Bijlage 7 - Nota van zienswijzen - geanonimiseerd
Tekst van het document
4.
Ingestemd kan worden met dit verzoek. Dit betekent dat de in de zienswijze meegegeven aanzet die de gemeente eerder aan indiener van de zienswijze heeft aangereikt ten behoeve van een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan nog verder wordt geoptimaliseerd door evenredig aan weerszijden van het bestemmingsvlak / bouwvlak 2,5 meter toe te voegen, waarmee de totale breedte voor de 3 woningen gezamenlijk 90 meter bedraagt. Door hiervan uit te gaan wordt bewerkstelligd dat er meer flexibiliteit ontstaat voor de ruimtelijk inrichting en verdeling van de percelen. De nieuwe opzet is ruimtelijk aanvaardbaar.
Aanpassingen 1. A: In artikel 15.1 van de planregels wordt voorzien in de invoeging van een nieuw lid g onder her nummering van overige artikelleden met de volgende inhoud: ‘ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - 4' kleinschalige bedrijvigheid tot en met een maximum milieucategorie 2 als bedoeld in Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten in categorie 1 en 2 alsmede een vakantiewoning met een gezamenlijk begane grondvloeroppervlakte van 315 m2; B: In artikel 15.4.2 lid a van de planregels wordt voorzien in de invoeging van een nieuw sub 5 met de volgende inhoud: ‘in afwijking van het bepaalde in lid a onder 1 tot en met 3 bedraagt de maximum oppervlakte van bijbehorende bouwwerken 364 m2 ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - 4';’ C:
23
De verbeelding ter plaatse van de voormalige agrarische bedrijfswoning aan Oud Laar 17 als opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan wordt aangepast naar:
2. 3.
4.
24
Het landschap inpassingsplan voor Oud Laar 17 (dat onderdeel vormt van een bijlagenboek bij de planregels) maakt in definitieve vorm geen vermelding meer van de term ‘open houden’ op een niet bij de ontwikkeling betrokken perceel. Voorzien wordt in een ambtshalve aanpassing van de planregels door in artikel 15.4.1: a. een nieuw lid b in te voegen onder hernummering van overige artikelleden met de volgende inhoud: de woning dient op minimaal 50% ter plaatse van de bestaande fundering van de woning te worden opgericht bij herbouw tenzij er sprake is van nieuwbouw van een woning; b. een nieuw lid d in te voegen onder hernummering van overige artikelleden met de volgende inhoud:‘de maximale goothoogte van de woning bedraagt 6 meter en de maximale hoogte bedraagt 10 meter;’ c. een nieuw lid e in te voegen onder hernummering van overige artikelleden met de volgende inhoud: ‘het hoofdgebouw moet zijn voorzien van een kap met een dakhelling van ten minste 25° en ten hoogste 60°’, met dien verstande dat deze dakhelling niet geldt bij een gebogen kap; Bij vaststelling van het bestemmingsplan wordt voor de verbeelding van de het bestemmingsvlak / bouwvlak van de 3 ruimte voor ruimtewoningen bij Oud Laar 17 uitgegaan van de volgende opzet (waarmee de totale breedte van het bestemmingsvlak / bouwvlak voor de 3 woningen gezamenlijk 90 meter bedraagt):
Zaaknummer 6
1311779
Naam
Namens
Adres
Postcode
Plaats
Datum brief / ontvangst 30 januari 2022 / 1 februari 2022
Samenvatting Reclamanten: 1. geven een opsomming van de speerpunten uit de gebiedsvisie (2017), waaronder: o Overlast van de intensieve veehouderijen verminderen door: a. Permanente beëindiging intensieve veehouderijen b. Maatregelen bij doorgaande intensieve veehouderijen o Verfraaiing van het landschap; o Verbeteren van de verkeersveiligheid. 2. benadrukken dat vele goede initiatieven binnen dit plan mogelijk worden gemaakt en pleiten voor spoedige vaststelling van het bestemmingsplan zodat deze initiatieven tot uitvoering kunnen worden gebracht. 3. constateren dat het ontwerpbestemmingsplan (in het bijzonder artikel 8.3.1) in overeenstemming is met de gebiedsvisie 2017. 4. geven aan dat de gebiedsvisie inmiddels ruim 5 jaar oud is en dat er sindsdien veel is veranderd en noemen daarbij het volgende: a. De effectiviteit van luchtwassers is veel lager gebleken dan in de berekende modellen van destijds (2017) b. Toepassing van hogere schoorstenen blijken niet het theoretische effect te halen. c. De stikstofproblematiek is groter en urgenter geworden d. Klachten en risico’s met betrekking tot volksgezondheid zijn sterkt toegenomen. e. Mestvergisters blijken niet te werken en zouden moeten beschouwd als chemische industrie die niet thuishoort in landelijk gebied. 5.
constateren dat het provinciale beleid is aangepast naar krimp van de veestapel in Noord-Brabant en stellen dat geen uitbreiding van intensieve veehouderijen in urgentiegebieden zou moeten worden toegestaan. 6. concluderen dat – met de kennis van nu – het plan van 5 jaar geleden ten aanzien van uitbreiding van 2 blijvende agrarische bedrijven geen goed plan was. Zij zijn het niet eens met de uitbreiding van deze bedrijven. 7. pleiten ervoor dat in de regels geen uitbreiding wordt opgenomen voor wat betreft aantal dieren op deze locaties, maar de dierbezetting zoals die ten tijde van de vaststelling van de gebiedsvisie bestond. Hierbij voelen reclamanten zich gesteund door de opstelling van de provincie Noord Brabant. Derhalve is aanpassing van artikel 8.3.1. vereist, waarbij voor wat betreft het aantal dieren als maximum moet worden opgenomen: o a. Het maximum aantal varkens in het plangebied bedraagt niet meer dan 9.975 dieren; o b. Het maximum aantal varkens ter plaatse van Nieuw Laar 5a bedraagt niet meer dan 2.753 dieren; o c. Het maximum aantal varkens ter plaatse van Laar 31 bedraagt niet meer dan 7.222 dieren; 8. verwijzen naar het raadsvoorstel zoals behandeld in de raad op 9 november 2017.
In plaats van de destijds gekozen optie 6 (zoals nu verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan) verzoeken zij de raad om bij de vaststelling van het bestemmingsplan te kiezen voor optie 3 van destijds. Die optie luidde als volgt:
25
“Best Beschikbare Technieken Het begrip Beste Beschikbare Technieken (BBT) staat voor de meest doeltreffende methoden die technisch en economisch haalbaar zijn, om emissies en andere nadelige gevolgen voor het milieu van een bedrijf te voorkomen. voorkomen (zoals stalsysteem en type luchtwasser). Door toepassing van BBT is er sprake van een algehele verbetering van het woon-, werk- en leefklimaat in het plangebied. De geur- en fijnstofbelasting vermindert. Ook is er bij Heijvar een afname van de ammoniak emissie. Bij (…) Schoenmakers is een lichte toename van de ammoniak emissie hetgeen verklaarbaar is door de soort luchtwassers (chemische luchtwassers) die hij nu gebruikt. Door toepassing van BBT op de twee doorgaande bedrijven ontstaan er meer mogelijkheden voor de stoppende 1v-bedrijven om te schakelen naar geurgevoelige functies zoals (ruimte-voor-ruimte) woningen. Investeren in BBT betekent echter wel voor de twee blijvende iv-bedrijven dat het lagere emissieplafond bepalend is voor eventuele toekomstige aanpassingen.”. 9. Reclamanten sommen 7 maatregelen op die naar hun mening de essentie voorstellen van het Landschapsplan en daarmee onderdeel uitmaken van de besluitvorming omtrent de gebiedsvisie (2017). Zij vinden dat het ontwerpbestemmingsplan daar nauwelijks of geen uitwerking aan geeft. 10.
Verzoeken het plan gewijzigd (conform hun zienswijze) gewijzigd vast te stellen.
Beantwoording 1. 2. 3. 4.
5. 6.
7. 8.
9.
