CConstaterende datBreda
Koppel je AI →
Document · PDF

Rvs 15072021 Vaststellen beleid voor Vrijgekomen Agrarische Bebouwing (VAB) incl bijlagen

gemeenteraad 20 september 2021, gemeente BredaBij agendapunt: Vaststellen beleid voor Vrijgekomen Agrarische bebouwing (VAB)33.526 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

""'� Gemeente Breda

�Q�

Raadsvoorstel

Zaaknummer: 1510689

Vaststellen beleid voor vrijkomende agrarische bebouwing (VAB)

1

Aantal bijlagen: 4

Voorgesteld besluit

1. De zienswijzen deels gegrond en deels ongegrond te verklaren. 2. Het beleid voor vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) gewijzigd vast te stellen, conform de bijlage 'Nota van wijzigingen beleid voor vrijkomende agrarische bebouwing (VAB)'. Portefeuillehouder: Weth. De Beer

Samenvatting

Uw raad wordt gevraagd om vaststelling van het beleid voor vrijkomende agrarische bebouwing, hierna VAB-beleid. Aanleiding voor het opstellen van het VAB-beleid zijn de zorgen die het gemeentebestuur heeft over de dreigende toename van vrijkomende agrarische bebouwing. Tevens worden er wekelijkse (keuken­ )tafelgesprekken gevoerd met agrarische ondernemers over het al dan niet doorzetten van de agrarische bedrijfsvoering. Het VAB-beleid maakt inzichtelijk welke ontwikkelkansen en mogelijkheden er bestaan ter plaatse van (voormalige) agrarische bedrijfslocaties. Het doel is om initiatiefnemers en eigenaren al in een vroeg stadium zo goed mogelijk te ondersteunen en inspireren in het transformatieproces waarbij het landschap en de aanwezige omgevingskwaliteiten worden benut en versterkt en leegstand van agrarisch vastgoed zo veel mogelijk wordt voorkomen. Het VAB-beleid is uitdrukkelijk gericht op ontwikkelkansen voor bestaande bebouwingslocaties, het gaat om transformatie en niet om nieuw ruimtebeslag.

Beoogd effect van het besluit

Na vaststelling van het VAB-beleid bestaat er een inzichtelijk en praktisch kader voor de transformatiekansen van (vrijkomende) agrarische bedrijfslocaties voor zowel de burgers als de gemeente.

Uitvoering van het besluit

Na besluitvorming door uw college wordt het VAB-beleid ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad. Na vaststelling wordt het VAB-beleid bekendgemaakt. Het beleid treedt de dag na bekendmaking in werking.

Motivering

Aanleiding Op 10 oktober 2019 is de motie "Herijking beleid buitengebied" aangenomen. In deze motie wordt door de raad geconstateerd dat het aantal locaties met vrijkomende agrarische bebouwing toeneemt. Het college wordt opgedragen om voor deze actuele opgave samen met de raad nieuw beleid te ontwikkelen. De fractie D66 heeft vervolgens op 11 december 2019 de "Bespreeknotitie vrijkomende agrarische bebouwing, een kans voor Breda" opgesteld. In deze notitie zijn opnieuw zorgen geuit over de (toenemende) leegstand van agrarische bebouwing. De negatieve effecten maar ook de mogelijke kansen van de leegstand werden in deze notitie expliciet onder de aandacht van het gemeentebestuur gebracht. Deze notitie is donderdag 5 maart 2020 in een beeldvormende sessie behandeld. De vragen vanuit de diverse fracties zijn door het college beantwoord. De bespreeknotitie heeft er vervolgens geleid dat de gemeenteraad op 9 juli 2020 de motie "Doorpakken Vrijkomende Agrarische Bebouwing" heeft aangenomen.

Pagina 1 van 9

Gemeente Breda

Zaaknummer: 1510689

Een korte toelichting op het Bredaase buitengebied Het buitengebied beslaat 60% van de gemeente Breda. Het gebied bestaat uit een grote diversiteit aan landschappen en een rijke cultuurhistorie. Het gebied wordt benut om te wonen, te recreëren en te werken, waarbij de agrarische bedrijfsvoering het zwaartepunt vormt. Om het waardevolle buitengebied te beschermen en de kwaliteiten te bevorderen zijn we terughoudend met het toestaan van extra bouw- en gebruiksmogelijkheden. Tegelijkertijd is het niet wenselijk om het buitengebied op slot te zetten. Dit schaadt immers de vitaliteit van het buitengebied en werkt leegstand in de hand. Er bestaan dus wel degelijk ontwikkeimogelijkheden, maar deze moeten bijdragen aan de versterking van de kwaliteiten van het buitengebied en/of bijdragen aan gemeentelijk, regionale, provinciale en zelf (inter-)nationale opgaven. Om deze ambities in de dagelijkse praktijk van de agrarische ondernemer handen en voeten te geven is het VAB-beleid opgesteld. VAB-beleid Het VAB-beleid bestaat uit inzichtelijke voorbeelden (kansen), maar ook de te nemen stappen (processen) en de aandachtspunten bij transformatie of herontwikkeling van (voormalige) agrarische bedrijfslocaties. Het VAB-beleid is uitdrukkelijk gericht op ontwikkelkansen voor bestaande agrarische bebouwde locaties, het gaat niet om het mogelijk maken van nieuw ruimtebeslag.

Het beleid is specifiek gericht op de agrariër als initiatiefnemer die wil weten waar hij/zij aan toe is. De kwaliteit van de omgeving is leidend. Daarbij wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de ideeën en wensen van initiatiefnemers. Het geldende wet- en regelgeving, waaronder het beleid van het rijk, de provincie en de gemeente is leidend. De focus ligt op de kansen en mogelijkheden, leder initiatief is uniek en vraagt dan ook om zorgvuldig maatwerk. Samenhang met Omgevingsvisie Het VAB-beleid is een thematische uitwerking van de Omgevingsvisie. Het VAB-beleid richt zich uitsluitend op de mogelijkheden voor (voormalige) agrarische bedrijfslocaties. Het is een praktisch stuk waar initiatiefnemers direct inspiratie uit kunnen halen voor de transformatiemogelijkheden ter plaatse van hun bedrijfslocatie. De Omgevingsvisie kent een hoger abstractieniveau en is leidend voor de ontwikkelkansen van onbebouwde gronden. Totstandkoming Begin 2020 is gestart met het opstellen van een kader voor de vrijkomende agrarische bebouwing. Oorspronkelijk is dit kader ingezet als bouwsteen voor de Omgevingsvisie. Om deze bouwsteen zo goed en snel mogelijk te kunnen opstellen is een extern adviesbureau ingeschakeld en is een afstudeeropdracht opgesteld.

De betrokkenheid van externe partijen zoals de regiogemeenten, Provincie, ZLTO en het Natuurplein is bij het opstellen van de bouwsteen van zeer groot belang. Helaas heeft de uitbraak van het Coronavirus verhinderd dat de oorspronkelijke plannen voor het betrekken van interne en externe partijen bijgesteld moesten worden. De ontmoetingen hebben vervolgens digitaal of in kleiner comité plaatsgevonden. Zo is er op 1 oktober 2020 voor interne betrokken ambtenaren een “live” bijeenkomst georganiseerd. Tevens zijn er on- en offline individuele gesprekken gevoerd. Op deze manier is het VAB-beleid vormgegeven en afgestemd met de relevante beleidsvelden, waaronder Stedenbouw en Landschap, Wonen, Economie, Ecologie, Ruimte en Vastgoed. Ook is er met de ABG-gemeente herhaaldelijk contact geweest over de VAB-opgave en gemeentelijk aanpak. Daarnaast heeft er op 29 maart 2021 een online meeting plaatsgevonden met de ZLTO en het Natuurplein. In maart 2021 is het VAB-beleid vervolgens vrij gegeven voor consultatie. Het VAB-beleid is als bijlage bij de Omgevingsvisie ter inzage gelegd. Een ieder heeft daar een reactie op mogen indienen. Op 1 juli 2021 is de definitieve versie van het VAB-beleid in een ambtelijk overleg besproken met de Provincie Noord Brabant. Zij gaven aan zich te kunnen vinden in het document.

