CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Vaststelling bestemmingsplan Gemondesestraat 8, Liempde- Bijlage 2 Toelichting

Raadsvergadering Boxtel 24 oktober 2023, gemeente boxtelBij agendapunt: Bestemmingsplan Gemondesestraat 8, Liempde (reg nr 1328628).20.994 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

milieutechniek

b.v concludeert

dat:

Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus

Uit de berekeningen blijkt dat het langtijdgemiddelde geluidniveau LA.LT in de representatieve bedrijfssituatie als gevolg van de activiteiten op het bedrifsterrein niet voldoet aan de in hoofdstuk 2 weergegeven toetsingswaarden in stap 2. De overschrijding wordt veroorzaakt door muziekgeluid. Aan de toetsingswaarden van stap 3 wordt wel voldaan.

Maximale geluidniveaus Uit berekeningsresultaten blijkt dat het hoogste maximale geluidsniveau als gevolg van de activiteiten op het bedrijfsterrein voldoet aan de in hoofdstuk 2 weergegeven toetsingswaarden in stap 2 Eindconclusie

Uit dit onderzoek volgt dat de onderzochte bedrijfsvoering geen knelpunten veroorzaakt met betrekking tot de geluiduitstraling en dat het bestaande woon- en leefklimaat ter plaatse van geluidgevoelige objecten in de omgeving niet onevenredig wordt aangetast. Invloed omliggende inrichtingen op plan Er liggen geen milieugevoelige onderdelen van het plan binnen de richtafstanden van de omliggende bedrijven. Het plan vormt geen belemmering voor de omliggende bedrijven.

$.1.2.3

Conclusie

Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen planologische belemmering voor het plan.

bestemmingsplan

Gemondesestraat 8, Liempde

|

ontwerp

_45

5.1.3

Externe veiligheid

5.1.3.1

Inleiding

Bij het mogelijk maken van nieuwe gevoelige functies is het aspect externe veiligheid van belang. Dit heeft betrekking op inrichtingen, buisleidingen en transportroutes waar een ongeval met gevaarlijke stoffen kan plaatsvinden, met fatale gevolgen voor personen die geen directe relatie hebben tot de risicovolle activiteit.

5.1.3.2

Beoordelingskader

Het kader voor het beoordelen van externe veiligheid bestaat met name uit: * _ Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); *

Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb);

* _ Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt daarnaast getoetst aan de van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit onder meer het Activiteitenbesluit en het Besluiten algemene regels ruimtelijke ordening. Kernbegrippen In het beoordelingskader staan twee kernbegrippen centraal: +

Plaatsgebonden risico: Het plaatsgebonden risico geeft de kans, op een bepaalde plaats, van overlijden ten gevolge van een ongeva! bij een risicovolle activiteit. Het plaatsgebonden risico kan op een kaart worden weergegeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten met eenzelfde plaatsgebonden risico verbinden. Voor ruimtelijke ontwikkelingen is de

risicocontour van 10%/jaar het meest relevant. Binnen deze contour mogen geen nieuwe kwetsbare objecten gerealiseerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt deze contour niet als grenswaarde, maar als richtwaarde. +

Groepsrisico: Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang (10 personen of meer). Het groepsrisico wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit en kent geen vaste norm, maar een oriëntatiewaarde (= 'f"). Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Dit houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd n verantwoord door het bevoegd gezag.

46

BUREAU

VERKUYLEN

Verantwoordingsplicht groepsrisico Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre eventuele externe veiligheidsisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag (veelal de gemeente), waardoor het externe veiligheidsaspect wordt meegewogen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moeten komen. In onderstaand overzicht (volgend uit de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico) zijn de onderdelen van de verantwoording nader uitgewerkt en toegelicht.

Bron

Wanneer en opzet verantwoording groepsrisico

Inrichtingen (Bevi)

Alijd wanneer er binnen een invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt genomen.

Buisleidingen (Bevb)

Altijd wanneer er binnen een invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt genomen. Er kan echter worden volstaan met een beperkte verantwoording wanneer: 1) het groepsrisico lager is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, of 2) de toename minder is dan 10% en de oriënterende waarde niet wordt overschreden, of

3) personen zich buiten de 100% etaliteitgrens bevinden. Bij een beperkte verantwoording hoeven alleen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid beschouwd te worden.

Transportroutes (Bevt)

Alijd wanneer er binnen een invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt genomen. Er kan echter worden volstaan met een beperkte verantwoording wanneer:

1) het groepsrisico lager is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, of 2) de toename minder is dan 10% _ en de oriënterende waarde niet wordt overschreden, of

3) personen zich buiten de 200 meter-zone bevinden. Bij een beperkte verantwoording hoeven alleen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid beschouwd te worden.

Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het restrisico' dat overblijft nadat benodigde de veiligheidsverhogend Ie maatregelen genomen zijn.

bestemmingsplan

Gemondesestraat 8, Liempde

|

ontwerp

_47

5.1.3.3

Analyse

Onderhavige locatie is gelegen op korte afstand van de buisleidingen A-525-deel-1, A-526deel-1 en A-527-deel-1. Om dit aspect nader te motiveren heeft Kragten een Carolaberekening uitgevoerd, rapport: "Externe veiligheid Buisleidingen; Gemondesestraat 8 te Liempde" (11 mei 2022, 2022051 1-VKL091-RAP-CAR-0.1). Dit rapport is bijgevoegd als bijlage 5. Kragten concludeert dat:

+ _ s gebleken dat het plangebied niet is gelegen binnen een PR 10%-risicocontour van een hogedruk aardgasleiding in de omgeving. Dit aspect vormt geen belemmering voor de planvorming. + _ welblijkt dat het plan deels binnen de 1% letaliteitsafstand van buisleidingen A-525deel-1, A-526-deel-1

en A-527-deel-t

ligt. Uit de rekenresultaten voor betreffende

buisleidingen volgt dat zowel in de huidige als toekomstige situatie geen groepsrisico berekend wordt. De hoogte van het groepsrisico vormt derhalve geen belemmering voor de planvorming. Naast de Carola-berekening heeft Kragten voor het aspect 'Externe Veiligheid' ook een verantwoording voor de hoogte van het groepsrisico opgesteld, rapport: "Verantwoording hoogte groepsrisico; Gemondesestraat 8 te Liempde" (12 mei 2022, 20220512-VKL091NOT-VGR-0.1). Dit rapport is bijgevoegd als bijlage 6. Hierin is tevens het advies van de Veiligheidsregio Brabant Noord verwerkt. Hieruit volgt dat: Bevt-

Water-,

weg- en spoorwegtransport

In artikel 7 en 8 van het Bevt is opgenomen wanneer sprake is van het verantwoorden van het groepsrisico. In onderhavige situatie is sprake van een beperkte verantwoordingsplicht waarbij de verantwoording dient in te gaan op de volgende onderdelen: a.

de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die weg, spoorweg of dat binnenwater, en

b.

voor zover dat plan of die vergunning betrekking heeft op nog niet aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die weg, spoorweg of dat binnenwater een ramp voordoet.

Als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, dient binnen de planlocatie rekening te worden gehouden met een toxisch scenario.

48

BUREAU

VERKUYLEN

Toxisch

scenario

Toxische vloeistoffen en gassen kunnen vrijkomen als een tankwagen met toxische stoffen het begeeft als gevolg van bijvoorbeeld een incident. Hierbij komen de toxische stoffen vrij in de vorm van een plas of een wolk. Bij een toxische plas zal deze vervolgens (gedeeltelijk) verdampen, waarbij een toxische wolk wordt gevormd. Afhankelijk van de windrichting en de weersomstandigheden kan de toxische wolk richting het plangebied drijven. Bestrijdbaarheid/beheersbaarheid De beheersbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten. De brandweer moet in staat zijn om haar taken goed uit te kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/adeguaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen, maar ook de brandweerzorgnorm wordt hier onder geschaard. Hierbij hanteert de brandweer richtlijnen zoals beschreven in de publicatie “Handleiding bluswatervoorziening en bereikbaarheid”

van

brandweer

Nederland.

