CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Nieuw-Bijlage 1. BOPA motivering (onderbouwing) zonnepark De Beerze d.d. 28 juli 2025

Raadsvergadering Boxtel 16 september 2025, gemeente boxtelBij agendapunt: Bindend advies zonnepark De Beerze28.143 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Daarom rest voor de invulling van de RES opwekopgave voor 2030 vol-

van 350 meter tot losse bebouwing en 500 meter tot woonkernen (uit-

gens het NPRES begrippenkader alleen grootschalig zon op gebouw en

staand ruimtebeslag op bouw-percelen; en 4. op gronden aansluitend op Stedelijk gebied. Belangrijke voorwaarde is dat de noodzaak van de ontwikkeling volgt uit een onderzoek waaruit blijkt dat de mogelijkheden voor de opwekking

Zonnepark Boxtel-Beerze

zon op veld.

18

heeft de ontwikkeling geen negatieve effecten op een veilige en ge-

Initiatiefnemers doorlopen daarnaast een zorgvuldig participatietraject

b. de ontwikkeling past in de gewenste ontwikkelingsrichting, bedoeld in

zonde leefomgeving. De ontwikkeling is al met al passend binnen de

met de omgeving om de wensen te verkennen en hiermee maatschap-

Artikel 5.12, en inzicht is geboden in de maatregelen die worden getrof-

ontwikkelingsrichting van het gebied. Zie hiervoor de toetsing aan artikel

pelijk draagkracht te creëren. Dit traject is vastgelegd in een participatie-

fen om de impact op de omgeving te beperken.

5.12, verderop in deze paragraaf.

plan, waarbij naast participeren in het proces ook is gekeken naar de

Zoals onder sub a is betoogd is het enkel realiseren van zonnepanelen

mogelijkheden voor financiële participatie conform het gemeentelijk be-

op daken niet voldoende. In het gemeentelijk beleid is daarom gekeken

c. de ontwikkeling een maatschappelijke meerwaarde geeft, waaronder

leid. De gemeente ondersteunt actief de communicatieactiviteiten die

naar andere mogelijke invullingen van duurzame energie buiten be-

de mogelijkheid voor de omgeving om te participeren in het project.

nodig zijn om de participatie varianten onder de aandacht te brengen en

staand stedelijk gebied. In de visie zonne- en windenergie is de uitgifte

Er wordt een maatschappelijke meerwaarde worden gecreëerd door

de lokale voorkeur vast te leggen. Er zijn 3 vormen van participatiemo-

van de 50 hectare zonneparken in de vorm van een tender opgenomen.

middel van meervoudig ruimtegebruik, de maatregelen die getroffen

gelijkheden:

Onderhavige ontwikkeling is gesitueerd op de locatie De Vorst, één van

worden om de impact op de omgeving te beperken en de bijdrage die

1. Lokaal eigenaarschap; de initiatiefnemer zet zich maximaal in om de

de vier geselecteerde locaties. De ontwikkeling is gelegen op een pas-

wordt geleverd aan andere maatschappelijke doelen.

sende locatie voor opwekking van zonne-energie en levert een signifi-

lokale omgeving (binnen de gemeente Boxtel) rechtstreeks financieel mee te laten participeren in het bouwplan tot 50% via een lokale

cante bijdrage aan de doelstellingen op het gebied van energietransitie.

Door realisatie van het zonnepark zal het gebied landschappelijk wor-

De locatie is passend binnen het gemeentelijk beleid van de gemeente

den ingepast om daarmee de landschappelijke waarden en gebiedska-

Boxtel. Daarnaast heeft de ontwikkeling geen negatieve effecten op een

rakteristieken te versterken en te behouden. In de inpassing zijn inrich-

schap (als hiervoor onder 1 beschreven) ervoor kiezen zelf direct te

veilige en gezonde leefomgeving. Het zonnepark wordt landschappelijk

tingsmaatregelen voorgesteld waarbij de nadruk ligt om het beoogde

investeren in het bouwplan, middels het verkrijgen van aandelen in

ingepast waardoor deze passend is binnen de omgeving en de impact

zonnepark in te passen in de omgeving. Voor een beschrijving van de

het projectvennootschap van de initiatiefnemer tot 50% van de aan-

daarmee beperkt wordt. De volgende maatregelen worden o.a. getroffen

inrichtingsmaatregelen wordt verwezen naar paragraaf 3.1 en bijlage 1

om de impact op de omgeving te beperken:

van onderhavige ruimtelijke onderbouwing.

Aanplant gedegen landschappelijke inpassing d.m.v. grondwal

energiecoöperatie; 2. Ter waarborg kan de gemeente bij onvoldoende lokaal eigenaar-

delen; 3. Donatie: Indien lokaaleigenaarschap niet mogelijk blijkt vanwege onvoldoende interesse en draagvlak uit de directe omgeving en de ge-

met struwelen, struweelhagen haaks op de beek en het inzaaien

Het zonnepark zal tevens, al dan niet tijdelijk, de (lokale) biodiversiteit

meente er niet voor kiest om zelf direct te investeren, dan biedt de

van bloem- en kruidenrijk grasland.

versterken. In de huidige situatie worden de gronden benut voor agra-

initiatiefnemer de mogelijkheid om een donatie te doen aan een lo-

Toepassing van gebiedseigen soorten ter versterking en behoud

risch gebruik. De ecologische waarde van deze gronden (zie ook bijlage

kaal omgevingsfonds ter verduurzaming van de lokale omgeving of

van de biodiversiteit ter plaatse.

2 quickscan flora en fauna) zijn laag vanwege het gebrek aan een ge-

t.b.v. de inwoners van de gemeente.

Aanleg poelen en struiken als ecologische versterking langs de

schikte habitat voor (beschermde) soorten. Door de realisatie van het

Deze 3 vormen van participatiemogelijkheden zijn tevens geborgd in de

Beerze

zonnepark en de voorgestelde maatregelen wordt de biodiversiteit in dit

AOK.

Vergroten waterbergend vermogen door het creëren van bas-

gebied versterkt. Uit recente onderzoek van de universiteit van Wage-

sins.

ningen en Groningen (Literatuurstudie en formulering richtlijnen voor

Daarnaast zijn er afspraken gemaakt met het Waterschap om ruimte te

Voor de concrete uitwerking hiervan wordt verwezen naar het land-

een ecologische inrichting van zonneparken in de provincies Groningen

creëren voor het overstromen van de Beerze binnen het plangebied en

schappelijke inpassingsplan in de bijlage. Het gebruik van de planten-

en Noord-Holland, 14 november 2018) is gebleken dat zonneparken po-

het vasthouden van dit water. Dit zorgt voor dubbelruimtegebruik van

soorten en de positionering hiervan is zorgvuldig afgewogen en sluit aan

sitieve effecten kunnen hebben op biodiversiteit.

duurzame energieopwekking in combinatie met waterberging. Voor een

  

op de landschapsstructuren in de omgeving. Hiermee zal de gebieds-

nadere uitwerking wordt verwezen naar het landschappelijk inpassings-

kwaliteit gewaarborgd en waar mogelijk versterkt worden. Daarnaast

plan in bijlage 1.

Zonnepark Boxtel-Beerze

19

d. is geborgd dat het zonnepark tijdelijk, voor ten hoogste 25 jaar, wordt

zonne- en windenergie als geschikte locatie voor zonne-energie naar

toegelaten;

voren gekomen is.

e. juridisch en financieel is geborgd dat na het verstrijken van de termijn

de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid,

de opstelling voor zonne-energie en de daarbij behorende voorzienin-

Het zonnepark Boxtel-Beerze voldoet tevens aan de eis van meervoudig

gen, worden verwijderd;

(en daarmee ook zorgvuldig) ruimtegebruik doordat het niet alleen ge-

Het zonnepark zal voor maximaal 25 jaar worden vergund. Na het ver-

richt is op energieopwekking, maar ook actief bijdraagt aan andere ruim-

Bij de uitwerking van onderhavig plan is rekening gehouden met de ef-

strijken van de gestelde termijn zal het zonnepark en bijbehorende land-

telijke en ecologische functies. Het zonnepark wordt landschappelijk in-

fecten op deze verschillende niveaus. Naast de realisatie van de zonne-

schappelijke inpassing worden afgebroken en zal het plangebied wor-

gepast met robuuste houtwallen, bloem- en kruidenrijk grasland en poe-

weide, die bijdraagt aan de infrastructuur op het gebied van duurzame

den hersteld naar de oude toestand (geschikt voor agrarisch gebruik).

