CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Vaststellen omgevingsvisie Boxtel en omgevingseffectrapportage- Bijlage 1 Nota beantwoording zienswijzen

Raadsvergadering Boxtel 17 september 2024, gemeente boxtelBij agendapunt: VAN AGENDA GEHAALD - Vaststelling omgevingsvisie Boxtel met bijbehorende omgevingseffectrapportage41.878 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Indiener benoemd dat het bestemmingsplan buitengebied 2016 geen ruimte biedt voor zonneweidelocaties voor energieopwekking; dit is niet voor niets destijds zo gesteld, aldus de indiener. Volgens indiener zal dit vrijwel onmiddellijk het authentieke karakter van het buitengebied verpesten en zullen recreanten en toeristen er zich niet meer door aangetrokken voelen. Een verbod op zonnepaneelweiden lijkt indiener daarom logisch te benoemen voor de gebieden met de functies ‘uitloopgebied’ en ‘landschapspark’ Antwoord: We verwijzen naar de beantwoording in paragraaf 2.1. ten aanzien van zonneparken. Aanvullend wordt opgemerkt dat er bij zonneparken in het kader meervoudig ruimtegebruik, zoals opgenomen in de omgevingsvisie, er ook kansen zijn voor recreatief medegebruik, zoals wandelen.

64

Zonnepanelen op perronoverkappingen en risicoanalyse Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345923

Indiener (ProRail) stelt zich als doel om in 2030 CO2 neutraal te opereren. Dat betekent dat vele daken en perronoverkappingen voorzien zijn of worden van zonnepanelen om zo voldoende stroom op te wekken voor verlichting, reisinformatie, liften en roltrappen. Indiener verzoekt derhalve bij het maken van plannen rekening te houden met mogelijke schaduwwerking op de ProRail zonnepanelen en indien nodig met indiener in contact te treden, zodat voornoemde doelstelling van indiener voor 2030 haalbaar blijft. Indiener stelt dat uit een risicoanalyse moet blijken dat zonnepanelen c.a. op bijvoorbeeld parkeerplaatsen en/of geluidschermen en/of langs spoorwegen geen negatief effect hebben op de hoofdspoorweginfrastructuur. Dat moet onder meer uit de vereiste EMC (elektromagnetische compatibiliteit) berekening blijken, aldus de indiener. En dan met name de weerstandsbeïnvloeding (geen aardingen/aansluitpunten in buurt van het spoor conform RLN00398) en diverse aspecten met betrekking tot aansluiting op het hoogspanningsnet. Ook voor de weerkaatsing van licht van zonnepanelen dient volgens indiener aangetoond te worden dat aanwezige seinen niet “overstraald” kunnen worden door lichtweerkaatsing door de zonnepanelen. Indiener adviseert om deze risico’s te laten berekenen en, voordat gestart wordt met de realisatie van het zonnepark, indiener te voorzien van de uitkomsten.

Antwoord: Deze opmerkingen worden meegenomen bij de uitwerking van concrete projecten/ vergunningaanvragen. Agrarische waarde zonneweide Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346053

Indiener benoemd dat Agri-pv wordt gedefinieerd als een ‘combinatie van landbouw en het opwekken van zonne-energie’. Indiener vraagt zich af welke agrarische waarde een zonneweide heeft. Antwoord: Er zijn verschillende praktijkvoorbeelden bekend, waarbij zonneparken bijvoorbeeld worden gecombineerd met de teelt van zacht fruit (de zonnepanelen dienen als teelt ondersteunende voorziening), het extensief houden van schapen, of verticale zonnepanelen in combinatie met blijvend grasland en begrazing. Maar zonneparken kunnen ook gecombineerd worden met flora die stuivers aantrekt en daarmee een dienst levert aan de landbouw. En er zijn nog verschillende andere innovaties mogelijk en/of in onderzoek. Mogelijkheden windenergie Er zijn meerdere zienswijzen binnengekomen over het toepassen van windenergie. Enerzijds zijn indieners voor windenergie, ze zien het als een beter alternatief dan zonneparken. Anderzijds zijn indieners tegen het toepassen van windenergie. Onder ‘antwoord’ is beschreven hoe de gemeente Boxtel aankijkt tegen het toepassen van windenergie. Enerzijds voor windenergie; Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345904

•

Indiener is van mening dat het verstandig is om te kijken naar alternatieve energieopwekking, zoals wind. Volgens de indiener zullen enkele windmolens langs de snelweg en/of delen van het spoor niemand in de weg staan. 65

Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346049

•

Volgens indiener kan Boxtel zich beter richten op alternatieven zoals windenergie waarbij een hoger rendement te behalen valt ten opzichte van de verouderde zonnepanelen en parken.

Anderzijds tegen windenergie; Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345973

•

Indiener (Beraad de Verborgen Buitens) is verrast door het opnieuw opnemen van de mogelijkheid van windturbines in het noordelijke deel van gemeente Boxtel. Indiener ziet dit als een grote bedreiging voor de kwaliteiten van het gebied. Indiener is van mening dat de gemeente Boxtel hier opnieuw voorbijgaat aan eerder geuite bezwaren vanuit de (landgoed)eigenaren en bewoners van dit gebied alsook de ondubbelzinnige bezwaren van belangrijke natuurorganisaties zoals Natuurmonumenten, Brabantse milieufederatie en andere partijen. Indiener vraagt om de Omgevingsvisie op dit onderdeel aan te passen, omdat gezien alle eerdere correspondentie en reacties vanuit het gebied het plaatsen van windturbines in het noordelijk landgoederencluster niet gewenst is en niet mogelijk is gebleken. Indiener is van mening dat de wens om turbines te plaatsen in de landgoederen cluster niet te verenigen is en haaks staat op die voorgenoemde ambities. Waar ‘dubbel gebruik’ geschreven wordt, verwacht indiener dat er in realiteit ‘gemotiveerd wordt afgeweken’ van die prachtig ambities op gebied van natuur/ biodiversiteit.

Indiener geeft aan dat waar in de visie is opgenomen dat Gemeente Boxtel inzet op een gezonde leefomgeving van haar inwoners, het vergroten van de biodiversiteit en het versterken van de natuurwaarden, zijn dit precies de aspecten die zijn aangehaald door de diverse partijen waarom windturbines niet mogelijk zijn in dit gebied. Indiener geeft aan dat waar keer op keer de wens voor turbines in dit gebied gewoon wordt opgeschreven, hierdoor het idee normaliseert dat in de toekomst kan worden gezegd: ja maar, het is toch al opgenomen in eerdere besluitvorming, wij geven hier slechts uitvoering aan.

Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346073

•

Indiener (Groene Hart) vindt dat de status van het onderdeel zijn van Het Groene Woud maakt dat bepaalde ontwikkelingen en ambities daar niet binnen passen. Dit geldt volgens indiener vooral voor ontwikkelingen die grootschalig zijn en een grote omgevigsverstoring met zich meebrengen. Verglazing van percelen t.b.v. zonnestroom passen volgens indiener naar aard en omvang op geen enkele wijze in het oude cultuurlandschap. Windturbines zijn wellicht nog meer verstorend omdat ze naast geluid en schaduwval vooral landschappelijk storen en op geen enkel wijze vallen in te passen, aldus de indiener. Hier dient bovendien rekening gehouden te worden met de grensoverschrijdende gevolgen. De schade stopt niet bij een grens van een natuurgebied. Daarom dient volgens indiener ook een ruime bufferzone rondom Het Groene Woud in acht genomen te worden. Antwoord: Omdat het niet altijd waait en de zon niet altijd schijnt, is een combinatie van zon en wind de meest duurzame en goedkope vorm van energie. Daarom dient onderzocht te worden of windenergie inpasbaar is en dient het belang van een duurzame en betaalbare energievoorziening afgewogen te worden tegen andere waarden. Pas als die afweging heeft plaatsgevonden, kan het opgenomen worden in besluitvorming. Wij gaan die mogelijkheden verder verkennen, maar ook langs de A2 moet goed gekeken worden of windenergie inpasbaar en haalbaar is.

