Bp Bosrand 2,3,ongenummerd en Uilenbroek 8,13- Bijlage 5 Toelichting
Tekst van het document
,
,
,
,
,
Toelichting Bestemmingsplan ‘Bosrand 2 , 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8 , 13 Boxtel’
45
In dit plandeel is in de beoogde situatie sprake van een productiegerichte paardenhouderij en een burgerwoning. Het gebruik van de burgerwoning heeft geen gevolgen voor het stiltegebied. Enkel het gebruik van de paardenhouderij kan mogelijk relevant zijn voor de externe werking richting het stiltegebied. De paardenhouderij is gelegen op meer dan 50 meter van het stiltegebied (circa 95 meter). Derhalve geldt dus een grenswaarde van 50 dB(A) LAeq 24 uur op 15 meter hoogte op de grens van het stiltegebied. Voor de paardenhouderij is een akoestisch onderzoek uitgevoerd (zie hiertoe Bijlage 8 en paragraaf 4. 4). Tussen de paardenhouderij en het stiltegebied ligt o. a. de woning Bosrand 4. Uit het akoestisch onderzoek volgt dat de etmaalwaarde ter plaatse van deze woning 37 dB bedraagt. Het stiltegebied zelf ligt nog circa 60 meter verder dan de woning Bosrand 4. Ter plaatse van de grens van het stiltegebied wordt dus ruimschoots voldaan aan de gestelde grenswaarde. Hierdoor kan worden voldaan aan de gestelde geluidsnormen (uit Hoofdstuk 2 van de IOV) voor het behouden van voldoende stilte in het aangeduide stiltegebied. ,
,
,
Zoals in de inleiding toegelicht is er in deelgebied 1 sprake van een vergroting van het bouwvlak van de stoeterij van 088 naar 118 hectare. Daarnaast worden de drie woningen (Bosrand 2 3 en ongenummerd) van functie gewijzigd waarbij netto sprake blijft van twee bedrijfswoningen en één burgerwoning. ,
,
,
,
Productiegerichte paardenhouderijen teeltbedrijven veehouderijen betreffen geen of glastuinbouwbedrijven en vallen daardoor onder de ‘overige agrarische bedrijven’. De van toepassing zijnde regels zijn hiervoor opgenomen in paragraaf 3. 6. 4. In artikel 3. 59 zijn de regels opgenomen voor overige agrarische bedrijven in de groenblauwe mantel. Aan de Bosrand 3 is een bestaande paardenhouderij aanwezig. De ontwikkeling voorziet in een uitbreiding van het bouwperceel van 088 naar 118 hectare. In artikel 3.59 sub c is opgenomen dat voorzien kan worden in een uitbreiding van een bestaand overig agrarisch bedrijf tot ten hoogste 15 hectare bouwperceel mits uit de toelichting blijkt dat deze uitbreiding noodzakelijk is voor de agrarische bedrijfsvoering. Daarnaast dient deze uitbreiding wegens de ligging in de groenblauwe mantel een positieve bijdrage te leveren aan de bescherming en ontwikkeling van de onderkende ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
De uitbreiding is noodzakelijk voor de agrarische bedrijfsvoering als onderschreven door de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen (Bijlage 2). Dit is bovendien nader toegelicht in Hoofdstuk 1 en 2 van onderhavige toelichting. ,
De ontwikkeling gaat gepaard met een landschappelijke inpassing de sloop van bebouwing aan Uilenbroek 13 en Bosrand 2 de verwijdering van een agrarisch bouwvlak aan Uilenbroek 13 en de aanleg van nieuwe natuur nabij Uilenbroek 8. Tevens wordt er voorzien in landschappelijke inpassingsmaatregelen ter versterking van het aanwezige landbouwlandgoed. De uitbreiding levert dus een positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken. De vergroting van het bouwvlak van de stoeterij voldoet aan de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. ,
,
De functiewijziging van de drie woningen aan Bosrand 2 3 en ong. dient getoetst te worden aan paragraaf 3.6.7 de ontwikkeling van niet agrarische functies. In deelgebied 1 vinden de volgende functieveranderingen plaats: • Bosrand 2 wordt van functie gewijzigd van bedrijfswoning naar burgerwoning. • Bosrand ongenummerd wordt gewijzigd van burgerwoning naar bedrijfswoning. • Bosrand 3 wordt aangeduid als plattelandswoning. Deze woning kan hierdoor al naar gelang de behoefte zowel gebruikt worden als bedrijfswoning als voor bewoning door derden ,
,
,
,
,
(burgers). Netto blijft er zowel in de huidige als in de beoogde situatie sprake van twee bedrijfswoningen en één burgerwoning. De woningen worden enkel in functie herschikt ten behoeve van een meer logische erfindeling. Bosrand 3 zal tevens worden aangeduid als plattelandswoning. Hierdoor kan deze woning zowel gebruikt worden als burgerwoning als bedrijfswoning. ,
,
Toelichting Bestemmingsplan ‘Bosrand 2 , 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8 , 13 Boxtel’
46
In artikel 3. 69 (afwijkende regels wonen) is opgenomen dat voorzien kan worden in het gebruik van een voormalige bedrijfswoning als burgerwoning als is verzekerd dat er geen splitsing in meerdere woonfuncties plaatsvindt en overtollige bebouwing wordt gesloopt. Bosrand 2 betreft een (voormalige) bedrijfswoning welke in de beoogde situatie in gebruik wordt genomen als burgerwoning. Deze woning wordt niet gesplitst in meerdere woonfuncties en de bijbehorende bebouwing (het aanwezige stalgebouw) wordt hier gesloopt. De functiewijziging van de woning Bosrand 2 voldoet dus aan artikel 3. 69. ,
,
In artikel 3. 70 (afwijkende regels bedrijfswoningen) is in lid 3 opgenomen dat een bestemmingsplan kan voorzien in het gebruik van een bestaande burgerwoning als bedrijfswoning als de woning binnen het bouwperceel van het bedrijf wordt gebracht en daarmee een ruimtelijke eenheid vormt. In de beoogde situatie wordt de nog te realiseren woning Bosrand ongenummerd binnen het bouwvlak van de aanwezige stoeterij gebracht. Door de ligging en situering vormt deze woning een ruimtelijke eenheid met het bedrijf. De functiewijziging van de woning Bosrand ongenummerd voldoet dus aan artikel 3. 70. ,
Bosrand 3 blijft een bedrijfswoning maar mag tevens gebruikt worden als plattelandswoning. Deze mogelijkheid is geboden van overheidswege middels de ‘Wet plattelandswoningen’ uit 2013. ,
,
De voorgenomen herschikking van woonfuncties is dus passend binnen de regels van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.
Toelichting Bestemmingsplan ‘Bosrand 2 , 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8 , 13 Boxtel’
47
Afbeelding 25: Uitsnede ‘Kaart 4: Instructieregels gemeenten: natuur en stiltegebieden’ deelgebied 1 wit omkaderd weergegeven. (Bron: ruimtelijkeplannen. nl)
Toelichting Bestemmingsplan ‘Bosrand 2 , 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8 , 13 Boxtel’
,
planlocatie
48
Afbeelding 26: Uitsnede ‘Kaart 6: Instructieregels gemeenten: basiskaart Landelijk gebied’ planlocatie deelgebied 1 wit omkaderd weergegeven. (Bron: ruimtelijkeplannen. nl) ,
Deelgebied 2: (Uilenbroek 8-13) In Afbeelding 27 is een uitsnede van basiskaart behorende bij de instructieregels voor gemeenten in het landelijk gebied voor deelgebied 2 opgenomen. Uit de plankaarten behorende bij de IOV volgt dat de ontwikkeling gerealiseerd wordt ter plaatse van de volgende structuren en aanduidingen: • • • • • • • • • • • •
Structuur ‘Landelijk gebied’; Structuur ‘Groenblauwe mantel’; Aanduiding ‘Stalderingsgebied’; Aanduiding ‘Boringsvrije zone’ (deels); Aanduiding ‘Waterwinning voor menselijke consumptie’ (deels); Aanduiding ‘Attentiezone waterhuishouding’ (deels); Aanduiding ‘Verbod uitbreiding veehouderij’ (deels); Aanduiding ‘Bescherming Natura 2000’; Aanduiding ‘Diep grondwaterlichaam’; Aanduiding ‘Norm wateroverlast buiten stedelijk gebied’; Aanduiding ‘Vaarwegbeheer’; Aanduiding ‘Beperking grootschalige logistiek’.
