Motivering_TAM-omgevingsplan_Hoofdstuk 22d Domein aan de Dommel Fase 1_vastgesteld_2026-05-07
Tekst van het document
6. In afwijking van het vierde lid kan bij een omvangrijke en zware compensatieverplichting, de uitvoering van de compensatie maximaal tien jaar bedragen, gerekend vanaf het onherroepelijk worden van het omgevingsplan. Toetsing aan artikel 5.38 Fysieke compensatie: De oppervlakte van het NNB-gebied binnen het plangebied bedraagt 3.560 m2. Het bestaande NNB-gebied heeft een kwalitatief lage natuurwaarde, deze natuur kan zich binnen 5 jaar ontwikkelen. Daarom is erboven op de bestaande omvang geen toeslag verplicht. De compensatie zal minimaal de bestaande omvang van 3.560 m2 hebben. De compensatie vindt plaats binnen de herontwikkeling van fase 2 in de nabijheid van het bestaande NNB-gebied aan de oever van De Dommel. De feitelijke inrichting van de nieuw te realiseren natuur wordt afgestemd met de provincie.
47/140
Wanneer fase 2 niet tot ontwikkeling komt, wordt de compensatie alsnog financieel afgehecht door een storting van de ontwikkelaar in de provinciale compensatievoorziening ter uitvoering van de geformuleerde compensatietaakstelling volgens artikel 5.39 van de provinciale verordening. Norm wateroverlast stedelijk gebied Dit is een instructieregel voor waterschappen, dus hoeft in dit plan niet getoetst te worden door de gemeente. Stedelijk gebied In een omgevingsplan dat een stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt voor wonen, werken of voorzieningen moet onderbouwd zijn dat de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in Afdeling 7.2 Regionaal samenwerken en dat de ontwikkeling een duurzame stedelijke ontwikkeling is (artikel 5.55 lid 1). In de ladderonderbouwing in paragraaf 5.2 staat beschreven dat deze ontwikkeling in schaal en omvang past binnen de regionale afspraken. Deze ontwikkeling voor wonen en voorzieningen is een duurzame stedelijke ontwikkeling, omdat: • een goede omgevingskwaliteit wordt bevorderd, doordat nieuwe woningen worden gerealiseerd met uitzicht op groen, met veel ruimte om elkaar te ontmoeten en te ontspannen, zowel binnen als buiten in de ruime tuinen en groen zones. • toepassing wordt gegeven aan zorgvuldig ruimtegebruik, doordat een groot leegstaand rijks monumentaal gebouw wordt verbouwd tot woningen.
Verouderde bebouwing wordt gesloopt om ruimte te maken voor nieuwe woningbouw passend bij het Hoofdgebouw. • optimaal invulling wordt gegeven aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie. Doordat het Hoofdgebouw rijks monumentaal is, bestaan er belemmeringen voor het toepassen van installaties voor de opwek van duurzame energie. De daken van de nieuwbouw liggen wel vol met zonnepanelen, deze zorgen voor de duurzame energie voor zowel de nieuwbouw als het Hoofdgebouw. Dit wordt verder toegelicht in paragraaf 5.19. • rekening wordt gehouden met klimaatverandering, het tegengaan van wateroverlast staat bijvoorbeeld beschreven in paragraaf 5.17 en het tegengaan van hittestress in paragraaf 5.18. • de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit worden benut, doordat wordt uitgegaan van het STOMP-principe. Er wordt een autoluw gebied gerealiseerd, waarbij de tweede auto en bezoekers terecht kunnen in parkeervoorzieningen gepositioneerd in fase 2. Het betreft zowel de tijdelijke als definitieve parkeervoorzieningen. Tevens wordt deelmobiliteit ingezet. Stalderingsgebied Binnen het Stalderingsgebied (Artikel 5.66 Aanvullende regels stalderen) gelden regels over de toename van de oppervlakte aan dierenverblijf voor hokdieren op agrarische bedrijven. Dit plan heeft geen betrekking op een bestaand of nieuw agrarisch bedrijf.
De regels voor stalderingsgebieden zijn in dit geval dan ook niet relevant. Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies In paragraaf 5.1.2 van de TAM-Omgevingsverordening is bepaald dat bij de evenwichtige toedeling van functies aan locaties invulling moet worden gegeven aan een veilige, gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit.
48/140
Daarbij moet rekening worden gehouden met een zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 5.8), de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering (artikel 5.9), en meerwaardecreatie (artikel 5.10). Zorgvuldig ruimtegebruik Van zorgvuldig ruimtegebruik is in dit geval duidelijk sprake, namelijk doordat: • de ontwikkeling gebruik maakt van een leegstaand gebouw en van leegstaande ruimte binnen stedelijk gebied; • het gebruik wordt geïntensiveerd en het Hoofdgebouw voor meerdere functies beschikbaar wordt; • toepassing is gegeven aan de ladder voor duurzame verstedelijking voor de toevoeging van woningen. Zoals in paragraaf 5.2 van deze motivering te lezen is; • verouderde bebouwing aan de achterzijde van het Hoofdgebouw is in de vorige eeuw gesloopt, het Marthagebouw wordt ten behoeve van deze ontwikkeling deels gesloopt. Hierdoor neemt het bebouwd oppervlak ten opzichte van de vroegere situatie niet in grote mate toe. De nieuwbouw rondom het Hoofdgebouw zal in lijn zijn met de carré vorm die het gebouw van oudsher heeft gehad; • de parkachtige voortuin blijft intact en de hortussen op het binnenplein worden in ere hersteld.
Lagenbenadering Bij de lagenbenadering komen de volgende lagen en thema's aan de orde: • de ondergrond, zoals het bodem- en watersysteem, aardkundige en archeologische waarden; • de netwerklaag, zoals natuurnetwerk, energienetwerk, infrastructuur inclusief waterwegen, en een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer • de bovenste laag, zoals cultuurhistorische- en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op lucht, milieu, veiligheid en een gezonde leefomgeving. Al deze aspecten komen terug in deze motivering. In het kort kan voor al deze aspecten geconcludeerd worden dat het plan voorziet in een duurzame ontwikkeling, waarbij voldoende rekening is gehouden met de verschillende thema's binnen de lagen (zie hoofdstuk 5). Meerwaardecreatie Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken. Daaronder wordt in ieder geval verstaan de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren. Ook de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn wordt als meerwaarde gezien.
Ten slotte kan ook de fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit (Kwaliteitsverbetering landschap) in het buitengebied deel uitmaken van de meerwaardecreatie. Bij deze ontwikkeling zit de meerwaarde voor de omgeving erin dat: • het waardevolle monumentale gebouw een nieuwe functie krijgt en daardoor behouden en onderhouden kan blijven; • er nieuwe functies en voorzieningen in het gebouw komen, waardoor omwonenden en nieuwe bewoners nieuwe plekken krijgen om elkaar te ontmoeten en deel te nemen aan activiteiten dicht bij huis; • de toevoeging van zo veel nieuwe woningen ervoor zorgt dat mensen die in Sint-Michielsgestel willen blijven wonen, dat kunnen blijven doen. Nieuw woningaanbod bevordert de doorstroming op de woningmarkt.
49/140
Geconcludeerd kan worden dat er geen belemmeringen voor dit plan zijn en dat er sprake is van een goede omgevingskwaliteit. Overige instructieregels Er zijn geen overige instructieregels die op de planlocatie betrekking hebben. 4.2.3 Conclusie Gelet op het voorgaande past de ontwikkeling binnen de regels van de Omgevingsvisie Noord-Brabant en de TAMOmgevingsverordening Noord-Brabant.
