Nieuw-Bijlage 1. BOPA motivering (onderbouwing) zonnepark De Beerze d.d. 28 juli 2025
Tekst van het document
langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LArLT) bij de milieugevoelige
de bron en neemt af als de afstand tot de bron groter wordt.
eerd, zo ook op het bedrijventerrein Ladonk gelegen aan de Staarten
functies (woningen) die niet op bedrijventerrein Ladonk liggen, niet meer
20. Deze (dichtstbijzijnde) woning ligt op circa 68m afstand van het pro-
mag bedragen dan:
Voorzorgsbeleid magneetvelden
jectgebied (zie ook onderstaand figuur). Logischerwijs is gezien deze
45 dB(A) tussen 7. 00 en 19. 00 uur (dagperiode).
Door de minister voor Klimaat en Energie is (samen met de toenmalig
geruime afstand eventuele verslechtering van het woon- en leefklimaat
40 dB(A) tussen 19. 00 en 23. 00 uur (avondperiode).
minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en in afstem-
voor de omliggende (bedrijfs)woningen op voorhand uitgesloten.
30 dB(A) tussen 23. 00 en 7. 00 uur (nachtperiode).
ming met de staatssecretaris voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport) op 21 april 2023 een herijkt voorzorgsbeleid aan gemeenten, provincies
Deze waarden sluiten aan bij de waarden voor geluid door activiteiten in agrarisch gebieden zoals die zijn gesteld in artikel 5.65, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Voor de (bedrijfs-)woningen op bedrijventerrein Ladonk bieden de waarden voor geluid zoals in de regels bij het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Boxtel voldoende bescherming. 5.5.3
Conclusie
Vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering bestaan er geen belemmeringen voor de voorgenomen oprichting van een zonnepark in het plangebied.
Zonnepark Boxtel-Beerze
32
en netbeheerders gezonden inzake de gezondheidsrisico’s van mag-
relatief ruime afstand van woningen tot het plangebied zal er voor de
5.7.1.3
neetvelden2.
omliggende woningen geen verslechtering plaatsvinden van het woon-
Dit aspect vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.
Conclusie
en leefklimaat. De kern van het herijkte voorzorgbeleid voor magneetvelden is dat met
Milieuzonering van zonnepark
5.7.2.1
Toetsingskader
de netbeheerders is afgesproken dat deze bronmaatregelen gaan tref-
5.6.3
fen om de sterkte en grootte van magneetvelden zo veel mogelijk te be-
Vanuit het milieuaspect elektromagnetische straling is er sprake van een
In het kader van ruimtelijke ontwikkelingen is het van belang te beschou-
perken. Het beleidsadvies is erop gericht om zoveel als redelijkerwijs
evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
wen in hoeverre een gewenste ontwikkeling inpasbaar is in de omgeving
mogelijk te voorkomen dat mensen langdurig worden blootgesteld aan
Conclusie
5.7.2
voor wat betreft het aspect geluid. Wanneer een milieubelastende func-
5.7
Geluid
5.7.1
(Spoor)wegverkeer
0,4 microtesla geldt als gemiddelde voor een heel jaar. Tijdens dat jaar
5.7.1.1
Toetsingskader
kan de veldsterkte regelmatig boven en onder de waarde van 0,4 micro-
Geluid door (spoor)wegen
tesla komen. Het is een waarde uit voorzorg, die alleen van toepassing
Het Bkl bevat geluidsregels voor onder meer (spoor)wegen. De regels
vante toetsingskader gevormd door de Handreiking ‘Activiteiten en mili-
is bij bovengrondse hoogspanningslijnen. Daarnaast wordt in het advies
voor geluid hebben een tweezijdige werking om de bescherming tegen
euzonering 2024’ van de VNG.
geadviseerd om bij een ligging nabij een bovengrondse hoogspannings-
geluidsbelasting vorm te geven. Enerzijds bij de aanleg of aanpassing
lijnen een magneetveldzone te berekenen. Op basis van deze bereke-
van (spoor)wegen en anderzijds bij het mogelijk maken van nieuwe ge-
ning kan worden bekeken hoeveel gevoelige bestemmingen in de mag-
luidsgevoelige gebouwen en locaties nabij een geluidsbron.
magneetvelden die afkomstig zijn van elektriciteitsinfrastructuur en die gemiddeld over een jaar sterker zijn dan 0,4 microtesla3. De waarde van
neetveldzone liggen. Geluidsgevoelige gebouwen 5.6.2
De geluidsgevoelige gebouwen worden aangewezen in artikel 3.20 van
Onderzoek
Uit onderzoek van het RIVM over gezondheid en elektromagnetische
het Bkl. Het betreft gebouwen, waaronder een gebouw of een gedeelte
velden als gevolg van de aanwezigheid van transformatorstations 4 is ge-
van een gebouw dat bijvoorbeeld een woon-, onderwijs- of zorgfunctie
concludeerd dat de sterkte van de velden afneemt wanneer de afstand
heeft. 5.7.1.2
station. Dit wordt door de Rijksoverheid als grenswaarde aangenomen
In de nabijheid van het plangebied zijn geen spoorwegen gelegen.
bij situaties van langdurige blootstelling. Aangezien er geen woningen
Rondom het plangebied zijn geen wegen gelegen, enkel fietspaden en
zijn gelegen op een afstand van minder dan 7 meter, maar de afstand
landweggetjes. Daarbij betreft een zonneweide geen geluidgevoelig ge-
tot bestaande woningen in de omgeving vele malen groter is, is nader
bouw of terrein. Het uitvoeren van een akoestisch onderzoek is dan ook
onderzoek op elektromagnetische straling niet noodzakelijk. Gelet op de
niet noodzakelijk.
4
gende geluidsgevoelige objecten. Bij individuele milieubelastende functies, niet zijnde geluidsgezoneerde industrieterreinen, wordt het rele-
5.7.2.2
Onderzoek
Een zonnepark is een milieubelastende functie die zorgt voor de productie van geluid. Dit heeft te maken met de aanwezige transformatoren. Daarom zal moeten worden verkend in hoeverre sprake is van een acceptabele geluidssituatie ten opzichte van omliggende geluidsgevoelige objecten ten aanzien van geluid afkomstig van de zonneweide met bijbehorende installatie. Aangezien wordt voldaan aan de richtafstanden is het niet noodzakelijk een akoestisch onderzoek industrielawaai uit te
delde) wordt bereikt op een afstand van 7 meter van het transformator-
3
sprake is van een acceptabele geluidssituatie ter plaatse van omlig-
(o.a. voor geluid) ten opzichte van omliggende milieugevoelige functies,
tot de bron groter wordt. Uit het onderzoek blijkt dat 0,4 μT (jaargemid-
2
tie mogelijk wordt gemaakt, dient te worden beschouwd in hoeverre
Onderzoek
voeren. Voor een verdere toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf 5.5 (activiteiten en milieuzonering). 5.7.2.3
Conclusie
Er is geen sprake van belemmeringen met betrekking tot het aspect geluid.
https://www.kennisplatform.nl/verschil-tussen-limiet-100-microtesla-grens-0-4-microtesla/ https://www.infomil.nl/publish/pages/86406/beleidsadvies_vrom_2005_1.pdf RIVM-rapport 609300011/2009. Verkenning van extreem-laagfrequente (ELF) magnetische velden bij verschillende bronnen
Zonnepark Boxtel-Beerze
33
5.8
Geur
woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan;
Een gezonde leefomgeving ervaren bewoners namelijk als prettig, no-
5.8.1
Toetsingskader
onderwijsfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan;
digt uit tot gezond gedrag en biedt bescherming tegen negatieve omge-
gezondheidszorgfunctie met bedgebied en nevengebruiksfuncties
vingsinvloeden.
