Programma Natuur, Landschap en Biodiversiteit Boxtel- Bijlage 1 Programma Natuur Landschap Biodiversiteit Boxtel
Tekst van het document
Een bomenrij langs een watergang is een mooi voorbeeld van groenblauwe dooradering. - Smalvelderstraat, Liempde
De focusgebieden liggen in het landelijk gebied, maar versterken dus ook het deelgebied natuur. In de focusgebieden bevinden zich ook gronden die geen agrarisch gebruik kennen, zoals stedelijk gebied. De aanpak in de focusgebieden heeft echter enkel betrekking op het landelijk gebied. Het focusgebied is een zoekgebied en is niet op perceelsniveau te gebruiken. Vanuit de aanpak in de focusgebieden volgen geen verplichtingen om deze gronden (anders) te bestemmen of te
beschermen in het Omgevingsplan.
6.1.2 Bufferzone Natura 2000-gebied Kampina en Oisterwijkse Vennen Naast de focusgebieden ligt er rondom het Natura 2000-gebied De Kampina en de Oisterwijkse Vennen een bufferzone. De bufferzone is belangrijk voor De Kampina omdat de biodiversiteit in het natuurgebied sterk onder druk staat door verdroging, een overmaat aan stikstof en verstoring. In de bufferzone wordt ingezet op het vasthouden van water om verdere verdroging tegen te gaan. Door natuurinclusieve landbouw te stimuleren, wordt de stikstofbelasting verminderd. Grondwaterdalingen worden beperkt en waar mogelijk wordt de grondwaterstand verhoogd. Recreatie wordt bevorderd in de omliggende gebieden, op afstand van de Kampina, om zo het meest kwetsbare deel van de Kampina te ontlasten. Hoe deze bufferzone eruit komt te zien, wordt in de komende jaren uitgewerkt als onderdeel van het provinciale beleid voor de overgangsgebieden, in de GGA Kampina en het gebiedsprogramma Vitaal landelijk gebied. Dit doen we in samenwerking met de agrarische sector, natuur- en landschapsorganisaties, landeigenaren, inwoners, het waterschap en andere belanghebbenden. Het koersdocument18 geeft hierbij richting en samenhang aan de langjarige transitie van het gebied om de integrale doelen en ambities te behalen. Opdam, P. F. M., & Vos, C. C. (2023). Hoeveel groenblauwe dooradering is nodig?.
Landschap: tijdschrift voor landschapsecologie en milieukunde, 40(2), 57-65 17
18
Van Delft, M., Verhoeven, M., Vorstermans, J. (2025).
Koersdocument Gebiedsgerichte aanpak Kampina & Oisterwijkse Vennen. Provincie Noord-Brabant.
32
Focusgebieden en bufferzone
Figuur 7: Focusgebieden voor Groenblauwe dooradering en bufferzone kampina
33
Kader 4. Groenblauwe dooradering (GBDA) Het Aanvalsplan Landschap heeft als doel om 10% groenblauwe dooradering (GBDA) te realiseren in het landelijke gebied. GBDA is het netwerk van landschapselementen, waarin het Aanvalsplan Landschap drie categorieën onderscheidt:
• • •
houtige elementen (zoals houtwallen, hagen en elzensingels); kruidenrijke randen; natte elementen (zoals natuurvriendelijke sloten en poelen).
De focus ligt op lijnvormige elementen die samen een netwerk vormen, en niet op vlakdekkende elementen zoals grote bosgebieden. Het is van belang om te realiseren dat de opgave voor de GBDA het gehele landelijke gebied beslaat. Het betreft dus niet enkel agrarische gronden, maar ook andere terreinen – zoals bijvoorbeeld bermen, dijken en taluds van spoorwegen – dienen te worden ingezet om de opgave te realiseren. Opdam en Vos (2023) bevestigen dat met een aandeel van 10% GBDA een aanzienlijke toename van zowel de biodiversiteit als de effectiviteit van landschapsdiensten te verwachten is. Zij benadrukken daarbij dat het combineren van verschillende typen landschapselementen een belangrijke voorwaarde is om de effectiviteit van deze landschapsdiensten te vergroten. Het realiseren van 10% GBDA wordt beschouwd als een ‘no regret’maatregel: het is effectief, breed inzetbaar en levert structurele voordelen op.
34
GBDA draagt onder andere bij aan:
• • • • • • • • • • • •
het stimuleren van biodiversiteit; de adaptatie aan en mitigatie van klimaatverandering; het verbeteren van de waterkwaliteit; het bevorderen van duurzame bodemgezondheid; het invangen van fijnstof, stikstofoxide en ammoniak; het tegengaan van lichtvervuiling en geluidsoverlast; het voorkomen van erosie; het verrijken van de landschappelijke schoonheid; het bevorderen van mentaal en fysiek welzijn; het bieden van een duurzaam inkomen voor boeren en andere grondeigenaren; het stimuleren van de toerismesector; het verbeteren van het vestigingsklimaat. (Samen voor Biodiversiteit, 2025).
De Dommel
35
6.2
Beekdalen
De begrenzing van de beekdalen (figuur 9) is opgebouwd uit de deelgebiedkaart Beekdalen van de omgevingsvisie (figuur 8) en de visie van Waterschap De Dommel op de beekdalen en de bijbehorende koppen en flanken van Waterschap De Dommel. Hiermee sluiten we aan op het beleid vanuit het waterschap. De hoge koppen en flanken maken geen onderdeel uit van het deelgebied, maar binnen de uitvoeringsagenda is hier wel aandacht voor door bij inrichtingsprojecten rekening te houden met de ligging in het watersysteem. Deze kaart is niet bedoeld om op perceelsniveau te gebruiken. De beekdalen liggen op de kaarten over de andere deelgebieden heen, omdat de beekdalen deels ambities hebben die voor alle beekdalen gelden, maar ook ambities specifiek voor het deelgebied waarin het zich bevindt. Zo zijn er voor het gedeelte van het beekdal met een natuurbestemming andere (on)mogelijkheden, ambities en projecten dan een beekdal in het centrum van Boxtel waar al bebouwing is. Alle beschreven beken functioneren als ecologische verbindingszones tussen natuurgebieden.
6.2.1 Onderdelen De beken in de gemeente zijn laaglandbeken: deze hebben een onregelmatige stroomsnelheid met een relatief breed dal. De beken worden gevoed door regenwater en kwel. Langzaam stromende laaglandbeken zijn wereldwijd zeldzaam, doordat ze vaak in gebieden liggen die vroeg in cultuur
36
zijn gebracht. Natuurlijke beekdalen bestaan uit gradiënten van laag naar hoog, nat naar droog en rijk naar arm, waardoor er een hoge biodiversiteit te behalen valt19. Op de overgangen van nat naar droog was de grond van oudsher relatief vruchtbaar en hier hebben de eerste bewoners zich gevestigd. De natte delen werden gebruikt als hooiland om het vee in de winter mee te voeren. Het kenmerkte zich door een open kleinschalige strookvormige verkaveling, de zogeheten beemden. Deze locaties waren relatief voedselrijk door het slib dat door de beken werd afgezet bij overstromingen. De beemden kennen een hoge natuurwaarde, met soorten als waterviolier, boterbloemen en waterranonkels, vlinders en libellen.
agrarische bestemming in gemeente Boxtel hebben over het algemeen dan ook weinig natuurwaarde en biodiversiteit.
Het Dommeldal tussen Meierijstad, Boxtel en Sint-Michielsgestel, het beekdal van de Beerze en delen langs de Essche Stroom zijn goed bewaard gebleven en in het landschap nog herkenbaar als beekdal met graslanden, broekbosjes en oude meanders.
Kernmerken van beekdalen: • Kleinschalig besloten/halfopen landschap. • Meanderende stromen met verkavelingen haaks op de beek. • Broekbossen en houtwallen; ook knotbomen en beemdgronden. • Onregelmatige verkaveling.
De beekdalen die onder landelijk gebied vallen bestaan voornamelijk uit weiland of bouwland. Van oorsprong bestonden deze natte gronden voornamelijk uit smalle hooilanden met afwateringsslootjes en knotbomen op de perceelranden. Nu bestaat een gedeelte van de beekdalen uit open percelen met gras, maïs of aardappelen, waar weinig landschapselementen terug te vinden zijn. Op een aantal plekken komen de agrarische percelen tot aan de beek, waardoor gewasbeschermingsmiddelen en mest in het water terecht kunnen komen. De beekdalen met
Karakteristieke soorten van de beekdalen zijn onder andere de grote weerschijnvlinder, waterspitsmuis, boomkikker, kamsalamander, weidebeekjuffer, hermelijn, oeverzwaluw, ijsvogel, grote gele kwikstaart en gewone dotterbloem. Elzenbroekbos is een karakteristiek soort bos voor in beekdalen. Dit type bos valt onder natuurtype beek- en rivierbegeleidend bos uit de Index natuur en landschap20. Dit natuurtype komt langs alle grotere beken in de gemeente in meer of mindere mate voor.
