CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 - Nota van zienswijzen - geanonimiseerd

Raadsvergadering Sint-Michielsgestel 21 december 2023, gemeente boxtelBij agendapunt: 13 Raadsvoorstel Bestemmingsplan Laar - Nieuw Laar31.005 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Ook hier is voorzien in de opname van bestemmingen die zien op het bestaande ruimtebeslag. 12. Met het toestaan van de camping aan het Schellekesveld 7 wordt voorzien in mogelijkheden binnen het bestaande ruimtebeslag. Het betreft weliswaar een intensivering van de gebruiksmogelijkheden en een beperkte toevoeging van bebouwing binnen het bestaande ruimtebeslag, maar dit kan niet als een onevenredige ontwikkeling worden gezien. De ontwikkeling beantwoord aan een goede ruimtelijke ordening mede gelet op de bij vaststelling geactualiseerde onderbouwing voor dit voornemen. 13. De planuitwerking vindt plaats in het verlengde van de vastgestelde gebiedsvisie waarin de raad afgewogen en op basis van participatie de ontwikkelingsrichting voor het gebied heeft bepaald. De in het plan opgenomen ontwikkelingen zijn voorzien van een onderbouwing en zijn ruimtelijk aanvaardbaar.

Aanpassingen 1.

46

Aangehaalde aanpassingen zijn elders in deze nota al meer specifiek aan bod gekomen en worden in het kader van deze zienswijze niet nogmaals herhaald.

Ambtshalve aanpassingen Regels en bijlagen bij de regels naar aanleiding van de advisering door de commissie voor de m.e.r.: In het verlengde van het advies van de commissie voor de m.e.r. zijn de navolgende (gele passages vormen wijzigingen ofwel aanvullingen) doorgevoerd: Invoeging van het begrip geurverordening: 6.36

geurverordening:

Verordening geurhinder en veehouderij 2017 gemeente Sint-Michielsgestel, zoals vastgesteld door de raad van de gemeente Sint-Michielsgestel in zijn openbare vergadering van 9 februari 2017; Vervanging van het begrip toename van stikstofemissie: 6.71 toename van stikstofemissie: a. Er is sprake van een toename van stikstofemissie van gronden en bouwwerken wanneer de emissie N/kg/jaar * meer bedraagt dan de emissie N/kg/jaar afkomstig van het ten tijde van de vaststelling van het plan feitelijk aanwezige en planologisch legale gebruik van de betreffende gronden en bouwwerken; b. Indien een gelijkblijvende of een afname van emissie N/kg/jaar afkomstig van het ten tijde van de vaststelling van het plan feitelijk aanwezige en planologisch legale gebruik van de betreffende gronden en bouwwerken een hogere stikstofdepositie veroorzaakt op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied, dan wordt dit eveneens beschouwd als een toename van stikstofemissie.

* wanneer in deze regels 'stikstofemissie' of 'emissie N/kg/jaar' wordt gebruikt, wordt de hiervan onderdeel uitmakende hoofdletter 'N' bedoeld als verzamelnaam voor NH3 (ammoniak) en NOx (stikstofoxiden). In 8.1.1 is de navolgende gele passage ingevoegd: ‘Intensieve veehouderij: Ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij' geldt voor de intensieve veehouderijactiviteiten het volgende:(…)’ In 8.2 is voorzien in de geel gearceerde aanpassingen:

47

j. het gebruiken of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken waarbij een toename van stikstofemissie plaatsvindt vanuit de betreffende gronden of bouwwerken. k. het gebruiken of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken behorende tot de inrichting, waarbij een toename van stikstofemissie plaatsvindt vanuit de betreffende inrichting. Artikel 8.3.1. is voorzien van aanpassingen zoals in geel aangegeven. Hierbij zijn de bijlagen bestaande uit de onherroepelijke Wnb vergunningen van Laar 31 en Nieuw Laar 5a uit de bijlagen bij de planregels verwijderd. Daarnaast is voorzien in een nieuwe bijlage voor maatregelen voor de werking van gecombineerde luchtwassers. In de bijlage bij de toelichting is voorzien in een passende beoordeling van het plan waarvan onderdeel uitmaakt het dossier dat dient voor de externe saldering bij Nieuw Laar 5a waarnaar in onderstaande planregel wordt verwezen:

8.3.1

Uitbreiding intensieve veehouderijactiviteiten

Uitbreiding van de veehouderijactiviteiten ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij' binnen de aanduiding 'bouwvlak' is uitsluitend in de vorm van een varkenshouderij en onder navolgende voorwaarden mogelijk: a.

b. c.

d.

e.

48

Het maximum aantal varkens in het plangebied bedraagt niet meer dan 12.878 dieren, waarbij geldt dat: 1. het maximumaantal varkens ter plaatse van Nieuw Laar 5a niet meer bedraagt dan 3.878; en 2. het maximumaantal varkens ter plaatse van Laar 31 niet meer bedraagt dan 9.000. De best beschikbare techniek voor het gehele bedrijf worden toegepast, waaronder mede begrepen een gecombineerd luchtwassersysteem met een maximaal geurverwijderingsrendement of hiermee gelijkwaardige technologie; Bij de toepassing van een gecombineerd luchtwassersysteem wordt tenminste voldaan aan het navolgende: 1. de uittredesnelheid van het gecombineerd luchtwassersysteem bedraagt te allen tijde minimaal 7 m/s; 2. voldaan dient te worden aan de maatregelen zoals bedoeld in Bijlage 7 bij deze regels ten behoeve van de waarborging van een goede werking van het gecombineerd luchtwassersysteem; 3. ter handhaving van de onder punt 1 en 2 gestelde voorwaarden, wordt voldaan aan de volgende algemeen geldende verplichtingen:  het bijhouden van een administratie van gegevens betreffende de continue monitoring van onder punt 1 en 2 genoemde maatregelen;  het bij het bedrijf bewaren van deze gegevens voor een periode van minimaal vijf jaar, en;  het ter inzage geven van deze gegevens op eerste aanvraag van een daartoe bevoegde ambtenaar.

Er vindt géén toename plaats van de stikstofemissie vanaf het betreffende agrarische bedrijf, tenzij de emissie afkomstig van het met deze omgevingsvergunning aangevraagde 'gebruik na wijziging van gronden en bouwwerken', ten opzichte van de emissie afkomstig van de feitelijke planologisch legale situatie ten tijde van de vaststelling van het plan vanuit die gronden en bouwwerken niet leidt tot een toename van stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol N/ha/jr op voor stikstofgevoelige habitats in enig Natura 2000-gebied. Of sprake is van een toename van stikstofdepositie als bedoeld onder d, dient als volgt te worden bepaald:

f.

g.

h.

49

er wordt een verschilberekening gemaakt met gebruik van de op het moment van indienen van de aanvraag om omgevingsvergunning meest actuele versie van het wettelijk voorgeschreven rekenmodel AERIUS Calculator. voor wat betreft Nieuw Laar 5a invulling wordt gegeven aan het navolgende: 1. het houden van vee ter plaatse van Onrooi 12 te Boxtel, zoals bedoeld in Bijlage 5 Passende beoordeling incl. bijlagen bestemmingsplan met verbrede reikwijdte en meer specifiek geduid in de hiervan onderdeel uitmakende bijlage 6, is beëindigd en verzekerd is dat hervatting van die activiteiten rechtens is uitgesloten. Er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een zorgvuldige veehouderij:, welke zijn opgenomen in de Nadere regels zorgvuldige veehouderij, zoals vastgesteld door Gedeputeerde Staten en geldend op het moment van vaststelling van dit bestemmingsplan: 1.

