CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Programma Natuur, Landschap en Biodiversiteit Boxtel- Bijlage 2 verzameling input stakeholders

Raadsvergadering Boxtel 10 maart 2026, gemeente boxtelBij agendapunt: VAN DE AGENDA GEHAALD - Programma Natuur, Landschap en Biodiversiteit Boxtel; wensen en bedenkingen27.394 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Inheems betekent dat de plant in zijn natuurlijke verspreidingsgebied staat. Dit verspreidingsgebied kan heel groot zijn: een plant die inheems in Nederland is kan ook van nature in Spanje voorkomen. Autochtone planten zijn nakomelingen van planten die al sinds de laatste ijstijd in Nederland (of dezelfde klimaatzone) voorkomen en zijn aangepast aan het Nederlandse klimaat. Dit is een verschil met een inheemse plant die uit een andere klimaatregio komt. Een aangeplante meidoorn die (genetisch) oorspronkelijk uit Spanje komt, kan bv vroeger bloeien dan autochtone meidoornstruiken, waardoor insecten die vliegen op de nectar van de meidoorn te laat zijn. Autochtone planten zijn aangepast aan ons klimaat en onze fauna en andersom is onze fauna ook aangepast aan de autochtone plant.

Het verhogen van de biodiversiteit kan op meerdere manieren en op verschillende locaties, zoals in de bodem (zie kader 2), in het water (zie kader 4) en op het land. De biodiversiteit van bodem, water en land hangen samen en zijn afhankelijk van elkaar. In dit kader gaat het om biodiversiteit op het land. Een manier om de biodiversiteit te verhogen is actieve aanplant van soorten. Belangrijk is dat het groen dat aangelegd wordt inheems en liefst ook autochtoon is. Onze inheemse, autochtone planten zijn aangepast aan ons klimaat, onze

14

In het stedelijk gebied zijn de omstandigheden over het algemeen wat anders dan op het platteland. Het is er vaak wat warmer, de grond verdicht en er wordt meer met zout gestrooid. Dit betekent dat op sommige locaties in het stedelijk gebied inheemse soorten wellicht minder geschikt zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om straatbomen in versteende stadscentra. In parken en bredere groenstroken worden er met voorkeur inheemse soorten aangeplant. Een andere manier om de biodiversiteit te verhogen is door variatie. Het heeft de voorkeur

om geen bomenrijen van een enkele soort aan te planten, maar gebruik te maken van diverse soorten. Dit zorgt niet alleen voor een grotere biodiversiteit, maar zorgt er ook voor dat er zich minder snel ziektes verspreiden. Daarnaast wordt de biodiversiteit ook verhoogd door het juiste (ecologische) beheer. In plaats van een strak gemaaid gazon zonder leven kun je door juist beheer ook een kruidenrijk grasveld creëren. In plaats van groenafval te verwijderen kun je het ook laten liggen, waardoor de bodem verbetert, dieren een schuilplek hebben en planten beter beschermd zijn tegen vorst. Bronnen: biodiversiteit.nl. (2024). Biodiversiteit. Opgehaald van Biodiversiteit.nl: https://nl.chm-cbd.net/ & Iersel, v. H. (sd). Inheems en autochtoon. Wat is dat eigenlijk? Opgehaald van boomzorg.nl: https://edepot. wur.nl/14268

3. Participatie Het programma heeft impact op de fysieke (leef) omgeving binnen de gemeente en daarmee ook op de verschillende gebruikers binnen de gemeente. Geïnspireerd door de Omgevingswet, en met als doel om tot een weloverwogen beleidskader en uitvoerbare maatregelen te komen, is er een participatietraject opgezet. In dit participatietraject hebben verschillende partijen hun ideeën en meningen met ons gedeeld.

3.1

Externe klankbordgroep

Ter advisering is een externe klankbordgroep opgezet met daarin belangrijke stakeholders, waaronder waterschap, Brabants Landschap, ZLTO, landgoed eigenaren, natuurverenigingen en heemkundekringen. In bijlage 3 staat een overzicht van de uitgenodigde partijen en de partijen die hebben deelgenomen aan de klankbordgroep. De klankbordgroep is tweemaal bij elkaar gekomen tijdens twee werkateliers. Het eerste werkatelier stond in het teken van het ophalen van gebiedskennis. Aan de hand van verschillende kaarten, werd iedere partij gevraagd om zijn of haar ideeën over gebiedsindeling, kansen en bedreigingen op kaart brengen. De geleverde input is verwerkt in het beleidskader en was een inspiratiebron voor de uitvoeringsagenda. Het doel van het tweede werkatelier was om feedback op het beleidsconcept te ontvangen.

Daarnaast was het genereren van ideeën voor de uitvoeringsagenda van belang. Om gerichtere en meer gedetailleerde antwoorden boven tafel te krijgen, is er gekozen voor het werken met casussen. Dit sloot meer algemene ideeën echter ook niet uit. De deelnemers van de werkateliers zijn in groepen opgesplitst en hebben een aantal vraagstukken uitgewerkt. De ideeën uit dit werkatelier zijn gebruikt als inspiratie voor de uitvoeringsagenda. De externe klankbordgroep heeft voorafgaande aan de vaststelling van het ontwerpprogramma het conceptprogramma toegezonden gekregen met een verzoek hierop te reageren (zienswijze).

dan de gemiddelde inwoner en er daarmee meer bruikbare antwoorden aangeleverd zouden worden. De opgehaalde input is verwerkt in de uitvoeringsagenda.

3.3

Gemeenteraad

Het ontwerpprogramma is door het college voor wensen en bedenkingen aangeboden aan de raad. Na ontvangst van alle reacties en eventuele verwerking hiervan heeft het college het programma Natuur, Landschap en Biodiversiteit vastgesteld.

Deze reacties zijn verwerkt, voorzover relevant, in het ontwerpprogramma.

3.2

Bewoners

In plaats van een brede algemene uitvraag bij alle inwoners hebben we voor een meer gerichte aanpak gekozen. Bewoners die zijn aangesloten bij diverse stakeholderverenigingen zijn daarom uitgenodigd om hun ideeën te delen via een vragenlijst. Er is voor deze gerichte aanpak gekozen omdat deze bewoners al betrokken zijn bij de natuur en het landschap in de gemeente. Het uitgangspunt was dat deze bewoners meer interesse in en kennis over de natuur hebben

15

De Scheeken, vanaf de Keel, nabij Liempde

16

4. Gebiedsbeschrijving 4.1

Landschap

De gemeente Boxtel ligt in de regio Meierij van ‘s-Hertogenbosch. De Meierij is onderdeel van het dekzandplateau, bestaande uit verschillende min of meer oost-west georiënteerde dekzandruggen met daartussen dekzandlaagten. Door het gebied stroomt de rivier de Dommel met haar zijstromen zoals de Beerze en de Essche stroom, die beekdalen insneden in het dekzand. Daardoor zijn in het gebied opvallende hoogteverschillen ontstaan, zoals in het Dommeldal, waar de beek diep in het dekzand is ingesleten en oeverwallen zijn ontstaan. Het gebied wordt getypeerd door het kleinschalige en afwisselende kampenlandschap met verspreide bebouwing, essen en struwelen, akkers en grasland, beemden, afwateringssloten, veel houtsingels en laanbeplantingen. Dit vormt een kleinschalig mozaïeklandschap van oude en jonge ontginningslandschappen en woeste gronden. Door de plaatselijk leemrijke samenstelling van de bodem stagneerde in de laagten water en vormde zich veen: de woeste gronden en broekgebieden. De eerste boeren vestigden zich op de hogere gronden langs de beekdalen. Vanuit hier ontgonnen zij het omliggende landschap min of meer organisch. De beekdalen werden gebruikt als weide- en hooiland, hogerop ontstonden bolle akkercomplexen door continue bemesting en het opbrengen van plaggen en strooisel van

de beweide heidegebieden of woeste gronden. Her en der ontstonden stuifzanden als gevolg van overbeweiding. Langs de loop van de Dommel en de zijstromen vormden zich zo linten, dorpen en gehuchten in een afwisselend en kleinschalig landschap. Daartussen liggen verschillende landgoederen en buitenplaatsen met uitgestrekte bebossing. Later werden de woeste gronden grootschaliger en gepland ontgonnen en ontstonden de open, jonge heideontginningen. Tijdens de ruilverkaveling verdwenen in het oude ontginningslandschap veel bosschages en zijn delen van de waterlopen in het gebied gekanaliseerd.

