CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 - Nota van zienswijzen - geanonimiseerd

Raadsvergadering Sint-Michielsgestel 21 december 2023, gemeente boxtelBij agendapunt: 13 Raadsvoorstel Bestemmingsplan Laar - Nieuw Laar31.005 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

72

Van de parameters onder c en e worden tevens de cumulatieve waarden geregistreerd. 2. Het waswater van het luchtwassysteem is voorzien van een laagdebietalarmering. 3. De geregistreerde waarden van de parameters worden gedurende ten minste vijf jaar binnen de inrichting bewaard. 4. Voor de registratie van voorgaande parameters zijn doelmatige meetvoorzieningen aanwezig die voldoen aan het volgende: a) Voor het meten van de spuiwaterproductie is per spuiwaterstroom in de spuileiding een elektromagnetische flowmeter geïnstalleerd. b) Ten minste eenmaal per zes maanden worden de EC-elektrode en de pH-elektrode gekalibreerd door een deskundige op het gebied van het kalibreren van elektrodes. c) Bewijzen van de kalibraties worden gedurende ten minste vijf jaar binnen de inrichting bewaard. B. Voldaan moet worden aan de regels voor gedragsvoorschriften zoals opgenomen in artikel 3.101 van de Activiteitenregeling: 1.

In gedragsvoorschriften wordt ten minste aangegeven: a) wanneer en op welke wijze de schoonmaak en het onderhoud van het luchtwassysteem door een deskundige op het gebied van luchtwassystemen zullen plaatsvinden; b) wanneer en op welke wijze de visuele controles en schoonmaak van het luchtwassysteem door de drijver van de inrichting zullen plaatsvinden; c) op welke wijze de waarden en instellingen van het luchtwassysteem die bepalend zijn voor de goede werking worden gecontroleerd, en d) welke maatregelen onmiddellijk worden getroffen als uit de registratie blijkt dat de parameters die van belang zijn voor een goede werking worden overschreden. C. Voldaan moet worden aan de eisen van de stalbeschrijving (leaflet) van de toegepaste gecombineerde luchtwasser: 1. Instelling parameters en controle:

73

a) de zuurgraad van het waswater in de biologische luchtwassers is minimaal gelijk aan pH = 6,5 en mag niet meer zijn dan pH = 7,5 b) de geleidbaarheid van het waswater in de gecombineerde luchtwasser is maximaal 20 mS/cm 2. Reiniging: a) reiniging filterpakket in de biologische wasser minimaal éénmaal per jaar b) reiniging druppelvanger minimaal éénmaal per jaar c) reiniging van de wateropvangbak (afvoer gesuspendeerd materiaal) minimaal éénmaal per zes maanden. 3. Onderhoud: a) met betrekking tot het onderhoud van het luchtwassysteem dienen in overeenstemming met het Activiteitenbesluit milieubeheer gedragsvoorschriften te worden opgesteld. Registratiesysteem: b) het meet- en registratiesysteem dient te worden gebruikt, gecontroleerd en onderhouden zoals is opgenomen in het Activiteitenbesluit milieubeheer. D. Aanvullend op de onder sub A t/m C weergegeven eisen moet voldaan worden aan de volgende extra maatregelen om een goede werking te kunnen waarborgen: 1. In de gedragsvoorschriften moet worden vastgelegd op welke wijze de geregistreerde data worden verwerkt en gepresenteerd. 2. Bijhouden van calamiteiten, uitgevoerd onderhoud, reparaties en storingen in een papieren logboek. 3.

Een onderhoudscontract met de leverancier of een andere deskundige partij voor jaarlijkse controle, het onderhoud van het luchtwassysteem en het uitvoeren van een onderhoudsbeurt waaronder de halfjaarlijkse kalibratie van de pH- en EC-elektroden. Ook gaat het onderhoudscontract in op taken voor de veehouder. 4. Uitbreiding van het elektronisch logboek met één of meerdere debietmeters bij de waswaterpomp(en).