4.3
Regio
4.3.1 Regionale Woondeal Noordoost Brabant Om het woningtekort terug te dringen tot een gezond evenwicht, wordt met het programma Woningbouw tot en met 2030 nationaal ingezet op de realisatie van 900.000 woningen. Om dit te realiseren wordt gestreefd naar groei tot 100.000 nieuwbouwwoningen per jaar vanaf 2024. Daarbij is het streven dat ten minste twee derde van de nieuwbouwwoningen betaalbaar zijn. Daarom is nationaal de bouw van 250.000 sociale corporatiewoningen en 350.000 woningen in het middensegment (midden huurwoningen en betaalbare koopwoningen) nodig. Gemeenten, provincies en het Rijk maken afspraken over ieders aandeel in het behalen van deze doelstellingen. Het Rijk en de provincie Noord-Brabant hebben in oktober 2022 afspraken gemaakt over het provinciale aandeel in de Nationale opgaven. Het provinciaal aandeel is 130.600 woningen. In deze Regionale Woondeal Noordoost-Brabant wordt een regionale doorvertaling gemaakt naar gemeenten en corporaties van de gemaakte afspraken tussen Rijk en provincie en tussen Rijk en corporaties. Beoordeling plan De gemeente Sint-Michielsgestel zet zich in voor de realisatie van 1.134 woningen in de periode 2023-2030, waarvan 53% betaalbaar. Er was op dat moment slechts harde plancapaciteit voor 320 woningen.
50/140
Figuur 4.2: Factsheet woningbouwprogramma gemeente Sint-Michielsgestel Voor dit plan is al eerder afgesproken dat wordt uitgegaan van 20% sociale huur, 20% goedkope koop en 60% vrije sector over de nieuwe woningen met uitzondering van het Hoofdgebouw. Deze beoordeling maakt ook onderdeel uit van de ladderonderbouwing, zie bijlage 9. 4.3.2 Brabantse Agenda Wonen Brabant heeft nog een flinke woningbouwopgave, de eerstkomende 10 tot 15 jaar moeten er nog ongeveer 120.000 woningen bij komen. Bovendien verandert de vraag naar woonruimte sterk. Woningbehoefte verandert Zo bestaat ruim 40% van de huishoudens in 2040 uit eenpersoonshuishoudens en is er een grote behoefte aan kleinere, betaalbare woonruimten. Ook het bouwen van voldoende woningen voor het middensegment op de woningmarkt – betaalbare koop en middel dure huur – blijft punt van aandacht. Verder vragen initiatieven voor nieuwe woonvormen als flexwonen, tiny houses, tijdelijk wonen en nieuwe combinaties van wonen, werken en zorg steeds vaker van overheden om experimenteerruimte te bieden. De woningbouwopgave biedt ook kansen voor de aanpak van thema's als leegstand, economische structuurversterking, mobiliteit en bereikbaarheid, duurzaamheid en energie, klimaatadaptatie, sociale veerkracht en erfgoed.
Leegstand Van tal van typen vastgoed - denk bijvoorbeeld aan winkels, kantoren en maatschappelijk vastgoed - hoeft per saldo niet veel meer te worden toegevoegd aan vierkante meters of is zelfs sprake van krimp. Daarom wordt bij het herbestemmen van leegstaand vastgoed en bij het transformeren van locaties binnen onze steden en dorpen vaak gekeken naar wonen als nieuwe functie. We geven dan ook ruim baan voor dergelijke plannen.
51/140
Regierol provincie en actieagenda Gemeenten staan als eerste overheid aan de lat voor de woningmarkt. De provincie heeft naast een regisserende rol ook een stevige kennis- en adviesfunctie, bijvoorbeeld door elke 3 jaar de bevolkings- en woningbehoefteprognose te actualiseren. Vanuit haar regierol wil de provincie de samenwerking tussen gemeenten versterken. Met als belangrijkste doelen: versnelling van de woningbouwproductie, vernieuwing en verduurzaming van de bestaande woningvoorraad en het ombouwen van leegstaand vastgoed naar woonruimte. Bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant In de provinciale 'Bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant’ van de provincie Noord-Brabant wordt de kwantitatieve woningbehoefte geraamd op het toevoegen van 1.065 woningen in de periode 2023 tot en met 2035 voor de gemeente Sint-Michielsgestel.
Figuur 4.3: Indicatie toename woningvoorraad (Bron: Bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant 2023) Beoordeling plan In de ladderonderbouwing (bijlage 9) staat dat in de gemeente behoefte is aan het toevoegen van 1.685 woningen in de periode 2023 tot en met 2032. Er is nog veel te weinig harde plancapaciteit. Met dit plan kan harde plancapaciteit worden toegevoegd. Hiermee kan invulling worden gegeven aan de lokale en regionale behoefte. 4.3.3 Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de woningbehoefte en binnen de woondeal voor deze regio.
4.4
Gemeente Sint-Michielsgestel
4.4.1 Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel 2040 De omgevingsvisie is opgesteld met inspraak van de bewoners. Op deze manier kon iedereen 'meedromen' over zijn/haar leefomgeving in 2040. De kernkwaliteiten van de gemeente Sint-Michielsgestel zijn dorps, groen en wonen met de stad nabij. De dromen zijn vervolgens uitgewerkt in ambities. De ambities zijn gekoppeld aan de vier hoofdthema's waaruit de omgevingsvisie van de gemeente Sint-Michielsgestel is opgebouwd. Het ambitiedocument is eind 2022 vastgesteld door de gemeenteraad. Thema: Aangenaam leven 1. In 2040 past het woningaanbod bij de behoefte; 2. In 2040 passen de basisvoorzieningen bij de behoefte van inwoners; 3. In 2040 stimuleert de buitenomgeving mensen tot meer bewegen en om elkaar vaker te ontmoeten; 4. In 2040 is de leefomgeving gezond en veilig; 5. In 2040 is de structuur voor groen/water robuust, zijn de cultuurhistorische waarden geborgd en versterkt en is de biodiversiteit toegenomen; 6. In 2040 is de veiligheid en beleving van veiligheid verbeterd.
52/140
Thema: Verbindend netwerk 1. In 2040 zijn wandelen, fietsen en gebruik maken van gedeelde vormen van vervoermobiliteit de standaard; 2. In 2040 benutten we nog beter de kracht van de samenleving door het stimuleren van lokale netwerken en (burger)initiatieven. Thema: Krachtige economie 1. In 2040 is er een duurzaam landelijk gebied waarbij het gebruik van het land in balans is met natuurlijke systemen (bodem, water en lucht); 2. In 2040 sluiten de recreatieve voorzieningen en horecasector aan bij de lokale kwaliteiten en versterken de stad – land verbinding; 3. In 2040 zijn bedrijven en hun directe omgeving duurzamer en circulair. Thema: Inclusieve duurzaamheid 1. In 2040 is er sprake van een goede kwaliteit van de bodem en het water; 2. In 2040 hebben we maatregelen genomen om wateroverlast, hittestress en verdroging zoveel mogelijk tegen te gaan; 3. In 2040 is het hergebruiken en delen van producten, materialen en grondstoffen de standaard; en 4. In 2040 is de gemeente klimaatneutraal. De ambities zijn vertaald naar twee scenario's voor de toekomst van gemeente Sint-Michielsgestel. In de scenario's zijn de uiterste opgezocht: Inzetten op excellente groenblauwe dorpse gemeente, en Sint-Michielsgestel als woongemeente voor de regio. De twee scenario's zijn beoordeeld met een score in het omgevingseffectrapport. Van de scenario's is één omgevingsvisie gemaakt.
In de omgevingsvisie komt alles samen: de kernkwaliteiten, de ambities en de scenario's. In de omgevingsvisie beschrijven we de uitgangspunten die gelden voor de hele gemeente en uitgangspunten die gelden voor specifieke deelgebieden.
Figuur 4.4: Omgevingsvisiekaart Sint-Michielsgestel
53/140
Het plangebied ligt in het deelgebied 'Vitale dorpen' met de aanduiding 'Zoekgebied dorpse en groene woonuitbreiding'. Relevant voor de ontwikkeling Domein aan de Dommel zijn: • Nieuwe ontwikkelingen houden rekening met de identiteit van de plek. Er zijn veel plaatsen met een rijke cultuurhistorie, zoals de landgoederen. Deze worden gekoesterd en een nieuwe ontwikkeling staat in dienst van het behoud en versterking ervan. • De gemeente Sint-Michielsgestel levert haar bijdrage aan de woningmarkt door passende woningen in groene en duurzame dorpse in- en uitbreidingen. - Passende woningen betekent dat we ons vooral richten op woningen waar nu en in de toekomst behoefte aan is: betaalbare huur- en koopwoningen voor met name starters en woningen voor éénen tweepersoonshuishoudens in alle leeftijdscategorieën. - Duurzaam betekent dat er slim met de ruimte wordt omgegaan. Het toevoegen van woningen door inbreiding, herstructurering en transformatie heeft de voorkeur. Bij transformatie worden bestaande gebouwen met een andere functie binnen de kernen verbouwd tot woonlocatie, mits het voorzieningenniveau op peil blijft. • Er zijn uitbreidingen aan de randen mogelijk. Deze uitbreidingen moeten passen bij het eigen groene en dorpse karakter. De ontwikkelingen gaan hand in hand met maatregelen om het landschap te versterken.
