CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Programma Natuur, Landschap en Biodiversiteit Boxtel- Bijlage 1 Programma Natuur Landschap Biodiversiteit Boxtel

Raadsvergadering Boxtel 10 maart 2026, gemeente boxtelBij agendapunt: VAN DE AGENDA GEHAALD - Programma Natuur, Landschap en Biodiversiteit Boxtel; wensen en bedenkingen27.535 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Gemeente Boxtel

programma natuur, landschap en biodiversiteit 2026-2040 beleidskader

Opdrachtgever Gemeente Boxtel 0411 655911 www.boxtel.nl Contactpersoon Martijn van Dinther Opgesteld door Orbis Moorland 4 5688 GA Oirschot Projectleiding Jeffrey Raijmakers Auteur en vormgeving Nadine Mussert Januari, 2026

2

Voorwoord Graag presenteer ik u het Programma Natuur, Landschap en Biodiversiteit 2026–2040 van de gemeente Boxtel. Met dit programma geven we invulling aan het bereiken van de vastgestelde ambities in onze Omgevingsvisie Boxtel ‘Het groenblauwe, verbonden en ondernemende hart van de regio’ op de thema’s natuur, landschap en biodiversiteit. Dit document markeert een belangrijke mijlpaal in onze inzet voor een duurzaam, groen en leefbaar Boxtel. Gelegen in het hart van Het Groene Woud kent Boxtel een grote variatie aan natuurgebieden, beekdalen en cultuurhistorisch waardevolle landschappen en landgoederen, maar ook zeldzame flora en fauna. Van de meanderende Dommel en de Beerze en het beekdal van de Essche Stroom tot Natura2000-gebied Kampina met haar heide en vennen, gagelstruwelen, loofbossen en blauwgraslanden. Maar ook de unieke leembossen van De Geelders en De Scheeken en de karakteristieke populierenbeplanting langs vele wegen. Tegelijkertijd staan we voor grote uitdagingen. Klimaatverandering, verlies aan biodiversiteit en ruimtelijke druk vragen om een toekomstgerichte visie en concrete actie. Dit programma biedt die visie.

Het is een uitnodiging aan iedereen – inwoners, ondernemers, agrariërs, natuurorganisaties en maatschappelijke partners – om samen te werken aan vitale natuurgebieden, een robuust landschap, een gezonde bodem en waterhuishouding en een rijke biodiversiteit. We doen dit gebiedsgericht, met oog voor de unieke kwaliteiten van onze dorpen, natuurgebieden, beekdalen en het landelijk gebied. Dankzij de betrokkenheid van veel inwoners en organisaties is dit programma tot stand gekomen. Ik wil graag iedereen heel hartelijk bedanken die met zijn of haar kennis en ervaring hieraan bijgedragen heeft. Samen bouwen we immers aan een Boxtel waarin natuur en landschap niet alleen gekoesterd worden, maar ook actief bijdragen aan welzijn, gezondheid, recreatie en economische vitaliteit. Ik nodig u van harte uit om dit document te lezen, te gebruiken en vooral: mee te doen! Désiré van Laarhoven – van Abeelen Wethouder Natuur & Landschap

3

Leembos in de Scheeken, nabij Liempde

4

Inhoudsopgave 1. 1.1 1.2 1.3

Inleiding.................................6

1.4 1.5

Aanleiding 6 Begrippen 6 Verbinding beleidskaders en ontwikkelingen 8 Opbouw programma 12 Leeswijzer 12

2.

Visie, ambitie en doelstelling.......................... 13

2.1 2.2 2.3

Onze visie 13 Onze ambitie 13 Onze algemene doelstelling 13

3.

Participatie............................ 15

3.1 3.2 3.3

Externe klankbordgroep 15 Bewoners 15 Gemeenteraad 15

4.

Gebiedsbeschrijving............17

4.1 4.2 4.3

Landschap 17 Natuur 20 Biodiversiteit 20

5.

Opgaven................................23

5.1

Opgaven natuur, landschap en

5.2

biodiversiteit 23 Aansluiting bij andere opgaven 23

6.

Deelgebieden.......................25

6.1

Overkoepelende ambities en doelstellingen 30 Beekdalen 36 Natuur 47 Landelijk 57 Dorpen 67

6.2 6.3 6.4 6.5

7.

Van ambitie naar uitvoering..............................75

7.1 7.2 7.3 7.4 7.5

Realiseren 75 Samenwerken 75 Sturen in beheer 75 In regels vastleggen 76 Stimuleren en faciliteren 76

8.

Monitoring............................ 77

9.

Risicoparagraaf.................... 79

9.1 9.2 9.3 9.4

Risico’s 79 Kansen en effecten 79 Beheermaatregelen 79 Verantwoordelijke 79

10.

Bibliografie............................81

11.

Fotografen............................ 83

12.

Verklarende woordenlijst...85

Bijlage 1. Bijlage 2. Bijlage 3. Bijlage 4.

Uitvoeringsagenda Klankbordgroep Doelstellingen en bijdrage een ambities en uitgangspunten Groenstructuurkaart

5

Cultuurhistorisch waardevol zandpad in de Kampina

6

1. Inleiding 1.1

Aanleiding

In het beleidsakkoord 2021-2026 ‘Samen aan de slag‘ zet de gemeente Boxtel1 onder andere in op versterking van de natuur ten behoeve van de biodiversiteit. Het huidige beleid voor natuur en landschap is versnipperd en bovendien verouderd. Daarom is het wenselijk een vernieuwde visie op natuur en landschap op te stellen en deze concreet te maken. Dit doen we in dit Programma Natuur, Landschap en Biodiversiteit en bijbehorend uitvoeringsagenda.

Landschap en Biodiversiteit vast. Hierna wordt het programma voor wensen en bedenkingen aangeboden aan de raad. Na ontvangst van advies van de raad en een eventuele verwerking hiervan in het programma stelt het college het programma vast.

1.2

De gemeente Boxtel gebruikt de volgende definities van de termen natuur, landschap en biodiversiteit.

1.2.1 Met de vaststelling van de Omgevingsvisie is de Structuurvisie Verfrissend Boxtel 2011 in 2024 vervangen door de Omgevingsvisie 2040, ‘Boxtel, het groenblauwe, verbonden en ondernemende hart van de regio’. Deze omgevingsvisie geeft aan hoe de gemeente Boxtel de totale fysieke leefomgeving voor een lange periode wil inrichten, waarbij onder andere gekeken wordt naar bouwen, mobiliteit, gezondheid, water, bodem, landschappen, natuur en erfgoed. Vanuit de omgevingsvisie worden programma’s uitgewerkt om tot uitvoering van de ambities en visie te komen, waaronder voorliggend programma. De omgevingsvisie is leidend en biedt kaders voor het Programma Natuur, Landschap en Biodiversiteit (beleidsdocument en uitvoeringsagenda). Het college stelt het Ontwerpprogramma Natuur,

Begrippen

1.2.3 Biodiversiteit ‘Biodiversiteit is de verscheidenheid aan en omvat alle soorten planten, dieren, schimmels en microorganismen, maar ook de enorme genetische variatie binnen die soorten en de variatie aan ecosystemen waarvan ze deel uitmaken. Dit is van moeras tot weiland, van beek tot sloot en van bos tot woonwijk. Het gaat dus lang niet alleen over bloemen, bomen en aaibare beesten. Het begrip omvat het totaal aan levende organismen en systemen binnen een bepaald gebied – en de interacties daar tussen.’ 2

Natuur

Het begrip natuur omvat alle levende organismen, hun habitat, het ecosysteem waarvan zij deel uitmaken en de daarmee verbonden uit zichzelf functionerende ecologische processen, ongeacht of ze voortkomen onder invloed van menselijk handelen, met uitsluiting van de cultuurgewassen en de landbouw- en huisdieren.

Over het algemeen geldt dat hoe hoger de biodiversiteit, hoe robuuster en veerkrachtiger de natuur, of dit nu bijvoorbeeld op niveau van soort of ecosysteem is. We kijken in dit programma naar de biodiversiteit in de gehele gemeente; in natuurgebieden, landelijk gebied en de bebouwde kom. Zie ook de kaders 1, 2 en 5.

1.2.2 Landschap Het landschap is een grootschalige ruimtelijke eenheid die gekenmerkt wordt door een bepaalde structuur, dynamiek en samenhang van de verschillende landschapselementen, ontstaan vanuit geologische, ecologische en cultuurhistorische processen en ontwikkelingen. Natuur is een belangrijk onderdeel van het landschap, maar beschouwen we in dit programma afzonderlijk.

