Bijlage 7 - Nota van zienswijzen - geanonimiseerd
Tekst van het document
Nota van zienswijzen en ambtshalve aanpassingen behorende bij het raadsbesluit tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte ‘Omgevingsplan Laar – Nieuw Laar’ Inleiding Het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte ‘Omgevingsplan Laar – Nieuw Laar’ heeft betrekking op de zone ten oosten van de kernen Berlicum en Middelrode in de gemeente Sint Michielsgestel en heeft een omvang van ca. 1,77 km2. Het plangebied wordt globaal begrensd door de Werststeeg in het noorden, de bebouwde kom en sportpark de Brand in het westen, de Zandstraat en Milrooijsedijk in het zuiden en de Nieuweweg en Schellekesveld in het oosten. In het gebied Laar-Nieuw Laar ten oosten van de kern Berlicum bevinden zich een aantal agrarische bedrijven, waaronder 8 intensieve veehouderijbedrijven, in de directe nabijheid van de kern en talrijke burgerwoningen. Door de direct omwonenden van het gebied wordt overlast ervaren in de vorm van geur, fijn stof, ongedierte (vliegen), (vracht)verkeer en geluid en is sprake van een slecht woon- en leefklimaat. Om tot een oplossing te komen voor de overbelaste situatie in het gebied hebben bewoners, ondernemers, provincie en andere (in)direct betrokken partijen via een gebiedsproces een gebiedsvisie opgesteld. De gebiedsvisie is op 23 november 2017 door de raad van de gemeente Sint-Michielsgestel vastgesteld.
In het jaar 2018 zijn de uitgangspunten voor wat betreft het aspect geur nog door de raad herijkt. In de visie zijn de ambities opgenomen voor de gewenste toekomstige ruimtelijke en functionele ontwikkelingen in het gebied, zodat het woon-, werk- en leefklimaat in het gebied wordt verbeterd. De gebiedsvisie is te zien als verbeterplan in het kader van de aanpak van urgentiegebieden in Noord-Brabant. Op basis van deze visie zullen in het gebied een 6-tal intensieve agrarische bedrijven definitief worden beëindigd en de landschappelijke gebiedskwaliteit verder worden ontwikkeld. Ter financiering hiervan wordt op enkele locaties woningsplitsing en realisering van ruimte-voor-ruimte woningen toegestaan. In totaal is voorzien in 27 nieuwe woonbestemmingen, waarbij moet worden opgemerkt dat het netto aantal toevoegingen van woningen 19 bedraagt. Hiervan zijn 15 het gevolg van de toepassing van de provinciale ruimte voor ruimteregeling en 4 ten gevolge van splitsing van cultuurhistorisch waardevolle wederopbouwboerderijen. Overige nieuwe woonbestemmingen hebben hierbij betrekking op doorgevoerde herbestemmingen. In dit bestemmingsplan zijn de resultaten van de gebiedsvisie en door de gemeenteraad meegegeven uitgangspunten doorvertaald. Het bestemmingsplan voorziet in de planologisch-juridische regeling voor de realisatie van dit planvoornemen.
Daarnaast blijven twee actieve intensieve veehouderij bedrijven in het gebied gevestigd (Laar 31 en Nieuw Laar 5a). Op basis van de visie wordt aan deze twee bedrijven onder strenge randvoorwaarden enige uitbreidingsruimte geboden qua agrarisch bouwvlak en qua dierenaantallen, zodat geïnvesteerd kan worden in toepassing van Best Beschikbare Technieken, waardoor de totale milieubelasting als gevolg van emissies van geur, fijnstof en ammoniak in het gebied verder kan
1
worden verbeterd. Deze vastgestelde gebiedsvisie is nader uitgewerkt en door vertaald in onderhavig bestemmingsplan. Het planproces was aan aanzienlijke vertraging onderhevig ten gevolge van meerdere factoren. Dit betrof onder meer de gevolgen van de stikstofcrisis en daaruit volgende wijzigingen in wet- en regelgeving, de noodzakelijke afstemming met provincie, wijzigingen in de plannen van de blijvende veehouderijen en van de individuele wensen van stoppende veehouders en burgers in het gebied bij nadere concretisering van de planvorming en resultaten van de omgevingsdialoog. Inmiddels is het plan gereed voor een gewijzigde vaststelling.
Procesverloop Vanaf vrijdag 23 december 2022 gedurende een periode van zes weken, tot en met donderdag 2 februari 2023, heeft het ontwerpbestemmingsplan met verbrede reikwijdte ‘Omgevingsplan Laar – Nieuw Laar’, het ontwerpbesluit Hogere grenswaarde Wet geluidhinder en voor een bouwperceel aan de Nieuweweg (westzijde)/ hoek Werststeeg (zuidzijde) en het ontwerp “Plan-MER Bestemmingsplan Laar – Nieuw Laar” ter inzage gelegen. Dit is aangekondigd in het Gemeenteblad van 22 December 2022. Tijdens deze periode was het voor eenieder mogelijk om richting het college van burgemeester en wethouders te reageren op het ontwerpbesluit Hogere grenswaarde Wet geluidhinder en richting de gemeenteraad te reageren op het ontwerpbestemmingsplan met verbrede reikwijdte alsmede het ontwerp Plan-Mer. Binnen de termijn van terinzagelegging zijn géén mondelinge zienswijzen ontvangen. Er zijn binnen de termijn 13 schriftelijke zienswijzen binnengekomen. Voor de telling van het aantal ontvangen zienswijzen is hierbij voorts uitgegaan van 1 schriftelijke zienswijze per reclamant. Door enkele reclamanten zijn meerdere brieven verstuurd (onder andere vanwege pro forma en nadere aanvulling van gronden).
Structuur nota van zienswijzen en ambtshalve aanpassingen In de antwoordnota is per zienswijze de hoofdzaak uit de zienswijzen puntsgewijs weergegeven. Per punt is een reactie gegeven en is aangegeven of de zienswijze aanleiding geeft om het bestemmingsplan aan te passen. De zienswijzen zijn genummerd en, voor zover ingediend door particuliere personen, geanonimiseerd. Dit weglaten van de NAW-gegevens van indieners van zienswijzen, de ‘anonimiseringsverplichting’, vloeit voort uit de Algemene verordening persoonsgegevens (Avg). Daarin is bepaald dat NAW-gegevens van natuurlijke personen niet elektronisch beschikbaar mogen komen. Op rechtspersonen is dit niet van toepassing. De NAWgegevens van de indieners zijn bekend bij de gemeente Sint-Michielsgestel. In het navolgende is eerst een overzicht van zienswijzen opgenomen. Daarna volgt een behandeling van de zienswijzen met een samenvatting, beantwoording en vermelding van eventuele aanpassingen in het vast te stellen bestemmingsplan per zienswijze. Vervolgens is voorzien in een overzicht van ambtshalve aanpassingen. Tot slot zijn alle aanpassingen voortvloeiend uit de zienswijzen en ambtshalve aanpassingen samengevoegd in een overzicht en gerubriceerd naar planonderdeel (verbeelding, regels, toelichting en bij het plan behorende bijlagen).
Overzicht zienswijzen De volgende zienswijzen zijn ingediend en met de volgende aanduiding opgenomen in de nota.
2
3
Zaaknummer
Naam
1
1311953
Provincie Noord Brabant
2
1311365
3
1311464
4
1311662
5
1311733
6
1311779
7
1311896
8
1311898
9
1311906
10
1311911
11
1311988 / 1312089
12
1311992
Namens
Adres
Postcode
Plaats
Brabantlaan 1
Postbus 90151
‘s-Hertogenbosch
Datum brief / ontvangst 2 februari 2022 / 2 februari 2022 25 januari 2022 / 25 januari 2022 25 januari 2022/ 27 januari 2022 27 januari 2022 / 31 januari 2022 26 januari 2022 / 30 januari 2022 30 januari 2022 / 1 februari 2022 31 januari 2022 / 2 februari 2022 31 januari 2022/ 2 februari 2022 31 januari 2022 / 2 februari 2022 31 januari 2022 / 2 februari 2022 2 februari 2022 / 2 februari 2022 2 februari 2022 pro forma/ 2
13
4
1312020
Het groene Hart
Boscheweg 24b
5275HB
Den Dungen
februari 2022 pro forma. Inhoudelijk d.d. 9 februari 2022 / 9 februari 2022 Pro forma d.d. 1 februari 2022 / 3 Februari 2022. Inhoudeljke aanvulling d.d. 23 februari 2022 / 23 februari 2022.
