(042) Programmabegroting 2026-2029
Tekst van het document
2%
2%
2022
2%
1%
% 12 t/m 21 jarigen
Domein % kinderen tot 18 jaar
% van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de beroepsbevolking
% 16 t/m 22 jarigen
Aantal per 10.000 inwoners
52
2023
2%
2%
2021
221,3
431,2 CBS
2022
171,6
366,7
2023
170,0
344,8
2024
190,7
343,6
BBV nr. 28
29
30
31
32
Benaming
Toelichting
Jaar Waarde Brummen
Lopende re-integratievoorzieningen
Aantal per 10.000 inwoners in de leeftijd van 15 - 64 jaar
2021
118,4
197,7 CBS
2022
126,5
197,7
2023
118,1
191,5
2024
156,9
203,1
2021
13,9%
13,2% CBS
2022
14,0%
13,5%
2023
14,9%
13,9%
2024
15,1%
13,7%
2021
1,5%
1,2% CBS
2022
1,1%
1,2%
2023
1,2%
1,1%
2024
1,2%
1,0%
2021
nb
0,3% CBS
2022
nb
0,3%
2023
nb
0,3%
2024
nb
0,4%
2021
720
702 CBS
2022
730
710
2023
720
700
2024
730
720
Jongeren met jeugdhulp
Jongeren met jeugdbescherming
Jongeren met jeugdreclassering
% van alle jongeren tot 18 jaar
% van alle jongeren tot 18 jaar
% van alle jongeren van 12 tot 23 jaar
Cliënten met een maatwerkarrangement Aantal per 10.000 inwoners WMO
53
Waarde Nederland
Bron
Programma 4 Financiën Introductie Dit programma gaat over de basistaak: •
Bedrijfsvoering en financiën
Wat mag het kosten? Bedragen x €1.000 Exploitatie
Begroting 2026 Progr.begr. Begroting 2027 Progr.begr. Begroting 2028 Progr.begr. Begroting 2029 Progr.begr. 2026-2029 2026-2029 2026-2029 2026-2029
Lasten Incidenteel
310
244
184
0
Structureel
10.943
11.533
11.706
12.015
Totaal Lasten
11.253
11.777
11.890
12.015
Structureel
56.156
58.965
59.487
61.674
Totaal Baten
56.156
58.965
59.487
61.674
Saldo excl. bestemmingen
44.902
47.188
47.597
49.659
Mutaties reserves
409
476
327
237
Totaal Stortingen
409
476
327
237
Baten
Stortingen
Bestemmingen per saldo
-409
-476
-327
-237
Saldo incl. bestemmingen
44.494
46.712
47.270
49.423
54
Basistaken Bedrijfsvoering en financiën Portefeuillehouders G.J.M. van Rumund S. van de Graaf
Uitgangspunten coalitieakkoord In heel Nederland staan de gemeentelijke financiën onder druk. Wereldwijde ontwikkelingen zoals grondstoffentekorten en de sterk aanwakkerende inflatie maken dat het prijspeil stijgt en de koopkracht afneemt. Op dit moment is naast een tekort aan grondstoffen ook sprake van een tekort aan personeel. De gemeentelijke organisatie heeft hiermee ook te maken. De komende jaren blijft het zaak om weloverwogen keuzes te maken tussen ambities, inkomsten en uitgaven. De raad heeft de afgelopen jaren de gemeentelijke financiële positie versterkt door bij diverse budgetten de basis op orde te brengen, onrealistische taakstellingen te schrappen, de inkomsten te verhogen en een herstelplan in te richten voor het weerstandsvermogen. Dit met succes: het weerstandsvermogen is op peil. Zoals het er nu naar uitziet krijgen we vanaf 2028 we te maken met 'ravijnjaren' als gevolg van kortingen op het gemeentefonds, die slechts in beperkte mate worden gedicht. Met de Voorjaarsnota 2025 zijn 2026 en 2027 gedempt en schuift het ravijnjaar twee jaar op. Dat betekent dat niet alle wensen meteen uitgevoerd kunnen worden, dat niet alles tegelijkertijd kan en dat we als gemeentelijke overheid jaarlijks moeten blijven afwegen wat voor onze gemeente de meeste prioriteit heeft.
Trends en ontwikkelingen I-visie De I-visie schetst de koers voor de ontwikkeling van de informatievoorziening van onze gemeente in de komende jaren. We erkennen het belang van proactieve investeringen om de continuïteit, efficiëntie en wendbaarheid van onze informatievoorziening te waarborgen. Een uitbreiding van het personeelsbestand is hiervoor noodzakelijk. We bouwen aan een stevig fundament voor een slagvaardige, innovatieve en toekomstbestendige gemeente. In 2024 is een eerste meting gedaan over de Wet open overheid (Woo). Daaruit kwamen verschillende acties. Een deel hiervan is inmiddels uitgevoerd of in uitvoering. Voor de verdere invoering is inmiddels een Woo-coördinator aangesteld, die zich richt op het versterken van de procesorganisatie rondom de Woo en het borgen van transparantie en toegankelijkheid van overheidsinformatie. Het projectportfolio voor informatievoorziening en automatisering (I&A) bevindt zich in de afrondende fase. Ter ondersteuning van de uitvoering van grote projecten is een vacature voor een I&A-projectleider uitgezet. Data-gedreven werken stelt ons in staat om beter geïnformeerde beslissingen te nemen, efficiënter te werken en onze dienstverlening te verbeteren. Om deze verandering te ondersteunen, zijn inmiddels twee extra data-analisten in dienst genomen.
Zij dragen bij aan het ontwikkelen van dashboards, het definiëren van datasets en het begeleiden van data-gedreven projecten. Flexibiliteit en wendbaarheid blijven cruciaal om adequaat in te spelen op onverwachte ontwikkelingen. Dit geldt zowel voor onze gemeentelijke bedrijfsvoering en dienstverlening als voor het naleven van wettelijke verplichtingen.
55
AI Kunstmatige intelligentie (AI) ontwikkelt zich razendsnel en biedt kansen om onze dienstverlening te verbeteren, processen te optimaliseren en besluitvorming te ondersteunen. Tegelijkertijd brengt het gebruik van AI ook verantwoordelijkheden met zich mee. Daarom zetten we als gemeente Brummen actief stappen om AI op een verantwoorde en transparante manier te integreren in onze organisatie. We hebben inmiddels een AI-beleid opgesteld waarin de spelregels voor het gebruik van AI zijn vastgelegd, waaronder het gebruik van tools zoals Microsoft Copilot. Dit beleid helpt ons om grip te houden op de inzet van AI en om risico’s te beheersen. Om goed inzicht te krijgen in het huidige gebruik van AI binnen onze organisatie, voeren we een AInulmeting uit. Deze nulmeting brengt in kaart waar AI al wordt toegepast, welke risico’s en kansen er zijn, en waar aanvullende maatregelen nodig zijn. Daarnaast investeren we in de AI-geletterdheid van onze medewerkers. Door middel van trainingen zorgen we ervoor dat collega’s begrijpen wat AI is, hoe het werkt, en wat de impact ervan kan zijn op hun werk. Zo bouwen we samen aan een organisatie die klaar is voor de toekomst. We onderzoeken ook welke technische, juridische en contractuele aanpassingen nodig zijn om AI op een veilige en effectieve manier te gebruiken. Denk hierbij aan licentiebeheer, afspraken met leveranciers en dataveiligheid.
Tot slot houden we alle AI-initiatieven actief in de gaten. Zo kunnen we tijdig bijsturen, kansen benutten en zorgen dat AI bijdraagt aan onze maatschappelijke opgaven. In lijn met deze aanpak conformeert de gemeente Brummen zich bijvoorbeeld aan de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS). Daarmee onderschrijven we de gezamenlijke koers van de digitale overheid en zetten we actief in op het verantwoord benutten van AI. Beveiligingsbeleid/BIO/NIS2 In de afgelopen jaren zijn er steeds meer beveiligingsincidenten naar voren gekomen. Denk hierbij aan de hack bij de gemeenten Lochem, Asten en Hof van Twente. Bij laatstgenoemde waren de gevolgen groot: meerdere dagen geen dienstverlening, 40 terabyte gestolen data en een kostenpost van ongeveer € 4,5 miljoen. Om de cyberbeveiliging en weerbaarheid te vergroten, heeft de Europese Unie de NIS2-richtlijn (Network and Information Security directive) vastgesteld. De gemeente Brummen krijgt hiermee te maken met een verzwaarde zorgplicht, toezicht en een meldplicht. NIS2 betekent een wettelijke verplichting voor gemeenten om passende en evenredige maatregelen te nemen om cyberbeveiligingsrisico’s te beheersen. Een gevolg van NIS2 is dat de gemeente cyberincidenten met ‘aanzienlijke gevolgen’ moet melden aan de toezichthouder (RDI) en aan het eigen Computer Security Incident Response Team (CSIRT).