19
Nabben, I., de Koning, N., & van den oetelaar, G. (2021). Landschapsvisie beneden Dommel, het dommeldal tussen Son en breugel. Onderbouwing van de inrichtingsplannen en de NNBherbegrenzing in Het Groene Woud. Nijmegen: Ark natuurintwikkeling. 20 BIJ12. (2024, augustus). Natuurtypen. Opgehaald van BIJ12: https://www.bij12.nl/onderwerp/ natuursubsidies/index-natuur-en-landschap/ natuurtypen/
De Dommel door Boxtel
37
Omgevingsvisie | gemeente Boxtel Het groenblauwe, verbonden en ondernemende hart van de regio
Figuur 8: Deelgebied beekdalen omgevingsvisie Boxtel
38
Deelgebied Beekdalen
Legenda Gemeente Boxtel Dorpen Beekdalen Beken KRW Beken overig Spoorlijn Snelweg Provinciale weg Esch
Essche Stroom
Smalwater
Boxtel
Kleine Aa
Dommel Lennisheuvel
Blauwhoefse loop
Liempde
Beerze
Heerenbeekloop
Groote Waterloop
Figuur 9: Deelgebied beekdalen Programma Natuur, Landschap en biodiversiteit
39
Beerze De Beerze is ter hoogte van Boxtel een middenloop en stroomt langs de zuidoostrand van de Kampina, bij Smalbroeken (zie figuur 11: Deelgebied natuur) meanderend de gemeente binnen tot aan Lennisheuvel. Middenlopen liggen wat dieper in het beekdal dan boven- en benedenlopen en trekken daardoor meer grondwater aan. Ook is het beekdal herkenbaar in het landschap. Ter hoogte van Smalbroeken werd de beek omgeleid via een omleidingskanaal, de Heiloop. Deze is in 2020/2021 verondiept om ervoor te zorgen dat er weer kwel in de blauwgraslanden van Smalbroeken naar boven zou komen en de Beerze heeft hier zijn meanders weer teruggekregen21. Iets verderop, ter hoogte van Ladonk, splitst de beek zich. De hoofdloop mondt via een in de middeleeuwen gegraven loop uit in de Dommel; de beek heet hier Smalwater. Een gedeelte van Smalwater ligt ingeklemd in de kern. Gedeeltelijk bestaat de beek hier uit een betonnen goot, de groenstroken inclusief oevers zijn zeer smal of ontbreken22. Er liggen wel enkele groene stapstenen die in het kader van de EVZ hier zijn ingericht. De zijloop van de Beerze heet vanaf de splitsing de Kleine Aa en stroomt deels meanderend door een landbouwzone tot hij uitstroomt in de Essche Stroom23. Natuurmonumenten. (2024, mei). Herstel natte natuurparel Kampina. Opgehaald van Natuurmonumenten: https://www.
natuurmonumenten.nl/natuurgebieden/kampina/ natuurherstel/herstel-natte-natuurparel-kampina 22 Jansen, G., & Hassink, A. (1999). Groene levensaders door Boxtel. Wageningen: Nieuwland Advies. 23 Provincie Noord-Brabant. (2009). Structuurvisie De Levende beerze, Ontwerp. Noord-Brabant. 21
De Beerze
40
Smalbroeken is een bijzonder stukje van de Beerze. Het bestaat grotendeels uit loofbos waar nog de oude hakhoutstoven zichtbaar zijn. Er zijn hier talloze aan bosmilieus gebonden broedvogels en er komen bijzondere planten, aan stromende beken gebonden libellen en voor vochtige bossen karakteristieke vlinders voor24. Natuurtypen die langs de Beerze voorkomen op de lagere delen zijn onder andere rivier- en beekbegeleidend bos, vochtig hooiland, nat schraalland, kruiden- en faunarijk grasland, vochtige heide en vochtig bos met productie. Natuurtypen die op de wat hogere en drogere delen langs de beken voorkomen zijn dennen-, eiken- en beukenbos, kruiden- en faunarijk grasland, droge heide en droog bos met productie. Hoogwaardige beheertypen hiervan zijn rivieren beekbegeleidend bos, vochtig hooiland, nat schraalland, droge en vochtige heide. Deze typen komen vooral voor bij Smalbroeken (de Kampina). Essche Stroom De Essche Stroom is in de jaren ‘60 van een meanderende, snel stromende beek omgevormd naar kanaal. Hoogteverschillen en houtwallen werden verwijderd. Sinds 2015 wordt de Essche Stroom heringericht om zijn natuurlijke loop terug te krijgen. Het gedeelte van de Essche Stroom in Boxtel, tussen de spoorlijn en de A2, is al heringericht; het gaat dan om deelgebied Halsche Beemden.
Langs de oude gekanaliseerde Essche Stroom is hier een nieuwe meanderende zijstroom aangelegd, waardoor de beek langer
water vasthoudt. Daarnaast zijn er poelen en bosjes aangelegd voor amfibieën en zoogdieren. De beek kan hier in de winter buiten haar oevers treden. In mei 2024 is het waterschap gestart met de realisatie van de laatste schakel van het gehele Essche Stroom project, de herinrichting van het beekdal tussen de Belversedijk en de stuw in Esch. Onderdeel hiervan is de meandering van de Essche stroom met vistrap bij het gebied De Ruiting die inmiddels gereed is. Hoogwaardige natuurtypen die hier voorkomen zijn vochtig hooiland, rivier- en beekbegeleidend bos en dynamisch moeras. Overige natuurtypen zijn kruiden- en faunarijk grasland, dennen-, eiken- en beukenbos en droog bos met productie. Dommel De Dommel stroomt net ten zuidoosten van Liempde als benedenloop meanderend de gemeente in en volgt hierbij een tijdje de gemeentegrens door landbouwgebied. Net voor Boxtel loopt een afwateringskanaal langs de A2 richting het noorden, terwijl de originele meanderende loop van de Dommel nog door Boxtel loopt. Ten noorden van Boxtel komen deze twee lopen weer samen. Vanaf hier volgt hij nog een tijdje de gemeentegrens tot hij in de buurt van Gemonde Sint-Michielsgestel instroomt. Hoogwaardige natuurtypen zijn nat schraalland (in de Dommelbimd), rivier- en beekbegeleidend bos, haagbeuken- en essenbos, vochtig hooiland en dynamisch moeras.
Deze natuurtypen liggen tussen de gemeentegrens en de kern Boxtel. Overige natuurtypen zijn kruiden- en faunarijk grasland,
kruiden- en faunarijke akker, ruigteveld, dennen-, eiken- en beukenbos en droog bos met productie. Karakteristieke natuurwaarden van het beekdal van de Dommel in Boxtel zijn25:
•
Bloemrijke hooilanden met matig voedselrijkschraal, vochtig-nat karakter. Plantensoorten zoals gewone dotterbloem, echte koekoeksbloem en reukgras bepalen het beeld. Voor diverse diersoorten zijn deze bloemrijke hooilanden van belang, waaronder watersnip, heikikker en oranjetipje. Moerasjes/moerasbosjes met een gevarieerde plantengroei afhankelijk van het waterpeil. Riet, diverse zeggesoorten en/of wilgen zijn aspectbepalend. Veel diersoorten hebben de moerasjes als (deel)biotoop, waaronder soorten als waterspitsmuis en rietgors. Poelen: karakteristieke elementen in de beekdalen met grote betekenis voor amfibieën, waaronder kamsalamander en libellen. Wilgenrijen/Elzenrijen. De van oudsher als perceelsgrens voorkomende wilgen-/elzenrijen in het beekdal van de Dommel vormen de kenmerkende nestplaats van de steenuil. Deze soort bereikt in het Dommeldal een grote dichtheid. De Dommel is het leefgebied van twee specifieke libellensoorten, waaronder de
•
• •
•
van der Straaten, J., van Kruisbergen, W., van Haaften, E.-J., & Hendriks, J. (2017). Natuurgebieden in Noord-Brabant. Woudrichem: Pictures Publishers. 25 Jansen, G., & Hassink, A. (1999). Groene levensaders door Boxtel. Wageningen: Nieuwland Advies. 24
41
weidebeekjuffer, een aantal beekvissen (riviergrondel, bermpje) en de bever. Blauwhoefse Loop De Blauwhoefse Loop is een beekje van enkele kilometers lang die begint in het natuurgebied de Prangen (onder Vrilkhovense Akker) en stroomt van hieruit in noordwestelijke richting en mondt uit in de Dommel bij Kasteel Stapelen. Het is een natuurlijke beek die al sinds 1850 op kaarten is terug te zien. De Blauwhoefse loop is aangewezen als ecologische verbindingszone. Momenteel ziet de beek er op veel locaties uit als een smalle landbouwsloot waar op enkele plaatsen natuurontwikkeling heeft plaatsgevonden. Groote Waterloop De Groote Waterloop stroomt vanaf de A2 onder Liempde richting het noorden en stroomt uit in De Dommel. Het is een gegraven watergang die bedoeld was om het water uit het gebied af te voeren. De Groote Waterloop verbindt De Scheeken en het Dommeldal. De beek is in 2024 (her)ingericht als ecologische verbindingszone in samenwerking met Waterschap De Dommel.26 Heerenbeekloop De Heerenbeekloop stroomt vanuit natuurgebied De Mortelen richting Lennisheuvel in het noorden, hier buigt hij af naar het westen waar hij in de Beerze uitstroomt.