Uit bovengenoemde handleiding volgt het advies dat het plangebied goed bereikbaar moet zijn voor de hulpverleningsdiensten via twee van elkaar onafhankelijke aanvals-wegen, waardoor in geval van calamiteiten het plangebied bereikbaar is. Zorgnorm De brandweerzorgnorm is een aanbevolen opkomsttijd die afhankelijk is van het soort object en de risico's voor de aanwezige personen. De opkomsttijd bestaat uit een optelsom van de uitruktijd en de aanrijdtijd. De uitruktijd betreft de tijd die men heeft vanaf het alarmeren totdat men gereed is om te vertrekken naar het plaats van het incident. De uitruktijd voor een beroepskorps ligt lager dan die van een vrijwilig korps, omdat de beroepsmedewerkers zich in de directe nabijheid van de kazerne bevinden. Bestrijdbaarheid toxisch scenario Bij een ongeval met toxische gassen en vloeistoffen kan de brandweer, afhankelijk van de stofintensiteit en het groeiscenario, optreden door de gaswolk neer te slaan of te verdunnen/op te nemen met water. Hiertoe dienen voldoende bluswatervoorzieningen nabij de risicobron aanwezig te zijn. De aanwezigheid van bluswatervoorzieningen binnen het plangebied is met het oog op een toxische scenario niet relevant.

bestemmingsplan

Gemondesestraat 8, Liempde

|

ontwerp

_49

Ook ten aanzien van de bereikbaarheid is bij een toxisch scenario met name de bereikbaarheid van de risicobron maatgevend. De inrichting van het plangebied heeft geen invloed op de bereikbaarheid en de bluswatervoorzieningen ter plaatse van de risicobron. Zelfredzaamheid

Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchten. Mobiliteit van de aanwezigen Binnen het plangebied worden geen functies voorzien die specifiek bedoeld zijn voor minder zelfredzame personen. Het plan betreft de realisatie van een camping. Indien minder zelfredzame personen aanwezig zijn, wordt er van uitgegaan dat zij met behulp van valide personen in veiligheid kunnen worden gebracht. Mogelijkheden voor ontvluchting/schuilen Bij incidenten zal een afweging gemaakt moeten worden tussen schuilen of vluchten. Bij een toxische wolk kunnen mensen komen te overlijden als gevolg van blootstelling aan de toxische stof, Of mensen daadwerkelijk komen te overlijden is afhankelijk van de dosis, die bestaat uit de blootstellingsduur en de concentratie waaraan de persoon is blootgesteld. Aangenomen wordt dat personen die zich binnen in een van de buitenlucht afgesloten ruimte bevinden een 10 keer zo lage kans hebben te overlijden als personen die zich buiten bevinden (PGS 3). Het beste advies bij het vrijkomen van een toxische wolk als gevolg van een incident op de weg i te schuilen, mits ramen, deuren en ventilatie gesloten kunnen worden.

Aangezien het de realisatie van een camping betreft, dienen aanwezige personen te vluchten naar een (bijjgebouw op de camping. Aangezien het bestaande (bijjgebouwen betreft, is het uitgangspunt dat deze voldoende luchtdicht zijn. Indien een mechanisch ventilatiesysteem aanwezig is, dient dit bij een (dreigende) calamiteit met é&n handeling uitgeschakeld te worden.

Indien desalniettemin bij een toxische wolk wordt besloten het gebied te ontruimen, is het van belang dat personen haaks op de wolk kunnen vluchten. Hiervoor is het nodig dat er haaks op elkaar staande vluchtwegen beschikbaar zijn, die van de bron af gericht zijn. Deze wegen mogen niet doodlopend zijn. Op basis van het bestaande wegennet kan afzijdig van de bronnen gevlucht worden.

50

BUREAU

VERKUYLEN

Risicocommunicatie

In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat de zelfredzaamheid kan worden verbeterd door maatregelen zoals een waarschuwings- en alarmeringssysteem en risicocommunicatie (hoe te handelen bij een incident, gebaseerd op het eerder genoemde scenaríio). In geval van een calamiteit is het van levensbelang dat de aanwezigen tijdig gewaarschuwd worden. Vluchtroutes dienen zichtbaar en duidelijk en in meerdere talen te worden aangeduid. Hierbij zijn het opstellen van een bedrijfsnoodplan en de bedrijfshulpverlening inrichten en oefenen op het beschreven scenario interne maatregelen die de zelfredzaamheid verhogen. In het ontruimingsplan (dit maakt onderdeel uit van het bedrijfsnoodplan) dient onder andere te worden beschreven: * _ wie de organisatie van het evacueren begeleidt; *

de verantwoordelijkheden;

*

waar de verzamelplaats is;

+

de organisatie op de verzamelplaats;

«

wie zorg draagt voor alarmering;

Het ontruimingsplan dient opgesteld te worden in samenspraak met de brandweer. Daarnaast dienen ontruimingsoefeningen te worden gedaan waarbij de frequentie hiervan in overleg met de brandweer kan worden vastgesteld. De invulling van de risicocommunicatie dient conform de Wet veiligheidsregio's door het bestuur van de Veiligheidsregio's uitgevoerd te worden. De Veiligheidsregio ondersteunt en adviseert de gemeenten hierin n voorbereiding op een alarmering bij rampen. Bevb Transport — door leidingen In artikel 12 lid 3 van het Besluit externe veiligheid buisleidingen juncto artikel 8 van de Regeling externe veiligheid buisleidingen i opgenomen wanneer sprake is van het verantwoorden van het groepsrisico. In onderhavige situatie is sprake van een beperkte verantwoordingsplicht voor de buisleiding, waarbij de verantwoording dient in te gaan op de volgende onderdelen: +

Aanwezige en de te verwachten dichtheid van personen in het invloedsgebied van de buisleiding of buisleidingen die het groepsrisico mede veroorzaakt of veroorzaken;

+

Het groepsrisico per kilometer buisleiding op het tjdstip waarop het besluit wordt vastgesteld en de bijdrage van de in dat besluit toegelaten kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten aan de hoogte van het groepsrisico;

+

De mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval;

bestemmingsplan

Gemondesestraat 8, Liempde

|

ontwerp

_51

+ _ De mogelijkheden voor personen die zich bevinden in het invloedsgebied van de buisleiding of buisleidingen die het groepsrisico mede veroorzaakt of veroorzaken, om zich in veiligheid te brengen indien zich een ramp of zwaar ongeval voordoet. Ad1) Het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied voor externe veiligheid van buisleidingen A-525-deel-1 en A-526-deel-1. In de huidige situatie is het beoogde perceel niet bebouwd. In de toekomstige situatie zal een camping gerealiseerd waar maximaal 125 personen kunnen verblijven. Als gevolg van het planvoornemen zal de personendichtheid binnen het invloedsgebied van de buisleiding toenemen. Ad2) De externe veiligheidsrisico's van de buisleiding zijn kwantitatief vastgesteld. De berekeningen van de hoogte van het groepsrisico van de betreffende buisleiding hebben overeenkomstig de voorschriften plaatsgevonden met het rekenprogramma CAROLA. Uit de CAROLA-berekening blijkt dat zowel in de huidige als toekomstige situatie geen groepsrisico berekend wordt. Ad3) Voor de bestrijding van een calamiteit is de inrichting van het gebied van belang. Bij een dreigende breuk van een hogedruk aardgasleiding richt de brandweer zich op het veilig stellen van het effectgebied en het voorkomen van een ontsteking. Als uitstroming plaats vindt, zal de Gasunie de leiding inblokken.

