Programma Natuur, Landschap_Biodiversiteit Sint-Michielsgestel 2025-2040
Tekst van het document
Gemeente Sint-Michielsgestel Programma Natuur, Landschap en Biodiversiteit 2025-2040 Gestel Groene Gemeente 2.0 Beleidskader
Opdrachtgever Gemeente Sint-Michielsgestel (073) 553 11 11 www.sint-michielsgestel.nl Auteur Orbis Moorland 4 5688 GA Oirschot April, 2025
2
3
4
Inhoudsopgave 1.
Inleiding................................................................. 7
1.1
Aanleiding
7
6.1
Beekdalen
33
1.2
Begrippen
7
6.2
Natuur
45
1.3
Verbinding beleidskaders en ontwikkelingen
8
6.3
Landelijk gebied
54
1.4
Opbouw programma
13
6.4
Stedelijk gebied
63
1.5
Leeswijzer
13
7.
Van ambitie naar uitvoering................................. 71
2.
Visie, ambitie en doelstelling............................... 15
7.1
Realiseren
71
2.1
Onze visie
15
7.2
Samenwerken
71
2.2
Onze ambitie
15
7.3
Sturen in beheer
71
2.3
Onze algemene doelstelling
15
7.4
In regels vastleggen
71
3.
Participatie............................................................. 17
7.5
Stimuleren en faciliteren
71
3.1
Externe klankbordgroep
17
8.
Monitoring............................................................. 73
3.2
Bewoners
17
9.
Bibliografie............................................................ 75
3.3
Ter inzage legging
17
10.
Fotografen.............................................................. 77
4.
Gebiedsbeschrijving.............................................. 19
11.
Verklarende woordenlijst..................................... 79
4.1
Landschap
19
4.2
Natuur
19
Bijlage 1.
Uitvoeringsagenda
4.3
Biodiversiteit
22
Bijlage 2.
Ontwikkeling en beleidskaders
5.
Opgaven.................................................................. 25
Bijlage 3.
Klankbordgroep
5.1
Opgaven natuur, landschap en biodiversiteit
25
Bijlage 4.
Doelstellingen en bijdrage aan ambities
5.2
Aansluiting bij andere opgaven
25
6.
Uitgangspunten en doelstellingen per
deelgebied............................................................... 27
en uitgangspunten Bijlage 5.
Groenstructuurkaart
5
Uitzicht over Sint-Michelsgestel en de Dommel
6
1. Inleiding 1.1
Aanleiding
In het bestuursakkoord 2022-2026 heeft de gemeente Sint-Michielsgestel1 de ambities om groenstructuren tussen de dorpen te versterken. Het huidige beleid voor natuur en landschap is versnipperd en bovendien verouderd. De concrete projecten uit het voorgaande programma, Programma Gestel Groene Gemeente 2010-2014, zijn ondertussen uitgevoerd. Dit Programma Natuur, Landschap en Biodiversiteit en bijbehorend uitvoeringsagenda vormt een nieuwe visie met bijbehorende projecten voor de aankomende jaren. Met de vaststelling van de Omgevingsvisie op 3 oktober 2024 worden de oude structuurvisies vervangen door de Omgevingsvisie 2040, ‘Dorps en groen wonen met de stad dichtbij!’2 Deze omgevingsvisie geeft aan hoe de gemeente SintMichielsgestel de totale fysieke leefomgeving voor een lange periode wil inrichten, waarbij gekeken wordt naar bouwen, mobiliteit, gezondheid, water, bodem, landschappen, natuur en erfgoed. Vanuit de omgevingsvisie worden programma’s uitgewerkt om tot uitvoering van de ambities en visie te komen, waaronder voorliggend programma. De omgevingsvisie is leidend en biedt kaders voor het Programma Natuur, Landschap en Biodiversiteit (beleidsdocument en uitvoeringsagenda). De gemeente Sint-Michielsgestel ontvangt momenteel van de provincie een stimuleringsbijdrage van €75.000,- per Ruimte-voor-Ruimte-titel die in de gemeente
wordt gerealiseerd. Zoals afgesproken, zet de gemeente deze middelen vervolgens in voor kwaliteitsverbetering in het buitengebied. Bij ruimtelijke ontwikkelingen in het landelijk gebied moeten initiatiefnemers voldoen aan paragraaf 5.1.3 versterken van omgevingskwaliteit (artikel 5.11 en 5.14) uit de Omgevingsverordening van de provincie. Dit gebeurt bij voorkeur met een fysieke bijdrage aan ruimtelijke of landschappelijke kwaliteit op de locatie zelf, maar als hiervoor geen of onvoldoende ruimte is, kan een bijdrage (per kavel) gestort worden in het groenfonds van de gemeente. In de Uitvoeringsagenda Natuur, Landschap en Biodiversiteit zijn de projecten opgenomen waaraan deze middelen besteed worden. Hiermee wordt de inzet van deze middelen verantwoord. De financiën staan verder beschreven in de Uitvoeringsagenda. Het college stelt het concept Programma Natuur, Landschap en Biodiversiteit vast. Hierna wordt het programma ter inzage gelegd voor belanghebbenden en voor wensen en bedenkingen aangeboden aan de raad. Na ontvangst van alle reacties en een eventuele verwerking hiervan in het programma stelt het college het programma vast.
1.2
Begrippen
We gebruiken in dit document de termen natuur, landschap en biodiversiteit. Hieronder beschrijven we wat we als gemeente hieronder verstaan. Andere begrippen zijn toegelicht in hoofdstuk 9. Verklarende woordenlijst.
Natuur Het begrip natuur omvat alle levende organismen, hun habitat, het ecosysteem waarvan zij deel uitmaken en de daarmee verbonden uit zichzelf functionerende ecologische processen, ongeacht of ze al dan niet voorkomen onder invloed van menselijk handelen, met uitsluiting van de cultuurgewassen, de landbouw- en huisdieren.
Landschap Het landschap is een grootschalige ruimtelijke eenheid die gekenmerkt wordt door een bepaalde structuur, dynamiek en samenhang van de verschillende landschapselementen, ontstaan vanuit geologische, ecologische en cultuurhistorische processen en ontwikkelingen.
Biodiversiteit Biodiversiteit is de verscheidenheid aan en omvat alle soorten planten, dieren, schimmels en microorganismen, maar ook de enorme genetische variatie binnen die soorten en de variatie aan ecosystemen waarvan ze deel uitmaken. Dit is van moeras tot weiland, van beek tot sloot en van bos tot woonwijk. Het gaat dus lang niet alleen over bloemen, bomen en aaibare beesten. Het begrip omvat het totaal aan 1. Gemeente Sint-Michielsgestel. (2024). Bestuursakkoord 2022-2026. Opgehaald van Sint-Michielsgestel: https:// www.sint-michielsgestel.nl/bestuursakkoord 2. Gemeente Sint-Michielsgestel. (2024). Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel. Royal HaskoningDHV. https://ovisiest-michielsgestel.ireporting.nl/
7
levende organismen en systemen binnen een bepaald gebied – en de interacties daar tussen3. Over het algemeen geldt dat hoe hoger de biodiversiteit, hoe robuuster en veerkrachtiger de natuur, of dit nu bijvoorbeeld op niveau van soort of ecosysteem is. Er wordt in dit programma gekeken naar de biodiversiteit in de gehele gemeente; in natuurgebieden, landelijk gebied en de bebouwde kom. Zie ook de kaders 1, 2 en 5.
1.3
Verbinding beleidskaders en ontwikkelingen
Op de volgende pagina’s worden de ambities en uitgangspunten van de thema’s waar het programma aan bijdraagt beschreven. In de omgevingsvisie is de fysieke omgeving opgedeeld in 6 deelgebieden die allen verschillende gebiedsspecifieke uitgangspunten hebben. In hoofdstuk 6 staat beschreven hoe het Programma Natuur, Landschap en Biodiversiteit aansluit bij deze gebiedsindeling, met daarbij de gebiedsspecifieke uitgangspunten. Het beleid uit de omgevingsvisie is getoetst door middel van een milieueffectrapport, waarbij is gekeken naar de hele leefomgeving. Deze omgevingseffectrapport (OER) vormt de basis voor de monitoring (hoofdstuk 8).
