CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

BP Kerkweide West Bijlage 2 Bijlagenboek.pdf

Raadsvergadering Boxtel 11 april 2023, gemeente boxtelBij agendapunt: Gewijzigd bestemmingsplan Kerkweide-West, Liempde (reg nr 1314773)28.220 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Zoogdieren

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

39

Bunzing en wezel

m

v

Het biotoop van de wezel en bunzing bestaat onder andere uit terreinen met een afwisseling van sloten en greppels, weilandjes, houtwallen, takkenhopen en bosschages (Stichting Kleine Marters, 2018a; Zoogdiervereniging, z.d.c en z.d.m.). Er is een takkenhoop aanwezig in het projectgebied en er is struweel aanwezig. Verder zijn er ook lijnvormige heggen. Het projectgebied biedt dus een geschikt leefgebied voor de bunzing en wezel. Verblijfplaatsen van de bunzing en wezel kunnen niet worden uitgesloten. De dichtstbijzijnde waarneming van de bunzing is op circa 800 meter van de projectlocatie en de dichtstbijzijnde waarneming van de wezel is op circa één kilometer van het projectgebied.

Das*

N.v.t.

N.v.t.

Er zijn geen sporen aangetroffen, zoals burchten, haren of prenten, waaruit mogelijke aanwezigheid blijkt. Ook wordt geen essentieel foerageergebied of wissel aangetast die het functioneren van een burcht negatief kunnen beïnvloeden (Zoogdiervereniging, z.d.d).

Damhert

N.v.t.

N.v.t.

Het damhert komt vooral voor in lichte loofbossen en gemengde bossen, minder vaak in uitgestrekte naaldbossen. Hij heeft een voorkeur voor oudere bossen met een dichte onderbegroeiing. Belangrijk is dat er voldoende gras is. Ook komt hij voor in randzones bij open plekken, graslanden en akkerranden en in parkachtige bosgebieden (zoogdiervereniging, z.d.n). Dit is niet aanwezig binnen het projectgebied, aangezien het projectgebied is omringt door woonhuizen.

Edelhert

N.v.t.

N.v.t.

Edelherten komen voor in allerlei biotopen, van loofbos en heidebos tot vochtige milieus zoals vennen. Ze hebben een voorkeur voor bosgebieden (zoogdiervereniging, z.d.o). Ze komen niet voor in dorpen of tuinen.

Eekhoorn*

N.v.t.

N.v.t.

Er zijn geen eekhoornnesten (bolvormige nesten) waargenomen binnen het projectgebied en 50 meter daarbuiten. Ook zijn geen geschikte boomholtes of spechtengaten aangetroffen die in gebruik zijn of gebruikt kunnen worden (Zoogdiervereniging, z.d.e).

Gewone zeehond*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig voor deze soort. De gewone zeehond leeft voornamelijk in getijdengebieden waar plekken aanwezig zijn die bij eb droogvallen. Deze plekken zijn vooral te vinden langs zandige kusten, maar ook op met wier bedekte riffen, kiezelsteenstranden, zandplaten en stenen. Ze hebben een sterke voorkeur voor rustige plekken, zonder menselijke aanwezigheid. Een enkele keer komt een gewone zeehond (tijdelijk) voor bij riviermondingen of zelfs in (zoete) binnenwateren. De gewone zeehond is zeer gevoelig voor geluid, licht en trilling. De gevoeligheid voor optische verstoring is onbekend (Zoogdiervereniging, z.d.f).

Hermelijn

N.v.t.

N.v.t.

Er is geschikt biotoop aanwezig. De hermelijn kan in verscheidene natuurterreinen voorkomen, zoals in bos, duin, moerasgebied of kleinschalig cultuurlandschap met een afwisseling van bijvoorbeeld graslanden en houtwallen. De hermelijn lijkt een voorkeur te hebben voor terreinen met wateren of hoge grondwaterstand, zoals in beekdalen, rivieruiterwaarden en veen(weide)gebieden. Rommelige hoekjes met losliggende materialen kunnen als verblijfplaats dienen voor de hermelijn en de omgeving is geschikt als jachtgebied (Stichting Kleine Marters, 2018b; Zoogdiervereniging, z.d.g). Echter zijn er binnen vijf kilometer geen waarnemingen van de hermelijn. Tussen de waarnemingen van de hermelijn en het projectgebied liggen ook meerdere onoverbrugbare barrières in de vorm van snelwegen en spoorwegen.

Noordse woelmuis*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, zoals rietland, moeras, extensief gebruikt weiland, periodiek overstroomde terreinen of natte grazige vegetaties. In gebieden zonder andere woelmuizen komt de soort ook voor in drogere biotopen, zoals wegbermen en zelfs in droog naaldbos (Zoogdiervereniging, z.d.h).

Otter*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk oeverzones met voldoende dekking en rust van allerlei soorten stromende wateren, zoals meren, plassen, rivieren, kanalen, beken en moerassen. Er zijn geen overstromingsvrije oeverholtes die kunnen dienen als nestplaats. Ook zijn geen dichte oevervegetaties (o.a. riet), struwelen en bosschages of kunstmatige holten aanwezig die kunnen dienen als dagrustplaats.Er zijn geen eetplekken, loopsporen, wissels, krabheuveltjes, ottergeil of spraints aangetroffen (Zoogdiervereniging, z.d.i).

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

40

Steenmarter

N.v.t.

N.v.t.

De steenmarter komt vooral voor in parklandschap, maar ook in volkomen bosloze gebieden, steengroeven en rotsige hellingen. De steenmarter is vooral te vinden in de nabijheid van dorpen en boerderijen en tegenwoordig zelfs in grote steden. Hij heeft een voorkeur voor gebieden met kleinschalige landbouw, met oude schuren, heggen en geriefhoutbosjes. Daarbij is de aanwezigheid van elementen zoals groenstroken, heggen, bosjes, greppels en bermen van belang, omdat de steenmarter daar zijn voedsel zoekt (Zoogdiervereniging, z.d.j). Er is geschikt biotoop aanwezig en er zijn verblijfplaatsen in de vorm van takkenhopen. De dichtsbijzijnde waarneming is op circa 5.5 kilometer en ligt in Boxtel. Tussen deze waarnemingen liggen barrières in de vorm van snelwegen en spoorwegen. De steenmarter wordt hierdoor uitgesloten.

Waterspitsmuis*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk schoon, niet te voedselrijk, vrij snel stromend tot stilstaand water met een behoorlijk ontwikkelde watervegetatie en ruig begroeide oevers. De soort komt voor bij beken, rivieren, sloten, plassen en daar waar grondwater opwelt. Ook wordt de soort veelvuldig aangetroffen langs de binnenduinrand, natuurlijke duinmeren en kunstmatige infiltratiegebieden. De waterspitsmuis komt alleen daar voor waar bodembedekkende vegetatie aanwezig en waar binnen een straal van 500 meter water is te vinden. Bovendien moet er in de oevers voldoende schuilmogelijkheid zijn waar de waterspitsmuis zich kan terugtrekken om zijn prooien op te eten (Zoogdiervereniging, z.d.l).

¹ a = beschermde functie aangetroffen, m = mogelijk beschermde functie aanwezig. ² N = nestplaats. p = paarverblijfplaats, z = zomerverblijfplaats, k = kraamverblijfplaats, w = winterverblijfplaats, v = verblijfplaats *Deze soort wordt altijd behandeld en volgt niet noodzakelijkerwijs uit het literatuur- of veldonderzoek.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

41

BIJLAGE 9 - CHECKLIST VLEERMUIZEN Inschatten mogelijke aanwezigheid vleermuizen in een Wet

b. Zijn er zichtbare holtes spleten, scheuren, losse bast in de boom

d. Zijn er lange, mogelijk in het duister liggende, muren aanwezig?

natuurbescherming vooronderzoek

(bomen)?

Nee

Nee Inleiding

e. bij hoogbouw is een aandachtpunt voor paarverblijfplaatsen voor

c. Vormt het opgaand groen mogelijk foerageergebied of

tweekleurige vleermuis.

Ga eerst na welke soorten redelijkerwijs of mogelijk te verwachten

beschutting van een naastgelegen foerageergebied (let vooral op

Niet van toepassing.

zijn aan de hand van het landschap, de omgeving en gekend ver-

kleinschalig gebied of parkachtige omgeving)?

spreidingsbeeld (binnen 20 km van het plangebied, denk daarbij

Nee

indien nodig ook buiten de landsgrenzen). Daarna dient gekeken te worden welke functies voor vleermuizen mogelijk voorkomen.