Uitsnede van een historische kaart uit 1900 uit Topotijdreis. In het noorden is een stukje van de Geelders (bossen) te zien met daarnaast een kleinschalig oud ontginningslandschap met houtwallen. Daaronder ligt de Dommel met hooilanden eromheen. Helemaal in het zuiden is de bebouwing van Liempde te zien en de Vrilkhovense (bolle) akker.

17

Vanuit cultuurhistorie zijn diverse landschappelijke elementen van belang. Enkele hiervan heeft de provincie Brabant aangeduid op een cultuurhistorische waardenkaart13, deze gebieden hebben de waarde ‘cultuurhistorisch landschap van provinciaal belang’, ‘cultuurhistorisch waardevol gebied’ of ‘complex van cultuurhistorisch belang’ (zie figuur 2 , de aanduiding van zandpad staat niet op de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie maar is toegevoegd). • Het hele buitengebied van Boxtel ligt in een cultuurhistorisch landschap van provinciaal en nationaal belang, namelijk Het Groene Woud. Het Groene Woud bestaat uit een zwak golvend landschap van dekzandruggen, beekdalen en broekgebieden. • Complexen van cultuurhistorisch belang, bestaande uit verschillende landgoederen en kasteel Stapelen. • Uitgestrekte open akkers (50 – 200 ha groot). Een open akkercomplex is een groot akkergebied. Deze zijn in de loop van de geschiedenis ontstaan door plaggenbemesting. Daarnaast zijn een aantal bolle en historische akkercomplexen verspreid door de hele gemeente te vinden (0,5 tot 2 ha). Vaak werden de akkers omgeven door een houtsingel, haag of wal. • De verschillende natuurgebieden zijn cultuurhistorisch waardevol.

Zoals de Kampina met zijn uitgestrekte heideterreinen, bossen en vennen, doorsneden door lange dreven en door de beken de Reusel, de Rosep en de Beerze en de leembossen van De Geelders, De Scheeken en De Mortelen.

18

Daarnaast zijn er nog gebieden die de gemeente Boxtel cultuurhistorisch waardevol vindt: • Liempde is gekwalificeerd als een cultuurhistorisch super ensemble. Dit betreft de samenhang (daterend uit de middeleeuwen) tussen woonkern, akkercomplexen, beemdgronden (het Dommeldal) en natuurgebieden. Dit heeft een grote waarde, zelfs op Europees niveau. • Het kenmerkende, waardevolle en dynamische populierenlandschap wat is ontstaan door het voorpootrecht. Het voorpootrecht stamt uit 1491 en houdt in dat grondbezitters het recht hebben om in eigen bezit bomen te planten tussen hun perceel en de aangelegen openbare weg. • Zandpaden en kerkenpaden. Kerkenpaden zijn de onverharde paden die van oudsher werden gebruikt om vanuit het buitengebied naar de kerk te gaan. Deze paden liepen vaak in een zo recht mogelijke lijn door het landelijke gebied, en vaak dwars door of langs een akker heen om de afstand zo kort mogelijk te houden. • Het kleinschalige cultuurlandschap die op diverse plekken nog herkenbaar is, zoals bij de Mortelen, de Geelders, Scheeken, Esch, Lennisheuvel en rondom Liempde.

Van boven naar beneden: landgoed Eikenhorst, landgoed Velder, populierenlaan nabij LIempde

Cultuurhistorische waardenkaart provincie Noord-Brabant

Legenda Gemeente Boxtel Cultuurhistorisch waardevol gebied

2. 4.

A. Esch

5.

B.

3.

1.

Kampina en Oisterwijkse vennen

2.

Halsche barrier en Wilhelminapark

3.

De Eikenhorst en Sparrenrijk

4.

Zegenwerp en Venrode

5.

Dommeldal bij Sint-Michielsgestel

6.

De Geelders en Gemonde

7.

Kasteel Stapelen

8.

6.

9.

Boxtel

Akkercomplex Liempde

10. Landgoed ‘t Velderbosch

C.

11. De Scheeken

Historisch groen Complex van cultuurhistorisch belang

8.

7. 1.

Dommeldal tussen Sint-Oedenrode en Boxtel

Lennisheuvel

Liempde 9.

D.

iguur 2: Provinciale cultuurhistorische waardenkaart. Zie legenda voor verklaring van de cijfers en letters. Grensoverschrijdende gebieden kunnen namen dragen van buiten de gemeentegrenzen liggende gebieden.

10.

9.

11.

A.

Landgoed den Eikenhorst

B.

Landoed Venrode

C.

Kasteel Stapelen

D.

Landgoed ’t Velderbosch

Dorpen Zandpaden

13

Provincie Noord-Brabant. (2024, juli). Cultuurhistorische waardenkaart 2024. Opgehaald van www.brabant.nl: https://noord-brabant. maps.arcgis.com/apps/instant/sidebar/ index.html?appid=cc65ce7c9a66445ea653a582f26e4b85

19

4.2

Natuur

De gemeente Boxtel ligt midden in Het Groene Woud. Dit gebied tussen de steden ’s-Hertogenbosch, Eindhoven en Tilburg heeft grootschalige natuurgebieden en een kleinschalig en veelal authentiek landschap met veel landschapselementen (groenblauwe dooradering).

De gemeente is rijk aan waardevolle landgoederen, zoals Venrode, Velder, Sparrenrijk en Eikenhorst, en natuurgebieden zoals Kampina, De Mortelen, De Scheeken, De Geelders en beekdalen zoals het Dommeldal en dal van de Essche Stroom, de Beerze en de Kleine Aa (zie hoofdstuk 6.1). Het merendeel van deze gebieden bevindt zich in de buitenste ring van de gemeente. In de beekdalen is ook veel natuur te vinden, zoals

bij de sterk meanderende Kleine Aa, een zijtak van de Beerze. Ten noorden van het buurtschap Luissel en het dorp Esch stroomt de Essche Stroom die ook onderdeel uitmaakt van het NNB. Het dal van de Dommel, die dwars door de plaats Boxtel stroomt, heeft hoge natuurwaarden. Hier ligt bijvoorbeeld de Dommelbimd, een natuurgebiedje nabij het centrum van Boxtel, dat aangekocht is en beheerd wordt door inwoners van Boxtel.

Door de gemeente loopt het Natuurnetwerk Brabant (NNB), een netwerk van deels bestaande en deels nieuwe natuurgebieden die door ecologische verbindingszones (EVZ) met elkaar verbonden zijn. De EVZ’s zorgen ervoor dat er uitwisseling van flora en fauna tussen natuurgebieden mogelijk is. Onderdeel van het netwerk zijn ook de Natte Natuurparels (NNP’s), dit zijn waterafhankelijke delen van het NNB. Een hoge grondwaterstand is nodig voor de planten en dieren die hier voorkomen. De Geelders, De Scheeken, De Mortelen en het Dommeldal kennen de kwalificatie Natte Natuurparel. De gemeente kent een natuurgebied met beschermde status op Europees niveau: Natura 2000-gebied Kampina & Oisterwijkse Vennen. Dit gebied vormt het meest omvangrijke natuurgebied binnen de gemeente en bestaat uit bossen, natte en droge heide, schrale graslanden en de beekdalen van de Beerze, Rosep en de Achterste stroom.

14

Atlas Leefomgeving. (2022, 10 18). Soortendiversiteit. Opgehaald van Atlas leefomgeving: https://www.atlasleefomgeving.nl/ soortendiversiteit-in-nederland

20

Figuur 3: Soortendiversiteit per kilometerhok14

4.3

Biodiversiteit

Voor het in kaart brengen van de biodiversiteit en het maken van verspreidingskaarten van planten- en diersoorten is Nederland verdeeld in kilometerhokken. Per kilometerhok is bij benadering bekend hoeveel soorten vaatplanten, mossen, insecten15, amfibieën, reptielen, vissen, zoogdieren en broedvogels aanwezig zijn. De hoogte van de biodiversiteit is verdeeld in 8 categorieën, van 1-100 soorten, tot meer dan 700 soorten aanwezig per kilometerhok. In de gemeente Boxtel bevinden de kilometerhokken zich in de hogere categorieën (zie figuur 3), beginnend bij enkele hokken met 200 soorten of meer. Het zwaartepunt ligt bij 300 of meer soorten. De hoogste biodiversiteit (>700 soorten) bevindt zich in natuurgebied de Kampina, in een kilometerhok in het beekdal van de Kleine Aa en in een deel van de het dal van de Dommel, grenzend aan de leembossen van De Geelders. Over het algemeen is de hoogste biodiversiteit gekoppeld aan de natuurgebieden en beekdalen.