Samenvatting en beantwoording zienswijzen
1
Zaaknummer
Naam
1311953
Provincie Noord Brabant
Namens
Adres
Postcode
Plaats
Brabantlaan 1
Postbus 90151
‘s-Hertogenbosch
Datum brief / ontvangst 2 februari 2022 / 2 februari 2022
Samenvatting De provincie: 1. beschrijft in haar zienswijze op navolgende wijze het planvoornemen. Het ontwerp Bestemmingsplan "Omgevingsplan Laar - Nieuw Laar” voorziet in een transformatie van het gebied Laar - Nieuw Laar en betreft een uitwerking van de gebiedsvisie zoals die door uw gemeenteraad op 23 november 2017 is vastgesteld. In het gebied bevinden zich een aantal agrarische bedrijven waaronder een 8-tal intensieve veehouderijen in een omgeving nabij de kern. Het plan voorziet in een functieverandering voor een zestal agrarische bedrijven. De feitelijke omzetting van de agrarische bouwblokken gaat naast een functieverandering gepaard met het oprichten van in totaal 16 Ruimte-voor- Ruimte woningen. Voor 11 woningen wordt een Ruimte-voor-Ruimte titel aangekocht bij de ontwikkelingsmaatschappij. Het ontwerp-bestemmingsplan ziet op een uitbreiding van de bouwpercelen voor twee blijvende veehouderijbedrijven. Het ontwerp-plan ziet daarnaast op de splitsing van waardevolle boerderijen. Wij constateren dat de ontwikkeling in het gebied heeft geleid tot een terugtredende landbouw waardoor het ontwerp-bestemmingsplan voorziet in 27 nieuwe woonbestemmingen en enkele uitbreidingen van niet-agrarische functies. 2.
stelt vast dat de locaties waar Ruimte voor Ruimte (hierna: RvR) woningen zijn voorzien vallen binnen een bebouwingsconcentratie, dat deze locaties planologisch aanvaardbaar zijn en op grond hiervan wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 3.78 en 3.79 van de Interim Omgevingsverordening. 3. constateert dat niet voor alle RvR woningen een bewijsstuk in het plan is opgenomen waaruit blijkt dat benodigde aankooptitel(-s) zijn verworven. 4. verzoekt om de cultuurhistorische waarden van de gesplitste boerderijen binnen het plangebied ook in de toekomst zeker te stellen door deze panden op te nemen in de erfgoedlijst van de gemeente en aanvullende regels op te nemen zodat eventuele toekomstige plannen ook daadwerkelijk kunnen worden getoetst op behoud en herstel van de cultuurhistorische waarden 5. constateert dat in het plan een aantal ontwikkelingen is opgenomen waarbij binnen de planregels onvoldoende is verzekerd dat deze gepaard gaan met verbetering van het landschap. 6. stelt dat ook bij afwijkingsbevoegdheden (art 15.3.1 t/m 15.3.3, art 16.3.1. en 16.3.2. en art. 18.2.1) en bij mogelijkheden nevenactiviteiten in de omstandigheid waarbij extra bebouwing kan worden opgericht (art. 8), de kwaliteitsverbetering van het landschap moet zijn geborgd.
5
7.
stelt dat de verwijzing naar “Nadere regels gebiedsgerichte aanpak overlast” uit een vorige verordening en de conclusie dat daarmee een mogelijkheid bestond om af te wijken van de maximale omvang voor veehouderijbedrijven (blz 26 Toelichting ontwerpplan) niet juist is. De provincie verwijst hiervoor naar blz 80 van de Verordening Ruimte 2014 en stelt dat deze regels onder latere regelgeving ongewijzigd is gebleven. 8. wijst erop dat onder de definitie van “bouwperceel” het volgende wordt verstaan: “aaneengesloten (virtueel) vlak waarop functioneel bij elkaar behorende bebouwing en voorzieningen worden geconcentreerd, bestaande uit een bouwvak waarbinnen de gebouwen zijn toegelaten, met de direct daaraan grenzende gronden waar ook bouwwerken geen gebouwen zijnde vergunningvrije bouwwerken zijn toegestaan.” Daarvan uitgaande wordt gesteld dat het bouwperceel aan Laar 31 niet wordt vergroot tot 2.27 hectare maar tot een omvang van ca 4 hectare. 9. stelt dat uitbreiding van veehouderijen tot een omvang groter dan 1,5 hectare niet mogelijk is op grond van artikel 3.53 van de Interim omgevingsverordening. 10. wijst erop dat het doel van de regeling voor afwijkende (grotere) omvang verband houdt met het oplossen van een knelpunt.
In het ontwerpbestemmingsplan wordt de uitbreiding van de twee blijvende veehouderijen gemotiveerd vanuit het opheffen van 6 andere locaties met intensieve veehouderijen binnen het plangebied. Volgens GS van Noord-Brabant moet het gaan om opheffen van locaties die daadwerkelijk en feitelijk zorgen voor overlast vanwege cumulatieve uitstoot van milieubelastende stoffen, gericht op het borgen van een goed woon- en leefklimaat. Omdat de stoppende bedrijven inmiddels feitelijk al niet meer in bedrijf zijn, vormen die geen knelpunt en draagt opheffing volgens de provincie niet bij aan het opheffen van de vermeende overlast. De provincie stelt dat er geen relatie is tussen het opheffen van overlast en het verdwijnen van de overige 6 locaties intensieve veehouderij. 11. stelt dat de extra maatregelen die worden genomen op de blijvende bedrijven zelf, niet een uitbreiding rechtvaardigen. De rechtvaardiging hiervoor is onder meer gelegen in het wegnemen van bouwpercelen die overlast veroorzaken. Dat is in dit planvoornemen niet aan de orde. Het vergroten van bouwpercelen is daarmee niet gericht op het opheffen van een overbelaste situatie als bedoeld in de provinciale verordening. 12. stelt dat bovendien geen sprake is van het oplossen van een knelpunt van de betrokken ondernemers die uitbreiden. Dat hoeft ook niet volgens de tekst van de Iov. 13.
stelt dat de uitbreidingen in strijd zijn met de ontwikkelrichting van het gebied, die gericht is op een functieverandering naar wonen en een terugtredende veehouderij. 14. concluderend stelt de provincie dat de uitbreiding is strijd is met artikel 3.49 en artikel 3.53 van de Interim omgevingsverordening. 15. de provincie wijst erop dat de gebiedsvisie (inclusief de uitbreidingen) destijds niet is afgestemd op het provinciaal beleid en de destijds geldende verordening die uitbreiding al niet mogelijk maakte. 16. constateert dat het totale bouwperceel Laar 5 / 5a volgens het ontwerpbestemmingsplan in omvang toeneemt van 1,7 hectare naar 1,93 hectare met daarbinnen een toename bouwvlak intensieve veehouderij van 0,73 hectare naar 0.80 hectare. 17. omdat het bouwperceel Laar 5 / 5a uitbreidt boven 1,5 hectare is dat in strijd met artikel 3.49 Interim omgevingsverordening. De provincie volstaat met een verwijzing naar hetgeen is gesteld over de locatie Laar 31 en de strijdigheid met de verordening. 18. in artikel 8.6 en verder van de regels zijn diverse aanvullende activiteiten opgenomen die in sommige gevallen aansluitende aan een bestaand bouwvlak mogen plaatsvinden. Gelet op de definitie van het begrip “bouwperceel” zou dat kunnen leiden tot vergroting van bouwpercelen intensieve veehouderijen
6
groter dan 1,5 hectare. Om het bestemmingsplan in overeenstemming te brengen met de Interim omgevingsverordening is aanpassing van de regels nodig in die zin dat deze aanvullende activiteiten bij intensieve veehouderijen uitsluitend binnen het bouwvlak mogen plaatsvinden. 19. constateert dat op een aantal plaatsen in de regels een regeling ontbreekt waarmee het vereiste van kwaliteitsverbetering landschap is gekoppeld aan bepaalde ontwikkelingen. In het bijzonder wijst de provincie daarbij op de artikelen 8.6.2, 8.6.4, 8.6.5 en 8.6.6 van de regels. 20. wijst op de zogenaamde stalderingsregeling die is opgenomen in artikel 3.52 van de Interim omgevingsverordening. Deze is vertaald in artikel 8.3 van de regels in het ontwerpbestemmingsplan. De provincie oordeelt dat deze vertaling in strijd is met artikel 3.52 lid 1 onder c. en artikel 3.52 lid 4. 21. vraagt ten slotte aandacht voor de ontwikkelingsrichting van het gebied dat transformeert naar een in overwegende mate woonomgeving. De provincie pleit voor een veilige, gezonde leefomgeving en vraagt in dat verband nog eens kritisch te kijken naar de wenselijkheid van het uitbreiden van bouwvlakken voor intensieve veehouderijbedrijven en de opgenomen wijzigingsmogelijkheden in artikel 8.8 van de regels.