Naar verwachting wordt dit de IBD, de informatiebeveiligingsdienst van de VNG. Gemeenten hebben nu al een zorgplicht (BIO), een meldplicht (IBD) en toezicht (Eenduidige Normatiek Single Information Audit, ENSIA). Het wordt cruciaal om de cyclus van plannen, uitvoeren, controleren en bijstellen rondom de BIO te verbeteren. Dit kan alleen als er structurele investeringen worden gedaan op het gebied van informatiebeveiliging. Denk aan acties op het gebied van ketenverantwoordelijkheid, -beveiliging en leveranciersmanagement. Zonder deze investeringen voldoen wij niet aan wetgeving en onze eigen risicoafweging. Realistisch gezien is informatiebeveiliging een toenemende kostenpost door technologische ontwikkelingen en wet- en regelgeving. Het biedt geen ruimte om af te schalen. 56
Transitie naar het nieuwe werken De overgang naar het nieuwe werken is een proces dat verschillende aspecten omvat. Bijvoorbeeld de integratie van nieuwe apparatuur zoals laptops en docking stations, maar ook de ontwikkeling van de digitale werkplek. Deze nieuwe omgeving is essentieel om te voldoen aan de veranderende eisen van de nieuwe manier van werken. De huidige werkplek, die al geruime tijd in gebruik is, raakt langzamerhand verouderd en voldoet niet langer volledig aan de behoeften en verwachtingen van medewerkers in het huidige tijdperk van digitalisering en mobiliteit. Het upgraden van de werkomgeving naar een meer eigentijdse infrastructuur is een noodzakelijke stap om de productiviteit te verhogen, de samenwerking te verbeteren en de flexibiliteit van werknemers te vergroten. Het zorgen voor een soepele overgang naar het nieuwe werken vereist gespecialiseerde kennis en ervaring. Daarom is het van belang om externe kennis in te schakelen om deze ontwikkeling succesvol te maken. Het inschakelen van professionals die bekend zijn met de nieuwste technologische ontwikkelingen en best practices op het gebied van moderne werkmethoden kan helpen om obstakels te overwinnen en een effectieve invoering te garanderen. Dit vraagt om investeringen in kennis en hardware.
Digitalisering en versterking van de gemeentelijke dienstverlening Om digitale dienstverlening goed vorm te geven, zijn wij gestart met een professionaliseringsslag. Samen met de organisatie werken we aan een duidelijke governance, heldere werkafspraken en een goede invulling van rollen zoals functioneel beheer. Dit is essentieel om ICT-veranderingen snel en effectief door te voeren. Door een goede basis te leggen, wordt gezorgd voor een betrouwbare informatiekwaliteit en de juiste stuurinformatie, op het juiste moment. Met actuele en correcte informatie kan besluitvorming op een gedegen manier plaatsvinden en kan beter gestuurd worden op goede en efficiënte inhoudelijke processen. Betere dienstverlening naar de inwoners als resultaat! Het afgelopen jaar hebben wij ook verschillende projecten uitgevoerd om onze dienstverlening verder te digitaliseren. Dit gebeurde zowel direct, met digitale formulieren voor huwelijken en een digitaal begrafenisportaal, als indirect, zoals de implementatie van Zorgned, waarmee processen in het sociaal domein efficiënter kunnen worden afgehandeld. Ook zijn extra diensten zoals subsidies digitaal beschikbaar gemaakt. Deze ontwikkeling zetten we komend jaar voort, met als doel om nog meer gemeentelijke diensten digitaal toegankelijk te maken.
Een belangrijke ontwikkeling waar we dit jaar mee gestart zijn, is de vernieuwing van onze gemeentelijke website: brummen.nl. De oplevering staat gepland voor het eerste kwartaal van 2026. De website wordt gebouwd op opensource software. Hierdoor kunnen we in de loop van 2026 eenvoudig andere digitale diensten integreren. Zo komt er een publicatieplatform voor documenten in het kader van de Wet open overheid (Woo), waarmee inwoners zelfstandig informatie kunnen opzoeken. Ook wordt participatiesoftware toegevoegd om inwoners nog beter te betrekken bij beleid en besluitvorming. De nieuwe website gaat voldoen aan alle eisen voor digitale toegankelijkheid. Wij hebben een projectenlijst opgesteld met initiatieven die de komende jaren worden uitgevoerd. Deze projecten verbeteren de dienstverlening direct. Voorbeelden zijn het inzetten van e-diensten voor burgerzaken, het optimaliseren van APV-processen met e-formulieren en het ontsluiten van Geo-informatie naar buiten de organisatie. Daarnaast zijn er projecten die indirect bijdragen aan betere dienstverlening. Voorbeelden hiervan zijn het opzetten van een datawarehouse voor betere 57
stuurinformatie en het koppelen van informatiesystemen om informatie sneller beschikbaar te maken en daarmee dubbel werk te voorkomen. In 2026 wordt verder gewerkt aan de invoering van Microsoft 365, zodat informatie eenvoudiger gedeeld en bewerkt kan worden binnen de organisatie. Tot slot zorgen we voor de juiste randvoorwaarden voor digitalisering. We zorgen in 2026 dat we gaan voldoen aan de standaarden op het gebied van stabiliteit, veiligheid en privacy. Hiervoor worden projecten uitgevoerd om de ICT-infrastructuur te verbeteren en systemen aan te passen aan geldende regelgeving. Wat willen we bereiken? 1. Het realiseren van de speerpunten uit de I-visie (toegankelijke en eigentijdse dienstverlening, datagedreven organisatie, voldoen aan informatiewetgeving, efficiënte organisatie)
Wat gaan we doen? 1a. We brengen de informatiehuishouding op orde door helderheid en structuur aan te brengen in informatiestromen, -processen en -systemen en we trainen medewerkers in goed informatiebeheer. 1b. We zetten concrete stappen om de informatiebeveiliging en privacybeleid te professionaliseren, in lijn met BIO, NIS II en AVG.
Wanneer zijn we tevreden? 1a. De organisatorische inrichting is geborgd door een vastgelegde governance-structuur met duidelijke rollen en verantwoordelijkheden, een changemanagementproces met aantoonbare uitvoering en evaluatie, ingericht functioneel beheer met benoemde beheerders, actieve key-users per proces of afdeling, en formeel vastgelegde en nageleefde procesafspraken. 1b. We zetten de implementatie van de Wet open overheid (Woo) voort en we richten in 2026 een publicatieplatform in. Via dit platform voeren we onze actieve openbaarmaking uit, waardoor we ons besluitvormingsproces transparant maken voor de burger. Op deze manier dragen we bij aan een open en toegankelijke overheid. 1c. Alle medewerkers hebben verplichte trainingen gevolgd op het gebied van informatiebeheer, informatieveiligheid en AI-geletterdheid. HR kan via het nog te implementeren LMS-systeem de voortgang en voltooiing van deze trainingen monitoren. 1d. Eind 2026 is het volwassenheidsniveau van privacy naar niveau 3 gebracht.
58
Het financieel verloop van de basistaken Bedrijfsvoering en financiën Bedragen x €1.000 Exploitatie
Begroting 2026 Progr.begr. Begroting 2027 Progr.begr. Begroting 2028 Progr.begr. Begroting 2029 Progr.begr. 2026-2029 2026-2029 2026-2029 2026-2029
Basistaken bedrijfsvoering en financiën Lasten
11.253
11.777
11.890
12.015
Baten
56.156
58.965
59.487
61.674
409
476
327
237
Totaal Basistaken bedrijfsvoering en financiën
44.494
46.712
47.270
49.423
Saldo incl. bestemmingen
44.494
46.712
47.270
49.423
Stortingen
Financiële ontwikkelingen basistaken Bedrijfsvoering en financiën Informatisering en Automatisering Investering Nutanix Op 20 februari 2025 heeft uw raad besloten om het krediet Vervangingsinvestering I&A 2026 van € 150.000 een jaar eerder beschikbaar te stellen. Dit betekent een eenmalig nadeel van € 30.000 voor 2026 omdat de kapitaallasten ook een jaar eerder starten. Licenties en onderhoud ICT De kosten van licenties en onderhouden nemen toe door forse prijsstijgingen. Dit betekent een toename van de lasten van € 100.000. Daarnaast zijn er een aantal nieuwe applicaties aangeschaft. De licentiekosten hiervan zijn € 70.000 per jaar. Tot slot moeten we onze Microsoft-licenties upgraden naar een duurdere variant. Dit betekent een toename van licentiekosten van € 60.000. Daarnaast zijn er structureel € 50.000 extra aan kosten vanwege de overgang naar een nieuwe backup partner. Vanwege wettelijke voorschriften moet onze data nu tijdelijk twee keer als back-up opgeslagen zijn. Datagedreven werken De implementatie van data-gedreven werken kost € 50.000 per domein. We starten in 2025 en implementeren één domein per jaar. De licenties die benodigd zijn om op deze ontwikkeling te kunnen inspelen zijn € 25.000 per jaar.