15

Bijen, hommels, dagvlinders, libellen, sprinkhanen en krekels 16 Consortium RHDHV, Witteveen+Bos en Tauw. (2024, 06 06). Bouwsteen Vitale bodem. Opgehaald van Samen de diepte in: https://samendedieptein.nl/ bodembeheer-van-de-toekomst/bouwsteen-vitalebodem/

Kader 2. Biodiversiteit van de bodem16 Een hoge biodiversiteit op het land en in het water begint bij de bodem. Een gezonde bodem met een hoge biodiversiteit (schimmels, bacteriën, regenwormen, nematoden, microfauna) en een goed functionerend bodemecosysteem draagt bij aan bodemvruchtbaarheid, een goede bodemstructuur, het beter bestand zijn tegen ziekten en plagen en het afbreken van schadelijke stoffen. Bodemleven is essentieel voor een gezonde bodem. Dieren en schimmels in de bodem zorgen voor vertering van organisch materiaal, waardoor voedingsstoffen opgenomen kunnen worden door planten en water beter vast kan worden gehouden. Daarnaast zorgt bodemleven ervoor dat de grond luchtig is, waardoor water de bodem in kan lopen en er ruimte is voor haarwortels. Door gebruik van gif, grondbewerking, zoals ploegen en het aanplanten van de verkeerde (monotone) planten verdwijnt bodemleven. Bemesting en stikstofneerslag maakt bodems voedselrijk, waardoor enkele plantensoorten gaan domineren. Het kan dan heel lang duren voordat een bodem weer voedselarm is geworden en de biodiversiteit aan plantensoorten toeneemt. En daarmee ook de biodiversiteit aan fauna. Daarnaast is ook de diversiteit van bodemtypes belangrijk. Elk type bodem heeft andere eigenschappen wat betreft vocht, voedselrijkdom en zuurgraad. Op elk type bodem groeien andere plantensoorten.

Door herstel van bodem (en waterhuishouding) kan weer een hogere biodiversiteit ontstaan. Om de bodembiodiversiteit te verhogen is het belangrijk de bodem met rust te laten en vermesting te voorkomen. Bodemdieren houden namelijk niet van verstoring of verdrukking. Afhankelijk van het gewenste bodemgebruik of natuurdoeltype is het mogelijk door middel van de juiste beplanting en het juiste beheer de bodem te verschralen of juist te zorgen voor een goed verteerbare organische laag.

21

Bloemrijke akkerrand

22

5. Opgaven De opgaven in dit programma komen voort uit de ambities en doelstellingen op het gebied van natuur, landschap en biodiversiteit uit de omgevingsvisie van de gemeente. Daarnaast zijn er relaties met opgaven binnen andere thema’s, zoals bijvoorbeeld de Strategie Klimaatadaptatie en het nog op te stellen gebiedsprogramma Vitaal landelijk gebied, waardoor koppelkansen ontstaan. Aanpak van deze andere opgaven kan (in)direct een verbetering van natuur, landschap en biodiversiteit met zich meebrengen.

5.1

Opgaven natuur, landschap en biodiversiteit

Opgesomd zijn de opgaven voor de gemeente Boxtel op het vlak van natuur, landschap en biodiversiteit: • Verhogen van de biodiversiteit in de hele gemeente • Verbeteren van de leesbaarheid van het landschap • Verhogen van de natuurwaarden Dit doen we onder andere door: • Het behouden en versterken van groenen blauw(structuren), cultuurhistorische elementen en natuurgebieden en deze met elkaar te verbinden; • het beschermen, behouden, uitbreiden en verbeteren van de kwaliteit van natuurgebieden,

landschapselementen (in het buitengebied), landgoederen, beekdalen en bestaand groen (in stedelijk gebied), onder ander door gebruik te maken van inheemse soorten en zo mogelijk autochtoon plantmateriaal en ecologisch beheer. Door aan deze opgaven te werken draagt de gemeente bij aan onder andere doelen vanuit Europa, het Rijk, de provincie en de regio. Naast het beleid waaraan de gemeente moet voldoen of waaraan de gemeente zich heeft gecommitteerd, zijn er landelijke en provinciale ambities die niet verplicht zijn voor gemeenten, maar waaraan we willen bijdragen met dit programma. Door bijvoorbeeld karakteristieke landschapselementen toe te voegen om cultuurhistorie en groenstructuren te versterken wordt de biodiversiteit verhoogd in de gemeente en draagt de gemeente bij aan de provinciale ambities van een sterke en veerkrachtige natuur en een robuust water- en bodemsysteem, dat bestand is tegen klimaatverandering. Met het realiseren van robuuste groenblauwe verbindingen worden natuurgebieden met elkaar verbonden en sluiten we aan op de doelstellingen uit het programma Natuur en Landschap van de RNOB. Zie bijlage 1 voor een lijst met relevante doelen en opgaven en hoe de gemeente hier aan bijdraagt of bij aansluit.

5.2

Aansluiting bij andere opgaven

Er zijn andere opgaven die niet direct gericht zijn op natuur, landschap of biodiversiteit, maar hier wel een relatie mee hebben. De gemeente werkt de komende jaren aan programma’s, waarmee aan deze opgaven gewerkt wordt. Dit zijn de programma’s klimaatadaptatie en water, wonen, gezondheid, duurzaamheid, recreatie en toerisme, economie en duurzame mobiliteit. Ook het integrale gebiedsgerichte Programma Vitaal Landelijk Gebied heeft veel overlap. Bij het opstellen hiervan liggen kansen om mede invulling te geven aan de doelstellingen voor natuur, landschap en biodiversiteit. Strategie klimaatadaptatie De gemeente Boxtel stelde in 2023 de Strategie Klimaatadaptatie 2023-2030 en in 2024 de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie vast. Hierin staan maatregelen om de buitenruimte zodanig in te richten dat wateroverlast, droogte, hitte en overstromingen zoveel mogelijk worden voorkomen. Het vervangen van verharding door groen is hiertoe een belangrijke maatregel. Toevoegen van groen draagt bij aan het vasthouden van water en een koelere omgeving maar ook aan een verhoogde biodiversiteit wanneer er gebruik gemaakt wordt van de juiste (inheemse) beplanting. De strategie zal verwerkt worden in het Programma Klimaatadaptatie en Water dat nog opgesteld moet worden.

23

Programma Volkshuisvesting en wonen-welzijnzorg 2023-2027 De gemeente levert via het Programma Volkshuisvesting en wonen-welzijn-zorg 20232027 een bijdrage aan de woningbouwopgave door passende woningen in groene en duurzame dorpse in- en uitbreidingen. Een van de ambities is het stimuleren van duurzamere woningen en omgeving. Hiervoor wordt er verwezen naar het Programma Klimaatadaptatie waar voorwaarden zijn opgenomen voor klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen en het toevoegen van groen. De biodiversiteit kan hierbij vergroot worden, door bij het kiezen van soorten rekening te houden met standplaats en te kiezen voor inheemse soorten waar mogelijk. Programma Duurzame mobiliteit Bij het Programma Duurzame mobiliteit is een veilig en comfortabel fietsnetwerk met verlichting in en tussen de kernen een uitgangspunt. Het aanleggen van nieuwe fietspaden, wandelpaden en ontmoetingsplekken en het verbeteren en veiliger maken van bestaande fietspaden en fietsroutes zijn hier onderdeel van. Bij de aanleg van nieuwe paden, of bij aanpassingen aan bestaande paden, wordt passende vergroening en verhoging van de biodiversiteit meegenomen. Om voldoende schaduw op wandel- en fietspaden te krijgen zijn veel bomen nodig, waarbij de juiste soortkeuze een belangrijke bijdrage aan de verhoging van de biodiversiteit kan leveren.