Omgevingsvisie Het Programma Natuur, Landschap en Biodiversiteit is een uitwerking van de visie, ambities en uitgangspunten, die relevant zijn voor natuur, landschap en biodiversiteit, uit de omgevingsvisie van de gemeente Sint-Michielsgestel4. De ambities en uitgangspunten uit de omgevingsvisie komen voort uit een beleidsanalyse, de trends en ontwikkelingen van de vier thema’s waaruit de omgevingsvisie is opgebouwd, de dromen van bewoners en betrokkenen voor Sint-Michielsgestel in 2040 en de kwaliteiten die behouden moeten worden. Deze ambities en uitgangspunten zijn vastgesteld door de raad (2022) in het kader van de totstandkoming van de Omgevingsvisie, die is vastgesteld op 03-10-2024.
8
3. Wageningen University & research. (2022, Oktober 31). Longread Biodiversiteit. Opgehaald van Wageningen University & research: https://www.wur.nl/nl/showlongread/Biodiversiteit-longread.htm 4. Gemeente Sint-Michielsgestel. (2024). Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel. Royal HaskoningDHV. https://ovisiest-michielsgestel.ireporting.nl/
Thema Aangenaam leven Ambitie 5: ‘Groen en water zijn robuust, verbonden en beleefbaar in ons landschap aanwezig. De cultuurhistorische waarden zijn geborgd en versterkt en de biodiversiteit is toegenomen.’5 Groenstructuren en erfgoed, bijvoorbeeld oude bomenrijen en sloten, zijn versterkt en met elkaar verbonden. Dat geldt ook voor natuurgebieden en het groen binnen en buiten de bebouwde kom. Het gaat hierbij om de hoeveelheid en de kwaliteit van het groen en water. Er is meer aandacht voor het behouden, uitbreiden, beschermen en verbeteren van de kwaliteit van de natuurgebieden, landgoederen, monumenten en beekdalen. Dit geldt zowel voor de natuur (biodiversiteit) als voor de toegankelijkheid en beleving van inwoners. Het toevoegen van bijvoorbeeld hagen, bosjes en poelen, verbetert de biodiversiteit en de beleving. Bedrijven, inwoners en de gemeente werken samen om het groen te onderhouden.5 Uitgangspunten: De natuur en groene kwaliteit van de gemeente Sint-Michielsgestel wordt behouden en versterkt. Dit gaat om zowel het groen binnen de dorpen, als het groen buiten de dorpen, en de verbinding daartussen. Ook bieden de groene verbindingen kansen om de relatie tussen de dorpen, het landelijk gebied en de stad ’s-Hertogenbosch te versterken. De groene kwaliteit wordt hoog gewaardeerd door de inwoners en draagt bij aan een aangenaam leven.
Bodem, water en biodiversiteit zijn sturend bij ontwikkeling. Dit wordt verder beschreven onder het hoofdthema Inclusieve duurzaamheid.6 Nieuwe ontwikkelingen houden rekening met de identiteit van de plek. Er zijn veel plaatsen met een rijke cultuurhistorie en erfgoed, zoals de landgoederen, bijzondere gebouwen, dorpsgezichten en zandpaden. Deze worden gekoesterd en een nieuwe ontwikkeling staat in dienst van het behoud en versterking ervan.6
Thema Krachtige economie Ambitie 1: ‘In 2040 is er een duurzaam landelijk gebied waarbij het gebruik van het land in balans is met natuurlijke systemen (bodem, water en lucht).’7 Landbouw blijft een belangrijke economische functie in het buitengebied. Er is ook ruimte voor andere functies zoals een zorgboerderij, kleinschalige recreatie, of wonen. We combineren de ontwikkelingen binnen de agrarische sector met andere opgaven zoals klimaat, water, energie en natuur. Zo groeien we richting een duurzame landbouw met een sterke, gezonde en toekomstbestendige agrarische sector. Ook is er meer aandacht voor producten die lokaal of regionaal worden geproduceerd en gebruikt.7
5. Gemeente Sint-Michielsgestel. (2024). Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel (p. 14). Royal HaskoningDHV. https:// ovisie-st-michielsgestel.ireporting.nl/ 6. Gemeente Sint-Michielsgestel. (2024). Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel (p. 28). Royal HaskoningDHV. https:// ovisie-st-michielsgestel.ireporting.nl/ 7. Gemeente Sint-Michielsgestel. (2024). Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel (p. 15). Royal HaskoningDHV. https:// ovisie-st-michielsgestel.ireporting.nl/
9
Thema Inclusieve duurzaamheid Ambitie 1: ‘In 2040 is er sprake van een goede kwaliteit van de bodem en het water.’8 De ondergrond (de bodem en watersystemen) speelt een belangrijke rol bij het maken van keuzes voor de inrichting van de leefomgeving (lagenbenadering). We houden rekening met effecten van ontwikkelingen op de kwaliteit van de bodem en het watersysteem. Denk hierbij aan het beperken van het gebruik van bestrijdingsmiddelen en het zo min mogelijk verstoren van kwetsbare ondergrond. We stemmen het gebruik beter af op de (on)mogelijkheden die de ondergrond biedt. Er is in 2040 geen nieuwe ernstige bodemverontreiniging bij gekomen en kansen worden benut om bestaande ernstige bodemverontreiniging op te lossen bij nieuwe ontwikkelingen.8 Uitgangspunten: Water, bodem en biodiversiteit zijn sturend voor het gebruik van gronden en voor nieuwe ontwikkelingen. De beken krijgen de ruimte. De beekdalen en de meest natte gebieden komen niet in aanmerking voor nieuwe ontwikkeling, zoals woningbouw, vanwege de waterveiligheid. In het geval van autonome ontwikkelingen wordt er gekeken naar klimaatbestendige maatregelen, zoals hoger boven maaiveld bouwen en drijvende woningen. De meest vruchtbare gronden blijven zo veel mogelijk beschikbaar voor vormen van duurzame landbouw zoals kringlooplandbouw en natuurinclusieve landbouw.
Verstoring van de bodem wordt zoveel mogelijk voorkomen..9 Klimaatadaptieve maatregelen, zoals het beter vasthouden van water, zijn een randvoorwaarde voor ontwikkeling in de dorpen en het landelijk gebied. Deze gaan gepaard met maatregelen om de biodiversiteit te verbeteren. Er wordt ingezet op de sponswerking van het landelijk gebied, om water te kunnen vasthouden in tijden van droogte. Waar mogelijk wordt het peil van het grondwater hoger als buffer voor droge periodes. Ook worden er in het landelijk gebied locaties voor waterberging ingericht zodat niet alleen de gemeente, maar ook de stad ’s-Hertogenbosch droge voeten houdt. Binnen de dorpen worden maatregelen genomen om water beter vast te houden en te bergen. Bijvoorbeeld door hemelwater niet in het riool te laten gaan, maar in de bodem te infiltreren, en door groene daken.9 Er is ruimte voor verschillende vormen van toekomstbestendige, duurzame landbouw. Dit betekent dat in lijn met de definitie van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur de gezondheid van de bodem voorop staat, mest wordt geïntegreerd in het eigen systeem, de reststromen uit de gewassenteelt en uit onze eigen voeding worden hergebruikt om vee te voeren of te composteren en verspilling van o.a. voedsel zoveel mogelijk wordt teruggebracht.
De diversiteit van de toekomstbestendige duurzame landbouwbedrijven kan variëren van intensieve grondgebonden kringlooplandbouw tot natuurinclusieve landbouw volgens de brochure van SPLENDID2. De landbouw draagt bij aan de biodiversiteit. De producten worden zo dicht mogelijk bij de consument geteeld, verwerkt en verkocht.10
10
8. Gemeente Sint-Michielsgestel. (2024). Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel (p. 15). Royal HaskoningDHV. https://ovisie-stmichielsgestel.ireporting.nl/ 9. Gemeente Sint-Michielsgestel. (2024). Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel (p. 32). Royal HaskoningDHV. https://ovisie-stmichielsgestel.ireporting.nl/ 10. Gemeente Sint-Michielsgestel. (2024). Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel (p. 33). Royal HaskoningDHV. https://ovisie-stmichielsgestel.ireporting.nl/
Basiskwaliteit Natuur en Aanvalsplan landschap Met dit programma sluiten we aan bij de programmatische aanpak Basiskwaliteit Natuur (BKN) en het Aanvalsplan landschap11. De basiskwaliteit natuur (BKN) is een minimumniveau voor biodiversiteit in het landelijk en stedelijk gebied dat nodig is om een gezonde leefomgeving en een veerkrachtige natuur te bereiken. Het is de basis om met belanghebbenden aan de slag te gaan met het herstellen van de omgeving. De BKN is een combinatie van condities (abiotiek, inrichting en beheer) die algemene soorten nodig hebben om niet achteruit te gaan. Elk landschapstype vraagt zijn eigen aanpak. Voor de BKN is het Kennisdocument Basiskwaliteit Natuur12 opgesteld. Dit is een stappenplan om met de BKN aan de slag te gaan. Het brengt kennis bijeen en stelt een methodiek voor om de Basiskwaliteit Natuur in een gebied in kaart te brengen en te beoordelen. Dit is een methodiek die lokaal nog een verfijning nodig heeft. Met dit kennisdocument gaat de gemeente aan de slag om een Basiskwaliteit Natuur te realiseren.