De ontwikkeling betreft hier de beëindiging van een agrarisch bedrijf de herbestemming van een bedrijfswoning naar burgerwoning en daarbij de inpandige woningsplitsing tot twee wooneenheden. ,
Toelichting Bestemmingsplan ‘Bosrand 2 , 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8 , 13 Boxtel’
49
Gelet op de aard van deze ontwikkeling zijn de diverse genoemde aanduidingen niet relevant. Voor de herbestemming van de woning Uilenbroek 8 is paragraaf 3. 6. 7 van de IOV bepalend. In artikel 3.69 lid d is opgenomen dat een bestemmingsplan kan voorzien in het gebruik van een voormalige bedrijfswoning als burgerwoning mits is verzekerd dat: • Er geen splitsing in meerdere woonfuncties plaatsvindt. • Overtollige bebouwing wordt gesloopt. ,
,
Verder is in artikel 3.69 lid c opgenomen dat een bestemmingsplan kan voorzien in de vestiging van of de splitsing in meerdere woonfuncties in cultuurhistorisch waardevolle bebouwing indien dit is gericht op het behoud en herstel van deze bebouwing. In onderhavige situatie is in 2019 door de Monumentencommissie van de gemeente Boxtel de langgevelboerderij cultuurhistorisch waardevol bevonden (zie hiertoe o. a. paragraaf 2.3 Bijlage 3 en Bijlage 4). In het onderhavige plan worden bovendien middels een dubbelbestemming en diverse aanduidingen de waarborgen opgenomen ter behoud bescherming en herstel van de aanwezige cultuurhistorische waarden. Met de dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen’ wordt bijvoorbeeld geborgd dat (slopen en) verbouwen niet is toegestaan behoudens met een omgevingsvergunning waarbij aangetoond dient te worden welke gevolgen het verbouwplan heeft voor het behoud van de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. Daarbij dient door het bevoegd gezag advies te worden ingewonnen bij een deskundige op het terrein van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. Doordat de boerderij royaal in omvang is en gelet op de huidige bouwkundige staat is splitsing noodzakelijk om de boerderij (betaalbaar) te kunnen behouden onderhouden en restaureren. Er wordt dus voldaan aan artikel 3.69 lid c. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
De boomkwekerij aan de Uilenbroek 8-13 wordt beëindigd. De bedrijfsbebouwing wordt gesloopt waardoor de woning Uilenbroek 8 resteert. De herbestemming van dit pand tot burgerwoning is passend binnen artikel 3.69 lid d. ,
De ontwikkeling in deelgebied 2 voldoet aan de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.
Afbeelding 27: Uitsnede ‘Kaart 6: Instructieregels gemeenten: basiskaart Landelijk gebied’ planlocatie deelgebied 2 wit omkaderd weergegeven. (Bron: ruimtelijkeplannen. nl) ,
Toelichting Bestemmingsplan ‘Bosrand 2 , 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8 , 13 Boxtel’
50
,
Vooroverlegreactie provincie In een vooroverlegreactie d. d. oktober 2020 heeft de provincie Noord-Brabant verzocht om een aanvullende motivatie inzake de samenhang (ruimtelijke en functionele eenheid) tussen de uitruil van de paardenwei aan Bosrand ongenummerd op het landgoed en de natuurcompensatie aan Uilenbroek. Zoals in onderhavige toelichting reeds toegelicht is onderdeel van het plan de wijziging van de paardenwei Bosrand ongenummerd ter grootte van circa 082 hectare van de bestemming ‘Natuur’ naar ‘Agrarisch met waarden’ zodat ter plaatse ook minder extensieve beweiding (paardenweide) wordt toegestaan. De gronden ten noordwesten van Uilenbroek 8 te Boxtel eveneens ter grootte van circa 082 hectare worden hierbij bestemd van ‘Agrarisch’ naar ‘Natuur’ ter compensatie van het onttrekken van de gronden aan Bosrand ongenummerd aan de natuurfunctie. ,
,
,
,
,
,
De paardenweide aan Bosrand ongenummerd ten zuiden van de stoeterij zal worden gebruikt als dagelijkse uitloop voor de paarden zodat zij hun natuurlijke gedrag (sociaal contact beweging) kunnen uitoefenen en kunnen voorzien in de natuurlijke behoefte (ruwvoer fourageren). ,
,
,
,
,
Met het bestemmingsplan ‘Landbouwlandgoed Bloemendael De Roond’ is een landbouwlandgoed opgericht. Een landgoed met landgoedwoningen waar natuur en landbouw sterk verweven zijn in de vorm van extensieve en natuurinclusieve landbouw mede ter bevordering van de biodiversiteit. Gelegen nabij de Kampina en in het beekdal van de Kleine Aa. Ruim 20 hectare van de agrarische gronden zijn omgezet naar natuur in de vorm van houtwallen een waterloop met natuurvriendelijke oever een schapendrift een boomgaard een poel en kruiden- en faunarijke graslanden en akkers. De kruiden- en faunarijke graslanden beslaan van het totaal circa 115 hectare. Conform het inrichtingen beheerplan van het landgoed als toebehorend aan voornoemd bestemmingsplan bestaat het beheer van deze kruiden- en faunarijke graslanden mede uit extensieve beweiding door bijvoorbeeld paarden of kleinvee. Dit is een belangrijke wijze van beheer van het landbouwlandgoed. Ook de gronden aan Bosrand ongenummerd zijn in dit inrichting- en beheerplan bestemd als kruiden- en faunarijk grasland (met de bestemming ‘Natuur’) met een voorgeschreven wijze van beheer. Ten behoeve van de bedrijfsvoering van de stoeterij is het echter wenselijk om één weide te kunnen gebruiken voor de dagelijkse weidegang van paarden.