26
Dit wordt voor kennisgeving aangenomen. Dit wordt voor kennisgeving aangenomen. Dit wordt voor kennisgeving aangenomen. De vast te stellen versie van het bestemmingsplan baseert zich op de laatste milieu inzichten. Aan de hand van deze zienswijze en het eindadvies van de commissie voor de m.e.r. zijn meerdere aanpassingen in het bestemmingsplan doorgevoerd. Hierbij is het Plan-Mer aangevuld en voorzien van een passende beoordeling. De laatste milieu inzichten hebben hierbij ook geleid tot diverse aanpassingen in de planregels, waaronder het bepaalde in artikel 8.3.1. Hiervoor wordt verwezen naar het hoofdstuk Ambtshalve aanpassingen in deze nota waarin de aanpassingen zijn gegroepeerd. Deze mening van reclamanten wordt voor kennisgeving aangenomen. Het bestemmingsplan gaat uit van de door de raad meegegeven ontwikkelkaders. Op basis van het Plan-Mer, de aanvulling van het Plan-Mer in combinatie met de toevoeging van extra maatregelen, monitoring en borgingen in de planregels, waarvoor wordt verwezen naar het hoofdstuk ambtshalve aanpassingen in deze nota, dient te worden vastgesteld dat het woon- en leefklimaat een grotere verbetering ondergaat met de verbeterplannen bij de blijvende veehouders dan wanneer de verbeterplannen bij de blijvende veehouders niet worden uitgevoerd. Deze mening van reclamanten wordt voor kennisgeving aangenomen.
Het bestemmingsplan gaat uit van de door de raad meegegeven ontwikkelkaders. De raad heeft destijds de keuze gemaakt voor optie 6 en deze voor wat betreft het aspect geur in 2018 nog herijkt. De keuze van de raad voor optie 6 is, mede gebaseerd op een uitgebreide voorafgaande dialoog binnen het gebied. Vastgesteld moet worden dat het plan met de verbetermaatregelen in combinatie met een beperkte uitbreiding onder stringente voorwaarden leidt tot meer verbetering woon- en leefklimaat dan in de door reclamanten voorgestelde keuze. In het plan zijn diverse landschappelijke inpassingplannen opgenomen, waarvan de realisatie juridisch is geborgd. Naar aanleiding van deze zienswijze en het voorlopige advies van de commissie voor de m.e.r. zijn de inpassingsplannen nog geoptimaliseerd. Zo zijn de maatregelpakketten bij de landschapsinpassing concreter vorm gegeven en is nader toegelicht hoe de vertaalslag is gemaakt vanuit het landschapsplan dat bij de visie behoort naar de
uitwerking in dit bestemmingsplan. Het treffen van overige landschapsmaatregelen in het gebied, waaronder het aanleggen van bijvoorbeeld wandelroutes of een voedselbos o.i.d. is rechtstreeks mogelijk op grond van de planregels. 10. Het bestemmingsplan wordt gewijzigd vastgesteld. Hiervoor wordt verwezen naar de ambtshalve aanpassingen voor wat betreft aanpassing van het veehouderijkader in de planregels, de vervanging van de landschapsinpassingsplannen door een versie met maatregelpakketten die meer concreet zijn gemaakt. Dit betekent evenwel niet dat de optie 6 is verlaten, waarvoor de raad heeft gekozen als uitgangspunt voor de planuitwerking. Bij deze gewijzigde vaststelling van het verbrede reikwijdte bestemmingsplan is dit nog steeds het uitgangspunt.
Aanpassingen 1.
De aanpassingen die zijn aangehaald in bovenstaande zijn gegroepeerd weergegeven in het hoofdstuk ambtshalve aanpassingen. Dit ter voorkoming van de nodige dubbelingen in deze zienswijzennota. Zaaknummer
7
1311896
Naam
Namens
Adres
Postcode
Plaats
Datum brief / ontvangst 31 januari 2022 / 2 februari 2022
Samenvatting 1.
Reclamant is eigenaar van agrarische gronden grenzend aan de ontwikkellocatie van 4 ruimte voor ruimte kavels aan de Nieuweweg. Reclamant vreest voor verminderde grondopbrengst ten gevolge van de ingetekende landschapsinpassing zoals gevoegd bij het ontwerpbestemmingsplan. In overleg met initiatiefnemer is een alternatief inpassingsplan opgesteld en gezamenlijk ingediend. Verzocht wordt om bij vaststelling van het plan dit alternatieve plan op te nemen.
Beantwoording 1. Dit verzoek kan worden ingewilligd. Met het voorstel is nog steeds sprake van een adequate landschappelijke inpassing voor de 4 ruimte voor ruimte kavels.
Aanpassingen 1.
27
De landschapsinpassing voor de ontwikkellocatie van de 4 ruimte voor ruimte kavels aan de Nieuweweg wordt gewijzigd. Hierbij wordt uitgegaan van de navolgende opzet (een vergrote weergave is opgenomen in bijlage 3 bij de planregels van het vast te stellen bestemmingsplan):
Zaaknummer 8
1311898
Naam
Namens
Adres
Postcode
Plaats
Datum brief / ontvangst 31 januari 2022/ 2 februari 2022
Samenvatting Reclamant: 1. 2. 3. 4.
28
verzoekt om alsnog de afspraken zoals vastgelegd in de anterieure overeenkomst correct in het plan op te nemen: voor de bouwregels van bij bijgebouwen die voor privédoeleinden dienen uitgaan van 300 m2 in plaats van 200 m2 en juridisch regelen dat opslagactiviteiten zijn toegestaan in te handhaven voormalige agrarische bedrijfsgebouwen. constateert dat niet het correcte (aangepaste) landschappelijk inpassingplan is opgenomen voor locatie twee ruimte voor ruimte kavels nabij Schellekesveld 14. Verzoekt alsnog de correcte versie op te nemen welke als bijlage 3 bij de zienswijze is gevoegd. constateert dat landschappelijk inpassingsplan voor ruimte voor ruimte kavels aan Nieuweweg leidt tot aanzienlijke opbrengstvermindering van aansluitende agrarische gronden. Na overleg met eigenaar aangrenzende agrarisch perceel wordt een gezamenlijk voorstel gedaan de landschappelijke inpassing gedeeltelijk uit het plan te halen (zie ook zienswijze nummer 7). betoogt dat de tegenover de woning gelegen camping weliswaar met vergunning is opgericht maar in dit plan als planologische nieuwvestiging moet worden beschouwd. De op 24 januari 2003 verleende omgevingsvergunning voor een minicamping had betrekking op 10 kampeerplaatsen en was
5. 6. 7. 8. 9.
onlosmakelijk verbonden met de ligging ten opzichte van het agrarisch bouwvlak. In tegenstelling tot wat in de ruimtelijke onderbouwing wordt vermeld wordt nu voorzien in een groter areaalbeslag dan eerder met de verleende omgevingsvergunning het geval was. Het op dit moment geldende bestemmingsplan Buitengebied Sint-Michielsgestel laat de activiteit kamperen niet toe. Dat ontbreekt in de ruimtelijke onderbouwing voor die locatie. wenst dat de (gewijzigde) in- en uitrit van de camping niet recht tegenover de woning van reclamant wordt gesitueerd. Vreest voor lichtoverlast. constateert tekortkomingen in de akoestische onderbouwing van de camping. constateert dat de verplaatste in- en uitrit door de bestemming “Groen – landschapselement” loopt, hetgeen volgende regels voor die bestemming niet is toegestaan. verzoekt het bestemmingsplan voor wat betreft het kampeerterrein niet vast te stellen. realiseert zich dat dit bestemmingsplan geen verkeersmaatregelen behelst. Desondanks hecht reclamant eraan te vermelden dat reclamant, mede in het kader van mogelijke belemmeringen voor veiligheidsdiensten, bezwaren heeft tegen een mogelijk toekomstig inrijverbod vanaf Nieuw Laar – Schellekesveld. Verzoekt daarom zinspelingen op een dergelijke verkeersmaatregel uit de Toelichting van het bestemmingsplan te schrappen.
Beantwoording 1.
2.
3. 4.
