CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bp Bosrand 2,3,ongenummerd en Uilenbroek 8,13- Bijlage 5 Toelichting

Raadsvergadering Boxtel 4 februari 2025, gemeente boxtelBij agendapunt: Bestemmingsplan Bosrand 2, 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8, 13 Boxtel37.930 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

,

,

,

,

,

,

Door de opgenomen aanduidingen en dubbelbestemming op de verbeelding in combinatie met de bijbehorende planregels wordt de instandhouding van de cultuurhistorische waarden van deze langgevelboerderij geborgd. De voorgenomen ontwikkeling in combinatie met het nieuwe planologische regime borgt dus het behoud en herstel van deze cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. ,

,

2. 4 Het

Geldend bestemmingsplan geldende

bestemmingsplan voor het landbouwlandgoed betreft het bestemmingsplan ‘Landbouwlandgoed Bloemendael De Roond’ als vastgesteld d. d. 28 juni 2011 en waarvan de rechtsgevolgen in stand zijn gebleven na de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State d. d. 23 januari 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:BY9237). Dit bestemmingsplan had als doelstelling om de oprichting van het landgoed te faciliteren zoals nader beschreven in paragraaf 2. 1. Deelgebied 1 is gelegen in de werkingssfeer van dit bestemmingsplan. ,

,

Toelichting Bestemmingsplan ‘Bosrand 2 , 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8 , 13 Boxtel’

25

Voor het plangebied aan de Uilenbroek 8-13 te Boxtel (deelgebied 2) geldt het bestemmingsplan ‘Buitengebied Boxtel ontwikkelplan 2013’ als vastgesteld d. d. 26 november 2013. Dit bestemmingsplan is vastgesteld met als doel om een 15-tal ruimtelijke ontwikkelingen binnen het buitengebied van de gemeente Boxtel in één planherziening op te nemen. Voor Uilenbroek 8 en 13 betrof dit een vormverandering van het agrarische bouwvlak waarmee destijds de bouw van de bedrijfsloods kon worden bewerkstelligd. De overige gronden van dit deelgebied zijn gelegen binnen het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2011’ als vastgesteld d. d. 10 april 2012. ,

,

,

,

Navolgend zijn de uitsneden van de van toepassing zijnde verbeeldingen opgenomen. Het bestemmingsplan voorziet zoals voorgaand toegelicht niet in passende bepalingen om het planvoornemen in volledigheid te kunnen faciliteren. Derhalve wordt het voornemen juridischplanologisch mogelijk gemaakt door middel van een herziening van het bestemmingsplan ex artikel 3.1 eerste lid Wet ruimtelijke ordening (Wro). ,

,

,

Afbeelding 18: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Landbouwlandgoed Bloemendael De Roond’

,

deelgebied 1 rood omkaderd weergegeven.

Toelichting Bestemmingsplan ‘Bosrand 2 , 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8 , 13 Boxtel’

26

Afbeelding 19: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Buitengebied Boxtel

,

ontwikkelplan 2013’

,

deelgebied 2 rood omkaderd weergegeven.

2. 5

Verkeer en parkeren

Het toevoegen of veranderen van een functie heeft in veel gevallen een effect op het aantal verkeersbewegingen of de parkeerbehoefte. Het is daarom van belang om te beschouwen welke veranderingen optreden en welk effect dit heeft op verkeer en parkeren. Verkeer In deelgebied 1 (Bosrand 2 3 en ong. ) is met name sprake van een functiewijziging met netto uitruil van functies. Zowel in de huidige als in de beoogde situatie is er sprake van een agrarisch bouwvlak met twee bedrijfswoningen en één burgerwoning. De vergroting van het bouwvlak heeft als doel om noodzakelijke ondersteunende voorzieningen (paddocks buitenrijbaan hooiopslag) en een reeds gerealiseerd stalgebouw volledig binnen het bouwvlak te brengen. Deze vergroting van het bouwvlak zorgt dus niet voor een uitbreiding van het bedrijf maar maakt de realisatie van de benodigde ondersteunende voorzieningen voor de bestaande paardenhouderij mogelijk. Deze voorzieningen zijn gericht op verzorging en training van de reeds aanwezige paarden (paddocks buitenrijbaan hooiopslag). Het voornemen gaat dus niet gepaard met een toename aan verkeersbewegingen ten opzichte van de huidige situatie. De verkeersbewegingen van de paardenhouderij zijn inzichtelijk gemaakt in het akoestisch onderzoek als bijgevoegd in Bijlage 8. De verkeersbewegingen zijn tevens benoemd in de rapportage van de stikstofberekeningen in Bijlage 9.

In deelgebied 1 is derhalve geen sprake van een wijziging in de verkeersaantrekkende werking. Het wegenstelsel in en rondom het landgoed beschikt bovendien over voldoende capaciteit voor de ontsluiting van het agrarische bedrijf (Bosrand 3 en ongenummerd) en de woning Bosrand 2. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

Toelichting Bestemmingsplan ‘Bosrand 2 , 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8 , 13 Boxtel’

27

In deelgebied 2 (Uilenbroek 8-13) wordt het boomkwekerijbedrijf beëindigd en de loods gesloopt. Hierdoor resteert de woning Uilenbroek 8. In de beoogde situatie wordt deze woning inpandig gesplitst tot twee wooneenheden (voor burgerbewoning). De verkeersbewegingen ten behoeve van het bedrijf worden dus beëindigd en hiervoor in de plaats komen de verkeersbewegingen van één burgerwoning extra. Door beëindiging van het bedrijf is er sprake van een afname in landbouw- en vrachtverkeer ter plaatse. De weg Uilenbroek beschikt middels aansluiting op de Kapelweg over ruim voldoende capaciteit voor de ontsluiting van de twee burgerwoningen. ,

,

Parkeren Door de gemeente Boxtel zijn parkeernormen gesteld (‘Beleidsregels parkeren Boxtel 2018’) waarbij aansluiting is gezocht bij de parkeernormen zoals opgenomen in de publicaties van het CROW (ASVV). Deze cijfers worden landelijk gezien als betrouwbare kencijfers en vormen ook het referentiekader bij juridische parkeer-vraagstukken in Nederland. Uitgangspunt voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is het realiseren van een parkeeroplossing op eigen terrein. In publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren – van parkeerkencijfers naar parkeernormen’ december 2018 van kennisplatform CROW zijn parkeernormen opgenomen voor diverse functies. Bij vrijstaande woningen in het buitengebied (koop huis vrijstaand) geldt in het buitengebied in een niet stedelijke omgeving een parkeernorm van 20 tot 28 parkeerplaatsen per woning. Er dient dus tenminste te worden voorzien in 3 parkeerplaatsen per woning op eigen terrein. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

De 3 woningen in deelgebied 1 (Bosrand 2 3 en ong. ) beschikken alle drie over een royaal bij de woning behorend erf waar met zekerheid voldoende ruimte is om op eigen terrein te voorzien in deze parkeerbehoefte (van tenminste 3 parkeerplaatsen per woning). Ditzelfde geldt bovendien voor de burgerwoningen in deelgebied 2. ,

,

Naast voornoemde woningen is er in het plangebied sprake van de paardenhouderij aan Bosrand 3 en ongenummerd. Het voorgenomen agrarisch bouwvlak beschikt over een ruim verhard erf en is in haar bedrijfstype een productiegerichte paardenhouderij. Het aantal bezoekers is derhalve gering en blijft beperkt tot bijvoorbeeld personeel leveranciers (voer fourage mestafvoer) adviseurs zorgprofessionals (dierenartsen e. d. ) en enkele klanten. Deze bezoekers komen daarbij bovendien gelet op de bedrijfsvoering niet dagelijks. In de voornoemde CROW-publicatie wordt voor paardenhouderijen (maneges) gerekend met 03 – 05 parkeerplaatsen per paardenbox. In het stalgebouw van de stoeterij is sprake van 25 paardenboxen. 25 boxen x 05 parkeerplaats = 125 = 13 parkeerplaatsen. (Een parkeernorm van 03 parkeerplaatsen per paardenbox leidt daarbij tot 75 = 8 parkeerplaatsen. ) Kanttekening kan hierbij echter worden geplaatst dat maneges (gebruiksgerichte paardenhouderij) een wezenlijk andere (grotere) parkeerbehoefte hebben dan productiegerichte paardenhouderijen. Voor maneges geldt dat er sprake is van (groeps)lessen waarbij gedurende een les meerdere ruiters gelijktijdig aanwezig zijn. Na een les staat daarbij veelal reeds de volgende groep weer klaar. Voor elk paard komt dan in principe ook een berijder waardoor hiervoor parkeerplaatsen zijn benodigd.

