CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bindend advies zonnepark Renbaan-Esschebaan- Bijlage 2 BOPA motivering (onderbouwing)

Raadsvergadering Boxtel 27 mei 2025, gemeente boxtelBij agendapunt: Bindend advies zonnepark Renbaan-Esschebaan en zonnepark De Vorst29.067 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

48

BOPA-motivering EVZp Renbaan-Esschebaan Boxtel Pouderoyen B.V.

POU240041.007.001.R4/RHA

De geplande wadi’s langs de Esschebaan worden tot boven gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) aangelegd. Dat is tot op circa 0,4 tot 0,5 meter minus bestaand. In dit gebied zijn bij de oppervlaktekartering geen archeologische indicatoren aangetroffen die op de (voormalige) aanwezigheid van grondsporen van jagers-verzamelaars zouden kunnen wijzen. 4.6.3 Selectieadvies archeologie Gemeente Boxtel heeft het onderzoek van ArcheoPro beoordeelt een geeft aan dat het onderzoek doelmatig en zorgvuldig is uitgevoerd volgens de relevante protocollen (KNA 4.1, BRL SIKB 4002 en 4003) en sluit goed aan bij de doelstellingen. Het bureauonderzoek en het verkennend booronderzoek zijn conform de eisen uitgevoerd en het rapport is volledig, samenhangend en prettig leesbaar. De integratie van bevindingen is adequaat, en het advies van ArcheoPro volgt logisch uit de resultaten. Het rapport bevat voldoende informatie voor een selectiebesluit. Met dit rapport is de archeologische waarde van het plangebied voldoende vastgesteld. De gemeente Boxtel keurt het onderzoeksrapport goed en kan instemmen met het advies om geen nader onderzoek te verlangen en het plangebied vrij te geven ten aanzien van archeologie. Het selectiebesluit is als bijlage 9 aan deze motivering toegevoegd.

Ondanks de uitkomsten van deze bureaustudie en booronderzoek, is het altijd mogelijk dat tijdens grondwerkzaamheden onverwacht archeologische vondsten aan het licht komen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van de grondwerkzaamheden te wijzen op de plicht deze zogenoemde toevalsvondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. De melding dient behalve bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) tevens plaats te vinden bij de gemeente Boxtel. 4.6.4 Conclusie archeologie Het besluitgebied is vrijgegeven door het bevoegd gezag. Gelet op bovenstaande vormt het aspect archeologie geen belemmering voor het projectvoornemen. 4.6.5 Toetsing cultuurhistorie Navolgende figuur betreft een uitsnede uit de Cultuurhistorische Waardenkaart herziening 2024 van provincie Noord-Brabant.

BOPA-motivering EVZp Renbaan-Esschebaan Boxtel Pouderoyen B.V.

49

POU240041.007.001.R4/RHA

Figuur 24: Cultuurhistorische Waardenkaart herziening 2024 van provincie Noord-Brabant met globale ligging besluitgebied rood omlijnd

Op basis van de Cultuurhistorische Waardenkaart herziening 2024 van de provincie Noord-Brabant zijn binnen het besluitgebied géén cultuurhistorische waarden van provinciaal belang aangewezen. Op basis van het omgevingsplan gemeente Boxtel zijn er eveneens geen cultuurhistorische waarden binnen het besluitgebied aanwezig. De locatie is op dit moment in gebruik als agrarische grond. Er is geen bebouwing aanwezig op locatie. De ontwikkeling is volledig omkeerbaar en het besluitgebied zal na 25 jaar volledig in de huidige staat hersteld worden. 4.6.6 Conclusie cultuurhistorie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor het projectvoornemen.

4.7

Geluid

4.7.1 Wettelijk kader Ten aanzien van de Omgevingswet is de geluidregelgeving toegevoegd via een aanvullingsspoor aan de Omgevingswet. De Wet geluidhinder wordt hiermee geïntegreerd in de Omgevingswet. Beoordeeld dient te worden of sprake is van het realiseren van een geluidgevoelig gebouw (3.21 Bkl) of geluidgevoelige ruimte (3.22 Bkl). Indien hiervan sprake is, dient tevens te worden beoordeeld of sprake is van de ligging in een geluidaandachtsgebied (3.20 Bkl). Sprake is van een ‘geluidgevoelig gebouw’ volgens artikel 3.21 van het Bkl onder lid 1 sub a. Het Bkl bevat standaardwaarden en grenswaarden voor geluid door een geluidsbronsoort op een geluidgevoelig gebouw. Deze waarden zijn van toepassing op het geluid door alle geluidbronnen van een geluidbronsoort. Voor gemeentewegen geldt een standaardwaarde van 53 Lden en een grenswaarde van 70 Lden.

50

BOPA-motivering EVZp Renbaan-Esschebaan Boxtel Pouderoyen B.V.

POU240041.007.001.R4/RHA

4.7.2 Toetsing Met het voorgenomen project wordt geen geluidgevoelig gebouw gerealiseerd. Andersom zijn er wel geluidgevoelige gebouwen aanwezig in de omgeving van het besluitgebied. De omvormers en batterijopslag (tijdens koeling) van een ecologisch verbindings-zonnepark produceren geluid. Een transformator maakt een licht zoemend geluid, maar dit is geen relevante geluidsbelasting. Voor transformatorstations geldt conform de VNG-brochure ‘Activiteiten en milieuzonering’ een te hanteren afstand van 30 meter ten aanzien van het aspect geluid. De situering van de batterijopslag en omvormers wordt zorgvuldig gekozen zodat deze minimale afstand tot omliggende geluidgevoelige gebouwen gehanteerd wordt. Bij de batterijopslag wordt de geluidproductie veroorzaakt door koeling. De batterijopslag is gesitueerd aan de zuidzijde van het besluitgebied. De afstand tot de meest dichtbij gelegen woningen Esschebaan 19 en 21 betreft circa 270 meter. Voor deze activiteiten zijn geen richtafstanden vastgelegd voor wat betreft geluid. Om aan te tonen dat hierbij sprake is van een evenwichtige toedeling van functies, is een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd. Dit onderzoek is bijgevoegd als bijlage 10. De resultaten hiervan worden hieronder weergegeven.

Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau voldoet ter plaatse van de gevels van geluidgevoelige objecten aan de geluidgrenswaarde uit het Omgevingsplan, zijnde 50 /45/40 dB(A) voor respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. 4.7.3 Conclusie Gezien het vorenstaande kan geconcludeerd worden dat de toekomstige situatie ten aanzien de in dit onderzoek aangegeven randvoorwaarden akoestisch inpasbaar geacht kan worden. Om deze reden maakt een maatregelen onderzoek geen onderdeel uit van het akoestisch onderzoek. Gelet op bovenstaande vormt het aspect geluid geen belemmering voor het projectvoornemen.

4.8

Omgevingsveiligheid

4.8.1 Wettelijk kader Als onderdeel van de overwegingen rondom een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en het stellen van regels voor c.q. aan activiteiten dient ook rekening te worden gehouden met risico's van branden, rampen en crises (paragraaf 5.1.2 Bkl). We willen in Nederland gezond en veilig leven, maar ook ruimte voor economische groei behouden. Net als geluid, bodemkwaliteit, geur en tal van andere aspecten speelt daarbij ook omgevingsveiligheid een rol. Bij omgevingsveiligheid gaat het om naast de risico's van het gebruik en transport van gevaarlijke stoffen over weg, spoor, water of via buisleidingen ook om de veiligheid van bedrijven en de veiligheid van nieuwe, zich snel ontwikkelende technologieën. Daarbij gaat het om de “feitelijke” risico's (met soms grote onzekerheden), maar ook om hoe risico's worden ervaren. Voor de afwijking van het Omgevingsplan zijn de relevante risico's geïnventariseerd en is de aanvaardbaarheid van de ontwikkeling beoordeeld. Daarbij wordt ook aangegeven op welke wijze rekening is gehouden met het voorkomen en bestrijden van branden, rampen en crisis, het beperken en vertragen van de gevolgen van incidenten, de mogelijkheden van personen om zich in veiligheid te brengen in geval van een incident en de gevolgen voor de (continuïteit van de) geneeskundige hulpverlening.

BOPA-motivering EVZp Renbaan-Esschebaan Boxtel Pouderoyen B.V.