29
Deze aanpassing zijn verwerkt en worden bij onderstaande aanpassingen genoemd onder punt 1 en 2. De begrenzing van het vloeroppervlakte dat bedrijfsmatig kan worden ingezet is hierbij opgenomen in de functietoedeling als bedoeld in artikel 16.1 onder d. De metrage aan toegelaten bijbehorende bouwwerken (bedrijfsmatig en privé gecombineerd) is hierbij opgenomen in artikel 16.4.2. Hiermee wordt invulling gegeven aan het verzoek zoals met de zienswijze is ingediend. Daarnaast is ambtshalve gebleken dat binnen enkele bestemmingsvlakken met een bestemming ‘Wonen – 2’ op de planologische verbeelding een bouwvlak ontbrak. Dit is ook het geval bij Schellekesveld 2. Met de ambtshalve aanpassingen bij vaststelling is dit laatstgenoemde euvel hersteld. Voor de duidelijkheid is een uitsnede van de vast te stellen verbeelding bij onderstaande aanpassingen vermeld bij punt 3. Bij gewijzigde vaststelling wordt voor de landschappelijke inpassing voor de 2 Ruimte voor Ruimte kavels naast Schellekesveld 14 voorzien van de juiste weergave van de landschapsinpassing in bijlage 3 bij de regels. Een verkleinde afbeelding hiervan is opgenomen onder punt 4 bij de hieronder benoemde aanpassingen.
Daarnaast is ambtshalve voorzien in een aanpassing van de planologische verbeelding van deze ontwikkellocatie door te voorzien in een bouwvlak voor de woningen en een aanduiding die het mogelijk maakt om in een voorwaardelijke verplichting te voorzien in het kader van de voor zelfrealisatie van de ruimte voor ruimte titels voor betreffende woningen nog vereiste sloop van opstanden ter plaatse van Schellekesveld 2. Hierbij wordt tevens voorzien in een bijbehorende planregeling. De aanpassing van de planologische verbeelding en de planregels die hierop betrekking hebben is opgenomen bij punt 5 van de hieronder genoemde aanpassingen. De gewenste aanpassing is reeds doorgevoerd als gevolg van zienswijze nummer 7. Zie voor de inhoudelijke aanpassing zienswijze 7; De onderbouwing voor de ontwikkeling is in het kader van de vaststelling geactualiseerd. Uit de geactualiseerde ruimtelijke onderbouwing blijkt de ontwikkeling uitgaat van een goede ruimtelijke ordening. Er wordt op basis van dit bestemmingsplan een geheel nieuwe toestemming verleend voor de camping door middel van een bestemmingsregeling op maat. In feitelijke zin bouwt de camping hierbij voort op een in het verleden ingezette en vergunde situatie.
Het areaalbeslag is hierbij niet noemenswaardig gewijzigd (alleen aan de voorzijde van het terrein wijkt de aanduiding ‘overige zone – recreatie’ af van de arcering van het terrein in de verleende omgevingsvergunning). Het aantal toegelaten kampeerplaatsen is hierbij van 10 naar 35 gewijzigd. Daarnaast wordt voorzien in 220 m2 aan ondersteunende bebouwing voor de camping. Vanuit het provinciaal beleid gezien valt de ontwikkeling hierbij als ‘vestiging’ aan te merken en niet als ‘nieuwvestiging’. Ter verduidelijking is in dit verband voorzien in de gebiedsaanduiding ‘overige zone – recreatie’ welke zowel binnen de bestemming ‘Wonen – 1’ als de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’ voorziet in een gezamenlijke gebruiks- en bebouwingsregeling voor de camping. Op basis van de geactualiseerde ruimtelijke onderbouwing en de bij de ruimtelijke onderbouwing gevoegde
5.
6. 7.
8. 9.
milieuonderzoeken kan worden vastgesteld dat de ontwikkeling niet leidt tot een onevenredige aantasting van een woon- en leefklimaat. Bij de actualisatie wordt tevens ingespeeld op de wensen van reclamant voor wat betreft de in- en uitritsituatie. Hiervoor wordt verwezen naar de beantwoording onder punt 5 en verder. Door middel van een aanpassing van de bestemming Groen – Landschappelijke inpassing en de landschapsinpassing op het perceel van de camping aan het Schellekesveld 7 kan invulling worden gegeven aan de wens van reclamant. Het aangepaste landschapsinpassingsplan vormt onderdeel van de ambtshalve aanpassingen die in het kader van dit bestemmingsplan in bijlage 3 bij de regels zijn doorgevoerd. De aangepaste planologische verbeelding is bij punt 3 van de aanpassingen al te zien. Daarnaast wordt in aanvulling hierop voorzien in een voorwaardelijke verplichting die ziet op de bestaande en aan te vullen landschapsinpassing. Vooralsnog is niet gebleken dat de resultaten van het onderzoek niet representatief kunnen zijn voor de voorgestane ontwikkeling. De planologische verbeelding van het bestemmingsplan wordt zodanig gewijzigd dat de in- en uitritsituatie van de camping niet zorgt voor rechtstreeks belichting door autolampen van de woning van reclamant.
Er wordt voorzien in een aanvullende landschapsinpassing welke ook wordt geborgd, waarmee de door reclamant gevreesde effecten uit blijven. Daarnaast wordt het met deze aanpassing mogelijk om uit te wegen. Zie hiervoor de aanpassing onder punt 3 en 9. Het bestemmingsplan wordt gewijzigd vastgesteld. Hierbij wordt voor wat betreft de in- en uitritsituatie ingespeeld op de wensen van reclamant. Echter dit betekent niet een zodanige gewijzigde vaststelling dat de camping bij Schellekesveld niet wordt gefaciliteerd. In paragraaf 2.3.3 is een samenvatting opgenomen van hetgeen in de gebiedsvisie aan bod komt. Het voorbeeld van een inrijverbod als mogelijke verkeersmaatregel is in dat opzicht een afgeleide van deze gebiedsvisie. Het aangehaalde voorbeeld in de plantoelichting kan evenwel algemener worden geformuleerd. Bij vaststelling zal in een aangepaste redactie worden voorzien.
Aanpassingen 1. In artikel 16.1 onder d van de planregels wordt voorzien in de geel gearceerde aanvullingen: ‘ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - 1' kleinschalige bedrijvigheid met een maximum milieucategorie 2 als bedoeld in Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten in categorie 1 en 2 alsmede een opslagbedrijf en met een maximum gezamenlijk bruto vloeroppervlakte van 900 m2;’ 2. In artikel 16.4.2 onder a en onder a sub 4 wordt voorzien in de geel gearceerde aanvullingen:
16.4.2 Bijbehorende bouwwerken binnen het bouwvlak Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a.
30
de oppervlakte van al dan niet met vergunning gebouwde bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied: bedraagt niet meer dan: 1. in geval van een bebouwingsgebied kleiner dan of gelijk aan 100 m2: 50% van dat bebouwingsgebied; 2. in geval van een bebouwingsgebied groter dan 100 m 2 en kleiner dan of gelijk aan 300 m2: 50 m2, vermeerderd met 20% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m2;
3.
in geval van een bebouwingsgebied groter dan 300 m 2: 90 m2, vermeerderd met 10% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 300 m 2, tot een maximum van in totaal 150 m2; 4. in afwijking van het bepaalde in lid a onder 1 tot en met 3 bedraagt de maximum oppervlakte van bijbehorende bouwwerken 1200 m2 ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - 1';
3. De verbeelding ter plaatse van Schellekesveld 2 (en Schellekesveld 7/7a overeenkomstig de beschrijving van aanpassingen onder punt 8) wordt gewijzigd (toekenning ontbrekend bouwvlak binnen bestemmingsvlak) in:
4. In bijlage 3 bij de planregels worden de afbeeldingen die betrekking hebben op de landschapsinpassing van de 2 ruimte voor ruimte kavels naar Schellekesveld 14 vervangen door onderstaande versie:
31
5. De planologische verbeelding voor de twee ruimte voor ruimtekavels belendend aan Schellekesveld 14 wordt als volgt gewijzigd:
De planregels worden voor de twee ruimte voor ruimte woningen belendend aan Schellekesveld 14 (en tevens ambtshalve voor andere locaties) aangevuld met een integraal vervangen artikel 16.2.4 dat als volgt luidt (en waarbij de aanduiding overige zone - voorwaardelijke verplichting 3 betrekking heeft op bovenstaande locatie): 16.2.4 Voorwaardelijke verplichting 3 ontwikkellocaties ruimte voor ruimte Het (doen/laten) gebruik(en) van de bestemming 'Wonen - 2' ter plaatse van:
32
b.
c.
d.
6. 7. 8.