Geurhinder is onderdeel van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit is opgenomen in paragraaf 5.1.4.6 Bkl ‘Geur’, onderdeel van paragraaf 5.1.4 ‘Beschermen van de gezondheid en van het milieu’.
daarvan;
Geurhinder kan door verschillende bedrijfs- of hobbyactiviteiten veroor-
bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied en nevenge-
Binnen de Omgevingswet hebben decentrale overheden de mogelijk-
bruiksfuncties daarvan.
heid om hun eigen gezondheidsambities en regels vast te leggen en uit
zaakt worden. Hierbij valt te denken aan veehouderijen en andere agrarische activiteiten maar ook bijvoorbeeld rioolwaterzuiveringsinstallaties.
te werken via instrumenten zoals de omgevingsvisie, omgevingsverorEchter kan de gemeente in het omgevingsplan ook andere gebouwen,
dening en programma's. De beleidsambities met betrekking tot gezond-
zoals logiesgebouwen of gevangenissen, of gedeeltes daarvan als geur-
heid kunnen sterk variëren per gemeente. Tevens hebben veel gemeen-
Voor een evenwichtige toedeling van geurhinder dient het aspect geur
gevoelig aanwijzen, mits er hoofdzakelijk sprake is van verblijf van men-
ten ervoor gekozen om beleidsneutraal over te gaan naar de Omge-
onderzocht te worden:
sen (art. 5.91 lid 4 Bkl). Daarnaast wordt op grond van artikel 5.91 lid 3
vingswet. Dit houdt in dat voornamelijk in de beginfase na de inwerking-
indien geurveroorzakende activiteiten in de buurt van bestaande
Bkl een nog niet bestaand gebouw, dat mag worden gebouwd op grond
treding van de Omgevingswet, gemeenten nog geen tot weinig beleid
geurgevoelige gebouwen en/of locaties worden toegelaten;
van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buiten-
zullen hebben met betrekking tot gezondheid. In een later stadium zal
indien geurgevoelige gebouwen en/of locaties in de buurt van be-
planse omgevingsplanactiviteit, ook al als geurgevoelig gebouw be-
het beleid sterk per gemeente verschillen.
staande geurveroorzakende activiteiten worden toegelaten.
schouwd.
5.9.2
Onderzoek
Geurveroorzakende activiteiten
5.8.2
Het Bkl geeft enkel voor drie bedrijfsmatige activiteiten aan welke geur-
Op grond van art. 5.91 lid 1 Bkl wordt voor onderhavig project geen geur
lende thema’s aan bod komen. Eén van de vier hoofdthema’s is het
belasting of afstand acceptabel wordt geacht:
veroorzakende activiteit noch een geurgevoelig gebouw gerealiseerd. Er
‘aangenaam leven’ in Sint-Michielsgestel. Dit hoofdthema heeft betrek-
1. zuiveringtechnische werken (subparagraaf 5.1.4.6.2);
is immers geen sprake een van de bovengenoemde functies noch ge-
king op wonen en alles wat samenhangt met en aangename woonom-
2. houden van landbouwhuisdieren in een dierenverblijf (subparagraaf
bouwen. Nader onderzoek naar het aspect geur is niet noodzakelijk.
geving. Hieronder vallen onderwerpen zoals het landschap, natuur,
Onderzoek
De gemeente Boxtel heeft een ontwerp Omgevingsvisie waarin verschil-
voorzieningen, gezondheid en veiligheid. De thema’s zijn verder uitge-
5.1.4.6.3); 3. enkele andere agrarische activiteiten (subparagraaf 5.1.4.6.4).
5.8.3
Conclusie
Het aspect geur vormt geen belemmering voor onderhavig project. Voor bedrijfsmatige activiteiten zoals onder meer industrie worden geen waarden en afstanden toegekend, enkel de algemene bepalingen van subparagraaf 5.1.4.6.1 zijn hierbij van toepassing. Ook in deze gevallen dient er rekening te worden gehouden met de geur afkomstig van deze activiteiten op geurgevoelige gebouwen.
5.9
Gezondheid
5.9.1
Toetsingskader
In artikel 1.3 van de Omgevingswet worden de maatschappelijke doelen van de wet uiteengezet, waaronder het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving. Er bestaat landelijk de wens om ge-
Geurgevoelige gebouwen en locaties Op grond van art. 5.91 lid 1 Bkl is er sprake van een geurgevoelig gebouw als een gebouw of een gedeelte van een gebouw een van de volgende functies onderbrengt:
Zonnepark Boxtel-Beerze
zondheid meer integraal en volwaardig te betrekken in het nationale en lokale beleid over de fysieke leefomgeving. De inrichting van de fysieke leefomgeving kan direct bijdragen aan de gezondheid van inwoners.
werkt in dromen en ambities en komen daarna samen in verschillende scenario’s. Het hoofdthema ‘aangenaam leven’ omvat verschillende dromen en ambities die zijn toegespitst op een veilige, gezonde maar vooral leefbare omgeving. Voorliggend plan voorziet in de realisatie van een zonneweide, waarmee een duurzame energievoorziening wordt gerealiseerd. De realisatie van duurzame energievoorzieningen draagt bij aan een reductie van vervuiling en daarmee gepaard gaande schadelijke gezondheidseffecten, die door niet-duurzame energievoorzieningen (kunnen) worden veroorzaakt. Een zonnepark heeft zelf ook geen gezondheid beperkende werking. De transitie naar duurzame energievoorzieningen draagt dus
34
ook bij aan het creëren van een gezonde leefomgeving. Ook het omzet-
uitzondering van rijksregels voor kunstlicht in de tuinbouw bij kassen,
alleen PM10 zijn aangewezen in artikel 5.51, lid 3 van het Bkl. In een
ten van landbouwgrond naar een zonnepark met bijbehorende groen-
opgenomen in artikel 4.790 van het Bal.
aandachtsgebied moet de overheid de omgevingswaarden in acht ne-
voorzieningen past in dit beeld en betekent onder meer een reductie van
men (artikel 5.51 Bkl).
geurhinder. De realisatie van voldoende groen en waterberging in en
5.10.2
rondom de zonneweide past eveneens bij het bereiken van een gezon-
In het projectgebied zelf zijn geen functies en voorzieningen aanwezig,
Niet in betekende mate
dere fysieke leefomgeving.
die lichthinder veroorzaken. Onderhavig initiatief maakt geen nieuwe
De beoordeling van de luchtkwaliteit in een aandachtsgebied vindt niet
functies mogelijk die gevoelig zijn voor lichthinder. Ook worden er geen
altijd plaats. Voor een activiteit die niet in betekende mate (NIBM) bij-
functies mogelijk gemaakt, die tot lichthinder voor de omgeving leiden.
draagt aan de luchtverontreiniging, is geen toetsing aan de rijksomge-
5.9.3
Conclusie
Onderzoek
Het initiatief levert een bijdrage aan het bereiken van een gezonde fysieke leefomgeving.
5.10
Lichthinder en reflectie
5.10.1
Toetsingskader
Er zijn diverse locaties met kunstmatige verlichting, waaronder (autosnel)wegen, woonkernen, industrie- en bedrijventerreinen, glastuinbouwbedrijven en sportterreinen. Deze verlichting kan verschillende ne-
vingswaarden voor NO2 en PM10 nodig. Uit artikel 5.53 en 5.54 van het Wanneer een zonnepark in de buurt van een weg of woningen ligt, is het
Bkl volgt dat een project niet in betekende mate bijdraagt aan de lucht-
mogelijk dat deze voor enige vorm van lichthinder wegens reflectie
kwaliteit als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is
zorgt. Voor onderhavig planvoornemen geldt dat het volledige plange-
dan 1,2 ug/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemid-
bied omsloten door een (dubbele) bomenlaan. De enkele woningen ge-
delde concentraties.
situeerd aan de oost- en westzijde liggen op circa 175(+)m afstand. Redelijkerwijs kan eventuele hinder vanwege reflectie daarom op voorhand
Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project
worden uitgesloten.