Uit onderzoek blijkt dat de ruimtelijke beperkingen geen grootschalige windenergie langs het spoor mogelijk maken.

66

Andere vormen duurzame energie Er zijn meerdere zienswijzen binnengekomen over het opnemen van andere vormen van duurzame energie in de Omgevingsvisie. Onder ‘antwoord’ is beschreven hoe de gemeente Boxtel hier tegen aankijkt. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345905, 1345979, 1345981, 1345907, 1345979, 1345941, 1345942, 1345966, 1345979

De indiener stelt dat de scenario’s geen aandacht besteden aan andere vormen van duurzame energie opwekking zoals bodemwarmte of het vergisten van dierenpoep en andere biomassa (zoals hout, bladafval, rioolvet, ..). Indiener vraagt zich af of dit verwerkt kan worden in een scenario en visie. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346049

Indiener vindt dat de gemeente er goed aan zou doen om het advies van het rijk op te volgen i.p.v. koortsachtig vast te houden aan verouderde plannen en technieken. Antwoord: Bodemwarmte biedt met name kansen in de collectieve warmtevoorziening en daarvoor zijn de mogelijkheden onderzocht en blijkt dat vooral in de hoogbouw er kansen liggen. Mestvergisting kan ook een bijdrage leveren, maar de opgave voor Boxtel zal vooral met zon en wind ingevuld moeten worden. Zie ook de beantwoording in paragraaf 2.1 Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345908, 1345987, 1345929, 1345974

Indiener noemt dat energie-neutraal willen zijn in 2040, met alleen zon en wind energie een illusie is. Maar, dat dit wel aangevuld kan worden met energie uit geothermie en biomassa. Antwoord: Wij willen niet in 2040, maar zo snel mogelijk energieneutraal zijn. Uit onderzoek in het kader van de Transitievisie Warmte (TVW) en specifiek onderzoek naar de mogelijkheden voor collectieve warmte is gebleken dat geothermie voor onze gemeente niet haalbaar is. Biomassa en de omzetting van opgewekte elektriciteit in waterstof kunnen in de toekomst ook een bijdrage leveren. Die andere vormen zijn onvoldoende om de doelstelling in 2050 te behalen. Specifiek worden de kansen onderzocht om een energie-, en waterstofhub te ontwikkelen. De waterstofhub is gekoppeld aan de Delta Rhine Corridor, zoals opgenomen in de omgevingsvisie. Definitie duurzame energieopwekking Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346053

Indiener vraagt wat de definitie is van duurzame energieopwekking. Indiener vraagt daarnaast welke vormen van energieopwekking vallen onder duurzame energie; zonnepanelen? windmolens? mestvergisting? bio brandstof? Antwoord: De definitie van duurzame energieopwek is: de opwek van hernieuwbare energie afkomstig van natuurlijke bronnen die constant worden aangevuld. De genoemde categorieën vallen daar onder voorwaarden onder.

67

Wijkverwarming Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345966

Indiener benoemd dat de rijksoverheid en netbeheerders gemeentes oproepen om na te denken over hoe warmte per wijk zal worden gemaakt. Indiener leest niets terug over dit onderwerp. Indiener vraagt zich af of dit opgenomen kan worden in de in de scenario’s en visie. Antwoord: De transitievisie warmte is niet vastgesteld als programma onder de Omgevingswet. Er komt een wettelijke verplichting om dit wel te doen. Het programma Warmte is daarom in de omgevingsvisie in het hoofdstuk 'Doorwerking' genoemd als toekomstige programma in lijn met de volgende ambitie van de omgevingsvisie: "De gemeente Boxtel is zo snel mogelijk energieneutraal en loopt minstens gelijk op met de regio Noordoost Brabant, het Rijk en de Regionale Energiestrategie (RES) opgave." Waterstof Er zijn meerdere zienswijzen binnengekomen over het gebruik van waterstof. Onder ‘antwoord’ is per zienswijze beschreven hoe de gemeente Boxtel hier tegen aankijkt. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345904

Indiener benoemd dat er op dit moment ontwikkelingen zijn in de wind-sector om over-capaciteit op te slaan in waterstof. Een energiebron die veel beter toekomst bestendig is dan de oude documenten waarop de huidige omgevingsvisie gebaseerd is, aldus de indiener. Antwoord: de omgevingsvisie is gebaseerd op de geldende afspraken en meest actuele informatie die in het kader van de Regionale Energie Strategie (RES) beschikbaar zijn, zie ook de beantwoording in paragraaf 2.1. Aanvullend wordt opgemerkt dat de waterstof afkomstig van wind op zee kansen biedt vanwege de ligging van Boxtel ten opzichte van de Delta Rhine Corridor. Daarom is het onderzoeken van deze kansen ook in de omgevingsvisie opgenomen. De (on)mogelijkheden en de haalbaarheid hiervan zullen uit onderzoek moeten blijken. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346053

Indiener benoemd dat op pagina 30 staat: ‘Specifiek worden de kansen onderzocht om een energie-, en waterstofhub te ontwikkelen. De waterstofhub is gekoppeld aan de Delta Rhine Corridor.’ Indiener vraagt zich af: 1. Wat stelt men zich fysiek voor bij een energie- en waterstof-hub? 2. Hoe vindt verdere distributie plaats vanuit deze hub? 3. Is het een leidingen knooppunt met opslagcapaciteit (gashouders) en aan en afrijdende vrachtwagens, of … 4. Hoeveel ruimte denkt men hiervoor nodig te hebben? 5. Wat is het motief om een energie- en waterstofhub te willen: a. werkgelegenheid; b. groene imago; c. belasting opbrengst voor de gemeente; d. Of is de waterstofhub een van de vervelende dingen die Boxtel op zich wil nemen? Met name het aspect veiligheid speelt een rol. e. Wat heeft zo'n uitspraak voor gevolgen: i. als Shell zich meldt voor het vestigen van zo'n hub is de gemeente dan bijna verplicht hierin mee te gaan? 68

ii.

hoe verhoudt zo'n uitspraak zich tot het beperkt ontwikkelen van industrieterreinen?

Antwoord: 1. Met energie- en waterstof hub wordt bedoeld een samenwerking tussen de bedrijven op het bedrijventerrein gericht op energiesturing. Bij een waterstof hub kan waterstof uit de Delta Rhine Corridor (DRC) worden afgenomen of opgewekte elektriciteit omgezet worden in waterstof in ingevoegd worden in die DRC. 2. Met name door de DRC, maar dit is nog onderwerp van onderzoek. 3. Dit is onderwerp van nader onderzoek. 4. Hiervoor is nog geen concreet ruimtebeslag bekend en dit ruimtebeslag is ook afhankelijk van toekomstige normen voor de externe veiligheid. Dit moet nog worden onderzocht. 5. Zie onderstaande antwoorden a. Dit biedt ook kansen voor de lokale werkgelegenheid, maar de DRC is van internationaal belang en is vooral noodzakelijk om de werkgelegenheid te kunnen behouden. b. De DRC ligt ondergronds, maar voor een waterstofhub zal bovengronds ruimte gereserveerd moeten worden, die landschappelijk goed ingepast moet en kan worden. c. De belastingopbrengsten op internationale schaal komen maar beperkt ten goede aan de gemeente Boxtel, maar geeft de DRC wel kansen voor Boxtel boven gemeenten waar de DRC niet doorheen loopt. d. Daarbij moeten de kosten (in brede zin) afgewogen te worden ten opzichte van de baten en moeten met name de veiligheidsrisico's afgewogen worden. e. Zie onderstaande antwoorden: i.

