CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Vaststellen omgevingsvisie Boxtel en omgevingseffectrapportage- Bijlage 1 Nota beantwoording zienswijzen

Raadsvergadering Boxtel 17 september 2024, gemeente boxtelBij agendapunt: VAN AGENDA GEHAALD - Vaststelling omgevingsvisie Boxtel met bijbehorende omgevingseffectrapportage41.878 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Dit doet de gemeente samen met omliggende gemeenten. Helaas tot op heden zonder concreet resultaat omdat het Rijk aangeeft hiervoor vooralsnog onvoldoende geld beschikbaar te hebben. Visie spoor Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345923

Indiener (ProRail) geeft aan een visie te hebben op de omgeving van het spoor en deelt deze graag. Antwoord: De gemeente dankt ProRail voor het delen van haar visie en neemt deze mee in de verdere uitwerking/ projecten die spelen rondom het spoor. Aandachtspunten bouwen bij spoor Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345923

Indiener (ProRail) ziet bereikbaarheid per spoor als belangrijke voorwaarde voor ruimtelijke ontwikkelingen die ook een mobiliteitsbehoefte hebben. Indiener wil meedenken bij nieuwbouw van woningen langs het spoor in de nabijheid van stations, de verdichting rond stations en de vrije baan. Dat draagt bij aan de duurzame OV-bereikbaarheid in Nederland. Bouwen nabij het spoor is een samenspel met meerdere belangen dat ook afwegingen noodzakelijk maakt. ProRail wil daarbij graag een aantal aandachtspunten benoemen die in de uitwerking een rol zouden moeten spelen, met als uitgangspunt dat de bedrijfsvoering en eventueel toekomstige uitbreidingen van ProRail niet worden belemmerd. Verder verzoekt indiener de gemeente om indiener - vooruitlopend op de Omgevingswet - actief te betrekken bij het verder ontwikkelen van bouwplannen in de directe nabijheid van de spoorbaan, teneinde in gezamenlijk overleg tot overeenstemming te komen c.q. afspraken te maken alvorens tot uitvoering zal worden overgegaan. Antwoord: Bij concrete locaties is het de opgave om de ambities en uitgangspunten samen te laten komen tot een zo optimaal mogelijk geheel, dat uitvoerbaar is. We onderkennen, de complexiteit van bouwen nabij het spoor en de noodzaak om stakeholders zoals ProRail te betrekken bij de uitwerking van de omgevingsvisie in programma's en het omgevingsplan. 43

Risico overwegen Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345923

Indiener (ProRail) geeft aan dat overwegen een risico vormen tussen weg- en spoorverkeer. Om de risico’s daarvan te verminderen, is in 2015 een bestuursovereenkomst ‘Oplossing verkeersproblematiek dubbele spoorwegovergang Tongersestraat Boxtel’ tussen de gemeente Boxtel, Rijk en Provincie Noord-Brabant gesloten. Daarnaast is er met de voormalige gemeente Haaren een bestuursovereenkomst gesloten voor de overweg Runsdijk die inmiddels in gemeente Boxtel ligt. Indiener is zich ervan bewust dat door omstandigheden buiten de gemeente Boxtel om, de realisatie van de vervangende voorzieningen vertraging heeft opgelopen. Toch wil indiener hiervoor, gezien het belang van de verkeersveiligheid, ook in de Omgevingsvisie aandacht vragen. Antwoord: Concrete inrichtingsmaatregelen zijn niet beschreven in een omgevingsvisie. De aanleg van de bedoelde vervangende voorziening beschouwd de gemeente als een autonome ontwikkeling, ook gelet op de bestuursovereenkomst die in 2015 is gesloten. Deze past geheel binnen de ambities van de Omgevingsvisie voor een gezonde en veilige leefomgeving. De gemeente is verheugd om te vernemen dat ProRail werk maakt van een spoedige uitvoering van de overeenkomst. Stationszichtlijnen Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345923

Doordat de stationsomgeving een ideale plek is om je te vestigen, ziet indiener (ProRail) de laatste jaren steeds meer verdichting en hoogbouw rond het station. Indiener is van mening dat dit de vindbaarheid van een station niet ten goede komt. Reizigers voelen zich hierdoor onzeker, hetgeen een vorm van stress veroorzaakt. Ondanks dat er bewegwijzering is, blijkt uit onderzoek dat zicht op de hoofdingang de beste manier is om het station te vinden. Zichtlijnen naar het station spelen daar een belangrijke rol in. Indiener wil graag dat binnen de planontwikkelingen de zichtlijnen geborgd blijven. Antwoord: Bij de uitwerking van projecten zal de gemeente zichtlijnen i.r.t vindbaarheid van het station meenemen. Echter, de vindbaarheid van het station kan volgens de gemeente geen reden zijn om niet te kiezen voor verdichting rondom het stations, wat ook aansluit bij beleid vanuit het Rijk. Windbeleving op station Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345923

Indiener (ProRail) stelt dat hoogbouw rond het station invloed heeft op de windbeleving van de reiziger. Gemiddeld wachten reizigers 7 tot 10 minuten op een trein en dat doen ze bij voorkeur op het perron waar de trein halteert. Wachten met veel wind draagt niet bij aan een positieve stations beleving. Reizigers wachten bij voorkeur warm, beschut en comfortabel. Helaas is er echter niet voldoende wachtgelegenheid voor elke reiziger. Daardoor is het van belang dat in de omgeving rekening wordt gehouden met de windbeleving op het perron. Hoogbouw rond het station heeft ook invloed op de windcirculatie/windstromen en kan risico’s opleveren voor omliggende bebouwing (zoals schade aan daken/kappen) door veranderende windbelastingen. Hiermee dient rekening te worden gehouden, aldus indiener Deze opmerking wordt vergunningaanvragen.

meegenomen

bij

de

uitwerking

van

concrete

projecten/

44

Duurzame en slimme mobiliteit Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345860

Indiener (Gemeente 's-Hertogenbosch) vraagt zich af of de ambities rondom het thema 'verbindend' netwerk wel realistisch zijn en stelt dat het discutabel is of de bereikbaarheid echt verbeterd wordt door te werken aan slimme infrastructuur, geschikt voor zelfrijdende auto's. Indiener stelt dat 'zelfrijdende auto's' blijven hangen op ethische dilemma's en dat het altijd de voorkeur zal hebben dat de verbinding tussen Boxtel en Den Bosch, voor auto’s, via de snelweg zal lopen. Antwoord: Zorgen door indiener over realiteitsgehalte worden (deels) gevolgd echter alleen als je kijkt naar de situatie nu (2024). De planhorizon is echter 2040 en we blijven wereldwijd innoveren op slimme verkeerssystemen. Daarnaast worden ten onrechte zelfrijdende auto's 1-op-1 gekoppeld aan een slim verkeerssysteem/ infrastructuur. Dit is een voorbeeld (dit kan onder andere door slimme verkeerssystemen en infrastructuur die geschikt is voor zelfrijdende auto's) en is niet limitatief. Het staat de gemeente Boxtel vrij een hoge ambitie voor slimme verkeerssystemen te hanteren. Uiteraard moeten toekomstige innovaties uitwijzen of deze zelfrijdende auto's (of andere innovatieve verkeerssystemen of infrastructuur) er (ethisch gezien) kunnen komen. Gemeente Boxtel onderschrijft dat de verbinding via de snelweg tussen Boxtel en Den Bosch belangrijk blijft.