1

Gemeente Boxtel. (2021). Samen aan de slag - Beleidsakkoord 2021-2026. Boxtel: Gemeente Boxtel. 2 Wageningen University & research. (2022, Oktober 31). Longread Biodiversiteit. Opgehaald van Wageningen University & research: https://www.wur. nl/nl/show-longread/Biodiversiteit-longread.htm

7

1.3 Verbinding beleidskaders en ontwikkelingen 1.3.1

Omgevingsvisie

Het Programma Natuur, Landschap en Biodiversiteit is een uitwerking van de visie, ambities en uitgangspunten voor natuur, landschap en biodiversiteit uit de omgevingsvisie3 van de gemeente Boxtel. De ambities en uitgangspunten uit de omgevingsvisie komen voort uit de trends en ontwikkelingen van de vier thema’s waaruit de omgevingsvisie is opgebouwd, de dromen van bewoners en betrokkenen voor Boxtel in 2040 en de kwaliteiten die behouden moeten worden. De belangrijkste ambities en uitgangspunten op het vlak van natuur, landschap en biodiversiteit staan hieronder beschreven. Met het programma dragen we bij aan deze ambities. Deze ambities zijn vastgesteld door de raad (2022) in het kader van de totstandkoming van de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie is vastgesteld op 4 februari 2025.

Het beleid uit de omgevingsvisie is getoetst door middel van een milieueffectrapport, waarbij is gekeken naar de hele leefomgeving. Dit omgevingseffectrapport (OER) vormt mede de basis voor de monitoring (hoofdstuk 8).

In de kaders op de komende pagina’s worden de ambities en uitgangspunten waar het programma aan bijdraagt per thema beschreven. In de omgevingsvisie is de fysieke omgeving opgedeeld in 7 deelgebieden die allen verschillende gebiedspecifieke uitgangspunten hebben. In hoofdstuk 6 staat beschreven hoe het Programma Natuur, Landschap en Biodiversiteit aansluit bij deze gebiedsindeling, met daarbij de gebiedspecifieke uitgangspunten. 3

Gemeente Boxtel. (2024, maart). Ambities. Opgehaald van Omgevingsvisie Boxtel: https:// ovisie-boxtel.ireporting.nl/ambities/ambities/

8

Thema Aangenaam leven

Thema Krachtige economie

Ambitie 5: “Groen en water zijn robuust, verbonden en beleefbaar in ons landschap aanwezig. De cultuurhistorische waarden zijn geborgd en versterkt en de biodiversiteit is toegenomen.”4

Ambitie 1: “Het landelijk gebied is vitaal en het gebruik van het land is in balans met natuurlijke systemen (bodem, water en lucht).”7

Groenstructuren en erfgoed, bijvoorbeeld oude bomenrijen en sloten, zijn versterkt en met elkaar verbonden. Dat geldt ook voor natuurgebieden en het groen binnen en buiten de bebouwde kom. Het gaat hierbij om de hoeveelheid en de kwaliteit van het groen en water. Er is meer aandacht voor het behouden, uitbreiden, beschermen en verbeteren van de kwaliteit van de natuurgebieden, landgoederen, monumenten en beekdalen. Dit is zowel voor de natuur (biodiversiteit) als voor de toegankelijkheid en beleving van inwoners. Het toevoegen van bijvoorbeeld hagen, bosjes en poelen, verbetert de biodiversiteit en de beleving. Bedrijven, inwoners en de gemeente werken samen om het groen te onderhouden.5

Zo kunnen onze boeren aanvullende functies hebben zoals natuurbeheer, een zorgboerderij of recreatie. De cirkels bij de kringloop zijn zo klein als het kan en zo groot als noodzakelijk. Waar mogelijk combineren we de ontwikkelingen binnen duurzame landbouw met andere opgaven zoals klimaat, water, energie en natuur. Ook is er meer aandacht voor streekproducten en de kwaliteit van voedselproductie.7

Uitgangspunten: De natuur en groene kwaliteit van Boxtel wordt behouden en versterkt. Dit gaat om het groen binnen de dorpen, het groen buiten de dorpen en de verbinding daartussen. De groene kwaliteit wordt hoog gewaardeerd door de inwoners en draagt bij aan een aangenaam leven. Bodem en water zijn sturend bij ontwikkeling.6 Nieuwe ontwikkelingen houden rekening met de identiteit van de plek. Er zijn veel plaatsen met een rijke cultuurhistorie, zoals de landgoederen en de historische gebouwen in de dorpen. Deze worden gekoesterd en een nieuwe ontwikkeling staat in dienst van het behoud van de cultuurhistorische waarde. Voor andere gebieden kan ontwikkeling juist leiden tot nieuwe kwaliteiten, zoals woningen of zonnevelden in combinatie met de ontwikkeling van nieuwe natuur of de aanleg van waterberging.6

4

Gemeente Boxtel. (2025). Omgevingsvisie Boxtel (P. 13) Royal Haskoning DHV. https://ovisie-boxtel. ireporting.nl/ 5 Gemeente Boxtel. (2025). Omgevingsvisie Boxtel (P. 14) Royal Haskoning DHV. https://ovisie-boxtel. ireporting.nl/ 6 Gemeente Boxtel. (2025). Omgevingsvisie Boxtel (P.28) Royal Haskoning DHV. https://ovisie-boxtel. ireporting.nl/ 7 Gemeente Boxtel. (2025). Omgevingsvisie Boxtel (P.15) Royal Haskoning DHV. https://ovisie-boxtel. ireporting.nl/

9

Thema Inclusieve duurzaamheid Ambitie 1: “Er is sprake van een goede kwaliteit van de bodem en het water.”8 De ondergrond (de bodem en watersystemen) speelt een belangrijke rol bij het maken van keuzes voor de inrichting van de leefomgeving. We houden rekening met de effecten van ontwikkelingen op de kwaliteit van de bodem en het watersysteem. Denk hierbij aan het beperken van het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen en het zo min mogelijk verstoren van kwetsbare ondergrond. We stemmen het bovengronds-gebruik beter af op de (on)mogelijkheden die de ondergrond biedt. Er is geen nieuwe ernstige bodemverontreiniging bij gekomen en kansen worden benut om bestaande bodemverontreiniging op te lossen bij nieuwe ontwikkelingen.8 Uitgangspunten: Water en bodem zijn sturend voor het gebruik van gronden en voor nieuwe ontwikkelingen. De beken krijgen de ruimte, en de kwaliteit van het water verbetert. De beekdalen en de meest natte gebieden komen niet in aanmerking voor ontwikkeling, zoals woningbouw. De meest vruchtbare gronden blijven zoveel mogelijk beschikbaar voor duurzame landbouw zoals kringlooplandbouw en natuurinclusieve landbouw. Verstoring van de bodem wordt zoveel mogelijk voorkomen.9 Klimaatadaptieve maatregelen, zoals het beter vasthouden van water en vergroening, zijn randvoorwaarden voor ontwikkeling in de kernen en het landelijk gebied.

Deze gaan gepaard met maatregelen om de biodiversiteit te verbeteren. Er wordt ingezet op de sponswerking van het landelijk gebied, om water te kunnen vasthouden in tijden van droogte. Binnen de kernen worden maatregelen genomen om water beter vast te houden en te bergen. Bijvoorbeeld door hemelwater niet in het riool te laten gaan, maar in de bodem te infiltreren en door groene daken.9

1.3.2 Basiskwaliteit Natuur en Aanvalsplan Landschap

10

Met dit programma sluiten we aan bij de programmatische aanpak Basiskwaliteit Natuur (BKN) en het Aanvalsplan landschap10.

aan de slag te gaan met het herstellen van de omgeving. De BKN is een combinatie van condities (abiotiek, inrichting en beheer) die algemene soorten nodig hebben om niet achteruit te gaan. Elk landschapstype vraagt zijn eigen aanpak.

