Programma Natuur, Landschap_Biodiversiteit Sint-Michielsgestel 2025-2040
Tekst van het document
3
De bodem in de gemeente heeft een verbeterde sponswerking Een gezonde bodem kan veel water opnemen, vasthouden en langzaam laten infiltreren. Dit grondwater kan dan als buffer dienen voor droge periodes. Dit is een belangrijk proces voor waterafhankelijke natuur en draagt bij aan klimaatadaptatie.
4
De openbare ruimte wordt ecologisch beheerd De standaard voor groenbeheer is ecologisch beheer, met uitzonderingen voor bijvoorbeeld verkeersveiligheid en gebruiksfuncties. Er wordt bij verandering van beheer voorlichting gegeven aan de inwoners over natuurvriendelijk beheer in verband met het creëren van draagvlak.
5
Oppervlaktewaterkwaliteit van KRW-watergangen voldoet aan de kaders vanuit de KRW Er wordt ingezet op vormen van duurzame landbouw zoals kringlooplandbouw, natuurinclusieve landbouw en agrarisch natuurbeheer en realisatie van nieuwe natuur in de beekdalen waardoor er minder gewasbeschermingsmiddelen in de beken terechtkomen. Daarnaast zijn alle natte EVZ’s in 2030 gerealiseerd. Er wordt gestreefd naar een verbetering van de waterkwaliteit in alle watergangen, aangezien deze afvoeren richting KRW-watergangen, zoals door het realiseren of stimuleren van de aanleg van natuurvriendelijke oevers langs B- en C-watergangen. De waterschappen zijn verantwoordelijk voor de A-watergangen. We zoeken de samenwerking met de waterschappen om de A-Watergangen te verbeteren.
6
Beken en beekdalen hebben in 2040 de ruimte In 2040 zijn de beekdalen klimaatrobuust ingericht met passend landgebruik zoals grasland, natte teelten of natuur. De grondwaterstand is verhoogd ten behoeve van de natte natuurparels in de gemeente. De beken meanderen en mogen overstromen, er vindt waterberging plaats en water wordt langzamer afgevoerd. De beekdalen komen niet in aanmerking voor nieuwe ontwikkeling, zoals woningbouw, vanwege de waterveiligheid.
7
We zetten in op de aanplant van bomen Bomen en bossen dragen bij aan veel opgaven op het vlak van natuur, biodiversiteit en klimaatadaptatie. De gemeente kijkt bij alle nieuwe ontwikkelingen naar mogelijkheden om bomen aan te planten. Daarnaast zoekt de gemeente naar locaties die beplant kunnen worden, zoals bermen en overhoekjes. Ook worden inwoners gestimuleerd om bomen aan te planten, bijvoorbeeld door gebruik te maken van het voorpootrecht.
33
Nr. Doel en omschrijving 8
Waar mogelijk wordt ingezet op een combinatie van functies die bijdragen aan de kwaliteit van natuur, landschap en/of biodiversiteit De gronddruk in de gemeente is hoog. In het verleden is er vooral vanuit een sectorale benadering van gebiedsinrichting gekeken. Om aan alle opgaven te voldoen is het nodig om integraal te kijken naar gebiedsinrichting en meerdere functies op dezelfde locatie te realiseren. Vooral in de beekdalen waar de grondwaterstand erg omhoog gaat lijkt er weinig ruimte te zijn voor andere functies. Het is belangrijk om juist hier in te zetten op dubbele functies zoals productie van biobased bouwmaterialen en waterberging.
9
Het Natuurnetwerk Brabant, inclusief ecologische verbindingszones, gelegen in de gemeente Sint-Michielsgestel, is gerealiseerd in 2030 Het Natuurnetwerk Nederland is een netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het Rijk en de provincies hebben afgesproken het Natuurnetwerk Nederland in 2030 gerealiseerd te hebben. De realisatie van nieuwe natuur en nieuwe natuurverbindingen zorgt onder andere voor een verhoging van de biodiversiteit, een betere waterkwaliteit en robuustere natuurgebieden. Het Natuurnetwerk Brabant is onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland. Percelen in eigendom van de gemeente die in het Natuurnetwerk liggen en nog niet ingericht zijn als natuur worden omgevormd naar natuur.
10
Natuurgebieden zijn beter met elkaar verbonden in 2040 Met de realisatie van de EVZ's en groenblauwe dooradering van het landelijk gebied worden natuurgebieden beter met elkaar verbonden. In 2025 is een nulmeting gedaan voor het percentage groenblauwe dooradering in het landelijk gebied en is de groenblauwe dooradering in kaart gebracht. In de focusgebieden is er in 2040 gemiddeld 10-15% groenblauwe dooradering. Buiten de focusgebieden is er gemiddeld in 2040 5-10% groenblauwe dooradering. Het gemiddelde van het gehele landelijke gebied is in 2040 minimaal 10% groenblauwe dooradering.
11
In de dorpen en vanuit de dorpen naar het buitengebied zijn robuuste groenblauwe verbindingen aangelegd De groene verbindingen langs de Dommel en de Aa worden versterkt. Daarnaast worden er nieuwe groenblauwe verbindingen toegevoegd vanuit nieuwe woninguitbreidingen naar het landelijk gebied. In de dorpen en vanuit de dorpen naar het landelijk gebied worden bestaande verbindingen versterkt en nieuwe verbindingen aangelegd. Deze verbindingen bevorderen de biodiversiteit, zorgen voor verspreiding van flora en fauna, maken de dorpen aantrekkelijker en beter beleefbaar en helpen mee met klimaatadaptatie.
Focusgebieden De genoemde focusgebieden waar extra ingezet gaat worden op groenblauwe dooradering, onder ander door in te zetten op natuurinclusieve landbouw, zijn te zien op figuur 7. Dit focusgebied (ongeveer 250 meter vanaf NNB en EVZ’s) ligt in het landelijk gebied, maar versterkt ook het deelgebied natuur. De ambitie is om gemiddeld 10% groenblauwe dooradering in het gehele landelijk gebied te hebben (ambitie Aanvalsplan landschap, zie paragraaf
34
1.3.2). Om die 10% te sturen is er gekozen voor zones waar we een lagere ambitie hebben en zones waar we een hogere ambitie hebben, zoals rondom de natuurgebieden. We streven naar 10 tot 15% groenblauwe dooradering in de focusgebieden en 5 tot 10% groenblauwe dooradering in de rest van het landelijk gebied. Het focusgebied is te zien als een zoekgebied en is niet op perceelsniveau te gebruiken. Het dynamisch beekdal van de Aa29 is een mooi voorbeeld van een gebied waar veel groenblauwe dooradering is toegevoegd. Dit is nu een mooi
uitloopgebied voor Berlicum en Middelrode waar groenblauwe dooradering heeft gezorgd voor een betere beleefbaarheid van het landschap (recreatie), meer biodiversiteit en waterberging.
29. Waterschap Aa en Maas. (2024). Dynamisch Beekdal. Opgehaald van Waterschap Aa en Maas: https://www. aaenmaas.nl/in-jouw-buurt/projectenkaart/dynamischbeekdal/
Figuur 7: Focusgebieden voor groenblauwe dooradering
35
6.2
Beekdalen
De begrenzing van de beekdalen (figuur 9) is afkomstig uit de deelgebiedkaart Beekdalen van de omgevingsvisie (figuur 8, beekdalen en waterbergingsgebieden) en de visies van Waterschap De Dommel en Waterschap Aa en Maas. Hiermee sluiten we aan op het beleid vanuit de waterschappen. De hoge koppen en flanken maken geen onderdeel uit van het deelgebied, maar binnen de uitvoeringsagenda is hier wel aandacht voor. Deze kaart is niet bedoeld om op perceelsniveau te gebruiken. De beekdalen liggen op de kaarten over de andere deelgebieden heen, omdat de beekdalen deels ambities hebben die voor alle deelgebieden gelden, maar ook ambities specifiek voor het deelgebied waarin het zich bevindt. Zo zijn er voor het gedeelte van het beekdal met een natuurbestemming andere (on)mogelijkheden, ambities en projecten dan een beekdal in het centrum van Sint-Michielsgestel waar al bebouwing is.