Onderzoeken nieuwe verbinding Europalaan – Keulsebaan Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345918

Indiener (Stichting Rond Kerk en Orion werkgroep CROLL) roept de gemeente op om een andere mogelijkheid te onderzoeken m.b.t. de oostelijke ontsluitingsweg langs de A2; een nieuwe verbinding tussen Europalaan en Keulsebaan. Antwoord: In de omgevingsvisie is een zoekgebied aangeduid ten zuiden van de wijk Oost. In dit ontwikkelproces wordt de ontsluiting van de wijk en een mogelijke nieuwe ontwikkeling integraal beschouwd. Onderzoek doen voor alternatieve ontsluiting vindt uitvoering in nader te definiëren gebiedsgerichte aanpak. En valt buiten de scope van de Omgevingsvisie. Nieuwe ontsluitingsweg Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345955

Indiener is blij om te zien dat een ontsluitingsweg van de afrit Liempde naar de N618 onderdeel is van de ontwerp-Omgevingsvisie. Met alle ontwikkelingen die gaande zijn zal dit veel sluipverkeer via de Koppenhoefstraat naar Liempde en de A2 rijden vermijden. Antwoord: Dit is overgenomen uit het bestaande Gemeentelijke Verkeers- en Vervoersplan 2008 als wens en is nog steeds een ambitie/ontwikkeling voor de toekomst. Het gaat naar verwachting inderdaad een bijdrage leveren aan ongewenst verkeer op meerdere wegen. We zijn blij met de ondersteunende reactie. Financiering ontsluitingsweg Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345955

Indiener vindt dat nieuwe ontsluitingen in Boxtel vaak struikelen door het gegeven dat Boxtel te weinig budget heeft voor nieuwe wegenaanleg. Met de mogelijkheid van het inpassen van een “bedrijvig terrein” kan een nieuwe ontsluitingsweg beter gefinancierd worden, alsdus indiener. 45

Antwoord: de gemeente heeft kennisgenomen van deze suggestie, die betrokken kan worden bij het onderzoek naar de ontsluitingsfunctie op een nader te bepalen moment. Meewerking nieuwe ontsluitingsweg Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345955

Indiener benoemd dat als er een nieuwe ontsluitingsweg en een “bedrijvig terrein” wordt gemaakt ter hoogte van de Koppenhoefstraat, dat er dan altijd de vraag komt waar natuurcompensatie kan plaats vinden. Indiener heeft nog agrarische gronden aan de Koppenhoefstraat. Indiener is bereid om met de gemeente mee te denken om een nieuwe goede noord-zuid ontsluiting voor Boxtel mogelijk te maken. Antwoord: Wij stellen het op prijs dat u meedenkt en nemen kennis van uw suggestie, die betrokken kan worden bij het onderzoek naar de ontsluitingsfunctie op een nader te bepalen moment. VRI's Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345916

Indiener is, als stedenbouwkundig en verkeerskundig ingenieur zijnde, van mening dat de voorgenomen VRI (verkeersregelinstallatie) een ernstige verslechtering zal opleveren van de huidige wel verbeterbare situatie omtrent rotonde Boseind. De VRI zal mensen te voet en te fiets de auto in jagen, meer ongevallen veroorzaken (Zoals VRI's dat volgens uiteenlopend onderzoek altijd doen ten opzichte van rotondes) en de verkeerssituatie qua doorstroming ook verslechteren. Antwoord: Concrete maatregelen, zoals een VRI behoren niet tot het detailniveau van een omgevingsvisie. Zie ook de algemene toelichting en beantwoording in hoofdstuk 2 van deze notitie. Wel wordt opgemerkt dat het doel van de aanpassing is om de verkeersafwikkeling te verbeteren, na aanleg van de nieuwe verbindingsweg (VLK), van alle gebruikers en de veiligheid van langzaam verkeer t.o.v. vracht en auto, door geregelde oversteekmogelijkheden. Langetermijnvisie verkeer Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346053

Indiener geeft aan een lange termijnvisie op verkeer te missen. Indiener is van mening dat dit een visie moet zijn die niet alleen de technologische ontwikkelingen van de transportmiddelen belicht, maar met name de consequenties daarvan op de fysieke leefomgeving. Vanuit dit perspectief geeft indiener een korte schets hoe zo’n visie eruit zou kunnen zien: Vracht-, pakket en personenvervoer wordt verzorgd door autonome voertuigen. Deze gaan minimaal 1 miljoen kilometers mee. Particulier eigendom van voertuigen is een uitzondering. De mens komt er niet meer aan te pas als bestuurder. Hij geeft via internet aan een centrale door wanneer hij van waarnaar waar wil. De centrale combineert ritten voor verschillende aanvragers. Het voertuig komt voorrijden. De voertuigen houden rekening met elkaar en met hun omgeving. Dit heeft tot gevolg, dat er vrijwel geen ongelukken meer zijn, dat de voertuigen veel dichter achter elkaar kunnen rijden, dat ze veel intensiever gebruikt worden. Dit heeft weer tot gevolg, dat we met dezelfde hoeveelheid asfalt meer verkeer vervoer kunnen realiseren. Doordat we voertuigen intensiever benutten kunnen we ook met veel minder voertuigen toe. Doordat de voertuigen intensiever gebruikt worden en er sowieso veel minder zijn, is er veel minder parkeerruimte nodig.

Als gevolg van dit alles komt ook de distributie van pakketten en de gewone wekelijkse boodschappen in een ander daglicht te staan. Mensen bestellen hun wekelijkse boodschappen via internet. In grote 46

volledig geautomatiseerde warehouses worden de boodschappen voor een individu bij elkaar gezocht om vervolgens automatisch in autonome bezorgvoertuigen geladen te worden, die zij vervolgens weer afleveren bij de klant of bij een afhaalpunt. Het vullen van die volledig geautomatiseerde warehouses gebeurt m.b.v. autonome vrachtvoertuigen, die automatisch gelost worden. Al deze autonomie en automatisering zorgt er voor, dat we een groot aantal arbeidskrachten vrij spelen, die op een andere manier een bijdrage kunnen leveren aan de samenleving. Het ov op het platteland is hiermee veranderd van aanbod-gestuurd vervoer naar vraag-gestuurd. Dit niet alleen v.w.b, tijd maar ook vraag-gestuurd op plaats. Een vraag die opdoemt is in hoeverre treinen uiteindelijk nog bestaansrecht hebben. Deelt de gemeente het nut van zo’n schets? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat doet de gemeente ermee?" Antwoord: Het is een beeld wat tot de mogelijkheden behoort. Het is ondoenlijk alles omvattend te schrijven wat mogelijk is, maar een toekomstschets kan helpen bij de beschreven ambities en doelen. In het aanstaande Programma Duurzame Mobiliteit wordt aandacht gegeven aan een toekomstbeeld en de vertaling daarnaartoe. Tekstvoorstel Verbindend Netwerk Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345868

Indiener doet een tekstvoorstel, dit is onderstreept: Autobereikbaarheid en -parkeren blijft ook van belang, maar heeft minder prioriteit en wordt meer naar de randen verplaatst. Er wordt hier rekening gehouden met het karakter van elk dorp. Antwoord: Vanuit mobiliteit stellen we functionele mobiliteitswensen op, die een plaats krijgen in de openbare ruimte. Speelt in op samenwerking beeldkwaliteit en functie. We vinden de suggestie passend en nemen deze over. Wel vervangen we het woord 'dorp' door het woord 'kern'.

3.3.3 Fietsnetwerk Verkeersveiligheid Oude Rijksweg in Liempde Onderstaande heeft betrekking op 1345994

Indiener geeft zijn visie betreffende de snelfietspaden, als benoemd onder het gedeelte Verbindend netwerk: ‘We dromen van brede snelfietspaden naar Eindhoven en ’s-Hertogenbosch’. Volgens indiener is het een en ander op dit moment nog niet in lijn met de huidige situatie op de Oude Rijksweg in Liempde. Als brede snelfietspaden nagestreefd worden, zullen er hier, bij goedkeuring van een arbeidsmigranten-huisvestigingslocatie op de Oude Rijksweg, zeer frequent arbeidsmigranten wandelen/lopen. Er is immers geen voetpad in het buitengebied beschikbaar, aldus de indiener. Deze toekomstige situatie is volgens indiener niet in lijn zijn met ambitie 6 op pagina 14 (De veiligheid en de beleving van veiligheid is verbeterd). Indiener is van mening dat de veiligheid van de snel fietsers hierdoor in gevaar komt. Het is namelijk niet aannemelijk dat de arbeidsmigranten allemaal achter elkaar zullen gaan lopen op het gescheiden fietspad van de Oude Rijksweg. Deze situatie geldt volgens indiener ook voor het verlengde van de Oude Rijksweg, zijnde de Eindhovenseweg, richting de rotonde met de passer naar Boxtel centrum.