Wet open overheid Het budget dat jaarlijks wordt ontvangen via de algemene uitkering voor de uitvoering van de Woo wordt vanaf 2026 ingezet om een Woo-coördinator aan te stellen. Personeel en organisatie Medewerkerstevredenheidsonderzoek Om eenmaal per twee jaar een medewerkerstevredenheidsonderzoek uit te voeren is een budget van € 30.000 benodigd. Kosten WW Gemeenten zijn eigenrisicodrager voor de WW. Dit betekent dat bij ontslag de volledige WWverplichting moet worden toegevoegd aan een voorziening. Dit valt € 50.000 hoger uit dan tot nu toe was geraamd.
59
Afzonderen werkkostenregeling (WKR) bestuur De Werkkostenregeling (WKR) is een landelijke fiscale regeling. Hiermee kan een werkgever vergoedingen en spullen geven aan medewerkers, zoals kerstpakketten of een fiets. Dit mag belastingvrij, maar alleen tot een bepaald maximum: de vrije ruimte. Komt een organisatie daarboven, dan betaalt de werkgever belasting (80%) over het extra bedrag. Ook de gemeenteraad en het college tellen mee voor deze WKR. Hun vergoedingen nemen een groot deel van de vrije ruimte in beslag. Daardoor blijft er minder over voor de medewerkers van de gemeente. Op advies van de VNG kiezen we ervoor om de WKR-kosten voor raad en college los te koppelen van de ambtelijke organisatie. Dat betekent dat we accepteren dat we hierover belasting moeten betalen. Hierdoor kan de hele vrije ruimte gebruikt worden voor medewerkers. We verwachten dat deze extra belasting (naheffing) € 63.000 kost. Dit bedrag betalen we door een formatieplaats, die al langere tijd onbezet is, definitief te schrappen. Indexatie salarislasten Bij de Perspectiefnota 2026-2029 was een stelpost opgenomen voor de indexatie van de salarissen naar 2029. Deze is in de begroting integraal verwerkt en daarmee kan de centrale stelpost vervallen.
Rente De verwachte rentelasten zijn gebaseerd op de te verwachte investeringen en de leningen die aflopen en waarvoor een herfinanciering afgesloten moet worden. In het verleden zijn leningen afgesloten met een positieve rente, de laatste hiervan lopen in 2026 af, als gevolg hiervan stijgen de rentelasten. Algemene uitkering In juni bent u als raad geïnformeerd over de effecten van de meicirculaire 2025 op de algemene uitkering uit het Gemeentefonds die wij de komende jaren ontvangen. De meicirculaire is integraal verwerkt in het meerjarenbeeld en de stelpost Voorjaarsnota die bij de Perspectiefnota was opgevoerd is komen te vervallen. Onroerende zaakbelasting (OZB) en toeristenbelasting In deze begroting wordt voorgesteld om de OZB en de toeristenbelasting extra te verhogen. De OZB wordt in 2026 en 2027 met respectievelijk 14% en 13% verhoogd. Dit betekent een structurele extra opbrengst van € 812.000 in 2026 en € 1.700.000 vanaf 2027. De toeristenbelasting wordt verhoogd met gemiddeld € 0,50 per persoon per nacht in 2026 en 2027. Op basis van circa 550.000 overnachtingen betekent dit een extra opbrengst van € 225.000 in 2026 en € 550.000 vanaf 2027. Hiervan wordt 25% afgestort in de reserve Toerisme en Recreatie en blijft zo beschikbaar voor toeristische projecten.
60
Beleidsindicatoren BBV nr.
Benaming
Toelichting
Jaar
1
Formatie
Fte per 1.000 inwoners
2023
9,15 Eigen gegevens
2024
9,24
2025
9,04
2026
8,99
2023
7,66 Eigen gegevens
2024
8,19
2025
7,73
2026
8,12
2023
€ 856 Eigen gegevens
2024
€ 945
2025
€ 1.026
2026
€ 1.042
2023
15,5% Eigen gegevens
2024
15,7%
2025
5,5%
2
3
4
5
Bezetting
Apparaatskosten
Externe inhuur
Overhead
Fte per 1.000 inwoners
Kosten per inwoner
% van totale begroting loonsom + totale kosten inhuur
% van de totale lasten
61
Waarde Brummen
Bron
2026
7,4%
2023
12,8% Eigen gegevens
2024
11,8%
2025
14,9%
2026
13,9%
Paragrafen
62
A. Lokale heffingen Algemeen In deze paragraaf worden de beleidslijnen beschreven die van belang zijn voor de gemeentelijke belastingen en heffingen. De wijzigingen van de belastingverordeningen worden in de jaarlijkse, afzonderlijke, raadsvoorstellen vastgesteld. De heffing en inning van gemeentelijke belastingen is uitbesteed aan Tribuut.
Onroerende Zaak Belasting (OZB) Onder de onroerende zaakbelastingen vallen twee belastingen. Voor woningen geldt een eigenarenbelasting en voor niet-woningen geldt, naast de eigenarenbelasting, ook een gebruikersbelasting. De onroerende zaakbelastingen (OZB) worden geheven als een percentage van de WOZ-waarde van de betreffende onroerende zaak. Bij de vaststelling van de percentages voor 2026 wordt rekening gehouden met de nieuwe waardepeildatum. De gemiddelde waardestijging over 2025 wordt in onze gemeente op 12% bij woningen geschat. Voor niet-woningen is de verwachting dat de waarde met 2% stijgt. Deze waardeontwikkeling zorgt niet voor extra inkomsten, omdat dit verrekend wordt in het tarief. Voor de opbrengst is in onderstaande berekening rekening gehouden met een stijging van 14%. Daarnaast is rekening gehouden met een areaaluitbreiding met een te verwachten extra opbrengst van € 75.000. Bedragen x €1.000 Opbrengst
Realisatie 2024
Baten
Begroting 2025 na wijz. 7.031
Begroting 2026 Progr.begr. 2026-2029
7.199
8.191
Toeristenbelasting De hoogte van de aanslag toeristenbelasting wordt bepaald door twee factoren. Het aantal overnachtingen door personen die niet in onze gemeente woonachtig zijn en het tarief per overnachting. In 2026 verhogen we de opbrengst van de toeristenbelasting met € 275.000. In de bepaling van het tarief worden de kampeeronderkomens en groepsaccommodaties ontzien. Het nieuwe tarief komt hierdoor uit op € 1,58 per overnachting voor kampeeronderkomens en groepsaccommodaties (2025: € 1,54) , € 2,69 per overnachting voor B&Bs en pensions (2025: € 1,99) en € 3,29 voor de overige verblijfsaccommodaties (2025: € 2,57). Van de totale opbrengst storten we 25% in de bestemmingsreserve Recreatie en Toerisme. Deze reserve zetten we in voor bestaande en nieuwe recreatieve voorzieningen. Bedragen x €1.000 Opbrengst
Realisatie 2024
Baten
Begroting 2025 na wijz. 1.349
63
1.330
Begroting 2026 Progr.begr. 2026-2029 1.634
Bedrijven Investeringszone (BIZ) Op basis van de Verordening Bedrijven Investering Zone (BIZ) Eerbeek 2021-2025 heffen we een directe belasting. Hiermee bevorderen we collectieve samenwerking tussen ondernemers en economische versterking van het centrum van Eerbeek. De opbrengst wordt conform het plan van aanpak door de ondernemers besteed aan activiteiten die het economisch functioneren van het centrum versterken. De BIZ-bijdrage bedroeg per onroerende zaak € 575. De huidige verordening loopt t/m 2025. Er wordt momenteel gewerkt aan de verlenging van de BIZ Eerbeek 2026-2030. Daarnaast wordt getracht per 2026 in het centrum van Brummen een BIZ in te stellen. Bedragen x €1.000 Opbrengst
Realisatie 2024
Baten
Begroting 2025 na wijz. 48
Begroting 2026 Progr.begr. 2026-2029 44
44
Afvalstoffenheffing Bij de afvalstoffenheffing is het beleidsuitgangspunt dat 100% van de toe te rekenen kosten van de afvalverwerking gedekt wordt met de heffing. Dekkingstekorten of -overschotten worden verrekend met de egalisatievoorziening Afvalstoffenheffing. Deze voorziening betrekken we bij de tariefstelling in de komende jaren en daarmee vangen we een deel van de kostenontwikkelingen de komende jaren op. Het afval wordt ingezameld door Circulus. Het aantal ledigingen per huishouden wordt vervolgens aan Tribuut aangeleverd. Tribuut legt een aanslag op voor de vaste bijdrage en een definitieve heffing op basis van het aantal ledigingen. De bijdrage afvalstoffenheffing bestaat uit een vast deel en een variabel deel op basis van het aantal aanbiedingen van rest- en groenafval. PMD en papier afval is gratis. De kostenontwikkeling in het kader van CO2 en milieuheffingen en de hogere indexering zijn zorgen er mede voor dat het tarief, rekening houdend met inzet van de voorziening afvalstoffenheffing, structureel gemiddeld met 7,5% stijgt. Bedragen x €1.000 Opbrengst
Realisatie 2024
Baten
Begroting 2025 na wijz. 1.918
Begroting 2026 Progr.begr. 2026-2029
1.920
2.014
Rioolheffing Net als bij de afvalstoffenheffing is ook bij de rioolheffing het beleidsuitgangspunt dat 100% van de toe te rekenen kosten worden gedekt met de heffing. Dekkingstekorten of -overschotten verrekenen we met de egalisatievoorziening rioolheffing. Deze voorziening betrekken we bij de tariefstelling in de komende jaren en daarmee vangen we een deel van de kostenontwikkelingen de komende jaren op. Vanaf 2025 wordt de rioolheffing door Tribuut geïnd. Het adagium 'de vervuiler betaalt' blijft gehandhaafd. De bijdrage rioolheffing bestaat uit een vast deel en een variabel deel op basis van waterverbruik.
