Programma Natuur, Landschap en Biodiversiteit Boxtel- Bijlage 1 Programma Natuur Landschap Biodiversiteit Boxtel
Tekst van het document
Karakteristieke soort: eik. Kenmerken: • Vlak en halfopen landschap. • Rationele verkavelingsstructuur (blokverkaveling). • Grootschalige landbouw als belangrijke drager. • Rechte wegen. • Grote bos- en natuurcomplexen (worden beschreven bij deelgebied natuur). • Bebouwing langs wegen.
hooiland. Tegenwoordig zijn de bossen vaak beschermd natuurgebied met daaromheen open grasland met houtwallen. Langs de rechte wegen liggen boerderijen die soms solitair, soms in linten zijn gebouwd. De bebouwing is vaak voorzien van erfbeplanting45. De natuurwaarden van de broekontginningen zijn hoog. Deze gebieden zijn erg kleinschalig met wisselend landgebruik. De natuurwaarden zijn beschreven in paragraaf 6.1.1.2. Karakteristieke soorten: Populieren. Kenmerken: • Rechte wegen. • Populierenlanen en –bosjes. • Houtwallen. • Blokverkaveling. • Slotenpatroon. • Verspreide bebouwing langs wegen. • Populierenteelt.
Lagarde, T. (2013). Dorpsrandenatlas van de Brabantse Kempen. Eindhoven: Eindhoven University of Technology. 45
61
6.4.2 Ambities en uitgangspunten De hoofdambitie voor dit deelgebied is het versterken (onder andere door verhoging van de biodiversiteit) en met elkaar verbinden van groen- en blauw(structuren) binnen en buiten de bebouwde kom en erfgoed. Vanuit de ambitie en ruimtelijke kwaliteiten van het deelgebied is er in de omgevingsvisie een vertaling gemaakt naar een aantal uitgangspunten voor dit deelgebied. De voor dit programma relevante uitgangspunten46 zijn: ‘Het agrarisch natuurbeheer draagt bij aan de kwaliteit van het landschap door bijvoorbeeld natuurlijke hagen weer meer terug te brengen, zoals de vlechthagen die helpen om Eikenhorst en de Kampina te verbinden. De gronden in de beekdalen, de bufferzone rondom de Kampina en zones rondom de andere natuurgebieden zoals De Scheeken en De Geelders kunnen hiervoor worden ingezet. Agrarisch natuurbeheer kan een goede alternatieve inkomstenbron vormen voor de landgoederen en agrariërs die op zoek zijn naar een andere bedrijfsvoering. Het landelijk gebied krijgt ook een belangrijke recreatieve functie. Dit als ‘uitloopgebied’ voor de kernen. Het groen en de recreatieve routes binnen de kernen worden meer verbonden met het landelijk gebied. Bestaande zandpaden worden (ook uit ecologisch oogpunt) beschermd en verbeterd.’
Gemeente Boxtel. (2025). Omgevingsvisie Boxtel (P.39) Royal Haskoning DHV. https://ovisie-boxtel. ireporting.nl/ 46
62
Zandpad Smalvelderstraat nabij LIempde
6.4.3 Doelstellingen Onderstaande doelstellingen dragen bij aan de ambities en uitgangspunten van het deelgebied landelijk. Tabel 4: Doelstellingen deelgebied landelijk
Nr. Doel en omschrijving 1
Water en bodem zijn sturend bij alle nieuwe ontwikkelingen Bij ruimtelijke ontwikkelingen sluiten we aan bij de natuurlijke kenmerken van het water- en bodemsysteem. We houden rekening met aanpassingen op de lange termijn om toekomstige klimaateffecten op te kunnen vangen. Het water- en bodemsysteem (inclusief de gebruikswaarde van ecosysteemdiensten, kwaliteit en vitaliteit) mag over de gehele levensduur van het gebruik niet verslechteren.
2
De bodem in de gemeente heeft een verbeterde sponswerking Een gezonde bodem kan veel water opnemen, vasthouden en langzaam laten infiltreren. Dit grondwater kan dan als buffer dienen voor droge periodes. Dit is een belangrijk proces voor waterafhankelijke natuur.
3
De openbare ruimte wordt ecologisch beheerd om de lokale biodversiteit te stimuleren De standaard voor groenbeheer is ecologisch beheer, met uitzonderingen voor locaties ten behoeve van bijvoorbeeld verkeersveiligheid of gebruiksfuncties niet wenselijk is. Er wordt bij verandering van beheer voorlichting gegeven aan de inwoners over ecologisch beheer in verband met het creëren van draagvlak.
4
Oppervlaktewaterkwaliteit van KRW-watergangen voldoet aan de kaders vanuit de KRW Er wordt ingezet op natuurinclusieve landbouw en realisatie van nieuwe natuur in de beekdalen waardoor er minder gewasbeschermingsmiddelen in de beken terechtkomen. Daarnaast zijn alle natte EVZ’s in 2030 gerealiseerd. Er wordt gestreefd naar een verbetering van de waterkwaliteit in alle watergangen, aangezien deze afvoeren richting KRW-watergangen, zoals door het realiseren of stimuleren van de aanleg van natuurvriendelijke oevers langs B- en C-watergangen. De waterschappen zijn verantwoordelijk voor de A-watergangen. We zoeken de samenwerking met de waterschappen om de A-watergangen te verbeteren.
5
Beken en beekdalen hebben in 2040 de ruimte In 2040 zijn de beekdalen klimaatrobuust ingericht met passend landgebruik zoals grasland, natte teelten of natuur. De grondwaterstand is verhoogd ten behoeve van de Natura-2000-gebieden en natte natuurparels in de gemeente. De beken meanderen en mogen overstromen, er vindt waterberging plaats en water wordt langzamer afgevoerd. Door de hogere grondwaterstand kan er waterafhankelijke natuur gerealiseerd worden. De beekdalen komen niet in aanmerking voor nieuwe ontwikkelingen, zoals woningbouw, vanwege de waterveiligheid.
6
We zetten in op de aanplant van bomen en struweel Bomen en bossen dragen bij aan veel opgaven op het vlak van natuur, biodiversiteit en klimaatadaptatie. De gemeente kijkt bij alle nieuwe ontwikkelingen naar mogelijkheden om bomen en struweel aan te planten. Daarnaast zoekt de gemeente naar locaties die beplant kunnen worden, zoals bermen en overhoekjes. Ook worden inwoners gestimuleerd om bomen aan te planten, bijvoorbeeld door gebruik te maken van het voorpootrecht.
63
Nr. Doel en omschrijving 7
Waar mogelijk wordt ingezet op een combinatie van functies die bijdragen aan de kwaliteit van natuur, landschap en/of biodiversiteit De gronddruk in de gemeente is hoog. In het verleden is er vooral vanuit een sectorale benadering van gebiedsinrichting gekeken. Om aan alle opgaven te voldoen is het nodig om integraal te kijken naar gebiedsinrichting en meerdere functies op dezelfde locatie te realiseren. Vooral in de beekdalen waar de grondwaterstand omhoog gaat lijkt er weinig ruimte te zijn voor andere functies. Het is belangrijk om juist hier in te zetten op dubbele functies zoals productie van biobased bouwmaterialen met waterberging.
8
Het Natuurnetwerk Brabant, inclusief ecologische verbindingszones, gelegen in de gemeente Boxtel, is gerealiseerd in 2030 Het Natuurnetwerk Nederland is een netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het Rijk en de provincies hebben afgesproken het Natuurnetwerk Nederland in 2030 gerealiseerd te hebben. De realisatie van nieuwe natuur en nieuwe natuurverbindingen zorgt onder andere voor een verhoging van de biodiversiteit, een betere waterkwaliteit en robuustere natuurgebieden. Het gaat onder andere om de realisatie van EVZ’s: de Blauwhoefseloop, Sparrenrijk-Kampina en het Essche Loopje/Koningsweg. Percelen in eigendom van de gemeente die in het Natuurnetwerk Nederland liggen en nog niet ingericht zijn als natuur worden omgevormd naar natuur.
9
Natuurgebieden zijn beter met elkaar verbonden in 2040 door groenblauwe dooradering Met de realisatie van de EVZ's en groenblauwe dooradering van het landelijk gebied worden natuurgebieden beter met elkaar verbonden. In 2026 zijn bestaande groenblauwe verbindingen in het landelijk gebied in kaart gebracht en de kwaliteit beoordeeld. In de focusgebieden (zie 6.1.1) is er in 2040 gemiddeld 10-15% groenblauwe dooradering. Buiten de focusgebieden is er gemiddeld in 2040 5-10% groenblauwe dooradering. Het gemiddelde van het gehele landelijke gebied is in 2040 minimaal 10% groenblauwe dooradering.