6.2.2 Ambities en uitgangspunten De hoofdambitie voor deelgebied beekdalen en de daarbij behorende onderdelen is het behouden,
42
beschermen en versterken van de beekdalen. De beekdalen laten het principe watersturend duidelijk zien: door het risico op overstromingen en de kans op wateroverlast is water hier richtinggevend voor gebruik en inrichting. Vanuit de ambitie en de ruimtelijke kwaliteiten van het deelgebied is in de omgevingsvisie een vertaling gemaakt naar een aantal uitgangspunten voor dit deelgebied. De voor dit programma relevante uitgangspunten zijn: ‘Beken zoals onder andere De Beerze, de Essche Stroom en de Dommel dragen bij aan de kwaliteiten van de gemeente en krijgen de ruimte. Dit is goed voor de natuur, de waterkwaliteit (zie kader 4), het beter vasthouden van water en voor recreatie. Er worden al veel maatregelen genomen, zoals de Essche Stroom die de ruimte krijgt om door het landschap te kronkelen. Met het oog op klimaatverandering worden nieuwe ontwikkelingen in de beekdalen waarbij bouwwerken of verharding wordt toegevoegd tegengegaan. Dit is noodzakelijk voor het bergen van water bij piekbuien en het beperken van overstromingsrisico’s stroomafwaarts. Het landgebruik in de beekdalen zou moeten aansluiten bij de natte omstandigheden. De beekdalen zorgen ook voor verbinding tussen de kernen, het landelijk gebied en de natuurgebieden. De beken en beekdalen zijn daarmee ook belangrijk voor de biodiversiteit.
Door het bieden van ruimte aan de beekdalen, het nemen van inrichtingsmaatregelen en de omslag naar natuurinclusieve landbouw wordt ingezet op verbetering van de waterkwaliteit.’27
De kleine Aa
Waterschap De Dommel. (2024). Ecologische verbindingszone Groote Waterloop. Opgehaald van Waterschap De Dommel: https://www.dommel.nl/ grootewaterloop 27 Gemeente Boxtel. (2025). Omgevingsvisie Boxtel (P.38) Royal Haskoning DHV. https://ovisie-boxtel. ireporting.nl/ 26
6.2.3 Doelstellingen Onderstaande doelstellingen dragen bij aan de ambities en uitgangspunten van het deelgebied beekdalen.
Tabel 2: Doelstellingen deelgebied beekdalen
Nr. Doel en omschrijving 1
Water en bodem zijn sturend bij alle nieuwe ontwikkelingen Bij ruimtelijke ontwikkelingen sluiten we aan bij de natuurlijke kenmerken van het water- en bodemsysteem. We houden rekening met aanpassingen op de lange termijn om toekomstige klimaateffecten op te kunnen vangen. Het water- en bodemsysteem (inclusief de gebruikswaarde van ecosysteemdiensten, kwaliteit en vitaliteit) mag over de gehele levensduur van het gebruik niet verslechteren.
2
De bodem in de gemeente heeft een verbeterde sponswerking Een gezonde bodem kan veel water opnemen, vasthouden en langzaam laten infiltreren. Dit grondwater kan dan als buffer dienen voor droge periodes. Dit is een belangrijk proces voor waterafhankelijke natuur.
3
De openbare ruimte wordt ecologisch beheerd om de lokale biodversiteit te stimuleren De standaard voor groenbeheer is ecologisch beheer, met uitzonderingen voor locaties ten behoeve van bijvoorbeeld verkeersveiligheid of gebruiksfuncties niet wenselijk is. Er wordt bij verandering van beheer voorlichting gegeven aan de inwoners over ecologisch beheer in verband met het creëren van draagvlak.
4
Oppervlaktewaterkwaliteit van KRW-watergangen voldoet aan de kaders vanuit de KRW Er wordt ingezet op natuurinclusieve landbouw en realisatie van nieuwe natuur in de beekdalen waardoor er minder gewasbeschermingsmiddelen in de beken terechtkomen. Daarnaast zijn alle natte EVZ’s in 2030 gerealiseerd. Er wordt gestreefd naar een verbetering van de waterkwaliteit in alle watergangen, aangezien deze afvoeren richting KRW-watergangen, zoals door het realiseren of stimuleren van de aanleg van natuurvriendelijke oevers langs B- en C-watergangen. De waterschappen zijn verantwoordelijk voor de A-watergangen. We zoeken de samenwerking met de waterschappen om de A-watergangen te verbeteren.
5
Beken en beekdalen hebben in 2040 de ruimte In 2040 zijn de beekdalen klimaatrobuust ingericht met passend landgebruik zoals grasland, natte teelten of natuur. De grondwaterstand is verhoogd ten behoeve van de Natura-2000-gebieden en natte natuurparels in de gemeente. De beken meanderen en mogen overstromen, er vindt waterberging plaats en water wordt langzamer afgevoerd. Door de hogere grondwaterstand kan er waterafhankelijke natuur gerealiseerd worden. De beekdalen komen niet in aanmerking voor nieuwe ontwikkelingen, zoals woningbouw, vanwege de waterveiligheid.
6
We zetten in op de aanplant van bomen en struweel Bomen en bossen dragen bij aan veel opgaven op het vlak van natuur, biodiversiteit en klimaatadaptatie. De gemeente kijkt bij alle nieuwe ontwikkelingen naar mogelijkheden om bomen en struweel aan te planten. Daarnaast zoekt de gemeente naar locaties die beplant kunnen worden, zoals bermen en overhoekjes. Ook worden inwoners gestimuleerd om bomen aan te planten, bijvoorbeeld door gebruik te maken van het voorpootrecht.
43
Nr. Doel en omschrijving 7
Waar mogelijk wordt ingezet op een combinatie van functies die bijdragen aan de kwaliteit van natuur, landschap en/of biodiversiteit De gronddruk in de gemeente is hoog. In het verleden is er vooral vanuit een sectorale benadering van gebiedsinrichting gekeken. Om aan alle opgaven te voldoen is het nodig om integraal te kijken naar gebiedsinrichting en meerdere functies op dezelfde locatie te realiseren. Vooral in de beekdalen waar de grondwaterstand omhoog gaat lijkt er weinig ruimte te zijn voor andere functies. Het is belangrijk om juist hier in te zetten op dubbele functies zoals productie van biobased bouwmaterialen met waterberging.
8
Het Natuurnetwerk Brabant, inclusief ecologische verbindingszones, gelegen in de gemeente Boxtel, is gerealiseerd in 2030 Het Natuurnetwerk Nederland is een netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het Rijk en de provincies hebben afgesproken het Natuurnetwerk Nederland in 2030 gerealiseerd te hebben. De realisatie van nieuwe natuur en nieuwe natuurverbindingen zorgt onder andere voor een verhoging van de biodiversiteit, een betere waterkwaliteit en robuustere natuurgebieden. Het gaat onder andere om de realisatie van EVZ’s: de Blauwhoefseloop, Sparrenrijk-Kampina en het Essche Loopje/Koningsweg. Percelen in eigendom van de gemeente die in het Natuurnetwerk Nederland liggen en nog niet ingericht zijn als natuur worden omgevormd naar natuur.