Hierdoor wordt niet volledig voldaan aan het voorgeschreven beheer van het natuurdoeltype ‘kruiden- en faunarijk grasland’ doordat de beweiding dan minder extensief geschiedt als voorgeschreven. In de praktijk zijn de gronden in gebruik als grasland en door het gebruik als paardenweide ontstaan er vanzelf kruiden en ruigtes (daar paarden van nature kieskeurige eters zijn en de weide is gelegen in nabijheid van diverse natuur- en landschapselementen waardoor het verzaaien van kruiden ontstaat). Voor de feitelijke beleving van de desbetreffende grond is er dan ook nog steeds sprake van kruiden- en faunarijk grasland als onderdeel van het landbouwlandgoed. Er is sprake van grasland met kruiden en ruigtes en in gebruik voor beweiding. Paardenweides zijn bovendien overeenkomstig kruiden- en faunarijk grasland een geliefd foerageergebied voor vogels vlinders insecten en kleine zoogdieren. Door het beoogde gebruik wordt echter niet volledig voldaan aan het natuurdoeltype als opgenomen in het inrichting- en beheerplan. Hierdoor komt dit natuurdoeltype ter plaatse niet tot volledige wasdom als voorgeschreven. Dit is derhalve de reden geweest dat gezocht is naar een passende locatie ter aanvullende compensatie. Deze locatie betreft de gronden aan de Uilenbroek 8 te Boxtel. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
Het landbouwlandgoed kent reeds een verspreid karakter van diverse gronden rondom het gehucht Roond. Alle gronden in eigendom van initiatiefnemer zijn reeds betrokken bij de uitvoering van het landgoed. De compensatie van 082 hectare volgens het natuurdoeltype kruiden- en faunarijk grasland kan derhalve niet binnen de bestaande afbakening van het landgoed worden gevonden. Zowel het deelgebied aan de Bosrand als het deelgebied aan de Uilenbroek zijn echter gelegen ten westen van de kern Boxtel in het buitengebied. Dit westelijk deel van het buitengebied van Boxtel is qua beleving en gebruik vergelijkbaar van aard en kent een belangrijke verwevenheid tussen enerzijds agrarisch grondgebruik en anderzijds natuur. Beide deelgebieden zijn gelegen in de invloedssfeer van natuurgebied de Kampina en in de beekdalen van respectievelijk de Essche Stroom en de Kleine Aa. De Kleine Aa is een zijtak van de Beerze en mondt ten noorden van deelgebied 2 uit in de Essche Stroom. De waterstructuren in het beekdal van de Kleine Aa zijn daarbij bovendien aanvullend versterkt met de aanleg van nieuwe waterstructuren op het landbouwlandgoed. Om die reden is er sprake van veel (groenblauwe) verwevenheid tussen beide deelgebieden. Deze verwevenheid volgt ,
,
,
,
Toelichting Bestemmingsplan ‘Bosrand 2 , 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8 , 13 Boxtel’
51
mede uit de extensieve recreatieve ontsluiting van het gehele gebied door fietsers en wandelaars. Het aanwezige landbouwlandgoed vormt dan ook een ruimtelijke en functionele eenheid met het overige deel van het westelijke buitengebied van Boxtel. Dit ook in het gebruik van het volledig gebied door soorten (fauna ecologische verwevenheid). Bovendien betreft het aan de Uilenbroek een kwaliteitsverbetering van het landschap om deze nu intensief beheerde landbouwgronden nabij de Essche Stroom om te vormen tot extensief beheerd kruiden- en faunarijk grasland. Deze uitruil van gronden wordt derhalve een passende compensatie geacht. ,
,
,
,
In de vooroverlegreactie d. d. oktober 2022 is door de provincie Noord-Brabant verder aangegeven dat in de aanleg van natuur nabij Uilenbroek 8 een goede invulling van het basisprincipe kwaliteitsverbetering van het landschap wordt gezien. Wel is hierbij verzocht nader inzicht te geven in de verhouding tussen de bestemmingen natuur en de woonbestemmingen van het landgoed nu een deel van de natuurbestemming wijzigt naar agrarische grond ten behoeve van de stoeterij. Het bestemmingsplan ‘Landbouwlandgoed Bloemendael De Roond’ is vastgesteld d. d. 28 juni 2011. De van toepassing zijnde provinciale verordening ten tijde van deze planvaststelling betrof de ‘Verordening ruimte Noord-Brabant 2011’ (Vr 2011). Deze verordening bevatte diverse regelingen voor de realisatie van woningen in het buitengebied. Het betrof o. a. artikel 11. 4 (‘Kwaliteitsverbetering in bebouwingsconcentraties’) en artikel 11. 5 (‘Regels voor landgoederen’). Ondanks dat de plannaam van het bestemmingsplan mogelijk anders suggereert is geen gebruik gemaakt van de regeling voor nieuwe landgoederen. Bij deze ontwikkeling is immers gebruik gemaakt van artikel 11.4 in combinatie met artikel 14. 4 derde lid van de Vr 2011. Dit artikel bood de mogelijkheid om te voorzien in de nieuwbouw van één of meer woningen mits de toelichting daaromtrent een verantwoording bevatte.
Voor de bebouwingsconcentraties binnen de groenblauwe mantel of binnen het agrarisch gebied bestond deze mogelijkheid tot uiterlijk 1 juli 2011. Het voornoemde bestemmingsplan is dan ook voor deze datum vastgesteld. In de toelichting van het bestemmingsplan is destijds gemotiveerd dat met de natuuraanleg (ruim 20 hectare) het passend was om een vijftal nieuwe woningen te realiseren en dat daarmee voldaan werd aan artikel 11. 4 in combinatie met 14.4 derde lid van de Vr 2011. De Vr 2011 schreef dus in tegenstelling tot de landgoederenregeling uit artikel 11.5 geen vaste verplichte omvang voor per wooneenheid. Met voorliggende ontwikkeling vinden geringe wijzigingen plaats in de natuuromvang als toebehorend aan het landbouwlandgoed. Enerzijds wordt de paardenwei aan de Bosrand uitgewisseld tegen natuuraanleg aan de Uilenbroek. Voorgaand is reeds toegelicht dat de ruimtelijke beleving van de weide aan de Bosrand relatief vergelijkbaar blijft met de huidige voorgeschreven natuur (kruiden- en faunarijk grasland) maar omdat niet volledig kan worden voldaan aan het voorgeschreven natuurdoeltype en het beheerplan is er gezocht naar een aanvullende compensatie. Deze wordt gevonden aan de Uilenbroek. Daarnaast wordt het bouwvlak van Bosrand 3 en ongenummerd vergroot. Aan de wegzijde van Bosrand 3 en ongenummerd komt hierdoor 1. 716 m 2 houtwal en 3.
032 m 2 kruiden- en faunarijk 2 Aan de wegzijde van Bosrand 2 wordt het huidige agrarische grasland te vervallen (totaal 4. 748 m). bouwvlak echter verkleind tot de omvang van de nieuwe woonbestemming. Het betreft 3. 206 m 2 (deel huidig agrarisch bouwvlak Bosrand 2) – 1. 463 m 2 (woonbestemming Bosrand 2) = 1. 743 m.2 Ter plaatse van deze verkleining wordt in de nieuwe situatie natuur gerealiseerd. (De oppervlaktes zijn nader inzichtelijk gemaakt in Bijlage 6. ) Netto is hierdoor sprake van een oppervlaktevermindering van 3. 005 m 2 natuur (03 hectare). Deze verhoudingsgewijs geringe oppervlaktevermindering wordt met onderhavige ontwikkeling bovendien gecompenseerd. Dit niet direct in omvang maar wel in kwaliteit van het landgoed. In Bijlage 6 is een berekening bijgevoegd van de financiële waarde die de voornoemde natuuraanleg van het landgoed vertegenwoordigd. Hierbij is zelfs (voor initiatiefnemer) minder voordelig gerekend doordat uitgegaan is van de compensatie van 4. 748 m 2 in plaats van de netto 3. 005 m.2 Vervolgens is deze waarde gecompenseerd door kwaliteitsverbeterende maatregelen op het landgoed (waarbij de landschappelijke inpassing van Bosrand 2 3 en ongenummerd daarbij niet is meegeteld).
