CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Omgevingsplan Laar-Nieuw Laar - bijlagen bij toelichting (plan MER)

Raadsvergadering Sint-Michielsgestel 21 december 2023, gemeente boxtelBij agendapunt: 13 Raadsvoorstel Bestemmingsplan Laar - Nieuw Laar30.416 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

De emissie gerelateerde aspecten zijn daarom het meest relevant voor dit. Overige milieuaspecten zijn landschap, bodem, water, cultuurhistorie en archeologie. Voor deze aspecten is geen sprake van geen nadelige milieueffecten. Ten aanzien van landschap is sprake van een verbetering ten gevolge van de landschappelijke inpassingsplannen die zijn opgesteld voor de ontwikkellocaties en die gewaarborgd worden in het bestemmingsplan.

Plan-MER Bestemmingsplan Laar – Nieuw Laar (bij ontwerp bestemmingsplan)

21

P183326.014/ECO

9 Vergelijking milieueffecten Totale effectscores t.o.v. referentie (feitelijke situatie met autonome ontwikkeling)

Criterium

Consoliderend scenario

Realistisch scenario

Maximaal scenario

Verkeer Verkeersbewegingen Laar 31

-

-

-

Verkeersbewegingen Nieuw Laar 5a

0

0

0

Verkeersbewegingen totaal plangebied

+

+

+

0/-

0/-

0/-

Natuur (gebieden en soorten) Stikstofdepositie op Natura2000 Stikstofdepositie op Wav-gebieden en overige natuur

-

-

-

Verdroging in natuurgebieden

0

0

0

Soortenbescherming flora en fauna

0

-

-

Ecologische waarde binnen het plangebied

0

+

+

Geuremissie

-

-

-

Leefklimaat bestaande woningen

0

+

0

Leefklimaat te herbestemmen (bedrijfs)woningen

0

++

+

Leefklimaat locaties nieuwe woningen

0

+

0/+

Fijnstof emissie

0/-

0/+

0/+

Bedrijfsvoering – bijdrage fijn stof concentratie

0

0

0

Bedrijfsvoering – bijdrage endotoxinen concentratie

0

0

0

Verkeer – bijdrage fijn stof

0

-

0

Verkeer – bijdrage fijn stof met stoppers

+

+

+

Industrielawaai Laar 31

0/-

0/-

0/-

Industrielawaai Nieuw Laar 5a

0

-

0/-

Geur

Fijnstof en endotoxinen

Geluid

Industrielawaai locaties stoppers

+

+

+

Indirecte hinder Laar 31

0

0/+

0/+

Indirecte hinder Nieuw Laar 5a

0

0

0

Indirecte hinder wegvallen verkeer stoppers

0/+

0/+

0/+

Verduurzaming

0

0/+

0/+

Klimaatadaptatie

0

0

0

Veehouderij en gezondheid totaal plangebied

0/+

+

0/+

- ammoniak en gezondheid

0

-

-

- geur en gezondheid

0

+

0/+

- fijn stof en gezondheid

0

0

0

- endotoxinen en gezondheid

0

0

0

Externe veiligheid

0

0

0

Bodem en water

0

0

0

Landschap

+

+

+

Cultuurhistorie en archeologie

0

0

0

Klimaatadaptatie en verduurzaming

Gezondheid

Overige milieuaspecten

22

Plan-MER Bestemmingsplan Laar – Nieuw Laar (bij ontwerp bestemmingsplan)