De hermelijn is een karakteristieke soort van de beekdalen
11. Stichting Deltaplan Biodiversiteitsherstel. (2022). Aanvalsplan Landschap, Realisatie van 10% groenblauwe dooradering. Wageningen: Stichting Deltaplan Biodiversiteitsherstel. Opgehaald van https:// www.samenvoorbiodiversiteit.nl/pdf/aanvalsplanlandschap_29aug.pdf 12. Meesters, H., Biesmeijer, K., Edixhoven, F., GrashofBokdam, C., Hofhuis, H., de Vries, M. W., Zollinger, R. (2024). Kennisdocument Basiskwaliteit Natuur. Wageningen: Stichting Deltaplan Biodiversiteitsherstel.
11
f
de. rd en ncen en en en ast er is
e
m
an pn-
Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR) De korte termijn doelstelling vanuit de VHR is dat het verspreidingsgebied van een soort of habitattype in Nederland als geheel niet krimpt. De lange termijn In ishet uit is 2019 is afgesproken om doelstelling dat Klimaatakkoord de verspreiding voldoende om het duurzaameen voortbestaan van dezelandschap typen en soorten Aanvalsplan op te te stellen. De ambitie kunnen garanderen. Door de natuurwaarde van ons hierin is om een significante bijdrage te leveren aan landelijk gebied te verbeteren door de aanleg en beheer van het behalen vanwordt Europese verplichtingen rondom een groenblauwe dooradering natuur in natuurgebiodiversiteit schoon water. Het Aanvalsplan zet bieden meer robuust, zo is den gedachte.
Figuur 1: Waardenroos groenblauwe diensten door groenblauwe dooradering
onderstaande groenblauwe diensten geven (indirect) invulling aan de opgaven
in op 10% gebiedseigen groenblauwe dooradering
Kaderrichtlijn Water (KRW) van het landelijk gebied. Met groenblauwe De doelstelling van de KRW is dat uiterlijk in 2027 in heel wechemisch een netwerk van Europa dedooradering kwaliteit van allebedoelen wateren zowel elementen onder andere zorgen (schoon) natuurlijke als ecologisch (gezond) op ordedie moet zijn. Met behulp van groenblauwe dooradering kan denatuurgebieden waterkwaliteit voor verbindingen tussen maar ook verbeterd worden. Op veel plekken vraagt het toch ook voor een hogere biodiversiteit en landschappelijke maatregelen op systeemniveau (bijv. peilverhogingen) die in het gebied. Dit zijn zowel niet enkelwaarde door de aanleg enagrarische beheer van landschapseledroge als natte elementen, zoals bomenrijen, menten ‘op te lossen’ zijn.
recreatie
aantrekkelijke leefomgeving
klimaatadaptatie
leefgebieden voor algemene soorten
erfgoed en cultuurhistorie (voedsel) productie
diversiteit in leefgebieden
hagen, ecologisch beheerde bermen, beken en
Klimaatakkoord van Parijs sloten met natuurvriendelijke oevers en poelen. In het akkoord van Parijs zijn afspraken gemaakt om de Direct indirect helpt versterken en opwarming van deen aarde te beperken. Omhet dat tebehouden, kunnen van de groenblauwe bereiken uitbreiden moet de CO2 uitstoot drastisch omlaag. Ookdooradering met wel 13 moeten we Nederland voorbereiden opdiensten dit veranderende twintig groenblauwe , zie figuur 1. Deze klimaat. Naast waterveiligheid, gaat het ook om de diensten helpen niet alleen mee aan het behalen van zoetwatervoorziening, omgaan met extreme neerslag en natuur, landschap perioden de vanambities droogte. Metvoor de aanleg en goed beheer van en biodiversiteit maar ook aan andere opgaven zoals klimaatadaptatie groenblauwe dooradering kunnen we hier ruimte voor reserveren(bijvoorbeeld in het landschap.CO2 Ook hier zijn maatregelen op vastlegging en waterberging), systeemniveau noodzakelijk. recreatie en een aantrekkelijke leefomgeving. GBDA is een ondersteunend middel om de Europese water-, Denatuurdoelen BKN en Aanvalsplan klimaat- en te realiseren. Ditlandschap betekent dat gaan hand in de uitwerking vanze GBDA in het landschap overlapt met hand, dragen bij aan elkaars doelen. maatregelen die vanuit de water-, klimaat- en natuuropgaven genomen worden.
verbonden leefgebieden
bestuiving
plaag- en ziektebestrijding
groenblauwe diensten
leefgebieden voor specifieke soorten
ruimte voor waterberging
erosiewering
Overige ontwikkelingen en beleidskaders
Naast de omgevingsvisie werken we mee om Hoe en wanneer gebruik ik deze waardenroos groenblauwe diensten? de doelen te behalen vanuit het provinciaal en De waardenroos is een handige beleid tool om nationaal in beeld te krijgen voor en regelgeving zoals de provinciale welke diensten een groenblauween verordening, het Beleidskader omgevingsvisie dooradering in een specifiek gebied nuttig kan zijn. 13. Programma Mooi Nederland. (2024). Handreiking De beoordeling hoeft geendooradering, exacte groenblauwe naar verweven landbouw wetenschap te zijn. Het gaat erom dat je de breedte aan en natuur. Ministerie van Binnenlandse zaken en mogelijke groenblauwe diensten in beeld krijgt. De waarderoos Koninkrijksrelaties. kan je gebruiken bij aanvang van een gebiedsgericht traject, maar ook bij het toetsen van ‘varianten’ of inrichtingsvoorstellen voor groenblauwe dooradering.
12
CO2 vastlegging
zuivering van water
een rijk bodemleven
vernatting water vasthouden
beperken bodemdaling
versterken bodemkwaliteit
Waarderoos met overzicht van groenblauwe diensten van landschapselementen
17
Natuur 2030 en de Aanpak Landelijk Gebied, het vervolg van het Brabants Programma Landelijk gebied (BPLG). Daarnaast sluiten we met het programma aan op andere ontwikkelingen en beleidskaders. Belangrijk zijn de Strategie Klimaatadaptatie en het Programma Volkshuisvesting en wonenwelzijn-zorg 2023-2027 en de nog vast te stellen programma’s Duurzaamheid, Klimaatadaptatie en water, Gezondheid en Recreatie en toerisme. Er vond afstemming plaats met het beleid rond Vrijkomende Agrarische Bouwvlakken (VAB), dat in december is vastgesteld. Ook de nog op te stellen gebiedsgerichte programma’s, zoals Vitaal landelijk gebied bieden kansen voor natuurontwikkeling, het versterken van het landschap en het vergroten van de biodiversiteit. We werken vanuit het beleidsveld natuur en landschap samen met partijen uit de omgeving die zich richten op de thema’s natuur en landschap of plattelandsontwikkeling. We zoeken aansluiting op het programma voor Van Gogh Nationaal Park en Het Groene Woud. We benutten kansen om vanuit deze samenwerkingen projecten in gang te zetten en (financieel) te ondersteunen. Ook zorgen we ervoor dat ons programma aansluit op het deelprogramma Natuur en landschap (Programma Vitale Leefomgeving) van de Regio Noordoost-Brabant (RNOB) en de groenblauwe structurenkaart die in dit kader is opgesteld.
Zie voor een lijst van ontwikkelingen en beleidskaders en hoe dit programma daarop aansluit bijlage 1.