Wie zich ook meldt voor zo'n hub, dan is het altijd nog aan het gemeentebestuur om bepalen of en zo ja, onder welke voorwaarden we daar medewerking aan willen verlenen. ii. Als behoefte is aan een waterstof hub dan vraagt dat ruimte, maar dan nog kan dit samengaan met het beperkte ontwikkelen van industrieterreinen als de ruimtebehoefte van zo'n hub beperkt is. Dit moet nog nader worden onderzocht. Stroom terugleveren Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345900

Indiener vindt het belangrijk dat de gemeente aantoont dat het mogelijk is om zonder problemen stroom terug te leveren aan het net. Antwoord: Het technisch ontwerp van zonneparken moet erop gericht zijn om een bijdrage te leveren aan de vermindering van de netcongestie. Dit kan door een batterijopslag en door gebruik te maken van nieuwe contractvormen met de netbeheerder die in de toekomst onder de Energiewet mogelijk worden. Dan spreek je bijvoorbeeld af dat je alleen elektriciteit levert op momenten dat er vraag is. Dan is de prijs ook hoger, waarmee de hogere kosten voor de opslag vergoed worden. Netcongestie Er zijn meerdere zienswijzen binnengekomen over congestie op het elektriciteitsnet. Onder ‘antwoord’ is per zienswijze beschreven hoe de gemeente Boxtel hier tegen aankijkt. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346053

Indiener benoemd dat de categorie zonnepaneel op korte termijn vol is. Het net kan het niet aan en voorlopig is er geen betaalbare opslag, aldus de indiener. Op zomerse dagen is er al te veel zonnestroom. Indiener vraagt zich af hoe de OOB zich verhoudt tot de realiteit. 69

Antwoord: Het net kan het niet aan omdat we allemaal tegelijkertijd elektriciteit terugleveren, waardoor er mee aanbod is dan vraag naar elektriciteit. Maar als we onder andere in zonneparken batterijopslag realiseren, dan kan die elektriciteit nuttig gebruikt worden en kan het aanbod meer in balans met het aanbod worden gebracht. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345929

Indiener reageert op, dat de zonnepanelen pas over vijf jaar in gebruik kunnen worden genomen, vanwege capaciteitsproblemen op het net. Indiener geeft aan dat dit een behoorlijk risico lijkt. Over 5 jaar kan wet- en regelgeving vanuit de rijksoverheid er totaal anders uitzien, aldus de indiener. Daarnaast wordt er volgens indiener een investering gedaan die vijf jaar niet zal renderen en dus geld kost. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345947

Indiener wijst erop dat de capaciteit van het elektriciteitsnet ervoor kan zorgen dat de zonneparken niet effectief zijn. Antwoord: Er zal pas in de realisatie van zonneparken geïnvesteerd worden op het moment dat er zekerheid is over de levering van de opgewekte elektriciteit aan afnemers. Dit brengt risico's met zich mee, maar als we nu geen ruimte reserveren voor de opwekopgave door zonneparken te vergunnen, dan is er in de toekomst ook geen ruimte als de capaciteitsproblemen zijn opgelost. Bovendien zullen netbeheerders niet investeren in infrastructuur als er geen aanvraag ligt voor een aansluiting. Daarnaast kunnen zonneparken ook een bijdrage leveren aan het verminderen van netcongestie. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345966

Indiener benoemd dat netbeheerders verwachten dat de krapte op het elektriciteitsnetwerk lang kan aanhouden. Een logische oplossing volgens indiener is energie besparen en meer opwekken achter de meter. Indiener ziet dit niet heel duidelijk deel uitmaken van op zijn minst één scenario en vraagt zich af of dit aangepast kan worden. Antwoord: zowel energiebesparing als opwekking achter meter zijn doelen uit de vastgesteld Regionale Energiestrategie en is in elk scenario aan de orde. De concrete maatregelen worden verder uitgewerkt in het programma Duurzaamheid. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345942

Indiener ziet graag dat het beleid voor duurzame energie geactualiseerd wordt op de huidige technologie en ontwikkelingen. Indiener wijst erop dat dit plan vijf jaar geleden is gedacht en is gebaseerd uit cijfers uit 2011-2017. Toen was er nog geen idee van de netcongestie die nu speelt. Indiener vraagt zich daarom af waarom er meer zonneparken in de natuur gerealiseerd worden als deze niet aangesloten kunnen worden. Antwoord: We verwijzen naar de beantwoording in paragraaf 2.1. ten aanzien van duurzame energie. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346053

Indiener stelt dat het elektriciteitsnet overbelast is en dit voorlopig niet opgelost is. Indiener benoemd het volgende: “Tot grofweg 2030 zal de netcongestie alleen maar toenemen, tenzij je in een gebied zit waar de netbeheerder bezig is met het verzwaren van het net”, aldus een expert. "De aanleidingen 70

voor het probleem gaan harder dan dat er oplossingen komen.” Volgens indiener houdt de OOB geen rekening met de onder andere door de RABO geschetste realiteit. Indiener vraagt zich af: 1. Hoe kijkt de gemeente naar deze realiteit? 2. Het lijkt indiener zinvol om de realiteit te verwerken in de OOB. Dit betekent bijvoorbeeld dat er iets opgenomen wordt als: ‘Realisatie op korte termijn heeft geen zin. Plannenmaken en vergunningverstrekking voeren we in hoog tempo uit. Dit om later een vliegende start te kunnen met de realisatie als de tijd rijp is.’ indiener vraagt wat de gemeente vindt van zo’n aanvulling. Antwoord: Om de energietransitie mogelijk te maken zijn dus oplossingen noodzakelijk die een bijdrage leveren aan de vermindering van netcongestie, dus bijvoorbeeld batterijopslag of de omzetting in waterstof. 1. De realiteit van netcongestie vraagt die oplossingen 2. Die oplossingen zijn randvoorwaardelijk voor de energietransitie, maar de energietransitie als ambitie is opgenomen. Het kan zijn dat die oplossingen tijd vragen, waardoor de realisatie van de opwekopgave vertraagd, maar de gevolgen voor de omgeving op lange termijn zijn gelijk. Een aanvulling is daarom niet noodzakelijk. Elektrisch rijden Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345966

Indiener ziet niets uitgewerkt worden over het opladen van elektrische auto’s, tractoren, kranen en graafmachines, terwijl dit wel de verwachte richting is op de stikstof en fijn stof problemen aanpak. Indiener vraagt zich af of dit opgenomen kan worden in de in de scenario’s en visie. Antwoord: Het opladen van elektrische voertuigen is een uitwerking van maatregelen die volgen uit de Omgevingsvisie. We danken u voor de suggesties en nemen deze mee in de uitwerking in het programma Duurzaamheid. Dubbelgebruik zonnevelden met recreatie en biodiversiteit Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345918

Indiener (Stichting Rond Kerk en Orion werkgroep CROLL) is van mening dat de combinatie met recreatie in theorie misschien dubbelgebruik is, maar er niet concreet gemaakt wordt, welke vorm van recreatie kan worden gezien als een functie die te combineren is met zonnevelden. Indiener stelt; we moeten de eerste toerist nog maar zien die ervoor kiest om tussen de zonnepanelen in een groot zonneveld te flaneren. Bovendien worden zonnevelden volgens indiener afgeschermd van de omgeving met grote, hoge hekken. Die zijn dus helemaal niet voor mensen toegankelijk en daarmee valt de dubbelfunctie met recreatie af. Biodiversiteit is geen opzichzelfstaande functie en daarom kan om die reden geen sprake zijn van dubbelgebruik, aldus indiener. Datzelfde geldt voor waterberging. Meervoudig ruimtegebruik van zonnevelden is daarmee volgens indiener onvoldoende onderbouwd. Antwoord: We verwijzen naar de beantwoording in paragraaf 2.1. ten aanzien van zonneparken, bestaand beleid hieromtrent en lopende initiatieven. Aanvullende merken we op dat in de omgevingsvisie is opgenomen voor meervoudig ruimtegebruik, en dat uit onderzoek (en uit de praktijk) blijkt dat goed ingepaste zonneparken wel degelijk een bijdrage kunnen leveren aan de biodiversiteit, en met juiste inrichting ook waterbergend vermogen kunnen hebben.