In het bijzonder de complimenten voor de heldere structuur van het document en de sterke landschapsanalyse met de daaruit voortvloeiende zonering van het buitengebied van Breda. De analyse sluit naadloos aan bij de lagenbenadering zoals de provincie deze voor ogen heeft. Zij hebben aangegeven dat zij het VABbeleid als voorbeeld willen aandragen bij andere gemeenten in Brabant. Pagina 2 van 9

%%■ Gemeente Breda

Zaaknummer: 1510689

Zienswijzen Het ontwerp Omgevingsvisie 'Breda, Sterk en Veerkrachtig. Omgevingsvisie Breda 2040’ met daarbij het VAB-beleid heeft ter inzage gelegen van 13 maart 2021 tot en met 23 april 2021 en deze termijn is vervolgens verlengd tot 15 mei 2021. Tijdens die periode zijn 235 zienswijzen ingekomen, waarvan er 8 betrekking hebben op het VABbeleid. Voor de beoordeling van alle zienswijzen verwijzen wij naar de Nota van Commentaar, zoals deze als bijlage deel uitmaakt van het bestuursvoorstel voor de vaststelling van de Omgevingsvisie Breda 2040. In onderhavig voorstel beperken wij ons tot de behandeling van de zienswijzen die specifiek betrekking hebben op het VAB-beleid, waarbij voorde nummering is aangesloten bij de nummering uit de Nota van Zienswijzen: 022. Bewoners Beekakker Ulvenhout; 039. Indiener 39.; 044. Indiener 44; 067. Dorpsraad Ulvenhout; 071. Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant; 128. De Groene Koepel; 138. Indiener 138; 159. Natuurplein. De zienswijzen zijn tijdig ingediend en zijn ontvankelijk. De zienswijzen zijn hieronder samengevat en van een beoordeling voorzien. Indien niet alle afzonderlijke onderdelen van de zienswijzen in de samenvatting zijn opgenomen, zijn deze wel in de totale beoordeling meegenomen. In het kader van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) zijn de zienswijzen van natuurlijke personen geanonimiseerd. 22.

Bewoners Beekakker Ulvenhout en 138. Indiener 138. Samenvatting In het VAB-beleid is het agrarisch gebied aan de Beekakker in Ulvenhout aangeduid als Zone 2 ‘Genuanceerde mogelijkheden voor transformatie’. Indieners vinden bouwen op de akkers en weilanden in dit gebied niet wenselijk en zouden het gebied graag aangeduid zien als Uitsluitingsgebied. De indieners geven aan dat dat in het VAB-beleid voor zone 2 gebieden niet concreet genoeg staat beschreven wat dit betekent voor natuurbehoud, natuurherstel en biodiversiteit. De kaart wordt naar aanleiding van de zienswijze aangepast. Het VAB-beleid richt zich uitsluitend op de mogelijkheden voor bestaande (agrarische) bedrijfslocaties, dus op de reeds aanwezige erven en niet op de akkers en weilanden daar omheen. Omdat in het gebied aan de Beekakker geen bouwvlakken aanwezig zijn, waardoor er geen sprake kan zijn van een VAB-locatie, is het gebied op de kaart van het vast te stellen VAB-beleid aangeduid als uitsluitingsgebied. Beoordeling De kaart wordt naar aanleiding van de zienswijze aangepast. Het VAB-beleid richt zich uitsluitend op de mogelijkheden voor bestaande (agrarische) bedrijfslocaties, dus op de reeds aanwezige erven en niet op de akkers en weilanden daar omheen.

Omdat in het gebied aan de Beekakker geen bouwvlakken aanwezig zijn, waardoor er geen sprake kan zijn van een VAB-locatie, is het gebied op de kaart van het vast te stellen VAB-beleid aangeduid als uitsluitingsgebied. Voor alle zones in het VAB-beleid geldt dat aanwezige natuurwaarden beschermd zijn (Wet natuurbescherming) en dat in Zone 1 en 2 natuurherstel en biodiversiteit worden bevorderd door de vereiste aanvullende groene inrichting van het erf. Conclusie Gegrond. Zoneringenkaart VAB-beleid is aangepast.

Pagina 3 van 9

Gemeente Breda

Zaaknummer: 1510689

39. Indiener 39 en 44. Indiener 44 Deze twee zienswijzen kennen identieke gronden en worden daarom samen behandeld. Samenvatting Indieners verzoeken om het VAB-beleid in het buitengebied van Prinsenbeek te laten vervallen, vanwege bestaande functies en visuele waarden. Beoordeling Het VAB-beleid richt zich uitsluitend op de transformatiemogelijkheden voor (voormalige) agrarische bedrijfslocaties, dus op de reeds aanwezige erven en niet op de akkers en weilanden daar omheen. De Omgevingsvisie is leidend voor de ontwikkelkansen van onbebouwde gronden. Bestaande functies kunnen worden gecontinueerd. Bij de functieverandering wordt altijd rekening gehouden met bestaande waarden. Wij gaan niet mee in de voorgestelde wijziging aangezien in dit gebied veel agrarische bedrijven liggen waarvoor het VAB-beleid juist is opgesteld. Conclusie Ongegrond. 67. Dorpsraad Ulvenhout Samenvatting Indieners verzoeken om in het VAB-beleid meer ruimte te bieden voor een lokale specifiekere invulling, waarbij geparticipeerd kan worden door bewoners Beoordeling Het VAB-beleid is in de eerste plaats een praktisch stuk om initiatiefnemers en eigenaren al in een vroeg stadium zo goed mogelijk te ondersteunen en inspireren bij transformatie of herontwikkeling van (voormalige) agrarische bedrijfslocaties.

Daarnaast worden de te nemen stappen (processen) en de aandachtspunten bij transformatie of herontwikkeling van (voormalige) agrarische bedrijfslocaties beschreven. De lokale specifieke invulling en het participatieproces komen bij de uitwerking van het initiatief zeker aan de orde. In het VAB-beleid is uitdrukkelijk opgenomen dat moet worden afgestemd met buren en belanghebbenden. Vervolgens is ook nog participatie mogelijk in het reguliere planologische project, dat volgt op de stappen die in het VAB-beleid zijn opgenomen (van idee naar globaal plan). Het is dan ook niet nodig om het VAB-beleid hier nog verder op aan te scherpen. Conclusie Ongegrond. 71. Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant; Samenvatting Als het gaat om het toevoegen van meerdere woningen in het buitengebied is het VAB-beleid strijdig met het provinciaal beleid. De provincie verzoekt de voorwaarden uit de Omgevingsverordening over te nemen in het VAB-beleid en hiernaar te verwijzen. Ook verzoekt de provincie op dit onderdeel ambtelijk in overleg te treden zodat dit onderdeel op provinciaal en gemeentelijk niveau in overeenstemming kan worden gebracht. De erfgoedwaarden moeten beter worden opgenomen worden in het VAB-beleid.

Beoordeling In het VAB-beleid zal de verwijzing naar de Omgevingsverordening (en andere beleid- en regelgeving, zoals de Wet natuurbescherming) worden aangescherpt, zodat voor eenieder duidelijk is dat initiatieven hierbinnen moeten passen.

Pagina 4 van 9

Gemeente Breda

Zaaknummer: 1510689

In de vast te stellen Omgevingsvisie is tekst toegevoegd over het behoud van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing: Bij cultuurhistorisch waardevolle bebouwing denken wij actief mee over mogelijkheden zoals woningsplitsing, functieverandering etc. om op die manier ons erfgoed te behouden voor de toekomst, in een zo vroeg mogelijk stadium levert de initiatiefnemer voldoende onderbouwing aan waaruit blijkt dat er cultuurhistorische waarden aanwezig zijn. Door middel van aanwijzing tot gemeentelijk monument wordt het behoud naar de toekomst toe geborgd. Dit uitgangspunt geldt voor al ons erfgoed, dus ook voor VAB-locaties. Conclusie Gegrond voor wat betreft het een aanscherping in de tekst is over de geldende rijks en provinciale wet- en regelgeving. 128. De Groene Koepel en 159. Natuurplein Deze twee zienswijzen kennen identieke gronden en worden daarom samen behandeld. Samenvatting 1. Natuurplein de Baronie en Milieuvereniging de Groene Koepel gaan in op het VAB-beleid en ruimte-voor-ruimte regeling. Beide kunnen zich niet vinden in het voorgestelde VAB-beleid/de ingedeelde zones voor drie categorieën. De indeling is te grof. Het zet de deur open voor ontwikkelingen die niet overeenstemmen met de ambitie om de biodiversiteit te verbeteren, grote risico’s kunnen hebben op natuur en landschap en zijn ook niet in lijn met de Interim omgevingsverordening.