47

Antwoord: De door u aangehaalde punten zijn onderdeel van de uitwerking van de omgevingsvisie, zie ook de toelichting in hoofdstuk 2 van deze nota. Onder 'Doorwerking' zijn in de omgevingsvisie de nog op te stellen programma's opgenomen, die nodig zijn om de door de gemeenteraad in 2022 vastgestelde ambities te realiseren. De door u genoemde onderwerpen zijn relevant voor de -nog op te stellen programma's, zoals Economie, Mobiliteit en Vitaal Landelijk gebied. Uw zienswijze leidt niet tot wijzigingen in de Omgevingsvisie. Voor de huisvesting van arbeidsmigranten is door de gemeenteraad beleid vastgesteld 'Beleidsnotitie huisvesting arbeidsmigranten gemeente Boxtel 2020'. Deze blijft van toepassing en staat los van de omgevingsvisie. Verkeerssituatie Liempdseweg Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345868

Indiener stelt dat het verkeer over de Liempdseweg beperkt dient te blijven tot bestemmingsverkeer met een fiets-, bromfiets-, en voetgangers-verbinding. Antwoord: Uitspraken over bestemmingsverkeer zijn niet op het abstractieniveau van een visie en worden opgenomen in een programma en/of verkeersbesluiten. Er dient vervolgonderzoek gedaan te worden waarbij opgemerkt moet worden dat gemotoriseerd verkeer niet op voorhand wordt uitgesloten. Fietsverbinding langs Eindhovenseweg Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345864

Indiener is van mening dat de fietsverbinding langs de Eindhovenseweg gewenst is. Hetzelfde geldt ook voor het veilig kunnen wandelen. Indiener stelt dat dit met name van groot belang is voor het deel vanaf Eindhovenseweg nr. 10 tot en met de Liempdseweg. Antwoord: We herkennen de wens en deze wordt opgenomen in het Programma Duurzame Mobiliteit. Hierbij beoordelen we de problematiek rondom de Eindhovenseweg in breed verband en ook in relatie tot de mogelijke ontwikkeling van Boxtel Zuid op lange termijn, zoals omschreven in de omgevingsvisie. Fietsverbinding A2 - Eindhovenseweg aantasting Dommeldal Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345864

Indiener is van mening dat een verbinding, van de A2 tot de Eindhovenseweg, een zware aantasting zou zijn van het Dommeldal, het Historisch Akkercomplex en de Ecologische rust. Indiener geeft aan dat er al een verbinding is, via een voetgangersbrug, over de Dommel. Wellicht kan er, ter plaatse van de brug over de Dommel van de Eindhovenseweg, een betere aansluiting komen voor voetgangers met de Lange Loop, om zo de brug gemakkelijker te kunnen benutten. Een andere mogelijkheid is wellicht om alleen voor voetgangers een brug over de Dommel te maken, in het verlengde van het doodlopend deel van de Europalaan. Antwoord: voor het bedoelde gebied ten zuiden van Boxtel is indicatief een pijl aangegeven als zoekgebied voor een toekomstige woon-werk locatie op de langere termijn. Dit zal verder moeten worden uitgewerkt in een gebiedsvisie in de vorm van een Programma onder de Omgevingsvisie. De ontsluiting en de fietsverbinding zullen hier een integraal onderdeel van uitmaken waar wij de suggestie van indiener bij zullen betrekken.

48

Verkeersveiligheid oude Rijksweg richting het Hollands Diep Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345994

Indiener reageert op de gevaarlijke verkeerssituatie bij het omhooggaande weggedeelte van de Oude Rijksweg richting de afslag naar het Hollands Diep. Er is daar geen gescheiden fietspad en de snelfietsers hebben daar een zeer smal wegdek te delen met auto’s, vrachtwagens en landbouwvoertuigen. Indiener heeft schriftelijk bevestiging gekregen dat de situatie van de snelfietsroute niet is meegenomen en het huidige wegvak ongewijzigd qua breedte zal blijven. Er is alleen gesteld dat dit te zijner tijd (dus na 2024) opnieuw zal worden bekeken zonder nu daar enige toezegging in te willen doen. Antwoord: Dit is een vraag op projectniveau en wordt uiteindelijk behandeld in de uitwerking van het verbeteren van het fietsnetwerk, mogelijk als of in combinatie snelfietsroute. We delen de zorg over het huidige gebruik en hebben er aandacht voor in het dossier Barrierweg (waar indiener mogelijk op doelt). Voor de Omgevingsvisie valt deze locatie daarmee onder het Programma Mobiliteit en krijgt daar verdere concrete aandacht of uitwerking.

49

3.4 Krachtige economie Het derde hoofdthema van de omgevingsvisie van Boxtel is ‘krachtige economie’. Dit hoofdthema gaat over de economische aspecten, zoals het vestigingsklimaat, kennis en innovatie en de arbeidsmarkt in de gemeente. Ook de transitie van duurzame landbouw en toerisme en recreatie zijn van belang in dit hoofdthema. De uitgangspunten die onder dit hoofdthema vallen zijn: bereikbare bedrijventerreinen, een goed vestigingsklimaat, agrarische bedrijvigheid en tot slot verduurzaming van bedrijventerreinen. De zienswijzen zijn in de volgende sub-hoofdstukken gecategoriseerd aan de hand van deze uitgangspunten.

3.4.1 Bedrijventerreinen bereikbaar Er zijn geen zienswijzen binnengekomen die reageren op de paragraaf over de bereikbaarheid van bedrijventerreinen in de Omgevingsvisie gemeente Boxtel.

3.4.2 Goed vestigingsklimaat Bestaande bedrijven vragen te vertrekken Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345918

Indiener (Stichting Rond Kerk en Orion werkgroep CROLL) reageert op het hoofdstuk ‘Krachtige economie’. Indiener vraagt zich af, waarom als er voor is gekozen om geen ruimte te bieden aan nieuwe bedrijven en dat er tegelijkertijd niet voor is gekozen om aan bestaande bedrijven die aan die criteria voldoen (veel ruimte, weinig toegevoegde waarde, zoals VION) te vragen is om te vertrekken. Antwoord: Het vragen aan bestaande bedrijven die rechtmatig hun bedrijf opereren om te vetrekken is niet aan de orde, en valt niet onder de Omgevingsvisie. Doelstelling energieneutraal Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345994

Indiener vindt dat op het gebied van energieconsumptie Boxtel bepaalde bedrijven niet welkom hoeft te heten, of bestaande bedrijven te faciliteren (bijv. datacenters). Indiener is van mening dat deze bedrijven de gemeente Boxtel niet helpen om bij te dragen aan de doelstelling om energieneutraal te worden in 2040. Antwoord: Sinds kort mag er maatschappelijk geprioriteerd worden bij de aanvraag om nieuwe en uitbreidingen van bestaande grootzakelijke aansluitingen. Die prioritering is aan de provincie samen met de netbeheerders en regio. Maar ook daarbij krijgen maatschappelijk gewenste bedrijven die een bijdrage leveren in het verminderen van de netcongestie voorrang. Vervuilende industrietak Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345994

Indiener reageert op pagina 31: 'We bieden geen ruimte aan bedrijven die veel ruimte innemen en weinig meerwaarde hebben voor de gemeente Boxtel, zoals grote logistieke dienstverleners'. Indiener is van mening dat de ontwerpvisie een stuk duidelijker is, als bovenstaande wordt aangevuld met 50

bedrijven die een relatief grote uitstoot aan stikstof veroorzaken, danwel onderdeel van een sterk vervuilende industrietak zijn (oftewel een grote ‘footprint’) veroorzaken. Antwoord: Onder meerwaarde hebben voor de gemeente Boxtel vallen meerdere onderwerpen. Hierbij wordt ook gekeken naar uitstoot en branche. De tekst wordt niet aangepast. Waterstofhub Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346053

