BP Kerkweide West Bijlage 2 Bijlagenboek.pdf
Tekst van het document
• •
Takken- en bladhopen bieden schuilplaatsen aan kleine zoogdieren en vogels. Het stukje met de corniferen/struiken achter het huis aan de Kerkheiseweg 24 biedt schuilmogelijkheden en voedselmogelijkheden voor vogels.
4.6.2 Ecologische en/of landschappelijke kansen Binnen het projectgebied zijn de volgende ecologische en/of landschappelijke kansen aanwezig:
•
In de omgeving van het projectgebied zijn waarnemingen bekend van vleermuizen. Wij adviseren om in de nieuw te bouwen woning voorzieningen te treffen voor vleermuizen, zoals een toegankelijke (dubbele) spouw. Denk ook aan vleermuisvriendelijke verlichting en biotoopverbeterende maatregelen, zoals aanplant van inheemse struiken en bomen of een grote vijver. Op vleermuis.net
•
is meer informatie beschikbaar ter inspiratie. Denk aan de huismus en plaats een vogelschroot ter hoogte van de derde dakpan, dit biedt voldoende nestgelegenheid. Ook kunnen nestvoorzieningen geplaatst worden. Via Stichting de witte
•
mus zijn tekeningen beschikbaar om zelf een nestkast te bouwen of plaats een goedwerkend model. Mochten er schuren met platte daken gerealiseerd worden, realiseer dan een groen/sedum dak op deze daken. Deze daken bieden voedsel voor insecten.
Toelichting op de afbeelding Impressie projectgebied: in één van de weilanden lopen nu drie schapen.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
16
•
Realiseer een rand of plek met ruigtekruiden langs de oeverzone van de nieuw te maken vijvers. Door een plek met ruigtekruiden te realiseren langs de oever en deze slechts éénmaal per twee jaar te maaien, ontstaat een overgang met ruigtekruiden. Deze rand is waardevol voor bijvoorbeeld planten, vlinders en kleine zoogdieren, maar ook watervogels kunnen hiervan profiteren voor hun
•
nestplaats. Plaats in het plantsoen allerlei inheemse planten in plaats van de standaard plantsoenplanten. Inheemse planten zijn beter voor de biodiversiteit. In deze folder van Alterias staat een lijst met inheemse plantensoorten. De plantensoorten zijn inheems voor België, maar vele van deze lijst zijn ook in Nederland inheems. AlterIAS is een Belgisch communicatie project gericht op de voorlichting van de tuinbouwsector over de problematiek van invasieve planten.
4.5.3 Aanbevelingen bovenwettelijke maatregelen Wij stellen voor om de volgende aanbevelingen uit te voeren:
• •
Zorg dat de aanwezige natuur- en/of landschapswaarden niet verloren gaan. Herstel of opnieuw ontwikkelen van natuurwaarden is veelal lastiger dan een goede inpasbare oplossing zoeken. Realiseer de aangegeven ecologische- en/of landschappelijke kansen om het projectgebied aantrekkelijker te maken voor flora en fauna. Dit versterkt de algemene omgevingskwaliteit.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
17
BRONVERMELDING Boeken •
Chinery, M. (2010). Nieuwe insecten gids (5e druk). Utrecht: Vbk Media.
•
Siebel, H. & H. During (2006). Beknopte mosflora van Nederland en België Utrecht: KNNV Uitgeverij.
Internetpagina’s, online documenten en apps
•
Dijkstra (2018n). Kluwenklokje
•
Ravon (z.d.e) Knoflookpad
•
Vlinderstichting (z.d.o). Iepenpage
•
Dijkstra (2018o). Knolspirea
•
Ravon (z.d.f). Poelkikker
•
Vlinderstichting (z.d.p). Kommavlinder
•
Dijkstra (2018p). Korensla
•
Ravon (z.d.g). Rugstreeppad
•
Vlinderstichting (z.d.q). Kleine ijsvogelvlinder
•
Dijkstra (2018q). Kruipendmoerasscherm
•
Ravon (z.d.h). Vinpootsalamander
•
Vlinderstichting (z.d.r). Sleedoornpage
•
Dijkstra (2018r). Muurbloem
•
Ravon (z.d.i). Vroedmeesterpad
•
Vlinderstichting (z.d.s). Teunisbloempijlstaart
•
Dijkstra (2018s). Naakte lathyrus
•
Ravon (z.d.j). Adder
•
Vlinderstichting (z.d.t). Zilveren maan
•
Dijkstra (2018t). Ruw parelzaad
•
Ravon (z.d.k). Gladde slang
•
Vlinderstichting (z.d.g). Bosbeekjuffer
•
Dijkstra (2018u). Schubvaren
•
Ravon (z.d.l). Hazelworm
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.a). Boomvalk
•
Dijkstra (2018v). Smalle raai
•
Ravon (z.d.m). Levendbarende hagedis
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.b). Buizerd
Dijkstra (2018w). Stijve wolfsmelk
•
Ravon (z.d.n). Muurhagedis
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.c). Havik
•
AlterIAS (z.d.). Brochure alternatieven voor invasieven.
•
•
BIJ12 (2017a). Kennisdocument Gewone dwergvleermuis.
•
Dijkstra (2018x). Wilde ridderspoor
•
Ravon (z.d.o). Ringslang
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.d). Wespendief
•
BIJ12 (2017b). Kennisdocument Huismus.
•
Dijkstra (2018y). Wolfskers
•
Ravon (z.d.p). Zandhagedis
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.e). Zwarte wouw
•
BIJ12 (2017c). Kennisdocument Gierzwaluw.
•
Dijkstra (2018z). Zandwolfsmelk
•
Ravon (z.d.q). Beekprik
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.f). Gierzwaluw
•
BIJ12 (2017d). Kennisdocument Rugstreeppad Bufo calamita.
•
EIS Kenniscentrum Insecten (2012). Nieuwe vindplaatsen van
•
Ravon (z.d.r). Elrits
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.g). Grote gele kwikstaart
•
BIJ12 (2017e). Kennisdocument Buizerd Buteo buteo.
de strikt beschermde vermiljoenkever.
•
Ravon (z.d.s). Gestippelde alver
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.h). Huismus
•
BIJ12 (2017f). Kennisdocument Kamsalamander Triturus
EIS Kenniscentrum Insecten (2018). Beschermde vermiljoen-
•
Ravon (z.d.t). Grote modderkruiper
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.i). Kerkuil
kever duikt op in Gelderland.
•
Ravon z.d.u). Kwabaal
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.j). Ransuil
Huijbrechts, H. (2002). Het vliegend hert - Een bureaustudie.
•
Ravon z.d.u). De ringslang.
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.k). Steenuil
•
Rivierkreeften.be (z.d.) Europese rivierkreeft (Astacus
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.l). Oeverzwaluw
astacus).
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.m). Ooievaar
•
cristatus. •
BIJ12 (2017g). Kennisdocument Poelkikker Rana lessonae.
•
•
Bouwens, Sander (2017). Handreiking kleine marters in
•
IUCNredlist (2017). Tursiops truncatus. IvL & RHB (2014-2016). Platte schijfhoren.
relatie tot soortbescherming.
•
•
BWLG (2007). Tonghaarmuts.
•
Ministerie van Economische Zaken (2017). Effectenindicator.
•
Stichting Witte mus (2018). Pagina huismuskasten.
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.n). Roek
•
Cuppen, J.G.M. & Koese, B (2005). De gestreepte water-
•
Ministerie van Economische Zaken (2015). Ecologie bataafse
•
RVO (2017). Natuurkalender voor broedvogels.
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.o). Slechtvalk
stroommossel.
•
Vleermuis.net (2018). Pagina bescherming en pagina ruige
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.p). Sperwer
dwergvleermuis.
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.q). Ekster
roofkever Graphoderus bilineatus in Nederland: een eerste inhaalslag.
•
Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (2018). PAS-gebieden.