En met toevoegen van groene en recreatieve verbindingen met het landelijk gebied. • Bij een aantrekkelijke woonomgeving horen ook passende voorzieningen. Er wordt ingezet op voorzieningen voor jong en oud, zoals scholen, sportvoorzieningen, kunst en culturele voorzieningen, zorgfuncties en buurthuizen. Het aantal te bouwen woningen vraagt ook om te onderzoeken of extra voorzieningen toegevoegd dienen te worden. • De gemeente Sint-Michielsgestel zet in op een gezonde leefomgeving. Bij ontwikkelingen houden we altijd rekening met de gezondheidseffecten. Dit doen we door gezondheid te bevorderen en te beschermen. Het bevorderen van de gezondheid is gericht op het stimuleren van een gezonde levensstijl. Het versterken van de groene en culturele kwaliteit heeft een positief effect op de gezondheid. De inrichting van de openbare ruimte stimuleert om zelf te bewegen. De voorzieningen dragen bij aan sport en ontmoeting en hebben daarmee ook een positief effect. Bescherming van de gezondheid is ook noodzakelijk. Klimaat adaptieve maatregelen helpen tegen hittestress. Beoordeling plan Cultuurhistorie Door de transformatie van het Hoofdgebouw kan het Rijksmonumentale gebouw onderhouden en daarmee behouden blijven.
Wonen Voor dit plan is al eerder afgesproken dat wordt uitgegaan van 20% sociale huur, 20% goedkope koop en 60% vrije sector over de nieuwe woningen met uitzondering van het Hoofdgebouw. Naast reguliere woningen worden in het nieuwe Marthagebouw ook woningen gerealiseerd waar zorg kan worden verleend. Domein aan de Dommel is een duidelijk voorbeeld van herstructurering, transformatie en inbreiding binnen bestaand bebouwd gebied.
54/140
Zoekgebied dorpse en groene woonuitbreiding De zichtlijn vanaf het Hoofdgebouw over de nieuwe hortussen richting het achter terrein blijft behouden en wordt versterkt. De ontwikkelingen binnen fase 1 zijn landschappelijk afgestemd op de ontwikkelingen in fase 2. Fase 2 zoekt direct aansluiting bij de Dommel en de naastgelegen polder. In fase 1 worden langzaamverkeersroutes over het plangebied gerealiseerd. Voorzieningen In het Hoofdgebouw wordt ruimte geboden aan maatschappelijke, publieke en horecavoorzieningen en wordt er ruimte gerealiseerd om te kunnen werken. Deze voorzieningen zijn passend en nodig voor het nieuw aantal te realiseren woningen in het gebied. Deze voorzieningen bieden niet alleen ruimte aan toekomstige bewoners, ook andere dorpsbewoners kunnen hier straks van profiteren. Gezondheid De groene omgeving met veel ruimte om elkaar te ontmoeten en te bewegen stimuleert de gezondheid van de toekomstige bewoners en haar bezoekers. Dit staat uitgebreid beschreven in paragraaf 5.17. 4.4.2 Programma volkshuisvesting en wonen-welzijn-zorg 2023-2027 'Wij zorgen voor wonen' Met dit programma zet de gemeente de koers uit voor de ontwikkeling van het wonen in Sint-Michielsgestel, Den Dungen, Berlicum, Middelrode en Gemonde. De gemeente beoogt de realisatie van 1685 woningen in de periode 2023 t/m 2032 en groei in alle kernen.
Daarmee speelt de gemeente in op zowel de woonbehoefte van de inwoners als op de woonvraag afkomstig uit 's-Hertogenbosch en de regio Noordoost Brabant. De gemeente versnelt de woningbouw onder andere door de realisatie van 200 flexwoningen in de periode t/m 2028 en andere maatregelen. In het toe te voegen woningbouwprogramma bestaat een groter aandeel uit passende en betaalbare woningen en is er meer ruimte voor vernieuwende woonvormen en zelfbouw. Vanwege de demografische ontwikkelingen beoogt de gemeente ook een sterke toename van seniorengeschikte woningen zowel in nieuwbouw als door aanpassing van bestaande woningen en woongebouwen. Aangevuld met een passend aanbod vanuit welzijn en preventie en ondersteuning door professionele zorg in alle kernen en wijken. De gemeente voorziet in de woon- en ondersteuningsbehoefte van diverse aandacht groepen om hen zo zelfstandig mogelijk te laten deelnemen aan de samenleving. Door extra groei ook in de kleine kernen bijdragen aan de leefbaarheid en vitaliteit van deze kernen. Tenslotte werkt de gemeente aan de verduurzaming van de woningvoorraad en woonomgeving. Waarbij de gemeente wonen, leefbaarheid en verduurzaming graag in samenhang ziet. Deze toekomstvisie is samengevat in drie pijlers, onderverdeeld in 7 opgaven: Pijler 1: een passend en betaalbaar huis 1. passende woningen en doorstroming; 2. inspelen op de woningbehoefte; 3.
gevarieerde en creatieve woonvormen. Pijler 2: wonen met welzijn en zorg 4. wonen met welzijn en zorg voor ouderen; 5. een thuis voor iedereen. Pijler 3: duurzaam wonen in wijken en dorpen. 6. leefbare wijken en dorpen; 7. duurzaam wonen.
55/140
Beoordeling plan (1. en 2.) In de ladderonderbouwing in paragraaf 5.2 is aangetoond dat er behoefte is aan dit aantal woningen en aan de woontypologieën. Doordat onder andere nieuwe woningen voor ouderen worden gerealiseerd, kan deze doelgroep doorschuiven op de woningmarkt, waardoor bestaande woningen vrijkomen. (3.) In het regionaal woonwensenonderzoek regio 's-Hertogenbosch is aangetoond dat alle leeftijdsgroepen interesse hebben in het wonen in een verbouwd kantoor/school etc. Een gebouw dat als klooster is gebouwd en daarna tientallen jaren dienst heeft gedaan als instituut voor doven valt binnen deze categorie die mensen blijkbaar aanspreekt. (3. en 4.) 75-plussers hebben veel belangstelling voor kleinschalige woon-zorgcomplexen en wonen met gelijkgestemden. Binnen het nieuwe Marthagebouw zullen woningen worden gerealiseerd waar zorg verleend kan worden. In het Hoofdgebouw worden veel mogelijkheden gecreëerd om gelijkgestemden te ontmoeten. (4. en 6.) De gemeente wil inzetten op positieve gezondheid en het realiseren van een levensloopgeschikte en passende woonomgeving en woningvoorraad. De vele mogelijkheden om elkaar te ontmoeten, zowel binnen in gemeenschappelijke ruimten als buiten in de grote tuin en buitenruimten dragen bij aan een gezonde leefomgeving.
In de hortussen en overgangzones kunnen ouderen ommetjes maken op een veilige manier, zonder dat ze snel zullen verdwalen. Het Hoofdgebouw wordt vanaf de buitenzijde toegankelijk gemaakt voor minder-validen en het gebouw wordt voorzien van liften. (5.) Om iedereen aan een passende woning te helpen, is het belangrijk dat er voldoende sociale huurwoningen worden gebouwd. Binnen het gehele plangebied wordt 20% sociale huur, 20% goedkope koop en 60% vrije sector gerealiseerd voor de nieuwe woningen (met uitzondering van het Hoofdgebouw). In fase 1 wordt ook voldaan aan de 20% sociale huur. (6.) Een van de acties voor leefbaarheid is het benutten van bestaand vastgoed door splitsing/hergebruik. De transformatie van het Hoofdgebouw is hier een duidelijk voorbeeld van. (7.) Het Hoofdgebouw wordt ontkoppeld van het gasnetwerk en de woningen krijgen energielabel A. De energiekosten voor de woningen worden tot een minimum gereduceerd. 4.4.3 Programma Duurzame Mobiliteit 20245 Sint-Michielsgestel Op 20 maart 2025 is door de gemeenteraad het 'Programma Duurzame Mobiliteit 2045 Sint-Michielgestel' vastgesteld. In dit mobiliteitsplan staat beschreven waar de gemeente Sint-Michielsgestel zich op het gebied van verkeer voor in gaat zetten.