71

Gebiedseigen kenmerken bij klimaataanpak Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345973

De klimaataanpak behelst volgens indiener (Beraad de Verborgen Buitens) meer dan alleen de energietransitie. Indiener is van mening dat moet worden gekeken vanuit de gebiedseigen kenmerken welke inbreng kan worden geleverd. Zo biedt de gemeente Boxtel o.a. een hele belangrijke bijdrage in de water-buffering, biodiversiteit etc. Antwoord: we delen de zienswijze van indiener, daarom gaar de omgevingsvisie onder het hoofdstuk 'Inclusieve Duurzaamheid' juist in op alle door indiener genoemde aspecten.

3.5.4 Duurzame landbouw Toelichting landbouwtermen Er zijn meerdere zienswijzen binnengekomen die zich afvragen wat de betekenis is van verschillende landbouwtermen. Onder ‘antwoord’ is beschreven hoe de gemeente Boxtel hier tegen aankijkt. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345899, 1346050, 1345902, 1345937, 1346043

Indiener geeft aan dat er binnen de omgevingsvisie verschillende termen gebruikt worden, waarbij geen duidelijke definitie is gegeven. Bijvoorbeeld “duurzame landbouw”, “natuurinclusieve landbouw”, “kringlooplandbouw” en “intensieve landbouw”. Indieners zien een uitleg van deze termen graag terugkomen in de woordenlijst, uitgesplitst per sector om het tastbaar te maken. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346050, 1345960

Indieners vragen wat er bedoeld wordt met ‘de omslag naar duurzame landbouw’. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346050

Volgens de indiener (ZLTO) worden een aantal termen door elkaar gehaald, namelijk circulaire-, natuurinclusieve- en kringloop landbouw. Volgens indiener zitten hier wezenlijke verschillen in, waardoor het stuk anders geïnterpreteerd kan worden. Indiener stelt voor om de term toekomstbestendige landbouw te gebruiken, zodat het recht doet aan de vijf verschillende vormen van landbouwtransitie welke ook door provincie Noord-Brabant zijn opgenomen in haar beleid. Antwoord: we verwijzen naar de beantwoording in paragraaf 2.1 ten aanzien van de definities. De nadere uitwerking krijgt plaats in het programma Vitaal landelijk gebied. We passen de term duurzaam niet aan naar toekomstbestendig, omdat de term duurzaam passend is bij de reeds door de raad vastgestelde ambities onder het thema 'Inclusieve Duurzaamheid'. Bodemuitputting en (kunst)mest Er zijn meerdere zienswijzen binnengekomen over bodemuitputting door (kunst)mest. Onder ‘antwoord’ is beschreven hoe de gemeente Boxtel hier tegen aankijkt. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345899, 1345902, 1346043, 1345995

Indieners geven aan dat extensieve land- en tuinbouw, waaronder boomteelt, minder gewas opbrengst en dus ook minder CO2 vastlegging geeft. Indieners benoemen ook dat de huidige mestnormen en nitraat gebruiksnormen nog verder naar beneden gaan de komende jaren door Europese en landelijke beperkingen. Een achteruitgang van het organische stofgehalte van de bodem leidt vervolgens 72

indieners weer tot meer uitspoeling. In feite kan men de grond dan niet in balans houden en put men de grond ook bij extensief gebruik uit wat juist niet de bedoeling kan en mag zijn, aldus indieners. Volgens indiener zorgen alle laanbomen voor CO2 vastlegging en in stedelijke omgeving gaan de bomen 'verder met vastleggen'. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345995

Indiener ziet door de beperkingen in gewaskeuze en verminderde (kunst)mestgift de opbrengsten dalen. Zo komt het verdienmodel van indiener ernstig in het gedrang. Extensiveren klinkt leuk maar dan is er meer grond nodig terwijl er in de gemeente Boxtel de laatste jaren al heel veel landbouwgrond is verdwenen voor natuur, woningbouw en wegen, aldus indiener. Indiener is van mening dat als daar nog meer van gaat verdwijnen, weinig boeren hun inkomen nog op peil kunnen houden, wat gaat leiden tot grotere bedrijven. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346039

Indiener wil graag onder de aandacht brengen dat de gevolgen van beperkingen op mestnormen en nitraatgebruik worden onderschat. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345995

Indiener gaat er van uit, dat de gemeente Boxtel met het zoveel mogelijk uitbannen van kunstmest onder andere een bijdrage wil leveren aan het voldoen aan de stikstofnormen. Indiener vraagt of dit klopt. Indiener vraagt of er nog andere doelstellingen zijn, die de gemeente hiermee nastreeft. Zo ja, welke doelen zijn dit dan? Het belangrijkste doel van het beperken van stikstofuitstoot is het bevorderen van biodiversiteit, aldus de indiener. Indiener vraagt of de gemeente Boxtel deze mening deelt. Zo nee, welke doelstelling heeft de gemeente er dan mee? Zo ja, heeft de gemeente er nog meer doelstellingen mee? Zo ja welke dan? Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345972

Indiener geeft aan dat een heel goed punt in de omgevingsvisie is dat de beschikbare landbouwgronden niet te veel gebruikt worden voor gewassen die veel bestrijdingsmiddelen nodig hebben. Al noemt indiener ook dat je daar niet altijd aan ontkomt. Indiener is van mening dat de oude bemesting met de gierton veel beter voor de biodiversiteit is, vogels gingen daarna op t veld zitten. Antwoord: In het algemeen wordt opgemerkt dat een te veel aan kunstmest een negatief effect op de bodemkwaliteit kan hebben, en dat de productie van kunstmest veel energie kost, daarom is in de omgevingsvisie het streven opgenomen om 'niet of nauwelijks' kunstmest te gebruiken. (Kunst)mest zal niet per definitie onwenselijk zijn. Gelet op de zienswijzen passen we de woorden 'niet of nauwelijks' daarom aan in zo min mogelijk'. De door indieners genoemde voorbeelden en voorgestelde maatregelen en normen gaan verder en zijn concreter dan wat er in de omgevingsvisie staat. Concrete richtlijnen voor (kunst)mest zijn geen onderdeel van de omgevingsvisie maar kunnen wel uitgewerkt worden in het programma Vitaal landelijk gebied en het Omgevingsplan. Hierbij wordt opgemerkt dat de Europese normen en richtlijnen leidend zijn. Aanvullende wordt verwezen naar de beantwoording in paragraaf 2.1 ten aanzien van duurzame landbouw.

We passen de zin "Ook worden er niet of nauwelijks kunstmest en bestrijdingsmiddelen gebruikt" als volgt aan: Kunstmest en chemische gewasbeschermingsmiddelen worden zo min mogelijk gebruikt."

73

Oorzaak laag grondwaterpeil Er zijn meerdere zienswijzen binnengekomen over de oorzaken van een laag grondwaterpeil. Onder ‘antwoord’ is per zienswijze beschreven hoe de gemeente Boxtel hier tegen aankijkt. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345902, 1345937

Indieners zijn van mening dat een mogelijk laag grondwaterpeil niet alleen te danken is aan de agrarische sector maar juist voor een groot deel aan de industrie en grondwateronttrekking bij infrawerken, zoals tunnelbakken. Indieners benoemen dat de agrarische sector het water terug in de bodem brengt. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345937

Indiener stelt voor dat als bepaalde gebieden vernat moeten worden, dat dit dan in het gebied zelf gebeurt en niet 1 kilometer verderop. Antwoord: in de omgevingsvisie wordt niet gesteld dat een laag grondwaterpeil alleen aan de agrarische sector te danken zou zijn. De suggesties van indieners worden meegenomen in de uitwerking van her programma's Vitaal landelijk gebied en Duurzaamheid. Drainage en druppelirrigatie Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346039

Indiener wil graag onder de aandacht brengen dat initiatieven zoals peil gestuurde drainage en druppelirrigatie al worden toegepast om watergebruik te verminderen. Antwoord: het is goed om te lezen dat indieners al initiatieven nemen om watergebruik te verminderen. Het verminderen van watergebruik sluit aan bij de doelen en ambities van de omgevingsvisie. De uitwerking van maatregelen volgt in de programma's. Agrarisch gebruik chemische gewasbeschermingsmiddelen en water Er zijn meerdere zienswijzen binnengekomen over het agrarische gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen en water. Onder ‘antwoord’ is beschreven hoe de gemeente Boxtel hier tegen aankijkt. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345899 en 1345902

Indieners vinden dat zonder onderbouwing wordt gesuggereerd dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en water in Boxtel te hoog is met de opmerking dat er voor teelten waar veel gewasbeschermingsmiddelen en water wordt gebruikt er geen ruimte is. Volgens indieners is anno 2024 het gewasbeschermingsmiddelen gebruik aanzienlijk lager dan 10 jaar geleden en daarnaast wordt er steeds meer gewerkt en ingezet op natuurlijke groene gewasbeschermingsmiddelen en natuurlijke producten ter stimulering de Plantweerbaarheid. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345899

Indiener benoemd dat oppervlaktewater zoals De Dommel en Smalwater/ Kleine Aa in Boxtel vaak ook vervuild is door lozingen van niet agrarische bedrijven al dan niet uit België dat via de Kempen door Boxtel stroomt of door overstorten van riolen bij grote hoeveelheden regen.