10
In de dorpen en vanuit de dorpen naar het buitengebied zijn robuuste groenblauwe verbindingen aangelegd De groene verbindingen langs de Dommel worden versterkt. Daarnaast worden er nieuwe groenblauwe verbindingen toegevoegd vanuit nieuwe woninguitbreidingen naar het landelijk gebied. In de kernen en vanuit de kernen naar het landelijk gebied worden bestaande verbindingen versterkt en nieuwe verbindingen aangelegd. Deze verbindingen bevorderen de biodiversiteit , zorgen voor verspreiding van flora en fauna, maken de kernen aantrekkelijker en beter beleefbaar en helpen mee met klimaatadaptatie.
11
Bij klimaatadaptieve maatregelen wordt biodiversiteit altijd meegenomen Bij klimaatadaptieve maatregelen wordt vaak groen gerealiseerd. Bij de keus voor dit groen wordt gekozen voor een diversiteit aan soorten, bestaande uit inheems en of/autochtoon materiaal waar mogelijk. Daarnaast wordt gekozen voor soorten met een zo lang mogelijke spreiding van bloei- en vruchttijd om voor voedsel te zorgen voor vogels, zoogdieren en insecten. Het wordt zo veel mogelijk ecologisch beheerd.
12
De landbouw draagt bij aan de biodiversiteit in de gemeente Door het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, (grond)water en mest te verminderen en in te zetten op natuurinclusieve landbouw, biologische teelten, strokenteelt, precisielandbouw, natte teelten en andere vormen zoals agroforestry en permacultuur, kan de landbouw veel bijdragen aan de biodiversiteit in de gemeente.
64
Nr. Doel en omschrijving 13
Een toegankelijk en beleefbaar natuur- en landelijk gebied Door het landelijk gebied, de landgoederen en specifieke locaties in de natuurgebieden toegankelijker en beter beleefbaar te maken ontstaat er een betere spreiding van recreatie waardoor verstoringsgevoelige natuurgebieden worden ontlast. In 2040 is de recreatie goed over de gemeente verspreid waardoor recreanten tevreden zijn en de verstoringsgevoelige gebieden in kwaliteit vooruit zijn gegaan.
14
Basiskwaliteit natuur in 2040 De Basiskwaliteit natuur is een minimumniveau voor biodiversiteit in het landelijk en stedelijk gebied, nodig voor een gezonde leefomgeving en een veerkrachtige natuur. De biodiversiteit wordt vergroot door realisatie van nieuwe natuur, het gebruik van landschapselementen, aanleg van groen en de omslag naar natuurinclusieve landbouw.
15
Faunaknelpunten worden opgelost In 2026 zijn alle huidige faunaknelpunten in de gemeente geïnventariseerd. In 2040 is er bij alle bekende knelpunten bij gemeentewegen een faunavoorziening gerealiseerd of in uitvoering. Bestaande faunavoorzieningen worden duurzaam beheerd. Bij knelpunten rondom provinciale of rijkswegen wordt bij deze instanties aangedrongen om voorzieningen te realiseren.
16
Het pachtbeleid van de gemeentelijke gronden is aangescherpt ten behoeve van de biodiversiteit en landschappelijke waarde In het pachtbeleid stelt de gemeente eisen aan bemesting, gewasbeschermingsmiddelen, type teelt en de realisatie en het beheer van landschapselementen.
17
Karakteristieke kenmerken van de verschillende landschapstypen zijn behouden, versterkt en beter zichtbaar gemaakt In het landschap is de historie van de gemeente af te lezen. Het landschap bestaat uit verschillende landschapstypen die zijn ontstaan door natuurlijke factoren en menselijke ingrepen. Deze landschapstypen hebben cultuurhistorische, ecologische en belevingswaarden. De karakteristieke kenmerken worden teruggebracht waardoor deze waarden versterkt worden en de biodiversiteit wordt verhoogd. Landschapselementen en cultuurhistorische kavelpatronen zijn in 2030 geïnventariseerd en beschermd. Gebiedsvreemde landschappelijke elementen zijn waar mogelijk en gewenst in 2040 omgevormd naar elementen die passend zijn in het landschapstype. Landschappelijke inpassingen bij ontwikkelingen in het buitengebied en vrijkomende agrarische bouwvlakken bieden kansen voor het aanleggen van landschapselementen.
19
Drukfactoren op verstoringsgevoelige natuur zijn verminderd Drukfactoren op de natuur, zoals recreatie, stikstof en bestrijdingsmiddelen, worden verminderd door het gebruik in de zone rondom verstoringsgevoelige natuurgebieden te extensiveren, onder andere via natuurvriendelijker agrarisch gebruik en het creëren van autoluwe zones.
20
Op de landgoederen is de biodiversiteit behouden en de belevingswaarde verhoogd Landgoederen bestaan vaak uit een combinatie van bossen, parken, tuinen en landbouw. Er is veel biodiversiteit te vinden en er is een hoge recreatieve waarde. Door landgoedeigenaren te stimuleren om over te stappen van reguliere landbouw naar agrarisch natuurbeheer kan de biodiversiteit verhoogd worden en tegelijk de belevingswaarde worden versterkt. Hierbij wordt rekening gehouden met eventueel aanwezige monumentale aspecten.
65
Nr. Doel en omschrijving 21
Zandpaden en aanliggende bermen zijn hersteld en verbeterd uit ecologisch, cultuurhistorisch en recreatief oogpunt In 2026 zijn de zandpaden en aanliggende bermen geïnventariseerd, gewaardeerd en vastgelegd. In 2030 is 50% van de bestaande openbare zandpaden (in eigendom van de gemeente) en aanliggende bermen hersteld en waar nodig verbeterd. Verdwenen (illegaal in gebruik genomen) zandpaden worden indien mogelijk ook hersteld.
22
De biodiversiteit in het N2000 gebied Kampina is vergroot Voor de Kampina is een bufferzone aangewezen met als doel een bijdrage te leveren aan het natuurherstel in het Natura 2000-gebied. De exacte omvang van deze bufferzone ligt nog niet vast en maakt deel uit van het provinciale beleid. De doelstellingen zijn gericht op het beter vasthouden van water en het terugdringen van stikstof. Mogelijke maatregelen binnen deze zone zijn het verminderen van het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen, het verhogen van het grondwaterpeil, het beperken van drainage en grondwateronttrekking, en het verlagen van de stikstofuitstoot door in te zetten op natuurinclusieve landbouw.
23
Cultuurhistorisch waardevol populierenlandschap wordt in stand gehouden en is in 2040 versterkt Door het voorpootrecht dat al uit 1491 stamt mogen particulieren bomen (vaak populieren) planten in de berm op gemeentegrond langs hun perceel. Hierdoor is een waardevol en kenmerkend populierenlandschap ontstaan. De gemeente heeft van wie het pootrecht is en of er gebruik van gemaakt wordt goed in beeld. Op locaties waar geen gebruik gemaakt wordt van het voorpootrecht stimuleert de gemeente inwoners om populieren te planten of neemt zelf het eigendom en beheer over.
24
De dorpsuitbreidingen zijn kleinschalig en passend bij het groene karakter. Ze hebben gezorgd voor landschapsversterking, een verhoging van de biodiversiteit en groene en recreatieve verbindingen met het landelijke gebied. De woningbouwopgave wordt gecombineerd met landschapsversterking door de aanleg van groene en blauwe elementen, passend bij het landschapstype.
25
In de openbare ruimte worden optimale maatregelen voor natuur, landschap en biodiversiteit genomen Bij alle nieuwe (her)inrichtingsplannen komen optimale maatregelen voor natuur, landschap en/of biodiversiteit. Daarnaast gaat de gemeente op zoek naar mogelijkheden om op bestaande locaties verbeteringen op vlak van natuur, landschap en biodiversiteit door te voeren.
26
‘De Landelijke Maatlat voor een Groene Klimaatadaptieve Gebouwde Omgeving' is de nieuwe standaard bij nieuwbouw en renovatieprojecten In het thema biodiversiteit en natuurinclusiviteit staan richtlijnen beschreven voor natuurinclusief bouwen.