51

POU240041.007.001.R4/RHA

4.8.1.a Plaatsgebonden risicocontour Het plaatsgebonden risico betreft de kans per jaar dat iemand, die continu en onbeschermd op een plek verblijft, overlijdt als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen. Daarvoor geldt (nog steeds) een grenswaarde van 10-6, ofwel een kans van maximaal 1 op één miljoen. Deze grenswaarde dient volgens het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) in het Omgevingsplan in acht te worden genomen voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties. Voor beperkt kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare locaties geldt dat slechts rekening moet worden gehouden met de grenswaarde. 4.8.1.b Brand-, gifwolk- en explosieaandachtsgebied: Groepsrisico Binnen deze aandachtsgebieden moet rekening worden gehouden met het groepsrisico. Hierbij gaat het om de kans per jaar dat tien of meer personen overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een aandachtsgebied. Dit staat in het eerste lid van artikel 5.15 van het Bkl. De contour van een gifwolkaandachtsgebied bedraagt ten hoogste 1,5 kilometer conform artikel 5.12, lid 4 van het Bkl.

4.8.2 Veilige omgeving In onderstaande figuur is een uitsnede van de kaart ‘Veilige omgeving’ van de atlas leefomgeving gevisualiseerd.

Figuur 25: Uitsnede kaart ‘Veilige omgeving’ met ligging besluitgebied rood omlijnd [Bron: www.atlasleefomgeving.nl/kaarten]

Uit de kaart veilige leefomgeving blijkt het volgende: • Parallel aan de Esschebaan ligt een buisleiding van de Defensie Pijpleiding Organisatie (DPO). Het brandaandachtsgebied van deze buisleiding reikt tot circa 20 meter binnen het besluitgebied.

52

BOPA-motivering EVZp Renbaan-Esschebaan Boxtel Pouderoyen B.V.

POU240041.007.001.R4/RHA

•

•

Aan de zuidzijde van het besluitgebied liggen drie buisleidingen van de Gasunie. De PR10 -8contouren en het brandaandachtsgebieden van deze leidingen liggen tot circa 30 à 80 meter respectievelijk circa 60 à 120 meter in het besluitgebied. Op grotere afstand ten oosten en zuiden van het besluitgebied liggen de spoorlijnen Boxtel – Den Bosch respectievelijk Boxtel – Tilburg. De PR-contouren alsmede de explosie-, brand- en gifwolkaandachtsgebieden van de twee spoorlijnen reiken niet tot binnen het besluitgebied.

Daarnaast heeft gemeente Boxtel aangegeven dat parallel aan de Renbaan mogelijk een nieuw tracé voor een buisliding van de DPO wordt gerealiseerd (zie figuur 25). Dit is echter nog niet zeker. Ervan uitgaande dat deze buisleiding vergelijkbaar is met de buisleiding van de DPO aan de Esschebaan, zou het brandaandachtsgebied tot circa 30 à 35 meter in het besluit gebied kunnen komen te liggen.

Figuur 26: Kabels en leidingen nabij besluitgebied, in paars de beoogde buisleiding van DPO

4.8.3 Batterijopslag Bij de ontwikkeling van het ecologisch verbindings-zonnepark is als netverzachter in de zuidwesthoek van het park een batterijopslag voorzien (§2.3, figuur 13). Hoewel de afstand tot de meest dicht bij gelegen kwetsbare objecten i.c. de woningen aan de Esschebaan 19 en 21, circa 270 meter betreft, moet inzichtelijk gemaakt worden wat dit voor de veiligheid van de omgeving van het besluitgebied betekent. Zoals aangegeven is bij het technisch ontwerp voor de batterijopslag rekening gehouden met de eisen en randvoorwaarden uit de veiligheidsnorm PGS 37-1. Mede in relatie tot de mogelijke buisleiding van de DPO aan de Renbaan is het belang rekening te houden met stralingswarmte van batterijen. Stralingswarmte treedt alleen op in het uitzonderlijke geval dat brand zou ontstaan. Gezien het gebruik van LFP-batterijen is sprake van een laag risico. Door voldoende afstand te houden, circa 35 meter volgens het brandaandachtsgebied, kan dit risico worden uitgesloten. Mocht de buisleiding in een tracé langs de Renbaan kan dit worden opgevangen door de batterijopslag in oostelijke richting – het park in – te verschuiven. Tevens geldt een verbod

BOPA-motivering EVZp Renbaan-Esschebaan Boxtel Pouderoyen B.V.

53

POU240041.007.001.R4/RHA

voor het bouwen van kwetsbare objecten in de risicocontour van een buisleiding, maar batterijen zijn geen kwetsbaar object. 4.8.4 Brandweer Voor de bestrijdbaarheid van incidenten is het noodzakelijk om een incident bij een zonnepark met zonnepanelen, transformatoren, omvormers en batterijopslag, te kunnen bestrijden. De Brandweer Noord- Brabant heeft adviezen opgesteld waarmee bij de inrichting van het zonnepark minimaal aan moet worden voldaan. Hierdoor wordt het risico op branduitbreiding beperkt en worden de mogelijkheden om een brandveiliger en effectiever te bestrijden groter. Deze adviezen zijn integraal als bijlage 11 aan de BOPA-motivering gevoegd. Deze adviezen dienen bij de technische uitwerking en realisatie van dit zonnepark te worden opgevolgd. Brandveiligheid is bij zonneparken een belangrijk aspect. De kans op brand dient te worden beperkt. Dit wordt gedaan door de installatie van de zonneweide goed te onderhouden en de mogelijke interne en externe brandoorzaken te beperken. Naast het periodieke onderhoud, zullen de afzonderlijke zonneweiden ook worden afgesloten voor derden, om daarmee het risico te verlagen. Tussen de vakken zonnepanelen worden brandgangen dan wel onderhoudspaden gerealiseerd. Met de uiteindelijke richting wordt hieraan nader aandacht besteed.

Op advies van de brandweer dient in de directe omgeving van de toegang tot het park een bluswatervoorziening met een capaciteit van 60m³/uur aanwezig te zijn. De beoogde locatie van deze voorziening is opgenomen in de afbeelding hieronder. De exacte locatie wordt in een latere fase uitgewerkt.

Figuur 27: Beoogde locatie (zoekgebied) voor een niet-openbare bluswatervoorziening binnen het besluitgebied

4.8.5 Toetsing Een ecologisch verbindings-zonnepark is geen kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object in de zin van het Bkl. Andersom wordt als gevolg van de voorgestelde ontwikkeling ook geen transport van gevaarlijke stoffen mogelijk gemaakt. Ook als de buisleiding van de DPO wordt aangelegd, is er ter plaatse van het besluitgebied onverminderd sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

54

BOPA-motivering EVZp Renbaan-Esschebaan Boxtel Pouderoyen B.V.

POU240041.007.001.R4/RHA

4.8.6 Conclusie Gelet op bovenstaande vormt het aspect omgevingsveiligheid geen belemmering voor het projectvoornemen.

4.9

Milieueffectrapportage

4.9.1 Wettelijk kader Overeenkomstig paragraaf 16.4.2 van de Omgevingswet en afdeling 11.2 van het Omgevingsbesluit dient te worden bepaald of een ontwikkeling m.e.r.-beoordelingsplichtig is. Dit kan worden afgeleid uit bijlage V bij het Omgevingsbesluit, in samenhang met de artikelen 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit. Een milieueffectrapportage (m.e.r.) is een procedure die de milieueffecten van een plan of project in beeld brengt. Het doel van de m.e.r.-procedure is om het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvoering over plannen, programma's en projecten die mogelijk duidelijke milieueffecten hebben. De verwachtte effecten op het milieu en alternatieve oplossingen worden beschreven in een milieueffectrapport (MER). Daarnaast is participatie en kennisgeving een belangrijk onderdeel binnen de m.e.r. Op deze manier vormt de m.e.r. een hulpmiddel voor de besluitvorming. Een Omgevingsplan of BOPA valt onder een plan of programma waarvoor een milieueffectrapportage van toepassing is (Omgevingswet, Paragraaf 16.4.1, artikel 16.34). De motivering van de beslissing (art. 11.11 lid 3 Omgevingsbesluit) bestaat uit: a. de relevante criteria van bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn; en b. als is beslist dat geen milieueffectrapport moet worden gemaakt: 1.