Het beleid houdt geen rekening met cumulatie en aanwezige ecologische kwaliteiten op perceelsniveau. Vooral keuze voor de Rith in categorie 2 wordt afgewezen. En geen rekening gehouden met de gevolgen voor het Ulvenhoutse bos. In plaats van het stimuleren van allerlei bedrijvigheid dienen kaders te worden aangegeven om negatieve effecten op biodiversiteit en omgevingskwaliteit te voorkomen. Het VAB beleid is erop geënt dat in het buitengebied zone 3 flinke uitbreidingen mogelijk zijn hiervan is in de MER niets terug te vinden. In zone 3 zijn flinke uitbreidingen mogelijk met alle gevolgen van cumulatie en het uitgroeien tot bedrijven die op een bedrijventerrein thuishoren. Er wordt hierbij ook voorbijgegaan aan toename van verkeer in het buitengebied. Dit verkeer is in het MER aangemerkt als risicovol wat betreft veiligheid en stikstof. Er wordt gesteld dat het VAB-beleid perspectief biedt aan agrariërs. De overschakeling naar duurzame landbouw zal met zich meebrengen dat vrijkomende stalruimte misschien omgezet kan worden bij andere soorten van teelten. Natuurplein is er voorstander van goed te bezien hoe duurzame landbouw zich ontwikkelt. 2.

In het VAB-beleid staat de veronderstelling dat het aantal agrarische bedrijven af zal nemen door schaalvergroting en ontbreken van opvolging. Natuurplein vraagt zich dit af omdat van overheidswege gestuurd wordt op duurzame landbouw. Dit brengt mee dat het aantal dieren afneemt en daarmee minder grond voor de productie van veevoer. Hierdoor komt er meer grond vrij voor natuur en recreatie.

3.

Indieners constateren dat met het voorgestelde VAB-beleid een nieuwe constructie geïntroduceerd word om op erven meer bebouwing toe te staan en waarmee de inspanning meer groen voor rood wordt afgezwakt. Natuurplein is er voorstander van dat er niet meer gebouwd wordt op onbebouwde agrarische grond maar alleen op VAB percelen die voldoen aan de Interim Omgevingsverordening, alleen in bebouwingsconcentraties met de huidige voorwaarden aantal m2 te slopen stal gekoppeld aan inlevering van fosfaatrechten en er moet worden aangetoond dat de omgevingskwaliteit verbeterd. En te blijven werken met de hiervoor aangewezen gebieden zoals die in de SV2030 zijn opgenomen.

4.

Beide indieners vragen om het evalueren van het ruimte-voor-ruimte beleid en zijn van mening dat het aantal gebieden eerder verminderd dan vermeerderd zal moeten worden. Natuurplein de Baronie stelt dat de keuzes voor het verruimen van het beleid voor VAB in de verschillende zones niet op een dergelijke evaluatie is gebaseerd.

Pagina 5 van 9

Gemeente Breda

Zaaknummer: 1510689

Beide indieners stellen dat met de koppeling ruimte-voor-ruimte regeling en VAB-beleid de gemeente het zich moeilijk maakt. Er staat aangegeven dat de ruimte-voor-ruimte regeling gekoppeld is aan het rood voor groenbeleid. Indieners kunnen dit niet plaatsen en stellen voor de samenvatting van dit beleid op te nemen in de Omgevingsvisie en het beleid als bijlage. 5.

In de Interim omgevingsverordening is al opgenomen dat bouwen in het buitengebied op een VAB-locatie mogelijk is door een landgoed te stichten waarbij afhankelijk van de hoeveelheid woningen vijf of meer hectare natuur aangelegd moet worden. Dat vindt Natuurplein een betere constructie. Ook wordt aangegeven dat dit uitgewerkt is in het rood-voor-groenbeleid. Dit is nergens terug vinden en de kernpunten zouden moeten worden opgenomen in de Omgevingsvisie. Het hele rood-voor-groenbeleid zou vervolgens als uitwerking in een aparte procedure ter inzage moeten worden gelegd.

6.

Natuurplein stelt voor een maximum grootte van woningen in het buitengebied opnemen omdat deze verstedelijking niet in het landschap past. Het maximale zou 750m3 moeten blijven inclusief vergunningsvrij bouwen.

7.

Opmerkingen Natuurplein op de zoneringskaart (pagina 14) van de VAB-bouwstenen: a. Onduidelijk is hoe vanuit de analyse van het bestaande beleidskader en de landschapsanalyse tot deze zoneringskaart is gekomen b. Het gebied waar geen ontwikkelingen mogelijk zijn, is op Lijndonk niet correct aangegeven. Dat gebied dient ongeveer te beginnen op de driesprong Bolbergseweg, Lijndondonk en Tervoortseweg. c. In het gebied ten zuiden van Ulvenhout gelegen tussen A-58, N639 en het kwetsbare Ulvenhoutse bos en het dorp is de zonering nogal versnipperd. Hier zouden alleen natuurontwikkelingen plaats kunnen vinden en zou deze zone als uitsluitingsgebied aangewezen dienen te worden. d. Ten noordwesten van Prinsenbeek zijn de overgangen van uitsluitingsgebied naar zone 3 erg hard. Ter bescherming van Weimeren zou er ten zuiden van Weimeren een gebied met zone 1 moeten worden toegevoegd. Ook dient de ecologische verbinding tussen Weimeren en Strijpen/De Berk als uitsluitingsgebied te worden aangewezen. Tien jaar geleden zijn voor deze gebieden onderzoeken uitgevoerd. Op basis van de toen vastgestelde waarden is het glastuinbouwgebied verkleind. Wij hebben de indruk dat de grenzen nu willekeurig getrokken zijn. Beoordeling 1.

Ten aanzien van de vrees voor onaanvaardbare aantasting van het waardevolle buitengebied willen we benadrukken dat het VAB-beleid zich uitsluitend richt op de transformatiemogelijkheden voor (voormalige) agrarische bedrijfslocaties, dus op de reeds aanwezige erven en niet op de akkers en weilanden daar omheen. Het VAB-beleid is uitdrukkelijk gericht op ontwikkelkansen voor bestaande bebouwingslocaties, het gaat om transformatie en niet om nieuw ruimtebeslag. De kwaliteiten van het gebied zijn leidend en bij de uitwerking van de initiatieven zal voldaan moeten worden aan de Landschapsinvesteringsregeling Breda. Daarmee is het VAB-beleid wel degelijk in overeenstemming met de Provinciale kaders. Bovendien blijven deze Provinciale kaders, evenals de rijksregels onverkort van toepassing bij de uitwerking van de initiatieven. De Omgevingsvisie is leidend voor de ontwikkelkansen van onbebouwde gronden. Het VAB-beleid wordt ten onrechte gezien als verstedelijkingsmogelijkheid (met MER-plicht). We richten ons op transformatiemogelijkheden van bestaande bebouwing waarbij we er in principe van uitgaan dat een initiatief terug gaat in bouw- en gebruiksmogelijkheden (ten opzichte van het huidige agrarische gebruik). Zoals gezegd wordt bij de functieverandering altijd rekening gehouden met bestaande natuurwaarden en andere waarden.

Initiatieven dienen sowieso te passen in bestaande wet­ en regelgeving zoals de Wet natuurbescherming. In veel gevallen zal de natuur er op vooruit gaan doordat de nieuwe functie minder milieu-effect heeft dan de agrarische functie.

Pagina 6 van 9

Gemeente Breda

Zaaknummer: 1510689

De zonering is zorgvuldig tot stand gekomen op basis van de diverse landschapsgebieden in het buitengebied. Er is uitgegaan van de 5 bestaande landschapstypen in het buitengebied van Breda, de ecologische waarden, de cultuurhistorische waarden en de invloed van het stedelijk gebied (de stadsrandzone) en grootschalige infra (snelweginvioedzone). Dat heeft geresulteerd in een indeling in 3 zones en een uitsluitingsgebied. Ten opzichte van het ontwerp is ter hoogte van de Hóógsteen / Beekakker de zonering aangepast. Het Uitsluitingsgebied is vergroot. 2.

Er wordt ten onrechte verondersteld dat er meer grond vrij zal komen voor natuur en recreatie als gevolg van verduurzaming van de landbouw. De ZLTO stelt in haar zienswijze: De maatschappelijke vraag om te extensiveren brengt met zich mee dat agrarische ondernemers meer grond nodig zullen hebben voor een duurzame bedrijfsuitoefening. Om bijvoorbeeld een koe in de wei te laten lopen in plaats van op stal te laten staan is er extra hectare weiland nodig. Duurzame teelten vragen om grotere plantafstanden.

3.

Hiervoor verwijzen we naar hetgeen hiervoor onder 1. is opgenomen. Het VAB-beleid richt zich op transformatiemogelijkheden van (voormalige) agrarische bedrijfsbebouwing. Een agrarisch bedrijfsperceel is doorgaans de meest intensief bebouwde en gebruikte locatie in het buitengebied. Ter plaatse van een agrarisch bedrijf mag het totale bouwvlak bebouw worden en daarnaast kent een agrarisch bedrijf een behoorlijke (milieu-)invloedszone. Een transformatie van een VAB-locatie betekent dan ook altijd een vermindering van de bouwmogelijkheden en een beperking van de (milieu-)invloedszone.