3. Open water

Hiervoor kan de onderstaande checklist of geheugensteun worden

Is er open water aanwezig?

gebruikt. Het gaat om voor vleermuis van belang zijnde objecten

Nee

die door de beoogde activiteit of plan, in relevante mate worden

6. Grotten, groeves, kelders en andere objecten Zijn er grotten en/of groeves en/of kelders, bruggen, tunnels en/of andere objecten met ruimten? Nee 7. Grootschalige landschapselementen

aangetast. De hieronder aangegeven soorten en/of soortgroepen

4. Open gebied

zijn niet dekkend. Hou rekening met het voorkomen van zeldzaam

Is er open gebied (> 1 ha)?

zones, grootschalige dijken, duinenrijen, rivierdalen of waterpar-

voorkomende soorten. Foerageergebied en vliegroutes zijn alleen

Nee

tijen die een verbindingsroute zouden kunnen vormen tussen

beschermd als ze essentieel zijn voor het goede voortbestaan van de soort ter plaatse. Dat blijkt vaak pas uit het (nader) onderzoek. De ant-

5. Gebouwen

woorden van de veldecoloog zijn in rood aangegeven achter de vraag.

Zijn er gebouwen aanwezig?

Zijn er grootschalige lijnvormige landschapselementen zoals kust-

zomer- en winterleefgebieden (zie kaart bijlage 7 op werkblad 1. aanwijzingen voor gebruik). Nee

Ja 1. Dikke bomen

a. Biedt het gebouw of bieden de gebouwen mogelijk winter-,

Is in of grenzend aan het plangebied één (of meerdere) dikke boom

kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen voor vleermuizen (denk aan

(doorsnede globaal > 3 dm op borsthoogte) aanwezig?

de spouwmuur, dakpannen, kelders, luiken aan de muur, gevelbe-

Nee

kleding, zolders, daklagen, kruipruimtes etc.)? (bouwtekening ter inzage vragen).

2. Opgaande gewassen

Ja, verricht nader onderzoek naar winter-, kraam-, zomer- en

Is op of grenzend aan het plangebied één (of zijn meerdere) dunne

paarverblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen.

bomen (doorsnede globaal. < 3 dm op borsthoogte) en/of struiken/

b. Zijn er sporen van aanwezigheid, poepvlekken, keutels, vraat-

gewassen > 1,5 meter aanwezig?

resten, bruinverkleuring langs de rand van invliegopeningen en

Ja

dergelijke?

a. Maken de struiken, gewassen, boom (bomen) deel uit van een

Nee, niet aangetroffen. Sporen zijn echter niet altijd zichtbaar.

mogelijke route of verbinding (lijnelement)?

c. Mogelijk foerageergebied?

Nee

Nee

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

42

BIJLAGE 10 - PAS Wat is het PAS?

Relevante gebieden

Wanneer adviseren wij een aeriuscalculatie uit te voeren?

PAS staat voor het Programma Aanpak Stikstof (PAS). In dit pro-

In het PAS zijn alle Natura 2000-gebieden opgenomen waar ten

De afbakening van het te beschouwen gebied is veel gevallen com-

gramma werkt het PAS-bureau voor Rijk en provincies aan

minste één stikstofgevoelig habitat voorkomt dat te maken heeft

plex, vanwege het verschil in activiteit, uitstoothoogte, ligging van

minder stikstof, sterkere natuur en economische ontwikkeling. Min-

met overbelasting door stikstof. Dit is het geval voor 118 van de

het projectgebied en eventuele maatregelen. Wij adviseren om

der stikstof, sterkere natuur en economische ontwikkeling zijn de

160 Natura 2000-gebieden. Deze gebieden zijn via deze pagina te

bij projecten met een aanzienlijke stikstofuitstoot (zoals nieuw-

doelen van het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Al jaren is er in

bekijken.

bouw van meerdere woningen en grote uitvoeringsprojecten)

veel Natura 2000-gebieden een overschot aan stikstof (ammoniak

of ammoniakuitstoot (voornamelijk uitbreiding agrarische activi-

en stikstofoxiden). Dit is schadelijk voor de natuur. Het belemmert

Aerius

ook vergunningverlening voor economische activiteiten.

AERIUS is het online rekeninstrument van het PAS. AERI-

gebied een calculatie uit te voeren. Voor wegen wordt een afstand

US

monitoring

van vijf kilometer gehanteerd. Op korte afstand van een Natura 2000-

Wettelijk kader

van het PAS en ruimtelijke planvorming in relatie tot stik-

gebied is vrijwel elke activiteit relevant, terwijl op grotere afstand

De regelgeving in het kader van de PAS is vastgelegd in de Wet na-

stof. Op basis van de locatie en de kenmerken van stik-

een grotere uitstoot verwaarloosbaar kan zijn. Snelwegen en buiten-

tuurbescherming (Wnb). Deze wet is op 1 januari 2017 in werking

stofuitstotende

emissies,

stedelijke wegen die op meer dan 5 km van een Natura 2000-gebied

getreden. Naast de wet zijn nog het Besluit natuurbescherming

verspreiding en depositie van stikstof. Door de depositiekaart te com-

of toetspunt liggen hebben conform de rekenmethode van AERIUS

(Bnb) en de Regeling natuurbescherming (Rnb) van belang. Zie deze

bineren met de habitatkaart van de stikstofgevoelige Natura 2000-

Calculator geen bijdrage op de genoemde locatie. Hoewel de

pagina voor meer informatie.

gebieden, ontstaat een beeld van de stikstofbelasting van de ha-

activiteit in onze quickscan vaak niet overeenkomt met verkeer,

bitats.

nemen wij wel deze arbitraire grens als uitgangspunt, tenzij wij

ondersteunt

teiten) én ligging in de omgeving van een gevoelig Natura 2000de

vergunningverlening,

bronnen

berekent

AERIUS

de

de

vermoeden dat de activiteit wel meldings- of vergunningsplichtig is.

Wanneer en voor wie relevant? Het PAS is relevant voor iedereen die uitstoot van stikstof veroor-

Vergunningvrij, melding maken of verguning aanvragen?

zaakt (initiatiefnemers), betrokken is bij het verlenen van vergun-

Als een activiteit stikstofdepositie veroorzaakt op een PAS-gebied

Grenswaarde verlaging

ningen (overheden) en bij natuurbeheer (eigenaren en beheerders

dient de initiatiefnemer van de activiteit te onderzoeken of de

Wanneer nog maar 5% van de hoeveelheid depositieruimte res-

van natuurterreinen). Dit gebeurt bijvoorbeeld in landbouw, indus-

activiteit vergunningplichting is onder het PAS. Om te bepalen of

teert die voor dit Natura 2000-gebied hiervoor is vastgesteld wordt

trie, infrastructuur, woningbouw en recreatie.

een activiteit vergunningplichtig is, of de uitzondering op de ver-

de grenswaarde verlaagd van 1,0 mol/ha/jaar naar 0,05 mol/ha/

gunningplicht van toepassing is, moet een enkelvoudige bereke-

jaar. Voor diverse Natura 2000-gebieden is deze grenswaarde ver-

ning in AERIUS Calculator worden uitgevoerd door een initiatiefne-

laagd. Een actueel overzicht is te vinden via deze link.

mer. Alleen indien vergunningplicht of meldingsplicht aan de orde is wordt vervolgens een tweede berekening uitgevoerd in AERIUS Calculator om de hoeveelheid benodigde depositieruimte te bepa-

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

43

BIJLAGE 11 - RELEVANTE FOTO’S

Figuur: de takkenhoop biedt schuilplaatsen voor de bunzing en wezel

Figuur: de lijnvormige elementen in de tuin kunnen onderdeel uitmaken van het leefgebied van bunzing en wezel.

Figuur: de bosschage achter in een tuin biedt geschikt biotoop voor bunzing en wezel.

Figuur: de bosschage achter in een tuin biedt geschikt biotoop voor bunzing en wezel.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

44

BIJLAGE 11 - RELEVANTE FOTO’S

Figuur: aan het woonhuis hangen twee gierzwaluwkasten.

Figuur: aan de schuur hangt een huismussenkast.

Figuur: aan het woonhuis hangen twee gierzwaluwkasten.

Figuur: op het dak van het woonhuis ligt een losse dakpan. Hier kunnen huismussen onder broeden. Verder kunnen vleermuizen hier onder het dak kruipen. Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

45

BIJLAGE 11 - RELEVANTE FOTO’S

Figuur: via het openstaande daklood kunnen vleermuizen mogelijk onder het dak komen en

Figuur: op het dak van de schuur zijn veel kieren, waardoor vleermuizen onder dit dak een

hier kunnen ze een verblijfplaats hebben.

mogelijke verblijfplaats kunnen hebben.