Afhankelijk van het systeem en de afstand tot de breuk kan het enkele uren duren voor de leiding is leeg gelopen. In geval van een directe ontsteking kunnen hulpdiensten door de enorme hittestraling de fakkel beperkt benaderen om gewonden te helpen. De fakkel zelf kan niet door de brandweer worden geblust. Er dient te worden gewacht tot het ingeblokte leidingdeel leeg is gelopen. Naast het tjdig aanwezig zijn met voldoende materieel is tevens de bereikbaarheid in algemene zin en de speifieke risicolocatie cruciaal. De aspecten 'bereikbaarheid calamiteit en de '(primaire en secundaire) bluswatervoorziening’ speelt hierin een rol.

52

BUREAU

VERKUYLEN

Ad4) Het maatgevende scenario voor ongevallen met aardgastransportleidingen is fakkelbrand. Slachtoffers kunnen vallen door de warmtestraling en een drukgolf. Alle aanwezigen die door de vuurbal worden getroffen komen te overlijden. Hiernaast kunnen rondvliegende brokstukken en glasscherven plaatselijk zware schade aanbrengen aan personen en gebouwen. De mogelijkheden om zelfredzaamheid te vergroten Het risico op een incident met een hoge druk aardgasleiding wordt voornamelijk bepaald door het risico van schade aan de leiding door (graaf)werkzaamheden nabij de leiding. Een belangrijkste bronmaatregel om het risico te verkleinen i het opnemen van een aanlegvergunningstelsel voor een strook aan weerszijden van de aardgastransportleiding. Daarnaast dient in het bestemmingsplan te worden opgenomen dat binnen de belemmeringenstrook (5 meter aan weerszijden van de leiding) een bouwverbod geldt. Tot slot wordt geadviseerd om grondwerkzaamheden, zoals heien, op minder dan 20 meter van de buisleiding onder toezicht van de leidingbeheerder te laten uitvoeren. door deze maatregelen wordt het groepsrisico verder gereduceerd. Mogelijkheden voor ontvluchting/schuilen Binnen het invloedsgebied van de aardgastransportleiding is vluchten de beste optie. Wat betreft een fakkelbrand na leidingbreuk geldt dat deze zich snel kan ontwikkelen.

Afhankelijk van de afstand van de recreatieverblijven tot de aardgasleiding, zijn er scenario’s waarbij vluchten niet of nauwelijks mogelijk is. De hittestraling is daarvoor te groot. Aangezien het plangebied volledig buiten de 100% Ietaliteitsgrens valt, zijn er mogelijkheden voor zelfredzaamheid. Zelfredzaamheid is mogelijk, mits ontvluchting op een juiste manier mogelijk is. Vluchten kan dan alleen via een route buiten het 'zicht’ van de fakkel.

Vluchtroutes moeten personen direct van de calamiteit wegleiden. Bij de inrichting van het plangebied dienen voldoende vluchtwegen aanwezig te zijn om het plangebied in geval van calamiteit te ontvluchten. De vluchtwegen dienen van de leiding af gericht te zijn. In de voorliggende situatie zijn voldoende vluchtmogelijkheden via het achterliggende gebied, dat niet omheind zal blijven. Bovengenoemde punten ten aanzien van bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid zijn voor advies aan de regionale brandweer voorgelegd. De gemeente Boxtel dient de voorliggende rapportage alsmede het advies van de brandweer mee te wegen in haar besluitvorming.

bestemmingsplan

Gemondesestraat 8, Liempde

|

ontwerp

_53

5.1.3.4

Conclusie

Het aspect externe veiligheid vormt geen planologische belemmering voor het plan.

5.1.4

Geurhinder veehouderijen

5.1.4.1

Inleiding

Bij ruimtelijke ontwikkelingen nabij agrarische bedrijven is het aspect geurhinder van belang. Er moet worden aangetoond dat het plan geen belemmering vormt voor agrarische bedrijven en dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van het plan.

5.1.4.2

Analyse

In de directe omgeving van het plangebied is enkel de veehouderij aan de Gemondesestraat 10 gelegen. Hiervoor gelden de vaste afstanden tot geurgevoelige objecten behorende bij een voormalige veehouderij. Deze afstand bedraagt minimaal 50 meter tot objecten buiten de bebouwde kom en 100 meter tot objecten binnen de kom. Ter plaatse van de camping dient er sprake te zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Indien er wordt voldaan aan de vaste afstanden is er in beginse! sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De afstand van de veehouderij tot het plangebied bedraagt 50 meter waardoor ter plaatse van de van de locatie aan de Gemondesestraat 8 sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Ten aanzien van het aspect geur kan daarom worden gesteld dat er een aanvaardbaar woon- en leefklimaat heerst in de beoogde situatie.

5.1.4.3

Conclusie

Het aspect geurhinder veehouderijen vormt geen planologische belemmering voor het plan.

5.1.5

Geluid

5.1.5.1

Inleiding

Ruimtelijke ontwikkelingen moeten voldoen aan de regelgeving inzake geluidhinder. In de Wet geluidhinder (Wgh) wordt onderscheid gemaakt in verkeerslawaai en industrielawaai. In de Wgh zijn normen voor maximaal toelaatbare geluidsbelasting op (de gevels van) geluidgevoelige objecten vastgelegd.

54

BUREAU

VERKUYLEN

5.1.5.2

Analyse

Het plan omvat geen nieuwe geluidgevoelige objecten. Een nadere toetsing aan het aspect geluidhinder is niet aan de orde.

5.1.5.3

Conclusie

Het aspect geluid vormt geen planologische belemmering voor het plan.

5.1.6

5.1.6.1

_ Luchtkwaliteit

Inleiding

Om personen tegen de gevolgen van luchtverontreiniging te beschermen zijn n de Wet milieubeheer normen opgenomen voor bepaalde stoffen. Bij de beoordeling van het aspect luchtkwaliteit moet enerzijds aangetoond worden dat een ruimtelijke ontwikkeling niet leidt tot een (significante) overschrijding van de luchtkwaliteitsnormen en anderzijds dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

5.1.6.2

Analyse

Effecten plan op luchtkwaliteit In de "Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)” zijn categorieën van gevallen genoemd die niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie van fijnstof in de buitenlucht. Zo is een project met maximaal 1.500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg 6én van de genoemde gevallen. Onderhavig plan omvat de verruiming van een thans bestaande camping, waar naast legalisatie van de thans bestaande bouwwerken ook een maximum aan kampeerplaatsen wordt vastgelegd. De verruiming betreft hoofdzakelijk de verruiming van de toegestane bebouwing (van 800 m2 naar 1.500 m

en betreft daarmee een project dat niet in betekenende mate bijdraagt aan

de concentratie van fijnstof in de buitenlucht. Er is geen nader onderzoek nodig. Goed

woon-

en leefklimaat

Het plan ligt niet in de nabijheid van zware industrie, (een concentratie van meerdere) intensieve veehouderijen of drukke vaarwegen. Voor de beoordeling van het woon- en leefklimaat wordt alleen gekeken naar Iuchtverontreiniging van verkeer op wegen in de omgeving.

bestemmingsplan

Gemondesestraat 8, Liempde

|

ontwerp

_55

In de Wet milieubeheer zijn voor een groot aantal stoffen grenswaarden opgenomen, maar uit onderzoek blijkt dat langs wegen alleen overschrijdingen van de grenswaarden voor fijnstof (PMo) en stikstofdioxide (NO2) kunnen optreden. Voor de overige stoffen waarvoor grenswaarden zijn opgenomen in de Wm treden naar verwachting nergens langs het Nederlandse wegennet overschrijdingen van deze grenswaarden op. De monitoringstool die in het kader van het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) is opgesteld, geeft de volgende jaargemiddelden voor de relevante stoffen ter plaatse van het meest relevante meetpunt 'Rijkswaterstaat ‚ 700707'.

grenswaarde

2019

2020

2030

jaargemiddelde concentratie NOz

categorie

40 ug/m?