9
Natuurgebieden zijn beter met elkaar verbonden in 2040 door groenblauwe dooradering Met de realisatie van de EVZ's en groenblauwe dooradering van het landelijk gebied worden natuurgebieden beter met elkaar verbonden. In 2026 zijn bestaande groenblauwe verbindingen in het landelijk gebied in kaart gebracht en de kwaliteit beoordeeld. In de focusgebieden (zie 6.1.1) is er in 2040 gemiddeld 10-15% groenblauwe dooradering. Buiten de focusgebieden is er gemiddeld in 2040 5-10% groenblauwe dooradering. Het gemiddelde van het gehele landelijke gebied is in 2040 minimaal 10% groenblauwe dooradering.
10
In de dorpen en vanuit de dorpen naar het buitengebied zijn robuuste groenblauwe verbindingen aangelegd De groene verbindingen langs de Dommel worden versterkt. Daarnaast worden er nieuwe groenblauwe verbindingen toegevoegd vanuit nieuwe woninguitbreidingen naar het landelijk gebied. In de kernen en vanuit de kernen naar het landelijk gebied worden bestaande verbindingen versterkt en nieuwe verbindingen aangelegd. Deze verbindingen bevorderen de biodiversiteit , zorgen voor verspreiding van flora en fauna, maken de kernen aantrekkelijker en beter beleefbaar en helpen mee met klimaatadaptatie.
11
Bij klimaatadaptieve maatregelen wordt biodiversiteit altijd meegenomen Bij klimaatadaptieve maatregelen wordt vaak groen gerealiseerd. Bij de keus voor dit groen wordt gekozen voor een diversiteit aan soorten, bestaande uit inheems en of/autochtoon materiaal waar mogelijk. Daarnaast wordt gekozen voor soorten met een zo lang mogelijke spreiding van bloei- en vruchttijd om voor voedsel te zorgen voor vogels, zoogdieren en insecten. Het wordt zo veel mogelijk ecologisch beheerd.
12
De landbouw draagt bij aan de biodiversiteit in de gemeente Door het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, (grond)water en mest te verminderen en in te zetten op natuurinclusieve landbouw, biologische teelten, strokenteelt, precisielandbouw, natte teelten en andere vormen zoals agroforestry en permacultuur, kan de landbouw veel bijdragen aan de biodiversiteit in de gemeente.
44
Nr. Doel en omschrijving 13
Een toegankelijk en beleefbaar natuur- en landelijk gebied Door het landelijk gebied, de landgoederen en specifieke locaties in de natuurgebieden toegankelijker en beter beleefbaar te maken ontstaat er een betere spreiding van recreatie waardoor verstoringsgevoelige natuurgebieden worden ontlast. In 2040 is de recreatie goed over de gemeente verspreid waardoor recreanten tevreden zijn en de verstoringsgevoelige gebieden in kwaliteit vooruit zijn gegaan.
14
Basiskwaliteit natuur in 2040 De Basiskwaliteit natuur is een minimumniveau voor biodiversiteit in het landelijk en stedelijk gebied, nodig voor een gezonde leefomgeving en een veerkrachtige natuur. De biodiversiteit wordt vergroot door realisatie van nieuwe natuur, het gebruik van landschapselementen, aanleg van groen en de omslag naar natuurinclusieve landbouw.
15
Faunaknelpunten worden opgelost In 2026 zijn alle huidige faunaknelpunten in de gemeente geïnventariseerd. In 2040 is er bij alle bekende knelpunten bij gemeentewegen een faunavoorziening gerealiseerd of in uitvoering. Bestaande faunavoorzieningen worden duurzaam beheerd. Bij knelpunten rondom provinciale of rijkswegen wordt bij deze instanties aangedrongen om voorzieningen te realiseren.
16
Het pachtbeleid van de gemeentelijke gronden is aangescherpt ten behoeve van de biodiversiteit en landschappelijke waarde In het pachtbeleid stelt de gemeente eisen aan bemesting, gewasbeschermingsmiddelen, type teelt en de realisatie en het beheer van landschapselementen.
17
Karakteristieke kenmerken van de verschillende landschapstypen zijn behouden, versterkt en beter zichtbaar gemaakt In het landschap is de historie van de gemeente af te lezen. Het landschap bestaat uit verschillende landschapstypen die zijn ontstaan door natuurlijke factoren en menselijke ingrepen. Deze landschapstypen hebben cultuurhistorische, ecologische en belevingswaarden. De karakteristieke kenmerken worden teruggebracht waardoor deze waarden versterkt worden en de biodiversiteit wordt verhoogd. Landschapselementen en cultuurhistorische kavelpatronen zijn in 2030 geïnventariseerd en beschermd. Gebiedsvreemde landschappelijke elementen zijn waar mogelijk en gewenst in 2040 omgevormd naar elementen die passend zijn in het landschapstype. Landschappelijke inpassingen bij ontwikkelingen in het buitengebied en vrijkomende agrarische bouwvlakken bieden kansen voor het aanleggen van landschapselementen.
45
Kader 5. Waterkwaliteit en -biodiversiteit Een goede waterkwaliteit is van belang voor een hoge biodiversiteit. Schoon water is belangrijk voor de levenscyclus van bepaalde insecten, zoals libellen. Wanneer water vervuild raakt krijgen enkele soorten de overhand en neemt de biodiversiteit af. Insecten zijn belangrijk voor ecosysteemdiensten, doordat ze bijvoorbeeld dood plantenmateriaal afbreken en ze een voedselbron zijn voor vissen, vogels en amfibieën. Ook voor mensen is schoon water van belang. Voor drinkwater, de landbouw, de industrie en recreatie. Hoe hoger de biodiversiteit is, hoe beter de natuur het water zelf schoon kan houden. Bij vervuild water, een lage biodiversiteit of een onnatuurlijk karakter van een waterloop (denk bijvoorbeeld aan gekanaliseerde beken) wordt het natuurlijke zuiveringsvermogen verminderd. De Nederlandse waterkwaliteit staat onder druk vanwege vervuiling door mest (nitraat en fosfaat), bestrijdingsmiddelengewasbeschermingsmiddelen, riooloverstorten en ‘nieuwe stoffen’ (medicijnresten en andere microverontreinigingen). Dit heeft negatieve gevolgen voor de biodiversiteit en drinkwatervoorziening. De Kader Richtlijn Water (KRW) is een wet die als doel heeft om een goede waterkwaliteit te realiseren en behouden voor al het oppervlaktewater in de Europese Unie.
Hiervoor moet in Nederland de chemische en ecologische kwaliteit van de KRW-waterlichamen (A-watergangen en waterlichamen met een oppervlakte van meer dan 50ha) beoordeeld worden. Nederland moet in 2027 voldoen aan de doelen van de KRW. In 2019 voldeed 99% van de KRWwaterlichamen op grond van de KRW gestelde norm op het vlak van ecologische waterkwaliteit niet. Bron: https://natuurenmilieu.nl/app/uploads/Onderzoeksrapport-Waterkwaliteit-enbiodiversiteit-2019.pdf
46
6.3
Natuurgebieden
De natuurgebieden in Boxtel bestaan uit het Natura 2000-gebied Kampina en Oisterwijkse Vennen en het Natuurnetwerk Brabant (NNB), waarin het Natuurnetwerk Nederland (NNN of Rijks NNB) is opgenomen. Onderdeel van het natuurnetwerk zijn ook de ecologische verbindingszones (EVZ’s) en natte natuurparels (NNP’s). Zie ook de groenstructuurkaart in Bijlage 4.