len. Deze inrichting versterkt de biodiversiteit en draagt bij aan het her-

energievoorziening (netwerklaag), worden verschillende maatregelen

Dit is zo ook vastgelegd in de AOK. Om dit te bekostigen reserveert de

stel van een fijnmazig groen netwerk in het halfopen landschap. Daar-

getroffen om negatieve effecten op de ondergrond te voorkomen dan

initiatiefnemer ruimte binnen de businesscase.

mee wordt het zonnepark ook een leefgebied voor vogels, insecten en

wel beperken. Daarbij kan worden opgemerkt dat er bij de realisatie van

kleine fauna. De inrichting sluit aan bij de natuurlijke kenmerken van het

een zoneweide slechts zeer beperkt sprake is van bodemroerende

f. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in Afde-

gebied en zorgt ervoor dat het park niet als een verstoring, maar als een

werkzaamheden waardoor negatieve effecten voor de bodem minimaal

ling 7.2 Regionaal samenwerken.

verrijking van het landschap wordt ervaren. Een ander belangrijk aspect

zullen zijn. Wel worden er diverse bodemroerende werkzaamheden uit-

Conform afdeling 7.2. van de Omgevingsverordening wordt er een regio-

van meervoudig ruimtegebruik is de functie van het zonnepark als wa-

gevoerd om het waterbergend vermogen in het plangebied te kunnen

naal omgevingsoverleg georganiseerd door de Gedupeerde Staten om

terbergingsgebied. De panelen worden geplaatst op velden die maxi-

vergroten en aan te sluiten op het landschap behorend bij de Beerze. Zo

afspraken te maken over onder meer de energietransitie. Deze afspra-

maal 0,25 meter worden afgegraven, waardoor een soort bassin ont-

wordt er zorgvuldig omgegaan met de wateropgave wat tevens kansen

ken worden vervolgens vastgelegd in de Regionale Energie Strategie.

staat. Bij hevige regenval kunnen deze velden tijdelijk water opvangen,

biedt om de ecologische waarde van het gebied te vergroten. Dit ge-

Onderhavig project is passend binnen deze RES.

wat bijdraagt aan de regionale waterberging en het voorkomen van wa-

beurt mede op basis van een zorgvuldig bepaalde landschappelijke in-

teroverlast. Dit maakt het zonnepark klimaatadaptief en waardevol bin-

passing en inrichting. Een nadere toelichting hiervan is in de bijlage op-

g. de ontwikkeling is afgestemd met de netwerkbeheerder.

nen het bredere watersysteem. Bovendien blijft de bestaande waterber-

genomen (landschappelijke inpassingsplan) waarbij de landschapsver-

Initiatiefnemers hebben in een vroegtijdig stadium contact gezocht met

gende functie van het gebied behouden, en wordt het zonnepark ook als

sterkende maatregelen zijn weergegeven. Hierbij wordt ook gezorgd

de lokale netwerkbeheerder. In par. 3.2 is reeds aangegeven op welke

reservering voor toekomstige waterberging ingericht.

voor voldoende afstand van de waterwegen conform de eisen van het

manier er om wordt gegaan met de netaansluiting van het zonnepark.

veiligheid en milieu.

waterschap. Op deze manier wordt er aangesloten op de bestaande 

Artikelen 5.7 t/m 5.10: basisprincipes voor een evenwichtige toedeling

de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering

landschapskwaliteiten. Zodoende is er sprake van een evenwichtige ba-

(art. 5.9);

lans tussen de verschillende lagen.

van functies

De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwik-

In par. 5.1.2 van de Omgevingsverordening zijn de basisprincipes voor

keling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief

De omgevingsvergunning wordt voor de duur van maximaal 25 jaar ver-

een evenwichtige toedeling van functies opgenomen. Hierbij wordt op

benutten van de factor tijd. De lagenbenadering omvat de effecten op:

leend. Door de getroffen maatregelen behoudt het projectgebied ook na

basis van art. 5.7 rekening gehouden met:

de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische

ontmanteling van de zonneweide en landschappelijke inpassing in de

waarden;

toekomst voldoende waarde om de huidige agrarische functies opnieuw

de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienet-

uit te kunnen voeren. In hoofdstuk 5 wordt nader onderbouwd op welke

als bedoeld in de verordening. Hieraan is een zorgvuldig afwegingspro-

werk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling

manier het zonnepark effect heeft of bijdraagt op de volksgezondheid,

ces voorafgegaan, waarbij onderhavige locatie in de gemeentelijke visie

van het personen- en goederenvervoer;

veiligheid en milieu.

zorgvuldig ruimtegebruik (art. 5.8);

Onderhavige ontwikkeling vindt plaats buiten ‘bestaand ruimtebeslag’

Zonnepark Boxtel-Beerze

20

van het gebied. Na het verstrijken van de gestelde termijn zal het zonne

Artikel 5.12 Ontwikkelingsrichting

park en bijbehorende inpassing worden afgebroken en zal het plange-

Meerwaardecreatie houdt een evenwichtige benadering in van de eco-

meerwaardecreatie (art. 5.10).

Een omgevingsplan dat (..) een nieuwe functie of activiteit toedeelt in

bied worden hersteld naar de oude toestand (geschikt voor agrarisch

nomische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een

Landelijk gebied, bevat een onderbouwing dat die ontwikkeling past bin-

gebruik). Dit is zo ook vastgelegd in de AOK.

ontwikkeling zijn betrokken. Zoals op meerdere plaatsen in deze ruimte-

nen de ontwikkelingsrichting van het gebied.

lijke onderbouwing al is onderbouwd, hebben bij de totstandkoming van

De gemeente heeft in de visie ‘zonne- en windenergie Boxtel’ onderzoek

4.2.3

dit plan met name de ecologische, landschappelijke en waterhuishoud-

gedaan naar de verschillende mogelijkheden voor het toepassen van

Voorliggend plan past binnen de regelgeving, ambities en doelstellingen

kundige waarden een voorname rol gespeeld. Het plan draagt bij aan

duurzame energievoorzieningen binnen het gemeentelijke grondgebied.

van de provincie Noord-Brabant. Er wordt voldaan aan de voorwaarden

het behoud en de versterking van het waterbergend vermogen van het

Enkel het benutten van daken en potentieel te benutten andere locaties

voor de realisatie van zonneweides, zoals beschreven in artikel 5.54 en

gebied en verbetering van de landschappelijke en ecologische waarden

in bestaand stedelijk gebied voldoet hiervoor niet. Daarom is in deze vi-

aan de algemene basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van

en diversiteit. Daarnaast voorziet het plan in een maatschappelijke en

sie onderzoek gedaan naar welke gebieden in het Landelijk gebied (on-

functies.

daaruit voortvloeiend ook economische opgave (financiële participatie),

der voorwaarden) voor deze functie kunnen worden ingezet en waar

namelijk de totstandbrenging van een netwerk van voldoende en duur-

deze functie dus passend zou kunnen zijn. Dit heeft geresulteerd in ge-

zame energievoorziening met het oog op de toekomst. Al met al houdt

bieden, waar wind- en zonne-energie worden uitgesloten, in gebieden

het plan op evenwichtige wijze rekening met het aspect meerwaardecre-

waar zonne- én windenergie een plaats kunnen krijgen en gebieden

atie.

waar inpassing van zonneweides is toegestaan. Een groot deel van het besluitgebied ligt in laatstgenoemd gebied. Het initiatief voorziet in een

Verder geldt voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dat deze gepaard

combinatie van duurzame energievoorziening met landschappelijk-eco-

moeten gaan met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwa-

logische maatregelen, waarmee de omgevingskwaliteit wordt versterkt.

liteit van het gebied of de omgeving (art. 5.11).