De extra kwaliteitsverbetering van het landgoed bestaat uit de aanleg van een tweetal extra houtsingels de realisatie van een extra bomenrij langs de Bosrand en de sloop van de stal Bosrand 2. Doordat de oppervlaktevermindering van natuur kwalitatief is gecompenseerd wordt blijvend voldaan aan de uitgangspunten uit de destijds geldende Vr 2011. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
Toelichting Bestemmingsplan ‘Bosrand 2 , 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8 , 13 Boxtel’
52
3. 3
Gemeentelijk beleid
Naast het geldende bestemmingsplan zie paragraaf 2.4 wordt het gemeentelijke ruimtelijke beleid vastgelegd in een structuurvisie. Een gemeentelijke structuurvisie is een strategisch beleidsdocument over de ruimtelijke en functionele ontwikkelingen in de gemeente. In deze visie gaat het met name om de keuze op hoofdlijnen van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen en het te voeren ruimtelijk beleid. Een structuurvisie is daarbij enkel juridisch bindend voor de gemeente zelf. Het ruimtelijk beleid uit de structuurvisie dient doorvertaald te worden bijvoorbeeld in bestemmingsplannen alvorens zij juridische binding geven voor derden. De geldende structuurvisie voor Boxtel waaronder het buitengebied wordt in navolgende paragraaf besproken. ,
,
,
,
,
,
3. 3. 1 Structuurvisie Boxtel 2011 In juli 2011 heeft de gemeenteraad van Boxtel de ‘Structuurvisie Verfrissend Boxtel 2011’ voor het gemeentelijk grondgebied vastgesteld. Hierin wordt een integrale visie gegeven op de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. De visie bestaat ten eerste uit een ‘Atlas’ dit betreft een inventarisatie van het huidige beleid en een beschrijving van het huidige Boxtel. Vervolgens is in deze atlas een analyse gemaakt op de vier integrale thema’: wonen en leven beleven ondernemen en verbinden. Naar aanleiding van deze analyse zijn een ‘Agenda’ (met de belangrijkste vraagstukken) en een ‘Bedrijfsplan’ (het uitvoeringsprogramma) gemaakt. ,
,
,
In de strategische visie voor Boxtel in 2020 wordt gestreefd naar een duurzaam en dynamisch centrum in Het Groene Woud met de volgende speerpunten: • Boxtel blijft voorop met duurzaamheid; • Boxtel ontwikkelt toerisme en recreatie tot een volwaardige bedrijfstak; • Boxtel versterkt zijn positie als werkgelegenheidsgemeente; • Boxtel werkt aan een sterk centrum; • Boxtel is ook in 2020 een prima woongemeente; • Boxtel heeft een modern bestuur. ,
Over het buitengebied van Boxtel wordt aangegeven dat dit een sterke verwevenheid kent van landbouw natuur wonen watersystemen en recreatie. In het gemeentelijke beleid ten aanzien van het buitengebied wordt ingespeeld op deze verwevenheid en wordt getracht deze te behouden en uit te bouwen. Daarbij wordt enerzijds gestreefd naar verbetering en verbreding van agrarische gebruiksmogelijkheden en anderzijds naar versterking van natuurwaarden en cultuurhistorische waarden. Ten aanzien van de ontwikkelingskansen in de agrarische sector wordt gestreefd naar extensivering van grondgebonden bedrijven en het creëren van mogelijkheden voor zowel verbrede als reguliere duurzame landbouw. Intensievere vormen van landbouw passen minder in het buitengebied van Boxtel maar worden gerespecteerd binnen de randvoorwaarden van duurzaamheid. ,
,
,
,
Onderhavig plan faciliteert (in deelgebied 1 Bosrand 2 3 en ong. ) de duurzame ontwikkeling van een grondgebonden agrarisch bedrijf te weten de stoeterij aan Bosrand 3 en ongenummerd. De herschikking van aanwezige woonfuncties de vergroting van het bouwvlak t. b. v. ondersteunende ,
,
,
,
voorzieningen en de paardenwei maken hiervan onderdeel uit. Deze ontwikkeling respecteert daarbij de aanwezige natuur- en landschapsfuncties en compenseert haar eigen ontwikkeling met o. a. de aanleg van landschappelijke inpassing de sloop van bebouwing en de aanleg van nieuwe natuur. Dit is dus passend binnen de ambities als benoemd in de structuurvisie. ,
,
In deelgebied 2 (Uilenbroek 8-13) vindt een deel van de genoemde compensatie plaats. Hier wordt een modern agrarisch bedrijf beëindigd en agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt. De cultuurhistorisch waardevolle bedrijfswoning resteert en wordt ten behoeve van behoud inpandig gesplitst in twee wooneenheden. Dit sluit aan bij het gemeentelijk streven naar versterking van cultuurhistorische waarden. Het achterliggende erf wordt voorzien van een natuurontwikkeling. De ontwikkelingen uit onderhavig plan zijn functioneel voor het buitengebied en respecteren de aanwezige kwaliteiten en dragen waar mogelijk bij aan een versterking hiervan. Het plan is daarmee
Toelichting Bestemmingsplan ‘Bosrand 2 , 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8 , 13 Boxtel’
53
passend binnen de gemeentelijke structuurvisie. Dit blijkt bovendien uit het positieve principebesluit uit oktober 2018 waarin de gemeente heeft aangegeven akkoord te zijn met onderhavige ontwikkeling. ,
3. 3. 2 Omgevingsvisie Boxtel De gemeente Boxtel is in voorbereiding op het opstellen van een Omgevingsvisie. Daarin wordt een visie gegeven op de vraag hoe de gemeente Boxtel eruit ziet in 2040. In de omgevingsvisie wordt vastgelegd hoe de gemeente Boxtel ook in 2040 een fijne plek wil laten zijn om te wonen werken leven en genieten. Het proces om te komen tot een concept-Omgevingsvisie is gaande. Omdat er nog geen sprake is van een concrete concept-visie zijn onderhavige plannen hier op het moment van schrijven nog niet concreet aan getoetst. Onderhavige ontwikkeling geeft echter invulling aan een collegebesluit uit oktober 2018 waarin de gemeente heeft aangegeven akkoord te zijn met onderhavige ontwikkeling. ,
,
Toelichting Bestemmingsplan ‘Bosrand 2 , 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8 , 13 Boxtel’
54
,
4.
OMGEVINGSASPECTEN
Een bestuursorgaan dient bij de voorbereiding van een besluit zoals bij het vaststellen van een bestemmingsplan de nodige kennis te vergaren omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen zo wordt beschreven in artikel 3. 2 van de Algemene wet bestuursrecht. Ten behoeve van onderhavig plan zijn de relevante omgevingsaspecten uitgewerkt. Deze aspecten komen in navolgende paragrafen aan bod. ,
,
,
4. 1
Bodem
Het landelijk beleid gaat uit van het principe dat de bodem geschikt dient te zijn voor de beoogde functie. Met andere woorden de bodemkwaliteit mag geen onaanvaardbaar risico opleveren voor de gebruikers van de bodem. De gewenste functie bepaalt dus ook de gewenste bodemkwaliteit. Op alle locaties waar een ingrijpende functiewijziging of wijziging van het bodemgebruik wordt voorzien dient een bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Indien op grond van historische informatie blijkt dat in het verleden bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden dan dient een volledig verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Op basis van de onderzoeksresultaten kan vervolgens worden nagegaan of er vervolgmaatregelen getroffen moeten worden zoals een nader onderzoek of eventueel een bodemsanering. ,
,
,
,
Deelgebied 1 – Bosrand 2 3 en ongenummerd In deelgebied 1 (Bosrand 2 3 en ongenummerd) heeft de functiewijziging van de 3 reeds planologisch bestemde woningen in de basis geen gevolgen voor het aspect bodem. Immers is ter plaatse reeds bewoning toegestaan waarbij enkel per woning de functie wijzigt (bewoning door burgers of bewoning door de bedrijfsexploitanten). Dit heeft geen verschil in benodigde bodemkwaliteit tot gevolg. Verder vindt er in dit deelgebied een vergroting van het bouwvlak plaats ten behoeve van de uitbreiding van de stoeterij met een aantal ondersteunende voorzieningen (paddocks buitenrijbaan hooiopslag en hemelwaterberging). Dit betreffen geen gevoelige functies waar sprake is van relevant menselijk verblijf. Ter plaatse van de vergroting van het bouwvlak is derhalve geen bodemonderzoek nodig. ,
,
,
,
,
,
,
Op
locatie Bosrand 2 wordt de bestemming gewijzigd van agrarisch bouwvlak naar een woonbestemming. Hierbij wordt de aanwezige stal gesloopt. Op deze stal is sprake van een asbestdak. Gelet op de voorgenomen herbestemming (bedrijfsbeëindiging op dit deel) en wegens de aanwezige bebouwing met asbestdak heeft een bodemonderzoek plaatsgevonden. Tevens is de bodem onderzocht ter plaatse van de nog te bouwen woning Bosrand ongenummerd. Het verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek is uitgevoerd door Lankelma Geotechniek Zuid B. V. en in volledigheid bijgevoegd in Bijlage 14. Navolgend worden de belangrijkste conclusies samengevat weergegeven. ,
Algemeen De bodem bestaat tot de verkende diepte van 400 m-mv overwegend uit matig fijn matig siltig zand. Met name de bovengrond is humushoudend. In de uitkomende grond zijn lokaal bijmengingen (asbest baksteen glas puin) aangetroffen die duiden op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigende stoffen in de bodem. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is geen aanvullende informatie naar voren gekomen welke tot een aanpassing van de boorstrategie heeft geleid. ,
,
,
,
,
Deellocatie woning Bosrand 2 De sterke bodemverontreiniging met zink is middels het verkennend en nader bodemonderzoek in horizontale en verticale richting tot aan de perceelsgrens afgeperkt. Naar aanleiding van de onderzoeksresultaten wordt de omvang van de sterke verontreiniging met zink ingeschat op circa 100 m 3 bij een totale oppervlakte van circa 200 m 2 met een gemiddelde laagtedikte van 50 cm. Naar aanleiding hiervan kan geconcludeerd worden dat er volgens de Wet bodembescherming sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Het criterium van meer dan 25 m 3 ( > interventiewaarde) wordt overschreden. Rekening dient te worden gehouden met het feit dat het volume boven de achtergrondwaarde (AW) en de toetsingswaarde (½ AW+I) groter is. ,
Toelichting Bestemmingsplan ‘Bosrand 2 , 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8 , 13 Boxtel’
55
Deellocatie stal Bosrand 2 Ter plaatse van de deellocatie stal is een verontreiniging met asbest aanwezig. Door middel van het verkennend en nader asbestonderzoek is deze verontreiniging afgeperkt tot aan de perceelsgrens. Het betreft een strook van circa 1 meter breed over de gehele lengte van de stal. Naar aanleiding van de onderzoeksresultaten wordt de omvang van de verontreiniging met asbest (boven interventiewaarde) ingeschat op circa 30 m 3 bij een totale oppervlakte van circa 100 m 2 met een gemiddelde laagtedikte van 30 cm. Ter plaatse is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Voor een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest is geen volumecriterium van toepassing. ,
Deellocatie Bosrand ongenummerd Uit de resultaten van het verkennend en nader bodemonderzoek blijkt dat sprake is van een spotverontreiniging met zink. De aangetoonde gehalten zink overschrijden maximaal de ½ (AW+I) waarde.
