Rvs 15072021 Vaststellen beleid voor Vrijgekomen Agrarische Bebouwing (VAB) incl bijlagen
Tekst van het document
Datum
Verstedelijking afweegbaar. Gemeenten komen daardoor zelf aan zet om
20 april 2021
gebaseerd op de diep-rond-breed methodiek vit de Brabantse Omgevingsvisie
Ons kenmerk
afweging te maken waar stedelijke ontwikkelingen het beste een plek kan krijgen.
C2278033/4870478
een
Werklocaties & bedrijventerreinen
De provincie maakt samen met de gemeenten jaarlijks regionale
(bedrijventerreinen) afspraken in het kader van de Regionale Omgevingsagenda. Wij constateren dat het Ontwerp niet in lijn is met de principes zoals die zijn vastgelegd in de Regionale afspraken bedrijventerreinen 2019-2023. Daarnaast is op de laatste Ontwikkeldag van 18 december 2020 ingestemd met de lijn voor kwalitatief gestuurde programmeringsafspraken. De gedetailleerde uvitwerking in een nieuwe programmerings- en investeringsagenda zal voorliggen op de komende Ontwikkeldag op 9 juli 2021. Op basis hiervan krijgen de beoogde bedrijventerreinenontwikkelingen tot 2030 (Rithmeesterpark Il, Steenakker-Noord, Frankenthalerstraat en Bavel) een (gewijzigde) juridische status of nog niet.
In de huidige afspraken is vraaggerichte ontwikkeling het vitgangspunt. Onzes inziens komt bewoordingen in het Ontwerp als ‘ijzeren voorraad’ daar niet mee overeen.
Daarnaast verwijst het Ontwerp naar een vervallen afsprakenkader vit
2016 en prognoses van 2014. Op grond van de meest actuele provinciale
bedrijventerreinenprognose (2018) herkennen wij de geschetste kwantitatieve opgave voor bedrijventerreinen tot 2030 (uvitbreidings- en vervangingsvraag) niet.
In het Ontwerp wordt gesteld dat de logistieke vraag van meer dan 5 hectare,
die niet gericht is op de stadsregio, wordt doorverwezen naar elders. Heeft de
gemeente Breda ook een visie op welke brownfields deze logistieke vraag kan landen en waar liever niet? En hoe gaat hierop gestuurd worden? De hoofdambitie van een ‘stad in een park’ is voor woningbouw beeldend doorgevoerd met onder meer een uvitwerking in hovenstructuren. We zijn benieuwd hoe deze hoofdambitie 66k vitwerkt naar de bedrijfsomgeving. Dit
lezen wij op dit moment nog onvoldoende terug. De gemeente benoemt dat zij werklocaties toekomstgericht wilt maken. We zijn
benieuwd wat haar ambitie op dit gebied is en hoe ze haar rol hierin ziet. Ook
thema’s die op werklocaties spelen zoals de energietransitie en verduurzaming, mobiliteit en bereikbaarheid, ruimtelijke kwaliteit en arbeidsmigrantenhuisvesting missen we nog in uw ambitiedocument.
4/18
Provincie Noord-Brabant
Het uvitgangspunt dat tot 2030 voornamelijk zonnepanelen op daken worden Dit past binnen het vitgangspunt van zorgvuldig
geredliseerd spreekt ruimtegebruik in onze Omgevingsverordening. Bij nieuwvestiging van bedrijven is een voldoende dragende dakconstructie voor zonnepanelen verplicht. Ook zijn we positief over het idee om een herstructureringsfonds op te richten. We merken echter op dat locaties, die worden geherstructureerd, nog geen duidelijk profiel krijgen in uw visie. ons aan.
Datum
20 april 2021 Ons kenmerk
C2278033/4870478
Uw inzet om het aantal retailmeters in te krimpen om onnodige leegstand te
voorkomen onderstrepen wij. Economie & innovatie
In het Ontwerp is voldoende opgenomen over economische perspectieven, arbeidsplaatsen, voorzieningen, brede welvaart en verstedelijkingsstrategie. In de onlangs verschenen Actie- en Investeringsagenda Coronaherstel is, met uw gemeente, een aantal projecten geduid voor opwerking, financiering en verkenning naar mogelijkheden. Voorbeelden van deze projecten zijn: o
Smart city monitor
Hybride leeromgeving BUAS met ‘Al Gaming campus’ o Uitrol ESCO via energieloket in Hoge Vught o Verdiepen van tracé Nieuwe Mark Deze projecten komen onvoldoende terug in het Ontwerp, terwijl daar wel inzet op gepleegd wordt. o
Binnen het Ontwerp wordt wel de verbinding gelegd met logistieke spelers en
distributiecentra, maar onvoldoende ingegaan op wenselijkheid en de druk op ruimte.
Eerder maakte uw gemeente bij ons kenbaar wensen te hebben ten aanzien van het incubatorgebouw voor start- en scale-ups, bijvoorbeeld gebouw C of de
Koepel. In het Ontwerp wordt daar echter niet op ingegaan. Ten slotte zijn wij tevreden met de passages over kennis hubs en Innovatiedistrict
Breda. Hierbij nodigen wij u uit om gezamenlijk met ons op te trekken.
Openbaar Vervoer We zijn blij dat de gemeente Breda in het Ontwerp de ambities voor HOV in de
regio en versterking van de hubs verder vormgeeft. We werken dit graag samen met u en de regio West Brabant verder uit als onderdeel van ons gezamenlijk traject ‘transitie naar gedeelde mobiliteit’. In de definitieve Omgevingsvisie zouden de stedelijke ontwikkelopgave steviger
verbonden kunnen worden aan de mobiliteitsopgave. Grote ontwikkellocaties
mogelijk worden geconcentreerd rondom de OV-hubs, ook de potentiele hoogbouwlocaties rondom A16 en A27. Gedeelde mobiliteit kan moeten zo veel
5/18
Provincie Noord-Brabant
daarnaast een grote rol vervullen in het versterken van de stad en onderlinge
Datum
samenhang (ambitie Ongedeeld Breda).
20 april 2021
Breda hecht in het Ontwerp terecht veel waarde aan een goede bereikbaarheid
Ons kenmerk
de stad en in het bijzonder het centrum per openbaar vervoer.
van
C2278033/4870478
We maken ons daarom ernstige zorgen over de plannen zoals die in de
mobiliteitsvisie zijn beschreven voor de afsluiting van de Karnemelkstraat voor busverkeer en die ook op de kaarten in het Ontwerp is verwerkt. We begrijpen
de ambitie om ook dit deel van het centrum verkeersluwer te maken, maar constateren dat een dergelijke ingreep een grote negatieve invloed heeft op de
directe bereikbaarheid van het centrum vanuit verschillende richtingen, de
belangrijke overstapfunctie die de haltes Centrum en Vlaszak hebben, de reistijd reizigers en de exploitatiekosten voor het openbaar vervoer. Bij onze gezamenlijk streven naar verbetering van het openbaar vervoer, is de centrumroute van het openbaar vervoer voor ons van cruciaal belang voor een snel en hoogwaardig openbaar vervoersysteem. Zoals met u is afgesproken in
voor
het kader van de mobiliteitsdeal Breda wordt dit ook meegenomen in een breder
onderzoek naar de HOV ontsluiting van Breda (in de foekomst maar ook in de
huidige situatie), ook in relatie fot de grotere mobiliteitshubs. We gaan ervanuit dat dit op korte termijn opgestart kan worden. Fiets
De fiets als onderdeel van het mobiliteitssysteem zit wel opgenomen in het verhaal maar de ambitie om de fiets utilitair echt als gelijkwaardig alternatief te zien voor de auto ontbreekt. De fiets wordt vaker genoemd als optie om het
recreatieve element van Breda te versterken. Snelfietsroutes worden genoemd en
ingetekend op de hoofdkaart. De verbinding met Bicycle Oriented development wordt gemist. Deze
staan
Omgevingsvisie biedt bij uvitstek de kans om tot duurzame stedelijke ontwikkeling lopen en fietsen. Het is niet duidelijk hoe dat
te komen met meer ruimte voor
vitwerkt in de ontwikkelrichting voor woningbouw. Het is onduidelijk hoe de opgave voor fietsparkeren is verwerkt in het Ontwerp.