Tevens heeft de ontwikkeling geen negatieve effecten op een veilige en

Er is voorzien in aanzienlijke ruimte rondom de velden met panelen voor

gezonde leefomgeving.

landschappelijk inpassings- en inrichtingsmaatregelen, die passen bij de kenmerken van het gebied. Het betreft onder meer de aanleg van bloe-

Ook is het initiatief passend binnen de ontwikkelingsrichting van het ge-

men- en kruidenrijk grasland, behoud en aanleg van bomen, gebiedsei-

bied op basis van de omgevingsvisie Boxtel (zie ook par 4.4.4 van on-

gen struweelbeplanting en verbetering van het netwerk van watergan-

derhavige ruimtelijke motivering). Op basis van de visie wordt beoogd

gen. Voor onderhavig initiatief is een landschappelijk inpassingsplan op-

dat men in het gebied de natuur wil verbinden en het landschap wil ver-

gesteld, welke in bijlage 1 is opgenomen. Voor een uitvoeriger omschrij-

sterken. Doordat er in het ontwerp veel aandacht is besteed aan een

ving en toelichting wordt verwezen naar deze bijlage. Daarnaast is in sa-

goede landschappelijke inpassing waar ook rekening wordt gehouden

menspraak met de gemeente een kwaliteitsverbetering opgesteld, welke

met de aanwezige flora en fauna draagt het plan bij aan de ontwikke-

terug te vinden is in bijlage 9. Het zonnepark zal voor maximaal 25 jaar

lingsrichting.

worden vergund. Na het verstrijken van de gestelde termijn zal het zonnepark worden afgebroken en zal het plangebied worden hersteld naar

Doordat het zonnepark voor maximaal 25 jaar zal worden vergund

de oude toestand (geschikt voor agrarisch gebruik). Dit is zo ook vastge-

draagt de ontwikkeling in feite tijdelijk bij aan de ontwikkelingsrichting

legd in de AOK.

Zonnepark Boxtel-Beerze

Conclusie

4.3

Verhouding tot regionaal afspraken

4.3.1

RES 1.0 Noordoost-Brabant

In het Klimaatakkoord, gepubliceerd op 28 juni 2019, is afgesproken dat 30 energieregio's in Nederland onderzoeken hoe en waar duurzame energie het best opgewekt kan worden. Dit wordt het Nationaal Programma Regionale Energiestrategie genoemd. Op basis van het onderzoek wordt per regio een Regionale Energiestrategie (RES) vastgelegd. De RES is een doorvertaling van het Parijs-akkoord en Klimaatakkoord naar een regionaal niveau. De gemeentes in de regio Noordoost Brabant hebben samen met de provincie Noord-Brabant, de netbeheerder en de Waterschappen Aa en Maas en De Dommel toegewerkt naar de RES 1.0 Noordoost Brabant (RES NOB, 2 april 2021). Hierin beschrijft de regio de contouren van de strategie voor besparing, grootschalige opwek van duurzame energie en de warmtetransitie. De energieopgave voor de regio Noordoost Brabant is minimaal 1,6 TWh hernieuwbare elektriciteit. Hiermee draagt de regio bij aan 4,3% van de totale landelijke opgave (35 TWh). De regio beoogt zonne- en windenergie als de voornaamste methoden het doel voor de opwekking van energie te verwezenlijken. Voor beide hernieuwbare bronnen zijn zoekgebieden aangewezen, waarin zonne- en windenergie mogelijk is.

21

voor zon op land, die zijn vastgesteld door de gemeenteraad. De planloVoortgangsrapportage

catie is globaal weergegeven met een rode arcering. Verder is de locatie

Het Nationaal Programma RES (NPRES) heeft met de 30 energieregio’s

op korte afstand gelegen van een hoofdstation van Enexis (zie figuur

afgesproken dat iedere 2 jaar de voortgang van de RES regio wordt ge-

10). Zoals in paragraaf 2.2, 3.2 en 3.4 van onderhavige ruimtelijke on-

rapporteerd in een voortgangsrapportage. De voortgangsrapportage is

derbouwing is beschreven dat wordt voldaan aan de voorwaarden van

een informerend document waarin het doel is om antwoord te geven op

de concept RES. Het zonnepark wordt landschappelijk ingepast, waarbij

de vraag of de regio op koers ligt voor het RES-bod 2030 voor de opwek

rekening wordt gehouden met de gebiedskenmerken van het gebied.

van duurzame energie. Daarnaast wordt de voortgang van de warmte-

Meervoudig ruimtegebruik vormt naast het zonnepark een integrale op-

transitie en energiebesparing in beeld gebracht. De voortgangsrappor-

gave voor de gehele ontwikkeling.

tage signaleert ook de risico’s en de daarvoor te ondernemen acties. Op dit moment is het nog te vroeg om te zeggen of de regio het bod van 1,6 TWh wel of niet gaat halen. Alle gemeenten nemen ieder voor zich, en met elkaar, zichtbaar initiatief in zowel de voorbereidende stappen (verankeren in omgevingsbeleid, participatie, concretiseren van zoekgebieden, etc.) als in de concrete uitvoering van de opwek van duurzame energie. In cijfers uitgedrukt is de stijging in opwek echter nog onvoldoende. Dit is niet vreemd want de voorbereiding (niet in cijfers zichtbaar) om tot daadwerkelijke uitvoering te komen is een belangrijk onderdeel van het traject. Er is een gezamenlijke behoefte om stevig in te blijven zetten op de uitvoering en om in deze bestuursperiode vooruit te kijken naar een andere samenwerkingsstructuur voor de opgave richting 2050.

Figuur 9 Uitsnede zoekgebieden zonne-energie (bron: RES NOB 1.0 Definitief)

Daarnaast zijn de gebieden welke door de raad zijn vastgesteld in de Visie zonne- en windenergie (zie ook par. 4.4.3. van onderhavig docu-

Doorwerking projectgebied Voorliggend plan is op de zoekgebieden Zonne-energiekaart van de RES NOB gelegen in een gebied aangewezen als zowel gemeentelijk zoekgebied voor zon op land als voor technische potentie voor zon op land. Figuur 9 geeft deze kaart weer.

Zonnepark Boxtel-Beerze

ment) overgenomen in de RES NOB 1.0. De zonneweide draagt en met ca. 7,37 ha. aan zonnepanelen bij aan de regionale doelstellingen om te komen tot minimaal 1,6 TWh duurzaam opgewekte elektrische energie. De zonneweide wordt op een landschappelijke manier ingepast met oog voor ontwikkeling van flora en fauna.

Figuur 10 Ligging planlocatie t.o.v. hoofdstation Enexis

4.3.2

Conclusie

De ontwikkeling is in overeenstemming met het regionaal beleid.

4.4

Gemeentelijk beleid

In figuur 9 is te zien dat de locatie is gelegen binnen gebied voor poten-

4.4.1

Structuurvisie verfrissend Boxtel

tie zon op landbouwgrond. De RES geeft aan dat de aangewezen ge-

In juli 2011 heeft de gemeenteraad van Boxtel de Structuurvisie Verfris-

bieden rondom Boxtel worden gezien als gemeentelijke zoekgebieden

send Boxtel voor het gemeentelijk grondgebied vastgesteld. Hierin wordt

22

een integrale visie gegeven op de ruimtelijke ontwikkeling van de ge-

de politieke agenda. De samenleving groeit en de behoefte aan grond-

-

Energietransitie: besparen en naar aardgasvrij;

meente. In de structuurvisie wordt de nadruk gelegd op de ligging van

stoffen neemt alleen maar toe. De vraag is nu al zo groot, dat dit het

-

Energietransitie: grootschalige opwek van duurzame elektriciteit;

Boxtel en de omringende dorpen in het Nationale Landschap Het

herstellend vermogen van onze planeet overschrijdt. Dit heeft conse-

-

Klimaatadaptatie, groen en biodiversiteit;

Groene Woud. Beide entiteiten zijn onmiskenbaar aan elkaar gekop-

quenties voor toekomstige generaties.

-

Circulair en lokaal.

peld, het wonen en werken kunnen daar direct van profiteren. Ondanks

We hanteren duurzaamheid als rode draad bij alles wat we doen.