Beantwoording 1.
De omschrijving van het planvoornemen, zoals de provincie dit vormgeeft, mag vollediger worden vormgegeven. Met de huidige omschrijving van het planvoornemen wordt het vertrekpunt voor het planvoornemen en de rol die de provincie Noord Brabant hierin (in het nabije verleden) heeft vervuld onderbelicht. Dit is een niet onbelangrijk gegeven, omdat dit mede bepaald hoe aangekeken kan worden tegen de toepassing van het in de provinciale interim omgevingsverordening vervatte instrumentarium, waarmee de geuroverbelaste situatie in het gebied Laar / Nieuw Laar kan worden aangepakt. Zo is niet benoemd dat de gebiedsvisie, zoals die door de gemeenteraad op 23 november 2017 is vastgesteld, en d.d. 13 december 2018 door de gemeenteraad geamendeerd op het aspect geur, een verbeterplan betreft in het verlengde van de aanwijzing van Laar / Nieuw Laar als urgentiegebied. Onder verbeterplan wordt verstaan een plan met als doel de overlast door de veehouderij in een urgentiegebied op te heffen. Onder urgentiegebied wordt verstaan een gebied waar de kwaliteit van de leefomgeving of de gezondheidssituatie als gevolg van overlast door een veehouderij onder de maat is, blijkend uit tenminste de indicatoren geurhinder of fijn stof (zie hiervoor ook de provinciale Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant (hierna: SUN-regeling).
In het verlengde van de vastgestelde gebiedsvisie en aanvragen van de twee blijvende veehouders in het gebied zijn op grond van de provinciale SUNregeling subsidies verstrekt aan de blijvende veehouders (aan iedere veehouder een bedrag van € 500K blijkens het openbaar provinciaal subsidieregister van het jaar 2018) in verband met het treffen van verbetermaatregelen voor het urgentiegebied op het aspect geur. Verbetermaatregelen waarmee een onderkende geur overbelaste situatie kan worden aangepakt. In verband hiermee is tevens het gebied Laar Nieuw Laar opgenomen in artikel 7c van het besluit uitvoering Crisis en herstelwet voor de toepassing van een verbrede reikwijdte in het bestemmingsplan.
7
2. 3.
4. 5. 6.
7.
8.
9.
8
Vanaf het begin is het hiermee duidelijk geweest dat de verbetermaatregelen enkel tot stand kunnen komen met behulp van de provinciale SUN-subsidie in combinatie met een economische onderlegger in de vorm van het bieden van beperkte uitbreidingsruimte voor de intensieve veehouderijen. Een beperkte uitbreidingsruimte waaraan stringente voorwaarden worden verbonden. Hiermee is richting gegeven aan de uitwerking van het planvoornemen die zowel uitgaat van verbetermaatregelen en beperkte uitbreidingmogelijkheden bij de blijvende veehouderijen en een terugtredende landbouw op overige locaties binnen het plangebied Laar Nieuw Laar als gevolg van het duurzaam laten stoppen van veehouderijen met behulp van de provinciale ruimte voor ruimte regeling. Tot aan het moment van formeel wettelijk vooroverleg is voor het onderdeel van het planvoornemen dat bestaat uit het bieden van beperkte uitbreidingsruimte voor de intensieve veehouderijen vanuit de provincie gesteund. Hierna is deze steun niet meer gebleken, terwijl de relevante kaders voor de beoogde ontwikkeling vanuit de provinciale interim omgevingsverordening tussentijds niet zijn gewijzigd. In het navolgende zal dan ook bij de beantwoording van de zienswijzen nadrukkelijk worden ingegaan op de lezing die de gemeente in het licht van vaste rechtspraak heeft bij de relevante regels uit de interim omgevingsverordening.
Voor wat betreft het aantal van 27 nieuwe woonbestemmingen dient hierbij nog te worden opgemerkt dat het netto aantal toevoegingen van woningen 19 bedraagt, waarvan 15 als gevolg van de toepassing van de provinciale ruimte voor ruimteregeling en 4 ten gevolge van splitsing van cultuurhistorisch waardevolle wederopbouwboerderijen. Overige nieuwe woonbestemmingen hebben hierbij betrekking op doorgevoerde herbestemmingen. dit wordt gelijk aan het provinciaal standpunt ook zo door de gemeente gezien. deze constatering is juist. Voordat het bestemmingsplan wordt vastgesteld zullen de nog ontbrekende bewijsstukken vanuit initiatiefnemers moeten worden aangeleverd en verwerkt in het (gewijzigd) vast te stellen bestemmingsplan. Voorzover deels sprake is van ruimte voor ruimte door middel van zelfrealisatie is voorzien in met de provincie afgestemde voorwaardelijke verplichtingen die zien op de benodigde sloop van stallen. de overweging om de betreffende cultuurhistorisch waardevolle wederopbouwboerderijen op te nemen op de gemeentelijke erfgoedlijst wordt als een waardevolle suggestie gezien. De hierop betrekking hebbende procedure staat echter los van onderhavige planprocedure en zal separaat zijn beslag krijgen. hierover is met de provincie inmiddels nader afgestemd. Tegelijkertijd is voorzien in concretere uitwerkingen van de landschapsinpassingsplannen en koppelingen in de regels.
In artikel 8.3.2., 8.3.3. en 8.3.4, alsmede artikel 15.3.1, 15.3.2, 15.3.3., alsmede artikel 16.3.1, 16.3.2., 16.3.3 en 18.2.1 is voorzien in de navolgende bepaling: ‘indien gebouwen voor deze functie worden uitgebreid dan dient dit gecombineerd te worden met een kwaliteitsverbetering van het landschap overeenkomstig het bepaalde in provinciale omgevingsverordening.’. De grondslag voor de met het ontwerpbestemmingsplan toegekende verruimde bouwvlakken boven referentiemaat voor de blijvende veehouderijen is gelegen in de geldende interim omgevingsverordening. Indien en voorzover de verwijzing naar kaders uit een niet meer geldende verordening voor verwarring zorgen, zal dit bij vaststelling leiden tot bijstelling van de redactie. In het ontwerpbestemmingsplan is voorzien in de aanduiding ‘bouwvlak’ met een omvang van 2,27 ha alsmede een belendende ‘specifieke bouwaanduiding – bouwperceel’. Laatstgenoemde aanduiding maakt geen gebouwen mogelijk, enkel voorzieningen. Beide aanduidingen zijn niet groter dan 2,5 ha in omvang en vallen grotendeels samen. Hiermee wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 3.53 lid 1 sub b onder 3 van de interim omgevingsverordening die bepaalt dat het bouwperceel na uitbreiding ten hoogste 2,5 hectare bedraagt. De uitbreiding van de agrarische bouwvlakken boven de 1,5 ha is gebaseerd op artikel 3.53 IOV.
In onderstaande is derhalve in reactie op dit standpunt een
uitvoerige analyse en lezing gegeven van onderdelen van artikel 3.53 IOV aan de hand van opeenvolgende selecties van het betreffende artikel. Een en ander in de context van het feitencomplex van Laar Nieuw Laar. De lezing van de gemeente hierbij is in ieder geval dat artikel 3.53 IOV niet in de weg staat een uitbreiding van het bouwperceel voor de blijvende veehouderijen boven de referentiemaat van 1,5 ha. Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan de uitbreiding van een zorgvuldige veehouderij boven de 1,5 hectare mogelijk maken in één of meer van de volgende situaties: Analyse en interpretatie: • Het plangebied van het bestemmingsplan Laar nieuw Laar valt, voorzover dit betrekking heeft op de blijvende veehouderijen Laar 31 en Nieuw Laar 5a, samen met de provinciale gebiedsaanduiding c.q. werkingsgebied ‘Landelijk gebied’. • Onder uitbreiding wordt op grond van artikel 1.1. IOV verstaan ‘vergroting van een bestaand bouwperceel of bestaand bestemmingsvlak’. Dat is voor de blijvende veehouders in het plangebied aan de orde wanneer planologische medewerking wordt verleend aan de uitbreiding van betreffende bedrijven (al dan niet in combinatie met verbetermaatregelen).