Ook hebben we niet kunnen vinden of de snelfietsroutes ook individueel
benoemd zijn: Breda-Rijen-Tilburg, Breda-Etten Leur, Breda-Oosterhout en Breda-
Moerdijk. Uit het Ontwerp wordt niet duidelijk welke samenwerking beoogd wordt met de provincie. Er staat niet meer dan dat de snelfietsroutes worden
gerealiseerd met provincie en buurgemeenten. Klimaat
Het Ontwerp besteedt op een goede manier aandacht aan klimaatadaptatie, water, bodem en natuurdoelen, die ook voor de provincie van belang zijn. We onderschrijven:
de aandacht voor nieuwe vitdagingen door de klimaatverandering in o.a. een -
gezonde groene stad (zie par 2.4, 3.4 en 4.1);
de aandacht voor verbinden van de grote opgaven met het versterken van het groen blauw raamwerk dat sterk is op verschillende schaalniveaus;
6/18
Provincie Noord-Brabant
-
-
het belang van samenwerking op regionaal, provinciaal en (inter-)nationaal
Datum
niveau; het borgen van een goede balans tussen verschillende aspecten (verstedelijking, mobiliteit, natuur, landschap en water) in op te stellen
20 april 2021 Ons kenmerk
C2278033/4870478
gebiedsprogramma'’s in het kader van de Omgevingswet. Dit mede in aansluiting op de Brabantse Omgevingsvisie. Natuur en ecologie
Het Ontwerp bevat een duidelijke natuurambitie. Met een visie op het
groenblauwe netwerk en het positioneren van een Stad in een Park zet u een sterk concept neer met een robuuste plek voor realisatie van een groenblauw netwerk. Dit groenblauwe netwerk zet zich voort in het buitengebied, met de beekdalen, het Ulvenhoutse Bos, de Lage Vuchtpolder, de Beemden ten noorden van Breda en de landgoederenzones. Met uw eigen aanvullende ambitie onder de noemer Natuurnetwerk Breda focust u zich op de stadsmark en de singels en droge verbindingszone tussen de Markpolders in het noorden via het Liesbos en de Rith. Ook heeft Breda een eigen bossenstrategie gericht op realisatie van extra bos, waarmee u belangrijke bosgebieden zoals het Natura 2000 gebied Ulvenhoutse bos willen ontlasten. Daarnaast kijkt u ook duidelijk over grenzen, naar Belgié. Door de beekdalen van de Mark en de Aa en Weerijs te benoemen als een belangrijke verbindingsschakel tussen natura 200 gebieden in Belgi&é met Natura 2000 gebieden in Nederland. Naast de eerder genoemde koppelingen met thema's als klimaat, water, recreatie, gezondheid en biodiversiteit in de stad en het agrarisch gebied bevat het Ontwerp een toekomstbestendige visie op natuur met een mooie ambitie die goed aansluit op het provinciale natuurbeleid. Onderdelen als natuurinclusief bouwen en natuurinclusieve landbouw worden
gestimuleerd. Hoe de gemeente dat precies voor ogen heeft komt nog wat minder goed tot uiting. Wij verzoeken u dit aspect nog wat nader uit te werken. Vitaal buitengebied
Er is cog voor waardevolle cultuurlandschappen. De benoemde ambitie en
doelen kunnen we zeker onderschrijven. Dat er expliciet een link wordt gelegd
ontwikkelingen als de transitie van de landbouw, energietransitie, klimaatopgave en verstedelijking getuigd van een integrale benadering. De benoemde landschappen met hun doelen zijn herkenbaar. Een kaartbeeld met een weergave kan deze benoemde landschappen beter inzichtelijk maken. De koppeling met de Bredase Landschapsinvesterinsregeling is ook positief. Het gericht inzetten van deze regeling bij ontwikkelingen in het buitengebied kan bijdragen aan het meer op structuurniveau versterken van de verschillende landschappen. Breda ambieert een topeconomie in een toplandschap. Dat vraagt investeringen waarbij een effectieve inzet van de regeling kan bijdragen aan dat doel. Dat vraagt wel nog om een meer concrete beschrijving van de kenmerken, kwaliteiten en opgaves voor de verschillende landschapstypen. Wij treden graag met u in overleg over de toepassing van deze regeling, ook als met
7/18
Provincie Noord-Brabant
invulling van de provinciale regeling Kwaliteitsverbetering landschap. Ambtelijk
Datum
is hiertoe al contact gelegd.
20 april 2021
De paragraaf met betrekking tot het vitaal buitengebied kan in onze ogen nog
Ons kenmerk
wat versterkt worden. U wilt het
C2278033/4870478
buitengebied vitaal houden door het landschap aantrekkelijk en toegankelijk te houden en boeren de mogelijkheid te geven op duurzame wijze hun boterham te verdienen. Hoe kijkt de gemeente naar de agrarische sector en dan meer specifiek de verschillende vormen daarbinnen? In Breda zijn veel soorten vertegenwoordigd
zoals veehouderij, akkerbouw, fruit, plant- en boomteelt en glastuinbouw. De
ontwikkelingen in deze sectoren zijn divers, maar gaan allemaal hard. We missen hier nog een meer integrale beschouwing op het buitengebied. Het buitengebied is meer dan de agrarische gebieden en agrarische sector en omvat ook de natuurgebieden, recreatiegebieden, niet-agrarische bedrijven, bebouwingsconcentraties/buurtschappen, enzovoorts. Welk beeld ontstaat als de diverse ambities in het buitengebied over elkaar worden gelegd, zoals natuur, biodiversiteit, klimaat, landschap, erfgoed, landbouw, wonen. Welk beeld ontstaat dan? Wat betekent die samenhangende beschouwing voor de (hoofd)richting van de verschillende delen van het buitengebied? Hoe verhoudt bijvoorbeeld de ambitie voor het versterken van het kleinschalige landschap en herstel beekdal zich tot de aanwezige plantteelt-, fruitteelt- en glastuinbouwbedrijven in de Rith? Uw doelen met betrekking tot de verduurzaming van de landbouw, via vormen van
kringlooplandbouw, natuurinclusieve landbouw klimaatadaptieve landbouw
kunnen wij zeker onderschrijven. Wij zijn wel benieuwd hoe u deze vormen van
verduurzaming wilt stimuleren. Wij missen daar nog een handelingsperspectief in.
De voorgestelde herzieningen van uw ruimte-voor-ruimte beleid vinden wij
begrijpelijk. Wij denken daarbij graag met u mee, ook met aandacht voor de afspraken die in het verleden gemaakt zijn. In het Ontwerp wordt ook de ontwikkeling van het werkterrein Bavel voorgesteld. Dit vraagt nog om zeer zorgvuldige afweging, los van de programmatische. Wat betekent deze ontwikkeling van de kern Bavel die al begrensd wordt door de A27, A58 en Breepark? De relatie met de nabijheid van het Ulvenhoutse Bos als Natura 2000 gebied en de Gilzerwouwerbeek en ecologische verbindingszone worden al gelegd maar vragen echt om zorgvuldig handelen. Ook in het licht van de vele investeringen die daar gedaan zijn en worden.
VAB beleid
De transformatie van het landelijk gebied is een groeiende vitdaging. Een
onderdeel van de omgevingsvisie is daarom het beleid voor vrijkomende
agrarische bebouwing. Het feit dat de gemeente een visie op dit onderdeel formuleert, juichen wij dan ook van harte toe.
8/18
Provincie Noord-Brabant
Het VAB-beleid gaat gepaard met een gedegen analyse van het buitengebied en een
indeling
in verschillende zones. Op
hoofdlijnen kunnen wij hiermee
Datum
20 april 2021
instemmen, zeker ook omdat landschappelijke kwaliteitsverbetering het
Ons kenmerk
vitgangspunt is voor de beoogde transformaties. Er worden ook mogelijkheden gecreéerd voor nieuwe economische functies en woningen in het buitengebied.