1.4
Opbouw programma
Het Programma Natuur, Landschap en Biodiversiteit bestaat uit twee delen; dit beleidskader en de uitvoeringsagenda. In het beleidskader beschrijven we de ambities en uitgangspunten van het programma en zijn raakvlakken met andere beleidsvelden opgenomen. Het beleidskader loopt van 2025 tot en met 2040 en wordt binnen de beleidscyclus op basis van de uitkomsten van de monitoring indien noodzakelijk herijkt. In de uitvoeringsagenda worden de projecten beschreven die een bijdrage leveren aan de ambities uit de omgevingsvisie (zie paragraaf 1.3.1) en hiermee aan de kwaliteit van natuur, landschap en biodiversiteit in de gemeente. Bij de projecten nemen we (indien mogelijk) een tijdspad van de uitvoering en de wijze van financiering op. De uitvoeringsagenda wordt jaarlijks bijgewerkt.
1.5
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft de visie, ambities en doelstellingen vanuit de omgevingsvisie die specifiek gericht zijn op, of een samenhang hebben met landschap, natuur en/of biodiversiteit. In hoofdstuk 3 wordt het participatietraject beschreven. In hoofdstuk 4 wordt het landschap, de natuur en de biodiversiteit in de gemeente kort beschreven. De opgaven waaraan het programma bijdraagt worden benoemd in hoofdstuk 5. In hoofdstuk 6 volgt een specifiekere beschrijving van landschap, natuur en biodiversiteit per deelgebied en de ambities en doelstellingen die specifiek bij het deelgebied horen. In hoofdstuk 7 wordt aangegeven hoe de uitvoeringsagenda is opgebouwd en in hoofdstuk 8 hoe we de projecten, maar ook de ambities gaan monitoren.
De grote weerschijnvlinder is een karakterstieke soort van de beekdalen
13
‘De gemeente staat bekend om zijn groene, dorpse en rustige karakter’
14
2. Visie, ambitie en doelstellingen 2.1
Onze visie
•
Dorps en groen wonen met de stad nabij! De gemeente Sint-Michielsgestel staat bekend om zijn groene, dorpse en rustige karakter. De meanderende beekdalen van de Dommel en de Aa, cultuurhistorische landgoederen en karakteristieke (lint) dorpen zorgen voor een uniek afwisselend landschap met een landelijke sfeer. In de dorpen is sprake van een hecht verenigingsleven en een grote mate van saamhorigheid waardoor mensen zich er thuis voelen: een aantrekkelijke woongemeente met de voorzieningen van de stad nabij.
2.2
Onze ambitie
In de gemeente Sint-Michielsgestel is in 2040 het geheel van bodem, water, biodiversiteit, en landschap versterkt in het landelijk gebied en de dorpen en is er een robuust netwerk van natuur in Sint-Michielsgestel waar mensen en dieren van profiteren. Het programma geeft een nadere uitwerking van de uitvoering van projecten en activiteiten die bijdragen aan de visie, ambities en doelstellingen uit de omgevingsvisie (zie paragraaf 1.3.1 en 2.1) op het vlak van natuur, landschap en biodiversiteit. Hiermee realiseren of bevorderen we:
•
sterke en robuuste natuurgebieden met waardevolle groenblauwe verbindingen tussen de natuurgebieden;
•
een tussenliggend landelijk gebied met hoge landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke waarde waar verschillende functies (zoals wonen, landbouw, bedrijvigheid en recreatie) samenkomen; een hoge biodiversiteit in de hele gemeente.
2.3
noodzakelijke regels vindt uiteindelijk plaats in het omgevingsplan.
Onze doelstelling
De belangrijkste doelstelling van het Programma Natuur, Landschap en Biodiversiteit is het versterken van natuur en landschap en het vergroten van de biodiversiteit binnen de gemeente. Het programma richt zich op het landelijk gebied, de natuurgebieden en de dorpen. We zoeken naar de samenhang met andere functies, zoals wonen, landbouw, bedrijvigheid, recreatie, beleving, gezondheid en verkeer. We werken hiervoor zoveel mogelijk gebiedsgericht aan de ambities en doelstellingen en combineren deze met andere opgaven en ambities binnen de gemeente. Denk bijvoorbeeld aan de transitie van de landbouw, de opgave voor klimaatadaptatie en de kaderrichtlijn water (KRW). De integrale afweging van functies vindt op hoofdlijnen plaats in de omgevingsvisie. Daarin wordt duidelijk in welk gebied op welke functie(s) de focus komt te liggen. De verdere uitwerking hiervan vindt plaats in de programma’s. We stimuleren bovendien de inwoners, ondernemers, verenigingen en andere organisaties in de gemeente SintMichielsgestel om ook versterken van natuur en landschap en het vergroten van biodiversiteit aan de slag te gaan. De verdere doorvertaling in eventuele
15
Kader 1. Verhogen van biodiversiteit op het land Waarom is het verhogen van de biodiversiteit belangrijk? Met een hogere biodiversiteit worden ecosystemen veerkrachtiger. Ecosystemen zijn bij een hogere biodiversiteit beter bestand tegen verstoringen, zoals ziektes en (potentiële) plagen. Ecosystemen zorgen voor bepaalde diensten die cruciaal zijn voor mensen. Denk aan bestuivers die ervoor zorgen dat planten kunnen voortplanten, waardoor wij voedsel hebben en bacteriën die organisch materiaal afbreken tot voedingsstoffen, waardoor bomen kunnen groeien die de lucht zuiveren. Hoe meer soorten binnen een ecosysteem, hoe groter de kans dat een soort de taak van een andere soort kan overnemen wanneer deze verdwijnt. Maar ook hoe groter de kans dat een soort niet verdwijnt.14 Het verhogen van de biodiversiteit kan op meerdere manieren en op verschillende locaties, zoals in de bodem (zie kader 2), in het water (zie kader 5) en op het land. De biodiversiteit van bodem, water en land hangen samen en zijn afhankelijk van elkaar. In dit kader gaat het om biodiversiteit op het land. Een manier om de biodiversiteit te verhogen is actieve aanplant van soorten. Belangrijk is dat het groen dat aangelegd wordt inheems en liefst ook autochtoon is. Onze inheemse, autochtone planten zijn aangepast aan ons klimaat, onze bodem en dieren.
Hierdoor zijn de planten sterk en het meest nuttig voor onze fauna.
16
Inheems betekent dat de plant in zijn natuurlijke verspreidingsgebied staat. Dit verspreidingsgebied kan heel groot zijn: een plant die inheems in Nederland is kan ook van nature in Spanje voorkomen. Autochtone planten zijn nakomelingen van planten die al sinds de laatste ijstijd in Nederland (of dezelfde klimaatzone) voorkomen en zijn aangepast aan het Nederlandse klimaat. Dit is een verschil met een inheemse plant die uit een andere klimaatregio komt. Een aangeplante meidoorn die (genetisch) oorspronkelijk uit Spanje komt, kan bv vroeger bloeien dan autochtone meidoornstruiken, waardoor insecten die vliegen op de nectar van de meidoorn te laat zijn. Autochtone planten zijn aangepast aan ons klimaat en onze fauna en andersom is onze fauna ook aangepast aan de autochtone plant.15
zorgt er ook voor dat er zich minder snel ziektes verspreiden. Daarnaast wordt de biodiversiteit ook verhoogd door het juiste (ecologische) beheer. In plaats van een strak gemaaid gazon zonder leven kun je door juist beheer ook een kruidenrijk grasveld creëren. In plaats van groenafval te verwijderen kun je het ook laten liggen, waardoor de bodem verbetert, dieren een schuilplek hebben en planten beter beschermd zijn tegen vorst.
In het stedelijk gebied zijn de omstandigheden over het algemeen wat anders dan op het platteland. Het is er vaak wat warmer, de grond verdicht en er wordt meer met zout gestrooid. Dit betekent dat op sommige locaties in het stedelijk gebied inheemse soorten wellicht minder geschikt zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om straatbomen in versteende stadscentra. In parken en bredere groenstroken worden er met voorkeur inheemse soorten aangeplant. Een andere manier om de biodiversiteit te verhogen is door variatie. Het heeft de voorkeur om geen bomenrijen van een enkele soort aan te planten, maar gebruik te maken van diverse soorten. Dit zorgt niet alleen voor een grotere biodiversiteit, maar
14. biodiversiteit.nl. (2024). Biodiversiteit. Opgehaald van Biodiversiteit.nl: https://nl.chm-cbd.net/ 15. Iersel, v. H. (sd). Inheems en autochtoon. Wat is dat eigenlijk? Opgehaald van boomzorg.nl: https://edepot.wur. nl/14268
3. Participatie Het programma heeft impact op de fysieke (leef) omgeving binnen de gemeente en daarmee ook op de verschillende gebruikers binnen de gemeente. Geïnspireerd door de omgevingswet, en met als doel om tot een weloverwogen beleidskader en uitvoerbare maatregelen te komen, is er een participatietraject opgezet. In dit participatietraject hebben verschillende partijen hun ideeën en meningen met ons gedeeld.