Indiener reageert op de volgende passage op pagina 30: ‘We bieden geen ruimte aan bedrijven die veel ruimte innemen en weinig meerwaarde hebben voor de gemeente Boxtel, zoals grote logistieke dienstverleners.’ Indiener vindt dat hiermee de mogelijkheid van een waterstofhub meteen van de tafel is geveegd. Indiener stelt hierover de volgende vragen: 1. Deelt de gemeente deze mening? Zo nee, waarom niet? 2. Als men echt de mogelijkheid van een waterstofhub open wil houden, dan moet in de OOB in de laatst geciteerde paragraaf een uitzondering gemaakt worden voor de waterstofhub, aldus de indiener. 3. Deelt de gemeente deze constatering? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke aanpassing maakt zij in de OOB?" Antwoord: 1) We delen de mening niet. Op dit moment is niet bekend wat het ruimtebeslag is van een waterstofhub en een waterstofhub is ook geen voorbeeld van een grote logistieke dienstverlener. 2) Het ruimtebeslag kan dus ook relatief klein zijn. Daarnaast kan een waterstofhub ook randvoorwaardelijk zijn voor nieuwe vormen van bedrijvigheid die door de strategische ligging van Boxtel aan de Delta Rhine Corridor en A2 aangetrokken worden en ook Boxtel veel meerwaarde kunnen leveren. 3b) Wij delen deze constatering niet omdat zelfs in het geval dat een waterstofhub veel ruimte inneemt, het een grote meerwaarde kan hebben voor de gemeente Boxtel.

Er is dus geen noodzaak tot aanpassing. Detailhandel in de toekomst Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346053

Indiener verwijst naar de volgende passage op pagina 31: ‘Het ondernemende Boxtel koestert het goede vestigingsklimaat, zowel voor de bedrijven als de horeca en de detailhandel.’ Indiener benoemd dat horeca en detailhandel laagwaardige vormen van werk zijn; veel uren voor een beperkt salaris. Internet neemt langzaam maar zeker een groot deel van de detailhandel over. Het is logistiek veel milieuvriendelijker dan detailhandel in winkels, omdat het aantal verkeersbewegingen veel kleiner is, aldus de indiener. Op de wat langere termijn kan een groot deel van de menselijke inzet voor het transport, laden en lossen vervangen worden door robotisering en autonome voertuigen, aldus de indiener. 1. Indiener vraagt zich af of de gemeente Boxtel deze constatering deelt? Zo nee, waarom niet? 2. Indiener vraagt zich af of het niet verstandiger is om v.w.b. detailhandel uit te gaan van een sterke daling en een daarop afgestemde visie te ontwikkelen?" Antwoord: De constateringen van indiener worden niet onderschreven. Voor een aantrekkelijk centrumgebied zijn horeca en detailhandel volgens de gemeente ook in de toekomst belangrijk. De opmerking met betrekking tot laagwaardige vormen van werk wordt niet gedeeld. De sectoren horeca en detailhandel bieden werkgelegenheid waar ook behoefte aan is. Boxtel is bovendien 51

bekend om het rijke horeca-aanbod. Ten aanzien van detailhandel wordt opgemerkt dat verkoop via internet niet per definitie milieuvriendelijker is, eerder milieuonvriendelijker door de vele transportbewegingen. Bovendien is er door de verkoop via internet veel vraag naar arbeid in de vorm van bijv. orderpicking in magazijnen. Dit wordt zeker niet als een hoogwaardigere vorm van arbeid gezien t.o.v. de reguliere detailhandel of horeca. De suggestie voor de ontwikkeling van beleid op het gebied van detailhandel wordt meegenomen in de uitwerking van een programma voor de kern Boxtel en in het omgevingsplan. Weren van slachterijen Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346073

Indiener (Groene Hart) reageert op het volgende: 'De gemeente Boxtel onderscheidt zich door een goed vestigingsklimaat voor duurzame en inclusieve bedrijven.' Indiener vindt dat deze doelstelling tot het weren van slachterijen dient te voeren. Antwoord: De gemeente faciliteert een goed vestigingsklimaat voor duurzame en inclusieve bedrijven. We bieden geen ruimte aan bedrijven die veel ruimte innemen en weinig meerwaarde hebben voor de gemeente Boxtel, zoals grote logistieke dienstverleners. Inkomstenbronnen door bedrijvigheid Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346053

Indiener benoemd dat een gemeente geld nodig heeft om te kunnen functioneren. De OOB stelt onder andere grenzen aan de mogelijkheden en onmogelijkheden voor de vestiging van bedrijvigheid. Deze bedrijvigheid leidt weer tot inkomstenbronnen voor de gemeente, aldus de indiener. 1. Indiener vraagt zich af of (industriële) bedrijvigheid alleen via de OZB als inkomstenbron voor een gemeente fungeert. Zo nee, op welke manieren nog meer? 2. Indiener vraagt zich af, als er meer manieren zijn, is hier rekening mee gehouden bij het opstellen van de OOB? Antwoord: In het kader van deze omgevingsvisie is er geen onderzoek gedaan naar inkomstenbronnen van bedrijvigheid, of welke andere functie dan ook. Dit behoort niet tot het kader van een Omgevingsvisie.

3.4.3 Agrarische bedrijvigheid Huidige problematiek agrariërs Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346050

Indiener (ZLTO) vindt dat in het stuk niet duidelijk wordt wat de gemeente gaat doen voor de huidige agrariërs en de problematieken waar zij tegenaan lopen. Indiener vraagt hoe gaat de gemeente deze problematieken gaat wegnemen om daadwerkelijk stappen te kunnen zetten. Antwoord: wij verwijzen naar de beantwoording in paragraaf 2.1 van deze nota over landelijk gebied.

52

Leegloop en toekomstperspectief agrarische bedrijven Er zijn meerdere zienswijzen binnengekomen over leegloop en het toekomstperspectief van agrarische bedrijven. Onder ‘antwoord’ is beschreven hoe de gemeente Boxtel hier tegen aankijkt. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345899

Indiener benoemd dat op veel plaatsen in Boxtel agrarische bedrijven zijn gestopt. Er zijn minder agrarische bedrijven actief dan er wordt aangenomen. Op verschillende plaatsen is er al een leegloop van agrarische bedrijven. Indiener benoemd dat er door forse afname van het aantal land- en tuinbouwbedrijven binnen 10 jaar bij verdere beperkingen de economische drager voor het buitengebied dreigt weg te vallen. De huidige en overgebleven agrarische bedrijven mogen volgens indiener geen belemmeringen krijgen door de nieuwe ontwikkelingen, zodat er ook in 2040 nog een diversiteit is van agrarische bedrijven in en producten uit Boxtel. Volgens indiener moet er naast ruimte voor extensieve bedrijven en bedrijven met nevenactiviteiten ook ruimte zijn en blijven voor gangbare agrarische bedrijven en extensieve bedrijven. Local voor Local productie is volgens de indiener maar een kleine nichemarkt. De doorsnee Boxtels Burger gaat naar de supermarkt en niet naar de boerderijwinkel. De gemeente onderschat de hoeveelheid blijvende agrarische bedrijven en de interesse van stoppende agrariërs die een rol zouden willen spelen in het onderhoud van het buitengebied. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345995

Indiener ziet in dit huidige ontwerp van de omgevingsvisie weinig perspectief voor de landbouw. Indiener is zelfs bang dat er over een jaar of 10 pas het besef komt dat de landbouw hun perspectief ontnomen is, en er geen leefbaar en goed onderhouden buitengebied meer is. Indiener zou willen benadrukken om zuinig te zijn op onze toekomstige agrariërs en ze het niet moeilijker te maken dan wettelijk al gedaan wordt. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346039

Indiener wil graag onder de aandacht brengen dat er een zichtbare afname is van agrarische bedrijven in Boxtel. Het gebrek aan ondersteuning voor de overgebleven bedrijven baart indiener zorgen. Indiener wil graag onder de aandacht brengen dat de economische levensvatbaarheid van het buitengebied onder druk staat door beperkingen en een afnemend aantal agrarische bedrijven. Indiener wil graag onder de aandacht brengen dat het behoud van diversiteit in agrarische bedrijven en producten gegarandeerd moet worden. Indiener wil graag onder de aandacht brengen dat er ruimte dient te blijven voor gangbare agrarische bedrijven, naast extensieve bedrijven en lokale productie. Indiener wil graag onder de aandacht brengen dat de gemeente de waarde van blijvende agrarische bedrijven en hun rol in het landschapsbeheer lijkt te onderschatten. Antwoord: wij verwijzen naar de beantwoording in paragraaf 2.1 van deze nota over landelijk gebied. Stopzetting agrarische bedrijven Er zijn meerdere zienswijzen binnengekomen over de stopzetting van agrarische bedrijven. Onder ‘antwoord’ is beschreven hoe de gemeente Boxtel hier tegen aankijkt.