Het betreft hierbij voor wat betreft Laar 31 het ‘bouwvlak’ alsmede verhardingen en voorzieningen buiten de aanduiding ‘Bouwvlak’ maar binnen de ‘specifieke bouwaanduiding – bouwperceel’ vallen en die samen het ‘bouwperceel’ als bedoeld in de interim omgevingsverordening vormen. Voor Nieuw Laar 5a heeft dit betrekking op de aanduiding ‘bouwvlak’; • Onder’ zorgvuldige veehouderij’ wordt op grond van artikel 1.1. IOV verstaan: veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving. • Onder ‘veehouderij’ wordt op grond van artikel 1.1 IOV verstaan: agrarisch bedrijf gericht op het fokken, mesten en houden van runderen, varkens, schapen, geiten, pluimvee, tamme konijnen en pelsdieren; • Interpretatie ‘zorgvuldige veehouderij’ en ‘veehouderij’: het fokken, mesten en houden van varkens is bij de Laar 31 en Nieuw Laar 5a aan de orde. Ten behoeve van een zorgvuldige veehouderij kan onder voorwaarden planologische medewerking worden verleend aan uitbreiding.
Van een zorgvuldige veehouderij is bij Laar 31 en Nieuw Laar 5a sprake, omdat bij de betreffende bedrijven maatregelen op het gebied van kwaliteitsverbetering van het landschap en stringente maatregelen met als doel het opheffen van een geuroverbelaste situatie worden getroffen, waarmee deze bedrijven ‘optimaal ingepast’ worden in hun omgeving. De gemodelleerde reductie van geur laat in ieder geval zien dat er door inzet van technieken sprake is van een significante verbetering van de achtergrond geursituatie (waarover meer in onderstaande) ten opzichte van de bestaande situatie. De huidige voornemens voorzien verder in een robuuste realisatie en instandhouding van een landschapsinpassing beantwoordend aan uitgangspunten van de gebiedsvisie. • Voor Laar 31 is in de beoogde situatie sprake van zowel een bouwvlak als een bouwperceel groter dan 1,5 ha; • Voor Nieuw Laar 5a is in de beoogde situatie sprake van een bouwvlak groter dan 1,5 ha; • In één of meer van de volgende situaties: planologische medewerking voor uitbreiding boven de 1,5 ha kan door de gemeenteraad worden verleend bij het voldoen aan 1 of meer hierna genoemde voorwaarden. Het is niet noodzakelijk om aan alle genoemde voorwaarden gelijktijdig te voldoen
9
(als bedoeld in artikel 3.53 lid 1 onder: a, b, c, d). b. er sprake is van het opheffen van een overbelaste situatie (…)Lid 2 Er is sprake van een overbelaste situatie als bedoeld in het eerste lid onder b indien: a) er vanwege de cumulatieve uitstoot van milieubelastende stoffen een aanzienlijke overschrijding bestaat van vastgestelde normen in landelijke regelgeving of in deze verordening, gericht op het borgen van een goed woon- en leefklimaat; of (…) Analyse en interpretatie: • Overbelaste situatie, onderdeel ‘(…)er vanwege de cumulatieve uitstoot van milieubelastende stoffen(…)’: o in de huidige situatie is enerzijds sprake van vergunde emissies van veehouderijen die feitelijk niet meer in gebruik zijn / niet meer feitelijk uitstoten (maar nog wel kunnen reactiveren op basis van de planologische rechten), en; o in de huidige situatie is anderzijds sprake van twee blijvende veehouders met vergunde en feitelijke emissies die gezamenlijk een uitstoot van milieubelastende stoffen hebben. Met andere woorden er is sprake van een cumulatieve uitstoot van milieubelastende stoffen als bedoeld in de IOV.
• Overbelaste situatie, onderdeel ‘(…)een aanzienlijke overschrijding bestaat van vastgestelde normen (…) in deze verordening, gericht op het borgen van een goed woon en leefklimaat’: o Artikel 3.49 IOV bevat instructieregels voor bestemmingsplannen die betrekking hebben op veehouderijen in het landelijk gebied. In artikel 3.50 IOV zijn nadere instructieregels voor bestemmingsplannen voor veehouderijen opgenomen. In artikel 3.50 lid 1 sub a onder 3 IOV is voor het aspect geur vanuit het oogpunt van een goed woon en leefklimaat het volgende vervat: ‘is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten, in de bebouwde kom niet hoger is dan 12 % en in het buitengebied niet hoger is dan 20 %’ . De verordening heeft geen begripsbepaling van ‘de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting)’. Geurhinder is evenwel in de Wgv gedefinieerd (geurhinder: gevolgen voor het milieu door de emissie van geur) en duidelijks dat het gaat om hinder vanwege meerdere veehouderijen (achtergrondbelasting). De kans en het percentage van 20% in het buitengebied en de opvolgende vertaalslag naar een normstelling in Odeurunits kan niet rechtstreeks uit de regels van de verordening worden gedestilleerd.
In de artikelsgewijze toelichting van de verordening op artikel 3.49 is echter wel een richtinggevende aanwijzing terug te vinden ‘De provincie wil met de regels rondom geur ingrijpen op de hoogte van de toetswaarde voor geur en voor fijnstof op het ontstaan van nieuwe overschrijdingen in een gebied, maar treedt niet in de wijze waarop belastingen van geur en fijnstof op gevoelige en te beschermen objecten volgens de nu al bestaande regels en jurisprudentie worden berekend. De regeling biedt beleidsvrijheid aan de gemeente om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de juridische uitvoeringsaspecten van de regels, zoals de keuze voor geurgevoelige objecten binnen de mogelijkheden die de wet daarvoor biedt.’ Uit de toelichting van de verordening ten aanzien van het onderdeel ‘beleidsvrijheid van de gemeente’ blijkt dat de gemeente ervoor kan kiezen om de normstelling (20% geurgehinderden) te relateren aan eigen geurbeleid. Voor dit plangebied geldt op basis van gemeentelijk geurbeleid in beginsel een toelaatbare achtergrondgeurbelasting van
10
•
10 Odeurunits / m3. Vastgesteld moet worden dat deze toelaatbare achtergrondgeurbelasting (vanwege de bijdragen van twee blijvende veehouderijen aan de achtergrondgeurbelasting) feitelijk ruim wordt overschreden. Zie hiervoor ter nadere duiding onderstaande tabel. o Over het woord ‘bestaat’ in de zinsnede ‘(…) er vanwege de cumulatieve uitstoot een aanzienlijke overschrijding bestaat (…)’ dient het volgende te worden opgemerkt. De IOV geeft geen letterlijke uitleg wat onder ‘bestaat’ wordt verstaan. In de zienswijze van GS van Noord – Brabant wordt gesteld dat het moet gaan om een aanzienlijke overschrijding die afkomstig is van feitelijke emissies. GS gaan er hierbij voorbij dat bij de uitvoering van het verbeterplan (vanwege de complexiteit) sprake is van een langdurig proces, waarbij enkele veehouderijen inmiddels beëindigd zijn, maar zonder herbestemming opnieuw voor geuremissies kunnen zorgen. Voor zover aangesloten dient te worden bij het normaal spraakgebruik, dan geldt dat de blijvende twee veehouders Laar 31 en Nieuw Laar 5a cumulatief voor een uitstoot zorgen die een zodanige bijdrage leveren aan de achtergrondgeurbelasting, dat hiermee sprake is van een aanzienlijke overschrijding. In dit verband wordt verwezen naar kolom 2 van de onderstaande tabel.
Uit kolom 2 van onderstaande tabel kan worden herleid dat: ▪ door veehouderijen Laar 31 en Nieuw Laar 5a de bestaande woningen Nieuw Laar 8, 15, 16, 25 en Laar 29, 32 / 32a, 34, 36, 38, 42 geuroverbelast zijn; ▪ bij deze geuroverbelaste woningen in alle gevallen sprake is van aanzienlijke overschrijdingen, met uitzondering van Laar 42 (het gaat om tienden van procenten bij dit object). ‘Er sprake is van het opheffen van een overbelaste situatie (…)’: Uit de onderstaande analyse geur op bestaande woningen in plangebied LaarNieuw Laar blijkt dat met de uitvoering van het verbeterplan sprake is van het opheffen van een overbelaste situatie. Hierbij is ook de achtergrondbelasting vanwege de vergunde situatie van de stoppers beschouwd. In het licht van de zienswijze van GS van Noord-Brabant, dat het moet gaan om feitelijk bestaande uitstoot, zijn de kolommen 2 en 3 relevant.