Onderdelen De beken in de gemeente zijn laaglandbeken; dit houdt in dat de beek een onregelmatige stroomsnelheid heeft met een breed dal. De beken worden gevoed door regenwater en kwel. Langzaam stromende laaglandbeken zijn wereldwijd zeldzaam, doordat ze vaak in gebieden liggen die vroeg in cultuur zijn gebracht. Natuurlijke beekdalen bestaan uit gradiënten van laag naar hoog, nat naar droog en rijk naar arm, waardoor er een hoge biodiversiteit te behalen valt.30 Het beekdallandschap bestaat uit natte, laaggelegen gronden in (voormalige) beekdalen, begrensd door drogere dekzandruggen. Naast de grotere beken de
36
Dommel, Aa en Essche Stroom betreft het plaatselijk ook ‘kleinere beekdalachtige laagtes’, zoals de (deels) vergraven Wambergsche beek, Dungense Loop en Beeksche Waterloop die minder herkenbaar zijn. Op de overgangen van nat naar droog was de grond relatief vruchtbaar, op hoge plaatsen langs de rivier/beek vestigden zich bewoners die de gronden daaromheen ontgonnen. De droge delen werden gebruikt als bouwland, waardoor karakteristieke open en bolle akkers ontstonden. De natte delen werden gebruikt als hooiland, die zich kenmerkten door de open kleinschalige strookvormige verkaveling. Later, in de middeleeuwen, ontstonden kleinschalige kampontginningen op grotere afstand van de rivier en beken. Op dit moment bestaat een deel van de beekdalen, voornamelijk bij de kleinere beken, uit open percelen met gras of maïs, waar weinig landschapselementen zoals bomenrijen terug te vinden zijn. Op meerdere plekken komen de agrarische percelen tot aan de beek, waardoor gewasbeschermingsmiddelen en mest in het water terecht kunnen komen. De beekdalen met agrarische bestemming hebben over het algemeen in gemeente Sint-Michielsgestel dan ook een lage natuurwaarde en biodiversiteit.
Een groot deel van de beekdalen bestaat echter ook uit natuur, zoals een groot deel van het Dommeldal (waaronder Bossche Broek zuid), het dal van de Essche Stroom en stukjes van het beekdal van de Aa, Wambergsche Beek en de Beeksche Waterloop. Karakteristieke soorten van de beekdalen zijn onder andere grote weerschijnvlinder, waterspitsmuis,
boomkikker, kamsalamander, weidebeekjuffer, hermelijn, oeverzwaluw, ijsvogel, grote gele kwikstaart en gewone dotterbloem. Elzenbroekbos is een karakteristiek soort bos voor in beekdalen. Dit type bos valt onder natuurtype beek- en rivierbegeleidend bos uit de Index natuur en landschap31. Dit natuurtype komt langs de Essche Stroom voor. Kernmerken: • Kleinschalig besloten/halfopen landschap. • Meanderende stromen met verkavelingen haaks op de beek. • Broekbossen en houtwallen - ook knotbomen en beemdgronden. • Onregelmatige verkaveling. • Kromme wegen en zandpaden. • Boerderijzwermen en lintdorpen. • Open, bolle akkers. De Dommel De Dommel stroomt in het zuiden, in de omgeving van Gemonde, de gemeente in en vormt hier de grens met gemeente Boxtel. Hij stroomt langs Landgoed Zegenwerp door het dorp Sint-Michielsgestel en komt ten westen van Sint-Michielgestel samen met de Essche Stroom, waarna hij langs de Bossche
30. Nabben, I., de Koning, N., & van den Oetelaar, G. (2021). Landschapsvisie beneden Dommel, het dommeldal tussen Son en breugel. Onderbouwing van de inrichtingsplannen en de NNB-herbegrenzing in Het Groene Woud. Nijmegen: Ark natuurintwikkeling. 31. BIJ12. (2024, augustus). Natuurtypen. Opgehaald van BIJ12: https://www.bij12.nl/onderwerp/natuursubsidies/ index-natuur-en-landschap/natuurtypen/
Met de klok mee: IJsvogel, weidebeekjuffer, kamsalamander, gewone dotterbloem
37
Figuur 8: Deelgebied beekdalen Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel
38
Figuur 9: Deelgebied beekdalen
39
Essche stroom
40
Broek zuid de gemeentegrens volgt tot aan de A2. De Dommel ligt in Sint-Michielsgestel tussen hoge dijken in omdat de waterstand onder invloed van de Maas tot aan de stuw bij Landgoed Zegenwerp erg hoog kan komen; er zijn geen uiterwaarden. Langs de beek zijn op meerdere locaties oude meanders te vinden, zoals in het natuurgebiedje de Beemden langs de Schijndelseweg. Hier zijn een zuiveringsplas, oude meander en een heringericht stuk beek met vistrap van de Beeksche Waterloop te vinden. De laagst gelegen gebieden in het beekdal van de Dommel bestaan uit hoogwaardige natuurtypen, zoals haagbeuk- en essenbos, vochtig hooiland, hoog- en laagveenbos en nat schraalland. Op de wat hogere en drogere gedeelten zijn natuurtypen zoals kruiden- en faunarijk grasland, kruiden- en faunarijke akker, dennen-, eiken- en beukenbos, droog productiebos en bloemdijken te vinden.332 Essche Stroom De Essche Stroom komt de gemeente in net ten zuidwesten van de plaats Sint-Michielsgestel en volgt de gemeentegrens tot hij zich bij de Dommel voegt. De Essche Stroom is in de jaren ‘60 van een meanderende, snel stromende beek omgevormd naar kanaal. Hoogteverschillen en houtwallen werden verwijderd. Sinds 2015 wordt de Essche Stroom heringericht om zijn natuurlijke loop terug te krijgen.
Het gedeelte van de Essche Stroom in Sint-Michielsgestel is al heringericht, het gaat om deelgebied Levendig Blijendijk 33. De Essche Stroom heeft hier een nieuwe meanderende loop gekregen, de oude loop is dichtgegooid. Hierdoor houdt de beek langer water vast. Natuurtypen langs de Essche
Stroom in de gemeente zijn vochtig hooiland, dynamisch moeras, kruiden- en faunarijk grasland,
Wambergsche Beek De Wambergsche Beek is een van oorsprong
rivier- en beekbegeleidend bos, vochtig en droog bos met productie en dennen-, eiken- en beukenbos. Zeldzame soorten die hier voorkomen zijn onder andere hertsmunt en kleine kattenstaart.
natuurlijke beek die grotendeels vergraven is. De beek begint net ten oosten van Berlicum en loopt bij ’s-Hertogenbosch de Aa in. Het is een langzaam stromende middenbeek op zand34.
Aa De Aa snijdt door de gemeente heen tussen Den Dungen en Berlicum. Langs de Aa ligt het kanaal de Zuid-Willemsvaart. De Aa is heringericht, waardoor deze nu weer vrij kan meanderen in een strook van 100 tot 120 meter breed. De natuurstrook bestaat uit (riet)moeras, kruidenrijk grasland, ruigtes, bosjes, oude meanders en poelen. Het natuurtype is voornamelijk kruiden- en faunarijk grasland met her en der vochtig of droog bos met productie. Bij de inrichting van de natuurstrook is rekening gehouden met het buiten de oevers treden van de Aa bij hoogwater. Op de flanken van het beekdal van de Aa is, als onderdeel van de natuurcompensatie N279, op diverse percelen natuur aangelegd.
Ambities en uitgangspunten
De Aa liep oorspronkelijk ook aan de andere kant de Zuid-Willemsvaart, langs Den Dungen. Dit gebied wordt nu het ’Oude Aadal’ genoemd en de oude loop de ‘Dode Aa’. Beeksche Waterloop De Beeksche Waterloop stroomt bij de Geelders de gemeente in, loopt via het oosten en noorden om Gemonde heen waarna hij zich bij de Dommel voegt. De beek vormt zo een verbinding tussen het natuurgebied en de Dommel. De laatste 400 meter, vanaf de straat Geneberg, is de beek heringericht met nieuwe meanders. Ook is er een vistrap toegevoegd.
De hoofdambitie voor deelgebied beekdalen en de daarbij behorende onderdelen is het behouden, beschermen en versterken van de beekdalen. Vanuit de ambitie en ruimtelijke kwaliteiten van het deelgebied is er in de omgevingsvisie een vertaling gemaakt naar een aantal uitgangspunten voor dit deelgebied. De voor dit programma relevante uitgangspunten zijn:
•
•
De Wambergsche beek is een kleine beek ten noorden van Berlicum. Deze speelt op termijn een rol om water langer vast te houden en te bergen. De opgave natuurvriendelijke oeverinrichting (NVO) zal ook de natuur meer de ruimte geven en er worden maatregelen genomen om de waterkwaliteit te verbeteren. De Aa stroomt langs Middelrode en Berlicum en
32. Provincie Noord-Brabant. (2024, december). Kaartbank. Opgehaald van Provincie NoordBrabant: https://noord-brabant.maps. arcgis.com/apps/webappviewer/index. html?id=b6414403ef5e4e9aa8875a7c366209c6 33. Waterschap De Dommel. (2024, juni). Herinrichting Essche stroom. Opgehaald van Waterschap De Dommel: https://www.dommel.nl/esschestroom 34. Waterschap Aa en Maas. (2014). Factsheet: NL38_1B Wambergsche beek. Sint-Michielsgestel: Waterschap Aa en Maas.