53

Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346043

Indiener is van mening dat de beperkingen en regelgeving zullen leiden tot verdere stopzetting van agrarische bedrijven, wat kan leiden tot verpaupering van het buitengebied en het wegvallen van economische spelers. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345922

Indiener merkt op dat er de laatste jaren veel agrarische ondernemers zijn gestopt in het landelijk gebied. Daardoor zijn er veel recreatie- en neven activiteiten en woningen in het buitengebied bij gekomen. Indiener vraagt zich af of het buitengebied er daardoor ook mooier op geworden is. Met deze plannen vallen de agrarische gebieden bijna weg. Antwoord: wij verwijzen naar de beantwoording in paragraaf 2.1 van deze nota over landelijk gebied. Ruimte voor agrarische bedrijvigheid Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345937

Indiener merkt op dat er nu al veel minder agrarische bedrijven zijn dan de gemeente zelf inzichtelijk heeft. Indiener geeft aan dat er voldoende ruimte moet zijn voor de gangbare agrarische bedrijven. Hier zullen de meeste burgers gebaat bij zijn als het om eten of om andere producten gaat, aldus de indiener. Antwoord: Naast dat het om de hoeveelheid agrarische bedrijven gaat, is de omgevingsvisie vooral ook gericht op de kwaliteit van voedselproductie. De landbouw is en blijft een belangrijke landschappelijke drager als voedselproducent, zoals in de omgevingsvisie is genoemd. Met innovatie en bijvoorbeeld voedselproductie in coöperatief verband kan ook perspectief worden geboden voor de agrariërs. Visiekaart kleinschalige woningenbouw bij stoppende agrariërs Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345918

Indiener (Stichting Rond Kerk en Orion werkgroep CROLL) merkt op dat het hoofdstuk ‘krachtige economie’ zo algemeen blijft. Indiener stelt voor om daar waar geldt dat (kleinschalige) woningbouw denkbaar is, en agrariërs willen stoppen, dit te koppelen aan de visiekaart en een concrete plek aan te wijzen. Antwoord: De gevraagde aanpassing over het aangeven op kaart van concrete plekken voor (kleinschalige) woningbouw op locaties van stoppende agrariërs past niet bij een visie op hoofdlijnen richting 2040. Het onderwerp wordt de komende jaren uitgewerkt in o.a. een programma Vitaal landelijk gebied en er is beleid voor Vrijkomende Agrarische bebouwing in voorbereiding (vaststelling najaar 2024). Voor het toevoegen van woningen moet altijd een locatie specifieke afweging worden gemaakt waarin ook de belangen van agrarische bedrijven worden meegewogen die niet van plan zijn om te stoppen.

54

Randvoorwaarden voor verandering functie of verdienmodel Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346050

Indiener vraagt wat de ‘bepaalde randvoorwaarden’ zijn waarbinnen agrariërs die willen stoppen hun verdienmodel kunnen veranderen. Indiener vraagt daarbij ook op welke manier bestaande (agrarische) functies beschermd worden tegen deze ontwikkelingen. Antwoord: De omgevingsvisie 2040 is een visie op hoofdlijnen. Momenteel wordt ook gewerkt aan nieuw beleid voor de vrijkomende agrarische bedrijfslocaties (vaststelling najaar 2024). Daarin wordt nader invulling gegeven aan de randvoorwaarden waaronder functiewijziging plaats kan vinden van bestaande agrarische bedrijven. Omschakeling is alleen mogelijk binnen de wettelijke kaders en is niet mogelijk zonder een integrale afweging, waarbinnen de belangen van omliggende agrarische bedrijven worden meegenomen. Windmolens op rest-erf van agrariërs Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346053

Indiener benoemd dat op pagina 31 staat: ‘Agrariërs die willen stoppen krijgen de mogelijkheid om binnen bepaalde randvoorwaarden van functie of verdienmodel te veranderen. Voor de gebouwen en erven ligt hierbij de nadruk op kleinschalige recreatieve voorzieningen en duurzame energieopwekking.’ 1. Indiener vraagt om ‘erf’ te definiëren. Indiener neemt aan dat dit het stuk grond is waarop de gebouwen staan met een klein randje grond er omheen. De echte 'open landbouwgronden' horen hier niet bij. Klopt dit? 2. Zo’n erf zal in de meeste gevallen buiten het 'zoekgebied windmolens', zoals op de kaart aangegeven, vallen, aldus indiener. Indiener benoemd dat in de tekst de zoekgebieden nergens zijn beschreven. a. Indiener vraagt zich af of dit een middel is om stoppende boeren in staat te stellen straks op hun eigen rest-erf windmolens te plaatsen, om te zorgen dat zij financieel rond kunnen komen? b. Indiener vraagt zich af of deze mogelijkheid ook open staat voor ‘rest-erven’ buiten een ‘zoekgebied windmolens’? c. Indiener vraagt zich af of dit de eerdere opmerking van indiener bevestigt over: windmolens op boerenerven van stoppende boeren buiten 'zoekgebieden voor wind', zoals aangegeven op kaart Antwoord: De uitwerking van het beleid voor Vrijkomende Agrarische Bedrijfsgebouwen heeft een eigen proces.

Dat wordt op dit moment vormgegeven en in het najaar ter vaststelling aan de gemeenteraad aangeboden. In dat nog vast te stellen beleid werken we de kaders uit voor de mogelijkheden op vrijkomende agrarische locaties. Mogelijkheden voor bedrijfslocaties in het buitengebied Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1343822

Indiener (Cumela Nederland) verzoekt om het bestaansrecht van de (lid-)bedrijven (in het buitengebied) te erkennen en om met omgevingswaarden inpassing te geven aan de opgaven en ontwikkelingen die voor de bedrijven relevant zijn. Dit geldt in relatie tot de vigerende vestigingslocatie 55

en de uitvoering van werken met ‘de plicht’ die bedrijven hebben om invulling te geven aan de omgevingswaarden, beheer en behoud van de openbare ruimte in brede zin en op het gebied van lokale circulaire economie en duurzaamheid. Indiener vraagt om mogelijkheden te creëren om bestaande bedrijfslocaties te kunnen ontwikkelen, uitbreiden en om nieuwvestiging in het buitengebied mogelijk te maken om uitvoering te kunnen geven aan de in de omgevingsvisie vermelde ambities. Indiener (Cumela Nederland) geeft aan dat de ligging van zijn bedrijven in het buitengebied, ten opzichte van industrieterreinen, essentieel is. Voornaamste redenen zijn: 1) Het voorkomen van hinderlijke verkeerssituaties, omdat onstluitingswegen niet altijd berekend zijn op machines. 2) Het voorkomen van onnodige verkeersbewegingen. 3) Het werk van deze bedrijven bevindt zich veelal in het buitengebied, aldus de indiener. Antwoord: De keuzes voor het kunnen doorontwikkelen van bedrijven op bestaande locaties en nieuwvestiging vallen buiten het kader van deze Omgevingsvisie 2040. De diversiteit in bedrijven is groot, waardoor op voorhand geen algemene uitspraak mogelijk is over de juiste vestigingslocatie. Deze komen aan de orde in programma's, zoals Vitaal Landelijk gebied en Economie. Het omgevingsplan voorziet in de juridische regeling. Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van de omgevingsvisie.

Aanvullend wordt opgemerkt dat de wegen in het buitengebied zeker niet in alle gevallen goed geschikt zijn voor veel vrachtbewegingen.