De volgende analyse is gebaseerd op berekende geurbelasting in het PlanMER van 7 december 2022 en Aanvulling op het PlanMER van 12 oktober 2023. De achtergrondbelasting is voor de uitgangssituatie in 2018/2019 (Wm vergunde situatie inclusief de stoppers) berekend met de vorige versie van V-stacks gebied v2010 en kan afwijken van berekeningsresultaten met de actuele versie v2020. De met V-stacks gebied v2010 berekende geurbelasting (achtergrondbelasting) geeft de uitgangsituatie weer qua geur op basis waarvan het gebiedsproces in Laar – Nieuw Laar is ingezet. Drie situaties zijn relevant in de beoordeling van de overbelasting i.r.t. art. 3.53 lid 2 IOV: 1. Vergunde situatie inclusief stoppers in 2018/2019 (referentie 1 in het PlanMER) 2. Vergunde situatie alleen Laar 31 en Nieuw Laar 5a, dus zonder de stoppers (consoliderend scenario in het PlanMER) 3. Ontwikkelplan Laar 31 en Nieuw Laar 5a 7 m/s (realistisch scenario in het planMER)
11
Overbelaste (>10 OU) bestaande burgerwoningen in plangebied L-NL
12
Achtergrondbelasting geur [OU/m3] 1. Wm vergund incl. stoppers 2018/2019
2. Wm vergund Laar 31 en Nieuw Laar 5a
3. Ontwikkelplannen Laar 31 en Nieuw Laar 5a 7 m/s
V-Stacks Gebied v2010
V-Stacks Gebied v2020
V-Stacks Gebied v2020
Nieuw Laar 25
22,96
19,41
17,20
Nieuw Laar 15
14,98
12,56
10,55
Nieuw Laar 16
16,14
12,75
10,65
Nieuw Laar 18 Nieuw Laar 8
11,89 17,12
9,58 13,95
8,02 11,77
Nieuw Laar 33 Schellekensveld 7
12,37 15,97
6,16 9,95
5,32 8,55
Schellekensveld 7a Laar 29
14,66 22,49
9,60 12,81
8,24 7,74
Laar 29a (sloop en verplaatsing)
22,61
15,16
8,78
Laar 29b (sloop en verplaatsing) Laar 34
21,09
16,32
9,01
17,98
15,04
9,49
Laar 36
14,71
12,58
9,63
Laar 38 Laar 42
13,94 12,14
11,81 10,06
8,96 7,52
Laar 45
10,48
8,35
6,59
Laar 32 – A wordt W
15,69
12,05
7,04
Laar 32a – A wordt W
15,60
12,05
7,47
# woningen > 10 Ou
18
13
4
Op basis van bovenstaande tabel kan worden vastgesteld dat (t.o.v. de uitgangssituatie in 2018/2019) ter plaatse van 9 woningen een geuroverbelaste situatie wordt opgelost door het treffen van maatregelen voortvloeiend uit de ontwikkel c.q. verbeterplannen van Laar 31 en Nieuw Laar 5a. Als hierbij ook de stoppers worden betrokken wordt op 14 woningen de geuroverbelaste situatie opgelost. Hierbij dient vermeld te worden dat V-stacks gebied v2020 een iets hogere geurbelasting berekend dan v2010 (een berekening in v2020 geeft bij de ontwikkelplannen van Laar 31 en Nieuw Laar 5a een lichte overschrijding op Nieuw Laar 15 en 16, welke met v2010 nog niet aan de orde was). Op het niveau van het plangebied dient derhalve te worden geconcludeerd dat de ontwikkel c.q. verbeterplannen resulteren in het opheffen van een geuroverbelaste situatie. waarbij: 1. er elders feitelijk en juridisch een bouwperceel voor een veehouderij wordt opgeheven en de bedrijfsbebouwing wordt gesloopt; 2. de eenmalige uitbreiding van het bouwperceel ten hoogste de oppervlakte van het opgeheven bouwperceel bedraagt; 3. het bouwperceel na uitbreiding ten hoogste 2,5 hectare bedraagt. ▪
▪ ▪
Feitelijk en juridisch opheffing bouwperceel veehouderij en sloop bedrijfsbebouwing: wanneer planologische medewerking wordt verleend aan een afwijkende omvang van een veehouderij in een bestemmingsplan dient in dat bestemmingsplan ook te worden voorzien in de opheffing van een bouwperceel voor een veehouderij en sloop van betreffende bedrijfsbebouwing. Er staat in deze bepaling niet letterlijk wie tot opheffing moet overgaan en er staat in deze bepaling tevens niet letterlijk wie de betreffende bedrijfsbebouwing dient te slopen. In het plangebied Laar Nieuw Laar is sprake van de opheffing van agrarische bouwpercelen ‘voor een veehouderij’. Ook is er sprake van sloop van de bedrijfsbebouwing. Geconcludeerd dient derhalve te worden dat met dit plan afdoende invulling wordt gegeven aan deze instructiebepaling uit de IOV. de eenmalige uitbreiding van het bouwperceel ten hoogste de oppervlakte van het opgeheven bouwperceel bedraagt: hieraan wordt voldaan nu sprake is van de opheffing van meerdere agrarische bouwpercelen. Het bouwperceel na uitbreiding ten hoogste 2,5 ha bedraagt: de uitbreiding van het agrarisch bouwvlak van Laar 31 en Nieuw Laar 5a blijven beneden dit plafond. Hierbij geldt voor Laar 31 de volgende toevoeging.
Het terrein met verhardingen en voorzieningen bij Laar 31, welke meetelt bij de bepaling van de omvang van het bouwperceel, is in het bestemmingsplan door middel van een aanduiding nader begrensd, zodat aangetoond kan worden dat de 2,5 ha niet wordt overschreden.
Conclusie toepasbaarheid artikel 3.53 IOV: Uit bovenstaande blijkt dat voor uitbreiding van de bouwpercelen van Laar 31 en Nieuw laar 5a boven referentiemaat het bepaalde in artikel 3.53 IOV (mede) als planologische onderlegger kan worden gebruikt. Van een strijdigheid met het bepaalde in artikel 3.53 IOV is derhalve géén sprake. 10. Zie hiervoor de beantwoording onder punt 1 en 9. Door het treffen van maatregelen bij de blijvende veehouderijen op Laar 31 en Nieuw Laar 5a wordt een feitelijk bestaand knelpunt voor het woon- en leefklimaat op het aspect geur opgelost. Daarnaast zorgt de herbestemming van inmiddels gestopte
13
veehouderijen ervoor dat betreffende veehouderijen niet kunnen reactiveren met bijbehorende geuroverlast van dien. De stellingname vanuit GS van Noord-Brabant, dat het moet gaan om het opheffen van locaties die daadwerkelijk en feitelijk zorgen voor overlast vanwege cumulatieve uitstoot van milieubelastende stoffen, gericht op het borgen van een goed woon- en leefklimaat, kan niet worden ontleend aan de letterlijke uitleg van het bepaalde in artikel 3.53 IOV en meer specifiek het bepaalde in lid 1 onder b: “ b. er sprake is van het opheffen van een overbelaste situatie waarbij: 1. er elders feitelijk en juridisch een bouwperceel voor een veehouderij wordt opgeheven en de bedrijfsbebouwing wordt gesloopt; ”. Uit de letterlijke uitleg van bovenstaande regel uit de IOV blijkt niet hoe de overbelaste situatie moet worden opgeheven. Wel blijkt uit de bovenstaande regel dat wanneer sprake is van het opheffen van een overbelaste situatie tevens sprake dient te zijn van het elders feitelijk en juridisch opheffen van een bouwperceel voor een veehouderij en sloop van de bedrijfsbebouwing. Aan deze voorwaarde wordt voldaan door middel van feitelijk en juridische opheffing van diverse bouwpercelen voor veehouderijen in het plangebied in combinatie met sloop van de bedrijfsbebouwing. 11.