•
Vlinderstichting (z.d.a). Beekrombout
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.r). Eidereend
NDFF-ecogrid (2017). Uitvoerportaal van de Nationale Data-
•
Vlinderstichting (z.d.b). Gevlekte glanslibel
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.s). Brilduiker
bank Flora en Fauna.
•
Vlinderstichting (z.d.c). Gevlekte witsnuitlibel
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.t). Draaihals
Dijkstra (2018d). Brede wolfsmelk
•
Netwerk Groene Bureaus (2017a). Vleermuisprotocol 2017.
•
Vlinderstichting (z.d.d). Groene glazenmaker
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.u). Ruigpootuil
Dijkstra (2018e). Dreps
•
Netwerk Groene Bureaus (2017b). Soortinventarisatiepro-
•
Vlinderstichting (z.d.e). Kempense heidelibel
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.v). Tapuit
tocollen.
•
Vlinderstichting (z.d.f). Noordse winterjuffer
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.w). Zwarte specht
Ottburg, F.G.W.A. & Roessink, I. (2012). Europese rivierkreeft-
•
Vlinderstichting (z.d.g). Rivierrombout
•
Vogelbescherming Nederland (z.d.1). Kleine plevier
en in Nederland.
•
Vlinderstichting (z.d.h). Sierlijke witsnuitlibel
•
Zoogdiervereniging (z.d.a). Startpagina bever
Provincie Zuid-Holland (2018). Geodataviewer Natuurnetwerk
•
Vlinderstichting (z.d.i). Aardbeivlinder
•
Zoogdiervereniging (z.d.b). Startpagina boommarter
Nederland.
•
Vlinderstichting (z.d.j). Bruine eikenpage
•
Zoogdiervereniging (z.d.c). Startpagina bunzing
•
Ravon (z.d.a). Alpenwatersalamander.
•
Vlinderstichting (z.d.k). Duinparelmoervlinder
•
Zoogdiervereniging (z.d.d). Startpagina das
Dijkstra (2018l). Karthuizer anjer
•
Ravon (z.d.b). Boomkikker.
•
Vlinderstichting (z.d.l). Grote parelmoervlinder
•
Zoogdiervereniging (z.d.e). Startpagina eekhoorn
Dijkstra (2018m). Kleine wolfsmelk
•
Ravon (z.d.c). Heikikker.
•
Vlinderstichting (z.d.m). Grote vos
•
Zoogdiervereniging (z.d.f). Startpagina gewone zeehond
•
Ravon (z.d.d). Kamsalamander
•
Vlinderstichting (z.d.n). Grote weerschijnvlinder
•
Zoogdiervereniging (z.d.g). Startpagina hermelijn
•
Zoogdiervereniging (z.d.h). Startpagina noordse woelmuis
•
Zoogdiervereniging (z.d.i). Startpagina otter
•
Dijkstra (2018a). Akkerdoornzaad
•
Dijkstra (2018b). Akkerogentroost
•
Dijkstra (2018c). Blauw Guichelheil
• • •
Dijkstra (2018f). Drijvende waterweegbree
•
Dijkstra (2018g). Echte gamander
•
Dijkstra (2018h). Glad biggenkruid
•
Dijkstra (2018i). Grote leeuwenklauw
•
Dijkstra (2018j). Groenknolorchis
•
Dijkstra (2018k). Groot spiegelklokje
• •
•
• •
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
18
•
Zoogdiervereniging (z.d.j). Startpagina steenmarter
•
Zoogdiervereniging (z.d.l). Startpagina waterspitsmuis
•
Zoogdiervereniging (z.d.m). Startpagina wezel
•
Zoogdiervereniging (z.d.n). Startpagina damhert.
•
Zoogdiervereniging (z.d.o). Startpagina edelhert.
•
Zwaluwen.info (2018). Nestgelegenheid voor Boerenzwaluwen.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
19
BIJLAGE 1 - WET NATUURBESCHERMING Wet natuurbescherming
Verbodsartikel
Lid
Toelichting
3.1 Vogelrichtlijn
Lid 1
Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen.
In de Wnb zijn meerdere wetten samengevoegd. Relevant zijn de samenvoegingen van de Natuurbeschermingwet 1998 die over beschermde gebieden gaat, de
Lid 2
Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.
Boswet die over bescherming van houtopstanden gaat en de Flora- en faunawet die over de bescherming van soorten gaat. Al deze regels zijn al dan niet aangepast overgenomen in de Wnb. Wij toetsen een ingreep in een ecologische quickscan
Lid 3
Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben.
aan de Wnb en daardoor aan wat eerst drie wetten waren. Hiernaast wordt een
Lid 4
Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen.
Lid 5
Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat
korte samenvatting weergegeven van waar wij aan toetsen.
van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Soortbescherming De Wet natuurbescherming kent drie algemene beschermingsregimes waar-
3.5 Habitatrichtlijn
Lid 1
Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk
in de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen
te doden of te vangen.
(Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd. Aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven, dat zijn de andere soorten. In de Wet natuurbescherming zijn de beschermingsregimes in drie aparte paragrafen neer-
Lid 2
Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren.
Lid 3
Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.
Lid 4
Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of
gelegd. Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. In de onderstaande tabel is weergegeven op welke beschermingsre-
te vernielen.
gimes welke verboden van toepassing zijn. Lid 5
Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Artikel 3.10 andere soorten
Lid 1
Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet: a: opzettelijk te doden of te vangen; b: de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, c: vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
De bron van de wet is hier te vinden: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2016-34.html
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
20
*Het verbod van het vernietigen of wegnemen van nesten geldt alleen tijdens het broedseizoen van de
Beschermde gebieden
soorten die elk jaar een nieuw nest maken. De soorten die jaarlijks terug komen op het zelfde nest zijn
In Europa is een netwerk van beschermde gebieden opgezet. Dit zijn de zogenoemde Natura 2000-
jaarrond beschermd. Specifiek gaat dit om vogels van categorie 1t/m 4 en de nesten van soorten in
gebieden. Deze gebieden zijn in de Wnb zwaar beschermd. Volgens de Wnb is het volgens artikel 2.7 lid 2
categorie 5 als er onvoldoende alternatieven zijn.
verboden zonder vergunning projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de
Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als
instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of
vaste rust- en verblijfplaats.
de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen
Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honk-
hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen.
vast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak
Dit geld ook voor projecten die fysiek buiten het Natura 2000-gebied gelegen zijn maar wel een effect
zeer specifiek en limitatief beschikbaar.
kunnen hebben op het gebied (externe werking).
Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn
Natuurnetwerk Nederland (NNN)
vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar.
Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen
Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een
natuurgebieden. In de wet heet dit de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het netwerk moet natuurge-
nest te bouwen.
bieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied.
Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. De soorten die beschermd zijn staan in bijlage 2 weergegeven, hierbij wordt ook aangegeven welke vogels onder de categorieën vallen. Elke provincie heeft de mogelijkheid soorten die onder de andere soorten vallen vrij te stellen. De vrijgestelde soorten staan in bijlage 3 weergegeven.
In het Natuurnetwerk Nederland liggen:
• • • • •
bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee; alle Natura 2000-gebieden.
Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen:
Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor het Natuurnetwerk Nederland. De ligging en
Artikel 1.11, lid 1: Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere
bescherming van de NNN is vastgelegd in de provinciale Structuurvisie, welke door de gemeentes wordt
nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Artikel 1.11, lid 2: De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
21
Natuurwaarden buiten het Natuurnetwerk Nederland Ook buiten het NNN zijn grote natuurwaarden aanwezig. Behoud, herstel en verdere ontwikkeling van deze natuurwaarden dragen substantieel bij aan de biodiversiteit. Aanvullend wordt ingezet op de volgende opgaven: het realiseren van een natuurmantel in de vorm van een groenblauwe dooradering rondom de natuurkernen in het NNN. Deze mantel wordt de ‘Strategische reservering natuur’ genoemd. het in stand houden van de belangrijke leefgebieden voor weidevogels in blijvend agrarisch gebied door agrarisch natuurbeheer. Weidevogelgebieden worden gerekend tot categorie 2 in het handelingskader ruimtelijke kwaliteit. Deze gebieden worden ‘Belangrijke weidevogelgebieden’ genoemd. Beschermde houtopstanden In de Wnb is het conform artikel 4.2 verboden houtopstanden te kappen buiten de bebouwde kom houtopstanden grenzen zonder hier vooraf een melding van te maken aan het bevoegd gezag. Deze regel geldt niet voor: a. houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b. houtopstanden op erven of in tuinen; c. fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d. naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; e. kweekgoed; f. uit populieren of wilgen bestaande: 1°. wegbeplantingen; 2°. beplantingen langs waterwegen, en12 3°.
eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; g. het dunnen van een houtopstand; h. uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: 1°. ten minste eens per tien jaar worden geoogst; 2°. bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en 3°. zijn aangelegd na 1 januari 2013.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
22
BIJLAGE 2 - BESCHERMDE SOORTEN Tabellen nieuwe wet Natuurbescherming Aan de indeling van de regels van de Wnb (bijlage 1) zitten verschillende soortenlijsten gekoppeld. Namelijk 3.1. vogelrichtlijnsoorten, 3.5 habitatrichtlijnsoorten en 3.10 andere soorten.
Nederlandse naam
Bescherming
Nederlandse naam
Bescherming
steenuil
Categorie 1
eidereend
Categorie 5
gierzwaluw
Categorie 2
ekster
Categorie 5
huismus
Categorie 2
gekraagde roodstaart
Categorie 5
roek
Categorie 2
glanskop
Categorie 5
grote gele kwikstaart
Categorie 3
grauwe vliegenvanger
Categorie 5
kerkuil
Categorie 3
groene specht
Categorie 5
Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten in
oehoe
Categorie 3
ijsvogel
Categorie 5
artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Deze worden hieronder niet allemaal specifiek be-
ooievaar
Categorie 3
kleine bonte specht
Categorie 5
slechtvalk
Categorie 3
kleine vliegenvanger
Categorie 5
Artikel 3.1 Vogelrichtlijnsoorten.
noemd. Hieronder wordt alleen ingegaan op de uitzonderingen en dat zijn de vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten van de categorieën 1 t/m 4 en bij uitzondering categorie 5-vogels.
boomvalk
Categorie 4
koolmees
Categorie 5
buizerd
Categorie 4
kortsnavelboomkruiper
Categorie 5
havik
Categorie 4
oeverzwaluw
Categorie 5
ransuil
Categorie 4
pimpelmees
Categorie 5
sperwer
Categorie 4
raaf
Categorie 5
wespendief
Categorie 4
ruigpootuil
Categorie 5
zwarte wouw
Categorie 4
spreeuw
Categorie 5
blauwe reiger
Categorie 5
tapuit
Categorie 5
boerenzwaluw
Categorie 5
torenvalk
Categorie 5
bonte vliegenvanger
Categorie 5
zeearend
Categorie 5
boomklever
Categorie 5
zwarte kraai
Categorie 5
boomkruiper
Categorie 5
zwarte mees
Categorie 5
bosuil
Categorie 5
zwarte roodstaart
Categorie 5
brilduiker
Categorie 5
zwarte specht
Categorie 5
draaihals
Categorie 5
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
23
Artikel 3.5 Habitatrichtlijnsoorten:
De volgende soorten zijn strikt beschermd:
Onder artikel 3.5 vallen naast habitatrichtlijnsoorten ook soorten uit Bern I, Bern II en Bon I. Hieronder vallen ook vogels. Voor de vogels van Bern II gelden dezelfde regels als genoemd onder de vogelrichtlijn daarom worden deze soorten hieronder niet specifiek benoemd.
Soort
Soort
Soort
Soort
Soort
Apollovlinder
Gestreepte dolfijn
Heikikker
Noordse vinvis
Tijmblauwtje
Bataafse stroommossel
Gestreepte waterroofkever
Heldenbok
Noordse vleermuis
Tuimelaar
Bechsteins vleermuis
Gevlekte witsnuitlibel
Hille
Noordse winterjuffer
Tweekleurige vleermuis
Bever
Gewone baardvleermuis
Houting
Noordse woelmuis
Vale vleermuis
Boomkikker
Gewone dolfijn
Ingekorven vleermuis
Oostelijke witsnuitlibel
Vermiljoenkever
Bosvleermuis
Gewone dwergvleermuis
Juchtleerkever
Orca
Vroedmeesterpad
Boszandoog
Gewone grootoorvleermuis
Kamsalamander
Otter
Walrus
Brandts vleermuis
Gewone spitsdolfijn
Kemps’ zeeschildpad
Pimpernelblauwtje
Watervleermuis
Brede geelrandwaterroofkever
Gewone vinvis
Kleine dwergvleermuis*
Platte schijfhoren
Wilde kat*
Bronslibel
Gladde slang
Kleine hoefijzerneus
Poelkikker
Witflankdolfijn
Bruinvis
Griend
Kleine zwaardwalvis
Potvis
Witsnuitdolfijn
Bultrug
Grijze dolfin
Knoflookpad
Rivierrombout
Witte dolfijn
Dikkopschildpad
Grijze grootoorvleermuis
Kruipend moerasscherm
Rosse vleermuis
Wolf*
Donker pimpernelblauwtje
Groene glazenmaker
Laatvlieger
Rugstreeppad
Zandhagedis
Drijvende waterweegbree
Groenknolorchis
Lederschildpad
Ruige dwergvleermuis
Zilverstreephooibeestje
Dwergpotvis
Grote hoefijzerneus
Lynx
Sierlijke witsnuitlibel
Zomerschroeforchis
Dwergvinvis
Grote rosse vleermuis
Meervleermuis
Soepschildpad
Franjestaart
Grote vuurvlinder
Mopsvleermuis
Spitsdolfijn van Gray
Gaffellibel
Hamster
Muurhagedis
Steur
Geelbuikvuurpad
Hazelmuis
Narwal
Teunisbloempijlstaart
*= niet opgenomen in bijlage 2 Memorie van Toelichting, maar wel op lijst Habitatrichtlijn Bijlage IV.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
24
Artikel 3.10 Andere soorten. Hieronder vallen soorten genoemd in onderdeel A en onderdeel B bij de Wnb. Sommige van deze soorten zijn vrijgesteld bij ruimtelijke ontwikkeling of bestendig beheer en onderhoud. Dat verschilt per provincie. In bijlage 3 is hiervan een overzicht te vinden.