4.

Er heeft wel degelijk een evaluatie plaatsgevonden van de ervaringen met en de resultaten van het ruimte voor ruimte beleid van de afgelopen jaren. In de Structuurvisie 2030 waren in het buitengebied diverse bebouwingslinten geselecteerd waar het toevoegen van woningen voorstelbaar is. Dit locatiebeleid staat op gespannen voet met de transformatie-opgave die is ontstaan op de zogenaamde VAB-locaties. Het is tegenstrijdig om onbebouwde (agrarische) gronden te benutten voor het toevoegen van woningen in een tijd waarin gezocht wordt naar herontwikkelingsmogelijkheden op bestaande (en benutte) bouwvlakken. Bij vaststelling van de Omgevingsvisie wordt het beleid uit het Beleidskader groen en rood, met de daarbij behorende de 'Rode kaart buitengebied Breda’, ingetrokken. De voorstelbare bouwlocaties voor Buitenwonen aan de linten in delen van bebouwingsconcentraties die door de gemeente aangewezen zijn, komen daarmee te vervallen. De ruimte-voor-ruimte-woningen die mogelijk zijn op basis van provinciaal beleid, zullen voornamelijk worden ingezet op vrijkomende agrarische bouwvlakken. Hiermee voorkomen dat open (agrarische) gebieden worden bebouwd.

Enerzijds landt de kwaliteitswinst op provinciaal niveau (door het verkrijgen van een ruimte voor ruimte titel), anderzijds landt de kwaliteitswinst op gemeentelijk niveau met het transformeren van de bestaande bebouwing op een VAB-locatie. Dit sluit ook prima aan op de wens van indieners. De link tussen de ruimte voor ruimte woningen en het VAB-beleid is logisch, gelet op de voorgaande uiteenzetting. Op basis van het VAB-beleid worden initiatieven voor het toevoegen van ruimte-voor-ruimte woningen beoordeeld en uitgewerkt. Daarbij moet uiteraard ook getoetst worden aan de Landschapsinvesteringsregeling Breda.

5.

Voor de realisatie van Nieuwe Landgoederen baseren wij ons op het provinciale beleid. Wij sluiten aan bij de Provinciale kaders en op het moment dat er een initiatief voor de realisatie van landgoederen wordt ingediend zal bij de uitwerking maatwerk verricht worden. Dit is ook zo opgenomen in de Omgevingsvisie. Ten aanzien van functie, gebruik en type bebouwing zijn de provinciale uitgangspunten algemeen geformuleerd, zodat de regeling mogelijkheden biedt voor het combineren van opgaven.

6.

De maximale inhoud van woningen in het buitengebied is in bestemmingsplannen geborgd. De inhoud van woningen is in beginsel gemaximaliseerd op 750 m3. Grotere woningen, die legaal tot stand zijn gekomen, mogen worden gehandhaafd. Denk hierbij aan ruimte voor ruimte woningen, die een inhoud van maximaal 1 .OOOm3 mogen hebben.

Pagina 7 van 9

Gemeente Breda

Zaaknummer: 1510689

De onderdelen van de woning die vergunningsvrij zijn worden niet getoetst aan het bestemmingsplan en niet aan het gemeentelijk beleid. De gemeente kan hieraan geen eisen stellen, de rijkswetgever heeft namelijk al bepaald dat deze bebouwing vergunningsvrij mag worden gebouwd. Het heeft dus geen zin om in gemeentelijk beleid of bestemmingsplannen te proberen de vergunningsvrije ruimte te beperken. Enerzijds is de gemeente hiertoe niet bevoegd aangezien de rijkswetgever al heeft voorzien in de vergunningsvrije ruimte anderzijds is het niet zinvol omdat voor vergunningsvrije bouwwerken niet toegekomen wordt aan een toets aan een bestemmingsplan. 7. Ten aanzien van de opmerkingen op de zoneringskaart: a. Er wordt gesteld dat het onduidelijk is hoe vanuit de analyse tot de zoneringskaart is gekomen, maar de onduidelijkheid wordt niet nader gemotiveerd; b. Wij gaan niet mee in de voorgestelde wijziging aangezien we op basis van de waarden in het gebied en de landschapstypologie geen beperking van de transformatiemogelijkheden kunnen onderbouwen; c. Ter hoogte van de Hóógsteen / Beekakker is in het vast te stellen VAB-beleid de zonering aangepast. Het Uitsluitingsgebied is vergroot; d. Het VAB-beleid is gebaseerd op transformeren van bestaande agrarische bouwblokken. De kwaliteiten van het landschap zijn leidend voor de indeling van de zonering.

De grenzen zijn zeker niet willekeurig getrokken. Ten noord westen van Prinsenbeek zijn de gronden intensiever in gebruik en zijn er minder te beschermen waarden. Vandaar dat er gekozen is om er Zone 3 op te leggen. Er liggen meer kansen voor transformatie. De ecologische verbindingszone wordt niet aangetast door de ligging in Zone 2, aangezien de transformatie alleen toeziet op bestaande bouwblokken. Het landschap wordt hierbij niet aangetast. Conclusie Gegrond voor wat betreft de zonering ter hoogte van de Hóógsteen / Beekakker. Ongegrond voor al het overige. Ambtshalve aanpassing Op. 23 in het ontwerp is een te beperkte passage opgenomen over de mogelijkheden in Zone 1. Ten onrechte wordt hier gesteld dat er in zone 1 "geen omschakeling naar reguliere bedrijvigheid, recreatie of maatschappelijk functies" wordt beoogd. Dat verdient een nuancering. Zoals ook uit de rest van de teksten in het VAB-beleid blijkt bestaan er ook in Zone 1 beperkte mogelijkheden voor transformatie. De tekst wordt hierop aangepast. Vervolg VAB-loket Na vaststelling van het VAB-beleid door de raad worden de mogelijkheden voor het inrichten van een digitaal dashboard c.q. een digitaal VAB-loket verder uitgewerkt. Naar aanleiding van de motie "Doorpakken Vrijkomende Agrarische Bebouwing" zijn hierover al verkennende interne gesprekken gevoerd.

De bedoeling is een laagdrempelig loket, waar agrariërs informatie kunnen vinden of een (keukentafel-)gesprek aan kunnen vragen. Nota Bovenwijkse Voorzieningen Breda Voor de transformatie of herontwikkeling van (voormalige) agrarische bedrijfslocaties zal veelal een aanpassing van het bestemmingsplan nodig zijn. Op grond van de bestemmingsplanwijziging kan er in dat geval sprake zijn van een bijdrage in het kader van de Nota Bovenwijks. In het kader van het nieuwe VAB beleid wordt ten aanzien van een dergelijke bijdrage voor de vaststelling de verschuldigdheid en de hoogte aangesloten op (het effect van) de daadwerkelijke wijziging van de activiteit en de (toegevoegde) bebouwing.

Juridisch Consequenties Tegen de vaststelling van het VAB-beleid staan geen rechtsmiddelen open. Bevoegdheid Het college is op basis van artikel 160 Gemeentewet bevoegd de besluitvorming van uw raad voor te bereiden. Uw raad besluit vervolgens op basis van artikel 147 Gemeentewet. Pagina 8 van 9

Gemeente Breda

Zaaknummer: 1510689

Bekendmaking Na vaststelling van het VAB-beleid wordt het beleid bekend gemaakt. Het beleid treedt de dag na bekendmaking in werking.

Financieel N.v.t. Na vaststelling van het VAB-beieid bestaat er een inzichtelijk en praktisch kader voor de transformatiekansen van (vrijkomende) agrarische bedrijfslocaties.

Risicomanagement N.v.t. Na vaststelling van het VAB-beleid bestaat er een inzichtelijk en praktisch kader voor de transformatiekansen van (vrijkomende) agrarische bedrijfslocaties.

Bijlagen bij dit bestuursvoorstel * ■ ■ ■

Raadsbesluit Zienswijzen Nota van wijzigingen Het VAB-beleid

Burgemeester en wethouders van Breda,

, gemeentesecretaris

Pagina 9 van 9

Zaaknummer: 1510689 Raadsbesluit

Vaststellen beleid voor vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) Aantal bijlagen: 3

De raad van de gemeente Breda, gezien het voorstel van burgemeester en wethouders en met overname van de daarin vermelde overwegingen; gelet op artikel 147 van de Gemeentewet;

Besluit 1. De zienswijzen deels gegrond en deels ongegrond te verklaren. 2. Het beleid voor vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) gewijzigd vast te stellen, conform de bijlage 'Nota van wijzigingen beleid voor vrijkomende agrarische bebouwing (VAB)’.