We bieden ruimte aan innovatie.

de wenselijke verschillen tussen de bebouwde kommen en het buiten-

Doorwerking plangebied

gebied, wordt juist ook gezocht naar overeenkomsten. Hierbij wil de ge-

In deze visie is besproken dat het verwachte energieverbruik 1,94 PJ

meente Boxtel de omgeving niet grondig in aanzien veranderen, maar

bedraagt. Dit staat gelijk aan circa 486 hectare aan zonnevelden. Om de

Per duurzaamheidsthema worden alle trajecten en projecten waar al

de bestaande sterke punten van de gemeente beter benutten.

doelstellingen te behalen geeft de gemeente aan dat de energietransitie

aan wordt gewerkt of mee aan de slag wordt gegaan beschreven. Hierbij

In de structuurvisie wordt aangegeven dat de gemeente het thema duur-

in versnelling dient te komen, waarbij ook de mogelijkheden van groot-

wordt er ook aangegeven met welke indicatoren (KPI’s of kritieke presta-

zaamheid wil integreren binnen projecten van andere thema’s. Daar-

schalige energieopwekking wordt bekeken. De ontwikkeling van 5,0 hec-

tie-indicatoren) de uitvoering wordt gemonitord. De onderwerpen Warm-

naast wil de gemeente onderzoeken welke duurzaamheidprojecten juist

tare zonnepark draagt bij aan en is in lijn met de Visie duurzaam Boxtel

tetransitie en Klimaatadaptatie en het Duurzaamheidsakkoord met de

voor deze regio kansrijk zijn, gelet op de hier aanwezige beschikbare

2030.

woningcorporaties worden de komende periode nog verder uitgewerkt.

duurzame natuurlijke hulpbronnen, aanwezige grondstoffen, infrastructuur en geologie. De ambitie van de gemeente is om bij deze projecten

4.4.3

Duurzaamheidsagenda Boxtel 2022-2026

als regio voorop te lopen met betrekking tot duurzaamheid.

De Duurzaamheidsvisie 2030 die in 2017 door de gemeenteraad van

nog worden aangevuld, wat ook consequenties heeft voor de middelen

Boxtel is vastgesteld, vormt de basis voor het Boxtelse duurzaamheids-

die uiteindelijk nodig zijn en de KPI’s waarmee de uitvoering wordt be-

Doorwerking plangebied

beleid en de uitvoering daarvan. Sinds 2017 zijn op dit vlak al stappen in

waakt.

Met het vaststellen van de Omgevingsvisie Boxtel is de structuurvisie

de goede richting gezet.

verfrissend Boxtel komen te vervallen. Deze structuurvisie is echter wel

Ten aanzien van deze onderwerpen zal de Duurzaamheidsagenda dus

Duurzaamheid is geen thema wat op zichzelf staat. Het is de ambitie om

de basis geweest voor de selectie van het zonnepark in de tender, door-

Uit recente internationale rapporten blijkt echter dat klimaatverandering

het als een rode draad te verweven in alles wat in Boxtel wordt gedaan.

dat in die structuurvisie onderhavige locatie voor verstedelijk afweeg-

veel sneller gaat dan eerder werd aangenomen en dat de gevolgen

Het gaat om het verankeren van ambities in het gemeentelijke beleid ten

baar is aangemerkt. Een nadere uitwerking van deze ambitie is beschre-

steeds duidelijker merkbaar worden. Dit betekent dat de uitvoering van

aanzien van gebieds- en plattelandsontwikkeling, mobiliteit, bouwen en

ven in de ‘Visie duurzaam Boxtel 2030’ en ‘Visie zonne- en windenergie

het duurzaamheidsbeleid ook in Boxtel sneller en grootschaliger moet

wonen, economie en de gemeentelijke bedrijfsvoering. Zo wordt de inzet

Boxtel’.

worden aangepakt. Met deze Duurzaamheidsagenda 2022 – 2026 wordt

versterkt en wordt duurzaam handelen vanzelfsprekend.

een overzicht gegeven van de trajecten en projecten waar de komende 4.4.2

Visie duurzaam Boxtel 2030

jaren op in wordt gezet.

De gemeente voert de Duurzaamheidsagenda niet alleen uit. Er wordt

De gemeente Boxtel heeft het beleid ‘Visie duurzaam Boxtel 2030’ vast-

Bij de vertaling van de Duurzaamheidsvisie 2030 naar een concrete

gewerkt met inwoners, bedrijven en organisaties in Boxtel en daarbui-

gesteld. In deze visie heeft de gemeente als doelstelling gegeven om zo

agenda voor 2022 – 2026 worden de volgende uitgangspunten gehan-

ten. In ze agenda wordt beschreven hoe de samenwerking wordt geor-

snel mogelijk energieneutraal te zijn. De Boxtelse gemeenteraad heeft

teerd:

ganiseerd en welke rol de gemeente daarin speelt.

in 2011 al een forse ambitie uitgesproken door het vaststellen van de

De basisuitgangspunten blijven hetzelfde.

nota “Boxtel Energieneutraal 2040”. In 2016 heeft de raad deze ambitie

Aandacht voor duurzaamheid is niet meer vrijblijvend.

Doorwerking plangebied

nog verder aangescherpt door zich uit te spreken voor energieneutrali-

Communicatie en participatie zijn onze belangrijkste instrumenten.

In hoofdstuk vijf van de Duurzaamheidsagenda wordt ingegaan op de

teit in 2030. Duurzaamheid staat nu internationaal en nationaal hoog op

We focussen op de meest urgente duurzaamheidsthema’s:

energietransitie door middel van grootschalige opwekking van duurzame

Zonnepark Boxtel-Beerze

23

elektriciteit. Van deze energietransitie maakt de realisatie van zonnepar-

1,4 TJ aan duurzame energie worden opgewerkt, echter voorziet dit

ken onderdeel uit. Met het realiseren van grootschalige opwekking in

slechts in 61% van de toekomstige vraag aan elektriciteit.

gestart door o.a. het uitzetten van een tender voor zonneparken. Dit

1

zonnepark is als één van de vier winnaars uit de tender gekomen. Ge-

Die opwekopgave aan duurzame energie voor de gemeente Boxtel be-

concludeerd kan worden dat de ontwikkeling in lijn is met de Duurzaam-

draagt 0,08 TWh. Het Nationaal Programma RES (NPRES) ondersteunt

heidsagenda van de gemeente Boxtel.

en monitort deze opgave binnen de gemeente Boxtel, waarbij de opgave zal moeten worden ingevuld met grootschalig zon op gebouw,

4.4.4

Visie zonne- en windenergie Boxtel

grootschalig zon op veld en grootschalig wind. Onderhavig planvoorne-

In 2020 heeft de gemeente Boxtel de Visie zonne- en windenergie Box-

men sluit aan op de ontwikkeling van zon op land.

tel vastgesteld. Deze visie vormt een afwegingskader voor zonneparken en een verkenning van het potentieel voor windparken. Deze visie is in

Bij de opwekking van duurzame energie wordt de zonneladder, die ook

navolging op het beleid Visie duurzaam Boxtel 2030, waarbij de ambitie

in het provinciale en landelijke beleid is opgenomen, gehanteerd (zie fi-

is uitgesproken om zo snel mogelijk energieneutraal te zijn.

guur 11). Vanwege de aanscherping van de zonneladder is, zoals eerder vermeld, een overgangsrecht opgenomen voor plannen die op het moment van inwerkingtreding van de gewijzigde regeling in een verge-

2

vorderd stadium verkeren, zoals onderhavig planvoornemen. Dit betekent dat de zonneladder met 3 treden het uitgangspunt, zoals weergegeven in figuur 11.

3 Daarbij dient de zonneladder niet volgordelijk, maar volgtijdelijk doorlopen te worden. Dit betekent dat de eerste trede niet volledig benut hoeft te zijn voordat de volgende trede in aanmerking komt. De volgende treden zijn opgenomen in de zonneladder: 1. Zon op dak (gebouwgebonden);

4

2. Zon op maaiveld (grondgebonden); 3. Zonne-initiatieven met maatschappelijk draagvlak (grondgebonden).

Figuur 12 Tenderlocaties uitgifte zonneparken Boxtel

Uitgangspunt is dat de voorkeur geniet op zonnepanelen op daken te plaatsen en binnen stedelijke omgeving. Als laatste geniet het de voor-