Ook is een productiegerichte paardenhouderij wezenlijk anders dan andersoortige gebruiksgerichte paardenhouderijen zoals een pensionstalling. Bij een pensionstalling heeft elk paard (dus elke box) vrijwel een andere eigenaar die het paard komt verzorgen en berijden. In onderhavige situatie is er sprake van een stoeterij gericht op het fokken opfokken trainen en verhandelen van paarden. Er is dus geen sprake van grote aantallen ruiters. De parkeerbehoefte is derhalve veel geringer en beperkt tot personeel leveranciers adviseurs zorgprofessionals en enkele klanten. Zoals bovendien volgt uit het akoestisch onderzoek (Bijlage 8) is er maximaal sprake van 5 bezoekers met personenwagens per dag. Het is daarom ‘worst case’ om bij de parkeernormering aan te sluiten van een manege. Het erf behorende bij het bedrijf beschikt over ruim voldoende capaciteit om op eigen terrein te voorzien in parkeren en laden en lossen. Aan de voorzijde van het stalgebouw (tussen de weg Bosrand en het stalgebouw) is een verhard gedeelte gerealiseerd. Dit verharde gedeelte heeft een lengte van ruim 60 meter. Op dit gedeelte kan dan ook ruimschoots worden voorzien in tenminste 13 parkeerplaatsen (met aanwezige ruimte voor > 20 parkeerplaatsen). Voor het stallen van een paardenvrachtwagen / paardentrailer is eveneens voldoende ruimte op het verharde erf van het beoogde bouwvlak. ,

,

,

,

, ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

Toelichting Bestemmingsplan ‘Bosrand 2 , 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8 , 13 Boxtel’

28

In de regels van onderhavig bestemmingsplan is geborgd dat voorzien dient te worden in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein waarbij getoetst wordt aan de geldende parkeernormering. Concluderend op eigen terrein wordt derhalve voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Er zal dus geen aanspraak worden gemaakt op de openbare ruimte voor parkeren. ,

,

2. 6

Landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering landschap

De ontwikkelingen in de twee deelgebieden zullen landschappelijk worden ingepast en gaan gepaard met een kwaliteitsverbetering van het landschap. Dit is bovendien ook zoals voorgeschreven op grond van zowel het gemeentelijk als het provinciaal ruimtelijk beleid. Ter uitwerking is het voornemen getoetst aan de ‘Beleidsregels kwaliteitsverbetering voor het buitengebied’ van de gemeente Boxtel (Gemeenteblad 23 april 2015). De genoemde landschappelijke investeringsmaatregelen worden zowel financieel juridisch als feitelijk verzekerd middels opname in voorwaardelijke verplichtingen in de planregels (in combinatie met de verbeelding). ,

,

In Bijlage 5 is het landschappelijk inpassingsplan opgenomen voor de ontwikkeling aan Bosrand 2 3 en ongenummerd te Boxtel. Bijlage 6 betreft de complete berekening inzake de kwaliteitsverbetering van het landschap. Bijlage 12 bevat het landschappelijk inpassingsplan voor de ontwikkeling aan Uilenbroek 8-13 te Boxtel. ,

De ambitie van Boxtel – Beleidsregel kwaliteitsverbetering voor het buitengebied De provincie Noord-Brabant heeft in haar structuurvisie de voormalige Verordening ruimte NoordBrabant de huidige Interim omgevingsverordening Noord-Brabant het principe van en het Hiermee wordt ontwikkelingsruimte geboden ‘kwaliteitsverbetering van landschap’ opgenomen. onder voorwaarde dat dit gepaard gaat met maatregelen die het landschap versterken. Om te komen tot een concrete doorvertaling en nadere uitwerking van dit beleid is door de gemeente Boxtel de ‘Beleidsregel kwaliteitsverbetering voor het buitengebied’ opgesteld. ,

Afhankelijk van de impact van een ruimtelijke ontwikkeling op de omgeving worden drie categorieën en bijbehorende mate van inspanning in kwaliteitsverbetering gehanteerd. De impact op de omgeving wordt hierbij onder meer bepaald door: De omvang van de ontwikkeling; • Nieuw ruimtebeslag of wordt er gebruik gemaakt van bestaande bebouwing; • De aard van de ontwikkeling en mogelijke hinder voor de omgeving (verkeersaantrekkende •

werking geluid milieucategorie); De ‘gewenstheid’ van een ontwikkeling geeft deze bijvoorbeeld concreet en direct invulling aan een (sectorale) beleidswens. ,

•

,

,

De categorie-indeling is hierbij samengevat als volgt: • Categorie 1: Geen impact op de omgeving geen benodigde landschappelijke inpassing van toepassing. • Categorie 2: Beperkte impact op de omgeving ontwikkeling dient landschappelijk te worden ingepast. landschappelijke inpassing en • Categorie 3: (Grote) Impact op de omgeving kwaliteitsverbetering. ,

,

,

Bij deze laatste categorie wordt de waardevermeerdering van de gronden ten gevolge van het plan berekend. Vervolgens dient afhankelijk van de ligging 25% of 20% van die waardevermeerdering geïnvesteerd te worden in kwaliteitsverbetering. Deze kwaliteitsverbetering kan worden geïnvesteerd in of nabij de ontwikkeling dan wel wordt de bijdrage gestort in een gemeentelijk landschapsfonds. ,

,

,

De kwalitatieve invulling van de kwaliteitsverbetering kan bestaan uit: • De aanleg of herstel van natuur- en landschapselementen; • De aanleg van recreatieve voorzieningen ten behoeve van extensief recreatief medegebruik (zoals banken picknicksets wandelpaden); ,

,

Toelichting Bestemmingsplan ‘Bosrand 2 , 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8 , 13 Boxtel’

29

de Fysieke inrichtingsmaatregelen gericht archeologie (bijvoorbeeld restauratie van

*

op

behoud

monumentale

en

herstel

boerderijen,

elementen); * Kwaliteit van de bebouwing (vernieuwende architectuur); e _ Sloop van (niet cultuurhistorisch waardevolle) gebouwen, stallen,

van

cultuurhistorie

beleefbaar

en

maken

van

verwijderen

van

cultuurhistorische

kassen

en

verharding; e

_Verkleinen / opheffen

*

Fysieke bijdrage

bestemmingsvlakken / bouwvlakken; realisering Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones. van

aan

Onderhavige ontwikkeling vindt in onderlinge samenhang plaats en is daarom in totaliteit beschouwd, conform de systematiek van categorie 3. In Bijlage 6 is de totale berekening opgenomen (en toegelicht) voor de benodigde investering in de kwaliteitsverbetering landschap. Hieruit volgt een benodigde investering van €71.961 - ten gevolge van de ontwikkelingen in de twee deelgebieden. Deze e

kwaliteitsverbetering en compensatie in waardevermeerdering wordt o.a. bewerkstelligd door: _ Uitruil natuurontwikkeling 8.200 m? tussen de beoogde paardenweide aan Bosrand ong. en Uilenbroek

* e

e *

Deze

8.