De basiskwaliteit natuur (BKN) is een minimumniveau voor biodiversiteit in het landelijk en stedelijk gebied dat nodig is om een gezonde leefomgeving en een veerkrachtige natuur te bereiken. Het is de basis om met belanghebbenden

Voor de BKN is het Kennisdocument Basiskwaliteit Natuur5 opgesteld. Dit is een stappenplan om met de BKN aan de slag te gaan. Het brengt kennis bijeen en stelt een methodiek voor om de Basiskwaliteit Natuur in een gebied in kaart te

8

Gemeente Boxtel. (2025). Omgevingsvisie Boxtel (P.15) Royal Haskoning DHV. https://ovisie-boxtel. ireporting.nl/ 9 Gemeente Boxtel. (2025). Omgevingsvisie Boxtel (P.32) Royal Haskoning DHV. https://ovisie-boxtel. ireporting.nl/ 10 Meesters, H., Biesmeijer, K., Edixhoven, F., Grashof-Bokdam, C., Hofhuis, H., Wallis de Vries, M., Zollinger, R. (2024). Kennisdocument Basiskwaliteit Natuur. Wageningen: Stichting Deltaplan Biodiversiteitsherstel.

brengen en te beoordelen. Dit is een methodiek die lokaal nog een verfijning nodig heeft. Met dit kennisdocument gaat de gemeente aan de slag om een Basiskwaliteit Natuur te realiseren. In het Klimaatakkoord 2019 is afgesproken om een Aanvalsplan landschap op te stellen. De ambitie hierin is om een significante bijdrage te leveren aan het behalen van Europese verplichtingen rondom biodiversiteit en schoon water. Het Aanvalsplan zet in op 10% gebiedseigen groenblauwe dooradering van het landelijk gebied. Met groenblauwe dooradering bedoelen we een netwerk van natuurlijke elementen die onder andere zorgen voor verbindingen tussen natuurgebieden maar ook voor een hogere biodiversiteit en landschappelijke waarde in het agrarische gebied. Dit zijn zowel droge als natte elementen, zoals bomenrijen, hagen, ecologisch beheerde bermen, beken en sloten met natuurvriendelijke oevers en poelen. Direct en indirect helpt het behouden, versterken en uitbreiden van de groenblauwe dooradering met wel twintig groenblauwe diensten11, zie figuur 1. Deze diensten helpen niet alleen mee aan het behalen van de ambities voor natuur, landschap en biodiversiteit maar ook aan andere opgaven zoals klimaatadaptatie (bijvoorbeeld CO2 vastlegging en waterberging), recreatie en een aantrekkelijke leefomgeving. De BKN en Aanvalsplan landschap gaan hand in hand, ze dragen bij aan elkaars doelen. 11

Programma Mooi Nederland. (2024). Handreiking groenblauwe dooradering, naar verweven landbouw en natuur. Ministerie van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties.

Figuur 1: Groenblauwe diensten11

11

1.3.3. Overige ontwikkelingen en beleidskaders Naast de omgevingsvisie werken we mee om de doelen te behalen vanuit het provinciaal en nationaal beleid en regelgeving zoals de provinciale omgevingsvisie en verordening, het Beleidskader Natuur 2030 en de Aanpak Landelijk Gebied, het vervolg van het Brabants Programma Landelijk gebied (BPLG). Daarnaast sluiten we met het programma ook aan op andere ontwikkelingen en beleidskaders. Belangrijk zijn de Strategie Klimaatadaptatie, Visie Bezoekerseconomie en het programma Volkshuisvesting en wonen-welzijn-zorg 20232027 en de op een later moment nog vast te stellen programma’s Duurzaamheid, Klimaatadaptatie en water, Gezondheid en Recreatie en toerisme. Ook de nog op te stellen gebiedsgerichte programma’s, zoals Vitaal landelijk gebied, bieden kansen voor natuurontwikkeling, het versterken van het landschap en het vergroten van de biodiversiteit. We werken vanuit het beleidsveld natuur en landschap samen met partijen uit de omgeving die zich richten op de thema’s natuur en landschap of plattelandsontwikkeling. We zoeken aansluiting op het programma voor Van Gogh Nationaal Park, Het Groene Woud en de Groenblauwe gebiedsgerichte aanpak (GGA) Kampina en Oisterwijkse vennen. We

12

benutten kansen om vanuit deze samenwerkingen projecten in gang te zetten en (financieel) te ondersteunen. Tot slot zorgen we ervoor dat ons programma aansluit op het deelprogramma Natuur en landschap (Programma Vitale Leefomgeving) van de Regio Noordoost-Brabant (RNOB) en de groenblauwe structurenkaart die in dit kader is opgesteld. Zie voor een lijst van ontwikkelingen en beleidskaders en hoe dit programma daarop aansluit bijlage 1.

1.4

Opbouw programma

Het Programma Natuur, Landschap en Biodiversiteit bestaat uit twee delen; dit beleidskader en de uitvoeringsagenda. In het beleidskader beschrijven we de ambities en uitgangspunten van het programma en zijn raakvlakken met andere beleidsvelden opgenomen. Het beleidskader loopt van 2025 tot en met 2040 en wordt binnen de beleidscyclus op basis van de uitkomsten van de monitoring indien noodzakelijk herijkt. In de uitvoeringsagenda worden de projecten beschreven die een bijdrage leveren aan de ambities uit de omgevingsvisie (zie paragraaf 1.3.1) en hiermee aan de kwaliteit van natuur, landschap en biodiversiteit in de gemeente. Bij de projecten nemen we (indien mogelijk) een tijdspad van de

uitvoering en de wijze van financiering op. De uitvoeringsagenda wordt jaarlijks bijgewerkt.

1.5

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 beschrijft de visie, ambities en doelstellingen vanuit de omgevingsvisie die specifiek gericht zijn op, of een samenhang hebben met landschap, natuur en/of biodiversiteit. Een korte beschrijving over participatie is te vinden in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 beschrijven we kort het landschap, de natuur en de biodiversiteit in de gemeente. De opgaven waaraan het programma bijdraagt benoemen we in hoofdstuk 5. In hoofdstuk 6 volgt een specifiekere beschrijving van landschap, natuur en biodiversiteit per deelgebied en de ambities en doelstellingen die specifiek bij het deelgebied horen. In hoofdstuk 7 geven we aan hoe de uitvoeringsagenda is opgebouwd en in hoofdstuk 8 hoe we de projecten, maar ook de ambities, gaan monitoren. Om vervolgens in hoofdstuk 9 in te gaan in de risico’s en bedreigingen voor het programma en hoe deze gemitigeerd kunnen worden.

2. Visie, ambitie en doelstellingen 2.1

Onze visie

‘Het groenblauwe, verbonden en ondernemende hart van de regio In de gemeente Boxtel is het prettig wonen én goed werken. De gemeente heeft een rijke cultuurhistorie, prachtige natuurgebieden en een landelijk gebied met karakteristieke lintdorpen, die grotendeels met elkaar verbonden zijn door de meanderende Dommel, de Essche Stroom en de Beerze. Ook zorgt het rijke en diverse verenigingsleven voor veel saamhorigheid. Deze belangrijke kwaliteiten willen we in de toekomst behouden en versterken. Tegelijkertijd bieden we ruimte aan belangrijke trends en ontwikkelingen die op ons afkomen. De uitstekende ligging van de gemeente midden in de stedendriehoek Den Bosch, Tilburg en Eindhoven willen we hierbij nog beter benutten. Het ondernemershart van de gemeente Boxtel moet ook in de toekomst blijven kloppen.’ 12

2.2

Onze ambitie

In de gemeente Boxtel is in 2040 het geheel van bodem, water, biodiversiteit en landschap versterkt in landelijk en stedelijk gebied en is er een robuust netwerk van natuur in Boxtel waar mensen en dieren van profiteren.

Het programma geeft een nadere uitwerking van de uitvoering van projecten en activiteiten die bijdragen aan de visie, ambities en doelstellingen uit de omgevingsvisie (zie paragraaf 1.3.1 en 2.1) op het vlak van natuur, landschap en biodiversiteit. Hiermee realiseren of bevorderen we:

• •

•

sterke en robuuste natuurgebieden met waardevolle ecologische verbindingen tussen die natuurgebieden; een tussenliggend landelijk gebied met hoge landschappelijke en cultuurhistorische waarde waar verschillende functies (zoals wonen, landbouw, bedrijvigheid en recreatie) s­ amenkomen; een hogere biodiversiteit in de hele gemeente.

2.3

bijvoorbeeld aan de opgave voor het Natura-2000 gebied Kampina en Oisterwijkse Vennen, transitie van de landbouw, de opgave voor klimaatadaptatie en de Kader Richtlijn Water (KRW). De integrale afweging van functies vindt op hoofdlijnen plaats in de omgevingsvisie. Daarin wordt duidelijk in welk gebied op welke functie(s) de focus komt te liggen. De verdere uitwerking hiervan vindt plaats in de programma’s. We stimuleren bovendien de inwoners, ondernemers, verenigingen en andere organisaties in de gemeente Boxtel om ook met het versterken van natuur en landschap en het vergroten van biodiversiteit aan de slag te gaan. De verdere doorvertaling in eventuele noodzakelijke regels vindt uiteindelijk plaats in de integrale afweging als onderdeel van het opstellen van het Omgevingsplan.