27
Inwoners worden gestimuleerd om te vergroenen Inwoners worden via subsidies gestimuleerd om zelf hun tuin, gevel of dak te vergroenen met inheemse soorten.
66
6.5
Dorpen
6.5.1 Onderdelen Het deelgebied Dorpen (figuur 16) is samengesteld uit de deelgebieden stedelijk centrum Boxtel, robuuste woonwijken, vitale kernen Esch, Lennisheuvel en Liempde, en de bedrijfsfuncties uit de omgevingsvisie (figuur 15). Dit is onderverdeeld in dorpen en bedrijventerreinen. De deelgebieden stedelijk centrum, robuuste woonwijken en vitale kernen verschillen onderling weinig in natuur en biodiversiteit en worden daarom gezamenlijk behandeld onder dorpen. Bedrijventerreinen wijken in samenstelling van natuur en biodiversiteit duidelijk af, waardoor hier andere maatregelen mogelijk zijn. Daarom worden ze in dit hoofdstuk als apart gebied behandeld.
naar noord door het dorp en ook de Beerze, hier Smalwater genoemd, stroomt door Boxtel om zich bij de Dommel te voegen. De Dommel is deels ingesnoerd door achtertuinen of bebouwing, maar heeft ook op een aantal locaties, vooral in het zuiden en noorden, de ruimte voor een natuurlijk ingericht dal. Smalwater heeft een natuurlijk ingerichte stapsteen, maar ligt verder strak ingesnoerd tussen achtertuinen en bebouwing. De beek heeft steile en smalle oevers.
Boxtel wordt aan de oostzijde begrensd door de A2 en het omleidingskanaal van de Dommel, in het noorden ligt natuurgebied Sparrenrijk, in het westen langs industrieterrein Ladonk ligt het dal van de Beerze en in het zuiden is, naast het dal van de Dommel, voornamelijk landbouw te vinden. De wijk Selissenwal heeft het hoogste percentage groen (openbaar en particulier samen) van Boxtel, namelijk 45%, waarvan 34% boom (zie figuur 14) 47. Dit komt omdat het bosrijke gebied
Dorpen De dorpen in de gemeente Boxtel liggen in een landelijke omgeving met veel natuur in de buurt en kenmerken zich door een sterke binding met het buitengebied. De oude kernen zijn het meest interessant voor gebouwbewonende soorten als gierzwaluw en vleermuizen. Vaak zijn dit ook de delen van de dorpen die het minst groen zijn, waardoor ze minder waardevol zijn voor soorten die meer baat hebben bij vegetatie, zoals huismus. Deze komen juist meer voor in wijken met veel groen, zoals in tuinen en parken waar ze leefruimte en voedsel dicht bij elkaar hebben. Bomenlanen zijn relevant voor vleermuizen, die hebben zij nodig ter oriëntatie (zie groenstructuurkaart in bijlage 2). Boxtel ligt midden in de gemeente en is de grootste kern. De Dommel stroomt van zuid
Figuur 14: Percentage groen per buurt
47
https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/
67
Omgevingsvisie | gemeente Boxtel Het groenblauwe, verbonden en ondernemende hart van de regio
Figuur 15: Deelgebieden stedelijk centrum Boxtel, robuuste woonwijken, vitale kernen Esch, Lennisheuvel en Liempde en bedrijfsfuncties uit de omgevingsvisie Boxtel
68
Figuur 16: Deelgebied dorpen Programma natuur, landschap en biodiversiteit
69
ten westen van de Parkweg hierin is meegeteld. De andere wijken hebben tussen de 34 en 38% groen, met 18 tot 23% boom. Prioritaire soorten (zoals genoemd in de Toelichting Maatregelenkaart voor Biodiversiteit en Leefgebieden NoordBrabant48 voor het stedelijk gebied, zie tabel 7.1) die in Boxtel zijn waargenomen in de afgelopen 10 jaar zijn onder andere de libellensoorten bruine winterjuffer, glassnijder en vroeger glazenmaker, de vissen bermpje, rivierdonderpad, kleine modderkruiper, bittervoorn en vetje, de vogels bonte vliegenvanger, gierzwaluw, huiszwaluw, ijsvogel, kerkuil, oeverzwaluw, slechtvalk en steenuil en de vleermuizen gewone dwergvleermuis en watervleermuis49.
jaar zijn waargenomen zijn bruine winterjuffer, gierzwaluw, huiszwaluw, steenuil en gewone dwergvleermuis49.
Liempde is een typisch kransakker- of esdorp: een dorp dat rondom de randen van de essen of bolle akkers werd gebouwd. Het ligt op een dekzandrug ten westen van de Dommel. De directe omgeving van Liempde bestaat, naast het Dommeldal, uit het open landschap van de bolle akkers met daaromheen een kleinschalig coulisselandschap. Het dorp zelf heeft ongeveer 37% groen, waarvan de helft uit bomen bestaat en de andere helft uit laag groen. Prioritaire soorten die hier in de afgelopen 10 jaar zijn waargenomen zijn bonte vliegenvanger, gierzwaluw, huiszwaluw, ijsvogel, kerkuil, slechtvalk en steenuil49.
Bedrijventerreinen In de gemeente liggen vijf bedrijventerreinen, namelijk Ladonk/Vorst en Duit/Dukaat in Boxtel, Daasdonk en Bergstraat/Heidonk in Liempde en Broxven in Esch. Het terrein Vorst B wordt ontwikkeld tot GreenTech Park Brabant, een bedrijventerrein gericht op biobased economie en circulariteit. Het bedrijventerrein wordt landschappelijk ingepast en er wordt rekening gehouden met groen en biodiversiteit.
Esch ligt op een zandige hoogte in het dal van de Essche Stroom. In de nabije omgeving is vooral landbouw te vinden. Esch heeft vrij weinig groen in de kern, namelijk 31%, waarvan 12% boom. Prioritaire soorten die hier in de afgelopen 10
70
Lennisheuvel ligt direct ten zuiden van industrieterrein Ladonk en ten oosten van het beekdal van de Beerze en dicht tegen Kampina. Het is een klein boerendorp met landbouw rondom, maar ook in de kern van het dorp. Het dorp, landbouw in de kern niet meegeteld, bestaat voor 41% uit groen, waarvan 17% boom is. Prioritaire soorten die hier in de afgelopen 10 jaar zijn waargenomen zijn Alpenwatersalamander, bonte vliegenvanger, gierzwaluw, huiszwaluw, ijsvogel, steenuil en gewone dwergvleermuis49.
Bedrijventerreinen zijn over het algemeen erg versteend. Dat geldt ook voor de industrieterreinen in de gemeente Boxtel. Dit zorgt voor weinig biodiversiteit, voor hittestress en een minder fijne werkomgeving. Karakteristieke soorten van het industrieterrein zijn scholekster en zwarte roodstaart.
6.5.2 Ambities en uitgangspunten De hoofdambitie voor dit deelgebied is het versterken (onder andere door verhoging van de biodiversiteit) en met elkaar verbinden van groen- en blauw(structuren) binnen en buiten de bebouwde kom. Vanuit de ambitie en ruimtelijke kwaliteiten van het deelgebied is er in de omgevingsvisie een vertaling gemaakt naar een aantal uitgangspunten voor dit deelgebied. De voor dit programma relevante uitgangspunten50 zijn: ‘De Dommel is in de toekomst nog zichtbaarder, er is meer recreatie en er zijn nieuwe wandelpaden langs De Dommel. De groene, recreatieve en culturele verbindingen langs en op de Dommel zorgen ook voor de verbinding met het landelijk gebied. In de robuuste woonwijken wordt groen toegevoegd en de kwaliteit van het bestaande groen is verbeterd met meer aandacht voor biodiversiteit. Voor nieuwe woningen zijn in Liempde, Esch en Lennisheuvel kleinschalige uitbreidingen aan de randen mogelijk. Deze uitbreidingen moeten passen bij het eigen groene en dorpse karakter. De ontwikkelingen gaan hand in hand met https://repository.officiele-overheidspublicaties.nl/ externebijlagen/exb-2019-8522/1/bijlage/exb-20198522.pdf 49 waarneming.nl. (2024, augustus). Opgehaald van Waarneming: https://waarneming.nl/ 50 Gemeente Boxtel. (2025). Omgevingsvisie Boxtel (P.37) Royal Haskoning DHV. https://ovisie-boxtel. ireporting.nl/ 48
maatregelen om het landschap te versterken en met het toevoegen van groene en recreatieve verbindingen met het landelijk gebied. Deze verbindingen bestaan bijvoorbeeld uit nieuwe wandelpaden in combinatie met de aanleg van bosjes en hagen.’