64
Bij de berekening van de kosten is uitgegaan van de bedragen zoals opgenomen in het Programma Water en riolering inclusief de te nemen klimaatmaatregelen en inclusief het project Drinkbare IJssel. Verder is rekening gehouden met het lagere waterverbruik in voorgaande jaren. Vooral de lagere inkomsten vanuit de rioolheffing zorgt ervoor dat de heffing in 2026 met 14% moet stijgen. Bedragen x €1.000 Opbrengst
Realisatie 2024
Baten
Begroting 2025 na wijz. 3.175
Begroting 2026 Progr.begr. 2026-2029
3.643
3.732
Kostendekkendheid Voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing geven we hieronder de kostendekkendheid aan. Onder kostendekkendheid vallen meer kosten dan alleen de kosten van de riolering en afval zelf. Ook kosten van overhead, kwijtschelding, openbare reiniging, rente, btw en eventuele dividendopbrengsten worden doorberekend. Bedragen x 1.000 Berekening van de kostendekkendheid van een heffing
Afvalstoffenheffing
Kosten product
Rioolheffing
€ 1.928
€ 2.559
€ 1.928
€ 2.559
Overhead op organisatiekosten
€ 70
€ 320
Kosten openbare reiniging/straatvegen (taakveld 2.1)
€ 131
€ 196
Toevoeging aan voorziening Netto kosten taakveld (7.3/7.2) Toe te rekenen kosten:
Aandeel rente over investeringen (taakveld 0.5)
€ 298
BTW
€ 420
€ 470
Totale kosten
€ 2.548
€ 3.843
Opbrengst heffing
€ 2.014
€ 3.732
€ 156
€ 22
Opbrengst product, excl. heffingen Onttrekking aan voorziening Netto opbrengsten taakveld (7.3/7.2)
€ 378
€ 89
€ 2.548
€ 3.843
Opbrengst dividend (taakveld 0.5) Totale opbrengsten
€ 2.548
Dekkingspercentage
100%
€ 3.843 100%
Leges De opbrengst van de leges wordt jaarlijks verhoogd met de inflatiecorrectie. Voor 2026 een percentage van 2,6%. In de nieuwe legesverordening is rekening gehouden met de Omgevingswet. De tariefstijging bedraagt eveneens 2,6%, uitgezonderd de tarieven die het Rijk vaststelt. Bedragen x €1.000 Opbrengst leges
Realisatie 2024
Begroting 2025 na wijz.
Begroting 2026 Progr.begr. 2026-2029
Balieverkopen 608.0
380
348
354
Naturalisaties 608.1
23
18
18
Burgerlijke stand 608.3
93
64
64
Overige vergunningen 650.6 Bouwvergunningen en controle 612.0
65
3
14
5
613
671
671
Begraafrechten De graf- en begraafrechten zijn in 2020 verhoogd om de exploitatie van de begraafplaatsen naar verwachting per 2029 kostendekkend te krijgen. De tarieven worden jaarlijks geïndexeerd om prijsontwikkelingen in de markt te kunnen volgen. In 2026 is dit met 2,6%. Bedragen x €1.000 Opbrengst leges
Realisatie 2024
Baten
Begroting 2025 na wijz. 133
Begroting 2026 Progr.begr. 2026-2029
124
128
Het kwijtscheldingsbeleid Met ingang van 2024 verlenen wij geen kwijtscheldingen meer via het minimabeleid, maar hebben wij kwijtscheldingsbeleid ontwikkeld dat in lijn ligt met andere gemeenten binnen het werkgebied van Tribuut. Voor mensen die tussen de wal en het schip dreigen te raken geldt een overgangsregeling, die nog twee jaar doorloopt. Wij proberen daarbij wel binnen de wettelijke grenzen zoveel mogelijk rekening te houden met de situatie van mensen met een laag inkomen.
De lokale lastendruk Met het weergeven van de lokale lastendruk geven we aan welke belastingaanslag een gemiddeld huishouden in onze gemeente krijgt. Hierbij rekenen we een aantal algemene heffingen mee. Dit zijn de onroerende zaakbelastingen, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Het berekenen van een belastingaanslag is lastig omdat er geen gemiddeld huishouden bestaat. De gezinnen kunnen de hoogte van hun aanslag zelf mede bepalen door hun gedrag aan te passen. Het waterverbruik, de grootte van de container en het aantal keren dat deze geledigd wordt zijn hierbij bepalend. Om een berekening te maken moeten de volgende gegevens bekend zijn: a. Wat is de woz-waarde van de woning waarin het gezin woont; b. Is het gezin eigenaar van de woning; c. Welke containergrootte heeft het gezin voor het restafval en hoe vaak wordt deze aan de weg gezet; d. Welke containergrootte heeft het gezin voor het gft-afval en hoe vaak wordt deze aan de weg gezet; e. Wat is het waterverbruik van het gezin. Omdat we jaarlijks dezelfde uitgangspunten hanteren, kunnen we lokaal een vergelijking maken met voorgaande jaren. Onderdeel
2024
2025
2026
Rioolheffing (huish 4 pers, waterverbruik 150 m3)
€ 442
€ 457
€ 522
OZB-aanslag eigenaren gedeelte
€ 410
€ 421
€ 480
Afvalstoffenheffing (140 l container 8x groenafval/7x restafval)
€ 182
€ 196
€ 211
Totale aanslag
€ 1.063
€ 1.074
€ 1.213
Procentuele ontwikkeling t.o.v. het voorgaande jaar
12,6%
3,9%
12,9%
66
B. Weerstandvermogen en Risicobeheersing Inleiding De grondslag voor deze paragraaf vinden we terug in artikel 11 van het BBV. Deze paragraaf gaat over de actuele risico’s die we zien en het vermogen om deze risico’s op te vangen. Maar ook over het beleid dat hieraan ten grondslag ligt. En tenslotte hoe de financiële positie van de gemeente Brummen zich ontwikkelt aan de hand van 6 financiële kengetallen. De opbouw van deze paragraaf ziet er als volgt uit: • • • • •
het beleid dat op de weerstandscapaciteit en de risico’s van toepassing is; de inventarisatie van de weerstandscapaciteit; de inventarisatie van de risico’s; de weerstandsratio de financiële kengetallen
Beleid weerstandscapaciteit en risico's Het beleid rondom weerstandscapaciteit en risico’s is opgenomen in de nota Weerstandsvermogen en risicobeheersing. •
• • • •
• • •
Het college geeft in relatie tot de nota weerstandsvermogen en risicobeheersing in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van de begroting en het jaarverslag een actueel beeld van de financiële risico's in relatie tot de beschikbare weerstandscapaciteit. In de begroting wordt in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing de gewenste weerstandscapaciteit bepaald. We stimuleren risicobewustzijn, communiceren open over risico’s en de wijze waarop we met deze risico’s omgaan. Risico’s maken we expliciet zichtbaar in onze besluitvormingsprocessen met daarbij de wijze waarop we deze risico’s kunnen beheersen of op kunnen (en willen) vangen. We stimuleren niet alleen risicobewustzijn van de risico’s in onze eigen organisatie, maar ook van de risico’s in organisaties waarmee we ‘verbonden’ zijn en de mogelijke impact van deze risico’s op onze eigen organisatie. We accepteren dat een risicoprofiel nooit 100% volledig kan zijn. We leren van risico’s en incidenten die zich, ondanks een adequaat risicomanagement, hebben voorgedaan en nemen passende maatregelen om herhaling te voorkomen. Via de reguliere planning & control-cyclus wordt in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing gerapporteerd over de risico’s van de gemeente, de manier waarop deze beheerst worden en de mogelijke impact van de risico’s op de financiële positie van de gemeente.