Verwijdering agrarisch bouwvlak Uilenbroek 8-13. _Kwaliteitsverbetering landschap rondom Bosrand 2, 3 en ong. (conform landschappelijk inpassingsplan in Bijlage 5). (Hierbij is de landschappelijke inpassing van de erven overigens niet meegeteld als kwaliteitsverbetering.) _ Sloop loods Uilenbroek 13, ter grootte van 2.162 m?. _ Sloop stal Bosrand 2, ter grootte van 515 m?.

kwaliteitsverbetering vertegenwoordigen een financiële waarde wijze sprake is van een overwaarde van €2.670,- en dat dus wordt voldaan aan het principe van kwaliteitsverbetering van het landschap uit de gemeentelijke beleidsregels. Navolgend is per deelgebied een weergave, dan wel een korte toelichting, van de beoogde landschappelijke inrichting opgenomen. van

investeringsmaatregelen

€74.631

Deelgebied

-

Dit

betekent

1: Bosrand

In het

2,

rondom

in de

dat op

3 en

deze

ongenummerd,

de

Bosrand

en

ongenummerd

Boxtel

te Boxtel

is reeds sprake van een zeer groene omgeving, met deelgebied diverse bomenrijen, houtwallen en andere groenstructuren. Deze groenstructuren zijn bovendien al significant uitgebreid door de ontwikkeling van het landbouwlandgoed. De bestaande groenstructuren hebben als basis gediend, voor de voorgenomen landschappelijke inpassing in dit deelgebied. Het en bijgevoegd in Bijlage 5. andschap landschappelijk inrichtingsplan is opgesteld door (geanonimiseerd) BN |

Toelichting Bestemmingsplan

30 ‘Bosrand

2, 3

en

Uilenbroek 8,

13 Boxtel’

Bestaande

Bestaande bebouwing

Nieuwe bebouwing verharding Tuin uin

bedrijfs bedrijfswoning Tuin woning AGG lock

Paardenbak aardenbal

paardenhouder

wen:

Bestaande haag hoog

a

Pa]

Bestaande

haag hoog

conifeer

ennen 5

WN WN

Ei

mam

a

laa

gemengde haag laag

Nieuwe Bestaande

ag

hikBestaande haag laag

singel

en struweelhaag i

pen el

Kruidenrijk grasland

Grasland

B Sa

Bestaande

at

|

Besrand Plangebied Sen ong

ee]

natuur-

Plangebied

Bostand 2

5

Nieuwe hautsingel

le =|

KE Trad

et

Wad

,

Pl

pr

ni

se

Bestaande

boom

Nieuwe boom

Afbeelding 20: Landschappelijke invulling Bosrand 2 en Bosrand 3 en ongenummerd (geanonimiseerd) Landschap TN

te Boxtel.

Bron:

Het

landschappelijk inrichtingsplan (zie hiertoe o.a. Afbeelding 20 en Afbeelding 21) is opgesteld voor gezamenlijke locaties Bosrand 2 en Bosrand 3 / ongenummerd. Dit om de gewenste landschappelijke samenhang te verkrijgen. In de beoogde situatie is er echter sprake van een gescheiden eigendom tussen Bosrand 2 enerzijds (kadastraal perceel nr. 1478), en Bosrand 3 en ongenummerd anderzijds (overige percelen). In het landschappelijk inrichtingsplan is dan ook aangeduid welk deel geldt voor locatie Bosrand 2, en welk deel voor locatie Bosrand 3 en de

Toelichting Bestemmingsplan

31 ‘Bosrand

2, 3

en

ongenummerd

en

Uilenbroek 8,

13 Boxtel’

ongenummerd. In de regels is dan ook sprake van een gescheiden voorwaardelijke verplichting waarmee is geborgd dat ieder adres haar eigen landschappelijke inpassing dient te realiseren en vervolgens in stand dient te houden. De stoeterij wordt landschappelijk ingepast door de bedrijfswoningen prominenter aan de straat te manifesteren. Hierdoor ontstaat een afwisseling van open en dicht. Het landschap van het landgoed wordt versterkt door middel van passende robuuste landschapselementen. De bestaande boerderij wordt landschappelijk ingepast met enkele markante bomen. De bestaande onderdelen van het landgoed worden gerespecteerd.

,

De landschappelijke inpassingsmaatregelen in dit plandeel bestaan samengevat uit: 1. Zichtbaar maken bestaande bedrijfswoning Bosrand 3 (i) 2. Inpassen nieuwe bedrijfswoning Bosrand ongenummerd (i) 3. Groene afscheiding stoeterij (i) 4. Afscherming hooiopslag (i) 5. Aanleg nieuwe houtsingels (kv) 6. Inpassen bestaande woning Bosrand 2 (i) 7. Bomenrij naast Bosrand (kv) 8. Behoud poel naast waterloop met natuurvriendelijke oever (i) 9. Behoud kruiden- en faunarijk grasland uit inrichtingsplan landgoed (i) 10. Behoud groensingel uit inrichtingsplan landgoed (i) 11. Behoud houtsingel uit inrichtingsplan landgoed (i) 12. Behoud bestaande haag woning Bosrand 2 (i)

(i

landschappelijke inpassing; kv = kwaliteitsverbetering van het landschap; enkel de kwaliteitsverbetering van het landschap is daarbij meegerekend investering in voor de kwaliteitsverbetering van het landschap. ) =

In het landschappelijk inpassingsplan in Bijlage 5 zijn de landschappelijke inpassingsmaatregelen meer uitgebreid beschreven. Hiervoor wordt derhalve naar voornoemde rapportage verwezen.

Toelichting Bestemmingsplan ‘Bosrand 2 , 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8 , 13 Boxtel’

32

Bestaande boom

Haag

Nieuwe boom

El Houtsingel ZA

Gemengde haag

Plangebied Bosrand 2 21:

Deelgebied

2: Uilenbroek

De

Beplantingsplan

voorgenomen

Afbeelding agrarische

22.

loods

©

Nieuwe atboam

©

Nieuwe erfboom 2

to)

8-13,

Bosrand

Beheer

struweelhaag

Beheer bestaande houtsingel Beheer bestaand kruidenrijk

grasland

a

hm

ms

2,

3 en

ongenummerd.

Bron:

(geanonimiseerd) tendschap WN

Uilenbroek

8-13

te

Boxtel

landschappelijke

De

landschap

oever

ee Ro

Plangebied Bosrand 3 en ong.

Afbeelding

Beheer Natuurvriendelijke

invulling

Uilenbroek

13

wordt

van

gesloopt,

evenals

de

Boxtel mestsilo.

is

opgenomen

Verder

wordt

op het

verwijderd, zodat een woonvlak ten behoeve van burgerbewoning resteert. woning zal een landschappelijke erfinrichting, dan wel tuin worden ingericht. Ter compensatie van de paardenweide aan Bosrand ong. wordt circa 8.200 m? ten noorden van de woning Uilenbroek 8 ingericht ten behoeve van een natuurontwikkeling. Aan Bosrand ong. was de invulling voorzien als kruiden- en faunarijk grasland, conform de beheermaatregelen uit het ‘Inrichting- en versie 2011. Deze zal worden beheerplan’, juli aanvulling gelijkwaardig uitgevoerd aan de Uilenbroek te Boxtel. Deze invulling draagt bij aan de biodiversiteit en verhoogt de landschappelijke uitstraling ter plaatse, doordat de weidegronden aangekleed worden met kruiden- en bloemrijke akkerranden. De natuurontwikkeling is hier bovendien passend wegens de ligging in het beekdal van de Essche stroom. Rondom

bouwvlak

de

Toelichting Bestemmingsplan

33 ‘Bosrand

2, 3

en

ongenummerd

en

Uilenbroek 8,

13 Boxtel’

De vormverandering van het bouwvlak (2013) ten behoeve van de bouw van de nieuwe bedrijfsloods Uilenbroek 13 zou destijds gepaard gaan met de realisatie van landschappelijke inpassing. Deze landschappelijke inpassing is echter niet gerealiseerd. Bovendien is de uitvoering van destijds niet meer passend doordat deze met name was gericht op het ‘groen inpakken’ van de nieuwe loods. Nadat de loods wordt gesloopt zou dit derhalve een onlogisch landschapselement vormen. Ter compensatie van deze destijds benodigde landschappelijke aanplant wordt nu op het desbetreffende perceel voorzien in een tweetal bomenrijen aan de wegzijde. ,

Afbeelding 22: Landschappelijk inpassingsplan Uilenbroek 8-13 Boxtel ,

De landschappelijke investeringen worden juridisch-planologisch geborgd middels diverse voorwaardelijke verplichtingen in het bestemmingsplan. Geconcludeerd wordt dat met de inrichting sprake is van een adequate landschappelijke inpassing en een voorgenomen kwaliteitsverbetering van het landschap en dat deze feitelijk financieel en juridisch zijn verzekerd. ,

Toelichting Bestemmingsplan ‘Bosrand 2 , 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8 , 13 Boxtel’

34

3.