3.1
Externe klankbordgroep
Ter advisering is een externe klankbordgroep opgezet met daarin belangrijke stakeholders waaronder de waterschappen, Brabants Landschap, landgoed eigenaren, natuurverenigingen en heemkundekringen. In bijlage 2 staat een overzicht van de uitgenodigde partijen en de partijen die hebben deelgenomen aan de klankbordgroep. De klankbordgroep is tweemaal bij elkaar gekomen tijdens twee werkateliers. Het eerste werkatelier stond in het teken van het ophalen van gebiedskennis. Aan de hand van verschillende kaarten, werd iedere partij gevraagd om zijn of haar ideeën over gebiedsindeling, kansen en bedreigingen op kaart brengen. De geleverde input is verwerkt in het beleidskader en was een inspiratiebron voor de uitvoeringsagenda. Het doel van het tweede werkatelier was om feedback op het beleidsconcept te ontvangen. Daarnaast was het genereren van ideeën voor de uitvoeringsagenda
van belang. Om gerichtere en meer gedetailleerde antwoorden boven tafel te krijgen, is er gekozen voor het werken met casussen. Dit sloot meer algemene ideeën echter ook niet uit. De deelnemers van de werkateliers zijn in groepen opgesplitst en hebben een aantal vraagstukken uitgewerkt. De ideeën uit dit werkatelier zijn gebruikt als inspiratie voor de uitvoeringsagenda.
3.3
Ter inzage legging
De externe klankbordgroep heeft voorafgaande aan de ter inzage legging het concept programma toegezonden gekregen met een verzoek hierop te reageren (pre-zienswijze).
Na ontvangst van alle reacties en eventuele verwerking hiervan stelt het college de beantwoording van de zienswijze en het conceptprogramma Natuur, Landschap en Biodiversiteit vast.
Het concept Programma Natuur, Landschap en Biodiversiteit wordt ter inzage gelegd voor eenieder.
3.4
Gemeenteraad
Het concept programma inclusief de beantwoording van de zienswijzen wordt voor wensen en bedenkingen aangeboden aan de raad.
Deze reacties zijn verwerkt, voorzover relevant, in het concept programma.
3.2
Bewoners
In plaats van een brede algemene uitvraag bij alle inwoners hebben we voor een meer gerichte aanpak gekozen. Bewoners die zijn aangesloten bij diverse stakeholderverenigingen zijn daarom uitgenodigd om hun ideeën te delen via een vragenlijst. Er is voor deze gerichte aanpak gekozen omdat deze bewoners al betrokken zijn bij de natuur in de gemeente. Het uitgangspunt was dat deze bewoners meer interesse in en kennis over de natuur hebben dan de gemiddelde inwoner en er daarmee meer bruikbare antwoorden aangeleverd worden. De opgehaalde input is verwerkt in de uitvoeringsagenda.
17
Landgoed Zegenwerp
18
4. Gebiedsbeschrijving 4.1
Natuur
De Gemeente Sint-Michielsgestel kent diverse natuurwaarden. Met name de beekdalen van De Dommel en Essche Stroom en het Bossche Broek Zuid en de daar gelegen oude buitenplaatsen hebben hoge natuurwaarden, waaronder waardevolle natte levensgemeenschappen en droge bossen. Ook in het dal van de Aa, ter hoogte van Berlicum en Middelrode en rond de Keerdijk ten noorden van Den Dungen worden belangrijke natuurwaarden aangetroffen zoals natte graslanden en waardevolle slootvegetaties. Het landgoed De Wamberg en het gebied Hooge Heide bestaan grotendeels uit droge bossen. Verder ligt ten zuiden van Gemonde een kleinschalig landschap met veel landschapselementen en natuurwaarden. Dit kleinschalige gebied sluit ook direct aan op het bosgebied van Gasthuiskamp die overloopt in De Geelders (gemeente Boxtel). Het geheel wordt gekenmerkt door een grote variatie aan leefgebieden. Om al deze waardevolle natuurgebieden te verbinden zijn er een aantal ecologische verbindingszones aangewezen, vaak langs de bestaande waterlopen.
4.2
Landschap
De gemeente Sint-Michielsgestel is gelegen in de Meierij van ‘s-Hertogenbosch. Dit gebied wordt getypeerd door het kleinschalige en afwisselend kampenlandschap met verspreide bebouwing, kleine essen en struwelen, akkers en grasland, afwateringssloten, veel houtsingels en laanbeplantingen. Dit vormt een
kleinschalig mozaïeklandschap van oude en jonge ontginningslandschappen aan de benedenlopen van de Dommel en de Aa. De Meijerij is onderdeel van het dekzandplateau bestaande uit verschillende min of meer oost-west georiënteerde dekzandruggen met daartussen dekzandlaagten. Door de plaatselijke leemrijke samenstelling van de bodem stagneerde in de laagten water en vormde zich plaatselijk veen (broekgebieden).16 De eerste boeren vestigden zich op de hogere gronden langs de beekdalen. Vanuit hier ontgonnen zij het omliggende landschap ongepland en min of meer organisch. De beekdalen werden gebruikt als weide- en hooiland, hogerop ontstonden bolle akkercomplexen door continue bemesting en het opbrengen van plaggen en strooisel van de beweide heidegebieden of woeste gronden. Her en der ontstonden stuifzanden als gevolg van overbeweiding. Langs de loop van de Dommel en de Aa en hun zijstromen vormden zich zo linten, dorpen en gehuchten in een afwisselend en kleinschalig landschap. Later werden de woeste gronden grootschaliger en gepland ontgonnen en ontstonden de open jonge heideontginningen. Tijdens ruilverkavelingen verdwenen in het oude ontginningslandschap veel landschapselementen en zijn delen van de Dommel en Aa gekanaliseerd.
Tijdens de laatste ruilverkaveling die ook in de gemeente Sint-Michielsgestel plaatsvond, de ruilverkaveling van Sint-Oedenrode tussen 1986 en 200517, is er rekening gehouden met het landschap
en de natuur. Hierdoor is vooral het landelijk gebied rondom Gemonde nog relatief kleinschalig en zijn historische kavelgrenzen nog zichtbaar in het landschap.16 In het buitengebied van de gemeente SintMichielsgestel zijn oude ontginningen (essen en kampenlandschap), heide- en broekontginningen en beekdallandschap te herkennen (zie paragraaf 6.2). In basis gevormd door de ‘eerste laag’ oftewel de fysieke ondergrond bestaande uit het watersysteem en biotisch systeem. Hierboven ontwikkelde zich netwerk- en occupatielagen. Dit betreft onder andere grote infrastructuur zoals Zuid-Willemsvaart (gegraven (1822 - 1826) en rijksweg A2. Ook (cultuur)historisch waardevolle landschapseenheden zoals kastelen, kloosters en later ook landgoederen en buitenplaatsen met arealen (houtproductie) bos. Deze overschrijden regelmatig meerdere landschapstypes en worden door recreatieve routes verbonden met dorpen. Vanuit cultuurhistorie zijn diverse landschappelijke elementen van belang. Enkele hiervan heeft de provincie Brabant aangeduid op een
16. Brabants erfgoed. (2024). Het Brabantse Landschap. Opgehaald van Brabants erfgoed: https://www. brabantserfgoed.nl/landschap 17.Provincie Noord-Brabant. (2007, november 15). Grootste ruilverkaveling na 20 jaar afgerond. Opgehaald van architectenweb: https://architectenweb.nl/nieuws/artikel. aspx?id=11067
19
Figuur 2: Cultuurhistorische waardenkaart Provincie Noord-Brabant
20
cultuurhistorische waardenkaart, deze gebieden hebben de waarde ‘cultuurhistorisch landschap’, ‘cultuurhistorisch waardevol gebied’ of ‘complex van cultuurhistorisch belang’ (zie figuur 218).