binnen de NIBM-grens blijft: Motiveren dat het project binnen de getals-
gatieve effecten veroorzaken. Zo kunnen mensen hinder ondervinden
matige grenzen van een aangewezen categorie blijft. Onder deze ‘stan-
wanneer ze zich niet kunnen onttrekken aan het aanwezige kunstlicht,
5.10.3
terwijl ze daar wel behoefte aan hebben, bijvoorbeeld om te kunnen rus-
Het aspect lichthinder en reflectie vormt geen belemmering voor onder-
ten of slapen. Licht van objecten langs (rijks)wegen, zoals een reclame-
wassen. Dit moet wel onder een bepaalde omvang blijven conform arti-
havig initiatief.
kel 5.54 van het Bkl. Valt een project binnen de genoemde categorie,
Conclusie
zuil, kan ook hinder veroorzaken en daarmee onveilige situaties creëren. Verder kan kunstmatige verlichting in de nacht het gedrag van dieren
5.11
Luchtkwaliteit
beïnvloeden, met mogelijke gevolgen zoals desoriëntatie, afstoting of
5.11.1
Toetsingskader
aantrekking, wat kan leiden tot uitputting en sterfte. Kunstmatige verlich-
De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen ter be-
ting kan ook fungeren als barrière voor dierlijke verplaatsingen. Deze
scherming van de gezondheid staan beschreven in de instructieregels
negatieve effecten hebben niet alleen individuele gevolgen maar kunnen
opgenomen in het Bkl (paragraaf 5.1.4.1). Volgens deze regels gelden
ook de instandhoudingsdoelstellingen van bepaalde soorten aantasten.
zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht
Daarnaast kan kunstmatige verlichting leiden tot horizonvervuiling of het
voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10).
verminderen van de donkerte op grotere afstanden, zoals het zichtbaar zijn van verlichte objecten in een open landschap tot wel 5 à 10 kilome-
Aandachtsgebieden
ter.
De toetsing en monitoring van de luchtkwaliteit vindt plaats in de aandachtsgebieden. Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concen-
Lichthinder is een thema dat decentrale overheden moeten afwegen.
traties NO2 en/of PM10. Aandachtsgebieden voor zowel NO2 als PM10
Het Bkl bevat daarom geen Rijksinstructieregels voor lichthinder, met
staan vermeld in artikel 5.51, lid 2 van het Bkl. Aandachtsgebieden voor
Zonnepark Boxtel-Beerze
daardgevallen NIBM’ vallen kantoren, woonwijken en het telen van ge-
maar niet binnen de gestelde grenzen? Het is dan mogelijk om alsnog via detailberekeningen aannemelijk te maken dat de 3%-grens niet wordt overschreden. Op een andere manier aannemelijk maken dat een project de 3%-grens niet overschrijdt. Soms kan een kwalitatieve berekening voldoende zijn. Veel mensen bepalen met de NIBM-tool op een eenvoudige en snelle manier of een project in betekende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Soms zijn detailberekeningen nodig als aanvulling op de NIBMtool. Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit Sinds 1 januari 2023 wordt de luchtkwaliteit berekend en gemonitord via het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK).
35
5.11.2
Onderzoek
Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid
bosareaal of bescherming landschappelijke waarden in het geding komt,
In onderhavig geval is er sprake van het oprichten van een zonneweide.
Conform artikel 7.8 lid 2 Bkl van de Omgevingswet dragen Gedepu-
geldt een verplichting om nadelige gevolgen te voorkomen, te beperken
Een zonneweide kent een zeer lage verkeersaantrekkende werking. Er
teerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instand-
of ongedaan te maken, of achterwege te laten.
zal uitsluitend sprake zijn van sporadisch verkeer ten behoeve van on-
houding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd
derhoud, controle en beheer. Op voorhand kan redelijkerwijs worden ge-
‘Natuur-netwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebie-
Soortenbescherming
steld dat het initiatief niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwali-
den aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland
Conform de Omgevingswet is een flora- en fauna-activiteit een ‘activiteit
teit. Omdat er geen sprake is van een gevoelige functie, is een onder-
(NNN) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen
met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of
zoek naar de achtergrondwaarden in het kader van het woon- en leefkli-
natuurgebieden. De planologische begrenzing en beschermingsregimes
planten’. Dit heeft betrekking op vrijwel alle ruimtelijke activiteiten, en
maat niet aan de orde. Het projectgebied ligt bovendien niet binnen een
van het Natuurnet-werk loopt via het traject van de provinciale ruimte-
hiervoor geldt de specifieke zorgplicht (art. 11.27 Bal). Er geldt een ver-
aandachtsgebied luchtkwaliteit.
lijke structuurvisies en verordeningen. Binnen de provincie Noord-Bra-
gunningsplicht wanneer schadelijke handelingen worden uitgevoerd zo-
bant bestaat het NNN uit het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en Ecolo-
als beschreven in paragrafen 11.2.2 t/m 11.2.5 Bal. In tabel 5.3 staan de
gische Verbindingszones (EVZ). Het netwerk wordt gevormd door kern-
belangrijkste schadelijke handelingen uitgewerkt.
5.11.3
Conclusie
Vanuit het milieuaspect luchtkwaliteit is er sprake van een evenwichtige
gebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszo-
toedeling van functies aan locaties.
nes met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omrin-
De Ow heeft, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking op alle in
5.12
Natuur en landschap
gende agrarisch gebied te verbinden. Activiteiten in deze gebieden zijn
Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen
5.12.1
Toetsingskader
alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezen-
en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere
Wettelijke gebiedsbescherming
lijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan
en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal
De Omgevingswet heeft voor wat betreft gebiedsbescherming betrek-
met mitigerende maatregelen.
vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën:
king op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelricht-
Vogels (artikel 11.37 Bal);
lijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als
Houtopstanden
Europees beschermde soorten (artikel 11.46 Bal);
Natura 2000-gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van pro-
De bescherming van houtopstanden, conform Omgevingswet, heeft be-
Nationaal beschermde soorten (artikel 11.54 Bal).
jecten en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, die-
trekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of
nen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden middels een
struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting
Beschermde soorten vanuit nationaal oogpunt betreffen soorten uit ‘bij-
voortoets. Projecten en activiteiten die een significant negatief effect
die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom
lage A en B’ van de Ow (Bijlage IX onder A en B Bal). Beschermde
hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn ver-
(bebouwingscontour houtkap). Wanneer houtopstanden worden geveld,
soorten vanuit Europees oogpunt betreffen soorten uit Bijlage IV van de
gunningplichtig (Natura 2000-activiteit). Indien nadelige effecten te ver-
niet vallende onder artikel 11.111, lid 2 Bal, geldt een meldingsplicht bij
Habitatrichtlijn, de soorten uit Bijlage 1 en 2 Verdrag van Bern, en Bij-
wachten zijn, welke niet significant zijn, geldt de specifieke zorgplicht. In
Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 11.126 Bal).
lage 1 Verdrag van Bonn, en alle in Europa inheemse vogels (Vogel-
dat geval moeten nadelige gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, be-
Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht ar-
richtlijn). De drie beschermingsregimes kennen elk hun eigen vergun-
perkt, of ongedaan gemaakt worden.
tikel 11.129 Bal om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de
ningplichtige activiteiten. De regels voor vogels en overige Europese
houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten.
soorten zijn letterlijk overgenomen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en
Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstan-
de Habitatrichtlijn. Voor de andere, ‘nationaal’ beschermde soorten gel-
den die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud.
den regels die geïnspireerd zijn op de Habitatrichtlijn, maar in sommige
Onder de Omgevingswet geldt een specifieke zorgplicht voor houtop-
opzichten minder streng zijn. In tabel 5.3 zijn de vergunningplichtige ac-
standen (artikel 11.116 Bal). Indien natuurbescherming, instandhouding
tiviteiten per regime weergegeven.