Onze algemene doelstelling

De belangrijkste doelstelling van het Programma Natuur, Landschap en Biodiversiteit is het versterken van natuur en landschap en het vergroten van de biodiversiteit binnen de gemeente. Het programma richt zich op het landelijk gebied en op het stedelijk gebied. We zoeken naar de samenhang met andere functies en waarden, zoals cultuurhistorie, erfgoed, wonen, landbouw, bedrijvigheid, recreatie, beleving, gezondheid en verkeer. We werken hiervoor zoveel mogelijk gebiedsgericht aan de ambities en doelstellingen en combineren deze zoveel mogelijk met andere opgaven en ambities binnen de gemeente. Denk

12

Gemeente Boxtel. (2025). Omgevingsvisie Boxtel (P.27) Royal Haskoning DHV. https://ovisie-boxtel. ireporting.nl/

13

Kader 1. Verhogen van biodiversiteit op het land

bodem en dieren. Hierdoor zijn de planten sterk en het meest nuttig voor onze fauna.

Waarom is het verhogen van de biodiversiteit belangrijk? Met een hogere biodiversiteit worden ecosystemen veerkrachtiger. Ecosystemen zijn bij een hogere biodiversiteit beter bestand tegen verstoringen, zoals ziektes en (potentiële) plagen. Ecosystemen zorgen voor bepaalde diensten die cruciaal zijn voor mensen. Denk aan bestuivers die ervoor zorgen dat planten kunnen voortplanten, waardoor wij voedsel hebben en bacteriën die organisch materiaal afbreken tot voedingsstoffen, waardoor bomen kunnen groeien die de lucht zuiveren. Hoe meer soorten binnen een ecosysteem, hoe groter de kans dat een soort de taak van een andere soort kan overnemen wanneer deze verdwijnt. Maar ook hoe groter de kans dat een soort niet verdwijnt.

Inheems betekent dat de plant in zijn natuurlijke verspreidingsgebied staat. Dit verspreidingsgebied kan heel groot zijn: een plant die inheems in Nederland is kan ook van nature in Spanje voorkomen. Autochtone planten zijn nakomelingen van planten die al sinds de laatste ijstijd in Nederland (of dezelfde klimaatzone) voorkomen en zijn aangepast aan het Nederlandse klimaat. Dit is een verschil met een inheemse plant die uit een andere klimaatregio komt. Een aangeplante meidoorn die (genetisch) oorspronkelijk uit Spanje komt, kan bv vroeger bloeien dan autochtone meidoornstruiken, waardoor insecten die vliegen op de nectar van de meidoorn te laat zijn. Autochtone planten zijn aangepast aan ons klimaat en onze fauna en andersom is onze fauna ook aangepast aan de autochtone plant.

Het verhogen van de biodiversiteit kan op meerdere manieren en op verschillende locaties, zoals in de bodem (zie kader 2), in het water (zie kader 4) en op het land. De biodiversiteit van bodem, water en land hangen samen en zijn afhankelijk van elkaar. In dit kader gaat het om biodiversiteit op het land. Een manier om de biodiversiteit te verhogen is actieve aanplant van soorten. Belangrijk is dat het groen dat aangelegd wordt inheems en liefst ook autochtoon is. Onze inheemse, autochtone planten zijn aangepast aan ons klimaat, onze

14

Een andere manier om de biodiversiteit te verhogen is door variatie. Het heeft de voorkeur om geen bomenrijen van een enkele soort aan te planten, maar gebruik te maken van diverse soorten. Dit zorgt niet alleen voor een grotere biodiversiteit, maar zorgt er ook voor dat er zich minder snel ziektes verspreiden. Daarnaast wordt de biodiversiteit ook verhoogd door het juiste (ecologische) beheer. In plaats van een strak gemaaid gazon zonder leven kun je door juist beheer ook een kruidenrijk grasveld creëren. In plaats van groenafval te verwijderen kun je het ook laten liggen, waardoor de bodem verbetert, dieren een schuilplek hebben en planten beter beschermd zijn tegen vorst. Bronnen: biodiversiteit.nl. (2024). Biodiversiteit. Opgehaald van Biodiversiteit.nl: https://nl.chm-cbd.net/ & Iersel, v. H. (sd). Inheems en autochtoon. Wat is dat eigenlijk? Opgehaald van boomzorg.nl: https://edepot. wur.nl/14268

In het stedelijk gebied zijn de omstandigheden over het algemeen wat anders dan op het platteland. Het is er vaak wat warmer, de grond is er meer verdicht, er wordt meer met zout gestrooid en er is sneller sprake van verontreiniging. Dit betekent dat op sommige locaties in het stedelijk gebied inheemse soorten wellicht minder geschikt zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om straatbomen in versteende stadscentra. In parken en bredere groenstroken worden er met voorkeur inheemse soorten aangeplant.

3. Participatie Het programma heeft impact op de fysieke (leef) omgeving binnen de gemeente en daarmee ook op de verschillende gebruikers binnen de gemeente. Geïnspireerd door de Omgevingswet, en met als doel om tot een weloverwogen beleidskader en uitvoerbare maatregelen te komen, is er een participatietraject opgezet. In dit participatietraject hebben verschillende partijen hun ideeën en meningen met ons gedeeld.

3.1

Externe klankbordgroep

Ter advisering is een externe klankbordgroep opgezet met daarin belangrijke stakeholders, waaronder waterschap, Natuurmonumenten, Brabants Landschap, ZLTO, landgoed eigenaren, natuurverenigingen en heemkundekringen. In bijlage 3 staat een overzicht van de uitgenodigde partijen en de partijen die hebben deelgenomen aan de klankbordgroep. De klankbordgroep is tweemaal bij elkaar gekomen tijdens twee werkateliers. Het eerste werkatelier stond in het teken van het ophalen van gebiedskennis. Aan de hand van verschillende kaarten, werd iedere partij gevraagd om zijn of haar ideeën over gebiedsindeling, kansen en bedreigingen in beeld te brengen. De geleverde input is verwerkt in het beleidskader en was een inspiratiebron voor de uitvoeringsagenda.

Het doel van het tweede werkatelier was om feedback op het beleidsconcept te ontvangen. Daarnaast was het genereren van ideeën voor de uitvoeringsagenda van belang. Om gerichtere en meer gedetailleerde antwoorden boven tafel te krijgen, is er gekozen voor het werken met casussen. Dit sloot meer algemene ideeën echter ook niet uit. De deelnemers van de werkateliers zijn in groepen opgesplitst en hebben een aantal vraagstukken uitgewerkt. De ideeën uit dit werkatelier zijn gebruikt als inspiratie voor de uitvoeringsagenda. De externe klankbordgroep heeft voorafgaande aan de vaststelling van het ontwerpprogramma het conceptprogramma toegezonden gekregen met een verzoek hierop te reageren (zienswijze).

Het uitgangspunt was dat deze bewoners meer interesse in en kennis over de natuur hebben dan de gemiddelde inwoner en er daarmee meer bruikbare antwoorden aangeleverd zouden worden. De opgehaalde input is verwerkt in de uitvoeringsagenda.

3.3

Gemeenteraad

Het ontwerpprogramma is door het college voor wensen en bedenkingen aangeboden aan de raad. Na ontvangst van alle reacties en eventuele verwerking hiervan heeft het college het programma Natuur, Landschap en Biodiversiteit vastgesteld.

Deze reacties zijn verwerkt, voor zover relevant, in het ontwerpprogramma.

3.2

Bewoners

In plaats van een brede algemene uitvraag bij alle inwoners hebben we voor een meer gerichte aanpak gekozen. Bewoners die zijn aangesloten bij diverse stakeholderverenigingen zijn daarom uitgenodigd om hun ideeën te delen via een vragenlijst. Er is voor deze gerichte aanpak gekozen omdat deze bewoners al betrokken zijn bij de natuur en het landschap in de gemeente.