9.
de aanduiding 'overige zone - voorwaardelijke verplichting 1', voorzover het betreft één nog op te richten vrijstaande woning, is uitsluitend toegestaan indien de oppervlakte aan voormalige intensieve veehouderijbebouwing, gelijkstaand aan 1127 m2 ter plaatse van Laar 27 te Berlicum, is gesloopt, maximaal 1 jaar na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan; de aanduiding 'overige zone - voorwaardelijke verplichting 2', voorzover het betreft één nog op te richten vrijstaande woningen, is uitsluitend toegestaan indien de oppervlakte aan voormalige intensieve veehouderijbebouwing, gelijkstaand aan 929,79 m2 ter plaatse van Laar 11 te Berlicum, is gesloopt, maximaal 1 jaar na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan; de aanduiding 'overige zone - voorwaardelijke verplichting 3', voorzover het betreft twee nog op te richten vrijstaande woning, is uitsluitend toegestaan indien de oppervlakte aan voormalige intensieve veehouderijbebouwing, gelijkstaand aan 1370 m2 ter plaatse van Schellekesveld 2 te Berlicum, is gesloopt, maximaal 1 jaar na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan.
De aanpassing van de landschapsinpassing voor wat betreft de vier ruimte voor ruimte woningen aan de Nieuweweg is doorgevoerd zoals vermeld bij zienswijze nummer 7; Het voorbeeld van een inrijverbod in paragraaf 2.3.3. van de plantoelichting wordt bij vaststelling niet meer concreet toegespitst op straten in het plangebied. Er wordt voorzien in een meer algemene formulering. De verbeelding van Schellekesveld 7/7a wordt gewijzigd zoals opgenomen onder punt 3. Hierbij is sprake van: een inkorting van de bestemming ‘Groen – Landschappelijke inpassing’ om de inritconstructie nabij de woning van Schellekesweg 7/7a te voorzien; een meer eenduidige bestemming van de voortuin van de bestemming ‘Wonen – 1’ ten opzichte van het belendende bestemmingsvlak ‘Wonen – 2’ door toekenning van een bestemmingsvlak ‘Wonen – 1’ zonder bouwvlak aan de voortuin van Schellekesveld 7/7a; het aanpassen van een functieaanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – 1’ naar een gebiedsaanduiding ‘overige zone – recreatie’ die ziet op het bestemmingsvlak ‘Wonen – 1’ van Schellekesveld 7/7a en de achterliggende gebiedsbestemming ‘Agrarisch met waarden Landschapswaarden’ binnen de contouren van de bestemming ‘Groen – Landschappelijke inpassing’; een ambtshalve aanpassing van het bestemmingsvlak ‘Wonen – 2’ door toekenning van een nog ontbrekende aanduiding ‘bouwvlak’ ten behoeve van de bouw van een
ruimte voor ruimte woning. De planregels voor de camping bij Schellekesveld 7/7a worden als volgt gewijzigd: 1. In artikel 8.1 wordt lid v verwijderd vanwege de plaatsing binnen een verkeerde functietoedeling; 2. In artikel 8.5 lid 1 wordt de bouwregel voor de camping verwijderd; 3. In artikel 9.1 wordt een nieuw lid h opgenomen met de volgende inhoud: ‘ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - recreatie' een camping met een maximum van 35 kampeerplaatsen binnen de begrenzing van deze aanduiding in het plangebied.’ 4. Een nieuw artikel 9.1.1 wordt ingevoegd met de volgende redactie: 9.1.1 Voorwaardelijke verplichting landschapsinpassing camping Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - recreatie' is gebruik overeenkomstig de functietoedeling toegestaan, mits de bestaande landschapsinpassing in de belendende bestemming 'Groen - Landschappelijke inpassing' in stand wordt gehouden en binnen 1 jaar na het
33
onherroepelijk worden van dit plan wordt voorzien in de realisatie en instandhouding van een aanvullende landschapsinpassing in de vorm van een bladhoudende haag ter plaatse van een inrit zoals opgenomen in Bijlage 3 Landschapsinpassing diverse percelen gebundeld onder 2.8. 5.
6.
7. 8.
In artikel 9.3 onder 1 wordt de bouwregel aangevuld met navolgende gele passage die betrekking heeft op de camping: ‘Gebouwen en bijbehorende bouwwerken in de vorm van aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen zijn niet toegestaan. In afwijking hiervan zijn ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - recreatie' binnen het plangebied gebouwen ten behoeve van sanitair en een gemeenschappelijke ruimte toegestaan in een maximum begane grond vloeroppervlakte van 220 m2 en met een maximale bouwhoogte van 5 meter.’. In artikel 15.1 wordt voorzien in een nieuw lid o met de navolgende inhoud: ‘ ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - recreatie' een camping met een maximum van 35 kampeerplaatsen binnen de begrenzing van deze aanduiding in het plangebied.’ Artikel 15.2.1 onder d wordt aangevuld met de navolgende gele passage: kamperen, met uitzondering van kamperen dat plaatsvindt ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - recreatie'; Een nieuw artikel 15.2.3 wordt ingevoegd met de navolgende redactie: 15.2.3 Voorwaardelijke verplichting landschapsinpassing camping Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - recreatie' is gebruik overeenkomstig de functietoedeling toegestaan, mits de bestaande landschapsinpassing in de belendende bestemming 'Groen - Landschappelijke inpassing' in stand wordt gehouden en binnen 1 jaar na het onherroepelijk worden van dit plan wordt voorzien in de
realisatie en instandhouding van een aanvullende landschapsinpassing in de vorm van een bladhoudende haag ter plaatse van een inrit zoals opgenomen in Bijlage 3 Landschapsinpassing diverse percelen gebundeld onder 2.8.
9.
In artikel 15.4.2 onder a wordt een nieuw sub 6 ingevoegd met de volgende inhoud: in afwijking van het bepaalde in lid a onder 1 tot en met 3 kan de toegestane oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken zoals bedoeld in lid a onder 1 tot en met 3 ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - recreatie' worden vermeerderd met een maximum begane grond vloeroppervlakte van 220 m2 voor gebouwen ten behoeve van sanitair en een gemeenschappelijke ruimte , voorzover hierbij binnen het plangebied het maximum begane grond vloeroppervlakte van 220 m2 voor gebouwen ten behoeve van sanitair en een gemeenschappelijke ruimte niet wordt overschreden. 10. In artikel 15.4.2 onder e wordt voorzien in een aanvulling met de navolgende gele passage: de maximale goothoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 3,5 meter en de maximale hoogte 6 meter. In afwijking hiervan geldt voor gebouwen ten behoeve van sanitair en een gemeenschappelijke ruimte ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - recreatie' enkel een maximale bouwhoogte van 5 meter. 10. In artikel 16.4.1.
wordt rekening houdend met het akoestisch onderzoek van de camping ten behoeve van de positie van de ruimte voor ruimte woning belendend aan Schellekesveld 7/7a een nieuw lid i toegevoegd met de volgende inhoud: afstand tot de achterste perceelsgrens dient minimaal 8 meter te bedragen voor de woning binnen het bestemmingsvlak van deze functietoedeling, voor zover het betreft het bestemmingsvlak ten noorden van het Schellekesveld.
34
Zaaknummer 9
Naam
Namens
1311906
Adres
Postcode
Plaats
Datum brief / ontvangst 31 januari 2022 / 2 februari 2022
Samenvatting Reclamant: 1.
2.
verzoekt aanpassing van de planregels voor de bestemming ‘Wonen – 2’, meer specifiek het bepaalde in 16.4.2, zodat onbetwistbaar vaststaat dat per Ruimte voor Ruimte woning van reclamant 150 m2 aan bijgebouwen is toegestaan. Nu is discussie mogelijk door het gebruik van de term “bebouwingsgebied”. Dit speelt met name in de gevallen waarin sprake is van een gedeeld bestemmingsvlak voor meerdere woningen. verzoekt de term “schapen” als bedoeld in artikel 8.1 voorzover het betreft de regeling die betrekking heeft op de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – 1’ te vervangen door “ooien”.
Beantwoording 1.
2.
ter voorkoming van een onnodige discussie over de interpretatie van de planregels in het geval sprake is van een bestemmingsvlak dat wordt gedeeld door meerdere woningen zullen de regels als bedoeld in artikel 16.4.2 worden aangepast. Een en ander met als uitgangspunt dat de toegelaten oppervlakte aan bijgebouwen geldt per woning afzonderlijk. Ambtshalve zal een gelijke aanpassing worden doorgevoerd in artikel 15.4.2 waarin sprake is van een soortgelijke planregeling. de term “schapen” als bedoeld in artikel 8.1 voorzover het betreft de regeling die betrekking heeft op de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – 1’ wordt vervangen door “ooien”.
Aanpassingen 1.