Aldus besloten in zijn openbare vergadering van

, voorzitter

, griffier

Pagina 1 van 1

Dossiernummer: 1527480 Advies college aan Agendacommissie t.b.v. behandeling in BredaasBeraad

Vaststellen beleid voor vrijkomende agrarische bebouwing (VAB)

Besluit college d.d.: 13-07-2021 1. De raad voor te stellen om de zienswijzen deels gegrond en deels ongegrond te verklaren. 2. De raad voor te stellen het beleid voor vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) gewijzigd vast te stellen, conform de bijlage 'Nota van wijzigingen beleid voor vrijkomende agrarische bebouwing (VAB)’.

Behandeling gemeenteraad Agendacommissie

<

Ter vaststelling

Portefeuillehouder: Weth. de Beer Ambtelijk contactpersoon: Natalie Snel / Denise Verhaak

Informatie ten behoeve van behandeling in Bredaas beRaad A. Te doorlopen fase(s) BOB De hele procedure van Beeldvorming/Oordeelsvorming/Besluitvorming moet worden doorlopen. B. Totstandkoming voorstel/document De betrokkenheid van externe partijen zoals de regiogemeenten, Provincie, ZLTO en het Natuurplein is bij het opstellen van de bouwsteen van zeer groot belang. Helaas heeft de uitbraak van het Coronavirus verhinderd dat de oorspronkelijke plannen voor het betrekken van interne en externe partijen bijgesteld moesten worden. De ontmoetingen hebben vervolgens digitaal of in kleiner comité plaatsgevonden. Zo is er op 1 oktober 2020 voor interne betrokken ambtenaren een “live” bijeenkomst georganiseerd. Tevens zijn er on- en offline individuele gesprekken gevoerd. Op deze manier is het VAB-beleid vormgegeven en afgestemd met de relevante beleidsvelden, waaronder Stedenbouw en Landschap, Wonen, Economie, Ecologie, Ruimte en Vastgoed. Ook is er met de ABG-gemeente herhaaldelijk contact geweest over de VAB-opgave en gemeentelijk aanpak. Daarnaast heeft er op 29 maart 2021 een online meeting plaatsgevonden met de ZLTO en het Natuurplein. In maart 2021 is het VAB-beleid vervolgens vrij gegeven voor consultatie. Het VAB-beleid is als bijlage bij de Omgevingsvisie ter inzage gelegd. Een ieder heeft daar een reactie op mogen indienen. C. Bijzonderheden N.v.t.

Samenvatting Vaststelling van het beleid voor vrijkomende agrarische bebouwing (VAB). Het beleid is een thematische uitwerking van de Omgevingsvisie en richt zich uitsluitend op de mogelijkheden voor (voormalige) agrarische bedrijfslocaties. Het is een praktisch stuk waar initiatiefnemers direct inspiratie uit kunnen halen voor de transformatiemogelijkheden ter plaatse van hun bedrijfslocatie.

Vraag aan gemeenteraad De zienswijzen tegen het ontwerp beleid voor vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) deels gegrond en deels ongegrond te verklaren en vervolgens het beleid voor vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) gewijzigd vast te stellen, conform de bijlage 'Nota van wijzigingen beleid voor vrijkomende agrarische bebouwing (VAB)’. Pagina 1 van 2

Dossiernummer: 1527480

Bijlagen bij dit bestuursvoorstel    

Raadsvoorstel en -besluit Zienswijzen Nota van wijzigingen Het VAB-beleid

Pagina 2 van 2

Gemeenteraad van de gemeente Breda Claudius Prinsenlaan 10 4811 DJ

BREDA

Ulvenhout,

16 april 2021

Onderwerp: zienswijze tegen ontwerp Omgevingsvisie Breda 2040

Geachte Raad, Het ontwerp Omgevingsvisie Breda 2040 ligt ter inzage. Een visie voor een toekomstbestendige stad met hoge ambities en waarden. De Omgevingsvisie is gebaseerd op diverse kernwaarden en doelen

zoals een CO2 neutrale weerbare stad die klimaateffecten kan opvangen en die natuurwaarden hoog houdt.

Wij signaleren in de Omgevingsvisie een aantal discrepanties en mogelijk ongewenste ontwikkelingen voor het onderhavige gebied waartegen wij bezwaar aantekenen.

In hoofdlijnen:

Tegenstrijdige zone indeling De aan de rand gelegen woningen aan de Beekakker,

uitzicht op de weilanden

en

natuur.

Dit gebied

Pennendijk en Hoogsteen hebben vrij

heeft

een

identieke

uitstraling met een

tegenstrijdig gebied wordt gelijkwaardige omgevingskwaliteit. opgesplitst in twee afwijkende zones. Grotendeels is het gebied ingedeeld als uitsluitingsgebied, echter het deel gelegen aan de Beekakker is in zone 2 (genuanceerde mogelijkheden voor transformatie) ingedeeld. VAB- beleid (bijlage 5.7) Het bebouwen op niet bestaande bouwgrond maar op voormalig akkerbouwgebied en of natuurgebied aan de Beekakker is tegenstrijdig met het VAB-beleid. Het

is

dan

ook

dat dit

Natuurbehoud De rustgevende, natuurlijke omgeving staat bovenaan voor de bewoners aan de Beekakker.

Verandering van inrichting en/of bebouwing geeft een extra belasting op de infrastructuur en heeft een negatieve impact op de kwaliteit van wonen. Natura 2000

De effecten van stikstofdepositie in Natura 2000 staan voor natuurbehoud en zijn in strijd met bebouwing en enige ander vorm van activiteiten.

Wij vertrouwen er op dat u onze bezwaren zult meenemen in de verdere totstandkoming van de Omgevingsvisie Breda 2040. Tenslotte willen wij u vriendelijk verzoeken om ons te betrekken in het verdere proces.

Wij zijn bereid om mee te denken in verdere ontwikkeling van het natuurgebied met

betrekking tot het gebied aan de Beekakker.

Met vriendelijke groet,

ee

Bewoners Beekakker, Ulvenhout

Straat Riekeschot

Beekakker

Beekakker

Beekakker

Beekakker

Beekakker

Beekakker

Beekakker

Beekakker

Beekakker

Beekakker Beekakker

Nr

| Naam

| Handtekening

Aan de Gemeenteraad van de gemeente Breda Postbus 90156 4800 RH Breda

Prinsenbeek, 18 april 2021

Onderwerp: Zienswijze m.b.t. Ontwerp-Omgevingsvisie Breda 2040 Geachte Gemeenteraad,

Hierbij stuur ik u mijn zienswijze ten aanzien van de Ontwerp-Omgevingsvisie Breda 2040, welke met name gericht is op de voorgenomen plannen ten aanzien van de regionale infrastructuur en het Beleid voor Vrijgekomen Agrarische Bebouwing (VAB) Bijlage 5.7, dat thans ter inzage ligt. In oktober 2008

zijn mijn gezin en ik in het prachtige, rustige landelijkk gelegen Weimersedreef in Prinsenbeek.

Brabantse Delta is begonnen met het aanleggen een robuust natuurgebied de Weimeren, met moerassen en

waterplassen. En het inrichten van laagveenbosjes, ruigtevelden en kruiden —en faunarijke grasladen. De bedoeling is dat er een natuurgebied ontstaat waar de otter en bijzondere vogels, zoals de roerdomp, zich thuis zullen voelen.

Door de aanleg van een extra afrit zal dit allemaal teniet gedaan worden. Gemeente Breda is volop bezig om het mooie en rustige buitengebied van Prinsenbeek vol te bouwen en te belasten met wederom allerlei zaken.

De A16 is in het verleden verbreed, hierdoor is er een zandafgraving ontstaan wat gelukkig voor een mooi doel gebruikt kon worden. De HSL moest er door met als gevolg een meters hoge betonnen wand waarbij de geluidshinder veel meer is dan vooraf aangegeven. Hierdoor moesten de in de nabijheid gelegen woningen beter geisoleerd worden. Recent zijn er plannen voorbij gekomen waarbij wederom de Weimeren het slachtoffer lijkt te worden van de expansiedrift van de gemeente Breda. Een uitbereiding van het aantal windmolens langs de A16 welke uiteraard precies op dezelfde locatie lijken te komen als de nu bedachte op/afrit van de A168. Dit gaat onherroepelijk zorgen voor slagschaduw en extra geluidsoverlast, om maar niet te spreken over de vreselijke horizonvervuiling die er zal gaan ontstaan.