24

De huidige visie bezoekerseconomie Boxtel 20222030 heeft o.a. ambities en doelen om de natuur en cultuurhistorische waarde in de gemeente te verhogen alsmede de beleefbaarheid hiervan te vergroten. Het Programma Natuur, Landschap en Biodiversiteit heeft vergelijkbare doelstellingen en er liggen derhalve nadrukkelijk koppelkansen bij de nadere uitwerking hiervan in het Programma Recreatie en toerisme. Programma Vitaal landelijk gebied Daarnaast gaat er gewerkt worden aan gebiedsgerichte programma’s zoals het Programma Vitaal landelijk gebied. Met het Programma Natuur, Landschap en Biodiversiteit willen we een bijdrage leveren aan het Programma Vitaal landelijk gebied, omdat we voor verschillende opgaven afhankelijk zijn van de transitie in de landbouw. VAB-beleid In de visie van het VAB (vrijkomende agrarische bouwvlakken) -beleid van de gemeente wordt aangegeven dat de ruimtelijke kwaliteit versterkt dient te worden bij nieuwe ontwikkelingen bij vrijkomende agrarische bouwvlakken. Bij voorkeur door een fysieke kwaliteitsverbetering, bijvoorbeeld in de vorm van sloop van overtollige agrarische bedrijfsbebouwing. Hierbij wordt gekeken naar landschapstype, cultuurhistorie en natuurwaarden en -doelen in de omgeving. De versterking van de ruimtelijke kwaliteit draagt ook indirect bij aan de opgaven op het vlak van natuur, landschap en

biodiversiteit. Het Programma Natuur, Landschap en Biodiversiteit geeft kaders voor de versterking van de ruimtelijke kwaliteit, die ook hun doorslag in het VAB-beleid vinden.

6. Uitgangspunten en doelstellingen per deelgebied De deelgebieden in het Programma zijn gebaseerd op de deelgebieden van de omgevingsvisie (zie figuur 4 en 5). De omgevingsvisie heeft zeven deelgebieden die in dit programma zijn samengevoegd tot vier deelgebieden, namelijk dorpen, natuurgebieden, landelijk gebied en beekdalen. De deelgebieden stedelijk centrum Boxtel, robuuste woonwijken, vitale kernen Esch, Lennisheuvel en Liempde en bedrijfsfuncties uit de omgevingsvisie zijn in dit programma samengevoegd als dorpen. De deelgebieden natuurgebieden en landelijk gebied

Beekdalen

zijn overgenomen uit de omgevingsvisie. Het deelgebied beekdalen is overgenomen uit de omgevingsvisie en combineert de beekdalen met de waterbergingsgebieden. Daarnaast is het deelgebied nader uitgewerkt op basis van het Handelingsperspectief voor de watertransitie van Waterschap De Dommel (zie kader 3). Watersysteemherstel is een belangrijke opgave en behoeft haar eigen deelgebied. Het deelgebied beekdalen ligt als het ware over de andere drie deelgebieden heen, waarbij accentverschillen liggen in beekdalopgaven per deelgebied.

Natuur

Landelijk gebied

De ambities, uitgangspunten en doelstellingen op vlak van natuur, landschap en biodiversiteit verschillen per deelgebied, evenals de overige functies en maatschappelijke opgaven, zoals woningbouw, stikstofdepositie en klimaatadaptatie. De deelgebieden zijn verder opgedeeld in te onderscheiden onderdelen op basis van fysische, (cultuur)historische en geografische kenmerken

Dorpen

25

Omgevingsvisie | gemeente Boxtel Het groenblauwe, verbonden en ondernemende hart van de regio

Figuur 4: Overzichtskaart omgevingsvisie Boxtel

26

Overzichtskaart deelgebieden

Legenda Gemeente Boxtel Deelgebied Natuur Deelgebied Landelijk Deelgebied Dorpen Beekdalen Beken Spoorlijn Snelweg Proviciale weg

Esch

Boxtel

Lennisheuvel

Liempde

Figuur 5: Deelgebieden Programma natuur, landschap en biodiversiteit

27

Kader 3. Handelingsperspectieven voor de watertransitie Waterschap De Dommel De watertransitie is de overgang naar een situatie waarin het watersysteem structureel anders beheerd wordt dan nu, waarbij de focus ligt op duurzaam en circulair omgaan met zoet water. Werken aan de watertransitie is de ambitie die centraal staat in het nieuwe waterbeheerprogramma van Waterschap de Dommel. In het handelingsperspectief watertransitie beschrijft het waterschap de betekenis van de watertransitie voor de verschillende soorten gebieden in het watersysteem. Dit zijn de hoge koppen, flanken en de beekdalen, zie figuur 6. Kenmerkend voor de hoge koppen is de diepe grondwaterstand. Het grondwater wat hier infiltreert kan de grondwatervoorraad van de flanken en beekdalen voeden. Er moet hier voorkomen worden dat regenwater afstroomt door maximaal te infiltreren. Dit zorgt voor minder wateroverlast benedenstrooms in natte perioden en een hogere grondwaterstand jaarrond. De flanken zitten tussen hoge koppen en beekdalen in, hier ligt de meeste landbouwgrond. Oorspronkelijk trad hier het kwelwater naar buiten, maar door grondwaterverlaging is dat nu bijna nergens meer het geval. Momenteel zijn deze gronden gevoelig voor verdroging, maar door de watertransitie kunnen de flanken weer een goede balans krijgen.

Dit gebied zal grotendeels voor de landbouw bedoeld blijven, waarbij het gebied ecologisch dooraderd kan worden tussen hoge gronden en beekdalen. De beekdalen zijn de laagst liggende gebieden waar afstromend oppervlaktewater en grondwater (kwel) samenkomt. Centraal liggen de beken. De beekdalen kennen van nature hoge grondwaterstanden en zijn lang voornamelijk in gebruik geweest als hooilanden. Door ontwatering zijn intensieve teelten nu soms tot aan de beek te vinden, vaak zijn beekdalen echter ook ingericht als natuur. Er wordt gestreefd naar een verhoging van de grondwaterstanden in de beekdalen. Op de hoge koppen en flanken wordt ingezet op infiltratie, in de beekdalen vooral op het vasthouden en vertraagd afvoeren van water. Dit kan door aanpassingen aan de beken zelf, het verwijderen van drainage en greppels en door waterberging en vertraagde afvoer. Er wordt hier gestreefd naar een klimaatrobuuste inrichting met passend landgebruik, zoals grasland, natte teelten of natuur. In de beekdalen is de waterfunctie leidend; hierbij wordt ruimte gegeven aan natuurlijke processen. Op de koppen moet juist minder water worden afgevoerd, b- en c-waterlopen moeten gedempt en/of minder diep worden en laagtes benut om water te laten infiltreren. Bodemverbetering heeft prioriteit op koppen, dan flanken, dan beekdalen. Bron: Waterschap De Dommel. (2024, 06).

Handelingsperspectieven voor de watertransitie. Opgehaald van Waterschap de Dommel: https://www.dommel.nl/ handelingsperspectieven-voor-de-watertransitie

28

Figuur 6: Beekdalen, flanken en hoge koppen

29

6.1

Overkoepelende ambities en doelstellingen

Een aantal doelstellingen zijn overkoepelend voor alle deelgebieden. Deze doelstellingen zijn te zien in tabel ##. Een lijst met alle doelstellingen en aan welke ambities en uitgangspunten ze bijdragen is te zien in bijlage 3.

Nr. Doel en omschrijving 1

Water en bodem zijn sturend bij alle nieuwe ontwikkelingen Bij ruimtelijke ontwikkelingen sluiten we aan bij de natuurlijke kenmerken van het water- en bodemsysteem. We houden rekening met aanpassingen op de lange termijn om toekomstige klimaateffecten op te kunnen vangen. Het water- en bodemsysteem (inclusief de gebruikswaarde van ecosysteemdiensten, kwaliteit en vitaliteit) mag over de gehele levensduur van het gebruik niet verslechteren.

2

kwaliteit en vitaliteit) mag over de gehele levensduur van het gebruik niet verslechteren. Een gezonde bodem kan veel water opnemen, vasthouden en langzaam laten infiltreren. Dit grondwater kan dan als buffer dienen voor droge periodes. Dit is een belangrijk proces voor waterafhankelijke natuur.

3

De openbare ruimte wordt ecologisch beheerd De standaard voor groenbeheer is ecologisch beheer, met uitzonderingen voor bijvoorbeeld verkeersveiligheid en gebruiksfuncties. Er wordt bij verandering van beheer voorlichting gegeven aan de inwoners over natuurvriendelijk beheer in verband met het creëren van draagvlak.

4

Oppervlaktewaterkwaliteit van KRW-watergangen voldoet aan de kaders vanuit de KRW Er wordt ingezet op natuurinclusieve landbouw en realisatie van nieuwe natuur in de beekdalen waardoor er minder gewasbeschermingsmiddelen in de beken terechtkomen. Daarnaast zijn alle natte EVZ’s in 2030 gerealiseerd. Er wordt gestreefd naar een verbetering van de waterkwaliteit in alle watergangen, aangezien deze afvoeren richting KRW-watergangen, zoals door het realiseren of stimuleren van de aanleg van natuurvriendelijke oevers langs B- en C-watergangen. De waterschappen zijn verantwoordelijk voor de A-watergangen. We zoeken de samenwerking met de waterschappen om de A-Watergangen te verbeteren.