74

5. Toepassen van een automatische doseerinstallatie voor de Ph-regeling en meten en registreren van verbruik aan zuur of base. 6. Definiëren van de locatie van de pH-meting, waarop de voorgeschreven pH range is gebaseerd. 7. De pH- en EC-meter in de luchtwasser dient éénmaal per zes maanden gecontroleerd te worden met bijvoorbeeld een handmeter, zodat mogelijke afwijkingen in de sensoren worden geconstateerd en deze dan opnieuw gekalibreerd kunnen worden of vervangen indien noodzakelijk. 8. Emissie-metingen met sensortechnologie. De ammoniaksensoren moeten zo geplaatst worden dat deze voortdurend het ammoniakgehalte van de ingaande en van de uitgaande lucht meten. Het ventilatiedebiet moet gemeten en gelogd worden. De informatie die beschikbaar is in de klimaatcomputer moet worden ontsloten en toegepast ten behoeve van de metingen. E. Indien uit metingen blijkt dat de gemeten emissies het emissieplafond, zoals bedoeld in artikel 8.3.1 lid d, overschrijden dient de veehouder direct en adequaat bij te sturen en de noodzakelijk maatregelen te treffen om te zorgen dat de gemeten ammoniakemissie voldoet aan het emissieplafond. Dit kunnen maatregelen zijn ten aanzien van techniek, voer, temperatuur of luchtinlaat, maar ook het houden van minder varkens. 25.

In artikel 8.4. zijn navolgende gele passages ingevoegd:

8.4 Bouwregels bouwvlak Binnen de locatie 'Agrarisch' gelden binnen het bouwvlak de volgende bouwregels: Bouwregel

Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit

11 m

Zie hiervoor 8.6

Bedrijfsgebouwen: 1. Maximale bouwhoogte

75

2. Maximale goothoogte

6m

3. Maximale oppervlakte bij een Bestaande oppervlakte agrarische bedrijf in de vorm van een intensieve veehouderij ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij'

Zie hiervoor 8.6 Zie hiervoor 8.6

4. Maximale oppervlakte bij een n.v.t. met dien verstande dat het agrarisch bedrijf niet zijnde een bepaalde in 8.5 in acht moet intensieve veehouderij worden genomen 26. In artikel 8.6.1 is voorzien in een nieuwe bepaling die in onderling verband staat met de bovenstaande aanvulling op 8.4: 8.6.1 Het uitbreiden van bedrijfsgebouwen ten behoeve van een intensieve veehouderij Het uitbreiden van de oppervlakte van bedrijfsgebouwen ten behoeve van een intensieve veehouderij ter plaatse van de de aanduiding 'bouwvlak' welke samenvalt met de aanduiding 'intensieve veehouderij' is in afwijking van het bepaalde in artikel 8.4 toegestaan indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: 3. aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 8.3.1 wordt tevens voldaan; 4. het bepaalde in 8.5 blijft onverminderd van toepassing. 27.

In artikel 9.2 wordt voorzien in de geel gearceerde aanpassingen:

h. het gebruiken of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken waarbij een toename van stikstofemissie plaatsvindt vanuit de betreffende gronden of bouwwerken. i. het gebruiken of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken behorende tot de inrichting, waarbij een toename van stikstofemissie plaatsvindt vanuit de betreffende inrichting. 28.

In 10.2 wordt voorzien in de geel gearceerde aanpassingen:

j. het gebruiken of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken waarbij een toename van stikstofemissie plaatsvindt vanuit de betreffende gronden of bouwwerken. k. het gebruiken of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken behorende tot de inrichting, waarbij een toename van stikstofemissie plaatsvindt vanuit de betreffende inrichting.

76

29. Bijlage 3 bij de planregels met landschapsinpassingsplannen is geactualiseerd. Er is voorzien in een inleidende paragraaf waarin de vertaalslag van het landschapsplan voor het gebied Laar – Nieuw Laar naar de concrete inpassingsplannen op perceelsniveau is geduid. De inplassingsplannen op perceelsniveau zijn hierbij geactualiseerd door onder andere te voorzien maatregelpakketten voor de inpassingen die meer concreet zijn en daarmee ook handhaafbaar. 30. Overige ambtshalve aanpassingen in de planregels en bijlagen bij de planregels: •

Er is voorzien in een begrip voor de SAB: 6.87 SAB: Stichting Advisering Buitengebied. De Stichting Advisering Buitengebied is een koepelstichting, waarin de Vereniging van Brabantse Gemeenten (VBG), de Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie (ZLTO) en de provincie Noord-Brabant zitting hebben. Onder de koepelstichting zijn drie dochterstichtingen ingesteld. Deze stichtingen adviseren de Brabantse gemeenten over voorgenomen bedrijfsontwikkelingen in het buitengebied. 

 

de stichting Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen; de stichting Adviescommissie Toerisme & Recreatie; de stichting Adviescommissie Glastuinbouw.