2.
In artikel 15.4.2 wordt onder a de gele passage ingevoegd: ” 15.4.2 Bijbehorende bouwwerken binnen het bouwvlak Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen: 1. de oppervlakte van al dan niet met vergunning gebouwde bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied, met uitzondering van parapluhooibergen als bedoeld in lid f, bedraagt per woning niet meer dan: In artikel 16.4.2 wordt onder a voorzien aanpassing ter plaatse van de gele passage: ‘16.4.2
35
Bijbehorende bouwwerken binnen het bouwvlak
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen: 1.
3.
36
de oppervlakte van al dan niet met vergunning gebouwde bijbehorende bouwwerken per woning in het bebouwingsgebied: bedraagt niet meer dan: de term “schapen” als bedoeld in artikel 8.1 voorzover het betreft de regeling die betrekking heeft op de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – 1’ wordt vervangen door “ooien”.
Zaaknummer 10
Naam
Namens
Adres
1311911
Postcode
Plaats
Datum brief / ontvangst 31 januari 2022 / 2 februari 2022
Samenvatting Reclamant: 1.
verzoekt aanpassing van de planregels voor de bestemming ‘Wonen – 2’, meer specifiek het bepaalde in 16.4.2, zodat onbetwistbaar vaststaat dat per woning van reclamant 150 m2 aan bijgebouwen is toegestaan. Nu is discussie mogelijk door het gebruik van de term “bebouwingsgebied”. Dit speelt met name in de gevallen waarin sprake is van een gedeeld bestemmingsvlak voor meerdere woningen zoals in de onderhavige situatie.
Beantwoording 1.
ter voorkoming van een onnodige discussie over de interpretatie van de planregels in het geval sprake is van een bestemmingsvlak dat wordt gedeeld door meerdere woningen zullen de regels als bedoeld in artikel 16.4.2 worden aangepast. Een en ander met als uitgangspunt dat de toegelaten oppervlakte aan bijgebouwen geldt per woning afzonderlijk. Ambtshalve zal een gelijke aanpassing worden doorgevoerd in artikel 15.4.2 waarin sprake is van een soortgelijke planregeling.
Aanpassingen 1.
In artikel 15.4.2 wordt onder a de gele passage ingevoegd: ” 15.4.2 Bijbehorende bouwwerken binnen het bouwvlak Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. de oppervlakte van al dan niet met vergunning gebouwde bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied, met uitzondering van parapluhooibergen als bedoeld in lid f, bedraagt per woning niet meer dan:
2.
In artikel 16.4.2 wordt onder a voorzien aanpassing ter plaatse van de gele passage: ‘16.4.2
Bijbehorende bouwwerken binnen het bouwvlak
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen: 2.
37
de oppervlakte van al dan niet met vergunning gebouwde bijbehorende bouwwerken per woning in het bebouwingsgebied: bedraagt niet meer dan:
Zaaknummer 11
1311988 / 1312089
Naam
Namens
Adres
Postcode
Plaats
Datum brief / ontvangst 2 februari 2022 / 2 februari 2022
Samenvatting Reclamant: 1.
heeft bezwaar tegen de geplande Ruimte voor Ruimte kavels aan de noordwestzijde van zijn woning. Het perceel van Schellekesveld 2 is groot genoeg om voor de locatiekeuze van de woningen meer afstand tot het perceel Schellekesveld 14 te betrachten. De woningen hadden bij / nabij Schellekesveld 2 moeten staan. Dit wordt immers een burgerwoning zonder milieucirkel. 2. geeft aan dat Schellekesveld 2 de lusten ontvangt maar niet de lasten; de lasten komen bij Schellekesveld 14, met mogelijk overlast tot gevolg. 3. stelt dat In de toelichting niet is toegelicht waarom voor deze locatie is gekozen; de komst van deze twee woning is volgens reclamant in strijd met een goede ruimtelijke ordening. 4. geeft aan dat de twee bedoelde percelen vrij groot van oppervlakte zijn, terwijl niet het gehele perceel bebouwd kan worden: de percelen hadden kleiner moeten zijn. Een overig perceelsgedeelte zou dan de bestemming “Tuin” kunnen krijgen, waardoor ook de landschappelijke inpassing beter geborgd zou zijn. 5. stelt dat de landschappelijk inpassing welke onderdeel uitmaakt van de onderbouwing ook op de verbeelding en met een afzonderlijke bestemming moet worden opgenomen. Daardoor is eventuele bebouwing van dat deel van het perceel juridisch uitgesloten. 6. vreest voor wateroverlast en stelt dat dit in de planregels niet is geborgd 7.
geeft aan dat in de toelichting vermeld staat dat de ontwikkeling, inclusief de ruimte voor ruimte kavels, voldoet aan de Interimomgevingsverordening (Iov) van de provincie Noord-Brabant. Uit de toelichting blijkt niet dat de ruimte voor ruimte locaties in overeenstemming zijn met het bepaalde in artikel 3.77 van de Iov (ontwikkelingsrichting van het gebied). 8. stelt dat voor de ruimte voor ruimte kavels geen of onvoldoende onderzoek gedaan naar populaties van onder meer vleermuizen, vossen, dassen, uilen en/of herten. Vreest daardoor voor onomkeerbare gevolgen voor Fauna. 9. geeft aan dat op het perceel van reclamant zich een tweetal zogenaamde parapluhooibergen bevinden, welke ook planologisch geborgd zijn. Reclamant vreest voor aantasting van deze gebiedskarakteristieke, cultuurhistorische hooibergen. Het zicht daarop zou minder worden aangetast als de ruimte voor ruimte woningen op een grotere afstand zouden worden gerealiseerd. 10. vindt dat in de aanloop naar het ontwerpbestemmingsplan onvoldoende rekening is gehouden met de belangen van omwonenden en vindt dat dit geen juiste wijze is waarop burgerparticipatie zou moeten plaatsvinden.
Beantwoording
38
1. Op het perceel waarop de twee ruimte voor ruimte woningen zijn voorzien lijkt meer ruimte te zijn voor een andere positionering van de woningen, zoals reclamant stelt. Het tegendeel is echter waar. Bij de beoogde positie van de ruimte voor ruimte is rekening gehouden met de achtergrondgeurbelasting op het perceel. De geurbelasting afkomstig van Nieuw Laar 5a is hierbij maatgevend. Op basis van de geurmodellering is de huidige positie van de ruimte voor ruimte woningen tot stand gekomen. Vanuit deze invalshoek is er geen ruimte om de ruimte voor ruimtekavels meer te verschuiven in de richting van Schellekesveld 2. 2. Ter plaatse van Schellekesveld 2 wordt met dit plan een intensieve veehouderij duurzaam beëindigd. Dat is mede voor Schellekesveld 14 een positief gegeven. Daar tegenover staat de realisatie van twee ruimte voor ruimte woningen in de nabijheid. Mede in verband met de borging van een landschappelijke inpassing en de introductie van een beperkt bouwvlak binnen de bestemmingsvlakken voor betreffende ruimte voor ruimte woningen, waarover in onderstaande meer, blijft de impact van de betreffende ontwikkeling voor Schellekesveld 14 beperkt. 3. Uit het bij het bestemmingsplan gevoegde Plan-MER en de aanvulling op het Plan-MER die tevens onderdeel uitmaken van voorliggende plantoelichting vloeit de locatiekeuze voort zoals aangehaald onder punt 1. 4.
Voor de bouwmogelijkheden van de ruimte voor ruimtewoningen is, in het verlengde van deze zienswijze, bij vaststelling voorzien in een beperkt bouwvlak voor de ruimte voor ruimte woningen. De begrenzingen van de bouwvlakken vloeien overigens mede voort uit het gebied dat op grond van de geurmodellering voor ontwikkeling in aanmerking komt. Op grond van het bepaalde in artikel 16.2.1 is voorts de realisatie en instandhouding van de landschappelijke inpassing adequaat geborgd. Bij vaststelling is mede op verzoek van reclamant en initiatiefnemer de landschappelijke inpassing, zoals opgenomen in bijlage 3 van de planregels, nog geoptimaliseerd. Hierbij is voorzien in een brede strook met gemengd struweel en bomen als buffer tussen beide percelen. De huidige opzet van de bestemming en bijbehorende regels sluit aan op de systematiek die voor de landschappelijke inpassing voor woningen in het buitengebied door de gemeente wordt gehanteerd. 5. Zie hiervoor het antwoord als bedoeld onder punt 4. 6. De vrees voor wateroverlast wordt niet nader onderbouwd. In artikel 16.2.2. van de planregels is de realisatie en instandhouding van een waterberging van 30 m3 adequaat vormgegeven. Per abuis moet worden geconcludeerd dat in de plantoelichting 300m3 is vermeld voor wat betreft de norm voor waterberging. Dit moet zijn 30 m3 en dit wordt bij vaststelling in de plantoelichting aangepast. 7.