5

Beken en beekdalen hebben in 2040 de ruimte In 2040 zijn de beekdalen klimaatrobuust ingericht met passend landgebruik zoals grasland, natte teelten of natuur. De grondwaterstand is verhoogd ten behoeve van de natte natuurparels in de gemeente. De beken meanderen en mogen overstromen, er vindt waterberging plaats en water wordt langzamer afgevoerd. Door de hogere grondwaterstand kan er waterafhankelijke natuur gerealiseerd worden. De beekdalen komen niet in aanmerking voor nieuwe ontwikkeling, zoals woningbouw, vanwege de waterveiligheid.

6

We zetten in op de aanplant van bomen Bomen en bossen dragen bij aan veel opgaven op het vlak van natuur, biodiversiteit en klimaatadaptatie. De gemeente kijkt bij alle nieuwe ontwikkelingen naar mogelijkheden om bomen aan te planten. Daarnaast zoekt de gemeente naar locaties die beplant kunnen worden, zoals bermen en overhoekjes. Ook worden inwoners gestimuleerd om bomen aan te planten, bijvoorbeeld door gebruik te maken van het voorpootrecht.

30

Nr. Doel en omschrijving 7

Waar mogelijk wordt ingezet op een combinatie van functies die bijdragen aan de kwaliteit van natuur, landschap en/of biodiversiteit De gronddruk in de gemeente is hoog. In het verleden is er vooral vanuit een sectorale benadering van gebiedsinrichting gekeken. Om aan alle opgaven te voldoen is het nodig om integraal te kijken naar gebiedsinrichting en meerdere functies op dezelfde locatie te realiseren. Vooral in de beekdalen waar de grondwaterstand omhoog gaat lijkt er weinig ruimte te zijn voor andere functies. Het is belangrijk om juist hier in te zetten op dubbele functies zoals productie van biobased bouwmaterialen en waterberging.

8

Het Natuurnetwerk Brabant, inclusief ecologische verbindingszones, gelegen in de gemeente Boxtel, is gerealiseerd in 2030 Het Natuurnetwerk Nederland is een netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het Rijk en de provincies hebben afgesproken het Natuurnetwerk Nederland in 2030 gerealiseerd te hebben. De realisatie van nieuwe natuur en nieuwe natuurverbindingen zorgt onder andere voor een verhoging van de biodiversiteit, een betere waterkwaliteit en robuustere natuurgebieden. Het Natuurnetwerk Brabant is onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland. Percelen in eigendom van de gemeente die in het Natuurnetwerk liggen en nog niet ingericht zijn als natuur worden omgevormd naar natuur.

9

Natuurgebieden zijn beter met elkaar verbonden in 2040 Met de realisatie van de EVZ's en groenblauwe dooradering van het landelijk gebied worden natuurgebieden beter met elkaar verbonden. In 2026 zijn bestaande groenblauwe verbindingen in het landelijk gebied in kaart gebracht en de kwaliteit beoordeeld. In de focusgebieden is er in 2040 gemiddeld 10-15% groenblauwe dooradering. Buiten de focusgebieden is er gemiddeld in 2040 5-10% groenblauwe dooradering. Het gemiddelde van het gehele landelijke gebied is in 2040 minimaal 10% groenblauwe dooradering.

10

In de dorpen en vanuit de dorpen naar het buitengebied zijn robuuste groenblauwe verbindingen aangelegd De groene verbindingen langs de Dommel worden versterkt. Daarnaast worden er nieuwe groenblauwe verbindingen toegevoegd vanuit nieuwe woninguitbreidingen naar het landelijk gebied. In de kernen en vanuit de kernen naar het landelijk gebied worden bestaande verbindingen versterkt en nieuwe verbindingen aangelegd. Deze verbindingen bevorderen de biodiversiteit , zorgen voor verspreiding van flora en fauna, maken de kernen aantrekkelijker en beter beleefbaar en helpen mee met klimaatadaptatie.

11

Bij klimaatadaptieve maatregelen wordt biodiversiteit altijd meegenomen Bij klimaatadaptieve maatregelen wordt vaak groen gerealiseerd. Bij de keus voor groen wordt gekozen voor een diversiteit aan soorten, bestaande uit inheems en of/autochtoon materiaal waar mogelijk. Daarnaast wordt gekozen voor soorten met een zo lang mogelijke spreiding van bloei- en vruchttijd om voor voedsel te zorgen voor vogels, zoogdieren en insecten. Het beheer wordt zo veel mogelijk afgestemd op ecologische waarde.

31

Focusgebieden en bufferzone GGA De genoemde focusgebieden waar extra ingezet gaat worden op groenblauwe dooradering, onder ander door in te zetten op natuurinclusieve landbouw, zijn te zien op figuur 7. Dit focusgebied (ongeveer 250 meter vanaf NNB en EVZ’s) ligt in het landelijk gebied, maar versterkt ook het deelgebied natuur. De ambitie is om gemiddeld 10% groenblauwe dooradering in het gehele landelijk gebied te hebben (ambitie Aanvalsplan landschap, zie paragraaf 1.3.2). Om die 10% te sturen is er gekozen voor zones waar we een lagere ambitie hebben en zones waar we een hogere ambitie hebben, zoals rondom de natuurgebieden. We streven naar 10 tot 15% groenblauwe dooradering in de focusgebieden en 5 tot 10% groenblauwe dooradering in de rest van het landelijk gebied. Het focusgebied is te zien als een zoekgebied en is niet op perceelsniveau te gebruiken.

Een bomenrij langs een watergang is een mooi voorbeeld van groenblauwe dooradering. - Smalvelderstraat, Liempde

32

Naast de focusgebieden ligt een bufferzone rondom het Natura 2000-gebied De Kampina en de Oisterwijkse Plassen en Vennen. De bufferzone is belangrijk voor De Kampina omdat de biodiversiteit in het natuurgebied sterk onder druk staat door verdroging, een overmaat aan stikstof en verstoring. In de bufferzone wordt ingezet op het vasthouden van water om verdere verdroging tegen te gaan. Door natuurinclusieve landbouw te stimuleren, wordt de stikstofbelasting verminderd. Grondwaterdalingen worden beperkt en waar mogelijk wordt de grondwaterstand verhoogd. Recreatie wordt gericht bevorderd in de omliggende gebieden, zoals de bufferzone, om

zo het meest kwetsbare deel van De Kampina te ontlasten. Hoe deze bufferzone eruit komt te zien wordt in het wordt de komende jaren uitgewerkt in het gebiedsprogramma Vitaal landelijk gebied. Dit doen we in samenwerking met de agrarische sector, natuur- en landschappenorganisaties, landeigenaren, inwoners, het waterschap en andere belanghebbenden.

Focusgebieden en bufferzone

Legenda Gemeente Boxtel Natuur Focusgebied groenblauwe dooradering Bufferzone Kampina Landelijk gebied Dorpen Beken Spoorlijn Snelweg Provinciale weg

Figuur 7:. Focusgebieden voor Groenblauwe dooradering en bufferzone kampina

33

6.2

Beekdalen

De begrenzing van de beekdalen (figuur 9) is afkomstig uit de deelgebiedkaart Beekdalen van de omgevingsvisie (figuur 6), de visie van Waterschap De Dommel op de beekdalen en de bijbehorende koppen en flanken van Waterschap De Dommel. Hiermee sluiten we aan op het beleid vanuit het waterschap. De hoge koppen en flanken maken geen onderdeel uit van het deelgebied, maar binnen de uitvoeringsagenda is hier wel aandacht voor door bij inrichtingsprojecten rekening te houden met de ligging in het watersysteem. Deze kaart is niet bedoeld om op perceelsniveau te gebruiken. De beekdalen liggen op de kaarten over de andere deelgebieden heen, omdat de beekdalen deels ambities hebben die voor alle beekdalen gelden, maar ook ambities specifiek voor het deelgebied waarin het zich bevindt. Zo zijn er voor het gedeelte van het beekdal met een natuurbestemming andere (on)mogelijkheden, ambities en projecten dan een beekdal in het centrum van Boxtel waar al bebouwing is. Alle beschreven beken functioneren als ecologische verbindingszones tussen natuurgebieden.