Soort
Soort
Soort
Soort
Soort
Soort
Aardbeivlinder
Bruine kikker
Gew. bosspitsmuis
Karthuizeranjer
Naaldenkervel
Veenbesblauwtje
Aardmuis
Bruinrode wespenorchis
Gewone bronlibel
Karwijselie
Ondergrondse woelmuis
Veenbesparelmoervlinder
Adder
Bunzing
Gewone pad
Kempense heidelibel
Pijlscheefkelk
Veenbloembies
Akkerboterbloem
Damhert
Gewone zeehond
Kleine ereprijs
Pimpernelblauwtje
Veenhooibeestje
Akkerdoornzaad
Das
Glad biggenkruid
Kleine heivlinder
Ree
Veldmuis
Akkerogentroost
Dennenorchis
Gladde zegge
Kleine ijsvogelvlinder
Ringslang
Veldparelmoervlinder
Alpenwatersalamander
Donker pimpernelblauwtje
Grijze zeehond
Kleine Schorseneer
Roggelelie
Veldspitsmuis
Beekdonderpad
Donkere waterjuffer
Groene nachtorchis
Kleine watersalamander
Rood peperboompje
Vinpootsalamander
Beekkrombout
Dreps
Groensteel
Kleine wolfsmelk
Rosse woelmuis
Vliegend hert
Beekprik
Duinparelmoervlinder
Groot spiegelklokje
Kluwenklokje
Rozenkransje
Vliegenorchis
Beklierde ogentroost
Dwergmuis
Grote bosaardbei
Knollathyrus
Ruw parelzaad
Vos
Berggamander
Dwergspitsmuis
Grote bosmuis
Knolspirea
Scherpkruid
Vroege ereprijs
Bergnachtorchis
Echte gamander
Grote leeuwenklauw
Kommavlinder
Schubvaren
Vuursalamander
Blaasvaren
Edelhert
Grote modderkruiper
Konijn
Schubzegge
Waterspitsmuis
Blauw guichelheil
Eekhoorn
Grote parelmoervlinder
Korensla
Sleedoornpage
Wezel
Bokkenorchis
Egel
Grote vos
Kranskarwij
Smalle raai
Wild zwijn
Boommarter
Eikelmuis
Grote vuurvlinder
Kruiptijm
Speerwaterjuffer
Wilde averuit
Bosbeekjuffer
Elrits
Grote weerschijnvlinder
Kwabaal
Spiegeldikkopje
Wilde ridderspoor
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
25
Groningen
Drenthe
Overijssel
Gelderland
Utrecht
N-Holland
Z-Holland
Flevoland
Zeeland
N- Brabant
Limburg
Soort/Provincie Friesland
BIJLAGE 3 - VRIJGESTELDE SOORTEN
Aardmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Bosmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Bunzing
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Dwergmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Dwergspitsmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Egel
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Gewone bosspitsmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Haas
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen,
Hermelijn
x
x
x
x
x
x
x
x
x
waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen,
Huisspitsmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
spoorwegen of bermen, of in het kader van
Konijn
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
natuurbeheer;
Ondergrondse woelmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Ree
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Rosse woelmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Steenmarter
x
Tweekleurige bosspitsmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Veldmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Vos
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Wezel
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Woelrat
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Bastaardkikker
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Bruine kikker
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Gewone pad
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Kleine watersalamander
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Meerkikker
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
In afwijking van artikel 3.10, eerste lid, van de wet gelden de in dat lid opgenomen verboden niet voor de soorten hiernaast genoemd, mits het gaat om handelingen die worden verricht in verband met: a. de uitvoering van werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting; b. de uitvoering van werkzaamheden in het kader van bestendig beheer of onderhoud
c. de uitvoering van werkzaamheden in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw;
Wild zwijn
x
x
x x
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
26
BIJLAGE 4 - KAART TOEKOMSTIGE SITUATIE
Figuur: kaart nieuwe situatie zoals aangeleverd door de opdrachtgever
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
27
BIJLAGE 6 - EFFECTENINDICATOR
De effectenindicator (Ministerie van Economische Zaken, 2017) is ingevuld voor Natura 2000-gebied ‘Kampina & Oisterwijkse Vennen’ en voor werkzaaamheid ‘woningbouw’.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
30
BIJLAGE 8A - RESULTATEN BUREAU-ONDERZOEK Soorten die binnen een straal van vijf kilometer van de projectlocatie zijn waargenomen (bron: NDFF). Er is over een periode van de laatste vijf jaar gekeken. Vogels met een jaarrond beschermd nest zijn niet opgenomen in de tabel. Zoogdieren
Vleermuizen
Reptielen
Amfibieën
Dagvlinders
Nachtvlinders
Libellen
Vaatplanten
Aardmuis*
Gewone dwergvleermuis
Hazelworm
Alpenwatersalamander
Grote weerschijnvlinder
Teunisbloempijlstaart
Beekrombout
Dreps
Bever
Gewone grootoorvleermuis
Levendbarende hagedis
Bastaardkikker*
Iepenpage
Bosbeekjuffer
Stijve wolfsmelk
Bosmuis*
Gewone/Grijze grootoorvleermuis
Boomkikker
Kleine ijsvogelvlinder
Gevlekte witsnuitlibel
Bunzing
Laatvlieger
Bruine kikker*
Damhert
Rosse vleermuis
Gewone pad*
Das
Heikikker
Dwergmuis*
Kamsalamander
Dwergspitsmuis*
Kleine watersalamander*
Edelhert
Poelkikker
Eekhoorn
Vinpootsalamander
Sierlijke witsnuitlibel
Egel* Haas* Huisspitsmuis* Konijn* Ondergrondse woelmuis* Ree* Veldmuis* Vos* Waterspitsmuis Wezel Wild zwijn*
* = deze soorten zijn vrijgesteld in de Wet natuurbescherming in Noord-Brabant. Onderstreept = soorten die ook binnen één kilometer van het projectgebied zijn waargenomen. Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
32
BIJLAGE 8B - RESULTATEN BUREAU- EN VELDONDERZOEK Te verwachten soort op basis van bureau-onderzoek
a/m¹
Te verwachten functies²
Alpenwatersalamander
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt land-/overwinteringsbiotoop aanwezig, namelijk in de buurt van bos en/of houtwallen in het zuiden en oosten van Nederland met een voorkeur voor zandige leemgronden. Er zijn ook waarnemingen van kleine aantallen dieren, die de hele winter in het water verblijven. Het voortplantingswater is hooguit matig stromend en visarm (Ravon, z.d.a).
Boomkikker
N.v.t.
N.v.t.
De boomkikker heeft een voorkeur voor een kleinschalig landschap, waar hij zich ophoudt in de struweelzone van bosranden, houtwallen en moerasgebieden. Vooral de zuidkant van braamstruwelen heeft de voorkeur. Voor de voortplanting dienen wateren met een goed ontwikkelde oever- en watervegetatie vlakbij te zijn. Dit zijn meestal niet te diepe poelen met een open ligging, veel zoninstraling, en vrijwel geen stroming (Ravon, z.d.b). Dit biotoop is niet aanwezig.
Heikikker*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt voortplantingsbiotoop aanwezig in de vorm van ondiep, stilstaand, enigszins zuur (pH 4 tot 5,5) voedselarm water met oevervegetatie. Verder is er geen geschikt terrestrisch biotoop aanwezig binnen 300 meter van geschikt voortplantingswater waar de heikikker tijdens de actieve fase verblijft, zoals vochtige heide terreinen, veengebieden, vochtige schraallanden, uiterwaarden of komkleigebieden (met struweel en kruidenvegetatie). Ook is geen geschikt overwinteringsbiotoop aanwezig in de vorm van vorstvrije plekken op het land, zoals (afgetrapte) slootkanten of bosschages in de nabijheid (500 meter) van terrestrisch- of voortplantings biotoop (Ravon, z.d.c).
Kamsalamander*
N.v.t.
N.v.t.
Voortplantingsbiotoop: ongeschikt omdat matig voedselrijk tot voedselrijk stilstaand, onbeschaduwd water met een goed ontwikkelde onderwatervegetatie ontbreekt. Deze wateren zijn veelal beek- of rivierbegeleidend en permanent waterhoudend. Er was ooit een amfibieënpoel aanwezig, maar deze bevat al tijden geen water meer en is dus ongeschikt als voortplantingswater. Er zijn heggen en struwelen aanwezig binnen het projectgebied. Heggen en struwelen bieden overwinteringsbiotoop voor kamsalamander. Echter is er geen geschikt voortplantingswater aanwezig binnen enkele honderden meters, waardoor het overwinteringsbiotoop niet geschikt is (BIJ12, 2017f; Ravon, z.d.d). Verder wordt niet in het water of langs de oever van de bestaande watergangen gewerkt.
Poelkikker*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk zwak zuur, onbeschaduwde wateren met een goed begroeide oeverzone, zoals vennen, poelen, watergangen in hoogveengebied of uiterwaarden. Er was ooit een amfibieën poel aanwezig, maar deze bevat al tijden geen water meer en is dus ongeschikt als voortplantingswater. Er is geen geschikt overwinteringsbiotoop, omdat het struweel en de bosschages te ver (meer dan 200 meter) van geschikt voortplantingswater verwijderd is (BIJ12, 2017 g; Ravon, z.d.f).
Rugstreeppad*
N.v.t
N.v.t.