Figuur 11 Zonneladder uit de Visie zonne- en windenergie Boxtel 2020

Zonnepark Boxtel-Beerze

De gemeente Boxtel heeft daarom een onderzoek laten verrichten naar

keur van zonneparken buiten bestaand stedelijk gebied. De gemeente

de potentiële behoefte aan energie in 2030 in combinatie met de moge-

erkent ook in haar visie dat als de treden na elkaar worden ingevuld het

lijkheden voor opwekking van duurzame energie. In totaal kan hiermee

niet lukt om de opgave tijdig te realiseren, daarnaast kun je eigenaren

24

niet verplichten1 om zonnepanelen op daken te plaatsen. De gemeente

van een zonneweide op onderhavige (tender)locatie is daarmee en lo-

Boxtel wil aan de hand van deze visie maximaal 50 hectare (= 50 MW)

gisch vervolg. De gemeente hanteert in haar visie ook een aantal kaar-

aan zonneparken in de gemeente toestaan, waarbij per zonnepark de

tenlagen, waarbij per laag bepaalde voorwaarden worden gehanteerd

omvang niet groter zijn dan 20 hectare. De gemeente zal wel de zon-

(zie figuur 13 t/m 16). Op deze kaarten is te zien dat de locatie is gele-

neladder aanhouden, waarbij initiatieven die in trede 2 komen de voor-

gen binnen trede 3, en binnen het gebied waar zonneparken zijn toege-

keur genieten. Echter blijk uit de visie dat de ruimte in trede 2 te beperkt

staan en dus niet in een uitsluitingsgebied liggen. Uitgaande van de ver-

is voor de gehele opgave en dat zonneparken in trede 3 noodzakelijk

wachte energiebehoefte binnen de gemeente en regio is het enkel reali-

zullen zijn. In de visie zonne- en windenergie is de uitgifte van de ca. 50

seren van zon op daken en binnen stedelijk gebied niet voldoende.

hectare zonneparken in de vorm van een tender opgenomen. Daarmee wordt 0,042 TWh opgewekt. Vanuit die tender zijn vier initiatiefnemers, waaronder de gemeente Boxtel zelf, door een onafhankelijke commissie geselecteerd. De locaties van de vier geselecteerde initiatieven zijn weergegeven in figuur 12 en bestaan uit: 1. Zonnepark Tussen de Renbaan en de Esschebaan; 2. Zonnepark Boxtel Beerze; 3. Zonnepark De Vorst;

Figuur 13 PV Zon - Mogelijke uitsluitingsgebieden

4. Zonnepark Ontginningsweg. Zonneparken die (grotendeels) in trede 2 liggen krijgen voorrang ten opzichte van trede 3. De reden hiervoor is dat in gebieden waar een verstedelijking afweegbaar is, in de toekomst een stedelijke ontwikkeling en dus bebouwing te verwachten is. Trede 2-gebieden liggen met name in de Noordwest hoek en nabij de Vorst waardoor de zonneparken de Vorst en Renbaan-Esschebaan voorrang hebben gekregen. Doorwerking plangebied De beoogde locatie is gekozen als een van de vier tender-initiatieven. De zonneparken uit deze tender die in trede 2 liggen hebben voorrang gekregen. Omdat initiatieven uit enkel trede 1 en 2 van de zonnelader niet voldoende capaciteit bieden heeft de gemeente aangegeven dat ook de zonneparken uit trede 3 noodzakelijk zullen zijn. De ontwikkeling

1

Figuur 14 PV Zon- Tredes (voorrangsprincipe)

De Energiebesparingsplicht biedt hiervoor wel mogelijkheden, maar de terugverdientijd < 5 jaar, netcongestie en andere belemmeringen maken dit lastig

Zonnepark Boxtel-Beerze

25

Dit wordt niet alleen geconcludeerd in de visie zonne- en windenergie

die het voor hen haalbaar acht om financieel in het project te stappen.

Boxtel, maar ook in de provinciale verordening (motie ‘Voorrang zon op

Tijdens de verschillende participatieactiviteiten die zijn georganiseerd

dak’) evenals in de RES-NOB. De totale potentie van treden 1 en 2 van

voor bewoners (ook voor project de Vorst) is geïnformeerd over hoe lo-

de zonneladder bedraagt 0,987 T.H. ten opzichte van de regionale op-

kaal eigendom werkt en opgeroepen om hierover mee te denken. Hier is

wekdoelstelling van 1,6 TWh. Er is daarom ook gekozen voor het niet

nog weinig respons op gekomen. De mogelijkheid voor de lokale omge-

vasthouden van de tredes van de zonneladder in volgordelijkheid.

ving om mede-eigenaar te worden blijft open staan gedurende de gehele ontwikkeling van het park. Als het niet lukt om lokaal eigendom te

De ontwikkeling is gelegen op een passende locatie voor opwekking van

behalen of als de wens er niet is, worden andere vormen van financieel

zonne-energie en levert een significante bijdrage aan de doelstellingen

participatie aangeboden. Van mede-eigenaarschap is hierbij geen

op het gebied van energietransitie.

sprake, maar zo kan de omgeving alsnog profiteren van de opbrengsten van het project. Vormen van financiële participatie zijn bijvoorbeeld een

Daarnaast hanteert de gemeente in haar visie ook een aantal voorwaar-

omgevingsfonds of een obligatieregeling.

den/criteria voor inactieven. Deze worden hierna nader besproken. Voor een obligatieregeling werkt Novar samen met ZonHub (ZonnnepaFiguur 15 PV Zon – Gebiedsspecifieke voorwaarden

De omgeving moet participeren in het project.

nelen Delen). Via ZonHub kunnen geïnteresseerden investeren in zon-

Initiatiefnemers zullen in een zorgvuldig proces met de omgeving een omge-

nedelen van zonne-energieprojecten. Hierbij wordt jaarlijks rendement

vingsdialoog aangaan. Voor participatie is een participatieplan opgesteld, welke

uitgekeerd op basis van de productie van het zonne-energieproject -

als apart document aan de aanvraag zal worden toegevoegd. Participatie kan

hetzelfde principe als wanneer iemand zelf de zonnepanelen op zijn dak

worden onderverdeeld in drie vormen, namelijk informeren, meebeslissen en

heeft. Tegelijk wordt de eigen investering volledig afgelost. Het rende-

profiteren.

ment op de investering varieert tussen de 3,5% en de 5%. De instap-

Novar heeft een helder participatieplan uitgestippeld om stakeholders te

waarde van een obligatie is 25 euro. Hierdoor is mee-investeren door

betrekken in de planvorming.

mensen met een kleine portemonnee ook mogelijk. Inwoners van Boxtel hebben een voorrangspositie door middel van voorinschrijving met een

In het voortraject zijn direct omwonenden uitgenodigd voor een keuken-

korting op de obligatieprijs (en daarmee hoger rendement).

tafelgesprek. Aanvullend is er een buurtbijeenkomst geweest en zijn er

Figuur 16 PV Zon - Gebied algemene voorwaarden

Zonnepark Boxtel-Beerze

informatieavonden georganiseerd. Doel hiervan is om de omgeving zo-

Een omgevingsfonds is een fonds waar Novar jaarlijks geld in stort, ge-

veel mogelijk te betrekken en de aanwezige belangen mee te nemen in

durende de looptijd van het zonnepark. De hoogte van het bedrag is af-

het ontwerp van het zonnepark. De resultaten van dit proces zijn vastge-

hankelijk van het aantal opgewekte MWh van het zonnepark. Het geld

legd in participatieverslagen, welke worden toegevoegd aan de aan-

uit het fonds is bedoeld voor de verduurzaming van de lokale omgeving

vraag voor d omgevingsvergunning.

of inwoners van de gemeente Boxtel.

Novar staat open voor lokaal eigendom. In een vroeg stadium (2023)

Het bijgevoegde participatiedocument betreft een dynamisch proces.

heeft Novar al contact gezocht met lokale energie coöperaties om de

Het participatieplan is hierdoor geen statisch document, maar zal gedu-

mogelijkheden daartoe te bespreken. Er is nog geen lokale coöperatie

rende de ontwikkeling van het zonnepark constant aan veranderingen

26

onderhevig zijn, naar aanleiding van wensen van omwonenden. Hier-

(percelen) langs de Beerze en het hekwerk rondom de technische instal-

realiseren binnen de Regionale Energiestrategie Noordoost-Brabant

mee wordt gewaarborgd dat de belangen en wensen van omwonenden

latie biedt ruimte (15 tot 65 meter breed) voor een zogenoemd laarzen-

(RES NOB 1.0)

zo optimaal mogelijk worden gewaarborgd. Het bijgevoegde participatie-

pad. Deze kan op delen langs het hekwerk liggen en her en der ook ver-

document betreft daarmee een eerste handvat voor het mee kunnen

der weg. Dit is een strook van circa 1 meter breed, die 2 á 3 keer per

Boxtel streeft naar een zorgvuldige landschappelijke inpassing van zon-

participeren met het zonnepark.

jaar gemaaid wordt.

neparken. Dat betekent dat zonnevelden niet zomaar overal kunnen ko-

De biodiversiteit op en direct nabij de projectlocatie moet toenemen.