6.2.1 Onderdelen De beken in de gemeente zijn laaglandbeken: deze hebben een onregelmatige stroomsnelheid met een relatief breed dal. De beken worden gevoed door regenwater en kwel. Langzaam stromende laaglandbeken zijn wereldwijd zeldzaam, doordat ze vaak in gebieden liggen die vroeg in cultuur zijn gebracht. Natuurlijke beekdalen bestaan uit

34

gradiënten van laag naar hoog, nat naar droog en rijk naar arm, waardoor er een hoge biodiversiteit te behalen valt17. Op de overgangen van nat naar droog was de grond van oudsher relatief vruchtbaar en hier hebben de eerste bewoners zich gevestigd. De natte delen werden gebruikt als hooiland om het vee in de winter mee te voeren. Het kenmerkte zich door een open kleinschalige strookvormige verkaveling, de zogeheten beemden. Deze locaties waren relatief voedselrijk door het slib dat door de beken werd afgezet bij overstromingen. De beemden kennen een hoge natuurwaarde, met soorten als waterviolier, boterbloemen en waterranonkels, vlinders en libellen. Het Dommeldal tussen Meierijstad, Boxtel en Sint-Michielsgestel, het beekdal van de Beerze en delen langs de Essche Stroom zijn goed bewaard gebleven en in het landschap nog herkenbaar als beekdal met graslanden, broekbosjes en oude meanders. De beekdalen die onder landelijk gebied vallen bestaan voornamelijk uit weiland of bouwland. Van oorsprong bestonden deze natte gronden voornamelijk uit smalle hooilanden met afwateringsslootjes en knotbomen op de perceelranden. Nu bestaat een gedeelte van de beekdalen uit open percelen met gras, maïs of aardappelen, waar weinig landschapselementen terug te vinden zijn.

Op een aantal plekken komen de agrarische percelen tot aan de beek, waardoor gewasbeschermingsmiddelen en mest in het water terecht kunnen komen. De beekdalen met agrarische bestemming in gemeente Boxtel hebben

over het algemeen dan ook weinig natuurwaarde en biodiversiteit. Karakteristieke soorten van de beekdalen zijn onder andere de grote weerschijnvlinder, waterspitsmuis, boomkikker, kamsalamander, weidebeekjuffer, hermelijn, oeverzwaluw, ijsvogel, grote gele kwikstaart en gewone dotterbloem. Elzenbroekbos is een karakteristiek soort bos voor in beekdalen. Dit type bos valt onder natuurtype beek- en rivierbegeleidend bos uit de Index natuur en landschap18. Dit natuurtype komt langs alle grotere beken in de gemeente in meer of mindere mate voor. Kernmerken van beekdalen: Kleinschalig besloten/halfopen landschap. Meanderende stromen met verkavelingen haaks op de beek. • Broekbossen en houtwallen; ook knotbomen en beemdgronden. • Onregelmatige verkaveling.

• •

17

Nabben, I., de Koning, N., & van den oetelaar, G. (2021). Landschapsvisie beneden Dommel, het dommeldal tussen Son en breugel. Onderbouwing van de inrichtingsplannen en de NNBherbegrenzing in Het Groene Woud. Nijmegen: Ark natuurintwikkeling. 18 BIJ12. (2024, augustus). Natuurtypen. Opgehaald van BIJ12: https://www.bij12.nl/onderwerp/ natuursubsidies/index-natuur-en-landschap/ natuurtypen/

De Dommel door Boxtel

35

Omgevingsvisie | gemeente Boxtel Het groenblauwe, verbonden en ondernemende hart van de regio

Figuur 8: Deelgebied beekdalen omgevingsvisie Boxtel

36

Deelgebied Beekdalen

Legenda Gemeente Boxtel Dorpen Beekdalen Beken KRW Beken overig Spoorlijn Snelweg Provinciale weg Esch

EsscheStroom

Smalwater

Boxtel

Kleine Aa

Dommel Lennisheuvel

Blauwhoefse loop

Liempde

Beerze

Heerenbeekloop

Grote waterloop

Figuur 9: Deelgebied beekdalen Programma Natuur, Landschap en biodiversiteit

37

Beerze De Beerze is ter hoogte van Boxtel een middenloop en stroomt langs de zuidoostrand van de Kampina, bij Smalbroeken (zie figuur ## deelgebied natuur) meanderend de gemeente binnen tot aan Lennisheuvel. Middenlopen liggen wat dieper in het beekdal dan boven- en benedenlopen en trekken daardoor meer grondwater aan. Ook is het beekdal herkenbaar in het landschap. Ter hoogte van Smalbroeken werd de beek omgeleid via een omleidingskanaal, de Heiloop. Deze is in 2020/2021 verondiept om ervoor te zorgen dat er weer kwel in de blauwgraslanden van Smalbroeken naar boven zou komen en de Beerze heeft hier zijn meanders weer teruggekregen19. Iets verderop, ter hoogte van Ladonk, splitst de beek zich. De hoofdloop mondt via een in de middeleeuwen gegraven loop uit in de Dommel; de beek heet hier Smalwater. Een gedeelte van Smalwater ligt ingeklemd in de kern. Gedeeltelijk bestaat de beek hier uit een betonnen goot, de groenstroken inclusief oevers zijn zeer smal of ontbreken20. Er liggen wel enkele groene stapstenen die in het kader van de EVZ hier zijn ingericht. De zijloop van de Beerze heet vanaf de splitsing de Kleine Aa en stroomt deels meanderend door een landbouwzone tot hij uitstroomt in de Essche Stroom21. Natuurmonumenten. (2024, mei). Herstel natte natuurparel Kampina. Opgehaald van Natuurmonumenten: https://www.

natuurmonumenten.nl/natuurgebieden/kampina/ natuurherstel/herstel-natte-natuurparel-kampina 20 Jansen, G., & Hassink, A. (1999). Groene levensaders door Boxtel. Wageningen: Nieuwland Advies. 21 Provincie Noord-Brabant. (2009). Structuurvisie De Levende beerze, Ontwerp. Noord-Brabant. 19

Dommel bij Dommelbimd

38

Smalbroeken is een bijzonder stukje van de Beerze. Het bestaat grotendeels uit loofbos waar nog de oude hakhoutstoven zichtbaar zijn. Er zijn hier talloze aan bosmilieus gebonden broedvogels en er komen bijzondere planten, aan stromende beken gebonden libellen en voor vochtige bossen karakteristieke vlinders voor22. Natuurtypen die langs de Beerze voorkomen op de lagere delen zijn onder andere rivier- en beekbegeleidend bos, vochtig hooiland, nat schraalland, kruiden- en faunarijk grasland, vochtige heide en vochtig bos met productie. Natuurtypen die op de wat hogere en drogere delen langs de beken voorkomen zijn dennen-, eiken- en beukenbos, kruiden- en faunarijk grasland, droge heide en droog bos met productie. Hoogwaardige beheertypen hiervan zijn rivieren beekbegeleidend bos, vochtig hooiland, nat schraalland, droge en vochtige heide. Deze typen komen vooral voor bij Smalbroeken (de Kampina). Essche Stroom De Essche Stroom is in de jaren ‘60 van een meanderende, snel stromende beek omgevormd naar kanaal. Hoogteverschillen en houtwallen werden verwijderd. Sinds 2015 wordt de Essche Stroom heringericht om zijn natuurlijke loop terug te krijgen. Het gedeelte van de Essche Stroom in Boxtel, tussen de spoorlijn en de A2, is al heringericht; het gaat dan om deelgebied Halsche Beemden.

Langs de oude gekanaliseerde Essche Stroom is hier een nieuwe meanderende zijstroom aangelegd, waardoor de beek langer water vasthoudt. Daarnaast zijn er poelen en

bosjes aangelegd voor amfibieën en zoogdieren. De beek kan hier in de winter buiten haar oevers treden. In mei 2024 is het waterschap gestart met de realisatie van de laatste schakel van het gehele Essche Stroom project, de herinrichting van het beekdal tussen de Belversedijk en de stuw in Esch. Onderdeel hiervan is de meandering van de Essche stroom met vistrap bij het gebied De Ruiting die inmiddels gereed is. Hoogwaardige natuurtypen die hier voorkomen zijn vochtig hooiland, rivier- en beekbegeleidend bos en dynamisch moeras. Overige natuurtypen zijn kruiden- en faunarijk grasland, dennen-, eiken- en beukenbos en droog bos met productie. Dommel De Dommel stroomt net ten zuidoosten van Liempde als benedenloop meanderend de gemeente in en volgt hierbij een tijdje de gemeentegrens door landbouwgebied. Net voor Boxtel loopt een afwateringskanaal langs de A2 richting het noorden, terwijl de originele meanderende loop van de Dommel nog door Boxtel loopt. Ten noorden van Boxtel komen deze twee lopen weer samen. Vanaf hier volgt hij nog een tijdje de gemeentegrens tot hij in de buurt van Gemonde Sint-Michielsgestel instroomt. Hoogwaardige natuurtypen zijn nat schraalland (in de Dommelbimd), rivier- en beekbegeleidend bos, haagbeuken- en essenbos, vochtig hooiland en dynamisch moeras. Deze natuurtypen liggen tussen de gemeentegrens en de kern Boxtel.

