CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Programma Natuur, Landschap en Biodiversiteit Boxtel- Bijlage 2 verzameling input stakeholders

Raadsvergadering Boxtel 10 maart 2026, gemeente boxtelBij agendapunt: VAN DE AGENDA GEHAALD - Programma Natuur, Landschap en Biodiversiteit Boxtel; wensen en bedenkingen27.394 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

6.3.1 Onderdelen In het natuurnetwerk liggen, naast de Kampina, een aantal belangrijke natuurgebieden. Het gaat om onder meer De Mortelen, De Scheeken, De Geelders en de beekdalen van de Dommel, de Beerze en de Essche Stroom. Daarnaast zijn de verschillende landgoederen opgenomen als categorie, omdat ze grotendeels een natuurbestemming hebben. Kampina (west) Natuurgebied Kampina & Oisterwijkse Vennen is als volgt beschreven26: ‘Kampina is een restant van het halfnatuurlijke Kempense heidelandschap, met droge en vochtige heidevegetaties, akkertjes, een meanderend beekje, voedselarme vennen en blauwgraslanden. In de oeverzones van de vennen komt nog hoogveenvorming voor, in het zuiden liggen dopheidevelden. In het stroomdal van de vrij meanderende Beerze staan hoge populieren, elzenbroek, vochtige heide met gagelstruweel en blauwgraslanden. De vennen in het gebied zijn vaak

langgerekt in zuidwest-noordoostelijke richting, de dominerende windrichting van de laatste ijstijd, toen dit landschap grotendeels werd gevormd. Vennen die in het gebied aanwezig zijn betreffen doorstroomvennen (o.a. de Centrale Vennen in de Oisterwijkse Bossen), geïsoleerde zure vennen, en vennen in beekdalflanken die (van oorsprong) onder invloed staan van inundatie met beekwater.’ De Kampina is het grootste en bekendste natuurgebied in Boxtel. Door de schaal, gaafheid van het landschap en de overgangen tussen de verschillende vegetatietypen, zoals natte en droge heide, gagelstruweel, beemden en blauwgraslanden, is de Kampina erg waardevol op het vlak van natuur en cultuurhistorie. Bijzondere planten die hier voorkomen zijn onder andere klokjesgentiaan, kleine veenbes en heidekartelblad in de vochtige heide. Op geplagde delen komen moeraswolfsklauw, kleine zonnedauw, ronde zonnedauw grondster en witte en bruine snavelbies voor. Er zijn goede populaties van de vlindersoorten groentje, heideblauwtje en bontdikkopje aanwezig, van het gentiaanblauwtje is nog maar een kleine restpopulatie over. Karakteristieke amfibieën- en reptielensoorten zijn de levendbarende hagedis, heikikker en vinpootsalamander.

Broedvogels die voorkomen zijn onder andere nachtzwaluw, boomleeuwerik en roodborsttapuit.27 In de Kampina langs de Beerze ligt het bosreservaat Smalbroeken, een mooi voorbeeld van een beekbegeleidend bos. Smalbroeken bestaat naast beekbegeleidend bos uit onder andere stukjes blauwgrasland, vochtige heideterreintjes met gagel en beenbreek, oude beekmeanders, oeverwallen,

greppels en rabatten. Hierdoor is er een zeer rijke flora en fauna te vinden.28 De Kampina staat net als vele andere natuurgebieden onder druk. Het gebied is erg gevoelig voor stikstof en droogte. De Kampina en Oisterwijkse vennen zijn daardoor onderdeel van de Groenblauwe Gebiedsgerichte Aanpak (GGA). In de GGA werken overheden, natuurorganisaties en de agrarische sector samen om in het gebied de bodem, water en lucht weer op orde te krijgen. Het landelijk gebied rondom de Kampina zal naar verwachting daarvoor, qua gebruik en inrichting, flink veranderen in de komende jaren. De Mortelen, de Scheeken en de Geelders (zuidoost) De Mortelen, De Scheeken en De Geelders zijn natuurgebieden op grotendeels natte of vochtige leembodems en zijn aangewezen als natte natuurparels29. Een belangrijke doelstelling voor deze gebieden is het verhogen van de grondwaterstand29. Er zijn (populieren- en leem) Natura 2000. (2024, januari). Kampina en Oisterwijkse Vennen. Opgehaald van Natura2000: https://www.natura2000.nl/gebieden/noordbrabant/kampina-en-oisterwijkse-vennen 27 Van der Straaten, J., van Kruisbergen, W., van Haaften, E.-J., & Hendriks, J. (2017). Natuurgebieden in Noord-Brabant. Woudrichem: Pictures Publishers. 28 Wageningen University & Research. (2024). Smalbroeken. Opgeroepen op 2024, van Wageningen University & Research. 29 van den oetelaar, G., & de Koning, N. (2022).

Landschapsvisie De Geelders (LESA). Onderbouwing van de inrichtingsplannen en de NNB-Herbegrenzing in Het groene Woud. 26

45

Omgevingsvisie | gemeente Boxtel Het groenblauwe, verbonden en ondernemende hart van de regio

Figuur 10: Deelgebied natuur omgevingsvisie Boxtel

46

Deelgebied Natuur

Legenda Gemeente Boxtel Natuurnetwerk Brabant (NNB) N2000 Kampina

Halse Barrier

Landgoederen

Wilhelmina park Landgoed Zegenrode Landgoed Venrode Esch

Sparrenrijk

Landgoed Eikenhorst

Overig NNB Dorpen Beekdalen

Beken Spoorlijn Snelweg Provinciale weg

De Geelders Boxtel

De Kampina en Oisterwijkse vennen

Lennisheuvel

Landgoed Velder

Liempde

De Mortelen en Scheeken Figuur 11: Deelgebied natuur Programma natuur, landschap en biodiversiteit

47

bossen, hakhoutwallen, er is heide, grasland en er zijn akkers te vinden30, 31. De afwisseling tussen de hoger gelegen arme en droge zandkoppen en lager gelegen, natte tot vochtige, voedselrijke leembodems zorgt voor veel variatie op korte afstand, waardoor een hoge biodiversiteit mogelijk is32. Er is erg waardevol leembos te vinden inclusief bosranden, open plekken en ruigtestroken33. Leembossen zijn kenmerkend voor Nederland en erg zeldzaam op Europese schaal33. In deze bossen

komen ongeveer 30 kenmerkende vogelsoorten voor; 1,5 tot 2 keer zoveel als in andere loofbossen in Nederland34. De gebieden worden doorsneden door de spoorlijn ’s-Hertogenbosch-Eindhoven en de A2. Hierover liggen respectievelijk de natuurbrug ‘de Mortelen’ en natuurbrug ‘Groene Woud’. Een gedeelte van De Geelders is aangewezen als bosreservaat, genaamd De Braak (uit het Rijks Bosreservatenprogramma), ten zuiden van de Savendonksestraat. Hier vindt ten behoeve van het

bosreservaat sinds 1995 geen actief bosbeheer meer plaats35, zoals in andere bosreservaten ook het geval is. Karakteristieke planten zijn onder andere gewone dotterbloem, eenbes, welriekende agrimonie, knolsteenbreek, bosanemoon, slanke sleutelbloem en waterviolier. Karakteristieke bomen zijn onder meer fladderiep, zomerlinde, esdoorn, es haagbeuk en eik. Karakteristieke diersoorten zijn vogels als grauwe klauwier (halfopen gebieden), wespendief (leembos), boomklever (oud bos) en houtsnip (vochtig bos). Andere karakteristieke

Ark Natuurontwikkeling: Nijmegen. Het groene Woud. (2024, januari). de Geelders. Opgehaald van Het groene Woud: https://www. hetgroenewoud.com/gebied/natuurgebieden/degeelders 31 ARK Rewilding Nederland. (2024, januari). De Scheeken. Opgehaald van ARK rewilding: https:// arkrewilding.nl/gebieden/het-groene-woud/descheeken 32 Dirkx, G. (2001). Historische ecologie van de Brand en De Mortelen (Noord-Brabant). Wageningen: Alterra, Research Instituut voor de Groene Ruimte. 33 van den oetelaar, G., & de Koning, N. (2022). Landschapsvisie De Geelders (LESA). Onderbouwing van de inrichtingsplannen en de NNB-Herbegrenzing in Het groene Woud. 34 van der Straaten, J., van Kruisbergen, W., van Haaften, E.-J., & Hendriks, J. (2017). Natuurgebieden in Noord-Brabant. Woudrichem: Pictures Publishers. 35 Bartelds, G. (1997). Algemene informatie van het bosreservaat 35. Boxtel “de Geelders” Werkdocument IKC Natuurbeheer nr W-122. Wageningen: Informatie- en Kenniscentrum Natuurbeheer Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. 30