23,8

22,1

13,7

jaargemiddelde concentratie PMo

40 ug/m?

19,3

19,1

16,1

jaargemiddelde concentratie PM2s

__ 25 ug/m2

117

12,0

9,3

71

69

60

overschrijdingsdagen per jaar-

35

gemiddelde concentratie PM:o

Uit de resultaten van de Monitoringstool blijkt dat aan alle grenswaarden wordt voldaan. Er is daarmee sprake van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied.

5.1.6.3

Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit vormt geen planologische belemmering voor het plan.

5.1.7

Volksgezondheid

5.1.7.1

Inleiding

Het aspect volksgezondheid heeft de laatste jaren meer aandacht gekregen bij het opstellen van bestemmingsplannen. Aangetoond moet worden dat een ruimtelijke ontwikkeling geen negatief effect heeft op de volksgezondheid. Een beoordeling van de effecten op de volksgezondheid doet zich met name voor de ontwikkeling van of in de buurt van veehouderijen, boom- en fruitteelt en hoogspanningsverbindingen. In deze paragraaf wordt het plan aan deze aspecten getoetst.

56

BUREAU

VERKUYLEN

5.1.7.2

Veehouderijen

Bij het beoordelen van de effecten van veehouderijen op de volksgezondheid wordt onderscheid gemaakt in endotoxinen en geitenhouderijen. De Handreiking veehouderij e volksgezondheid 2.0 - die bedoeld is bij de nieuwvestiging of verandering van veehouderijen - biedt een stappenplan dat ook deels geschikt s voor de beoordeling van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van veehouderijen. Endotoxinen

Endotoxinen zijn bouwstenen van bepaalde bacteriën die een giftig effect op de mens kunnen hebben en tot gezondheidsklachten kunnen leiden. Endotoxinen komen vaak voor in fijnstof van intensieve veehouderijen. Conform stap 5 van het stappenplan moet de ligging van het initiatief ten opzichte van veehouderijen worden beoordeeld. Bij een afstand van meer dan 1 kilometer tot pluimveehouderijen en van meer dan 250 meter tot overige veehouderijen (behoudens geïtenhouderijen) is er geen gevaar voor de volksgezondheid als gevolg van endotoxinen. Het Bestand Veehouderijbedrijven biedt de benodigde gegevens van de veehouderijen. Analyse Het plan omvat de uitbreiding van één milieugevoelig object. In een straal van 1000 meter rondom het plangebied is ten minste één pluimveebedrijf gevestigd (Saat 6-62). De aanwezigheid van dit pluimveebedrijf binnen een afstand van 1 km hoeft echter geen belemmering te vormen voor het planvoornemen. "Uit het onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO) bleek dat in de jaren 2009-2013 er sprake was van een verhoogd voorkomen van longontstekingen onder omwonenden die binnen een straal van 1 kilometer van een pluimveehouderij woonden. In de jaren daaropvolgend (2014-2016) werd dat verband niet meer gevonden. Ook in het aanvullende, recente onderzoek in de regio Utrecht/Gelderland/Overijssel werd een dergelijk verband niet meer gevonden.

Dit n tegenstelling tot het verband tussen het verhoogd voorkomen van longontsteking bij omwonenden nabij een geïtenhouderij (2 km). In de handreiking veehouderij en volksgezondheid, opgesteld door het Ondersteuningsteam, wordt aangegeven dat het wonen nabij een pluimveehouderij (binnen een straal van 1 km) leidt tot het advies om een advies bij de GGD op te vragen. In het ondersteuningsteam zijn de laatste onderzoeksresultaten recent besproken en is besloten dat er geen advies meer wordt gegeven om een GGD advies op te vragen op grond van het criterium wonen binnen een straal van 1 kilometer van een pluimveehouderij’.

bestemmingsplan

Gemondesestraat 8, Liempde

|

ontwerp

_57

Binnen 250 meter van het plangebied is é&n overige veehouderij gelegen: Gemondesestraat 10. De gemeente dient derhalve een advies bij de GGD

op te vragen.

Geitenhouderijen Uit onderzoek i gebleken dat omwonenden in een straal van 2 km rondom geïtenhouderijen een verhoogde kans hebben op longontsteking. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van geïtenhouderijen moet beoordeeld worden of er een effect is op de volksgezondheid. Analyse Het plan omvat nieuwe, milieugevoelige objecten. In een straal van 2 km rondom het plangebied zijn echter geen geitenhouderijen met meer dan 100 geïten actief. Er hoeft geen nadere beoordeling van het aspect geïtenhouderijen plaats te vinden. Er is sprake van een gezonde leefomgeving ten aanzien van geïtenhouderijen.

5.1.7.3

Boom-

en fruitteelt

Bij boom- en fruitteelt worden vaak gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. Deze middelen kunnen een gevaar opleveren voor de volksgezondheid. Als gevolg van de wind kunnen gewasbeschermingsmiddelen verwaaien. Dit wordt drift genoemd. Om te voorkomen dat derden als gevolg van dríft in aanraking komen met gewasbeschermingsmiddelen wordt een spuitzone van 50 meter gehanteerd. Analyse Het plan leidt niet tot het toevoegen van woningen of andere functies waar personen gedurende langere tijd verblijven. Daarnaast wordt opgemerkt dat de gronden rondom het plangebied thans niet in gebruik zijn voor boom- en fruitteelt en bovendien ook niet zijn aangewezen als boomteeltontwikkelingsgebied. Geconcludeerd wordt dat er geen rekening gehouden hoeft te worden met spuitzones als gevolg van boom- en fruitteelt.

5.1.7.4

Hoogspanningsverbindingen

De magnetische velden in de buurt van hoogspanningsverbindingen kunnen invloed hebben op de gezondheid. Het beleid van de Riijksoverheid is erop gericht om zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, te vermijden dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig verblijven in het gebied rondom bovengrondse hoogspanningsverbindingen waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger is dan 0,4 microtesla.

58

BUREAU

VERKUYLEN

Analyse Het plan leidt niet tot het toevoegen van woningen of andere functies waar kinderen gedurende langere tijd verblijven. Daarnaast wordt opgemerkt dat er sprake is van een zeer grote afstand tot hoogspanningsverbindingen, namelijk ruim 3,3 kilometer, en dat het schadelijke magneetveld zich tot maximaal enkele honderden meters van de hoogspanningsverbinding uitstrekt. Er is geen nader onderzoek nodig.

5.1.7.5

Conclusie

Het aspect volksgezondheid vormt geen planologische belemmering voor het plan.

518

Milieueffectrapportage

5.1.8.1

Inleiding

Het instrument milieueffectrapportage (m.e.r.) is ontwikkeld om het milieubelang volwaardig n de besluitvorming te betrekken. In de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage zijn de activiteiten genoemd waarvoor een m.e.r.-plicht of een m.e.r-beoordelingsplicht geldt, of waarvoor een vormvrije m.e.r-beoordeling nodig is.

5.1.8.2

Analyse

De in voorliggend bestemmingsplan opgenomen ontwikkelingen behoren niet tot de in bijlage D van het Besluit milieueffectrapportage genoemde ontwikkelingen. Er is derhalve geen nadere m.e.r.-beoordeling nodig. Gelet op de resultaten van de hiervoor reeds uitgevoerde milieuanalyse, kan zonder nader onderzoek worden geconcludeerd dat het plan geen significant nadelige milieugevolgen heeft. Een nadere motivering is niet noodzakelijk.

5.1.8.3

Conclusie

Het plan is niet m.e.r.(-beoordelings)plichtig. Het plan heeft geen belangrijke nadelige milieugevolgen.

bestemmingsplan

Gemondesestraat 8, Liempde

|

ontwerp

_59

5.2

Waarden

5.2.1

Archeologie

$.2.1.1

Inleiding

Conform het bepaalde in artikel 3.1.6 Bro moet bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden worden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische monumenten.