74

Indiener benoemd dat de land en tuinbouw volop bezig is met projecten zoals peil gestuurde drainage, druppel irrigatie en dergelijke om watergebruik te verminderen. Het kunnen en mogen gebruiken van grondwater is voor een deel van de agrarische bedrijven van levensbelang, volgens de indiener. Dit mede door de extremere weertypes met langere periode van droogte. Het aanbrengen van water in zijn teelt kost de agrariër fors geld en het gebruik is dan vaak ook een afgewogen beslissing, benoemd indiener. Het gebruik en oppompen van grondwater moet dus ook mogelijk blijven, vind de indiener. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345902

Indiener benoemd dat voor het bovenwettelijke PlanetProof certificaat je maar maximaal 3 Kg per Ha aan werkzame stof mag hebben van gewasbeschermingsmiddelen. Boomkwekerij van indiener zit maar net boven de 1 Kg werkzame stof per Ha en gebruikt minimaal gewasbeschermingsmiddelen mede door mechanische onkruidbestrijding, aldus indiener. Antwoord: de omgevingsvisie gaat niet in op specifieke bedrijven, maar we waarderen het zeer dat indieners al zeer bewust omgaan met gewasbeschermingsmiddelen. In de omgevingsvisie kijken we naar de bijdrage die de gemeente Boxtel kan leveren aan de gezamenlijke opgave om vervuiling tegen te gaan. Het is in het algemeen belang om het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen te verlagen. Het is de ambitie om dit verlagen en dit is nodig gelet op afname van de biodiversiteit en de veranderingen in het klimaat. Gelet op de reactie van indieners nuanceren we de tekst. We passen de zin "Ook worden er niet of nauwelijks kunstmest en bestrijdingsmiddelen gebruikt" als volgt aan: Kunstmest en chemische gewasbeschermingsmiddelen worden zo min mogelijk gebruikt." Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346050

Indiener geeft aan dat er wordt gesuggereerd dat teelten die veel water vragen en/of chemische gewasbeschermingsmiddelen nodig hebben, niet samen kunnen gaan met een duurzame landbouw. Indiener vraagt welke teelten hieronder worden verstaan, en hoe de gemeente dit ziet in combinatie met de opgave voor met landbouwperspectief. Indiener geeft aan dat in het document wordt gesuggereerd dat bepaalde sectoren veel water en gewasbescherming behoeven en dan er erg negatieve effecten zijn op bijvoorbeeld de waterkwaliteit. De afgelopen jaren zijn grote stappen gezet om het gebruik van gewasbescherming en water terug te brengen, aldus indiener. Volgens de indiener is het van belang dat de juiste context geschept wordt en dat er op basis van meten en feiten wordt beredeneerd. Negatieve waterkwaliteit kan volgens indiener ook door andere factoren, als bijvoorbeeld rioolwaterzuiveringen of emissies uit het buitenland, worden bepaald. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346039

Indiener wil graag onder de aandacht brengen dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen aanzienlijk verminderd is, en er wordt ingezet op duurzame alternatieven. Antwoord: we waarderen dat er door indieners al veel stappen zijn gezet en verwijzen naar de beantwoording in paragraaf 2.1 ten aanzien van duurzame landbouw, en nemen de opmerking van indiener mee in de uitwerking van het programma Vitaal landelijk gebied.

75

Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345937

Indiener geeft aan dat er zonder verdere onderbouwing wordt gesuggereerd dat er geen ruimte is voor het teelten waar veel gewasbeschermingsmiddelen en water voor wordt gebruikt. Indiener denkt dat er eerst mensen moeten komen kijken vanuit de gemeentes bij de des betreffende bedrijven. Indiener stelt dat áls er gespoten wordt, dit meer biologisch dan chemisch is. Veel mensen zijn totaal niet op de hoogte van wat er daadwerkelijk wordt gebruikt. Het is alleen mogelijk de biologie die de planten versterkt, bij de planten te krijgen middels spuittechnieken. Vaak hebben deze middelen een grotere geur afscheiding dan chemische middelen waardoor de agrarische sector vaak als vervuilers worden aangekeken. Indiener geeft aan dat de laatste 15 jaar het gebruik van chemische middelen al ver afgenomen is en dat dit zeker nog verder af gaat nemen. Echter, er moet dan wel bij iedereen een knop om bij. Dus, ook voor de mensen die plannen maken voor de gemeenten. Indiener is van mening dat het totaal absurd is hoe er over watergebruik wordt gesproken. De agrarische sector brengt bijna alles terug in de grond. In de agrarische sector wordt al het water opgevangen en hergebruikt. Vollegrond bedrijven zijn druk bezig met druppel irrigatie. Ga naar de industrie die alles op slokken en als afvalwater weer lozen.

Indiener stelt dat water van levensbelang is voor de agrarische sector en het oppompen van water dus ook moet blijven. Indiener stelt voor de boom-en planten teelt niet weg te schuiven, maar te stimuleren. Deze ondernemingen zijn een aanwinst voor natuur en mens, aldus indiener. Antwoord: we verwijzen naar de beantwoording in paragraaf 2.1 ten aanzien van duurzame landbouw, en nemen de opmerking van indiener mee in de uitwerking van het programma Vitaal landelijk gebied. Belang van grondwater voor boomkwekerij Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345902

Indiener benoemd dat het kunnen en mogen gebruiken van grondwater voor een groot deel van de percelen van Boomkwekerij De Spankert van levensbelang is, dit mede door de extremere weertypes met langere periode van droogte. Indiener heeft momenteel ruim 15 ha voorzien van druppel bevloeiing/irrigatie en heeft hiermee ten opzichte van voorheen een flinke water en energie/brandstof besparing gerealiseerd. Het gebruik van (grond) water in de teelt kost geld en tijd en het gebruik is dan vaak ook een afgewogen beslissing, aldus indiener. Het gebruik en oppompen van grondwater moet volgens indiener dus ook mogelijk blijven. Via irrigatie geeft indiener een gebalanceerde mix van vloeibare meststoffen mee afhankelijk van wat de grond en de teelt nodig heeft. Dit wordt ook wel fertigatie genoemd. Van uitspoeling van meststoffen is hierbij geen sprake, aldus indiener. Antwoord: we waarderen dat er door indieners al veel stappen zijn gezet. De omgevingsvisie doet geen uitspraken op bedrijfsniveau. We verwijzen naar de beantwoording in paragraaf 2.1 ten aanzien van duurzame landbouw, en nemen de opmerking van indiener mee in de uitwerking van het programma Vitaal landelijk gebied.