6.3.1 Onderdelen In het natuurnetwerk liggen, naast de Kampina, een aantal belangrijke natuurgebieden. Het gaat om onder meer De Mortelen, De Scheeken, De Geelders en de beekdalen van de Dommel, de Beerze en de Essche Stroom. Daarnaast zijn de verschillende landgoederen opgenomen als categorie, omdat ze grotendeels een natuurbestemming hebben. Kampina Natuurgebied Kampina & Oisterwijkse Vennen is als volgt beschreven28: ‘Kampina is een restant van het halfnatuurlijke Kempense heidelandschap, met droge en vochtige heidevegetaties, akkertjes, een meanderend beekje, voedselarme vennen en blauwgraslanden. In de oeverzones van de vennen komt nog hoogveenvorming voor, in het zuiden liggen dopheidevelden. In het stroomdal van de vrij meanderende Beerze staan hoge populieren, elzenbroek, vochtige heide met gagelstruweel en blauwgraslanden. De vennen in het gebied zijn vaak
langgerekt in zuidwest-noordoostelijke richting, de dominerende windrichting van de laatste ijstijd, toen dit landschap grotendeels werd gevormd. Vennen die in het gebied aanwezig zijn betreffen doorstroomvennen (o.a. de Centrale Vennen in de Oisterwijkse Bossen), geïsoleerde zure vennen, en vennen in beekdalflanken die (van oorsprong) onder invloed staan van inundatie met beekwater.’ De Kampina is het grootste en bekendste natuurgebied in Boxtel. Door de schaal, gaafheid van het landschap en de overgangen tussen de verschillende vegetatietypen, zoals natte en droge heide, gagelstruweel, beemden en blauwgraslanden, is de Kampina erg waardevol op het vlak van natuur en cultuurhistorie. Bijzondere planten die hier voorkomen zijn onder andere klokjesgentiaan, kleine veenbes en heidekartelblad in de vochtige heide. Op geplagde delen komen moeraswolfsklauw, kleine zonnedauw, ronde zonnedauw grondster en witte en bruine snavelbies voor. Er zijn goede populaties van de vlindersoorten groentje, heideblauwtje en bontdikkopje aanwezig, van het gentiaanblauwtje is nog maar een kleine restpopulatie over. Karakteristieke amfibieën- en reptielensoorten zijn de levendbarende hagedis, heikikker en vinpootsalamander.
Broedvogels die voorkomen zijn onder andere nachtzwaluw, boomleeuwerik en roodborsttapuit.29 30 In de Kampina langs de Beerze ligt het bosreservaat Smalbroeken, een mooi voorbeeld van een beekbegeleidend bos. Smalbroeken bestaat naast beekbegeleidend bos uit onder andere stukjes blauwgrasland, vochtige heideterreintjes met gagel en beenbreek, oude beekmeanders, oeverwallen,
greppels en rabatten. Hierdoor is er een zeer rijke flora en fauna te vinden.31 De Kampina staat net als vele andere natuurgebieden onder druk. Het gebied is erg gevoelig voor stikstof en droogte. De Kampina en Oisterwijkse vennen zijn daardoor onderdeel van de Groenblauwe Gebiedsgerichte Aanpak (GGA). In de GGA werken overheden, natuurorganisaties en de agrarische sector samen om in het gebied de bodem, water en lucht weer op orde te krijgen. Het landelijk gebied rondom de Kampina zal naar verwachting daarvoor, qua gebruik en inrichting, flink veranderen in de komende jaren (zie ook 6.1). De Mortelen, De Scheeken en De Geelders De Mortelen, De Scheeken en De Geelders zijn natuurgebieden op grotendeels natte of vochtige leembodems en zijn aangewezen als natte natuurparels32. Een belangrijke doelstelling Natura 2000. (2024, januari). Kampina en Oisterwijkse Vennen. Opgehaald van Natura2000: https://www.natura2000.nl/gebieden/noordbrabant/kampina-en-oisterwijkse-vennen 29 Van der Straaten, J., van Kruisbergen, W., van Haaften, E.-J., & Hendriks, J. (2017). Natuurgebieden in Noord-Brabant. Woudrichem: Pictures Publishers. 30 Van der Straaten, J., Cooijmans, T. (2024). Kampina, Geschiedenis en bescherming van een natuurmonument. Pictures Publishers. 31 Wageningen University & Research. (2024). Smalbroeken. Opgeroepen op 2024, van Wageningen University & Research.
32 van den oetelaar, G., & de Koning, N. (2022). Landschapsvisie De Geelders (LESA). Onderbouwing van de inrichtingsplannen en de NNB-Herbegrenzing in Het groene Woud. 28
47
Omgevingsvisie | gemeente Boxtel Het groenblauwe, verbonden en ondernemende hart van de regio
Figuur 10: Deelgebied natuur omgevingsvisie Boxtel
48
Deelgebied Natuur
Legenda Gemeente Boxtel Natuurnetwerk Brabant (NNB) N2000 Kampina
Halse Barrier
Landgoederen
Wilhelmina park Landgoed Zegenrode Landgoed Venrode Esch
Sparrenrijk
Landgoed Eikenhorst
Overig NNB Dorpen Beekdalen
Beken Spoorlijn Snelweg Provinciale weg
De Geelders Boxtel
De Kampina en Oisterwijkse vennen
Lennisheuvel
Landgoed Velder
Liempde
De Mortelen en De Scheeken Figuur 11: Deelgebied natuur Programma natuur, landschap en biodiversiteit
49
voor deze gebieden is het verhogen van de grondwaterstand32. Er zijn (populieren- en leem) bossen, hakhoutwallen, er is heide, grasland en er zijn akkers te vinden33, 34. De afwisseling tussen de hoger gelegen arme en droge zandkoppen en lager gelegen, natte tot vochtige, voedselrijke leembodems zorgt voor veel variatie op korte afstand, waardoor een hoge biodiversiteit mogelijk is35. Er is erg waardevol leembos te vinden inclusief bosranden, open plekken en ruigtestroken36. Leembossen zijn kenmerkend voor Nederland en erg zeldzaam op Europese schaal36. In deze bossen komen ongeveer 30 kenmerkende vogelsoorten voor; 1,5 tot 2 keer zoveel als in andere loofbossen in Nederland37. De gebieden worden doorsneden
door de spoorlijn ’s-Hertogenbosch-Eindhoven en de A2. Hierover liggen respectievelijk de natuurbrug ‘de Mortelen’ en natuurbrug ‘Het Groene Woud’. Een gedeelte van De Geelders is aangewezen als bosreservaat, genaamd De Braak (uit het Rijks Bosreservatenprogramma), ten zuiden van de Savendonksestraat. Hier vindt ten behoeve van het bosreservaat sinds 1995 geen actief bosbeheer meer plaats38, zoals in andere bosreservaten ook het geval is. Karakteristieke planten zijn onder andere gewone dotterbloem, eenbes, welriekende agrimonie, knolsteenbreek, bosanemoon, slanke sleutelbloem en waterviolier. Karakteristieke bomen zijn
onder meer fladderiep, zomerlinde, esdoorn, es haagbeuk en eik. Karakteristieke diersoorten zijn vogels als grauwe klauwier (halfopen gebieden), wespendief (leembos), boomklever (oud bos) en houtsnip (vochtig bos). Andere karakteristieke diersoorten zijn de kleine ijsvogelvlinder, bunzing en boomkikker. Er zijn ook enkele hele bijzondere of zeldzame soorten aanwezig. Sinds 2020 wordt de Europees beschermde vermiljoenkever in De Geelders en De Scheeken aangetroffen. Deze kever en haar larven leven onder de schors van aftakelende populieren. Doordat de populieren tegenwoordig
Ark Natuurontwikkeling: Nijmegen. Het groene Woud. (2024, januari). de Geelders. Opgehaald van Het groene Woud: https://www. hetgroenewoud.com/gebied/natuurgebieden/degeelders 34 ARK Rewilding Nederland. (2024, januari). De Scheeken. Opgehaald van ARK rewilding: https:// arkrewilding.nl/gebieden/het-groene-woud/descheeken 35 Dirkx, G. (2001). Historische ecologie van de Brand en De Mortelen (Noord-Brabant). Wageningen: Alterra, Research Instituut voor de Groene Ruimte. 36 van den oetelaar, G., & de Koning, N. (2022). Landschapsvisie De Geelders (LESA). Onderbouwing van de inrichtingsplannen en de NNB-Herbegrenzing in Het groene Woud. 37 van der Straaten, J., van Kruisbergen, W., van Haaften, E.-J., & Hendriks, J. (2017). Natuurgebieden in Noord-Brabant. Woudrichem: Pictures Publishers. 38 Bartelds, G. (1997). Algemene informatie van het bosreservaat 35. Boxtel “de Geelders” Werkdocument IKC Natuurbeheer nr W-122. Wageningen: Informatie- en Kenniscentrum Natuurbeheer Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. 33
Landgoed Venrode
50
niet meer allemaal gekapt worden, maar natuurlijk mogen afsterven heeft deze soort zich kunnen verspreiden39. Daarnaast is er een grote populatie van een zeldzame kieuwpootkreeft, het oranjeblauw zwemmend geraamte (Eubranchipus grubii), gevonden in een rabattensysteem in De Geelders40. Van deze soort werd gedacht dat deze was uitgestorven. De Scheeken wordt ook wel gezien als slakkenparadijs, er zouden wel eens de meeste slakkensoorten van Nederland voor kunnen komen. Een hele bekende soort die in De Scheeken en De Mortelen voorkomt is het edelhert. Deze soort is in 2017 uitgezet in het gebied en kan via de natuurbruggen naar weerszijden van de A2 en de spoorlijn Eindhoven-Den Bosch. Het gedrag en de graasgewoonten van de edelherten zorgen voor meer biodiversiteit en dynamiek in het landschap41. Afgezien van de natuurwaarde heeft De Scheeken ook een grote cultuurhistorische waarde en is het aangewezen als wederopbouwgebied van nationaal belang. Landgoederen Gemeente Boxtel telt zes landgoederen, waarvan het grootste gedeelte in de zogenaamde landgoederengordel in het noorden van Boxtel ligt. Het gaat om de landgoederen Den Eikenhorst, Sparrenrijk, Venrode, Halse Barrier en Wilhelminapark. Daarnaast bevindt zich in het zuiden van de gemeente landgoed Velder.