41
•
biedt hier mogelijkheden voor een ommetje. De beekdalen dragen bij aan klimaatadaptatie door het regenwater te bergen en geleidelijk af te voeren na forse regenbuien. Deze functie van de beken zal worden uitgebreid en versterkt om een klimaatbestendige gemeente en regio te worden. Het klimaatbestendig inrichten van de beekdalen
is ook belangrijk voor de waterveiligheid in de omgeving.
Doelstellingen Onderstaande doelstellingen dragen bij aan de ambities en uitgangspunten van het deelgebied beekdalen.
Nr. Doel en omschrijving 1
Biodiversiteit is sturend bij ontwikkelingen Ontwikkelingen leiden tot een versterking van de biodiversiteit door bestaande natuur te behouden, habitat te ontwikkelen voor (icoon)soorten en te zorgen voor een basiskwaliteit natuur. Niet te vermijden negatieve impact wordt gecompenseerd.
2
Water en bodem zijn sturend bij ontwikkelingen Bij ruimtelijke ontwikkelingen sluiten we aan bij de natuurlijke kenmerken van het water- en bodemsysteem. We houden rekening met aanpassingen op de lange termijn om toekomstige klimaateffecten op te kunnen vangen. Het water- en bodemsysteem (inclusief de gebruikswaarde van ecosysteemdiensten, kwaliteit en vitaliteit) mag over de gehele levensduur van het gebruik niet verslechteren.
3
De bodem in de gemeente heeft een verbeterde sponswerking Een gezonde bodem kan veel water opnemen, vasthouden en langzaam laten infiltreren. Dit grondwater kan dan als buffer dienen voor droge periodes. Dit is een belangrijk proces voor waterafhankelijke natuur en draagt bij aan klimaatadaptatie.
4
De openbare ruimte wordt ecologisch beheerd De standaard voor groenbeheer is ecologisch beheer, met uitzonderingen voor bijvoorbeeld verkeersveiligheid en gebruiksfuncties. Er wordt bij verandering van beheer voorlichting gegeven aan de inwoners over natuurvriendelijk beheer in verband met het creëren van draagvlak.
5
Oppervlaktewaterkwaliteit van KRW-watergangen voldoet aan de kaders vanuit de KRW Er wordt ingezet op vormen van duurzame landbouw zoals kringlooplandbouw, natuurinclusieve landbouw en agrarisch natuurbeheer en realisatie van nieuwe natuur in de beekdalen waardoor er minder gewasbeschermingsmiddelen in de beken terechtkomen. Daarnaast zijn alle natte EVZ’s in 2030 gerealiseerd. Er wordt gestreefd naar een verbetering van de waterkwaliteit in alle watergangen, aangezien deze afvoeren richting KRW-watergangen, zoals door het realiseren of stimuleren van de aanleg van natuurvriendelijke oevers langs B- en C-watergangen. De waterschappen zijn verantwoordelijk voor de A-watergangen. We zoeken de samenwerking met de waterschappen om de A-Watergangen te verbeteren.
6
Beken en beekdalen hebben in 2040 de ruimte In 2040 zijn de beekdalen klimaatrobuust ingericht met passend landgebruik zoals grasland, natte teelten of natuur. De grondwaterstand is verhoogd ten behoeve van de natte natuurparels in de gemeente. De beken meanderen en mogen overstromen, er vindt waterberging plaats en water wordt langzamer afgevoerd. De beekdalen komen niet in aanmerking voor nieuwe ontwikkeling, zoals woningbouw, vanwege de waterveiligheid.
42
Nr. Doel en omschrijving 7
We zetten in op de aanplant van bomen Bomen en bossen dragen bij aan veel opgaven op het vlak van natuur, biodiversiteit en klimaatadaptatie. De gemeente kijkt bij alle nieuwe ontwikkelingen naar mogelijkheden om bomen aan te planten. Daarnaast zoekt de gemeente naar locaties die beplant kunnen worden, zoals bermen en overhoekjes. Ook worden inwoners gestimuleerd om bomen aan te planten, bijvoorbeeld door gebruik te maken van het voorpootrecht.
8
Waar mogelijk wordt ingezet op een combinatie van functies die bijdragen aan de kwaliteit van natuur, landschap en/of biodiversiteit De gronddruk in de gemeente is hoog. In het verleden is er vooral vanuit een sectorale benadering van gebiedsinrichting gekeken. Om aan alle opgaven te voldoen is het nodig om integraal te kijken naar gebiedsinrichting en meerdere functies op dezelfde locatie te realiseren. Vooral in de beekdalen waar de grondwaterstand erg omhoog gaat lijkt er weinig ruimte te zijn voor andere functies. Het is belangrijk om juist hier in te zetten op dubbele functies zoals productie van biobased bouwmaterialen en waterberging.
9
Het Natuurnetwerk Brabant, inclusief ecologische verbindingszones, gelegen in de gemeente Sint-Michielsgestel, is gerealiseerd in 2030 Het Natuurnetwerk Nederland is een netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het Rijk en de provincies hebben afgesproken het Natuurnetwerk Nederland in 2030 gerealiseerd te hebben. De realisatie van nieuwe natuur en nieuwe natuurverbindingen zorgt onder andere voor een verhoging van de biodiversiteit, een betere waterkwaliteit en robuustere natuurgebieden. Het Natuurnetwerk Brabant is onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland. Percelen in eigendom van de gemeente die in het Natuurnetwerk liggen en nog niet ingericht zijn als natuur worden omgevormd naar natuur.
10
Natuurgebieden zijn beter met elkaar verbonden in 2040 Met de realisatie van de EVZ's en groenblauwe dooradering van het landelijk gebied worden natuurgebieden beter met elkaar verbonden. In 2025 is een nulmeting gedaan voor het percentage groenblauwe dooradering in het landelijk gebied en is de groenblauwe dooradering in kaart gebracht. In de focusgebieden is er in 2040 gemiddeld 10-15% groenblauwe dooradering. Buiten de focusgebieden is er gemiddeld in 2040 5-10% groenblauwe dooradering. Het gemiddelde van het gehele landelijke gebied is in 2040 minimaal 10% groenblauwe dooradering.
11
In de dorpen en vanuit de dorpen naar het buitengebied zijn robuuste groenblauwe verbindingen aangelegd De groene verbindingen langs de Dommel en de Aa worden versterkt. Daarnaast worden er nieuwe groenblauwe verbindingen toegevoegd vanuit nieuwe woninguitbreidingen naar het landelijk gebied. In de dorpen en vanuit de dorpen naar het landelijk gebied worden bestaande verbindingen versterkt en nieuwe verbindingen aangelegd. Deze verbindingen bevorderen de biodiversiteit, zorgen voor verspreiding van flora en fauna, maken de dorpen aantrekkelijker en beter beleefbaar en helpen mee met klimaatadaptatie.
12
De landbouw draagt bij aan de biodiversiteit in de gemeente Door onder andere in te zetten op vormen van duurzame landouw, zoals kringlooplandbouw, natuurinclusieve landbouw, agrarisch natuurbeheer, biologische teelten, strokenteelt, precisielandbouw, natte teelten, agroforestry of permacultuur, kan de landbouw veel betekenen voor de biodiversiteit in de gemeente.
13
Een toegankelijk en beleefbaar natuur- en landelijk gebied Door het landelijk gebied, de landgoederen en specifieke locaties in de natuurgebieden en beekdalen toegankelijker en beter beleefbaar te maken ontstaat er een betere spreiding van recreatie waardoor verstoringsgevoelige natuurgebieden worden ontlast. In 2040 is de recreatie goed over de gemeente verspreid waardoor recreanten tevreden zijn en de verstoringsgevoelige gebieden in kwaliteit vooruit zijn gegaan.
