpakket en het kostendekkingsplan uit het Programma Water & Riolering. De kosten voor het rioolstelsel worden voor 100% gedekt door de rioolheffing. De volgende riolen zijn gerenoveerd in 2023: Seringenstraat Lijsterbesstraat Gedeelte Rozenstraat Gedeelte Kloosterstraat
86
Kosten rioolrenovaties
(bedragen x 1.000)
Begroting na wijziging
€ 806
Werkelijke uitgaven
€ 286
Restant
€ 520
Projecten voor rioolvervanging/renovatie riolering zijn gekoppeld aan andere disciplines (herinrichting wegen, waterplan e.d.) Bij deze projecten is vertraging ontstaan of is nog niet duidelijk hoe toekomstige situatie riolering wordt.
Stand voorziening groot onderhoud
(bedragen x 1.000)
per 1-1
1.259
Toevoeging vanuit exploitatie
450
Onttrekking werkelijk
286
per 31-12
1.423
Bermen en sloten De biodiversiteit staat onder druk. Om de biodiversiteit te verbeteren is gestart met het opstellen van een biodiversiteitsplan voor de gemeente. Eén van de gebieden waar winst behaald kan worden ten aanzien van de biodiversiteit is het berm- en slootbeheer. Door gericht verschralingsbeheer kan in de bredere bermen en sloten meer soortenrijkdom optreden. Om dit te bereiken is voor 2023 een nieuw maaibestek op de markt gebracht. Het vrijkomende maaisel van bermen en sloten wordt zo veel mogelijk op agrarische gronden in onze gemeente verwerkt. De afwaterende functie van veel bermgreppels en -sloten is in de afgelopen jaren verslechterd door dichtslibbing. Duikers raken verstopt door te hoog liggende aangrenzende slootbodems. De milieuen natuurwetgeving maakt uitdiepen van de greppels, net als het aflagen van bermen, tot een kostbare kwestie. In afwachting van nieuwe uitgangspunten en mogelijke ingrepen in de waterhuishouding in het kader van het project Waardevol Brummen werden in 2023 alleen verstopte duikers gangbaar gemaakt en vinden geen structurele verdiepingen van greppels en sloten plaats. In het natte najaar van 2023 met hoge grondwaterstanden leverde dit op meerdere locaties problemen op met de waterafvoer. De natte omstandigheden werkten ook kostenverhogend op het afvoeren van verzameld maaisel.
Op enkele locaties zijn ongewenste invasieve exoten in bermen en sloten aanwezig. Om de invasieve soorten structureel aan te pakken is een bestrijdingsplan voor de gemeente opgesteld. Het plan is er op gericht de mate van overlast te beheersen en schade te beperken aangezien uitroeien niet haalbaar is. Het beheersen van invasieve exoten is in 2023 op kleine schaal uitgevoerd. Dit zal in de komende jaren worden herhaald om de overlast van voorkomende soorten succesvol te kunnen beheersen.
Openbaar groen Het inrichtingsniveau en het onderhoud van het openbaar groen in de gemeente heeft haar basis in het Programma Groen- en groenbeheerplan. Het Programma Groen is in 2023 opgesteld en vastgesteld door de gemeenteraad. Het groenbeheerplan zal in het voorjaar van 2024 worden afgerond. De nieuwe groenplannen zijn een goede basis voor het duurzaam beheer van onze groenvoorzieningen. Er wordt geanticipeerd op de klimaatontwikkelingen en benodigde verbetering van de biodiversiteit. Aanplant van meer bomen en aangepast maaibeheer zijn hier voorbeelden van. Hiervoor zijn de nodige herinrichtingen van plantsoenen noodzakelijk. Deze worden waar mogelijk in combinatie met andere werken en in samenspraak met onze inwoners uitgevoerd. Het onderhoudsniveau in het openbaar groen is op basisniveau (B-niveau CROW). Delen van de
87
openbare ruimte worden met ingang van 2024 op kwaliteitsniveau A onderhouden. Dit gaat dan om de toegangswegen en centra van de kernen.
Begraafplaatsen De groenvoorzieningen op de begraafplaatsen hebben veel te lijden gehad van droge en hete zomers. Veel oudere beplantingen zijn bezweken of verkeren in slechte staat. Er wordt in 2024 een begin gemaakt met planmatige vervanging van deze beplantingen. De uitvoering wordt over meerdere jaren verspreid. In 2023 werden 34 overledenen op de begraafplaatsen begraven, werden 12 asbussen bijgeplaatst en werd de as van 6 personen verstrooid. Dat is iets minder dan geraamd maar vergelijkbaar met de hoeveelheid begravingen van de afgelopen jaren. Het onderhoudsniveau op de begraafplaatsen vindt plaats op B-niveau (CROW kwaliteitscatalogus).