•

Het bepaalde in 8.6.6. en 9.4.3 wordt verwijderd uit de planregeling nu dit niet voorziet in een meerwaarde ten opzichte van bepalingen voor werken – en werkzaamheden gerelateerd aan de aanduiding ‘archeologische verwachtingswaarde 2’.

•

Er wordt voorzien in de geel gearceerde aanvullingen in artikel 8.4 in de tabel onder 7:

7. Dakhelling

•

zonder kap, mits dit niet leidt tot onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de locatie en niet leidt tot onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

Voor de landschapsinpassing voor het perceel Laar 19 is voorzien in navolgende aanvulling van de planregels:

10.1.1 Specifieke gebruiksregels

77

Er wordt voorzien in een kap

a

Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing •

Gebruik overeenkomstig de functietoedeling 'Bedrijf' ter plaatse van de aanduiding 'Specifieke vorm van bedrijf - 7' is toegestaan, mits in de belendende bestemming 'Groen - Landschappelijke inpassing' overeenkomstig Bijlage 3 Landschapsinpassing diverse percelen gebundeld bij de regels binnen een jaar na onherroepelijk worden van dit plan in een landschappelijk inpassingsplan is voorzien en de realisatie en instandhouding wordt uitgevoerd overeenkomstig hetgeen is vermeld in deze bijlage.

•

In 10.2 wordt voor wat betreft het gebruiksverbod met de tekst ‘- buitenopslag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - 6' meer dan 2000 m3.’ uitgegaan van de nieuwe gele passage. Hier stond eerst ‘minder’.

•

In de tabel bij artikel 10.4 wordt voorzien in de verwijdering van het geel gearceerde deel vwb de bepaling over de dakhelling. Abusievelijk wordt hier gesproken over een bedrijventerrein terwijl het de functietoedeling bedrijf betreft binnen een omgeving met meerdere voorkomende functietoedelingen:

7. Dakhelling

•

In artikel 15.2.2. wordt voorzien in de geel gearceerde aanvulling (herstel van onvolkomenheid) :

15.2.2 Voorwaardelijke verplichting cultuurhistorische waarden

78

kap, mits dit niet leidt tot onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van het bedrijventerrein en niet leidt tot onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

Onverminderd het bepaalde in 15.4.1 is de splitsing van een woning met de aanduiding 'cultuurhistorische waarden' in twee wooneenheden en het gebruik van deze twee wooneenheden toegestaan, mits: een splitsing van de woning bijdraagt aan het behoud en herstel van de onderkende cultuurhistorische waarden als bedoeld in Bijlage 4 CHW waardestellingen wederopbouwboerderijen. • •

15.5

In 15.3.1. lid f wordt de letter o toegevoegd aan het woord ‘pgenomen’ waarmee deze kennelijke verschrijving wordt hersteld naar ‘opgenomen’ De navolgende ten opzichte van in het buitengebied van Sint-Michielsgestel gangbare en nog ontbrekende afwijkingsbevoegdheden worden toegevoegd aan de planregeling:

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan een afwijking verlenen voor: 15.5.1 Herbouw woning buiten de fundering van de bestaande woning Herbouw van de woning buiten de fundering van de bestaande woning is toegestaan, indien is voldaan aan de volgende voorwaarden: b. c. d. e. f. g. h.

a. dit vanuit het verkeersbelang/verkeersveiligheid dan wel vanuit een beter woonmilieu wenselijk is; de afstand tot de weg mag niet meer bedragen dan noodzakelijk is in verband met het verkeersbelang dan wel het woonmilieu; er dienen zich geen overwegende bezwaren van natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, water- en bodemhuishoudkundige of milieuhygiënische aard voor te doen; er sprake is van een sterke verbetering van de beeldkwaliteit in de directe omgeving; vervangende nieuwbouw van de woning of bijgebouwen dient gepaard te gaan met sloop van overtollige bebouwing. Voor elke 500 m² die wordt gesloopt mag de woning met 50 m³ worden vergroot tot een maximum van 850 m³; in het geval dat de te vervangen woning een cultuurhistorisch waardevol object betreft, is een advies van de gemeentelijke monumentencommissie noodzakelijk; op basis van een erfbeplantingsplan dient de landschappelijke inpassing verzekerd te zijn; bij het samenvoegen van de vierkante meters van verschillende te slopen bouwwerken mag het nieuwe bijgebouw geen bedrijfsmatige uitstraling krijgen.