43
Nr. Doel en omschrijving 14
Basiskwaliteit natuur in 2040 De Basiskwaliteit natuur is een minimumniveau voor biodiversiteit in het landelijk en stedelijk gebied, nodig voor een gezonde leefomgeving en een veerkrachtige natuur. De biodiversiteit wordt vergroot door realisatie van nieuwe natuur, het gebruik van landschapselementen, aanleg van groen en de omslag naar duurzame landbouw zoals natuurinclusieve landbouw of kringlooplandbouw en agrarisch natuurbeheer in de beekdalen.
15
Faunaknelpunten worden opgelost In 2026 zijn alle huidige faunaknelpunten in de gemeente geïnventariseerd. In 2040 is er bij alle knelpunten bij gemeentewegen een faunavoorziening gerealiseerd of in uitvoering.
16
Het pachtbeleid van de gemeentelijke gronden is aangescherpt ten behoeve van de biodiversiteit en landschappelijke waarde In het pachtbeleid stelt de gemeente eisen aan bemesting, gewasbeschermingsmiddelen, type teelt en de realisatie en het beheer van landschapselementen.
17
Karakteristieke kenmerken van de verschillende landschapstypen zijn behouden, versterkt en beter zichtbaar gemaakt In het landschap is de historie van de gemeente af te lezen. Het landschap bestaat uit verschillende landschapstypen die zijn ontstaan door natuurlijke factoren en menselijke ingrepen. Deze landschapstypen hebben cultuurhistorische, ecologische en belevingswaarden. De karakteristieke kenmerken worden teruggebracht waardoor deze waarden versterkt worden en de biodiversiteit wordt verhoogd. Landschapselementen en cultuurhistorische kavelpatronen zijn in 2030 geïnventariseerd en beschermd. Gebiedsvreemde landschappelijke elementen op gemeentegrond zijn waar mogelijk en gewenst in 2040 omgevormd naar elementen die passend zijn in het landschapstype. Landschappelijke inpassingen bij ontwikkelingen in het buitengebied en vrijkomende agrarische bouwvlakken bieden kansen voor het aanleggen van landschapselementen.
Hertsmunt, een vrij zeldzame soort in Nederland die in Nederland vooral bekend is van de uiterwaarden, komt voor in het beekdal van de Essche stroom
44
6.3 Kader 4. Waterkwaliteit en -biodiversiteit
35
Een goede waterkwaliteit is van belang voor een hoge biodiversiteit. Schoon water is belangrijk voor de levenscyclus van bepaalde insecten, zoals libellen. Wanneer water vervuild raakt krijgen enkele soorten de overhand en neemt de biodiversiteit af. Insecten zijn belangrijk voor ecosysteemdiensten, doordat ze bijvoorbeeld dood plantenmateriaal afbreken en ze een voedselbron zijn voor vissen, vogels en amfibieën. Ook voor mensen is schoon water van belang. Voor drinkwater, de landbouw, de industrie en recreatie. Hoe hoger de biodiversiteit is, hoe beter de natuur het water zelf schoon kan houden. Bij vervuild water, een lage biodiversiteit of een onnatuurlijk karakter van een waterloop (denk bijvoorbeeld aan gekanaliseerde beken) wordt het natuurlijke zuiveringsvermogen verminderd. De Nederlandse waterkwaliteit staat onder druk vanwege vervuiling door mest (nitraat en fosfaat), bestrijdingsmiddelen, riooloverstorten en ‘nieuwe stoffen’ (medicijnresten en andere microverontreinigingen). Dit heeft negatieve gevolgen voor de biodiversiteit en drinkwatervoorziening. De Kaderrichtlijn Water (KRW) is een wet die als doel heeft om een goede waterkwaliteit te realiseren en behouden voor al het oppervlaktewater in de Europese Unie.
Hiervoor moet in Nederland de chemische en ecologische kwaliteit van de KRW-waterlichamen (A-watergangen en waterlichamen met een oppervlakte van meer dan 50ha) beoordeeld worden. Nederland moet in 2027 voldoen aan de doelen van de KRW. In 2019 voldeed 99% van de KRW-waterlichamen op grond van de KRW gestelde norm op het vlak van ecologische waterkwaliteit niet. Om aan de KRW te voldoen moeten niet alleen maatregelen worden genomen in de wateren zelf, maar ook in het hele beïnvloedingsgebied. Gemeenten kunnen hieraan meewerken door bijvoorbeeld het risico op en de gevolgen van riooloverstorten te verkleinen. Hiervoor moet hemelwater afgekoppeld worden en de capaciteit voor wateropvang vergroot worden. Ook kunnen gemeenten en waterschappen samen aan waterkwaliteit werken door een waterkwaliteitactieplan op te stellen.
35. Natuur & Milieu. (2019). Onderzoek waterkwaliteit & biodiversiteit. Utrecht: Natuur & Milieu.
Natuur
De natuurgebieden in Sint-Michielsgestel liggen in het Natuurnetwerk Brabant (NNB), waarin het Natuurnetwerk Nederland (NNN of Rijks NNB) is opgenomen. Onderdeel van het natuurnetwerk zijn ook de Ecologische Verbindingszones (EVZ’s) en Natte Natuurparels (NNP’s). Zie ook de groenstructuurkaart in bijlage 4. De begrenzing van het deelgebied natuur (figuur 11) is een verscherping van de globale begrenzing op de deelgebiedenkaart Natuur van de omgevingsvisie (figuur 10).
Onderdelen Het grootste gedeelte van het Natuurnetwerk Brabant in Sint-Michielsgestel bestaat uit landgoederen en beekdalen. De beekdalen zijn al beschreven in paragraaf 6.1. Daarnaast zijn er nog andere natuurgebieden, zoals de Geelders (die voor een klein deel in de gemeente Sint-Michielsgestel ligt) en Engelenstede en Hooge heide. Landgoederen De gemeente Sint-Michielsgestel heeft veel landgoederen en kastelen; een groot deel van de natuurgebieden is dan ook onderdeel van een landgoed. Het Bossche Broek Zuid is een bijzonder gebied met veel historie en landschappelijke waarden. Het is ook het grootste natuurgebied in Sint-Michielsgestel. Naast dat het een waterbergingsgebied is liggen er meerdere landgoederen en natuurgebiedjes in het Bossche Broek Zuid. De A2 loopt langs de noordzijde en de N617 langs de oostzijde. Van grote waarde zijn voornamelijk de fossiele Dommelarm en weidegebied Dooibroek, de landgoederen Haanwijk,
45
Figuur 10. Deelgebied natuur Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel
46
Figuur 11. Deelgebied natuur
47
Sterrenbosch en Pettelaar en de gebouwen OudHerlaer, een boerderij op de ruïne van Kasteel Oud Herlaer, en huize Haanwijk (met historische tuin). Het gebied is grotendeels onderdeel van het natuurnetwerk en is deels een Natte Natuurparel. Landgoed Haanwijk ligt in het midden van het Bossche Broek Zuid. Dit gebied herbergt een grote afwisseling aan landschappen, zoals weilanden, akkers, cultuurbossen en lanen. De das komt hier voor en het gebied is rijk aan vogels. Vogels die je tegenkomt zijn onder andere blauwborst, ijsvogel, boomkruiper, boomklever, ransuil en diverse soorten spechten. Daarnaast staan er planten, zoals dotterbloem, penningkruid, echte koekoeksbloem, pinksterbloem, kraailook en holpijp. Landgoed de Pettelaar is een kleinschalig gebied in het noordoosten van het Bossche Broek Zuid. Het landgoed heeft een afwisselende bodemopbouw, bestaande uit hogere donken en rivierduinen en lage zand- en veengronden. Op de hogere gronden kun je productiebossen vinden terwijl de lage gedeeltes een smalle verkaveling hebben met populieren op de perceelsgrenzen. De flora en fauna die van nature in dit gebied voorkomen hebben hoge grondwaterstanden nodig. Vanaf de jaren ‘60 van de vorige eeuw is hier echter veel ontwaterd ten behoeve van de landbouw. Daarnaast heeft het gebied, zoals veel andere natuurgebieden, te maken met een te hoge stikstofdepositie, verzuring en verdroging.
Brabants Landschap, Waterschap De Dommel en gemeente Sint-Michielsgestel zijn bezig met een herinrichting van de Natte Natuurparel36.