Kampina

volgens het provinciaal beleid. De gemeente wil zonneparken realiseren

Op basis van de landschappelijke inpassing zal naast de inpassing van

Daarnaast ligt de locatie ook binnen de zone van 1.000 meter rondom

op plekken waar ze het landschap versterken of minimaal verstoren.

het landschap ook op het gebied van biodiversiteit een versterking wor-

Kampina. Doelstelling is om de stikstofdepositie op dit Natura 2000-ge-

Daarbij wordt gekeken naar mogelijkheden om zonnevelden te combine-

den gecreëerd. In bijlage 1 is te lezen in hoeverre de voorgestelde in-

bied te doen laten afnemen. Door de realisatie van het zonnepark vindt

ren met natuurontwikkeling, zoals bloemrijke randen, biodiversiteits-

richtingsmaatregelen bijdragen aan het versterken van de biodiversiteit.

er geen intensieve landbouw meer plaats op de percelen, waardoor er

maatregelen of extensieve begrazing. Ook participatie van inwoners en

Duidelijk is dat door de realisatie van het zonnepark de biodiversiteit in

geen bodemberoering, bemesting en gebruik van pesticides meer zal

lokaal eigendom zijn belangrijke uitgangspunten.

het gebied niet zal verslechteren, maar zelfs zal verbeteren.

zijn. In paragraaf 5.12 wordt aan de hand van een stikstodepositieonder-

men: natuurgebieden zijn uitgesloten van grootschalige zonneparken

zoek (bijlage 4) aangetoond dat de realisatie van het zonnepark geen

Doorwerking plangebied

De ruimtelijke kwaliteit is geborgd met een landschappelijk inpassing-

negatieve effecten maar zelfs een afname realiseert van de stikstofde-

Zoals ook uit voorgaande paragraven onder het gemeentelijk beleid is

plan.

positie op het Natura-2000 gebied 'Kampina en Oisterwijkse Vennen'.

beschreven en gebleken betreft de uitwerking van het zonnepark Boxtel-

Zie hiervoor bijlage 1 en paragraaf 2.2.

Beerze een van de vier tenderinitiatieven die nauw aansluit op de omge4.4.5

Omgevingsvisie Boxtel

vingsvisie waarin duurzaamheid, landschappelijke kwaliteit en biodiver-

De maatschappelijke kosten voor de inpassing op het elektriciteitsnet-

De Omgevingsvisie Boxtel schetst een toekomstbeeld waarin de ge-

siteit centraal staan. Binnen een gebied van ruim 12 hectare wordt een

werk moeten zo laag mogelijk zijn.

meente zich ontwikkelt tot een duurzame, leefbare en aantrekkelijke

zonnepark gerealiseerd dat circa 4.000 huishoudens van groene stroom

De ontwikkeling is voor rekening van initiatiefnemer. Eventuele kosten

plek om te wonen, werken en recreëren. De visie legt nadruk op het ver-

kan voorzien. Daarmee levert het project een substantiële bijdrage aan

om het zonnepark aan te sluiten zijn voor rekening van initiatiefnemer.

sterken van de ruimtelijke kwaliteit, het behouden van het groene ka-

de regionale energietransitie.

rakter van Boxtel en het inspelen op maatschappelijke opgaven zoals De recreatieve/toeristische waarde moet toenemen

klimaatverandering, energietransitie en woningbouw. Boxtel wil een

Aan de hand van een zorgvuldige landschappelijke inpassing en een

De locatie is gelegen langs het wandelgebied van de Beerze. Bij de in-

energieneutrale gemeente worden en zoekt daarbij naar een balans tus-

ontwerpproces dat hier parallel aan heeft gelopen wordt er aangesloten

passing is rekening gehouden met deze dubbelfunctie. Daarnaast zal in

sen ontwikkeling en behoud van landschap en natuur.

op het kleinschalige karakter in de omgeving. Het gebruik van kleine ka-

het noordwesten van het plangebied, langs de Scheepdonkseweg een

mers met daartussen veel ruimte voor landschappelijke inpassingsmaat-

poel met wilgen worden aangelegd. De Scheepdonkseweg is een veel-

Duurzame energie en zonneparken

regelen die is gebaseerd op de bestaande verkavelingsstructuur sluit

gebruikte ontsluiting richting de Kampina en wordt gebruikt om een om-

Binnen de energietransitie zet Boxtel stevig in op de grootschalige op-

aan bij de schaal en het karakter van de omgeving. Door gebruik te ma-

metje in het buitengebied te maken. Bij de overgang van het bruggetje

wek van zonne-energie. De gemeente heeft in haar Visie Zon en Wind

ken van inheems struweel, houtwallen en bloemrijk grasland wordt niet

opent zich het landschap richting de gebruiker. Om op deze zichtlocatie

(par. 4.4.3) vastgelegd dat er circa 50 hectare aan zonnevelden gereali-

alleen het zicht op het park verzacht, maar ook de biodiversiteit ver-

in een passende afronding te kunnen voorzien is voorgesteld een ruime

seerd moet worden, verdeeld over vier zonneparken. Dit is goed voor

sterkt. De aanleg van poelen en kruidenrijk grasland draagt bij aan eco-

afstand tot de ontwikkeling te houden. Er loopt al een recreatief pad

ongeveer 60% van de totale duurzame energieopwek die Boxtel moet

logische meerwaarde, terwijl het gebied ook zijn waterbergende functie

langs de Beerze, dat in bezit is van Natuurmonumenten. De zone tussen

Zonnepark Boxtel-Beerze

27

behoudt. Zo ontstaat een multifunctioneel landschap waarin duurzame energieopwekking hand in hand gaat met natuurontwikkeling. Ook technisch is het plan doordacht. De panelen worden laag gehouden en in een oost-west opstelling geplaatst, met aandacht voor netefficiëntie en directe stroomafname door lokale bedrijven. Dit beperkt de belasting van het elektriciteitsnet en versterkt de lokale betrokkenheid. Het zonnepark is daarmee niet alleen een stap richting een energieneutraal Boxtel, maar ook een voorbeeld van hoe ruimtelijke kwaliteit, ecologie en energieopwekking elkaar kunnen versterken. 4.4.6

Conclusie

Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling passend is binnen het gemeentelijk beleid en ook op het gebied van landschap, natuur en ruimtelijke kwaliteit passend is op deze locatie. Het zonnepark is passend binnen trede 3 van de zonneladder en daarmee is de ontwikkeling in lijn met het gemeentelijk beleid.

Zonnepark Boxtel-Beerze

28

5

Milieuaspecten in de fysieke leefomgeving

5.1

Milieueffectrapportage (m.e.r.)

5.1.1

Toetsingskader

Onderdeel van de beoordeling of een aanvraag voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit volledig is, is een toets aan de regels over een milieueffectrapportage op basis van paragraaf 16.4.2 van de Omgevingswet en afdeling 11.2 van het Omgevingsbesluit.

b. voor zover relevant: de resultaten van eerder uitgevoerde controles

5.2

Bodem

of andere beoordelingen van milieueffecten die op grond van veror-

5.2.1

Toetsingskader

deningen, richtlijnen en besluiten als bedoeld in artikel 288 van het

Het omgevingsplan bevat de waarden voor de toelaatbare kwaliteit van

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie zijn verkre-

de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bo-

gen.

demgevoelige locatie (par. 5.1.4.5 Bkl). Het gaat daarbij om een gebouw of een deel van een gebouw dat de bodem raakt en waar personen

Een initiatiefnemer die voornemens is een project uit te voeren deelt dit

meer dan twee uur per dag aaneengesloten aanwezig zullen zijn. Ook

voornemen zo spoedig mogelijk mee aan het bevoegd gezag (artikel

de aangrenzende tuin of perceel maakt hier onderdeel van uit. Bij het

16.45 Omgevingswet). Deze mededeling kan plaatsvinden door middel

bepalen van de waarden voor de toelaatbare kwaliteit houdt de ge-

van een aanmeldnotitie.

meente rekening met de interventiewaar-den voor de verschillende stoffen en neemt de gemeente de grenswaarden in acht. Bij overschrijding

Of een besluit over een project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig is, wordt bepaald op basis van bijlage V bij het Omgevingsbesluit, in samenhang met de artikelen 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit. Bijlage V bij het Omgevingsbesluit heeft als ingang (eerste kolom) de omschrijving van projecten waarvoor een m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt. In kolom 4 zijn de besluiten opgenomen waarvoor de m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt. Het gaat dan om besluiten waarmee de

5.1.2

Daarnaast kan de m.e.r.-(beoordelings)plicht nog gelden voor enkele bijzondere besluiten uit andere wetten, zoals de vergunning op basis van de Kernenergiewet. Of er voor het besluit een m.e.r.-plicht of een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt, volgt uit de tweede en derde kolom. Als het project voldoet aan de voorwaarden van kolom 2, geldt een m.e.r.-plicht. Anders geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht, tenzij ook in kolom 3 nog voorwaarden staan. Of een project, die voorkomt in Bijlage V bij het Omgevingsbesluit, aanzienlijke milieueffecten heeft, wordt beoordeeld door het bevoegd gezag. Bij de beoordeling houdt het bevoegd gezag rekening met: a. de relevante criteria van bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn;

Zonnepark Boxtel-Beerze

van de toelaatbare kwaliteit kan alleen gebouwd worden als de door de

Op basis van het Omgevingsbesluit kan een zonnepark (mogelijk) wor-

gemeente voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatre-

den beschouwd als een:

gelen worden getroffen.