de ontwikkeling vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving en gelet op de volgende aspecten inpasbaar is in de omgeving:  er is rekening gehouden met de gevolgen van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling voor de in het plan begrepen gronden en de naaste omgeving, in het bijzonder wat betreft de bodemkwaliteit, de waterhuishouding, de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten, de cultuurhistorische waarden, de ecologische waarden, de aardkundige waarden en de landschappelijke waarden;  de omvang van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling, de omvang van de bebouwing en de beoogde functie, past in de omgeving gelet op de bestaande en toekomstige functies in de omgeving en de effecten die de ontwikkeling op die functies heeft, waaronder de effecten vanwege milieuaspecten en volksgezondheid;  een op de beoogde ruimtelijke ontwikkeling afgestemde afwikkeling van het personen- en goederenvervoer is verzekerd; 2.

is aangetoond dat de cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten als bedoeld in de Wet geurhinder en veehouderij, in de bebouwde kom niet hoger is dan 5 Ou / m3 en in het buitengebied niet hoger is dan 10 Ou/ m3, tenzij er -indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde geurnormen- maatregelen worden getroffen door de veehouderij die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, welke ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; 3. participatie heeft plaatsgevonden, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving in de planontwikkeling. In het kader van staldering geldt dat een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor een hokdierhouderij, door het oprichten of het in gebruik nemen van een gebouw als dierenverblijf, alleen is toegestaan als bewijs is overlegd dat: 1. binnen het stalderingsgebied bestaand dierenverblijf van een hokdierhouderij is gesaneerd door sloop of herbestemming waarbij het gebruik als dierenverblijf juridisch en feitelijk is beëindigd; 2. de oppervlakte van de sanering onder 1. ingeval van sloop tenminste 120% en in geval van herbestemming tenminste 200% bedraagt van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; 3. de sanering onder 1.

plaatsvindt in directe samenhang met het oprichten of in gebruik nemen van een gebouw als dierenverblijf en dat voor de sanering geen gebruik is gemaakt van een provinciale saneringsregeling. Voor dit plangebied wordt de toepassing van de ruimte voor ruimteregeling bij de sanering als bedoeld onder 1. hierbij niet aangemerkt als een provinciale saneringsregeling; 4. het bewijs dat aan de voorwaarden als vermeld onder 1 en 2 is voldaan, is uitgegeven door of namens gedeputeerde staten; 5. onder een bestaand dierenverblijf wordt verstaan: een feitelijk aanwezig, legaal opgericht dierenverblijf dat op grond van een omgevingsvergunning milieu, ex artikel 2.1, eerste lid onder e Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of de omgevingsvergunning beperkte milieutoets, ex artikel 2, eerste lid, onder i Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of melding, ex artikel 1.10 Activiteitenbesluit milieubeheer, op 17 maart 2017 en de daaraan voorafgaande drie jaar onafgebroken bedrijfsmatig is gebruikt voor het houden van landbouwhuisdieren.

i. j. k.

de ontwikkeling geen belemmering vormt uit oogpunt van externe veiligheid; de ontwikkeling dient hydrologisch neutraal te zijn; op basis van een erfbeplantingsplan dient de landschappelijke inpassing verzekerd te zijn.

Voor de toepassing van dit artikel geldt dat met het oog op een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en de borging hiervan, dat het bevoegd gezag overeenkomstig het bepaalde in artikel 7af lid 14 en 15 van het Besluit uitvoering Crisis en herstelwet (zoals dat luidde ten tijde van vaststelling van dit plan): l.

in afwijking van artikel 3, vierde lid, van de Wet geurhinder en veehouderij (zoals dat luidde ten tijde van vaststelling van dit plan) als voorwaarde bij verlening van deze omgevingsvergunning bepaalt dat: 1. de toename van de geurbelasting ten gevolge van die wijziging minder bedraagt dan de helft van de vermindering van de geurbelasting die het gevolg zou zijn van de toegepaste geurbelastingreducerende maatregel bij het eerder vergunde veebestand; of 2. de totale geurbelasting na die wijziging minder bedraagt dan het gemiddelde van de in de geurverordening vastgelegde waarde en de geurbelasting die de inrichting voorafgaand aan het toepassen van de maatregel veroorzaakte. m. in afwijking van de artikelen 3.115, tweede lid, aanhef en onder b, en 3.118, tweede lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer (zoals dat luidde ten tijde van vaststelling van dit plan) als voorwaarde bij verlening van deze omgevingsvergunning voor de uitbreiding van een dierenverblijf bij maatwerkvoorschrift bepaalt dat de geurbelasting, bedoeld in artikel 3.115, tweede lid, onder b, van dat besluit (zoals dat luidde ten tijde van vaststelling van dit plan), minder bedraagt dan het in dat lid bedoelde gemiddelde.

Bijlage 7

Maatregelen ten behoeve van goede werking luchtwassers

Maatregelen die in het kader van de toepassing van artikel 8.3.1 lid c onder 2 aan de orde zijn ten behoeve van de waarborging van een goede werking van het gecombineerd luchtwassersysteem: A. Voldaan moet worden aan de eisen voor luchtwassers zoals opgenomen in paragraaf 3.5.8 van het Activiteitenbesluit (artikelen 3.124, 3.125 en 3.126) en eisen voor monitoring zoals opgenomen in de Regeling Activiteitenbesluit milieubeheer (artikel 3.99 en 3.100): 1. In een elektronisch monitoringsysteem worden ieder uur de waarden van in ieder geval de volgende parameters geregistreerd: a) de zuurgraad van het waswater; b) de geleidbaarheid van het waswater in milliSiemens per centimeter;

50

c) de spuiwaterproductie in kubieke meter; d) de drukval over het filterpakket in pascal; e) het elektriciteitsverbruik van de waswaterpomp in kilowatt uur. Van de parameters onder c en e worden tevens de cumulatieve waarden geregistreerd. 2. Het waswater van het luchtwassysteem is voorzien van een laagdebietalarmering. 3. De geregistreerde waarden van de parameters worden gedurende ten minste vijf jaar binnen de inrichting bewaard. 4. Voor de registratie van voorgaande parameters zijn doelmatige meetvoorzieningen aanwezig die voldoen aan het volgende: a) Voor het meten van de spuiwaterproductie is per spuiwaterstroom in de spuileiding een elektromagnetische flowmeter geïnstalleerd. b) Ten minste eenmaal per zes maanden worden de EC-elektrode en de pH-elektrode gekalibreerd door een deskundige op het gebied van het kalibreren van elektrodes. c) Bewijzen van de kalibraties worden gedurende ten minste vijf jaar binnen de inrichting bewaard. B. Voldaan moet worden aan de regels voor gedragsvoorschriften zoals opgenomen in artikel 3.101 van de Activiteitenregeling: 1.

In gedragsvoorschriften wordt ten minste aangegeven: a) wanneer en op welke wijze de schoonmaak en het onderhoud van het luchtwassysteem door een deskundige op het gebied van luchtwassystemen zullen plaatsvinden; b) wanneer en op welke wijze de visuele controles en schoonmaak van het luchtwassysteem door de drijver van de inrichting zullen plaatsvinden; c) op welke wijze de waarden en instellingen van het luchtwassysteem die bepalend zijn voor de goede werking worden gecontroleerd, en d) welke maatregelen onmiddellijk worden getroffen als uit de registratie blijkt dat de parameters die van belang zijn voor een goede werking worden overschreden. C. Voldaan moet worden aan de eisen van de stalbeschrijving (leaflet) van de toegepaste

51

gecombineerde luchtwasser: 1. Instelling parameters en controle: a) de zuurgraad van het waswater in de biologische luchtwassers is minimaal gelijk aan pH = 6,5 en mag niet meer zijn dan pH = 7,5 b) de geleidbaarheid van het waswater in de gecombineerde luchtwasser is maximaal 20 mS/cm 2. Reiniging: a) reiniging filterpakket in de biologische wasser minimaal éénmaal per jaar b) reiniging druppelvanger minimaal éénmaal per jaar c) reiniging van de wateropvangbak (afvoer gesuspendeerd materiaal) minimaal éénmaal per zes maanden. 3. Onderhoud: a) met betrekking tot het onderhoud van het luchtwassysteem dienen in overeenstemming met het Activiteitenbesluit milieubeheer gedragsvoorschriften te worden opgesteld. Registratiesysteem: b) het meet- en registratiesysteem dient te worden gebruikt, gecontroleerd en onderhouden zoals is opgenomen in het Activiteitenbesluit milieubeheer. D. Aanvullend op de onder sub A t/m C weergegeven eisen moet voldaan worden aan de volgende extra maatregelen om een goede werking te kunnen waarborgen: 1. In de gedragsvoorschriften moet worden vastgelegd op welke wijze de geregistreerde data worden verwerkt en gepresenteerd. 2. Bijhouden van calamiteiten, uitgevoerd onderhoud, reparaties en storingen in een papieren logboek. 3.