De landgoederen hebben verschillende stijlen en bestaan uit een afwisseling van lanen, bossen, graslanden, parken, heide, gazons, bosschages en waterpartijen en hebben dus een erg afwisselend landschap. Op landgoed Velder zijn daarnaast nog veel oude zandpaden te vinden.
Landgoed Velder is een landgoed met een heel hoge natuurwaarde door het leembos (Velders Bos) dat al sinds de middeleeuwen bestaat. Er komen typische bosvogels voor, zoals wespendief, houtsnip, havik en wielewaal en zeldzame planten en dieren, zoals eenbes en kleine ijsvogelvlinder (zie afbeelding hiernaast) . Eén van de meest waardevolle, cultuurhistorische elementen in de landgoederen zijn grenswallen. Ze zijn eeuwen geleden aangelegd, maar op sommige plaatsen nog steeds goed zichtbaar. Ze markeerden de grenzen tussen bijvoorbeeld gemeenten, parochies en landerijen, dienden als afwering voor vee en waren een beschermmiddel tegen houtroof. Grenswallen zijn onder andere te vinden in De Geelders en op Velder (Velderse wal). Zij vormen eenwaardevolle bron van autotochtoon (streekeigen) plantmateriaal.42
van den Oetelaar, G., van der Straaten, J., & Timmers (red), J. (2023). Het stroomgebied van de Dommel. Een landschapsbiografie. Woudrichem: Pictures Publishers 40 Scheepens, M., Sanabria, M., van den Oetelaar, G., van Ooijen, J., Margry, I., & Margry, K. (2020). Het oranje-blauw zwemmend geraamte eubranchipus grubii in het groene woud (branchiopoda: anostraca). Nederlandse Faunistische Mededelingen 54, pp. 6174. 41 Brabants Landschap. (sd). Edelherten in het Groene Woud. Opgehaald van Brabants Landschap: https:// www.brabantslandschap.nl/projecten/edelherten-inhet-groene-woud/ 42 Maes, B. (2016). Het Speet - de Geelders Cultuurhistorie en beheer van een grenswalbeplanting. Liempde: SPPiLL en Stichting Brabantse Bronnen 39
Kleine ijsvogelvlinder
51
6.3.2 Ambities en uitgangspunten De hoofdambitie voor dit deelgebied is het behouden, beschermen, versterken, uitbreiden en verbinden van natuurgebieden en landgoederen. Vanuit de ambitie en ruimtelijke kwaliteiten van het deelgebied is er in de omgevingsvisie een vertaling gemaakt naar een aantal uitgangspunten voor dit deelgebied. De voor dit programma relevante uitgangspunten43 zijn: ‘De bestaande natuurgebieden worden behouden en kwalitatief verbeterd. De verschillende natuurgebieden worden bovendien beter met elkaar verbonden. Een voorbeeld is het verbinden van de Kampina met Sparrenrijk en De Geelders met De Scheeken. Waar nodig gebeurt dit in goede samenwerking met de buurgemeenten. Het verbinden van de natuur wordt gerealiseerd door de aanleg van natuurlijk groen, nieuwe natuur, of door natuurinclusieve landbouw. Ook nieuwe elementen in het landschap, zoals natuurlijke hagen, natuurvriendelijke oevers van sloten, grasland met veel kruiden, bosjes of poelen dragen bij aan de verbinding tussen de natuurgebieden. Dit kan goed samengaan met natuurinclusieve landbouw, zoals beschreven onder landelijk gebied. De natuurgebieden zoals de Kampina en De Scheeken (met de aanwezige edelherten) zijn trekpleisters voor de regio. De natuurgebieden worden, met respect voor de natuur en de biodiversiteit, zoveel mogelijk toegankelijk gemaakt en beter te beleven.
We voorkomen hierbij verstoring van de natuur door te veel recreatie op één plek toe te staan. De recreatie wordt beter
52
verspreid binnen de verschillende natuurgebieden en het landelijk gebied.
Vispassage Essche stroom
In het bijzonder zijn maatregelen nodig voor de Kampina waar de biodiversiteit onder grote druk staat door verdroging, te veel stikstof en verstoring. In een bufferzone rondom de Kampina wordt water beter vastgehouden om verdroging tegen te gaan. Stikstof wordt teruggedrongen door in te zetten op natuurinclusieve landbouw. De daling van grondwater wordt voorkomen en waar mogelijk gaat de grondwaterstand omhoog. Recreatie wordt gestimuleerd in gebieden rondom de Kampina, zoals in de bufferzone. Dit om de Kampina te ontlasten. Hoe de bufferzone eruit komt te zien wordt de komende jaren verder uitgewerkt als onderdeel van het provinciale beleid voor overgangsgebieden, binnen de GGA Kampina en het gebiedsprogramma Vitaal landelijk gebied. Dit gebeurt in samenwerking met agrarische ondernemers, natuur- en landschapsorganisaties, landeigenaren, inwoners, het waterschap en andere belanghebbenden. Het koersdocument44 geeft hierbij richting en samenhang aan de langjarige transitie om de integrale doelen en ambities te behalen. De beken en beekdalen hebben ook een belangrijke functie voor de natuur. Deze vormen een belangrijke verbinding tussen natuurgebieden, binnen de gemeente en ver daarbuiten.’
Gemeente Boxtel. (2025). Omgevingsvisie Boxtel (P.37) Royal Haskoning DHV. https://ovisie-boxtel. ireporting.nl/ 44 Van Delft, M., Verhoeven, M., Vorstermans, J. (2025). Koersdocument Gebiedsgerichte aanpak Kampina & Oisterwijkse Vennen. Provincie NoordBrabant. 43
6.3.3 Doelstellingen Onderstaande doelstellingen dragen bij aan de ambities en uitgangspunten van het deelgebied natuur.
Tabel 3: Doelstellingen deelgebied natuur
Nr. Doel en omschrijving 1
Water en bodem zijn sturend bij alle nieuwe ontwikkelingen Bij ruimtelijke ontwikkelingen sluiten we aan bij de natuurlijke kenmerken van het water- en bodemsysteem. We houden rekening met aanpassingen op de lange termijn om toekomstige klimaateffecten op te kunnen vangen. Het water- en bodemsysteem (inclusief de gebruikswaarde van ecosysteemdiensten, kwaliteit en vitaliteit) mag over de gehele levensduur van het gebruik niet verslechteren.
2
De bodem in de gemeente heeft een verbeterde sponswerking Een gezonde bodem kan veel water opnemen, vasthouden en langzaam laten infiltreren. Dit grondwater kan dan als buffer dienen voor droge periodes. Dit is een belangrijk proces voor waterafhankelijke natuur.
3
De openbare ruimte wordt ecologisch beheerd om de lokale biodversiteit te stimuleren De standaard voor groenbeheer is ecologisch beheer, met uitzonderingen voor locaties ten behoeve van bijvoorbeeld verkeersveiligheid of gebruiksfuncties niet wenselijk is. Er wordt bij verandering van beheer voorlichting gegeven aan de inwoners over ecologisch beheer in verband met het creëren van draagvlak.
4
Oppervlaktewaterkwaliteit van KRW-watergangen voldoet aan de kaders vanuit de KRW Er wordt ingezet op natuurinclusieve landbouw en realisatie van nieuwe natuur in de beekdalen waardoor er minder gewasbeschermingsmiddelen in de beken terechtkomen. Daarnaast zijn alle natte EVZ’s in 2030 gerealiseerd. Er wordt gestreefd naar een verbetering van de waterkwaliteit in alle watergangen, aangezien deze afvoeren richting KRW-watergangen, zoals door het realiseren of stimuleren van de aanleg van natuurvriendelijke oevers langs B- en C-watergangen. De waterschappen zijn verantwoordelijk voor de A-watergangen. We zoeken de samenwerking met de waterschappen om de A-watergangen te verbeteren.