Figuur: vleermuizen kunnen door de kier onder de dakpannen komen en ze hebben mogelijk

Figuur: op het dak van de schuur zijn veel kieren, waardoor vleermuizen onder dit dak een

een verblijfplaats onder deze dakpannen.

mogelijke verblijfplaats kunnen hebben.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

46

Over ons Quickscan is een onderdeel van Habitus natuur & landschap, een vooruitstrevend onderzoeks- en adviesbureau voor ecologie, natuur en landschap. Kwaliteit en klanttevredenheid staan bij ons hoog in het vaandel. U kunt van ons verwachten dat wij vlotte en klantgerichte service bieden en aantrekkelijke producten opleveren van het hoogste inhoudelijke niveau. Wij geloven in langdurige samenwerking met opdrachtgevers, partners en personeel op een wijze die wederzijds voordeel oplevert.

Kwaliteit Wij staan voor kwaliteit, dit begint voor ons bij onze ecologen, die specialistische kennis bezitten over de herkenning en ecologie van flora en fauna. Naast inhoudelijke expertise kan kwaliteit in sterke mate geborgd worden door het opstellen en beheren van processen, daarom hebben wij onze bedrijfsstructuur rond processen opgebouwd. Door de aanwezige inhoudelijke kennis en de toepassing van processen aan te vullen met een uitstekende communicatieve vaardigheden, zijn wij er van overtuigd dat elke dienst voldoet aan de strengste kwaliteitseisen.

Klanttevredenheid De klant staat bij ons centraal en dat zien wij ook terug in de cijfers. Zo wordt onze dienstverlening door klanten gemiddeld boven een acht beoordeeld. Regelmatig vragen wij u om een evaluatieformulier in te vullen. Met uw input kunnen we onze dienstverlening in de toekomst verder optimaliseren.

Over ons logo Libellen zijn prachtige insecten. Het is dan ook geen toeval dat we voor inspiratie voor ons logo geput hebben uit de fraaie en diverse vormen die de orde van libellen rijk is. Omdat de vleugelvorm het onderscheidende kenmerk is tussen libellen en juffers en elke soort unieke vleugelkenmerken heeft, hebben we dit onderdeel als basisvorm voor ons logo gekozen.

37

Rapportage soortgerichtonderzoek

H. Kuijpers B.V.

Projectadviseur

Ruth van den Herik MSc

Kwaliteitscontrole door Richard Notenboom BSc

06-83578877 ruth@habitus.nl @habitus.nl

Kwaliteitscontrole op datum 3 oktober 2019

Rapportage Ruth van den Herik MSc

Paraaf

Documentcode HKUI2019-1-RAP In opdracht van

Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport

H. Kuijpers B.V.

(inclusief foto’s) is enkel toegestaan onder vermelding van de bron.

Contactpersoon opdrachtgever Dhr. Harm Kuijpers

Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Habitus natuur & landschap geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of door toepassing van adviezen.

Opleverdatum 9 oktober 2019

Correspondentieadres: Tolnasingel 1 /2411 PV / Bodegraven Kvk-nummer: 61229628 / Btw-nummer: NL854262301B01 Rekeningnummer: NL14ABNA0494577894 www.habitus.nl

Rapport soortgericht onderzoek

2

Rapport soortgericht onderzoek

1.

INLEIDING

4

2.

METHODE

7

3.

RESULTATEN

10

4.

CONCLUSIE & AANBEVELINGEN

11

BRONVERMELDING

12

BIJLAGEN

13

3

In dit hoofdstuk wordt de aanleiding van het onderzoek beschreven. Vervolgens wordt het projectgebied beschreven en wordt het onderzoek afgekaderd. 1.1 Aanleiding De opdrachtgever is voornemens om landbouwgrond en een voormalig landbouwbedrijf te ontwikkelen tot een locatie voor woningbouw aan de Kerkheiseweg 26 te Liempde. Er is een ecologische quickscan uitgevoerd (Habitus natuur & landschap, 11 december 2018, HKUI2018-1-RAP1). Hieruit blijkt dat het woonhuis en één van de schuren mogelijk gebruikt wordt als verblijfplaats (zomer-, winter-, paar- en kraamverblijven) van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. Daarnaast zijn er geschikt nestplaatsen aanwezig voor de huismus en worden er mogelijk elementen verwijderd die onderdeel uit kunnen maken van de functionele leefomgeving van de huismus. Ook is er binnen het projectgebied geschikt leefgebied voor de bunzing en wezel aanwezig en kunnen verblijfplaatsen niet uitgesloten worden. Het beschadigen of vernietigen van gebiedsfuncties van beschermde soorten is verboden onder de Wet natuurbescherming. Daarom is soortgericht onderzoek uitgevoerd om aan te tonen of uit te sluiten dat deze gebiedsfuncties aanwezig zijn.

1.2 Doel en centrale vraag Dit soortgericht onderzoek wordt uitgevoerd om te kunnen bepalen of de voorgenomen werkzaamheden in strijd zijn met de Wet natuurbescherming, zodat de opdrachtgever inzicht verkrijgt in eventuele aanvullende maatregelen die noodzakelijk zijn. De centrale vraag luidt dan ook: Is er bij uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden kans op overtreding van de Wet natuurbescherming voor

De onderzochte soorten en functies zijn beschreven in hoofdstuk 2. Dit rapport geeft antwoord op bovenstaande vraag en biedt, indien mogelijk, maatregelen om overtreding van de Wet natuurbescherming

Rapport soortgericht onderzoek

4

1.4 Voorgenomen werkzaamheden

1.3 Projectgebied Het projectgebied ligt aan de Kerkheiseweg 26 te Liempde en is gelegen in de provincie Noord-Brabant. De begrenzing van het projectgebied en de geschikte biotopen zoals bepaald tijdens de ecologische

HKUI2018-1-RAP1 geraadpleegd te worden. Globaal worden de volgende activiteiten uitgevoerd:

quickscan (Habitus natuur & landschap, 11 december 2018, HKUI2018-1-RAP1) is weergegeven in

1. slopen van bestaand bebouwing;

Figuur 1. In de huidige situatie bestaat het projectgebied uit één woonhuis, meerdere tuinen, meerdere

2. bouwrijp maken van het perceel;

schuren/stallen, weilanden en een buitenbak. In het projectgebied zijn onder andere struweel, kleine

3. woningen en infrastructuur ontwikkelen.

bosschages en grasland aanwezig. De omgeving van het projectgebied bestaat uit bebouwing, tuinen, bomen, grasland en wegen. De werkzaamheden beperken zich tot het hele projectgebied, zoals

1.5 Reikwijdte

weergegeven in Figuur 1.

Dit soortgericht onderzoek heeft alleen betrekking op:

• • • •

de onderzochte soorten en functies, zoals beschreven in hoofdstuk 2; het projectgebied zoals beschreven in paragraaf 1.3; de onderzochte elementen binnen het projectgebied, zoals beschreven in hoofdstuk 2; de werkzaamheden zoals beschreven in paragraaf 1.4. Als de werkzaamheden op een andere manier of volgens een andere planning worden uitgevoerd, zijn de conclusies van dit onderzoek niet meer van toepassing. In dat geval wordt geadviseerd om een nieuwe toetsing uit te laten voeren om

•

te bepalen of de werkzaamheden volgens de Wet natuurbescherming kunnen worden uitgevoerd; de Wet natuurbescherming, niet op ander beleid of wetgeving.

De resultaten van dit onderzoek zijn maximaal drie jaar geldig. Dit soortgericht onderzoek kan voor de initiatiefnemer als bewijsstuk dienen dat natuuronderzoek is verricht.

Figuur 1: projectgebied en de mogelijke beschermde functies volgens de quickscan (Bron luchtfoto: PDOK, 2018).

Rapport soortgericht onderzoek

5

1.6 Criteria Het onderzoek en de onderhavige rapportage voldoen aan de interne proces- en kwaliteitseisen van Habitus natuur & landschap 1. Wij hebben onze eigen kwaliteitseisen opgesteld omdat voor (beoordeling, interpretatie), onderzoek (protocollen, inzet deskundigheid) en leesbaarheid (rapportage).