3.4.4 Verduurzaming bedrijventerreinen Er zijn geen zienswijzen binnengekomen die reageren op de paragraaf over verduurzaming van bedrijventerreinen in de Omgevingsvisie gemeente Boxtel.

56

3.5 Inclusieve duurzaamheid Het laatste hoofdthema zoals behandeld in de omgevingsvisie is ‘inclusieve duurzaamheid’. Inclusieve duurzaamheid is een breed thema dat ingaat op klimaatadaptatie en klimaatmitigatie. Het gaat hier over de omschakeling naar circulariteit en hernieuwbare energie (energie die afkomstig is uit natuurlijke bronnen die constant worden aangevuld, bijvoorbeeld door zonnepanelen of een warmtepomp). Ook biodiversiteit, bodem en water komen terug binnen dit hoofdthema. Hier vallen de volgende uitgangspunten onder: water en bodem sturend, klimaatadaptieve maatregelen, energietransitie, duurzame landbouw en grondstoffen. De binnengekomen zienswijzen die aansluiten op het thema ‘inclusieve duurzaamheid’ zijn in de volgende sub-hoofdstukken gecategoriseerd aan de hand van deze uitgangspunten.

3.5.1 Water en bodem sturend Aandacht voor water en bodem sturend Er zijn meerdere zienswijzen binnengekomen over het feit dat water en bodem sturend zullen zijn. Onder ‘antwoord’ is beschreven hoe de gemeente Boxtel hier tegen aankijkt. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1344229

Indiener (Rijkswaterstaat) spreekt zijn waardering uit over het feit dat er expliciet aandacht wordt besteed aan het thema water en bodem sturend. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345896

Indiener (Waterschap De Dommel) merkt op dat het principe van water en bodem sturend expliciet is benoemd in de omgevingsvisie voor nieuwe ontwikkelingen. Indiener is positief over het feit dat (als eerste uitgangspunt voor de omgevingsvisie 2040) wordt benoemd dat water en bodem, sturend zijn voor het gebruik van gronden en nieuwe ontwikkelingen. Hetzelfde geldt voor het uitgangspunt dat beekdalen en de natste gebieden niet geschikt zijn voor woningbouw en dat klimaat adaptieve maatregelen randvoorwaarden zijn voor ontwikkeling in kernen en het landelijk gebied. Antwoord: Als gemeente sluiten wij aan bij het landelijke en provinciale beleid 'water en bodem sturend'. Wij onderstrepen het belang om het water- en bodemsysteem in samenhang met het grondgebruik en nieuwe ontwikkelingen te bekijken. Water- en bodem sturend geen ambitie, maar wel als uitgangspunt Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346050

Indiener (ZLTO) vindt het vreemd dat bodem- en water sturend niet als zodanig in de ambities en scenario’s genoemd is maar wel in de uitgangspunten benoemd wordt. Indiener vraagt waarom dit het geval is. Volgens de indiener is de invulling van dit leidende principe niet passend met de ruimtelijke ordeningsopgave waar de gemeente voor staat. Bij een water- en bode sturend principe zal volgens indiener het waterpeil van de watergangen en beekdalen een peil krijgen, waardoor verschillende ontwikkelingen weg zullen moeten. Indiener spreekt liever niet over een systeemherstel met water en bodem sturend (terug naar vroeger) maar van het aanpassen van het systeem naar nieuwe maatschappelijke opgaven en omstandigheden, waarbij bijvoorbeeld waterkwaliteitsdoelen gehaald worden.

57

Antwoord: Het uitgangspunt water en bodem sturend volgt uit de ambities die zijn beschreven onder inclusieve duurzaamheid, zoals "er is sprake van een goede water- en bodemkwaliteit". Het uitganspunt is bedoeld voor alle nieuwe ontwikkelingen, en waar mogelijk wordt ook het huidige gebruik aangepast. Dit is niet altijd mogelijk. Beekdalen en hoogwaterbescherming Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345986

De gemeente Boxtel heeft een bijzondere ligging in of nabij beekdalen van Dommel, Beerze en Esschestroom. Dit wordt ook benoemd als een unieke kwaliteit van de gemeente die ruimte krijgt. Het belang voor bergen van water bij piekbuien en het beperken van overstromingsrisico's stroomafwaarts wordt daarbij benoemd. Indiener (Waterschap De Dommel) bevestigt dit. Overstromingsrisico's stroomafwaarts hebben te maken met de relatie met hoog water op de Maas. Deze invloed reikt tot aan Boxtel. Indiener vraagt dit expliciet te benoemen, om de regionale samenhang en noodzaak tot samenwerking te bevestigen. Antwoord: De indiener heeft gelijk dat dit een grotere samenhang heeft en de samenwerking noodzakelijk is. Een beschrijving van de werking van het watersysteem op een hoger schaalniveau past niet bij de reikwijdte van een gemeentelijke omgevingsvisie, en is volgens de gemeente ook niet nodig om toch goed samen te kunnen werken. De gemeente blijft in de toekomst graag samenwerken met Waterschap de Dommel en andere betrokken partijen, zoals dat nu ook al wordt gedaan. Bodem en water sturend bij ruimtelijke keuzes en grondgebruik Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345986

In het kader van het handelingsperspectief Watertransitie van de indiener (Waterschap de Dommel) kijkt indiener bij ontwikkelingen of deze op een hoge kop, flank of meer in het beekdal liggen. De invulling van de watertransitie verschilt per type gebied. Kenmerkend voor de gemeente Boxtel is dat zij doorsneden wordt door beekdalen en verder grotendeels uit flanken bestaat (overgang tussen hogere en lagere gronden), aldus de indiener. Waar in de beekdalen rekening houden met ruimte voor piekafvoeren in het (regionale) watersysteem van belang is, wat ook wordt benoemd, is op de flanken het vinden van een balans tussen droge en natte situaties de uitdaging. Indiener adviseert dit explicieter te benoemen. Op de hogere delen van de gemeente is juist de aanvulling van grondwater meer van belang. In Boxtel betreft dat primair locaties waar bebouwing aanwezig is. Indiener vindt het daarom positief om te zien dat bijvoorbeeld afkoppelen van hemelwater als standaard voor robuuste woonwijken is benoemd. De flanken zijn veelal de meest geschikte gronden voor de landbouw. Bij het thema landelijk gebied wordt terecht benoemd dat de toekomst van het landelijk gebied om keuzes vraagt. Water en bodem zijn leidend. Dat is volgens indiener niet enkel een kwestie van een goede kwaliteit van water en bodem en het vasthouden van water, maar gaat over ruimtelijke keuzes en grondgebruik.

Dit laatste lijkt bij genoemde ambities voor het programma Klimaatadaptatie en water niet benoemd. Indiener vraagt om hier meer expliciet aandacht aan te geven. Antwoord: De invulling van de opgaven m.b.t. water (grond, oppervlaktewater, afval) worden verder uitgewerkt in het Programma Klimaatadaptatie en Water en het Programma Vitaal Landelijk Gebied. Hierin is de ruimte om de complexiteit van het systeem te benoemen, en om keuzes en maatregelen

58

nader uit te werken. Hierbij maken wij graag gebruik van de kennis en expertise van Waterschap de Dommel. De omgevingsvisie is hierbij richtinggevend. Waterbeschermingsgebieden beschermen en water een plek geven in ruimtelijke plannen Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345986

Indiener (Waterschap De Dommel) benoemd dat de ambities en uitgangspunten uit de omgevingsvisie een concrete uitwerking krijgen in (onder andere) de omgevingsprogramma's en omgevingsplannen. Deze zijn bijvoorbeeld van groot belang om beekdalen/waterbergingsgebieden binnen de gemeentegrens te beschermen en bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zoals woningbouw te ontzien. Indiener vindt dat deze uitwerking samen met de provincie plaats zou moeten vinden. Indiener vraagt om aan te geven of dat klopt. Daarnaast is indiener van mening dat bijvoorbeeld het programma Klimaatadaptatie en water (en anders een programma Water en riolering) een geschikt programma is om het uitgangspunt van standaard afkoppelen in op te nemen. Via deze zienswijze biedt indiener nadrukkelijk aan om concreet verder te denken over de plek van water in ruimtelijke plannen en relevante thema's zoals, naast het programma Klimaatadaptatie en Water, het programma Wonen en Landelijk gebied. Antwoord: Ruimtelijke ontwikkelingen zoals woningbouw worden op een passende wijze ingepast in overleg met de provincie en het waterschap. De uitgangspunten van de Omgevingsvisie voor een klimaatadaptieve inrichting zijn hierbij onverkort van toepassing. De concretere uitwerking zal zijn beslag krijgen in het Programma Klimaatadaptatie en Water.