48
De monumentale boerderij Oud Herlaer wordt door Brabants Landschap en Het Noordbrabants Museum omgevormd naar Buiten Museum Herlaer waarbij de natuur voorop staat bij de inrichting. Daarnaast is Brabants Landschap nog bezig met het terugbrengen van een historische moes- en siertuin bij Landgoed Haanwijk. Landgoed Zegenwerp ligt op de westoever van de Dommel net ten zuiden van de plaats SintMichielsgestel. Het landgoed heeft een Engelse landschapsstijl met versterkte hoogteverschillen tussen de dekzandrug waar het zich op bevindt en het beekdal van de Dommel. Door de hoogteverschillen komen er veel verschillende soorten voor, zoals dalkruid, gewone salomonszegel en lelietje-van-dalen in de hoger gelegen bossen. Koningsvaren, moerasvaren en gagel in de lagere moerassige delen en lange ereprijs op de oeverwallen langs de Dommel. Vogels als bosuil, zwarte specht, boomklever en goudvink broeden in de oude loofbossen. Aan de oostzijde van het landgoed zijn oude akkers te vinden met dreven en houtwallen ertussen. Een groot gedeelte van het landgoed bestaat uit Golfclub De Dommel. Het landgoed sluit aan op een landgoederengordel in Boxtel. Landgoed Seldensate ligt in het beekdal van de Aa en bestaat uit een ruïne en een oud bos dat rijk is aan vogels en vleermuizen.
Op het landgoed zijn onder andere de volgende vogels waargenomen: boomklever, boomkruiper, wielewaal, ransuil, staartmees, grote bonte specht, sijs, koperwiek, kramsvogel, spreeuw, kauw, kuifeend, wintertaling. In de duiventoren is een nestkast voor de kerkuil geplaatst. De ijskelder is een winterverblijfplaats voor diverse soorten vleermuizen.
Landgoed de Wamberg ligt tussen de Groote Wetering en het beekdal van de Aa. Het landgoed bestaat al sinds 1400 en heeft oude parkbossen met onderling verbonden vijvers. Het landschap bestaat uit een afwisseling van akkers, weilanden en boerderijen met een gecultiveerd parklandschap dichter bij het landhuis. Het is een nat gebied waar de Wambergse Beek en de Loopgraaf doorheen lopen. Er zijn veel exoten en stinzenplanten te vinden op het landgoed, maar ook inheemse struiken zoals braam en vlier. Soorten die hier voorkomen zijn onder andere spechten, boomklever, vleermuizen en watervogels. Er bevinden zich ook meerdere dassenburchten op het landgoed. Karakteristieke soorten van landgoederen zijn spechten, waaronder grote bonte specht en zwarte specht, boomklever en speenkruid. Overige natuurgebieden Engelenstede en Hooge heide is een natuur- en recreatiegebied ten noordoosten van Berlicum, dat bestaat uit gemengd bos, droge en vochtige heide, poelen, waterlopen en landbouwenclaves. In 2024 is gestart met diverse ingrepen om de natuur en biodiversiteit in het gebied te versterken.
36. Brabants Landschap. (2024). Herinrichting Bossche Broek Zuid. Opgehaald van Brabants Landschap: https:// www.brabantslandschap.nl/projecten/natte-natuurparelbossche-broek-zuid/ Gemeente Sint-michielsgestel. (2024, april 15). Natuurontwikkeling Bossche broek Zuid van start. Opgehaald van Sint-Michielsgestel: https://www.sintmichielsgestel.nl/nieuws/natuurontwikkeling-bosschebroek-zuid-van-start
Direct ten zuiden van de gemeente ligt natuurgebied en natte natuurparel de Geelders, waaronder ook het natuurgebied Gasthuiskamp valt. Het gebied ligt in gemeente Boxtel. De Geelders heeft een bodem met veel leem, waardoor het er plaatselijk heel nat kan zijn. Het gebied bestaat dan ook uit een afwisseling van drogere bossen, zoals dennen-, eiken en beukenbos en droog productiebos met nattere vegetaties, zoals rivier- en beekbegeleidend bos, vochtig productiebos en haagbeuken- en essenbos. Andere natuurtypen die hier voorkomen zijn
vochtig hooiland en kruiden- en faunarijkgrasland. Karakteristieke soorten zijn dubbelloof, geelgors, gulden boterbloem, kleine ijsvogelvlinder, blauwe bosbes, bosanemoon en de gewone salomonszegel. Het gemeentebos Esscheweg ten zuidwesten van het dorp Sint-Michielsgestel bestaat voornamelijk uit naaldbos, natuurtype droog bos met productie, en heeft twee erg waardevolle vennen met onder andere waterdrieblad, snavelzegge en drijftillen. Ook is er gagelstruweel en veenpluis te vinden. Dieren
die hier voorkomen zijn onder andere keizerlibel en kleine watersalamander. Het gebied wordt begrensd door Landgoed Wilhelminapark en Landgoed Zegenrode in Boxtel en Landgoed Zegenwerp in SintMichielsgestel. De Meerse Plas is een recreatieplas die met zijn oever gedeeltelijk in het NNB ligt. Het natuurbeheertype is vochtig bos met productie.
Ven in het gemeentebos Esscheweg
49
Ambities en uitgangspunten De hoofdambitie voor dit deelgebied is het versterken en beschermen van de natuur en groenstructuren en het verhogen van de biodiversiteit. Vanuit de ambitie en ruimtelijke kwaliteiten van het deelgebied is er in de omgevingsvisie een vertaling gemaakt naar een aantal uitgangspunten voor dit deelgebied. De voor dit programma relevante uitgangspunten zijn:
•
•
De diverse bestaande natuurgebieden zoals Herlaer, Pettelaar, Wamberg, EngelenstedeHooghe Heide worden gekoesterd en versterkt. Daarnaast worden de diverse landgoederen ten noorden van Sint-Michielsgestel als één cluster gezien: het landgoederencluster. Zo komen ze nog beter tot hun recht op de regionale schaal. Natuurgebieden worden op verschillende plaatsen beter met elkaar verbonden (zie
•
groene pijlen figuur 10). Tussen de Pettelaar en Wamberg wordt nadrukkelijk ingezet op het verbinden van stad en land, met nieuwe lokale natuurontwikkeling, opwek van duurzame zonne- energie en recreatief medegebruik. Daarnaast is een grote waterbergingsopgave ten noorden van Den Dungen onderdeel van deze verbinding. Hierbij wordt gebruik gemaakt van meervoudig ruimtegebruik in nauwe samenwerking met de gemeente ‘s-Hertogenbosch. Een andere verbinding tussen natuurgebieden is tussen het Dommeldal en de Geelders. Onderdeel van deze verbinding is de Beeksche waterloop uit het Natuur Netwerk Brabant (NNB). Deze verbinding wordt verder versterkt door aanleg van natuurlijk groen: zoals natuurlijke hagen, bloem- en kruidenrijk grasland, bosjes of
•
poelen. Dit kan goed samengaan met duurzame landbouw. Ook tussen Wamberg en de EngelenstedeHooghe Heide wordt ingezet op natuurlijk groen en duurzame landbouw. Dit is onderdeel van de plannen om meer ‘stapstenen’ aan te leggen langs de Grote Wetering en zo de ecologische kwaliteiten van de twee gebieden te verbinden. De natuurgebieden en de landgoederen zijn trekpleisters voor de regio. Deze zijn, met respect voor de natuur en de biodiversiteit, zoveel mogelijk toegankelijk gemaakt en beter te beleven met wandel- en fietspaden. Dit heeft tot gevolg dat recreatie beter gespreid wordt.
Doelstellingen Onderstaande doelstellingen dragen bij aan de ambities en uitgangspunten van het deelgebied natuur.
Nr. Doel en omschrijving 1
Biodiversiteit is sturend bij ontwikkelingen Ontwikkelingen leiden tot een versterking van de biodiversiteit door bestaande natuur te behouden, habitat te ontwikkelen voor (icoon)soorten en te zorgen voor een basiskwaliteit natuur. Niet te vermijden negatieve impact wordt gecompenseerd.
2
Water en bodem zijn sturend bij ontwikkelingen Bij ruimtelijke ontwikkelingen sluiten we aan bij de natuurlijke kenmerken van het water- en bodemsysteem. We houden rekening met aanpassingen op de lange termijn om toekomstige klimaateffecten op te kunnen vangen. Het water- en bodemsysteem (inclusief de gebruikswaarde van ecosysteemdiensten, kwaliteit en vitaliteit) mag over de gehele levensduur van het gebruik niet verslechteren.
3
De bodem in de gemeente heeft een verbeterde sponswerking Een gezonde bodem kan veel water opnemen, vasthouden en langzaam laten infiltreren. Dit grondwater kan dan als buffer dienen voor droge periodes. Dit is een belangrijk proces voor waterafhankelijke natuur en draagt bij aan klimaatadaptatie.