76

Overdadige neerslag Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346053

Indiener benoemd dat op pagina 37 staat: ‘Er is ruimte voor verschillende vormen van duurzame landbouw, zoals natuur inclusieve landbouw en kringlooplandbouw, maar niet voor teelten die veel water en/of chemische gewasbeschermingsmiddelen nodig hebben.’ Indiener benoemd dat het OOB primair geschreven lijkt vanuit de grote droogte in de afgelopen jaren. Nu blijkt overdadige neerslag ook een probleem. Hierdoor ontstaat volgens indiener verzadigde sponswerking en wordt naast wateropslag ook waterafvoer weer een issue. Indiener vraagt zich af of de OOB hier ook aandacht aan kan besteden. Misschien is er op termijn toch behoefte aan water slurpende planten, aldus de indiener. Indiener is van mening dat het zinvol is om wat flexibiliteit te hebben in de OOB. Antwoord: de omgevingsvisie is niet geschreven vanuit gebeurtenissen van de afgelopen jaren, maar vanuit lange termijn trends en ontwikkeling die zich voordoen. Er is geen reden tot aanpassing. Natuurinclusieve landbouw Er zijn meerdere zienswijzen binnengekomen over natuurinclusieve landbouw. Onder ‘antwoord’ is per zienswijze beschreven hoe de gemeente Boxtel hier tegen aankijkt. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345052

Indiener geeft aan dat alle landbouw natuurinclusief moet worden. Volgens de indiener zijn op locaties verder van de natuur, soepelere richtlijnen voor beregening en bemesting mogelijk. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345894

Indiener (Natuurgroep werkgroep Liempde) vindt ook dat alle landbouw natuurinclusief dient te worden. Dat wil zeggen circulaire landbouw met respect voor de ecologie en milieu, aldus de indiener. Antwoord: we verwijzen naar de beantwoording in paragraaf 2.1 ten aanzien van duurzame landbouw, en nemen de opmerking van indiener mee in de uitwerking van het programma Vitaal landelijk gebied. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345973

De gemeente zet in op natuur inclusieve landbouw. Indiener is van mening dat hierin de volgorde en een goede samenwerking met gebiedspartners belangrijk zijn. Grond strategie blijft volgens indiener een van de belangrijkste punten hierin en vergt echt nog een verdiepingsslag. Antwoord: De gemeente is er zich van bewust dat grondstrategie een belangrijk instrument is, en verdiept moet worden. Dit kan de gemeente alleen met partners zoals grondeigenaren en de Provincie. De uitwerking heeft plaats in een programma en de Provincie en het Waterschap hebben in hun zienswijzen al aangeboden hierin samen op te trekken.

77

Financiële garantie duurzame landbouw Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346050

Indiener (ZLTO) vraagt wat er wordt bedoeld met 'er is ruimte voor verschillende vormen van duurzame landbouw'. Indiener vraagt hoe de gemeente omgaat met de gevolgen van deze ontwikkeling. Indiener vraagt zich af hoe de gemeente hierbij garantie geeft voor een financieel duurzame bestendigheid. Antwoord: we verwijzen naar de beantwoording in paragraaf 2.1 ten aanzien van duurzame landbouw. Aanvullende merken wij op dat de gemeente onmogelijk financiële garanties af kan geven voor de bestendigheid van welke sector dan ook. Strenge afspraken landbouwactiviteiten rond natuurgebieden Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345052

Indiener geeft aan dat het wenselijk lijkt om strenge afspraken te maken over landbouwactiviteiten rond natuurgebieden; geen intensieve landbouw, boomteelt, zonnevelden of intensieve recreatiebedrijven. Geen ontwatering, beregening, gewasbeschermingsmiddelen en kunstmest. En strenge afspraken over bemesting Antwoord: we verwijzen naar de beantwoording in paragraaf 2.1 ten aanzien van duurzame landbouw, en nemen de opmerking van indiener mee in de uitwerking van het programma Vitaal landelijk gebied. Negatieve beeldvorming van de landbouw Er zijn meerdere zienswijzen binnengekomen die vinden dat de Omgevingsvisie een negatieve beeldvorming van de landbouw weergeeft. Onder ‘antwoord’ is beschreven hoe de gemeente Boxtel hier tegen aankijkt. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345899, 1346043, 1345902, 1345937, 1345922, 1345960, 1346039, 1345902

Indieners zijn van mening dat het Ontwerp Omgevingsvisie gedeeltelijk een negatieve beeldvorming van de huidige land- en tuinbouw weergeeft. De visie presenteert een idealistisch maar onhaalbaar beeld van de agrarische sector en het buitengebied. Volgens indieners lijkt de gemeente de omvang van de blijvende agrarische bedrijven die interesse hebben in het onderhoud van het buitengebied, te onderschatten. Antwoord: De gemeente Boxtel en daarmee de omgevingsvisie onderkent dat de landbouw een belangrijke landschappelijke drager en voedselproducent is en blijft. Dit wordt bij de deelgebied uitwerking 'landelijk gebied' nadrukkelijk gezegd. We verwijzen verder naar de beantwoording in paragraaf 2.1 ten aanzien van duurzame landbouw. Duurzame bedrijfsvoering (jonge) agrariërs Er zijn meerdere zienswijzen binnengekomen over de (al) duurzame bedrijfsvoering van agrariërs. Onder ‘antwoord’ is beschreven hoe de gemeente Boxtel hier tegen aankijkt. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345899, 1346043, 1345902, 1345937, 1345922, 1345960, 1346039

Indieners geven aan dat de agrarische sector al duurzamer bezig is dan vaak wordt aangenomen, en dat de jonge generatie agrariërs duurzaamheid hoog in het vaandel heeft staan en aan innovatieve 78

oplossingen werkt. Volgens indieners komt er door Europese en landelijke beperkingen/eisen en mede door deze omgevingsvisie een gebrek aan perspectief en dreigt de jonge ondernemer af te haken. Juist deze jonge generatie moet volgens de indiener ook in 2040 nog kunnen blijven ondernemen in het buitengebied van Boxtel. Daarom moeten volgens indieners de extensieve, de gangbare en de toekomstbestendige agrarische bedrijven mogelijkheden blijven behoud. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345899

Indiener benoemd dat zowel de veehouderij als akkerbouw al sinds jaar en dag bezig is om op een zo’n duurzame manier zijn producten te produceren. Indiener benoemd dat er zijn vele milieu en natuureisen zijn waaraan de landbouw moet voldoen, zowel op Europees als nationaal niveau. Uit de visie lijkt het er volgens indiener op alsof de gemeente nog verder gaat in deze eisen. Door het opleggen van deze eisen kan het economisch niet meer interessant zijn deze producten te produceren en verdwijnt de landbouw uit de gemeente, aldus de indiener. Indiener is van mening dat de gemeente agrarische ondernemers juist zou moeten willen stimuleren en helpen zodat de gemeente zijn bedrijvigheid in het buitengebied houdt en zodat het buitengebied ook onderhouden wordt. Antwoord: De gemeente Boxtel is blij te horen dat de indieners deze ontwikkeling (bij de jongere generatie) ziet. Dat past binnen de ambitie 'krachtige economie' die ruimte biedt voor een toekomstige bestendige agrarische sector waarbij verschillende mogelijkheden zijn: omschakeling naar natuur inclusieve landbouw, innovatieve vormen van landbouw of landbouw in combinatie met alternatieve functies zoals energieopwekking en recreatie. De gemeente Boxtel onderkent dat de landbouw een belangrijke landschappelijke drager en voedselproducent is en blijft.