P183326.014

10 Leemten in kennis Voor Laar 31 is namens Heivar BV een ProjectMER aangeleverd in december 2021. Voor Nieuw Laar 5a is namens J. Schoenmakers een aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling ingediend met concept aanvraag omgevingsvergunning ingediend in april/juni 2021. Deze stukken zijn gericht op vergunningverlening en bevatten voor dit planMER niet de volledige informatie. Ook zijn nog onjuistheden en discrepanties vastgesteld in de stukken van beide veehouders. Sinds 20 januari 2022 is Aerius Calculator versie 2021 beschikbaar. Aerius Calculator versie 2022 verschijnt volgens aankondigingen op 26 januari 2023. Dit betekent dat voor definitieve besluitvorming, waaronder vaststelling van het bestemmingsplan, de stikstofberekeningen geactualiseerd moeten worden en uitgevoerd moeten zijn in versie 2022. Het kan zijn dat in de nieuwe versie afwijkende berekeningsresultaten ontstaan. Verder is het stikstofbeleid actueel en in ontwikkeling. Het is niet uit te sluiten dat de beleidsregels voor salderen nog worden gewijzigd. Naar aanleiding van de evaluatie van de geurregelgeving door de bestuurlijke werkgroep Verdaas is onderzoek verricht naar de rendementen van gecombineerde luchtwassers. Naar aanleiding van die onderzoeksresultaten zijn de ingeschatte geurrendementen van deze luchtwassers verlaagd van 85% naar 30-45% geurreductie en zijn de geuremissiefactoren naar boven bijgesteld.

De berekende geurbelasting is hierdoor veel hoger dan de geurbelasting waarvan ten tijde van de vergunningverlening is uitgegaan. Ook zijn er concrete aanwijzingen dat de ammoniakrendementen ook niet volledig behaald worden. De Commissie Geurhinder en Veehouderij (Commissie Biesheuvel) heeft o.a. geadviseerd meer inzicht te bieden in de effectiviteit van luchtwassers en hierbij de geurproductie in de stal te betrekken. In opdracht van het ministerie en de provincie Noord-Brabant voert de WUR een onderzoek uit naar de mogelijkheden om de rendementen van combiluchtwassers te verbeteren. 11 Monitoring en evaluatie De gemeente heeft nog geen concrete invulling gegeven aan de wijze van borging, monitoring en evaluatie van de verbetermaatregelen: de verhoogde uittredesnelheden van Laar 31 en Nieuw Laar 5a. Dit zal ingevuld moeten worden in het definitieve bestemmingsplan. 12 Conclusies Uit de beoordeling van de milieueffecten volgt dat het aspect geur bepalend is voor verbeteringen ten gevolge van de veehouderijen Laar 31 en Nieuw Laar 5a ten opzichte van de huidige feitelijke situatie. De verbeteringen voor de verkeers- en milieuaspecten zijn mede het gevolg van de andere inmiddels gestopte veehouderijen.

In het consoliderend scenario (Laar 31 en Nieuw Laar 5a vergund) is ter plaatse van de nieuwe woonbestemmingen sprake van een goed of afweegbaar leefklimaat conform de gemeentelijke beleidsregel. In het realistisch scenario is sprake van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van alle nieuwe woonbestemmingen voor zowel de voorgrond- als achtergrondbelasting. In het maximaal scenario is dit niet het geval voor de voorgrondbelasting. De verhoogde uittredesnelheid in het realistisch scenario is noodzakelijk om de ontwikkelingen van beide veehouderij aan te kunnen merken als verbetermaatregelen conform de doelen uit de gebiedsvisie Laar – Nieuw Laar. Het maximaal scenario geeft een kleine verbetering van het leefklimaat ter plaatse van de bestaande woningen.

Plan-MER Bestemmingsplan Laar – Nieuw Laar (bij ontwerp bestemmingsplan)