Overige natuurtypen zijn kruiden- en faunarijk grasland,

kruiden- en faunarijke akker, ruigteveld, dennen-, eiken- en beukenbos en droog bos met productie. Karakteristieke natuurwaarden van het beekdal van de Dommel in Boxtel zijn23:

•

•

• •

Bloemrijke hooilanden met matig voedselrijkschraal, vochtig-nat karakter. Plantensoorten zoals gewone dotterbloem, echte koekoeksbloem en reukgras bepalen het beeld. Voor diverse diersoorten zijn deze bloemrijke hooilanden van belang, waaronder watersnip, heikikker en oranjetipje. Moerasjes/moerasbosjes met een gevarieerde plantengroei afhankelijk van het waterpeil. Riet, diverse zeggesoorten en/of wilgen zijn aspectbepalend. Veel diersoorten hebben de moerasjes als (deel)biotoop, waaronder soorten als waterspitsmuis en rietgors. Poelen: karakteristieke elementen in de beekdalen met grote betekenis voor amfibieën, waaronder kamsalamander en libellen. Wilgenrijen/Elzenrijen. De van oudsher als perceelsgrens voorkomende wilgen-/elzenrijen

22 van der Straaten, J., van Kruisbergen, W., van Haaften, E.-J., & Hendriks, J. (2017). Natuurgebieden in Noord-Brabant. Woudrichem: Pictures Publishers. 23 Jansen, G., & Hassink, A. (1999). Groene levensaders door Boxtel. Wageningen: Nieuwland Advies.

39

•

in het beekdal van de Dommel vormen de kenmerkende nestplaats van de steenuil. Deze soort bereikt in het Dommeldal een grote dichtheid. De beek. De Dommel is het leefgebied van twee specifieke libellensoorten, waaronder de weidebeekjuffer en een aantal beekvissen (riviergrondel, bermpje).

Blauwhoefse Loop De Blauwhoefse Loop is een beekje van enkele kilometers lang die begint in het natuurgebied de Prangen (onder Vrilkhovense Akker) en stroomt van hieruit in noordwestelijke richting en mondt uit in de Dommel bij Kasteel Stapelen. Momenteel ziet de beek eruit als een smal landbouwslootje. Het is een natuurlijke beek die al sinds 1850 op kaarten is terug te zien. Groote waterloop De Groote Waterloop stroomt vanaf de A2 ten zuiden van Liempde richting het noorden naar De Dommel. Het is een gegraven beek die bedoeld was om het van oorsprong natte gebied af te voeren. De Grote waterloop verbindt de Natte Natuurparel De Scheeken en Natte Natuurparel Dommeldal. De beek is in 2024 (her)ingericht als ecologische verbindingszone in samenwerking met Waterschap de Dommel.24

40

Heerenbeekloop De Heerenbeekloop stroomt vanuit natuurgebied De Mortelen richting Lennisheuvel in het noorden, hier buigt hij af naar het westen waar hij in de Beerze uitkomt.

6.2.2 Ambities en uitgangspunten De hoofdambitie voor deelgebied beekdalen en de daarbij behorende onderdelen is het behouden, beschermen en versterken van de beekdalen. Vanuit de ambitie en ruimtelijke kwaliteiten van het deelgebied is er in de omgevingsvisie een vertaling gemaakt naar een aantal uitgangspunten voor dit deelgebied.

voor het bergen van water bij piekbuien en het beperken van overstromingsrisico’s stroomafwaarts. De beekdalen zorgen ook voor verbinding tussen de kernen, het landelijk gebied en de natuurgebieden. De beken en beekdalen zijn daarmee ook belangrijk voor de biodiversiteit. Door het bieden van ruimte aan de beekdalen, het nemen van inrichtingsmaatregelen en de omslag naar natuurinclusieve landbouw wordt ingezet op verbetering van de waterkwaliteit.’25

De voor dit programma relevante uitgangspunten zijn: ‘Beken zoals De Beerze, de Essche Stroom en de Dommel dragen bij aan de kwaliteiten van de gemeente en krijgen de ruimte. Dit is goed voor de natuur, de waterkwaliteit, het beter vasthouden van water en voor recreatie. Er worden al veel maatregelen genomen, zoals de Essche stroom die de ruimte krijgt om door het landschap te kronkelen. Met het oog op klimaatverandering worden nieuwe ontwikkelingen in de beekdalen waarbij bouwwerken of verharding wordt toegevoegd tegengegaan. Dit is noodzakelijk

Waterschap De Dommel. (2024). Ecologische verbindingszone Groote Waterloop. Opgehaald van Waterschap De Dommel: https://www.dommel.nl/ grootewaterloop 25 Gemeente Boxtel. (2025). Omgevingsvisie Boxtel (P.38) Royal Haskoning DHV. https:// ovisie-boxtel.ireporting.nl/ 24

6.2.3 Doelstellingen Onderstaande doelstellingen dragen bij aan de ambities en uitgangspunten van het deelgebied beekdalen.

Nr. Doel en omschrijving 1

Water en bodem zijn sturend bij alle nieuwe ontwikkelingen Bij ruimtelijke ontwikkelingen sluiten we aan bij de natuurlijke kenmerken van het water- en bodemsysteem. We houden rekening met aanpassingen op de lange termijn om toekomstige klimaateffecten op te kunnen vangen. Het water- en bodemsysteem (inclusief de gebruikswaarde van ecosysteemdiensten, kwaliteit en vitaliteit) mag over de gehele levensduur van het gebruik niet verslechteren.

2

De bodem in de gemeente heeft een verbeterde sponswerking Een gezonde bodem kan veel water opnemen, vasthouden en langzaam laten infiltreren. Dit grondwater kan dan als buffer dienen voor droge periodes. Dit is een belangrijk proces voor waterafhankelijke natuur.

3

De openbare ruimte wordt ecologisch beheerd De standaard voor groenbeheer is ecologisch beheer, met uitzonderingen voor bijvoorbeeld verkeersveiligheid en gebruiksfuncties. Er wordt bij verandering van beheer voorlichting gegeven aan de inwoners over natuurvriendelijk beheer in verband met het creëren van draagvlak.

4

Oppervlaktewaterkwaliteit van KRW-watergangen voldoet aan de kaders vanuit de KRW Er wordt ingezet op natuurinclusieve landbouw en realisatie van nieuwe natuur in de beekdalen waardoor er minder gewasbeschermingsmiddelen in de beken terechtkomen. Daarnaast zijn alle natte EVZ’s in 2030 gerealiseerd. Er wordt gestreefd naar een verbetering van de waterkwaliteit in alle watergangen, aangezien deze afvoeren richting KRW-watergangen, zoals door het realiseren of stimuleren van de aanleg van natuurvriendelijke oevers langs B- en C-watergangen. De waterschappen zijn verantwoordelijk voor de A-watergangen. We zoeken de samenwerking met de waterschappen om de A-Watergangen te verbeteren.

5

Beken en beekdalen hebben in 2040 de ruimte In 2040 zijn de beekdalen klimaatrobuust ingericht met passend landgebruik zoals grasland, natte teelten of natuur. De grondwaterstand is verhoogd ten behoeve van de natte natuurparels in de gemeente. De beken meanderen en mogen overstromen, er vindt waterberging plaats en water wordt langzamer afgevoerd. Door de hogere grondwaterstand kan er waterafhankelijke natuur gerealiseerd worden. De beekdalen komen niet in aanmerking voor nieuwe ontwikkeling, zoals woningbouw, vanwege de waterveiligheid.

6

We zetten in op de aanplant van bomen Bomen en bossen dragen bij aan veel opgaven op het vlak van natuur, biodiversiteit en klimaatadaptatie. De gemeente kijkt bij alle nieuwe ontwikkelingen naar mogelijkheden om bomen aan te planten. Daarnaast zoekt de gemeente naar locaties die beplant kunnen worden, zoals bermen en overhoekjes. Ook worden inwoners gestimuleerd om bomen aan te planten, bijvoorbeeld door gebruik te maken van het voorpootrecht.