C2278033/4870478
Op sommige onderdelen is dit strijdig met het provinciaal beleid, met name als het gaat om het toevoegen van meerdere woningen in het buitengebied. Het
provinciaal beleid staat in de omgevingsverordening onder voorwaarden nieuwbouw van woningen in het buitengebied toe (bijvoorbeeld Ruimte-voorRuimte, landgoederen, splitsing van cultuurhistorische waardevolle bebouwing, zorg). Bij deze woningen geldt dat moet worden geinvesteerd in omgevingskwaliteit en moet sprake zijn van planologisch aanvaardbare locaties, mede op basis van de diep-rond-breed-benadering. Ook aspecten als passend binnen de beoogde ontwikkelingsrichting en kleinschaligheid van nieuwe functies zijn belangrijke vitgangspunten. Wij verzoeken u deze voorwaarden op te nemen in uw VAB-beleid en een verwijzing fe maken naar het provinciaal beleid (omgevingsverordening). Tevens verzoeken wij u op dit onderdeel op ambtelijk niveau met ons in overleg te treden zodat het VAB-beleid van de provincie en gemeente met elkaar in overeenstemming worden gebracht. Duurzame stad
In het hoofdstuk Veerkrachtig Breda gaat u in op uw ambities ten aanzien van
duurzame omgeving. Breda wil in 2044 CO2-neutraal zijn. U gaat in op de RES, waarin de benodigde aanvullende opwek van duurzame elekriciteit als opgave voor Breda concreet is gemaakt tot 2030. In de RES 2.0, die naar een
verwachting in 2022 gereed is, kijkt u verder en neemt u ook de ambities ten aanzien van de warmtetransitie mee. U benoemt een mix van maatregelen om tot realisatie van de gestelde ambitie te komen. Wij vragen u vroegtijdig met ons in overleg te treden bij maatregelen die tot een ruimtevraag leiden of provinciale belangen raken. Hierbij gelden de voorwaarden vit de (interim-JOmgevingsverordening zoals onderbouwing van de behoefte en locatiekeuze. ,
Circulariteit
Circulair en biobased bouwen zou u meer kunnen verbinden aan
gebiedsontwikkelingen, transformaties en openbare ruimte. Daarmee komt uw Omgevingsvisie in lijn met de NOVI en de Uitvoeringsagenda van Nationale Omgevingsvisie (Sterke en gezonde steden en regio’s) en in lijn met de Duurzame Verstedelijkingsstrategie voor stedelijk Brabant (1). Met Circulair en Biobased bouwen wordt een bijdrage geleverd aan het realiseren van duurzame (woning-)bouw en aan het realiseren van grondstoffenreductie en CO2-reductie, zoals opgenomen in grondstoffenakkoord en transitieagenda Bouw (50 % grondstoffenvermindering in 2030). Duurzame gebiedsontwikkeling (Klimaatneutraal, Klimaatbestendig, Energie en Circulair) kunt u explicieter laten terugkomen.
9/18
Provincie Noord-Brabant
Cultuurhistorie en erfgoed
Datum
In de bijlage gaan dieper in op de verschillende aspecten in relatie tot
20 april 2021
cultuurhistorie en erfgoed. Deze bijlage maakt integraal onderdeel vit van onze
Ons kenmerk
zienswijze.
C2278033/4870478
Ontwikkelingsperspectief Breda Zuid-West Het ontwikkelingsperspectief voor het gebied ‘t Hout
-
Rithmeesterpark fase Il is
als bijlage bij het Ontwerp opgenomen. Ambtelijk is al diverse keren over dit
ontwikkelingsperspectief en de onderdelen daarvan gesproken. Wij juichen het dergelijke ontwikkelingsperspectieven opstelt om gebiedsgericht ontwikkelingen en opgaves in samenhang te bezien. Het perspectief geeft een gedegen beschrijving van de ontstaansgeschiedenis van het gebied en kenmerken en waardes die het nu heeft. Het principe dat ‘rode’ ontwikkelingen moeten bijdragen aan de ‘groene’ doelen in het gebied onderschrijven wij van harte. Dit biedt kansen om het gebied integraal te
toe dat de gemeente
versterken. Wij erkennen ook de kansen om hier de entree van Breda aan de
A16/Graaf Engelbertlaan te versterken. Het valt ons wel op dat de rode ontwikkelingen al een stuk concreter zijn dan de opgaves voor natuur en landschap (inclusief cultuurhistorie). Wij vragen u het perspectief op dit onderdeel aan te vullen en te concretiseren. Hoe maakt u die
koppeling tussen rood en groen concreet? Welke doelen en opgaves/projecten landschap en natuur worden beoogd? En hoe verhouden die zich tot de rode/stedelijke investeringen? In het perspectief worden de stedelijke/rode ontwikkelingen in hoofdzaak geconcentreerd langs de A16/HSL en de Graaf Engelbertlaan. Maar in het overige gebied laat u ook nog ruimte voor nieuwe rode initiatieven. In welke richting en omvang acht u deze initiatieven wenselijk? Wat is de draagkracht van het gebied? En dienen deze initiatieven in dezelfde mate bij te dragen aan de groene doelen? Wij vragen u de Omgevingsvisie op voor
deze onderdelen aan te vullen.
Wij vragen bijzondere aandacht voor inpassing van het zuidelijke deel van Rithmeesterpark, in relatie tot het beekdal van de of Weerijs en de Trippelenberg. Hoewel deze zone nog een relatief jonge ontstaansgeschiedenis heeft, is zij al verrassend goed aangehecht. In de huidige situatie sluit de beleving hier naar onze mening nog niet aan bij het voorgestelde
snelweglandschap. Met betrekking tot het opgenomen beleidskader vinden wij het beschreven
provinciale beleid wat kort door de bocht. We missen hier de aandacht voor de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies verwacht, evenals de ontwikkelingsrichting. In de in procedure zijnde Omgevingsverordening nemen deze principes en de ontwikkelingsrichtingen ook een belangrijke positie in. De gebieden voor verstedelijking afweegbaar komen te vervallen, stedelijke ontwikkelingen dienen dan altijd op basis van een integrale beschouwing (diep, rond, breed) tot stand te komen.
10/18
Provincie Noord-Brabant
Overigens willen wij opmerken dat de Verordening Ruimte al eind 2019 is
Datum
opgevolgd door de Interim omgevingsverordening. De vaststelling van de in
20 april 2021
procedure zijnde Omgevingsverordening wordt dit najaar beoogd en
Ons kenmerk
inwerkingtreding
is voorzien op 1 januari 2022. Wij verzoeken u in de
C2278033/4870478
definitieve Omgevingsvisie in de relevante hoofdstukken een verwijzing op te nemen naar
het actuele provinciale beleid.
Het ontwikkelingsperspectief Breda Zuid-West is naar onze mening nog niet ‘af
genoeg’. Wij vragen ons ook af of het logisch en verstandig is om zo'n perspectief als bijlage van de omgevingsvisie vast te stellen. Wij geven u in overweging om dit document als zelfstandig beleidsdocument vast te stellen,
waarbij de essentie of hoofdrichting wel in de definitieve Omgevingsvisie wordt beschreven.
Perspectief voor het centrum Wij werken samen in de gebiedsontwikkelingen in en rond het centrum, waaronder het voormalig CSM-errein ('t Zoet). Het gesprek tussen gemeente en
provincie over de programmering van het gebied is momenteel gaande,
synchroon aan de behandeling van de Omgevingsvisie. Dit maakt dat het ten tilde van de ter inzagelegging van de Visie nog onduidelijk is op welke wijze het gebied kan worden ingevuld. De Omgevingsvisie bevat echter een programma, indicatieve verkavelingen en benoemt een zoektocht naar een binnenstedelijke evenementenlocatie (bijlage: perspectief voor het centrum blz 6). In de inleiding staat dat de Omgevingsvisie een programmatische verkenning naar de potentie is en een inspiratiebron voor het gesprek. Deze status is echter niet helder en kan een risico vormen voor het gesprek die gelijktijdig wordt gevoerd over de programmatische invulling van het gebied. Op 20 april behandelen GS en uw college van burgemeester & wethouders de intentieovereenkomst voor ‘t Zoet, waarin we afspraken maken over het vitvoeren van een gebiedsonderzoek bestaande vit: -
het vitwerken van een ontwikkelperspectief met programmering en
strategie om tot herontwikkeling van het 't Zoet te komen, voorzien van een -
investeringsraming en businesscase op hoofdlijnen;
het vitwerken van de vorm en wijze van samenwerken voor de
herontwikkeling van ‘t Zoet, voorzien van een financiéle propositie en investeringsstrategie. In het bijbehorende Plan van aanpak zijn de 10 pijlers voor ontwikkeling van het terrein benoemd.
De indicatieve programmering in het Ontwerp suggereert een concreetheid die er op
dit moment nog niet is. Wij gaan ervan uit dat de afspraken, die in de
Samenwerkingsagenda Transformatieopgaven Breda provincie Noord-Brabant intentieovereenkomst en plan van aanpak herontwikkeling ‘t Zoet gemaakt -
en
zijn, ook leidend zijn voor uw omgevingsvisie.
11/18
Provincie Noord-Brabant
Provinciaal beleidskader
Datum
Het provinciaal ruimtelijk beleid is vastgelegd in de Brabantse Omgevingsvisie.