BELEIDSKADER

De voorgenomen ontwikkeling dient te passen binnen het ruimtelijke beleid van de diverse overheidslagen te weten het Rijk de provincie en de gemeente. Navolgend zullen de beleidskaders van deze overheidslagen worden besproken. Daarnaast wordt getoetst of onderhavige ontwikkeling passend is binnen dit beleid. ,

3. 1

,

Rijksbeleid

3. 1. 1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De ruimtelijke structuurvisie op rijksniveau betreft de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) als vastgesteld op 11 september 2020. De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. In de NOVI wordt door het Rijk een langetermijnvisie richting 2050 gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Geconcludeerd wordt dat we in Nederland staan voor een aantal urgente complexe maatschappelijke opgaven op zowel lokaal regionaal nationaal als internationaal niveau. De NOVI beoogt perspectief te bieden om deze opgaven in gezamenlijkheid samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties aan te pakken met regie vanuit het Rijk. Het kernbegrip is daarbij ‘omgevingskwaliteit’ betreffende ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Met daarbij inachtneming van maatschappelijke waarden en inhoudelijke normen voor bijvoorbeeld gezondheid veiligheid en milieu. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

Met een integrale samenwerking en met steeds een zorgvuldige afweging van belangen wordt gewerkt aan de 4 nationale prioriteiten: • Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Wegens mondiale problematieken aangaande klimaatverandering en zeespiegelstijging dienen keuzes voor functies die gebruik maken van de fysieke leefomgeving meer te worden afgestemd op de eigenschappen van het bodem-watersysteem. Deze keuzes dragen bij aan een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting van Nederland in 2050. Energietransitie is noodzakelijk maar gaat ook gepaard met conflicterende belangen ten aanzien van ruimtegebruik en effecten op de lange termijn. De NOVI is daarom richtinggevend om bij de inpassing van energieinfrastructuur aandacht te behouden voor de kwaliteit van de leefomgeving. ,

,

Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel; • In het kielzog van de COVID-19-pandemie wordt hard gewerkt om de gevolgen voor de economie zoveel als mogelijk te beperken. Dat vraagt op korte termijn om ongekende overheidsingrepen en investeringen. Gezocht wordt naar mogelijkheden voor een co-creatie om deze interventies en investeringen ook ten goede te laten komen voor de lange termijn-ambities namelijk het duurzaam en circulair maken van de economie en energievoorziening en het versterken van de kwaliteit van de ,

leefomgeving. Aanvullend wordt bij locaties van kantoren bedrijventerreinen grootschalige logistieke functies en datacentra naast de vraag vanuit bedrijven economische vitaliteit de aansluiting op het verkeers- en vervoersnetwerk en het elektriciteitsnetwerk rekening gehouden met de aantrekkelijkheid en de kwaliteit van stad en land. Vanuit nationaal niveau wordt ingezet op actieve clustering van (grootschalige) logistieke functies op logistieke knooppunten langs (inter)nationale corridors. ,

,

,

,

Sterke en gezonde steden en regio’s; Met de NOVI wordt gebouwd aan sterke aantrekkelijke en gezonde steden. Er wordt ingezet op de verdere ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Doelstelling is om daar naartoe te groeien en een goed bereikbaar netwerk van steden en regio’s te realiseren. De grote actuele woningbehoefte vraagt echter tegelijkertijd om oplossingen op korte termijn. Het kabinet heeft voor de korte termijn •

,

daarom een pakket aan maatregelen voorgesteld om de woningbouw een stevige impuls te geven. De locaties bevinden zich daarbij in het Stedelijk Netwerk Nederland. De ontwikkeling vindt plaats in lijn met de ambities van de integrale verstedelijkingsstrategie zoveel mogelijk in bestaand stedelijk gebied klimaatbestendig en natuurinclusief. Belangrijke aandacht gaat uit naar het aanbod en de kwaliteit van groen in de stad en de aansluiting op het groene gebied buiten de stad. De COVID-19,

,

Toelichting Bestemmingsplan ‘Bosrand 2 , 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8 , 13 Boxtel’

35

crisis onderstreept de waarde en het belang van een goede inrichting van de openbare ruimte voor het menselijk welbevinden. • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Doelstelling is te komen tot een landelijk gebied waar het prettig wonen werken en recreëren is en waar ruimte is en blijft voor economisch vitale landbouw als belangrijke drager van het platteland. De stikstofproblematiek raakt zowel het landelijk gebied als diverse economische sectoren. De waarde van de natuur het landschap en de toekomst van de landbouw staan onder druk. Ook de verbetering van de biodiversiteit is daarbij een uitdaging. Houdbare oplossingen vragen echter tijd. Voor de lange termijn wordt daarom gewerkt aan een geleidelijke en zorgvuldige herindeling van het landelijk gebied onder meer gericht op kringlooplandbouw in goed evenwicht met natuur en landschap. ,

,

,

,

Naast

voornoemde prioriteiten zijn in de NOVI tevens 21 nationale belangen benoemd. De geformuleerde nationale ambities vragen veel van de leefomgeving. Een scala van belangen en claims moet een plek vinden binnen de totale oppervlakte van Nederland. Niet alles kan en niet alles kan overal. Dit leidt soms tot conflicterende belangen waaruit gekozen moet worden. Het Rijk moet en wil in dit proces het voortouw nemen. Vanuit de NOVI geeft het Rijk de kaders en richting mee voor zowel nationale als decentrale keuzes waarbij de verantwoordelijkheid ligt bij alle partijen (Rijk provincie waterschappen gemeenten bedrijven maatschappelijke instellingen en burgers) gezamenlijk. Dit om te komen tot de gezamenlijke beoogde transitie naar een duurzame en circulaire samenleving. ,

,

,

,

,

,

,

De NOVI zal worden uitgevoerd o. a. in de vorm van Omgevingsagenda’s programma’s en de Regionale Investeringsagenda’s. Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving zowel van de boven- als de ondergrond. Het betreft ‘omgevingsinclusief’ beleid en de NOVI onderscheidt daarbij drie afwegingsprincipes die kunnen worden toegepast bij het afwegen en prioriteren van de verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies (‘dubbele doelstelling’); 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. ,

,

,

Regie wordt bovendien aan andere overheden meegegeven in de vorm van voorkeursvolgorden voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Zo wordt vanuit het Rijksoverheid sturing gegeven aan beleidsmatige afwegingen en toekomstbestendige ontwikkelingen waarbij op lokaal niveau de concrete uitwerking hiervan kan worden gemaakt. De nationale strategische keuzes worden daarmee uitgewerkt tot gebiedsgericht maatwerk. ,

Onderhavige ontwikkeling in de twee deelgebieden is als kleinschalig aan te merken het betreft een ,

particuliere ontwikkeling op perceelsniveau waardoor geen van de onderwerpen uit de Nationale Omgevingsvisie van directe toepassing zijn op de ontwikkeling. De ontwikkeling levert wel een bijdrage aan de kwaliteitsverbetering van het landschap (sloop van bebouwing de aanleg van nieuw groen en natuur en aandacht voor cultuurhistorisch waardevolle bebouwing). Verder wordt bij onderhavig besluit toepassing gegeven aan een zorgvuldige ruimtelijke afweging. Het planvoornemen is daarmee niet conflicterend aan de nationale doelen en ambities uit de NOVI. Gelet op het schaalniveau van het voornemen (perceelsniveau) is een nadere toetsing niet aan de orde. ,

,

3. 1. 2 Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro Rarro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de bijbehorende ministeriële regeling (Rarro) bieden de juridische kaders die nodig zijn om het ruimtelijk rijksbeleid als benoemd in de SVIR te borgen. De onderwerpen uit deze wettelijke regelingen dienen beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op decentraal niveau. ,

Volgens de kaarten behorende bij het Rarro zijn de deelgebieden gelegen binnen het radarverstoringsgebied van het radarstation Herwijnen waardoor een maximale bouwhoogte van 90 meter geldt t. o. v. NAP (voor windturbines). Tevens geldt een maximale bouwhoogte van 113 meter t. o. v. NAP voor het radarverstoringsgebied van het radarstation Woensdrecht. Dergelijke ,

Toelichting Bestemmingsplan ‘Bosrand 2 , 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8 , 13 Boxtel’

36

bouwhoogtes zijn bij het plan echter niet aan de orde zekerheid niet in het geding komen.