5.2.1.2

Analyse

Onderhavig plangebied kent de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie - Categorie 3' en 'Waarde - Archeologie - Categorie 4'. Deze dubbelbestemmingen verplichten archeologisch onderzoek bij bodemingrepen van bepaalde omvang. Onderhavig initiatief zorgt niet voor nieuwe verstoringen van de gronden (enkel oppervlakkige verharding zonder funderingsdiepte). Het uitvoeren van een archeologisch onderzoek is niet noodzakelijk. Ondanks een zorgvuldige afweging kan nooit volledig worden uitgesloten dat er tijdens werkzaamheden archeologische sporen of resten worden aangetroffen. Contorm artikel 5.10 van de Erfgoedwet dient hiervan melding te worden gemaakt bij de Minister.

5.2.1.3

Conclusie

Het aspect archeologie vormt geen planologische belemmering voor het plan.

5.2.2

Cultuurhistorie

5.2.2.1

Inleiding

Conform het bepaalde in artikel 3.1.6 Bro moet bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden worden met de aanwezige cultuurhistorische waarden.

5.2.2.2

Analyse

Onderhavig plangebied kent de dubbelbestemmingen 'Waarde - Kleinschalig cultuurlandschap' en 'Waarde - Leefgebied soorten van kleinschalig cultuurlandschap’.

0

BUREAU

VERKUYLEN

Waarde - Kleinschalig cultuurlandschap Ter plaatse van de de bestemming 'Waarde - Kleinschalig cultuurlandschap’ zijn de gronden, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de aanwezige samenhangende cultuurhistorische waarden waaronder de kavelstructuur met bijbehorende begroeïing, zandwegenstructuur en rabatten/slotenpatroon. Onderhavig planvoornemen zorgt niet voor een aanpassing van de kavelstructuur, zandwegenstructuur en rabatten/slotenpatroon. De bijbehorende begroeiing zal positief worden beïnvloedt, daar niet-inheemse begroeiing wordt verwijderd en inheemse begroeiing wordt aangeplant. Daarnaast omvat het plan geen graafwerkzaamheden en/of realisering van bebouwing en betreft geen uitbreiding van het campingterrein. Middels voorliggend bestemmingsplan worden geen cultuurhistorische waardvolle elementen aangetast.

Waarde - Leefgebied soorten van kleinschalig cultuurlandschap Ter plaatse van de bestemming 'Waarde - Leefgebied soorten van kleinschalig cultuurlandschap’ zijn de gronden, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van het leefgebied van soorten van kleinschalig cultuurlandschap. Hieronder wordt begrepen: + _ houtwallen, kleine bosjes, hagen, boszomen en overgangen van bos naar agrarisch gebied, spedifiek ten behoeve van het leefgebied van struweelvogels; + _ een afwisselend landschap met voldoende fourageermogelijkheden specifiek ten behoeve van het Ieefgebied van de das; +

structuurrijke vegetaties met waardplanten specifiek ten behoeve van het leefgebied voor vlinders;

+ _ overwinteringsbiotopen (houtige elementen) en voortplantingsbiotopen (poelen) speitiek ten behoeve van het leefgebied voor amfibieSn; Onderhavig planvoornemen zorgt middels de aanleg van het voedselbos/fruitboomgaard en de aanplanting van inheemse plantensoorten voor een versterking van het leefgebied van soorten van kleinschalig cultuurlandschap. Daarnaast omvat het plan geen graafwerkzaamheden en/of realisering van bebouwing en betreft geen uitbreiding van het campingterrein. Middels voorliggend bestemmingsplan wordt het 'Leefgebied soorten van kleinschalig cultuurlandschap' niet aangetast.

5.2.2.3

Conclusie

Het aspect cultuurhistorie vormt geen planologische belemmering voor het plan.

bestemmingsplan

Gemondesestraat 8, Liempde

|

ontwerp

_ 61

5.2.3

Natuurwaarden

5.2.3.1

Inleiding

Ten behoeve van de bescherming van natuurwaarden geldt de Wet natuurbescherming. De daarin opgenomen bescherming omvat de onderdelen: *

gebiedsbescherming;

* _ soortenbescherming; + _ bescherming van houtopstanden.

5.2.3.2

Analyse

Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet binnen een beschermd gebied, zoals opgenomen in Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland. Ook bij ontwikkelingen buiten natuurgebieden moet het effect worden beoordeeld, de zogenaamde 'externe werking’. Het gaat dan enerzijds om verstorende effecten zoals geluid, licht en trillingen op natuurgebieden behorende tot het Natuurnetwerk Nederland en anderzijds om stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Verstorende effecten

Gezien de aard en omvang van het plan en de afstand tot Natuurnetwerk Nederland kan worden geconcludeerd dat het plan geen verstorende effecten heeft op gebieden behorende

tot Natuurnetwerk

Nederland.

Stikstofdepositie Bijlage 7 bevat het stikstofdepositie-onderzoek opgesteld door Bureau Verkuylen (V02, 25 augustus 2022) waarin de gebruiksfase is beoordeeld (bouwfase ontbreekt). Daaruit volgt dat het plan geen significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden heeft. Soortenbescherming Om het aspect 'soortenbescherming' inzichtelijk te maken heeft Ecolybrium een verkennend flora en fauna onderzoek uitgevoerd: rapport "Rapportage Quickscan Ecologische Waarden Gemondesestraat 8 te Liempde" (18 april 2023; 22-1317). Het onderzoeksrapport is bijgevoegd als bijlage 8. Ecolybrium concludeert dat: +

Erin het gebied geen jaarrond beschermde nesten van broedvogels aanwezig zijn. Deze zijn ook niet te verwachten door het intensief gebruik van de camping.

62

BUREAU

VERKUYLEN

+ _ Algemene soorten broedvogels te verwachten zijn op de camping. Echter vindt er geen extra geluidsoverlast plaats in de nieuwe situatie ten opzichte van de oude. Indien broedvogels zich hier nesten vindt er moedwillige verstoring plaats. + _ Er geadviseerd wordt om de omvorming van laurierstruwelen naar inheemse houtwallen buiten de kwetsbare periode van algemene soorten broedvogels te laten plaatsvinden. Ook wordt er een hakhoutbeheer geadviseerd om hogere natuurwaarden

+

te creören.

Ergeen negatieve effecten plaatsvinden op vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen, omdat deze niet aanwezig zijn in de te kappen bomen.

+

Ergeen negatieve effecten plaatsvinden op essentiee! jachtgebied van vleermuizen, omdat dit niet aanwezig is op de camping.

+

Ergeen effecten optreden op primaire vliegroutes met de kap van twee gemeentebomen.

Er zijn genoeg bomen aan weerszijde van de weg om de

vleermuizen te begeleiden. +

Ergeen negatieve effecten op treden op beschermde soorten amfibieën, libellen, vissen, reptielen, grondgebonden zoogdieren en overige ongewervelden, omdat deze op de locatie niet te verwachten zijn.

+

Geadviseerd wordt om het ven tenminste 50 á 70 om diep te maken, met een doorsnede van 50 centimeter met een talud van 1:3 (of minder sti).

Tot slot wordt opgemerkt dat de zorgplicht als genoemd in artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming te allen tijde van toepassing is. Bescherming van houtopstanden Het plan omvat niet het kappen van bomen buiten de bebouwde kom of in een houtopstand van meer dan 10 are, of het kappen van een bomenrij van meer dan 20 bomen. Er is derhalve geen herplantplicht conform artikel 4.3 van de Wet natuurbescherming.