de kenmerken en maatregelen, bedoeld in artikel 11.10, derde lid, als degene die voornemens is het project uit te voeren deze heeft voorgesteld; en 2. het moment waarop die maatregelen moeten zijn gerealiseerd. In Bijlage V bij de artikelen 11.6, 11.7 en 11.8 van het Omgevingsbesluit zijn de projecten en de daarvoor benodigde besluiten aangewezen waarvoor een m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt. In deze lijst zijn zowel de m.e.r.-plichtige als de m.e.r.-beoordelingsplichtige gevallen opgenomen en de daarvoor benodigde besluiten. In het Besluit milieueffectrapportage waren dat nog twee lijsten (onderdelen C en D in de bijlage bij dat besluit). 4.9.2 Toetsing Bij het planologisch mogelijk maken van een ecologisch verbindings-zonnepark hoeft de gemeente geen milieueffectrapportage (MER) op te stellen. Een zonnepark is volgens jurisprudentie niet m.e.r.(beoordelings)plichtig. Een zonnepark valt namelijk niet onder de volgende categorieën uit bijlage V van het Omgevingsbesluit: - C1: centrales voor de productie van elektriciteit, of - J11: stedelijk ontwikkelingsproject, of - J12: landinrichtingsproject. 4.9.3 Conclusie Gelet op bovenstaande is het opstellen van een m.e.r.-beoordeling voor onderhavige ontwikkeling niet noodzakelijk.

BOPA-motivering EVZp Renbaan-Esschebaan Boxtel Pouderoyen B.V.

55

POU240041.007.001.R4/RHA

4.10

Luchtkwaliteit

4.10.1 Wettelijk kader De afwijking van het Omgevingsplan kan invloed hebben op de luchtkwaliteit en op de gezondheid van de mens. Daarom dienen deze gevolgen in kaart te worden gebracht. Ten behoeve van deze ontwikkeling zijn de relevante wijzigingen ten aanzien van luchtkwaliteit geïnventariseerd en is de aanvaardbaarheid hiervan beoordeeld. In het besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is aangegeven in welke gevallen een beoordeling van de luchtkwaliteit noodzakelijk is (paragraaf 5.1.4). Of een beoordeling nodig is hangt af van de activiteit, de locatie en het effect van de activiteit en de mate van het effect. Voor de toetsing van het Omgevingsplan moet daarom inzichtelijk worden gemaakt welke ontwikkelingen en activiteiten het Omgevingsplan faciliteert. Daarna kan worden bepaald of een beoordeling vereist is. In het Bkl staan aandachtsgebieden voor stikstofdioxide en fijnstof vermeld (paragraaf 5.1.4, artikel 5.51 in het Bkl). Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Het besluitgebied is niet binnen een dergelijk aandachtsgebied voor stikstofdioxide of fijnstof gelegen. Tenslotte is de mate van de verhoogde concentratie van belang. Toetsing aan de Rijksomgevingswaarden voor luchtkwaliteit (stikstofdioxide en PM10) is niet nodig als een project of activiteit maar weinig bijdraagt aan de luchtverontreiniging.

Dit wordt ook 'niet in betekende mate' (NIBM) genoemd. Er is sprake van NIBM wanneer de concentratie stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) niet hoger is dan 1,2 µg/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentratie. Of een activiteit zorgt voor een concentratieverhoging van NIBM wordt bepaald met de NIBM-toets. Daarnaast zijn er een aantal categorieën bepaalt voor standaardgevallen waarbij NIBM kan worden aangenomen. Deze standaardgevallen betreffen onder andere kantoren, woonwijken en het telen van gewassen. Deze zijn terug te vinden in artikel 5.54 van het Bkl. 4.10.2 Toetsing De realisatie van een ecologisch verbindings-zonnepark is niet in te delen in een categorie voor standaardgevallen. Daarom dient op een andere manier aannemelijk gemaakt te worden dat met voorliggend plan sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Binnen het besluitgebied vindt geen productie van materialen plaats, die via vrachtverkeer of anderszins afgevoerd moeten worden. De energie van het ecologisch verbindings-zonnepark zal met leidingen ontsloten worden. Dit wordt nader uitgewerkt bij de aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwtechnisch regelen van het ecologisch verbindings-zonnepark. Het aantal verkeersbewegingen van en naar het besluitgebied zal zeer beperkt toenemen door het onderhoudsverkeer voor het zonnepark met toebehoren.

Anderszins zal het aantal agrarische verkeersbewegingen beperkt worden tot vrijwel nul, aangezien het reguliere agrarisch grondgebruik voor de komende periode verdwijnt. De toekomstige verkeersbelasting zal dan ook verschuiven van zwaar landbouwverkeer dat qua intensiteit afhankelijk is van het jaargetijde naar incidenteel licht gemotoriseerd verkeer voor onderhoud van de zonnepanelen en het terrein. Hierbij zal het gaan om maximaal enkele verkeersbewegingen per week.

56

BOPA-motivering EVZp Renbaan-Esschebaan Boxtel Pouderoyen B.V.

POU240041.007.001.R4/RHA

4.10.3 Conclusie Gezien bovenstaande grenswaarden voor NIBM-activiteiten mag worden aangenomen dat het aantal verkeersbewegingen dat door het ecologisch verbindings-zonnepark wordt gegenereerd past binnen deze lijst en daarmee de ontwikkeling NIBM bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Een onderzoek naar de luchtkwaliteit als gevolg van het projectvoornemen is dan ook niet noodzakelijk. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het projectvoornemen.

4.11

Water

4.11.1 Wettelijk kader 4.11.1.a Nationaal Water Programma 2022-2027 In Nederland liggen grote opgaven voor het waterdomein: Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering, we moeten blijven werken aan een goede bescherming tegen overstromingen en aan een klimaatrobuuste zoetwatervoorziening tegen toenemende droogte. Ook de zorg voor goede waterkwaliteit en duurzame drinkwatervoorziening verdient aandacht. Om aan te geven hoe we omgaan met de uitdagingen van ons water, ontwikkelt de Rijksoverheid het Nationaal Water Programma (NWP) 2022-2027. Het programma geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. De Rijksoverheid werkt aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. Het NWP beschrijft de nationale beleids- en beheerdoelen op het gebied van klimaatadaptatie, waterveiligheid, zoetwater & waterverdeling, waterkwaliteit & natuur, scheepvaart, en de functies van de Rijkswateren. 4.11.1.b Waterbeheerplan 2022-2027 Waterschap De Dommel Het water- en bodemsysteem is onontbeerlijk voor een gezonde en leefbare ruimtelijke inrichting van Noord-Brabant. Meer dan ooit is het belangrijk om rekening te houden met het concept van de lagenbenadering om een toekomstbestendige leefomgeving te waarborgen.

Door klimaatverandering en ruimtelijke druk, staat de veerkracht van het water en bodemsysteem onder druk. De lagenbenadering beschrijft de ruimte in drie lagen. De eerste laag bestaat uit de fysieke ondergrond, het water- en bodemsysteem. De tweede laag bevat netwerken van infrastructuur met onder meer wegen, spoorlijnen en waterwegen. Tot slot de derde laag, deze omvat de menselijke activiteiten zoals wonen, werken en recreëren en de fysieke neerslag daarvan. Ruimtelijke planning en gebiedsontwikkeling is een proces waarin continu keuzes worden gemaakt. De lagenbenadering helpt in dit keuze- en afwegingsproces en dient als kwaliteitskader voor alle (ruimtelijke) plannen. Elke laag draagt bij aan de ontwikkeling. De lagenbenadering betekent dat een onderliggende laag voorwaarden stelt aan andere lagen. Zeker vanuit een perspectief van duurzame ontwikkeling zijn veerkracht en omkeerbaarheid van ingrepen belangrijke gegevenheden. Met het Waterbeheerprogramma 2022-2027 start Waterschap De Dommel met de 'watertransitie'; op weg naar een toekomstbestendige waterhuishouding. Uiterlijk in 2050 is de waterhuishouding in haar hele beheergebied toekomstbestendig. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet. En een waterhuishouding die robuust, wendbaar en in balans is met de omgeving.

Zowel in het bebouwde als het landelijke gebied en van de beekdalen tot en met de hoge

BOPA-motivering EVZp Renbaan-Esschebaan Boxtel Pouderoyen B.V.