15.5.2 De vergroting van de woning en bijgebouwen, aan- en uitbouwen in geval van afbraak De woning en/of bijgebouwen, aan- en uitbouwen mogen worden vergroot, indien is voldaan aan de volgende voorwaarden: a.

1.

79

indien het gezamenlijk oppervlak van de bijgebouwen op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerp-bestemmingsplan groter is dan 100 m² geldt het volgende: bij afbraak van voornoemd(e) bijgebouw(en), mag het onder a. genoemde oppervlak worden verhoogd onder de volgende voorwaarden:

2. 3. 4.

 de verhoging bedraagt 50% van het oppervlak van het te slopen surplus aan gebouw(en);  het maximaal toegestaan totale oppervlakte aan bijgebouwen, bedraagt, na bedoelde afbraak, echter 200 m²;  de woning mag worden vergroot, gerelateerd aan de oppervlakte bijgebouwen die worden gesloopt; voor elke 500 m² die wordt gesloopt, mag de woning met 50 m³ worden vergroot; de inhoud van de woning mag – in totaliteit – niet meer dan 850 m³ bedragen; op basis van een erfbeplantingsplan dient de landschappelijke inpassing verzekerd te zijn.

15.5.3 Inpandige vergroting van de woning De inhoud van de bestaande woning mag worden vergroot, indien voldaan is aan de volgende voorwaarden: a. het een inpandige verbouwing van een karakteristieke boerderij betreft; b. het karakteristieke beeld van de boerderij niet wordt aangetast. 15.5.4 Bijbehorende bouwwerken op perceelsgrens Het bouwen van bijbehorende bouwwerken op de perceelsgrens is toegestaan indien voldaan is aan de volgende voorwaarden: a.

de situering van de bijbehorende bouwwerken is stedenbouwkundig aanvaardbaar;

b.

er dienen zich geen overwegende bezwaren van natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, verkeerskundige, water- en bodemhuishoudkundige of milieuhygiënische aard voor te doen.

15.5

Afwijken van de bouwregels:

Het bevoegd gezag kan een afwijking verlenen voor: 15.5.1 Herbouw woning buiten de fundering van de bestaande woning Herbouw van de woning buiten de fundering van de bestaande woning is toegestaan, indien is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. dit vanuit het verkeersbelang/verkeersveiligheid dan wel vanuit een beter woonmilieu wenselijk is; b. de afstand tot de weg mag niet meer bedragen dan noodzakelijk is in verband met het verkeersbelang dan wel het woonmilieu; c. er dienen zich geen overwegende bezwaren van natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, water- en bodemhuishoudkundige of milieuhygiënische aard voor te doen; d. er sprake is van een sterke verbetering van de beeldkwaliteit in de directe omgeving; e. vervangende nieuwbouw van de woning of bijgebouwen dient gepaard te gaan met sloop van overtollige bebouwing. Voor elke 500 m² die wordt gesloopt mag de woning met 50 m³ worden vergroot tot een maximum van 850 m³; f. in het geval dat de te vervangen woning een cultuurhistorisch waardevol object betreft, is een advies van de gemeentelijke monumentencommissie noodzakelijk;

80

g. h.

op basis van een erfbeplantingsplan dient de landschappelijke inpassing verzekerd te zijn; bij het samenvoegen van de vierkante meters van verschillende te slopen bouwwerken mag het nieuwe bijgebouw geen bedrijfsmatige uitstraling krijgen.

15.5.2 De vergroting van de woning en bijgebouwen, aan- en uitbouwen in geval van afbraak De woning en/of bijgebouwen, aan- en uitbouwen mogen worden vergroot, indien is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. indien het gezamenlijk oppervlak van de bijgebouwen op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerp-bestemmingsplan groter is dan 100 m² geldt het volgende: 1. bij afbraak van voornoemd(e) bijgebouw(en), mag het onder a. genoemde oppervlak worden verhoogd onder de volgende voorwaarden:  de verhoging bedraagt 50% van het oppervlak van het te slopen surplus aan gebouw(en);  het maximaal toegestaan totale oppervlakte aan bijgebouwen, bedraagt, na bedoelde afbraak, echter 200 m²;  de woning mag worden vergroot, gerelateerd aan de oppervlakte bijgebouwen die worden gesloopt; 2. voor elke 500 m² die wordt gesloopt, mag de woning met 50 m³ worden vergroot; 3. de inhoud van de woning mag – in totaliteit – niet meer dan 850 m³ bedragen; 4. op basis van een erfbeplantingsplan dient de landschappelijke inpassing verzekerd te zijn.