Conclusie Middels het uitgevoerde bodemonderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater vastgelegd. In het kader van de Wet bodembescherming zijn aanvullende procedures noodzakelijk. Dit wordt navolgend per onderzochte deellocatie toegelicht. Ter plaatse van de deellocatie Bosrand 2 (woning en stal) mogen geen (graaf)werkzaamheden worden verricht ter plaatse van de verontreiniging met zink en asbest. Voor aanvang van de (graaf)werkzaamheden dient een BUS-melding te worden opgesteld en ingediend bij het bevoegd Voor zowel de zinkverontreiniging (kenmerk als gezag. Z-2023-014412/D-2023-166246) asbestverontreiniging (kenmerk Z-2023-014437/D-2023-166527) zijn d. d. 1 november 2023 BUSmeldingen ingediend bij de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant. Na goedkeuring van de BUSmeldingen mogen (graaf)werkzaamheden worden uitgevoerd. Alvorens het bestemmingsplan zal worden vastgesteld zal bij locatie Bosrand 2 de bodemsanering plaatsvinden. ,
,
De kwaliteit ter plaatse van de deellocatie Bosrand ongenummerd vormt gelet op de onderzoeksresultaten geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Hier is derhalve geen sanering of aanvullende procedures benodigd. Uit het uitgevoerde onderzoek blijkt dat er na sanering van de voornoemde verontreinigingen op locatie Bosrand 2 sprake is van een aanvaardbare bodemkwaliteit voor de voorgenomen ontwikkeling. Door het onderzoeksbureau is aan initiatiefnemer een inschatting gemaakt van de saneringskosten. Deze saneringskosten passen binnen het door initiatiefnemer gereserveerde budget voor de uitvoeringskosten van het plan. De bodemkwaliteit staat daarmee de (financiële) uitvoerbaarheid van het plan niet in de weg. De bodemkwaliteit op locatie Bosrand 2 zal geschikt worden gemaakt voor de beoogde functie middels sanering. Deze sanering wordt uitgevoerd voorafgaand aan de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan. ,
,
Deelgebied 2 – Uilenbroek 8-13 In deelgebied 2 (Uilenbroek 8-13) is een bestaande woning aanwezig. Deze woning mag in de huidige situatie reeds in haar geheel ten behoeve van wonen worden gebruikt. In de beoogde situatie wordt deze woning inpandig gesplitst in twee wooneenheden. Daar het een bestaande woning betreft met een inpandige functiewijziging is het aspect bodem niet relevant voor dit voornemen. Verder wordt in dit deelgebied een agrarische bedrijfsloods gesloopt. Daarna resteert aan deze wegzijde agrarische landbouwgrond. Ook voor deze ontwikkeling is het aspect bodem niet relevant. ,
Volledigheidshalve heeft ter plaatse van het woonerf Uilenbroek 8 een verkennend bodemonderzoek plaatsgevonden. Dit onderzoek als uitgevoerd door Bodeminzicht is in volledigheid bijgevoegd in Bijlage 13. Navolgend worden de belangrijkste conclusies samengevat weergegeven. ,
Toelichting Bestemmingsplan ‘Bosrand 2 , 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8 , 13 Boxtel’
,
56
Resultaten NEN5740 ondergrondse HBO-tank In de meest verdachte bodemlagen aan de onderzijde van de tank (OG1 tank) en de bovengrond ter plaatse van het ontluchtingspunt (BG1 ontluchting) zijn geen gehaltes aan minerale olie gemeten boven de achtergrondwaarde. In het grondwater ter plaatse van de HBO-tank (peilbuis 01) is geen gehalte aan minerale olie gemeten boven de streefwaarde. Resultaten NEN5740 onverdacht erf en landbouwgrond In de zwak baksteen- en puinhoudende bovengrond van de vaste bodem (BG2) zijn gehaltes aan zink en PAK gemeten boven de achtergrondwaarden. De verhoogde gehaltes zijn gerelateerd aan de waargenomen bijmengingen van baksteen en puin. In de visueel schone achtergrondwaarde.
bovengrond
(BG3)
is
een
gehalte
zink
aan
gemeten
boven
de
In de zintuiglijk schone ondergrond van de vaste bodem (OG2) zijn geen gehaltes aan onderzochte stoffen gemeten boven de achtergrondwaarden. In het grondwater ter plaatse van 10 zijn gehaltes aan barium en xylenen gedetecteerd boven de streefwaarden. De verhoging aan barium is toe te schrijven aan een natuurlijk verhoogde achtergrondwaarde. Voor het licht verhoogde gehalte aan xylenen bestaat op basis van dit onderzoek geen verklaring. De overschrijding is marginaal en behoeft geen nader onderzoek. Resultaten NEN5707 Tijdens inspectie van maaiveld en gaten is geen asbestverdacht plaatmateriaal visueel waargenomen. Analyse heeft derhalve niet plaatsgevonden. In het geanalyseerde grondmengmonster mm1 is geen asbest aangetroffen. De concentratie bevindt zich beneden de detectielimiet.
Conclusie en advies Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn geen verontreinigingen aangetoond die aanleiding vormen voor het uitvoeren van nader of aanvullend bodemonderzoek. De aanwezigheid van de ondergrondse tank en de opslag van huisbrandolie heeft de bodem niet verontreinigd met minerale olie. De locatie is onverdacht op aanwezigheid van asbest in bodem. Omstreeks 2015 zijn de voormalig aanwezige stallen met asbestdaken gesloopt. Voorafgaand aan deze sloop heeft een sloopmelding met asbestinventarisatierapport plaatsgevonden (STER asbestinventarisatie BV rapportnr. SIA140619-2 juni 2014). Vervolgens heeft de asbestsanering plaatsgevonden op de wettelijk voorgeschreven wijze met vrijgave door daartoe bevoegde partij (Reyrink en een ,
,
,
,
Aannemersbedrijven). De resultaten van het onderzoek stemmen niet overeen met de gestelde hypotheses. De resultaten vormen echter geen aanleiding tot aanpassing van de onderzoeksstrategie. De bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vormt geen belemmering voor het beoogde gebruik van het perceel ten behoeve van wonen. Indien er in de toekomstige situatie sprake zal zijn van grondwerkzaamheden waarbij grond dient te worden afgevoerd dan worden de wettelijke regels hieromtrent in acht genomen zoals een onderzoek naar PFAS (poly- en perfluoralkylstoffen). Vooralsnog is er echter gelet op de aard van het planvoornemen geen sprake van een verwachte benodigde grondafvoer en kan gewerkt worden met een gesloten grondbalans. ,
,
,
,
,
Toelichting Bestemmingsplan ‘Bosrand 2 , 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8 , 13 Boxtel’
57
De bodemkwaliteit staat de (financiële) uitvoerbaarheid van het plan niet in de weg en dit aspect wordt in acht genomen bij de planuitvoering.