Er zijn geen waarnemingen van de rugstreeppad bekend binnen drie kilometer van het projectgebied. Tussen het projectgebied en de bekende waarneming(en) bestaan onoverbrugbare barrières in de vorm van provinciale wegen, snelwegen en spoorlijnen. De dichtsbijzinde waarneming is op circa zeven kilometer. Er is geen geschikt voortplantingsbiotoop aanwezig in de vorm van (tijdelijke) ondiepe wateren niet zuurder dan pH 5, die snel opwarmen, zoals vegetatie-arme poeltjes, karresporen, recent geschoonde sloten of ondiepe slootjes. Er is geschikt terrestrisch biotoop aanwezig zoals pallets en tegels die kunnen dienen als zomerverblijfplaats. Verder zijn er wel (vorstvrije) hopen vergraafbaar zand en struwelen aanwezig boven het grondwater die kunnen dienen als winterverblijfplaats. De soort wordt echter uitgesltoen, omdat er geen waarnemingen binnen drie kilometer zijn en omdat er geen geschikt voortplantingsbiotoop aanwezig is (BIJ12, 2017d)
Onderbouwing en locaties ³
Amfibieën
Vanwege de afstand is er geen kans op vestiging in nieuw voortplantingsbiotoop indien er tijdens de werkzaamheden ondiepe wateren ontstaan (regenplassen) in de periode april-september. Ook is er geen kans op vestiging in geschikt winterbiotoop indien er hopen vergraafbaar zand, bouwmateriaal, hopen houtafval of stenen blijven liggen in de periode september-november. Juveniele rugstreeppadden uit de omgeving kunnen wel tot vijf kilometer afleggen op zoek naar geschikt leefgebied (BIJ12, 2017d; Ravon, z.d.g). Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
33
Vinpootsalamander*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt biotoop aanwezig binnen het projectgebied, namelijk grotere bos- en heidegebieden in Drenthe, Noord-Brabant en Limburg. Aan de samenstelling van het bos worden weinig eisen gesteld. Ze planten zich voort in heidevennen, bosvijvers en poelen. Ze vertonen hierbij een vrij grote tolerantie voor zuur water (tot pH 4; Ravon, z.d.h).
Gestreepte waterroofkever*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk onbeschaduwde, stilstaande wateren of zeer langzaam stromende wateren op veen- of zandgrond van 40 tot 160 cm diep met een maximaal kroosbedekkingspercentage van 5%. Veelal zijn klein kroos en veelwortelig kroos wel aanwezig. De onderwateroever mag wel door hoogopgaande oevervegetatie beschaduwd worden, zoals riet en grote lisdodde (EIS, 2005).
Vermiljoenkever*
N.v.t.
N.v.t.
Geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk recent gestorven bomen (zowel liggende als staande) in vochtige tot natte bossen. De vermiljoenkever leeft vrijwel permanent achter de schors van net gestorven bomen (EIS, 2012). Ook lijkt het goed mogelijk dat de soort al in de provincies Utrecht en Zuid-Holland aanwezig is (EIS, 2018).
Vliegend hert*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt leefgebied aanwezig, namelijk oude eikenhakhoutbossen op zuidhellingen van (of in de buurt van) stuwwalen of eindmorenes. Klei- en kalkgebieden worden gemeden. Ook ontbreekt het aan eikenstobben, holle knoteiken, opgaande eiken of doorgeschoten hakhout aangetast door witrot (of eikenrot) die larven van het vliegend hert zouden kunnen herbergen. Specifiek met soorten zoals doolhofzwam, roodgerande houtzwam, eikevuurzwam, biefstukzwam of zwavelzwammen. Ook zijn geen sapbomen aanwezig waarop de paring plaats kan vinden (Huijbrechts, 2002, Chinery, 2010).
N.v.t.
N.v.t.
Enkel bekend uit een poel in Warnsborn nabij Arnhem. De soort komt in zoet en redelijk koel, zuurstofrijk water voor en werd (tot 1986) vooral gevonden in onvervuilde beken, rivieren en meren in het zuiden en oosten van het land. Dit biotoop is niet aanwezig in of nabij het projectgebied (Rivierkreeften.be, z.d.).
Beekrombout*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt uitsluipbiotoop aanwezig, namelijk oevervegetatie, holle oevers, boomwortels of stenen, meestal binnen enkele meters van het water van grotere beken en kleine rivieren. Op en rond deze wateren zijn de imago's te vinden. De eieren worden op het wateroppervlak afgezet. De larven leven ingegraven in de beek- of rivierbodem, op ondiepe, traag stromende plaatsen waar veel slib of fijn zand is afgezet (vlinderstichting, z.d.a).
Bosbeekjuffer
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt biotoop aanwezig, omdat de bosbeekjuffer voorkomt in bovelopen van beschaduwde, zuurstofrijke, koele bosbeken met een natuurlijke morfologie (vlinderstichting, z.d.g).
Gevlekte witsnuitlibel*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt voortplantingsbiotoop aanwezig, namelijk laagveenmoerassen, vegetatierijke vennen en duinplassen. De larven leven tussen waterplanten in de verlandingszone. Het uitsluipen vindt plaats tot enkele decimeters hoogte in de oevervegetatie (vlinderstichting, z.d.c).
Groene glazenmaker*
N.v.t.
N.v.t.
Geen geschikt biotoop aanwezig: stilstaande wateren met dichte krabbenscheervelden; plassen, sloten en petgaten in laagveengebieden en sloten in veenweide gebieden. De eitjes overwinteren in krabbenscheerplanten. De larven leven tussen de bladen van krabbenscheerplanten, meestal in dichte krabbenscheervegetaties. Het uitsluipen gebeurt ook op krabbenscheerplanten (vlinderstichting, z.d.d).
Rivierrombout*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt biotoop aanwezig. Een geschikt larvenbiotoop bestaat uit zandige substraten in ondiepe, onbegroeide, stromingsluwe riviertrajecten. Net uitgeslopen imago’s drogen op in of nabij ruigtevegetaties in de directe nabijheid van de rivier. Ook oudere imago’s zijn in de nabijheid van de rivier te vinden (vlinderstichting, z.d.g). Vanwege de grote afstand tot de rivier (> 1 kilometer) wordt aanwezigheid van de soort uitgesloten.
Sierlijke witsnuitlibel
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk beschutte oeverzones van meren en stilstaande, ongestoorde wateren met een rijke (submerse)watervegetatie, zoals veenplassen, vijvers en dode rivierarmen (vlinderstichting, z.d.h).
Kevers
Kreeften Europese rivierkreeft* Libellen
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
34
Mossen Tonghaarmuts*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk vochtige, jonge wilgenbossen of jonge aanplant van zomereik. De soort komt voor op de schors van deze bomen en vaak gaat het om een enkel polletje op een tak (BWLG, 2007). Er is gericht gezocht naar tonghaarmuts, maar de soort is niet aangetroffen tijdens het veldbezoek.
Geel schorpioenmos*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt biotoop aanwezig, zoals kalkarme maar ijzerrijke moerassen, blauwgraslanden of beekdalen met veel kwel. Vegetaties uit het Knopbiesverbond (09BA) ontbreken op de projectlocatie. Begeleidende soorten zijn o.a. wateraardbei, zwarte zegge, moeraswalstro en egelboterbloem (Siebel & During, 2006).
Brede wolfsmelk*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt biotoop aanwezig, zoals kalkrijke akkers, braakliggende grond, bermen (open plekken) en omgewerkte kleiige waterkanten met o.a. akkerdistel (100%, n=3), haagwinde en kruipende boterbloem. De soort kan voorkomen op matig voedselrijke gronden die droog tot vochtig zijn en waarvan de zuurgraad zwak zuur tot matig zuur is. De soort verdraagt geen sterke beschaduwing (Dijkstra, 2018d).
Dreps*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk droge storingsmilieus's, voornamelijk uit klasse 30 van de akkergemeenschappen (30BA, 30AA en 30 BB) met begeleidende soorten zoals grote windhalm, zwaluwtong, korenbloem en akkerviooltje. Groeiplaatsen zijn onder andere akkers (wintergraanakkers en speltakkers), spoorwegen (spoorwegterreinen), braakliggende grond, wegranden (open plekken, in bermen van grote verkeerswegen), ruigten, ruderale plaatsen en storttereinen (Dijkstra, 2018e).