20 april 2021
De te beschermen provinciaal ruimtelijke belangen zijn vertaald in de Interim
Ons kenmerk
omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV) die op 5 november 2019 in
C2278033/4870478
werking is getreden. Onze reactie is gebaseerd op deze documenten. Zowel de omgevingsvisie als de IOV zijn te raadplegen via www.omgevingswetinbrabant.nl Het ontwerp van de nieuwe omgevingsverordening ligt sinds 9 april 2021
terinzage. Naar verwachting wordt deze verordening in oktober door Provinciale Staten vastgesteld en treedt deze op 1 januari 2022, gelijktijdig met de Omgevingswet in werking. De omgevingsvisie heeft een bindend effect voor de gemeente. Bij de verdere uitwerking van de omgevingsvisie van de gemeente in concrete bestemmings- of omgevingsplannen gelden voor wat betreft de
provinciale belangen de regels uit de interim (of na 1 januari 2022 de definitieve) omgevingsverordening. Tot slot
Met het ontwerp van de Omgevingsvisie Breda 2040 wordt een belangrijke stap
gezet voor een verdere ontwikkeling van Breda op langere termijn. Wij verzoeken u bij het opstellen van de definitieve versie van de Omgevingsvisie en de latere uvitwerking daarvan rekening te houden met bovengenoemde
provinciale belangen en aandachtspunten. Graag gaan wij op verschillende onderdelen met u in overleg.
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, namens
deze,
programmamanager Wonen, Werken en Leefomgeving
In verband met geautomatiseerd verwerken is dit document digitaal ondertekend.
12/18
Provincie Noord-Brabant
Bijlage bij de zienswijze van de provincie Noord-Brabant op de ontwerp-omgevingsvisie van de gemeente Breda. Deze maakt integraal onderdeel uit van de zienswijze.
Datum
20 april 2021 Ons kenmerk
C2278033/4870478 Het Bredaas erfgoed De gemeente Breda heeft een omgevingsvisie opgemaakt.
Breda heeft de ambitie om zich te profileren als toekomstbestendige stad en
aandacht voor natuur en water met extra woningen en veel werkgelegenheid. Ze wil zich ontplooien als (inter)nationale stad. Het rijke historische verleden van
de stad kan Breda in al haar facetten optimaal benutten om de ambitie als internationale stad waar te maken. Dat komt in de omgevingsvisie echter onvoldoende tot uiting. Nochtans zou je
verwachten dat cultuurhistorie een belangrijks rol zou spelen gelet op de ambitie die de gemeente op vlak van erfgoed vitdraagt. Het Bredaas erfgoed is niet alleen van lokaal of regionaal van belang. Het is ook van nationaal en misschien wel van internationaal belang. Je moet dan wel
het verhaal van de heren van Breda (de Nassau’s) onder de Brabantse
Hertogen, Bourgondiérs en Habsburgers in al zijn geuren en kleuren vertellen. Ook dat verhaal kan bijdragen aan een sterke en veerkrachtig Breda en zeker aan
het ambitie om een internationale stad te worden tussen Amsterdam en
Brussel. Dit deeladvies behartigt de cultuurhistorische aspecten. Het is opgesteld aan de
hand van de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW-kaart). Het advies bestaat vit verschillende delen. Een deel gebaseerd op de gehele
Cultuurhistorische Waardenkaart waarbij ook aandacht wordt geschonken aan
de gemeentelijke visie hoogbouw en VAB regeling en de gemeentelijke ambitie op vlak van cultuurhistorie. Een volgend deel is gebaseerd is op dat deel van de CHW-kaart dat opgenomen is in de Interim Omgevingsverordening (IOV). Hierbij duiden we het
provinciaal belang op vlak van erfgoed. Tenslotte is een deel dat specifiek over de Zuiderwaterlinie handelt. Het eerste deel kan gezien worden als reactie waarmee we de plannen beter
kunnen maken. Delen twee en drie zijn meer dwingend, enerzijds omdat deze
gebaseerd zijn op dat deel van de CHW-kaart dat opgenomen is in de IOV en anderzijds omdat er tussen de verschillende overheden over het onderwerp van de Zuiderwaterlinie specifieke afspraken zijn gemaakt. Cultuurhistorische Waardenkaart Noord-Brabant
Algemeen Breda is een van de historische steden van de provincie Noord-Brabant die ook ten
tijde ook een belangrijke rol had in het voormalige Hertogdom Brabant.
Hiervan getuigen in en rondom Breda in de ruimte diverse sporen. Denk maar aan
de landgoederen, militaire structuren, bouwkunst, erfgoedlandschappen en
13/18
Provincie Noord-Brabant
liinen en punten in het landschap. De Heren van Breda speelden een belangrijke rol aan de hoven van de Bourgondiérs en de Habsburgers.
Datum
Niet voor niets dat GS binnen de contouren van de gemeente Breda zoveel
Ons kenmerk
erfgoed heeft gewaardeerd op de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart.
C2278033/4870478
20 april 2021
De gemeente maakt onvoldoende gebruik van dit gegeven en de historische
feiten. In het onderdeel 5.8. De Lagenbenadering worden de cultuurhistorische
waardevolle gebieden op een kaartje op p. 9 weergegeven. Wat we hier echter zien zijn fragmenten van historische topografische kaarten waarover heen
de huidige topografische kaart is geprojecteerd. Dit lijkt ons niet de juiste methode of erfgoed goed in beeld en onder de aandacht te brengen. Het wekt de indruk dat enkel in die gebieden erfgoed aanwezig is. We mogen echter niet
vergeten dat er ook historische waardevolle lijnen (wegen, paden, kanalen),
punten (gebouwen, bomen), groenstructuren, stedenbouwkundige structuren
(kernen van steden en dorpen) en dergelijke aanwezig zijn. Deze staan allemaal op de provinciale CHW-kaart en ongetwijfeld op de gemeentelijke
erfgoedkaart aangeduid. Het lijkt me logisch dat in het belang van het erfgoed dit kaartje en de toelichting
hierop wordt aangepast. Ook omdat in andere deelrapporten er wel naar de gemeentelijke erfgoedkaart wordt verwezen. Centrum Breda en hoogbouw Wat het centrum van Breda betreft, volgen wij in grote lijnen de visie van de
gemeente. Bij de ontwikkeling van de verschillende hoogbouwcomplexen en de ambitie om een (inter)nationale stad te worden kan prachtig aangesloten
worden bij de cultuurhistorie. Zo werd de bouw van de Grote Kerk uitgevoerd in de regionale variant van de Gotiek, de Brabantse gotiek, de zicht uitstrekte in
grote delen ven de Lage Landen. Hendrik Ill gaf zelfs opdracht tot de bouw van een
Renaissance-paleis en huurde hiervoor een ltaliaanse architect Tommasso
Vincidor da Bologna in. De Heren van Breda hadden zelfs in Brussel het Hof van
Nassau. Ook recenter heeft Breda bijzonder gebouwen opgetrokken denk
maar vaan
de Koepel of de Poort van Breda. Op vlak van architectuur heeft de
stad Breda een reputatie hoog te houden. Het lijkt dan ook logisch dat in navolging Breda bij de bouw van de
verschillende hoogbouwcomplexen (intern)nationale architecten aanspreekt om op architecturaal vlak waardevolle gebouwen op te laten trekken. Voor een historische stad is het ook van belang dat de verschillende locaties
zorgvuldig worden vitgekozen en waar mogelijk aansluiten bij historische feiten en gegevens. Bijvoorbeeld: Op het einde van de Speelhuislaan liet de zoon van Willem van Oranje een Jachtslotie bouwen dat in de 19° eeuw is verdwenen. Hoogbouw op het einde van de Speelhuislaan is een vitgelezen kans om een nieuw ‘Speelhuis’ neer te zetten. Deze visie is hiervoor de vitgelezen kans, om dat gestalte te geven.
14/18
Provincie Noord-Brabant
Datum
Aan de andere kant moeten ook rekening houden met de historische visuele
20 april 2021
relaties die er ook zijn geweest tussen een plek in het buitengebied en de Grote
Ons kenmerk
Kerk van Breda.
C2278033/4870478
Het lijkt ons logisch dat bovengenoemde aspecten in de Hoogbouw visie van de
gemeente Breda en plek krijgen. Enkel op die manier sluit ook de Hoogbouw visie aan bij de ambitie en doelen die de gemeente zelf heeft met cultuurhistorie.: “Ons Erfgoed.... Altijd in ontwikkeling. Hoe benutten we erfgoed als onderlegger voor de ontwikkeling van de fysieke omgeving”.