4. 2
Bedrijven en milieuzonering
Het woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied wordt bepaald door de milieubelastende activiteiten in de directe omgeving. Een goede ruimtelijke ordening voorziet in het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven of veehouderijen) en gevoelige functies (zoals woningen of verblijfsrecreatieve eenheden) wordt hinder en gevaar voorkomen en wordt het bedrijven mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. Deze systematiek wordt ‘milieuzonering’ genoemd. De VNG-Handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ editie 2009 bevat een richtafstandenlijst waarmee milieuzonering kan worden toegepast. Deze richtafstandenlijst bevat richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur stof geluid en gevaar. Deze richtafstanden geven een indicatieve afstand waarmee hinder ter plaatse van gevoelige functies wordt voorkomen bij een gemiddeld nieuw bedrijf binnen het betreffende type bedrijvigheid. De richtafstanden bieden bovendien in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten. Deze toepassing geeft derhalve een zeer goede indicatie inzake het woon- en leefklimaat ter plaatse van gevoelige functies en de eventuele gevolgen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van deze bedrijvigheid.
Als de richtafstanden niet worden behaald is nader onderzoek vereist om de aanvaardbaarheid van een ontwikkeling aan te tonen. ,
,
,
,
,
De richtafstandenlijsten vermelden de richtafstanden die bij voorkeur worden aangehouden tussen bedrijven en de omgevingstypen ‘rustige woonwijk’ en ‘rustig buitengebied’. Bij het omgevingstype ‘gemengd gebied’ kunnen gemotiveerd kleinere richtafstanden worden aangehouden daar deze gebieden gezien de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al een hogere milieubelasting kennen. Navolgend zijn de definities van beide omgevingstypen uit de VNGhandreiking opgenomen. ,
,
Tabel 1: Omgevingstypen (Bron: VNG-Handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’) Omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie) een stiltegebied of een natuurgebied. ,
Omgevingstype gemengd gebied Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. ,
,
Toelichting Bestemmingsplan ‘Bosrand 2 , 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8 , 13 Boxtel’
58
Tabel 2: Richtafstanden en omgevingstype (Bron: VNG-Handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’) Milieucategorie Richtafstand tot omgevingstype Richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk en rustig gemengd gebied buitengebied 1 10 m 0 m 2 30 m 10 m 3. 1 50 m 30 m 3. 2 100 m 50 m 4. 1 200 m 100 m 4. 2 300 m 200 m 5. 1 500 m 300 m 700 m 500 m 5. 2 3 1. 000 700 m 5. m 6 1. 500 m 1. 000 m Bij het aspect bedrijven en milieuzonering staan twee vragen centraal: • Is er (blijvend) sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van gevoelige functies ten gevolge van bedrijvigheid? Wordt (omliggende) bedrijvigheid niet onevenredig beperkt in haar bedrijfsvoering en • ontwikkelingsmogelijkheden ten gevolge van de ontwikkeling? ,
Navolgend worden deze vragen per deelgebied beschouwd. Deelgebied 1: (Bosrand 2 3 en ongenummerd) In Afbeelding 28 is het plangebied van deelgebied 1 weergegeven met de omliggende bestemmingen. Hieruit volgt dat de omliggende functies hoofdzakelijk burgerwoningen betreffen. Deze woningen hebben dus geen relevante milieubelasting op het plangebied tot gevolg. In noordelijke richting is enkel aan Roond 6 nog een veehouderij aanwezig. Dit bedrijf beschikt over melding Activiteitenbesluit d. d. 1 juli 2015 voor een kleinschalige rundvee- en paardenhouderij. Het gehouden rundvee betreft zoogkoeien (Rav A2. 100) en vrouwelijk jongvee (Rav A3. 100). Te zien is dat tussen het plangebied en dit bedrijf reeds bestaande burgerwoningen aanwezig zijn. Deze woningen zijn dus al potentieel meer beperkend dan ontwikkelingen in het plangebied. ontwikkeling met zekerheid gevolgen de Onderhavige heeft derhalve geen voor ontwikkelingsmogelijkheden van derden. ,
,
In het plangebied wordt het bouwvlak vergroot van een paardenhouderij (ten behoeve van de oprichting van ondersteunende voorzieningen). In Tabel 3 zijn de van toepassing zijnde richtafstanden uit de VNG-handreiking opgenomen voor de paardenhouderij aan de Bosrand 3 en ong. en voor de rundvee- en paardenhouderij aan Roond 6.
Toelichting Bestemmingsplan ‘Bosrand 2 , 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8 , 13 Boxtel’
59
Roond 6
Afbeelding 28: Uitsnede kaart met omliggende geldende bestemmingen
deelgebied 1 globaal rood
,
omkaderd weergegeven. Tabel 3: Bedrijvigheid in directe omgeving van deelgebied 1 met toe te passen richtafstanden (Bron: ,
VNG-Handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’) Richtafstanden in meters (bij rustige woonwijk / rustig buitengebied) dn tas
fa
Adres en omschrijving Bosrand 3 en ong. Paardenhouderij Roond 6 Rundveehouderij Paardenhouderij
r u e
G
fo t S
50 100 50
di
lue
r a av e
tes to
i er
C
or
o
ge ta
G
G
G
30
30
0
50
3. 1
30 30
30 30
0 0
100 50
3. 2 3. 1
Uit bovenstaande tabel volgen voor beide bedrijfstypes richtafstanden van 30 meter voor stof en geluid en 0 meter voor gevaar. Voor geur is een grotere richtafstand opgenomen namelijk respectievelijk 50 en 100 meter. Deze 100 meter is gebaseerd op de minimaal aan te houden vaste afstanden (voor geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom) als afkomstig uit de van toepassing zijnde ,
,
Toelichting Bestemmingsplan ‘Bosrand 2 , 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8 , 13 Boxtel’
60
geurregelgeving. De geurregelgeving voor veehouderijen is vastgelegd in de Wet geurhinder en veehouderij en het Activiteitenbesluit milieubeheer. In deze wetgeving zijn aan te houden geurnormen dan wel minimaal vereiste vaste afstanden vastgelegd. Deze wetgeving biedt gemeentes bovendien de mogelijkheid om een geurverordening vast te stellen met afwijkende geurnormen en aan te houden afstanden. De gemeente Boxtel beschikt over de ‘Verordening Geurhinder en Veehouderij 2014’ als in werking getreden op 11 juli 2014. Zowel het bedrijf aan Roond 6 als de paardenhouderij aan Bosrand 3 en ong. beschikken over dieren waarvoor niet bij ministeriële regeling (Regeling geurhinder en veehouderij) een geuremissiefactor is vastgesteld. Voor het houden van deze diercategorieën gelden derhalve vaste afstanden. In de geurverordening van Boxtel is vastgelegd dat de afstand tussen een veehouderij waar dieren worden gehouden waarvoor vaste afstanden gelden en een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom tenminste 25 meter bedraagt indien het gaat om veehouderijen met maximaal 200 dieren. Deze afstand wordt berekend vanaf het emissiepunt of wel de plaats waar de lucht de stal verlaat.
Daarnaast geldt nog een minimaal vereiste afstand van 25 meter tussen de buitenzijde van een dierenverblijf en de buitenzijde van een geurgevoelig object (of wel de afstand van de gevel van de woning tot de gevel van de stal).