23

P183326.014/ECO

Het realistisch scenario is dus alleen uitvoerbaar onder de voorwaarde dat de verhoogde uittredesnelheid het hele jaar door aantoonbaar gehaald wordt en dit afdoende gewaarborgd is in het bestemmingsplan. De ontwikkelscenario’s voor Laar 31 en Nieuw Laar 5a zijn niet noodzakelijk om de beoogde Ruimte voor Ruimte woningen, woningsplitsingen en te herbestemmen bedrijfswoningen planologisch mogelijk te maken. Deze zijn ook in het consoliderende scenario inpasbaar. Alleen ten aanzien van geur dient de gemeente op basis van de eigen beleidsregel voor geur en ruimtelijke ontwikkelingen een extra afweging te maken over de aanvaardbaarheid. Tenslotte vormt het aspect stikstof in relatie tot de Wet natuurbescherming nog een aandachtspunt voor het bestemmingsplan. Ten opzichte van de feitelijke situatie is bij Laar 31 en Nieuw Laar 5a sprake van een kleine toename in stikstofdepositie op Natura2000 gebieden. Dit komt omdat beide veehouders latente vergunde ruimte inzetten voor interne saldering en waarbij Nieuw Laar 5a ook extern saldeert. Voor Laar 31 wordt de onherroepelijke Wnb-vergunning ingepast in het bestemmingsplan, waarbinnen intern gesaldeerd kan worden. Voor de uitbreiding van Nieuw Laar 5a is (nog) geen onherroepelijke Wnb-vergunning aanwezig om één op één in te passen. Tot die tijd wordt de bestaande omgevingsvergunning van 2020 met vvgb ingepast.

Voor de uitbreiding dient in dat geval met een omgevingsvergunning (buitenplans) afgeweken te worden van het bestemmingsplan.

24

Plan-MER Bestemmingsplan Laar – Nieuw Laar (bij ontwerp bestemmingsplan)

P183326.014

1 Inleiding 1.1

Aanleiding voor het bestemmingsplan

In het gebied Laar - Nieuw Laar, gelegen aan de oostzijde van kern Berlicum, liggen negen agrarische bouwvlakken, waarvan zeven met de aanduiding intensieve veehouderij en één met de aanduiding niet-grondgebonden bedrijf. Met name door de direct omwonenden van de agrarische bedrijven wordt overlast in de vorm van geur, fijnstof, ongedierte (vliegen), (vracht)verkeer en geluid ervaren. De gemeente Sint-Michielsgestel heeft het gebied Laar-Nieuw Laar aangemerkt als urgentiegebied vanwege de overbelaste situatie door met name geurhinder en de beleving van overlast door bewoners. Het gebied is één van de urgentiegebieden die naar aanleiding van het Brabantberaad door de betrokken gemeenten zijn aangewezen. Partijen in het Brabantberaad, een samenwerkingsverband waarin gemeenten, GGD, BML, ZLTO en de provincie Noord-Brabant in vertegenwoordigd zijn, hebben afgesproken de overlast in de urgentiegebieden aan te pakken. De maatregelen dienen reëel en uitvoerbaar te zijn en te worden beschreven in een verbeterplan. Veehouders en burgers dienen zelf bij te dragen aan het opstellen van een verbeterplan en de uitvoering van de maatregelen.

Om tot een oplossing te komen voor de overbelaste situatie in het gebied hebben bewoners, ondernemers, provincie en andere (in)direct betrokken partijen via een gebiedsproces een gebiedsvisie opgesteld. De gebiedsvisie is op 23 november 2017 door de raad van de gemeente SintMichielsgestel vastgesteld. In deze visie zijn de ambities opgenomen voor de gewenste toekomstige ruimtelijke en functionele ontwikkelingen in het gebied, zodat het woon-, werk- en leefklimaat in het gebied wordt verbeterd. De gebiedsvisie is te zien als verbeterplan in het kader van de aanpak van urgentiegebieden in Noord-Brabant.

Figuur 1: Uitsnede kaart achtergrondbelasting geur Gebiedsvisie Laar – Nieuw Laar (geurkaarten in bijlage B-6)

Plan-MER Bestemmingsplan Laar – Nieuw Laar (bij ontwerp bestemmingsplan)