VAB-regeling De gemeente heeft 3 VAB zones en één uitsluitingszone aangegeven.
Frappant is dat de Cultuurhistorische gebieden van provinciaal belang in de 2 verschillende VAB zones en in de vitsluitingszones liggen. Enkele bijzondere voorbeelden. Verschillende landgoederen (bv Burgst en lzeren hek, kasteel Bouvigne) liggen
1, sommigen landgoederen (Landgoed Zoudtland) VAB-zone 2 liggen en dan zijn er nog landgoederen die in de Uitsluitingszone vallen. Er liggen geen provinciale cultuurhistorische gebieden in VAB-zone 3. in VAB-zone
Het is duidelijk dat in de afbakening van de zones erfgoed geen dominante rol
heeft gehad. Dat is aan de hangt van bovengenoemde voorbeelden wel
duidelijk gemaakt. Echter het beleid van de provincie binnen de cultuurhistorische waardevolle
gebieden is gericht op behoud en versterking van de cultuurhistorische waarden. Ons lijkt het dan niet aangewezen dat cultuurhistorische waardevolle gebieden in VAB-zone 2 komen te liggen. Deze biedt onvoldoende waarborgen voor het behoud en versterking van de erfgoedwaarden. We pleiten er dan voor om alle tenminste de provinciale cultuurhistorische gebieden ofwel vit te sluiten ofwel in VAB-zone 1 te plaatsen. Historische landgoederen zouden ondergebracht moeten worden in de VAB-
vitsluitingszone omdat via de regeling Complexen Cultuurhistorisch Belang andere functies dan die in het vigerend bestemmingsplan staan zijn opgenomen toelaat vanuit het behoud en versterking van het historische erfgoed. In de vitwerking van de VAB-matrix valt het op dat het versterken van de
historische erfgoedwaarden niet is opgenomen? Gelet op het feit dat wij als
provincie vitgaan dat alle provinciale cultuurhistorische gebieden in de
Uitsluitingszone of VAB-zone 1 liggen (of worden verplaatst) het logisch is dat de aard van transformatie de landschapsverbetering gericht moet wijn op het herstel van het historische cultuurlandschap. En dat is nu niet het geval.
voor
15/18
Provincie Noord-Brabant
Datum
Wat de toets van de historische waarden van de gebouwen betreft, moet als
20 april 2021
leidraad de gemeentelijke erfgoedkaart (of de provinciale CHW-kaart) gebruikt
Ons kenmerk
worden om te bepalen of de gebouwen cultuurhistorische waardevol zijn. Het
C2278033/4870478
dossier per dossier laten bepalen van de erfgoedwaarden van een gebouw
neigt naar een vorm van cliéntelisme. Als een pand, gebouw niet op de
gemeentelijke erfgoedkaart staat dan heeft het geen erfgoedwaarden. De gemeente zou natuurlijk een bijkomende inventarisatie kunnen maken van ‘mogelijke’ VAB-locaties en deze lijst toevoegen aan de gemeentelijke erfgoedkaart. Op die manier is er nog enige vorm van obijectiviteit aan te brengen in het aantonen van de erfgoedwaarden. Klimaatadaptatie biodiversiteit en cultuurhistorie Ook cultuurhistorie kan een bijdrage leveren aan de klimaatadaptatie en
biodiversiteit. Het zijn weerom de Heren van Breda die in het verleden de bossen het Mastbos en het Liesbos hebben laten aanplanten.
Zeker in de gebieden die de gemeente als cultuurhistorische waarde vol heeft
aangeduid is het logische dat het herstel van het historische cultuurlandschap. De polder de Lage Vucht wordt vernat is een goed initiatief dat verschillende doelen bediend. Breda is historische gezien ook een belangrijke turfhaven geweest. Veel van deze turfvaarten zijn nog aanwezig in het landschap en hebben vaak een afwaterende of ecologische functies. Waar ze in het verleden een
afwaterende functie hadden zouden ze nu ook een bewaterende functie
kunnen hebben door het water in omgekeerde richting te laten stromen. Hiervoor is overleg met buurgemeente van cruciaal belang. De bestaande historische landgoederen vormen als het ware een groene krans
rond de stad ook liggen er een aantal in een andere gemeente. De structuur kan verder versterkt worden en ontwikkeld worden met het
toevoegen van nieuwe bossen en eventueel op een verantwoorde manier ontwikkelen van eventueel nieuwe landgoederen. Het deel van de CHW-kaart dat opgenomen is in de Interim
Omgevings Verordening De Complexen van Cultuurhistorisch belang en Cultuurhistorische gebieden van
provinciaal belang vit de CHW-kaart hebben hun doorwerking gekregen in de Interim Omgevingsverordening. Voor de gemeente Breda gaat het om volgende onderdelen : Als Cultuurhistorische gebieden:
Buitenplaats Wolfslaar De Drie Hoeven Kasteel Bouvigne
Landgoed Burgst Landgoed lJzer Hek Lange Bunders en Slangwijk Liesbos
16/18
Provincie Noord-Brabant
Mastbos
Datum
Oude ontginning Hoeveneind en Meerberg
20 april 2021
Polder De Moeren en De Vucht
Ons kenmerk
Ulvenhoutse Bosch
C2278033/4870478
Vestingwerken ten noorden van Breda Landgoed Zoudtland (*) Langdoed Lindenborg (*) In deze gebieden is het beleid van de provincie gericht op behoud, herstel of de
duurzame ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden en kenmerken en het beschermen van deze waarden en kenmerken in de ruimtelijke plannen. Dit komt onvoldoende tot uiting in de gemeentelijke visie.
Als complex Cultuurhistorisch Belang :
Klooster Liesbos
Landgoed Laanzicht Buitenplaats Nieuw lpelaar Landgoed Wolfslaar Landgoed de Hartel Landgoed lzer Hek Landgoed Burgst Landgoed Liesbos Landgoed Zoudtlandt Landgoed Lindenborg (*) In deze complexen is het provinciaal beleid gericht op bescherming van de cultuurhistorische waarden van het complex zoals beschreven in de Cultuurhistorische Waardenkaart en er zijn nieuwvestiging van functies mogelijk als deze bijdragen aan het behoud, herstel van het cultuurhistorisch karakter van het complex. In de gemeentelijke visie komt dit onvoldoende tot uiting. (*) worden extra toegevoegd aan de CHW-kaart en Omgevingsvisie NoordBrabant De Zuiderwaterlinie
Aangezien de Zuiderwaterlinie over een groot deel van de omgevingsvisie van de gemeente heen ligt, behandelen we dit onderdeel separaat. De Zuiderwaterlinie is de oudste, langste en meest benutte militaire linie van Nederland. Ze loopt in Noord-Brabant van Bergen op Zoom in het westen tot Grave in het meest oostelijke puntje, en verbindt elf historische Brabantse vestingsteden met elkaar, waaronder Breda. De Zuiderwaterlinie vertelt ruim
350 jaar Brabantse militaire historie, van het eind van de middeleeuwen tot en met de Koude Oorlog en de
bijzondere positie die Brabant heeft gehad als
buffer voor Holland. Het is daarmee een belangrijk icoon voor de verhaallijn ‘Bevochten Brabant’ uit
het Kader Erfgoed 2016-2020 van de provincie Noord-Brabant. Dit
erfgoedicoon verbindt andere Brabantse doelen: bijvoorbeeld : Inundatiegebieden kunnen benut worden voor klimaatadaptatie en
17/18
Provincie Noord-Brabant
waterveiligheid, het natuurnetwerk Brabant, ruimtelijke kwaliteit en landschapsinrichting, vrijetijdseconomie en mobiliteit.
Datum
20 april 2021 Ons kenmerk
Met betrekking tot deze omgevingsvisie constateren wij dat de gemeente de
C2278033/4870478
focus legt op polder de Lage Vucht nadrukkelijk heeft geselecteerd als project We juichen dit project toe, maar voor een visie met blik op 2040 lijkt die wel erg
bescheiden. We adviseren daarom om in andere projecten ook steeds het onderdeel Zuiderwaterlinie nadrukkelijk te betrekken in de verschillende relevantie deelgebieden.