,
,
,
,
,
,
,
,
,
De afstand tussen het bedrijf Roond 6 (rand van het bouwvlak) en de (dichtstbijzijnde) woning in het plangebied Bosrand 3 bedraagt circa 95 meter. De vereiste afstand van 25 meter voor geur en de richtafstanden van 30 meter voor geluid en stof worden dus ruimschoots behaald. Hieruit volgt dat er in het plangebied met zekerheid sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ten gevolge van omliggende bedrijvigheid. ,
,
,
,
Verder dient beschouwd te worden of er blijvend sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ten gevolge van de bedrijfsontwikkeling van de stoeterij aan Bosrand 3 en ongenummerd. De bedrijfsontwikkeling behelst een vergroting van het bouwvlak voor ondersteunende voorzieningen (paddocks buitenrijbaan hooiopslag en hemelwaterberging) en dus niet voor een uitbreiding in stallen. Zoals eerder toegelicht geldt in beginsel een richtafstand van 25 meter voor geur 30 meter voor stof en geluid en 0 meter voor gevaar. ,
,
,
De noordelijk gelegen burgerwoning Bosrand 1 is op circa 25 meter vanaf de rand van het nieuwe bouwvlak gelegen. Op dit deel van het bouwvlak ligt echter enkel de woning Bosrand 3 waar dus geen milieuhinder van afkomstig is. De bedrijvigheid begint op een afstand van circa 50 meter. Ter plaatse van deze woning is dus sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ten gevolge van de paardenhouderij. Het bouwvlak wordt bovendien niet uitgebreid in de richting van deze woning. Ten zuidwesten van het nieuwe bouwvlak is de woning Bosrand 4 gelegen. De afstand tussen deze woning en het nieuwe bouwvlak bedraagt ruim 30 meter. Ook voor deze woning is derhalve sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. ,
Dan resteert een beoordeling van de woningen Bosrand 2 en 3. Dit betreffen de huidige eigen bedrijfswoningen en zijn derhalve qua afstand relatief dichtbij het bedrijf gelegen. Het plangebied is gelegen in het buitengebied. Eventuele geurhinder is enkel mogelijk afkomstig van het stalgebouw of de mestopslag. Stof is op een paardenhouderij in beginsel niet aan de orde. Paarden hebben immers geen emissie van bijvoorbeeld fijn stof (o. a. blijkens de jaarlijks door het Ministerie van I&W gepubliceerde lijst met emissiefactoren fijnstof voor de veehouderij). Stof ten gevolge van het gebruik van een rijbaan of paddocks is ook niet aan de orde. Stof is namelijk ook hinderlijk voor de paarden zelf en niet positief voor de gezondheid van de dieren. Aangezien het bedrijf wegens de kwaliteitsstandaard de gezondheid voor de paarden zeer hoog in het vaandel heeft staan wordt dan ook alles gedaan om stof te voorkomen (bijvoorbeeld door bodemtype en indien benodigd bevochtigen). Ten behoeve van de bedrijfsvoering van de paardenhouderij worden stuifgevoelige goederen opgeslagen het betreft in deze veevoederpellets (paardenbrok) en graanachtig paardenvoer (zoals haver). Deze goederen zijn licht tot nauwelijks stuifgevoelig en worden inpandig opgeslagen in zakgoed. Het voeren gebeurt in het stalgebouw en handmatig door middel van een voerschep.
Er is dus met zekerheid geen sprake van een mogelijke uitpandige stofemissie ten gevolge van de opslag (en het voeren) van paardenvoer. ,
,
,
,
Toelichting Bestemmingsplan ‘Bosrand 2 , 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8 , 13 Boxtel’
61
De geluidsbelasting van onderhavige paardenhouderij is ook gering. Het betreft enkel aan het buitengebied gebonden geluid van bijvoorbeeld een vrachtwagen of een auto / bestelbus. Dit ten behoeve van de bevoorrading van het bedrijf het ophalen van mest of het laden van paarden. Deze activiteiten concentreren zich nabij het stalgebouw. Bij een productiegerichte paardenhouderij zijn dergelijke verkeersbewegingen bovendien vrij gering. In tegenstelling tot bijvoorbeeld andere stallen is er tevens geen sprake van mechanische ventilatie waarvoor continu ventilatoren draaien. Ook de te dulden geluidsbelasting wordt derhalve aanvaardbaar geacht. Het betreffen reguliere bedrijfsactiviteiten passend in een landelijk gebied. Zekerheidshalve is hiertoe een akoestisch onderzoek uitgevoerd zie hiertoe paragraaf 4. 4 en Bijlage 8. Uit dit akoestisch onderzoek volgt dat ter plaatse van de omliggende woningen voldaan wordt aan de normstelling uit het Activiteitenbesluit milieubeheer en dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. ,
,
,
,
,
,
,
De woning Bosrand 2 is gelegen aan de overzijde van het nieuwe bouwvlak. De afstand tussen de woning en het bouwvlak bedraagt circa 15 meter. De afstand tussen de woning en het stalgebouw bedraagt echter circa 60 meter. Door de aard van de bedrijfsactiviteiten en deze ruime afstand tot het stalgebouw kan geoordeeld worden dat ook ter plaatse van deze woning sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Zie hiertoe bovendien het voornoemde akoestisch onderzoek. De woning Bosrand 3 wordt in de beoogde situatie aangeduid als een plattelandswoning. Dit betekent dat de woning zowel gebruikt mag worden als bedrijfswoning en als burgerwoning. De status van plattelandswoning betekent dat de woning niet beschermd wordt tegen de milieugevolgen van het bijbehorende bedrijf. Dit is enkel anders voor het aspect luchtkwaliteit maar zoals eerder toegelicht zorgen paarden niet voor de emissie van fijnstof. Deze woning is gelegen op het bouwvlak. De afstand tussen de woning en het stalgebouw is circa 35 meter. Gelet op de relatief afgeschermde ligging van deze woning aan de rand van het bouwvlak en de afstand tot het stalgebouw kan ook voor deze woning geoordeeld worden dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Uit het uitgevoerde akoestisch onderzoek (Bijlage 8) volgt dat ondanks dat er geen sprake is van een formele toetsing er wel voldaan kan worden aan de geluidsnormen ter plaatse van Bosrand 3. Concluderend in deelgebied 1 (en ter plaatse van de omliggende woningen) is er blijvend sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Daarnaast zorgt de ontwikkeling niet voor beperkingen in de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van derden. ,
,
,
,
Deelgebied 2: (Uilenbroek 8-13) Uilenbroek 8-13 is in de huidige situatie een boomkwekerij. De bedrijfsactiviteiten worden hier beëindigd waardoor het gebruik van een burgerwoning resteert. Het plangebied zorgt dus zelf niet voor een milieubelasting richting derden. Daardoor dient enkel beoordeeld te worden of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en of de ontwikkeling niet zorgt voor beperkingen in de ontwikkelingsmogelijkheden van derden. ,
Uilenbroek 8 is een bestaande langgevelboerderij. Het oorspronkelijke woongedeelte is gelegen aan de zuidelijke zijde het stalgedeelte aan noordelijke zijde. Het bestaande gebouw mag echter in de huidige situatie reeds in volledigheid worden gebruikt ten behoeve van wonen. Doelstelling is om inpandig één extra woning toe te voegen. Dit met het oog op het behoud van deze cultuurhistorisch waardevolle woonboerderij. ,
De locatie Uilenbroek 8-13 is een voormalige veehouderij. Het bedrijf beschikte over een revisievergunning van 7 november 1989 voor het houden van melkrundvee en varkens. In 2015 zijn twee meldingen in het kader van het Activiteitenbesluit milieubeheer geaccepteerd voor het omschakelen naar een boomkwekerij. Hierbij is de activiteit houden van dieren beëindigd. Daar Uilenbroek 8 een bedrijfswoning bij een voormalige veehouderij betreft betekent dit dat door de omschakeling naar een (burger)woonbestemming de toetsing van derden (o. a. veehouderijen) op het object ongewijzigd blijft. Dit mede aangezien er sprake is van een bestaand gebouw ten behoeve van wonen welke in omvang en ligging ongewijzigd blijft en enkel inpandig wordt gesplitst. ,
,
Voor de toetsing van omliggende bedrijven zoals veehouderijen is de toetsing van milieugevolgen op bedrijfswoningen en burgerwoningen gelijk. Dit is enkel anders voor het aspect geur afkomstig van ,
Toelichting Bestemmingsplan ‘Bosrand 2 , 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8 , 13 Boxtel’
,
62
veehouderijen. De regelgeving hieromtrent is vastgelegd in de Wet geurhinder en veehouderij en het Activiteitenbesluit milieubeheer. Indien er sprake is van een bedrijfswoning toebehorende aan een andere veehouderij dan geldt (voor bijvoorbeeld varkens of vleesrunderen) geen toetsing aan geurnormen maar aan vaste afstanden. Indien een bestaand geurgevoelig object kortgezegd een gebouw ten behoeve van wonen of verblijf op of na 19 maart 2000 heeft opgehouden deel uit te maken van een veehouderij (bijvoorbeeld door beëindiging van het bedrijf of door afsplitsing) dan blijft deze toetsing aan vaste afstanden ongewijzigd behouden. ,
,
,
,
,
,
Concluderend wegens cultuurhistorische waarden blijft het pand met de huidige omvang behouden ,
en wordt deze inpandig gesplitst. De bestaande woning is reeds een toetsingsobject voor omliggende
bedrijven. Zoals bovenstaand toegelicht blijft deze toetsing ongewijzigd behouden. De herbestemming van het pand heeft derhalve geen consequenties voor de ontwikkelingsmogelijkheden voor derden. ,
Vervolgens resteert een toetsing of ter plaatse van de woning sprake blijft van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Daar omliggende bedrijven bij de vergunningverlening echter in de huidige situatie al rekening dienen te houden met deze woning als toetsingsobject kan ook deze vraag positief bevestigend beantwoord worden. Indien niet aan de normstelling wordt voldaan kunnen de omliggende bedrijven immers geen nieuwe vergunning verkrijgen. ,
,
In Tabel 4 zijn de omliggende bedrijven weergegeven met de van toepassing zijnde richtafstanden. In zuidoostelijke richting is het dierenpension Luissel 6 gelegen. De aan te houden richtafstand bedraagt 50 meter. De onderlinge afstand tussen de woning Uilenbroek 8 en het dierenpension bedraagt circa 300 meter. Ter plaatse van de woning wordt dus zeker geen hinder van dit bedrijf ,
ervaren.