Kampina

48

diersoorten zijn de kleine ijsvogelvlinder, bunzing en boomkikker. Er zijn ook enkele hele bijzondere of zeldzame soorten aanwezig. Sinds 2020 wordt de Europees beschermde vermiljoenkever in De Geelders en De Scheeken aangetroffen. Deze kever en haar larven leven onder de schors van aftakelende populieren. Doordat de populieren tegenwoordig niet meer allemaal gekapt worden, maar natuurlijk mogen afsterven heeft deze soort zich kunnen verspreiden36. Daarnaast is er een grote populatie van een zeldzame kieuwpootkreeft, het oranjeblauw zwemmend geraamte (Eubranchipus grubii), gevonden in een rabattensysteem in de Geelders37. Van deze soort werd gedacht dat deze was uitgestorven. De Scheeken wordt ook wel gezien als slakkenparadijs, er zouden wel eens de meeste slakkensoorten van Nederland voor kunnen komen. Een hele bekende soort die in De Scheeken en De Mortelen voorkomt is het edelhert. Deze soort is in 2017 uitgezet in het gebied en kan via de natuurbruggen naar weerszijden van de A2 en de spoorlijn Eindhoven-Den Bosch. Het gedrag en de graasgewoonten van de edelherten zorgen voor meer biodiversiteit en dynamiek in het landschap38. Landgoederen Gemeente Boxtel telt zeven landgoederen, waarvan het grootste gedeelte in de zogenaamde landgoederengordel in het noorden van Boxtel ligt.

Het gaat om de landgoederen Den Eikenhorst, Sparrenrijk, Venrode, Halse Barrier en Wilhelminapark. Daarnaast bevindt zich in het zuiden van de gemeente landgoed Velder.

De landgoederen hebben verschillende stijlen en bestaan uit een afwisseling van lanen, bossen, graslanden, parken, heide, gazons, bosschages en waterpartijen en hebben dus een erg afwisselend landschap. Op landgoed Velder zijn daarnaast nog veel oude zandpaden te vinden. Landgoed Velder is een landgoed met een heel hoge natuurwaarde door het leembos (Velders Bos) dat al sinds de middeleeuwen bestaat. Er komen typische bosvogels voor, zoals wespendief, houtsnip, havik en wielewaal en zeldzame planten en dieren, zoals eenbes en kleine ijsvogelvlinder (zie afbeelding hiernaast) .

36 van den Oetelaar, G., van der Straaten, J., & Timmers (red), J. (2023). Het stroomgebied van de Dommel. Een landschapsbiografie. Woudrichem: Pictures Publishers 37 Scheepens, M., Sanabria, M., van den Oetelaar, G., van Ooijen, J., Margry, I., & Margry, K. (2020). Het oranje-blauw zwemmend geraamte eubranchipus grubii in het groene woud (branchiopoda: anostraca). Nederlandse Faunistische Mededelingen 54, pp. 6174. 38 Brabants Landschap. (sd). Edelherten in het Groene Woud. Opgehaald van Brabants Landschap: https:// www.brabantslandschap.nl/projecten/edelherten-inhet-groene-woud/

Kleine ijsvogelvlinder

49

6.3.2 Ambities en uitgangspunten De hoofdambitie voor dit deelgebied is het behouden, beschermen, versterken, uitbreiden en verbinden van natuurgebieden en landgoederen. Vanuit de ambitie en ruimtelijke kwaliteiten van het deelgebied is er in de omgevingsvisie een vertaling gemaakt naar een aantal uitgangspunten voor dit deelgebied. De voor dit programma relevante uitgangspunten39 zijn: ‘De bestaande natuurgebieden worden behouden en kwalitatief verbeterd. De verschillende natuurgebieden worden bovendien beter met elkaar verbonden. Een voorbeeld is het verbinden van de Kampina met Sparrenrijk en De Geelders met De Scheeken. Waar nodig gebeurt dit in goede samenwerking met de buurgemeenten. Het verbinden van de natuur wordt gerealiseerd door de aanleg van natuurlijk groen, nieuwe natuur, of door natuurinclusieve landbouw. Ook nieuwe elementen in het landschap, zoals natuurlijke hagen, natuurvriendelijke oevers van sloten, grasland met veel kruiden, bosjes of poelen dragen bij aan de verbinding tussen de natuurgebieden. Dit kan goed samengaan met natuurinclusieve landbouw, zoals beschreven onder landelijk gebied. De natuurgebieden zoals de Kampina en De Scheeken (met de aanwezige edelherten) zijn trekpleisters voor de regio. De natuurgebieden worden, met respect voor de natuur en de biodiversiteit, zoveel mogelijk toegankelijk gemaakt en beter te beleven.

We voorkomen hierbij verstoring van de natuur door te veel recreatie op één plek toe te staan. De recreatie wordt beter

50

verspreid binnen de verschillende natuurgebieden en het landelijk gebied. In het bijzonder zijn maatregelen nodig voor de Kampina waar de biodiversiteit onder grote druk staat door verdroging, te veel stikstof en verstoring. In een bufferzone rondom de Kampina wordt water beter vastgehouden om verdroging tegen te gaan. Stikstof wordt teruggedrongen door in te zetten op natuurinclusieve landbouw. De daling van grondwater wordt voorkomen en waar mogelijk gaat de grondwaterstand omhoog. Recreatie wordt gestimuleerd in gebieden rondom de Kampina, zoals in de bufferzone. Dit om het meest kwetsbare deel van de Kampina te ontlasten. Hoe de bufferzone er precies uit gaat zien wordt uitgewerkt in het gebiedsprogramma Vitaal landelijk gebied. De beken en beekdalen hebben ook een belangrijke functie voor de natuur. Deze vormen een belangrijke verbinding tussen natuurgebieden, binnen de gemeente en ver daarbuiten.’

Gemeente Boxtel. (2025). Omgevingsvisie Boxtel (P.37) Royal Haskoning DHV. https://ovisie-boxtel. ireporting.nl/

39

Voorbeeld van een broekbos

6.3.3 Doelstellingen Onderstaande doelstellingen dragen bij aan de ambities en uitgangspunten van het deelgebied natuur.

Nr. Doel en omschrijving 1

Water en bodem zijn sturend bij alle nieuwe ontwikkelingen Bij ruimtelijke ontwikkelingen sluiten we aan bij de natuurlijke kenmerken van het water- en bodemsysteem. We houden rekening met aanpassingen op de lange termijn om toekomstige klimaateffecten op te kunnen vangen. Het water- en bodemsysteem (inclusief de gebruikswaarde van ecosysteemdiensten, kwaliteit en vitaliteit) mag over de gehele levensduur van het gebruik niet verslechteren.

2

De bodem in de gemeente heeft een verbeterde sponswerking Een gezonde bodem kan veel water opnemen, vasthouden en langzaam laten infiltreren. Dit grondwater kan dan als buffer dienen voor droge periodes. Dit is een belangrijk proces voor waterafhankelijke natuur.

3

De openbare ruimte wordt ecologisch beheerd De standaard voor groenbeheer is ecologisch beheer, met uitzonderingen voor bijvoorbeeld verkeersveiligheid en gebruiksfuncties. Er wordt bij verandering van beheer voorlichting gegeven aan de inwoners over natuurvriendelijk beheer in verband met het creëren van draagvlak.

4

Oppervlaktewaterkwaliteit van KRW-watergangen voldoet aan de kaders vanuit de KRW Er wordt ingezet op natuurinclusieve landbouw en realisatie van nieuwe natuur in de beekdalen waardoor er minder gewasbeschermingsmiddelen in de beken terechtkomen. Daarnaast zijn alle natte EVZ’s in 2030 gerealiseerd. Er wordt gestreefd naar een verbetering van de waterkwaliteit in alle watergangen, aangezien deze afvoeren richting KRW-watergangen, zoals door het realiseren of stimuleren van de aanleg van natuurvriendelijke oevers langs B- en C-watergangen. De waterschappen zijn verantwoordelijk voor de A-watergangen. We zoeken de samenwerking met de waterschappen om de A-Watergangen te verbeteren.

5

Beken en beekdalen hebben in 2040 de ruimte In 2040 zijn de beekdalen klimaatrobuust ingericht met passend landgebruik zoals grasland, natte teelten of natuur. De grondwaterstand is verhoogd ten behoeve van de natte natuurparels in de gemeente. De beken meanderen en mogen overstromen, er vindt waterberging plaats en water wordt langzamer afgevoerd. Door de hogere grondwaterstand kan er waterafhankelijke natuur gerealiseerd worden. De beekdalen komen niet in aanmerking voor nieuwe ontwikkeling, zoals woningbouw, vanwege de waterveiligheid.