Inventarisatie van de weerstandscapaciteit Bij de inventarisatie van de weerstandscapaciteit kijken we naar de mogelijkheden die we als gemeente hebben om de risico’s op te vangen. Hierbij kan een onderscheid gemaakt worden in incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Onder incidentele weerstandscapaciteit wordt verstaan de capaciteit die de gemeente heeft om eenmalige tegenvallers op te vangen. Onder structurele weerstandscapaciteit worden de middelen verstaan die permanent inzetbaar zijn om tegenvallers op te vangen.
67
De incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit: Incidentele weerstandscapaciteit
Bedragen x 1.000
Onderdeel
Verwachte omvang per 31-12-2025
Algemene reserve
€ 10.080
Behoedzaamheidreserve
€ 1.748
Totaal incidentele weerstandscapaciteit
€ 11.828
De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit: Structurele weerstandscapaciteit
Bedragen x 1.000
Onderdeel
2026
Post onvoorzien
€ 20
Totaal structurele weerstandscapaciteit
€ 20
De totale beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt: Totaal beschikbare weerstandscapaciteit
Bedragen x 1.000
Onderdeel
Verwachte omvang per 31-12-2025
Incidentele weerstandscapaciteit
€ 11.828
Structurele weerstandscapaciteit
€ 20
Totaal beschikbare weerstandscapaciteit
€ 11.848
Inventarisatie van de risico's Een keer per jaar maken we de balans op van de risico’s die we gedurende het jaar vaststellen. Dit doen we volgens een methode die opgenomen is in de Nota weerstandsvermogen en risicobeheersing. Hierin is ook bepaald dat de jaarlijkse risico-inventarisatie plaatsvindt bij de begroting. Risico’s kleiner dan € 25.000 nemen we niet mee in de inventarisatie, omdat we er vanuit gaan dat we die kunnen dekken binnen de exploitatiebegroting. Ontwikkeling De risico-inventarisatie is in deze programmabegroting geactualiseerd en bedraagt nu € 4.312.000. De geïnventariseerde risico’s bedroegen in de begroting 2025/Jaarstukken 2024 € 3.570.000. Het benodigde weerstandsvermogen stijgt doordat de verwachte impact van enkele bestaande risico’s toeneemt en er nieuwe risico’s zijn toegevoegd; dit betekent dat onze financiële blootstelling groter is dan vorig jaar. Tegelijkertijd speelt dat we met de bestemming van het positieve jaarrekeningresultaat in 2024 onze algemene- en bestemmingsreserves verder hebben kunnen aanvullen. Ten behoeve van dossiers met grote risico's - zoals informatiebeveiliging en privacybescherming, grondexploitaties, jeugd en Wmo - hebben we hierdoor meer middelen achter de hand om eventuele risico's op te vangen.
We beschikken over een algemene reserve en een behoedzaamheidsreserve om incidentele risico's die leiden tot kostenoverschrijdingen op te vangen.
68
Hieronder worden de risicogebieden met een risico-inschatting van tenminste € 100.000 benoemd. Bedragen x 1.000 Nr. Risicogebied
1
Risico/onzekerheid
Progra Impact mma (*€ 1.000)
Informatiebeveiliging 1. Informatie en/of -systemen niet en privacybescherming toegankelijk als gevolg van brand- of waterschade, of hack
2
Kans Risico(%) inschatting begroting 2026
Risicoinschatting begroting 2025
Verschil 2026 t.o.v. 2025
4
€ 3.000 50
€ 1.500
€ 1.500
€0
2. Onrechtmatige toegang of wijziging van gegevens en het optreden van datalekken door menselijk handelen, technische fouten of bedieningsfouten.
4
€ 2.825 10
€ 303
€ 303
€0
3
Calamiteiten
1. Grote calamiteit met potentieel grote impact op gemeentelijke eigendommen, dienstverlening en de leefomgeving. Denk aan pandemie, natuurbrand, treinongeluk, extreme weersomstandigheden.
1, 2
€ 3.235 15
€ 485
€ 323
-€ 162
4
Calamiteiten
2. Aansprakelijkheidsstelling bij letsel, materiële schade vervolgschade als gevolg van bijv. extremere weersomstandigheden
2
€ 250 30
€ 75
€ 75
€0
5
Jeugd en Wmo
Open einde regelingen
3
€ 700 50
€ 350
€ 402
€ 52
6
Algemeen
1. "Onbekende onzekerheden" zijn onzeker in hun verschijningsvorm en impact.
alle
€ 3.235 10
€ 323
€ 325
€2
2. Onzekerheid rijksbeleid zorgt voor: a. Onzekerheid en fluctuatie inkomsten (bijv. algemene uitkering, SPUKS, Asiel & migratie). b. Structurele taken uitvoeren met incidentele middelen c. efficiencyverlies/meer overhead als gevolg van dubbel werk, uitzoekwerk
alle
€ 425 50
€ 213
€0
-€ 213
7
8
Grondexploitaties
Niet realiseren geraamde opbrengstwaarde
2
€ 1.555 20
€ 311
€0
-€ 311
9
Inkoop en aanbestedingen
Niet of verkeerde procedure volgen met risico op claim en/of onrechtmatige inkoop.
4
€ 600 40
€ 240
€ 180
-€ 60
10 Personeel
Aantrekken en behouden gekwalificeerd personeel
4
€ 250 70
€ 175
€ 175
€0
11 Personeel
Efficiencyverlies door verandering werk in aanwezige en benodigde vaardigheden. Accelaratie door opkomst AI.
4
€ 310 30
€ 93
€ 93
€0
12 Bestuur
Kunnen voldoen aan wachtgeldverplichtingen
1
€ 150 70
€ 105
€ 54
-€ 51
13 Asiel & Migratie
Bestuursovereenkomst met COA komt niet tot stand, waardoor gemaakte voorbereidingskosten niet worden gedekt
2
€ 450 20
€ 90
€0
-€ 90
14 Ruimtelijke ontwikkeling
Omgevingsplan is niet op tijd gereed. Daardoor kans op niet mogen heffen leges.
2
€ 671
5
€ 34
€0
-€ 34
15 Minimabeleid
Door inzet op terugdringen niet-gebruik overschrijden we begroot budget. Is open einde regeling.
3
€ 75 20
€ 15
€0
-€ 15
16 Participatiewet
Tekort op het I-deel / Buig budget
3
€ 0 10
€0
€0
€0
17 Beheer sportaccommodaties
Financiële situatie Sportkompas
3
€0
€0
€ 140
€ 140
€ 4.312
€ 3.570
€ 741
Totaal risicoinventarisatie
€ 17.730
69
0
De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de vorige programmabegroting zijn: Opzet: Dit jaar hebben we de presentatie van de risico's verbeterd. Dit conform advies accountant. We hebben twee punten aanpassingen doorgevoerd: • •
We tonen bij elk risico de impact (hoe groot het financiële effect is) en de kans dat het gebeurt. We sorteren risico's niet naar programma, maar per risicogebied, van groot naar klein op financiële waarde.
We lichten de risico’s, wijzigingen t.o.v. voorgaand jaar en beheersmaatregelen hieronder toe. Informatiebeveiliging en privacybescherming We hebben hier twee typen risico’s in onderscheiden; extern en intern. Bij externe risico’s gaat het om inbreuk van buitenaf. Interne risico’s zijn direct te relateren aan ons eigen handelen. Extern omvat het risico op het niet meer toegankelijk zijn van informatie of systemen door invloed van buitenaf, bijvoorbeeld brand- of waterschade. Of een hack, zoals bij gemeente Hof van Twente, Openbaar Ministerie (recent), Universiteit van Maastricht, etc. Impact en kans van dit risico zijn ongewijzigd t.o.v. vorig jaar. Beheersmaatregelen voor dit risico: • • •
We beschikken over externe backup locaties. We werken aan nieuw bedrijfscontinuïteitsplan. We trainen medewerkers op i-bewustzijn (veiligheid)
Intern gaat het om risico’s die raken aan informatiebeveiliging en privacybescherming. Dit raakt o.a. onrechtmatig inzicht in gegevens, mutatie van gegevens, datalek en eventuele hieruit volgend risico op boete van de autoriteit persoonsgegevens. Dit risico is een samenvatting van vier verschillende vormen van risico’s. De verbintenis tussen deze risico’s is menselijk handelen, bewust of onbewust. Beheersmaatregelen voor dit risico: • • • •
We hebben scheiding van autorisatie- en loggingprocedures, We zetten in op privacy- en beveiligingsbewustzijnstraining voor medewerkers en Technische maatregelen zoals tweefactorauthenticatie. Periodieke auditing door de CISO en FG helpen ons als organisatie scherp te blijven.