50
Nr. Doel en omschrijving 4
De openbare ruimte wordt ecologisch beheerd De standaard voor groenbeheer is ecologisch beheer, met uitzonderingen voor bijvoorbeeld verkeersveiligheid en gebruiksfuncties. Er wordt bij verandering van beheer voorlichting gegeven aan de inwoners over natuurvriendelijk beheer in verband met het creëren van draagvlak.
5
Oppervlaktewaterkwaliteit van KRW-watergangen voldoet aan de kaders vanuit de KRW Er wordt ingezet op vormen van duurzame landbouw zoals kringlooplandbouw, natuurinclusieve landbouw en agrarisch natuurbeheer en realisatie van nieuwe natuur in de beekdalen waardoor er minder gewasbeschermingsmiddelen in de beken terechtkomen. Daarnaast zijn alle natte EVZ’s in 2030 gerealiseerd. Er wordt gestreefd naar een verbetering van de waterkwaliteit in alle watergangen, aangezien deze afvoeren richting KRW-watergangen, zoals door het realiseren of stimuleren van de aanleg van natuurvriendelijke oevers langs B- en C-watergangen. De waterschappen zijn verantwoordelijk voor de A-watergangen. We zoeken de samenwerking met de waterschappen om de A-Watergangen te verbeteren.
6
Beken en beekdalen hebben in 2040 de ruimte In 2040 zijn de beekdalen klimaatrobuust ingericht met passend landgebruik zoals grasland, natte teelten of natuur. De grondwaterstand is verhoogd ten behoeve van de natte natuurparels in de gemeente. De beken meanderen en mogen overstromen, er vindt waterberging plaats en water wordt langzamer afgevoerd. De beekdalen komen niet in aanmerking voor nieuwe ontwikkeling, zoals woningbouw, vanwege de waterveiligheid.
7
We zetten in op de aanplant van bomen Bomen en bossen dragen bij aan veel opgaven op het vlak van natuur, biodiversiteit en klimaatadaptatie. De gemeente kijkt bij alle nieuwe ontwikkelingen naar mogelijkheden om bomen aan te planten. Daarnaast zoekt de gemeente naar locaties die beplant kunnen worden, zoals bermen en overhoekjes. Ook worden inwoners gestimuleerd om bomen aan te planten.
8
Waar mogelijk wordt ingezet op een combinatie van functies die bijdragen aan de kwaliteit van natuur, landschap en/of biodiversiteit De gronddruk in de gemeente is hoog. In het verleden is er vooral vanuit een sectorale benadering van gebiedsinrichting gekeken. Om aan alle opgaven te voldoen is het nodig om integraal te kijken naar gebiedsinrichting en meerdere functies op dezelfde locatie te realiseren. Vooral in de beekdalen waar de grondwaterstand erg omhoog gaat lijkt er weinig ruimte te zijn voor andere functies. Het is belangrijk om juist hier in te zetten op dubbele functies zoals productie van biobased bouwmaterialen en waterberging.
9
Het Natuurnetwerk Brabant, inclusief ecologische verbindingszones, gelegen in de gemeente Sint-Michielsgestel, is gerealiseerd in 2030 Het Natuurnetwerk Nederland is een netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het Rijk en de provincies hebben afgesproken het Natuurnetwerk Nederland in 2030 gerealiseerd te hebben. De realisatie van nieuwe natuur en nieuwe natuurverbindingen zorgt onder andere voor een verhoging van de biodiversiteit, een betere waterkwaliteit en robuustere natuurgebieden. Het Natuurnetwerk Brabant is onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland. Percelen in eigendom van de gemeente die in het Natuurnetwerk liggen en nog niet ingericht zijn als natuur worden omgevormd naar natuur.
51
Nr. Doel en omschrijving 10
Natuurgebieden zijn beter met elkaar verbonden in 2040 Met de realisatie van de EVZ's en groenblauwe dooradering van het landelijk gebied worden natuurgebieden beter met elkaar verbonden. In 2025 is een nulmeting gedaan voor het percentage groenblauwe dooradering in het landelijk gebied en is de groenblauwe dooradering in kaart gebracht. In de focusgebieden is er in 2040 gemiddeld 10-15% groenblauwe dooradering. Buiten de focusgebieden is er gemiddeld in 2040 5-10% groenblauwe dooradering. Het gemiddelde van het gehele landelijke gebied is in 2040 minimaal 10% groenblauwe dooradering.
11
In de dorpen en vanuit de dorpen naar het buitengebied zijn robuuste groenblauwe verbindingen aangelegd De groene verbindingen langs de Dommel en de Aa worden versterkt. Daarnaast worden er nieuwe groenblauwe verbindingen toegevoegd vanuit nieuwe woninguitbreidingen naar het landelijk gebied. In de dorpen en vanuit de dorpen naar het landelijk gebied worden bestaande verbindingen versterkt en nieuwe verbindingen aangelegd. Deze verbindingen bevorderen de biodiversiteit, zorgen voor verspreiding van flora en fauna, maken de dorpen aantrekkelijker en beter beleefbaar en helpen mee met klimaatadaptatie.
12
De landbouw draagt bij aan de biodiversiteit in de gemeente Door onder andere in te zetten op vormen van duurzame landouw, zoals kringlooplandbouw, natuurinclusieve landbouw, agrarisch natuurbeheer, biologische teelten, strokenteelt, precisielandbouw, natte teelten, agroforestry of permacultuur, kan de landbouw veel betekenen voor de biodiversiteit in de gemeente.
13
Een toegankelijk en beleefbaar natuur- en landelijk gebied Door het landelijk gebied, de landgoederen en specifieke locaties in de natuurgebieden en beekdalen toegankelijker en beter beleefbaar te maken ontstaat er een betere spreiding van recreatie waardoor verstoringsgevoelige natuurgebieden worden ontlast. In 2040 is de recreatie goed over de gemeente verspreid waardoor recreanten tevreden zijn en de verstoringsgevoelige gebieden in kwaliteit vooruit zijn gegaan.
15
Faunaknelpunten worden opgelost In 2026 zijn alle huidige faunaknelpunten in de gemeente geïnventariseerd. In 2040 is er bij alle knelpunten bij gemeentewegen een faunavoorziening gerealiseerd of in uitvoering.
16
Het pachtbeleid van de gemeentelijke gronden is aangescherpt ten behoeve van de biodiversiteit en landschappelijke waarde In het pachtbeleid stelt de gemeente eisen aan bemesting, gewasbeschermingsmiddelen, type teelt en de realisatie en het beheer van landschapselementen.
17
Karakteristieke kenmerken van de verschillende landschapstypen zijn behouden, versterkt en beter zichtbaar gemaakt In het landschap is de historie van de gemeente af te lezen. Het landschap bestaat uit verschillende landschapstypen die zijn ontstaan door natuurlijke factoren en menselijke ingrepen. Deze landschapstypen hebben cultuurhistorische, ecologische en belevingswaarden. De karakteristieke kenmerken worden teruggebracht waardoor deze waarden versterkt worden en de biodiversiteit wordt verhoogd. Landschapselementen en cultuurhistorische kavelpatronen zijn in 2030 geïnventariseerd en beschermd. Gebiedsvreemde landschappelijke elementen op gemeentegrond zijn waar mogelijk en gewenst in 2040 omgevormd naar elementen die passend zijn in het landschapstype. Landschappelijke inpassingen bij ontwikkelingen in het buitengebied en vrijkomende agrarische bouwvlakken bieden kansen voor het aanleggen van landschapselementen.
52
De steenuil is een karakteristieke soort van het kampenlandschap
53
6.4
Landelijk gebied
Het landelijk gebied (figuur 13) bestaat uit gebieden met een lage bebouwingsdichtheid en een voornamelijk agrarisch karakter. Bossen en andere natuurlijke elementen kunnen hier onderdeel van zijn, maar maken geen deel uit van het Natuurnetwerk Brabant. Het deelgebied sluit aan bij het deelgebied landelijk uit de Omgevingsvisie (figuur 12).