1

Het onderzoek wordt uitgevoerd volgens geldige onderzoeksprotocollen voor soortenonderzoek. In volgorde van prioritering zijn dit het Vleermuisprotocol 2017 (Netwerk Groene Bureaus), kennisdocumenten 2017 (BIJ12), Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming 2017 (Netwerk Groene Bureaus) en de NDFF-protocollen. Indien er geen inventarisatieprotocol beschikbaar is voor een soort, dan zal een deskundige met expertkennis van de soort(groep) een werkwijze voorstellen. Het onderzoek sluit aan op de te verwachten soorten en functies uit een voorgaand onderzoek (ecologische quickscan). Het veldonderzoek wordt uitgevoerd door deskundigen op het gebied van de onderzochte soort(en). Een deskundige heeft aantoonbaar voldoende kennis en ervaring om relevante deskundigheidseisen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Iedere geleverde rapportage is door een andere deskundige (dan de schrijver) beoordeeld op inhoud en vorm op basis van vaste beoordelingscriteria. Geplaatste opmerkingen door de beoordelaar worden verwerkt of besproken tot de meningen in overeenstemming zijn met elkaar. De rapportage vermeldt welke deskundigen het veldwerk hebben uitgevoerd, volgens welke methode en met welke middelen.

Bij vleermuisonderzoek wordt gebruik gemaakt van batdetectors die beschikken over opname- en vertragingsmogelijkheden, zodat sonogrammen geanalyseerd kunnen worden. De onderzoeksresultaten en rapportage voldoen aan de volgende eisen: ecologisch en juridisch correct, degelijk onderbouwd, kort en bondig, leesbaar en begrijpbaar. Het rapport is volledig en controleerbaar, dit betekent: Waarnemingen van beschermde soorten die te relateren zijn aan een beschermde functie of verblijfplaats worden altijd direct in het veld geregistreerd. Daarnaast worden alle tijd, soort, aantal, gedrag en locatie (punt, vlak of lijn) weergegeven in het rapport. In het rapport is duidelijk te achterhalen hoe de interpretatie van de veldwaarnemingen leidt tot de vastgestelde functies voor soorten (zoals verblijfplaats of foerageergebied).

De conclusie geeft antwoord op de vraag van de opdrachtgever. Habitus natuur & landschap verklaart hierbij onafhankelijk te zijn en geen enkel belang te hebben bij de uitkomst van het onderzoek. Al onze collega’s hebben de ethische gedragscode ondertekend.

Rapport soortgericht onderzoek

6

In dit hoofdstuk wordt de onderzoeksmethodiek beschreven en wordt het onderzoek afgekaderd. Hier is

Hierdoor hoeft niet elke plek op ieder moment overzien te zijn. Binnen het projectgebied (Figuur 1) zijn

beschreven op welke manier de gewenste informatie is verzameld. Daarnaast zijn de kopgegevens van de

alleen de gevels van de woning en één schuur onderzocht en de waarnemingen zijn wandelend gedaan.

uitgevoerde bezoeken hier te vinden.

Zie Figuur 2 voor een overzicht van de onderzoeksopzet in het voorjaar. Voor het voorjaarsonderzoek zijn de bezoeken gestart vanuit de vaste punten zoals Figuur 2 weergeeft maar indien er aanleiding voor

Het soortgerichtonderzoek is uitgevoerd voor de soorten en functies omschreven in Tabel 1.

geweest is, zoals vleermuizen die ergens vandaan vliegen, is de onderzoeker in die richting gewandeld. Voor het najaarsonderzoek is er rond gelopen in het gehele projectgebied.

Tabel 1: mogelijk aanwezige soorten en functies op basis van vooronderzoek

Soort(en)

Gewone dwergvleermuis, laatvlieger, ruige dwergvleermuis

Zomerverblijf, winterverblijf, paarverblijf, kraamverblijf (behalve ruige dwergvleermuis)

Huismus

Bunzing, wezel

Losse dakpannen en openingen onder het lood van het woonhuis en één van de schuren Huismussenkast aan één van de schuren, losse dakpan op de woning, hagen.

Leefgebied en verblijfplaats

Hopen met bladeren en/ of bladeren, struweel.

2.1 Vleermuizen Het vleermuisonderzoek is uitgevoerd conform het Vleermuisprotocol 2017 (Netwerk Groene Bureaus, 2017). Het veldwerk is uitgevoerd met behulp van een Petterson D240X in combinatie met opnameapparaat Ediroll R-05 en de Petterson M500-384 in combinatie met een Motorola telefoon. Beide batdetectors beschikken over opname- en vertragingsmogelijkheden. Tijdens de bezoeken zijn alle relevante waarnemingen genoteerd. Geluiden die niet in het veld te determineren waren, zijn opgenomen en later geanalyseerd. Alle waarnemingen zijn gecontroleerd door de projectadviseur. De waarnemingen zijn zodanig ingevoerd dat dubbeltellingen zoveel mogelijk zijn voorkomen. Dit wil zeggen dat één baltsende vleermuis niet twee keer is ingevoerd. Op deze manier is het totale aantal individuele vleermuizen in het gebied geïnventariseerd. Het onderzoek is in het voorjaar uitgevoerd door twee personen en in het najaar

Figuur 2: Onderzoeksopzet voorjaarsonderzoek. In het najaar is het onderzoek uitgevoerd door één

door één persoon. Voor de functie paarverblijf is een groter gebied te onderzoeken door één persoon,

onderzoeker die het onderzoek lopend heeft uitgevoerd waarbij alle gevels meerdere keren bekeken

omdat het gedrag dat duidt op dit type verblijfplaatsen gedurende een langere periode waarneembaar is.

zijn (Bron luchtfoto: PDOK, 2018).

Rapport soortgericht onderzoek

7

2.2 Huismus Het huismusonderzoek is uitgevoerd conform het NGB Soortinventarisatieprotocol 2017 (Netwerk Groene Bureaus, 2017a). Gezien de overzichtelijkheid van het projectgebied en de te onderzoeken gebiedsfuncties, is het onderzoek uitgevoerd door één vogeldeskundige. In de meest geschikte periode (1 april t/m 20 juni) is er gezocht naar zingende huismussen en andere gedragingen van huismussen die nest- en/of territoriumindicerend zijn. Het veldwerk is uitgevoerd met behulp van een Swarovski EL 10x42 verrekijker. 2.3 Bunzing en wezel Het marteronderzoek is uitgevoerd conform de Handreiking kleine marters (Bouwens, 2017). Er zijn veertien sporenbuizen met een lokstof (op basis van vis) en vier cameravallen op de meest kansrijke plaatsen geplaatst (zie Figuur 3). Dit zijn plaatsen waar mogelijke verblijfplaatsen liggen, zoals hopen met bladeren en/of takken, en plaatsen waar beide soorten kunnen jagen, zoals hoge vegetaties en struwelen. Vanwege de lage trefkans van wezels op cameravallen, zijn sporenbuizen de voorkeursmethode voor deze soort. Voor de bunzing is de voorkeursmethode de cameraval. De sporenbuizen worden tijdens het eerste bezoek uitgelegd in raaien om de tien meter en de vier cameravallen worden verspreid geplaatst. Twee weken later worden de sporenbuizen en cameravallen verplaatst binnen het projectgebied.

Weer twee weken later (vier weken na de start van het onderzoek) worden de sporenbuizen en de cameravallen opgehaald en de resultaten geanalyseerd. Omdat het onderzoek in de periode plaatsvindt dat de dieren het meest actief zijn (mei - augustus) en gezien de geringe grootte van het projectgebied, is de verwachting dat de trefkans zeer hoog is in het geval van vitale gebiedsfuncties zoals verblijfplaatsen. Bij het ontbreken van sporen is het daarom aannemelijk dat het projectgebied geen essentiële functie heeft voor de

Figuur 3: Onderzoeksopzet bunzing en wezel. Er zijn veertien sporenbuizen en vier cameravallen

onderzochte soorten.

geplaatst in het geschikte biotoop. Na twee weken zijn de sporenbuizen en cameravallen verplaatst (Bron luchtfoto: PDOK, 2018).

Rapport soortgericht onderzoek

8

2.4 Gegevens veldbezoeken Het onderzoek is uitgevoerd op de data en met weersomstandigheden zoals aangegeven in onderstaande tabel. Tabel 2: gegevens veldbezoeken Soortgroep*

Datum

Temperatuur (°C)

Ruth van den Herik

H

25-04-2019

N.v.t.

09:15

11:15

12

6/8 bewolkt

ZO

2

Amber Heitman

B, H, W

04-06-2019

N.v.t.

14:15

16:15

26

5/8 bewolkt

ZO

2

Geen

Benjamin Brandt Bianca Wijnoltz

V

11-06-2019

21:56

21:52

23:52

16

6/8 bewolkt

N

2

Geen

Amber Heitman

B, W

19-06-2019

N.v.t.

09:40

11:40

15

4/8 bewolkt

ZW

3

Geen

Amber Heitman

B, W

02-07-2019

N.v.t.