6

We zetten in op de aanplant van bomen Bomen en bossen dragen bij aan veel opgaven op het vlak van natuur, biodiversiteit en klimaatadaptatie. De gemeente kijkt bij alle nieuwe ontwikkelingen naar mogelijkheden om bomen aan te planten. Daarnaast zoekt de gemeente naar locaties die beplant kunnen worden, zoals bermen en overhoekjes. Ook worden inwoners gestimuleerd om bomen aan te planten, bijvoorbeeld door gebruik te maken van het voorpootrecht.

51

Nr. Doel en omschrijving 7

Waar mogelijk wordt ingezet op een combinatie van functies die bijdragen aan de kwaliteit van natuur, landschap en/of biodiversiteit De gronddruk in de gemeente is hoog. In het verleden is er vooral vanuit een sectorale benadering van gebiedsinrichting gekeken. Om aan alle opgaven te voldoen is het nodig om integraal te kijken naar gebiedsinrichting en meerdere functies op dezelfde locatie te realiseren. Vooral in de beekdalen waar de grondwaterstand omhoog gaat lijkt er weinig ruimte te zijn voor andere functies. Het is belangrijk om juist hier in te zetten op dubbele functies zoals productie van biobased bouwmaterialen en waterberging.

8

Het Natuurnetwerk Brabant, inclusief ecologische verbindingszones, gelegen in de gemeente Boxtel, is gerealiseerd in 2030 Het Natuurnetwerk Nederland is een netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het Rijk en de provincies hebben afgesproken het Natuurnetwerk Nederland in 2030 gerealiseerd te hebben. De realisatie van nieuwe natuur en nieuwe natuurverbindingen zorgt onder andere voor een verhoging van de biodiversiteit, een betere waterkwaliteit en robuustere natuurgebieden. Het Natuurnetwerk Brabant is onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland. Percelen in eigendom van de gemeente die in het Natuurnetwerk liggen en nog niet ingericht zijn als natuur worden omgevormd naar natuur.

9

Natuurgebieden zijn beter met elkaar verbonden in 2040 Met de realisatie van de EVZ's en groenblauwe dooradering van het landelijk gebied worden natuurgebieden beter met elkaar verbonden. In 2026 zijn bestaande groenblauwe verbindingen in het landelijk gebied in kaart gebracht en de kwaliteit beoordeeld. In de focusgebieden is er in 2040 gemiddeld 10-15% groenblauwe dooradering. Buiten de focusgebieden is er gemiddeld in 2040 5-10% groenblauwe dooradering. Het gemiddelde van het gehele landelijke gebied is in 2040 minimaal 10% groenblauwe dooradering.

10

In de dorpen en vanuit de dorpen naar het buitengebied zijn robuuste groenblauwe verbindingen aangelegd De groene verbindingen langs de Dommel worden versterkt. Daarnaast worden er nieuwe groenblauwe verbindingen toegevoegd vanuit nieuwe woninguitbreidingen naar het landelijk gebied. In de kernen en vanuit de kernen naar het landelijk gebied worden bestaande verbindingen versterkt en nieuwe verbindingen aangelegd. Deze verbindingen bevorderen de biodiversiteit , zorgen voor verspreiding van flora en fauna, maken de kernen aantrekkelijker en beter beleefbaar en helpen mee met klimaatadaptatie.

11

Bij klimaatadaptieve maatregelen wordt biodiversiteit altijd meegenomen Bij klimaatadaptieve maatregelen wordt vaak groen gerealiseerd. Bij de keus voor groen wordt gekozen voor een diversiteit aan soorten, bestaande uit inheems en of/autochtoon materiaal waar mogelijk. Daarnaast wordt gekozen voor soorten met een zo lang mogelijke spreiding van bloei- en vruchttijd om voor voedsel te zorgen voor vogels, zoogdieren en insecten. Het beheer wordt zo veel mogelijk afgestemd op ecologische waarde.

12

De landbouw draagt bij aan de biodiversiteit in de gemeente Door onder andere in te zetten op natuurinclusieve landbouw, biologische teelten, strokenteelt, precisielandbouw, natte teelten en andere vormen van landbouw zoals agroforestry of permacultuur, kan de landbouw veel betekenen voor de biodiversiteit in de gemeente.

52

Nr. Doel en omschrijving 13

Een toegankelijk en beleefbaar natuur- en landelijk gebied Door het landelijk gebied, de landgoederen en specifieke locaties in de natuurgebieden toegankelijker en beter beleefbaar te maken ontstaat er een betere spreiding van recreatie waardoor verstoringsgevoelige natuurgebieden worden ontlast. In 2040 is de recreatie goed over de gemeente verspreid waardoor recreanten tevreden zijn en de verstoringsgevoelige gebieden in kwaliteit vooruit zijn gegaan.

15

Faunaknelpunten worden opgelost In 2026 zijn alle huidige faunaknelpunten in de gemeente geïnventariseerd. In 2030 is er bij alle knelpunten bij gemeentewegen een faunavoorziening gerealiseerd of in uitvoering.

16

Het pachtbeleid van de gemeentelijke gronden is aangescherpt ten behoeve van de biodiversiteit en landschappelijke waarde In het pachtbeleid stelt de gemeente eisen aan bemesting, gewasbeschermingsmiddelen, type teelt en de realisatie en het beheer van landschapselementen.

17

Karakteristieke kenmerken van de verschillende landschapstypen zijn behouden, versterkt en beter zichtbaar gemaakt In het landschap is de historie van de gemeente af te lezen. Het landschap bestaat uit verschillende landschapstypen die zijn ontstaan door natuurlijke factoren en menselijke ingrepen. Deze landschapstypen hebben cultuurhistorische, ecologische en belevingswaarden. De karakteristieke kenmerken worden teruggebracht waardoor deze waarden versterkt worden en de biodiversiteit wordt verhoogd. Landschapselementen en cultuurhistorische kavelpatronen zijn in 2030 geinventariseerd en beschermd. Gebiedsvreemde landschappelijke elementen zijn waar mogelijk en gewenst in 2040 omgevormd naar elementen die passend zijn in het landschapstype. Landschappelijke inpassingen bij ontwikkelingen in het buitengebied en vrijkomende agrarische bouwvlakken bieden kansen voor het aanleggen van landschapselementen.

18

Kwaliteit van natuurpercelen in eigendom van de gemeente Boxtel blijft behouden en wordt indien nodig verbeterd De percelen die al in eigendom van de gemeente zijn en als natuur zijn ingericht worden beoordeeld op kwaliteit. De kwaliteit wordt minimaal behouden en is indien nodig uiterlijk in 2040 verbeterd.

19

Drukfactoren op verstoringsgevoelige natuur zijn verminderd Drukfactoren op de natuur verminderen door het extensiveren van het gebruik in de zone rondom verstoringsgevoelige natuurgebieden, onder andere door delen van de zone autoluw te maken.

20

Op de landgoederen is de biodiversiteit vergroot en de belevingswaarde verhoogd Landgoederen bestaan vaak uit een combinatie van bossen, parken, tuinen en landbouw. Er is veel biodiversiteit te vinden en er is een hoge recreatieve waarde. Door landgoedeigenaren te stimuleren om over te stappen van reguliere landbouw naar agrarisch natuurbeheer kan de biodiversiteit verhoogd worden en tegelijk de belevingswaarde worden versterkt.

21

Zandpaden en aanliggende bermen zijn hersteld en verbeterd uit ecologisch, cultuurhistorisch en recreatief oogpunt In 2026 zijn de zandpaden en aanliggende bermen geïnventariseerd, gewaardeerd en vastgelegd. In 2040 is 50% van de bestaande openbare zandpaden (in eigendom van de gemeente) en aanliggende bermen hersteld en waar nodig verbeterd. Verdwenen (illegaal in gebruik genomen) zandpaden worden indien mogelijk ook hersteld.

53

Nr. Doel en omschrijving 22

De biodiversiteit in het N2000 gebied Kampina is vergroot Voor de Kampina is een bufferzone aangewezen. Om de biodiversiteit in de Kampina te vergroten wordt in de bufferzone water beter vastgehouden en stikstof teruggedrongen. Hiervoor wordt ingezet op natuurinclusieve landbouw. De exacte doelstellingen voor dit gebied komen voort uit de GGA Kampina en Oisterwijkse Vennen.