57

POU240041.007.001.R4/RHA

zandruggen. Het grond- en oppervlaktewatersysteem kan de grotere weersextremen opvangen door maximaal gebruik te maken van de dempende sponswerking van de bodem/ondergrond en de natuurlijke hoogteverschillen voor het vasthouden van water. Het waterschap hanteert drie principes die inhoudelijke sturing geven aan de watertransitie: • elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt; • functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan; • wat schoon is moet schoon blijven. Juist de voor Midden-Brabant zo karakteristieke verwevenheid van bebouwing, landbouw en natuur is een kans om de wateropgaven slim in te passen. Dit vereist een integrale, gebiedsgerichte aanpak samen met alle partijen. Een gebiedsgerichte aanpak is alleen succesvol als naast de wateropgaven ook de opgaven vanuit natuur, stikstof, economie, landbouwtransitie, energietransitie, biodiversiteit, mobiliteit en woningbouw onderdeel van de aanpak zijn. Om dit te bereiken gaat het waterschap: • van beekdalgericht naar gebiedsgericht; de aandacht gaat naast het beekdal ook uit naar de flanken, de hoge zandruggen en bebouwd gebied; • van sectoraal naar integraal; samen met overheden en gebiedspartners maakt het waterschap keuzes over meerdere opgaven in een gebied; • van water afvoeren naar elke druppel telt; maximaal water conserveren, minder grondwater gebruiken en slimmer sturen.

4.11.1.c Waterschapsverordening Sinds 1 januari 2024 heeft Waterschap De Dommel een waterschapsverordening. Deze verordening vervangt de Keur. In de waterschapsverordening staan de regels voor bewoners en bedrijven die activiteiten doen bij beken, sloten en gemalen. De keur was een traditionele verordening met regels en verboden. De waterschapsverordening is digitaal en de regels zijn verbonden aan de gebieden waar ze gelden. Dus in plaats van algemeen en overal geldig, naar specifiek geldig voor sommige gebieden en activiteiten. Binnen het besluitgebied is oppervlaktewater in de vorm van smalle slootjes tussen agrarische gronden aanwezig. Op basis van de Waterschapsverordening De Dommel gelden er aanvullende regels voor activiteiten met betrekking tot grondwateronttrekkingen. Met onderhavige ontwikkeling is hier geen sprake van.

58

BOPA-motivering EVZp Renbaan-Esschebaan Boxtel Pouderoyen B.V.

POU240041.007.001.R4/RHA

Figuur 28: Uitsnede Waterschapsverordening De Dommel met ligging besluitgebied rood omlijnd

4.11.1.d Hydrologische uitgangspunten bij de regels Waterschapsverordening voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen De drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hebben hun regelgeving geharmoniseerd. Als onderdeel van dit harmonisatietraject hanteren de waterschappen sinds 1 maart 2015 dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt of er sprake is van afkoppelen. Bij een toename en afkoppelen van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. Het doel van dit uitgangspunt is om te voorkomen dat hemelwater als gevolg van uitbreiding of afkoppelen van het verhard oppervlak versneld op het watersysteem wordt geloosd. Voor lozingen op een oppervlaktewater eist het waterschap daarom een vervangende berging, die de extra afvoer van het nieuwe verharde oppervlak als het ware neutraliseert. Gemeenten stellen vanuit hun eigen verantwoordelijkheid voorwaarden aan de afvoer via een rioleringsstelsel. Bij het invullen van de compensatieopgave wordt tevens gekeken naar de mogelijke realisering van andere waterdoelen. Voor hemelwater dat op verharde oppervlakten valt staan de waterschappen onderstaande voorkeursvolgorde voor, waarbij optie 1 het meest wenselijk en optie 5 het minst wenselijk is: 1. hergebruik 2.

vasthouden / infiltreren 3. bergen en afvoeren 4. afvoeren naar oppervlaktewater (direct of indirect) 5. afvoeren naar de riolering Vanuit de schaalgrootte van het waterschap is het verantwoord om een ondergrens te hanteren van 500 m². Vanuit de gemeente heeft het meerwaarde om hier andere eisen aan te stellen. Hierbij prevaleert de strengste eis. Wanneer er sprake is van een plan met een toename van verhard oppervlak groter dan 10.000 m² komt men in het vergunningentraject terecht en wordt er samen met initiatiefnemer en de gemeente bekeken hoe er compensatie kan plaatsvinden. In de Algemene regel staat beschreven dat voor het

BOPA-motivering EVZp Renbaan-Esschebaan Boxtel Pouderoyen B.V.

59

POU240041.007.001.R4/RHA

afkoppelen van bestaand verhard oppervlak, waarvan het oppervlak maximaal 10.000 m² bedraagt, geen compensatie hoeft te worden aangelegd. Met behulp van de rekenregel uit artikel 2.31 lid 4 onder b van de waterschapsverordening kan de vereiste compensatie voor een specifieke locatie berekend worden in gevallen wanneer schriftelijke instemming van het waterschap op de waterparagraaf ontbreekt. Deze rekenregel geldt voor een toename van het verhard oppervlak tussen 500 m2 en maximaal 10.000 m2. Voor een toename van het verhard oppervlak tussen de 500 m2 en 10.000 m2 kan de vereiste compensatie berekend worden door de toename van het verhard oppervlak (m2) te vermenigvuldigen met een waterschijf van 60 mm (0,06 m1). De kaart Algemene regel afvoer regenwater door verhard oppervlak 2015 geeft vervolgens aan of voor een specifieke locatie met minder compensatie volstaan kan worden. Deze kaart is gebaseerd op een combinatie van locatiespecifieke bodemkundige en hydrologische omstandigheden. De kaart kent drie verschillende gevoeligheidsgebieden (1, ½ en ¼) De rekenregel luidt als volgt: Benodigde compensatie (m3) = Toename verhard oppervlak (m2) * Gevoeligheidsfactor * 0,06 (n m1) 4.11.1.e Verbreed gemeentelijk rioleringsplan Boxtel 2020-2024 Op 11 november 2019 is het verbreed gemeentelijk rioleringsplan Boxtel 2020-2024 door de gemeenteraad vastgesteld.

Ondanks dat de Keur 2015 in werking is getreden blijft voor de afvoer van hemelwater het uitgangspunt ‘hydrologisch neutraal ontwikkelen’ gelden. Dit houdt in dat het hemelwater dat op daken en verhardingen valt, niet versneld mag worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Voor behandeling van dit water hanteren we de waterkwantiteitstrits, waarbij optie 1 het meest wenselijk en optie 5 het minst wenselijk is: 1. hergebruik; 2. vasthouden / infiltreren; 3. bergen; 4. afvoeren naar oppervlaktewater; 5. afvoeren naar de riolering. De initiatiefnemer dient de trits te doorlopen en te beargumenteren voor welke optie wordt gekozen. ‘Vasthouden’ betekent infiltratie in de bodem. Punten 1 en 2 zijn overeenkomstig met vasthouden uit de trits vasthouden → bergen → afvoeren van de stichting Rioned, nummer 3 met bergen en nummer 4 en 5 met afvoeren. Als hergebruik en (volledige) infiltratie niet mogelijk zijn, is (vertraagde) afvoer naar oppervlaktewater mogelijk. In dit geval kan een compenserende berging noodzakelijk zijn. Bij een compenserende berging kan worden gedacht aan een wadi, een vijver of buffersloot met een geknepen afvoer naar een watergang. Bergingsvoorzieningen dienen te worden gedimensioneerd conform de richtlijnen van waterschappen De Dommel en/of Aa en Maas in de Keur 2015.

Met het verbreed gemeentelijk rioleringsplan Boxtel 2020-2024 wordt gelet op bovenstaande aangesloten bij de richtlijnen van waterschap De Dommel. De Keur 2015 (waarnaar in het GRP wordt verwezen) is inmiddels vervangen door de Waterschapsverordening. Als uitgangspunt voor de waterbergingsopgave van onderhavige ontwikkeling worden de hydrologische uitgangspunten bij de regels Waterschapsverordening voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen gebruikt.

60

BOPA-motivering EVZp Renbaan-Esschebaan Boxtel Pouderoyen B.V.