10:00

12:00

17

3/8 bewolkt

N

2

Geen

Bianca Wijnoltz Ruth van den Herik

V

10-07-2019

21:55

21:50

00:00

16

Geheel bewolkt

ZO

1

Geen

Bianca Wijnoltz Ruth van den Herik

V

12-08-2019

06:19

04:15

06:15

14

Onbewolkt

ZW

2

Geen

Tiko Seip

V

30-08-2019

20:30

21:40

23:40

16

1/8 bewolkt

ZW

1

Geen

Joost den Houdijker

V

20-09-2019

19:42

20:42

22:42

12

Onbewolkt

O

2

Geen

(mm) Geen

* B = bunzing, H = huismus, V = vleermuizen, W = wezel. 2.5 Deskundigheid onderzoekers Zowel het veldwerk, projectadvies en controle van het rapport is uitgevoerd door deskundige ecologen. In Bijlage 1 zijn de cv’s van de veldwerkers, projectleider en kwaliteitscontroleur opgenomen om deze deskundigheid aantoonbaar te maken.

Huismus met nestmateriaal op de dakgoot van de naastgelegen woning aan de Kerkheiseweg 24.

Rapport soortgericht onderzoek

9

onderzocht zijn, maar niet benoemd, zijn uitgesloten. Het betreft een interpretatie van de waarnemingen uit het veld, welke zijn weergegeven in Bijlage 2 en 3. 3.1 Vleermuizen één uitvliegende gewone dwergvleermuis waargenomen in de westgevel van de woning. Daarnaast is er (zie Figuur 4). Aangenomen dient te worden dat deze ook als winterverblijf kan fungeren (BIJ12, 2017a). Gewone dwergvleermuizen vliegen baltsend rond in hun territorium. Dit terrotorium is in kaart gebracht. De exacte locaties van het paarverblijf kon niet worden vastgesteld. De gewone dwergvleermuis patrouilleert gedurende zijn baltsvlucht in zijn territorium. Hierbij vliegen ze met name langs hun paarverblijf maar ook langs de randen van hun territorium (Barlow et al, 1997; Jones, 2009; Russ, 2012; Sachteleben et al., 2006). Aangenomen kan worden dat het paarverblijf zich ergens in het territorium bevindt. Het is mogelijk dat het zomerverblijf tevens als paarverblijf in gebruik is.

gewone dwergvleermuis en de slaapplaats van de boomkruiper is te zien in Bijlage 4. 3.2 Huismus Er zijn geen huismussen waargenomen met nest- of territoriumindicerend gedrag binnen het projectgebied. Één huismus was tijdens het eerste bezoek aanwezig op de woning, maar deze huismus rustte enkel binnen het projectgebied. Huismussen gebruiken het projectgebied sporadisch en het betreft geen

Figuur 4: luchtfoto: PDOK, 2018). Door in te zoomen wordt de inhoud beter zichtbaar.

functioneel leefgebied. Bij de buren aan de Kerkheiseweg 24 waren minimaal tien huismussen aanwezig. Meerdere huismussen vertoonden nestindicerend gedrag waarbij nestmateriaal werd gebracht naar het

3.3 Bunzing en wezel

dak van de woning, waarna de huismussen onder de dakpannen kropen. Ook waren diverse huismussen aan het roepen vanaf het dak van deze woning. Minimaal twee huismussen zijn waargenomen terwijl zij

gedaan van bunzing of wezel met de cameravallen. Beschermde functies voor deze soorten kunnen uitgesloten

foerageerden en zandbaden namen bij het kippenhok van de buren. Hierdoor kan gesteld worden dat de

worden.

woning aan de Kerkheiseweg 24 als nestplaats dient voor de huismus en dat het kippenhok gebruikt wordt als foerageerplaats en zandbad. Beschermde functies van de huismus binnen het projectgebied kunnen uitgesloten worden. Rapport soortgericht onderzoek

10

Onderstaand is de vraag beantwoord of er bij uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden overtreding van

4.2 Aanbevelingen

de Wet natuurbescherming plaatsvindt voor de onderzochte soorten en functies. Hierbij is toegelicht om welke

Tijdens het onderzoek is aangetoond dat er beschermde soorten aanwezig zijn. Er zijn nu enkele mogelijke

artikelen het dan gaat. Daarnaast zijn aanbevelingen gedaan voor het vervolgtraject.

opties voor het vervolg, namelijk:

4.1 Toetsing en conclusie Er is één zomerverblijfplaats en één paar- en mogelijke winterverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis

veelal een gewenningsperiode van toepassing. Dit betekent dat de compensatie (zoals kasten) tijdig voor het verdwijnen van een verblijfplaats gerealiseerd moet zijn. De periode verschilt per soort, maar is veelal

projectgebied en ook is de aanwezigheid van bunzing en wezel uitgesloten. een deskundige ecoloog zodat alle benodigde onderdelen geborgd zijn en dat de kans wordt vergroot dat Is er bij uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden kans op overtreding van de Wet natuurbescherming voor 2. Via maatregelen (zoals de werkzaamheden op een andere wijze uitvoeren) kan gezorgd worden dat de wet niet wordt overtreden. Er zal dan een ecologisch werkprotocol nodig zijn. Bij uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden wordt de Wet natuurbescherming niet overtreden

3. Er wordt voor gekozen om de werkzaamheden niet uit te voeren.

voor huismus, bunzing en wezel. Bij de sloopwerkzaamheden worden de vleermuisverblijfplaatsen vernietigd. Dit betreft een overtreding van Artikel 3.5 lid 4 voor de gewone dwergvleermuis. Daarnaast is bij de werkzaamheden kans op het doden of verwonden van de gewone dwergvleermuis. Dit zou overtreding

dat het uitvoeren op een andere wijze ook leidt tot vernietiging van de verblijfplaatsen waardoor optie 2

van Artikel 3.5 lid 1 voor de gewone dwergvleermuis betekenen. Hoe hiermee om dient te worden gegaan, is te lezen in de volgende paragraaf. Daarnaast geldt deze conclusie alleen voor de onderzochte soorten.

het doden of verwonden van de gewone dwergvleermuis (overtreding Artikel 3.5 lid 1) voorkomen kan

Voor een overzicht van alle mogelijke risico’s wordt verwezen naar de ecologische quickscan (Habitus

worden. Dit kan bijvoorbeeld door te werken buiten de kwetsbare periode of het gebouw tijdig ongeschikt

natuur & landschap, 11 december 2018, HKUI2018-1-RAP1).

te maken onder ecologische begeleiding. Als overtreding van dit artikel niet kan worden voorkomen moet

dienen de werkzaamheden tussen zonsopkomst en zonsondergang uitgevoerd te worden en buiten het broedseizoen.

Rapport soortgericht onderzoek

11

Alle bronnen zijn geraadpleegd op 1 oktober 2019. Literatuur (hyperlink). Animal behaviour 53: 991-999. BIJ12 (2017a). Kennisdocument gewone dwergvleermuis BIJ12 (2017b). Kennisdocument huismus Bouwens, Sander (2017). Handreiking kleine marters in relatie tot soortbescherming. Pipistrellus Pipistrellus (hyperlink). Journal of Zoology 241(2):315 - 324. Netwerk Groene Bureau’s (2017a). Soortinventarisatieprotocollen Netwerk Groene Bureau’s (2017b). Vleermuisprotocol 2017

(Pipistrellus pipistrellus) in an urban habitat (hyperlink). Acta Chiropterologica 8(2):391-401. Geraadpleegde websites www.vleermuis.net. Pagina: gewone dwergvleermuis.

Rapport soortgericht onderzoek

12

Richard Notenboom, BSc

Ruth van den Herik, MSc

Functie: kwaliteitscontroleur

Functie: projectadviseur en onderzoeker

Onderzoekers

Tijdens het onderzoek zijn diverse onderzoekers ingezet. Wij - hbo Landscape & Environment management aan Inholland te Delft met specialisatie Natuur, Landschap en Recreatie.