,

waardoor de genoemde bouwhoogtes met

Uit de kaarten zie Afbeelding 23 en Afbeelding 24 volgt verder dat deelgebied 1 (Bosrand 2 3 en ong. ) en deelgebied 2 (Uilenbroek 8-13) gedeeltelijk zijn gelegen binnen een voorkeurstracé voor buisleidingen van nationaal belang (voor vervoer van gevaarlijke stoffen) met het bijbehorend naastgelegen zoekgebied. ,

,

,

,

De relevante regels voor het voorkeurstracé en de bijbehorende zoekgebieden zijn opgenomen in Titel 2. 9 van het Barro. In beide voorkeurstracés zijn bovendien bestaande olietransportleidingen aanwezig met een bestaande planologische bescherming. Het betreft een traject van een ondergrondse hoge druk 36” ruwe olieleiding en een hoge druk 24” olieproductenleiding in beheer bij de N. V. RotterdamRijn Pijpleiding Maatschappij. De bescherming van deze bestaande leidingen wordt ongewijzigd overgenomen in onderhavig plan. ,

,

Artikel 2. 9. 3 van het Barro bepaalt dat een gemeenteraad het voorkeurstracé in bestemmingsplannen nader kan uitwerken waarbij het voorkeurstracé in ieder geval gelegen blijft binnen het zoekgebied. Dit is dus ook de functie van het zoekgebied namelijk dat de gemeenteraad deze kan betrekken bij de daadwerkelijke uitwerking. Artikel 2. 9. 4 bevat de belemmerende activiteiten die enkel gelden voor het voorkeurstracé en dus niet voor de zoekgebieden. Eventuele belemmeringen in de zoekgebieden gaan pas gelden zodra een gemeenteraad heeft besloten om het leidingtracé binnen de zoekgebieden nader te gaan uitwerken. ,

,

,

Artikel 2. 9. 4 bepaalt in hoofdzaak dat een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden die zijn gelegen binnen het voorkeurstracé geen (ten opzichte van het geldende planologische regime) nieuwe activiteiten moet toelaten die een belemmering kunnen vormen voor de aanleg van een buisleiding van nationaal belang. Het betreft bijvoorbeeld bouwplannen de aanleg van wegen en watergangen de realisatie van andere leidingstelsels het bebossen e. d. ,

,

,

,

Deelgebied 2 is nagenoeg volledig gelegen binnen een zoekgebied. Enkel een beperkt deel is gelegen in het voorkeurstracé. Hier is de aanleg van kruiden- en faunarijk grasland voorzien. Voor de ligging binnen het zoekgebied gelden verder geen wettelijke restricties. Dit zou enkel anders kunnen zijn indien de gemeenteraad bezig is met de uitwerking van het voorkeurstracé en hierbij over deze gronden heen zou moeten gaan. De ontwikkelingen in dit deelgebied hebben geen gevolgen voor het genoemde voorkeurstracé. Voor het plandeel van deelgebied 1 gelegen binnen het voorkeurstracé geldt dat hier geen activiteiten worden gerealiseerd die als genoemd in artikel 2.9.4 de realisatie van het voorkeurstracé onmogelijk maken. De overige gronden zijn gelegen in het zoekgebied en kennen daardoor geen restricties. Doordat er bovendien sprake is van een bestaande locatie is het weinig logisch om ter plaatse van de bestaande bebouwing het voorkeurstracé te realiseren. ,

,

,

,

De met onderhavig plan voorliggende veranderingen feitelijk en ten opzichte van het geldende planologische regime zorgen niet voor belemmeringen inzake de aanleg van een buisleiding van nationaal belang. ,

,

Met het voornemen zijn voor het overige geen nationale belangen of nationaal aangewezen gebieden gemoeid.

Toelichting Bestemmingsplan ‘Bosrand 2 , 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8 , 13 Boxtel’

37

Afbeelding 23: Kaart voorkeurstracés buisleidingen Rarro deelgebied 1. Voorkeurstracé donkerpaars ,

,

zoekgebied lichtpaars weergegeven.

Afbeelding 24: Kaart voorkeurstracés buisleidingen Rarro deelgebied 2. Voorkeurstracé donkerpaars ,

zoekgebied lichtpaars weergegeven.

Toelichting Bestemmingsplan ‘Bosrand 2 , 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8 , 13 Boxtel’

38

,

3. 1. 3 Ladder voor duurzame verstedelijking In artikel 3.1.6 tweede lid van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ opgenomen. De vernieuwde vorm van dit toetsingsinstrument voor zorgvuldig ruimtegebruik bij stedelijke ontwikkelingen is op 1 juli 2017 in werking getreden. Dit motiveringsvereiste houdt in dat de toelichting bij een plan dat ‘een nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling en indien het plan de ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Een stedelijke ontwikkeling is in het Bro gedefinieerd als ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein of van kantoren detailhandel woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. ,

,

,

,

,

,

,

,

De ladder voor duurzame verstedelijking heeft als voornaamste doel om zuinig en zorgvuldig om te gaan met de realisatie van nieuwe stedelijke functies en om ongewenste leegstand te voorkomen. Bovendien wordt met de ladder bijgedragen aan de tendens dat stedelijke functies zo veel mogelijk moeten worden geconcentreerd in het bestaand stedelijk gebied en dat extra ruimtebeslag voor stedelijke functies in het buitengebied in beginsel wordt voorkomen. Toetsend aan deze ladder dient eerst te worden bepaald of onderhavig plan voorziet in een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. In deelgebied 1 is er sprake van de vergroting van een bouwvlak ten behoeve van een productiegerichte paardenhouderij. Daarnaast worden de drie bestaande / planologisch bestemde woningen wat betreft gebruik van functie gewijzigd. Hierbij blijft het aantal toegestane woningen ongewijzigd behouden. In deelgebied 2 wordt een agrarisch bouwvlak verwijderd en wordt een cultuurhistorisch waardevolle langgevelboerderij inpandig gesplitst in twee wooneenheden. ,

In de beoogde situatie is er in het plangebied sprake van 5 woningen waarbij 4 reeds planologisch als zodanig bestemd. De woningen zijn bovendien niet aaneengesloten gelegen maar verspreidliggend over het plangebied aanwezig. ,

,

In de jurisprudentie zijn richtlijnen bepaald om te kunnen beoordelen of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het gros van de voorgenomen ontwikkelingen uit onderhavig plan kunnen aangemerkt worden als een functiewijziging (met sanering van overtollige bedrijfsbebouwing). Op 28 juni 2017 kenmerk ECLI:NL:RVS:2017:1724 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State de ‘overzichtsuitspraak’ inzake de ladder voor duurzame verstedelijking uitgesproken. Hieruit volgt dat een ontwikkeling welke ten opzichte van het voorgaande planologische regime geen nieuw planologisch ruimtebeslag mogelijk maakt maar alleen een planologische functiewijziging in beginsel niet voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Van dit uitgangspunt wordt enkel afgeweken indien die planologische functiewijziging van zodanige aard en omvang is dat desalniettemin sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling (o. a. ABRvS 20 april 2016 ECLI:NL:RVS:2016:1075). ,