23

Cultuurhistorisch waardevol populierenlandschap wordt in stand gehouden en is in 2040 versterkt Door het voorpootrecht dat al uit 1491 stamt mogen particulieren populieren planten in de berm op gemeentegrond langs hun perceel. Hierdoor is een waardevol en kenmerkend populierenlandschap ontstaan. De gemeente legt vast van wie het pootrecht is en of er gebruik van gemaakt wordt. Op locaties waar geen gebruikt gemaakt wordt van het voorpootrecht stimuleert de gemeente inwoners om populieren te planten of neemt zelf het recht en het beheer over.

24

De dorpsuitbreidingen zijn kleinschalig en passend bij het groene karakter. Ze hebben gezorgd voor landschapsversterking, een verhoging van de biodiversiteit en groene en recreatieve verbindingen met het landelijke gebied. De woningbouwopgave wordt gecombineerd met landschapsversterking door de aanleg van groene en blauwe elementen, passend bij het landschapstype.

25

In de openbare ruimte worden optimale maatregelen voor natuur, landschap en biodiversiteit genomen Bij alle nieuwe (her)inrichtingsplannen komen optimale maatregelen voor natuur, landschap en/of biodiversiteit. Daarnaast gaat de gemeente op zoek naar mogelijkheden om op bestaande locaties verbeteringen op vlak van natuur, landschap en biodiversiteit door te voeren.

54

6.4

Landelijk gebied

Het landelijk gebied bestaat uit gebieden met een lage omgevingsadressendichtheid en een voornamelijk agrarisch karakter. Bossen en andere natuurlijke elementen die geen deel uitmaken van het Natuurnetwerk Brabant kunnen hier onderdeel van zijn.

6.4.1 Onderdelen Het landelijk gebied is onderverdeeld in de verschillende landschapstypen die voorkomen in de gemeente (zie figuur 13). Deze landschapstypen hebben allemaal eigen karakteristieken die relevant zijn voor de maatregelen die genomen kunnen worden om het landschap te versterken. Essen- en kampenlandschap (oude) ontginningen) Het essen- en kampenlandschap zijn ontstaan vanaf de middeleeuwen en ontwikkelde zich vanuit gebruik door gemeenschappelijke gemengde boerenbedrijven. Op de essen (bolle akkers) lagen de akkergronden. Deze lagen vaak relatief dicht bij de dorpen. De verder gelegen woeste gronden werden onder meer gebruikt om schapen en koeien te laten grazen. De mest werd verzameld in de schaapskooi of potstal en vermengd met heideplaggen en bosstrooisel op de essen gebracht, waardoor deze steeds hoger en boller werden. De akkercomplexen bestaan hierdoor uit relatief grote, onregelmatige blokvormige kavels die hoger liggen dan het omringende landschap. Doordat het gemeenschappelijke akkers waren zijn de essen erg open; er waren immers geen

afscheidingen nodig. Rondom het akkercomplex liggen houtwallen en houtsingels om wild en vee buiten te houden. Voorbeelden van zulke bolle akkers zijn te vinden rondom Liempde. De kampen zijn individuele omheinde akkers en hier bestaat het landschap uit veel kleinere, onregelmatige percelen, met daartussen een onregelmatig wegenpatroon. De kleine percelen zijn, afhankelijk van de waterhuishouding, geschikt als akker of weiland. Kenmerkend voor de boerenbedrijven was de gemengde bedrijfsvoering, een combinatie van akkerbouw en veeteelt. Om de gewassen op de akkers te beschermen tegen wildvraat en wind werden deze omringd met doornige struiken en/of eikenhakhout. Het oude essen- en kampenlandschap is momenteel niet goed terug te zien in Boxtel, maar bevond zich bijvoorbeeld tussen Kinderbos en Lennisheuvel. Een mooi voorbeeld van het essen- en kampenlandschap is De Mortelen in Oirschot. Karakteristieke soorten: sleedoorn, meidoorn, vuilboom, lijsterbes (houtsingels), patrijs, boomkikker, das, steenuil. Kenmerken: Open op de essen en gesloten eromheen. Grotere aaneengesloten akkers. Bolle akkers. Kronkelend wegenpatroon. Besloten karakter. Verspreide bebouwing. Wegen met lanen.

• • • • • • •

55

Omgevingsvisie | gemeente Boxtel Het groenblauwe, verbonden en ondernemende hart van de regio

Figuur 12: Deelgebied landelijk omgevingsvisie Boxtel

56

Deelgebied Landelijk

Legenda Gemeente Boxtel Jonge heideontginningen Broekontginningen Essen- en kampenlandschap Dorpen Beekdalen Beken Spoorlijn Snelweg Provinciale weg

Esch

Boxtel

Lennisheuvel

Liempde

Figuur 13: Deelgebied landelijk Programma natuur, landschap en biodiversiteit

57

Bomengroep langs de Keel, de Scheeken, nabij Liempde

58

Heideontginningslandschap Heideontginningen zijn woeste gronden die pas in de negentiende eeuw zijn ontgonnen. Grote delen hiervan zijn bebost ten behoeve van mijnbouw (en vaak later alsnog omgezet in akkers). De rest werd ontgonnen en in gebruik genomen als landbouwgrond, met name ten behoeve van akkerbouw. Deze gebieden kennen grote rechte blokverkavelingen van circa 450x450m. Langs de rechte wegen liggen boerderijen die soms solitair en soms in linten zijn gebouwd. De bebouwing is vaak voorzien van erf- of tuinbeplanting, afhankelijk van het al dan niet aanwezig zijn van woonbebouwing. De wegen met laanbeplanting van vooral eiken vormen het grofmazige raamwerk van het landschap. Onderdeel van het heideontginningslandschap vormen ook de grote natuurgebieden en landgoederen. Aangezien de natuurgebieden in dit beleidskader een apart deelgebied zijn. worden die hier nu verder niet besproken. De jonge heideontginningen hebben de minste natuurwaarde en de laagste biodiversiteit. Het landschap is grootschalig en open en heeft weinig variatie. De erven met robuuste erfbeplanting en de bomenlanen zijn hierin het meest waardevol. De bomenlanen bestaan vaak uit eiken. Karakteristieke soorten voor het open agrarische landschap zijn witte kwikstaart, meidoorn, lijsterbes, vuilboom, roek en torenvalk. Op de erven komen soorten als

huismus, boerenzwaluw, steenuil en steenmarter voor. De bomenlanen zijn belangrijk voor vleermuizen. Karakteristieke soort: eik. Kenmerken: • Vlak en halfopen landschap. • Rationele verkavelingsstructuur (blokverkaveling). • Grootschalige landbouw als belangrijke drager. • Rechte wegen. • Grote bos- en natuurcomplexen (worden beschreven bij deelgebied natuur). • Bebouwing langs wegen.

Broekontginningslandschap Broek is een oud-Nederlands woord voor vochtig laagland of moeras. Deze landschapskarakteristiek is tamelijk recent ontstaan. Voor een deel door ontginning van nog overgebleven natte woeste gronden, maar voor een deel ook als gevolg van herverkaveling van oude broekontginningsgebieden. Het belangrijkste verschil met de heideontginningen is dat de broekgebieden een vochtig karakter hebben, dat wordt veroorzaakt door de ondiepe leemlaag. Hierdoor heeft het landschap veel diepe sloten. De gebieden hebben rationele en rechthoekige kavels, maar niet zo langgerekt als in de beekdalen. Het broekontginningslandschap bestaat uit een

afwisseling van natte broekbossen, weide en hooiland. Tegenwoordig zijn de bossen vaak beschermd natuurgebied met daaromheen open grasland met houtwallen. Langs de rechte wegen liggen boerderijen die soms solitair, soms in linten zijn gebouwd. De bebouwing is vaak voorzien van erfbeplanting40. De natuurwaarden van de broekontginningen zijn hoog. Deze gebieden zijn erg kleinschalig met wisselend landgebruik. De natuurwaarden zijn beschreven in paragraaf 6.1.1.2. Karakteristieke soorten: Populieren. Kenmerken: • Rechte wegen. • Populierenlanen en –bosjes. • Houtwallen. • Blokverkaveling. • Slotenpatroon. • Verspreide bebouwing langs wegen. • Populierenteelt.

Lagarde, T. (2013). Dorpsrandenatlas van de Brabantse Kempen. Eindhoven: Eindhoven University of Technology.