- wo master Animal Sciences aan de Wageningen Universiteit,

maken gebruik van een selectieproces om te bepalen of een

met specialisatie animal ecology.

onderzoeker bij ons ingezet kan worden. We selecteren op

- wo bachelor Dierwetenschappen aan de Wageningen

leervermogen, stabiliteit en passie voor het werk. De hoeveelheid

Universiteit, met specialisatie wildlife biodiversity.

ervaring varieert tussen de onderzoekers maar alle onderzoekers hebben een gedegen opleiding gehad. Daarnaast stemmen we

Richard is sinds 2016 in dienst bij Habitus. Direct in het eerste jaar heeft hij bewezen over grote kennis te beschikken van planten en vogels, zijn persoonlijke aandachtsgroepen. In 2016 heeft hij onder begeleiding quickscans én nadere soortgerichte onderzoeken naar planten, vissen, weekdieren, reptielen, vogels en vleermuizen uitgevoerd. Vanaf 2017 voert hij deze onderzoeken zelfstandig uit. Van de volgende soortgroepen heeft hij bewezen over voldoende kennis te beschikken om een

libellen, kreeften, vogels, mossen en vissen. Naast zijn functie als

de complexiteit van een project, wat afhankelijk is van de soorten Ruth is sinds augustus 2018 in dienst bij Habitus. Sinds die tijd

en functies die verwacht worden, af op de ervaring van een

ondersteunt zij projectleiders met het uitvoeren van veldwerk

onderzoeker. Onderzoekers met meer ervaring worden ingezet

en het opstellen van diverse rapporten, onder begeleiding van Benjamin Brandt. Vanaf mei 2019 voert zij haar werkzaamheden,

worden om onderzoek te verrichten hebben zij minimaal vijf

waaronder quickscans, zelfstandig uit. Tijdens haar opleiding heeft

rondes meegelopen met ervaren onderzoekers en een theorieles

zij een brede kennis opgedaan van ecologie en heeft zij ook een

gehad over de ecologie van de meest voorkomende vleermuizen.

semester gestudeerd in Zweden, om zich meer te verdiepen in

Daarnaast hebben de veldwerkers allemaal een achtergrond in de

natuur- en wildbeheer. Ook heeft ze ervaring met wildcamera’s. Ze

ecologie (studie, werk, etc.).

heeft vooral interesse in vogels en landzoogdieren.

veldecoloog is Richard excursiegids bij Boswachter & Co. Benieuwd naar de persoonlijke waarnemingen die Richard doet? Zie dan zijn account op waarneming.nl. Professionele waarnemingen worden ingevoerd via WrnPro.

Rapport soortgericht onderzoek

13

Alle waarnemingen die gedaan zijn tijdens bezoek 1 zijn op de kaart weergegeven. Bij iedere waarneming is het aantal individuen weergegeven. Door in te zoomen wordt de kaart beter leesbaar.

Rapport soortgericht onderzoek

Alle waarnemingen die gedaan zijn tijdens bezoek 2 zijn op de kaart weergegeven. Bij iedere waarneming is het aantal individuen weergegeven. Door in te zoomen wordt de kaart beter leesbaar.

14

Alle waarnemingen die gedaan zijn tijdens bezoek 3 zijn op de kaart weergegeven. Bij iedere waarneming is het aantal individuen weergegeven. Door in te zoomen wordt de kaart beter leesbaar.

Alle waarnemingen die gedaan zijn tijdens bezoek 6 zijn op de kaart weergegeven. Bij iedere waarneming is het aantal individuen weergegeven. Door in te zoomen wordt de kaart beter leesbaar.

Er zijn geen waarnemingen gedaan tijdens bezoek 4 en 5 (marter materialen controleren en ophalen).

Rapport soortgericht onderzoek

15

Alle waarnemingen die gedaan zijn tijdens bezoek 7 zijn op de kaart weergegeven. Bij iedere waarneming is het aantal individuen weergegeven. Door in te zoomen wordt de kaart beter leesbaar.

Rapport soortgericht onderzoek

Alle waarnemingen die gedaan zijn tijdens bezoek 8 zijn op de kaart weergegeven. Bij iedere waarneming is het aantal individuen weergegeven. Door in te zoomen wordt de kaart beter leesbaar.

16

Alle waarnemingen die gedaan zijn tijdens bezoek 9 zijn op de kaart weergegeven. Bij iedere waarneming is het aantal individuen weergegeven. Er kon van de baltsende vleermuizen niet bepaald worden in welk gebouw het paarverblijf aanwezig waren. Door in te zoomen wordt de kaart beter leesbaar.

Rapport soortgericht onderzoek

17

Soort

Aantal

Huismus

10

Huismus

Datum

2019-04-25

09:46:00

5,36548

51,573199

1

2019-04-25

09:48:00

5,36548

51,573199

Huismus

2

2019-04-25

09:53:00

5,365523

51,573307

Huismus

5

Aanwezig

2019-04-25

10:00:00

5,365164

51,573506

Huismus

2

Onbekend

2019-04-25

10:13:00

5,364864

51,57342

4

Onbekend

2019-04-25

10:14:00

5,364846

51,573389

Huismus

1

Aanwezig

2019-04-25

10:18:00

5,365128

51,573023

Huismus

1

Roepend

2019-04-25

10:33:00

5,364764

51,573164

Huismus

1

2019-04-25

10:45:00

5,365387

51,573134

1

2019-06-11

22:23:00

5,365217

51,573067

2019-06-11

22:30:00

5,365219

51,573093

1

2019-06-11

22:42:00

5,364945

51,573051

1

2019-06-11

23:20:00

5,364945

51,573051

1

2019-07-10

22:10:00

5,364999

51,573134

2

2019-07-10

22:46:00

5,365357

51,573258

2

2019-07-10

23:48:00

5,365118

51,573177

2

2019-07-10

23:49:00

5,36512

51,573211

2

2019-08-12

06:01:00

5,365063

51,573101

2019-08-12

06:03:00

5,365063

51,573101

2019-08-30

21:54:00

5,365255

51,573143

2019-08-30

21:56:00

5,364972

51,573085

1

1

Baltsend / zingend

Onbekend

Aanwezig

1 1

Rapport soortgericht onderzoek

Baltsend

18

Soort

Aantal

Datum

1

2019-08-30

23:09:00

5,36536

51,573212

1

2019-08-30

23:41:00

5,36513

51,573095

1

Baltsend

2019-09-20

21:12:00

5,365237

51,573175

1

Baltsend

2019-09-20

21:22:00

5,36438

51,57307

2

Baltsend

2019-09-20

21:42:00

5,366009

51,572904

2019-09-20

21:50:00

5,365295

51,573223

1

Alle waarnemingen zijn in de tabel opgenomen. Het betreft de waarnemingen van alle bezoeken. In tabel 2 is te zien wie het bezoek heeft uitgevoerd.

Rapport soortgericht onderzoek

19

Uitvliegopening met gele ovaal aangegeven. Het betreft de zomerverblijfplaats in de westgevel van de woning. Tegen de muur in de nok is ook een slaapplaats van boomkruiper waargenomen (rode ovaal).

Rapport soortgericht onderzoek

20

Habitus natuur & landschap is een vooruitstrevend onderzoeks- en adviesbureau voor ecologie, natuur en landschap. Kwaliteit en klanttevredenheid staan bij ons hoog in het vaandel. U kunt van ons verwachten dat wij vlotte en klantgerichte service bieden en aantrekkelijke producten opleveren van het hoogste inhoudelijke niveau. Wij geloven in langdurige samenwerking met opdrachtgevers, partners en personeel op een wijze die wederzijds voordeel oplevert.

Wij staan voor kwaliteit, dit begint voor ons bij onze ecologen, die specialistische kennis bezitten over de herkenning en ecologie

van processen, daarom hebben wij onze bedrijfsstructuur rond processen opgebouwd. Door de aanwezige inhoudelijke kennis en de toepassing van processen aan te vullen met een uitstekende communicatieve vaardigheden, zijn wij er van overtuigd dat elke dienst voldoet aan de strengste kwaliteitseisen.

De klant staat bij ons centraal en dat zien wij ook terug in de cijfers. Zo wordt onze dienstverlening door klanten gemiddeld met een acht beoordeeld. Regelmatig vragen wij u om een evaluatieformulier in te vullen. Met uw input kunnen we onze dienstverlening in de toekomst verder optimaliseren.

Libellen zijn prachtige insecten. Het is dan ook geen toeval dat we voor inspiratie voor ons logo geput hebben uit de fraaie en

en elke soort unieke vleugelkenmerken heeft, hebben we dit onderdeel als basisvorm voor ons logo gekozen.

18

INHOUDSOPGAVE

1.

INLEIDING 4

2.

COMPENSATIE 6

3.

ZORGVULDIG WERKEN

4.

STAAT VAN INSTANDHOUDING

9

5.

WETTELIJK BELANG

10

6.