POU240041.007.001.R4/RHA

4.11.2.f Strategie Klimaatadaptatie 2023-2030 Boxtel Op 4 juli 2023 is het Strategie Klimaatadaptatie 2023-2030 Boxtel vastgesteld. De Strategie Klimaatadaptatie richt zich op het voorbereiden van de gemeente op de gevolgen van klimaatverandering, zoals hevigere regenbuien, langere perioden van droogte, en meer hitte. Om risico’s ten aanzien van wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen te beperken neemt de gemeente Boxtel maatregelen om verdere opwarming tegen te gaan: klimaatmitigatie; én past de gemeente zich aan het veranderende klimaat aan: klimaatadaptatie. Het beleidsdocument beschrijft de lokale klimaatadaptatiestrategie van de gemeente Boxtel en presenteert de ambitie om de gemeente de komende zeven jaar klimaatbestendiger te maken. Het doel is om een klimaatbestendige en leefbare omgeving te creëren voor de inwoners van Boxtel. Wat betreft wateroverlast, wil de gemeente in 2030 beter bestand zijn tegen hevige regenbuien en beperken ze schade en overlast voor mensen, milieu en economie. De gemeente gaat hierbij uit van een bui van 70mm/uur, die in 2050 eens per 100 jaar valt. De gemeente beschrijft hierover de volgende ambities voor 2030: • • •

•

•

Het water- en bodemsysteem heeft een sturende rol bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en we realiseren mogelijkheden voor het bergen en (vertraagd) afvoeren van water; Hemelwater infiltreert zoveel mogelijk in de bodem op de plek waar het valt. Onze buurten zijn voor meer dan 30% groen-blauw en heeft minder dan 70% verharding; Hemelwater wordt zoveel mogelijk lokaal verwerkt, vastgehouden en herbruikt om het afvoeren van hemelwater naar de riolering te verminderen. Een belangrijk middel hiervoor is de afkoppeling van hemelwater; Bij toename van bebouwing en verharding wordt waterberging gecreëerd van 70mm per m² verharding in plaats van de huidige 60mm per m². Deze eis gaat gelden vanaf de eerste vierkante meter aan toename in plaats van vanaf 250m² (zie kader 5); Onze vitale en kwetsbare functies […] blijven functioneren en bereikbaar bij zeer hevige neerslag (bui van 90mm/uur).

Gezien de waterbergingseisen van de gemeente strenger zijn dan die van het waterschap, 70 mm van de gemeente tegenover 60mm van het waterschap en dat de eis al geldt vanaf de eerste 1m2 tegenover die van vanaf 500m2, is de eis van de gemeente leidend. De rekenregel uit artikel 2.31 lid 4 onder b van de waterschapsverordening kan daarom strenger worden geformuleerd. De rekenregel luidt dan als volgt: Benodigde compensatie (m3) = Toename verhard oppervlak (m2) * Gevoeligheidsfactor * 0,06 (n m1)

BOPA-motivering EVZp Renbaan-Esschebaan Boxtel Pouderoyen B.V.

61

POU240041.007.001.R4/RHA

4.11.2 Toetsing

Figuur 29: Vastgestelde Legger Waterstaatswerken 2023 Waterschap de Dommel met ligging besluitgebied rood omlijnd

Binnen het besluitgebied is op basis van de vastgestelde Legger Waterstaatswerken 2023 van Waterschap de Dommel geen oppervlaktewater aanwezig. De greppels tussen de bestaande agrarische percelen betreffen geen gezoneerde A- of B-watergangen. In de huidige planvorming worden geen structurele aanpassingen aan het bestaande watersysteem doorgevoerd, in de zin van het blokkeren of dempen van greppels en sloten. Waar nodig, kunnen de zonnepaneelstellages over de greppels heen worden aangelegd.

62

BOPA-motivering EVZp Renbaan-Esschebaan Boxtel Pouderoyen B.V.

POU240041.007.001.R4/RHA

Figuur 30: Uitsnede Bodemkaart (Bron:DINOloket) met ligging besluitgebied rood omlijnd

Figuur 31: Uitsnede gemiddeld hoogste grondwaterstanden volgens grondwaterdynamiekkaart Waterschap De Dommel (Bron: Weging van het Waterbelang; Waterschap de Dommel) met ligging besluitgebied rood omlijnd.

BOPA-motivering EVZp Renbaan-Esschebaan Boxtel Pouderoyen B.V.

63

POU240041.007.001.R4/RHA

Figuur 32: Uitsnede gemiddeld laagste grondwaterstanden volgens grondwaterdynamiekkaart Waterschap De Dommel (Bron: Weging van het Waterbelang; Waterschap de Dommel) met ligging besluitgebied rood omlijnd.

De gronden binnen het besluitgebied zijn een combinatie van beekeerdgronden (lemig fijn zand), veldpodzolgronden (leemarm en zwak lemig fijn zand) en laarpodzolgronden (leemarm en zwak lemig fijn zand). De gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) ligt grofweg tussen de 20-40 en 40-60 cm onder maaiveld, en heel plaatselijk tot 60-80 cm onder het maaiveld. De gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) ligt grofweg tussen de 120-140 cm en 140-160 cm onder het maaiveld, en heel plaatselijk tot 100-120 cm onder het maaiveld. Onderhavige ontwikkeling voorziet in het mogelijk maken van een ecologisch verbindings-zonnepark. Met de aanleg van de zonnepanelen is geen sprake van een bebouwingstoename. De paneelrijen staan relatief ver uit elkaar, minimaal 3,39 meter en maximaal 5,50 meter, en onder een helling van circa 15 graden. Hierdoor kan regenwater tussen de rijen afstromen en direct ter plaatse in de bodem infiltreren. Dit vindt daardoor verspreid over het hele zonnepark plaats. Er is daarom geen sprake van het afkoppelen van regenwater vanuit de paneelopstellingen. Aan de zuidzijde van het besluitgebied wordt een batterijopslag (gereserveerde oppervlakte van maximaal 3.400 m2) mogelijk gemaakt. Bij het maximaal toepassen van verhard oppervlak binnen dit reserveringsgebied, resulteert dit in een benodigde hemelwaterbergingscompensatie van (3.400*1*0,07) 238 m3.

De zonnepanelen worden in horizon- en verticale richting voorzien van een zonnepaneelvrije zone. Er worden in deze zone twee greppels, met een lengte van respectievelijk minimaal 350 en 300 meter en een breedte van 20 meter, met een maximale diepte van 40 cm, gegraven om de afvoer en infiltratie van hemelwater te faciliteren. Bij de aanleg van de greppels moet er rekening worden gehouden met de gemiddelde hoogste grondwaterstand. Om de bodeminfiltratie van regenwater vanuit de batterijopslag verder te stimuleren, wordt een klein deel van de noord-zuid greppel, direct langs de batterijopslag aan de oostzijde, deels afgeschermd met een stuw (zie afbeelding hieronder). Het technische ontwerp van de stuw wordt tijdens een latere fase uitgewerkt. Hiermee wordt op eigen perceel ruim aan de hemelwaterbergingsopgave voldaan.

64

BOPA-motivering EVZp Renbaan-Esschebaan Boxtel Pouderoyen B.V.

POU240041.007.001.R4/RHA

Figuur 33: Locatie aanduiding van de stuw in de noord-zuid greppel binnen het besluitgebied. De stuw zorgt voor een betere bodeminfiltratie van regenwater afkomstig van verhard oppervlak van de batterijopstelling.

In de huidige situatie wordt door bewoners aan de Esschebaan wateroverlast ervaren. Met onderhavig project worden aan de noordzijde van het besluitgebied twee wadi’s gerealiseerd. De wadi’s hebben een oppervlakte van meer dan 0,7 hectare. De wadi’s kunnen aanvullend op de hemelwaterbergingsopgave binnen het besluitgebied voorzien in de opvang en hemelwaterinfiltratie van hemelwater dat buiten het besluitgebied is gevallen. Hemelwater afkomstig van bijvoorbeeld de Esschebaan kan infiltreren binnen deze wadi’s. Hiermee wordt met de aanleg van het ecologisch verbindings-zonnepark, naast dat ruim voorzien wordt in de hemelwaterbergingsopgave, bijgedragen aan het verminderen van wateroverlast aan de Esschebaan. Bij de aanleg van de wadi’s moet rekening worden gehouden met de gemiddelde hoogste grondwaterstand. Het beter en langer vasthouden van water draagt tevens bij aan het voorkomen van droogte. Door de ruime landschappelijke inpassing wordt eveneens hittestress tegengegaan.