40

59

6.4.2 Ambities en uitgangspunten De hoofdambitie voor dit deelgebied is het versterken (onder andere door verhoging van de biodiversiteit) en met elkaar verbinden van groen- en blauw(structuren) binnen en buiten de bebouwde kom en erfgoed. Vanuit de ambitie en ruimtelijke kwaliteiten van het deelgebied is er in de omgevingsvisie een vertaling gemaakt naar een aantal uitgangspunten voor dit deelgebied. De voor dit programma relevante uitgangspunten41 zijn: ‘Het agrarisch natuurbeheer draagt bij aan de kwaliteit van het landschap door bijvoorbeeld natuurlijke hagen weer meer terug te brengen, zoals de vlechthagen die helpen om Eikenhorst en de Kampina te verbinden. De gronden in de beekdalen, de bufferzone rondom de Kampina en zones rondom de andere natuurgebieden zoals De Scheeken en De Geelders kunnen hiervoor worden ingezet. Agrarisch natuurbeheer kan een goede alternatieve inkomstenbron vormen voor de landgoederen en agrariërs die op zoek zijn naar een andere bedrijfsvoering. Het landelijk gebied krijgt ook een belangrijke recreatieve functie. Dit als ‘uitloopgebied’ voor de kernen. Het groen en de recreatieve routes binnen de kernen worden meer verbonden met het landelijk gebied. Bestaande zandpaden worden (ook uit ecologisch oogpunt) beschermd en verbeterd.’

Gemeente Boxtel. (2025). Omgevingsvisie Boxtel (P.39) Royal Haskoning DHV. https://ovisie-boxtel. ireporting.nl/ 41

60

Zandpad Smalvelderstraat nabij LIempde

6.4.3 Doelstellingen Onderstaande doelstellingen dragen bij aan de ambities en uitgangspunten van het deelgebied landelijk.

Nr. Doel en omschrijving 1

Water en bodem zijn sturend bij alle nieuwe ontwikkelingen In de beekdalen wordt ingezet op het vasthouden en vertraagd afvoeren van water, op de bijbehorende hoge koppen en flanken op het laten infiltreren van water.

2

De bodem in de gemeente heeft een verbeterde sponswerking Een gezonde bodem kan veel water opnemen, vasthouden en langzaam laten infiltreren. Dit grondwater kan dan als buffer dienen voor droge periodes. Dit is een belangrijk proces voor waterafhankelijke natuur.

3

De openbare ruimte wordt ecologisch beheerd De standaard voor groenbeheer is ecologisch beheer, met uitzonderingen voor bijvoorbeeld verkeersveiligheid en gebruiksfuncties. Er wordt bij verandering van beheer voorlichting gegeven aan de inwoners over natuurvriendelijk beheer in verband met het creëren van draagvlak.

4

Oppervlaktewaterkwaliteit van KRW-watergangen voldoet aan de kaders vanuit de KRW Er wordt ingezet op natuurinclusieve landbouw en realisatie van nieuwe natuur in de beekdalen waardoor er minder gewasbeschermingsmiddelen in de beken terechtkomen. Daarnaast zijn alle natte EVZ’s in 2030 gerealiseerd. Er wordt gestreefd naar een verbetering van de waterkwaliteit in alle watergangen, aangezien deze afvoeren richting KRW-watergangen, zoals door het realiseren of stimuleren van de aanleg van natuurvriendelijke oevers langs B- en C-watergangen. De waterschappen zijn verantwoordelijk voor de A-watergangen. We zoeken de samenwerking met de waterschappen om de A-Watergangen te verbeteren.

5

Beken en beekdalen hebben in 2040 de ruimte In 2040 zijn de beekdalen klimaatrobuust ingericht met passend landgebruik zoals grasland, natte teelten of natuur. De grondwaterstand is verhoogd ten behoeve van de natte natuurparels in de gemeente. De beken meanderen en mogen overstromen, er vindt waterberging plaats en water wordt langzamer afgevoerd. Door de hogere grondwaterstand kan er waterafhankelijke natuur gerealiseerd worden. De beekdalen komen niet in aanmerking voor nieuwe ontwikkeling, zoals woningbouw, vanwege de waterveiligheid.

6

We zetten in op de aanplant van bomen Bomen en bossen dragen bij aan veel opgaven op het vlak van natuur, biodiversiteit en klimaatadaptatie. De gemeente kijkt bij alle nieuwe ontwikkelingen naar mogelijkheden om bomen aan te planten. Daarnaast zoekt de gemeente naar locaties die beplant kunnen worden, zoals bermen en overhoekjes. Ook worden inwoners gestimuleerd om bomen aan te planten, bijvoorbeeld door gebruik te maken van het voorpootrecht.

61

Nr. Doel en omschrijving 7

Waar mogelijk wordt ingezet op een combinatie van functies die bijdragen aan de kwaliteit van natuur, landschap en/of biodiversiteit De gronddruk in de gemeente is hoog. In het verleden is er vooral vanuit een sectorale benadering van gebiedsinrichting gekeken. Om aan alle opgaven te voldoen is het nodig om integraal te kijken naar gebiedsinrichting en meerdere functies op dezelfde locatie te realiseren. Vooral in de beekdalen waar de grondwaterstand erg omhoog gaat lijkt er weinig ruimte te zijn voor andere functies. Het is belangrijk om juist hier in te zetten op dubbele functies zoals productie van biobased bouwmaterialen en waterberging.

8

Het Natuurnetwerk Brabant, inclusief ecologische verbindingszones, gelegen in de gemeente Boxtel, is gerealiseerd in 2030 Het Natuurnetwerk Nederland is een netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het Rijk en de provincies hebben afgesproken het Natuurnetwerk Nederland in 2030 gerealiseerd te hebben. De realisatie van nieuwe natuur en nieuwe natuurverbindingen zorgt onder andere voor een verhoging van de biodiversiteit, een betere waterkwaliteit en robuustere natuurgebieden. Het Natuurnetwerk Brabant is onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland. Percelen in eigendom van de gemeente die in het Natuurnetwerk liggen en nog niet ingericht zijn als natuur worden omgevormd naar natuur.

9

Natuurgebieden zijn beter met elkaar verbonden in 2040 Met de realisatie van de EVZ's en groenblauwe dooradering van het landelijk gebied worden natuurgebieden beter met elkaar verbonden. In 2025 zijn bestaande groenblauwe verbindingen in het landelijk gebied in kaart gebracht en de kwaliteit beoordeeld. In de focusgebieden is er in 2040 gemiddeld 10-15% groenblauwe dooradering. Buiten de focusgebieden is er gemiddeld in 2040 5-10% groenblauwe dooradering. Het gemiddelde van het gehele landelijke gebied is in 2040 minimaal 10% groenblauwe dooradering.

10

In de dorpen en vanuit de dorpen naar het buitengebied zijn robuuste groenblauwe verbindingen aangelegd De groene verbindingen langs de Dommel worden versterkt. Daarnaast worden er nieuwe groenblauwe verbindingen toegevoegd vanuit nieuwe woninguitbreidingen naar het landelijk gebied. In de kernen en vanuit de kernen naar het landelijk gebied worden bestaande verbindingen versterkt en nieuwe verbindingen aangelegd. Deze verbindingen bevorderen de biodiversiteit , zorgen voor verspreiding van flora en fauna, maken de kernen aantrekkelijker en beter beleefbaar en helpen mee met klimaatadaptatie.

11

Bij klimaatadaptieve maatregelen wordt biodiversiteit altijd meegenomen Bij klimaatadaptieve maatregelen wordt vaak groen gerealiseerd. Bij de keus voor groen wordt gekozen voor een diversiteit aan soorten, bestaande uit inheems en of/autochtoon materiaal waar mogelijk. Daarnaast wordt gekozen voor soorten met een zo lang mogelijke spreiding van bloei- en vruchttijd om voor voedsel te zorgen voor vogels, zoogdieren en insecten. Het beheer wordt zo veel mogelijk afgestemd op ecologische waarde.

12

De landbouw draagt bij aan de biodiversiteit in de gemeente Door onder andere in te zetten op natuurinclusieve landbouw, biologische teelten, strokenteelt, precisielandbouw, natte teelten en andere vormen van landbouw zoals agroforestry of permacultuur, kan de landbouw veel betekenen voor de biodiversiteit in de gemeente.

62

Nr. Doel en omschrijving 13

Een toegankelijk en beleefbaar natuur- en landelijk gebied Door het landelijk gebied, de landgoederen en specifieke locaties in de natuurgebieden toegankelijker en beter beleefbaar te maken ontstaat er een betere spreiding van recreatie waardoor verstoringsgevoelige natuurgebieden worden ontlast. In 2040 is de recreatie goed over de gemeente verspreid waardoor recreanten tevreden zijn en de verstoringsgevoelige gebieden in kwaliteit vooruit zijn gegaan.

14

Basiskwaliteit natuur in 2040 De Basiskwaliteit natuur is een minimumniveau voor biodiversiteit in het landelijk en stedelijk gebied, nodig voor een gezonde leefomgeving en een veerkrachtige natuur. De biodiversiteit wordt vergroot door realisatie van nieuwe natuur, het gebruik van landschapselementen, aanleg van groen en de omslag naar natuurinclusieve landbouw.