15

De Scheeken, vanaf de Keel, nabij Liempde

16

4. Gebiedsbeschrijving 4.1

Landschap

De gemeente Boxtel ligt in de regio Meierij van ‘s-Hertogenbosch. De Meierij is onderdeel van het dekzandplateau, bestaande uit verschillende min of meer oost-west georiënteerde dekzandruggen met daartussen dekzandlaagten. Door het gebied stroomt de rivier de Dommel met haar grotere zijstromen zoals de Beerze en de Essche stroom en de kleinere zijbeekjes zoals de Blauwhoefseloop en Heerenbeekloop, die beekdalen insneden in het dekzand. Daardoor zijn in het gebied opvallende hoogteverschillen ontstaan, zoals in het Dommeldal, waar de beek diep in het dekzand is ingesleten en oeverwallen zijn ontstaan. Het gebied wordt getypeerd door het kleinschalige en afwisselende kampenlandschap met verspreide bebouwing, essen en struwelen, akkers en grasland, beemden, afwateringssloten, veel houtsingels en laanbeplantingen. Dit vormt een kleinschalig mozaïeklandschap van oude en jonge ontginningslandschappen en woeste gronden. Door de plaatselijk leemrijke samenstelling van de bodem stagneerde in de laagten water en vormde zich veen: de woeste gronden en broekgebieden. De eerste boeren vestigden zich op de hogere gronden langs de beekdalen. Vanuit hier ontgonnen zij het omliggende landschap min of meer organisch. De beekdalen werden gebruikt als weide- en hooiland, hogerop ontstonden

bolle akkercomplexen door continue bemesting en het opbrengen van plaggen en strooisel van de beweide heidegebieden of woeste gronden. Her en der ontstonden stuifzanden als gevolg van overbeweiding. Langs de loop van de Dommel en de zijstromen vormden zich zo linten, dorpen en gehuchten in een afwisselend en kleinschalig landschap. Daartussen liggen verschillende landgoederen en buitenplaatsen met uitgestrekte bebossing. Later werden de woeste gronden grootschaliger en gepland ontgonnen en ontstonden de open, jonge heideontginningen. Tijdens de ruilverkaveling verdwenen in het oude ontginningslandschap veel bosschages en zijn delen van de waterlopen in het

Uitsnede van een historische kaart uit 1900 uit Topotijdreis. In het noorden is een stukje van de Geelders (bossen) te zien met daarnaast een kleinschalig oud ontginningslandschap met houtwallen. Daaronder ligt de Dommel met hooilanden eromheen. Helemaal in het zuiden is de bebouwing van Liempde te zien en het Vrilkhovense akkercomplex.

17

gebied gekanaliseerd. Vanuit cultuurhistorie zijn diverse landschappelijke elementen van belang. Enkele hiervan heeft de provincie Noord-Brabant aangeduid op een cultuurhistorische waardenkaart13, deze gebieden hebben de waarde ‘cultuurhistorisch landschap van provinciaal belang’, ‘cultuurhistorisch waardevol gebied’ of ‘complex van cultuurhistorisch belang’ (zie figuur 2). De aanduiding van zandpad staat niet op de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie maar is toegevoegd. • Het hele buitengebied van Boxtel ligt in een cultuurhistorisch landschap van provinciaal en nationaal belang, namelijk Het Groene Woud. Het Groene Woud bestaat uit een zwak golvend landschap van dekzandruggen, beekdalen en broekgebieden. • Complexen van cultuurhistorisch belang, bestaande uit verschillende landgoederen en kasteel Stapelen. • Uitgestrekte open akkers (50 – 200 ha groot), zoals rondom de Donders. Een open akkercomplex is een groot akkergebied. Deze zijn in de loop van de geschiedenis ontstaan door plaggenbemesting.Daarnaast is een aantal bolle en historische akkercomplexen verspreid door de hele gemeente te vinden (0,5 tot 2 ha). Vaak werden de akkers omgeven door een houtsingel, haag of wal. • De verschillende natuurgebieden zijn cultuurhistorisch waardevol.

Zoals de Kampina met zijn uitgestrekte heideterreinen, bossen en vennen, doorsneden door lange dreven en door de beken de Reusel, de Rosep en de Beerze en de leembossen van De Geelders, De

18

Scheeken en De Mortelen. Daarnaast zijn er gebieden die de gemeente Boxtel cultuurhistorisch waardevol vindt: • Liempde is gekwalificeerd als een cultuurhistorisch super ensemble. Dit betreft de samenhang (daterend uit de middeleeuwen) tussen woonkern, akkercomplexen, beemdgronden (het Dommeldal) en natuurgebieden. Dit heeft een grote waarde, zelfs op Europees niveau. • Het kenmerkende, waardevolle en dynamische populierenlandschap dat is ontstaan door het voorpootrecht. Het voorpootrecht stamt uit 1491 en houdt in dat grondbezitters het recht hebben om in eigen bezit bomen te planten in de berm tussen hun perceel en de aangelegen openbare weg. • Zandpaden en kerkenpaden. Kerkenpaden zijn de onverharde paden die van oudsher werden gebruikt om vanuit het buitengebied naar de kerk te gaan. Deze paden liepen vaak in een zo recht mogelijke lijn door het landelijke gebied, en vaak dwars door of langs een akker heen om de afstand zo kort mogelijk te houden. • Het kleinschalige cultuurlandschap dat op diverse plekken nog herkenbaar is, zoals bij De Mortelen, De Geelders, De Scheeken, Esch, Lennisheuvel en Liempde. De Scheeken is aangewezen als een van de wederopbouwgebieden van nationaal belang. Van boven naar beneden: landgoed Eikenhorst, landgoed Velder, populierenlaan nabij Liempde

Figuur 2: Provinciale cultuurhistorische waardenkaart. Zie legenda voor verklaring van de cijfers en letters. Grensoverschrijdende gebieden kunnen namen dragen van buiten de gemeentegrenzen liggende gebieden.

13

Provincie Noord-Brabant. (2024, juli). Cultuurhistorische waardenkaart 2024. Opgehaald van www.brabant.nl: https://noord-brabant. maps.arcgis.com/apps/instant/sidebar/ index.html?appid=cc65ce7c9a66445ea653a582f26e4b85

19

4.2

Natuur

De gemeente Boxtel ligt midden in Het Groene Woud. Dit gebied tussen de steden ’s-Hertogenbosch, Eindhoven en Tilburg heeft grootschalige natuurgebieden en een kleinschalig en veelal authentiek landschap met veel landschapselementen (groenblauwe dooradering).

De gemeente is rijk aan waardevolle landgoederen, zoals Venrode, Velder, Sparrenrijk en Eikenhorst, en natuurgebieden zoals Kampina, De Mortelen, De Scheeken, De Geelders en beekdalen zoals het Dommeldal en dal van de Essche Stroom, de Beerze en de Kleine Aa (zie hoofdstuk 6.1). Het merendeel van deze gebieden bevindt zich in de buitenste ring van de gemeente. In de beekdalen is ook veel natuur te vinden, zoals

bij de sterk meanderende Kleine Aa, een zijtak van de Beerze. Ten noorden van de buurtschap Luissel en het dorp Esch stroomt de Essche Stroom die ook onderdeel uitmaakt van het NNB. Het dal van de Dommel, die dwars door de plaats Boxtel stroomt, heeft hoge natuurwaarden. Hier ligt bijvoorbeeld de Dommelbimd, een natuurgebiedje nabij het centrum van Boxtel, dat aangekocht is en beheerd wordt door inwoners van Boxtel.

Door de gemeente loopt het Natuurnetwerk Brabant (NNB), een netwerk van deels bestaande en deels nieuwe natuurgebieden die door ecologische verbindingszones (EVZ) met elkaar verbonden zijn. De EVZ’s zorgen ervoor dat er uitwisseling van flora en fauna tussen natuurgebieden mogelijk is. Onderdeel van het netwerk zijn ook de Natte Natuurparels (NNP’s), dit zijn waterafhankelijke delen van het NNB. Een hoge grondwaterstand is nodig voor de planten en dieren die hier voorkomen. De Geelders, De Scheeken, De Mortelen en het Dommeldal kennen de kwalificatie Natte Natuurparel. De gemeente kent een natuurgebied met beschermde status op Europees niveau: Natura 2000-gebied Kampina en Oisterwijkse Vennen. Dit gebied vormt het meest omvangrijke natuurgebied binnen de gemeente en bestaat uit bossen, natte en droge heide, schrale graslanden en de beekdalen van de Beerze, Rosep en de Achterste stroom.