Een onderhoudscontract met de leverancier of een andere deskundige partij voor jaarlijkse controle, het onderhoud van het luchtwassysteem en het uitvoeren van een onderhoudsbeurt waaronder de halfjaarlijkse kalibratie van de pH- en EC-elektroden. Ook gaat het onderhoudscontract in op taken voor de veehouder.

52

4. Uitbreiding van het elektronisch logboek met één of meerdere debietmeters bij de waswaterpomp(en). 5. Toepassen van een automatische doseerinstallatie voor de Ph-regeling en meten en registreren van verbruik aan zuur of base. 6. Definiëren van de locatie van de pH-meting, waarop de voorgeschreven pH range is gebaseerd. 7. De pH- en EC-meter in de luchtwasser dient éénmaal per zes maanden gecontroleerd te worden met bijvoorbeeld een handmeter, zodat mogelijke afwijkingen in de sensoren worden geconstateerd en deze dan opnieuw gekalibreerd kunnen worden of vervangen indien noodzakelijk. 8. Emissie-metingen met sensortechnologie. De ammoniaksensoren moeten zo geplaatst worden dat deze voortdurend het ammoniakgehalte van de ingaande en van de uitgaande lucht meten. Het ventilatiedebiet moet gemeten en gelogd worden. De informatie die beschikbaar is in de klimaatcomputer moet worden ontsloten en toegepast ten behoeve van de metingen. E. Indien uit metingen blijkt dat de gemeten emissies het emissieplafond, zoals bedoeld in artikel 8.3.1 lid d, overschrijden dient de veehouder direct en adequaat bij te sturen en de noodzakelijk maatregelen te treffen om te zorgen dat de gemeten ammoniakemissie voldoet aan het emissieplafond. Dit kunnen maatregelen zijn ten aanzien van techniek, voer, temperatuur of luchtinlaat, maar ook het houden van minder varkens. In artikel 8.4.

zijn navolgende gele passages ingevoegd:

8.4 Bouwregels bouwvlak Binnen de locatie 'Agrarisch' gelden binnen het bouwvlak de volgende bouwregels: Bouwregel Bedrijfsgebouwen:

53

Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit

1. Maximale bouwhoogte

11 m

Zie hiervoor 8.6

2. Maximale goothoogte

6m

Zie hiervoor 8.6

3. Maximale oppervlakte bij een Bestaande oppervlakte agrarische bedrijf in de vorm van een intensieve veehouderij ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij'

Zie hiervoor 8.6

4. Maximale oppervlakte bij een n.v.t. met dien verstande dat het agrarisch bedrijf niet zijnde een bepaalde in 8.5 in acht moet intensieve veehouderij worden genomen In artikel 8.6.1 is voorzien in een nieuwe bepaling die in onderling verband staat met de bovenstaande aanvulling op 8.4: 8.6.1 Het uitbreiden van bedrijfsgebouwen ten behoeve van een intensieve veehouderij Het uitbreiden van de oppervlakte van bedrijfsgebouwen ten behoeve van een intensieve veehouderij ter plaatse van de de aanduiding 'bouwvlak' welke samenvalt met de aanduiding 'intensieve veehouderij' is in afwijking van het bepaalde in artikel 8.4 toegestaan indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 8.3.1 wordt tevens voldaan; 2. het bepaalde in 8.5 blijft onverminderd van toepassing. In artikel 9.2 wordt voorzien in de geel gearceerde aanpassingen: h. het gebruiken of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken waarbij een toename van stikstofemissie plaatsvindt vanuit de betreffende gronden of bouwwerken. i. het gebruiken of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken behorende tot de inrichting, waarbij een toename van stikstofemissie plaatsvindt vanuit de betreffende inrichting. In 10.2 wordt voorzien in de geel gearceerde aanpassingen: j.

het gebruiken of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken waarbij een toename van stikstofemissie plaatsvindt vanuit de betreffende gronden of bouwwerken. k. het gebruiken of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken behorende tot de inrichting, waarbij een toename van stikstofemissie plaatsvindt vanuit de betreffende inrichting.

54

Bijlage 3 bij de planregels met landschapsinpassingsplannen is geactualiseerd. Er is voorzien in een inleidende paragraaf waarin de vertaalslag van het landschapsplan voor het gebied Laar – Nieuw Laar naar de concrete inpassingsplannen op perceelsniveau is geduid. De inplassingsplannen op perceelsniveau zijn hierbij geactualiseerd door onder andere te voorzien maatregelpakketten voor de inpassingen die meer concreet zijn en daarmee ook handhaafbaar.

55

Overige ambtshalve aanpassingen in de planregels en bijlagen bij de planregels: •

Er is voorzien in een begrip voor de SAB: 6.87 SAB: Stichting Advisering Buitengebied. De Stichting Advisering Buitengebied is een koepelstichting, waarin de Vereniging van Brabantse Gemeenten (VBG), de Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie (ZLTO) en de provincie Noord-Brabant zitting hebben. Onder de koepelstichting zijn drie dochterstichtingen ingesteld. Deze stichtingen adviseren de Brabantse gemeenten over voorgenomen bedrijfsontwikkelingen in het buitengebied. 

 

de stichting Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen; de stichting Adviescommissie Toerisme & Recreatie; de stichting Adviescommissie Glastuinbouw.

•

Het bepaalde in 8.6.6. en 9.4.3 wordt verwijderd uit de planregeling nu dit niet voorziet in een meerwaarde ten opzichte van bepalingen voor werken – en werkzaamheden gerelateerd aan de aanduiding ‘archeologische verwachtingswaarde 2’.

•

Er wordt voorzien in de geel gearceerde aanvullingen in artikel 8.4 in de tabel onder 7:

7. Dakhelling

•

Er wordt voorzien in een kap

Voor de landschapsinpassing voor het perceel Laar 19 is voorzien in navolgende aanvulling van de planregels:

10.1.1 Specifieke gebruiksregels a

56

zonder kap, mits dit niet leidt tot onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de locatie en niet leidt tot onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing

•

Gebruik overeenkomstig de functietoedeling 'Bedrijf' ter plaatse van de aanduiding 'Specifieke vorm van bedrijf - 7' is toegestaan, mits in de belendende bestemming 'Groen - Landschappelijke inpassing' overeenkomstig Bijlage 3 Landschapsinpassing diverse percelen gebundeld bij de regels binnen een jaar na onherroepelijk worden van dit plan in een landschappelijk inpassingsplan is voorzien en de realisatie en instandhouding wordt uitgevoerd overeenkomstig hetgeen is vermeld in deze bijlage.

•

In 10.2 wordt voor wat betreft het gebruiksverbod met de tekst ‘- buitenopslag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - 6' meer dan 2000 m3.’ uitgegaan van de nieuwe gele passage. Hier stond eerst ‘minder’.