Drijvende waterweegbree*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk natte pioniermilieu's, zoals vennen, vijvers, beken, pas gegraven of regelmatig geschoonde poelen en sloten, afwateringskanaaltjes, duinplassen en/of kanalen. Vegetaties uit het Overkruidverbond (06AA) ontbreken op de projectlocatie. Begeleidende soorten zijn o.a. drijvend fonteinkruid, knolrus en mannagras (Dijkstra, 2018f).
Glad biggenkruid*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk droge storingsmilieu's (30BB - Verbond van vingergras en naaldaar) met onder andere schapenzuring, gewone spurrie, zwaluwtong en gewoon varkensgras (Dijkstra, 2018h).
Grote leeuwenklauw*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk droge storingsmilieus's of natte pioniermilieu's, zoals bermen langs onverharde wegen (in de strook vlak langs de rijweg), akkers (graanakkers), waterkanten (rivieroeverwallen en sloothellingen), braakliggende grond, bij veevoerkuilen, dijken, tuinen en langs spoorwegen. Begeleidende soorten zijn o.a. akkerviooltje, zwaluwtong, vogelmuur en gewoon varkensgras. Vegetaties uit het Windhalmverbond (30Ba) of Naaldenkervelverbond (30Aa) ontbreken op de projectlocatie (Dijkstra, 2018i).
Groenknolorchis*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk zeeduinen (duinvalleien), afgravingen (kalk-, zand- en grindgroeven), moerassen (trilvenen, kalkmoerassen, veenmosrietland en aan de rand van rietland), heide (op veenmoskussens in heidemoeras), opgespoten grond (zand), plekken waar turf gestoken is en grasland (beekdal-blauwgrasland). Vegetaties uit het Knopbiesverbond (09BA) ontbreken op de projectlocatie. Begeleidende soorten zijn o.a. watermunt, gewone waternavel, riet en kruipwilg (Dijkstra, 2018j).
Kleine wolfsmelk*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk droge storingsmilieu's zoals kalkrijke, vaak kleiige omgewerkte grond (pioniervegetatie) met onder andere zwaluwtong, akkerdistel, vogelmuur en gewoon varkensgras (Dijkstra, 2018m). Vegetaties uit het naaldekervelverbond (30AA) en verbond van duivekervel en kroontjeskruid (30AB) ontbreken op de projectlocatie.
Kruipend moerasscherm*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk open plekken aan oevers van beken, zoete kreken, ondiepe poelen langs sloten aan de rand van veengebieden, zeeduinen (langs drinkpoelen, in binnenduinweiland en duinvalleien), grasland (extensief begraasde weiland en oud grasland), ijsbanen en uiterwaarden (langs beken en kleine rivieren). Enkel op matig voedselrijke bodems, vooral in het zuiden en oosten van het land. Vegetaties uit het Dwergbiezenverbond (29AA) ontbreken op de projectlocatie. Begeleidende soorten zijn o.a. fioringras, zomprus, pinksterbloem en moeraswalstro (Dijkstra, 2018q).
Muurbloem*
N.v.t.
N.v.t.
Deze soort wordt uitgesloten op basis van het ontbreken van geschikt biotoop, namelijk droge storingsmilieu's zoals muren of andere kunstmatige kalkrijke plaatsen met begeleidende soorten zoals muurvaren, muurleeuwenbek, gewoon muursterretje of plat beemdgras (Dijkstra, 2018r). Vegetaties uit het Verbond van klein glaskruid (21AA) ontbreken op de projectlocatie.
Planten
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
35
Ruw parelzaad*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt biotoop aanwezig, zoals zonnige, open plaatsen op braakliggende grond of op open plekken langs oeverwallen met begeleidende soorten zoals akkerdistel (trefkans > 85%; n=26), duist, grote klaproos en akkerwinde (Dijkstra, 2018t). Vegetaties uit het naaldekervelverbond (30AA) en Windhalmverbond (30BA) ontbreken op de projectlocatie.
Stijve wolfsmelk
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk zomen en ruigten of droge storingsmilieu’s, zoals akkers, boszomen, kapvlakten, slootkanten en dijken, heggen of bermen. Vegetaties uit het Verbond van look-zonder-look (r34AA) en Naaldenkervel-verbond (r31AA) ontbreken. Begeleidende soorten zijn o.a. ruw beemdgras, uitstaande melde, kropaar en kruipende boterbloem (n=6; Dijkstra, 2018w).
Wolfskers*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk bossen (open plekken en langs bospaden, bosranden, kapvlakten, brandvlakten), stenige plaatsen, ruderale plaatsen en braakliggende grond. Over begeleidende soorten is weinig bekend. In twee gevallen kwam kropaar als begeleidende soort voor (Dijkstra, 2018y).
Hazelworm*
N.v.t.
N.v.t.
Het projectgebied is geschikt voor de hazelworm, omdat er een afwisseling is van struweel, graslanden, zanderige stukken, bladhopen en takkenhopen. Deze biotopen zijn geschikt voor de hazelworm (Ravon, z.d.l). Echter ligt het projectgebied geïsoleerd tussen woonhuizen en wegen en daardoor is het niet bereikbaar voor de hazelworm.
Levendbarende hagedis*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk vochtige heide of structuurrijke bermen en ruigten (Ravon, z.d.m).
Ringslang*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt leef- of voorplantingsbiotoop aanwezig, zoals waterrijke biotopen op zandgronden en op de overgangen van zandgrond naar veen- en kleigronden. Grote oppervlaktes laag gelegen, nat gebied worden gemeden. De ringslang komt ook voor in het laagveen. Andere landschapstypen waarin relatief veel waarnemingen worden verricht zijn bos en struweel en op infrastructuur (wegen en spoorwegen). Ringslangen kunnen ook aanwezig zijn in een bebouwde omgeving en in het agrarisch gebied. Heide en hoogveen maken onderdeel uit van het leefgebied, maar zijn geen voorkeurshabitat (Ravon, z.d.o). In het projectgebieden zijn bladhopen aanwezig, maar de ringslang wordt uitgesloten omdat het gebied niet waterrijk is, en de ringslang jaagt in het water. Er zijn bladhopen aanwezig in het projectgebied, maar deze zijn ongeschikt als broeihoop, omdat ze op meer dan 400 meter van open water liggen. Broeihopen hebben alleen een functie als broeihoop wanneer ze op maximaal 400 meter van open water liggen (Ravon, z.d.v).
Zandhagedis*
N.v.t.
N.v.t.
Geen geschikt biotoop aanwezig zoals (droge) heide of structuurrijke bermen/ruigten met open plekken en kaal zand (Ravon, z.d.p).
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk relatief natuurlijke beken met een goede waterkwaliteit. De soort is beperkt tot de provincies Gelderland, Overijssel, Noord-Brabant en Limburg. De soort paait in de periode februari-mei op grindrijke plaatsen met stromend water (Ravon, z.d.q).
Reptielen
Vissen Beekprik* Elrits*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk snelstromende rivieren en beken in Zuid-Limburg en in Gelderland op de oostflank van de Veluwe (Ravon, z.d.r).
Grote modderkruiper*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt leefbiotoop aanwezig, namelijk ondiepe wateren met een dikke modderlaag en een uitbundige waterplantengroei. Ook zijn geen drooggevallen wateren aanwezig, waarin de soort enige tijd ingegraven in de modder kan overleven. Ook is geen geschikt voortplantingsbiotoop aanwezig in de vorm van ondiepere warme delen van het water met waterplanten, overhangende takken of andere vormen van structuur. Ook is er geen opgroeibiotoop voor juveniele dieren, zoals ondiepe plantenrijke oeverzones (Ravon, z.d.t).
N.v.t.
N.v.t.