Dit is bij het deelgebied uitwerking 'landelijk gebied' in de omgevingsvisie reeds opgenomen. We verwijzen verder naar de beantwoording in paragraaf 2.1 ten aanzien van duurzame landbouw. Boomkwekerij Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345902

Indiener (laanboomkweker) is van mening dat bij verdere beperkingen en afname van het aantal landen tuinbouwbedrijven de economische drager voor het buitengebied dreigt weg te vallen. De laanboomkwekerij zorgt, volgens indiener, voor een diversiteit in het landschap. Door de verschillende soorten bomen en struiken, het gebruik van grasbannen tussen de rijen bomen en rondom het perceel en her der bloemstroken zorgt dit voor een grotere biodiversiteit. Indiener stelt dat het merendeel van de burgers de grote biodiversiteit waardeert. Antwoord: De gemeente Boxtel en daarmee de omgevingsvisie onderkent dat de landbouw (waaronder de gemeente ook de boomkwekerij toe rekent) een belangrijke landschappelijke drager en voedselproducent is en blijft. Dit wordt bij de deelgebied uitwerking 'landelijk gebied' nadrukkelijk gezegd. We verwijzen verder naar de beantwoording in paragraaf 2.1 ten aanzien van duurzame landbouw. Dicht bij consument telen en verkopen Er zijn meerdere zienswijzen binnengekomen over het telen dicht bij de consument. Onder ‘antwoord’ is per zienswijze beschreven hoe de gemeente Boxtel hier tegen aankijkt. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345918

Indiener (Rond kerk en Orion werkgroep) vraagt zich af hoe de gemeenten het zo dicht mogelijk bij de consument telen, verwerken en verkopen van de producten gaat realiseren. 79

Antwoord: dit is onderdeel van de uitwerking in een programma. We verwijzen verder naar de beantwoording in paragraaf 2.1 ten aanzien van duurzame landbouw. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345943

Indiener ziet graag dat er in de ontwerp-Omgevingsvisie meer wordt uitgeweid over de plannnen voor de duurzame landbouw en welke producten dicht bij de consument kunnen worden geteeld, verwerkt en verkocht. Antwoord: we weiden hier in de omgevingsvisie bewust niet verder over uit, dit is onderdeel van de uitwerking in een programma. We verwijzen verder naar de beantwoording in paragraaf 2.1 ten aanzien van duurzame landbouw. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345995

Indiener heeft ernstige twijfels bij de haalbaarheid en betaalbaarheid van 'local voor local', qua voeding. Het aantal consumenten dat hier extra voor wil betalen, is volgens indiener, zeer beperkt. Als grootste voorbeeld blijkt dat zelfs de Hereboeren nog steeds niet aan hun gewenste aantal deelnemers zit (200). Ook blijkt uit landelijke gegevens dat het aandeel biologisch al vele jaren rond de 4% zit en dit ook niet gaat stijgen. Ik durf zelfs te stellen dat de gangbare landbouw een lagere footprint heeft dan de biologische en dus eigenlijk beter is voor de natuur. De meeste mensen gaan niet meer betalen voor hun eten en zo lang dit goedkoper uit het buitenland in de supermarkt ligt, zijn er geen mogelijkheden om deze trend te veranderen in “local voor local”. Antwoord: we nemen het standpunt van indiener ter kennisgeving aan en dit is onderdeel van de uitwerking in een programma. We verwijzen verder naar de beantwoording in paragraaf 2.1 ten aanzien van duurzame landbouw. Waarde landbouwgrond Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345943

Indiener ziet dat er agrarische gronden worden omgezet naar natuurgronden, waardoor er weinig ruimte is voor agrariërs om te extensiveren. Indiener is bang dat als in het plan agrarische gronden om worden gezet, grondeigenaren te maken krijgen met een lagere waardering van deze gronden. Indiener heeft het idee dat met dit plan planmakers de waarde van de gronden bepalen. Antwoord: concrete maatregelen en grondwaarde vallen niet binnen het kader van de omgevingsvisie. We verwijzen verder naar de beantwoording in paragraaf 2.1 ten aanzien landelijk gebeid en duurzame landbouw. Centraliseren groenteteelt Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346053

Indiener is van mening dat het centraliseren van de groenteteelt in een volledig beheerste gesloten omgeving niet veel werkgelegenheid oplevert, we wonen toch al met te veel mensen op te weinig grond, aldus de indiener. Alles wat we kunnen weg-automatiseren of alles wat we - voor menselijke inspanning - overbodig maken is meegenomen, aldus indiener.

80

1. Beperkt of geen gebruik van kunstmest resulteert in beperkte opbrengst. Als er geen kunstmest gebruikt mag worden resteert stalmest in combinatie met groenbemesting (stikstof bindende planten) dus. Indiener vraagt zich af: a. Hoe verhoudt dit zich tot de mogelijkheden voor veeteelt en bio-industrie? b. Hierover geen woord in deze omgevingsvisie. Betekent dit dat dit een 'vrije kwestie' is? 2. Er wordt niet gesproken over veeteelt, veehouderij. a. Waarom niet? b. Zijn er gronden waar alleen maar gras kan groeien? (Wij kunnen geen gras eten. Wij hebben dus grasconverteerders nodig.)" Antwoord: dit is onderdeel van de uitwerking in een programma. We verwijzen verder naar de beantwoording in paragraaf 2.1 ten aanzien van duurzame landbouw. Natuur-centraal wereldbeeld Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346053

Indiener is van mening dat het type wereldbeeld, dat impliciet achter biodiversiteit schuilgaat, getypeerd kan worden als een ‘natuur-centraal’ wereldbeeld. Indiener vraagt of de gemeente deze mening deelt. Zo nee, welk type wereldbeeld ligt hier volgens de gemeente aan ten grondslag? Indiener benoemd dat bij een ‘natuur-centraal’ wereldbeeld je maatregelen neemt die optimaal zijn voor de ‘natuur als geheel’. Dit impliceert, dat de gevolgen van het realiseren van je visie nadelig kunnen uitpakken voor de mens’. Bijvoorbeeld hongersnood. Die hongersnood hoeft zich niet meteen te voltrekken in Boxtel of omgeving, aldus de indiener. Indiener vraagt of de gemeente deze conclusie deelt. Zo nee, waarom niet? Indiener vraagt of de gemeente Boxtel net als indiener zelf vindt dat de afbouw van kunstmestgebruik in balans moet zijn met een vreedzame en geleidelijke afbouw van de bevolkingsomvang. Zo nee, waarom niet?" Antwoord: Nee, de gemeente deelt de mening niet. De omvang van de bevolking behoort niet tot de invloedsfeer van de gemeente Boxtel. De gemeente zet in op een gezonde bodem waardoor de voedselproductie minder afhankelijk is van kunstmest. Er ligt overigens niet een specifiek type wereldbeeld aan de omgevingsvisie ten grondslag. In de vier hoofdthema's van de omgevingsvisie komen juiste alle aspecten van people, planet en profit aan bod.

Permanente bewoning Dennenoord Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345902

Indiener benoemd dat de permanente bewoning in Dennenoord stikstof uitstoot geeft door verkeersbewegingen in het buitengebied van Boxtel West. Hiervoor zullen volgens indiener welllicht agrarische bedrijven worden uitgekocht en extra natuur worden aangelegd ter compensatie. Echter de overblijvende agrarische bedrijven in Boxtel West moeten mogelijkheden blijven houden, aldus indiener. Indiener geeft aan dat als dit op plaatsen niet mogelijk of gewenst is, dat er dan een compensatieregeling hiervoor zal moeten komen. Antwoord: De Omgevingsvisie 2040 is een visie op hoofdlijnen en voorziet dan ook niet in een detailniveau zoals indiener hier bedoelt. Verdere uitwerking van de visie dient plaats te vinden in op 81

te stellen programma's, zoals Natuur, Landschap en Biodiversiteit en Vitaal Landelijk gebied. De Omgevingsvisie blijft ongewijzigd.

3.5.5 Grondstoffen Hernieuwbare grondstoffen bouwprojecten Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346053

Indiener benoemd de volgende passage: ‘In 2040 is er minder restafval per inwoner en gebruiken we hernieuwbare grondstoffen bij de inkoop en uitvoering van bouwprojecten.’ Het gaat hier over ‘inkoop en uitvoering van bouwprojecten’. Indiener vraagt zich af over welke bouwprojecten het hier gaat. Alle bouwprojecten, uitgevoerd op grondgebied van de gemeente Boxtel? Of alleen de door de gemeente Boxtel binnen haar eigen gemeentegrenzen uitgevoerde bouwprojecten? Antwoord: Het is de ambitie om in 2040 bouwprojecten binnen de gemeente op deze wijze uit te voeren. Het betreft de bouwprojecten waar de gemeente vanuit haar bevoegdheid (in 2040) inspraak in heeft.