Dit is niet een voorwaarde die kan worden herleid uit de letterlijke uitleg van de regels als bedoeld in artikel 3.53 IOV. Zie hiervoor de beantwoording onder punt 1, 9 en 10. 12. Dit is niet een voorwaarde die kan worden herleid uit de letterlijke uitleg van de regels als bedoeld in artikel 3.53 IOV. Zie hiervoor tevens de beantwoording onder punt 1, 9 en 10. 13. Deze redenering kan niet worden gevolgd. De uitbreiding van de blijvende veehouderijen in combinatie met het terugdringen van de geurdeken is juist gericht op verbeteren van het woon- en leefklimaat in de omgeving. Dat is aantoonbaar door middel van de kleinere geurcontour na uitbreiding ten opzichte van bestaand. Sterker nog: de vastgestelde gebiedsvisie gaat uit van de uitbreiding van de blijvende veehouderijen onder toepassing van maatregelen om de geurdeken te verkleinen in combinatie met diverse ruimte voor ruimte ontwikkelingen (woningbouw). Van een strijdigheid met de ontwikkelrichting van het gebied is derhalve geen sprake. 14. De conclusie dat de planontwikkeling strijdig is met het bepaalde in artikel 3.49 en 3.53 van de IOV kan niet worden getrokken op basis van het bovenstaande. 15. In dit verband brengen wij graag diverse mails naar voren van provinciale ambtenaren richting de veehouder aan Laar 31 en gemeente, waaruit blijkt dat sprake is van een uitgebreide afstemming terzake. 16. Dat klopt. 17.
Deze redenering kan niet worden gevolgd op basis van bovenstaande beantwoording. 18. Deze opmerking is relevant voor het bepaalde in artikel 8.6.5 en 8.6.7. In de planregels is voor deze artikelen voorzien in een aanvullende navolgende voorwaarde: ‘voorzover hierbij de totale omvang van een bouwperceel van 1,5 ha niet wordt overschreden.’
14
19. Deze opmerking is relevant voor het bepaalde in artikel 8.6.2, 8.6.4 en 8.6.5. Aan deze artikelen wordt de navolgende voorwaarde toegevoegd: de ontwikkeling dient gecombineerd te worden met een kwaliteitsverbetering van het landschap overeenkomstig het bepaalde in provinciale omgevingsverordening. 20. Deze redenering kan niet geheel worden gevolgd. De stalderingsregels hebben betrekking op de uitbreiding van dierenverblijven op een bouwperceel voor hokdieren. Kortgezegd moet bij de aanvraag om uitbreiding van deze dierenverblijven een stalderingsbewijs worden overlegd. Het bestemmingsplan maakt de bouw en ingebruikname van een uitbreiding van dierenverblijven niet zonder meer rechtstreeks mogelijk. Hiervoor is eerst een omgevingsvergunning benodigd waarbij de voorwaarden voor staldering als bedoeld in de IOV zijn overgenomen. De enige afwijking ten opzichte van de tekst van de IOV is gelegen in het feit dat de toepassing van de provinciale ruimte voor ruimteregeling voor dit bestemmingsplan niet als een provinciale saneringsregeling wordt gezien. Dit vloeit voort uit de mailing van betrokken ambtenaren richting de veehouder aan Laar 31. Desgewenst kan van deze nuance worden afgezien. 21. Zie hiervoor de beantwoording onder punt 13.
Aanpassingen ten gevolge van zienswijze: 1.
2. 3.
In artikel 8.3.2., 8.3.3. en 8.3.4, alsmede artikel 15.3.1, 15.3.2, 15.3.3., alsmede artikel 16.3.1, 16.3.2., 16.3.3 en 18.2.1 is voorzien in de navolgende bepaling: ‘indien gebouwen voor deze functie worden uitgebreid dan dient dit gecombineerd te worden met een kwaliteitsverbetering van het landschap overeenkomstig het bepaalde in provinciale omgevingsverordening.’. In de vast te stellen versie van artikel 8.6.5 en artikel 8.6.7 van de planregels is voorzien in een aanvullende navolgende voorwaarde: ‘voorzover hierbij de totale omvang van een bouwperceel van 1,5 ha niet wordt overschreden.’ Aan artikel 8.6.2, 8.6.4 en 8.6.5 wordt in de vast te stellen versie de navolgende voorwaarde toegevoegd: de ontwikkeling dient gecombineerd te worden met een kwaliteitsverbetering van het landschap overeenkomstig het bepaalde in provinciale omgevingsverordening.
Zaaknummer 2
1311365
Samenvatting: Verzocht wordt om:
15
Naam
Namens
Adres
Postcode
Plaats
Datum brief / ontvangst 25 januari 2022 / 25 januari 2022
1.
2.
het bestemmingsvlak en bouwvlak van de bestemming ‘Wonen – 1’ ter plaatse van Laar 32 uit te breiden zoals eerder, voorafgaand aan de tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan, verzocht. Hiermee ontstaat in het kader van de herbestemming een meer gelijke verdeling van de oppervlakten van de bestemmingsvlakken / bouwvlakken tussen Laar 32 en Laar 32a. Concreet betekent dit dat ten opzichte van de verbeelding van het ontwerpbestemmingsplan het bestemmingsvlak / bouwvlak van Laar 32 met circa 7 meter in westelijke richting wordt verbreed (bezien vanuit de achterste perceelsgrens en in een denkbeeldige rechte lijn naar de voorste perceelsgrens toe). planologische medewerking te verlenen aan het, met deze zienswijze ingebrachte, initiatief om in het kader van de herbestemming van agrarisch naar wonen verder te gaan dan enkel en uitsluitend de splitsing van de bestaande cultuurhistorisch waardevolle boerderij in 2 woningen. Verzocht wordt om in aanvulling hierop het deel van de woonboerderij aan de zijde van Laar 32 te splitsen in 2 woningen (waarmee de woonboerderij rekening houdend met de herbestemming van Laar 32a per saldo wordt gesplitst in 3 woningen). Daarnaast wordt verzocht om in aanvulling hierop te voorzien in een extra ruimte voor ruimte woning op het erf.
Voor de beoogde ruimte voor ruimte woning en het totale ensemble van bebouwing wordt met de zienswijze voorzien in een erfopzet. Hierbij wordt als uitgangspunt genomen het realiseren van een gezamenlijk erf, waarbij de te realiseren ruimte voor ruimte woning ondergeschikt zou zijn aan de bestaande woonboerdij en het geheel wordt voorzien van een landschappelijke inpassing. Volgens de indiener van de zienswijze zou het initiatief moeten worden meegenomen met als beweegredenen: het landelijke woningtekort, standpunten van raadsfracties over gewenste woningbouw, het voldoen aan de regels van woningsplitsing van het bestemmingsplan buitengebied, het voldoen aan de regels van Omgevingsplan Laar — Nieuw Laar over woningsplitsing, en de bevestiging van een voormalig ambtenaar van de gemeente dat er inderdaad dingen zijn besproken en opgeschreven.
Afbeelding erfopzet zoals door indiener zienswijze beoogd en ingebracht 3.
de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – 2’ die op grond van de regels voorziet in de mogelijkheid van statische opslag, te verleggen naar het perceel Laar 32. Op het perceel Laar 32 vindt deze activiteit al jaren legaal plaats. Op het perceel Laar 32a is dit gebruik niet aan de orde.
Beantwoording
1. Het verzoek voor wat betreft de verbreding van het bestemmingsvlak kan worden gehonoreerd. Hiermee wordt invulling gegeven aan een meer gelijke verdeling van de bestemmingsvlakken/ bouwvlakken tussen Laar 32 en Laar 32a. De verbreding van het bestemmingsvlak / bouwvlak aan de westelijke zijde ontmoet geen overwegende bezwaren vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening, mede gelet op het feit dat met de bij vaststelling te
16
hanteren planregel set grote wijzigingen voor wat betreft de bestaande bebouwde en de gebruikstoestand in het verlengde van deze aanpassing niet aan de orde zijn. Onder de kop ‘Aanpassingen’ hieronder is de beoogd vast te stellen verbeelding weergegeven waarin de aanpassing is verwerkt. 2. Het verzoek om de woonboerderij per saldo in drie delen op te splitsen (2 woningen aan de zijde van Laar 32 bovenop de formalisatie van de bestaande woningsplitsing die Laar 32 en Laar 32 betreft) en een extra ruimte voor ruimte woning op het erf losstaand van de woonboerderij toe te staan wordt niet gehonoreerd. Het verzoek om een ruimte voor ruimte woning toe te voegen op deze locatie is ambtelijk besproken met de provincie Noord-Brabant. In dit overleg is ambtelijk vanuit de provincie aangegeven dat geen medewerking wordt verleend aan een verdichting van deze locatie in de vorm van een toevoeging van een ruimte voor ruimtewoning. Het zou namelijk een zodanige clustering van bebouwing teweeg brengen dat stedenbouwkundig gezien een situatie ontstaat die niet meer passend is bij het buitengebied. Vanuit de gemeentelijke invalshoek wordt deze opvatting voor de ruimtelijke context ter plaatse onderschreven.