14

Atlas Leefomgeving. (2022, 10 18). Soortendiversiteit. Opgehaald van Atlas leefomgeving: https://www.atlasleefomgeving.nl/ soortendiversiteit-in-nederland

20

Figuur 3: Soortendiversiteit per kilometerhok14

4.3

Biodiversiteit

Voor het in kaart brengen van de biodiversiteit en het maken van verspreidingskaarten van planten- en diersoorten is Nederland verdeeld in kilometerhokken. Per kilometerhok is bij benadering bekend hoeveel soorten vaatplanten, mossen, insecten15, amfibieën, reptielen, vissen, zoogdieren en broedvogels aanwezig zijn. De hoogte van de biodiversiteit is verdeeld in 8 categorieën, van 1-100 soorten, tot meer dan 700 soorten aanwezig per kilometerhok. In de gemeente Boxtel bevinden de kilometerhokken zich in de hogere categorieën (zie figuur 3), beginnend bij enkele hokken met 200 soorten of meer. Het zwaartepunt ligt bij 300 of meer soorten. De hoogste biodiversiteit (>700 soorten) bevindt zich in natuurgebied de Kampina, in een kilometerhok in het beekdal van de Kleine Aa en in een deel van de het dal van de Dommel, grenzend aan de leembossen van De Geelders. Over het algemeen is de hoogste biodiversiteit gekoppeld aan de natuurgebieden en beekdalen (zie kader 2). Ondanks de hoge biodiversiteit van gebieden zoals de Kampina en de Oisterwijkse Vennen staat de biodiversiteit in deze gebieden onder druk door factoren zoals stikstof, verdroging

15

Bijen, hommels, dagvlinders, libellen, sprinkhanen en krekels 16 Consortium RHDHV, Witteveen+Bos en Tauw. (2024, 06 06). Bouwsteen Vitale bodem. Opgehaald van Samen de diepte in: https://samendedieptein.nl/ bodembeheer-van-de-toekomst/bouwsteen-vitalebodem/

en recreatie. Binnen de Gebiedsgerichte aanpak (GGA) wordt er gericht op ingespeeld om deze drukfactoren aan te pakken.

Kader 2. Biodiversiteit van de bodem16 Een hoge biodiversiteit op het land en in het water begint bij de bodem. Een gezonde bodem met een hoge biodiversiteit (schimmels, bacteriën, regenwormen, nematoden, microfauna) en een goed functionerend bodemecosysteem draagt bij aan bodemvruchtbaarheid, een goede bodemstructuur, het beter bestand zijn tegen ziekten en plagen en het afbreken van schadelijke stoffen. Bodemleven is essentieel voor een gezonde bodem. Dieren en schimmels in de bodem zorgen voor vertering van organisch materiaal, waardoor voedingsstoffen opgenomen kunnen worden door planten en water beter vast kan worden gehouden. Daarnaast zorgt bodemleven ervoor dat de grond luchtig is, waardoor water de bodem in kan lopen en er ruimte is voor haarwortels. Door onder andere gebruik van gif, grondbewerking, zoals ploegen en het aanplanten van de verkeerde (monotone) planten verdwijnt bodemleven. Bemesting en stikstofneerslag maakt bodems voedselrijk en verlaagd de PH, waardoor enkele plantensoorten gaan domineren. Het kan dan heel lang duren voordat een bodem weer voedselarm is geworden en de biodiversiteit aan plantensoorten toeneemt. En daarmee ook de biodiversiteit aan fauna. Daarnaast is ook de diversiteit van bodemtypes belangrijk. Elk type bodem heeft andere eigenschappen wat betreft vocht, voedselrijkdom en zuurgraad. Op elk type bodem groeien andere plantensoorten.

Door herstel van bodem (en waterhuishouding) kan weer een hogere biodiversiteit ontstaan. Om de bodembiodiversiteit te verhogen is het belangrijk de bodem met rust te laten en vermesting te voorkomen. Bodemdieren houden namelijk niet van verstoring of verdrukking. Afhankelijk van het gewenste bodemgebruik of natuurdoeltype is het mogelijk door middel van de juiste beplanting en het juiste beheer de bodem te verschralen of juist te zorgen voor een goed verteerbare organische laag.

21

Sparrenrijk

22

5. Opgaven De opgaven in dit programma komen voort uit de ambities en doelstellingen op het gebied van natuur, landschap en biodiversiteit uit de omgevingsvisie van de gemeente. Daarnaast zijn er relaties met opgaven binnen andere thema’s, zoals bijvoorbeeld de Strategie Klimaatadaptatie en het nog op te stellen gebiedsprogramma Vitaal landelijk gebied, waardoor koppelkansen ontstaan. Aanpak van deze andere opgaven kan (in)direct een verbetering van natuur, landschap en biodiversiteit met zich meebrengen.

5.1

Opgaven natuur, landschap en biodiversiteit

Opgesomd zijn de opgaven voor de gemeente Boxtel op het vlak van natuur, landschap en biodiversiteit: • Verhogen van de biodiversiteit in de hele gemeente • Versterken van groen- en blauwstructuren om de beleving en aantrekkelijkheid van het landschap te vergroten • Verhogen van de natuurwaarden Dit doen we onder andere door: • Het behouden en versterken van groenen blauw(structuren), cultuurhistorische elementen en natuurgebieden en deze met elkaar te verbinden; • het beschermen, behouden, uitbreiden en

verbeteren van de kwaliteit van natuurgebieden, landschapselementen (in het buitengebied), landgoederen, beekdalen en bestaand groen (in stedelijk gebied), onder ander door gebruik te maken van inheemse soorten en zo mogelijk autochtoon plantmateriaal en ecologisch beheer. Door aan deze opgaven te werken draagt de gemeente bij aan onder andere doelen vanuit Europa, het Rijk, de provincie en de regio. Naast het beleid waaraan de gemeente moet voldoen of waaraan de gemeente zich heeft gecommitteerd, zijn er landelijke en provinciale ambities die niet verplicht zijn voor gemeenten, maar waaraan we willen bijdragen met dit programma. Door bijvoorbeeld karakteristieke landschapselementen toe te voegen om cultuurhistorie en groenstructuren te versterken wordt de biodiversiteit verhoogd in de gemeente en draagt de gemeente bij aan de provinciale ambities van een sterke en veerkrachtige natuur en een robuust water- en bodemsysteem, dat bestand is tegen klimaatverandering. Met het realiseren van robuuste groenblauwe verbindingen worden natuurgebieden met elkaar verbonden en sluiten we aan op de doelstellingen uit het programma Natuur en Landschap van de RNOB. Zie bijlage 1 voor een lijst met relevante doelen en opgaven en hoe de gemeente hier aan bijdraagt of bij aansluit.

5.2

Aansluiting bij andere ­opgaven

Er zijn andere opgaven die niet direct gericht zijn op natuur, landschap of biodiversiteit, maar hier wel een relatie mee hebben. De gemeente werkt de komende jaren aan programma’s, waarmee aan deze opgaven gewerkt wordt. Dit zijn de programma’s klimaatadaptatie en water, wonen, gezondheid, duurzaamheid, recreatie en toerisme, economie en duurzame mobiliteit. Ook het integrale gebiedsgerichte Programma Vitaal Landelijk Gebied heeft veel overlap. Bij het opstellen hiervan liggen kansen om mede invulling te geven aan de doelstellingen voor natuur, landschap en biodiversiteit. Daarnaast werkt de gemeente mee aan de Gebiedsgerichte aanpak Kampina en Oisterwijkse Vennen. Strategie klimaatadaptatie De gemeente Boxtel stelde in 2023 de Strategie Klimaatadaptatie 2023-2030 en in 2024 de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie vast. Hierin staan maatregelen om de buitenruimte zodanig in te richten dat wateroverlast, droogte, hitte en overstromingen zoveel mogelijk worden voorkomen. Het klimaatrobuust inrichten van beekdalen en het vervangen van verharding door groen is hiertoe een belangrijke maatregel. Toevoegen van groen draagt bij aan het vasthouden van water en een koelere omgeving maar ook aan een verhoogde biodiversiteit wanneer er gebruik gemaakt wordt van de juiste (inheemse) beplanting.

23

De strategie zal verwerkt worden in het Programma Klimaatadaptatie en Water dat nog opgesteld moet worden. Programma Volkshuisvesting en wonen-welzijnzorg 2023-2027 De gemeente levert via het Programma Volkshuisvesting en wonen-welzijn-zorg 20232027 een bijdrage aan de woningbouwopgave door passende woningen in groene en duurzame dorpse in- en uitbreidingen. Een van de ambities is het stimuleren van duurzamere woningen en omgeving. Hiervoor wordt er verwezen naar het Programma Klimaatadaptatie waar voorwaarden zijn opgenomen voor klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen en het toevoegen van groen. De biodiversiteit kan hierbij vergroot worden, door bij het kiezen van soorten rekening te houden met standplaats en te kiezen voor inheemse soorten waar mogelijk. Programma Duurzame mobiliteit Bij het Programma Duurzame mobiliteit is een veilig en comfortabel fietsnetwerk met verlichting in en tussen de kernen een uitgangspunt. Het aanleggen van nieuwe fietspaden, wandelpaden en ontmoetingsplekken en het verbeteren en veiliger maken van bestaande fietspaden en fietsroutes zijn hier onderdeel van. Bij de aanleg van nieuwe paden, of bij aanpassingen aan bestaande paden, wordt passende vergroening en verhoging van de biodiversiteit meegenomen.