ALTERNATIEVEN

11

8

BRONVERMELDING

BIJLAGEN

Activiteitenplan ontheffingsaanvraag

3

1. INLEIDING In dit hoofdstuk wordt de aanleiding van het project beschreven. Vervolgens worden het plangebied en de voorgenomen werkzaamheden beschreven en wordt het activiteitenplan afgekaderd. 1.1 Aanleiding De opdrachtgever is voornemens om landbouwgrond en een voormalig landbouwbedrijf te ontwikkelen tot een locatie voor woningbouw aan de Kerkheiseweg 26 te Liempde. Er is een ecologische quickscan uitgevoerd (Habitus natuur & landschap, 12 maart 2019, HKUI2018-1RAP2). Hieruit bleek dat het woonhuis en één van de schuren mogelijk gebruikt wordt als verblijfplaats (zomer-, winter-, paar- en kraamverblijven) door de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. Uit een hieropvolgend soortgericht onderzoek (Habitus natuur & landschap, 9 oktober 2019, HKUI2019-1-RAP) is gebleken dat er één zomer- en winterverblijfplaats en één paaren winterverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis aanwezig zijn in het plangebied. Door de werkzaamheden binnen het plangebied zullen deze verblijfplaatsen verloren gaan. Dit is een overtreding van Artikel 3.5 lid 4 (beschadigen/vernielen verblijfplaatsen) van de Wet natuurbescherming voor de gewone dwergvleermuis. Doordat het gebouw mogelijk jaarrond gebruikt wordt is het niet mogelijk om buiten de kwetsbare periodes van de gewone dwergvleermuis te werken.

Het gebouw zal ongeschikt gemaakt worden wat zal leiden tot verstoring van de aanwezige vleermuizen. Dit is een overtreding van Artikel 3.5 lid 2 (opzettelijk verstoren) van de Wet natuurbescherming voor de gewone dwergvleermuis. Er dient dus ontheffing te worden aangevraagd voor overtreding van Artikel 3.5 lid 2 en 4 van de Wet natuurbescherming voor de gewone dwergvleermuis.

Toelichting op de afbeelding Impressie plangebied

Activiteitenplan ontheffingsaanvraag

4

1.2 Plangebied Het plangebied ligt aan de Kerkheiseweg 26 te Liempde en is gelegen in de provincie Noord-Brabant.

1.3 Voorgenomen werkzaamheden

In de huidige situatie bestaat het plangebied uit één woonhuis, meerdere tuinen, een schuuur,

In het plangebied worden de volgende werkzaamheden uitgevoerd:

weilanden en een buitenbak. In het plangebied zijn onder andere struweel, kleine bosschages en

1. slopen van bestaande bebouwing;

grasland aanwezig. De omgeving van het plangebied bestaat uit bebouwing, tuinen, bomen, grasland en

2. bouwrijp maken van het perceel;

wegen. De werkzaamheden beperken zich tot het hele plangebied, zoals weergegeven in Figuur 1. Het

3. woningen en infrastructuur ontwikkelen.

plangebied en de functies voor de gewone dwergvleermuis zijn weergegeven in Figuur 1. Er zijn twee verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis aangetroffen in het te slopen gebouw:

Voor meer informatie over de werkzaamheden wordt verwezen naar de ecologische quickscan (Habitus

een zomerverblijfplaats en een paarverblijfplaats. Aangenomen dient te worden dat deze ook als

natuur & landschap, 7 december 2018, HKUI2018-1-RAP2). De sloop van de woning staat gepland voor

winterverblijfplaats kunnen fungeren zolang het niet te koud wordt (BIJ12, 2017). Voor alle resultaten

het najaar van 2020. Na de sloop van de bebouwing zal in 2021 gestart worden met de nieuwbouw. De

van het voorgaande onderzoek wordt verwezen naar de betreffende rapportages, zoals genoemd in

verwachting is dat de nieuwbouwwoningen in 2022 opgeleverd zullen worden.

Hoofdstuk 1, welke ook worden meegestuurd met de aanvraag. 1.4 Reikwijdte

Legenda

Dit activiteitenplan heeft alleen betrekking op:

Plangebied Zomerverblijf gewone dwergvleermuis Paarterritorium gewone dwergvleermuis

• • • •

de aangetroffen beschermde soorten en functies, zoals beschreven in paragraaf 1.1; het plangebied zoals beschreven in paragraaf 1.2; de werkzaamheden zoals beschreven in paragraaf 1.3; de Wet natuurbescherming, niet op ander beleid of wetgeving.

Figuur 1: plangebied (Bron luchtfoto: PDOK, 2018).

Activiteitenplan ontheffingsaanvraag

5

2. COMPENSATIE Een vervangende verblijfplaats heeft nooit dezelfde eigenschappen als de oorspronkelijke verblijfplaats. Hierdoor kan een vervangende verblijfplaats minder geschikt blijken dan verwacht. Dit wordt ondervangen door minimaal vier nieuwe verblijfplaatsen te creëren per verblijfplaats die verloren gaat. Voordat de werkzaamheden uitgevoerd kunnen worden, moet worden voldaan aan de tijdelijke compensatie zoals beschreven in paragraaf 2.1. Daarna dienen de nieuw te realiseren woningen te voldoen aan de definitieve compensatie zoals beschreven in paragraaf 2.2. 2.1 Tijdelijke compensatie Er is één zomer- en mogelijke winterverblijfplaats en één paar- en mogelijke winterverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis aangetroffen binnen het plangebied. Omdat het paarterritorium op vrijwel dezelfde locatie als het zomerverblijf is aangetroffen, is het zeer waarschijnlijk dat deze verblijfplaats door dezelfde vleermuis wordt gebruikt. Bovendien zijn er aan deze zijde van de woning nauwelijks andere mogelijkheden voor een verblijfplaats, waardoor het aannemelijk is dat er hier sprake is van niet twee verblijfplaatsen, maar één verblijfplaats met twee functies. Op 12 februari 2020 zijn er vijf vleermuiskasten van het type VMT1 van faunaprojecten.nl opgehangen op het naastgelegen perceel (Kerkheiseweg 28).

Voor paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis geldt dat de kasten er zes maanden voor de start van het paarseizoen moeten hangen om zo aan de gewenningsperiode te voldoen. Doordat de kasten voor 15 februari 2020 zijn opgehangen wordt voldaan aan deze gewenningsperiode. Daarnaast geldt voor zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis met minder dan 10 dieren dat er een gewenningsperiode is van drie maanden binnen de actieve periode van de gewone dwergvleermuis (april tot en met oktober) (BIJ12, 2017). De vleermuizen hebben dus voldoende tijd gehad om te wennen aan de nieuwe kasten. De vleermuiskasten hangen binnen 200 meter van het plangebied, op minimaal 3 meter hoogte, hebben een vrije aanvliegroute en de locatie is vrij van kunstlicht, verstoring en buiten bereik van predatoren (BIJ12, 2017). Zie Figuur 2 voor een overzicht van de locaties van de opgehangen vleermuiskasten en Bijlage 1 voor foto’s van de opgehangen vleermuiskasten. Samen met de reeds in de omgeving aanwezige potentiële zomer- en paarverblijfplaatsen, onder meer in de vorm van open stootvoegen, kantpannen en vensterluiken, worden op deze wijze voldoende uitwijkmogelijkheden geboden voor de gewone dwergvleermuis ten tijde van de werkzaamheden. Voor een impressie van de aanwezige potentiële verblijfplaatsen binnen 200 meter van het plangebied, zie

Toelichting op de afbeelding

Bijlage 2.

Impressie tijdelijke vleermuiskasten

Activiteitenplan ontheffingsaanvraag

6

De opgehangen vleermuiskasten kunnen dienst doen als tijdelijke compensatie voor de

Legenda Plangebied Tijdelijke vleermuiskasten Zomerverblijf gewone dwergvleermuis Paarterritorium gewone dwergvleermuis

verblijfplaatsen die verloren zullen gaan tijdens de werkzaamheden. Daarnaast zijn de kasten geschikt als winterverblijfplaats zolang het niet te koud wordt. De vleermuiskasten zijn uitsluitend opgehangen voor de tijdelijke situatie, namelijk tussen de sloop van het gebouw en realisatie van de nieuwe woningen. De kasten hebben dus geen permanente functie. 2.2 Definitieve compensatie De definitieve compensatie wordt gerealiseerd in de nieuwbouwwoningen in het plangebied. Er zullen in totaal acht inbouwstenen van het type VMPM1 van Vivara Pro (of gelijkwaardig) worden geplaatst, welke gebruikt kunnen worden door de gewone dwergvleermuis. Deze stenen zullen aan verschillende kanten van de nieuwbouwwoningen worden geplaatst om zo veel mogelijk een spreiding in microklimaten aan te bieden. De exacte locaties zijn nog niet bekend, maar het is definitief dat acht inbouwstenen verwerkt gaan worden in de nieuwbouw. De stenen zullen zo hoog mogelijk worden gerealiseerd, maar de invliegopening zal te allen tijde op tenminste drie meter hoogte zijn. De stenen zullen niet boven deuren, ramen of balkons geplaatst worden en zullen een vrije aanvliegroute hebben. Dit betekent dat er geen bomen of struiken voor de stenen en er geen zonwering of iets dergelijks boven de stenen geplaatst zullen worden.