25

P183326.014/ECO

Conform de gebiedsvisie Laar-Nieuw Laar zullen zes intensieve veehouderijen definitief worden beëindigd en de landschappelijke gebiedskwaliteit worden ontwikkeld. Ter financiering hiervan wordt op enkele locaties woningsplitsing en de realisering van Ruimte voor Ruimte woningen toegestaan. Slechts twee intensieve veehouderijbedrijven (varkenshouderijen) blijven in het gebied gevestigd. Aan deze bedrijven wordt onder strenge randvoorwaarden enige uitbreidingsruimte geboden in agrarisch bouwvlak en dierenaantallen, zodat geïnvesteerd kan worden in toepassing van Best Beschikbare Technieken en verdergaande verduurzaming van het bedrijf, waardoor de totale milieubelasting als gevolg van emissies van geur, fijnstof en ammoniak in het gebied kan worden verbeterd. De gebiedsvisie is uitgewerkt in het (ontwerp)bestemmingsplan, waar onderhavig PlanMER op toe ziet. Gedurende het gebiedsproces is het landschapsplan ‘Laar-Nieuw Laar’ vastgesteld, waarin een leidraad wordt geboden voor toekomstige ontwikkelingen in het gebied. Enerzijds als streefbeeld en inspiratiebron, anderzijds ook als toetsingskader voor particuliere initiatieven en handvaten voor uitvoering. In het bestemmingsplan dient de uitwerking van het landschapsplan te worden vastgelegd.

Dit betreft onder meer de nieuwe situering van de Wambergse beek en (groene) knooppunten en het opleggen van voorwaardelijke verplichtingen bij de erven van de blijvende en stoppende agrarische bedrijven. Uitgangspunten raad voor vertaling gebiedsvisie in het bestemmingsplan In het raadsbesluit van november 2017 zijn de uitgangspunten voor de verdere uitwerking van de gebiedsvisie in een bestemmingsplan op hoofdlijnen geformuleerd. Besloten is hierbij de stoppende iv-bedrijven te faciliteren bij het beëindigen van hun bedrijf en de twee blijvende intensieve veehouderijbedrijven (Laar 31-33-25 en Nieuw Laar 5a) uitbreidingsruimte te geven om de realisatie van verbeterde bedrijfstechnieken ten behoeve van een vermindering van de overlast (geur, fijnstof, ammoniak) in het gebied te kunnen financieren. De raad heeft hieraan in november 2017 de volgende voorwaarden verbonden: 

Het maximum aantal te houden varkens in het gebied mag niet meer bedragen dan 12.878: groei Laar 31-33-35 met maximaal 1.778 varkens (ca 25%, nieuw totaal max. 9000 stuks); groei Nieuw Laar 5a met maximaal 1.125 varkens (ca 41%, nieuw totaal max. 3.878 stuks);

de groei van een bedrijf is alleen toegestaan bij een volledige medewerking aan het plan zoals omschreven in het raadsvoorstel en de gebiedsvisie, inclusief het toepassen van de op dit moment in de markt aanwezige best beschikbare technieken voor het gehele bedrijf (tenminste 85% reductie in zowel geur als ammoniak en vergelijkbare reductie in fijnstof);

indien een bedrijf besluit om niet mee te werken aan het bedoelde plan dan is er geen uitbreiding toegestaan. Daarmee blijft het aantal dieren binnen dat bedrijf dus beperkt op het huidige aantal dieren;

één en ander sluitend wordt vastgelegd in een overeenkomst met betrokken ondernemers.

De voortzettende veehouderijen Laar 31 en Nieuw Laar 5a moeten bij uitbreiding parkeervakken voor vrachtwagens aanleggen. Daarnaast voorziet het plan in de aanleg van wandelpaden en extensief recreatieve voorzieningen en de landschappelijke inpassing van de verschillende deelontwikkelingen. Hiermee wordt invulling gegeven aan het opgestelde landschapsplan voor Laar – Nieuw Laar.