5.2.3.3

Conclusie

Het aspect natuurwaarden vormt geen planologische belemmering voor het plan.

bestemmingsplan

Gemondesestraat 8, Liempde

|

ontwerp

_63

5.3

_ Waterparagraaf

531

Inleiding

Het plangebied ligt binnen het beheergebied van Waterschap De Dommel. De watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is dat de waterbelangen evenwichtig worden meegewogen bij de totstandkoming van een plan. Deze waterparagraaf is een onderdeel van de watertoets. De waterparagraaf beschrijft zowel de huidige als toekomstige waterhuishoudkundige situatie (oppervlaktewater, grondwater, hemelwater en afvalwater).

532

Beleid

In deze paragraaf is het relevante vigerende beleid opgenomen.

5.3.2.1

Nationaal

niveau

* _ Het Nationaal Waterplan Dit plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016-2021 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, voldoende en schoon water en diverse vormen van gebruik van water. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie.

5.3.2.2

Provinciaal

niveau

* _ Het Provinciaal Waterplan Noord-Brabant 2016-2021 Dit plan bevat het strategische waterbeleid van de provincie Noord-Brabant voor de periode 2016-2021. Naast beleidskader is het Provinciaal Waterplan ook toetsingskader voor de taakuitoefening van lagere overheden op het gebied van water. Bovendien dient het plan als structuurvisie voor het aspect water op grond van de Wet ruimtelijke ordening.

5.3.2.3

Waterschap De Dommel

Onderhavig plangebied ligt binnen het beheergebied van het Waterschap De Dommel. Het waterschapsbeleid is onder meer beschreven in:

64

BUREAU

VERKUYLEN

Waterschap De Dommel - Waterbeheerprogramma 2022-2027 Het Waterbeheerprogramma van Waterschap De Dommel is op 23 december 2021 in werking getreden. Het programma omschrijft de koers en de ambities van het waterschap voor de periode 2022-2027. Het waterschap streeft naar een toekomstbestendige waterhuishouding. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet en een waterhuishouding die robuust, wendbaar en in balans met de omgeving is. De toekomstbestendige waterhuishouding wordt vormgegeven door drie richtinggevende principes: 1.

Elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt; agrarische bedrijven hebben de bodem op orde om maximaal te kunnen infitreren en zij maken, boven of onder de grond, ruimte voor berging van al het 'eigen water’.

2.

Functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan: agrarische bedrijven passen hun grondgebruik op termijn aan op de lokale bodem- en watercondities. Zij maken in hun bedrijfsvoering keuzes inclusief risico's om in extremere weersomstandigheden een duurzame toekomst te hebben. Het waterschap ondersteunt hen in dit veranderingsproces.

3.

Wat schoon is moet schoon blijven: agrarische percelen mogen geen negatief effect hebben op de waterkwaliteit van het oppervlaktewater en het grondwater.

Brabant

Keur

Voor de beheergebieden van de waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel geldt dezelfde keur: Brabant Keur. De keur bevat regels ter bescherming van de waterwerken die nodig zijn voor een goed waterbeheer (kwantiteit) en voor de bescherming van het gebied tegen hoog water. Bij veel projecten is sprake van een toename van het verharde oppervlak. Hieromtrent is in de Algemene regels bij de keur het volgende opgenomen: 1.

Bij een toename van het verharde oppervlak van minder dan 500 m? stelt het waterschap geen nadere eisen aan de verwerking van het hemelwater. Hiervoor geldt het gemeentelijke beleid.

2.

Bijeen toename van het verharde opperviak van meer dan 500 m? maar minder dan 10.000 m? moeten compenserende maatregelen ten aanzien van de

verwerking van het hemelwater worden getroffen conform de rekenregel: Ibenodigde compensatie (in m3) = |toename verhard oppervlak (in m?) x gevoeligheidstactor x 0,06 (in m)

3.

Bij een toename van het verhard oppervlak van meer dan 10.000 m? is een watervergunning nodig.

bestemmingsplan

Gemondesestraat 8, Liempde

|

ontwerp

_65

+

De notitie Ontwikkelen met duurzaam wateroogmerk De beleidsnotitie 'Ontwikkelen met duurzaam wateroogmerk' maakt inzichtelijk welke hydrologische consequentie(s) ruimtelijke ontwikkelingen kunnen hebben op het watersysteem. Het bevat beleidsuitgangspunten, voorwaarden en normen om de negatieve hydrologische consequenties te compenseren. Tevens zijn de navolgende toetsaspecten opgenomen:

1.

afvoer uit het gebied;

nao

opperviaktewaterstanden;

5.3.2.4

overlast/schade;

grondwateraanvulling; grondwaterstanden.

Gemeentelijk niveau

Het gemeentelijk beleid is opgenomen n meerdere documenten welke e/kaar aanvullen. Zo is de 'Watervisie Boxtel' een afgeleide van het 'Waterplan', welke is opgesteld in samenspraak met de gemeente Sint-Michielsgestel en Waterschap De Dommel, en vormt als zodanig het kader voor de nadere uitwerking. Dit is het beleidskader totdat deze wordt opgenomen en geactualiseerd in de toekomstige omgevingsvisie. Een van de recent geactualiseerde beleidsstukken is het 'verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2020-2024 (vGRP). Dit beleid borduurt voort op het ‘verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 20152019' In het vGRP heeft de gemeente Boxtel enkele speerpunten opgesteld die leidend zijn voor het handelen van de gemeente. Dit zijn: een klimaatbestendig Boxtel(1), wijkgerichte rioolvervanging (2), samenwerken met inwoners, bedrijven en waterpartners (8), verankeren water- en riolbeheer in de Omgevingswet (4), water plaatselijk zuiveren en hergebruiken (5) en als laatste de grondwaterhuishouding (6). Uit de speerpunten volgt ook dat de gemeente aan perceeleigenaren het waterbewustzijn voor het verwerken van het hemelwater (speerpunt 1, ambitie 2), wil overbrengen.

Daamaast vragen zijin de 'Strategie hemelwater’ dat als belangrijkste aandachtspunt bij ontwikkelingen opgenomen dat er ‘hydrologisch neutraal’ moet worden ontwikkeld, conform de Hydrologische uitgangspunten bij de keurregels voor afvoeren van hemelwater van de gezamenlijke Brabantse waterschappen. Hierbij wordt, in afwijking van het beleid van het waterschap, een ondergrens van toename verharding van 250 m? gehanteerd.

6

BUREAU

VERKUYLEN

5.3.3

Waterschapsbelangen

Ter plaatse van de bestemming 'Waarde - Attentiegebied EHS' zijn de gronden behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, beheer en herstel van de waterhuishoudkundige situatie, gericht op het verbeteren van de condities voor de natuur(waarden). Bij toename van het verhard oppervlak is 'hydrologisch neutraal bouwen' het uitgangspunt. Voor een toename van het verharde (bebouwings)oppervlak van 250 m

is een advies van het waterschap vereist.

Onderhavig planvoornemen zorgt niet voor een toename van het verharde (bebouwings)oppervlak. Hiermee wordt de waterhuishoudkundige situatie op onderhavige locatie niet negatief geschaad.

5.3.4

Watertoets

Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van De Dommel. Door het waterschap zijn een aantal principes opgesteld waar ruimtelijke ontwikkelingen aan worden getoetst. Per 1 maart 2015 gelden de bepalingen uit de Keur 2015, art. 15 van de Algemene regels resp. art. 13 van de Beleidsregels, voor het afkoppelen van hemelwater. Tot 500 m? hoeft op basis van de Keur geen voorziening te worden getroffen. In afwijking van het beleid van het waterschap stelt het 'verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2020-2024 (vGRP) een ondergrens van maximaal 250 m?. Onderstaande tabel geeft een overzicht van het verhard oppervak (bebouwing en bestrating) in de huidige en nieuwe situatie. In de eerste kolom staat het type verharding. In de tweede kolom staat het verhard opperviak van de bestaande situatie. De derde kolom geeft de afname van verhard opperviak. De toename van verhard opperviak staat n de vierde kolom. De laatste kolom geeft het verhard oppervlak van de nieuwe situatie (nieuw = bestaand - afname + toename).

omschrijving

bestaand

bebouwing

bestrating

toename 800 m?