Om voldoende schaduw op wandel- en fietspaden te krijgen zijn veel bomen nodig, waarbij de juiste soortkeuze een belangrijke bijdrage aan de verhoging van de

24

biodiversiteit kan leveren. De huidige visie bezoekerseconomie Boxtel 20222030 heeft o.a. ambities en doelen om de natuur en cultuurhistorische waarde in de gemeente te verhogen alsmede de beleefbaarheid hiervan te vergroten. Het Programma Natuur, Landschap en Biodiversiteit heeft vergelijkbare doelstellingen en er liggen derhalve nadrukkelijk koppelkansen bij de nadere uitwerking hiervan in het Programma Recreatie en toerisme. Programma Vitaal landelijk gebied Daarnaast gaat er gewerkt worden aan gebiedsgerichte programma’s zoals het Programma Vitaal landelijk gebied. Met het Programma Natuur, Landschap en Biodiversiteit willen we een bijdrage leveren aan het Programma Vitaal landelijk gebied, omdat we voor verschillende opgaven afhankelijk zijn van de transitie in de landbouw. VAB-beleid In de visie van het VAB (vrijkomende agrarische bouwvlakken) -beleid van de gemeente wordt aangegeven dat de ruimtelijke kwaliteit versterkt dient te worden bij nieuwe ontwikkelingen bij vrijkomende agrarische bouwvlakken. Bij voorkeur door een fysieke kwaliteitsverbetering, bijvoorbeeld in de vorm van sloop van overtollige agrarische bedrijfsbebouwing. Hierbij wordt gekeken naar landschapstype, cultuurhistorie en natuurwaarden en -doelen in de omgeving. De versterking van de ruimtelijke kwaliteit draagt direct bij aan de opgaven op het vlak van natuur, landschap en biodiversiteit.

Het Programma Natuur, Landschap en Biodiversiteit geeft kaders voor de versterking van de ruimtelijke

kwaliteit, die ook hun doorslag in het VAB-beleid vinden. Gebiedsgerichte aanpak Kampina en Oisterwijkse Vennen De staat van de natuur in het Natura 2000-gebied Kampina en Oisterwijkse Vennen is zodanig verslechterd dat urgent herstel noodzakelijk is. Beken vallen droog tijdens langdurige droogte, met grote gevolgen voor flora en fauna. Het bos- en heidegebied kent bijzondere natuurwaarden die onder druk staan door de hoge stikstofbelasting. Daarnaast wordt het gebied bedreigd door verdroging en dalende grondwaterstanden. Vanuit Europese wetgeving voor Natura 2000-gebieden ligt er de opdracht om de natuur te herstellen en duurzaam in stand te houden. Binnen het samenwerkingsverband van de GGA is met alle gebiedspartners een koersdocument opgesteld. Dit document is integraal richtinggevend en gebaseerd op de huidige kennis. Het vormt een stevige basis voor de ontwikkelrichtingen van deelgebieden, planuitwerkingen en initiatieven. Het koersdocument geeft richting en samenhang aan de langjarige transitie van het gebied om de integrale doelen en ambities te realiseren. Het vormt het gezamenlijke uitgangspunt van de betrokken gebiedspartners voor de gebiedstransitie en het GGA-proces, en biedt een basis voor de komende 20 à 30 jaar.

6. Uitgangspunten en doelstellingen per deelgebied De deelgebieden in het programma zijn gebaseerd op de deelgebieden van de omgevingsvisie (zie figuur 4 en 5). De omgevingsvisie heeft zeven deelgebieden die in dit programma zijn samengevoegd tot vier deelgebieden, namelijk dorpen, natuurgebieden, landelijk gebied en beekdalen. De deelgebieden stedelijk centrum Boxtel, robuuste woonwijken, vitale kernen Esch, Lennisheuvel en Liempde en bedrijfsfuncties uit de omgevingsvisie zijn in dit programma samengevoegd als dorpen. De deelgebieden natuurgebieden en landelijk gebied

Beekdalen

zijn overgenomen uit de omgevingsvisie. Het deelgebied beekdalen is overgenomen uit de omgevingsvisie en combineert de beekdalen met de waterbergingsgebieden. Daarnaast is het deelgebied nader uitgewerkt op basis van het Handelingsperspectief voor de watertransitie van Waterschap De Dommel (zie kader 3). Watersysteemherstel is een belangrijke opgave en behoeft haar eigen deelgebied. Het deelgebied beekdalen ligt als het ware over de andere drie deelgebieden heen, waarbij accentverschillen liggen in beekdalopgaven per deelgebied.

Natuur

De ambities, uitgangspunten en doelstellingen op vlak van natuur, landschap en biodiversiteit verschillen per deelgebied, evenals de overige functies en maatschappelijke opgaven, zoals woningbouw, stikstofdepositie en klimaatadaptatie. De deelgebieden zijn verder opgedeeld in te onderscheiden onderdelen op basis van fysische, (cultuur)historische en geografische kenmerken

Landelijk gebied

Dorpen

25

Omgevingsvisie | gemeente Boxtel Het groenblauwe, verbonden en ondernemende hart van de regio

Figuur 4: Overzichtskaart omgevingsvisie Boxtel

26

Figuur 5: Deelgebieden Programma natuur, landschap en biodiversiteit

27

Kader 3. Handelingsperspectieven voor de watertransitie Waterschap De Dommel De watertransitie is de overgang naar een situatie waarin het watersysteem structureel anders beheerd wordt dan nu, waarbij de focus ligt op duurzaam en circulair omgaan met zoet water. Werken aan de watertransitie is de ambitie die centraal staat in het nieuwe waterbeheerprogramma van Waterschap de Dommel. In het handelingsperspectief watertransitie beschrijft het waterschap de betekenis van de watertransitie voor de verschillende soorten gebieden in het watersysteem. Dit zijn de hoge koppen, flanken en de beekdalen, zie figuur 6. Kenmerkend voor de hoge koppen is de diepe grondwaterstand. Het grondwater wat hier infiltreert kan de grondwatervoorraad van de flanken en beekdalen voeden. Er moet hier voorkomen worden dat regenwater afstroomt door maximaal te infiltreren. Dit zorgt voor minder wateroverlast benedenstrooms in natte perioden en een hogere grondwaterstand jaarrond. De flanken zitten tussen hoge koppen en beekdalen in, hier ligt de meeste landbouwgrond. Oorspronkelijk trad hier het kwelwater naar buiten, maar door grondwaterverlaging is dat nu bijna nergens meer het geval. Momenteel zijn deze gronden gevoelig voor verdroging, maar door de watertransitie kunnen de flanken weer een goede balans krijgen.

Dit gebied zal grotendeels voor de landbouw bedoeld blijven, waarbij het gebied ecologisch dooraderd kan worden tussen hoge gronden en beekdalen. De beekdalen zijn de laagst liggende gebieden waar afstromend oppervlaktewater en grondwater (kwel) samenkomt. Centraal liggen de beken. De beekdalen kennen van nature hoge grondwaterstanden en zijn lang voornamelijk in gebruik geweest als hooilanden. Door ontwatering zijn intensieve teelten nu soms tot aan de beek te vinden, vaak zijn beekdalen echter ook ingericht als natuur. Er wordt gestreefd naar een verhoging van de grondwaterstanden in de beekdalen. Op de hoge koppen en flanken wordt ingezet op infiltratie, in de beekdalen vooral op het borgen en vertraagd afvoeren van water. Dit kan door aanpassingen aan de beken zelf, het verwijderen van drainage en greppels en door waterberging en vertraagde afvoer. Er wordt hier gestreefd naar een klimaatrobuuste inrichting met passend landgebruik, zoals grasland, natte teelten of natuur. Op de hoge koppen zullen onttrekkingen niet meer vanzelfsprekend zijn. Om de waterkwaliteit te verbeteren moet op de koppen en in de beekdalen uitspoeling van nutriënten, gewasbeschermingsmiddelen en vervuilingsbronnen worden voorkomen. In de beekdalen is de waterfunctie leidend; hierbij wordt ruimte gegeven aan natuurlijke processen.