Een extra afrit ten noorden van Prinsenbeek gaat onherroepelijk Zzorgen voor meer (sluip)verkeer. Er rijdt nu dagelijks al veel sluipverkeer via de Nieuweveerweg in de richting van Zevenbergsehoek.

En met welk doel komt deze op/afrit? Het verkeer stroopt nu op ter hoogte van Knooppunt Zonzeel voor de

richting Rotterdam en direct aan de oprit Breda Noord in de richting Etten-Leur. Dat gaat met dit plan nog eerder op het traject worden en biedt geen oplossing voor de onderliggende file problematiek. Zeker met de wijze waarop de lokale wegen nu zijn ingericht in de omgeving van de beoogde op/afrit zal deze verkeerstoename er voor zorgen dat er bijzonder hard gereden zal worden met alle verkeersonveiligheid van dien. Er zijn, naast de lokale jeugd die over deze wegen naar school rijden, veel groepen ouderen die fietstochten door het buitengebied rijden. Op deze wegen wordt al hard gereden, en

dat zal alleen maar toenemen als er meer

verkeer door het gebied gaat rijden.

Mijns inziens zouer juist moeten worden gekeken of de bestaande ontsluitingen naar de A16 kunnen worden verbeterd. Gedacht kan worden aan een verbeterde ontsluiting via Noordelijke Rondweg en om deze tevens

richting het noorden te bevorderen door de bestaande oprit bij Terheijden beter bereikbaar te maken. Ook de ontsluiting van Prinsenbeek kan aanvullend worden ontlast door aan de zuidkant een ‘echte’ aansluiting op knooppunt Princeville ter hoogte van de afrit Breda-West/(VVoonboulevard (16) te realiseren. Naast een dreigende verlaging van de verkeersveiligheid komt er door een extra op/afrit van de A16 ook een verhoogde Kans op criminaliteit, het zogenaamde mobiele banditisme, waarbij men criminele activiteiten uitvoeren om vervolgens snel te kunnen verdwijnen via een Rijksweg. U gaat met het realiseren van deze beoogde oprit meer criminaliteit brengen in onze achtertuin.

Tot slot is de gekozen locatie voor een extra op/afrit een totaal onlogische locatie voor een op/afrit, want er is geen aanwijsbare noodzaak voor, tenzij er nog niet bekend gemaakte plannen klaar liggen vanuit de gemeente Breda.

Gaarne zie ik het creéren van een nieuwe op-/afrit én de aanpassingen naar aanleiding van VAB verwijderd voor het buitengebied van Prinsenbeek ten westen van de snelweg A16, zodat dit niet terugkomt in de definitieve

Omgevingsvisie 2040. Mocht de aanpassing ten aanzien van de VAB niet geheel kunnen warden voorkomen/verwijderd, dan verwacht ik dat er in de plannen wordt opgenomen dat een toekomstige invulling van ons buitengebied in lijn is met de bestaande bestemmingen (zoals boomkwekerijen, landbouw, e.d.). Aanvullend dienen er valdoende maatregelen worden getroffen om een verdere toename van storende en visuele factoren tot een minimum te beperken en

dient dit te worden gewaarborgd in de definitieve versie van de Omgevingsvisie 2040. Ik houd me het recht voor om deze zienswijze aan te vullen en/of te wijzigen. Met belangstelling zie ik uw nadere berichten tegemoet. Mocht u nog vragen en/of opmerkingen hebben, wilt u dan zo vriendelijk zijn contact met mij op te nemen.

Hoogachtend,

Aan de Gemeenteraad van de gemeente Breda

Postbus 90156 4800 RH Breda

Prinsenbeek, 18 april 2021 Onderwerp: Zienswijze m.b.t. Ontwerp-Omgevingsvisie Breda 2040 Geachte Gemeenteraad,

Hierbij stuur ik u mijns zienswijze ten aanzien van de Ontwerp-Omgevingsvisie Breda 2040, welke met name gericht is op de voorgenomen plannen ten aanzien van de regionale infrastructuur en het

Beleid voor Vrijgekomen Agrarische Bebouwing (VAB) Bijlage 5.7, dat thans ter inzage ligt. Sinds oktober 2008 zijn wij woonachtig in het buitengebied van Prinsenbeek aan de Weimersedreef met aan de achterzijde op enige afstand de parallelweg en de geluidsschermen van de Rijksweg A16.

In de jaren dat wij hier wonen zijn we inmiddels meerdere malen geconfronteerd met allerlei

ontwikkelingen die naar mijn mening niet ten goede komen aan het karakter van het buitengebied en de bijbehorende natuur- en landbouwaspecten. Beter gezegd, naar mijn mening in strijd zijn met uw eigen beleid omtrent Vitale Natuur en Landschap. Want alsof......een verbreding van de Rijksnelweg A16 met de daarbij behorende geluidsoverlast, de

onooglijke geluidschermen, een bulderende HSL en de binnenkort te verwachten windmolens (met een extra toename van de reeds bestaande geluidsoverlast) nog niet voldoende waren, heeft u tot mijn grote schrik en verbazing wederom plannen opgenomen in het Ontwerp-Omgevingsvisie die onze

omgeving weer gaan raken.

Met welk doel en welke voordelen zou een extra op-/afrit voor de A16 opleveren? In de spits staat het verkeer op de A16 al stil ten zuiden van knooppunt Zonzeel. Bovendien staat het

huidige sluipverkeer al in de file bij de oprit bij Zevenbergschehoek. Wat is dan de toegevoegde waarde van nog een oprit? En waar zou het verkeer langs moeten

worden geleid om bij deze op-/afrit te komen? De praktijk wijst uit dat de A16 de huidige toestroom van het verkeer nu al niet kan verwerken. Het

toevoegen van extra op- en afritten lost dit probleem niet op, maar zorgt juist voor een extra toename van filevorming op de A16 én de bijbehorende op-/afrit met alle bijkomende nadelige

(neven)effecten. En waarom de optie om deze op-/afrit ter hoogte van de waterzuivering Nieuwveer te realiseren?

Net nu er miljoenen worden geinvesteerd in het natuurgebied langs de Mark om deze geheel te

transformeren naar het oorspronkelijke polderlandschap en dit een enorme impact heeft op de dieren en de natuur in het gebied Weimeren. Denkt u echt dat de dieren hun leefgebied beperken tot het poldergebied (dat wordt uitgesloten

Vrijgekomen Agrarische Bebouwing VAB) en het aangrenzende gebied niet betreden? Momenteel staat het buitengebied van Prinsenbeek gelegen tussen het dorp en gebied Weimeren bekend om zijn dier- en vogelsoorten. Door de komst van een op-/afrit direct gesitueerd aan de grens van het gebied Weimeren wordt er een onnatuurlijke barriére (racebaan) opgeworpen die voor

—

funest is voor de dieren. Daarnaast zal, door uw voorgenomen inrichting/besluit om dit gebied te benoemen voor gewijzigde

invulling op basis van VAB het leefgebied niet alleen worden ‘doorkruisd’, maar tevens drastisch worden beperkt.

Mijns inziens zou er juist moeten worden gekeken of de bestaande toegang(en) tot de A16 kan worden verbeterd. In lijn met de plannen die u voorstelt voor de Noordelijke Rondweg, kan de

ontsluiting van Breda bijvoorbeeld tevens richting het noorden simpel worden bevorderd door de bestaande oprit bij Terheijden beter bereikbaar te maken. Ook de ontsluiting van Prinsenbeek kan aanvullend worden ontlast door aan de zuidkant een ‘echte’ aansluiting op knooppunt Princeville ter

hoogte van de afrit Breda-West/Woonboulevard (16) te realiseren. Echter, dit zijn naar mijn mening slechts oplossingen ten behoeve van symptoombestrijding. De onderliggende problematiek, namelijk de slechte doorstroom van de A16 (met knelpunt knooppunt Klaverpolder), maar zeker het ontbreken van een goede openbaar vervoerverbinding van Breda naar Utrecht zou juist een hogere prioriteit moeten hebben. Uiteraard ben ik net als iedereen graag snel op weg naar mijn werk, snap ik dat veel mensen graag in Prinsenbeek wonen en gun ik iedereen een betaalbare woning, maar ten koste van wat? Los van het bovenstaande ben ik van mening dat de voorgenomen wijzigingen onze omgeving, ons

woongenot, maar met name de natuur zeer ERNSTIG en ingrijpend zal worden aangetast. Om maar niet te spreken van wederom een devaluatie van ons perceel/vastgoed.