De gemeente is hierbij tevens van mening dat de toevoeging van een ruimte voor ruimte woning in ruimtelijk opzicht niet ondergeschikt zal zijn aan de bestaande woonboerdij die al een splitsing ondergaat. Voor wat betreft het verzoek om planologische medewerking te verlenen aan een woningsplitsing waarmee per saldo de bestaande woonboerderij wordt opgesplitst in 3 delen, geldt het navolgende. Voor het buitengebied van de gemeente Sint-Michielsgestel is voorzien in een kaderstellende planregeling. Deze regeling wordt als vertrekpunt aangehouden voor de bestemming van de bestaande erven in Laar – Nieuw Laar welke worden voorzien van de bestemming ‘Wonen – 1’. Kijkend naar de planregelset van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Michielsgestel, 3e actualisatie’ dat de laatste inzichten bevat voor de regeling van woningsplitsingen, dan sluit de voorgestelde herbestemming van Laar 32/32a van agrarisch naar wonen waarbij de formalisatie van de splitsing van de woonboerderij in 2 woningen zijn beslag krijgt aan bij deze regeling (meer specifiek bedoeld in artikel 23.7.1 van genoemd bestemmingsplan). De splitsing van cultuurhistorisch waardevolle gebouwen in meer dan 2 woningen wordt volgens deze planregeling niet mogelijk gemaakt.
De door indiener aangereikte planregeling die ziet op de mogelijkheid om 3 woningen door middel van splitsing te creëren is niet van toepassing op het grondgebied van Sint-Michielsgestel. Het verlenen van planologische medewerking aan splitsing van de woonboerderij waardoor hierin (gecombineerd met Laar 32a) 3 woningen ontstaan, wordt in dit verband niet passend geacht. Hierbij wordt verder niet ingezien hoe een verdere opsplitsing van de woonboerderij kan bijdragen aan het behoud van het cultuurhistorisch waardevolle beeld van de wederopbouwboerderij. Gelet op het voorgaande is de gemeente niet overgegaan tot het sluiten van een anterieure overeenkomst om de hiervoor genoemde ontwikkelingen planologisch mogelijk te maken. Algemene standpunten van raadsfracties over de wenselijkheid van woningbouw in algemene zin geven hierbij nog niet de onderlegger om in de ruimtelijke context ter plaatse te voorzien in de door indiener beoogde planologische medewerking. De bevestiging van een voormalig ambtenaar dat de bovenstaande onderwerpen zijn besproken maakt niet dat er sprake is van een toezegging op basis waarvan gerechtvaardigd vertrouwen voor inwilliging van het verzoek van indiener kan worden ontleend.
De consultatie van de provincie over het initiatief heeft meermaals plaatsgevonden ( ook na vertrek van de voormalige ambtenaar die in de zienswijze is aangehaald) en is teruggekoppeld aan initiatiefnemer. Hierbij is uitgelegd dat het initiatief vanuit de provincie niet wordt ondersteund en dat de gemeente deze opvatting begrijpt en de uitleg hiervan onderschrijft.
17
3.
Het verzoek om de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen -2’ te verleggen van Laar 32a naar Laar 32 wordt gehonoreerd. Een en ander gebaseerd op het feitelijke legale gebruik. De aanduiding lag per abuis op het verkeerde perceel.
Aanpassingen 1.
De planologische verbeelding ter plaatse van Laar 32 / 32a wordt gewijzigd van:
naar de onderstaande verbeelding bij vaststelling:
18
Zaaknummer 3
1311464
Naam
Namens
Adres
Postcode
Plaats
Datum brief / ontvangst 25 januari 2022/ 27 januari 2022
Samenvatting 1.
2.
In het ontwerpbestemmingsplan ontbreekt de vermelding van functie en bouwviak van het gebouw wat aanwezig is op het perceel, kadastraal bekend als sectie M nummer 534 (Laar 40 te Berlicum). Wij verzoeken uw de functie "Bedrijf” toe te kennen aan deze locatie en tevens minimaal het huidige benutte bouwviak aan te geven. Het gebouw is reeds in 1980 opgericht en geruime tijd in gebruik als bedrijfsiocatie en opslag voor bedrijfsactiviteiten; o.a. realiseren van natuurlijke tuinen, speelplekken, bouwen met inlands hout en landgoedbeheer; Om naadloos aan te sluiten bij de Structuurvisie Sint-Michielsgestel 2025 om ruime mogelijkheden te bieden voor kleinschalige verblijfsrecreatie en ontwikkelingen op het gebied van recreatie en toerisme in samenhang te beschouwen met andere te realiseren doelstellingen; Het Groen Buiten. Gezien de eigenaar op termijn een alternatief haalbaar toekomst perspectief wil ontplooien, verzoeken wij u de locatie Laar 40 tevens aan te wijzen als positie waar een Bed&Breakfast kan worden gerealiseerd. De ligging met uitzicht op de Wambergsche beek, welke idealiter in de toekomst weer een natuurlijk verloop moet krijgen. Aansluiting bij de reeds aanwezige B&B's en minicampings welke in het huidige ontwerpbestemmingsplan zijn opgenomen of de reeds bestaande.
Voorgaande zou een goede invulling geven aan zowel de ambitie opgenomen in de Structuurvisie Sint-Michielsgestel 2025 als die van de eigenaar van het perceel/gebouw.
Beantwoording 1. Naar aanleiding van deze zienswijze heeft uitgebreid dossieronderzoek plaatsgevonden. Er is zowel naar het geldende bestemmingsplan buitengebied en de voorheen geldende planologie gekeken. Daarnaast is gezocht naar informatie over eventueel verstrekte vergunningen in het verleden. Hierbij zijn onder andere het vergunningensysteem Gisvg, archiefmateriaal in het BHIC en het gemeentelijke archief geraadpleegd. Er is echter géén enkele omgevingsvergunning, melding activiteitenbesluit o.i.d. terug te vinden over het adres Laar 40. Dit betekent dat zonder ruimtelijke onderbouwing in combinatie met vereiste (milieu)onderzoeken het verzoek niet kan worden ingewilligd. Wij raden indiener van de zienswijze aan in een separate planprocedure ofwel uitgebreide omgevingsvergunningprocedure de situatie te formaliseren. 2. Het bieden van mogelijkheden voor Bed&Breakfast is uitsluitend aan de orde in het kader van een herbestemming als bedoeld onder punt 1.
Aanpassingen Geen
19
Zaaknummer 4
1311662
Naam
Namens
Adres
Postcode
Plaats
Datum brief / ontvangst 27 januari 2022 / 31 januari 2022
Samenvatting 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Doordat er in de directe nabijheid van de woning aan Laar 24 wel 9 Ruimte voor Ruimte woningen worden gerealiseerd (in 3 richtingen), wordt het woongenot aangetast. De gemeente is eerder verzocht om medewerking te verlenen aan een woningsplitsing op het perceel Laar 24. Verzocht wordt om alsnog medewerking aan een woningsplitsing te verlenen. Opgemerkt wordt dat geen overlast wordt ervaren van de bestaande, blijvende bedrijven. Overlast wordt eerder ervaren van meer woningbouw. Gevreesd wordt dat elke keer het oplossen geuroverlast in de toekomst opnieuw leidt tot extra woningbouw in het gebied. Vanuit de woning Laar 24 bestaat nu vrij uitzicht aan de voor- en achterzijde met leefgedeelte aan de achterzijde met vrij uitzicht. Juist in dat uitzicht is voorzien in 3 woningen van max 1.000 m3. Indiener is van mening dat er onvoldoende rekening is gehouden met hun belangen. Het vrije uitzicht wordt verruild door direct zicht op 6 Ruimte voor Ruimte woningen. Deze woningen zouden moeten worden verplaatst zodat vrij uitzicht blijft bestaan (met name aan de achterzijde). Het plan maakt inbreuk op de privacy. Nadeel voor omwonenden moet zoveel mogelijk worden beperkt vanuit een goede ruimtelijke ordening. Verzocht wordt om mogelijk andere locaties te zoeken die niet zullen leiden tot planschade. Verzocht wordt om het bestemmingsplan niet of gewijzigd vast te stellen.
Beantwoording 1. 2.