•

In de tabel bij artikel 10.4 wordt voorzien in de verwijdering van het geel gearceerde deel vwb de bepaling over de dakhelling. Abusievelijk wordt hier gesproken over een bedrijventerrein terwijl het de functietoedeling bedrijf betreft binnen een omgeving met meerdere voorkomende functietoedelingen:

7. Dakhelling

•

kap, mits dit niet leidt tot onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van het bedrijventerrein en niet leidt tot onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

In artikel 15.2.2. wordt voorzien in de geel gearceerde aanvulling (herstel van onvolkomenheid) :

15.2.2 Voorwaardelijke verplichting cultuurhistorische waarden Onverminderd het bepaalde in 15.4.1 is de splitsing van een woning met de aanduiding 'cultuurhistorische waarden' in twee wooneenheden en het gebruik van deze twee wooneenheden toegestaan, mits:

57

een splitsing van de woning bijdraagt aan het behoud en herstel van de onderkende cultuurhistorische waarden als bedoeld in Bijlage 4 CHW waardestellingen wederopbouwboerderijen. • •

15.5

In 15.3.1. lid f wordt de letter o toegevoegd aan het woord ‘pgenomen’ waarmee deze kennelijke verschrijving wordt hersteld naar ‘opgenomen’ De navolgende ten opzichte van in het buitengebied van Sint-Michielsgestel gangbare en nog ontbrekende afwijkingsbevoegdheden worden toegevoegd aan de planregeling:

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan een afwijking verlenen voor: 15.5.1 Herbouw woning buiten de fundering van de bestaande woning Herbouw van de woning buiten de fundering van de bestaande woning is toegestaan, indien is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e. f. g. h.

dit vanuit het verkeersbelang/verkeersveiligheid dan wel vanuit een beter woonmilieu wenselijk is; de afstand tot de weg mag niet meer bedragen dan noodzakelijk is in verband met het verkeersbelang dan wel het woonmilieu; er dienen zich geen overwegende bezwaren van natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, water- en bodemhuishoudkundige of milieuhygiënische aard voor te doen; er sprake is van een sterke verbetering van de beeldkwaliteit in de directe omgeving; vervangende nieuwbouw van de woning of bijgebouwen dient gepaard te gaan met sloop van overtollige bebouwing. Voor elke 500 m² die wordt gesloopt mag de woning met 50 m³ worden vergroot tot een maximum van 850 m³; in het geval dat de te vervangen woning een cultuurhistorisch waardevol object betreft, is een advies van de gemeentelijke monumentencommissie noodzakelijk; op basis van een erfbeplantingsplan dient de landschappelijke inpassing verzekerd te zijn; bij het samenvoegen van de vierkante meters van verschillende te slopen bouwwerken mag het nieuwe bijgebouw geen bedrijfsmatige uitstraling krijgen.

15.5.2 De vergroting van de woning en bijgebouwen, aan- en uitbouwen in geval van afbraak De woning en/of bijgebouwen, aan- en uitbouwen mogen worden vergroot, indien is voldaan aan de volgende voorwaarden: a.

58

indien het gezamenlijk oppervlak van de bijgebouwen op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerp-bestemmingsplan groter is dan 100 m² geldt het volgende: 1. bij afbraak van voornoemd(e) bijgebouw(en), mag het onder a. genoemde oppervlak worden verhoogd onder de volgende voorwaarden:  de verhoging bedraagt 50% van het oppervlak van het te slopen surplus aan gebouw(en);  het maximaal toegestaan totale oppervlakte aan bijgebouwen, bedraagt, na bedoelde afbraak, echter 200 m²;  de woning mag worden vergroot, gerelateerd aan de oppervlakte bijgebouwen die worden gesloopt; 2. voor elke 500 m² die wordt gesloopt, mag de woning met 50 m³ worden vergroot;

3. 4.

de inhoud van de woning mag – in totaliteit – niet meer dan 850 m³ bedragen; op basis van een erfbeplantingsplan dient de landschappelijke inpassing verzekerd te zijn.

15.5.3 Inpandige vergroting van de woning De inhoud van de bestaande woning mag worden vergroot, indien voldaan is aan de volgende voorwaarden: a. b.

het een inpandige verbouwing van een karakteristieke boerderij betreft; het karakteristieke beeld van de boerderij niet wordt aangetast.

15.5.4 Bijbehorende bouwwerken op perceelsgrens Het bouwen van bijbehorende bouwwerken op de perceelsgrens is toegestaan indien voldaan is aan de volgende voorwaarden: a.

de situering van de bijbehorende bouwwerken is stedenbouwkundig aanvaardbaar;

b.

er dienen zich geen overwegende bezwaren van natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, verkeerskundige, water- en bodemhuishoudkundige of milieuhygiënische aard voor te doen.

15.5

Afwijken van de bouwregels:

Het bevoegd gezag kan een afwijking verlenen voor: 15.5.1 Herbouw woning buiten de fundering van de bestaande woning Herbouw van de woning buiten de fundering van de bestaande woning is toegestaan, indien is voldaan aan de volgende voorwaarden: c. dit vanuit het verkeersbelang/verkeersveiligheid dan wel vanuit een beter woonmilieu wenselijk is; d. de afstand tot de weg mag niet meer bedragen dan noodzakelijk is in verband met het verkeersbelang dan wel het woonmilieu; e. er dienen zich geen overwegende bezwaren van natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, water- en bodemhuishoudkundige of milieuhygiënische aard voor te doen; f. er sprake is van een sterke verbetering van de beeldkwaliteit in de directe omgeving; g. vervangende nieuwbouw van de woning of bijgebouwen dient gepaard te gaan met sloop van overtollige bebouwing. Voor elke 500 m² die wordt gesloopt mag de woning met 50 m³ worden vergroot tot een maximum van 850 m³; h. in het geval dat de te vervangen woning een cultuurhistorisch waardevol object betreft, is een advies van de gemeentelijke monumentencommissie noodzakelijk; i. op basis van een erfbeplantingsplan dient de landschappelijke inpassing verzekerd te zijn; j. bij het samenvoegen van de vierkante meters van verschillende te slopen bouwwerken mag het nieuwe bijgebouw geen bedrijfsmatige uitstraling krijgen. 15.5.2

59

De vergroting van de woning en bijgebouwen, aan- en uitbouwen in geval van afbraak

De woning en/of bijgebouwen, aan- en uitbouwen mogen worden vergroot, indien is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. indien het gezamenlijk oppervlak van de bijgebouwen op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerp-bestemmingsplan groter is dan 100 m² geldt het volgende: 1. bij afbraak van voornoemd(e) bijgebouw(en), mag het onder a. genoemde oppervlak worden verhoogd onder de volgende voorwaarden:  de verhoging bedraagt 50% van het oppervlak van het te slopen surplus aan gebouw(en);  het maximaal toegestaan totale oppervlakte aan bijgebouwen, bedraagt, na bedoelde afbraak, echter 200 m²;  de woning mag worden vergroot, gerelateerd aan de oppervlakte bijgebouwen die worden gesloopt; 2. voor elke 500 m² die wordt gesloopt, mag de woning met 50 m³ worden vergroot; 3. de inhoud van de woning mag – in totaliteit – niet meer dan 850 m³ bedragen; 4. op basis van een erfbeplantingsplan dient de landschappelijke inpassing verzekerd te zijn. 15.5.3 Het bouwen van meer dan 1 hectare en dieper dan 0,5 meter onder het huidige maaiveld binnen de aanduiding 'archeologische verwachtingswaarde 2' Het bouwen van meer dan 1 hectare en dieper dan 0,5 meter onder het huidige maaiveld ter plaatse van de aanduiding 'archeologische verwachtingswaarde 2' is toegestaan indien onder andere voldaan is aan één van de volgende voorwaarden: a.