15

Faunaknelpunten worden opgelost In 2026 zijn alle huidige faunaknelpunten in de gemeente geïnventariseerd. In 2040 is er bij alle knelpunten bij gemeentewegen een faunavoorziening gerealiseerd of in uitvoering.

16

Het pachtbeleid van de gemeentelijke gronden is aangescherpt ten behoeve van de biodiversiteit en landschappelijke waarde In het pachtbeleid stelt de gemeente eisen aan bemesting, gewasbeschermingsmiddelen, type teelt en de realisatie en het beheer van landschapselementen.

17

Karakteristieke kenmerken van de verschillende landschapstypen zijn behouden, versterkt en beter zichtbaar gemaakt In het landschap is de historie van de gemeente af te lezen. Het landschap bestaat uit verschillende landschapstypen die zijn ontstaan door natuurlijke factoren en menselijke ingrepen. Deze landschapstypen hebben cultuurhistorische, ecologische en belevingswaarden. De karakteristieke kenmerken worden teruggebracht waardoor deze waarden versterkt worden en de biodiversiteit wordt verhoogd. Landschapselementen en cultuurhistorische kavelpatronen zijn in 2030 geinventariseerd en beschermd. Gebiedsvreemde landschappelijke elementen zijn waar mogelijk en gewenst in 2040 omgevormd naar elementen die passend zijn in het landschapstype. Landschappelijke inpassingen bij ontwikkelingen in het buitengebied en vrijkomende agrarische bouwvlakken bieden kansen voor het aanleggen van landschapselementen.

19

Drukfactoren op verstoringsgevoelige natuur zijn verminderd Drukfactoren op de natuur verminderen door het extensiveren van het gebruik in de zone rondom verstoringsgevoelige natuurgebieden, onder andere door delen van de zone autoluw te maken.

20

Op de landgoederen is de biodiversiteit vergroot en de belevingswaarde verhoogd Landgoederen bestaan vaak uit een combinatie van bossen, parken, tuinen en landbouw. Er is veel biodiversiteit te vinden en er is een hoge recreatieve waarde. Door landgoedeigenaren te stimuleren om over te stappen van reguliere landbouw naar agrarisch natuurbeheer kan de biodiversiteit verhoogd worden en tegelijk de belevingswaarde worden versterkt.

63

Nr. Doel en omschrijving 21

Zandpaden en aanliggende bermen zijn hersteld en verbeterd uit ecologisch, cultuurhistorisch en recreatief oogpunt In 2026 zijn de zandpaden en aanliggende bermen geïnventariseerd, gewaardeerd en vastgelegd. In 2040 is 50% van de bestaande openbare zandpaden (in eigendom van de gemeente) en aanliggende bermen hersteld en waar nodig verbeterd. Verdwenen (illegaal in gebruik genomen) zandpaden worden indien mogelijk ook hersteld.

22

De biodiversiteit in het N2000 gebied Kampina is vergroot Voor de Kampina is een bufferzone aangewezen. Om de biodiversiteit in de Kampina te vergroten wordt in de bufferzone water beter vastgehouden en stikstof teruggedrongen. Hiervoor wordt ingezet op natuurinclusieve landbouw. De exacte doelstellingen voor dit gebied komen voort uit de GGA Kampina en Oisterwijkse Vennen.

23

Cultuurhistorisch waardevol populierenlandschap wordt in stand gehouden en is in 2040 versterkt Door het voorpootrecht dat al uit 1491 stamt mogen particulieren bomen (vaak populieren) planten in de berm op gemeentegrond langs hun perceel. Hierdoor is een waardevol en kenmerkend populierenlandschap ontstaan. De gemeente heeft van wie het pootrecht is en of er gebruik van gemaakt wordt goed in beeld. Op locaties waar geen gebruikt gemaakt wordt van het voorpootrecht stimuleert de gemeente inwoners om populieren te planten of neemt zelf het eigendom en beheer over.

24

De dorpsuitbreidingen zijn kleinschalig en passend bij het groene karakter. Ze hebben gezorgd voor landschapsversterking, een verhoging van de biodiversiteit en groene en recreatieve verbindingen met het landelijke gebied. De woningbouwopgave wordt gecombineerd met landschapsversterking door de aanleg van groene en blauwe elementen, passend bij het landschapstype.

25

In de openbare ruimte worden optimale maatregelen voor natuur, landschap en biodiversiteit genomen Bij alle nieuwe (her)inrichtingsplannen komen optimale maatregelen voor natuur, landschap en/of biodiversiteit. Daarnaast gaat de gemeente op zoek naar mogelijkheden om op bestaande locaties verbeteringen op vlak van natuur, landschap en biodiversiteit door te voeren.

26

‘De Landelijke Maatlat voor een Groene Klimaatadaptieve Gebouwde Omgeving' is de nieuwe standaard bij nieuwbouw en renovatieprojecten In het thema biodiversiteit en natuurinclusiviteit staan richtlijnen beschreven voor natuurinclusief bouwen.

27

Bewoners worden gestimuleerd om te vergroenen Inwoners worden via subsidies gestimuleerd om zelf hun tuin, gevel of dak te vergroenen met inheemse soorten.

64

6.5

Dorpen

6.5.1 Onderdelen Het deelgebied dorpen (figuur 16) is samengevoegd uit de deelgebieden stedelijk centrum Boxtel, robuuste woonwijken, vitale kernen Esch, Lennisheuvel en Liempde en bedrijfsfuncties vanuit de omgevingsvisie (figuur 15). Dit hebben we onderverdeeld in dorpen en bedrijventerreinen. Er is gekozen om de deelgebieden stedelijk centrum, robuuste woonwijken en vitale kernen samen te voegen onder dorpen, omdat er qua natuur weinig onderscheid is tussen deze deelgebieden. Bedrijventerreinen zijn wel een apart onderdeel, omdat de samenstelling van natuur anders is en er andere maatregelen mogelijk zijn.

Smalwater genoemd, stroomt door Boxtel om zich bij de Dommel te voegen. De Dommel is deels ingesnoerd door achtertuinen of bebouwing, maar heeft ook op een aantal locaties, vooral in het zuiden en noorden, de ruimte voor een natuurlijk ingericht dal. Smalwater heeft een natuurlijk ingerichte stapsteen, maar ligt verder strak ingesnoerd tussen achtertuinen en bebouwing. De beek heeft steile en smalle oevers. Boxtel wordt aan de oostzijde begrensd door

de A2 en het omleidingskanaal van de Dommel, in het noorden ligt natuurgebied Sparrenrijk, in het westen langs industrieterrein Ladonk ligt het dal van de Beerze en in het zuiden is, naast het dal van de Dommel, voornamelijk landbouw te vinden. De wijk Selissenwal heeft het hoogste percentage groen (openbaar en particulier samen) van Boxtel, namelijk 45%, waarvan 34% boom (zie figuur 14) 42. Dit komt omdat het bosrijke gebied ten westen van de Parkweg hierin is meegeteld.

Dorpen De dorpen in de gemeente Boxtel liggen in een landelijke omgeving met veel natuur in de buurt en kenmerken zich door een sterke binding met het buitengebied. De oude kernen zijn het meest interessant voor gebouwbewonende soorten als gierzwaluw en vleermuizen. Vaak zijn dit ook de delen van de dorpen die het minst groen zijn, waardoor ze minder waardevol zijn voor soorten die meer baat hebben bij vegetatie, zoals huismus. Deze komen juist meer voor in wijken met veel groen, zoals in tuinen en parken waar ze leefruimte en voedsel dicht bij elkaar hebben. Bomenlanen zijn relevant voor vleermuizen, die hebben zij nodig ter oriëntatie (zie groenstructuurkaart in bijlage 2). Boxtel ligt midden in de gemeente en is de grootste kern. De Dommel stroomt van zuid naar noord door het dorp en ook de Beerze, hier

Figuur 14: Percentage groen per buurt

42

https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/

65

Omgevingsvisie | gemeente Boxtel Het groenblauwe, verbonden en ondernemende hart van de regio

Figuur 15: Deelgebieden stedelijk centrum Boxtel, robuuste woonwijken, vitale kernen Esch, Lennisheuvel en Liempde en bedrijfsfuncties uit de omgevingsvisie Boxtel

66

Deelgebied Dorpen

Legenda Gemeente Boxtel Dorpen Bedrijventerreinen Beekdalen Beken Spoorlijn Snelweg Provinciale weg Esch Duit/Dukaat