Ik wil het navolgende aanvoeren: Het is niet, dan wel onvoldoende, duidelijk gemotiveerd waarom een extra op-/afrit op de voorgestelde plaats ten behoeve van de A16 noodzakelijk is. Daarbij is naar mijn mening onvoldoende bekeken of reeds bestaande ontsluitingsmogelijkheden beter kunnen worden

benut/geoptimaliseerd. Daarnaast wordt het gebied tussen de Mark/Nieuwveerweg/Postbaan/Weimersedreef/Brielsedreef/ Overveldsestraat, dat als een agrarisch gebied met landschappelijke waarden is bestempeld, in de voorgestelde Omgevingsvisie afgewaardeerd tot waardeloos! Gaarne zien wij het creéren van een nieuwe op-/afrit én de aanpassingen naar aanleiding van VAB

verwijderd voor het buitengebied van Prinsenbeek ten westen van de snelweg A16, zodat dit niet terugkomt in de definitieve Omgevingsvisie 2040. Mocht de aanpassing ten aanzien van de VAB niet geheel kunnen worden voorkomen/verwijderd, dan verwacht ik dat er in de plannen wordt opgenomen dat een toekomstige invulling van het aangegeven buitengebied in lijn wordt gebracht met de bestaande bestemmingen (zoals boomkwekerijen, landbouw, e.d.). Aanvullend dienen er voldoende maatregelen worden getroffen om een verdere toename van storende en visuele factoren tot een minimum te beperken en dient dit te worden gewaarborgd in de definitieve versie van de Omgevingsvisie 2040. Ik houd me het recht voor om deze zienswijze aan te vullen en/of te wijzigen. Met belangstelling zie ik uw nadere berichten tegemoet.

Mocht u nog vragen en/of opmerkingen hebben, wilt u dan zo vriendelijk zijn contact met mij op te nemen.

Hoogachtend,

|

Secr.

GEMEENTE BREDA

:

Essendreef 2, 4851 BM Ulvenhout

:

httpi//dorpsraad.ulvenhout.com

Email

]

Website

Ulvenhaut, 6 april 2021

DORPSRAAD ULVENHOUT

College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Breda Leden van de gemeenteraad Breda Postbus 90156

nD

4800 RH Breda

23 APR. 2021

Betreft: Zienswijze op de Ontwerp Omgevingsvisie 2040 Breda Geachte dames en Heren,

Hierbij ontvangt u de zienswijze van de Dorpsraad Ulvenhout ten aanzien van de ontwerp omgevingsvisie 2040. Allereerst complimenten voor de structuur en de leesbaarheid van het stuk. Daarnaast zien wij gelukkig inhoudelijk veel van de punten terug die ook de Dorpsraad Ulvenhout onderschrijft. Dat start al met een mooi aanzicht op ons dorp op de voorpagina. We hebben echter ook een paar kritische punten en een verzoek voor het vervolg. Laten we

beginnen met de kritische punten: +

Op pagina 15 wordt gesteld: In bestaande wijkcentra en dorpskernen is ook sprake van functie menging, goede toegang tot openbaar vervoer en goede loop- en fietsbereikbaarheid. Daarom is hoogbouw ook hier voorstelbaar zodat de sociaal- en/of -

economische structuur wordt versterkt door bijvoorbeeld het bieden van nieuwe soorten

woningen dichtbij deze voorzieningen. Wat ons betreft kan er in Ulvenhout geen sprake zijn hoogbouw. Wij zouden dat graag in de stukken terug willen zien; Hoofstuk 2 is stevig gevuld met regionale en bovenregionale doelen en projecten. Wij missen

van »

hier de lokale focus; de aandacht voor de directe leefomgeving van de (huidige) bewoners.

*

Graag zien wij de aandacht voor de thema's in hoofdstuk 2 benoemd worden met een lokale component. Dit betreft dan de opgaven, de verbindingen (dus het ontmoeten/ rijke verenigingsleven en daarbij behorende faciliteiten en voorzieningen) en relatie met het groen. Wat mij betreft een gemis en voor draagvlak van deze omgevingsvisie toch erg belangrijk. Een toevoeging/ verdere uitwerking hierop is zeer wenselijk. In hoofdstuk 3 komen een aantal herkenbare en voor Ulvenhout belangrijke onderwerpen terug zoals géén uitbreiding van bedrijventerrein, belang van horeca, CPO, juiste woning met

juiste inwoners op juiste plek, beweging voor jong en oud, verminderen doorgaand verkeer, vereniging Markdal. Het verheugt ons dat hier aandacht voor is. +

Hoofdstuk 4 biedt ruimte door het een adaptief programma te noemen (steeds aanpassen aan onzekere

omstandigheden) en het 'vinger aan de pols

'

houden door Monitoring en

evaluatie. Over dit punt gaat het tweede deel van onze zienswijze. »

Het plangebied voor Ulvenhout (de grens tussen Ulvenhout en Buitengebied Zuid) lijkt in de

verschillende kaartjes af te wijken van het huidige plangebied. Is hier sprake van? Zo ja, dan zouden we graag van u vernemen wat daaraan ten grondslag ligt. Wat ons betreft kan het niet zo zijn dat deze grenzen zonder formele proceduregang verschoven worden; +

In bijlage 5.1 wordt het Ulvenhoutse Bos en de risico’s ten aanzien van het noodzakelijke

herstel veelvuldig genoemd (115x)

Hoe verhouden de plannen voor Bavel/Buitengebied Oost, waarin ruime mogelijkheden gezien worden voor uitbreiding direct aan het .

Ulvenhoutse Bos, zich ten aanzien van deze risico’s? Volgens de Dorpsraad zal te allen tijde

rekening gehouden moeten worden met het zeer kwetsbare natuurgebied en zullen alle plannen die uit deze visie voortvloeien daaraan getoetst moeten worden;

«

Bijlage 5.2 Bij afslag van de snelweg staat een relatief klein uitbreidingsgebied “Bedrijventerrein”. Dit lijkt zonder restricties aan het type bedrijf te zijn. Hoe matcht dit met de stikstofopgave richting het Ulvenhoutse Bos? De Dorpsraad ziet geen

uitbreidingsmogelijkheden voor bedrijventerrein in en rond Ulvenhout. De opgave is onzes inziens om de schaarse gronden die er zijn in en rond Ulvenhout te gebruiken voor

kleinschalige woningbouw en duurzaamheid; *

Bijlage 5.7 “Beleid voor vrijkomende agrarische bebouwing” is voor Ulvenhout een belangrijk element omdat het agrarische gebied direct in en rond Ulvenhout voor een groot deel het

dorpsaanzicht bepaalt. In het document staat uitgebreid beschreven hoe tot een nieuwe bestemming voor deze gebieden gekomen kan worden via allerlei functiekaartjes, en er worden goede en verschillende mogelijkheden genoemd. Juist in deze gebieden zouden wij per positie willen bekijken wat de mogelijkheden zijn. Wij begrijpen dat het voor de visie wat te ver gaat om de specifieke mogelijkheden per kavel te benoemen, maar zien wel dat voor

sommige kavels de genoemde opties te ruim zijn en voor andere kavels te eng. Zo zien wij zeer

beperkte ruimte voor het bouwen van betaalbare woningen, waar dat voor sommige

kavels best mogelijk zou kunnen zijn. Anderzijds zijn er kavels die zich daar niet voor lenen,

maar juist meer in het teken kunnen staan van de verduurzaming van de agrarische functie. Wij verzoeken om in de visie meer ruimte te bieden voor een lokale specifiekere invulling van de plangebieden, waarbij we ook graag voorstellen zien hoe daarin geparticipeerd kan worden door bewoners (-afvaardigingen). Verzoek voor het vervolg

Wij zijn benieuwd naar de stappen die genomen worden richting het definitief maken van deze omgevingsvisie. Daarbij zijn we concreet geinteresseerd in de mogelijkheden voor participatie in dat proces. Vervolgens zijn wij zeer geinteresseerd om samen met de gemeente invulling te geven aan een uitvoeringsplan voor Ulvenhout. Juist de kleinschaligheid van de initiatieven in ons dorp lenen zich voor participatie. Dit ook in de wetenschap dat ons dorp zich midden in zeer kwetsbaar natuurgebied bevindt. Graag vernemen wij hoe wij gezamenlijk een gedragen uitvoeringsplan en agenda kunnen opstellen? Met vriendelijke groet, Dorpsraad Ulvenhout Met vriendelijke groet,

Voorzitter/Stichting Dorpsraad Ulvenhout 7 { —

tipe orpsraad Ulvenhout

IR

3SRPKS462336051

Bragerest de [edn Jemank esl. Post bis gorsé (Bllege

wan

vam

Loo RH

Bud

on

WVethovdluss

4800RH 90156

[Hl

vends gum.Bia

LRTI (pllege LunBag meestu

an

Welhoudan wands gm. Bud

Provincie Noord-Brabant

om ny

rs

|

GEMEENTE BREDA

Brabantlaan Postbus 90151 5200 MC 'sHertogenbosch

Telefoon (073) 681 28 12

Gemeente Breda

Fax (073) 680 76 80

Postbus 20156

www.brabant.nl

4800 RH

BREDA

DD

[|

—

21 APR ‘2021

cL

AFQELT

1

co

-

oo

Bereikbaarheid openbaar vervoer en fiets: www.brabant.nl/route

VERZONDEN 21 AFR 2021

Da

2021

Ons kenmerk

Onderwerp Zienswijze ontwerp-Omgevingsvisie Breda 2040

C2278033/4870478 Uw kenmerk

Con!