15.5.3 Het bouwen van meer dan 1 hectare en dieper dan 0,5 meter onder het huidige maaiveld binnen de aanduiding 'archeologische verwachtingswaarde 2' Het bouwen van meer dan 1 hectare en dieper dan 0,5 meter onder het huidige maaiveld ter plaatse van de aanduiding 'archeologische verwachtingswaarde 2' is toegestaan indien onder andere voldaan is aan één van de volgende voorwaarden: a. de aanvrager van de afwijking blijkens archeologisch onderzoek heeft aangetoond dat op de betrokken bouwlocatie geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. de aanvrager van de afwijking een rapport heeft overlegd waarin wordt aangetoond dat de archeologische waarden van het terrein naar het oordeel van de burgemeester en wethouders in voldoende mate wordt veiliggesteld; c. de betrokken archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade wordt voorkomen door aan de afwijking regels te verbinden, gericht op: 1. het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. het doen van opgravingen; 3. het begeleiden van de bodemverstorende ingrepen door een archeologisch deskundige. 15.5.4 Inpandige vergroting van de woning De inhoud van de bestaande woning mag worden vergroot, indien voldaan is aan de volgende voorwaarden: a. het een inpandige verbouwing van een karakteristieke boerderij betreft; b.

het karakteristieke beeld van de boerderij niet wordt aangetast. 15.5.5 Bijbehorende bouwwerken op perceelsgrens Het bouwen van bijbehorende bouwwerken op de perceelsgrens is toegestaan indien voldaan is aan de volgende voorwaarden: a. de situering van de bijbehorende bouwwerken is stedenbouwkundig aanvaardbaar;

81

b.

er dienen zich geen overwegende bezwaren van natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, verkeerskundige, water- en bodemhuishoudkundige of milieu hygiënische aard voor te doen. •

16.5

De navolgende ten opzichte van in het buitengebied van Sint-Michielsgestel gangbare en nog ontbrekende afwijkingsbevoegdheden worden toegevoegd aan de planregeling: Afwijken van de bouwregels

16.5.1 Bijbehorende bouwwerken op perceelsgrens Het bouwen van bijbehorende bouwwerken op de perceelsgrens is toegestaan indien voldaan is aan de volgende voorwaarden: a. de situering van de bijbehorende bouwwerken is stedenbouwkundig aanvaardbaar; b. er dienen zich geen overwegende bezwaren van natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, verkeerskundige, water- en bodemhuishoudkundige of milieuhygiënische aard voor te doen. • •

• •

82

De artikelen 9.4, 10.3, 10.6, 12.4, 13.4, 15.3, 16.3 en 20.4 worden zodanig redactioneel gewijzigd dat deze voldoen aan het bepaalde in artikel 7c lid 14 Besluit uitvoering Crisis en Herstelwet door te bepalen dat een omgevingsvergunning wordt verleend indien aan de voorwaarden is voldaan. De artikelen 21.3, 22.3 en 23.3 (die betrekking hebben op het aspect archeologie) worden zodanig gewijzigd dat niet meer wordt uitgegaan van het instrument omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 7c lid 14 Besluit uitvoering Crisis en Herstelwet, maar van een reguliere omgevingsvergunning voor afwijken van de regels als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder c, van de Wet ruimtelijke ordening. De bijlage bij de planregels die ziet op de ontheffingsaanvraag Wnb voor Laar 27 is op basis van nader onderzoek komen te vervallen. De bijlage bij de planregels waarin de landschapsinpassing voor Laar 31 is vervat, wordt gewijzigd op verzoek van het waterschap in die zin dat de landschapsinpassing aan de oostelijke / rechter zijde van de Wambergsebeek 5 meter terug wordt gelegd om hiermee de onderhoudsstrook van het waterschap vrij te houden. In dit verband is mede de tabel met concrete landschapsinpassing maatregelen geactualiseerd.

Verbeelding: 1.

83

De planologische verbeelding ter plaatse van Laar 32 / 32a wordt gewijzigd naar de onderstaande verbeelding bij vaststelling:

2.

De verbeelding ter plaatse van de voormalige agrarische bedrijfswoning aan Oud Laar 17 als opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan wordt aangepast naar:

3.