Met de klok mee: Bonte vliegenvanger, gierzwaluw, Inheems bloemenmengsel bij Selissenwal
71
6.5.3 Doelstellingen Onderstaande doelstellingen dragen bij aan de ambities en uitgangspunten van het deelgebied dorpen.
Tabel 5: Doelstellingen deelgebied dorpen
Nr. Doel en omschrijving 1
Water en bodem zijn sturend bij alle nieuwe ontwikkelingen Bij ruimtelijke ontwikkelingen sluiten we aan bij de natuurlijke kenmerken van het water- en bodemsysteem. We houden rekening met aanpassingen op de lange termijn om toekomstige klimaateffecten op te kunnen vangen. Het water- en bodemsysteem (inclusief de gebruikswaarde van ecosysteemdiensten, kwaliteit en vitaliteit) mag over de gehele levensduur van het gebruik niet verslechteren.
2
De bodem in de gemeente heeft een verbeterde sponswerking Een gezonde bodem kan veel water opnemen, vasthouden en langzaam laten infiltreren. Dit grondwater kan dan als buffer dienen voor droge periodes. Dit is een belangrijk proces voor waterafhankelijke natuur.
3
De openbare ruimte wordt ecologisch beheerd om de lokale biodversiteit te stimuleren De standaard voor groenbeheer is ecologisch beheer, met uitzonderingen voor locaties ten behoeve van bijvoorbeeld verkeersveiligheid of gebruiksfuncties niet wenselijk is. Er wordt bij verandering van beheer voorlichting gegeven aan de inwoners over ecologisch beheer in verband met het creëren van draagvlak.
4
Oppervlaktewaterkwaliteit van KRW-watergangen voldoet aan de kaders vanuit de KRW Er wordt ingezet op natuurinclusieve landbouw en realisatie van nieuwe natuur in de beekdalen waardoor er minder gewasbeschermingsmiddelen in de beken terechtkomen. Daarnaast zijn alle natte EVZ’s in 2030 gerealiseerd. Er wordt gestreefd naar een verbetering van de waterkwaliteit in alle watergangen, aangezien deze afvoeren richting KRW-watergangen, zoals door het realiseren of stimuleren van de aanleg van natuurvriendelijke oevers langs B- en C-watergangen. De waterschappen zijn verantwoordelijk voor de A-watergangen. We zoeken de samenwerking met de waterschappen om de A-watergangen te verbeteren.
5
Beken en beekdalen hebben in 2040 de ruimte In 2040 zijn de beekdalen klimaatrobuust ingericht met passend landgebruik zoals grasland, natte teelten of natuur. De grondwaterstand is verhoogd ten behoeve van de Natura-2000-gebieden en natte natuurparels in de gemeente. De beken meanderen en mogen overstromen, er vindt waterberging plaats en water wordt langzamer afgevoerd. Door de hogere grondwaterstand kan er waterafhankelijke natuur gerealiseerd worden. De beekdalen komen niet in aanmerking voor nieuwe ontwikkelingen, zoals woningbouw, vanwege de waterveiligheid.
6
We zetten in op de aanplant van bomen en struweel Bomen en bossen dragen bij aan veel opgaven op het vlak van natuur, biodiversiteit en klimaatadaptatie. De gemeente kijkt bij alle nieuwe ontwikkelingen naar mogelijkheden om bomen en struweel aan te planten. Daarnaast zoekt de gemeente naar locaties die beplant kunnen worden, zoals bermen en overhoekjes. Ook worden inwoners gestimuleerd om bomen aan te planten, bijvoorbeeld door gebruik te maken van het voorpootrecht.
72
Nr. Doel en omschrijving 7
Waar mogelijk wordt ingezet op een combinatie van functies die bijdragen aan de kwaliteit van natuur, landschap en/of biodiversiteit De gronddruk in de gemeente is hoog. In het verleden is er vooral vanuit een sectorale benadering van gebiedsinrichting gekeken. Om aan alle opgaven te voldoen is het nodig om integraal te kijken naar gebiedsinrichting en meerdere functies op dezelfde locatie te realiseren. Vooral in de beekdalen waar de grondwaterstand omhoog gaat lijkt er weinig ruimte te zijn voor andere functies. Het is belangrijk om juist hier in te zetten op dubbele functies zoals productie van biobased bouwmaterialen met waterberging.
8
Het Natuurnetwerk Brabant, inclusief ecologische verbindingszones, gelegen in de gemeente Boxtel, is gerealiseerd in 2030 Het Natuurnetwerk Nederland is een netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het Rijk en de provincies hebben afgesproken het Natuurnetwerk Nederland in 2030 gerealiseerd te hebben. De realisatie van nieuwe natuur en nieuwe natuurverbindingen zorgt onder andere voor een verhoging van de biodiversiteit, een betere waterkwaliteit en robuustere natuurgebieden. Het gaat onder andere om de realisatie van EVZ’s: de Blauwhoefseloop, Sparrenrijk-Kampina en het Essche Loopje/Koningsweg. Percelen in eigendom van de gemeente die in het Natuurnetwerk Nederland liggen en nog niet ingericht zijn als natuur worden omgevormd naar natuur.
9
Natuurgebieden zijn beter met elkaar verbonden in 2040 door groenblauwe dooradering Met de realisatie van de EVZ's en groenblauwe dooradering van het landelijk gebied worden natuurgebieden beter met elkaar verbonden. In 2026 zijn bestaande groenblauwe verbindingen in het landelijk gebied in kaart gebracht en de kwaliteit beoordeeld. In de focusgebieden (zie 6.1.1) is er in 2040 gemiddeld 10-15% groenblauwe dooradering. Buiten de focusgebieden is er gemiddeld in 2040 5-10% groenblauwe dooradering. Het gemiddelde van het gehele landelijke gebied is in 2040 minimaal 10% groenblauwe dooradering.
10
In de dorpen en vanuit de dorpen naar het buitengebied zijn robuuste groenblauwe verbindingen aangelegd De groene verbindingen langs de Dommel worden versterkt. Daarnaast worden er nieuwe groenblauwe verbindingen toegevoegd vanuit nieuwe woninguitbreidingen naar het landelijk gebied. In de kernen en vanuit de kernen naar het landelijk gebied worden bestaande verbindingen versterkt en nieuwe verbindingen aangelegd. Deze verbindingen bevorderen de biodiversiteit , zorgen voor verspreiding van flora en fauna, maken de kernen aantrekkelijker en beter beleefbaar en helpen mee met klimaatadaptatie.
11
Bij klimaatadaptieve maatregelen wordt biodiversiteit altijd meegenomen Bij klimaatadaptieve maatregelen wordt vaak groen gerealiseerd. Bij de keus voor dit groen wordt gekozen voor een diversiteit aan soorten, bestaande uit inheems en of/autochtoon materiaal waar mogelijk. Daarnaast wordt gekozen voor soorten met een zo lang mogelijke spreiding van bloei- en vruchttijd om voor voedsel te zorgen voor vogels, zoogdieren en insecten. Het wordt zo veel mogelijk ecologisch beheerd.
73
Nr. Doel en omschrijving 14
Basiskwaliteit natuur in 2040 De Basiskwaliteit natuur is een minimumniveau voor biodiversiteit in het landelijk en stedelijk gebied, nodig voor een gezonde leefomgeving en een veerkrachtige natuur. De biodiversiteit wordt vergroot door realisatie van nieuwe natuur, het gebruik van landschapselementen, aanleg van groen en de omslag naar natuurinclusieve landbouw.
24
De dorpsuitbreidingen zijn kleinschalig en passend bij het groene karakter. Ze hebben gezorgd voor landschapsversterking, een verhoging van de biodiversiteit en groene en recreatieve verbindingen met het landelijke gebied. De woningbouwopgave wordt gecombineerd met landschapsversterking door de aanleg van groene en blauwe elementen, passend bij het landschapstype.
25
In de openbare ruimte worden optimale maatregelen voor natuur, landschap en biodiversiteit genomen Bij alle nieuwe (her)inrichtingsplannen komen optimale maatregelen voor natuur, landschap en/of biodiversiteit. Daarnaast gaat de gemeente op zoek naar mogelijkheden om op bestaande locaties verbeteringen op vlak van natuur, landschap en biodiversiteit door te voeren.