700 m?

2.100 m?

om?

nieuw 1.500 m?

2.100 m?

(waarvan 1.800 m2 aan

(waarvan 1.800 m2 aan

halfverharding = 0)

halfverharding = 0)

totaal

2.900 m?

700 m?

3.600 m?

(waarvan 1.800 m? aan

(waarvan 1.800 m? aan

halfverharding = 0)

halfverharding = 0)

bestemmingsplan

Gemondesestraat 8, Liempde

|

ontwerp

_67

Het plangebied is thans gedeeltelijk verhard. Als gevolg van de uitbreiding zal de bebouwing/verharding toenemen met maximaal 700 m (bestrating parkeerplaatsen bestaat uit halfverharding en wordt conform het beleid niet meegenomen). Bij een toename

van het verhard oppervlak van meer dan 250 m? hanteert de gemeente Boxtel dat het nieuwe verharde oppervlak met een compensatieberging van 60 mm dient te worden geborgen op eigen terrein. Uitgaande van de door het waterschap gehanteerde rekenregel bedraagt de benodigde bergingscapaciteit voor het gehele plangebied 108 m (= 1.800 x 0,06). Al het hemelwater wordt op de camping zelf opgevangen. De regewaterafvoer is volledig afgekoppeld van de riolering. Regenwater dat op de kampeermiddelen terecht komt wordt in groenstroken opgevangen. Er is met uitzondering van, de daken van de bestaande gebouwen/kampeermiddelen, een verharding bij de horeca geen sprake van een verhard oppervlak. Het betreft een half open verharding of een open verharding in de vorm van gras. Het aanleggen van een gesloten verharding of lozing van hemelwater op het riool wordt op de camping niet toegestaan. Middels deze vorm van afwatering wordt aangesloten bij &&n van de punten uit het Waterbeheerprogramma 2022-2027: "Elke druppel vasthouden en infitreren waar deze valt; agrarische bedrijven hebben de bodem op orde om maximaal te kunnen infitreren en zij maken, boven of onder de grond, ruimte voor berging van al het 'eigen water Hiermee wordt voldaan aan het Waterbeheerprogramma 2022-2027.

5.3.5

Afvalwater

Uitgangspunt is dat het vuile afvalwater en het schone hemelwater worden gescheiden. Het vuile afvalwater zal op de bestaande riolering in de Gemondesestraat geloosd worden.

536

_ Waterkwaliteit

Er zijn geen bijzondere maatregelen genomen om vervuiling van het oppervlaktewater te voorkomen. Overeenkomstig de eis van het waterschap worden geen uitlogende materialen toegepast.

8

BUREAU

VERKUYLEN

Hoofdstuk 6

Haalbaarheid

In dit hoofdstuk wordt de haalbaarheid van dit bestemmingsplan aangetoond. Een bestemmingsplan moet zowel in financieel als in maatschappelijk opzicht haalbaar zijn. Er wordt daarom een korte financiële toelichting gegeven en daarnaast worden de doorlopen procedures weergegeven.

6.1

Kostenverhaal

Artikel 612 lid 1 Wro verplicht de gemeente een exploitatieplan vast te stellen voor gronden waarop bepaalde bouwactiviteiten zijn voorgenomen, tenzij het kostenverhaal "anderszins verzekerd is (artikel 612 lid 2a Wro). In artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn de bouwactiviteiten genoemd waarvoor het vaststellen van een exploitatieplan verplicht is. De in voorliggend bestemmingsplan opgenomen ontwikkelingen behoren niet tot de in het Bro genoemde bouwactiviteiten. Het vaststellen van een exploitatieplan is derhalve niet verplicht.

6.2

Gemeentelijke grondexploitatie

De gemeente heeft geen gronden in het plangebied in eigendom. Alle kosten en risico's van de planontwikkeling, -voorbereiding en -uitvoering zijn voor rekening van de initiatiefnemer. De gemeentelijke grondexploitatie wordt dus niet belast door voorliggend uimtelijk plan. De financiële uitvoerbaarheid van het plan is hiermee aangetoond.

6.3

Maatschappelijk

6.3.1

Omgevingsdialoog

De initiatiefnemers hebben contact gezocht met de direct omwonenden en hebben hen geïnformeerd over voorliggend initiatief. Een verslag van het gevoerde omgevingsdialoog is bijgevoegd als bijlage 9 van de toelichting.

6.3.2

Terinzage legging

Het ontwerpbestemmingsplan

‘Gemondesestraat 8, Liempde’ wordt conform artikel 3.1.1

van het Besluit ruimtelijke ordening in vooroverleg gezonden naar de betreffende personen en instanties. Daarnaast doorloopt het plan de procedure van artikel 3.8 en verder van de Wet ruimtelijke ordening. De resultaten van deze procedures zullen te zijner tijd in deze toelichting worden vermeld.

bestemmingsplan

Gemondesestraat 8, Liempde

|

ontwerp

_69

70

BUREAU

VERKUYLEN

Hoofdstuk 7 7.1

Juridische aspecten

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt toegelicht op welke wijze het plan juridisch is vertaald. Deze juridische vertaling is bindend. Het bestemmingsplan bestaat uit: +

de toelichting;

+

de planregels;

° _ de verbeelding. De toelichting heeft geen juridisch bindende werking. De toelichting heeft wel een belangrijke functie voor de onderbouwing van het plan en ook bij de verklaring van de bestemmingen en planregels, en in het bijzonder ten aanzien van de regels inzake nadere eisen en afwijkingen. De planregels vormen de juridische regels voor gebruik van de gronden, de toegelaten bebouwing en het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding geeft de geografische ligging van de bestemmingen en aanduidingen weer. De verbeelding vormt samen met de planregels het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan voldoet aan de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012.

7.2

Planregels

De indeling van de planregels is als volgt. Hoofdstukt

_ Inleidende regels

Hoofdstuk2

_ Bestemmingsregels

Hoofdstuk3

_ Algemene regels

Hoofdstuk4

_ Overgangsregels

Hoofdstuk1

_ Inleidende regels

Begrippen (artikel 1) In dit artike! zijn de begrippen die n de planregels worden gehanteerd gedefinieerd. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan moet worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis.

bestemmingsplan

Gemondesestraat 8, Liempde

|

ontwerp

_71

Wijze van meten (artikel 2) In dit artikel is aangegeven hoe de hoogte en andere maten, die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden. Hoofdstuk2

Bestemmingsregels

Recreatie - Verbljfsrecreatie (artikel 3) De bestemming 'Recreatie'is toegekend aan het gehele plangebied. Hierbij s middels specifieke aanduidingen aangegeven waar welke bebouwing is toegestaan. Hoewel de functies niet begrensd zijn, wordt de omvang daarvan begrensd door de maximale opperviakte van de bebouwing. Aan huis verbonden beroepen zijn ook toegestaan. Waarde - Archeologie - Categorie 3 (artikel 4) Het westelijke deel van het plangebied heeft een middelhoge archeologische verwachtingswaarde. Derhalve is binnen het gehele plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie - Categorie 3' van toepassing, die de verplichting tot het uitvoeren van archeologisch onderzoek legt op ontwikkelingen waarbij de bodemingreep dieper is dan 0,5 m over meer dan 125 m?.