Stedelijk ontwikkelingsproject;

Landinrichtingsproject;

Daarnaast is in het omgevingsplan de landbodem in verband met grond-

Industriële installatie bestemd voor de productie van elektriciteit,

verzet in de bodemfunctieklassen landbouw/natuur, wonen en industrie

stoom, en warm water.

ingedeeld, rekening houdend met de functie van de locatie. Ook kunnen

toestemming voor het project wordt verleend. In dit geval is dat de omgevingsvergunning.

Onderzoek

in het omgevingsplan bodembeheergebieden zijn aangewezen. In bijlage V van het Omgevingsbesluit is onder categorie C. Energie-Industrie een zonnepark niet opgenomen als m.e.r. plichtig. Als aanvulling

5.2.2

Onderzoek

op bijlage V van het omgevingsbesluit geldt 16.36 (lid 1 en 2) van de

Een zonneweide betreft geen gebouw en valt derhalve niet onder het

Omgevingswet waarin wordt aangegeven dat als de gemeente beleid

bereik van artikel 5.89g van het Bkl. Het betreft ook geen bodemgevoe-

heeft waarin ze ontwikkelingen opnemen die mer(beoordelings)plichtig

lige locatie zoals bedoeld in artikel 5.89h Bkl. Verder betreft een zonne-

zijn.

weide ook geen bodembedreigende functie. Voor de realisatie van de

Op basis van de jurisprudentie (zie onder meer de uitspraak ABRvS 14

zonnepanelen is er slechts zeer beperkt sprake van bodem-roerende

augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2770) is vastgesteld dat de realisa-

werkzaamheden.

tie van een zonnepark geen stedelijk ontwikkelingsproject dan wel een landinrichtingsproject of een industriële installatie bestemd voor de pro-

5.2.3

ductie van elektriciteit, stoom en warm water. Op basis hiervan is er

Het aspect bodem vormt geen belemmering voor onderhavig planvoor-

geen sprake van een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit.

nemen.

5.1.3

Conclusie

Conclusie

Er is geen sprake van een m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht.

29

5.3

Cultuurhistorie

Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit activiteiten leefom-

De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erf-

5.3.1

Toetsingskader

geving (Bal) en de provinciale/gemeentelijke omgevingsplannen samen

goedwet is het verdrag van Valletta (ook wel het verdrag van Malta). De

De regelgeving over het behoud en beheer van cultureel erfgoed is

bevatten wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel

bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in

sinds 2016 ondergebracht in de Erfgoedwet. Samen met de Erfgoedwet

erfgoed en archeologie in Nederland. Het is op basis hiervan verplicht

situ, dus in de grond, te behouden. Dankzij het principe van “de ver-

maakt de Omgevingswet een integrale bescherming van ons cultureel

de vijf elementen van cultureel erfgoed mee te nemen in de belangenaf-

stoorder betaalt” uit het verdrag van Valletta worden meer archeolo-

erfgoed mogelijk. Provincies en gemeenten moeten in het omgevings-

weging.

gische resten in situ behouden. Indien ruimtelijke ontwikkelingen plaats-

plan rekening houden met het belang en behoud van cultureel erfgoed

vinden dient te worden beoordeeld of archeologische waarden in het ge-

en werelderfgoed. Dit gebeurt door inventariseren en analyseren van

5.3.2

het erfgoed dat binnen de provinciale- of gemeentegrenzen aanwezig is.

Op basis van het vigerende bestemmingsplan rust op de locatie de dub-

Voor de provincie Noord-Brabant zijn deze stukken door vertaald in de

belbestemming ‘Waarde - Leefgebied soorten van halfopen cultuurland-

5.4.2

‘Cultuurhistorische Waardenkaart herziening 2024’. Op basis daarvan

schap - 2. Ter plaatse van deze zijn de gronden tevens bestemd voor

Blijkens het vigerende bestemmingsplan rust op het project-gebied een

wordt een toereikend beschermingsregime in het omgevingsplan opge-

het behoud, het herstel en de ontwikkeling van het leefgebied van soor-

archeologische bestemming, ‘Waarde – Archeologie 3 en 4’. Voor werk-

nomen.

ten van halfopen cultuurlandschap, waaronder begrepen agrarische

zaamheden die dieper gaan dan 0,50 beneden maaiveld en een opper-

gronden met een halfopen karakter en de daarbij behorende natuur-

vlakte hebben groter dan 500 m2 dient de archeologische waarde in het

Cultureel erfgoed als onderdeel van de fysieke leefomgeving bestaat uit

kwaliteiten, extensief gebruikte perceelsranden en overhoekjes en het

gebied te worden vastgesteld.

vijf elementen: roerend of immaterieel cultureel erfgoed, cultuurland-

behoud van de openheid en de bescherming van het landschappelijke

schappen, archeologische monumenten, gebouwde monumenten en

karakter van het waardevolle beekdal.

Onderzoek

stads- en dorpsgezichten.

ding raken. Onderzoek

Om te waarborgen dat door de ontwikkeling van het zonnepark geen archeologische waarden worden aangetast is er een archeologisch bu-

In bijlage 1 is een beschrijving gegeven van het plangebied in cultuur-

reauonderzoek uitgevoerd welke is opgenomen in de bijlage. Navolgend

Middels een omgevingsplan dienen provincies en gemeenten cultureel

historisch opzicht. Voor een uitvoerige beschrijving van de cultuurhistori-

worden de belangrijkste conclusies beschreven.

erfgoed te beschermen. De primaire vraag daarbij is welke elementen

sche beschrijving wordt verwezen naar bijlage 1. De ontwikkeling van

van cultureel erfgoed (of werelderfgoed) bevinden zich binnen de pro-

een zonnepark draagt hiermee bij aan behoud en/of versterking van

Aanbevelingen

vinciale- of gemeentegrenzen of direct daarbuiten, en wat wil men (of

deze kwaliteiten.

Op basis van het uitgevoerde archeologische bureauonderzoek geldt

moet men) daarvan beschermen? Daarbij wordt rekening gehouden met

voor het oostelijke deel van het plangebied (dekzand) een middelhoge

de instructieregels in de artikelen 5.130 en 5.131 van het Besluit kwali-

5.3.3

teit leefomgeving (Bkl) en de algemene regels uit hoofdstuk 13 en 14

De ontwikkeling levert geen onevenredige aantasting van cultuurhistori-

paleolithicum tot en met het mesolithicum en voor nederzettingsresten

van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) (rijksmonumenten en we-

sche waarden op.

uit het neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen. Voor de periode

relderfgoed). Provincies en gemeenten worden daarbij ondersteund door specialisten van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Deze ministeries werken mee met de totstandkoming van de wet en de bijbehorende regels, zijn betrokken bij het opstellen van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en ontwikkelen kennis en informatie voor medeoverheden.

Zonnepark Boxtel-Beerze

Conclusie

5.4

Archeologie

5.4.1

Toetsingskader

De bescherming van archeologisch erfgoed in Nederland is vastgelegd in de Erfgoedwet, die op 1 juli 2016 in werking is getreden. Onderdelen van de Monumentenwet die van toepassing waren op de fysieke leefomgeving zijn overgegaan naar de Omgevingswet.

archeologische verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het (laat-)

late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd geld een lage verwachting. Voor het westelijke deel (beekdal) geldt een lage archeologische verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het (laat-)paleolithicum tot en met het mesolithicum en voor nederzettingsresten uit het neolithicum tot en met de nieuwe tijd. Voor offsite resten geldt een middelhoge verwachting voor de periode neolithicum tot en met de nieuwe tijd.