Het beschrijft bijvoorbeeld wat de gemeente gaat regelen voor voetgangers of fietsers, alsmede hoe de gemeente bereikbaar blijft, omgaat met parkeren en hoe het verkeer duurzaam kan worden gemaakt. Het mobiliteitsplan is een concrete uitwerking van de Omgevingsvisie met een maatregelpakket en bijpassende middelen. Het sluit aan bij ambities van de Omgevingsvisie, waarbij ingezet wordt op een mobiliteitstransitie. Het mobiliteitsplan geldt voor een langere periode van 10 jaar. Bij het mobiliteitsplan hoort ook een uitvoeringsplan. Hierin staan de keuzes die worden gemaakt in de uitvoering.
56/140
Om de visie in 2045 te bereiken, wordt ingezet op drie strategische lijnen. Deze lijnen geven richting aan de wijze waarop we omgaan met opgaves, ontwikkelingen en kansen die de komende jaren verwacht kunnen worden. 4. Onbezorgd en gezond op weg Er wordt ingezet op een mobiliteitsomgeving waarin iedereen zich onbezorgd kan verplaatsen. Inwoners in alle dorpen moeten zich veilig voelen en een groene, prettig ingerichte omgeving nodigt mensen uit om actief te bewegen. Zo wordt de fysieke en mentale gezondheid hooggehouden Om deze ambitie te bereiken, wordt ingezet op de volgende doelstellingen: • voor alle afstanden en type verplaatsingen wordt vaker gelopen of de fiets gepakt; • de verkeersomgeving is vergevingsgezind. 5. Samen kom je verder Een duurzaam mobiliteitssysteem voor de toekomst zorgt ervoor dat iedereen kan deelnemen aan het verkeer. Naast een veilige en comfortabele omgeving voor lopen en fietsen zorgen we ervoor dat er in gemeente Sint-Michielsgestel voldoende aanbod is van publieke mobiliteitsdiensten die passen bij onze inwoners. Hieronder verstaan we gedeeld vervoer, waaronder deelmobiliteit en de initiatieven die ontstaan vanuit de gemeenschap, zoals carpoolen. Maar ook openbaar vervoer.
Om deze doelstellingen te bereiken wordt ingezet op: • samen te reizen en vervoersmiddelen te delen, waardoor optimaal gebruik gemaakt wordt van ruimte, infrastructuur en vervoersmiddelen; • iedereen in Sint-Michielsgestel kan mobiel zijn; • elkaar ondersteunen en helpen om gebruik te maken van mobiliteitsdiensten. 6. Functioneel schoner verplaatsen Voor deze ambitie wordt ingezet op de volgende doelstellingen: • het reduceren van CO2 uitstoot door verminderen van het gebruik van gemotoriseerd verkeer met fossiele brandstoffen. • het positioneren van gemotoriseerd verkeer daar waar voldoende ruimte is voor veilige situaties; • het reduceren van overlast door gemotoriseerd verkeer. Aandachtig organiseren van parkeren Op het moment dat voertuigen niet gebruik worden en staan deze geparkeerd, vaak in de openbare ruimte. De gemeente zorgt ervoor dat er voldoende ruimte is in de gemeente is om voertuigen te parkeren, zonder dat dit tot overlast leidt of de openbare ruimte overneemt. Er wordt gewerkt aan een aparte nota voor parkeerbeleid.
In deze nota worden de volgende aspecten behandeld: • fietsparkeren; • deelmobiliteit-parkeren; • parkeerregulering met blauwe zones; • tijdelijk parkeren door middel van laad- en losplekken en Kiss & Ride zones; • parkeren voor bestemming voor mensen met een mobiliteit beperking; • strategisch ruimtegebruik door middel van locaties laadinfra en parkeren in combinatie met looproutes; • parkeren in de bestaande omgeving; • parkeren in nieuwe gebiedsontwikkelingen; • vrachtwagenparkeren en overnachtingsmogelijkheden bij de Gestelse poort;
57/140
• parkeren bij recreatie; • omgang met foutparkeren. De gemeente streeft ernaar voor zowel nieuwe als bestaande gebieden naar de optimale mix tussen ruimte voor groen en (speel)voorzieningen en ruimte voor het parkeren van voertuigen. Daarbij wordt geprobeerd de inwoners uit te dagen en te ondersteunen om het autobezit te reduceren. De uitvoering en de doorlooptijd van het maatregelenpakket is afhankelijk van het bestuurlijk proces en de keuzes die daarbij gemaakt worden over financiering en prioritering. 4.4.4 Conclusie Voornamelijk door de toevoeging van extra woningen en woningen waar zorg verleend kan worden, past deze ontwikkeling goed bij de speerpunten uit de omgevingsvisie en opgaven uit het programma volkshuisvesting. In paragraaf 5.4 wordt ingegaan op de gebiedsontwikkeling Domein aan de Dommel (Fase 1) in relatie tot mobiliteit en parkeren. De ontwikkeling is niet in strijd met het gemeentelijk beleid.
4.5
Waterschap
4.5.1 Waterschapsverordening De Dommel In de waterschapsverordening staan de regels voor bewoners en bedrijven die activiteiten doen bij beken, sloten en gemalen. De waterschapsverordening vervangt de Keur. Beoordeling plan Binnen het plangebied liggen geen watergangen van waterschap De Dommel.
Figuur 4.5: Uitsnede Weging van het waterbelang Waterschap De Dommel
58/140
4.5.2 Waterbeheerprogramma De Dommel Het Waterbeheerprogramma schetst de visie en ambities van het waterschap voor de lange termijn (2050). In 2050 wil De Dommel een leefomgeving die klaar is voor de toekomst en een watersysteem dat daarbij past. Dat laatste wil zeggen; een waterhuishouding die robuust, flexibel en in balans is met de natuur en de omgeving én zorgt voor een goede waterkwaliteit. Het klimaat verandert, daardoor is het watersysteem van Midden-Brabant kwetsbaar geworden. Daarbij speelt mee dat het weer extremer wordt, de vraag naar ruimte toeneemt en er meer (grond)water wordt verbruikt. Bovendien is ons water, ondanks alle inspanningen, nog steeds niet schoon genoeg. Daarnaast zijn er ook andere uitdagingen in de leefomgeving. Denk aan natuurherstel, de energie- en landbouwtransitie en de woningbouwopgave. Het watersysteem speelt een cruciale rol in ál deze uitdagingen. Andere aanpak De komende zes jaar maakt het waterschap het verschil door de focus in de aanpak te verleggen.
De ambitie en de verandering zijn gericht op: • van beekdalgericht naar gebiedsgericht: de aandacht gaat vanaf nu ook naar de flanken, de hoge zandruggen en bebouwd gebied, niet alleen naar het beekdal; • van een sectorale aanpak naar een integrale aanpak; samen met overheden en gebiedspartners werken we aan meerdere doelen in het gebied; • van ‘water afvoeren’ naar ‘elke druppel telt’; we richten het waterbeheer in op maximaal water vasthouden, we gaan minder grondwater gebruiken en slimmer sturen. Samen in het gebied De Dommel wil samen met partners en andere watergebruikers werken aan concrete uitvoeringsplannen, waarin samen gezocht wordt naar nieuwe oplossingen en antwoorden. Het waterschap wil meer water vasthouden in het gebied, dit water benutten voor gebruik in droge periodes én voor de noodzakelijke aanvulling van het grondwater. Ook werkt De Dommel aan een betere waterkwaliteit in ons gebied. Naast de wateropgaven, ziet het waterschap kansen om opgaven in het gebied slim met elkaar te verbinden. Beoordeling plan Het waterschap is in de ontwerpfase voor het gehele plangebied vroegtijdig betrokken. Binnen fase 1 speelt de Dommel echter geen bepalende rol. De waterberging van hemelwater door toename verharding en bestaand oppervlaktewater in de grachten zijn binnen fase 1 wel van belang.