18/18
Provincie Noord-Brabant Postbus 90151, 5200 MC ‘s-Hertogenbosch
www.brabant.nl
PostNL Port Betaald Port Payé
Pays-Bas
TINH ISKE
EIOQRNG
DIE Le CHUTE Aan de gemeenteraad van Breda
Postbus 90156, 4800 RH Breda
Breda, 15 mei 2021
Betreft: Zienswijze op zowel de ontwerp ‘Breda, Sterk en Veerkrachtig. Omgevingsvisie Breda 2040'als de bijlagen die daar integraal onderdeel van uit maken. NL.IMRO.0758.0V2021102001-ON0O1
Geachte
gemeenteraad,
De Milieuvereniging De Groene Koepel dient hierbij haar zienswijze in op het ontwerp
‘Breda, Sterk en Veerkrachtig. Omgevingsvisie Breda 2040’ (OOB)en de bijlagen die daar integraal onderdeel van uit maken. Milieuvereniging De Groene Koepel is bereid om bij nieuw of gewijzigd beleid veel energie en tijd te investeren om een zo'n groen en duurzaam mogelijk beleid tot stand te brengen. Wij vinden dat er in de aanloop van de ontwerpvisie niet de mogelijkheid geboden is om al een serieuze inbreng te hebben zoals de omgevingswet dat van de gemeente verlangt. Wij zijn van mening dat het duidelijk is geworden dat de wijze hoe er in de afgelopen decennia om gegaan is met natuur, milieu- en landschap gevolgen heeft voor onze gezondheid en de economie. De huidige crisis zou ook voor Breda een startpunt moeten zijn om nieuwe wegen in te slaan om een groene en duurzame wereld voor onze
kinderen achter te laten.
Wij zien dat de intenties in de ontwerpvisie goed zijn en dat Breda wil gaan voor een
toekomstbestendige stad en de gezondheid wil bevorderen. Maar er wordt wel voor een voorkeursscenario gekozen waarvan wij vinden, dat ook bij de uitvoering van de goede intenties, de balans voor natuur, landschap en biodiversiteit toch negatief gaat uitvallen. Wij zijn ook van mening dat voor het realiseren van alle intenties onvoldoende concrete en afrekenbare doelen zijn opgenomen, waardoor het onzeker is of met toekomstige besluiten van Burgemeester, wethouders en gemeenteraad die doelen ook gehaald gaan worden. De Groene Koepel sluit zich volledig aan bij de uitgebreide zienswijze van het Natuurplein
de Baronie. Daarnaast willen wij aanvullend daarop nog een aantal aspecten onder uw aandacht brengen, die we voor de leesbaarheid puntsgewijs verwoorden.
Wij zijn van mening dat de behoefte aan nieuwe werklocaties in het buitengebied niet
onderbouwd kan worden met de binnenstedelijke transformatie voor woningbouw. Alle
leegstaande kantoren en bedrijfsbebouwing dient eerst of wel voor woningbouw of bedrijven benut te worden. Wij hadden graag een onderbouwing gezien voor de noodzaak van de nieuwe werklocaties in het buitengebied. Gezien de overbelasting van het Natura 2000-gebied Ulvenhoutse Bos dient voor iedere vorm van nieuwbouw eerst stikstofruimte gevonden te worden. Wij ondersteunen volledig dat de natuur de ruimte moet krijgen als integraal onderdeel van activiteiten als nu opgenomen
bouwen, ondernemen en landbouw (natuurinclusief). Maar zoals het
is in de OOB gaat dat niet leiden tot resultaat. Dat gaat alleen lukken als
de natuur leidend is bij die keuzes. De natuurorganisaties hebben er al heel vaak op
aangedrongen om zowel voor de omgevingsplannen als bij afwijkingen en wijzigingen daarvan een toetsingskader op te stellen waarbij de biodiversiteit, landschap en de natuur leidend zouden meeten zijn en waarin economische aspecten volgend zijn Zie bijlage 1 .
Voor het compleet maken van de ecologische verbindingszones via de Mark, Aa of Weerijs en de
singels dwars door de stad in noordelijke richting en de verbinding in westelijke richting van de beemden rond de Mark, naar het Liesbos en de Rith moet een planning gemaakt worden en dienen die financieel veiliggesteld te worden. De gemeentelijke bomen- en bossenstrategie dient zich niet alleen te richten op
uitbreiding van de bestaande bossen, herstel van kleinschalig cultuurlandschap en versterking van het historische landgoederenlandschap, maar dient zich ook te richten op het behoud van volwassen stedelijk groen. Bij bouwplannen dient het bestaande groen ingepast te worden in plaats van eerst alles te
kappen zoals nu de praktijk is. De kapvergunning moet weer terugkomen omdat de afschaffing daarvan geleid heeft tot ontgroening en verstening van de stad. Er dient een resultaatsverplichting te komen om voor elke inwener in 2030 op 200 meter een
park, een bos of het buitengebied te realiseren. Deze doelstelling staat al heel lang in
het beleid, maar de realisatie is niet echt dichterbij gekomen. Om de bicdiversiteit te versterken lijkt het erop dat er in de afgelopen periode veel
gerealiseerd is en dat in de resterende tijd nog maar 305 ha natuur en 27km ecologische verbindingzone (EVZ)gerealiseerd hoeft te worden van het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Van het Gemeentelijk Natuurnetwerk zou nog maar de helft namelijk 267 ha en 37 km EVZ gerealiseerd hoeven te worden voor 2021 en 2030. Onduidelijk is hoeveel daarvan, wanneer en waar dat gerealiseerd is en wat dat opgeleverd heeft voor de biodiversiteit omdat er geen monitoring heeft plaatsgevonden. Vast staat dat de biodiversiteit in zijn totaliteit nog steeds achteruit gaat. Het kan zijn dat de
toegestane ontwikkelingen in het buitengebied de gedane investeringen weer te niet hebben gedaan. Om de biodiversiteit en natuurwaarden in stand te houden is het
noodzakelijk dat bij de vaststelling van de omgevingsvisie een nulmeting zowel binnen als buitenstedelijk plaats te vinden om te kunnen monitoren of er wel voldoende maatregelen genomen worden om de achteruitgang van de biodiversiteit om te buigen naar een verbetering. Alleen aan de hand daarvan kan vastgesteld worden of er ontwikkelingen mogelijk zijn. Wij denken dat tot nog toe de balans altijd naar de economische en of agrarische ontwikkelingen is doorgeslagen. Met alle goede bedoelingen van investeringen in de natuur
blijft het dweilen met de kraan open. In de Structuurvisie 2030 waren ook goede doelen opgenomen voor de biodiversiteit, alleen zijn die niet doorvertaald naar de bestemmingsplannen. Die fout moet niet weer gemaakt worden. Zelfs in de Rith waarvoor extra geinvesteerd is, moet er vastgesteld worden dat ook daar de landschappelijke kwaliteit aanzienlijk achter uit is gegaan door verdere verstening, verglazing en het vele plastic. In de SV2030 waren landschapsecologische zones opgenomen zoals de Verbinding Landgoed
Burgst met het Liesbos en de verbinding Liesbos met het Mastbos. Er is nu sprake van op de
langere termijn te gaan focussen op een ‘droge’ verbinding ten westen van de stad. Wij zijn mening dat die niet in de plaats kan komen voor de landschapsecologische zones.
van
Naast vernatting van de Lage Vuchtpolder dient ook de agrarische bedrijvigheid op de
natuurfunctie van de polder afgestemd te worden door belastende bedrijven uit te kopen en
biologische boeren te stimuleren. Wij zien graag de groene ambities van deze omgevingsvisie in een bijgewerkte versie van de kaart uit de SV 2030 weer terug komen. Bijlage 2 Er dient een resultaatsverplichting te komen om de verouderde bedrijventerreinen te laten
voldoen aan de eisen van de toekomst. De doelstelling om van de opbrengst van nieuwe
bedrijventerreinen de oude terreinen op te knappen staat ook al jaren lang in het beleid. Toch komt het niet van de grond. Het is nog steeds de norm om een pand na 25 jaar te verruilen voor een nieuw pand op een nieuw bedrijventerrein. Het probleem van de te grote kantorenvoorraad in Breda blijft ook steeds bestaan. Het
verminderen van de bestemmingsplancapaciteit dient veel sneller te gaan. Hiervoor zou er ook een doelstelling opgenomen moeten worden. Zolang er nog zoveel ruimte is moet de kantoorruimte op bedrijventerreinen geschrapt te worden zoals b.v. op het
Rithmeesterpark. Er wordt hier geopperd dat er meer logiesbedrijven zoals een sporthotel ook in het groene
huitengebied zouden moeten komen. Wij vinden dat er in het buitengebied alleen kleinschalige overnachtingsmogelijkheden gepland moeten worden. Als evenementen gezien worden als economisch toegevoegde waarde voor de ontwikkeling en
positionering van gebieden dienen deze niet in het buitengebied en helemaal niet in de
natuur plaats te vinden. Gezien de geluidsbelasting is hierbij altijd sprake van aantasting van
natuurwaarden. Als de kwaliteit van leven voorop staat en er sprake is van een uitnodigende, groene en
gezonde omgeving om in te wonen, werken, leren, ontspannen en op te groeien is het onvermijdelijk dat voor de gezondheid belastende bedrijven geweerd worden en dat veehouderijen in de buurt van woningen gesaneerd worden. Ook voor het verduurzamen van de warmtevoorziening dient de ruimtelijke impact gepaard te gaan met nieuwe blijvende natuurontwikkeling zodat dat niet ten koste gaat van het
landschap en de biodiversiteit. Om de internationale doelstellingen voor het Natura 2000-gehied Ulvenhoutse Bos te
halen is het noodzakelijk om agrarische bedrijven in de buurt van Ulvenhout uit te kopen en geen
woningbouw of bedrijvigheid toe te staan.