•
•
Ten zuiden van Berlicum en Middelrode is de gemeente onderdeel van het Nationaal Landschap Het Groene Woud. Kenmerkend voor dit landschap is de opbouw van beekdalen en dekzandplateaus en de inrichting die nauw gerelateerd is aan de terreingesteldheid. Kleinschalige middeleeuwse ontginningslandschappen worden afgewisseld met uitgestrekte bossen, zandverstuivingen, heidevelden en jonge ontginningen. Specifieke kenmerken zijn de laanstructuren, kastelen, buitenplaatsen en watermolens. het landgoederencluster (aangeduid als cultuurhistorisch waardevol gebied): in het buitengebied van Sint-Michielsgestel zijn diverse kastelen, kloosters en buitenplaatsen te vinden. Vooral ten noorden van Sint-Michielsgestel zijn deze als één landgoederencluster te zien. Hier zijn onder andere buitenplaats de Pettelaar, landgoed Sterrenbosch, Kasteel Oud Herlaer, Kasteel Nieuw Herlaer en landgoed Haanwijk te vinden. Deze cultuurhistorische bebouwing wordt omringd door akkers, graslanden en bosopstanden van loof- of naaldhout met verspreid op terpen of tegen dijklichamen gelegen hoeven. De verdeling in hogere en lagere gronden is in het bodemgebruik en de percelering nog goed te herkennen. In de laaggelegen gebieden is de percelering strookvormig en bestaan de percelen grotendeels uit grasland. De hogere gronden zijn in gebruik
•
•
•
• •
•
•
als bouwland of bos; Landgoed Seldensate: het vervallen landgoed met ruïnes ligt ten zuidwesten van Middelrode in het beekdal van de Aa, omgeven door agrarische bedrijvigheid en nabij een drukke verkeersader. Het landgoed wordt momenteel gebruikt als wandel- en natuurgebied19; Landgoed De Wamberg: het landgoed ligt tussen de beekdalen van de Aa en de Groote wetering. Het bestaat uit parkachtig bos met een mix van inheemse en uitheemse planten waaronder de rododendron die karakteristiek is voor landgoederen. De Wambergsche beek en de Loopgraaf doorsnijden het landgoed; Landgoed Zegenwerp: dit landgoed is onderdeel van een brede landgoederenzone en sluit aan bij landgoederen zoals Venrode, Wilhelminapark en de Halse Barrier in Boxtel en Blijendijk in Vught; gegraven Zuid-Willemsvaart; diverse (deels verdwenen) molens en bijhorende ‘molenbiotoop’.
Een molenbiotoop is de ruimte rondom de molen waarin rekening wordt gehouden met openheid zodat er voldoende wind is om de wieken te laten draaien; de beekdalen (zoals Dommeldal, Essche stroom, Aadal) met keerdijken zoals de Keerdijk- en linie 1629 en het overstromingsgebied bij Den Dungen en de keerdijk tussen Theereheide en Essche stroom: kenmerkend hier zijn de historische boerderijen, de dijken en dijkrestanten, het open karakter van het overlaatgebied, de wielen en de kleinschalige percelering in het dal van de Aa en in het ‘binnendijkse’ gebied; Hazenakker: dit gebied bestaat uit een deel van een oud akkercomplex met aangrenzende graslanden in het dal van de Essche Stroom.
•
•
Kenmerkend hier zijn de boerderijen uit de negentiende en eerste helft van de twintigste eeuw, de oude (zand)wegen en het (micro)reliëf; De Geelders (Gasthuiskamp) en Gemonde: in dit gebied was het hart van de populierenteelt te vinden. Het gebied is kleinschalig en wordt gekenmerkt door bosjes, perceelrandbegroeiing en populierenakkers; Tijdens de laatste ruilverkaveling zijn diverse landschapselementen nadrukkelijk gespaard; Het kenmerkende, waardevolle en dynamische populierenlandschap is mede ontstaan door het voorpootrecht. Het voorpootrecht stamt uit 1491 en houdt in dat grondbezitters het recht hebben om in eigen bezit bomen te planten tussen hun perceel en de aangelegen openbare weg.
18. Provincie Noord-Brabant. (2024, juli). Cultuurhistorische waardenkaart 2024. Opgehaald van www.brabant.nl: https://noord-brabant. maps.arcgis.com/apps/instant/sidebar/index. html?appid=cc65ce7c9a66445ea653a582f26e4b85 19. IVN ‘s-Hertogenbosch. (2024). De geschiedenis van landgoed Seldensate. Opgehaald van IVN natuur eductaie ‘s-Hertogenbosch: https://www.ivn-s-hertogenbosch.nl/ seldensate/de-geschiedenis-van-landgoed-seldensate
21
4.3
Biodiversiteit
Voor het in kaart brengen van de biodiversiteit en het maken van verspreidingskaarten van planten- en diersoorten is Nederland verdeeld in kilometerhokken20. Per kilometerhok is bij benadering bekend hoeveel soorten vaatplanten, mossen, insecten21, amfibieën, reptielen, vissen, zoogdieren en broedvogels aanwezig zijn. De hoogte van de biodiversiteit is verdeel in 8 categorieën, van 1-100 soorten tot meer dan 700 soorten aanwezig per kilometerhok. In de gemeente Sint-Michielsgestel bevindt het merendeel van de kilometerhokken zich in de hogere categorieën, beginnend bij enkele hokken met 200 soorten of meer (zie figuur 3). Het zwaartepunt ligt bij 300 of meer soorten. De hoogste biodiversiteit (> 600 soorten) bevindt zich in het beekdal van de Dommel, grenzend aan de Bossche Broek, in het Sterrenbosch, in Haanwijk en bij de Meerse plas. Aanvullend daarop en bijzonder vermeldingswaardig is de biodiversiteit van meer dan 700 soorten in het beekdal van de Dommel grenzend aan en lopend door het dorp Sint-Michielsgestel. De combinatie van agrarisch gebied, beekdal, dorpsbebouwing en kleinschalige landschapselementen maakt deze kilometerhokken afwisselend in samenstelling en herbergt daarmee verschillende biotopen.
20. Atlas Leefomgeving. (2022, 10 18). Soortendiversiteit. Opgehaald van Atlas leefomgeving: https://www. atlasleefomgeving.nl/soortendiversiteit-in-nederland 21. bijen, hommels, dagvlinders, libellen, sprinkhanen, krekels
22
Figuur 3: Soortendiversiteit per kilometerhok
Kader 2. Biodiversiteit van de bodem22 Een hoge biodiversiteit op het land en in het water begint bij de bodem. Een gezonde bodem met een hoge biodiversiteit (schimmels, bacteriën, regenwormen, nematoden, microfauna) en een goed functionerend bodemecosysteem draagt bij aan bodemvruchtbaarheid, een goede bodemstructuur, het beter bestand zijn tegen ziekten en plagen en het afbreken van schadelijke stoffen. Bodemleven is essentieel voor een gezonde bodem. Dieren en schimmels in de bodem zorgen voor vertering van organisch materiaal, waardoor voedingsstoffen opgenomen kunnen worden door planten en water beter vast kan worden gehouden. Daarnaast zorgt bodemleven ervoor dat de grond luchtig is, waardoor water de bodem in kan lopen en er ruimte is voor haarwortels. Door gebruik van gif, grondbewerking, zoals ploegen en het aanplanten van de verkeerde (monotone) planten verdwijnt bodemleven. Bemesting en stikstofneerslag maakt bodems eenvormig, waardoor enkele plantensoorten gaan domineren. Het kan dan heel lang duren voordat een bodem weer voedselarm is geworden en de biodiversiteit aan plantensoorten toeneemt. En daarmee de biodiversiteit aan fauna. Gelukkig wordt er tegenwoordig steeds meer rekening gehouden met de bodem. Er worden minder gewasbeschermingsmiddelen gebruikt en de grondbewerking wordt duurzamer doordat er minder geploegd wordt en meer wordt ondergezaaid.