5
Beken en beekdalen hebben in 2040 de ruimte In 2040 zijn de beekdalen klimaatrobuust ingericht met passend landgebruik zoals grasland, natte teelten of natuur. De grondwaterstand is verhoogd ten behoeve van de Natura-2000-gebieden en natte natuurparels in de gemeente. De beken meanderen en mogen overstromen, er vindt waterberging plaats en water wordt langzamer afgevoerd. Door de hogere grondwaterstand kan er waterafhankelijke natuur gerealiseerd worden. De beekdalen komen niet in aanmerking voor nieuwe ontwikkelingen, zoals woningbouw, vanwege de waterveiligheid.
6
We zetten in op de aanplant van bomen en struweel Bomen en bossen dragen bij aan veel opgaven op het vlak van natuur, biodiversiteit en klimaatadaptatie. De gemeente kijkt bij alle nieuwe ontwikkelingen naar mogelijkheden om bomen en struweel aan te planten. Daarnaast zoekt de gemeente naar locaties die beplant kunnen worden, zoals bermen en overhoekjes. Ook worden inwoners gestimuleerd om bomen aan te planten, bijvoorbeeld door gebruik te maken van het voorpootrecht.
53
Nr. Doel en omschrijving 7
Waar mogelijk wordt ingezet op een combinatie van functies die bijdragen aan de kwaliteit van natuur, landschap en/of biodiversiteit De gronddruk in de gemeente is hoog. In het verleden is er vooral vanuit een sectorale benadering van gebiedsinrichting gekeken. Om aan alle opgaven te voldoen is het nodig om integraal te kijken naar gebiedsinrichting en meerdere functies op dezelfde locatie te realiseren. Vooral in de beekdalen waar de grondwaterstand omhoog gaat lijkt er weinig ruimte te zijn voor andere functies. Het is belangrijk om juist hier in te zetten op dubbele functies zoals productie van biobased bouwmaterialen met waterberging.
8
Het Natuurnetwerk Brabant, inclusief ecologische verbindingszones, gelegen in de gemeente Boxtel, is gerealiseerd in 2030 Het Natuurnetwerk Nederland is een netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het Rijk en de provincies hebben afgesproken het Natuurnetwerk Nederland in 2030 gerealiseerd te hebben. De realisatie van nieuwe natuur en nieuwe natuurverbindingen zorgt onder andere voor een verhoging van de biodiversiteit, een betere waterkwaliteit en robuustere natuurgebieden. Het gaat onder andere om de realisatie van EVZ’s: de Blauwhoefseloop, Sparrenrijk-Kampina en het Essche Loopje/Koningsweg. Percelen in eigendom van de gemeente die in het Natuurnetwerk Nederland liggen en nog niet ingericht zijn als natuur worden omgevormd naar natuur.
9
Natuurgebieden zijn beter met elkaar verbonden in 2040 door groenblauwe dooradering Met de realisatie van de EVZ's en groenblauwe dooradering van het landelijk gebied worden natuurgebieden beter met elkaar verbonden. In 2026 zijn bestaande groenblauwe verbindingen in het landelijk gebied in kaart gebracht en de kwaliteit beoordeeld. In de focusgebieden (zie 6.1.1) is er in 2040 gemiddeld 10-15% groenblauwe dooradering. Buiten de focusgebieden is er gemiddeld in 2040 5-10% groenblauwe dooradering. Het gemiddelde van het gehele landelijke gebied is in 2040 minimaal 10% groenblauwe dooradering.
10
In de dorpen en vanuit de dorpen naar het buitengebied zijn robuuste groenblauwe verbindingen aangelegd De groene verbindingen langs de Dommel worden versterkt. Daarnaast worden er nieuwe groenblauwe verbindingen toegevoegd vanuit nieuwe woninguitbreidingen naar het landelijk gebied. In de kernen en vanuit de kernen naar het landelijk gebied worden bestaande verbindingen versterkt en nieuwe verbindingen aangelegd. Deze verbindingen bevorderen de biodiversiteit , zorgen voor verspreiding van flora en fauna, maken de kernen aantrekkelijker en beter beleefbaar en helpen mee met klimaatadaptatie.
11
Bij klimaatadaptieve maatregelen wordt biodiversiteit altijd meegenomen Bij klimaatadaptieve maatregelen wordt vaak groen gerealiseerd. Bij de keus voor dit groen wordt gekozen voor een diversiteit aan soorten, bestaande uit inheems en of/autochtoon materiaal waar mogelijk. Daarnaast wordt gekozen voor soorten met een zo lang mogelijke spreiding van bloei- en vruchttijd om voor voedsel te zorgen voor vogels, zoogdieren en insecten. Het wordt zo veel mogelijk ecologisch beheerd.
12
De landbouw draagt bij aan de biodiversiteit in de gemeente Door het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, (grond)water en mest te verminderen en in te zetten op natuurinclusieve landbouw, biologische teelten, strokenteelt, precisielandbouw, natte teelten en andere vormen zoals agroforestry en permacultuur, kan de landbouw veel bijdragen aan de biodiversiteit in de gemeente.
54
Nr. Doel en omschrijving 13
Een toegankelijk en beleefbaar natuur- en landelijk gebied Door het landelijk gebied, de landgoederen en specifieke locaties in de natuurgebieden toegankelijker en beter beleefbaar te maken ontstaat er een betere spreiding van recreatie waardoor verstoringsgevoelige natuurgebieden worden ontlast. In 2040 is de recreatie goed over de gemeente verspreid waardoor recreanten tevreden zijn en de verstoringsgevoelige gebieden in kwaliteit vooruit zijn gegaan.
15
Faunaknelpunten worden opgelost In 2026 zijn alle huidige faunaknelpunten in de gemeente geïnventariseerd. In 2040 is er bij alle bekende knelpunten bij gemeentewegen een faunavoorziening gerealiseerd of in uitvoering. Bestaande faunavoorzieningen worden duurzaam beheerd. Bij knelpunten rondom provinciale of rijkswegen wordt bij deze instanties aangedrongen om voorzieningen te realiseren.
16
Het pachtbeleid van de gemeentelijke gronden is aangescherpt ten behoeve van de biodiversiteit en landschappelijke waarde In het pachtbeleid stelt de gemeente eisen aan bemesting, gewasbeschermingsmiddelen, type teelt en de realisatie en het beheer van landschapselementen.
17
Karakteristieke kenmerken van de verschillende landschapstypen zijn behouden, versterkt en beter zichtbaar gemaakt In het landschap is de historie van de gemeente af te lezen. Het landschap bestaat uit verschillende landschapstypen die zijn ontstaan door natuurlijke factoren en menselijke ingrepen. Deze landschapstypen hebben cultuurhistorische, ecologische en belevingswaarden. De karakteristieke kenmerken worden teruggebracht waardoor deze waarden versterkt worden en de biodiversiteit wordt verhoogd. Landschapselementen en cultuurhistorische kavelpatronen zijn in 2030 geïnventariseerd en beschermd. Gebiedsvreemde landschappelijke elementen zijn waar mogelijk en gewenst in 2040 omgevormd naar elementen die passend zijn in het landschapstype. Landschappelijke inpassingen bij ontwikkelingen in het buitengebied en vrijkomende agrarische bouwvlakken bieden kansen voor het aanleggen van landschapselementen.
18
Kwaliteit van natuurpercelen in eigendom van de gemeente Boxtel blijft behouden en wordt indien nodig verbeterd De percelen die eigendom zijn van de gemeente en als natuur zijn ingericht, worden beoordeeld op hun kwaliteit. Deze kwaliteit wordt niet alleen behouden, maar indien nodig vóór 2040 aantoonbaar verbeterd. Er worden concrete stappen genomen door het beheer af te stemmen op de aanwezige en potentiële natuurwaarden, waarbij vanaf 2030 meetbare vooruitgang zichtbaar is.
19
Drukfactoren op verstoringsgevoelige natuur zijn verminderd Drukfactoren op de natuur, zoals recreatie, stikstof en bestrijdingsmiddelen, worden verminderd door het gebruik in de zone rondom verstoringsgevoelige natuurgebieden te extensiveren, onder andere via natuurvriendelijker agrarisch gebruik en het creëren van autoluwe zones.
20
Op de landgoederen is de biodiversiteit behouden en de belevingswaarde verhoogd Landgoederen bestaan vaak uit een combinatie van bossen, parken, tuinen en landbouw. Er is veel biodiversiteit te vinden en er is een hoge recreatieve waarde. Door landgoedeigenaren te stimuleren om over te stappen van reguliere landbouw naar agrarisch natuurbeheer kan de biodiversiteit verhoogd worden en tegelijk de belevingswaarde worden versterkt. Hierbij wordt rekening gehouden met eventueel aanwezige monumentale aspecten.