Uitbreiding van bossen is nuttig als klimaatmaatregel, maar niet voor de stikstof belasting. De natuur- en milieuorganisaties in Breda hebben een inventarisatie gedaan naar de ammoniakdepositie op het Natura 2000 gebied. In een straal van 1 km rondom het Ulvenhoutse bos liggen een zevental piekbelasters. Dit rapport is in concept gereed en zal binnenkort gepresenteerd worden. Overduidelijk is dat er een enorme winst te behalen is voor de natuur als er in Ulvenhout inderdaad een aantal veehouderij bedrijven uitgekocht worden. Dat is ook heel belangrijk voor de gezondheid van de inwoners van Ulvenhout. Dit zou de hoogste prioriteit moeten krijgen. Maar deze stikstofruime moet niet gebruikt worden voor stedelijke ontwikkelingen zoals 25.800 woningen, 100 ha bedrijventerreinen, vergroten capaciteit NRW en hoofdinfrastructuur die in deze omgevingsvisie genoemd
worden. Deze moet benut worden voor het herstel van de natuur.
Wij denken dat er keuzes gemaakt moeten worden en dat niet alles kan. Nut en noodzaak bovenstaande ontwikkelingen dienen aangetoond te worden. Wellicht is er meer
van
werkgelegenheid te genereren met kleinschalige duurzame bedrijvigheid en verbetering van het leefmilieu door niet te kiezen voor uithreiding van automobiliteit aantrekkende infrastructuur. De gencemde maatregelen als alternatieve hondenuitlaatgebieden, uitbreiding en aanplant van
bossen en landschapselementen en het situeren van nieuwe stedelijke ontwikkelingen
op afstand van het Ulvenhoutse Bos zullen onvoldoende stikstofruimte opleveren. Het oostwaarts verschuiven van het bedrijventerrein bij Bavel is slechts op papier een maatregel.
Ook hiervoor is de enige oplossing dat vanwege de korte afstand tot het Natura 2000 gebied
deze ontwikkeling hier niet kan plaatsvinden. De ontwikkelingen in “t Hout, waarvan wij denken dat die in strijd zijn met de Interim Verordening ruimte, past in het beeld van niet onderbouwde keuzes.
Bij woningbouw binnen tweekilometer van andere veehouderijen dienen de risico's op zodnosen onderzocht te worden
Als algemeen belang ziet de gemeente vooral maatschappelijke opgaven zoals het oplossen van
het woningtekort, het realiseren van voldoende werklocaties, verduurzaming en het
huisvesten van voorzieningen. Maar nergens staat dat het algemeen belang ock de zorg is
landschap en biodiversiteit en dat voor de genoemde opgaven eerst de vraag gesteld zou moeten worden of dit algemeen belang wel gediend wordt met de maatschappelijke opgaven. voor natuur,
Niet alleen voor de verbetering van de biodiversiteit maar om de doelen van de
Kaderrichtlijn water te halen moeten er duidelijke keuzes gemaakt worden. Met subsidie agrarisch natuur- en landschapsbeheer en het aanleggen van ecologische verbindingszones langs de wateren om te voorkomen dat meststoffen en bestrijdingsmiddelen in het water komen, kunnen we niet voorkomen dat wilde planten en dieren in agrarisch gebied blijven uitsterven. voor
Wij zijn van mening dat er dan fundamenteel andere keuzes gemaakt moeten worden. Er wordt vermeld dat de balans tussen landbouw en natuur veel aandacht heeft gekregen in de discussies en dat het voor het perspectief voor boeren tot een verduurzaming van de landbouw in het buitengebied gekomen zou moeten worden. Naar onze mening is er nog
lang niet genoeg discussie over geweest.
De gemeente vindt het niet wenselijk om het buitengebied op slot te zetten. Wij zijn van
mening dat hiermee voorbij gegaan wordt aan het feit dat verdere industrialisering van het
buitengebied met loodsen, kassen, tunnels, kappen en container velden de biodiversiteit niet kan verbeteren. Er vindt overal in het buitengebied cumulatie van grootschalige industriele agrarische ontwikkeling plaats met name ten oosten van Bavel en Gilze Rijen die in onze ogen niet nog meer gefaciliteerd kan worden omdat dit ten koste gaat van de biodiversiteit. Naar onze mening kan er niet voor mondiale markten geproduceerd worden zonder dat dat ten koste gaat van de biodiversiteit. Breda dient een keuze te maken voor
kringlooplandbouw, natuurinclusieve landbouw, klimaatadaptieve landbouw. Dit moet ook doorvertaald worden in de omgevingsplannen In de OOB is sprake van dat de doelen voor de biodiversiteit nader uitgewerkt zijn in het
Groenkompas. Wij zijn van mening dat een samenvatting van het Groenkompas in de omgevingsvisie opgenomen moet worden met afrekenbare doelen. Het hele groenkompas zou als bijlage aan de omgevingsvisie toegevoegd moeten worden. In de OOB is maar een korte passage opgenomen over de landschapsinvesteringsregeling.
(LIR). De huidige LIR is gebaseerd op regionale afspraken, is bijna 10 jaar oud en gedateerd. De gemeente kan hierop een eigen beleid voeren. Er is geen verplichting om de LIR in regionaalverband vorm te geven. Om de biodiversiteit te verbeteren is het dringend noodzakelijk de LIR te herzien en weer terug te gaan, inclusief indexering, naar de vroegere regeling. Zie bijlage 3 Ook dient in de omgevingsvisie de werking van het Groenfonds opgenomen te worden. Wat is er bereikt met het Groenfonds. Hoeveel geld is er in gestort en wat is er mee
gerealiseerd? Het Groenfonds is nu opgeheven, maar wat gebeurt er dan nu met het geld van b.v. de ruimte voor ruimte woningen en andere stedelijke ontwikkelingen? Het is op dit moment niet transparant hoe hier mee omgegaan is en hoe er in de toekomst mee
omgegaan wordt.
Wij kunnen ons niet vinden in de voor VAB-locaties ingedeelde zones voor drie categorieén
ontwikkelingen. Deze zones zijn wel gebaseerd op analyses, maar zet in onze ogen de deur open tot ontwikkelingen die niet overeenstemmen met de ambitie om de biodiversiteit te verbeteren en zijn ook niet in lijn met de Interim Verordening ruimte. De indeling is veel te grof en houdt geen rekening met cumulatie en aanwezig ecologische kwaliteiten op perceelniveau. Vooral de keuze voor de Rith in de 2e categorie wijzen wij af en ook is er geen rekening gehouden met de gevolgen voor het Natura 2000 gebied Ulvenhoutse bos. van
Voor de ruimte voor ruimte woningen zijn wij voorstander om te blijven werken met
gebiedsvisies zoals die in de Structuurvisie 2030 zijn opgenomen. Het is goed om in het kader van deze omgevingsvisie opnieuw naar te kijken. Wij zijn van mening gezien het animo voor deze
regeling dat eerder het aantal gebieden verminderd dan vermeerderd zou moeten
worden. De keuzes voor het verruimen van het beleid in de verschillende zones is niet op
evaluatie gebaseerd.
Naar onze mening maakt de gemeente het zich wel erg moeilijk door
het VAB-beleid te koppelen aan de ruimte voor ruimte regeling. Er wordt aangegeven dat de ruimte voor ruimteregeling uitgewerkt is in het rood-voorgroenbeleid Breda. Waar staat dat dan? De samenvatting zou opgenomen moeten worden in de omgevingsvisie en het hele rood-voor-groenbeleid als bijlage toegevoegd te worden
aan
de omgevingsvisie.