Calamiteiten We maken hier onderscheid in twee typen risico’s. Het eerste risico omvat het optreden van calamiteit. Voorbeelden zijn een pandemie, treinongeluk of extreme weersomstandigheden. Het gaat dan om risico met potentieel grote impact op gemeentelijke eigendommen, onze dienstverlening en/of leefomgeving. En evt. herstelkosten als gevolg van deze calamiteit. We werken steeds vaker in een omgeving die snel verandert, onzeker en ingewikkeld is. Gelet hierop hebben we de kans van optreden verhoogd van 10% naar 15%. Het tweede onderscheiden risico omvat de aansprakelijkheidsstelling als gevolg van een calamiteit. Dit kan bijv. een risico zijn als gevolg van extreme weersomstandigheden, waarbij bomen omwaaien, gevaarzetting op wegen als gevolg van wateroverlast, etc. Aansprakelijkheid kan ook van toepassing zijn wanneer inwoner of derde als gevolg van werkzaamheden gemeente of onvoldoende onderhoud gewond zou raken. 70
De beheersmaatregelen van deze risico’s hangen met elkaar samen. Het gaat o.a. om: • • • • • •
actueel houden rampenplan en oefeningen, preventie (bijv. natuurbrandbeheersing), het uitvoeren van klimaatadaptatieplan riool en water, onderhoud openbaar groen, afkoppelen hemelwater, etc. aansprakelijkheidsverzekering
Jeugd en Wmo De regelingen rond Jeugd en Wmo zijn open einde regelingen. Ten aanzien van Jeugd hebben we afgelopen jaren meermaals onze begroting moeten aanpassen op toegenomen kosten jeugdhulpverlening. Enerzijds als gevolg van prijsindexatie, anderzijds volumegroei. Met de laatste aanpassingen in de begroting 2025 en actualisatie van de begroting 2026 op prijsindexatie en volumegroei, denken we het risico op deze twee specifieke gebeurtenissen te hebben afgedekt. Onzeker blijft onvoorziene volumegroei via gezinnen die in Brummen komen wonen waarvan de kinderen specialistische hulpverlening nodig hebben. Een gezin kan de gemeente al gauw tonnen (in euro’s) extra kosten. Dit risico blijft bestaan. Bij de Wmo gaat het om het risico dat we méér hulpmiddelen en voorzieningen verstrekken. Hoewel we afgelopen jaren binnen begroting zijn gebleven op dit punt, worden onze inwoners ouder. Daarmee ontstaat het risico dat we meer moeten verstrekken dan voorzien. Beheersmaatregelen voor dit risico: • • • • •
Uitvoering van visie sociaal domein, transformatie sociaal domein via hervormingsagenda jeugd traject met GALAN-groep Gezond en Actief Leven Aanpak Aanvullend zorg en welzijnsakkoord, etc.
Algemeen Dit risicogebied raakt alle programma’s. Het gaat om de onbekende onzekerheden; een gebeurtenis of omstandigheid waarvan we niet weten dát die bestaat, en waarvan we dus ook niet weten dat we er geen kennis over hebben. Het verschilt van een calamiteit in de zin dat het risico wél bekend is en waarvoor vaak scenario’s bestaan. Aanvullend hebben we het risico van onzekerheid van rijksbeleid opgenomen. Op verschillende vlakken hebben we afgelopen jaren gemerkt dat beleid en regelgeving wordt aangekondigd en er last minute wijzigingen plaatsvinden met grote impact op voorspelbaarheid en continuïteit van de beleidsvoorbereiding en uitvoering. Beheersmaatregelen voor dit risico: • • •
We houden vast aan afspraak met provincie van een robuust weerstandratio van 1,6. Tegelijkertijd stellen we prioriteiten om de werkdruk acceptabel te houden, terwijl We doen wat we moeten doen om ondanks onzekerheden (wettelijk) beleid en taken ten uitvoer te brengen.
Grondexploitaties Vorig jaar hebben we het risico op het niet realiseren van de opbrengstwaarde van grondexploitaties niet opgenomen in het benodigde weerstandsvermogen. Er was geen aanleiding in verband met 71
voldoende afdekking van risico’s bínnen de verschillende grexen zelf en voldoende omvang van de bestemmingsreserve. Dit jaar nemen we het risico wél weer mee. Aanleiding is een nieuwe methode rond bepalen van risico’s in de grondexploitaties (zie laatste MPG) én minder middelen beschikbaar in de bestemmingsreserve grondexploitaties. Beheersmaatregelen voor dit risico: • • •
We voeren gematigd grondbeleid. Dit betekent dat we prijsstijgingen van grond gematigd doorvoeren in onze opbrengst. We voeren periodieke risicoanalyses uit per grondexploitatie. Ten slotte hebben we een bestemmingsreserve om (eerste) verliezen op te vangen.
Inkoop en aanbesteding De waarde van het risico is gelijk, maar de kans is verhoogd van 30% naar 40%. We hebben nu ook onrechtmatigheid opgenomen als mogelijk gevolg van een verkeerde aanbestedingsprocedure. De recht-matigheidsverantwoordingen over 2023 en 2024 lieten zien dat dit nog niet volledig op orde is. Beheersmaatregelen voor dit risico: • • • • •
Sinds 2024 is de positie van inkoopadviseur ingevuld. We werken nu aan meer zichtbaarheid van de inkoopfunctie in de organisatie. We zetten in op training van (nieuwe) medewerkers. Door intensivering van de interne controle monitoren we de ontwikkeling. We professionaliseren het contractbeheer en -management.
Personeel De risico’s zijn gelijk gebleven. De arbeidsmarkt is krap, vooral voor specialistische functies. Het behoud van zittend personeel is belangrijk. Daarnaast zal de komst van kunstmatige intelligentie invloed hebben: hogere productiviteit, maar ook nieuwe opleidingsbehoeften. Beheersmaatregelen voor dit risico: • • • •
Inhuur van personeel om tekorten op te vangen. Strategisch personeelsbeleid Prioriteiten in uitvoering. Werving en behoud (goed werkgeverschap, doorgroeimogelijkheden, onboarding).
Bestuur Het risico op vroegtijdig terugtredende bestuurders is onverminderd groot. Landelijk beeld is dat ongeveer 40% stopt vóór einde van de bestuursperiode. Beheersmaatregelen voor dit risico: •
Treffen voorziening
Asiel & Migratie Nieuw risico: de ontwikkeling van een AZC. We maken nu al kosten, terwijl de bestuursovereenkomst met het COA nog niet rond is. Er is een risico dat er geen overeenkomst komt en wij de inmiddels gemaakte (voorbereidings)kosten zelf moeten dragen. Beheersmaatregelen voor dit risico: •
Opvangen uit de behoedzaamheidsreserve.
72
Ruimtelijke ontwikkeling We werken aan nieuwe omgevingsplannen. Als die niet op tijd klaar zijn, kan de toezichthouder ons verplichten ingediende aanvragen te behandelen zonder leges te mogen innen. Dit betekent inkomstenverlies en extra werk via Buitenplanse Omgevingsactiviteit (bopa). Beheersmaatregelen voor dit risico: • •
Zorgen dat het omgevingsplan toch op tijd gereed is. Legesverordening robuuster maken.
Minimabeleid We zetten in op terugdringen niet-gebruik. Doordat het minimabeleid een open einde regeling is, bestaat de kans dat we ons budget overschrijden. Ervaring was dat budget afgelopen jaren niet volledig benut is. Daarmee vermoeden we voldoende budget beschikbaar te hebben. Echter, we stimuleren nu het risico. Beheersmaatregelen voor dit risico: • •
Eenmalige overschrijding kan via behoedzaamheidsreserve opgevangen worden. Daarna zal gekeken moeten worden naar structurele oplossing.
Participatiewet Ook een open einde regeling. Op dit moment is er landelijk voldoende budget, met een vangnetregeling als extra zekerheid. We zetten in op begeleiding naar werk, maar mogelijk valt dit tegen door onvoldoende aansluiting met arbeidsmarkt. Beheersmaatregelen voor dit risico: •
Begeleiding naar werk.
Beheer sportaccommodaties Het risico op financiële tekorten bij Sportkompas is vervallen door een raadsbesluit in juni 2025.