de aanvrager van de afwijking blijkens archeologisch onderzoek heeft aangetoond dat op de betrokken bouwlocatie geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. de aanvrager van de afwijking een rapport heeft overlegd waarin wordt aangetoond dat de archeologische waarden van het terrein naar het oordeel van de burgemeester en wethouders in voldoende mate wordt veiliggesteld; c. de betrokken archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade wordt voorkomen door aan de afwijking regels te verbinden, gericht op: 1. het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. het doen van opgravingen; 3. het begeleiden van de bodemverstorende ingrepen door een archeologisch deskundige. 15.5.4 Inpandige vergroting van de woning De inhoud van de bestaande woning mag worden vergroot, indien voldaan is aan de volgende voorwaarden: d. het een inpandige verbouwing van een karakteristieke boerderij betreft; e. het karakteristieke beeld van de boerderij niet wordt aangetast. 15.5.5 Bijbehorende bouwwerken op perceelsgrens Het bouwen van bijbehorende bouwwerken op de perceelsgrens is toegestaan indien voldaan is aan de volgende voorwaarden: a. de situering van de bijbehorende bouwwerken is stedenbouwkundig aanvaardbaar; b.

er dienen zich geen overwegende bezwaren van natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, verkeerskundige, water- en bodemhuishoudkundige of milieu hygiënische aard voor te doen. •

60

De navolgende ten opzichte van in het buitengebied van Sint-Michielsgestel gangbare en nog ontbrekende afwijkingsbevoegdheden worden toegevoegd aan de planregeling:

16.5

Afwijken van de bouwregels

16.5.1 Bijbehorende bouwwerken op perceelsgrens Het bouwen van bijbehorende bouwwerken op de perceelsgrens is toegestaan indien voldaan is aan de volgende voorwaarden: a. de situering van de bijbehorende bouwwerken is stedenbouwkundig aanvaardbaar; b. er dienen zich geen overwegende bezwaren van natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, verkeerskundige, water- en bodemhuishoudkundige of milieuhygiënische aard voor te doen. • •

• •

61

De artikelen 9.4, 10.3, 10.6, 12.4, 13.4, 15.3, 16.3 en 20.4 worden zodanig redactioneel gewijzigd dat deze voldoen aan het bepaalde in artikel 7c lid 14 Besluit uitvoering Crisis en Herstelwet door te bepalen dat een omgevingsvergunning wordt verleend indien aan de voorwaarden is voldaan. De artikelen 21.3, 22.3 en 23.3 (die betrekking hebben op het aspect archeologie) worden zodanig gewijzigd dat niet meer wordt uitgegaan van het instrument omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 7c lid 14 Besluit uitvoering Crisis en Herstelwet, maar van een reguliere omgevingsvergunning voor afwijken van de regels als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder c, van de Wet ruimtelijke ordening. De bijlage bij de planregels die ziet op de ontheffingsaanvraag Wnb voor Laar 27 is op basis van nader onderzoek komen te vervallen. De bijlage bij de planregels waarin de landschapsinpassing voor Laar 31 is vervat, wordt gewijzigd op verzoek van het waterschap in die zin dat de landschapsinpassing aan de oostelijke / rechter zijde van de Wambergsebeek 5 meter terug wordt gelegd om hiermee de onderhoudsstrook van het waterschap vrij te houden. In dit verband is mede de tabel met concrete landschapsinpassing maatregelen geactualiseerd.

Overige ambtshalve aanpassingen in de toelichting en bijlagen bij de toelichting: • • • • •

62

De toelichting is geactualiseerd aan de hand de resultaten van deze nota van zienswijzen en ambtshalve aanpassingen; De aanvullingen op het Plan-MER incl. passende beoordeling zijn redactioneel verwerkt in de plantoelichting; Het eindadvies van de commissie voor de m.e.r. is in de plantoelichting verwerkt alsmede het gevolg wat hieraan wordt gegeven in het gewijzigd vast te stellen bestemmingsplan; De toelichting is voor wat betreft de waterparagraaf aangevuld op verzoek van het waterschap teneinde in enkele redactionele ambtshalve aanvullingen te voorzien; De bijlagen bij de plantoelichting zijn gewijzigd door: o Invoeging van de aanvulling op het Plan-MER; o Invoeging van het toetsingadvies van de commissie voor de m.e.r. o Invoeging van de passende beoordeling incl bijlagen van het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte; o Vervanging van de notitie vleesmuisonderzoek Laar 27 door een geactualiseerde versie op basis van nader onderzoek; o Vervanging van de ruimtelijke onderbouwing inclusief voor de camping op het perceel Schellekesveld 7 door een geactualiseerde versie; o Vervanging van het ontwerpbesluit Hogere grenswaarde Wet geluidhinder door een definitief besluit Hogere grenswaarde Wet geluidhinder; o Vervanging van de bijlage met een overzicht van de ruimte voor ruimtedossiers door een geactualiseerde versie.

Verbeelding aanpassingen ambtshalve De navolgende wijzigingen zijn verbeeld in het totaaloverzicht van wijzigingen dat hierna volgt: • • • • • • • •

63

Het bestemmingsvlak ‘Wonen – 2’ van de locatie Plein 26 is gewijzigd naar een bestemmingsvlak ‘Wonen-1’ in combinatie met de toevoeging van een bouwvlak en de aanduiding ‘cultuurhistorische waarden’. Het bestemmingsvlak ‘Wonen – 2’ naast Schellekesveld naast 7/7a wordt voorzien van een bouwvlak. Het bestemmingsvlak ‘Bedrijf’ ter plaatse van Groenstraat 28 wordt teruggebracht naar de geldende omvang (ivm ontbreken wens uitbreidingsmogelijkheid met bijbehorende verplichtingen). Het bestemmingsvlak en bouwvlak voor Groenstraat 27 wordt zodanig aangepast dat dit enkel op kadastraal perceel met nummer 1495 is gelegen. Hierbij wordt voor het naastgelegen perceel met kadastraal nummer 1494 voorzien in de aanduiding voor een bestaande veldschuur. De verbeelding bij Laar 31 wordt voor wat betreft de bestemming ‘Groen – landschappelijke inpassing’ gewijzigd door deze bestemming 5 meter terug te leggen ten opzichte van de Wambergsebeek aan de oostelijke / rechterzijde van deze beek ten behoeve van de vrije onderhoudsstrook van het waterschap. De verbeelding voor Laar 19 wordt gewijzigd door te voorzien in een uitbreiding van de bestemming ‘Groen- Landschappelijke inpassing’. Het bestemmingsvlak en bouwvlak wordt voor de locaties Koesteeg 7 / 7a in overeenstemming gebracht met de bestaande situatie.

De percelen Laar 27, nieuwe ruimte voor ruimte kavels bij Laar 11 en nieuwe ruimte voor ruimte kavels naast c.q. links van Schellekesveld 14 worden voorzien van een aanduiding ‘overige zone – voorwaardelijke verplichting numeriek’ op de verbeelding.

Totaaloverzicht van wijzigingen: Regels en bijlagen bij de regels: 

 

 

5. 6.

64

In artikel 8.3.2., 8.3.3. en 8.3.4, alsmede artikel 15.3.1, 15.3.2, 15.3.3., alsmede artikel 16.3.1, 16.3.2., 16.3.3 en 18.2.1 is voorzien in de navolgende bepaling: ‘indien gebouwen voor deze functie worden uitgebreid dan dient dit gecombineerd te worden met een kwaliteitsverbetering van het landschap overeenkomstig het bepaalde in provinciale omgevingsverordening.’. In de vast te stellen versie van artikel 8.6.5 en artikel 8.6.7 van de planregels is voorzien in een aanvullende navolgende voorwaarde: ‘voorzover hierbij de totale omvang van een bouwperceel van 1,5 ha niet wordt overschreden.’ Aan artikel 8.6.2, 8.6.4 en 8.6.5 wordt in de vast te stellen versie de navolgende voorwaarde toegevoegd: de ontwikkeling dient gecombineerd te worden met een kwaliteitsverbetering van het landschap overeenkomstig het bepaalde in provinciale omgevingsverordening. Naar analogie van het bepaalde in artikel 23.7.1 Buitengebied Sint-Michielsgestel 3e actualisatie wordt voorzien in wijzigingsbevoegdheid 15.8.1 ten behoeve van woningsplitsing met een inhoudelijk overeenkomende redactie.