Zonnepark Boxtel-Beerze
36
De Ow regelt dat de provincie bevoegd gezag is en de lijst met te be-
5.12.2
Onderzoek
schermen soorten kan afstemmen op de situatie in de provincie. De
Voor onderhavige ontwikkeling is een quickscan flora en fauna uitge-
soortbescherming kan hierdoor per provincie verschillen. In het alge-
voerd. Deze is als bijlage opgenomen bij onderhavige ruimtelijke motive-
bij dit plan niet aan de orde. Soortenbescherming
meen gelden voor alle drie de categorieën de activiteiten met schade-
ring. Hieronder worden de belangrijkste conclusies beschreven. Voor de
Hierna wordt kort samengevat het potentiële effect op de verschillende
lijke gevolgen. Een ontheffing hierop wordt voor de Nationaal be-
volledige rapportage met bevindingen wordt verwezen naar de bijlagen.
soortgroepen beschouwd.
vogels en Europees beschermde soorten geldt een zware toetsing. Het
Gebiedsbescherming
Vogels
verschil binnen provincies zit vooral in het aantal nationaal beschermde
Het projectgebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat
Op het terrein is enkel een stal aanwezig. Bij de interne controle hiervan
soorten met een vrijstelling bij onder meer ruimtelijke ontwikkelingen.
aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura
zijn geen nest(rest)en of sporen (zoals braakballen of krijtstrepen) van
2000-gebieden is 'Kampina en Oisterwijkse Vennen' op circa 370 meter
een soort met jaarrond beschermd nest aangetroffen. Hierdoor kunnen
Onder de Omgevingswet is een specifieke zorgplicht opgenomen voor
ten westen van de planlocatie. Indien er sprake zou zijn van een effect,
broed-locaties van soorten als kerkuil, steenuil en huismus worden uit-
alle ‘flora- en fauna-activiteiten’ (11.27 Bal). Hierin wordt gesteld dat na-
betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename
gesloten. In de opgaande beplanting binnen en rond het plangebied zijn
delige gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen, beperkt of onge-
van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het
tevens geen jaarrond beschermde nesten van vogels als buizerd, sper-
daan gemaakt. Dit geldt voor alle beschermde soorten, alsmede soorten
plangebied zijn externe effecten als gevolg van aspecten als licht, geluid
wer en ransuil aangetroffen, al is een nest door het aanwezige blader-
van de rode lijsten, en voor die soorten belangrijke leefgebieden of na-
en trillingen uitgesloten. Aangezien de voorgenomen ontwikkeling de re-
dek niet volledig uitgesloten. Wel kunnen in het opgaand groen rond het
tuurlijke habitats. Voor deze soorten wordt vastgesteld of nadelige ge-
alisatie van een zonneweide en bijbehorende installaties betreft, kan
plangebied mogelijk “algemene” soorten als merel, roodborst, heggen-
volgen kunnen worden uitgesloten. Is dit niet mogelijk, dan dienen pre-
een significante toename aan stikstofdepositie tijdens de aanlegfase en
mus, zwartkop, winterkoning, grasmus, tjiftjaf en houtduif tot broeden ko-
ventieve maatregelen te worden getroffen om nadelige gevolgen te
gebruiksfase op de omliggende Natura 2000-gebieden vanwege het
men. Binnen het plangebied kan incidenteel een soort als graspieper of
voorkomen.
planvoornemen niet op voorhand worden uitgesloten. Derhalve is er een
kievit tot broeden komen. Het plangebied heeft weinig tot geen waarde
stikstofdepositieberekening uitgevoerd, welke is opgenomen in als bij-
als (essentieel) leefgebied voor vogels gezien het kale karakter. In de
lage 4 van onderhavige ruimtelijke motivering.
toekomstige situatie kan de kruidenrijke vegetatie zorgen voor een
toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Omgevingswet
schermde soorten (art. 11.54 Bal) met een lichte toets verleend. Voor de
Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor, dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft
hoogwaardiger leefgebied.
op de beschermde soorten. Treden er effecten op, dan dient er gekeken
De elektrische werktuigen zullen op een emissievrije manier worden op-
te worden of er (provinciale) vrijstelling verleend kan worden (al dan niet
geladen. Hiervoor zal een vergunningvoorschrift worden opgenomen.
In de verdere omgeving van het plangebied zijn echter wel enkele
door te werken volgens een goedgekeurde gedragscode), of dat er een
Op basis hiervan blijkt uit de uitgevoerde berekeningen dat bij zowel de
broed-gevallen of nestlocaties bekend van de steenuil en de kerkuil. Mo-
alternatieve oplossing mogelijk is waardoor er geen negatief effect kan
aanlegfase als de gebruiksfase geen rekenresultaten hoger zijn dan
gelijk valt het plangebied gedeeltelijk binnen het territorium van deze in-
plaatsvinden. Indien dit niet mogelijk is, zal een ontheffing / omgevings-
0,00 mol/ha/jaar. Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op
dividuen. In de huidige situatie is er enkel opgaand groen, en daarmee
vergunning voor een flora- en fauna-activiteit met schadelijke handelin-
Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden.
zichtposities, voor deze soorten aan de rand van het plangebied. Bij de
gen aangevraagd moeten worden op basis van een geldig wettelijk be-
Overige externe effecten kunnen vanwege de grote afstand tot Natura
toekomstige inpassing worden meerdere groen inprikkers binnen het
lang, waarbij de gunstige staat van instandhouding van beschermde
2000-gebieden eveneens worden uitgesloten.
zonnepark voorzien. Hierbinnen worden tevens bomen aangeplant,
soorten niet in het geding komt. De ontheffing / vergunning kan dan onder voorwaarden worden verleend.
Zonnepark Boxtel-Beerze
waardoor de zichtposities en daarmee foerageermogelijkheden worden Houtopstanden
vergroot. Daarnaast wordt het agrarische karakter van het plangebied
Aangezien het plangebied zich binnen de bebouwingscontour houtkap
veranderd doormiddel van het plaatsen van groenelementen en het in-
bevindt en er geen (onderdelen van) houtopstanden aanwezig zijn is
zaaien van kruidenrijk grasland, waardoor de hoeveelheid prooidieren
37
(muizen, pieren) zal toenemen. Tegen de westgrens van het zonnepark
Grondgebonden zoogdieren
Specifieke zorgplicht
is een natte zone met wadi’s en poelen voorzien. Door deze inpassing
Met de ontwikkeling binnen het plangebied gaan geen verblijfplaatsen
Het plangebied bestaat uit enkele akkers. De kans op aanwezigheid van
zal het aantal woelmuizen in de omgeving toenemen. Woelmuizen zijn
van niet-vrijgestelde soorten verloren. Ook gaat er geen (essentieel)
en de daarbij behorende negatieve effecten op soorten van de rode lijst
teven een belangrijke voedselbron voor zowel steenuil als kerkuil. Er zijn
leefgebied van een grondgebonden zoogdiersoort verloren. Inbreuk op
is daarmee zeer laag. Een overtreding met betrekking tot de specifieke
geen negatieve effecten te verwachten op beide soorten, mede gezien
de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties van soorten
zorgplicht is daarmee niet aan de orde, mits algemene zorgplichtmaatre-
de nieuwe inpassing binnen het plangebied. Gezien het groen in de di-
en potentiële schadelijke handelingen zijn niet aan de orde. In het kader
gelen worden genomen om het doden en verwonden van individuen te
recte omgeving behouden blijft is er voldoende alternatief leefgebied
van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te
voorkomen.
aanwezig.
dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen. Invasie exoten
Bij uitvoering van de plannen gaan geen nestlocaties van soorten met
Reptielen
In de directe omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend
een jaarrond beschermde status verloren. Bij de werkzaamheden kun-
Negatieve effecten en schadelijke handelingen ten aanzien van reptie-
van de grote waternavel, hemelboom, reuzenbalsemien, reuzenberen-
nen wel nesten verloren gaan die niet jaarrond zijn beschermd. Voor de
len zijn op voorhand uitgesloten.
klauw, smalle waterpest. In het plangebied zijn echter geen waarnemin-
betreffende vogelsoorten geldt dat, indien het verwijderen van het op-
gen van deze soorten gedaan tijdens het veldbezoek.
gaand groen buiten het broedseizoen wordt uitgevoerd, er redelijkerwijs
Amfibieën
geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot broedvogels.