De weerstandsratio In de beleidskaders van de nieuwe nota Weerstandsvermogen en risicobeheersing is opgenomen dat de gewenste weerstandscapaciteit in de begroting bepaald wordt. De gewenste weerstandscapaciteit drukken we uit in de weerstandsratio. De weerstandsratio berekenen we door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door het bedrag aan geïnventariseerde risico’s. Als de beschikbare weerstandscapaciteit precies genoeg is om alle risico’s te dekken dan is de weerstandsratio 1. In het financieel herstelplan van juni 2021 heeft de raad vastgesteld dat er in 2028 ruim voldoende weerstandsvermogen gerealiseerd moet zijn. Dit betekent een weerstandsratio van tenminste 1,6. Op basis van de geraamde beschikbare weerstandscapaciteit in 2026 en de risico-inschatting in deze begroting bedraagt de weerstandsratio 2,7. Weerstandsratio
Bedragen x 1.000
Onderdeel
2025
Totaal beschikbare weerstandscapaciteit
€ 11.848
Totaal risico-inschatting begroting 2025
€ 4.312
Weerstandsratio
2,7
73
Financiële kengetallen Het BBV schrijft voor dat gemeenten een aantal financiële kengetallen opnemen. Deze kengetallen geven gezamenlijk een beeld van de financiële positie van de gemeente en maken het mogelijk om verschillende gemeenten met elkaar te vergelijken. Op de websites Findo en Gelderse financiën kunnen de cijfers vergeleken worden met alle Nederlandse of de Gelderse gemeenten. Eén afzonderlijk kengetal zegt niet alles. Voor een goed beeld moeten de kengetallen in samenhang worden beoordeeld. De provincies hanteren signaleringswaarden voor de kengetallen. Deze zijn opgenomen in het gemeenschappelijk financieel toezichtkader (GTK 2020 Gemeenten). De signaleringswaarden lichten we onder de kengetallen toe. In onderstaande tabel zijn de financiële kengetallen van de gemeente Brummen opgenomen voor de meerjarenbegroting 2026-2029 met daarbij de vergelijkende cijfers vanuit de begroting 2025 en jaarstukken 2024. Financiële kengetallen gemeente Brummen
Jaarstukken 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
1a – Netto schuldquote, exclusief verstrekte leningen
46,9
75,9
66,3
70,5
72,8
71,5
1b – Netto schuldquote, inclusief verstrekte leningen
52,6
81,9
71,9
76,0
78,3
76,8
2 – De solvabiliteitsratio
26,0
23,4
21,3
20,9
20,8
19,8
3 – Kengetal Bouwgrondexploitatie
6,5
10,1
10,2
10,0
10,0
9,7
4 – Structurele exploitatieruimte
0,0
2,3
0,6
0,7
-1,4
-1,4
106,9
106,9
115,2
123,7
115,1
114,8
5 – Belastingcapaciteit – Woonlasten meerpersoonshuishoudens
Toelichting op de financiële kengetallen 1a – Netto schuldquote, exclusief verstrekte leningen De netto schuld geeft het niveau van de schuldenlast van de gemeente weer ten opzichte van de eigen middelen. Bij de netto schuldquote worden alle schulden, verminderd met geldelijk bezit, afgezet tegen alle baten (exclusief mutaties reserves). De volgende signaleringswaarden gelden; • hoger dan 130%: meest risicovol, • tussen 90% en 130%: neutraal, • lager dan 90%: minst risicovol. 1b – Netto schuldquote, inclusief verstrekte leningen Om inzicht te krijgen in welke mate er sprake is van doorlenen van kapitaal, wordt de netto schuldquote zowel exclusief (1a) als inclusief (1b) verstrekte leningen weergegeven. Zo wordt duidelijk wat het aandeel is van de verstrekte leningen en wat dit betekent voor de schuldenlast van de gemeente. Hiervoor gelden dezelfde signaleringswaarden als onder 1a. 2 – Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het geeft het eigen vermogen weer als percentage van het balanstotaal. De volgende signaleringswaarden gelden; • lager dan 20%: meest risicovol, • tussen 20 en 50%: neutraal, • hoger dan 50%: minst risicovol.
74
3 – Grondexploitatie Het kengetal geeft aan het aandeel van boekwaarde van de gronden in exploitatie ten opzichte van de totale baten van de gemeente (exclusief mutaties reserves). De volgende signaleringswaarden gelden; • hoger dan 35%: meest risicovol, • tussen 20% en 35%: neutraal, • lager dan 20%: minst risicovol. 4 – Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de begroting is. Ook geeft het aan of de gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te vangen en/of er ruimte is voor nieuw beleid. Voor de berekening delen we het saldo van structurele baten en lasten vermeerderd met het saldo van structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves door de totale baten. De volgende signaleringswaarden gelden: • lager dan 0%: meest risicovol, • 0%: neutraal, • hoger dan 0%: minst risicovol. 5 – Belastingcapaciteit – Woonlasten meerpersoonshuishoudens Dit kengetal geeft aan wat de woonlasten in de gemeente Brummen zijn, uitgedrukt in een percentage van het landelijk gemiddelde van het voorgaande jaar. De cijfers van de Brummense lokale lastenmonitor in de paragraaf A. Lokale heffingen, vormen de basis van de berekening. De volgende signaleringswaarden gelden; • hoger dan 105%: meest risicovol, • tussen 95% en 105%: neutraal, • lager dan 95%: minst risicovol.
Beoordeling financiële kengetallen De financiële kengetallen laten zien dat de financiële positie van de gemeente Brummen momenteel voldoende is. In 2026 is er sprake van een iets lagere netto schuldquote, een redelijke solvabiliteitsratio, beperkte risico's vanuit de grondexploitaties en enige structurele exploitatieruimte. Alleen de belastingcapaciteit scoort hoog vanwege de stijging van de OZB, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. Voor de komende jaren zien we de schuldquote en de solvabiliteitsratio iets verslechteren en het kengetal bouwgrond iets verbeteren. De structurele exploitatieruimte wordt vanaf 2028 een uitdaging. De belastingcapaciteit piekt in 2027 vanwege de extra geplande verhoging van de OZB. Vanaf 2028 neemt dit kengetal echter weer af door een verwachte afname van de rioolheffing. De verwachting is overigens dat landelijk (veel) meer gemeenten genoodzaakt zijn de lokale belastinginkomsten te vergroten. Dit blijkt bijvoorbeeld ook uit de perspectiefnota's van omliggende gemeenten. Dit vanwege de toenemende taken die gemeenten krijgen en het feit dat het Rijk dat maar ten dele financieel compenseert. Als in veel gemeenten de belastingen omhoog gaan, dan neemt het kengetal af en geeft dat voor Brummen weer een ander (beter) beeld dan het nu lijkt.
75
C. Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen Deze paragraaf gaat in op het beleidskader en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties met betrekking tot onze ‘grotere’ kapitaalgoederen. Hierbij denken we aan de kosten van aanleg en instandhouding van wegen, riolering, water, groen en gebouwen. Een groot deel van het ‘vermogen’ van onze gemeente bestaat uit het bezit van wegen, rioleringen, groenvoorzieningen en gebouwen. Een zorgvuldig beheer en onderhoud hiervan vinden we dan ook belangrijk, ook de provincie ziet hier vanuit haar toezichthoudende taak op toe. Daarnaast wordt de kwaliteit van het openbaar gebied door inwoners vaak het meest intensief beleefd. Zwerfvuil, loszittende stoeptegels, boomwortels, slecht onderhouden gebouwen, moeilijk toegankelijke gemeentelijke gebouwen: deze onderwerpen raken inwoners direct. De kosten van instandhouding van wegen, groen, riolering en gebouwen berekenen we aan de hand van beheer- en uitvoeringsplannen. De hoogte van de onderhoudskosten zijn voor een deel te beïnvloeden door keuzes te maken in het niveau van onderhoud. In de beheerplannen hebben we de kwaliteit van het beheer van de openbare voorzieningen benoemd. De onderhoudsstaat van de voorzieningen wordt volgens landelijke normen (CROW) gemeten en geanalyseerd. De vastgestelde kwaliteitsniveaus en resultaten van de metingen zijn het toetsingskader voor bestuur en medewerkers.
In 2017 hebben we een Integrale visie Beheer Openbare Ruimte opgesteld. In deze visie staan de kaders waarbinnen het beheer van de openbare ruimte plaatsvindt. Hierin staat de ambitie om de buitenruimte beter toekomstbestendig en duurzaam te maken.