Bij de huidige mestwetgeving mag er minder mest worden toegevoegd dan er door de teelt onttrokken wordt. Hierdoor ontstaat er een beter evenwicht in de bodem. Daarnaast is ook de diversiteit van bodemtypes belangrijk. Elk type bodem heeft andere eigenschappen wat betreft vocht, voedselrijkdom en zuurgraad. Op elk type bodem groeien andere plantensoorten. Door herstel van bodem (en waterhuishouding) kan weer een hogere biodiversiteit ontstaan. Om de bodembiodiversiteit te verhogen is het belangrijk de bodem met rust te laten en vermesting te voorkomen. Bodemdieren houden namelijk niet van verstoring of verdrukking. Afhankelijk van het gewenste bodemgebruik of natuurdoeltype is het mogelijk door middel van de juiste beplanting en het juiste beheer de bodem te verschralen of juist te zorgen voor een goed verteerbare organische laag. 22. Consortium RHDHV, Witteveen+Bos en Tauw. (2024, 06 06). Bouwsteen Vitale bodem. Opgehaald van Samen de diepte in: https://samendedieptein.nl/bodembeheervan-de-toekomst/bouwsteen-vitale-bodem/ Informatiepunt Leefomgeving. (2024, 06). Bodemambities voor biodiversiteit in de bodem. Opgehaald van Informatiepunt Leefomgeving: https://iplo.nl
23
Kasteel Nieuw Herlaer
24
5. Opgaven De opgaven in dit programma komen voort uit de ambities en doelstellingen op het gebied van natuur, landschap en biodiversiteit uit de omgevingsvisie van de gemeente. Daarnaast zijn er relaties met opgaven binnen andere thema’s, zoals bijvoorbeeld de Strategie Klimaatadaptatie en het nog op te stellen programma Vitaal landelijk Gebied, waardoor koppelkansen ontstaan. Aanpak van deze andere opgaven kan (in)direct een verbetering van natuur, landschap en biodiversiteit met zich meebrengen.
5.1
Opgaven natuur, landschap en biodiversiteit
Opgesomd zijn de opgaven voor de gemeente SintMichielsgestel op het vlak van natuur, landschap en biodiversiteit:
• • •
Verhogen van de biodiversiteit in de hele gemeente Verbeteren van de leesbaarheid van het landschap Verhogen van de natuurwaarden
Dit doen we onder andere door: • Het behouden en versterken van groen en blauw(structuren), cultuurhistorische elementen en natuurgebieden en deze beter met elkaar te verbinden • Het beschermen, behouden, uitbreiden en verbeteren van de kwaliteit van natuurgebieden, landschapselementen (in het buitengebied), landgoederen, beekdalen en bestaand groen (in
de dorpen), onder ander door gebruik te maken van inheemse soorten en zo mogelijk autochtoon plantmateriaal en ecologisch beheer. Door aan deze opgaven te werken draagt de gemeente bij aan onder andere doelen vanuit Europa, het Rijk, de provincie en de regio. Naast het beleid waaraan de gemeente moet voldoen of waaraan de gemeente zich heeft gecommitteerd, zijn er landelijke en provinciale ambities die niet verplicht zijn voor gemeenten, maar waaraan we willen bijdragen met dit programma. Door bijvoorbeeld karakteristieke landschapselementen toe te voegen om cultuurhistorie en groenstructuren te versterken wordt de biodiversiteit verhoogd in de gemeente en draagt de gemeente bij aan de provinciale ambities van een sterke en veerkrachtige natuur en een robuust water- en bodemsysteem, dat bestand is tegen klimaatverandering. Met het realiseren van robuuste groenblauwe verbindingen worden natuurgebieden met elkaar verbonden en sluiten we aan op de doelstellingen uit het programma Natuur en Landschap van de RNOB. Zie bijlage 1 voor een lijst met relevante doelen en opgaven en hoe de gemeente hier aan bijdraagt of bij aansluit.
5.2
Aansluiting bij andere opgaven
Er zijn andere opgaven die niet direct gericht zijn op natuur, landschap of biodiversiteit, maar
De goudvink komt voor in oude loofbossen zoals op Landgoed Zegenwerp
25
hier wel een relatie mee hebben. De gemeente werkt de komende jaren aan programma’s, waarmee aan deze opgaven gewerkt wordt. Dit zijn de programma’s Klimaatadaptatie en Water, Wonen, Gezondheid, Duurzaamheid, Recreatie en toerisme, Economie en Duurzame mobiliteit. Ook het integrale gebiedsgerichte programma Vitaal landelijk gebied heeft veel overlap. Bij het opstellen hiervan liggen kansen om mede invulling te geven aan de doelstellingen voor natuur, landschap en biodiversiteit.
202724 een bijdrage aan de woningbouwopgave door passende woningen in groene en duurzame dorpse in- en uitbreidingen. Een van de ambities is het stimuleren van duurzamere woningen en omgeving. Hiervoor wordt er verwezen naar het programma Klimaatadaptatie waar voorwaarden zijn opgenomen voor klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen en het toevoegen van groen. De biodiversiteit kan hierbij vergroot worden, door bij het kiezen van soorten rekening te houden met standplaats en te kiezen voor inheemse soorten waar mogelijk.
Strategie Klimaatadaptatie
Programma Duurzame mobiliteit
De gemeente Sint-Michielsgestel stelde in 2023 de Strategie klimaatadaptatie 2023-203023 en in 2024 de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie vast. Hierin staan maatregelen om de buitenruimte zodanig in te richten dat wateroverlast, droogte, hitte en overstromingen zoveel mogelijk worden voorkomen. Het vervangen van verharding door groen is hiertoe een belangrijke maatregel. Toevoegen van groen draagt bij aan het vasthouden van water en een koelere omgeving maar ook aan een verhoogde biodiversiteit wanneer er gebruik gemaakt wordt van de juiste (inheemse) beplanting. De strategie zal verwerkt worden in het Programma Klimaatadaptatie en Water dan nog opgesteld moet worden.
Bij het programma Duurzame mobiliteit25 is een veilig en comfortabel fietsnetwerk met verlichting in en tussen de dorpen een uitgangspunt. Het aanleggen van nieuwe fietspaden, wandelpaden en ontmoetingsplekken zijn hier onderdeel van. Bij de aanleg van nieuwe paden, of bij aanpassingen aan bestaande paden wordt passende vergroening en verhoging van de biodiversiteit meegenomen. Om voldoende schaduw op wandel- en fietspaden te krijgen zijn veel bomen nodig, waarbij de juiste soortkeuze een belangrijke bijdrage aan de verhoging van de biodiversiteit kan leveren.
Programma Volkshuisvesting en wonenwelzijn-zorg 2023-2027 De gemeente levert via het Programma volkshuisvesting en wonen-welzijn-zorg 2023-
26
Programma Vitaal Landelijk Gebied Daarnaast gaat er gewerkt worden aan gebiedsgerichte programma’s zoals het Programma Vitaal Landelijk Gebied. Met het Programma Natuur, Landschap en Biodiversiteit willen we een bijdrage leveren aan het Programma Vitaal Landelijk gebied,
omdat we voor verschillende opgaven afhankelijk zijn van de transitie van de landbouw.
VAB-beleid In de visie van het vastgestelde VAB2 (vrijkomende agrarische bouwvlakken) -beleid van de gemeente wordt aangegeven dat ruimtelijke kwaliteit versterkt dient te worden bij nieuwe ontwikkelingen bij vrijkomende agrarische bouwvlakken. Bij voorkeur in de vorm van een fysieke kwaliteitsverbetering, bijvoorbeeld in de vorm van sloop van overtollige agrarische bedrijfsbebouwing. Hierbij wordt gekeken naar landschapstype, cultuurhistorie en natuurwaarden en -doelen in de omgeving. De versterking van de ruimtelijke kwaliteit draagt bij aan de opgaven op vlak van natuur, landschap en biodiversiteit. Het Programma Natuur, Landschap en Biodiversiteit geeft kaders voor de versterking van de ruimtelijke kwaliteit die ook hun doorslag in het VAB-beleid vinden. 23. (2023). Strategie Klimaatadaptatie 2023-2030 SintMichielsgestel. Sint-Michielsgestel: Gemeente SintMichielsgestel. 24. (2023). Programma volkshuisvesting en wonenwelzijn-zorg 2023-2028. Vastgesteld op 21 september 2023. Sint-Michielsgestel: Gemeente Sint-Michielsgestel. 25. Gemeente Sint-Michielsgestel. (2024). Concept Programma Duurzame Mobiliteit 2024. SintMichielsgestel: Gemeente Sint-Michielsgestel. 26. Beleid vrijkomende agrarische bouwvlakken (VABbeleid) Sint-Michielsgestel. Vastgesteld op 12 december 2024. Sint-Michielsgestel: Gemeente Sint-Michielsgestel.