41

Nr. Doel en omschrijving 7

Waar mogelijk wordt ingezet op een combinatie van functies die bijdragen aan de kwaliteit van natuur, landschap en/of biodiversiteit De gronddruk in de gemeente is hoog. In het verleden is er vooral vanuit een sectorale benadering van gebiedsinrichting gekeken. Om aan alle opgaven te voldoen is het nodig om integraal te kijken naar gebiedsinrichting en meerdere functies op dezelfde locatie te realiseren. Vooral in de beekdalen waar de grondwaterstand omhoog gaat lijkt er weinig ruimte te zijn voor andere functies. Het is belangrijk om juist hier in te zetten op dubbele functies zoals productie van biobased bouwmaterialen en waterberging.

8

Het Natuurnetwerk Brabant, inclusief ecologische verbindingszones, gelegen in de gemeente Boxtel, is gerealiseerd in 2030 Het Natuurnetwerk Nederland is een netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het Rijk en de provincies hebben afgesproken het Natuurnetwerk Nederland in 2030 gerealiseerd te hebben. De realisatie van nieuwe natuur en nieuwe natuurverbindingen zorgt onder andere voor een verhoging van de biodiversiteit, een betere waterkwaliteit en robuustere natuurgebieden. Het Natuurnetwerk Brabant is onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland. Percelen in eigendom van de gemeente die in het Natuurnetwerk liggen en nog niet ingericht zijn als natuur worden omgevormd naar natuur.

9

Natuurgebieden zijn beter met elkaar verbonden in 2040 Met de realisatie van de EVZ's en groenblauwe dooradering van het landelijk gebied worden natuurgebieden beter met elkaar verbonden. In 2026 zijn bestaande groenblauwe verbindingen in het landelijk gebied in kaart gebracht en de kwaliteit beoordeeld. In de focusgebieden is er in 2040 gemiddeld 10-15% groenblauwe dooradering. Buiten de focusgebieden is er gemiddeld in 2040 5-10% groenblauwe dooradering. Het gemiddelde van het gehele landelijke gebied is in 2040 minimaal 10% groenblauwe dooradering.

10

In de dorpen en vanuit de dorpen naar het buitengebied zijn robuuste groenblauwe verbindingen aangelegd De groene verbindingen langs de Dommel worden versterkt. Daarnaast worden er nieuwe groenblauwe verbindingen toegevoegd vanuit nieuwe woninguitbreidingen naar het landelijk gebied. In de kernen en vanuit de kernen naar het landelijk gebied worden bestaande verbindingen versterkt en nieuwe verbindingen aangelegd. Deze verbindingen bevorderen de biodiversiteit , zorgen voor verspreiding van flora en fauna, maken de kernen aantrekkelijker en beter beleefbaar en helpen mee met klimaatadaptatie.

11

Bij klimaatadaptieve maatregelen wordt biodiversiteit altijd meegenomen Bij klimaatadaptieve maatregelen wordt vaak groen gerealiseerd. Bij de keus voor groen wordt gekozen voor een diversiteit aan soorten, bestaande uit inheems en of/autochtoon materiaal waar mogelijk. Daarnaast wordt gekozen voor soorten met een zo lang mogelijke spreiding van bloei- en vruchttijd om voor voedsel te zorgen voor vogels, zoogdieren en insecten. Het beheer wordt zo veel mogelijk afgestemd op ecologische waarde.

12

De landbouw draagt bij aan de biodiversiteit in de gemeente Door onder andere in te zetten op natuurinclusieve landbouw, biologische teelten, strokenteelt, precisielandbouw, natte teelten en andere vormen van landbouw zoals agroforestry of permacultuur, kan de landbouw veel betekenen voor de biodiversiteit in de gemeente.

42

Nr. Doel en omschrijving 13

Een toegankelijk en beleefbaar natuur- en landelijk gebied Door het landelijk gebied, de landgoederen en specifieke locaties in de natuurgebieden toegankelijker en beter beleefbaar te maken ontstaat er een betere spreiding van recreatie waardoor verstoringsgevoelige natuurgebieden worden ontlast. In 2040 is de recreatie goed over de gemeente verspreid waardoor recreanten tevreden zijn en de verstoringsgevoelige gebieden in kwaliteit vooruit zijn gegaan.

14

Basiskwaliteit natuur in 2040 De Basiskwaliteit natuur is een minimumniveau voor biodiversiteit in het landelijk en stedelijk gebied, nodig voor een gezonde leefomgeving en een veerkrachtige natuur. De biodiversiteit wordt vergroot door realisatie van nieuwe natuur, het gebruik van landschapselementen, aanleg van groen en de omslag naar natuurinclusieve landbouw.

15

Faunaknelpunten worden opgelost In 2026 zijn alle huidige faunaknelpunten in de gemeente geïnventariseerd. In 2030 is er bij alle knelpunten bij gemeentewegen een faunavoorziening gerealiseerd of in uitvoering.

16

Het pachtbeleid van de gemeentelijke gronden is aangescherpt ten behoeve van de biodiversiteit en landschappelijke waarde In het pachtbeleid stelt de gemeente eisen aan bemesting, gewasbeschermingsmiddelen, type teelt en de realisatie en het beheer van landschapselementen.

17

Karakteristieke kenmerken van de verschillende landschapstypen zijn behouden, versterkt en beter zichtbaar gemaakt In het landschap is de historie van de gemeente af te lezen. Het landschap bestaat uit verschillende landschapstypen die zijn ontstaan door natuurlijke factoren en menselijke ingrepen. Deze landschapstypen hebben cultuurhistorische, ecologische en belevingswaarden. De karakteristieke kenmerken worden teruggebracht waardoor deze waarden versterkt worden en de biodiversiteit wordt verhoogd. Landschapselementen en cultuurhistorische kavelpatronen zijn in 2030 geinventariseerd en beschermd. Gebiedsvreemde landschappelijke elementen zijn waar mogelijk en gewenst in 2040 omgevormd naar elementen die passend zijn in het landschapstype. Landschappelijke inpassingen bij ontwikkelingen in het buitengebied en vrijkomende agrarische bouwvlakken bieden kansen voor het aanleggen van landschapselementen.

43

Kader 4. Waterkwaliteit en -biodiversiteit Een goede waterkwaliteit is van belang voor een hoge biodiversiteit. Schoon water is belangrijk voor de levenscyclus van bepaalde insecten, zoals libellen. Wanneer water vervuild raakt krijgen enkele soorten de overhand en neemt de biodiversiteit af. Insecten zijn belangrijk voor ecosysteemdiensten, doordat ze bijvoorbeeld dood plantenmateriaal afbreken en ze een voedselbron zijn voor vissen, vogels en amfibieën. Ook voor mensen is schoon water van belang. Voor drinkwater, de landbouw, de industrie en recreatie. Hoe hoger de biodiversiteit is, hoe beter de natuur het water zelf schoon kan houden. Bij vervuild water, een lage biodiversiteit of een onnatuurlijk karakter van een waterloop (denk bijvoorbeeld aan gekanaliseerde beken) wordt het natuurlijke zuiveringsvermogen verminderd. De Nederlandse waterkwaliteit staat onder druk vanwege vervuiling door mest (nitraat en fosfaat), bestrijdingsmiddelengewasbeschermingsmiddelen, riooloverstorten en ‘nieuwe stoffen’ (medicijnresten en andere microverontreinigingen). Dit heeft negatieve gevolgen voor de biodiversiteit en drinkwatervoorziening. De Kader Richtlijn Water (KRW) is een wet die als doel heeft om een goede waterkwaliteit te realiseren en behouden voor al het oppervlaktewater in de Europese Unie.

Hiervoor moet in Nederland de chemische en ecologische kwaliteit van de KRW-waterlichamen (A-watergangen en waterlichamen met een oppervlakte van meer dan 50ha) beoordeeld worden. Nederland moet in 2027 voldoen aan de doelen van de KRW. In 2019 voldeed 99% van de KRWwaterlichamen op grond van de KRW gestelde norm op het vlak van ecologische waterkwaliteit niet. Bron: https://natuurenmilieu.nl/app/uploads/Onderzoeksrapport-Waterkwaliteit-enbiodiversiteit-2019.pdf

44

6.3

Natuur

De natuurgebieden in Boxtel bestaan uit het Natura 2000-gebied Kampina & Oisterwijkse Vennen en het Natuurnetwerk Brabant (NNB), waarin het Natuurnetwerk Nederland (NNN of Rijks NNB) is opgenomen. Onderdeel van het natuurnetwerk zijn ook de ecologische verbindingszones (EVZ’s) en natte natuurparels (NNP’s). Zie ook de groenstructuurkaart in Bijlage ##.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=c0151063-33d3-4af9-9ce8-6cdf6465e786