Wegen In het tweede kwartaal van 2025 is het gemeentelijk wegenbestand geïnspecteerd en in het derde kwartaal wordt deze uitgewerkt. De mobiliteitsvisie is vastgesteld en nu wordt in de tweede helft van 2025, mede op basis hiervan, het beheer en beleidsplan wegen 2026-2030 opgesteld. Op basis van de inspectie en het nieuwe beheerplan wegen wordt de onderhoudsplanning voor 2026 en 2027 opgesteld. Voor de financiering van de uitvoering voegen we jaarlijks een bedrag toe aan de voorziening Onderhoud wegen. Uit deze voorziening bekostigen we het groot onderhoud van de asfalt- en elementen-verhardingen en ook de oppervlaktebehandelingen. Financiële overzichten vindt u elders in deze begroting in het hoofdstuk Financiële positie. Naast het uitvoeringsbudget voor repeterend onderhoud is er een incidenteel renovatiebudget voor het herinrichten van wegen beschikbaar (€ 2,6 mln/jr). Bij deze renovaties wordt gekeken hoe de wegen passend bij hun verkeersfunctie op een duurzame en klimaatbestendige wijze heringericht kunnen worden. Op basis van de resultaten van het in 2024 opgestelde Mobiliteitsplan worden de geselecteerde wegen nader beoordeeld en geprioriteerd. In 2025 wordt er gestart met het renoveren van de Veldkantweg, in 2026 met de Zutphensestraat en in 2027 met de Loenenseweg. Het asfaltonderhoud en de straat- en andere werkzaamheden worden in de markt gezet en aanbesteed.
76
Beheerplan wegen (x 1.000)
Begr 2026
Begr 2027
Begr 2028
Begr 2029
Groot onderhoud (via voorziening) Stand per 1 januari
€ 587
€ 651
€ 497
€ 396
Toevoeging voorziening
€ 868
€ 868
€ 868
€ 868
Onttrekking voorziening
€ 804
€ 1.022
€ 969
€ 954
Stand per 31 december
€ 651
€ 497
€ 396
€ 310
€ 1.160
€ 1.229
€ 1.262
€ 1.322
€ 272
€ 384
€ 1.037
€ 1.293
Reguliere exploitatie en onderhoud Kapitaallasten Dotatie voorziening Totale onderhoudslasten
€ 868
€ 868
€ 868
€ 868
€ 2.300
€ 2.481
€ 3.167
€ 3.483
Bruggen In 2020 zijn de bruggen over het Apeldoorns kanaal geïnspecteerd op mogelijke gebreken. Groot onderhoud voorzien we niet eerder dan in 2032.
Openbare reiniging Het reinigen van de openbare ruimte (verwijderen zwerfvuil) en het vegen van wegen wordt uitgevoerd op beeldniveau B. Dat is het basisniveau. De dorpscentra en de toegangswegen zijn hier een uitzondering op. Daar geldt beeldniveau A. Er zijn veel vrijwilligers actief binnen en buiten de bebouwde kom die zwerfvuil ruimen. In de herfstperiode wordt de veegwagen ingezet voor het verwijderen van blad. Blad op gazon is waar mogelijk verkleind en ter plaatse gelaten als meststof voor het gazon. Aandachtpunt is en blijft het tegen gaan van illegale stort van met name tuinafval in de openbare ruimte. Middels voorlichting, het bieden van alternatieve verwerkingsmogelijkheden en gerichte handhaving proberen we deze vervuiling tegen te gaan.
Huishoudelijk afval Op 1 januari 2026 moet het nieuwe grondstoffenplan 2026-2030 ingaan. Het beleidsplan is eind 2025 vast te stellen. Maatregelen zijn gericht op het aantrekkelijk maken voor inwoners om afval en grondstoffen beter te scheiden. Daarbij houden we rekening met de kwetsbaren in de samenleving.
Openbare straatverlichting Op basis van het beleidsplan openbare verlichting verduurzamen we het bestand van lichtmasten en armaturen. De nieuwe armaturen met Ledverlichting zijn in 2025 ingekocht en het vervangen van de conventionele armaturen wordt in de eerste helft van 2026 afgerond. Het gehele areaal van de gemeente Brummen is dan voorzien van Ledverlichting. Het regulier onderhoud van de verlichting (o.a. vervangen kapotte armaturen) wordt uitgevoerd middels het in 2024 aanbestede onderhoudsbestek. Beheerplan openbare verlichting (x 1.000)
Begr 2026
Begr 2027
Begr 2028
Begr 2029
Reguliere exploitatie en onderhoud
€ 257
€ 262
€ 268
€ 274
Kapitaallasten
€ 138
€ 145
€ 151
€ 149
Totaal
€ 395
€ 407
€ 419
€ 423
77
Riolering In december 2022 heeft de gemeenteraad het Programma Water & Riolering 2023 – 2027 vastgesteld. Iedere vijf jaar stellen we het programma opnieuw op. Dat geeft ons de kans om nieuwe ontwikkelingen in beleid op te nemen en vooruitstrevend te blijven in de manier waarop wij met onze watertaken omgaan. In het programma Water & Riolering is de visie op onze zorgtaken meegenomen. Doelen van dit beleid: Het beschermen van de volksgezondheid tegen infectieziekten. Het schoonhouden van de bodem en het oppervlaktewater. Het voorkomen van schade door hevige regenval en/of bij extreme droogte. Het voorkomen en beperken van structureel nadelige gevolgen van grondwater voor de aan de grond gegeven bestemming. Met dit beleid zorgen we ervoor dat deze functies gewaarborgd blijven. We dragen zo bij aan een veilige en gezonde leefomgeving, nu en in de toekomst. Voor onderhoud aan rioolgemalen, (correctief) onderhoud en onderzoek aan het rioolstelsel zijn binnen de exploitatiebegroting jaarlijkse budgetten beschikbaar. Voor toekomstige renovaties van rioolstelsels is een voorziening beschikbaar die jaarlijks wordt gevoed ten laste van de exploitatiebegroting. De storting wordt jaarlijks gebaseerd op gegevens uit het rioolbeheerpakket en het kostendekkingsplan uit het programma Water & Riolering. De kosten voor het rioolstelsel worden voor 100% gedekt door de rioolheffing.
Hierbij hanteren we het principe “de vervuiler betaalt”. Beheerplan riolering (x 1.000)
Begr 2026
Begr 2027
Begr 2028
Begr 2029
Groot onderhoud (via voorziening) Stand per 1 januari
€ 1.712
€ 928
€ 528
€ 544
Toevoeging voorziening
€ 930
€ 930
€ 400
€ 400
Onttrekking voorziening
€ 1.714
€ 1.331
€ 384
€ 384
Stand per 31 december
€ 928
€ 528
€ 544
€ 560
€ 1.051
€ 1.102
€ 1.013
€ 1.037
€ 578
€ 637
€ 732
€ 738
Reguliere exploitatie en onderhoud Kapitaallasten Dotatie voorziening Totaal
€ 930
€ 930
€ 400
€ 400
€ 2.559
€ 2.669
€ 2.145
€ 2.175
Bermen en sloten De biodiversiteit staat onder druk. Om de biodiversiteit te verbeteren wordt een biodiversiteitsplan voor de gemeente opgesteld. Samen met lokale partijen worden mogelijke versterkingsacties in beeld gebracht en uitgewerkt tot een uitvoeringsplan. Besluitvorming wordt rond de jaarwisseling 2025-2026 verwacht. Eén van de gebieden waar winst behaald kan worden ten aanzien van de biodiversiteit is het bermen slootbeheer. Door gericht verschralingsbeheer is de stap gezet naar een grotere soortenrijkdom. Door gewijzigde wetgeving is het vanaf juni 2025 niet meer toegestaan bermen te klepelen tenzij de verkeersveiligheid in het geding is. Uitzichthoeken en de eerste meter vanaf de weg mogen nog wel
78
geklepeld worden. Het vrijkomende maaisel van bermen en sloten wordt zo veel mogelijk op agrarische gronden in onze gemeente verwerkt. De afwateringsfunctie van sloten in het buitengebied bleek tijdens de natte perioden in 2023 en 2024 niet overal optimaal. In 2025 is in samenspraak met het Waterschap een onderzoek gestart naar het functioneren van de gemeentelijke watergangen. Op basis van de resultaten van dit onderzoek worden mogelijke onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd. Ingespeeld moet worden op gewijzigde klimaatomstandigheden waarbij het voorkomen van schade door een te veel aan water en anti-verdrogingmaatregelen beiden belangrijk zijn. Op diverse locaties zijn ongewenste invasieve exoten in bermen en sloten aanwezig. De hoeveelheid Japanse duizendknoop is te veel om met het beschikbare budget en de beschikbare capaciteit ze overal effectief te bestrijden. Op kwetsbare (natuur-) locaties en binnen de bebouwde kom wordt ingezet op het uitroeien van de duizendknoop terwijl op overige locaties door gericht maaibeheer er sprake is van het beheersen van de overlast. Beheerplan groen, bermen en sloten (x 1.000)