Daarnaast mag de plek van de inbouwsteen niet te fel verlicht worden, dus wordt er geen verlichting boven of direct onder de inbouwstenen geplaatst.

Figuur 2: Plangebied met locaties voor de tijdelijke compensatie (Bron luchtfoto: PDOK, 2018)

Op deze wijze worden er na afloop van de werkzaamheden voldoende alternatieve verblijfplaatsen geboden voor de gewone dwergvleermuis, die kunnen dienen als zowel zomerverblijfplaats als paarverblijfplaats.

Activiteitenplan ontheffingsaanvraag

7

3. ZORGVULDIG WERKEN De onderstaande maatregelen worden genomen om tijdens de werkzaamheden het doden of verwonden van

Het ongeschikt maken dient op de volgende wijze te gebeuren:

de gewone dwergvleermuizen te voorkomen. Het is voor de gewone dwergvleermuis niet mogelijk om buiten de

1.

Er zullen gaten worden gemaakt om tocht te creëren. De ingang van de verblijfplaats van de gewone

kwetsbare periode te werken. Daarom wordt in paragraaf 3.2 besproken hoe de bebouwing ongeschikt gemaakt

dwergvleermuis is aangetroffen onder de nokpan, daarom zullen de eerste twee rijen van de

dient te worden zodat mogelijk aanwezige vleermuizen nog weg kunnen komen. Dit dient te gebeuren voor de

dakpannen verwijderd worden om hier tocht te creëren. Omdat het niet uit te sluiten is dat gewone

start van de werkzaamheden.

dwergvleermuizen zich ook onder andere dakpannen en/of de loodslabben zitten, worden ook op deze locaties gaten gemaakt in het dak om tocht te creëren. Daarnaast zorgen deze openingen

3.1 Werken buiten de kwetsbare perioden

ervoor dat licht in het dak kan doordringen waardoor vleermuizen eerder hun verblijfplaats zullen verlaten.

Voor de gewone dwergvleermuis geldt dat de kwetsbare periodes voor zomer-, paar- en winterverblijven op elkaar volgen en het dus niet mogelijk is om buiten de kwetsbare periode te werken om zo verstoring

2.

Na afronding van stap 1 volgt het controlebezoek naar de aanwezigheid van vleermuizen. Om

te voorkomen. Omdat de winterslaap de meest kwetsbare periode is, aangezien vleermuizen dan tijdens

twee uur voor zonsopkomst tot zonsopkomst wordt met batdetector gecontroleerd of er echt

verstoring moeilijk weg kunnen komen, dient er gewerkt te worden voordat de vleermuizen in winterslaap

geen vleermuizen meer invliegen. Dit bezoek kan alleen uitgevoerd worden tijdens gunstige

gaan. Uit het Kennisdocument gewone dwergvleermuis (BIJ12, 2017) blijkt dat als een locatie jaarrond

weersomstandigheden (droog, max 3bft en minimaal 8 graden).

wordt gebruikt, de paarperiode de minst kwetsbare periode is om te werken, omdat de dieren dan het

3.

Indien er bij stap 2 geen vleermuizen zijn vastgesteld, kan het gebouw worden vrijgegeven.

meest mobiel en flexibel zijn. Dit betekent dat de sloop van de woning volgens het Kennisdocument bij

4.

Indien de sloop van het gebouw niet direct kan volgen na vrijgave van het gebouw dan is het van

voorkeur plaatsvindt tussen half augustus en half oktober.

belang dat er nogmaals een controlebezoek uitgevoerd wordt maximaal enkele dagen voor de geplande sloop zodat het gebouw opnieuw vrijgegeven kan worden.

3.2 Ongeschikt maken gebouw Verwacht wordt dat de procedure van de ontheffingsaanvraag aan het einde van de zomer van 2020

3.3 Ecologisch werkprotocol

afgerond zal zijn. De werkzaamheden zullen plaatsvinden na het verkrijgen van de ontheffing.

Nadat ontheffing is verkregen is het van belang dat er een ecologisch werkprotocol geschreven wordt.

Indien mogelijk wordt het gebouw minimaal één week voor de start van de sloopwerkzaamheden (maar

In dit ecologisch werkprotocol wordt uiteengezet hoe de werkzaamheden die raakvlakken hebben

niet in de periode 1 november tot 1 april) ongeschikt gemaakt. Hierbij dient er rekening gehouden te

met beschermde soorten uitgevoerd moeten worden, zoals bijvoorbeeld het ongeschikt maken van

worden met de weersomstandigheden. In de tijd tussen het ongeschikt maken en de sloopwerkzaamheden

het gebouw. Daarnaast wordt aangegeven wanneer en hoe ecologische begeleiding benodigd is en

dient de temperatuur minimaal 8 graden te zijn gedurende minimaal 5 dagen zodat het zeker is dat de

wie verantwoordelijk is. Het ecologisch werkprotocol is een combinatie van de maatregelen uit dit

vleermuizen niet in winterslaap zijn gegaan en dus de kans hebben gehad om uit te vliegen.

activiteitenplan, de voorwaarden van de ontheffing en de maatregelen benoemd in de ecologische quickscan.

Activiteitenplan ontheffingsaanvraag

8

4. STAAT VAN INSTANDHOUDING In dit hoofdstuk wordt de staat van instandhouding van de gewone dwergvleermuis beschreven. 4.1 Gewone dwergvleermuis De gewone dwergvleermuis komt in Nederland algemeen voor en is een wijdverbreide soort die in heel Nederland wordt waargenomen (BIJ12, 2017). De huidige staat van instandhouding is beoordeeld als gunstig indien voldoende mitigerende maatregelen worden genomen (Arcadis 2018). Het project heeft geen negatief effect op de staat van instandhouding van de gewone dwergvleermuis. In de omgeving van het plangebied is voldoende groot habitat aanwezig om de lokale populatie van de gewone dwergvleermuis op lange termijn in stand te houden. Het verspreidingsgebied van de gewone dwergvleermuis wordt vrijwel niet kleiner door dit project. Er zijn voldoende alternatieven aanwezig tijdens en na de werkzaamheden en er kan vanuit gegaan worden dat de impact beperkt zal zijn. Daarnaast zijn de individuen (of waarschijnlijk één individu) die een verblijfplaats in het plangebied hebben slechts een klein deel van de lokale populatie. Negatieve effecten op de lokale populatie worden daarom niet verwacht, waardoor negatieve effecten op regionaal of nationaal niveau zijn uitgesloten. De werkzaamheden hebben daarmee geen invloed op de lokale, regionale en landelijke staat van instandhouding van de gewone dwergvleermuis.

Verder worden diverse maatregelen getroffen om effecten op individuele gewone dwergvleermuizen binnen het plangebied zo veel mogelijk te beperken. Er worden vervangende verblijfplaatsen aangeboden (zie Hoofdstuk 2) en door de manier van werken (zie Hoofdstuk 3) worden de gewone dwergvleermuizen niet gedood. In de omgeving van het plangebied zijn er geen bouwprojecten bekend welke voor cumulatieve effecten kunnen zorgen. Er zijn geen projecten gepland of in uitvoering waarbij bomenrijen gekapt worden of gebouwen met potentie voor veel verblijfplaatsen gesloopt worden, waardoor cumulatieve effecten uitgesloten kunnen worden.

Activiteitenplan ontheffingsaanvraag

9

5. WETTELIJK BELANG In dit hoofdstuk wordt het wettelijk belang van de werkzaamheden beschreven en onderbouwd. De ontheffing wordt aangevraagd met het volgende belang: - In het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten. De ontwikkeling van het woningbouwplan Zonneweide-West is noodzakelijk om aan de woningbehoefte in Liempde te voorzien. De woningen in Liempde hebben doorgaans een hoge woningwaarde (p. 7 Woonvisie Boxtel). Dit maakt het voor starters lastig om een woning te vinden in het dorp (zie krantenartikel ‘Jeugd overgeslagen bij woningbouw’). In de Regionale Agenda Wonen van de provincie Noord-Brabant wordt de netto-behoefte aan toevoeging van woningen in de gemeente Boxtel in de periode 2015 tot en met 2024 beraamd op 1.315. In de huidige situatie staat er slechts één woning op het perceel. Dit project voorziet in 18 grondgebonden woningen en 11 appartementen, zie Bijlage 3 en de website voor een impressie van de plannen. Hiermee wordt een grote bijdrage geleverd aan de woningbehoefte in het dorp. Dit geldt voor het aantal woningen, maar ook het type, doordat er ook appartementen worden gerealiseerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=af0275df-f460-4873-8382-33d5771fea4e