In paragraaf 5.17 staat uitgebreid toegelicht hoe met deze waterberging wordt omgegaan. 4.5.3 Conclusie De waterschapsverordening is niet van toepassing op het plangebied. Bij de waterberging binnen fase 1 wordt rekening gehouden met de visie van het waterschap.
59/140
Hoofdstuk 5 5.1
Beoordelingsregels
Inleiding
Voor het beoordelen van de aanvraag wijzigen omgevingsplan, met een TAM-omgevingsplan, gelden beoordelingsregels. De gevolgen voor de fysieke leefomgeving worden in dit hoofdstuk beoordeeld.
5.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
5.2.1 Wettelijk kader De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand. Artikel 5.129g Bkl regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Bij een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandel voorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is, wordt met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand rekening gehouden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling. Artikel 5.129g Bkl legt hiervoor geen grens vast. Geldende jurisprudentie onder de Wro/Bro is vanaf 12 woningen, een functiewijziging met een oppervlak groter dan 500 m² bvo, meer dan 500 m² bvo bebouwing of een functie die gelet op de ruimtelijke uitstraling een stedelijke ontwikkeling is. Leegstand mag volgens jurisprudentie niet 'onaanvaardbaar' zijn.
Als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied moet ook rekening worden gehouden met de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. De grens van het stedelijk gebied wordt bepaald door de omstandigheden van het geval, de specifieke ligging, de feitelijke situatie, het omgevingsplan en de aard van de omgeving. Als wordt voorzien in de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en de beoordeling van de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling heeft betrekking op de economische behoefte, de marktvraag of de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, heeft de beoordeling alleen tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 5.2.2 Toetsing De planontwikkeling in fase 1 is een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van de ladder voor duurzame verstedelijking. In totaal zal de woonfunctie in fase 1 bestaan uit: • Ca. 70 woningen in het Hoofdgebouw; • Ca. 48 woningen in het nieuwe Marthagebouw, waar ook zorg kan worden afgenomen, en • Ca. 78 woningen in de nieuwbouw. Op deze locaties is wonen nu planologisch niet toegestaan.
Ook worden enkele ondersteunende functies mogelijk gemaakt die noodzakelijk zijn voor het functioneren van het
60/140
gebied. Het gaat daarbij om werkplekken, maatschappelijke functies, zorgfuncties, ontmoetingsruimte en horeca. Op basis van de huidige bestemming zijn de gronden in het hele gebied bestemd voor sociaal-culturele voorzieningen, onderwijsvoorzieningen, medische voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van het wonen voor zover passende binnen de vermelde doeleinden. Dergelijke voorzieningen zijn geen stedelijke ontwikkeling, omdat per saldo sprake is van een afname van planologische mogelijkheden. De beoogde horeca en de werkfuncties zijn breder dan wat op basis van de huidige bestemming mogelijk is. Dit kan worden gezien als stedelijke ontwikkeling. Het plan is gelet op de geldende jurisprudentie voldoende substantieel. Het plan ligt in stedelijk gebied gelet op de huidige stedelijke functie en de ligging in het samenstel van bebouwing met andere stedelijke functies. Er zal in toekomstige situatie gezien de grote woningbehoefte en de specifieke behoefte aan wonen met zorg geen sprake zijn van onaanvaardbare leegstand. Er is sprake van diensten. Het gaat in dit geval echter niet om een nieuwe vestiging, maar om behoud van een bestaande maatschappelijke functie, waarvoor ondersteunende diensten en economische activiteiten mogelijk worden gemaakt. In de gemeente is behoefte aan het toevoegen van 1.685 woningen in de periode 2023 tot en met 2032.
Er is nog veel te weinig harde plancapaciteit. Met dit plan kan harde plancapaciteit worden toegevoegd. Hiermee kan invulling worden gegeven aan de lokale en regionale behoefte. In het gebied kan ook invulling worden gegeven aan de behoefte aan betaalbare woningen en wonen met zorg. Daarnaast blijft de huidige maatschappelijke functie (zorg en onderwijs op maat voor mensen met taalontwikkelingsstoornissen, slechthorendheid, doofheid, doofblindheid, of meerdere beperkingen) in het gebied en krijgt deze een duurzame upgrade, inclusief enkele bijbehorende functies die noodzakelijk zijn voor het functioneren van het gebied. Met de beoogde ontwikkeling wordt ook een duurzame vervolgfunctie gegeven aan het rijksmonument, wat noodzakelijk is voor het behoud ervan. De volledige toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking en de beschrijving van de behoefte is te vinden in bijlage 9. 5.2.3 Conclusie De ontwikkeling is in overeenstemming met en voldoet aan de instructieregel ten aanzien van duurzame verstedelijking, omdat aangetoond wordt dat leegstand wordt tegengegaan en er sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik. De beoogde ontwikkeling in het plangebied voorziet in een woningbehoefte die binnen de gemeente aanwezig is. De beoogde woonfunctie in het plangebied is aanvaardbaar met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
5.3
Milieueffectrapportage
5.3.1 Beoordelingskader In Bijlage V van het Omgevingsbesluit (Ob) is aangegeven welke projecten in het kader van een wijziging van het omgevingsplan projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Projecten die zijn genoemd in kolom 1 zijn merplichtig als wordt voldaan aan de drempelwaarden uit kolom 2 en mer-beoordelingsplichtig in gevallen als genoemd in kolom 3. In kolom 4 staat aangegeven bij welk besluit de mer-(beoordelings)plicht geldt.
61/140
Voor mer-beoordelingsplichtige activiteiten moet worden onderzocht of deze aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. De criteria om dit vast te stellen zijn genoemd in bijlage III van Richtlijn 2011/92/EU (richtlijn m.e.r.). Samengevat zijn dit de kenmerken van een project, de locatie van een project en soort en kenmerken van de verschillende milieueffecten. De initiatiefnemer van een in Bijlage V aangewezen project moet daarvan mededeling doen bij het bevoegd gezag, doorgaans het college van B&W. In die mededeling (de aanmeldingsnotitie) is een beschrijving van het project, de locatie en de mogelijke milieueffecten opgenomen. 5.3.2 Toetsing De beoogde ontwikkeling waarop deze wijziging van het omgevingsplan ziet, betreft de realisatie van 196 woningen met aanvullende voorzieningen. Dit is een activiteit uit kolom 1 van Bijlage V van het Ob en valt onder categorie J11 'Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en parkeerterreinen'. Volgens kolom 2 is een mer-plicht niet van toepassing, maar conform kolom 3 is wel een mer-beoordeling noodzakelijk. In bijlage 10 bij deze motivering is de mer-beoordeling opgenomen. 5.3.3 Conclusie Uit de aanmeldingsnotitie blijkt dat gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten, geen aanzienlijke milieugevolgen optreden.
Er is geen aanleiding voor het doorlopen van een mer-procedure.
5.4
Mobiliteit en parkeren
5.4.1 Beoordelingskader Verkeer en parkeren moeten als omgevingsaspecten in het belang van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden beoordeeld. De Ow en het Bkl stellen geen regels op dit gebied. De omgevingsvisie van provincie Noord-Brabant, de Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel en de 'Nota parkeernormen 2025' van de gemeente SintMichielsgestel gaan wel op deze aspecten in. De omgevingsvisie zet vooral in op een verbindend netwerk, met veel aandacht voor fietsen, lopen en goede bereikbaarheid binnen de dorpen en richting de regio. De fiets krijgt voorrang, autoverkeer wordt teruggedrongen waar dat kan en voorzieningen moeten zoveel mogelijk op fiets- of loopafstand liggen om de leefkwaliteit te verbeteren.