In artikel 15.1 van de planregels wordt voorzien in de invoeging van een nieuw lid g onder her nummering van overige artikelleden met de volgende inhoud: ‘ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - 4' kleinschalige bedrijvigheid tot en met een maximum milieucategorie 2 als bedoeld in Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten in categorie 1 en 2 alsmede een vakantiewoning met een gezamenlijk begane grondvloeroppervlakte van 315 m2; In artikel 15.4.2 lid a van de planregels wordt voorzien in de invoeging van een nieuw sub 5 met de volgende inhoud: ‘in afwijking van het bepaalde in lid a onder 1 tot en met 3 bedraagt de maximum oppervlakte van bijbehorende bouwwerken 364 m2 ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - 4';’ Voorzien wordt in een ambtshalve aanpassing van de planregels door in artikel 15.4.1: a. een nieuw lid b in te voegen onder hernummering van overige artikelleden met de volgende inhoud: de woning dient op minimaal 50% ter plaatse van de bestaande fundering van de woning te worden opgericht bij herbouw tenzij er sprake is van nieuwbouw van een woning; b. een nieuw lid d in te voegen onder hernummering van overige artikelleden met de volgende inhoud: ‘de maximale goothoogte van de woning bedraagt 6 meter en de maximale hoogte bedraagt 10 meter;’ c.

een nieuw lid e in te voegen onder hernummering van overige artikelleden met de volgende inhoud: ‘het hoofdgebouw moet zijn voorzien van een kap met een dakhelling van ten minste 25° en ten hoogste 60°’, met dien verstande dat deze dakhelling niet geldt bij een gebogen kap; Het landschap inpassingsplan voor Oud Laar 17 (dat onderdeel vormt van een bijlagenboek bij de planregels) maakt in definitieve vorm geen vermelding meer van de term ‘open houden’ op een niet bij de ontwikkeling betrokken perceel. De landschapsinpassing voor de ontwikkellocatie van de 4 ruimte voor ruimte kavels aan de Nieuweweg wordt gewijzigd. Hierbij wordt uitgegaan van de navolgende opzet (een vergrote weergave is opgenomen in bijlage 3 bij de planregels van het vast te stellen bestemmingsplan):

7.

In artikel 16.1 onder d van de planregels wordt voorzien in de geel gearceerde aanvullingen: ‘ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - 1' kleinschalige bedrijvigheid met een maximum milieucategorie 2 als bedoeld in Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten in categorie 1 en 2 alsmede een opslagbedrijf en met een maximum gezamenlijk bruto vloeroppervlakte van 900 m2;’

8.

In artikel 16.4.2 onder a en onder a sub 4 wordt voorzien in de geel gearceerde aanvullingen:

16.4.2 Bijbehorende bouwwerken binnen het bouwvlak Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen: c.

65

de oppervlakte van al dan niet met vergunning gebouwde bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied: bedraagt niet meer dan: 1. in geval van een bebouwingsgebied kleiner dan of gelijk aan 100 m2: 50% van dat bebouwingsgebied; 2. in geval van een bebouwingsgebied groter dan 100 m 2 en kleiner dan of gelijk aan 300 m2: 50 m2, vermeerderd met 20% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m2; 3. in geval van een bebouwingsgebied groter dan 300 m 2: 90 m2, vermeerderd met 10% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 300 m 2, tot een maximum van in totaal 150 m2; 4. in afwijking van het bepaalde in lid a onder 1 tot en met 3 bedraagt de maximum oppervlakte van bijbehorende bouwwerken 1200 m2 ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - 1';

9. In bijlage 3 bij de planregels worden de afbeeldingen die betrekking hebben op de landschapsinpassing van de 2 ruimte voor ruimte kavels naar Schellekesveld 14 vervangen door onderstaande versie:

10. De planregels worden voor de twee ruimte voor ruimte woningen belendend aan Schellekesveld 14 (en tevens ambtshalve voor andere locaties) aangevuld met een integraal vervangen artikel 16.2.4 dat als volgt luidt (en waarbij de aanduiding overige zone - voorwaardelijke verplichting 3 betrekking heeft op bovenstaande locatie): 16.2.4 Voorwaardelijke verplichting 3 ontwikkellocaties ruimte voor ruimte Het (doen/laten) gebruik(en) van de bestemming 'Wonen - 2' ter plaatse van: a.

b.

c.

66

de aanduiding 'overige zone - voorwaardelijke verplichting 1', voorzover het betreft één nog op te richten vrijstaande woning, is uitsluitend toegestaan indien de oppervlakte aan voormalige intensieve veehouderijbebouwing, gelijkstaand aan 1127 m2 ter plaatse van Laar 27 te Berlicum, is gesloopt, maximaal 1 jaar na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan; de aanduiding 'overige zone - voorwaardelijke verplichting 2', voorzover het betreft één nog op te richten vrijstaande woningen, is uitsluitend toegestaan indien de oppervlakte aan voormalige intensieve veehouderijbebouwing, gelijkstaand aan 929,79 m2 ter plaatse van Laar 11 te Berlicum, is gesloopt, maximaal 1 jaar na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan; de aanduiding 'overige zone - voorwaardelijke verplichting 3', voorzover het betreft twee nog op te richten vrijstaande woning, is uitsluitend toegestaan indien de oppervlakte aan voormalige intensieve veehouderijbebouwing, gelijkstaand aan 1370 m2 ter plaatse van Schellekesveld 2 te Berlicum, is gesloopt, maximaal 1 jaar na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan.

11. De planregels voor de camping bij Schellekesveld 7/7a worden als volgt gewijzigd: 1. In artikel 8.1 wordt lid v verwijderd vanwege de plaatsing binnen een verkeerde functietoedeling; 2. In artikel 8.5 lid 1 wordt de bouwregel voor de camping verwijderd; 3. In artikel 9.1 wordt een nieuw lid h opgenomen met de volgende inhoud: ‘ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - recreatie' een camping met een maximum van 35 kampeerplaatsen binnen de begrenzing van deze aanduiding in het plangebied.’ 4. Een nieuw artikel 9.1.1 wordt ingevoegd met de volgende redactie: 9.1.1 Voorwaardelijke verplichting landschapsinpassing camping Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - recreatie' is gebruik overeenkomstig de functietoedeling toegestaan, mits de bestaande landschapsinpassing in de belendende bestemming 'Groen - Landschappelijke inpassing' in stand wordt gehouden en binnen 1 jaar na het onherroepelijk worden van dit plan wordt voorzien in de realisatie en instandhouding van een aanvullende landschapsinpassing in de vorm van een bladhoudende haag ter plaatse van een inrit zoals opgenomen in Bijlage 3 Landschapsinpassing diverse percelen gebundeld onder 2.8. 5.

6.

7. 8.

In artikel 9.3 onder 1 wordt de bouwregel aangevuld met navolgende gele passage die betrekking heeft op de camping: ‘Gebouwen en bijbehorende bouwwerken in de vorm van aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen zijn niet toegestaan. In afwijking hiervan zijn ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - recreatie' binnen het plangebied gebouwen ten behoeve van sanitair en een gemeenschappelijke ruimte toegestaan in een maximum begane grond vloeroppervlakte van 220 m2 en met een maximale bouwhoogte van 5 meter.’. In artikel 15.1 wordt voorzien in een nieuw lid o met de navolgende inhoud: ‘ ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - recreatie' een camping met een maximum van 35 kampeerplaatsen binnen de begrenzing van deze aanduiding in het plangebied.’ Artikel 15.2.1 onder d wordt aangevuld met de navolgende gele passage: kamperen, met uitzondering van kamperen dat plaatsvindt ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - recreatie'; Een nieuw artikel 15.2.3 wordt ingevoegd met de navolgende redactie: 15.2.3 Voorwaardelijke verplichting landschapsinpassing camping Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - recreatie' is gebruik overeenkomstig de functietoedeling toegestaan, mits de bestaande landschapsinpassing in de belendende bestemming 'Groen - Landschappelijke inpassing' in stand wordt gehouden en binnen 1 jaar na het onherroepelijk worden van dit plan wordt voorzien in de

realisatie en instandhouding van een aanvullende landschapsinpassing in de vorm van een bladhoudende haag ter plaatse van een inrit zoals opgenomen in Bijlage 3 Landschapsinpassing diverse percelen gebundeld onder 2.8.