26
‘De Landelijke Maatlat voor een Groene Klimaatadaptieve Gebouwde Omgeving' is de nieuwe standaard bij nieuwbouw en renovatieprojecten In het thema biodiversiteit en natuurinclusiviteit staan richtlijnen beschreven voor natuurinclusief bouwen.
27
Inwoners worden gestimuleerd om te vergroenen Inwoners worden via subsidies gestimuleerd om zelf hun tuin, gevel of dak te vergroenen met inheemse soorten.
28
De dorpen zijn groenblauw ingericht Er zijn meer groenstroken, vijvers en bomen. In 2030 is in de dorpen minimaal 10% van de bestaande verharding vergroend. Minimaal 50% van de scholen heeft in 2030 een groenblauw schoolplein.
29
Bedrijventerreinen zijn groen en biodivers ingericht. Vooral bij de bedrijventerreinen Ladonk, Vorst A en Daasdonk ligt op korte termijn de nadruk op verduurzaming en verbetering van de bestaande terreinen op vlak van biodiversiteit en klimaatadaptatie.
74
7. Van ambitie naar uitvoering In de uitvoeringsagenda zijn projecten opgenomen die een bijdrage leveren aan de kwaliteit van natuur, landschap en biodiversiteit in de gemeente en aansluiten bij de ambities uit de omgevingsvisie. Bij de projecten wordt aangegeven wie er verantwoordelijk is voor de uitvoering, wordt een inschatting gegeven van de kosten en planning en staat beschreven welke partijen betrokken zijn. De projecten zijn onderverdeeld in de deelgebieden natuur, landelijk en dorpen. Daarnaast zijn er projecten die overkoepelend zijn voor de gehele gemeente. De uitvoeringsagenda wordt jaarlijks bijgesteld. De gemeente draagt op verschillende manieren bij aan de doelstellingen zoals vastgelegd in dit beleidskader, namelijk door:
• • • • •
te realiseren; te sturen in beheer; te stimuleren en faciliteren; samen te werken; in regels vast te leggen.
De projecten die genoemd worden zijn ter verduidelijking en niet uitputtend. De volledige lijst met projecten is terug te vinden in de uitvoeringsagenda.
7.1
Realiseren
De gemeente gaat een aantal projecten zelf oppakken. Dit zijn projecten waar de gemeente een verantwoordelijkheid voor heeft en waarvan de grond in bezit van de gemeente is of komt, zoals bij het realiseren van EVZ’s, het aanpakken van faunaknelpunten op en om gemeentelijke wegen en het inventariseren en herstellen van zandpaden. Dit doen we waar mogelijk en nodig in samenwerking met andere partijen, zoals de buurgemeenten, terreinbeherende organisaties, waterschap en de natuurwerkgroepen. De eigen gronden van de gemeente worden zo veel en goed mogelijk ingezet voor de realisatie van groenblauwe dooradering. Waar grond van de gemeente in het NNN/NNB ligt willen we inzetten op omvorming naar natuur.
7.2
Sturen in beheer
Het gemeentelijke groenbeheer wordt waar nodig aangepast ten behoeve van het verhogen van de biodiversiteit. Daarnaast wordt het huidige beheer van gemeentelijke groenvoorzieningen en stadsvijvers geïnventariseerd en verbeterd. Het beheer van natuur wordt in de bestekken losgekoppeld van het overige groenbeheer. Het beheer van ecologisch waardevolle vegetaties
wordt uitgevoerd door partijen die hier kennis van hebben.
7.3
Stimuleren en faciliteren
De gemeente kan niet alleen met eigen projecten aan alle doelstellingen voldoen. Een heel groot gedeelte van de ruimte is in eigendom van anderen, zoals particulieren, ondernemers, bedrijven of terreinbeherende organisaties. Door te stimuleren en faciliteren hopen we dat inwoners en bedrijven zelf hun eigen omgeving gaan vergroenen. De gemeente doet mee aan de regelingen ErvenPlus en de Stimuleringsregeling Landschap (Stila). De regelingen worden uitgevoerd door Brabants Landschap en gefinancierd door de provincie en gemeente. Via ErvenPlus kunnen inwoners van het buitengebied gratis landschapselementen voor op het erf ontvangen. Via Stila kunnen inwoners van het buitengebied landschapselementen op gronden buiten het erf ontvangen. Door deel te nemen aan deze regelingen werkt de gemeente mee aan het realiseren van groenblauwe dooradering in het buitengebied. De gemeente kan de projecten extra onder de aandacht brengen en op andere manieren ondersteunen en/of meewerken in de gebieden waar groenblauwe dooradering een hoge prioriteit heeft, zoals de focusgebieden. De huidige
75
regelingen van ErvenPlus en Stila lopen nog tot eind 2025, wanneer er een nieuwe regeling start zal de gemeente daar weer aan deelnemen. Daarnaast zijn er gronden in eigendom van de gemeente die worden gepacht door agrariërs. Hier gaan we inzetten op het toevoegen van landschapselementen. In de dorpen kunnen inwoners de Subsidie groen en water aanvragen voor ontharding en vergroening, afkoppelen van regenwater en groene daken. Op deze manier worden alle inwoners, in binnen en buitengebied, gestimuleerd om hun directe omgeving te vergroenen.
7.4
Samenwerken
De gemeente werkt waar mogelijk samen in het behouden en versterken van natuur, landschap en biodiversiteit. Dit doen we met diverse partijen zoals het waterschap, terreinbeherende organisaties, streekorganisaties (zoals Het Groene Woud en Van Gogh Nationaal Park), Regio Noordoost Brabant (Regionaal Programma Natuur en Landschap) en lokale natuur(werk)groepen. We haken actief aan bij gebiedsprocessen zoals de Groenblauwe Gebiedsgerichte Aanpak (GGA) Kampina en Oisterwijkse Vennen en het Programma Vitaal landelijk gebied, waarbij we
76
samen met stakeholders gaan kijken hoe we het gebied zo optimaal mogelijk kunnen inrichten.
7.5
In regels vastleggen
Een aantal zaken wordt in regels vastgelegd. Zo zal het pachtbeleid worden aangepast ten voordele van natuur, landschap en biodiversiteit en zal er nieuw beleid worden gemaakt voor landschapselementen en ecologisch bermbeheer. Voor landschappelijke inpassingen wordt in samenwerking met de regio een leidraad landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering opgesteld.
8. Monitoring Monitoring en evaluatie is verplicht onder de Omgevingswet. Monitoring van het Programma Natuur, Landschap en Biodiversiteit levert een bijdrage aan deze verplichting, maar, net zo belangrijk, het geeft de gemeente ook inzicht in voortgang en effectiviteit van (de projecten van) het programma. Monitoring en tussentijdse evaluatie biedt de mogelijkheid om tijdig bij te sturen. Monitoring van het programma zal plaats vinden op twee vlakken; planning en resultaten. In de uitvoeringsagenda is een planning en looptijd van de afzonderlijke projecten en het gehele programma opgenomen. Monitoring van de voortgang zorgt voor inzicht en handelingsperspectief. Met behulp van verkregen inzicht kunnen intern keuzes gemaakt worden in wijzigen van start-, eind- en looptijd of kan er besloten worden om te versnellen door meer fte vrij te maken voor bepaalde doelstellingen en ambities. Daarnaast worden per project de resultaten gemeten, hiervoor wordt ook gebruik gemaakt van het beoordelingskader vanuit het Omgevingseffectrapport (OER) bij de Omgevingsvisie Boxtel 2040. Hiervoor kan bijvoorbeeld het percentage aangelegde groenblauwe dooradering of het aantal gerealiseerde m2 natuur worden berekend of de waterkwaliteit worden getest op basis van de Kader Richtlijn Water.
Onderdeel van de uitvoeringsagenda is dan ook het uitwerken van een realistisch en gebruikersvriendelijk monitoringsprogramma. Onderdeel van de monitoring zouden in ieder geval de volgende stappen mogen zijn:
•
•
•
•
Monitoring en evaluatie van het programma zullen onderdeel uitmaken van de organisatiebrede monitoring onder de omgevingswet.
Stap 1: Welke ontwikkelingen hebben plaats gevonden of welke maatregelen zijn gerealiseerd sinds het vorige peil-/ meetmoment? Stap 2: Vallen de gevolgen van deze ontwikkelingen binnen de doelstellingen van het Programma Natuur, Landschap en Biodiversiteit en/of doen zich (nieuwe) knelpunten of problemen voor? Stap 3: Zijn er aanvullende maatregelen of ingrepen nodig om beschreven doelstellingen te realiseren binnen voorgestelde periode? Of is er ruimte in tijd en budget om projecten te verlengen? Stap 4: Zijn de doelstellingen van het programma nog realistisch? Voldoen de gestelde kaders nog? Is er aanleiding voor bijstellen van het programma of aanpak?