Bij de opstelling van de gebiedsvisie en de uitwerking hiervan in dit bestemmingsplan is vastgesteld dat het ontwikkelgebied een bebouwingsconcentratie vormt. De ruimte voor Ruimte woningen kunnen binnen een bebouwingsconcentratie worden gebouwd. Het feit dat de gemeenteraad de gebiedsvisie formeel heeft vastgesteld (2017) geeft aan dat er wel degelijk sprake is een vastgelegde ontwikkelrichting van het gebied zoals bedoeld in artikel 3.77 Iov. 8. In de QuickScan flora en fauna is de locatie van de twee ruimte voor ruimte woningen meegenomen. Hieruit vloeien voor deze ontwikkeling geen onomkeerbare gevolgen voort. 9. Het klopt dat achter op het perceel van reclamant 2 parapluhooibergen staan en dat deze ook in dit bestemmingsplan specifiek zijn bestemd. De parapluhooibergen zijn in praktijk ingepakt door middel van groenelementen. Het zicht op deze twee bouwwerken, voorzover daar al sprake van is gelet op de groenelementen, is voornamelijk vanaf het Nieuw laar en wordt door de twee ruimte voor ruimte woningen niet verstoord. Vanaf het Schellekesveld wordt het zicht op deze twee bouwwerken in de bestaande situatie volledig onttrokken door bestaande gebouwen en groen op het perceel van reclamant zelf. Voor zover het zicht al wordt verminderd staat dat niet in de weg aan de planologisch aanvaardbaarheid van de ruimte voor ruimte woningen. 10.
Het ontwerpbestemmingsplan betreft een vertaling / uitwerking van de gebiedsvisie Laar – Nieuw Laar welke door de gemeenteraad is vastgesteld. Bij de totstandkoming van deze visie heeft eenieder ruimschoots de gelegenheid gehad voor inbreng van wensen en belangen. Dat niet iedereen achter alle destijds gemaakt keuzes staat, wil niet zeggen dat participatie niet op juiste wijze heeft plaatsgevonden.
39
Aanpassingen
40
1.
In bijlage 3 bij de planregels wordt voor de ruimte voor ruimtekavels uitgegaan van de navolgende landschappelijke inpassing (een vergrote weergave is opgenomen in de bijlage 3 bij de regels van het gewijzigd vast te stellen bestemmingsplan):
2.
De planologische verbeelding voor de ruimte voor ruimtekavels wordt bij vaststelling voorzien van een bouwvlak op maat:
3.
De plantoelichting wordt aangepast door hierin 30 m3 waterberging als norm te vermelden in plaats van de kennelijke verschrijving van 300m3;
Zaaknummer 12
1311992
Naam
Namens
Adres
Postcode
Plaats
Datum brief / ontvangst 2 februari 2022 pro forma/ 2 februari 2022 pro forma. Inhoudelijk d.d. 9 februari 2022 / 9 februari 2022
Samenvatting Reclamant: 1. 2.
is van mening dat het ontwerpbestemmingsplan afwijkt van de anterieure overeenkomst die door reclamant met de gemeente is gesloten; wenst dat het maximum van 9.000 varkens in het plan bij recht wordt opgenomen (zonder afwijkingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 8.3.1) en stelt dat dit overeengekomen is met de anterieure overeenkomst; 3. geeft aan dat de functieaanduiding algenteelt ontbreekt; 4. geeft aan dat het bouwperceel/bouwvlak niet direct aansluit op de weg Nieuw Laar, terwijl dit wel is in de anterieure overeenkomst is vastgelegd. 5. geeft aan dat het bouwperceel/bouwvlak niet direct aansluit op de bestemming “Groen” en niet is doorgetrokken tot in de gasleidingenstrook. 6. stelt dat de bepaling als bedoeld in artikel 8.3.1 sub g in strijd is met de anterieure overeenkomst waarin staat dat 4.126 m2 aan salderingsmeters uit het gebied mag komen. 7. geeft aan dat in artikel 8.6.1. onder 4. Is bepaald dat uitsluitend mest afkomstig van de locatie mag worden verwerkt. Dat is in strijd met de anterieure overeenkomst waarin staat dat mestverwerking van derden is toegestaan indien dit op basis van de Interim omgevingsverordening mogelijk is gemaakt. 8. geeft aan dat de fakkel, gasopslag en opwaardeerstation niet uitdrukkelijk zijn genoemd als voorzieningen die binnen het bouwperceel zijn toegelaten. 9.
maakt melding van het feit dat van het bedrijf onderdeel uitmaakt een bouwbedrijf dat ter plaatse al lange tijd aanwezig is en waarmee het college bekend is. Reclamant wil dat dat het bouwbedrijf door middel van een specifieke functieaanduiding bij recht wordt toegelaten, aangezien ook artikel 8.3.3. van de regels nevenactiviteiten in de milieucategorieën 1 en 2 toestaat. 10. wenst opneming van een weegbrug in artikel 8.5.1 11. Naar de mening van reclamant zou bestaande verharding moeten worden uitgesloten van vergunningsplicht binnen de regels van artikel 8.7 (aanlegvergunning binnen gebiedsaanduiding “overige zone – historisch landschappelijk gebied”). 12. In de landschappelijke inpassing van de locatie van reclamant is opgenomen een zogenaamd struinpad. De aanwezigheid van derden zo kort nabij de stallen kan ziektedruk opleveren voor zijn landbouwdieren. Hij vindt dat niet aanvaardbaar.
41
Beantwoording 1.
2.
3.
4.
42
De gemeente heeft hier een andere visie op en is van mening dat naar huidige inzichten wordt voldaan aan de inspanningsverplichting zoals die door het college van burgemeester en wethouders met initiatiefnemer / reclamant is aangegaan. In de volgende punten wordt hierop ingegaan aan de hand van stellingnamen van reclamant. In aanvulling hierop wordt voor de goede orde opgemerkt dat in de anterieure overeenkomst wordt uitgegaan van het toepassen van de Wro-coördinatieprocedure in het verlengde van het door de raad genomen coördinatiebesluit. Vastgesteld moet worden dat van een allesomvattende vergunningaanvraag voor de doorontwikkeling van de intensieve veehouderij Laar 31 ten tijde van de opmaak van deze nota nog geen sprake is. Van een ontwerp van een omgevingsvergunning voor de doorontwikkeling van de intensieve veehouderij Laar 31 is evenmin sprake. Dit betekent op basis van vaste rechtspraak niet dat de Wro-coördinatieregeling niet meer kan worden toegepast. In het verlengde van de aangegane inspanningsverplichting door het college van burgemeester en wethouders met initiatiefnemer / reclamant zal de mogelijkheid blijven bestaan om na vaststelling van het bestemmingsplan een omgevingsvergunningprocedure nog gecoördineerd te laten verlopen. Die mogelijkheid doen wij bij deze dan ook gestand.
In de anterieure overeenkomst is de inspanningsverplichting aangegaan om met het plan te voorzien in de mogelijkheid voor de huisvesting van maximaal 9000 varkens. Hierbij is niet vastgelegd dat dit bij recht wordt voorzien. In het bestemmingsplan wordt voor de ontwikkelmogelijkheden van Laar 31 gebruik gemaakt van het instrument als bedoeld in artikel 7c lid 14 van het Besluit uitvoering Crisis en Herstelwet ofwel de omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit. Op basis van dit instrument wordt de vergunning verleend als wordt voldaan aan de daartoe in het bestemmingsplan gestelde voorwaarden. Vastgesteld moet worden dat de redactie van het bepaalde in artikel 8.3 en 8.6 nog een kan-bepaling in plaats van een wordt-bepaling bevat voor wat betreft de verlening van een vergunning door het bevoegd gezag. Dit wordt bij deze artikelen (evenals bij enkele andere artikelen die in deze context niet van belang zijn) hersteld. De aanpassingen in 8.3 en 8.6 zijn in onderstaande verwoord. De aanpassingen in overige artikelen zijn meegenomen in de ambtshalve aanpassingen. De uitwerking van dit instrument is dat initiatiefnemer er vanuit kan gaan dat als aan de voorwaarden zoals opgenomen in het verbrede reikwijdte bestemmingsplan wordt voldaan ook daadwerkelijk een omgevingsvergunning wordt verleend.