Op de koppen moet juist minder water worden afgevoerd, b- en c-waterlopen moeten gedempt en/of minder diep worden en laagtes benut om water te laten infiltreren. Bodemverbetering heeft prioriteit op koppen, dan flanken, dan beekdalen. Bron: Waterschap De Dommel. (2024, 06). Handelingsperspectieven voor de watertransitie. Opgehaald van Waterschap de Dommel: https://www.dommel.nl/ handelingsperspectieven-voor-de-watertransitie

28

Figuur 6: Beekdalen, flanken en hoge koppen

29

6.1

Overkoepelende ambities en doelstellingen

Een aantal doelstellingen is overkoepelend voor alle deelgebieden. Deze doelstellingen zijn te zien in tabel 1. Een lijst met alle doelstellingen en aan welke ambities en uitgangspunten ze bijdragen is te zien in bijlage 3. Tabel 1: Overkoepelende doelstellingen

Nr. Doel en omschrijving 1

Water en bodem zijn sturend bij alle nieuwe ontwikkelingen Bij ruimtelijke ontwikkelingen sluiten we aan bij de natuurlijke kenmerken van het water- en bodemsysteem. We houden rekening met aanpassingen op de lange termijn om toekomstige klimaateffecten op te kunnen vangen. Het water- en bodemsysteem (inclusief de gebruikswaarde van ecosysteemdiensten, kwaliteit en vitaliteit) mag over de gehele levensduur van het gebruik niet verslechteren.

2

De bodem in de gemeente heeft een verbeterde sponswerking Een gezonde bodem kan veel water opnemen, vasthouden en langzaam laten infiltreren. Dit grondwater kan dan als buffer dienen voor droge periodes. Dit is een belangrijk proces voor waterafhankelijke natuur.

3

De openbare ruimte wordt ecologisch beheerd om de lokale biodversiteit te stimuleren De standaard voor groenbeheer is ecologisch beheer, met uitzonderingen voor locaties ten behoeve van bijvoorbeeld verkeersveiligheid of gebruiksfuncties niet wenselijk is. Er wordt bij verandering van beheer voorlichting gegeven aan de inwoners over ecologisch beheer in verband met het creëren van draagvlak.

4

Oppervlaktewaterkwaliteit van KRW-watergangen voldoet aan de kaders vanuit de KRW Er wordt ingezet op natuurinclusieve landbouw en realisatie van nieuwe natuur in de beekdalen waardoor er minder gewasbeschermingsmiddelen in de beken terechtkomen. Daarnaast zijn alle natte EVZ’s in 2030 gerealiseerd. Er wordt gestreefd naar een verbetering van de waterkwaliteit in alle watergangen, aangezien deze afvoeren richting KRW-watergangen, zoals door het realiseren of stimuleren van de aanleg van natuurvriendelijke oevers langs B- en C-watergangen. De waterschappen zijn verantwoordelijk voor de A-watergangen. We zoeken de samenwerking met de waterschappen om de A-watergangen te verbeteren.

5

Beken en beekdalen hebben in 2040 de ruimte In 2040 zijn de beekdalen klimaatrobuust ingericht met passend landgebruik zoals grasland, natte teelten of natuur. De grondwaterstand is verhoogd ten behoeve van de Natura-2000-gebieden en natte natuurparels in de gemeente. De beken meanderen en mogen overstromen, er vindt waterberging plaats en water wordt langzamer afgevoerd. Door de hogere grondwaterstand kan er waterafhankelijke natuur gerealiseerd worden. De beekdalen komen niet in aanmerking voor nieuwe ontwikkelingen, zoals woningbouw, vanwege de waterveiligheid.

30

Nr. Doel en omschrijving 6

We zetten in op de aanplant van bomen en struweel Bomen en bossen dragen bij aan veel opgaven op het vlak van natuur, biodiversiteit en klimaatadaptatie. De gemeente kijkt bij alle nieuwe ontwikkelingen naar mogelijkheden om bomen en struweel aan te planten. Daarnaast zoekt de gemeente naar locaties die beplant kunnen worden, zoals bermen en overhoekjes. Ook worden inwoners gestimuleerd om bomen aan te planten, bijvoorbeeld door gebruik te maken van het voorpootrecht.

7

Waar mogelijk wordt ingezet op een combinatie van functies die bijdragen aan de kwaliteit van natuur, landschap en/of biodiversiteit De gronddruk in de gemeente is hoog. In het verleden is er vooral vanuit een sectorale benadering van gebiedsinrichting gekeken. Om aan alle opgaven te voldoen is het nodig om integraal te kijken naar gebiedsinrichting en meerdere functies op dezelfde locatie te realiseren. Vooral in de beekdalen waar de grondwaterstand omhoog gaat lijkt er weinig ruimte te zijn voor andere functies. Het is belangrijk om juist hier in te zetten op dubbele functies zoals productie van biobased bouwmaterialen met waterberging.

8

Het Natuurnetwerk Brabant, inclusief ecologische verbindingszones, gelegen in de gemeente Boxtel, is gerealiseerd in 2030 Het Natuurnetwerk Nederland is een netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het Rijk en de provincies hebben afgesproken het Natuurnetwerk Nederland in 2030 gerealiseerd te hebben. De realisatie van nieuwe natuur en nieuwe natuurverbindingen zorgt onder andere voor een verhoging van de biodiversiteit, een betere waterkwaliteit en robuustere natuurgebieden. Het gaat onder andere om de realisatie van EVZ’s: de Blauwhoefseloop, Sparrenrijk-Kampina en het Essche Loopje/Koningsweg. Percelen in eigendom van de gemeente die in het Natuurnetwerk Nederland liggen en nog niet ingericht zijn als natuur worden omgevormd naar natuur, inrichting op gronden van derden wordt gestimuleerd.

9

Natuurgebieden zijn beter met elkaar verbonden in 2040 door groenblauwe dooradering Met de realisatie van de EVZ's en groenblauwe dooradering van het landelijk gebied worden natuurgebieden beter met elkaar verbonden. In 2026 zijn bestaande groenblauwe verbindingen in het landelijk gebied in kaart gebracht en de kwaliteit beoordeeld. In de focusgebieden (zie 6.1.1) is er in 2040 gemiddeld 10-15% groenblauwe dooradering. Buiten de focusgebieden is er gemiddeld in 2040 5-10% groenblauwe dooradering. Het gemiddelde van het gehele landelijke gebied is in 2040 minimaal 10% groenblauwe dooradering.

10

In de dorpen en vanuit de dorpen naar het buitengebied zijn robuuste groenblauwe verbindingen aangelegd De groene verbindingen langs de Dommel worden versterkt. Daarnaast worden er nieuwe groenblauwe verbindingen toegevoegd vanuit nieuwe woninguitbreidingen naar het landelijk gebied. In de kernen en vanuit de kernen naar het landelijk gebied worden bestaande verbindingen versterkt en nieuwe verbindingen aangelegd. Deze verbindingen bevorderen de biodiversiteit , zorgen voor verspreiding van flora en fauna, maken de kernen aantrekkelijker en beter beleefbaar en helpen mee met klimaatadaptatie.

11

Bij klimaatadaptieve maatregelen wordt biodiversiteit altijd meegenomen Bij klimaatadaptieve maatregelen wordt vaak groen gerealiseerd. Bij de keus voor dit groen wordt gekozen voor een diversiteit aan soorten, bestaande uit inheems en of/autochtoon materiaal waar mogelijk. Daarnaast wordt gekozen voor soorten met een zo lang mogelijke spreiding van bloei- en vruchttijd om voor voedsel te zorgen voor vogels, zoogdieren en insecten. Het wordt zo veel mogelijk ecologisch beheerd.

31

6.1.1 Focusgebieden Focusgebieden zijn plekken waar we extra willen inzetten op verhoging van de biodiversiteit en landschappelijke kwaliteit. Door hier samen met partners doelgericht te werken, versterken we het landschap en versnellen we ecologische verbetering. We weten dat maatregelen die we nemen dicht nabij natuurgebieden een relatief grote bijdrage kunnen leveren aan doelbereik (robuustheid en biodiversiteit) in deze natuurgebieden17. Daarom liggen de focusgebieden aansluitend aan bestaande natuurgebieden (ongeveer 150 meter vanaf NNB) en ecologische verbindingszones (ongeveer 50 meter). In de focusgebieden willen we extra inzetten op groenblauwe dooradering. Het doel is om gemiddeld 10% GBDA in het gehele landelijk gebied te hebben (doel Aanvalsplan landschap, zie paragraaf 1.3.2 en kader 4). Om die 10% te bereiken is er gekozen voor zones waar we een lagere ambitie hebben en zones waar we een hogere ambitie hebben, zoals rondom de natuurgebieden. We streven naar 10 tot 15% GBDA in de focusgebieden en 5 tot 10% GBDA in de rest van het landelijk gebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=02a303a2-705d-47bb-b481-04b3efd3a352