Boxtel Ladonk/Vorst

Lennisheuvel

Bergstraat/Heidonk

Liempde Daasdonk

Figuur 16: Deelgebied dorpen Programma natuur, landschap en biodiversiteit

67

De andere wijken hebben tussen de 34 en 38% groen, met 18 tot 23% boom. Prioritaire soorten (zoals genoemd in de Toelichting Maatregelenkaart voor Biodiversiteit en Leefgebieden NoordBrabant43 voor het stedelijk gebied, zie tabel 7.1) die in Boxtel zijn waargenomen in de afgelopen 10 jaar zijn onder andere de libellensoorten bruine winterjuffer, glassnijder en vroeger glazenmaker, de vissen bermpje, rivierdonderpad, kleine modderkruiper, bittervoorn en vetje, de vogels bonte vliegenvanger, gierzwaluw, huiszwaluw, ijsvogel, kerkuil, oeverzwaluw, slechtvalk en steenuil en de vleermuizen gewone dwergvleermuis en watervleermuis44. Liempde is een typisch kransakker- of esdorp: een dorp dat rondom de randen van de essen of bolle akkers werd gebouwd. Het ligt op een dekzandrug ten westen van de Dommel. De directe omgeving van Liempde bestaat, naast het Dommeldal, uit het open landschap van de bolle akkers met daaromheen een kleinschalig coulisselandschap. Het dorp zelf heeft ongeveer 37% groen, waarvan de helft uit bomen bestaat en de andere helft uit laag groen. Prioritaire soorten die hier in de afgelopen 10 jaar zijn waargenomen zijn bonte vliegenvanger, gierzwaluw, huiszwaluw, ijsvogel, kerkuil, slechtvalk en steenuil44. Esch ligt op een zandige hoogte in het dal van de Essche Stroom. In de nabije omgeving is vooral landbouw te vinden.

Esch heeft vrij weinig groen in de kern, namelijk 31%, waarvan 12% boom. Prioritaire soorten die hier in de afgelopen 10 jaar zijn waargenomen zijn bruine winterjuffer,

68

gierzwaluw, huiszwaluw, steenuil en gewone dwergvleermuis44. Lennisheuvel ligt direct ten zuiden van industrieterrein Ladonk en ten oosten van het beekdal van de Beerze en dicht tegen Kampina. Het is een klein boerendorp met landbouw rondom, maar ook in de kern van het dorp. Het dorp, landbouw in de kern niet meegeteld, bestaat voor 41% uit groen, waarvan 17% boom is. Prioritaire soorten die hier in de afgelopen 10 jaar zijn waargenomen zijn Alpenwatersalamander, bonte vliegenvanger, gierzwaluw, huiszwaluw, ijsvogel, steenuil en gewone dwergvleermuis44. Bedrijventerreinen In de gemeente liggen vijf bedrijventerreinen, namelijk Ladonk/Vorst en Duit/Dukaat in Boxtel, Daasdonk en Bergstraat/Heidonk in Liempde en Broxven in Esch. Het terrein Vorst B wordt ontwikkeld tot GreenTech Park Brabant, een bedrijventerrein gericht op biobased economie en circulariteit. Het bedrijventerrein wordt landschappelijk ingepast en er wordt rekening gehouden met groen en biodiversiteit. Bedrijventerreinen zijn over het algemeen erg versteend. Dat geldt ook voor de industrieterreinen in de gemeente Boxtel. Dit zorgt voor weinig biodiversiteit, voor hittestress en een minder fijne werkomgeving. Karakteristieke soorten van het industrieterrein zijn scholekster en zwarte roodstaart.

6.5.2 Ambities en uitgangspunten De hoofdambitie voor dit deelgebied is het versterken (onder andere door verhoging van de biodiversiteit) en met elkaar verbinden van groen- en blauw(structuren) binnen en buiten de bebouwde kom. Vanuit de ambitie en ruimtelijke kwaliteiten van het deelgebied is er in de omgevingsvisie een vertaling gemaakt naar een aantal uitgangspunten voor dit deelgebied. De voor dit programma relevante uitgangspunten45 zijn: ‘De Dommel is in de toekomst nog zichtbaarder, er is meer recreatie en er zijn nieuwe wandelpaden langs De Dommel. De groene, recreatieve en culturele verbindingen langs en op de Dommel zorgen ook voor de verbinding met het landelijk gebied. In de robuuste woonwijken wordt groen toegevoegd en de kwaliteit van het bestaande groen is verbeterd met meer aandacht voor biodiversiteit. Voor nieuwe woningen zijn in Liempde, Esch en Lennisheuvel kleinschalige uitbreidingen aan de randen mogelijk. Deze uitbreidingen moeten passen bij het eigen groene en dorpse karakter. De ontwikkelingen gaan hand in hand met 43 https://repository.officiele-overheidspublicaties.nl/ externebijlagen/exb-2019-8522/1/bijlage/exb-20198522.pdf 44 waarneming.nl. (2024, augustus). Opgehaald van Waarneming: https://waarneming.nl/ 45 Gemeente Boxtel. (2025). Omgevingsvisie Boxtel (P.37) Royal Haskoning DHV. https://ovisie-boxtel. ireporting.nl/

maatregelen om het landschap te versterken en met het toevoegen van groene en recreatieve verbindingen met het landelijk gebied. Deze verbindingen bestaan bijvoorbeeld uit nieuwe wandelpaden in combinatie met de aanleg van bosjes en hagen.’

Met de klok mee: Bonte vliegenvanger, gierzwaluw, Inheems bloemenmengsel bij Selissenwal

69

6.5.3 Doelstellingen Onderstaande doelstellingen dragen bij aan de ambities en uitgangspunten van het deelgebied dorpen.

Nr. Doel en omschrijving 1

Water en bodem zijn sturend bij alle nieuwe ontwikkelingen In de beekdalen wordt ingezet op het vasthouden en vertraagd afvoeren van water, op de bijbehorende hoge koppen en flanken op het laten infiltreren van water.

2

De bodem in de gemeente heeft een verbeterde sponswerking Een gezonde bodem kan veel water opnemen, vasthouden en langzaam laten infiltreren. Dit grondwater kan dan als buffer dienen voor droge periodes. Dit is een belangrijk proces voor waterafhankelijke natuur.

3

De openbare ruimte wordt ecologisch beheerd De standaard voor groenbeheer is ecologisch beheer, met uitzonderingen voor bijvoorbeeld verkeersveiligheid en gebruiksfuncties. Er wordt bij verandering van beheer voorlichting gegeven aan de inwoners over natuurvriendelijk beheer in verband met het creëren van draagvlak.

4

Oppervlaktewaterkwaliteit van KRW-watergangen voldoet aan de kaders vanuit de KRW Er wordt ingezet op natuurinclusieve landbouw en realisatie van nieuwe natuur in de beekdalen waardoor er minder gewasbeschermingsmiddelen in de beken terechtkomen. Daarnaast zijn alle natte EVZ’s in 2030 gerealiseerd. Er wordt gestreefd naar een verbetering van de waterkwaliteit in alle watergangen, aangezien deze afvoeren richting KRW-watergangen, zoals door het realiseren of stimuleren van de aanleg van natuurvriendelijke oevers langs B- en C-watergangen. De waterschappen zijn verantwoordelijk voor de A-watergangen. We zoeken de samenwerking met de waterschappen om de A-Watergangen te verbeteren.

5

Beken en beekdalen hebben in 2040 de ruimte In 2040 zijn de beekdalen klimaatrobuust ingericht met passend landgebruik zoals grasland, natte teelten of natuur. De grondwaterstand is verhoogd ten behoeve van de natte natuurparels in de gemeente. De beken meanderen en mogen overstromen, er vindt waterberging plaats en water wordt langzamer afgevoerd. Door de hogere grondwaterstand kan er waterafhankelijke natuur gerealiseerd worden. De beekdalen komen niet in aanmerking voor nieuwe ontwikkeling, zoals woningbouw, vanwege de waterveiligheid.

6

We zetten in op de aanplant van bomen Bomen en bossen dragen bij aan veel opgaven op het vlak van natuur, biodiversiteit en klimaatadaptatie. De gemeente kijkt bij alle nieuwe ontwikkelingen naar mogelijkheden om bomen aan te planten. Daarnaast zoekt de gemeente naar locaties die beplant kunnen worden, zoals bermen en overhoekjes. Ook worden inwoners gestimuleerd om bomen aan te planten, bijvoorbeeld door gebruik te maken van het voorpootrecht.

70

Nr. Doel en omschrijving 14

Basiskwaliteit natuur in 2040 De Basiskwaliteit natuur is een minimumniveau voor biodiversiteit in het landelijk en stedelijk gebied, nodig voor een gezonde leefomgeving en een veerkrachtige natuur. De biodiversiteit wordt vergroot door realisatie van nieuwe natuur, het gebruik van landschapselementen, aanleg van groen en de omslag naar natuurinclusieve landbouw.