4.11.3 Conclusie Gelet op voornoemde in paragraaf 4.11.2 vormt het aspect water geen belemmering voor het projectvoornemen.

4.12 Verkeer en parkeren In de huidige situatie zijn de agrarische gronden in het besluitgebied vanaf de Renbaan en de Esschebaan te bereiken voor agrarisch verkeer. Deze inritten zijn onverhard en bevinden zich op locaties waar de watergangen ‘onderbroken’ worden. Vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid is het onwenselijk dat het agrarisch verkeer via het fietspad het besluitgebied betreedt.

BOPA-motivering EVZp Renbaan-Esschebaan Boxtel Pouderoyen B.V.

65

POU240041.007.001.R4/RHA

Figuur 34: Luchtfoto waarop verbinding agrarische gronden met Esschebaan te zien is

In de toekomstige situatie is het ecologisch verbindings-zonnepark niet toegankelijk vanaf de Esschebaan, wat de verkeersveiligheid op locatie ten goede komt. Aan de Renbaan wordt een toegangsweg aangelegd zodat de batterijopslag bereikbaar is voor onderhoudsverkeer. Verder wordt aangenomen dat worstcase 1 keer per maand onderhoud plaatsvindt en dat er twee keer met licht verkeer een bezoek aan het besluitgebied plaatsvindt. Het besluitgebied is niet openbaar toegankelijk en heeft verder geen verkeersaantrekkende werking. Er is nabij de batterijopslag voldoende ruimte aanwezig om te parkeren binnen het besluitgebied. Tijdens de aanlegfase zal er wel een (tijdelijke) toename van verkeersdruk plaatsvinden. Dit betreft voornamelijk het vervoer van personeel en materieel (busjes en vrachtverkeer). Gelet op de tijdelijkheid en de kleinschaligheid van de verkeersbewegingen brengt dit naar verwachting geen negatieve effecten voor de omgeving van besluitgebied met zich mee. Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.13 Lichtreflectie en schittering Het glazen oppervlak van zonnepanelen kan zorgen voor reflectie en daarmee voor hinder voor omwonenden of gebruikers van de openbare ruimte. De hinder hangt af van de locatie (stand en hoogte spiegelend vlak) en de stand van de zon (de tijd en de tijd van het jaar). De hinder hangt af van de hoek van de invallende lichtstraal en daarmee van de hoek van de uitvallende lichtstraal. Hoe steiler de helling van de panelen, hoe groter de kans op hinder. Tegenwoordig wordt veelal gebruik gemaakt van hoogwaardige panelen die voorzien zijn van een antireflectieglas ofwel gecoat glas of bifacial zonnepanelen. Dit heeft als voordeel dat de opgevangen energie zoveel als mogelijk geabsorbeerd wordt en zodoende een hoog rendement oplevert.

66

BOPA-motivering EVZp Renbaan-Esschebaan Boxtel Pouderoyen B.V.

POU240041.007.001.R4/RHA

Met de uiteindelijke opstelling wordt aandacht besteed aan de situering en de hellingshoek van 15° van de panelen, waarmee zo min mogelijk reflectie ontstaat richting woonlocaties (zie ook §2.3, technisch ontwerp). Hierdoor wordt de mogelijkheid dat lichtschittering hinder oplevert voor omwonenden worden beperkt. Daarnaast voorziet de landschappelijke inpassing in een brede, groene buffer tussen de zonnepanelen en de omliggende woningen. Hiermee wordt eventuele lichtschittering nog verder beperkt.

4.14 Elektromagnetische straling Het elektromagnetisch veld dat de pv-panelen zelf opwekken is erg zwak. Om de laagspanning van zonnepanelen geschikt te maken voor het elektriciteitsnet, zijn omvormers nodig. De omvormers bij zonnepanelen worden zowel in grootschalige zonnepanelenvelden alsook op daken van woningen gebruikt en moeten zijn gecertificeerd. Magnetische velden van gecertificeerde omvormers liggen ruim onder de blootstellinglimiet ter voorkoming van nu bekende nadelige effecten voor de gezondheid ('state of the art'). In de blootstellingslimieten is rekening gehouden met de onzekerheden die in het wetenschappelijk onderzoek zitten door veiligheidsmarges op te nemen in de gecertificeerde toegestane limieten. De internationale commissie International Commission on Non-Ionizing Radiation Protection (ICNIRP) heeft blootstellingslimieten opgesteld voor elektromagnetische velden, die regelmatig worden geverifieerd. De limieten zijn gebaseerd op wetenschappelijk vastgestelde effecten die tijdens of kort na blootstelling kunnen optreden. De Europese Unie heeft alle lidstaten aanbevolen om de blootstellingslimieten van de ICNIRP na te leven ter bescherming van de bevolking. Deze limieten vormen ook een onderdeel voor de productveiligheidseisen voor apparatuur die in de handel worden gebracht.

De aanbevolen blootstellingslimiet voor magnetische velden van elektrische apparaten in en om het huis is 100 microtesla. Dat geldt ook voor elektriciteitsnetwerken, zoals hoogspanningslijnen, in de buurt van woningen. Deze velden hebben een extreem lage frequentie van 50 Hertz. De waarde van 100 microtesla wordt in Nederland op voor het publiek toegankelijke plaatsen bij het elektriciteitsnetwerk nergens overschreden. Daarnaast geven leveranciers van de gebruikte omvormers en transformatoren aan dat het elektromagnetisch veld binnen enkele tientallen meters in alle gevallen lager is dan 0,4 microtesla. Dit betekent dat dit elektromagnetisch veld in de buurt bij de omliggende gevoelige functies (woningen) reeds lang verdwenen en dus ook niet meer meetbaar is. Het is lastig om standaardwaarden bij de diverse componenten te noteren omdat het elektromagnetisch veld niet alleen door de trafo en de omvormen wordt bepaald, maar ook door de plaatsing en de directe omgeving. Met onderhavig project wordt een minimale afstand van 50 meter tussen woonfuncties en omvormers en transformatoren gehanteerd. Daarom wordt ervan uitgegaan dat het elektromagnetisch veld lager is dan 0,4 microtesla. Gelet op bovenstaande is aangetoond dat van hinder voor omwonenden door elektromagnetische straling geen sprake zal zijn.

BOPA-motivering EVZp Renbaan-Esschebaan Boxtel Pouderoyen B.V.

67

POU240041.007.001.R4/RHA

4.15 Duurzaamheid, energietransitie en klimaatadaptatie Uit de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet vloeit voort dat deze onder meer is gericht op een duurzame ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Dit houdt in dat de wet voorziet in een ontwikkeling van de fysieke leefomgeving die tegemoetkomt aan de behoeften van de huidige generatie zonder de mogelijkheden voor toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen. Duurzame ontwikkeling is een breed begrip waar een veelheid aan onderwerpen onder kan vallen, zoals energietransitie en klimaatadaptatie. In de NOVI is daarom 'ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie' als prioriteit opgenomen. Daarnaast vallen onder het begrip duurzaamheid ook onderwerpen als mobiliteit, duurzaam bouwen en biodiversiteit. Het beleid ten aanzien van energietransitie en klimaatadaptatie vloeit voort uit nationale programma's die vervolgens regionaal zijn uitgewerkt (Regionale Energiestrategie, Nationale Klimaatadaptatiestrategie). De doelstellingen die hieruit voortvloeien zijn vervolgens integraal opgenomen in het gemeentelijk beleid, met name de Omgevingsvisie. Deze kan vervolgens weer uitgewerkt worden in programma's. Met voorliggend project wordt voldaan aan de ambities van de Omgevingsverordening Noord-Brabant (§3.2.2) en de Regionale Energie Strategie Noordoost Brabant (§3.3).