Onderdelen Sint-Michielsgestel bestaat uit meerdere landschapstypen die zijn bepaald op basis van fysische gesteldheid (reliëf, bodem en water), de ontginningsgeschiedenis, historisch-landschappelijke informatie of de kenmerkende ruimtelijke rangschikking van landschapselementen37. We onderscheiden verschillende typen onderdelen binnen het landelijk gebied. Essen- en kampenlandschap (oude ontginningen) Het essen- en kampenlandschap zijn ontstaan vanaf de middeleeuwen en ontwikkelde zich vanuit gebruik door gemeenschappelijke gemengde boerenbedrijven. Op de essen (bolle akkers) lagen de akkergronden. Deze lagen vaak relatief dicht bij de dorpen. De verder gelegen woeste gronden werden gebruikt om schapen en koeien te laten grazen. De mest werd verzameld in de schaapskooi of potstal en vermengd met heideplaggen en bosstrooisel op de essen gebracht, waardoor deze steeds hoger en boller werden. De akkercomplexen bestaan hierdoor uit relatief grote, onregelmatige blokvormige kavels die hoger liggen dan het omringende landschap. Doordat het gemeenschappelijke akkers waren zijn de essen
54
erg open; er waren immers geen afscheidingen nodig. Rondom het akkercomplex liggen houtwallen en houtsingels om wild en vee buiten te houden. Een voorbeeld van zo’n bolle akker is bijvoorbeeld te vinden aan de Wolfsdreef in de Bossche Broek Zuid. De kampen zijn individuele omheinde akkers en hier bestaat het landschap uit veel kleinere, onregelmatige percelen, met daartussen een onregelmatig wegenpatroon. De kleine percelen zijn, afhankelijk van de waterhuishouding, geschikt als akker of weiland. Kenmerkend voor de boerenbedrijven was de gemengde bedrijfsvoering, een combinatie van akkerbouw en veeteelt. Om de gewassen op de akkers te beschermen tegen wildvraat en wind werden deze omringd met doornige struiken en/of eikenhakhout. Het oude essen- en kampenlandschap is nog terug te zien in de omgeving rondom Gemonde. Karakteristieke soorten: sleedoorn, meidoorn, vuilboom, lijsterbes (houtsingels), patrijs, boomkikker, das, steenuil. Kenmerken: • Open op de essen en gesloten eromheen. • Grotere aaneengesloten akkers. • Bolle akkers • Kronkelend wegenpatroon. • Besloten karakter. • Verspreide bebouwing. • Wegen met lanen. Heideontginningen Dit betrof woeste gronden (onbebouwd land dat niet voor land-, tuin- of bosbouwdoeleinden wordt gebruikt) die veelal pas na de negentiende eeuw
zijn ontgonnen. Grote delen hiervan zijn bebost ten behoeve van mijnbouw en vaak later alsnog omgezet in akkers. De rest werd ontgonnen en in gebruik genomen als landbouwgrond. Deze gebieden kennen grote rechte blokverkavelingen van circa 450x450m. Langs de rechte wegen liggen boerderijen die soms solitair en soms in linten zijn gebouwd. De bebouwing is vaak voorzien van erfbeplanting. De wegen met laanbeplanting van vooral eiken vormen het grofmazige raamwerk van het landschap. Het gebied ten noordoosten van Berlicum-Middelrode kan getypeerd worden als een heideontginning. Het landschap van jonge heideontginningen in het landelijk gebied heeft van de verschillende landschapstypen de minste natuurwaarde en de laagste biodiversiteit. Het landschap is grootschalig en open en heeft weinig variatie. De erven met robuuste erfbeplanting en de bomenlanen zijn hierin het meest waardevol. De bomenlanen bestaan vaak uit eiken. Karakteristieke soorten voor het open agrarische landschap zijn witte kwikstaart, meidoorn, lijsterbes, vuilboom, roek en torenvalk. Op de erven komen huismussen, steenuil, boerenzwaluw en steenmarter voor. De bomenlanen zijn belangrijk voor vleermuizen.
37. CLO Compendium voor de Leefomgeving. (2024). Landschapstypologie. Opgehaald van CLO Compendium voor de leefomgeving: https://www.clo.nl/indicatoren/ nl100503-landschapstypologie
Kenmerken:
• • • • • • •
Vlak en halfopen landschap. Rationele verkavelingsstructuur (blokverkaveling). Grootschalige landbouw als belangrijke drager. Rechte wegen met laanbeplanting. Grote bos- en natuurcomplexen. Struweelranden en hagen rondom erven. Bebouwing langs wegen.
Boven: Open broekontginningslandschap omgeving Nieuwe dijk/Keerdijk Onder: Besloten karakter van het essen- en kampenlandschap nabij Gemonde
55
Figuur 12: Deelgebied landelijk Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel
56
Figuur 13: Deelgebied landelijk
57
Broekontginningen Deze landschapskarakteristiek is tamelijk recent ontstaan. Voor een deel door ontginning van nog overgebleven natte woeste gronden, maar voor een deel ook als gevolg van herverkaveling van oude broekontginningsgebieden (onder andere Dungense Polder). Het belangrijkste verschil met de heideontginningen is dat de broekgebieden een vochtig karakter hebben dat wordt veroorzaakt door de ondiepe leemlaag. Hierdoor heeft het landschap veel diepe sloten. Broekontginningen kennen over het algemeen grote rechte blokverkavelingen van circa 450x450m, waarbij het schaakbordpatroon van perceelsgrenzen en wegen nog meer loodrecht op elkaar staat dan bij heideontginningen het geval is. Langs de rechte wegen liggen boerderijen die soms solitair en soms in linten zijn gebouwd. De bebouwing is vaak voorzien van erfbeplanting. De natuurwaarden van de broekontginningen zijn in de gemeente Sint-Michielsgestel relatief hoog.
Landgoed De Wamberg, de Gasthuiskamp en het gebied rondom de Keerdijk nabij Den Dungen zijn broekontginningen en de eerste twee van deze gebieden zijn relatief kleinschalig met wisselend landgebruik. De natuurwaarden zijn beschreven in paragraaf 6.1. Het gebied nabij de Keerdijk is meer open met rechte blokverkavelingen met minder landschapselementen. Soorten die hier voorkomen zijn voornamelijk soorten die tegen vochtige omstandigheden kunnen, zoals wilgen en populieren. Kenmerken:
• • • • •
Rechte wegen. Populierenlanen en -bosjes (voormalige) teelt. Blokverkaveling. Slotenpatroon. Verspreide bebouwing langs wegen.
Ambities en uitgangspunten De hoofdambitie voor dit deelgebied is het versterken en beschermen van het landschap en groenstructuren en het verhogen van de biodiversiteit. Vanuit de ambitie en ruimtelijke kwaliteiten van het deelgebied is er in de omgevingsvisie een vertaling gemaakt naar een aantal uitgangspunten voor dit deelgebied. De voor dit programma relevante uitgangspunten zijn: We investeren in het landschap, door behoud en versterking van cultuurhistorische waarden en het toevoegen van groen. Dit komt de aantrekkelijkheid en daarmee ook recreatie ten goede. De natuurgebieden, landgoederen en de Meerse plas leveren hierin een belangrijke bijdrage.
Doelstellingen Onderstaande doelstellingen dragen bij aan de ambities en uitgangspunten van het deelgebied landelijk.
Nr. Doel en omschrijving 1
Biodiversiteit is sturend bij ontwikkelingen Ontwikkelingen leiden tot een versterking van de biodiversiteit door bestaande natuur te behouden, habitat te ontwikkelen voor (icoon)soorten en te zorgen voor een basiskwaliteit natuur. Niet te vermijden negatieve impact wordt gecompenseerd.
2
Water en bodem zijn sturend bij ontwikkelingen Bij ruimtelijke ontwikkelingen sluiten we aan bij de natuurlijke kenmerken van het water- en bodemsysteem. We houden rekening met aanpassingen op de lange termijn om toekomstige klimaateffecten op te kunnen vangen. Het water- en bodemsysteem (inclusief de gebruikswaarde van ecosysteemdiensten, kwaliteit en vitaliteit) mag over de gehele levensduur van het gebruik niet verslechteren.
3
De bodem in de gemeente heeft een verbeterde sponswerking Een gezonde bodem kan veel water opnemen, vasthouden en langzaam laten infiltreren. Dit grondwater kan dan als buffer dienen voor droge periodes. Dit is een belangrijk proces voor waterafhankelijke natuur en draagt bij aan klimaatadaptatie.
58
Nr. Doel en omschrijving 4
De openbare ruimte wordt ecologisch beheerd De standaard voor groenbeheer is ecologisch beheer, met uitzonderingen voor bijvoorbeeld verkeersveiligheid en gebruiksfuncties. Er wordt bij verandering van beheer voorlichting gegeven aan de inwoners over natuurvriendelijk beheer in verband met het creëren van draagvlak.