26

Plan-MER Bestemmingsplan Laar – Nieuw Laar (bij ontwerp bestemmingsplan)

P183326.014

Herijking uitgangspunten van de raad in 2018 Een belangrijk onderdeel van het raadsbesluit uit november 2017 is dat de groei van de twee blijvende veehouderijen alleen is toegestaan bij het toepassen van technieken om o.a. de geur uit stallen met minimaal 85% te reduceren. Op dat moment waren er gecombineerde luchtwassers beschikbaar met een geurverwijderingsrendement van 85%. Naar aanleiding van de evaluatie van de landelijke geurregelgeving in 2015 en 2016, is er onderzoek verricht naar de rendementen van combiluchtwassers m.b.t. de verwijdering van geur. De gemiddelde geurverwijdering van de onderzochte combiluchtwassers bedroeg slechts 40-45%. Door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zijn daarom met ingang van 20 juli 2018 de emissiefactoren gewijzigd naar 30-45% geurverwijdering van gecombineerde luchtwassers. Dit betekent dat 85% reductie van de geuremissie, zoals vastgelegd in het raadsbesluit uit november 2017, niet meer haalbaar is.

De raad heeft op 13 december 2018 besloten het raadsbesluit van november 2017 op het punt van reductie van geur als volgt aan te passen: “de groei van een bedrijf alleen wordt toegestaan bij volledige medewerking aan het plan zoals omschreven in het raadsvoorstel en de gebiedsvisie, inclusief het toepassen van op dit moment in de markt aanwezige best beschikbare technieken voor het gehele bedrijf, zijnde een gecombineerd luchtwassysteem met een maximaal geurverwijderingsrendement of een hiermee gelijkwaardige technologie”.

In de periode 2019 t/m 2022 is het plan verder uitgewerkt. De uitwerking van het gebiedsplan in een bestemmingsplan heeft flinke vertraging opgelopen, door onder andere wijzigende wet- en regelgeving en jurisprudentie over stikstof en geur, de concretisering van de planvorming, onderhandelingen over het aantal Ruimte voor Ruimte woningen en de situering hiervan, wijzigingen in de plannen van de blijvende veehouderijen, individuele wensen van stoppende veehouders en burgers in het gebied, het niet bereiken van overeenstemming met buurtbewoners, toenemende weerstand bij omwonenden, verdere uitwerking van de landschappelijke inrichting van het gebied en onderhandelingen met de provincie over het mogen afwijken van het provinciaal beleid. Daarbij vonden in de tussentijd politieke verschuivingen plaats op landelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau. Ook is de maatschappelijke discussie over intensieve veehouderij actueler geworden en verhard ten gevolge van de stikstof- en klimaatcrisis, boerenprotesten en door recente ontwikkelingen ten aanzien van geurhinder door veehouderijen mede ten gevolge van de Zemblauitzendingen. In de tussentijd is de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV) gewijzigd en de Ontwerp Omgevingsverordening Noord-Brabant gepubliceerd.

Gedurende deze periode is een deel van dit MER al tot stand gekomen, waaronder de uitwerking van de referentiesituatie en de variantenstudie voor de uitbreidende veehouderijen Laar 31 en Nieuw Laar 5a. De referentiesituaties zijn sindsdien niet gewijzigd. De wijzigingen in de plannen van de blijvende veehouderijen hebben geen invloed op de conclusies van de variantenstudie en de daaruit volgende alternatievenafweging. Daarom is het niet noodzakelijk om de variantenstudie in hoofdstuk 5 aan de definitieve plannen aan te passen. Gevolg hiervan is wel dat de dieraantallen en emissies in de varianten afwijken van de alternatieven. De milieueffecten van de alternatieven zijn gebaseerd op de definitieve plannen van beide veehouders:  Nieuw Laar 5a: de beoordeelde m.e.r.-aanmeldingsnotitie met concept aanvraag omgevingsvergunning van april 2021;  Laar 31: het beoordeelde project-MER en concept aanvraag omgevingsvergunning van december 2021.

Plan-MER Bestemmingsplan Laar – Nieuw Laar (bij ontwerp bestemmingsplan)

27

P183326.014/ECO

1.2

Bestemmingsplan met verbrede reikwijdte

Het bestemmingsplan Laar – Nieuw Laar is opgenomen in de 18e tranche van de Crisis- en Herstelwet1. De Crisis- en Herstelwet kent een experimenteerbepaling om nu al in de geest van de Omgevingswet te werken. In het kader van de nieuwe Omgevingswet wordt daarom gesproken over een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte. De verbrede reikwijdte zal in dit bestemmingsplan invulling krijgen door het vastleggen van milieueisen en randvoorwaarden met betrekking tot de uitbreiding van de twee blijvende intensieve veehouderijen. Dit om te borgen dat de uitbreiding van deze bedrijven gepaard gaat met de best beschikbare technieken om de uitstoot van geur, fijn stof en ammoniak te verminderen en de overlast voor omwonenden zo ver als redelijker wijze mogelijk is terug te dringen.