De voorgenomen plannen zullen geen afname van geschikt essentieel
5.12.3
In de wetteksten wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broed-
habitat van een amfibieënsoort veroorzaken, inbreuk op de gunstige
Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorgenomen plan
seizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half
staat van instandhouding van populaties en potentiële schadelijke han-
alleen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het
augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van
delingen zijn dan ook uitgesloten. In het kader van de algemene zorg-
provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens
een broedgeval op het moment van ingrijpen. Bij twijfel over de aan/af-
plicht is het wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor eventu-
het uitvoeren van de werkzaamheden onderstaande in acht wordt geno-
wezigheid van een vervroegd of verlaat broedgeval (bijvoorbeeld van
eel passerende individuen.
men:
een houtduif) dient een controle hieromtrent zekerheid te bieden. De voorgenomen plannen zullen geen afname van essentieel broedhabitat
Vissen
veroorzaken van een vogelsoort, inbreuk op de gunstige staat van in-
Negatieve effecten en schadelijke handelingen ten aanzien van be-
standhouding van lokale populaties is dan ook uitgesloten.
schermde vissen zijn op voorhand uitgesloten.
Conclusie
Ten aanzien van vleermuizen dient licht gericht of uitstralend op opgaand groen te worden vermeden.
Ten aanzien van broedvogels dient, om schadelijke handelingen op voorhand redelijkerwijs te voorkomen, het verwijderen van nestgelegenheid buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een con-
Vleermuizen
Ongewervelde diersoorten
Bij uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling zal er geen sprake zijn
Negatieve effecten en schadelijke handelingen ten aanzien van be-
van (potentiële) overtreding met betrekking tot vaste rust- of verblijfplaat-
schermde ongewervelde soorten zijn op voorhand uitgesloten.
trole moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten.
In het kader van de zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van in-
sen, vliegroutes of foerageergebied voor vleermuizen, indien verlichting gericht en uitschijnend op opgaand groen en open water vermeden
Vaatplanten
wordt.
Negatieve effecten en schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde vaatplanten zijn op voorhand uitgesloten.
dividuen te voorkomen. Op basis van onderhavige quickscan wordt vervolgonderzoek naar effecten op beschermde gebieden (Natura 2000/NNB) niet noodzakelijk geacht. Evenmin is er sprake van een noodzaak tot het indienen van
Zonnepark Boxtel-Beerze
38
een ontheffingsaanvraag ten aanzien van houtopstanden dan wel een
vergunningsaanvraag in het kader van gebiedsbescherming.
5.13
Omgevingsveiligheid
5.13.1
Toetsingskader
Omgevingsveiligheid (voorheen: externe veiligheid) heeft betrekking op
caties in de omgeving van risicovolle activiteiten is cruciaal. Binnen het beoogde planvoornemen is rekening gehouden met de adviezen, zoals deze door Brandweer Nederland zijn opgesteld. Binnen het plan is te-
Groepsrisico, aandachtsgebieden en voorschriftengebieden
milieubelastende activiteiten uit het Bal;
Het groepsrisico is een concretisering van de wettelijke verplichting dat
het Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor;
het omgevingsplan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties
buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieu-
moet inhouden ook met het oog op het waarborgen van de veiligheid.
belastende activiteit in het Bal;
Het groepsrisico gaat over de kans per jaar dat tien of meer personen
windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in
overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen
het Bal.
een aandachtsgebied (artikel 5.15, lid 1 Bkl). Er zijn drie typen aan-
de mogelijkheden een brand, ramp of crisis te voorkomen, te beperken en te bestrijden. Het beschermen van personen in gebouwen en op lo-
activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende
In het van rechtswege ontstane omgevingsplan van de gemeente Sint-
dachtsgebieden (artikel 5.12 Bkl):
Michielsgestel worden beperkingen met betrekking tot externe veiligheid
brandaandachtsgebied;
genoemd, waarbij milieubelastende activiteiten, transportroutes en buis-
explosieaandachtsgebied;
leidingen aan bod komen (artikel 22.39b).
gifwolkaandachtsgebied.
Naast de eerdergenoemde activiteiten die als risicobronnen worden be-
Voor beperkt kwetsbare, kwetsbar en zeer kwetsbare gebouwen en be-
schouwd, bevat het Bkl ook instructieregels voor de volgende risicobron-
perkt kwetsbare en kwetsbare locaties binnen een aandachtsgebied
nen:
moet het bevoegd gezag het groepsrisico verantwoorden en moet ad-
vies bij de Veiligheidsregio worden ingewonnen (artikel 5.2 Bkl).
vens een bluswatervoorziening opgenomen met een capaciteit van minimaal 60 m3/uur. Daarnaast is het beperken van schade aan de fysieke leefomgeving bij een ongeval van een risicovolle activiteit van groot belang. De instructieregels van het Rijk hiervoor zijn vastgelegd in het Bkl en het Bal.
opslaan, bewerken en her verpakken van vuurwerk (afdeling 5.1.2.4);
Kwetsbare gebouwen en locaties In het Bkl is onderscheid gemaakt in 3 categorieën ‘gebouwen en locaties’ waarvoor de regels bescherming bieden:
1. Zeer kwetsbaar (alleen gebouwen); 2. Kwetsbaar (gebouwen en locaties); 3. Beperkt kwetsbaar (gebouwen en locaties).
opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik (af-
5.13.2
Onderzoek
deling 5.1.2.5);
Gezien de aard van de beoogde functie is er geen sprake van een
exploiteren van een IPPC-installatie voor het maken van explosie-
kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object dan wel van handelingen met ge-
ven (afdeling 5.1.2.5);
vaarlijke stoffen. Omdat er slechts beperkt en kortdurend personen in
opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor militair gebruik
het projectgebied verblijven, heeft de ontwikkeling geen invloed op de
(afdeling 5.1.2.5 Bkl).
hoogte van het groepsrisico.
Bij het bepalen van de kwetsbaarheid wordt gekeken naar het aantal personen dat gelijktijdig aanwezig is, de duur van hun aanwezigheid, en in hoeverre zij zichzelf in veiligheid kunnen brengen bij een incident. De aanwijzing van bovenstaande categorieën ‘gebouwen en locaties’ staat in bijlage VI van het Bkl. Risicobronnen Risicobronnen zijn activiteiten met externe veiligheidsrisico’s. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen die risicobronnen vormen. Het gaat om de volgende soorten activiteiten:
Plaatsgebonden risico
Het plangebied valt binnen het brandaandachtsgebied van twee hoge-
Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat één persoon overlijdt
druk aardgasleidingen met de namen A-525-01 en A-525-05 zoals weer-
door een ongeluk met een gevaarlijke stof. De grenswaarde voor het
gegeven op het figuur op navolgende pagina. Rondom deze gasleidin-
plaatsgebonden risico moet in acht genomen worden. De grenswaarden
gen dient er Conform art. 4. 1113 van het Bal een strook te worden vrij-
voor het plaatsgebonden risico zijn ruimtelijk vertaald naar afstanden tot
gehouden met een afstand van 5 meter (zie figuur 19). Op de tot 'Lei-
gebouwen en locaties. Gebouwen en locaties die als (zeer) kwetsbaar
ding - Gas' bestemde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dien-
worden beschouwd mogen niet binnen de plaatsgebonden risicocontour
ste van de gasleiding worden gebouwd waarbij de bouwhoogte niet
10-6-contour van een activiteit vallen.
meer dan 3m mag bedragen. Daarnaast zijn aanlegwerkzaamheden verboden binnen deze zone, mits vooraf afstemming heeft plaatsgevonden bij de leidingbeheerder.