,

,

,

In de ‘overzichtsuitspraak’ zijn tevens een aantal ondergrenzen bepaald wanneer ontwikkelingen in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt. Dit is o. a. wanneer een ontwikkeling voorziet in een woningbouwplan voor niet meer dan 11 woningen. In onderhavig plan bevinden zich in het plangebied in de beoogde situatie in totaliteit slechts 5 woningen. Het gros hiervan ondergaat bovendien slechts een planologische functiewijziging en deze woningen zijn niet in elkaars directe nabijheid gelegen. De voorgenomen invulling van het plan met deze woningaantallen kan derhalve met zekerheid niet worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling. Daarnaast dient nog beoordeeld te worden of de vergroting van het bouwvlak van de paardenhouderij aangemerkt kan worden als een stedelijke ontwikkeling. Deze functie valt in ieder geval niet onder een bedrijventerrein kantoren woningbouwlocaties e. d. Dan dient nog beoordeeld te worden of het initiatief mogelijk kwantificeert als ‘andere stedelijke voorzieningen’. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. De toepassing hiervan is dus casuïstisch. De Handreiking van I&M geeft richting aan het begrip ‘andere stedelijke voorzieningen’ en benoemt hiertoe onderwijs zorg cultuur bestuur indoor sport en ,

,

,

Toelichting Bestemmingsplan ‘Bosrand 2 , 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8 , 13 Boxtel’

,

,

,

39

leisure. Paardenhouderijen zeker indien deze productiegericht (agrarisch) zijn vallen dus niet onder de genoemde functies. Gelet op de bedrijfsvoering is de productiegerichte paardenhouderij bovendien niet passend binnen de lijn van ontwikkelingen waarvoor de ladder voor duurzame verstedelijking in het leven is geroepen. ,

,

De ladder beoogt stedelijke functies zoveel mogelijk te concentreren in het bestaand stedelijk gebied en om extra ruimtebeslag voor stedelijke functies in het buitengebied in beginsel te voorkomen. De doelstelling van de ladder beoogt dus een ruimtelijke scheiding tussen stedelijke functies en buitengebied-gebonden functies. De agrarische bedrijfsactiviteiten van een productiegerichte paardenhouderij zijn juist voorbehouden aan het buitengebied. Voor de exploitatie van een paardenhouderij is o. a. het hebben van voldoende (weide)grond in de directe omgeving essentieel. Enerzijds voorziet beweiding in de natuurlijke behoeftes van de paarden waaronder voldoende beweging sociaal contact en de mogelijkheid tot fourageren. Anderzijds zijn omliggende weidegronden noodzakelijk voor de ruwvoederwinning van het bedrijf. Het is daarbij een noodzaak dat jonge paarden zoveel mogelijk buiten (op weidegronden) kunnen opgroeien. Een dergelijk bedrijf is dus niet passend binnen het bestaand stedelijk gebied en hoort bij uitstek thuis in het buitengebied. De beoogde paardenhouderij is dus geen ontwikkeling waarvoor de ladder voor duurzame verstedelijking in het leven is geroepen aangezien het een aan het buitengebied gebonden functie

,

,

,

,

,

betreft. Het plan voorziet dus niet in een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6 lid 2 van het Bro. Als er getoetst wordt aan de doelstelling van de ladder namelijk het voorkomen van leegstand en het zorgvuldig omgaan met ruimte dan dient aangetoond te worden dat er sprake is van een behoefte aan die ontwikkeling. De Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen heeft de noodzaak van de ontwikkeling van het bouwvlak van de paardenhouderij in deelgebied 1 reeds onderschreven (zie Bijlage 2). ,

,

,

,

,

Voor de woningen in de beide deelgebieden geldt dat er reeds nagenoeg volledig sprake is van planologisch bestemde woningen. Wegens de behoefte worden deze van functie gewijzigd. Het bewonen van verspreidliggende burgerwoningen in het buitengebied voorziet daarbij nog steeds in een actuele behoefte. De woningtoevoeging vindt plaats op Uilenbroek 8 met inpandig de toevoeging van één woning. Deze inpandige woningsplitsing is noodzakelijk daar deze cultuurhistorisch waardevolle langgevelboerderij royaal in omvang is en daardoor kostbaar in aanschaf en onderhoud. ,

,

,

Onderhavig planvoornemen

behelst geen stedelijke ontwikkeling en is tevens bij uitstek geen ontwikkeling waarvoor de ladder voor duurzame verstedelijking in het leven is geroepen aangezien het aan het buitengebied gebonden functies betreft. Wel is aangetoond dat het plan voorziet in een behoefte aan de ontwikkeling en is gemotiveerd waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Middels voorgenomen ontwikkeling is er sprake van een zorgvuldige afweging omtrent de diverse belangen zoals middels de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt beoogd. ,

,

,

3. 2

Provinciaal beleid

3. 2. 1 Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 14 december 2018 de Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. Deze omgevingsvisie bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie beschrijft daarvoor de strategische hoofdopgaven voor de lange termijn over klimaatverandering energietransitie verstedelijking en bereikbaarheid concurrerende duurzame economie en de basis op orde. ,

,

De omgevingsvisie heeft een wettelijke basis in het omgevingsrecht (komende Omgevingswet) en vervangt uiteindelijk de strategische elementen van huidige provinciale plannen zoals de structuurvisie het verkeers- en vervoersplan het milieu- en waterplan en de natuurvisie. ,

,

,

Toelichting Bestemmingsplan ‘Bosrand 2 , 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8 , 13 Boxtel’

40

,

De omgevingsvisie ziet op een strategische gebiedsopgave voor de provincie als geheel en formuleert daarbij de ambities voor de toekomst richting 2050 en met een tussenstap in 2030. Niet wordt vastgelegd hoe deze doelen precies bereikt gaan worden. Met een open blik is centraal uitgangspunt om vanuit alle partijen en disciplines de visie voor Brabant verder te gaan uitwerken. Deze verdere uitwerking van de ambities betreft de navolgende opgave voor de komende bestuursperiodes en zal terecht komen in nog op te stellen programma’s. ,

Om de ambities (het Panorama) te realiseren en Brabant in de toekomst welvarend verbonden en klimaatproof te laten zijn worden er vier hoofdopgaven onderscheiden: ,

,

• • • •

Werken Werken Werken Werken

aan aan aan aan

de Brabantse energietransitie; een klimaatproof Brabant; de slimme netwerkstad; een concurrerende duurzame economie. ,

De basisopgave is daarbij een balans tussen beschermen (een veilige leefomgeving een gezonde leefomgeving met waarborg voor een goede omgevingskwaliteit inclusief natuur) en benutten (optimaal gebruik en ontwikkelen van de leefomgeving om maatschappelijke behoeften te vervullen). ,

,

Tevens wordt de opvatting van de wetgever en de doelstelling van de Omgevingswet gedeeld om bevoegdheden en verantwoordelijkheden zo laag mogelijk weg te leggen. De gemeente is de eerstverantwoordelijke waar het gaat om ontwikkelen en beschermen van de fysieke leefomgeving. Anderzijds zijn er zaken die het schaalniveau van een gemeente te boven gaan en hebben provincies vanuit de wet specifieke taken en bevoegdheden. Vanuit deze basisgedachte wordt naar de beste rolverdeling gezocht ter verwezenlijking van de strategische ambities. De Omgevingsvisie bevat de hoofdlijnen hoe de provincie Noord-Brabant wil gaan denken en handelen onder de nieuwe Omgevingswet. Centraal staat daarbij ‘Verbinden in vertrouwen’ met de volgende uitgangspunten vanuit de provincie: ,

• • • • •

‘We gaan voor meerwaarde-creatie’; ‘We gaan voor technische én sociale innovatie’; ‘We gaan voor kwaliteit boven kwantiteit’; ‘We gaan voor steeds beter’; ‘We gaan voor proactief en preventief boven gevolgbeperking en herstel’.