Figuur 2: Aanduiding veehouderijen binnen het plangebied, incl. feitelijk reeds beëindigde veehouderijen

1

Besluit van 8 maart 2019 tot wijziging en aanvulling van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet achttiende tranche), Staatsblad 2019, 121.

28

Plan-MER Bestemmingsplan Laar – Nieuw Laar (bij ontwerp bestemmingsplan)

P183326.014

Veehouderijen waarvan het bouwvlak wordt vergroot voor uitbreiding: Laar 31-33-35 en Nieuw laar 11 (genaamd: Laar 31) Uitbreiding van de varkenshouderij, mestverwerking en algenkweek. Dit bedrijf heeft een project-MER opgesteld. Vergund, maar niet gerealiseerd en onderdeel van het plan (gewijzigd t.o.v. vergund):  mestverwerkingsinstallatie met algenkweek. Vergund en feitelijk aanwezig en wijzigt niet in het plan:  bouwbedrijf. Nieuw Laar 5a: het bouwvlak wordt vergroot ten behoeve van de realisatie van een nieuwe vleesvarkensstal. De feitelijke situatie komt overeen met de vergunde situatie. De vigerende vergunning bevat zeer beperkte latente ruimte (= vergunde, niet gerealiseerde dierplaatsen).

Locaties waar de intensieve veehouderij beëindigd wordt of al beëindigd is en waar een bestemmingswijziging plaatsvindt: 

Laar 11: Beëindiging van de varkenshouderij. Behoud van de agrarische bestemming met vormverandering van het geldend agrarisch bouwvlak, waarbij uitsluitend het houden van 30 schapen en 1.000 m2 caravanstalling is toegestaan en geen verdere veehouderijactiviteiten meer mogelijk zijn.

Laar 19: Beëindiging van de pluimveehouderij. Laar 19 krijgt bedrijfsbestemming t.b.v. bestaande caravanstalling en eierverkoop.

Laar 27: Beëindiging van de varkenshouderij. Bedrijfswoning krijgt woonbestemming voor 2 wooneenheden.

Oud Laar 17: Beëindiging van de varkenshouderij. Bedrijfswoning krijgt woonbestemming.

Schellekesveld 2: Beëindiging van de varkenshouderij. Bedrijfswoning krijgt woonbestemming met kleinschalige bedrijvigheid (maximaal milieucategorie 2) tot een maximale omvang van 1.000 m2 alsmede maximaal 200 m2 aan bijgebouwen.

Plein 13-15: Een dubbele woonbestemming op Plein 15 (rijksmonument) vanwege woningsplitsing van de (voormalige) bedrijfswoning. Het resterend gedeelte van het agrarisch bouwvlak (Plein 13) blijft behouden, maar hier wordt geen veehouderij meer toegestaan (alleen akkerbouw).

Het bestemmingsplan biedt het planologisch kader voor:  30 nieuwe woonbestemmingen bestaande uit: o 16 nieuwe Ruimte voor Ruimte woningen:  Nieuweweg: 4  Schellekensveld: 3  Laar: 6  Oud Laar: 3 o 2 nieuwe woningen op Laar. Dit zijn woningverplaatsingen na sloop Laar 29a en 29b. o 5 woningsplitsingen (Plein 15, Plein 26, Oud Laar 9, Laar 27, Laar 32/32a)

Plan-MER Bestemmingsplan Laar – Nieuw Laar (bij ontwerp bestemmingsplan)