Op basis van de verkregen informatie uit het monitoringsprogramma wordt regelmatig een beoordeling gegeven op de voor dit programma relevante ambities volgens de beoordelingstool die ook voor de omgevingsvisie is gebruikt.
77
Zandpad De Donders, open akkercomplex
78
9. Risicoparagraaf Een programma vindt altijd plaats in een complexe en dynamische omgeving, met kansen, maar ook bedreigingen en risico’s. Voor het programmamanagement is het in de gaten houden van risico’s een belangrijke activiteit. Het is daarom goed om op het niveau van het programma als geheel regelmatig een risicoanalyse uit te voeren en dat te vertalen in acties. De eerste risicoanalyse en de conclusies daaruit nemen we mee in het nog op te stellen programmaplan. Risico’s zijn immers bij uitstek aandachtspunten voor het programmamanagement; vooral daaraan moet je als programmateam aandacht besteden. Risicoanalyse en beheersing zal onderdeel uitmaken van de organisatie brede programmamanagement.
9.1 Risico’s Een belangrijk organisatorisch risico bij de uitvoering van natuur- en landschapsbeleid is de beperkte personele capaciteit binnen betrokken organisaties, wat kan leiden tot vertragingen en kwaliteitsverlies. Daarnaast vormt het gebrek aan specialistische kennis – bijvoorbeeld op het gebied van ecologie, hydrologie of juridische kaders – een risico voor de effectiviteit en rechtmatigheid van beleidsmaatregelen. Ook blijkt de interne afstemming tussen beleidsafdelingen, uitvoeringsdiensten en communicatie in de praktijk soms onvoldoende, wat kan resulteren in inefficiënte processen en verminderde samenhang. Verder leidt personeelsverloop regelmatig tot verlies van cruciale kennis en continuïteit binnen
projecten. Om deze risico’s te beheersen, worden maatregelen getroffen zoals het tijdig inzetten van externe expertise, het organiseren van multidisciplinaire overleggen, het documenteren van processen en het investeren in scholing en kennisdeling. Deze aanpak draagt bij aan een robuuste organisatie die beleidsdoelen effectief en duurzaam kan realiseren.
9.2 Kansen en effecten Naast de risico’s biedt het beleid aanzienlijke kansen voor zowel ecologische als maatschappelijke meerwaarde. Door gerichte natuurontwikkeling en landschapsherstel kunnen biodiversiteit en ecosysteemdiensten worden versterkt, wat bijdraagt aan klimaatadaptatie, waterkwaliteit en bodemgezondheid. Dit schept tevens mogelijkheden voor recreatie, educatie en regionale identiteit, waardoor het draagvlak onder bewoners en stakeholders toeneemt. De integrale benadering van natuur en landschap stimuleert samenwerking tussen overheden, terreinbeheerders, agrariërs en maatschappelijke organisaties, wat leidt tot innovatieve oplossingen en een efficiëntere uitvoering. De effecten van het beleid uiten zich in een robuuster en veerkrachtiger landschap, waarin natuur en mens in balans functioneren. Daarmee wordt niet alleen bijgedragen aan de realisatie van nationale en Europese natuurdoelen, maar ook aan een toekomstbestendige leefomgeving.
9.3 Beheermaatregelen Om de geïdentificeerde risico’s effectief te beheersen, worden verschillende maatregelen getroffen. Op organisatorisch vlak ligt de focus op capaciteitsversterking via strategische personeelsplanning, het inzetten van externe expertise en het bevorderen van kennisdeling binnen en tussen organisaties. Scholing en intervisie dragen bij aan het behoud van specialistische kennis, terwijl een duidelijke taakverdeling en projectstructuren zorgen voor betere interne afstemming. Ecologische risico’s worden beperkt door adaptief beheer, monitoring van biodiversiteit en samenwerking met kennisinstellingen voor vroegtijdige signalering van verstoringen. Juridische risico’s worden geminimaliseerd door toetsing in de planfase, het volgen van actuele wet- en regelgeving en het opnemen van flexibiliteit in projectontwerpen. Financiële risico’s worden beheerst door het spreiden van financieringsbronnen, het faseren van projecten en het tijdig aanvragen van subsidies. Maatschappelijke weerstand wordt voorkomen door vroegtijdige participatie, transparante communicatie en het bieden van maatwerk aan belanghebbenden. Deze integrale aanpak draagt bij aan een robuuste en toekomstbestendige uitvoering van het beleid.
9.4 Verantwoordelijke Binnen de gemeente ligt de primaire verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het natuur- en landschapsbeleid bij de afdeling Ruimte
79
en Leefomgeving. Deze afdeling coördineert de beleidsontwikkeling, stelt uitvoeringsplannen op en bewaakt de voortgang van maatregelen. Voor de praktische uitvoering werkt de gemeente samen met terreinbeheerders zoals Brabants Landschap en met lokale agrariërs, die het beheer van natuurpercelen en landschapselementen verzorgen. Het waterschap is verantwoordelijk voor waterhuishoudkundige maatregelen die samenhangen met natuurontwikkeling. Voor specialistische kennis en monitoring wordt samengewerkt met ecologische adviesbureaus en regionale kennisinstellingen. De gemeente zorgt voor de afstemming tussen alle betrokken partijen, faciliteert de participatie van bewoners en grondeigenaren, en fungeert als aanspreekpunt voor subsidieaanvragen en rapportages richting provincie en rijksoverheid.
80
10. Bibliografie ARK Rewilding Nederland. (2024, januari). De scheeken. Opgehaald van ARK rewilding: https://arkrewilding.nl/gebieden/het-groene-woud/de-scheeken Ark Natuurontwikkeling: Nijmegen. Atlas Leefomgeving. (2022, 10 18). Soortendiversiteit. Opgehaald van Atlas leefomgeving: https://www.atlasleefomgeving.nl/soortendiversiteit-in-nederland BIJ12. (2024, augustus). Natuurtypen. Opgehaald van BIJ12: https://www.bij12.nl/onderwerp/natuursubsidies/index-natuur-en-landschap/natuurtypen/ Bartelds, G. (1997). Algemene informatie van het bosreservaat 35. Boxtel “de Geelders” Werkdocument IKC Natuurbeheer nr W-122. Wageningen: Informatie- en Kenniscentrum Natuurbeheer Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. Brabants Landschap. (sd). Edelherten in het Groene Woud. Opgehaald van Brabants Landschap: https://www.brabantslandschap.nl/projecten/edelherten-in-hetgroene-woud/ Consortium RHDHV, Witteveen+Bos en Tauw. (2024, 06 06). Bouwsteen vitale bodem. Opgehaald van Samen de diepte in: https://samendedieptein.nl/ bodembeheer-van-de-toekomst/bouwsteen-vitale-bodem/ Dirkx, G. (2001). Historische ecologie van de brand en de mortelen (noord-brabant). Wageningen: Alterra, Research Instituut voor de Groene Ruimte. Factsheet doelbereik Groenblauwe Dooradering. (2025). Aanvalsplan Landschap. Wageningen: Stichting Deltaplan Biodiversiteitsherstel. Gemeente Boxtel. (2021).
Samen aan de slag - beleidsakkoord 2021-2026. Boxtel: Gemeente Boxtel. Gemeente Boxtel. (2024, maart). Ambities. Opgehaald van Omgevingsvisie Boxtel: https://ovisie-boxtel.ireporting.nl/ambities/ambities/ Gemeente Boxtel. (2025). Omgevingsvisie boxtel royal haskoning dhv. https://ovisie-boxtel.ireporting.nl/ Jansen, G., & Hassink, A. (1999). Groene levensaders door boxtel. Wageningen: Nieuwland Advies. Lagarde, T. (2013). Dorpsrandenatlas van de brabantse kempen. Eindhoven: Eindhoven University of Technology. Maes, B. (2016). Het Speet - de Geelders Cultuurhistorie en beheer van een grenswalbeplanting. Liempde: SPPiLL en Stichting Brabantse Bronnen Meesters, H., Biesmeijer, K., Edixhoven, F., Grashof-Bokdam, C., Hofhuis, H., Wallis de Vries, M., Zollinger, R. (2024). Kennisdocument basiskwaliteit natuur. Wageningen: Stichting Deltaplan Biodiversiteitsherstel. Nabben, I., de Koning, N., & van den oetelaar, G. (2021). Landschapsvisie beneden dommel, het dommeldal tussen son en breugel. Onderbouwing van de inrichtingsplannen en de NNB-herbegrenzing in Het Groene Woud. Nijmegen: Ark natuurintwikkeling. Natura 2000. (2024, januari). Kampina en oisterwijkse vennen. Opgehaald van Natura2000: https://www.natura2000.nl/gebieden/noord-brabant/kampina-enoisterwijkse-vennen Natuurmonumenten. (2024, mei). Herstel natte natuurparel kampina.