Hierbij maken wij graag gebruik van de kennis en expertise van Waterschap de Dommel. Wat betreft het afkoppelen zijn wij dezelfde mening toegedaan en wordt dit verder uitgewerkt in het Programma Klimaatadaptatie en Water. De beekdalen zijn al indicatief aangegeven op de kaart van de omgevingsvisie. In reactie op de zienswijze voegen wij hier nog de waterbergingsgebieden aan toe, zoals opgenomen in de Omgevingsverordening van de Provincie. Behoud vruchtbare gronden Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346043

Indiener is van mening dat het behoud van vruchtbare gronden voor landbouw, met name in beekdalen, van groot belang is voor de productie en opbrengsten van agrarische bedrijven. Deze gronden zijn volgens indiener minder gevoelig voor droogte en hebben vaak een hoog organisch gehalte door de eeuwenlange bewerking. Deze gronden zorgen voor goede productie en opbrengsten. Antwoord: de zienswijze van indiener is in lijn met de omgevingsvisie waarin is opgenomen dat de meest vruchtbare gronden zoveel mogelijk beschikbaar blijven voor duurzame landbouw zoals kringlooplandbouw en natuurinclusieve landbouw.

59

3.5.2 Klimaatadaptieve maatregelen Faciliteren groene daken Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346050

Indiener (ZLTO) vindt groene daken een goede ontwikkeling maar vraagt hoe de gemeente gaat faciliteren in het maken van de zoden welke uiteindelijk de groene daken moeten vormen. Antwoord: waar de beplanting voor groene daken vandaan komt is geen onderwerp voor de omgevingsvisie.

3.5.3 Energietransitie Duurzame energieopwekking op basis van recente cijfers en ontwikkelingen Er zijn meerdere zienswijzen binnengekomen over de cijfers die gebruikt zijn voor duurzame opwekking. Onder ‘antwoord’ is beschreven hoe de gemeente Boxtel hier tegen aankijkt. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345905, 1345900, 1345907, 1345932, 1345939, 1345919, 1345944, 1345961, 1345985

Indieners geven aan het belangrijk te vinden dat de scenario's voor duurzame energieopwekking gebaseerd zijn op cijfers niet ouder dan drie jaar. Indieners vinden dat de gemeente zich moet baseren op de technologie die verwacht wordt voor de komende 10 jaar. Antwoord: De gemeente is onderdeel van de Regionale Energie Strategie (RES) waar gebruik wordt gemaakt van de meest actuele cijfers. Voor de opwek opgave van duurzame energie wordt de komende 10 jaar ingezet op bewezen technologieën, zoals wind- en zonne-energie. Wij verwijzen aanvullend naar de beantwoording in paragraaf 2.1. Geen duurzame energieopwekking in het buitengebied Er zijn meerdere zienswijzen binnengekomen die zeggen dat het buitengebied niet ten koste mag gaan van duurzame opwekking. Onder ‘antwoord’ is beschreven hoe de gemeente Boxtel hier tegen aankijkt. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345885, 1345915, 1345916, 1345911, 1345932, 1345939, 1345933, 1345919, 1345938, 1345942, 1345953, 1345974, 1345970, 1345993, 1345983, 1345903, 1345904, 1345905, 1345895, 1345900, 1345933, 1345930, 1345972, 1345961, 1345947, 1346049

Indieners zijn van mening dat het buitengebied (landbouw en natuur) niet ten koste mag gaan van duurzame energieopwekking. Indieners vinden dat er voornamelijk ingezet moet worden op zon op dak, langs snelwegen of op parkeerplaatsen. Antwoord: Op natuur (NNB) is geen energieopwekking toegestaan en op landbouwgronden alleen bij uitzondering, zie ook de toelichting in paragraaf 2.1. Op dak en genoemde objecten is onvoldoende ruimte voor de opgave. Tot nu toe is ongeveer 20% van de opwek opgave voor 2030 op dak gerealiseerd. Wij gaan ervan uit dat dat door zon op dak en objecten dit kan toenemen tot 40%, zodat voor het overige deel zon op land(-bouwgrond) noodzakelijk is. En dan nog heeft de opgave voor 2030 betrekking op de helft van de klimaatopgave. In de periode 2030-2050 moeten we de andere helft van de benodigde CO2-reductie realiseren door opwek en een efficiënter gebruik van energie. 60

Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345919, 1345951, 1345956, 1345944, 1345961, 1345990, 1345985

Indieners vinden het belangrijk dat de gemeente (en in het bijzonder voor Lennisheuvel en omstreken) zo groen mogelijk blijft en dat de ruimte voor landbouw en natuur niet gebruikt wordt voor de opwekking van energie. Dit geldt volgens indieners voor Lennisheuvel, omdat daar de gehele tijd geknaagd wordt aan de groene open ruimte. Antwoord: Zonneparken in Natuurnetwerk Brabant (NNB) zijn op grond van provinciaal beleid niet toegestaan en op landbouwgrond alleen als dit noodzakelijk is of valt onder uitzonderingen. Zie ook paragraaf 2.1 Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345930

Indiener geeft aan dan zonnepaneel-velden het leef geluk volkomen weg zal nemen. Indiener dringt erop aan dat de plannen voor een zonnepark aan de Esschebaan geschrapt worden. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345972

Indiener vindt dat kostbare landbouwgrond niet opgeofferd mag worden voor zonneparken. Volgens indiener is dit tegenstrijdig met ‘de meest vruchtbare gronden blijven zoveel mogelijk beschikbaar voor duurzame landbouw). Daarnaast gaan volgens indiener de dieren eronder lijden. Ook wordt de uitkijk van indiener beperkt en zijn er mogelijke effecten op de gezondheid. Daarnaast zou het volgens indiener tot waardevermindering van de huizen kunnen zorgen. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346050

Indiener (ZLTO) vindt het terecht dat zonnevelden niet ten koste mogen gaan van agrarische gebruik. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345961

Indiener geeft aan het absoluut niet eens te zijn met de geplande zonneparken in de vrije natuur, waarlangs dan gewandeld wordt. Indiener geeft aan dat dit een gedachte is om mentaal ziek van te worden en indiener ook somber stemt. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345947

Indiener ziet graag dat zonneparken op landbouwgrond uit de ontwerp-Omgevingsvisie worden gehaald, omdat dit door de Rijksoverheid wordt afgeraden en er geen draagvlak is. Onderstaande zienswijze heeft betrekking 1345961

Indiener vindt het belangrijk dat de landbouw en natuur niet nu al wordt opgeofferd, omdat de gemeente "bang" is dat de transitie-doelen niet worden gehaald. Antwoord: We verwijzen naar de beantwoording in paragraaf 2.1. ten aanzien van zonneparken in relatie tot bestaand beleid en landbouwgrond. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346035

Indiener is het niet eens met de aanleg van zonneparken en in het landelijk gebied. Indiener noemt hiervoor de volgende redenen: • Energie opwekken op plekken waar het niet direct wordt gebruikt is op dit moment geen optie omdat de teruglevering aan het stroomnet voor de komende jaren niet mogelijk is. 61

•

•

•

•

Kleinschalige zonneparken leveren geen structurele, toekomstvaste bijdrage aan de landelijke energietransitie en zijn voor de komende vijf tot tien jaar en zelfs niet eens in staat om te doen waarvoor ze zijn bedacht: leveren van elektriciteit aan het stroomnet. Veel inwoners van Boxtel hebben, net als indiener, de afgelopen jaren welbewust de stap gemaakt, met subsidies vanuit de overheid, om via eigen zonnepanelen in een (groot) deel van hun eigen energiebehoefte te voorzien, en het overschot terug te leveren. Kleinschalige zonneparken, waarbij landbouwgronden of natuurgebieden worden opgeofferd, leveren enkel een financieel voordeel op voor investeerders, die veelal niet eens in de gemeente woonachtig zijn, laat staan dat ze die energie zelf kunnen/willen gaan gebruiken. De natuur is volgens indiener in dit scenario het tweede slachtoffer. Als landbouwgronden straks vol zouden staan met zonnepanelen is dat waardevolle stukje natuur voor eens en voor altijd verdwenen dus kan er nooit sprake zijn van bevordering van de biodiversiteit zoals in de omgevingsvisie staat verwoord, aldus de indiener. Antwoord: We verwijzen naar de beantwoording in paragraaf 2.1. ten aanzien van zonneparken in relatie tot bestaand beleid en landbouwgrond.