55
Nr. Doel en omschrijving 21
Zandpaden en aanliggende bermen zijn hersteld en verbeterd uit ecologisch, cultuurhistorisch en recreatief oogpunt In 2026 zijn de zandpaden en aanliggende bermen geïnventariseerd, gewaardeerd en vastgelegd. In 2030 is 50% van de bestaande openbare zandpaden (in eigendom van de gemeente) en aanliggende bermen hersteld en waar nodig verbeterd. Verdwenen (illegaal in gebruik genomen) zandpaden worden indien mogelijk ook hersteld.
22
De biodiversiteit in het N2000 gebied Kampina is vergroot Voor de Kampina is een bufferzone aangewezen met als doel een bijdrage te leveren aan het natuurherstel in het Natura 2000-gebied. De exacte omvang van deze bufferzone ligt nog niet vast en maakt deel uit van het provinciale beleid. De doelstellingen zijn gericht op het beter vasthouden van water en het terugdringen van stikstof. Mogelijke maatregelen binnen deze zone zijn het verminderen van het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen, het verhogen van het grondwaterpeil, het beperken van drainage en grondwateronttrekking, en het verlagen van de stikstofuitstoot door in te zetten op natuurinclusieve landbouw.
23
Cultuurhistorisch waardevol populierenlandschap wordt in stand gehouden en is in 2040 versterkt Door het voorpootrecht dat al uit 1491 stamt mogen particulieren populieren planten in de berm op gemeentegrond langs hun perceel. Hierdoor is een waardevol en kenmerkend populierenlandschap ontstaan. De gemeente legt vast van wie het pootrecht is en of er gebruik van gemaakt wordt. Op locaties waar geen gebruik gemaakt wordt van het voorpootrecht stimuleert de gemeente inwoners om populieren te planten of neemt zelf het recht en het beheer over.
24
De dorpsuitbreidingen zijn kleinschalig en passend bij het groene karakter. Ze hebben gezorgd voor landschapsversterking, een verhoging van de biodiversiteit en groene en recreatieve verbindingen met het landelijke gebied. De woningbouwopgave wordt gecombineerd met landschapsversterking door de aanleg van groene en blauwe elementen, passend bij het landschapstype.
25
In de openbare ruimte worden optimale maatregelen voor natuur, landschap en biodiversiteit genomen Bij alle nieuwe (her)inrichtingsplannen komen optimale maatregelen voor natuur, landschap en/of biodiversiteit. Daarnaast gaat de gemeente op zoek naar mogelijkheden om op bestaande locaties verbeteringen op vlak van natuur, landschap en biodiversiteit door te voeren.
56
6.4
Landelijk gebied
Het landelijk gebied bestaat uit gebieden met een lage omgevingsadressendichtheid en een voornamelijk agrarisch karakter. Bossen en andere natuurlijke elementen die geen deel uitmaken van het Natuurnetwerk Brabant kunnen hier onderdeel van zijn.
6.4.1 Onderdelen Het landelijk gebied is onderverdeeld in de verschillende landschapstypen die voorkomen in de gemeente (zie figuur 13). Deze landschapstypen hebben allemaal eigen karakteristieken die relevant zijn voor de maatregelen die genomen kunnen worden om het landschap te versterken. Essen- en kampenlandschap (oude) ontginningen) Het essen- en kampenlandschap is ontstaan vanaf de middeleeuwen en ontwikkelde zich vanuit gebruik door gemeenschappelijke gemengde boerenbedrijven. Op de essen (bolle akkers) lagen de akkergronden. Deze lagen vaak relatief dicht bij de dorpen. De verder gelegen woeste gronden werden onder meer gebruikt om schapen en koeien te laten grazen. De mest werd verzameld in de schaapskooi of potstal en vermengd met heideplaggen en bosstrooisel op de essen gebracht, waardoor deze steeds hoger en boller werden. De akkercomplexen bestaan hierdoor uit relatief grote, onregelmatige blokvormige kavels die hoger liggen dan het omringende landschap. Doordat het gemeenschappelijke akkers waren zijn de essen erg open; er waren immers geen
afscheidingen nodig. Rondom het akkercomplex liggen houtwallen en houtsingels om wild en vee buiten te houden. Voorbeelden van zulke bolle akkers zijn te vinden rondom Liempde. De kampen zijn individuele omheinde akkers en hier bestaat het landschap uit veel kleinere, onregelmatige percelen, met daartussen een onregelmatig wegenpatroon. De kleine percelen zijn, afhankelijk van de waterhuishouding, geschikt als akker of weiland. Kenmerkend voor de boerenbedrijven was de gemengde bedrijfsvoering, een combinatie van akkerbouw en veeteelt. Om de gewassen op de akkers te beschermen tegen wildvraat en wind werden deze omringd met doornige struiken en/of eikenhakhout. Het oude essen- en kampenlandschap is momenteel niet goed terug te zien in Boxtel, maar bevond zich bijvoorbeeld tussen Kinderbos en Lennisheuvel. Een mooi voorbeeld van het essen- en kampenlandschap is De Mortelen in Oirschot. Karakteristieke soorten: sleedoorn, meidoorn, vuilboom, lijsterbes (houtsingels), patrijs, boomkikker, das, steenuil. Kenmerken: • Open op de essen en gesloten eromheen. • Grotere aaneengesloten akkers. • Bolle akkers. • Kronkelend wegenpatroon. • Besloten karakter. • Verspreide bebouwing. • Wegen met lanen.
57
Omgevingsvisie | gemeente Boxtel Het groenblauwe, verbonden en ondernemende hart van de regio
Figuur 12: Deelgebied landelijk omgevingsvisie Boxtel
58
Deelgebied Landelijk
Legenda Gemeente Boxtel Jonge heideontginningen Broekontginningen Essen- en kampenlandschap Dorpen Beekdalen Beken Spoorlijn Snelweg Provinciale weg
Esch
Boxtel
Lennisheuvel
Liempde
Figuur 13: Deelgebied landelijk Programma natuur, landschap en biodiversiteit
59
Bomengroep langs de Keel, de Scheeken, nabij Liempde
60
Heideontginningslandschap Heideontginningen zijn woeste gronden die pas in de negentiende eeuw zijn ontgonnen. Grote delen hiervan zijn bebost ten behoeve van mijnbouw (en vaak later alsnog omgezet in akkers). De rest werd ontgonnen en in gebruik genomen als landbouwgrond, met name ten behoeve van akkerbouw. Deze gebieden kennen grote rechte blokverkavelingen. Langs de rechte wegen liggen boerderijen die soms solitair en soms in linten zijn gebouwd. De bebouwing is vaak voorzien van erf- of tuinbeplanting, afhankelijk van het al dan niet aanwezig zijn van woonbebouwing. De wegen met laanbeplanting van vooral eiken vormen het grofmazige raamwerk van het landschap.
voor. De bomenlanen zijn belangrijk voor vleermuizen.
Onderdeel van het heideontginningslandschap vormen ook de grote natuurgebieden en landgoederen. Aangezien de natuurgebieden in dit beleidskader een apart deelgebied zijn. worden die hier nu verder niet besproken.
Broekontginningslandschap Broek is een oud-Nederlands woord voor vochtig laagland of moeras. Deze landschapskarakteristiek is tamelijk recent ontstaan. Voor een deel door ontginning van nog overgebleven natte woeste gronden, maar voor een deel ook als gevolg van herverkaveling van oude broekontginningsgebieden. Het belangrijkste verschil met de heideontginningen is dat de broekgebieden een vochtig karakter hebben, dat wordt veroorzaakt door de ondiepe leemlaag. Hierdoor heeft het landschap veel diepe sloten. De gebieden hebben rationele en rechthoekige kavels, maar niet zo langgerekt als in de beekdalen. Het broekontginningslandschap bestaat uit een afwisseling van natte broekbossen, weide en
De jonge heideontginningen hebben de minste natuurwaarde en de laagste biodiversiteit. Het landschap is grootschalig en open en heeft weinig variatie. De erven met robuuste erfbeplanting en de bomenlanen zijn hierin het meest waardevol. De bomenlanen bestaan vaak uit eiken. Karakteristieke soorten voor het open agrarische landschap zijn witte kwikstaart, meidoorn, lijsterbes, vuilboom, roek en torenvalk. Op de erven komen soorten als huismus, boerenzwaluw, steenuil en steenmarter