Opgehaald van Natuurmonumenten: https://www.natuurmonumenten.nl/natuurgebieden/ kampina/natuurherstel/herstel-natte-natuurparel-kampina Opdam, P. F. M., & Vos, C. C. (2023). Hoeveel groenblauwe dooradering is nodig?. Landschap: tijdschrift voor landschapsecologie en milieukunde, 40(2), 57-65 Programma Mooi Nederland. (2024). Handreiking groenblauwe dooradering, naar verweven landbouw en natuur. Ministerie van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties. Provincie Noord-Brabant. (2009). Structuurvisie de levende beerze, ontwerp. Noord-Brabant. Provincie Noord-Brabant. (2024, juli). Cultuurhistorische waardenkaart 2024. Opgehaald van www.brabant.nl: https://noord-brabant.maps.arcgis.com/apps/ instant/sidebar/index.html?appid=cc65ce7c9a66445ea653a582f26e4b85
81
Scheepens, M., Sanabria, M., van den Oetelaar, G., van Ooijen, J., Margry, I., & Margry, K. (2020). Het oranje-blauw zwemmend geraamte eubranchipus grubii in het groene woud (branchiopoda: anostraca). Nederlandse Faunistische Mededelingen 54, pp. 61-74. Van Delft, M., Verhoeven, M., Vorstermans, J. (2025). Koersdocument Gebiedsgerichte aanpak Kampina & Oisterwijkse Vennen. Provincie Noord-Brabant. Van der Straaten, J., Cooijmans, T. (2024). Kampina, Geschiedenis en bescherming van een natuurmonument. Pictures Publishers. Van der Straaten, J., van Kruisbergen, W., van Haaften, E.-J., & Hendriks, J. (2017). Natuurgebieden in noord-brabant. Woudrichem: Pictures Publishers. Wageningen University & Research. (2024). Smalbroeken. Opgeroepen op 2024, van Wageningen University & Research. Wageningen University & research. (2022, Oktober 31). Longread biodiversiteit. Opgehaald van Wageningen University & research: https://www.wur.nl/nl/showlongread/Biodiversiteit-longread.htm Waterschap De Dommel. (2024). Ecologische verbindingszone groote waterloop. Opgehaald van Waterschap De Dommel: https://www.dommel.nl/ grootewaterloop Waterschap De Dommel. (2024, 06). Handelingsperspectieven voor de watertransitie. Opgehaald van Waterschap de Dommel: https://www.dommel.nl/ handelingsperspectieven-voor-de-watertransitie biodiversiteit.nl. (2024). Biodiversiteit.
Opgehaald van Biodiversiteit.nl: https://nl.chm-cbd.net/ & Iersel, v. H. (sd). Inheems en autochtoon. Wat is dat eigenlijk? Opgehaald van boomzorg.nl: https://edepot.wur.nl/14268 https://repository.officiele-overheidspublicaties.nl/externebijlagen/exb-2019-8522/1/bijlage/exb-2019-8522.pdf https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/ van den Oetelaar, G., van der Straaten, J., & Timmers (red), J. (2023). Het stroomgebied van de dommel. Een landschapsbiografie. Woudrichem: Pictures Publishers van den oetelaar, G., & de Koning, N. (2022). Landschapsvisie de geelders (lesa). Onderbouwing van de inrichtingsplannen en de NNB-Herbegrenzing in Het groene Woud. van der Straaten, J., van Kruisbergen, W., van Haaften, E.-J., & Hendriks, J. (2017). Natuurgebieden in noord-brabant. Woudrichem: Pictures Publishers. waarneming.nl. (2024, augustus). Opgehaald van Waarneming: https://waarneming.nl/
82
11. Fotografen Tenzij anders vermeld, zijn de foto’s in dit document afkomstig van interne projectarchieven, de beeldbank van de gemeente Boxtel of rechtenvrije platforms zoals pixabay. Waar mogelijk is de naam van de fotograaf vermeld. Fischer Fotografie Peter de Koning/PDKfoto Ran Schols Saxifraga, Arie de Knijf Saxifraga, Kars Veling
p. 18 midden, 42 p. 18 onder, 25 3de van links, 71 p. 71 p. 57 p. 51
83
Kampina
84
12. Verklarende woordenlijst Begrip
Verklaring
Autochtoon
Directe nakomelingen van lokaal plantenmateriaal of lokale dieren.
Barrière
Hindernis/iets dat in de weg zit.
Beeldkwaliteit
Kwaliteit van de omgeving wordt gemeten naar hoe het eruit ziet.
(groen)Beheer
Het groen onderhouden en verzorgen.
Belanghebbende(n)
Een persoon of een groep die belangen heeft bij een bepaald onderwerp.
Beleid
Gedragslijn voor de verwezenlijking van bepaalde doelen.
Biodiversiteit
Biodiversiteit omvat alle soorten planten, dieren en micro-organismen, maar ook de genetische variatie binnen die soorten en de variatie aan ecosystemen waarvan ze deel van uitmaken.
Bodemleven
Alle organismen in de bodem.
Cultuurhistorisch
De geschiedenis van alles wat door mensen is gedaan en gemaakt.
Doelsoort
Een soort waarvan het behoud, het herstel of de terugkeer het doel van beleid is.
Duurzame landbouw
Natuurinclusieve (kringloop) landbouw en kringlooplandbouw zijn beide vormen van de overkoepelende term duurzame landbouw. Onder duurzame landbouw verstaan we: “geen teelten die veel water en/of chemische gewasbeschermingsmiddelen nodig hebben. Dit betekent dat de landbouw zich aanpast op beschikbaar (grond) water, energie en grondstoffen zonder deze uit te putten. Kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen worden zo min mogelijk gebruikt. De landbouw draagt bij aan de biodiversiteit. De producten worden zo dicht mogelijk bij de consument geteeld, verwerkt en verkocht.”
Ecologie
De wetenschap die de wisselwerking tussen organismen, binnen populaties en levensgemeenschappen en de relatie met de omgeving onderzoekt.
Ecologisch beheer
Ecologisch beheer is een methode waarbij het beheer(bestek) erop gericht is om de lokale biodiversiteit te stimuleren.
Ecologische verbindingszone (EVZ)
Een verbinding voor doelsoorten tussen natuurgebieden die deel uitmaakt van het Natuurnetwerk Brabant.
Ecosysteem
Eenheid die bestaat uit een complex natuurlijk systeem van interacties tussen levende groepen (planten, dieren, schimmels en micro-organismen) en de omgeving waarin ze leven.
Gebiedseigen
Van nature in het gebied thuishorend.
Groenareaal
De oppervlakte aan groen.
Groenblauw schoolplein
Schoolplein, ingericht met beplanting en andere maatregelen ter bescherming tegen de extremen van het veranderende klimaat.
85
86
Begrip
Verklaring
Groenblauwe dooradering
Onder groenblauwe dooradering (GBDA) verstaan we de ‘kleine’ natuurelementen die ons landschap in belangrijke mate vormgeven. Als bovengrens hanteren we een omvang van maximaal 1,5 hectare. Om die reden wordt vaak gesproken van kleine landschapselementen (KLE). Deze kunnen als punten, lijnen of vlakken aanwezig zijn.
Groenstructuur
De optelsom van alle groene onderdelen in een gemeente of dorpskern.
Habitat
Leefgebied, de plaats waar en de milieuomstandigheden waarin een bepaald organisme leeft of groeit.
Houtwal
Begrip
Een lijnvormig landschapselement met bomen en struiken (vaak op een wal) van 4 tot 20 meter breed en minimaal 25 meter lang. Verklaring
Inheems
Van nature in een bepaald gebied voorkomend.