Dit is anders dan bij een reguliere afwijking van de regels waarvoor vergunning kan worden verleend. Voorts moet worden opgemerkt dat de overeenkomst naast inspanningsverplichtingen voor de gemeente ook inspanningsverplichtingen voor initiatiefnemer / reclamant bevat. Daarnaast bevat de overeenkomst een overlegbepaling, waaraan door het bevoegd gezag invulling is gegeven. De inspanningsverplichtingen die bij initiatiefnemer liggen bepalen hierbij mede in hoeverre invulling kan worden gegeven aan een toestemming bij recht. In onderhavige situatie kon onder andere een stalderingscertificaat uitgegeven door of namens gedeputeerde staten door initiatiefnemer / reclamant nog niet worden overlegd. Dit heeft mede bepaald dat de ontwikkelingsmogelijkheden zijn vervat in het instrument omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit. In artikel 8.1 is voorzien in een nieuw lid v met de volgende inhoud: ‘uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bouwperceel' algenteelt in een gesloten systeem zonder emissies naar de buitenlucht.’ De reden voor een gesloten systeem zonder emissies naar de buitenlucht is hierbij dat het toestaan van algenteelt op deze manier altijd zonder effecten naar de omgeving plaatsvindt. Op deze wijze kan, mede in het licht van de beschouwing in het Plan-MER, invulling worden gegeven aan een bestemmingsregeling voor algenteelt.
Op de door reclamant voorgestelde wijze wordt het bouwperceel groter dan de in de anterieure overeenkomst als eerste punt vervatte uitgangspunt van een op te nemen bouwvlak met ‘intensieve veehouderij’ aanduiding met een omvang van 2.27 hectare. Op basis van nameting is gekozen voor een vormgeving van het agrarisch bouwvlak, waarbij het uitgangspunt van 2,27 hectare gestand is gedaan. Tegelijkertijd is voorzien in de ‘specifieke bouwaanduiding – bouwperceel’ waarmee o.a. ten behoeve van voorzieningen (maar buiten de aanduiding bouwvlak geen gebouwen) worden toegestaan. De aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – bouwperceel’ heeft hierbij een omvang van 2,5 hectare hetgeen de maximum omvangt betreft dat een
bouwperceel voor een intensieve veehouderij boven referentiemaat mag hebben op grond van het bepaalde in artikel 3.53 lid 1 onder b sub 3 van de provinciale Interim Omgevingsverordening. 5. Idem als bij de beantwoording van punt 4. 6. De herkomst van stalderingsmeters is planologisch niet relevant en wordt derhalve niet in het bestemmingsplan vastgelegd. Wel moet invulling worden gegeven aan de instructieregels voor staldering als bedoeld in de provinciale Interim Omgevingsverordening. Dat laatste is vormgegeven in de afwijkingsbevoegdheid als opgenomen in artikel 8.3.1. 7. Nuance ten aanzien van het gestelde is op zijn plaats. Dit geldt alleen in de omstandigheid dat sprake is van een realistische mogelijkheid in het verlengde van het bepaalde in de Interim Omgevingsverordening. Dat laatste is in de context van het planvoornemen niet aan de orde. 8. Voor mestbewerking is in artikel 6.49 van de planregels voorzien in een begripsbepaling: ‘de toepassing van basistechnieken of combinaties daarvan met als doel de aard, samenstelling of hoedanigheid van dierlijke mest te wijzigingen, zoals droging, bezinking, (co)vergisting, scheiding, hygiënisatie of indamping van mest’. Op grond van het bepaalde in 8.1 wordt onder voorwaarden mestbewerking toegestaan. Deze voorwaarden zien op geurimissie ter plaatse van geurgevoelige objecten.
De genoemde voorzieningen kunnen worden aangemerkt als bij de hoofdfuncties behorende voorzieningen, zoals bedoeld in 8.2 van de planregels. Een expliciete vermelding is in dit verband niet noodzakelijk. Het bestemmingsplan wordt op dit punt dus niet aangepast. 9. Het bouwbedrijf is al jaren aanwezig, maar niet legaal aanwezig. Het bestemmingsplan voorziet in de mogelijkheid om na het indienen van een daartoe strekkend verzoek een omgevingsvergunning te verlenen voor een bedrijf in de milieucategorie 1 en 2 als neventak bij het agrarisch bedrijf. Afhankelijk van de invulling en aan te leveren onderbouwing moet blijken of deze activiteit alsnog op basis van het vast te stellen bestemmingsplan kan worden vergund. 10. Een weegbrug is voor onderhavige locatie niet vergund en tevens niet gerealiseerd. Indien en voorzover uitsluitend in gebruik voor de eigen bedrijfsvoering kan een weegbrug worden aangemerkt als een bij de hoofdfunctie behorende voorziening als bedoeld in 8.2 van de planregels. In artikel 8.5 lid 1 is in het verlengde hiervan voorzien in de geel gearceerde aanvulling ‘sleufsilo's, mestsilo's en (folie)mestbassins, containervelden, waterbassins, een weegbrug voor eigen gebruik en kadaverplaatsen zijn uitsluitend toegestaan binnen de aanduidingen 'bouwvlak' en 'specifieke bouwaanduiding - bouwperceel'; 11.
Deze bepaling is letterlijk hetzelfde als opgenomen in het thans geldende bestemmingsplan. Hieraan wordt in deze kader stellende regeling vastgehouden. 12. Het bedoelde “struinpad” maakt onderdeel uit van de landschappelijke inpassing en is een uitvloeisel van maatregelen als opgenomen in de gebiedsvisie. Reclamant is hiermee goed bekend. Niet valt in te zien dat dit ‘struinpad’ dat fysiek gescheiden blijft van het perceel van reclamant voor toenemende ziektedruk zou leiden bij dieren gehuisvest op het bedrijf van reclamant.
Aanpassingen 1. 2.
In artikel 8.1 is voorzien in een nieuw lid v met de volgende inhoud: ‘uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bouwperceel' algenteelt in een gesloten systeem zonder emissies naar de buitenlucht.’; Artikel 8.3. wordt gewijzigd (geduid met de gele arceringen) en voorzien van de volgende inhoud: ‘Het bevoegd gezag verleent een omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in 8.1 Toegestane functies en gebruik, verlenen op aanvraag voor de volgende omgevingsplanactiviteiten indien wordt voldaan aan de en onder navolgende voorwaarden:’
3.
43
In artikel 8.5 lid 1 is in het verlengde hiervan voorzien in de geel gearceerde aanvulling ‘sleufsilo's, mestsilo's en (folie)mestbassins, containervelden, waterbassins, een weegbrug voor eigen gebruik en kadaverplaatsen zijn uitsluitend toegestaan binnen de aanduidingen 'bouwvlak' en 'specifieke bouwaanduiding - bouwperceel';
4.
Artikel 8.6. wordt gewijzigd (geduid met de gele arceringen) en voorzien van de volgende inhoud: ‘Het bevoegd gezag verleent een omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in 8.4 Bouwregels bouwvlak en 8.5 Overige bouwregels, verlenen op aanvraag voor de volgende omgevingsplanactiviteiten indien wordt voldaan aan en onder navolgende voorwaarden:’
5.
13
Daarnaast is voorzien in enkele ambtshalve aanpassingen die in het verlengde staan van het eindadvies van de commissie voor de m.e.r. danwel betrekking hebben op herstel van onvolkomenheden. Hiervoor wordt verwezen naar het overzicht van ambtshalve aanpassingen.
Zaaknummer
Naam
1312020
Het groene Hart
Namens
Adres
Postcode
Plaats
Boscheweg 24b
5275HB
Den Dungen
Datum brief / ontvangst Pro forma d.d. 1 februari 2022 / 3 Februari 2022. Inhoudeljke aanvulling d.d. 23 februari 2022 / 23 februari 2022.
Samenvatting Reclamant: 1.
2.
3.