Zonnepark Boxtel-Beerze
39
er na het technisch detailontwerp bekeken moeten worden of sprake is van mogelijke beïnvloeding, hoe deze te voorkomen met eventuele maatregelen. De afstand tussen de panelen/transformatoren en de belemmering5m
5m
strook van de gasleiding is (minimaal) circa 3 meter en daarnaast is de afstand van de belemmeringstrook en de gasleiding zelf circa 5 meter. De afstand tussen de panelen en de gasleiding zal hierdoor ongeveer 8 meter zijn. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat er sprake kan zijn van lekstromen die de kathodische bescherming negatief beïnvloeden, wel zal na uitwerking van het technisch ontwerp van het zonnepark hier-
Figuur 18 Uitsnede LIP, dubbelbestemming Leiding Gas met een strook van 5 m aan beide zijdes
Initiatiefnemers zijn in een vroeg stadium (januari 2023) met Gasunie in overleg getreden om te bepalen hoe de realisatie van het zonnepark de werking van de leiding niet zal aantasten. Ten behoeve van de ontwikkeling is door initiatiefnemer het begeleidingsformulier ingevuld en naar Gasunie toegezonden. De correspondentie is in het kader van AVG op verzoek raadpleegbaar. Daarnaast zal er een nieuwe leiding worden aangelegd naast de bestaande gasleiding. De initiatiefnemers hebben contact gehad met DPO en hier rekening mee gehouden in het ontwerp.
over duidelijkheid worden gegeven aan leidingbeheerder Gasunie. Advies veiligheidsregio T.b.v. het planvoornemen is er advies opgevraagd bij de veiligheidsregio Brabant Noord. Dit advies is opgenomen in de bijlage en is meegenomen bij nadere planaanpassingen. 5.13.3
Conclusie
Wat betreft het aspect omgevingsveiligheid is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Er zal nadere afstemming plaatsvinden over de gasleiding.
Kathodische bescherming Vanwege veiligheidsoverwegingen wordt in de ‘Handreiking plaatsing zonneweide nabij een stalen buisleiding’ gesteld dat er afstand dient te worden tussen de zonnestroominstallatie en leidingen (ofwel belemmeringstrook). Indien een zonnepark te dicht wordt gebouwd op gasleidingen kan door middel van zogenoemde zwerfstromen de kathodische bescherming worden aangetast. In de handreiking is vermeld dat tot de rand van de belemmeringenstrook rond hogedruk aardgasleidingenzonne-installties zijn toegestaan. Hierbij zijn voorwaarden aan gebonden. Denk hierbij aan mogelijkheden als lekstroomdetectie (RCD) en van detectie (impedantie) op de ingang van de omvormer. Verder zullen
Zonnepark Boxtel-Beerze
40
Figuur 19 Uitsnede Atlas Leefomgeving met projectie zonnepark Boxtel Beerze
Zonnepark Boxtel-Beerze
41
5.14
Trillingen
5.15
Verkeersgeneratie, -afwikkeling en parkeren
zal het initiatief geen negatieve effecten in verkeerskundig opzicht ople-
5.14.1 Toetsingskader Trilling kan nadelige gevolgen hebben voor de kwaliteit van de fysieke
5.15.1
Toetsingskader
veren.
leefomgeving. De Omgevingswet beschermt (delen van) trillinggevoelige
sprake is van een (extra) parkeerbehoefte voor auto’s en fietsen en wat
Parkeren
gebouwen en de mensen die daarin verblijven tegen trillingen van activi-
het effect is op de bereikbaarheid en de verkeersafwikkeling. Er mag
De zonneweide betreft een bedrijfsmatige functie, maar van vaste werk-
teiten (art. 5.80 Bkl). Hieronder vallen gebouwen met een woonfunctie,
geen onaanvaardbaar effect op de omgeving optreden.
nemers of verblijvende personen ter plaatse is geen sprake. Incidenteel
Bij het toelaten van een nieuwe functie moet worden aangetoond of
onderwijsfunctie, gezondheidszorgfunctie, bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied en de bijbehorende nevengebruiksfuncties.
zal er sprake zijn van een parkeerbehoefte bij onderhouds-, beheer-, Om te bepalen wat de effecten van de activiteit op de verkeersaantrek-
controlewerkzaamheden e.d. In dat geval kan gebruik worden gemaakt
kende werking van het projectgebied zijn, kan gebruik worden gemaakt
van de ruimte die hiervoor gereserveerd is langs het noordelijke onder-
Bij het mogelijk maken van trillinggevoelige gebouwen (zoals woningen)
van de kengetallen van het Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in
houdspad. De incidentele parkeerbehoefte kan daarmee in voldoende
in de buurt van spoorwegen moet het aspect trilling worden beoordeeld
grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek (CROW) (publi-
mate worden opgevangen op eigen terrein. Gelet op de beperkte aan-
in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
catie 381). Deze kengetallen zijn algemeen erkend en geven een indica-
wezigheid van personen voor onderhouds-, beheer-, controlewerkzaam-
Zo moet in beginsel binnen een afstand van 100 meter van een spoor-
tie van de met de ontwikkeling gepaard gaande extra verkeersgeneratie.
heden is het aanleggen van permanente verharde parkeerplaatsen niet
weg het risico op trillinghinder worden beoordeeld. In sommige gevallen
Ook bieden ze richtlijnen voor het aantal te realiseren parkeerplaatsen.
noodzakelijk.
is het nodig om het onderzoeksgebied uit te breiden tot 250 meter aan
De CROW-kengetallen zijn richtlijnen waarvan afgeweken kan worden.
weerszijden van het spoor. Hier kan bijvoorbeeld sprake van zijn als er
Gemeenten kunnen ervoor kiezen om zelf parkeerbeleid met parkeer-
5.15.3
reeds klachten door trillinghinder van het spoor op een grotere afstand
normen vast te stellen waar nieuwe ontwikkelingen aan moeten vol-
De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor het
dan 100 meter bestaan.
doen.
initiatief.
Om de mogelijke trillingshinder in kaart te brengen kunnen de SBR-richtlijn, de Beleidsregel Trillingshinder Spoor en de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen worden gebruikt.
5.15.2
Conclusie
5.16
Water
Verkeer
5.16.1
Toetsingskader
In de huidige situatie bestaat het projectgebied uit agrarische gronden.
Middels de weging van waterbelangen dient inzicht te worden geboden
De nieuwe functie heeft een verwaarloosbare verkeersaantrekkende
in de effecten van de ontwikkeling op stedelijk afvalwater, grondwater en
werking. Er zal uitsluitend sprake zijn van incidenteel verkeer ten be-
hemelwater (par. 5.1.3.1 Bkl). De weging van het waterbelang zorgt er
De ontwikkeling maakt geen trillinggevoelige gebouwen of trillinghinder
hoeve van onderhoud, controle en beheer van de zonneweide en de
voor dat per ontwikkeling de klimaatbestendigheid van het watersysteem
veroorzakende activiteiten mogelijk. Een nadere toetsing aan dit aspect
groene inpassing. Hierbij is uitgegaan van maximaal 2 motorvoertuigbe-
en een water robuuste inrichting van de omgeving vroegtijdig in de plan-
kan daarom redelijkerwijs achterwege blijven.
wegingen (lichte busjes) per maand. Er zal gebruik worden gemaakt van
vorming worden betrokken. Daarbij is het van belang dat er op een ge-
de bestaande infrastructuur.
structureerde wijze afstemming tussen waterschap en de gemeente
5.14.2
5.14.3
Onderzoek
Onderzoek
Conclusie
plaatsvindt, waarbij een constructieve en doorlopende afstemming van
Het aspect trillingen vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.
In de aanlegfase van de zonneweide zal wel (tijdelijk) een toename
belang is.
plaatsvinden van verkeer. Het gaat hier onder meer in de vorm van vrachtwagens en busjes die de materialen komen leveren. Gelet op de tijdelijkheid van de verkeersbewegingen en het relatief beperkte aantal
Zonnepark Boxtel-Beerze
42
5.16.2
Onderzoek
Op basis van de verwachte bodemopbouw zal er een goede tot matige
Ten behoeve van het planvoornemen is een weging van het waterbe-
(verticale) doorlatendheid aanwezig zijn in het plangebied. Volgens de
lang opgesteld. De belangrijkste conclusies uit dit onderzoek zijn navol-
kwel- en infiltratiekaart van de provincie Noord-Brabant ligt het plange-
gend beschreven. Het volledige rapport is opgenomen in bijlage 3 van
bied in een gebied waar kwel kan optreden. Het plangebied ligt niet bin-
onderhavige motivering.
nen een grondwaterwingebied of -beschermingsgebied.