24

De dorpsuitbreidingen zijn kleinschalig en passend bij het groene karakter. Ze hebben gezorgd voor landschapsversterking, een verhoging van de biodiversiteit en groene en recreatieve verbindingen met het landelijke gebied. De woningbouwopgave wordt gecombineerd met landschapsversterking door de aanleg van groene en blauwe elementen, passend bij het landschapstype.

25

In de openbare ruimte worden optimale maatregelen voor natuur, landschap en biodiversiteit genomen Bij alle nieuwe (her)inrichtingsplannen komen optimale maatregelen voor natuur, landschap en/of biodiversiteit. Daarnaast gaat de gemeente op zoek naar mogelijkheden om op bestaande locaties verbeteringen op vlak van natuur, landschap en biodiversiteit door te voeren.

26

‘De Landelijke Maatlat voor een Groene Klimaatadaptieve Gebouwde Omgeving' is de nieuwe standaard bij nieuwbouw en renovatieprojecten In het thema biodiversiteit en natuurinclusiviteit staan richtlijnen beschreven voor natuurinclusief bouwen.

27

Bewoners worden gestimuleerd om te vergroenen Inwoners worden via subsidies gestimuleerd om zelf hun tuin, gevel of dak te vergroenen met inheemse soorten.

28

De dorpen zijn groenblauw ingericht Er zijn meer groenstroken, vijvers en bomen. In 2030 is in de dorpen minimaal 10% van de bestaande verharding vergroend. Minimaal 50% van de scholen heeft in 2030 een groenblauw schoolplein.

29

Bedrijventerreinen zijn groen en biodivers ingericht. Vooral bij de bedrijventerreinen Ladonk, Vorst A en Daasdonk ligt op korte termijn de nadruk op verduurzaming en verbetering van de bestaande terreinen op vlak van biodiversiteit en klimaatadaptatie.

71

De Dommel in Boxtel

72

7. Van ambitie naar uitvoering In de uitvoeringsagenda zijn projecten opgenomen die een bijdrage leveren aan de kwaliteit van natuur, landschap en biodiversiteit in de gemeente en aansluiten bij de ambities uit de omgevingsvisie. Bij de projecten wordt aangegeven wie er verantwoordelijk is voor de uitvoering, wordt een inschatting gegeven van de kosten en planning en staat beschreven welke partijen betrokken zijn. De projecten zijn onderverdeeld in de deelgebieden natuur, landelijk en dorpen. Daarnaast zijn er projecten die overkoepelend zijn voor de gehele gemeente. De uitvoeringsagenda wordt jaarlijks bijgesteld. De gemeente draagt op verschillende manieren bij aan de doelstellingen zoals vastgelegd in dit beleidskader, namelijk door:

• • • • •

te realiseren; te sturen in beheer; te stimuleren en faciliteren; samen te werken; in regels vast te leggen.

De projecten die genoemd worden zijn ter verduidelijking en niet uitputtend. De volledige lijst met projecten is terug te vinden in de uitvoeringsagenda.

7.1

Realiseren

De gemeente gaat een aantal projecten zelf oppakken. Dit zijn projecten waar de gemeente een verantwoordelijkheid voor heeft en waarvan de grond in bezit van de gemeente is of komt, zoals bij het realiseren van EVZ’s, het aanpakken van faunaknelpunten op en om gemeentelijke wegen en het inventariseren en herstellen van zandpaden. Dit doen we waar mogelijk en nodig in samenwerking met andere partijen, zoals de buurgemeenten, terreinbeherende organisaties, waterschap en de natuurwerkgroepen. De eigen gronden van de gemeente worden zo veel en goed mogelijk ingezet voor de realisatie van groenblauwe dooradering. Waar grond van de gemeente in het NNN/NNB ligt willen we inzetten op omvorming naar natuur.

7.2

Sturen in beheer

Het gemeentelijke groenbeheer wordt waar nodig aangepast ten behoeve van het verhogen van de biodiversiteit. Daarnaast wordt het huidige beheer van gemeentelijke groenvoorzieningen en stadsvijvers geïnventariseerd en verbeterd. Het beheer van natuur wordt in de bestekken losgekoppeld van het overige groenbeheer. Het beheer van ecologisch waardevolle vegetaties

wordt uitgevoerd door partijen die hier kennis van hebben.

7.3

Stimuleren en faciliteren

De gemeente kan niet alleen met eigen projecten aan alle doelstellingen voldoen. Een heel groot gedeelte van de ruimte is in eigendom van anderen, zoals particulieren, ondernemers, bedrijven of terreinbeherende organisaties. Door te stimuleren en faciliteren hopen we dat inwoners en bedrijven zelf hun eigen omgeving gaan vergroenen. De gemeente doet mee aan de regelingen ErvenPlus en de Stimuleringsregeling Landschap (Stila). De regelingen worden uitgevoerd door Brabants Landschap en gefinancierd door de provincie en gemeente. Via ErvenPlus kunnen inwoners van het buitengebied gratis landschapselementen voor op het erf ontvangen. Via Stila kunnen inwoners van het buitengebied landschapselementen op gronden buiten het erf ontvangen. Door deel te nemen aan deze regelingen werkt de gemeente mee aan het realiseren van groenblauwe dooradering in het buitengebied. De gemeente kan de projecten extra onder de aandacht brengen en op andere manieren ondersteunen en/of meewerken in de gebieden waar groenblauwe dooradering een hoge prioriteit heeft, zoals de focusgebieden. De huidige

73

regelingen van ErvenPlus en Stila lopen nog tot eind 2025, wanneer er een nieuwe regeling start zal de gemeente daar weer aan deelnemen. Daarnaast zijn er gronden in eigendom van de gemeente die worden gepacht door agrariërs. Hier gaan we inzetten op het toevoegen van landschapselementen. In de dorpen kunnen inwoners de Subsidie groen en water aanvragen voor ontharding en vergroening, afkoppelen van regenwater en groene daken. Op deze manier worden alle inwoners, in binnen en buitengebied, gestimuleerd om hun directe omgeving te vergroenen.

7.4

Samenwerken

De gemeente werkt waar mogelijk samen in het behouden en versterken van natuur, landschap en biodiversiteit. Dit doen we met diverse partijen zoals waterschap, terreinbeherende organisaties, streekorganisaties (zoals Het Groene Woud en Van Gogh Nationaal Park), Regio Noord Oost Brabant (Regionaal Programma Natuur en Landschap) en lokale natuur(werk)groepen. We haken aan bij gebiedsprocessen zoals de Groenblauwe Gebiedsgerichte Aanpak (GGA) Kampina en Oisterwijkse Vennen en het Programma Vitaal landelijk gebied, waarbij we

74

samen met stakeholders gaan kijken hoe we het gebied zo optimaal mogelijk kunnen inrichten.

7.5

In regels vastleggen

Een aantal zaken wordt in regels vastgelegd. Zo zal het pachtbeleid worden aangepast ten voordele van natuur, landschap en biodiversiteit en zal er nieuw beleid worden gemaakt voor landschapselementen en ecologisch bermbeheer. Voor landschappelijke inpassingen wordt in samenwerking met de regio een leidraad landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering opgesteld.

8. Monitoring Monitoring en evaluatie is verplicht onder de Omgevingswet. Monitoring van het Programma Natuur, Landschap en Biodiversiteit levert een bijdrage aan deze verplichting, maar, net zo belangrijk, het geeft de gemeente ook inzicht in voortgang en effectiviteit van (de projecten van) het programma. Monitoring en tussentijdse evaluatie biedt de mogelijkheid om tijdig bij te sturen. Monitoring van het programma zal plaats vinden op twee vlakken; planning en resultaten. In de uitvoeringsagenda is een planning en looptijd van de afzonderlijke projecten en het gehele programma opgenomen. Monitoring van de voortgang zorgt voor inzicht en handelingsperspectief. Met behulp van verkregen inzicht kunnen intern keuzes gemaakt worden in wijzigen van start-, eind- en looptijd of kan er besloten worden om te versnellen door meer fte vrij te maken voor bepaalde doelstellingen en ambities. Daarnaast worden per project de resultaten gemeten, hiervoor wordt ook gebruik gemaakt van het beoordelingskader vanuit het Omgevingseffectrapport (OER) bij de Omgevingsvisie Boxtel 2040. Hiervoor kan bijvoorbeeld het percentage aangelegde groenblauwe dooradering of het aantal gerealiseerde m2 natuur worden berekend of de waterkwaliteit worden getest op basis van de Kader Richtlijn Water.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=c0151063-33d3-4af9-9ce8-6cdf6465e786