82

3.6 Deelgebieden In dit hoofdstuk van de omgevingsvisie zijn de uitgangspunten beschreven die specifiek voor de deelgebieden gelden. Er wordt hier onderscheid gemaakt tussen stedelijke centrum, robuuste woonwijken, vitale kernen, bedrijfsfuncties, natuurgebieden, beekdalen en landelijk gebied. De binnengekomen zienswijzen die aansluiten op het hoofdstuk ‘deelgebieden’ zijn in de volgende subhoofdstukken gecategoriseerd aan de hand van bovengenoemde categorieën.

3.6.1 Stedelijk centrum De Dommel door Boxtel Er zijn meerdere zienswijzen binnengekomen over het beleefbaar maken van de Dommel door Boxtel. Onder ‘antwoord’ is per zienswijze beschreven hoe de gemeente Boxtel hier tegen aankijkt. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345864

Indiener is van mening dat het heel belangrijk is om de Dommel (door Boxtel) en historische sloten te bewaren, oevers niet te verlagen en beekdalen op te hogen. Antwoord: Dank voor de suggestie. De gemeente onderstreept het belang van de Dommel door het stedelijk centrum van Boxtel. De uitwerking van het meer zichtbaar maken van de Dommel is geen onderdeel van de Omgevingsvisie maar een apart project. In de uitwerking zal met alle belangen (recreatief, natuurlijk (herstel) van de watergang, ecologie) rekening gehouden worden. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345918

De ambitie om de Dommel meer zichtbaar en beter beleefbaar te maken vindt de indiener (Stichting Rond Kerk en Orion werkgroep CROLL) goed. Indiener vraagt zich af hoe dat concreet uitgevoerd gaat worden. Het blijft vaag en niet concreet, terwijl hier een grote kans ligt om Boxtel aantrekkelijker voor eigen bewoners en buitenstaanders te maken. Antwoord: Deze ambitie zal in een uitwerking kunnen plaatsvinden waarbij er een continue afweging met andere ambities voor o.a. natuur(verbindingen) gemaakt zal worden. Grenzen compact centrum Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345918

Indiener (Stichting Rond Kerk en Orion werkgroep CROLL) verzoekt in ruimtelijke zin een compact centrum te definiëren en aan te geven wat de grenzen van dat compacte centrum zijn Antwoord: Dit valt niet in de Omgevingsvisie maar vindt nadere uitwerking in een programma en/of Omgevingsplan.

83

Dorp Boxtel Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345918

Indiener (Stichting Rond Kerk en Orion werkgroep CROLL) stelt dat Boxtel geen stedelijk centrum heeft. Het is een dorp. Antwoord: Het centrum van Boxtel onderscheidt zich door stedelijke kenmerken qua voorzieningenniveau, dichtheid, aanwezigheid station etc. ten opzichte van andere gedeelten van Boxtel en andere kernen binnen de gemeente. Er bestaan geen officiële regels over dorp versus stad.

3.6.2 Robuuste woonwijken Betekenis robuust Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345918

Indiener (Stichting Rond Kerk en Orion werkgroep CROLL) reageert op het hoofdstuk ‘Deelgebieden, robuuste woonwijken’. Robuust is volgens de Van Dale ‘sterk, stevig gebouwd’, of ‘flink, krachtdadig’ (bijv. robuuste maatregelen). In veel omgevingsvisies komt het woord robuust voor. Het wordt alleen niet duidelijk hoe wij robuust in de eerste betekenis van Van Dale moeten zien in relatie tot woonwijken, aldus de indiener. Dat vraagt volgens de indiener nadere uitwerking en toelichting. Indiener is van mening, dat in plaats van robuust, veerkrachtig misschien beter op zijn plaats is. Antwoord: We vinden dit een prima suggestie en vervangen de term door veerkrachtige woonwijken. Op deze worden zowel de fysieke als de sociale aspecten van deze wijken recht gedaan. Totstandkoming mobiliteitstransitie Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345918

Indiener (Stichting Rond Kerk en Orion werkgroep CROLL) reageert op het hoofdstuk ‘Deelgebieden, robuuste woonwijken’. Indiener benoemd dat bij het inrichten van bereikbaarheid wordt uitgegaan van andere vormen van vervoer dan autogebruik. Indiener vindt het goed om het autogebruik terug te dringen, mits daar een goed alternatief tegenover staat. Indiener verzoekt concreet te maken hoe die mobiliteitstransitie tot stand gaat komen en welke maatregelen daarvoor in de omgevingsvisie worden genomen. Antwoord: De concrete maatregelen zijn nog niet bekend en worden onderzocht in het kader van het programma Duurzame Mobiliteit. Combinatie wonen, werken en voorzieningen Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345918

Indiener (Stichting Rond Kerk en Orion werkgroep CROLL) reageert op ‘zoekgebieden toekomstige woonwijken’. Hier wordt in één adem wonen, werken en voorzieningen genoemd. Dit vraagt om een nadere omschrijving, aldus de indiener. Indiener is van mening dat het niet aan te bevelen is om wonen en werken op deze locaties te combineren, tenzij het bijvoorbeeld voor beroep aan huis is. Voorzieningen zouden volgens indiener gelezen moeten worden als buurtvoorzieningen die het buurtleven bevorderen. 84

Antwoord: De Noordwesthoek kreeg op de kaart de aanduiding 'Duurzame en passende woonuitbreiding'. Het gebied 'Boxtel-Zuid' de aanduiding 'zoekgebied wonen- werken'. Bij de ontwikkeling van die locaties stellen we een gebiedsvisie op. We kijken dan ook welke voorzieningen noodzakelijk zijn voor de betreffende wijk, maar ook voor de gemeente als geheel. De gebiedsvisie geeft gedetailleerder inzicht in de waarden en welke delen voor welke functie geschikt zijn. Er vindt een nadere afweging plaats tussen die waarden en de beoogde functies. Een gebiedsvisie stellen we onder de Omgevingswet vast in de vorm van een Programma. Burgerparticipatie maakt daarvan onderdeel uit. De eerder door de raad vastgestelde ambities (2022) en de algemene uitgangspunten zoals genoemd in de omgevingsvisie zijn onverkort van toepassing bij het opstellen van een programma. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345918

Indiener (Stichting Rond Kerk en Orion werkgroep CROLL) is van mening dat ‘Het gebied ten zuiden van Boxtel’ niet naar een specifiek gebied of locatie verwijst en daarmee te ruim geformuleerd. Dat biedt geen duidelijk inzicht in wat daarmee bedoeld wordt, en dat geeft geen vertrouwen voor de gemeenschap van Lennisheuvel, aldus de indiener. Antwoord: Het gebied is in de tekst van de omgevingsvisie nader gedefinieerd als het gebied tussen het Dommeldal en de A2 en ter ondersteuning is het gebied indicatief aangegeven op de kaart met de pijlen. De exacte begrenzing is bewust niet aangegeven en is onderwerp van vervolgonderzoek.

3.6.3 Vitale kernen Esch, Lennisheuvel en Liempde Dorpsvisie Lennisheuvel Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345918

Indiener (Stichting Rond Kerk en Orion werkgroep CROLL) reageert op het hoofdstuk “Vitale kernen, Lennisheuvel”. Indiener verzoekt om in de omgevingsvisie op te nemen dat de gemeente in samenwerking met CROLL en de inwoners van het dorp Lennisheuvel een dorpsvisie gaat opstellen. De functie van de dorpsvisie is dat het, voor tien jaar, het afwegingskader wordt voor toekomstige ontwikkeling van Lennisheuvel. Indiener is van mening dat de Omgevingsvisie geen concrete ontwikkellocaties of zoekgebieden op zou moeten nemen. Antwoord: Voor de beantwoording van deze zienswijze verwijzen wij naar paragraaf 3.3.2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=eb3dca61-c30d-4ec8-aa0f-5c996abc4810