Watersystemen
Binnen en in de ruime omgeving van het plangebied zijn verschillende
Bodemopbouw en grondwater
grondwatermonitoringspunten bekend bij het BROloket. Op basis van
Van de onderzoekslocatie is diverse informatie geraadpleegd bij o.a. het
deze meetreeksen kan een inschatting gemaakt worden van de lokale
Omgevingsloket, BRO-loket, bodematlas Noord-Brabant, bodemdata
verwachte grondwaterstanden. Tevens is gekeken naar de indicatieve
Nederland en ons eigen archief. Volgens de geomorfologische kaart van
kaart met grondwaterstanden van waterschap de Dommel. Binnen het
Nederland (2023) ligt het plangebied gedeeltelijk op een beekdalbodem,
plangebied komt naar verwachting een GLG voor tussen 1,0 (westelijk
dekzandrug en vlakte van ten dele verspoelde dekzanden of löss.
en zuidelijk) en 1,6 m +NAP (oostelijk). De GHG binnen het plangebied Figuur 21 Bodemkaart 2023 (bron: BROloket)
komt naar verwachting voor tussen 0,2 (westelijk) en 0,6 (oostelijk) m
De verwachte bodemopbouw bepaald middels het BRO-loket wordt
+NAP.
schematisch weergeven in navolgende tabel. Verwachte bodemopbouw (bron: BRO-loket)
Diepte (m-mv)
Lithostratigrafie
Lithologie
0,0 – 2,2
Holocene afzettingen, complexe eenheid (enkel ter hoogte van beekdalbodem)
Complexe eenheid, bestaande uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand
2,2 – 16,4
Formatie van Boxtel
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, met weinig klei en grof zand
16,4 – 19,3
Formatie van Boxtel
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, met weinig zandige klei en grof zand
Figuur 20 Geomorfologische kaart 2023 (bron: BROloket)
Volgens de Bodemkaart komt binnen het plangebied naar verwachting westelijk een beekeerdgrond met oostelijk een hoge zwarte enkeerdgrond voor. Deze is naar verwachting opgebouwd uit leemarm en zwak
19,3 – 27,8
Formatie van Boxtel
Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, midden en fijn zand, met weinig klei, veen en grof zand
Figuur 22 Indicatieve grondwaterstanden binnen het plangebied (bron: Waterschap Dommel)
Oppervlakte water Rondom het plangebied zijn diverse watergangen aanwezig die onder het beheer van het waterschap De Dommel vallen. Door het waterschap
lemig fijn zand.
wordt onderscheid gemaakt tussen A- en B-watergangen op basis van
Zonnepark Boxtel-Beerze
43
de functie en omvang van de watergang. A-watergangen zijn de belang-
plaatse van Regionale waterberging strekt mede tot behoud van het wa-
infiltratiesnelheid is onder andere afhankelijk van de lokale bodemop-
rijkste wateren met een afvoer van minimaal 30 liter per seconde of met
terbergend vermogen van dat gebied. Middels het planvoornemen dient
bouw en optredende grondwaterstanden. Indien noodzakelijk voor de
een bijzondere functie. B-watergangen zijn minder belangrijke wateren
het waterbergend vermogen binnen het plangebied behouden te blijven.
(natuur)ontwikkeling kan (indicatief) een beter beeld van de lokale bo-
met een afvoer tussen de 10 - 30 liter per seconde. In onderstaande af-
demopbouw verkregen worden door het plaatsen van profielboringen en
beelding zijn de aanwezige A- en B-watergangen weergegeven. Noord-,
enkele infiltratiemetingen.
zuid-, en Westelijk grenst een A-watergang. Centraal en omliggend van
Aanbrengen van verhard oppervlak leidt tot versnelde afstroom van he-
het plangebied zijn er enkele B-watergangen. A-watergangen hebben
melwater. Dit is slecht voor het waterhuishoudkundige systeem doordat
een beschermingszone van 5 meter gemeten vanaf de insteek. Hierbin-
er minder vocht de bodem in trekt en hemelwater versneld naar het op-
nen mogen geen obstakels of bepaalde werkzaamheden zonder omge-
pervlaktewater wordt afgevoerd. Des te meer hemelwater de bodem in
vingsvergunning plaats vinden in verband met o.a. het onderhoud aan
kan trekken, des te kleiner wordt de kans op wateroverlast en droogte.
de watergang. De beschermingszone van de west- en zuidelijk gelegen
Echter de kwaliteit van het hemelwater mag niet verslechteren en bin-
primaire watergangen vallen niet binnen de grenzen van het plangebied.
nen het plangebied mogen geen handelingen plaatsvinden die de
Noordelijk ligt het plangebied wel binnen de grenzen van de bescher-
milieuhygiënische condities van het water schaden.
mingszone. Verder valt het plangebied west- en zuidelijk binnen de grenzen van een profiel van vrije ruimte. Hierbinnen is het verboden
Klimaatadaptatie
zonder vergunning een werk te plaatsen, te wijzigen of te behouden. Als
Water en ruimtelijke ordening zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden,
deze binnen het plangebied vallen, dienen de beschermingszone en het profiel van vrije ruimte opgenomen te worden in de plantekeningen.
Figuur 21 Uitsnede leggerkaart met aanduiding plangebied (bron: waterschap De Dommel)
Hiermee dient rekening gehouden te worden bij de planontwikkeling/-invulling.
tervergunning verplicht. Het planvoornemen ziet echter niet op aanpassingen aan de aanwezige B-watergangen. In het huidige ontwerp zijn behoudens de plaatsing van enkele duikers ten behoeve van een toekomstig onderhoudspad geen werkzaamheden gepland binnen het oppervlaktewater. Voor de aanleg van een duiker en voldoen aan de regels in de waterschap verordening volstaat naar verwachting een melding voor de aanleg van deze duikers. Dit is voornamelijk afhankelijk van het type watergang en de lente. Verder blijkt dat nabij de watergangen sprake is van een natuurlijk overstromingsgebied. Een nadere toelichting van de regels is opgenomen in de TAM-Omgevingsverordening Noord-Brabant. Een omgevingsplan ter
Zonnepark Boxtel-Beerze
afgewisseld met perioden van droogte. De gemeente Boxtel werkt samen met Brabant Water en waterschap Dommel aan water en klimaat-
Afvalwater
Voor het eventueel dempen van (delen van) B-watergangen is een wa-
zeker in ons veranderende klimaat. Extreme buien worden steeds vaker
Binnen het plangebied zijn geen panden aanwezig. Bij een zonnepark verblijven er geen personen op het perceel en zal ook geen afvalwater geproduceerd worden waardoor dit aspect geen belemmering vormt. Hemelwater Het plangebied is geheel onverhard (akkerland). Hemelwater kan derhalve lokaal in de bodem infiltreren of oppervlakkig afstromen naar de aanwezige oppervlaktewateren. Ten behoeve van het agrarisch gebruik zijn enkele grachten aanwezig welke voor de afvoer van overtollig water in nattere periodes instaan. Volgens de Bodematlas van Provincie Noord-Brabant ligt het plangebied binnen een gebied waar meestal kwel optreedt (gelegen nabij beekdal). De mogelijkheid tot infiltratie en de
adaptatie. Hierbij is het streefdoel om voldoende water van voldoende kwaliteit beschikbaar te hebben. Samen hebben ze de taak om te zorgen voor een klimaatbestendige inrichting van onze leefomgeving. Hieraan kan een plan een bijdrage leveren door dit zo klimaatbestendig mogelijk in te richten. Om de invloeden van de klimaatveranderingen in beeld te brengen heeft de gemeente een klimaatstresstest uitgevoerd. De gemeente Boxtel is bezig met het opstellen van een omgevingsvisie waarin de gemeentelijke ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn worden vastgelegd. De gemeente Boxtel zal inspanningen moeten leveren om de in deze visie vastgestelde doelen te realiseren. Aan de hand van een omgevingsplan kunnen regels worden vastgesteld om de gemeentelijke doelen te bereiken. Het is van belang om Nederland klimaatbestendig en water robuust in te richten. Risico’s voor waterveiligheid, wateroverlast en droogte mogen ondanks de klimaatverandering niet toenemen. Ook in de gemeente Boxtel
44
is er sprake van verdroging en hittestress. Hier kan de gemeente iets
toekomstige gebruik als zonnepark (geen bewoonde bebouwing en in-
Hemelwater kan verder rechtstreeks tussen de panelen infiltreren in de
aan doen door vergroening van de leefomgeving en het openbaar ge-
stallaties op stellingen) speelt het grondwater geen belemmerende fac-
bodem welke ingezaaid wordt met gras. Rondom een panelenveld wordt
bied, het grondwaterpeil door regenwater af te koppelen van het riool en
tor behoudens ter plaatse van de benodigde transformatorhuis(jes).