62/140
Figuur 5.1: de routes op het terrein van Domein aan de Dommel (bron: BPD) Ook openbaar vervoer, veilige routes en bereikbaarheid van recreatie- en natuurgebieden maken expliciet deel uit van het mobiliteitsbeleid. Naast het provinciaal en het gemeentelijk beleid bieden de CROW-richtlijnen aanvullend een belangrijk kader voor de beoordeling van de aspecten verkeer en parkeren. Aangezien het richtlijnen betreft, kan er onderbouwd worden afgeweken. Daarvoor is specifiek op de ontwikkeling van toepassing zijnde toegesneden informatie van belang. In beginsel worden de aspecten verkeer en parkeren beoordeeld conform het STOMP principe. STOMP staat voor: Stappen, Trappen, Openbaar Vervoer, Mobility as a Service (MaaS) en ten slotte de Privéauto. Het STOMP principe gaat ervanuit dat de voetgangers en fietsers de belangrijkste verkeersdeelnemers zijn die binnen de ontwikkeling gefaciliteerd dienen te worden, daarna volgt het openbaar vervoer en de deelmobiliteitsvoorzieningen en als laatste wordt de privéauto gefaciliteerd. Het toepassen van het STOMP principe draagt bij aan een duurzame gebiedsontwikkeling, daarom is dit principe belangrijk om mee te nemen in de beoordeling. Ook vormt het 'Programma Duurzame Mobiliteit 2045' een aanvulling ten aanzien van het aspect mobiliteit, zie hiervoor paragraaf 4.4.3.
63/140
5.4.2 Toetsing Bestaand verkeersnetwerk Voetganger Het centrum van Sint-Michielsgestel met diverse voorzieningen, op ongeveer 600 meter afstand, is goed te voet bereikbaar. De route gaat voor een aanzienlijk deel over een autovrije route, via de langzaam verkeersbrug, ten zuidoosten van het gemeentehuis. Aan de overkant van de Theerestraat ligt de wijk Theereheide. Hier zijn ook enkele voorzieningen op loopafstand gelegen. Basisschool de Bolster ligt op ruim 100 meter van de Theerestraat. Er zijn ook enkele winkels in de wijk gevestigd. De oversteekbaarheid van de Theerestraat vereist, vooral tijdens de spits, voorzichtigheid vanuit verkeersveiligheid, gezien de verkeersdrukte op deze weg. Er is op de Theerestraat één met verkeerslichten geregelde voetgangersoversteekplaats zonder middengeleider, recht voor het Hoofdgebouw. Pas bij de kruising met de Esscheweg is een andere oversteekvoorziening voor voetgangers aanwezig. Fietser Het centrum van Sint-Michielsgestel kan via dezelfde route worden bereikt als die voetgangers gebruiken. Binnen SintMichielsgestel zijn diverse scholen per fiets te bereiken. Voor de scholen in de wijk Theereheide moet de Theerestraat worden overgestoken, maar voor het overige zijn de straten in deze wijk erftoegangswegen waar dagelijks slechts enkele honderden motorvoertuigen rijden.
Ook het Gymnasium Beekvliet en het Elde College zijn veilig per fiets te bereiken. Om naar Beekvliet te fietsen moet enkel de Nieuwstraat worden overgestoken. Het Elde College is via de brug over de Dommel bij De Bleeke zelfs voor een zeer groot deel zonder enig autoverkeer tegen te komen per fiets bereikbaar. De oversteekbaarheid van de Theerestraat vereist, vooral tijdens de spits, voorzichtigheid vanuit verkeersveiligheid. De Theerestraat is met een intensiteit van 7.000 mvt/etmaal vrij druk, toch passend bij de functie. Het is een voorrangsweg met vrij lange rechtstanden, een maximumsnelheid van 50 km/uur en een asfaltverharding, zonder fietsvriendellijke voorzieningen. Ook zijn er tussen de kruising met de Kamperfoeliestraat en de Esscheweg geen oversteekvoorzieningen aanwezig. Openbaar Vervoer Op de Theerestraat, op 300 meter van de planlocatie halteert buurtbus 299, die elk uur Sint-Michielsgestel in een half uur met Boxtel verbindt. Deze buslijn is alleen tussen 8 uur 's morgens en 6 uur 's avonds actief. In het centrum van Sint-Michielsgestel halteert bus 156 elk half uur in de richting van Den Bosch en in de richting van Eindhoven. De bushalte is ongeveer 750 meter van de planlocatie gelegen. Bus 156 rijdt niet via de snelste route naar Den Bosch en Eindhoven: naar Den Bosch duurt de reis een half uur, naar Eindhoven een uur. Sneller is buslijn 306 naar Den Bosch.
Deze halteert bij halte Gestelse Poort en is in 19 minuten in Den Bosch. Deze halte ligt op 2,2 kilometer fietsen van de planlocatie. Mobiliteitsdiensten OnzeAuto biedt één deelauto aan op het Meanderplein, direct naast de planlocatie.
64/140
Auto Het autoverkeer van en naar de planlocatie wordt afgewikkeld op de gebiedsontsluitingsweg Theerestraat. Richting het noorden gaat de Theerstraat binnen enkele honderden meters over in een erftoegangsweg en veranderd van naamgeving in de Vughterweg. De Vughterweg is ingericht als erftoegangsweg, waar geen langzaam verkeer rijdt, met voorrang op de zijwegen. De A2 ligt op ongeveer 3 kilometer afstand en is binnen enkele minuten voor het autoverkeer te bereiken bij oprit Vught. Richting het zuidoosten loopt de Theerestraat naar de kruising met de Esscheweg. Linksaf gaat de weg via de brug naar het centrum van Sint-Michielsgestel en verder als Schijndelseweg naar Schijndel. Rechtsaf gaat de weg als Esscheweg richting de komgrens en Boxtel. Binnen de bebouwde kom is de Esscheweg ingericht als gebiedsontsluitingsweg. Buiten de bebouwde kom is de Esscheweg als erftoegangsweg met voorrang ingericht, voorzien van vrij liggende fietspaden. De A2 ligt op ongeveer 3,5 kilometer afstand en is binnen enkele minuten voor het autoverkeer te bereiken bij oprit Boxtel Noord. Beoogde ontwikkeling Programma Er worden 196 woningen ontwikkeld, in diverse typen en formaten. Daarnaast is er in het hoofdgebouw ruimte voor diverse commerciële/maatschappelijke voorzieningen, horeca en bedrijvigheid, zie hiervoor paragraaf 2.3.2.
STOMP-principe De visie voor Mobiliteit voor Domein aan de Dommel zet in op een duurzame, veilige en toegankelijke omgeving voor alle gebruikers. Door het STOMP-principe te volgen en de uitgangspunten uit het Programma Duurzame Mobiliteit 2045 en de verkeersopzet te integreren, wordt een toekomstbestendig mobiliteitssysteem gecreëerd. Dit systeem bevordert actieve mobiliteit, vermindert de afhankelijkheid van privévoertuigen en draagt bij aan een leefbare en groene omgeving voor bewoners en bezoekers van Sint-Michielsgestel. Hieronder staan de uitgangspunten per modaliteit die van toepassing zijn op Fase 1. Stappen • Volgens het 'Programma Duurzame mobiliteit 20245' is er extra aandacht voor de versteekbaarheid van voetgangers bij de inrichting van de Theerestraat. Trappen • De Theerestraat is als primair fiets- en LEV-netwerk aangemerkt in het Programma Duurzame Mobiliteit 2045. De primaire fiets- en LEV verbinding over de Theerestraat gaat over de weg van de Theerestraat. • Er zijn voldoende fietsenstallingsvoorzieningen in het gebied aanwezig. • Voor het fietsparkeren voor bezoekers en voorzieningen zijn in de openbare ruimte locaties voorzien waar bezoekers van het gebied toegankelijk en laagdrempelig hun fiets kunnen stallen. Het betreft 2 locaties aan de voorzijde van het Hoofdgebouw en 1 locatie in de nabijheid van de Jongenskapel.
Openbaar vervoer • Het bestaande OV-netwerk is het uitgangspunt voor Domein aan de Dommel. • Goede verbindingen voor voetgangers en fietsers naar de bushaltes, ook aansluitend op het stappen en trappen.