29

P183326.014/ECO

o 6 bedrijfswoningen van gestopte veehouderijen die een woonbestemming krijgen (Schellekensveld 2, Plein 15, Plein 26, Oud Laar 17, Laar 27, Laar 32/32a) en 1 bedrijfswoning van gestopte veehouderij krijgt een bedrijfsbestemming (Laar 11). Op Plein 30 en Groenstraat 28 wordt de bedrijfsbestemming uitgebreid en op Laar 19 wordt een bedrijfsbestemming toegekend. In totaal is dit een extra oppervlak van ongeveer 0,88 ha. Er verdwijnt in het plangebied ook oppervlak bedrijfsbestemming, maar dit wordt buiten beschouwing gelaten. Op Schellekensveld 7 wordt voorzien in een uitbreiding van de mini-camping van 10 naar 35 standplaatsen en 220 m2 bijgebouwen. Het campingterrein zelf wordt niet uitgebreid.

Overige ontwikkelingen in het bestemmingsplan die geen milieueffecten hebben:  Op Laar 32a wordt een kleinschalige nevenactiviteit toegestaan voor statische opslag.  Laar 29a en Laar 29b: agrarisch bouwvlak en woonbestemming wordt groenbestemming.  Laar 29: nevenactiviteit t.b.v. hoveniersactiviteiten.  Groenstraat 28 en Plein 30: bouwvlakvergroting bestaand niet-agrarisch bedrijf.  Nieuw Laar 16: aanduiding voor bestaande mini-camping.  Groenstraat 27 en Plein 29: bouwvlakvergroting bestaande burgerwoning.

1.3

M.e.r.-plicht

Voor ontwikkelingen met mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen moet een zogenaamde m.e.r.-procedure doorlopen worden. Het doel is het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming in te brengen. m.e.r. = milieueffectrapportage = de procedure MER = milieueffectrapport = het product Welke verplichtingen gelden ten aanzien van een milieueffectrapportage is vastgelegd in de Wet Milieubeheer en in het Besluit m.e.r. Vanuit twee sporen kan sprake zijn van verplichtingen: 1. De voorgenomen activiteit komt voor in het Besluit m.e.r.; 2. Voor de voorgenomen activiteit moet een passende beoordeling worden opgesteld, omdat niet op voorhand kan worden uitgesloten dat er significant negatieve effecten zijn op Natura2000gebieden. Een milieueffectrapportage is gekoppeld aan een plan of een besluit, bijvoorbeeld een structuurvisie, een bestemmingsplan of een vergunning. Het voorgenomen planologisch beleid legt de mogelijkheid tot uitbreiding van veehouderijen opnieuw vast en is kaderstellend voor latere m.e.r.-(beoordelings)plichtige besluiten voor veehouderijen met een omvang boven de m.e.r.drempel (zie navolgend tekstkader). M.E.R.-(BEOORDELINGS)PLICHTIGE PLANNEN EN PROJECTEN Op grond van het Besluit m.e.r.

zijn veehouderijbedrijven: • m.e.r.-plichtig als sprake is van de oprichting, uitbreiding en/of wijziging van een installatie voor het voor het fokken, mesten of houden van pluimvee of varkens, in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op meer dan: 85.000 mesthoenders, 60.000 hennen, 3.000 mestvarkens of 900 (opfok)zeugen (categorie C14).

30

Plan-MER Bestemmingsplan Laar – Nieuw Laar (bij ontwerp bestemmingsplan)

P183326.014

•

m.e.r.-(beoordelings-)plichtig als sprake is van: de oprichting, uitbreiding en/of wijziging van een installatie voor het voor het fokken, mesten of houden van dieren, in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 40.000 stuks pluimvee; 2.000 mestvarkens; 750 zeugen; 3.750 gespeende biggen; 5.000 pelsdieren; 1.000 voedsters of 6.000 vlees- en opfokkonijnen; 200 melk-, kalfof zoogkoeien ouder dan 2 jaar; 340 stuks vrouwelijk jongvee tot 2 jaar; 340 stuks melk-, kalf- en zoogkoeien ouder dan 2 jaar en vrouwelijk jongvee tot 2 jaar; 1.200 vleesrunderen; 2.000 schapen of geiten; 100 paarden of pony’s; 1.000 struisvogels (categorie D14).