Onderhavige ontwikkeling is als kleinschalig aan te merken in verhouding tot de strategische gebiedsambities voor de provincie Noord-Brabant richting 2050. Wegens het schaalniveau raakt de ontwikkeling niet de basis- en hoofdopgaven uit de Omgevingsvisie. Wel zorgt de totaalontwikkeling met o. a. het behoud van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en het leveren van een bijdrage aan de kwaliteitsverbetering van het landschap voor een positieve bijdrage en het creëren van meerwaarde en kwaliteit in Noord-Brabant. Vanuit die zingeving wordt de planontwikkeling wel geacht op haar niveau bij te dragen aan de ambities als nagestreefd in de Brabantse omgevingsvisie. ,

,

3. 2. 2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Naast één omgevingsvisie wordt voor de provincie vanuit de Omgevingswet ook voorgeschreven dat één omgevingsverordening vastgesteld dient te worden voor haar grondgebied. In de omgevingsvisie staat wat de provincie wil bereiken en wat ze wil doen om dat te bereiken. Dat kan vragen om een nadere uitwerking van beleid en maatregelen een (beleids)programma of regels om de ambities te realiseren en belangrijke waarden te beschermen. Op het moment dat regels nodig zijn dan dienen deze opgenomen te worden in een omgevingsverordening. De omgevingsverordening bevat enerzijds algemene regels voor burgers en bedrijven voor activiteiten. Daarnaast zijn instructieregels opgenomen voor bestuursorganen van de overheid zoals gemeenten en waterschappen. Deze instructieregels dienen in acht te worden genomen bij de uitvoering van taken zoals de vaststelling van een omgevingsplan. ,

,

,

,

,

Toelichting Bestemmingsplan ‘Bosrand 2 , 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8 , 13 Boxtel’

41

De Omgevingswet is nog niet in werking getreden (inwerkingtreding 01-01-2024). Om echter naar deze wettelijke transitie toe te werken maakt de provincie eerst een Interim omgevingsverordening. Deze Interim omgevingsverordening voegt de bestaande regels over de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk samen in één verordening en is in hoofdzaak beleidsneutraal. De omgevingsverordening vervangt onder andere de: Provinciale milieuverordening; • Verordening natuurbescherming; • • Verordening ontgrondingen; • Verordening ruimte; • Verordening water; • Verordening wegen. ,

Voor ruimtelijke plannen is met name relevant dat de Verordening ruimte Noord-Brabant is opgenomen in de IOV. In de Verordening ruimte Noord-Brabant waren de provinciale ambities uit de ‘Structuurvisie 2010 – partiële herziening 2014’ (SVRO 2014) doorvertaald naar een kaderstellende set regels die door gemeentes moesten worden toegepast bij ruimtelijke besluiten. Tevens bevatte deze verordening ook rechtstreeks werkende regels hoofdzakelijk ten aanzien van veehouderijen en mestbewerkingsinitiatieven die ook in de reguliere vergunningverlening moesten worden toegepast. ,

,

De IOV bevat zowel rechtstreeks werkende regels als instructieregels aan andere bevoegde gezagen. De rechtstreeks werkende regels hebben betrekking op zaken als grondwaterwinning ontgronden veehouderijen en mestbewerking. Dergelijke activiteiten zijn met onderhavig plan niet aan de orde. ,

,

Het vaststellen van een omgevingsplan

,

nog bestemmingsplan , valt onder de reikwijdte van ‘Instructieregels aan gemeenten’ (Hoofdstuk 3 van de IOV). De ontwikkelingsmogelijkheden en toegestane functies worden bepaald door de ligging van een locatie binnen de structuren en aanduidingen. Daarnaast bevat de verordening algemene regels voor de bevordering van de ,

nu

ruimtelijke kwaliteit. Voor de voorgenomen ontwikkeling zijn er meerdere sporen die gevolgd moeten worden in het kader van toetsing aan de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Ten eerste moet voldaan worden aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies. Daarnaast moet worden getoetst aan de geldende regels voor de van toepassing zijnde structuren en aanduidingen. Navolgend worden ten eerste de algemene regels inzake de bevordering van ruimtelijke kwaliteit getoetst. Daarna volgt een toetsing per deelgebied aan de van toepassing zijnde structuren en aanduidingen. In paragraaf 3. 1. 2 van de IOV zijn de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies opgenomen. De basisprincipes hebben betrekking op een zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit en een kwaliteitsverbetering van het landschap. Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit Een bestemmingsplan geeft bij de evenwichtige toedeling van functies invulling aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige gezonde leefomgeving. Hierbij wordt rekening gehouden met: ,

•

,

Zorgvuldig ruimtegebruik.

Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing behalve als er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding op grond van de IOV mogelijk is. ,

•

De waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering.

Toelichting Bestemmingsplan ‘Bosrand 2 , 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8 , 13 Boxtel’

42

De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. De lagenbenadering omvat de effecten op: De ondergrond zoals de bodem het grondwater en archeologische waarden; o De netwerklaag zoals infrastructuur natuurnetwerk energienetwerk waterwegen waaronder o een goede multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer; De bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden de omvang van de o functie en de bebouwing de effecten op bestaande en toekomstige functies de effecten op volksgezondheid veiligheid en milieu. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

Met het actief benutten van de factor tijd wordt bedoeld het rekening houden met de herkomstwaarde vanuit het verleden de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. ,

,

Meerwaardecreatie.

•

Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken waaronder: o De mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; De bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met o de ontwikkeling gemoeid zijn. De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie. ,

,

,

Bij onderhavige ontwikkeling is er in deelgebied 1 (Bosrand 2 3 en ongenummerd) sprake van een bestaand agrarisch bouwperceel ten behoeve van een productiegerichte paardenhouderij. Hierbij wordt de omvang toegevoegd als benodigd voor de ondersteunende voorzieningen. Er wordt dus niet meer ruimte geclaimd dan noodzakelijk dit volgt het principe van zorgvuldig en zuinig ruimtegebruik. Met de huidige bestemmingsgrenzen ontbreken de mogelijkheden om de ontwikkeling binnen het huidige ruimtebeslag te doen plaatsvinden. Tevens worden hierbij de woningen wat betreft functies herschikt zodat er sprake is van een logischere erfindeling en een meer functionele toepassing. ,

,

,

In deelgebied 2 wordt ter compensatie van de ontwikkelingen in deelgebied 1 een agrarisch bedrijf beëindigd. Hierbij wordt voormalige bedrijfsbebouwing gesloopt. Hierdoor resteert een cultuurhistorisch waardevolle woning welke wordt behouden hersteld en inpandig wordt gesplitst. ,

,

,

,

De totale ontwikkeling claimt niet meer ruimte dan noodzakelijk. Functies worden passend herschikt en de ontwikkeling gaat gepaard met een afname van bebouwing en een netto afname van de totale oppervlakte agrarisch bouwvlak. Het plan respecteert daardoor het principe van zorgvuldig ruimtegebruik. De lagenbenadering benodigd een verantwoording waaruit blijkt dat rekening is gehouden met de gevolgen van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling voor de diverse lagen. De toetsing van de effecten van het voornemen op de lagen is per onderwerp uitgebreid uiteengezet in voorliggende toelichting. Hieruit zie hiertoe o. a. Hoofdstuk 4 volgt dat het voornemen ruimtelijk en milieuhygiënisch aanvaardbaar is. ,

,

Het plan zorgt op meerdere manieren voor een meerwaardecreatie. Dit enerzijds wegens een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit zoals nader toegelicht in paragraaf 2. 6. Daarnaast blijkt de meerwaardecreatie o. a. uit de totale ontwikkeling waarbij ruimte voor ontwikkeling van grondgebonden agrarische bedrijvigheid wordt gecreëerd in samenhang met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit sloop van bebouwing behoud van cultuurhistorische bebouwing en de aanleg van extra landschappelijke inpassingsmaatregelen op het landgoed. De meerwaarde wordt dus tevens gecreëerd door de ontwikkelingen in de deelgebieden te combineren. ,

,

,

,

Toelichting Bestemmingsplan ‘Bosrand 2 , 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8 , 13 Boxtel’