6. Uitgangspunten en doelstellingen per deelgebied De deelgebieden in het Programma zijn gebaseerd op de deelgebieden uit de omgevingsvisie (figuur 4). De omgevingsvisie heeft zes deelgebieden die in dit programma zijn samengevoegd tot drie deelgebieden met daaronder een aantal onderdelen (figuur 5). De deelgebieden centrum, vitale dorpen en bedrijfsfuncties zijn in dit programma samengevoegd als dorpen. De deelgebieden natuurgebieden en landelijk gebied zijn globaal overgenomen uit de omgevingsvisie. Het deelgebied beekdalen is overgenomen uit de omgevingsvisie en combineert de beekdalen
Beekdalen
met de waterbergingsgebieden. Daarnaast is het deelgebied nader uitgewerkt op basis van het Handelingsperspectief voor de watertransitie van Waterschap De Dommel en het Verhaal van de Aa van waterschap Aa en Maas (zie kader 3 & 4). Watersysteemherstel is een belangrijke opgave en behoeft haar eigen deelgebied. Het deelgebied beekdalen ligt als het ware over de andere drie deelgebieden heen, waarbij accentverschillen liggen in beekdalopgaven per deelgebied. Met beekdalen bedoelen we dus de directe omgeving van bestaande watergangen én de huidige laagtes in de gemeente,
Natuur
Landelijk gebied
die reeds aangewezen zijn als (reservering) waterbergingsgebieden en een verhoogt risico hebben op inundatie. De ambities en maatregelen op vlak van natuur, landschap en biodiversiteit verschillen per deelgebied, evenals de overige functies en maatschappelijke opgaven, zoals woningbouw, stikstofdepositie en klimaatadaptatie. De deelgebieden zijn verder opgedeeld in te onderscheiden onderdelen op basis van fysische, (cultuur)historische en geografische kenmerken.
Dorpen
27
Omgevingsvisie | gemeente Sint-Michielsgestel Dorps en groen wonen met de stad nabij!
Figuur 4: Visiekaart omgevingsvisie Sint-Michielsgestel
28
Figuur 5: Overzichtskaart deelgebieden Programma Natuur, Landschap en Biodiversiteit
29
Kader 3. Handelingsperspectieven voor de watertransitie Waterschap De Dommel27 De watertransitie is de overgang naar een situatie waarin het watersysteem structureel anders beheerd wordt dan nu, waarbij de focus ligt op duurzaam en circulair omgaan met zoet water. Werken aan de watertransitie is de ambitie die centraal staat in het nieuwe waterbeheerprogramma van Waterschap de Dommel. In de handelingsperspectief watertransitie beschrijft het waterschap de betekenis van de watertransitie voor de verschillende soorten gebieden. Dit zijn de hoge koppen, flanken en de beekdalen (figuur 6). Kenmerkend voor de hoge koppen is de diepe grondwaterstand. Het grondwater wat hier infiltreert kan de grondwatervoorraad van de flanken en beekdalen voeden. Er moet hier voorkomen worden dat regenwater afstroomt door maximaal te infiltreren. Dit zorgt voor minder wateroverlast benedenstrooms in natte perioden en een hogere grondwaterstand jaarrond. De flanken zitten tussen hoge koppen en beekdalen in, hier ligt de meeste landbouwgrond. Oorspronkelijk kwam hier het kwelwater naar buiten getreden, maar door grondwaterverlaging is dat nu bijna nergens meer het geval. Momenteel zijn deze gronden gevoelig voor verdroging, maar door de watertransitie kunnen de flanken weer een goede balans krijgen.
Dit gebied zal grotendeels voor de landbouw bedoeld blijven, waarbij het gebied ecologisch dooraderd kan worden tussen hoge gronden en beekdalen. De beekdalen zijn de laagst liggende gebieden waar afstromend oppervlaktewater en grondwater (kwel) samenkomt. Centraal liggen de beken. De beekdalen kennen van nature hoge grondwaterstanden en zijn lang voornamelijk in gebruik geweest als hooilanden. Door ontwatering zijn intensieve teelten nu soms tot aan de beek te vinden, vaak zijn beekdalen echter ook ingericht als natuur. Er wordt gestreefd naar een verhoging van de grondwaterstanden in de beekdalen. Op de hoge koppen en flanken wordt ingezet op infiltratie, in de beekdalen vooral op het vasthouden en vertraagd afvoeren van water. Dit kan door aanpassingen aan de beken zelf, het verwijderen van drainage en greppels en door waterberging en vertraagde afvoer. Er wordt hier gestreefd naar een klimaatrobuuste inrichting met passend landgebruik, zoals grasland, natte teelten of natuur. In de beekdalen is de waterfunctie leidend; hierbij wordt ruimte gegeven aan natuurlijke processen. Op de koppen moet juist minder water worden afgevoerd, b- en c-waterlopen moeten gedempt en/of verondiept worden en laagtes benut om water te laten infiltreren. Bodemverbetering heeft prioriteit op koppen, dan flanken, dan beekdalen. Bosomvorming is vooral belangrijk in beekdalen en flanken.
Op hoge koppen kan bosomvorming, of omvorming naaldbos naar heide of kruidenrijk grasland nuttig zijn. 27. Waterschap De Dommel. (2024, 06). Handelingsperspectieven voor de watertransitie. Opgehaald van Waterschap de Dommel: https://www.dommel.nl/ handelingsperspectieven-voor-de-watertransitie
30
Figuur 6: Samengestelde hoge koppen, flanken en beekdalenkaart op basis van de Beekdalen, flanken, hoge koppenkaart van Waterschap De Dommel en Presentatie van de Aa van Waterschap Aa en Maas (zie kader 3 en 4).
31
Kader 4. Het verhaal van de Aa28
Het Verhaal van de Aa bekijkt het hele stroomgebied van de Aa als een geheel. Om een klimaatrobuust watersysteem te krijgen is het stroomgebied opgedeeld in vier deelgebieden die als puzzelstukken in elkaar vallen, namelijk horsten (hoge gronden), flanken, beekdalen en steden en dorpen. Ideaalbeeld De horsten ontwikkelen zich als een spons die lagere gebieden voorzien van water. Er is maximale infiltratie, wat zorgt voor kwel in de flanken en de beekdalen. Op de laagste delen van de horsten (voormalige vennen) is ruimte voor natte natuur. De flanken conserveren water als het kan en voeren het af als het moet, er is een snelle sturing mogelijk in het watersysteem. Het is de ideale plek voor landbouw, waarbij bodem en water sturend zijn. Er zijn innovatieve irrigatiesystemen voor de landbouw en infiltratie op bedrijfsniveau. De beekdalen zijn dynamisch, water wordt vertraagd afgevoerd. De gebruiksfuncties zijn afgestemd op het risico van overstroming. De beekdalen worden onderverdeeld in drie zones, namelijk de beekzone waar (vrijwel) altijd stromend water is, de inundatiezone met ruimte voor de beek, waar kades worden opgeheven en waar mogelijkheden zijn voor erosie en sedimentatie en de calamiteitenzone voor noodwaterberging. De beekdalen zijn ecologische dragers met een hoge biodiversiteit. In de steden en dorpen krijgen de beken en waterlopen de ruimte voor beleving en ecologie.
Er is ruimte om piekbuien te verwerken, inwoners leren leven met kans op wateroverlast. Er is groenblauwe dooradering, tuinen en pleinen worden ontsteent en regenwater wordt afgekoppeld. Riooloverstorten worden opgeheven.
Voorbeeld van waterberging (wadi) in stedelijk gebied
32
28. van Linge, J. M., & de Putter, J. (2020). Presentatie van het verhaal van de Aa. Wageningen: Waterschap Aa en Maas.
6.1
Overkoepelende ambities en doelstellingen
Een aantal doelstellingen zijn overkoepelend voor alle deelgebieden. Deze doelstellingen zijn te zien in onderstaande tabel. Een lijst met alle doelstellingen en aan welke ambities en uitgangspunten ze bijdragen is te zien in bijlage 3.
Nr. Doel en omschrijving 1
Biodiversiteit is sturend bij ontwikkelingen Ontwikkelingen leiden tot een versterking van de biodiversiteit door bestaande natuur te behouden, habitat te ontwikkelen voor (icoon)soorten en te zorgen voor een basiskwaliteit natuur. Niet te vermijden negatieve impact wordt gecompenseerd.
2
Water en bodem zijn sturend bij ontwikkelingen Bij ruimtelijke ontwikkelingen sluiten we aan bij de natuurlijke kenmerken van het water- en bodemsysteem. We houden rekening met aanpassingen op de lange termijn om toekomstige klimaateffecten op te kunnen vangen. Het water- en bodemsysteem (inclusief de gebruikswaarde van ecosysteemdiensten, kwaliteit en vitaliteit) mag over de gehele levensduur van het gebruik niet verslechteren.