Wij hebben geconstateerd dat in de OOB geen of onvoldoende aandacht is besteed aan de maximum grootte van woningen in het buitengebied. Die zou wat ons betreft niet verder opgerekt mogen worden omdat deze verstedelijking niet in het landschap past. Het maximum zou 750m3 moeten blijven inclusief vergunningvrij bouwen.
Ook missen wij het onderwerp handhaving in het buitengebied. Juist voor de verbetering van de
biodiversiteit zou deze uitgebreid moeten worden. In de afgelopen jaren is alleen
gehandhaafd na meldingen. Met alle gevolgen van dien dat er vaak gelegaliseerd moest worden.
Wij vinden het noodzakelijk dat er kaarten aan de OOB toegevoegd worden waar de concrete doelen voor natuur en landschap op ingetekend zijn. Voor de (financiéle) haalbaarheid zijn wij van mening dat gelijk met de omgevingsvisie door u als gemeenteraad ook een uitvoeringsagenda met een planning in de tijd en monitoring vastgesteld zou moeten worden.
Wij stellen het op prijs bij de verdere uitwerking OOB betrokken te worden zodat wij onze
zienswijze kunnen toelichten. Wij verzoeken u onze zienswijze in de definitieve versie van de omgevingsvisie te verwerken.
Hoogachtend, namens
het bestuur van De Milieuvereniging de Groene Koepel
voorzitter
-:- rslid
Bijlage 1 In de bestemmingsplannen zijn veel ontwikkelingsmogelijkheden opgenomen in afwijkingsen
wijzigingsbevoegdheden, die in het algemeen automatisch gehonoreerd worden. Voor
alle ontwikkelingen waaraan B & W willen meewerken en met name voor plannen waarvoor de gemeenteraad niet bevoegd is, zijn wij van mening dat een toetsingskader nodig is dat door de gemeenteraad is vastgesteld. Er kan alleen gebruik worden gemaakt van de afwijkings- en wijzigingsbevoegdheid als de ontwikkeling aan het toetsingskader voldoet. Aanzet voor een toetsingskader: -
-
Draagt de ontwikkeling bij aan een veelzijdige verbrede landbouw; Draagt de ontwikkeling bij aan de economische ontwikkeling van de extensieve recreatie, zoals wandelen, fietsen, kanoén;
-
-
-
-
Draagt de ontwikkeling bij aan het herstel van het oude cultuurhistorische
landschap, de cultuurhistorische landgoederen en gehuchten; Draagt de ontwikkeling bij aan het tot stand komen van landschapsecologische en ecologische verbindingszones; Draagt de ontwikkeling bij aan het toenemen van de biodiversiteit; Welke gevolgen heeft de ontwikkeling voor kwetsbare kwelwatersystemen en
-
-
de waternatuur;
Draagt de ontwikkeling bij aan de vernatting van het gebied; Welke gevolgen zijn er voor de klimaatadaptatie en voor de opvang van het water voor de stad;
-
-
-
Is de ontwikkeling nodig. Is nut en hoodzaak goed onderbouwd;
Is er sprake van cumulatie van ontwikkelingen; Is er voldoende gekeken naar de mogelijkheid voor inkomsten uit groene en
blauwe diensten; -
Welke gevolgen zijn er voor de beschermde amfibieén, vogels (vooral
struweelvogels), rode plantensoorten zoals orchideeén, beschermde zoogdieren o.a. marterachtigen en vleermuizen.
Bijlage 2
EE wateropgave == marklandschap
SNEVZsnietafmet25mbuffer I £VZsafmet25mbuffer woz
GEVZsnietafmet25mbuffer
0
GEVZsafmet25mbuffer
(FIT natuur:resterendeopgave
/
Afb. 17. Groenstructuur, GHS en EHS Blz 80 SV 2030
natuur:bestaand
0
i I parken
~~
gemeentelijkecologischnetwerk
Bijlage 3 Landschapsinvesteringsregeling (LIR) Wat in onze ogen onderbelicht is gebleven is de LIR deze z.g.n. investering in het landschap
is tot nog toe een doekje voor het bloeden. Het is niet meer dan een slechte poging om te
verdoezelen wat hatuur en landschap wordt aangedaan. De huidige
(LIR)heeft niet kunnen
voorkomen dat het groene en open karakter van het buitengebied achteruit gegaan is. Daarom moet deze regeling herzien worden. Op dit moment is de LIR een schamel randje groen rondom een nieuwe ontwikkeling. Landschappelijke inpassing dient altijd plaats te
vinden en daarnaast dient er in alle gevallen een prestatie geleverd te worden aan de
verbetering van het landschap. In de huidige regeling zijn er te veel uitzonderingen. De LIR staat ook los van agrarisch natuur- en landschapsbeheer. Daarvan vinden wij het prima om daarmee de biodiversiteit in het buitengebied te vergroten, maar dan dient deze natuur wel
planologisch als natuur bestemd te worden. Op blz 79 van de OOB is maar een korte passage opgenomen over de LIR. De provincie gaat het principe uit dat bij alle ruimtelijke ontwikkelingen zoals nieuw stedelijk ruimtebeslag, agrarische, recreatieve en andere ontwikkelingen in het buitengebied er een
van
tegenprestatie wordt verwacht in de vorm van een kwaliteitsverbetering van het landschap. De gemeente heeft dat in 2013 samen uitgewerkt in een regionale regeling die in de
bestemmingsplannen buitengebied is opgenomen. Een evaluatie van de in onze ogen sobere regeling heeft er nooit plaatsgevonden. Duidelijk is wel dat hierop nauwelijks gehandhaafd is en dat de door de provincie beoogde kwaliteitsverbetering van het landschap niet heeft plaatsgevonden. Voordat de regionale regeling ingevoerd werd, had Breda haar eigen regeling die veel beter was en die
in het rood-voor-groenbeleid was opgenomen. In deze regeling waren geen
ontwikkelingen vrijgesteld van de verplichting kwaliteitsverbetering buitengebied. Bij storting in het groenfonds werd uitgegaan van een basisbedrag en factor functietoeslag. Die tien jaar geleden voor stedelijke bebouwing al uitging van 8 euro per m2. Bovendien werd dit bedrag dan met een factor 2 vermenigvuldigd als de ontwikkeling in een agrarisch gebied met waarden plaats vond. Ook zat in die regeling dat tijdelijke zaken voor kwaliteitsverbetering in aanmerking kwamen en dat al aanwezige groenstructuren niet meegeteld mochten worden. De huidige regeling is gebaseerd op een indeling in cat 1, 2, 3. Waarbij in cat 1 vrijstelling
wordt verleend en cat 2 een verminderde verplichting. Bovendien wordt het systeem met het basisbedrag en factor functietoeslag losgelaten en in het geval van stedelijke bebouwing van de uitgifte prijs. Ook is niet vastgelegd dat de landschapskwaliteitsverbetering bestemd dient te worden als natuur.
is nu hog maar sprake van 1%
Gemeente Breda Aan het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Breda
Postbus 90156 4800 RH Breda
Breda, 14 mei 2021 Betreft: (Voorlopige) Zienswijze met betrekking tot ontwerp voor Omgevingsvisie Breda 2040/ NL.IMRO.0758.0V2021102001-ON01
Geacht college,
Hierbij maak ik mijn zienswijze kenbaar met betrekking tot de ontwerp-omgevingsvergunning met door u gepubliceerde concept voor de omgevingsvisie Breda 2040. In de Omgevingsvisie Breda staat beschreven voor welke uitdagingen er gestaan wordt, welke prioriteiten er gesteld worden en welke keuzes gemaakt worden. In mijn zienswijze richt ik mij primair op die onderdelen van de omgevingsvisie die het gebied
Buitengebied Breda Zuidwest betreffen. Helaas heb ik geconstateerd dat in de omgevingsvisie Breda 2040 inhoudelijk onvoldoende rekening is gehouden met diverse punten die ik onderstaand zal
beschrijven.
1.
Natuurbehoud algemeen
Breda heeft de ambitie een groene stad in een park te zijn. Een park is echter een kunstmatige natuur. De omringende buitengebieden hebben een zelfstandige mate van natuur met biodiversiteit en authentiek
landschap, zandpaden, bossen, beekdalen en vennen. De herkenbare
cultuurhistorische landschappen gaan helaas zachtjes aan verloren. Struwelen zijn de afgelopen jaren