30

Op basis van de aangeleverde gegevens zullen de toekomstige bodemverstoringen minimaal in diepte zijn lokaal zijn. Dit met uitzondering van

2.

scheiding van milieugevoelige en milieubelastende functies waar het

betekent dat wanneer het om wonen gaat, het niet nodig is om specifiek

moet.

te kijken naar de impact op het milieu bij het bepalen van de ruimte die

de aanleg van de poelen in het westelijke deel (0,7 meter beneden

Op deze manier wordt zowel voor ruimte voor bedrijvigheid gezorgd als

voor deze activiteit nodig is. Wel is wonen een milieugevoelige functie,

maaiveld). Echter zal de bodem hier zijn verstoord als gevolg van het

voor het behoud van bescherming van de woon- en leefomgeving.

net als o.a. onderwijs en gezondheidszorg. Bij een ontwikkeling die ziet

rechttrekken van de Beerze in de jaren vijftig van de 20e eeuw. Daarbij

op een milieugevoelige functie is het dus noodzakelijk te bepalen of er

zullen kabelsleuven worden aangelegd tussen het inkoopstation en de

5.5.1

transformatorhuisjes (0,7 meter beneden maaiveld). Het is niet bekend

Het is van belang dat activiteiten met gebruiksruimte en milieugevoelige

waar de omvormers komen te staan.

functies in evenwicht tot elkaar locaties krijgen toegedeeld in de fysieke

Handreiking ‘Activiteiten en milieuzonering’

leefomgeving. Dit kan in hoofdzaak op twee manieren:

De handreiking ‘Activiteiten en milieuzonering’ van de VNG biedt onder

Op basis van deze gegevens wordt een vervolgonderzoek nodig geacht

1. Menging van milieugevoelige en milieubelastende functies waar het

de Omgevingswet een nieuwe systematiek van milieuzonering en ver-

daar waar diepere graafwerkzaamheden plaatsvinden:

kan én gewenst is.

vangt daarmee de publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ onder de ou-

Aanleg poelen (0,7 meter -mv) – hele zone ten westen van de ‘Dub-

2. Scheiding van milieugevoelige en milieubelastende functies waar

de wetgeving. De nieuwe systematiek omvat geen koppeling meer van

belbestemming - Leiding – Gas’;

het moet.

activiteiten aan milieucategorieën per Standaard Bedrijfsindeling code

Toetsingskader

Aanleg kabelsleuven (0,7 meter beneden maaiveld) – locaties nader te bepalen

sprake is van een aanvaardbare woon- en leefomgeving.

(SBI-code) en de daarbij behorende richtafstanden. In plaats daarvan Op deze manier wordt zowel voor ruimte voor bedrijvigheid gezorgd als

wordt getoetst aan concrete, juridisch bindende milieuwaarden voor ge-

voor het behoud van bescherming van de woon- en leefomgeving.

luid en geur. De systematiek drijft op inwaartse zonering op basis van

Voor het overige deel van het plangebied wordt géén archeologisch ver-

geluid en geur. Bij de meeste activiteiten is geluid het maatgevende as-

volgonderzoek noodzakelijk geacht. De resultaten van dit onderzoek

Daarbij moet worden voldoen aan de instructieregels uit het Besluit

pect, slechts een enkele activiteit is geurrelevant. De specifieke re-gels

dienen te worden getoetst door de bevoegde overheid (gemeente Box-

Kwaliteit leefomgeving (Bkl) ten aanzien van geluid, geur en trilling door

voor geluid en geur in de handreiking ‘Activiteiten en milieuzone-ring’

tel), die op basis van het uitgebrachte advies een besluit zal nemen.

activiteiten. Met als gevolg dat milieunormering in het omgevingsplan

gelden aanvullend op de standaard gebiedsgerichte regels in het omge-

plaatsvindt om tot een evenwichtige toedeling van milieugevoelige en

vingsplan van gemeenten.

5.4.3

Conclusie

milieubelastende functies te komen. Deze milieunormen voor activiteiten

De resultaten van dit onderzoek dienen te worden getoetst door de be-

met gebruiksruimte (gebiedsgerichte regels) beogen de gebruiksruimte

5.5.2

voegde overheid (gemeente Boxtel), die op basis van het uitgebrachte

van een activiteit specifiek te begrenzen, zodat die activiteit op een spe-

In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties

advies een besluit zal nemen.

cifieke locatie kan worden verricht zonder onaanvaardbare gevolgen

dient onderzocht te worden of er sprake is van een aanvaardbaar woon-

voor een milieugevoelige functie in dat gebied. De term ‘activiteiten met

en leefklimaat bij het projectgebied.

5.5

Activiteiten en milieuzonering

Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 4.2 Omgevingswet) is het van belang dat activiteiten met gebruiksruimte en milieugevoelige activiteiten worden toebedeeld in de fysieke

gebruiksruimte’ kan dus ook worden gebruikt voor activiteiten die het milieu belasten, maar niet specifiek zijn aangewezen in het Besluit activi-

Het beoogde zonnepark betreft geen milieugevoelige functie. Omlig-

teiten leefomgeving (Bal). De term is dus ruimer dan de veelgebruikte

gende milieubelastende bedrijven vormen daarmee geen belemmering

term ‘milieubelastende activiteiten’.

voor het oprichten van een zonnepark waardoor een toets aan de omlig-

leefomgeving. Dit kan in hoofdzaak op twee manieren: 1.

menging van milieugevoelige en milieubelastende functies waar het kan en gewenst is;

Zonnepark Boxtel-Beerze

Onderzoek

gende milieubelastende bestemmingen achterwegen worden gelaten. Het uitgangspunt is dat alle activiteiten met gebruiksruimte in meer of

Ook dient te worden onderzocht, of het woon- en leefklimaat ter plaatse

mindere mate milieu gerelateerde gebruiksruimte nodig hebben en dus

van omliggende woningen (milieugevoelige functies) niet onevenredig

belastend kunnen zijn. Alleen het wonen is hiervan uitgezonderd. Dat

wordt aangetast als gevolg van het zonnepark. Daarom dient te worden

31

getoetst of in de omgeving van het projectgebied functies voorkomen

5.6

Elektromagnetische straling

die een belemmering kunnen vormen voor de nieuwe ontwikkeling. Ten

5.6.1

Toetsingskader

aanzien van de zonnepanelen zelf kan redelijkerwijs worden gesteld, dat

Elektromagnetische velden

geen milieuhinder (geluid, geur of stof) te verwachten is. Voor de bijbe-

Magnetische velden ontstaan bij het transport en het gebruik van elektri-

horende transformators kan enige geluidproductie overdag worden ver-

citeit/stroom. Voorbeelden van voorzieningen die zorgen voor elektro-

wacht. De omvormers en transformatoren kunnen vergeleken worden

magnetische velden zijn antennes, hoogspanningslijnen, mobiele tele-

met elektriciteitsdistributiebedrijven, wat betreft categorie uit de handrei-

foons en elektrische apparaten. De kracht van het elektromagnetische veld kan per voorziening verschillen. In het kader van de planologie zijn

king Activiteiten en milieuzonering (2024). De transformators hebben CA. 68M

een vermogen van < 10MVA. Voor deze activiteit (SBI 40, Nr. C1) bete-

met name antennes en hoogspanningslijnen van belang, aangezien dit

kent dat voor het aspect geluid zone 1 en voor het aspect geur FM

vaste objecten zijn.

(functiemenging). Gelet op de ligging in het buitengebied wordt de zone

In het kader van gezondheid en milieu is het bij nieuwe ontwikkelingen,

‘geluid beperkt’ bij een rustig woongebied daarbij gehanteerd, waarvoor

waar sprake is van gevoelige gebouwen zoals woningen, scholen en kinderopvang, van belang dat er rekening wordt gehouden met mag-

een richtafstand van 50 meter geldt. Figuur 17 Afstand projectgebied tot woning aan de Staarten 20

neetvelden. Dergelijke projecten moeten buiten een magneetveldzone

Het gebied heeft overwegend een agrarisch karakter, met weinig bebou-

Daarnaast zal in de omgevingsvergunning vast worden gelegd dat het

liggen. De sterkte van elektromagnetische velden is het grootst dichtbij

wing. Rondom het projectgebied zijn wel verschillende woningen gesitu-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=dd9fc659-109b-4003-afde-e1ae0fc7e87f