65/140
Mobiliteitsdiensten • Er zal worden aangesloten bij de deelauto's van OnzeAuto, die nu door de gemeente in gebruik zijn. Privévervoer Ontsluiting: • Inrichting van straatprofielen, zodat auto's zich te gast voelen in het gebied. • Het plangebied wordt voor het wegverkeer ontsloten op de Theerestraat, via een ontsluiting ten zuidoosten van het Hoofdgebouw. Voor langzaam verkeer zijn meer ontsluitingen beschikbaar om duurzame mobiliteit te stimuleren. Met het realiseren van een kruispuntplateau met een middengeleider wordt een veilige oversteek gecreëerd. Parkeren: • Parkeernormen en beschikbaarheid van parkeervoorzieningen worden ingezet als een sturingsmechanisme om het autobezit en gebruik terug te brengen om ruimte te creëren voor Stappen, Trappen, Mobiliteitsdiensten en OV. • Voor de parkeervoorzieningen wordt voldoende rekening gehouden met het faciliteren van elektrische voertuigen. • De afhankelijkheid van de auto wordt gerespecteerd door een parkeerplaats voor de 1e auto dicht bij de woning te faciliteren, maar voor de 2e of 3e auto verder weg in een collectieve voorziening. • Onder de nieuwbouwdelen aan de achterzijde van het Hoofdgebouw is een parkeergarage voorzien met een parkeercapaciteit van 176 parkeerplaatsen voor auto's. Op maaiveld worden daarnaast 20 parkeerplaatsen toegewezen aan adressen.
Deze parkeervoorzieningen zijn bestemd voor de bewoners van de woningen in het plangebied. • Daarnaast is voorzien in extra parkeergelegenheid op eigen terrein, daar waar planfase 2 van Domein aan de Dommel (deelgebied 2) wordt gerealiseerd.
Figuur 5.2: Ontwerp parkeergarage met 176 parkeerplekken (Bron: Biermanhenket)
66/140
Figuur 5.3: Aanduiding parkeerplaatsen in de buitenruimte van het plangebied voor Fase 1 (Bron: Delva) 5.4.2.1 Verkeer Verkeersgeneratie De verkeersgeneratie is berekend met behulp van de kengetallen uit CROW-publicatie 744. De stedelijkheidsgraad van Sint-Michielsgestel is 'weinig stedelijk'. Voor de locatie is 'rest bebouwde kom' aangehouden. De resultaten van de berekening zijn weergegeven in onderstaande tabel 5.1. De kengetallen kennen een bandbreedte. Aansluitend bij de 'Nota parkeernormen 2025' van de gemeente Sint-Michielsgestel, en in verband met het ten opzichte van andere gemeenten in Nederland met een vergelijkbare stedelijkheid gemiddeld autobezit, is het midden van de bandbreedte gekozen. Voor een aantal functies zijn geen kengetallen beschikbaar. Het gaat hierbij om de horecafunctie en de ontmoetingsruimte. Deze zijn als volgt beredeneerd. Vergader/atelier/onderwijs Voor de ruimtes die bedoeld zijn voor vergaderingen, ateliers, onderwijs in de vorm van cursussen of muzieklessen is gebruik gemaakt van het kengetal voor kantoren zonder baliefunctie. In deze multifunctionele ruimten wordt plek geboden aan individuen die zelfstandig komen werken tot kleine groepen. Het gebruik van kantoren is hier het meest mee te vergelijken. Hiervoor geldt een verkeersgeneratie van 8,8 mvt/etmaal per 100 m2.
Horeca Voor de horeca is de verkeersgeneratie bepaald op basis van de parkeernorm (7 pp/100m2) voor een restaurant. Hierbij wordt uitgegaan van een turnover van 2 per parkeerplaats wat neerkomt op 4 mvt/etmaal per parkeerplaats. Per 100 m2 is de verkeersgeneratie dan 4 x 7 = 28 mvt/etmaal.
67/140
Woonkamer van de wijk Voor het ontmoetingscentrum/ wijkgebouw is een parkeerbehoefte van 3 parkeerplaatsen aangehouden. Dit is een kengetal uit publicatie CROW 182. Er is verondersteld is dat elke parkeerplaats per dag door 2 verschillende bezoekers wordt gebruikt. Elk gebruik levert een rit heen en een rit terug op. In totaal is de verkeersgeneratie dus 4 bewegingen per parkeerplaats. Per 100 m2 is de verkeersgeneratie dan 4 x 3 = 12 mvt/etmaal. De kengetallen zijn bruikbaar om de verkeersgeneratie op een gemiddelde weekdag te bepalen. Om de verkeersgeneratie op een gemiddelde werkdag te bepalen zijn de resultaten vermenigvuldigd met omrekenfactoren die ook in publicatie 744 zijn vermeld. Tabel 5.1: bruto verkeersgeneratie beoogde ontwikkeling (Bron: Rho adviseurs)
Afgerond naar boven is de verkeersgeneratie 1.638 mvt/etmaal. Verkeerstoedeling De beoogde ontwikkeling wikkelt haar verkeer af op de Theerestraat. Vanaf de Theerestraat zal ongeveer de helft naar het noordwesten rijden, richting De A2 en Den Bosch. De andere helft van het verkeer zal naar het zuidoosten rijden, om bij de Esscheweg zich te splitsen in een deel dat in de richting van Boxtel en de A2 gaat en een deel dat richting het centrum van Sint-Michielsgestel, Schijndel en Veghel gaat. Zie voor een weergave van de toedeling op gemiddelde weekdag onderstaande figuur 5.4.
68/140
Figuur 5.4: verkeerstoedeling beoogde ontwikkeling, met planbijdragers aan de verkeersintensiteit op weekdag (Bron: Rho adviseurs) Beoordeling verkeersafwikkeling en -veiligheid Om de verkeersafwikkeling en -veiligheid te beoordelen zijn de wegvakken en kruisingen die vanwege de beoogde ontwikkeling een significante toename in verkeer kunnen verwachten onderzocht. Gekeken is of deze wegen of kruisingen voldoende capaciteit hebben om de verwachte toename in verkeer vlot en veilig af te kunnen wikkelen. In onderstaande tabel 5.2 zijn de wegen waarop het verkeer van en naar de planlocatie zal worden afgewikkeld weergegeven. Van elk wegvak is de autonome intensiteit in 2019, in 2035 en de planbijdrage weergegeven. Bron van de autonome intensiteiten is het verkeersmodel BBMA (provincie Noord-Brabant) Om een inschatting van 2035 te maken is het gemiddelde genomen van 2030 en 2040. Tabel 5.2: verkeersintensiteiten en planbijdrage per wegvak op weekdagen (Bron: Rho adviseurs)
69/140
Op de Nieuwstraat, Schijndelseweg en op het Adrianusplein is de toename van de intensiteit vanwege het planvoornemen dermate klein dat het verkeersbeeld en daarmee de verkeersafwikkeling en -veiligheid niet merkbaar verandert. Op andere onderzochte wegvakken is de toename groter dan 5%, en gaat de toename niet meer ongemerkt op in het heersende verkeersbeeld. Voetgangers De ontsluiting van de planlocatie richting het centrum van Sint-Michielsgestel is goed. Er zijn routes die grotendeels vrij zijn van gemotoriseerd verkeer, en waar de weg wel gedeeld wordt met gemotoriseerd verkeer zijn de intensiteiten en snelheden laag. Fietsers Net als voor voetgangers geldt dat de route naar het centrum van Sint-Michielsgestel veilig en comfortabel is en blijft. De Theerestraat daarentegen is minder veilig vanwege de bestaande verkeersdrukte. De beoogde ontwikkeling verandert de situatie niet noemenswaardig. Bij het kruisen van de Theerestraat is uit een oogpunt van verkeersveiligheid een voorziening wenselijk, bijvoorbeeld in de buurt van de kruising met de Laurierstraat, die aansluit op het begin van het vrij liggende fietspad richting Vught. Auto - Theerestraat De autonome verkeersintensiteit bedraagt in 7.350 mvt/etmaal in 2035.