Geen geschikte waardplanten aanwezig, namelijk kleine eikenboompjes die in de schaduw van hogere bomen groeien of jonge eikenopslag. Vaak worden de eitjes aan de zuidoostkant van de boompjes afgezet op een stam, tak of twijg met een gladde bast zonder korstmossen op een halve tot anderhalve meter hoogte. Geen geschikt biotoop aanwezig namelijk: zandgronden met eiken in het binnenland en in de duinen. In het binnenland vliegt de soort bij bosranden, jonge eikenaanplant en open loofbossen. De soort vliegt bij gedrongen eikenstruweel, bij vrijstaande eikjes, in open eikenbossen en kapvlakten (Vlinderstichting z.d.j).
Vlinders Bruine eikenpage*
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
36
Grote vos*
N.v.t.
N.v.t.
Geen geschikte waardplanten aanwezig, zoals voornamelijk iep, maar ook zoete kers en sommige wilgensoorten. De eitjes worden afgezet op de bovenste takken van hoge, vrijstaande bomen. Geen geschikt biotoop aanwezig namelijk: vochtige, open bossen, bosranden, boomgaarden en andere plekken met grote vrijstaande bomen. Ook moeten er geschikte plaatsen zijn om te overwinteren, zoals holle bomen of stapels hout (Vlinderstichting z.d.m).
Grote weerschijnvlinder
N.v.t.
N.v.t.
Geen geschikte waardplanten aanwezig: vooral boswilg en soms grauwe wilg. Geen geschikt biotoop aanwezig namelijk oudere, vochtige loofbossen, wilgenbroekbossen of groepen samenhangende bosjes in beekdalen. De grote weerschijnvlinder vliegt in het genoemde habitat vooral op open plaatsen (Vlinderstichting z.d.n).
Iepenpage*
N.v.t.
N.v.t.
Geen geschikte waardplanten aanwezig, namelijk diverse soorten iep, zoals gladde iep, ruwe iep en sommige cultivars. Het eitje wordt meestal afgezet in de kruin van de boom. Geen geschikt biotoop aanwezig namelijk bloeiende en vruchtdragende bomen of op relatief jonge iepen. Geschikte bomen worden doorgaans gevonden in (vochtige) bossen, bosranden, parken en grotere tuinen (Vlinderstichting z.d.o).
Kleine ijsvogelvlinder
N.v.t.
N.v.t.
Geen geschikt biotoop aanwezig zoals open, luwe plekken in bossen en bosranden. Geen waardplanten aanwezig zoals dauwbraam en wilde kamperfoelie (Vlinderstichting z.d.q).
Sleedoornpage*
N.v.t.
N.v.t.
Geen geschikte waardplanten aanwezig, namelijk sleedoorn en enkele andere gecultiveerde Prunus-soorten (o.a. pruim). Geen geschikt biotoop aanwezig namelijk: struwelen met sleedoorn (waardplant) langs bosranden, weg- en spoorbermen, holle wegen en akkers, in parken én vrijstaande pruimen in tuinen. De gebruikte sleedoorns moeten geregeld verjongd worden door begrazing of door ze regelmatig te snoeien (Vlinderstichting z.d.r).
Teunisbloempijlstaart*
N.v.t.
N.v.t.
Geen geschikte waardplanten aanwezig, namelijk wilgenroosje, teunisbloem, basterdwederik en kattenstaart. Geen strooisellaag aanwezig waarin de soort als pop overwintert. Geen geschikt biotoop aanwezig namelijk open plekken in vochtige bossen, bosranden en warme open plaatsen. Voornamelijk in het zuiden en oosten van het land (Vlinderstichting z.d.s).
Boomvalk, buizerd, havik, wespendief en zwarte wouw*
N.v.t.
N.v.t.
Binnen het projectgebied en de directe omgeving (50 meter) zijn geen horsten aangetroffen van boomvalk, buizerd, havik, wespendief of zwarte wouw. Ook zijn geen oude nesten van zwarte kraai of ekster aangetroffen waarin de bijvoorbeeld de boomvalk tot laat in het broedseizoen nog tot broeden kan komen (Bij12, 2017e; Vogelbescherming Nederland, z.d.a-e).
Gierzwaluw*
m
N
Aan de woning in het projectgebied hangen twee nestkasten voor de gierzwaluw, zie de foto in Bijlage 11. Alleen de nestkasten bieden geschikte nestplaatsen voor de gierzwaluw. De woning zelf is ongeschikt, want er zijn geen geschikte invliegopeningen in de woning aanwezig. Er zijn geen poepsporen aangetroffen op de woning.
Huismus*
m
N
Aan een schuur hangt een huismussenkast, zie foto in Bijlage 11. De woning zelf is matig geschikt, omdat er geen ruimte onder de dakpannen is. Er is echter wel één losse dakpan en hier kunnen huismussen wel een nest onder maken. Er worden geen (houtige) elementen verwijderd die onderdeel uit kunnen maken van de functionele leefomgeving, zoals struweel/hagen (schuilplaats), watertjes (drinkfunctie) of zandige stukjes (zandbad). Er wordt wel een stukje struweel en een zandig stukje verwijdert, maar dit is erg klein en geen onderdeel van het essentiële leefgebied. Bovendien blijven er in de directe omgeving genoeg struweel, watertjes en/of zandige stukjes behouden die dienst kunnen doen als functioneel leefgebied (Bij12, 2017b; Vogelbescherming Nederland, z.d.d). Uit een gesprek met de bewoner van een naastliggende woning, Kerkheiseweg 24, bleek dat hier in de zomer erg veel huismussen broeden. Er zijn geen huismussen waargenomen of gehoord tijdens het veldbezoek.
Kerkuil, ransuil, steenuil*
N.v.t.
N.v.t.
Er zijn binnen het projectgebied een aantal schuren aanwezig. Echter is er gericht gezocht naar sporen van uilen, maar zijn er geen veren, braakballen of poepsporen aangetroffen in de schuren. Wanneer de schuren dienst zouden doen als nest- of rustplaats, dan zouden er sporen aanwezig moeten zijn. Er kan daardoor uitgesloten worden dat de kerk- of steenuil een rust- of nestplaats hebben in één van de schuren. Verder zijn er geen oude kassen of knotbomen aanwezig in het projectgebied en zijn er ook geen roestbomen van ransuil aanwezig. Deze roestbomen zijn meestal naaldbomen. Ten slotte zijn er ook geen oude ekster- of kraaiennesten aangetroffen waar de ransuil veelal gebruik van maakt. (Vogelbescherming Nederland, z.d.e).
Vogels
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
37
Oeverzwaluw*
N.v.t.
N.v.t.
Geen geschikt nestbiotoop aanwezig, namelijk een kale zandige of lemige steilwand met insecten in de omgeving. Er is geen kans op vestiging indien er tijdens de werkzaamheden steilwanden ontstaan in de periode april-juni in de vorm van zanddepots en afgravingen (Vogelbescherming Nederland, z.d.f).
Ooievaar*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen nestvoorziening voor de ooievaar aanwezig (ooievaarspaal). Ook zijn geen elektriciteitspalen met een ooievaarsnest aanwezig. (Vogelbescherming Nederland, z.d.g)
Roek*
N.v.t.
N.v.t.
Er zijn geen roeken waargenomen. Ook geen zijn geen nestbomen aangetroffen binnen het projectgebied of in de omgeving hiervan (Vogelbescherming Nederland, z.d.h).
Slechtvalk*
N.v.t.
N.v.t.
Nestgelegenheid ontbreekt: hoge gebouwen zoals torens of hoogspanningsmasten zijn niet aanwezig (Vogelbescherming Nederland, z.d.i).
Sperwer*
N.v.t.
N.v.t.
Binnen het projectgebied en de directe omgeving (50 meter) zijn geen horsten aangetroffen van sperwer. De sperwer broedt meestal in een dicht, jong bos met naaldbomen (fijnspar, lariks), het liefst in halfopen landschappen. Soms ook in de stad of in tuinen, in open boerenland in windsingels in bosjes en op erven (Vogelbescherming Nederland, z.d.j).