9.

67

In artikel 15.4.2 onder a wordt een nieuw sub 6 ingevoegd met de volgende inhoud: in afwijking van het bepaalde in lid a onder 1 tot en met 3 kan de toegestane oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken zoals bedoeld in lid a onder 1 tot en met 3 ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - recreatie' worden vermeerderd met een maximum begane grond vloeroppervlakte van 220 m2 voor gebouwen ten behoeve van sanitair en een gemeenschappelijke ruimte , voorzover hierbij binnen het

plangebied het maximum begane grond vloeroppervlakte van 220 m2 voor gebouwen ten behoeve van sanitair en een gemeenschappelijke ruimte niet wordt overschreden. 10. In artikel 15.4.2 onder e wordt voorzien in een aanvulling met de navolgende gele passage: de maximale goothoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 3,5 meter en de maximale hoogte 6 meter. In afwijking hiervan geldt voor gebouwen ten behoeve van sanitair en een gemeenschappelijke ruimte ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - recreatie' enkel een maximale bouwhoogte van 5 meter. 12. In artikel 16.4.1. wordt rekening houdend met het akoestisch onderzoek van de camping ten behoeve van de positie van de ruimte voor ruimte woning belendend aan Schellekesveld 7/7a een nieuw lid i toegevoegd met de volgende inhoud: afstand tot de achterste perceelsgrens dient minimaal 8 meter te bedragen voor de woning binnen het bestemmingsvlak van deze functietoedeling, voor zover het betreft het bestemmingsvlak ten noorden van het Schellekesveld. 13. In artikel 15.4.2 wordt onder a de gele passage ingevoegd:

a.

” 15.4.2 Bijbehorende bouwwerken binnen het bouwvlak Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen: de oppervlakte van al dan niet met vergunning gebouwde bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied, met uitzondering van parapluhooibergen als bedoeld in lid f, bedraagt per woning niet meer dan:

14. In artikel 16.4.2 wordt onder a voorzien aanpassing ter plaatse van de gele passage: ‘16.4.2

Bijbehorende bouwwerken binnen het bouwvlak

Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen: 1. de oppervlakte van al dan niet met vergunning gebouwde bijbehorende bouwwerken per woning in het bebouwingsgebied: bedraagt niet meer dan: 16. de term “schapen” als bedoeld in artikel 8.1 voorzover het betreft de regeling die betrekking heeft op de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – 1’ wordt vervangen door “ooien”. 17. In artikel 8.1 is voorzien in een nieuw lid v met de volgende inhoud: ‘uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bouwperceel' algenteelt in een gesloten systeem zonder emissies naar de buitenlucht.’; 18. Artikel 8.3. wordt gewijzigd (geduid met de gele arceringen) en voorzien van de volgende inhoud: ‘Het bevoegd gezag verleent een omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in 8.1 Toegestane functies en gebruik, verlenen op aanvraag voor de volgende omgevingsplanactiviteiten indien wordt voldaan aan de en onder navolgende voorwaarden:’

19. In artikel 8.5 lid 1 is in het verlengde hiervan voorzien in de geel gearceerde aanvulling ‘sleufsilo's, mestsilo's en (folie)mestbassins, containervelden, waterbassins, een weegbrug voor eigen gebruik en kadaverplaatsen zijn uitsluitend toegestaan binnen de aanduidingen 'bouwvlak' en 'specifieke bouwaanduiding - bouwperceel'; 20. Artikel 8.6. wordt gewijzigd (geduid met de gele arceringen) en voorzien van de volgende inhoud: ‘Het bevoegd gezag verleent een omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in 8.4 Bouwregels bouwvlak en 8.5 Overige bouwregels, verlenen op aanvraag voor de volgende omgevingsplanactiviteiten indien wordt voldaan aan en onder navolgende voorwaarden:’

Aangevuld met de navolgende aanpassingen die voortvloeien uit het advies van de commissie m.e.r.:

68

21. Invoeging van het begrip geurverordening: 6.36

geurverordening:

Verordening geurhinder en veehouderij 2017 gemeente Sint-Michielsgestel, zoals vastgesteld door de raad van de gemeente Sint-Michielsgestel in zijn openbare vergadering van 9 februari 2017; 22. Vervanging van het begrip toename van stikstofemissie: 6.71 toename van stikstofemissie: a. Er is sprake van een toename van stikstofemissie van gronden en bouwwerken wanneer de emissie N/kg/jaar * meer bedraagt dan de emissie N/kg/jaar afkomstig van het ten tijde van de vaststelling van het plan feitelijk aanwezige en planologisch legale gebruik van de betreffende gronden en bouwwerken; b. Indien een gelijkblijvende of een afname van emissie N/kg/jaar afkomstig van het ten tijde van de vaststelling van het plan feitelijk aanwezige en planologisch legale gebruik van de betreffende gronden en bouwwerken een hogere stikstofdepositie veroorzaakt op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied, dan wordt dit eveneens beschouwd als een toename van stikstofemissie.

* wanneer in deze regels 'stikstofemissie' of 'emissie N/kg/jaar' wordt gebruikt, wordt de hiervan onderdeel uitmakende hoofdletter 'N' bedoeld als verzamelnaam voor NH3 (ammoniak) en NOx (stikstofoxiden).

22.

In 8.1.1 is de navolgende gele passage ingevoegd:

‘Intensieve veehouderij: Ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij' geldt voor de intensieve veehouderijactiviteiten het volgende:(…)’ 23.

In 8.2 is voorzien in de geel gearceerde aanpassingen:

j. het gebruiken of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken waarbij een toename van stikstofemissie plaatsvindt vanuit de betreffende gronden of bouwwerken. k. het gebruiken of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken behorende tot de inrichting, waarbij een toename van stikstofemissie plaatsvindt vanuit de betreffende inrichting.

69

24. Artikel 8.3.1. is voorzien van aanpassingen zoals in geel aangegeven. Hierbij zijn de bijlagen bestaande uit de onherroepelijke Wnb vergunningen van Laar 31 en Nieuw Laar 5a uit de bijlagen bij de planregels verwijderd. Daarnaast is voorzien in een nieuwe bijlage voor maatregelen voor de werking van gecombineerde luchtwassers. In de bijlage bij de toelichting is voorzien in een passende beoordeling van het plan waarvan onderdeel uitmaakt het dossier dat dient voor de externe saldering bij Nieuw Laar 5a waarnaar in onderstaande planregel wordt verwezen:

8.3.1

Uitbreiding intensieve veehouderijactiviteiten

Uitbreiding van de veehouderijactiviteiten ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij' binnen de aanduiding 'bouwvlak' is uitsluitend in de vorm van een varkenshouderij en onder navolgende voorwaarden mogelijk: a. Het maximum aantal varkens in het plangebied bedraagt niet meer dan 12.878 dieren, waarbij geldt dat: 1. het maximumaantal varkens ter plaatse van Nieuw Laar 5a niet meer bedraagt dan 3.878; en 2. het maximumaantal varkens ter plaatse van Laar 31 niet meer bedraagt dan 9.000. b. De best beschikbare techniek voor het gehele bedrijf worden toegepast, waaronder mede begrepen een gecombineerd luchtwassersysteem met een maximaal geurverwijderingsrendement of hiermee gelijkwaardige technologie; c. Bij de toepassing van een gecombineerd luchtwassersysteem wordt tenminste voldaan aan het navolgende: 1. de uittredesnelheid van het gecombineerd luchtwassersysteem bedraagt te allen tijde minimaal 7 m/s; 2. voldaan dient te worden aan de maatregelen zoals bedoeld in Bijlage 7 bij deze regels ten behoeve van de waarborging van een goede werking van het gecombineerd luchtwassersysteem; 3.