Bij vaststelling van het bestemmingsplan wordt voor de verbeelding van de het bestemmingsvlak / bouwvlak van de 3 ruimte voor ruimtewoningen bij Oud Laar 17 uitgegaan van de volgende opzet (waarmee de totale breedte van het bestemmingsvlak / bouwvlak voor de 3 woningen gezamenlijk 90 meter bedraagt):

4.

84

De verbeelding ter plaatse van Schellekesveld 7/7a en links van Schellekesveld 14 wordt als volgt gewijzigd:

5.

85

Het bestemmingsvlak ‘Wonen – 2’ van de locatie Plein 26 is gewijzigd naar een bestemmingsvlak ‘Wonen-1’ in combinatie met de toevoeging van een bouwvlak en de aanduiding ‘cultuurhistorische waarden’.

86

6.

Het bestemmingsvlak ‘Wonen – 2’ naast Schellekesveld naast 7/7a wordt voorzien van een bouwvlak.

7.

Het bestemmingsvlak ‘Bedrijf’ ter plaatse van Groenstraat 28 wordt teruggebracht naar de geldende omvang (ivm ontbreken wens uitbreidingsmogelijkheid met bijbehorende verplichtingen).

87

8.

Het bestemmingsvlak en bouwvlak voor Groenstraat 27 wordt zodanig aangepast dat dit enkel op kadastraal perceel met nummer 1495 is gelegen. Hierbij wordt voor het naastgelegen perceel met kadastraal nummer 1494 voorzien in de aanduiding voor een bestaande veldschuur.

9.

De verbeelding bij Laar 31 wordt voor wat betreft de bestemming ‘Groen – landschappelijke inpassing’ gewijzigd door deze bestemming 5 meter terug te leggen ten opzichte van de Wambergsebeek aan de oostelijke / rechterzijde van deze beek ten behoeve van de vrije onderhoudsstrook van het waterschap.

10. De verbeelding voor Laar 19 wordt gewijzigd door te voorzien in een uitbreiding van de bestemming ‘Groen- Landschappelijke inpassing’.

11. Het bestemmingsvlak en bouwvlak wordt voor de locaties Koesteeg 7 / 7a in overeenstemming gebracht met de bestaande situatie.

88

12. De percelen Laar 27, nieuwe ruimte voor ruimte kavels bij Laar 11 en nieuwe ruimte voor ruimte kavels naast c.q. links van Schellekesveld 14 worden voorzien van een aanduiding ‘overige zone – voorwaardelijke verplichting numeriek’ op de verbeelding.

Laar 27

89

Schellekesveld naast nr 14

Nabij Laar 11

Toelichting en bijlagen bij de toelichting: 1. 2. 3. 4.

5. 6.

90

De toelichting is geactualiseerd aan de hand de resultaten van deze nota van zienswijzen en ambtshalve aanpassingen; De aanvullingen op het Plan-MER incl. passende beoordeling zijn redactioneel verwerkt in de plantoelichting; Het eindadvies van de commissie voor de m.e.r. is in de plantoelichting verwerkt alsmede het gevolg wat hieraan wordt gegeven in het gewijzigd vast te stellen bestemmingsplan; De toelichting is voor wat betreft de waterparagraaf aangevuld op verzoek van het waterschap teneinde in enkele redactionele ambtshalve aanvullingen te voorzien. Hieronder begrepen de vermelding van een norm van 30 m3 waterberging in plaats van de kennelijke verschrijving van 300m3. Het voorbeeld van een inrijverbod in paragraaf 2.3.3. van de plantoelichting wordt bij vaststelling niet meer concreet toegespitst op straten in het plangebied. Er wordt voorzien in een meer algemene formulering. De bijlagen bij de plantoelichting zijn gewijzigd door: 1. Invoeging van de aanvulling op het Plan-MER; 2. Invoeging van het toetsingadvies van de commissie voor de m.e.r. 3. Invoeging van de passende beoordeling incl bijlagen van het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte; 4. Vervanging van de notitie vleesmuisonderzoek Laar 27 door een geactualiseerde versie op basis van nader onderzoek; 5.

Vervanging van de ruimtelijke onderbouwing inclusief voor de camping op het perceel Schellekesveld 7 door een geactualiseerde versie; 6. Vervanging van het ontwerpbesluit Hogere grenswaarde Wet geluidhinder door een definitief besluit Hogere grenswaarde Wet geluidhinder; 7. Vervanging van de bijlage met een overzicht van de ruimte voor ruimtedossiers door een geactualiseerde versie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=786d74b8-b166-4c87-9100-579357a36b06