een vochtig bloem- en kruidenrijk grasland aangelegd.
lokaal vast te houden. Naast een voldoende hoge ligging dient water zo-
Voor de benodigde transformatorhuisjes wordt aanbevolen deze mini-
Binnen en rondom het plangebied zijn meerdere watergangen aanwe-
veel mogelijk groen en lokaal verwerkt te worden. De kwaliteit van de
maal 60 cm boven het maaiveld te plaatsen om wateroverlast te voorko-
zig. Voor het dempen van een overige watergang is geen vergunning
leefomgeving of de biodiversiteit kan zo worden vergroot. Naast het zo-
men. Deze transformators worden binnenplans opgenomen, geclusterd
benodigd. Rondom de A- en B-watergangen is een beschermingszone
veel mogelijk beperken van de hoeveelheid verhard oppervlak dient
achter elkaar, parallel aan de panelen, langs één centrale lijn op onder-
aanwezig (1 of 5 meter vanaf de insteek) waarbinnen het niet toege-
voorkomen te worden dat water bij hevige neerslag in de bebouwing te-
ling gelijke afstand georganiseerd.
staan om obstakels te plaatsen zonder toestemming van het water-
recht komt of afstroomt buiten het plangebied. Verder kan water zoveel
schap. In het huidige ontwerp zijn geen werkzaamheden gepland binnen
mogelijk hergebruikt of vastgehouden worden voor droge periodes. Dit
Indien er toegangswegen worden aangelegd is een lichte verhoging van
kan door de inpassing van hemelwaterinfiltratie, grondgebonden groen-
10 cm boven het bestaand maaiveld geadviseerd zodat (grond)water
de beschermingszone van de A-watergang.
structuren of groene daken. Middels bijkomend groen wordt het risico op
geen overlast oplevert. Bij normale wegen wordt een minimale ontwate-
Tevens dient de beschermingszone opgenomen te worden in de plante-
hittestress zoveel mogelijk beperkt.
ringsdiepte van 70 cm geadviseerd maar omdat het eigen toegangswe-
kening(en) als deze in het plangebied ligt. Dit is tevens een aandachts-
gen zijn voor een beperkt toegankelijk gebied, is een minimale ontwate-
punt voor de plaatsing van de geplande bomen.
Planvoornemen en afweging
ringsdiepte minder van belang en mag hiervan afgeweken worden. Toe-
Men is voornemend een nieuwe zonneweide aan te leggen binnen de
komstige onderhoudswegen worden net als de bestaande paden bij
Het plangebied ligt west- en zuidelijk binnen de grenzen van het profiel
gemeente Boxtel. Het plangebied wordt momenteel agrarisch gebruikt
voorkeur voorzien van een grof grindpakket op een doorlatend geo-
van vrije ruimte. Hierbinnen is het verboden zonder vergunning een
en is volledig onverhard, met enkele aanwezige oppervlaktewateren.
textiel (dikte afhankelijk van de benodigde draagkracht) waardoor grond-
werk te plaatsen, te wijzigen of te behouden. Dit verbod geldt niet voor
Het planvoornemen ziet toe op een meervoudig ruimtegebruik waarbij er
water geen overlast zal veroorzaken. Het perceel kan plaatselijk natuur-
het plaatsen, hebben of verwijderen van een afrastering als deze even-
aandacht is voor bijkomende waterbergingscapaciteit, vernatting en bij-
lijk overstromen waardoor delen (ligging afhankelijk van de bijkomende
wijdig aan of haaks op de insteek is geplaatst. Indien voor afrastering
komend groen (verhogen lokale biodiversiteit). Zo is het voornemen om
poelen en bassin(s) tijdelijk niet goed toegankelijk is. Dit vormt geen di-
wordt voldaan aan de algemene regel, kan een melding bij het water-
ter plaatse van de zonnepanelen bassins te creëren door de grond tot
recte overlast.
schap volstaan en is geen vergunning nodig. Tevens dient het profiel
maximaal 0,25 meter af te graven. Langs de Beerze worden poelen en boomgroepen aangelegd.
van vrije ruimte opgenomen te worden in de plantekening. Conform het geldende beleid is compensatie vereist vanaf een verhardingstoename van meer dan 500 m2 en kan tot 10.000 m2 gebruik ge-
Door de voorgenomen landschappelijke inpassing en rekening te hou-
Het terrein vertoont een gering hoogteverschil variërend van ca. 7,5 tot 8
maakt worden van de rekenregel (zie Algemene regels verhard opper-
den met het bestaand oppervlaktewater (en beschermingszones) met
en plaatselijk 8,4 en 8,6 m +NAP. De gemiddelde laagste grondwater-
vlak Brabantse waterschappen). Vanuit de gemeente dient compensatie
bijkomende hemelwaterverwerking zonder overloop naar aangrenzende
stand (GLG) ligt naar verwachting tussen 1,0 en 1,8 meter onder maai-
aangelegd worden vanaf 250 m2.
percelen wordt door het planvoornemen hydrologisch gezien positief
veld en de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) tussen ca. 0,2 en 0,6 m-mv.
ontwikkeld en is er ter plaatse en in de directe omgeving door het planDoor de aanleg van een zonnepark (panelen op stellingen met open
voornemen geen verhoogd risico op wateroverlast te verwachten (meer
grondoppervlak) en het planvoornemen met bijkomende wateropvang
opvangcapaciteit van water).
Uitgangspunt is hydrologisch neutraal bouwen, waarbij de huidige
(bassins en poelen) is geen aanvullende compensatie noodzakelijk voor
grondwaterstanden worden gehandhaafd of zelfs verhoogd. Gezien het
het planvoornemen met beperkte verhardingstoename (alleen enkele wegen en de transformators waarvan het water lokaal verwerkt wordt).
Zonnepark Boxtel-Beerze
45
5.16.3
Conclusie
De ontwikkeling heeft geen negatieve effecten op de waterhuishouding. De realisatie van de zonneweide levert kansen op voor extra waterretentie en draagt bij aan het opwaarderen van het bestaande waternetwerk.
Zonnepark Boxtel-Beerze
46
6
Financiële en maatschappelijke verantwoording
bouwd, Waterschap de Dommel, Natuurmonumenten, Energiecoöpera-
Beroep / hoger beroep
ties Boxtel en DEC Dommelstroom, Stichting het Groene Woud, Gas-
Na verlening van de omgevingsvergunning wordt deze voor de tweede
unie en Defensie Pijpleiding Organisatie, e.a.
maal voor een periode van zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze
Financieel-economische haalbaarheid
De aanvraag om de omgevingsvergunning heeft onder andere betrek-
bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien binnen de beroeps-
Tussen gemeente en initiatiefnemer zal een anterieure overeenkomst