5
Oppervlaktewaterkwaliteit van KRW-watergangen voldoet aan de kaders vanuit de KRW Er wordt ingezet op vormen van duurzame landbouw zoals kringlooplandbouw, natuurinclusieve landbouw en agrarisch natuurbeheer en realisatie van nieuwe natuur in de beekdalen waardoor er minder gewasbeschermingsmiddelen in de beken terechtkomen. Daarnaast zijn alle natte EVZ’s in 2030 gerealiseerd. Er wordt gestreefd naar een verbetering van de waterkwaliteit in alle watergangen, aangezien deze afvoeren richting KRW-watergangen, zoals door het realiseren of stimuleren van de aanleg van natuurvriendelijke oevers langs B- en C-watergangen. De waterschappen zijn verantwoordelijk voor de A-watergangen. We zoeken de samenwerking met de waterschappen om de A-Watergangen te verbeteren.
6
Beken en beekdalen hebben in 2040 de ruimte In 2040 zijn de beekdalen klimaatrobuust ingericht met passend landgebruik zoals grasland, natte teelten of natuur. De grondwaterstand is verhoogd ten behoeve van de natte natuurparels in de gemeente. De beken meanderen en mogen overstromen, er vindt waterberging plaats en water wordt langzamer afgevoerd. De beekdalen komen niet in aanmerking voor nieuwe ontwikkeling, zoals woningbouw, vanwege de waterveiligheid.
7
We zetten in op de aanplant van bomen Bomen en bossen dragen bij aan veel opgaven op het vlak van natuur, biodiversiteit en klimaatadaptatie. De gemeente kijkt bij alle nieuwe ontwikkelingen naar mogelijkheden om bomen aan te planten. Daarnaast zoekt de gemeente naar locaties die beplant kunnen worden, zoals bermen en overhoekjes. Ook worden inwoners gestimuleerd om bomen aan te planten, bijvoorbeeld door gebruik te maken van het voorpootrecht.
8
Waar mogelijk wordt ingezet op een combinatie van functies die bijdragen aan de kwaliteit van natuur, landschap en/of biodiversiteit De gronddruk in de gemeente is hoog. In het verleden is er vooral vanuit een sectorale benadering van gebiedsinrichting gekeken. Om aan alle opgaven te voldoen is het nodig om integraal te kijken naar gebiedsinrichting en meerdere functies op dezelfde locatie te realiseren. Vooral in de beekdalen waar de grondwaterstand erg omhoog gaat lijkt er weinig ruimte te zijn voor andere functies. Het is belangrijk om juist hier in te zetten op dubbele functies zoals productie van biobased bouwmaterialen en waterberging.
9
Het Natuurnetwerk Brabant, inclusief ecologische verbindingszones, gelegen in de gemeente Sint-Michielsgestel, is gerealiseerd in 2030 Het Natuurnetwerk Nederland is een netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het Rijk en de provincies hebben afgesproken het Natuurnetwerk Nederland in 2030 gerealiseerd te hebben. De realisatie van nieuwe natuur en nieuwe natuurverbindingen zorgt onder andere voor een verhoging van de biodiversiteit, een betere waterkwaliteit en robuustere natuurgebieden. Het Natuurnetwerk Brabant is onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland. Percelen in eigendom van de gemeente die in het Natuurnetwerk liggen en nog niet ingericht zijn als natuur worden omgevormd naar natuur.
59
Nr. Doel en omschrijving 10
Natuurgebieden zijn beter met elkaar verbonden in 2040 Met de realisatie van de EVZ's en groenblauwe dooradering van het landelijk gebied worden natuurgebieden beter met elkaar verbonden. In 2025 is een nulmeting gedaan voor het percentage groenblauwe dooradering in het landelijk gebied en is de groenblauwe dooradering in kaart gebracht. In de focusgebieden is er in 2040 gemiddeld 10-15% groenblauwe dooradering. Buiten de focusgebieden is er gemiddeld in 2040 5-10% groenblauwe dooradering. Het gemiddelde van het gehele landelijke gebied is in 2040 minimaal 10% groenblauwe dooradering.
11
In de dorpen en vanuit de dorpen naar het buitengebied zijn robuuste groenblauwe verbindingen aangelegd De groene verbindingen langs de Dommel en de Aa worden versterkt. Daarnaast worden er nieuwe groenblauwe verbindingen toegevoegd vanuit nieuwe woninguitbreidingen naar het landelijk gebied. In de dorpen en vanuit de dorpen naar het landelijk gebied worden bestaande verbindingen versterkt en nieuwe verbindingen aangelegd. Deze verbindingen bevorderen de biodiversiteit, zorgen voor verspreiding van flora en fauna, maken de dorpen aantrekkelijker en beter beleefbaar en helpen mee met klimaatadaptatie.
12
De landbouw draagt bij aan de biodiversiteit in de gemeente Door onder andere in te zetten op vormen van duurzame landouw, zoals kringlooplandbouw, natuurinclusieve landbouw, agrarisch natuurbeheer, biologische teelten, strokenteelt, precisielandbouw, natte teelten, agroforestry of permacultuur, kan de landbouw veel betekenen voor de biodiversiteit in de gemeente.
13
Een toegankelijk en beleefbaar natuur- en landelijk gebied Door het landelijk gebied, de landgoederen en specifieke locaties in de natuurgebieden en beekdalen toegankelijker en beter beleefbaar te maken ontstaat er een betere spreiding van recreatie waardoor verstoringsgevoelige natuurgebieden worden ontlast. In 2040 is de recreatie goed over de gemeente verspreid waardoor recreanten tevreden zijn en de verstoringsgevoelige gebieden in kwaliteit vooruit zijn gegaan.
15
Faunaknelpunten worden opgelost In 2026 zijn alle huidige faunaknelpunten in de gemeente geïnventariseerd. In 2040 is er bij alle knelpunten bij gemeentewegen een faunavoorziening gerealiseerd of in uitvoering.
16
Het pachtbeleid van de gemeentelijke gronden is aangescherpt ten behoeve van de biodiversiteit en landschappelijke waarde In het pachtbeleid stelt de gemeente eisen aan bemesting, gewasbeschermingsmiddelen, type teelt en de realisatie en het beheer van landschapselementen.
17
Karakteristieke kenmerken van de verschillende landschapstypen zijn behouden, versterkt en beter zichtbaar gemaakt In het landschap is de historie van de gemeente af te lezen. Het landschap bestaat uit verschillende landschapstypen die zijn ontstaan door natuurlijke factoren en menselijke ingrepen. Deze landschapstypen hebben cultuurhistorische, ecologische en belevingswaarden. De karakteristieke kenmerken worden teruggebracht waardoor deze waarden versterkt worden en de biodiversiteit wordt verhoogd. Landschapselementen en cultuurhistorische kavelpatronen zijn in 2030 geïnventariseerd en beschermd. Gebiedsvreemde landschappelijke elementen op gemeentegrond zijn waar mogelijk en gewenst in 2040 omgevormd naar elementen die passend zijn in het landschapstype. Landschappelijke inpassingen bij ontwikkelingen in het buitengebied en vrijkomende agrarische bouwvlakken bieden kansen voor het aanleggen van landschapselementen.
60
Nr. Doel en omschrijving 19
Drukfactoren op verstoringsgevoelige natuur zijn verminderd Drukfactoren op de natuur verminderen door het extensiveren van het gebruik in de zone rondom verstoringsgevoelige natuurgebieden, onder andere door delen van de zone autoluw te maken.
20
Op de landgoederen is de biodiversiteit vergroot en de belevingswaarde verhoogd Landgoederen bestaan vaak uit een combinatie van bossen, parken, tuinen en landbouw. Er is veel biodiversiteit te vinden en er is een hoge recreatieve waarde. Door landgoedeigenaren te stimuleren om over te stappen van reguliere landbouw naar agrarisch natuurbeheer of duurzame landbouw kan de biodiversiteit verhoogd worden en tegelijk de belevingswaarde worden versterkt.
21
Zandpaden en aanliggende bermen zijn hersteld en verbeterd uit ecologisch, cultuurhistorisch en recreatief oogpunt In 2026 zijn de zandpaden en aanliggende bermen geïnventariseerd, gewaardeerd en vastgelegd. In 2030 is 50% van de bestaande openbare zandpaden (in eigendom van de gemeente) en aanliggende bermen hersteld en waar nodig verbeterd. Verdwenen (illegaal in gebruik genomen) zandpaden worden indien mogelijk ook hersteld.