Aanvullende wordt opgemerkt dat zonneparken niet zijn toegestaan in Natuurgebieden, en dat uit onderzoek blijkt dat bij een goede landschappelijke inpassing de biodiversiteit in zonneparken kan toenemen.

Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345918

Indiener (Stichting Rond Kerk en Orion werkgroep CROLL) reageert op de passage “Waar dat kan wordt zonne-energie […] buitengebied ingezet.” Indiener is van mening dat inmiddels is ingehaald door de actualiteit. De Ministers Jetten en De Jonge hebben op 26 oktober 2023 een brief naar de Tweede Kamer gestuurd met daarin een weergave van afspraken die tussen Rijk, Provincies, gemeenten, waterschappen en anderen zijn gemaakt m.b.t. de ontwikkeling van zonneparken. Uit deze brief blijkt dat zonnevelden in landelijk gebied (lees: buitengebied) niet zijn toegestaan. De Omgevingsvisie van Boxtel moet hieraan worden aangepast, aldus indiener. Ook eerder vastgesteld beleid (Visie Zon- en Wind uit 2020) moet om diezelfde reden worden herzien. Ook deze visie is daarmee achterhaald en kan niet meer worden uitgevoerd. Indiener is van mening dat de gemeenteraad e.e.a. integraal dient te herzien. Antwoord: We verwijzen naar de beantwoording in paragraaf 2.1. ten aanzien van zonneparken in relatie tot bestaand beleid en beleid van het Rijk. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345965

Voor de indiener is het belangrijk dat de kleine groene strook tussen de bebouwing van Lennisheuvel en de Kampina, natuur met landbouw blijft en niet voor opwek van energie wordt gebruikt. Antwoord: De Kampina en haar bufferzones vormen een onderdeel van de Natura 2000 gebieden: een netwerk van beschermde natuurgebieden. Indiener geeft aan dat 'de kleine groene strook tussen de bebouwing van Lennisheuvel en de Kampina niet voor opwerk van energie wordt gebruikt'. Dit is ook niet de bedoeling en staat ook niet als zodanig op de omgevingsvisiekaart. Het kan zijn dat de indiener de scenariokaart (waar wel nog een zoekgebied voor zonne-energie op staat) verward met de definitieve omgevingsvisiekaart.

62

Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345992

Indiener wil graag voorlopige standpunten en zorgen kenbaar maken. Het betreft de geplande zonnevelden in de gemeente, en in het bijzonder die aan de Beerze. Er is volgens indiener steeds minder natuur in en rond Boxtel. Indiener benoemd de zandwegen Pinkstelaarseweg uitlopend op Loxvenseweg (de achtertuin van Lennisheuvel en de sleutel naar de Kampina), daar waar de boer mooi en gezond voedsel teelt, en waar op een dag vele mensen wandelen, op een steenworp afstand van de Kampina. Het is een stuk land, waar je volgens indiener in de zomers, nog reeën kunt zien, die van uit de Kampina komen. Er zijn vele argumenten aan te halen, om Nee te zeggen tegen zulke grote zonnevelden, aldus de indiener. Antwoord: We verwijzen naar de beantwoording in paragraaf 2.1. ten aanzien van zonneparken in relatie tot bestaand beleid en plannen. Zonne-energie op industrieterreinen Er zijn meerdere zienswijzen binnengekomen over zonnepanelen op industrieterreinen. Onder ‘antwoord’ is per zienswijze beschreven hoe de gemeente Boxtel hier tegen aankijkt. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345908, 1345987, 1345929, 1345900, 1345907, 1345933, 1345974, 1345961, 1345973, 1346049

Indieners geven aan dat het inzetten van grootschalige zonne-energie thuis hoort op industrieterreinen waar ook de afname plaatsvindt. Dit zal bijdragen aan net-ontlasting, in plaats van net belasting op zonnige dagen en dit volgt de zonne-ladder. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345942

Indiener vraagt zich af waarom er niet beter wordt gehandhaafd op het aansporen of dwingen van grote bedrijven om zonnepanelen op eigen terrein te installeren. Antwoord: We verwijzen naar de beantwoording in paragraaf 2.1. ten aanzien van zonneparken in relatie tot bestaand beleid en plannen. Zonneladder aanhouden Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345899

Indiener geeft aan dat de zonneladder aangehouden dient te worden en dat er in principe geen vruchtbare gronden meer aangewend mogen worden voor zonneparken (provinciaal beleid is geen extra zonnevelden meer op landbouwgrond). Realisatie van zonneparken in en rondom extensieve beheerde gronden, rondom natuur kan een win-win situatie opleveren, aldus indiener. Indiener is van mening dat men hierover geen visie heeft. Indiener noemt verder dat heel veel agrarische bedrijven zonnepanelen op hun daken hebben en hierin zelfvoorzienend zijn. Indiener is energieleverend. Antwoord: We zijn blij met de bijdrage van de agrarische bedrijven aan de energietransitie. Voor de rest verwijzen we naar de beantwoording in paragraaf 2.1. ten aanzien van zonneparken in relatie tot bestaand beleid en plannen.

63

Dubbelfunctie energieopwekking in beekdalen/natuur Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345995

Indiener vindt het positief dat de zonneladder toegepast gaat worden, maar vraagt zich af waarom er geen energieopwekking in de beekdalen/natuur mag. Indiener vraagt waarom hier geen dubbelfunctie mag komen, zodat goede landbouwgrond beschikbaar blijft voor de landbouw. Antwoord: Energieopwekking in natuur is op grond van provinciale regels niet toegestaan en in beekdalen ongewenst. Maar ook de landbouwkundige kwaliteit van grond dient bij de inzet van landbouwgrond voor zonneparken afgewogen te worden. Geen zonnepanelen op vruchtbare grond Er zijn meerdere zienswijzen binnengekomen die vinden dat er geen zonnepanelen mogen komen op vruchtbare grond. Onder ‘antwoord’ is beschreven hoe de gemeente Boxtel hier tegen aankijkt. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345937, 1346043

Indieners vinden dat de visie op zonneparken zorgvuldig bekeken dient te worden. Indieners zijn van mening dat zonnepanelen niet op vruchtbare grond gelegd mogen worden. Antwoord: We verwijzen naar de beantwoording in paragraaf 2.1. ten aanzien van zonneparken. Aanvullend wordt opgemerkt dat in de omgevingsvisie is aangegeven dat zonnevelden niet ten koste mogen gaan van de omslag naar duurzame landbouw. Zonneparken blokkeren ruimte om te wandelen Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345908

Indiener is het niet eens met de plannen rondom de geplande zonneparken. Indiener is van de mening dat, door deze in de vrije natuur te plaatsen, er niet meer gewandeld kan worden in de vrije natuur. Antwoord: We verwijzen naar de beantwoording in paragraaf 2.1. ten aanzien van zonneparken. Aanvullend wordt opgemerkt dat er bij zonneparken in het kader dubbelgebruik juist ruimte kan komen voor recreatief medegebruik, zoals wandelen. Geen zonneweides in uitloopgebied en landschapspark Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345994

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=eb3dca61-c30d-4ec8-aa0f-5c996abc4810