Inundatie
Het (tijdelijk) onder water zetten van een gebied, bijvoorbeeld om water vast te houden, natuurdoelen te realiseren of als maatregel tegen droogte of overstromingen.
Kringlooplandbouw
Een vorm van landbouw waarbij alles dat door het landbouwsysteem wordt gebruikt (grondstoffen, voedingsstoffen, energie) in datzelfde systeem weer wordt aangevuld. Bij kringlooplandbouw komt zo min mogelijk afval vrij, is de uitstoot van schadelijke stoffen zo klein mogelijk en worden grondstoffen en eindproducten met zo min mogelijk verliezen benut (ook wel circulaire landbouw genoemd).
Kwel
Grondwater dat onder druk uit de grond komt
Landgoed
Een groot stuk grond met landerijen, bossen en tuinen. Op een landgoed kunnen zich gebouwen bevinden, zoals een landhuis, kasteel, grote boerderij of kerk.
Landschapselement
Bouwsteen van het landschap, waaronder heg, haag, solitaire boom, houtwal.
Leefomgeving
De omgeving waarin een plant, dier of mens leeft.
Monitoring
Toezicht houden op de ontwikkeling van bijvoorbeeld de natuur.
Monumentale laan
Bomenlanen die bestaan uit zeldzame of bijzondere soorten, een respectabele leeftijd hebben, of onderdeel uitmaken van een (rijks)monumentaal park, landgoed of structuur.
Natuurinclusieve landbouw
Vorm van landbouw waarbij agrariërs voedsel en gewassen produceren in harmonie met milieu, natuur en landschap, en deze proberen te versterken.
Natuurlijk groen
Zie groenblauwe dooradering.
Natuurontwikkeling
Alle maatregelen die voorwaarden scheppen voor het herstel van de natuur in een gebied of voor de ontwikkeling van nieuwe natuur.
Natuurvriendelijke oever
Een geleidelijke overgang van water naar land door middel van een flauwe helling.
Participatie
Actief meedoen.
Populatie
Groep organismen van dezelfde soort in een min of meer afgescheiden gebied.
Populierenlandschap
Een landschap waarin populieren prominent aanwezig zijn.
Begrip
Verklaring
Programma
Serie van projecten om een groter doel te bereiken.
Project
Een in de tijd en middelen begrensde activiteit om iets te creëren.
Omgevingsprogramma
Een programma onder de Omgevingswet is een flexibel beleidsinstrument om de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving te bereiken met beleid en maatregelen. Die maatregelen kunnen van alles zijn, bijvoorbeeld beleidsregels en geldzaken, maar ook communicatie en de uitvoering van projecten.
Recreatie
Vrijetijdsbesteding.
Solitaire boom
Een vrijstaande boom.
Strategie
Plan van aanpak om doelen te bereiken.
Subsidie
Financiële vergoedingen vanuit de overheid voor bepaalde maatregelen of activiteiten.
Visie
Langetermijnperspectief.
87
bijlagen
88
Bijlage 1. Uitvoeringsagenda
Uitvoeringsagenda 2026-2029
Programma natuur, landschap en biodiversiteit 2026-2040 Gemeente Boxtel
Opdrachtgever Gemeente Boxtel (073) 553 11 11 www.Boxtel.nl Auteur Orbis Moorland 4 5688 GA Oirschot November, 2025
2
Inhoudsopgave 1.
Inleiding.................................................................... 5
4.14
Inventarisatie en beoordeling zandpaden...........................13
1.1
Opbouw programma............................................................. 5
4.15
Basiskwaliteit natuur (landelijk gebied)................................ 14
1.2
Leeswijzer................................................................................. 5
4.16
Groenblauwe verbindingen versterken............................... 14
2.
Planning.................................................................... 6
4.17
ErvenPlus....................................................................................14
3.
Financien.................................................................. 7
4.18
StiLa............................................................................................. 15
3.1
Herkomst middelen................................................................ 7
4.19
Beheerplan populierenlandschap....................................... 15
3.2
Besteding middelen Ruimt-voor-Ruimte........................... 7
4.20
Handreiking landschappelijke inpassing............................. 15
3.3
Besteding overige middelen................................................. 7
4.21
Herijking pachtvoorwaarden................................................. 16
4.
Projecten.................................................................. 9
4.22
Basiskwaliteit natuur (dorpen)............................................... 16
4.1
Uitwerken monitoringsprogramma..................................... 9
4.2
Cofinanciering leaderprojecten............................................ 9
4.3
Inventarisatie faunaknelpunten............................................ 10
4.4
Aanpak bestaande faunaknelpunten
4.5
Ecologisch bermbeheer......................................................... 10
4.6
Versterking en afronding EVZ Kampina-Sparrenrijk......... 11
4.7
Herzien visie groene levensader, Dommel door Boxtel...11
4.8
Realisatie EVZ Smalwater-west............................................. 11
4.9
Realisatie EVZ Blauwhoefseloop........................................... 12
4.10
Beheerplan gemeentelijke natuurpercelen........................ 12
4.11
Revitalisatie gemeentebossen................................................12
4.12
Gebiedsprogramma beekdal van de Beerze.......................13
4.13
Liempde cultuurhistorisch super ensemble....................... 13
Bijlage A. Overzicht projecten...........................................
17
10
3
4
1. Inleiding 1.1
Opbouw progamma
Het Programma Natuur, Landschap en Biodiversiteit bestaat uit twee delen; het beleidskader en deze uitvoeringsagenda. In het beleidskader beschrijven we de ambities, uitgangspunten en doelstellingen van het programma en zijn raakvlakken met andere beleidsvelden opgenomen. Het beleidskader loopt van 2025 tot en met 2040 en wordt binnen de beleidscylus periodiek herijkt. Deze herijking valt samen met de actualisatie van de omgevingsvisie. In de uitvoeringsagenda worden de projecten beschreven die een bijdrage leveren aan de doelstellingen in het beleidskader en hiermee aan de ambities uit de omgevingsvisie. Bij de projecten nemen we (indien mogelijk) een tijdspad van de uitvoering en de wijze van financiering op. De uitvoeringsagenda wordt jaarlijks bijgewerkt. Een overzicht van de projecten en de doelstellingen waar ze aan bijdragen is te zien in tabel 1.
1.2
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 is een overzicht van de planning te zien op korte en lange termijn. Een beschrijving over en een overzicht van de financiën is te vinden in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 worden alle projecten beschreven die bijdragen aan de doelstellingenuit het beleidskader. Ook worden de algemene werkzaamheden en lopende projecten kort benoemd. In bijlage 1 is het overzicht van de projecten met alle informatie uit hoofdstuk 4 te vinden. De doelstellingen staan in bijlage 2 beschreven.
Tabel 1. Overzicht projecten en de doelstellingen waar ze aan bijdragen
Nr Projectnaam
Draagt bij aan doelstelling
1
Uitwerken monitoringsprogramma
Alle
2
Cofinanciering Leaderprojecten
Afhankelijk van project
3
Inventarisatie faunaknelpunten
15
4
Aanpak bestaande faunaknelpunten
15
5
Ecologisch bermbeheer
1, 3, 4, 10, 14, 21, 24
6
Versterking en afronding EVZ KampinaSparrenrijk
1, 2, 3, 5, 6, 7, 8, 9, 10
7
Herzien visie Groene Levensader - Dommel 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 14, 17, 25 door Boxtel
8
Realisatie EVZ Smalwater-west
1, 2, 3, 5, 6, 7, 8, 9, 10
9
Realisatie EVZ Blauwhoefseloop
1, 2, 3, 5, 6, 7, 8, 9, 10
10 Beheerplan gemeentelijke natuurpercelen
1, 2, 3, 6, 7, 17, 18
11
Revitalisatie gemeentebossen
1, 2, 3, 6, 7, 17, 18
12
Gebiedsprogramma beekdal van de Beerze
1, 2, 4, 5, 6, 7, 9, 12, 13, 14, 15, 17, 19, 21
13
Liempde cultuurhistorisch superensemble
1, 2, 4, 5, 6, 7, 9, 10, 12, 13, 14, 15, 17, 21
14
Inventarisatie en beoordeling zandpaden
1, 3, 4, 7, 10, 11, 13, 14, 17, 21, 24
15
Basiskwaliteit Natuur (landelijk gebied)
1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 10, 11, 12, 14, 16, 17, 20, 21, 24
16
Groenblauwe verbindingen versterken
1, 2, 3, 4, 5, 7, 9, 10, 11, 13, 14, 17, 21, 22, 27,