20
Toevoegen van bebouwing en/of woningen kan leiden tot een vermindering van woongenot, maar is daarmee niet per definitie onevenredig. Hier worden woningen toegevoegd als onderdeel van een verbetering van de woon- en leefomgeving in brede zin binnen het plangebied. De afstand waarop de nieuwe bouwvlakken van de ruimte voor ruimte woningen tot aan het bestemmingsvlak ‘Wonen – 1’ van Laar 24 aanhouden is hierbij zeer aanvaardbaar. De gemeente wil graag de vraag opnieuw bezien, maar zal daarbij vooral kijken naar cultuurhistorische waarden van de (voormalige) boerderij. In dit kader wordt opgemerkt dat een wijzigingsbevoegdheid voor woningsplitsing naar analogie van het bepaalde in artikel 23.7.1 Buitengebied Sint-Michielsgestel 3e actualisatie nog ontbreekt. Naar aanleiding van deze zienswijze is voorzien in wijzigingsbevoegdheid 15.8.1 ten behoeve van woningsplitsing met een
3. 4.
5. 6. 7. 8.
inhoudelijk overeenkomende redactie. Indien kan worden aangetoond dat ook bij deze boerderij sprake is van cultuurhistorische waarden en aan de overige voorwaarden als bedoeld in de voorziene wijzigingsbevoegdheid wordt voldaan, kan met de wijzigingsbevoegdheid medewerking worden verleend aan het initiatief. Nee dat is niet het geval. Het totaalplan is een resultante van brede gebiedsafweging. Om tot verbetering woon- en leefklimaat te bewerkstelligen is binnen het gebied afgewogen dat toevoeging van ruimte voor ruimte woningen binnen de bebouwingsconcentratie vanuit een goede ruimtelijke ordening passend is. De afstand waarop de nieuwe bouwvlakken van de ruimte voor ruimte woningen tot aan het bestemmingsvlak ‘Wonen – 1’ van Laar 24 aanhouden is hierbij zeer aanvaardbaar. De afstand tussen nieuwe woningen en achterzijde woning reclamant bedraagt ten minste 85 meter. Aan de voorzijde is de afstand in Noordwestelijke richting ten minste 50 meter. Aan de voorzijde in Noordoostelijke richting is de afstand ten minste 45 meter. Het uitzicht vermindert weliswaar, maar met deze onderlinge afstanden is dat zeker niet onevenredig, Met de onder punt 5 genoemde afstanden kan ons inziens geen sprake zijn van een privacyschending. De keuze voor de locaties heeft onderdeel uitgemaakt van het totale gebiedsproces om tot een zo breed mogelijk gedragen gebiedsvisie te komen.
Het bestemmingsplan voorziet in de nadere uitwerking van de gebiedsvisie. Er bestaat naar aanleiding van deze zienswijze op grond van voornoemde argumenten geen aanleiding voor het wijzigen van de woningbouwlocaties binnen het plangebied. Het bestemmingsplan wordt op enkele onderdelen gewijzigd vastgesteld. Dit heeft echter geen effect op de plek van de voorziene woningbouwlocaties.
Aanpassingen 1. Naar analogie van het bepaalde in artikel 23.7.1 Buitengebied Sint-Michielsgestel 3e actualisatie wordt voorzien in wijzigingsbevoegdheid 15.8.1 ten behoeve van woningsplitsing met een inhoudelijk overeenkomende redactie.
21
Zaaknummer 5
1311733
Naam
Namens
Adres
Postcode
Plaats
Datum brief / ontvangst 26 januari 2022 / 30 januari 2022
Samenvatting 1.
2. 3.
4.
Op grond van de gesloten anterieure overeenkomst tussen initiatiefnemer en de gemeente dient in het bestemmingsplan te worden voorzien in de mogelijke realisatie van 3 ruimte voor ruimte woningen met kleinschalige bedrijvigheid (milieucategorie 1 en 2) en/of kleinschalige recreatieve voorzieningen op de locatie waar het intensieve veehouderijbedrijf wordt beëindigd en wordt een parapluhooiberg van 49 m2 toegestaan binnen de woonbestemming. Indiener ziet dit niet op een correcte wijze doorvertaald in het ontwerpbestemmingsplan en verzoekt hieraan alsnog invulling te geven bij vaststelling van het bestemmingsplan, met dien verstande dat de oppervlakte voor de parapluhooiberg op basis van de ruimtelijke situatie ter plaatse graag ingezet wordt in de vorm van oppervlakte voor een regulier bijgebouw bij de woning. In de tekening van de landschapsinpassing van Oud Laar 17 wordt voor wat betreft een tegenover gelegen perceel de term ‘open houden’ opgenomen. Verzocht wordt dit te verwijderen nu dit niet een onderdeel vormt van het afsprakenkader. Volgens de anterieure overeenkomst worden in het bestemmingsplan ruimte voor ruimte woningen mogelijk gemaakt die voldoen aan de richtlijn van 1 bouwlaag met een kap. Wanneer naar de tekeningen van de landschapsinpassingen wordt gekeken, dan valt op dat niet op elke tekening deze bewoording terugkomt.
Verzocht wordt om als voor andere percelen deze beperking niet geldt, ook voor het perceel van initiatiefnemer niet uit te gaan van deze beperking. Tijdens de zienswijze fase is verzocht om aanpassing van het bestemmingsvlak en bouwvlak van de 3 ruimte voor ruimtewoningen bij Oud Laar 17. Op verzoek van initiatiefnemer heeft de gemeente voorzien in een nieuwe opzet van de verbeelding. Verzocht wordt om deze aanzet ten behoeve van vaststelling nog te wijzigen door voor de 3 woningen gezamenlijk uit te gaan van een totale perceelsbreedte van 90 meter in plaats van 85 m.
Beantwoording 1.
De voorgestane ontwikkeling bij Oud Laar 17 voorziet in een herbestemming van de voormalige agrarische bedrijfswoning naar wonen in combinatie met genoemde kleinschalige nevenactiviteiten. Daarnaast wordt voorzien in een bestemming voor een 3 tal ruimte voor ruimtewoningen. De te herbestemmen voormalige agrarische bedrijfswoning heeft hierbij de bestemming ‘Wonen – 1’. De ruimte voor ruimte woningen hebben hierbij de bestemming ‘Wonen – 2’. Naar aanleiding van deze opmerking moet worden geconstateerd dat de verbeelding en de regels van het plan aanpassing behoeven. De aanpassingen voor de bestemming ‘Wonen – 1’ zijn vermeld in de kolom ‘Aanpassing bestemmingsplan’ onder punt 1. De aanpassingen voor wat betreft de planregels voorzien hierbij in een doorvertaling van hetgeen is vermeld in de anterieure overeenkomst. Gelet op de ruimtelijke situatie ter plaatse wordt de invulling van de oppervlakte voor de parapluhooiberg in de vorm van een regulier bijgebouw bij de woning passend geacht. Hiermee kan dus worden ingestemd.
22
Voor wat betreft de verbeelding geldt dat uitbreiding van het bestemmingsvlak ‘Wonen – 1’ aan de achterzijde van het perceel van de voormalig agrarische bedrijfswoning noodzakelijk is om bestaande bebouwing ( die gehandhaafd blijft) binnen het bestemmingsvlak ‘Wonen – 1’ te brengen. Daarnaast dient te worden voorzien in een aanduiding voor de te bestemmen nevenactiviteiten.
2. 3.
Overige aanpassingen die betrekking hebben op de ruimte voor ruimtewoningen worden behandeld onder punt 4. In de definitieve uitwerking van de landschap inpassingsplannen is deze term niet meer van toepassing. De afbeelding van de landschapsinpassing concentreert zich nu enkel op de voor het beoogde initiatief betrokken percelen. De tekeningen voor wat betreft de landschapsinpassingen vormen niet de juridische bouwregels voor wat betreft de maatvoeringen van de ruimte voor ruimte woningen. Deze regels zijn opgenomen in de planregels van de bestemming ‘Wonen – 2’. Die bestemming gaat uit van een goothoogte van 4 meter en een bouwhoogte van 10 meter. Dit is voor iedere ruimte voor ruimte ontwikkeling gelijk en komt feitelijk neer op 1 bouwlaag met een kap. In aanvulling hierop geldt evenwel dat voor de bestemming ‘Wonen – 1 ‘ sprake is van een abuis in de planregeling die ambtshalve dient te worden hersteld bij vaststelling (zo is de planregeling een toegestane goot- en bouwhoogte voor de bestaande woningen in de bouwregels van artikel 15.4.1 weggevallen. En ontbreekt voor de bestaande woningen de regeling voor een dakhelling van de kap). Daarnaast ontbreekt een bepaling die ziet op herbouw van een bestaande woning.