ter handhaving van de onder punt 1 en 2 gestelde voorwaarden, wordt voldaan aan de volgende algemeen geldende verplichtingen:  het bijhouden van een administratie van gegevens betreffende de continue monitoring van onder punt 1 en 2 genoemde maatregelen;  het bij het bedrijf bewaren van deze gegevens voor een periode van minimaal vijf jaar, en;  het ter inzage geven van deze gegevens op eerste aanvraag van een daartoe bevoegde ambtenaar. d. Er vindt géén toename plaats van de stikstofemissie vanaf het betreffende agrarische bedrijf, tenzij de emissie afkomstig van het met deze omgevingsvergunning aangevraagde 'gebruik na wijziging van gronden en bouwwerken', ten opzichte van de emissie afkomstig van de feitelijke planologisch legale situatie ten tijde van de vaststelling van het plan vanuit die gronden en bouwwerken niet leidt tot een toename van stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol N/ha/jr op voor stikstofgevoelige habitats in enig Natura 2000-gebied. e. Of sprake is van een toename van stikstofdepositie als bedoeld onder d, dient als volgt te worden bepaald:  er wordt een verschilberekening gemaakt met gebruik van de op het moment van indienen van de aanvraag om omgevingsvergunning meest actuele versie van het wettelijk voorgeschreven rekenmodel AERIUS Calculator. f. voor wat betreft Nieuw Laar 5a invulling wordt gegeven aan het navolgende:

70

1. g.

h.

i. j. k.

71

het houden van vee ter plaatse van Onrooi 12 te Boxtel, zoals bedoeld in Bijlage 5 Passende beoordeling incl. bijlagen bestemmingsplan met verbrede reikwijdte en meer specifiek geduid in de hiervan onderdeel uitmakende bijlage 6, is beëindigd en verzekerd is dat hervatting van die activiteiten rechtens is uitgesloten. Er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een zorgvuldige veehouderij:, welke zijn opgenomen in de Nadere regels zorgvuldige veehouderij, zoals vastgesteld door Gedeputeerde Staten en geldend op het moment van vaststelling van dit bestemmingsplan: 1.

de ontwikkeling vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving en gelet op de volgende aspecten inpasbaar is in de omgeving:  er is rekening gehouden met de gevolgen van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling voor de in het plan begrepen gronden en de naaste omgeving, in het bijzonder wat betreft de bodemkwaliteit, de waterhuishouding, de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten, de cultuurhistorische waarden, de ecologische waarden, de aardkundige waarden en de landschappelijke waarden;  de omvang van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling, de omvang van de bebouwing en de beoogde functie, past in de omgeving gelet op de bestaande en toekomstige functies in de omgeving en de effecten die de ontwikkeling op die functies heeft, waaronder de effecten vanwege milieuaspecten en volksgezondheid;  een op de beoogde ruimtelijke ontwikkeling afgestemde afwikkeling van het personen- en goederenvervoer is verzekerd; 2.

is aangetoond dat de cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten als bedoeld in de Wet geurhinder en veehouderij, in de bebouwde kom niet hoger is dan 5 Ou / m3 en in het buitengebied niet hoger is dan 10 Ou/ m3, tenzij er -indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde geurnormen- maatregelen worden getroffen door de veehouderij die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, welke ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; 3. participatie heeft plaatsgevonden, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving in de planontwikkeling. In het kader van staldering geldt dat een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor een hokdierhouderij, door het oprichten of het in gebruik nemen van een gebouw als dierenverblijf, alleen is toegestaan als bewijs is overlegd dat: 1. binnen het stalderingsgebied bestaand dierenverblijf van een hokdierhouderij is gesaneerd door sloop of herbestemming waarbij het gebruik als dierenverblijf juridisch en feitelijk is beëindigd; 2. de oppervlakte van de sanering onder 1. ingeval van sloop tenminste 120% en in geval van herbestemming tenminste 200% bedraagt van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; 3. de sanering onder 1.

plaatsvindt in directe samenhang met het oprichten of in gebruik nemen van een gebouw als dierenverblijf en dat voor de sanering geen gebruik is gemaakt van een provinciale saneringsregeling. Voor dit plangebied wordt de toepassing van de ruimte voor ruimteregeling bij de sanering als bedoeld onder 1. hierbij niet aangemerkt als een provinciale saneringsregeling; 4. het bewijs dat aan de voorwaarden als vermeld onder 1 en 2 is voldaan, is uitgegeven door of namens gedeputeerde staten; 5. onder een bestaand dierenverblijf wordt verstaan: een feitelijk aanwezig, legaal opgericht dierenverblijf dat op grond van een omgevingsvergunning milieu, ex artikel 2.1, eerste lid onder e Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of de omgevingsvergunning beperkte milieutoets, ex artikel 2, eerste lid, onder i Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of melding, ex artikel 1.10 Activiteitenbesluit milieubeheer, op 17 maart 2017 en de daaraan voorafgaande drie jaar onafgebroken bedrijfsmatig is gebruikt voor het houden van landbouwhuisdieren. de ontwikkeling geen belemmering vormt uit oogpunt van externe veiligheid; de ontwikkeling dient hydrologisch neutraal te zijn; op basis van een erfbeplantingsplan dient de landschappelijke inpassing verzekerd te zijn.

Voor de toepassing van dit artikel geldt dat met het oog op een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en de borging hiervan, dat het bevoegd gezag overeenkomstig het bepaalde in artikel 7af lid 14 en 15 van het Besluit uitvoering Crisis en herstelwet (zoals dat luidde ten tijde van vaststelling van dit plan): l.

in afwijking van artikel 3, vierde lid, van de Wet geurhinder en veehouderij (zoals dat luidde ten tijde van vaststelling van dit plan) als voorwaarde bij verlening van deze omgevingsvergunning bepaalt dat: 1. de toename van de geurbelasting ten gevolge van die wijziging minder bedraagt dan de helft van de vermindering van de geurbelasting die het gevolg zou zijn van de toegepaste geurbelastingreducerende maatregel bij het eerder vergunde veebestand; of 2. de totale geurbelasting na die wijziging minder bedraagt dan het gemiddelde van de in de geurverordening vastgelegde waarde en de geurbelasting die de inrichting voorafgaand aan het toepassen van de maatregel veroorzaakte. m. in afwijking van de artikelen 3.115, tweede lid, aanhef en onder b, en 3.118, tweede lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer (zoals dat luidde ten tijde van vaststelling van dit plan) als voorwaarde bij verlening van deze omgevingsvergunning voor de uitbreiding van een dierenverblijf bij maatwerkvoorschrift bepaalt dat de geurbelasting, bedoeld in artikel 3.115, tweede lid, onder b, van dat besluit (zoals dat luidde ten tijde van vaststelling van dit plan), minder bedraagt dan het in dat lid bedoelde gemiddelde.

Bijlage 7

Maatregelen ten behoeve van goede werking luchtwassers

Maatregelen die in het kader van de toepassing van artikel 8.3.1 lid c onder 2 aan de orde zijn ten behoeve van de waarborging van een goede werking van het gecombineerd luchtwassersysteem: A. Voldaan moet worden aan de eisen voor luchtwassers zoals opgenomen in paragraaf 3.5.8 van het Activiteitenbesluit (artikelen 3.124, 3.125 en 3.126) en eisen voor monitoring zoals opgenomen in de Regeling Activiteitenbesluit milieubeheer (artikel 3.99 en 3.100): 1. In een elektronisch monitoringsysteem worden ieder uur de waarden van in ieder geval de volgende parameters geregistreerd: a) de zuurgraad van het waswater; b) de geleidbaarheid van het waswater in milliSiemens per centimeter; c) de spuiwaterproductie in kubieke meter; d) de drukval over het filterpakket in pascal; e) het elektriciteitsverbruik van de waswaterpomp in kilowatt uur.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=786d74b8-b166-4c87-9100-579357a36b06