Waarde - Archeologie - Categorie 4 (artikel 5) Het oostelijke deel van het plangebied heeft een middelhoge archeologische verwachtingswaarde. Derhalve is binnen het gehele plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie - Categorie 4' van toepassing, die de verplichting tot het uitvoeren van archeologisch onderzoek legt op ontwikkelingen waarbij de bodemingreep dieper is dan 0,5 m over meer dan 500 m.

Waarde - Attentiegebied EHS (artikel 6) De dubbelbestemming 'Waarde - Attentiegebied EHS' is toegekend aan het gehele plangebied. De voor deze bestemming aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, beheer en herste! van de waterhuishoudkundige situatie, gericht op het verbeteren van de condities voor de natuur(waarden). Bij toename van het verhard oppervlak is "hydrologisch neutraal bouwen” het uitgangspunt. Voor een toename van het verharde (bebouwings)oppervlak

van 250 m? is een advies van het waterschap vereist.

72

BUREAU

VERKUYLEN

Waarde - Kleinschalig cultuurlandschap (artikel 7) De dubbelbestemming 'Waarde - Kleinschalig cultuurlandschap’ is toegekend aan het gehele plangebied. De voor deze bestemming aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de aanwezige samenhangende cultuurhistorische waarden waaronder de kavelstructuur met bijbehorende begroeiing, zandwegenstructuur en rabatten/slotenpatroon. Waarde - Leefgebied soorten van kleinschalig cultuurlandschap (artikel 8) De dubbelbestemming 'Waarde - Leefgebied soorten van kleinschalig cultuurlandschap is toegekend aan het gehele plangebied. De voor deze bestemming aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van het leefgebied van soorten van kleinschalig cultuurlandschap. Hoofdstuk3

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel (artikel 9) In dit artikel is bepaald dat gronden, die al eens als berekeningsgrondslag voor bouwen hebben gediend, niet nogmaals als zodanig kunnen dienen. Algemene bouwregels (artikel 10) Dit artikel bevat regels ten aanzien van afwijkende bestaande bebouwing en ondergeschikte bouwdelen. Dit artikel bevat tevens de verplichting tot het voorzien in voldoende parkeergelegenheid, waarbij een verwijzing is opgenomen naar het relevante beleidsdocument.

Algemene gebruiksregels (artikel 11) In dt artikel is nader omschreven welke vormen van gebruik in ieder geval als strijdig met het bestemmingsplan worden aangemerkt, waaronder het gebruik van bouwwerken en terreinen zonder voldoende parkeergelegenheid. Algemene afwijkingsregels (artikel 12) In dt artikel is een aantal algemene afwijkingsmogelijkheden opgenomen.

Deze

afwijkingen betreffen onder meer het overschrijden van de maximaal toegestane maten, afmetingen en percentages.

bestemmingsplan

Gemondesestraat 8, Liempde

|

ontwerp

_73

Algemene wijzigingsregels (artikel 13) In dt artikel is een aantal algemene wijzigingsmogelijkheden opgenomen.

Deze

wijzigingen betreffen onder meer het toevoegen van de aanduiding 'monument en het wijzigen van de archeologische dubbelbestemming. Algemene procedureregels (artikel 14) In dit artikel zijn nadere eisen met betrekking tot de procedure opgenomen. Overige regels (artikel 15) In dit artikel zijn regels met betrekking tot de prioritering van de dubbelbestemmingen en de bouwverordening opgenomen. Hoofdstuk4

_ Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht (artikel 16) Voor volgens de regels afwijkende bestaande bebouwing is voor de omvang, het onderhoud en de herbouw een overgangsregel opgenomen.

Dit artikel bevat tevens een

overgangsregel ten aanzien van het voortzetten van bestaand gebruik dat in strijd met het bestemmingsplan is. Slotregel (artikel 17) Hier wordt vermeld onder welke naam de regels van dit bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.

74

BUREAU

VERKUYLEN

Bijlagen toelichting Bijlage 1

Inrichtingsschets

Bijlage2 _ Beplantingsplan Bijlage 3

Beplantingslijst

Bijlage 4

Akoestisch onderzoek industrielawaai

Bijlage 5

Externe veiligheid buisleidingen

Bijlage 6

Verantwoording hoogte groepsrisico

Bijlage 7

Stikstofdepositie-onderzoek

Bijlage 8

Quickscan flora en fauna

Bijlage 9

Omgevingsdialoog

bestemmingsplan

Gemondesestraat 8, Liempde

|

ontwerp

_75

76

BUREAU

VERKUYLEN

Regels

bestemmingsplan

Gemondesestraat 8, Liempde

|

ontwerp

_77

78

BUREAU

VERKUYLEN

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 11

plan

het bestemmingsplan Gemondesestraat 8, Liempde met identificatienummer NL.IMRO.0757.BP21014-OTW1 1.2

_

van de gemeente Boxtel

bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen 13

AAB

Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen; 1.4

_

aan-huis-verbonden-bedrijf

een bedrijf of het bedrijfsmatig uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid gericht op consumentenverzorging, geheel of gedeeltelijk door middel van handwerk, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende gebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend, en waarbij deze activiteit door de bewoner van de woning wordt uitgeoefend. 1.5

_ aan-huis-verbonden beroep

een dienstverlenend beroep, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie n overeenstemming is, en waarbij deze activiteit door de bewoner van de woning wordt uitgeoefend; 16

_

aanbouw

een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht en qua afmetingen ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.7

_

aardkundige waarden

waarden van een gebied die vanwege geologische, geomorfologische, bodemkundige en (geo)hydrologische verschijnselen en processen danwel anderszins vanwege de natuurlijke ontstaansgeschiedenis van de bodem, van algemeen belang zijn vanuit aardkundig oogpunt:

bestemmingsplan

Gemondesestraat 8, Liempde

|

ontwerp

_79

1.8

_ agrarisch bedrijf

bedrijf dat gericht is op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen of het houden van dieren; 1.9

_

agrarisch grondgebruik

het weiden van vee en/ of het verbouwen van gewassen, boomgaardfruitteelt en teelt van houtgewas met agrarische productiefunctie daaronder begrepen, met uitzondering van het verbouwen van gewassen in een volkstuincomplex; 1.10

_ agrarisch natuurbeheer

Natuurbeheer op landbouwgronden uitgevoerd door boeren gecombineerd met de agrarische bedrijfsvoering; 1.11

_ agrarisch-technisch hulpbedrijf

een bedrijf dat geheel of in overwegende mate is gericht op het verlenen van diensten waarbij gemachiniseerd loonwerk ten behoeve van land-, tuin, bos- of natuurbouw wordt verricht of waarbij gebruik gemaakt wordt van het telen van gewassen, het houden van dieren of het toepassen van andere land-, tuin-, bos- of natuurbouwkundige methoden, met uitzondering van mestbewerking; 1.12

_ agrarisch verwant bedrijf

bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het verlenen van diensten aan particulieren of niet-agrarische bedrijven waarbij gebruik gemaakt wordt van het telen van gewassen, het houden van dieren of het toepassen van andere land-, bos- of natuurbouwkundige methoden, met uitzondering van mestbewerking; 1.13

_ akkercomplex

door gelijksoortig gebruik in het verleden samengevoegde bolakkers; 1.14

_ archeologische (verwachtings)waarde

de waarde die van belang is voor de archeologie en voor de kennis van de beschavingsgeschiedenis; 1.15

_ bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.16

_ bebouwingscluster

een vlakvormige verzameling van gebouwen buiten bestaand stedelijk gebied;

80

BUREAU

VERKUYLEN

1.17

_ bebouwingsconcentratie

een kernrandzone, bebouwingslint of bebouwingscluster; 1.18

_ bed&breakfast

het bieden van de, ten opzichte van het hoofdgebruik ondergeschikte, mogelijkheid tot recreatief nachtverblijf en ontbijt aan een beperkt aantal personen die hun hoofdverblif elders hebben;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=a0afd3cc-a25b-41d8-a423-7a76941b4545