Onderhavig projectvoornemen wordt 1 op 1 benoemd in het beleidsstuk Regionale Energie Strategie Noordoost Brabant en betreft een uitwerking van de tender voor zonneparken. Het project draagt met de realisatie van bijna 12 hectare aan zonnepanelen bij aan de energietransitie in Noord-Brabant. Het ecologisch verbindings-zonnepark wordt landschappelijk ingepast. Door de landschappelijke inpassing wordt een sterke basis gelegd voor een mogelijke grootschalige natuurontwikkeling die aansluit bij het aanwezige natuurnetwerk. Door het nieuwe gebruik van de agrarische percelen, het stopzetten van de bemesting én het gebruik van pesticiden, en het aangepaste beheer wordt de natuurlijke dynamiek hersteld. Het aanpassen van het beheer waarbij de vegetatie gemaaid en geruimd wordt zorgt voor een verschraling van de grond en hiermee voor een gevarieerde, gebiedseigen en grotere soorten rijkdom ofwel een toename van de biodiversiteit. Dit betekent dat er, na ontmanteling van de zonneweide, met geringe aanpassingen in het landschap de verdere natuurontwikkeling kan worden gestimuleerd en het agrarisch gebruik weer kan worden gecontinueerd met een bodem die hersteld is. Het besluitgebied wordt tevens klimaatadaptief gerealiseerd.

Het project voldoet ruim aan de hemelwaterbergingsopgave (§4.11) en voorziet aanvullend in de realisatie van twee wadi’s (gezamenlijk oppervlakte van meer dan 0,7 hectare) om de huidige wateroverlast op de Esschebaan te verminderen dan wel te beëindigen. Het beter en langer vasthouden van water draagt ook bij aan het voorkomen van droogte. Door de ruime landschappelijke inpassing wordt eveneens hittestress tegengegaan.

68

BOPA-motivering EVZp Renbaan-Esschebaan Boxtel Pouderoyen B.V.

POU240041.007.001.R4/RHA

4.16 Hoogspanningsverbindingen Hoogspanningsverbindingen kunnen van negatieve invloed zijn op de gezondheid van de omgeving, maar dragen tegelijkertijd ook bij aan de Nederlandse infrastructuur en zijn van essentieel belang voor het functioneren van het energienetwerk. Hoogspanningsverbindingen leveren dus zowel een positieve als negatieve bijdrage aan de fysieke leefomgeving. Een negatieve invloed op de gezondheid van de omgeving, kan worden veroorzaakt door magneetvelden en geluid van de hoogspanningsverbindingen. Voor het eerste gezondheidsaspect 'magneetvelden' geldt op basis van advies van het Rijk dat zoveel als redelijkerwijs mogelijk is vermeden dient te worden dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen (tot 15 jaar) langdurig verblijven in een gebied rond bovengrondse hoogspanningslijnen, waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger is dan 0,4 microtesla. Ten aanzien van het gezondheidsaspect 'geluid' geldt dat rekening moet worden gehouden met geluid in de vorm van windfluiten en knetterend geluid door elektrische ontladingen (coronageluid) veroorzaakt door hoogspanningsverbindingen. Voor de afwijking van het Omgevingsplan is in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties rekening gehouden met de gezondheidsaspecten (magneetveld en geluid) die hoogspanningsverbindingen kunnen veroorzaken.

De toepassing van deze gezondheidsaspecten op de ontwikkeling is hierna beschreven.

Figuur 35: Uitsnede RIVM-netkaart met ligging besluitgebied indicatief geel aangeduid

In de omgeving van het besluitgebied zijn geen bovengrondse hoogspanningslijnen gelegen. Cumulatie van magneetvelden van zonnepanelen en hoogspanningslijnen is hiermee uitgesloten.

BOPA-motivering EVZp Renbaan-Esschebaan Boxtel Pouderoyen B.V.

69

POU240041.007.001.R4/RHA

5

Participatie

5.1

Participatie onder de omgevingswet

Onder de Omgevingswet heeft participatie een prominente rol. De wetgever heeft het belang van participatie erkend en participatie vormt één van de belangrijkste pijlers van de Omgevingswet. De Omgevingswet zorgt ervoor dat het bevoegd gezag of initiatiefnemers, burgers, belanghebbenden of omwonenden in een vroeg stadium worden betrokken bij een planvoornemen/project. Door burgers, belanghebbenden of omwonenden in een vroeg stadium te betrekken bij een planvoornemen wordt verwacht dat tijdwinst ontstaat, omdat minder juridische procedures worden gestart. Daarnaast speelt participatie een belangrijke rol in de relatie tussen de burger en de overheid en het vertrouwen dat de burger in de overheid heeft. Het is daarbij van belang dat burgers het gevoel hebben ook daadwerkelijk gehoord te worden. Als men het over participatie heeft, dan wordt in het algemeen gedoeld op ‘actieve deelname’. Het is een begrip dat ook gebruikt wordt in een sociale context. Onder de Omgevingswet wordt onder participatie verstaan: “Het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden (burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere overheden) bij het proces van de besluitvorming over een project of activiteit”. Participatie kent veel verschijningsvormen. Niet al deze vormen zijn voor ieder project of voor iedereen weggelegd.

In de Omgevingswet, het omgevingsbesluit en de omgevingsregeling staan regels over participatie. Als overheden instrumenten van de Omgevingswet vaststellen, moeten ze aangeven hoe de hierboven genoemde belanghebbenden betrokken zijn bij de totstandkoming van deze instrumenten en welke resultaten dat heeft opgeleverd. Gemeenten, provincies en waterschappen moeten ook aangeven hoe ze hun eigen participatiebeleid hebben ingevuld. Er is een uitzondering: bij het aanvragen van een omgevingsvergunning moet juist de aanvrager het initiatief nemen. Hij moet aangeven of, en zo ja hoe, hij de omgeving betrokken heeft bij zijn plan en wat de resultaten hiervan zijn. Het participatieproces bij de aanvraag Buitenplanse omgevingsplanactiviteit kent onder de Omgevingswet aanvraagvereisten. In dat kader dient bij de aanvraag te worden aangegeven hoe partijen zijn betrokkenen en wat de resultaten daarvan zijn (Artikel 7.4 Or). Dit artikel bepaalt dat bij een aanvraag wordt aangegeven of burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de aanvraag zijn betrokken en als deze betrokken zijn, verstrekt de aanvrager bij de aanvraag gegevens over hoe zij betrokken zijn en wat de resultaten daarvan zijn.

70

BOPA-motivering EVZp Renbaan-Esschebaan Boxtel Pouderoyen B.V.

POU240041.007.001.R4/RHA

5.2

Participatie in Boxtel

Sinds 2 maart 2024 is het Besluit verplichte participatie omgevingsvergunningen Boxtel van kracht. Op grond van artikel 2 lid c van dit besluit is participatie voor dit initiatief verplicht. Om te zorgen dat iedereen mee kan doen, heeft de gemeente Boxtel in het participatiebeleid uitgewerkt hoe de inwoners mee kunnen denken, praten of beslissen over de eigen buurt. Deze aanpak helpt de gemeente om betere plannen te maken. Het zorgt er ook voor dat inwoners zich meer betrokken en gehoord voelen. Over de wijze van meedenken en meedoen zijn een aantal spelregels uitgewerkt: • Daar waar het mogelijk is, geeft de gemeente ruimte om mee te doen; • Dat doet de gemeente aan het begin van een plan voor de buurt; • Voor een plan start is duidelijk hoeveel ruimte er is om mee te doen; • Iedereen kan meedoen; • De laatste beslissing ligt vaak bij de gemeenteraad; • Het lukt niet altijd om het iedereen naar de zin te maken; • Daarom blijft het altijd mogelijk om bezwaar te maken; • Wettelijke afspraken over inspraak blijven gelden.

5.3

Aanloop naar de omgevingsdialoog

De gemeente Boxtel wil in 20230 energieneutraal zijn. Dit is uitgewerkt in de Visie zonne- en windenergie gemeente Boxtel’ (juli 2020), de Visie Duurzaam Boxtel 2030 en vastgelegd in het beleidsakkoord 2021 – 2026 ‘Samen aan de slag’ (februari 2021). Om dit doel te bereiken is een tender uitgeschreven voor de realisatie van 50 hectare zonneparken in de gemeente. Vanuit die tender zijn vier initiatiefnemers, waaronder de gemeente Boxtel zelf, door een onafhankelijke commissie geselecteerd. De vier initiatieven hebben hun plannen verder uitgewerkt om de te ruimtelijke procedure te kunnen opstarten.