Geachte gemeenteraad, U heeft ons het ontwerp van de Omgevingsvisie Breda 2040 (hierna genoemd

‘het Ontwerp’) toegezonden. Het Ontwerp geeft een integraal beeld van het

voorgestane beleid en de voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen. Wij hebben

waardering kennisgenomen van het Ontwerp, waarin veel tijd, energie deskundigheid is gestoken.

met veel en

Alhoewel wij beseffen dat een omgevingsvisie een zelfbindend karakter kent, reageren wij graag op dit Ontwerp om daarmee in een zo vroeg mogelijk

stadium aan te geven welke provinciale belangen bij de nadere vitwerking van

de visie om aandacht vragen.

Algemeen

Op hoofdlijnen zijn wij positief over het Ontwerp. Het is prettig en enthousiast

geschreven en legt goed de opgaven voor de toekomst neer. Naast de ‘klassieke’ ruimtelijke thema’s besteedt het Ontwerp ook nadrukkelijk aandacht aan bewegen c.q. positieve gezondheid, ontmoeten en de klimaat- en energieopgaves. Er is veel aandacht voor het groenblauwe raamwerk en ambitie om dat te versterken. De twee hoofdkaarten zien er goed vit, maar zijn wel lastig om op een goede

wijze te interpreteren. Het zou misschien al helpen als in de tekst bij de verschillende thema's c.q. opgaven kaartbeelden worden opgenomen met enkel

die betreffende lagen aan.

Bijlage(n)

Provincie Noord-Brabant

.

Datum

Identiteit en ruimtelijke kwaliteit

20 april 2021

Breda heeft de ambitie om de eerste stad in een park te zijn. Een wervend

Ons kenmerk

beeld. Maar het is goed ook bewust te zijn dat dat park, inclusief het

C2278033/4870478

buitengebied en de kernen, ook een zelfstandige waarde en eigen dynamiek heeft. In dat ‘park’ wordt hard gewerkt, zijn grote bedrijven aanwezig, wordt gewoond, en heeft een eigen historie en cultuur. Het staat niet enkel ten dienste van de stad. Het is een wederkerige relatie als mal en contramal. Uw motto “een topeconomie in een toplandschap. De kwaliteit van leven, dit toplandschap, komt tot stand door te investeren in natuur, landschap, erfgoed en in de beleving hiervan” kunnen wij volledig onderschrijven. Er is veel aandacht voor het goed ontsluiten en verbinden van de natuur- en recreatiegebieden in het buitengebied, ook in samenhang met de grotere groene ruimtes in de stad. Met de benoemde ambitie en doelen liggen er goede kansen om Breda sterk te profileren als aantrekkelijke gemeente om in te wonen, werken en recreéren. Ook de aandacht voor ruimtelijke kwaliteit en een vitale en herkenbare omgeving vinden we positief. Het doet recht aan het vakwerk van stedenbouwkunde en planologie. In de in procedure zijnde provinciale Omgevingsverordening nemen de

zogenoemde ontwikkelingsrichtingen een belangrijke positie in. De gemeentelijke omgevingsvisies zijn naar onze mening een goede plek om de aanzet voor die ontwikkelrichtingen te maken. Door het duiden van de verschillende gebiedseenheden met hun hoofdrichting(en) op basis van een integrale beschouwing (diep, breed, rond). Wonen

De genoemde woningbouwambitie van 25.000 te bouwen woningen tot 2040

verhouden zich prima tot de vitkomsten van onze provinciale bevolkings- en

woningbehoefteprognose (peildatum september 2020). Onze prognose laat voor Breda in de periode 2020-2040 een (netfto) groei van de woningvoorraad in zien van 22.000 woningen. Omdat er ook woningen worden gesloopt Breda gemiddeld genomen steeds zo’'n 100-150 woningen per jaar (gedurende de laatste 10 jaar) zullen de nieuwbouwaantallen dus ook hierin moeten -

-

voorzien om de netto-aantallen te kunnen halen. In Breda gaat het om zo'n

2.000-3.000 woningen in het kader van sloop-vervangende nieuwbouw. Alles

bij elkaar (22.000 + 3.000) komen we in de buurt van de gestelde 25.000 woningen. Breda werkt aan gebiedstransformaties in de stad en op vitleglocaties. Het is goed om oog te hebben voor de verschillende woonmilieus: binnen de

gemeente Breda tussen de verschillende kernen en tussen de gemeente en andere regiogemeenten. Elk inspelend op de hoge woningvraag. De benoemde ontwikkelingen zijn niet op korte termijn gerealiseerd. Het is

daarom van belang om voor de korte termijn te zorgen voor voldoende plannen en

in te zetten op realisatie en op de

lange termijn adaptief te programmeren.

2/18

Provincie Noord-Brabant

Met de regiogemeenten maakt Breda jaarlijks woningbouwafspraken.

Datum

Daarnaast werkt de gemeenten samen via de Regionale Investeringsagenda en

20 april 2021

bovenregionaal met de buurregio aan een het Verstedelijkingsakkoord BredaTilburg. De jaarlijkse woningbouwafspraken vinden hun grondslag in de (Interim)Omgevingsverordening. De andere twee documenten betreffen ambitiedocumenten. Diverse opgaven bekijkt u binnen de regionale context. Een werkwijze die wij onderschrijven.

Ons kenmerk

C2278033/4870478

U geeft aan dat u uw woningbouwprogrammering plaatst in een regionaal

perspectief. U geeft aan dat u bewust bent dat u een woonmilieu ontwikkeld die past bij uw profiel als centrumstad. Dit ondersteunt u met de Hoogbouwvisie die als bijlage bij het Ontwerp is toegevoegd. Wij onderschrijven de versterking van het stadse woonmilieu voor de stad Breda. De onderscheidende woonmilieus vervagen echter als er gekeken wordt naar andere kernen. Dit vraagt om een verkenning met de regiogemeenten naar de wijze waarop de stad, middelgrote

steden c.q. dorpen en kernen elkaar kunnen versterken. Naast de kwantitatieve opgaven benoemt u ook enkele kwalitatieve opgaven in

relatie tot Wonen. Zo zet u onder meer in op betaalbaarheid, leefbaarheid en

duurzaamheid. Uw doel is om de juiste woning, voor de juiste bewoners, op de

juiste plek te realiseren. We zien dat de hoge vraag mede het gevolg is van

veranderingen in leeftijdsopbouw van inwoners en individualisering. De vraag naar

collectief wonen kan gezien worden als een antwoord op deze

ontwikkelingen, waarbij de ‘nadelen’ van individualisering een reactie oproepen om weer meer samen

het wonen en leven te organiseren. Maar ook om samen

‘oplossingen’ te vinden voor maatschappelijke vraagstukken. Om de woningbouw beter op deze veranderende en dus kwalitatieve vraag te laten aansluiten zien we een toenemende behoefte aan nieuwe woonvormen. In het

Ontwerp geeft u aan nieuwe woonvormen te stimuleren zowel in nieuwbouw als in bestaand vastgoed. Ook wilt u tijdelike woningen realiseren als permanente schil om de druk op de woningmarkt te verminderen. Dit sluit aan op het

provinciaal woonbeleid. Naast de ontwikkelingen in de stad, biedt u Bavel, Prinsenbeek en Teteringen de

mogelijkheid om vit te breiden. U wilt hierbij inspelen op dorpse woonmilieus door aanvullende woontypologieén toe te voegen. Hier verwijzen wij naar de eerder geplaatste opmerking over de onderscheiding van deze kernen met

andere, omliggende dorpen. Wij verzoeken u om de provincie tijdig te betrekken bij de onderbouwing van de noodzaak met betrekking tot de locatiekeuzes voor woningbouw in relatie tot de andere ruimtelijke opgaven en

waarden in het betreffend gebied.

3/18

Provincie Noord-Brabant

In de concept-Omgevingsverordening vervallen de gebieden met de aanduiding

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10411410/1