44
is van mening dat de bedrijfsbeëindiging bij Laar 11 ten onrechte niet wordt aangegrepen om de ongewenste bestaande ruimtelijke verrommeling naar oppervlak, grootschaligheid en industriële uitstraling te elimineren. De toegestane niet-agrarische bedrijfsfunctie als caravanstalling past hier niet en vormt een toekomstige belemmering voor de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Laar 19 krijgt bedrijfsbestemming voor de bestaande caravanstalling en eierverkoop. Als dit een legalisering van een bestaand bestemmingsstrijdige caravanstalling inhoudt, dan gaat het ook hier om de introductie van een niet-agrarische activiteit met dezelfde negatieve gevolgen als bij Laar 11 genoemd. Schellekesveld 2: Beëindiging van de varkenshouderij. Bedrijfswoning krijgt woonbestemming met kleinschalige bedrijvigheid tot een maximale omvang van 1.000 m2 en 200 m2 bijgebouwen. De bedrijfsbeëindiging wordt niet aangegrepen om de ongewenste bestaande ruimtelijke verrommeling naar
oppervlak ,grootschaligheid en industriële uitstraling te elimineren. De toegestane niet-agrarische bedrijfsfunctie als caravanstalling past hier niet en vormt een toekomstige belemmering voor de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. 4. Laar 31-35 (genaamd: Laar 31): Uitbreiding van het bouwvlak van de varkenshouderij en de aanduiding ‘intensieve veehouderij’ en aanbrengen van een aanduiding voor een bouwperceel in verband met voorzieningen. Uitbreiding van stallen is op grond van de regeling uitsluitend mogelijk onder het treffen van maatregelen onder andere gericht op verbetering van het woon- en leefklimaat; Het plan voorziet in een bedrijfsvoortzetting en groei daarvan terwijl van een duurzame bedrijfsvoering geen sprake meer kan zijn door het falen van de technologie van vermindering van de emissie en stank reductie. Daarnaast ligt het object binnen de 25 kilometerzone rondom de Natura 2000 gebieden waar geen nieuwe stikstof uitstoot is toegestaan. Verder is de randvoorwaarde van te treffen maatregelen t.b.v. verbetering woon-en leefklimaat is te vrijblijvend door ontbreken van harde criteria en minimaal te bereiken verbeteringpercentages van de overlast. 5. Nieuw Laar 5a: Uitbreiding van het bouwvlak van de varkenshouderij en de aanduiding ‘intensieve veehouderij’.
Uitbreiding van stallen is op grond van de regeling uitsluitend mogelijk onder het treffen van maatregelen onder andere gericht op verbetering van het woon- en leefklimaat; Idem als hiervoor. 6. De geplande 16 nieuw toe te voegen woningen geven een stevige impuls aan de fatale verstening van het buitengebied die als hoofdoorzaak geldt voor de ruimtelijk kwalitatieve aftakeling ervan. 7. Plein 30 en Groenstraat 28 wordt de bedrijfsbestemming uitgebreid en op Laar 19 wordt een bedrijfsbestemming toegekend. In totaal is dit een extra oppervlak van ca 0,88 ha. De toegestane bedrijfsuitbreidingen en zelfs nieuwvestiging ervan tot totaal 8.800 m2 vormen weer een extra inpuls voor de ongewenste groei van de verstening, ruimtelijke versnippering en verrommeling. 8. Op Laar 32a een kleinschalige nevenactiviteit wordt toegestaan voor statische opslag. Ook deze nieuwe niet-agrarische opslag mogelijkheid draagt weer zijn steentje bij aan de in instandhouding van de verstening en verrommeling en overige nadelen zoals eerder genoemd. 9. Laar 29: nevenactiviteit t.b.v. Hoveniersactiviteiten. In zover voor hoveniersactiviteiten verhardingen en bedrijfsbebouwing is toegestaan heeft ook deze bestemmingswijzing een verdere verstening en verrommeling tot gevolg. 10. Nieuw Laar 16: aanduiding voor bestaande mini-camping.
Een minicamping beslaat al gauw 2 x het oppervlak van een woning en vergt ook weer extra bebouwing voor de voorzieningen. Ook dit levert zijn bijdrage aan toename van de verstening en verrommeling. 11. Groenstraat 27 en Plein 29: bouwvlakvergroting bestaande burgerwoning. Bouwvlakvergroting vormt de aanloop tot bouwuitbreiding en dus de verdere verstening van het gebied. 12. Op Schellekesveld 7 wordt voorzien in een uitbreiding van de mini-camping van 10 naar 35 standplaatsen en 220 m2 bijgebouwen. Het campingterrein zelf wordt niet uitgebreid. Een camping van 35 standplaatsen valt o.i. Bezwaarlijk aan te merken als een minicamping. Alleen al de bijgebouwen van 220 m2 neemt een volume in van twee woningen. Nog los gezien van de noodzakelijke verhardingen. Ook hier is dus opnieuw sprake van een forse bijdrage aan de verdere gebiedsverstening. 13. Waar verstening, versnippering, verrommeling en schaalvergroting als hoofdoorzaken van het verlies van de ruimtelijke kwaliteit van de ruimte,in casu het buitengebied gelden, is het teleurstellend dat bij dit plan daar geen lessen uit getrokken worden. Erger nog :dit bestemmingsplan jaagt het proces van verstening etc nog eens flink aan.
Deze nieuwe aanslag op de ruimtelijke kwaliteit valt moeilijk zo niet onmogelijk te verenigen met de eis van de Wro dat een bestemmingsplan aan het criterium van een goede ruimtelijke ordening dient te voldoen . Wij verzoeken uw raad niet met dit plan in te stemmen .
Beantwoording
45
1.
De in het bestemmingsplan toegestane caravanstalling betreft een bestaande activiteit die nauwelijks impact heeft naar de leefomgeving toe. Bij een vitaal platteland hoort ook dat er mogelijkheden blijven voor economische activiteiten, waaronder de voortzetting van deze bestaande activiteit. De zienswijze vormt geen aanleiding om deze bestaande rechten met dit plan in te perken. 2. De in het bestemmingsplan toegestane caravanstalling en eierhandel betreft een bestaande activiteit die nauwelijks impact heeft naar de leefomgeving toe. Bij een vitaal platteland hoort ook dat er mogelijkheden blijven voor economische activiteiten, waaronder de voortzetting van deze bestaande activiteiten. De zienswijze vormt geen aanleiding om deze bestaande rechten met dit plan in te perken. 3. Voor Schellekesveld 2 geldt in feite dezelfde lijn van beantwoording als bij punt 1 en 2 aan de orde. 4. In het licht van het eindadvies van de commissie voor de m.e.r. is voorzien in enkele aanvullende planregels om de beoogde ontwikkelingen ook gepaard te laten gaan met het beoogde effect: verbetering van het woon- en leefklimaat en borging van voorkoming van negatieve effecten op N2000 gebieden. Hiervoor wordt verwezen naar de ambtshalve aanpassingen. 5. Idem als bij punt 4. 6.
De toe te voegen woningen vorm een planuitwerking van de gebiedsvisie voor Laar Nieuw Laar waarin de ontwikkelingsrichting is bepaald die uitgaat van zowel verdichten op daarvoor geschikte locaties als vergroenen. 7. De uitbreiding bij Groenstraat 28 is bij vaststelling ongedaan gemaakt in verband met het ontbreken van de noodzaak van uitbreiding van het bestemmingsvlak. Voor Plein 30 en Laar 19 vormt een overname van vergunde rechten de onderlegger voor de vormgeving van het bestemmingsvlak. Voor 19 geldt dat bij vaststelling in overleg met initiatiefnemer nog is voorzien in aanvullende landschapsmaatregelen, omdat de nevenactiviteiten nu als hoofdactiviteit, weliswaar in bestaande omvang, worden bestemd. 8. Voor Laar 32a geldt dat de statische opslag niet op dit adres plaatsvindt, maar op het adres Laar 32. In dit verband is de bestemming aangepast. Het betreft hier echter opslag in de bestaande omvang die op grond van het bestemmingsplan wordt toegelaten. 9. Het betreft hier het toestaan van bestaande activiteiten in de bestaande omvang. De ontwikkeling leidt niet tot een verder ruimtebeslag. Sterker nog: van de voormalig eigenaar zijn gronden aangekocht om een grootschalige landschapsinpassing rondom Laar 31 mede te kunnen voorzien. 10. Het betreft hier een bestemming voor een minicamping in bestaande omvang, zonder aanvullend ruimtebeslag tot gevolg. 11.