43

Gelet

op het bovenstaande omgevingskwaliteit.

wordt

voldaan

aan

de

provinciale

zorgplicht

voor

een

goede

Kwaliteitsverbetering landschap In artikel 3. 9 van de IOV zijn de regels omtrent kwaliteitsverbetering van het landschap opgenomen. Dit houdt in dat ruimtelijke ontwikkelingen in het landelijk gebied gepaard dienen te gaan met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Het bestemmingsplan motiveert dat de verbetering past binnen de gewenste ontwikkeling van het gebied en op welke wijze de uitvoering financieel juridisch en feitelijk is geborgd. Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan mede omvatten: Landschappelijke inpassing; • Het toevoegen versterken of herstellen van landschapselementen; • • Het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; • Het wegnemen van verharding; • Het slopen van bebouwing; • De realisering van het Natuur netwerk Brabant en ecologische verbindingszones; • Het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. ,

,

Indien de kwaliteitsverbetering niet op locatie kan worden bewerkstelligd is het ook mogelijk een passende financiële bijdrage te doen in een (gemeentelijk) landschapsfonds. De gemeente Boxtel heeft dit provinciale beleid doorvertaald in een set beleidsregels. In paragraaf 2. 6 is deze toetsing uitgevoerd voor onderhavig plan. Dit tezamen met de berekening kwaliteitsverbetering als opgenomen in Bijlage 6 en het landschappelijk inpassingsplan voor Bosrand 2 en Bosrand 3 en ongenummerd in Bijlage 5 en voor Uilenbroek 8 in Bijlage 12. Uit deze toetsing volgt dat de totale ontwikkeling ruimschoots voldoet aan de benodigde investering in de kwaliteitsverbetering van het landschap. Er is bovendien zelfs een overwaarde. Met de voorgenomen landschappelijke inrichting worden de deelgebieden adequaat landschappelijk ingepast en wordt voldaan aan het (provinciaal en gemeentelijk) vereiste van kwaliteitsverbetering van het landschap. De aanleg van de landschappelijke inpassing de sloop van de bebouwing en de natuuraanleg wordt bovendien geborgd door een voorwaardelijke verplichting in de planregels. Gelet op het bovenstaande wordt financieel juridisch en feitelijk verzekerd dat de ontwikkeling gepaard gaat met een evenredige kwaliteitsverbetering van het landschap. De beoogde ontwikkeling is daarmee in overeenstemming met artikel 3. 9 van de IOV. ,

,

Structuren en aanduidingen Deelgebied 1: (Bosrand 2 3 en ong. ) In Afbeelding 26 is een uitsnede van de basiskaart voor het landelijk gebied behorende bij de instructieregels aan gemeenten opgenomen. Afbeelding 25 toont de belangrijkste te beschermen functies zoals de ligging van Natura 2000 het Natuur Netwerk Brabant (NNB) en het stiltegebied (met bijbehorende externe werking). Uit de kaarten behorende bij de IOV volgt dat de ontwikkeling ,

,

,

,

gerealiseerd wordt ter plaatse van de volgende structuren en aanduidingen: • • • • • • • • • • • •

Structuur ‘Landelijk gebied’; Structuur ‘Groenblauwe mantel’; Aanduiding ‘Beperkingen veehouderij’; Aanduiding ‘Verbod uitbreiding veehouderij’; Aanduiding ‘Bescherming Natura 2000’; Aanduiding ‘Stalderingsgebied’; Aanduiding ‘Attentiezone waterhuishouding’; Aanduiding ‘Diep grondwaterlichaam’; Aanduiding ‘Attentiezone stiltegebied’; Aanduiding ‘Norm wateroverlast buiten stedelijk gebied’; Aanduiding ‘Vaarwegbeheer’; Aanduiding ‘Beperking grootschalige logistiek’.

Toelichting Bestemmingsplan ‘Bosrand 2 , 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8 , 13 Boxtel’

44

Door de aanduidingen ‘Beperkingen veehouderij’ ‘Verbod uitbreiding veehouderij’ ‘Bescherming Natura 2000’ en ‘Stalderingsgebied’ gelden er beperkingen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van de veehouderijsector. Veehouderijen zijn hierbij gedefinieerd als: ‘agrarisch bedrijf gericht op het fokken mesten en houden van runderen varkens schapen geiten pluimvee tamme konijnen en pelsdieren;’ Paardenhouderijen betreffen hierin dus expliciet geen veehouderijen. Daar het initiatief geen betrekking heeft op een veehouderij wordt toetsing aan deze aanduidingen buiten beschouwing gelaten. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

De aanduiding ‘Diep grondwaterlichaam’ heeft rechtstreekse toepassing op bepaalde activiteiten die bij onderhavig plan niet van toepassing zijn (onconventionele koolwaterstofwinning). Deze aanduiding wordt voor het overige dus onbesproken gelaten. De aanduiding ‘Norm wateroverlast buiten stedelijk gebied’ is opgenomen wegens de provinciale instructieregels aan waterschappen. Deze aanduiding is dus van toepassing bij de uitvoering van beleid en activiteiten door het waterschap. Ook deze aanduiding wordt voor het overige dus onbesproken gelaten. De aanduiding ‘Vaarwegbeheer’ bevat een toedeling van het beheer van diverse vaarwegen. Aangezien er in onderhavig gebied geen vaarwegen aanwezig zijn wordt deze aanduiding voor het overige onbesproken gelaten. ,

De aanduiding ‘Beperking grootschalige logistiek’ regelt dat een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor grootschalige logistiek in beginsel verboden is. Grootschalige logistiek is daarbij gedefinieerd als: ‘gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit’. Aangezien onderhavige ontwikkeling geen betrekking heeft op grootschalige logistiek wordt deze aanduiding voor het overige onbesproken gelaten.

,

,

,

Door toekenning van de aanduiding ‘Attentiezone waterhuishouding’ (artikel 3. 26) dient bij plannen voorkomen te worden dat fysieke ingrepen mogelijk worden gemaakt met een negatief effect op de waterhuishouding van het hierbinnen gelegen Natuur Netwerk Brabant. Bij deze beoordeling dient bovendien het waterschap te worden betrokken. De toetsing voor het aspect water is nader uitgewerkt in paragraaf 4. 6. Het plan is hierbij bovendien voor vooroverleg aangeboden bij Waterschap De Dommel. Gelet op de aard en omvang van het plan en de toetsing in voornoemde paragraaf is er geen sprake van activiteiten met een negatief effect op de waterhuishouding van het NNB. De plandelen met de aanduiding ‘Attentiezone waterhuishouding’ hebben in onderhavig bestemmingsplan de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Attentiegebied NNB’ toegekend gekregen. Met deze dubbelbestemming en de bijbehorende regels is het behoud herstel en de ontwikkeling van de hydrologische waarden van het Natuur Netwerk Brabant geborgd. ,

,

,

,

De

planlocatie

is

tevens

gelegen in een attentiezone rondom een stiltegebied (aanduiding Het ‘Attentiezone stiltegebied’). betreft het stiltegebied rondom de ‘Kampina’. In artikel 3. 14 van de IOV zijn de instructieregels opgenomen voor de attentiezones stiltegebieden. In dit artikel is opgenomen dat een bestemmingsplan bij een evenwichtige toedeling van activiteiten en functies in een attentiezone stiltegebied rekening houdt met het behoud van de stilte en rust in het stiltegebied. In artikel 2.42 lid 1 is de grenswaarde opgenomen voor de externe werking richting het stiltegebied. Als grenswaarde voor een aanvaardbare geluidbelasting vanwege locatiegebonden een milieubelastende activiteit in de attentiezone stiltegebied geldt 50 dB(A) LAeq 24 uur op 15 meter hoogte: • Op de grens van het stiltegebied als de locatie van de activiteit 50 meter of meer van de grens van het stiltegebied ligt; • Op 50 meter vanaf de grens van de locatie van de activiteit als deze minder dan 50 meter van de grens van het stiltegebied ligt. ,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=67cb47e3-3b5b-43ca-87c2-71ec3f58f261