Categorie 5-broedvogels met zeer ongunstige trend: ekster, eidereend, brilduiker, draaihals, ruigpootuil, zwarte specht, tapuit*
N.v.t.
N.v.t.
Er zijn geen nesten van ekster aangetroffen. Er zijn geen kustduinen aanwezig waar de eider kan broeden. Er zijn geen oude, bestaande holten van vooral de zwarte specht (in den en beuk) waar de ruigpootuil gebruik van kan maken. De brilduiker broedt voornamelijk in landgoedbossen in het IJsseldal (tussen Zwolle en Deventer), hier ligt het projectgebied niet in. In het projectgebied ontbreken oude berken (op de Veluwe) met holtes waar de draaihals gebruik van maakt. Er zijn geen schrale heide- of stuifzandgebieden of duinen aanwezig met konijnenholen waar de tapuit tot broeden kan komen (Vogelbescherming Nederland, z.d.k-q).
Vogels zonder jaarrond beschermd nest*
m
N
• • • • •
In de bomen en bosschages in het projectgebied kunnen zangvogels zoals turkse tortel, merel, groenling en putter broeden. Tussen de losse materialen (zoals houtstapels en afval) in het projectgebied kunnen soorten als witte kwikstaart en winterkoning broeden. In de weilanden kan een soort zoals de scholekster broeden. Een pioniersoort zoals de kleine plevier wordt niet verwacht. Het projectgebied is niet open genoeg voor deze soort. Pioniersoorten zoals de kleine plevier broeden op open, schaars begroeide grond (Vogelbescherming, z.d.1). De meeste vogels broeden tussen half maart en half augustus. Echter, alle broedende vogels zijn te allen tijde beschermd. Duiven kunnen vrijwel het gehele jaar broeden en daar dient rekening mee gehouden te worden. Zie 4.3.2 voor de te nemen maatregelen.
Weekdieren Bataafse stroommossel*
N.v.t.
N.v.t.
Geen geschikt biotoop aanwezig, de bataafse stroommossel prefereert gestructureerde grofzandige sedimenten en is daardoor grotendeels gebonden aan stromende wateren zoals rivieren, beken of wateren die in verbinding staan met de rivier. Na een korte parasitaire fase in de kieuwen van vissen (waaronder bijvoorbeeld elrits, ruisvoorn, kopvoorn en rivierdonderpad) graven juvenielen zich namelijk in in ondiepe delen waar geen opslibbing of overzanding plaatsvindt (Ministerie van Economische Zaken, 2015).
Platte schijfhoren*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen (helder) voedselrijk, stilstaand (of slechts zwakstromend) water aanwezig (ionenarm) met begroeiing van waterplanten, zoals bijvoorbeeld gele plomp en witte waterlelie. De soort wordt vaak in draadalg-vegetaties aangetroffen. Ook in andere vegetaties, zoals in wateren met krabbescheer. Daarnaast soms op de wortels van o.a. lisdodde en vergelijkbare oevergebonden planten. De soort leeft niet in verontreinigd of brak water (IvL & RHB, 2014, 2016).
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
38
Vleermuizen Gewone dwergvleermuis*, ruige dwergvleermuis, laatvlieger
m
k, w, z, p
Er worden werkzaamheden aan gebouwen verricht (sloop/renovatie). Het woonhuis en één van de schuren heeft op sommige plaatsen losse dakpannen en openingen onder het lood waar vleermuizen in kunnen kruipen en verblijven kunnen hebben. De andere schuren zijn ongeschikt, omdat er geen openingen onder het daklood zijn waar vleermuizen onder kunnen kruipen. Ook zijn er geen kieren in de muren. Ook wordt mogelijk verlichting geplaatst die gebouwen, bomen of beplanting beschijnt, negatieve effecten kunnen daarom niet uitgesloten worden. Kraamverblijfplaatsen: de eisen aan een kraamverblijf zijn, onder andere, een stabiele, warme temperatuur met gradiënt, buffermogelijkheden, instraling van zon en temperatuurlekkage vanuit de woning. Aan deze eisen kan worden voldaan in het dak van de woning en schuur en daarom kunnen kraamverblijfplaatsen van de benoemde soorten niet worden uitgesloten. Kraamverblijven van ruige dwergvleermuis worden niet verwacht, omdat deze enkel in Noord-Holland zijn gevonden. Winterverblijfplaatsen: de eisen aan een winterverblijf zijn onder andere een stabiele temperatuur met gradiënt, vorstvrij (wel koud/koel), buffermogelijkheden, instraling van zon en temperatuurlekkage vanuit de woning. Aan deze eisen kan worden voldaan in het dak van de woning en de schuur. Daarom kunnen winterverblijfplaatsen van de benoemde soorten niet worden uitgesloten.
Zomerverblijfplaatsen: de eisen aan een zomerverblijf zijn aanzienlijk beperkter dan aan kraam- of winterverblijven, zo zijn rolluiken en ruimtes achter dakbetimmeringen geschikt. In het projectgebied zijn zomerverblijfplaatsen mogelijk onder het dak van de woning en schuur. Paarverblijfplaatsen: aan een paarverblijf worden vaak weinig eisen gesteld, kleine ruimtes onder vensterbanken of kozijnen zijn geschikt, maar ook boomholtes en bijvoorbeeld ruimtes onder dakranden. In het projectgebied zijn paarverblijfplaatsen mogelijk onder het dak van de woning en schuur. Massawinterverblijfplaatsen: Massawinterverblijven zijn enkel aanwezig in massieve, hoge gebouwen, die zijn niet aanwezig. Essentiële vliegroute: er worden geen lijnvormige houtige elementen gekapt, watergangen gedempt of geblokkeerd. Effecten worden uitgesloten. Essentieel foerageergebied: er wordt geen grote solitaire boom gekapt. Ook wordt geen groot oppervlak aan houtige beplanting of moeras verwijderd óf een groot oppervlak aan water gedempt. Effecten worden uitgesloten. Zie ook de vleermuischecklist in Bijlage 9. In Bijlage 11 zijn foto’s opgenomen. De informatie over de ecologie van vleermuizen is gebaseerd op kennis van deskundige ecologen, informatie uit de kennisdocumenten van BIJ12 en websites over vleermuizen (Bij12, 2017a; Netwerk Groene Bureaus, 2017; Vleermuis.net, 2018).
Rosse vleermuis, gewone grootoorvleermuis
N.v.t.
N.v.t.
Er zijn geen bomen met holtes, loszittend schors of bedekt met klimop aanwezig in het projectgebied. Hierdoor worden er geen verblijfplaatsen van de rosse vleermuis verwacht. Het projectgebied bevindt zich ook niet in een bosrijke omgeving, waardoor de gewone grootoorvleermuis ook kan worden uitgesloten. Essentiële vliegroute: er worden geen lijnvormige houtige elementen gekapt, watergangen gedempt of geblokkeerd. Essentieel foerageergebied: er wordt geen groot oppervlak aan houtige beplanting of moeras verwijderd óf een groot oppervlak aan water gedempt. Migratieroute: deze zijn onder andere bekend van de kust, rivierdalen en grote wateren (o.a. meervleermuis). Dit landschap is niet aanwezig binnen het projectgebied. (Netwerk Groene Bureaus, 2017; Vleermuis.net, 2018)
Bever*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt biotoop aanwezig voor de bever, zoals moerasgebied, rivieren of meren omzoomd door broekbossen. Ook zijn geen sporen, zoals recente afdrukken gevonden en is er geen beverburcht aanwezig (Zoogdiervereniging, z.d.a).
Boommarter*
N.v.t.
N.v.t.
Er zijn geen konijnen-, vossen- of dassenholen aanwezig binnen het projectgebied of binnen 50 meter afstand. Er zijn echter geen bomen aanwezig op het terrein. Verder zijn geen inrottingsgaten, spechtengaten, eekhoornholen of gebouwen aan de rand van het bos aanwezig om als voortplantingsplaats te kunnen gebruiken (Zoogdiervereniging, z.d.b).