Figuur 36 Globale planning procedure zonneparken Boxtel

BOPA-motivering EVZp Renbaan-Esschebaan Boxtel Pouderoyen B.V.

71

POU240041.007.001.R4/RHA

5.4

Omgevingsdialoog

In het kader van participatie is voor het onderhavige initiatief ‘Ecologisch verbindend zonnepark Esschebaan-Renbaan’ door initiatiefnemer gemeente Boxtel een uitgebreide omgevingsdialoog gevoerd. De omgevingsdialoog is gestart met een uitnodigingsbrief (juni 2023) aan de direct omwonenden voor de informatieavond in juli 2024 en loopt tot en met het verslag van de inloopavond voor de naaste omgeving die begin oktober 2024 plaatsvond. De omgevingsdialoog is in onderstaand schema samengevat.

Figuur 37 Overzicht activiteiten omgevingsdialoog

5.4.1 Start omgevingsdialoog – juli 2023 Op 20 juni 2023 heeft gemeente Boxtel een persbericht uitgedaan waarin wordt aangekondigd dat de gemeente voornemens is vier zonneparken te gaan realiseren. In dit bericht worden omwonenden van deze parken uitgenodigd voor informatiebijeenkomsten. Vervolgens zijn op 30 juni 2023 naar 59 huisadressen van direct omwonenden van het besluitgebied ‘Zonnepark Renbaan-Esschebaan’ uitnodigingen gestuurd voor de startdialoog i.c. een informatieavond op 12 juli 2023 voor de eerste kennismaking met het project: - Renbaan, 2 adressen - Essche Heike, 8 adressen - Essche Baan 36 adressen - Malderpad, 1 adres - Mezenlaan, 4 adressen - Nergena, 8 adressen Om alvast een indruk van het project te krijgen is bij de uitnodigingsbrief het schetsontwerp van dit zonnepark uit het principeverzoek toegevoegd. De informatieavond is ook in een persbericht van de gemeente Boxtel aangekondigd. Het doel van de informatieavond was om de omwonenden kennis te laten maken met het project en feedback op te halen over het project en het schetsontwerp.

72

BOPA-motivering EVZp Renbaan-Esschebaan Boxtel Pouderoyen B.V.

POU240041.007.001.R4/RHA

Naast de aanwezige vertegenwoordigers van de gemeente en adviseurs werd de avond door circa 40 omwonenden bezocht. Het merendeel van de bezoekers was kritisch op het voorgenomen plan, de uitwerking, locatiekeuze en timing van het plan. Tijdens de avond gaf men aan behoefte te hebben aan een plenaire beantwoording van de verschillende vragen. Belangrijke thema’s zijn: • Nut en noodzaak van het zonnepark • Natuur en landschap • Technische mogelijkheden en netcapaciteit • Koppelkansen • Participatie, lokaal eigendom en planschade • Proces en voortgang Omdat de beantwoording van de vragen niet goed tot zijn recht kwam, is ervoor gekozen alle vragen (inclusief vragen via contactformulieren) te verzamelen, te clusteren en via de website van de gemeente te beantwoorden: https://www.boxtel.nl/zonneparken en https://www.boxtel.nl/vraagen-antwoord-zonneparken

Verder is op 12 juli 2023 een spreekuur georganiseerd waarbij men 1-op-1 met de betrokkenen van gedachten kon wisselen over het project. Van het spreekuur is geen gebruik gemaakt. Zowel het persbericht, de uitnodiging voor de inloopavond, de getoonde posters van het initiatief, het verslag van de inloopavond als de verzamelde vragen en de beantwoording hiervan zijn opgenomen in de bijlage 12 ‘Start omgevingsdialoog’. 5.4.2 Pauzeren omgevingsdialoog – november 2023 Op 26 oktober 2023 is de kamerbrief ‘Aangescherpte voorkeursvolgorde zon’ van voormalig minister Hugo de Jonge verschenen. In de kamerbrief wordt aangegeven dat het gebruik van landbouw- en natuurgronden voor zonnepanelen in principe ongewenst is, omdat deze gronden deels nodig zijn voor woningbouw en men ze wil behouden voor voedselproductie. In de brief worden een aantal uitzondering gemaakt. In navolging op die kamerbrief heeft de gemeente Boxtel op 15 november 2023 een brief naar de direct omwonenden van dit zonnepark (59 huisadressen) gestuurd waarin uit een wordt gezet dat de omgevingsdialoog voor dit zonnepark wordt gepauzeerd totdat duidelijk is of dit initiatief naar aanleiding van die kamerbrief wel kan doorgaan.

Aan deze brief is een bijlage toegevoegd waarin meer uitleg over de zonneparken in Boxtel wordt gegeven: - Klimaatdoelen landelijk en regionaal; - Klimaatdoelen gemeente Boxtel; - Vier zonneparken in de gemeente; - Een zonnepark door de gemeente (Renbaan-Esschebaan); - De plekken staan vast, de invulling niet; - Samen aan de ‘tekentafel’; - Oorspronkelijke planning. De betreffende brief met bijlage en de kamerbrief zijn als bijlage 13 ‘Pauzeren omgevingsdialoog’ toegevoegd.

BOPA-motivering EVZp Renbaan-Esschebaan Boxtel Pouderoyen B.V.

73

POU240041.007.001.R4/RHA

5.4.3 Herstart omgevingsdialoog – maart 2024 De direct omwonenden zijn per brief van 13 maart 2024 geïnformeerd over het voornemen van de gemeente Boxtel om de omgevingsdialoog, op basis van de reactie van de provincie dat zij de regionale RES-afspraken blijven respecteren, voor het zonnepark Renbaan-Esschebaan te herstarten. De realisatie van de zonneparken in Boxtel levert namelijk 60% van de opgave die de gemeente Boxtel binnen de RES 1.0 heeft. Ook is gebleken dat zon op dak alleen niet voldoende is. Daarom zijn zonneparken nodig om de RES-doelen te bereiken. In de brief is ook vermeld dat de provincie de omgevingsvisie aanpast. Hierin wordt opgenomen dat zonneparken waarvan de locaties eerder zijn bepaald en waarvan de participatie in een vergevorderd stadium eind 2024 is, onder het overgangsrecht vallen. Deze zonneparken kunnen verder met de planvorming en uiteindelijk de realisatie. Dit is het geval voor de vier zonneparken uit de tender Boxtel. Om in navolging van de inloopavond te peilen hoe de direct omwonenden bij de verdere ontwikkelingen van dit zonnepark betrokken willen blijven, heeft de gemeente Boxtel een enquête opgesteld (https://forms.office.com/e/qA544S9nc5). Bij de enquête zijn nog vragen gesteld. Voor de antwoorden wordt verwezen naar de gemeentelijke website: https://www.boxtel.nl/vraag-enantwoord-zonneparken.

De feedback op de enquête volgt in juni 2024 (punt 4). In de brief wordt ook aangegeven dat de gemeente, na de omgevingsdialoog en bij een positief resultaat van alle onderzoeken, een aanvraag voor een tijdelijke omgevingsvergunning voor het zonnepark Renbaan-Esschebaan zal indienen. De informatiebrief met de reactie van de provincie, de vragen van de enquête en de analyse van de enquête zijn als bijlage 14 ‘Herstart omgevingsdialoog’ toegevoegd. 5.4.4 Vervolg omgevingsdialoog – juni tot september 2024 In navolging op voorgaande is door de gemeente Boxtel op 18 juni 20234 een persbericht gepubliceerd met en update over de stand van zaken over stand van zaken van de realisatie van de zonneparken in Boxtel (bijlage 15). Vervolgens zijn de direct omwonenden i.c. de eerder benoemde 59 huisadressen, eind juni 2024 door de gemeente Boxtel per brief op de hoogte gesteld van het vervolg van de omgevingsdialoog. In deze brief wordt Pouderoyen Tonnaer voorgesteld als adviseur van de gemeente voor het aanvragen van de omgevingsvergunning voor het zonnepark. Ook wordt aangegeven dat Pouderoyen Tonnaer de keukentafelgesprekken zal voeren, waarvoor men een aparte uitnodiging krijgt. In deze brief wordt ook een terugkoppeling van de belangrijkste inzichten op de ingevulde enquêtes gegeven: - De enquête is door 15 respondenten ingevuld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=4a9eb38e-8a73-4ed9-b96b-ea52593496df