In zuidwestelijke richting is aan Luissel 10 en 12 een kampeerboerderij aanwezig. De afstand vanaf Uilenbroek 8 tot dit bestemmingsvlak bedraagt circa 160 meter waar deze blijkens de richtafstanden 50 meter dient te zijn. Ook ten gevolge van dit bedrijf is er in het plangebied sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. ,
Ten zuiden van Uilenbroek 8 is de aangrenzende functie het agrarisch bouwvlak aan Luissel 9. Het betreft een gekoppeld bouwvlak met aan beide zijdes van de weg stallen ten behoeve van een rundveehouderij. De afstand tussen de rand van het bouwvlak en de woning Uilenbroek 8 bedraagt circa 40 meter. De afstand tot het dichtstbijzijnde stalgebouw bedraagt echter tenminste 100 meter. Zoals uit Tabel 4 volgt zijn de richtafstanden voor geluid stof en gevaar in rustig buitengebied 30 en 0 meter. Deze afstand wordt met 40 meter ruimschoots behaald. Dan resteert de beoordeling voor het aspect geur. ,
De van toepassing zijnde richtafstand voor de rundveehouderij voor het aspect geur bedraagt 100 meter. De regelgeving omtrent geurhinder van veehouderijen is opgenomen in de Wet geurhinder en veehouderij en het Activiteitenbesluit milieubeheer. Het pand Uilenbroek 8 betreft een bestaand geurgevoelig object gelegen in het buitengebied. Door de ontstaansgeschiedenis van de locatie is het een woning toebehorende aan een voormalige veehouderij. In de Wet geurhinder en veehouderij is bepaald dat voor dergelijke woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat indien een minimale afstand wordt gehanteerd van 50 meter tot het emissiepunt en 25 meter tot de gevel van het dierenverblijf. Deze afstanden worden ruimschoots behaald. Het dichtstbijzijnde emissiepunt en gevel van de stallen zijn gelegen op 100 meter. Tevens wordt een voldoende onderlinge afstand gerespecteerd tussen de opslag van agrarische bedrijfsstoffen zoals kuilvoer en de woning Uilenbroek 8. ,
,
,
,
,
Geconcludeerd kan worden dat door aard van de woning de ligging in het buitengebied en de onderlinge afstanden sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in dit deelgebied. Doordat het een bestaande woning betreft toebehorende aan een voormalige veehouderij heeft de ,
,
,
herbestemming bovendien geen gevolgen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van derden.
Toelichting Bestemmingsplan ‘Bosrand 2 , 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8 , 13 Boxtel’
63
Luissel 9
Luissel 6
Luissel 10 en 12
Afbeelding 29: Uitsnede kaart met omliggende geldende bestemmingen
,
deelgebied 2 globaal rood
omkaderd weergegeven. Tabel 4: Bedrijvigheid in directe omgeving van deelgebied 2 met toe te passen richtafstanden (Bron: ,
VNG-Handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’) Richtafstanden in meters (bij rustige woonwijk / rustig buitengebied) dn tas
fa
Adres en omschrijving Luissel 9: Rundveehouderij Luissel 10 en 12: Kampeerboerderij Luissel 6: Dierenpension
4. 3
r u e
G
fo t S
100
r a av e
di l ue
ier
tes to
ge
or
o
ta
G
G
G
C
30
30
0
100
3. 2
30
0
50
30
50
3. 1
30
0
50
10
50
3. 1
Veehouderijen en volksgezondheid
Veehouderijen zijn tegenwoordig regelmatig onderwerp van discussie omtrent het aspect volksgezondheid. Paardenhouderijen zoals aanwezig aan Bosrand 3 worden hierbij niet als risicofactoren gezien de focus ligt met name op grootschalige varkens- pluimvee- en geitenhouderijen. ,
,
,
,
Op basis van de momenteel uitgevoerde onderzoeken kunnen nog geen eenduidige conclusies worden getrokken of er sprake is van een causaal verband tussen veehouderijen en volksgezondheid. Dit wordt ook door de Gezondheidsraad geconcludeerd in haar advies van 14 februari 2018 hieromtrent.
In dit advies wordt bovendien gesteld dat hoewel niet kan worden vastgesteld wat
Toelichting Bestemmingsplan ‘Bosrand 2 , 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8 , 13 Boxtel’
64
eventuele gezondheidseffecten veroorzaakt dat het wel zinvol is om emissiereducerende maatregelen bij veehouderijen te treffen. Vervolgonderzoek is nog noodzakelijk en gaande. ,
Navolgend wordt een samenvatting gegeven van de belangrijkste gepubliceerde onderzoeken met betrekking tot veehouderijen en volksgezondheid. In augustus 2016 is het onderzoek ‘Veehouderij en Gezondheid Omwonenden’ (VGO-1) gepubliceerd RIVM-rapport 2016-0058. Voor dit onderzoek is uitgebreid onderzoek gedaan in het oosten van NoordBrabant en het noorden van Limburg een dichtbevolkt gebied met een hoge veehouderijendichtheid. Deze conclusies zijn derhalve niet één-op-één door te trekken naar gebieden met een andere samenstelling. • Het VGO-onderzoek bevestigt eerdere bevindingen dat astma en neusallergieën minder voorkomen bij mensen die op korte afstand wonen van veehouderijen. Verder komt COPD in de landelijke delen van het onderzoeksgebied net zo vaak voor als in gebieden met een lage dichtheid aan veehouderijen. COPD-patiënten blijken wel een belangrijke risicogroep voor luchtweg-gerelateerde gezondheidseffecten in relatie tot veehouderijen. • Uit het VGO-onderzoek komen aanwijzingen naar voren dat het wonen in de buurt van veehouderijen een nadelig effect heeft op de longfunctie. Daarnaast blijkt dat de longfunctie lager is wanneer de concentratie ammoniak in de lucht hoog is. Dit lijkt niet te wijten te zijn aan ammoniak zelf maar aan fijnstof-deeltjes die worden gevormd doordat ammoniak met andere stoffen in de lucht reageert.
In de buurt van veehouderijen komen bovendien meer endotoxinen fijnstof en mogelijke andere componenten afkomstig uit de veehouderij voor. • Het VGO-onderzoek heeft nieuwe inzichten opgeleverd in de relatie tussen veehouderij en gezondheid. De inzichten zijn niet compleet en het is niet altijd duidelijk of er een oorzakelijk verband bestaat. Vervolgonderzoek is hiertoe noodzakelijk.
,
,
,
,
In
juni 2017 verscheen het onderzoeksrapport ‘Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies); Analyse van gezondheidseffecten risicofactoren en uitstoot van bio-aerosolen’ RIVM-rapport 2017-0062 (VGO-2). Dit onderzoek bevestigt de conclusies uit het VGO-onderzoek uit ,
,
augustus 2016. Verder toont dit onderzoek aan dat rondom een individuele geitenhouderij pluimveehouderijen sprake is van een verhoogde kans op longontsteking.