De toename ten gevolge van de realisatie van de planontwikkeling is 1.222 mvt/etmaal, waardoor de toekomstige verkeersintensiteit stijgt naar 8.572 mvt/etmaal in 2035. Vooropgesteld dat de verkeersafwikkeling afhankelijk is van de inrichting van wegvakken en kruispunten, kan worden gesteld dat uit verkeerskundige oogpunt bezien autoverkeer op 50 km/u-wegen tot een omvang van 6.000 à 15.000 mvt/etmaal veelal vlot en veilig kan worden afgewikkeld. De toekomstige verkeersintensiteit valt zowel met als zonder de ontwikkeling van Domein aan de Dommel binnen deze bandbreedte. De verkeersveiligheid en verkeersafwikkeling voor autoverkeer wordt door de beoogde ontwikkeling niet in gevaar gebracht. Auto - Esscheweg De huidige verkeersintensiteit bedraagt 7.550 mvt/etmaal. De toename ten gevolge van de realisatie van de planontwikkeling is 855 mvt/etmaal, waardoor de toekomstige verkeersintensiteit stijgt naar 8.405 mvt/etmaal in 2025. De verkeerafwikkeling kan bij deze verkeersomvang op de Esscheweg voldoende worden gewaarborgd. Vooropgesteld dat de verkeersafwikkeling afhankelijk is van de inrichting van wegvakken en kruispunten, kan worden gesteld dat uit verkeerskundig oogpunt bezien verkeer op 50 km/u-wegen tot een omvang van 6.000 à 15.000 mvt/etmaal veelal vlot en veilig kan worden afgewikkeld.
Aangezien de toekomstig verkeersintensiteit ook na realisatie van het plan hierbinnen blijft, kan worden geconcludeerd dat de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid voldoende gewaarborgd zal zijn. De Esscheweg kent bovendien geen problemen ten aanzien van de oversteekbaarheid. Ten oosten van de weg zijn geen adressen aanwezig en bij de toegang tot de voetbalvelden en een het zwembad, is al een oversteekvoorziening aanwezig. Vrij liggende fietspaden maken deze weg ook voor fietsers veilig.
70/140
5.4.2.2 Parkeren Fiets parkeren De 'Nota parkeernormen 2025' is aangehouden om te beoordelen of de faciliteiten voor het parkeren van de fiets adequaat zijn om een evenwichtige toedeling van functies aan locaties te bereiken. Ongeacht de aanwijzingen uit de Parkeernormen nota zal de ontwikkeling altijd aan het Bbl moeten voldoen. De Parkeernormennota geeft normen over hoeveel fietsparkeerplaatsen nodig zijn. Met de normen is een berekening gemaakt over het aantal benodigde fietsenstallingsplekken. Hier is onderscheid gemaakt tussen stallingsplaatsen voor bewoners en vaste gebruikers van gebouwen aan de ene kant, en bezoekers aan de andere kant. Het is wenselijk dat bewoners en vaste gebruikers hun fiets op eigen terrein, bij voorkeur binnen kunnen stallen. Voor bezoekers is het juist van belang dat zij hun fietsen op openbaar toegankelijke plaatsen veilig en comfortabel kunnen stallen. De grondslag voor de stallingsnorm voor woningen is het aantal kamers waaruit de woningen bestaat. Omdat het aantal kamers per woning nog niet is vastgelegd is verondersteld dat een woning van minder dan 75 m2 2 kamers heeft, een woning tussen de 75 en 100 m2 3 kamers, en nog grotere woningen 4 kamers. Niet voor alle functies is een norm opgenomen in de Parkeernormennota. Voor deze functies is gebruik gemaakt van de Fiets parkeerkencijfers 2025 van het CROW.
Er is gekozen voor het midden van de bandbreedte van de kencijfers voor de rest van de bebouwde kom van een weinig stedelijk gebied. Voor de multifunctionele ruimte en de ontmoetingsruimte is aangesloten bij het kencijfer voor een 'evenementenhal/beursgebouw/congresgebouw'. In onderstaande tabel 5.3 is de berekening gemaakt voor de beoogde ontwikkeling gebaseerd op de maximale planologische invulling volgens het TAM-omgevingsplan. Er zijn 668 stallingsplekken voor fietsen nodig volgens de parkeerbehoefte berekening. Hiervan zijn er 490 nodig voor het stallen van fietsen van bewoners en vaste gebruikers. Omdat het plan ook een aantal voorzieningen kent die bezoekers trekken bedraagt het aantal stallingsplaatsen wat bestemd is voor de bezoekers 178. De 490 fietsparkeerplaatsen voor bewoners en gebruikers alsmede 98 (196 x 0,5 per woning) fietsparkeerplaatsen voor bezoekers worden geplaatst in de bebouwing. Voor de overige resterende 80 parkeerplaatsen worden op eigen terrein in de buitenruimte fietsparkeerplaatsen voorzien. Hiervoor is voldoende ruimte beschikbaar. Het betreft onder meer 2 locaties in de buitenruimte voor het Hoofdgebouw en 1 locatie nabij de Jongenskapel. Daarmee is in het kader van de uitvoerbaarheidstoets aangetoond dat het fietsparkeren 'niet evident onuitvoerbaar is'.
Bij de formele vergunningaanvraag zal de exacte fietsparkeer opgave bepaald worden en nader aangeduid worden waar de fietsparkeerplaatsen zijn voorzien.
71/140
Tabel 5.3: Benodigde fiets parkeerplaatsen (Bron: Rho adviseurs)
Het fietsparkeren voor Fase 1 van Domein aan de Dommel wordt opgelost op eigen terrein, deels in de garage en deels in de openbare ruimte. Auto parkeren Om de benodigde hoeveelheid parkeerplaatsen voor auto's te bepalen zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • de 'Nota parkeernormen 2025' (zie bijlage 11) is aangehouden, met als ligging 'rest van de bebouwde kom'; • de parkeergarage met 176 parkeerplaatsen is uitsluitend voor bewoners bestemd; • voor iedere woning wordt voor de 1e auto een parkeerplaats dichtbij gefaciliteerd, daarnaast zijn parkeerplaatsen in een collectieve voorziening beschikbaar; • voor de overige parkeerbehoefte van bewoners, en voor de volledige parkeerbehoefte van bezoekers en werknemers in de beoogde ontwikkeling wordt op de eigen gronden van Fase 2 van de gebiedsontwikkeling Domein aan de Dommel (deelgebied 2) tijdelijke parkeergelegenheid gerealiseerd. Zie figuur 5.3. In onderstaande tabel 5.4 is een parkeerbehoefte berekening gemaakt voor de beoogde ontwikkeling gebaseerd op de maximale planologische invulling volgens het TAM-omgevingsplan. De normatieve parkeerbehoefte voor bewoners bedraagt 236 plaatsen. In totaal is de normatieve behoefte voor bewoners, bezoekers woningen, bezoekers en werknemers niet-woonfuncties berekend op een totaal van 397 plaatsen.
Woonkamer van de wijk Voor het ontmoetingscentrum/wijkgebouw is een parkeerbehoefte van 3 parkeerplaatsen aangehouden.
72/140
Tabel 5.4: normatieve parkeerbehoefte (Bron: Rho adviseurs)
Voor een gedeelte van de parkeerbehoefte is het mogelijk om parkeerplaatsen dubbel te gebruiken. Immers verschillende functies veroorzaken behoefte aan parkeerplaatsen op verschillende momenten op de dag en de week. Bijvoorbeeld het kantoor met flexwerkplekken zal voornamelijk parkeerbehoefte veroorzaken overdag door de week, bezoekers van woningen vaker in de avond en in het weekend, en de bewoners van woningen hebben 's nachts de hoogste parkeerbehoefte. Met behulp van de aanwezigheidspercentages van het CROW kan bepaald worden welk gedeelte van de benodigde parkeerplaatsen dubbel gebruikt kan worden. Het uitgangspunt is dat iedere woning 1 parkeerplaats krijgt. Uitgesloten van dubbelgebruik zijn daarom de 176 parkeerplaatsen in de garage én 20 parkeerplaatsen op maaiveld. Deze zijn alleen bestemd voor bewoners, gebruikers van de andere functies kunnen er geen gebruik van maken als de auto's van bewoners niet aanwezig zijn. Voor dubbelgebruik kan daarom alleen gerekend worden met de normatieve behoefte van (397 – 176 - 20 =) 201 parkeerplaatsen. Tabel 5.5: aanwezigheidspercentages