Het bestemmingsplan biedt het planologisch kader voor een uitbreiding in varkens boven de drempelwaarden van C14, waardoor sprake is van een m.e.r.-plichtig bestemmingsplan en dit PlanMER is opgesteld. Op Laar 31 wordt ruimte geboden voor een uitbreiding die de C14 drempelwaarde voor zeugen overschrijdt. Voor de omgevingsvergunning dient initiatiefnemer een ‘project-MER’ op te stellen. Op Nieuw Laar 5a wordt ruimte geboden voor een uitbreiding die alleen de D14 drempelwaarden overschrijdt en daarmee is sprake van een m.e.r.-beoordelingsplichtige omgevingsvergunning en dient initiatiefnemer een ‘Aanmeldnotitie m.e.r.’ op te stellen. Het bestemmingsplan biedt ook het planologisch kader voor m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten: 

D11.2 De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject. Drempelwaarden:  100 ha of meer;  2.000 woningen of meer;  een bedrijfsvloeroppervlak van 200.000 m2 of meer.

Het bestemmingsplan voorziet in 30 nieuwe woonbestemmingen die het planologisch kader bieden voor: 18 Ruimte voor Ruimte woningen, 5 woningsplitsingen en 7 bedrijfswoningen van gestopte veehouderijen die een (burger)woonbestemming krijgen. Verder worden op drie locaties een bedrijfsbestemming toegekend/uitgebreid met een totaal oppervlak van ongeveer 0,88 ha. De drempelwaarden van D11.2 worden niet overschreden. 

D10 De aanleg, wijziging of uitbreiding van permanente kampeer- en caravanterreinen Drempelwaarden (alleen de relevante):  250.000 bezoekers of meer per jaar,

Het bestemmingsplan voorziet op Schellekensveld 7 in uitbreiding van de mini-camping met 25 standplaatsen en daardoor een toename van het aantal bezoekers. Het kampeerterrein wordt niet uitgebreid. De drempelwaarden van D10 worden niet overschreden.

Ook het uitvoeren van een Passende beoordeling kan een aanleiding vormen voor de verplichting om een MER op te stellen. De kaderstellende activiteiten kunnen mogelijk significante gevolgen hebben voor Natura 2000-gebieden. Uit een zogenaamde Voortoets en mogelijk daarop volgende Passende beoordeling moet blijken of significante gevolgen uit te sluiten zijn op de Natura 2000gebieden.

Plan-MER Bestemmingsplan Laar – Nieuw Laar (bij ontwerp bestemmingsplan)

31

P183326.014/ECO

M.E.R.-PLICHT BIJ PASSENDE BEOORDELING De Wet natuurbescherming en de m.e.r.-plicht zijn aan elkaar gekoppeld. Wanneer een plan wettelijk of bestuursrechtelijk verplicht is (zoals een bestemmingsplan) én hiervoor moet een Passende beoordeling worden gemaakt, dan geldt automatisch een m.e.r.-plicht. Een Passende beoordeling is vereist wanneer een wettelijk of bestuursrechtelijk verplicht plan significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. In dat geval moeten MER en Passende beoordeling worden geïntegreerd in één rapportage. Naast veehouderij worden in het bestemmingsplan geen andere activiteiten planologisch mogelijk gemaakt die kaderstellend kunnen zijn voor later te nemen m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten. De focus van het op te stellen MER zal liggen op de mogelijke milieueffecten die samenhangen met de planologische ontwikkelingsmogelijkheden die geboden worden aan de blijvende veehouderijen en de milieueffecten ten gevolge van de sanering van de overige veehouderijen in het gebied en de daarmee samenhangende ruimte- voor-ruimte woningen, woningsplitsingen en nieuwe woonbestemmingen. M.E.R.-PLICHT VOOR INDIVIDUELE ACTIVITEITEN BLIJFT GEHANDHAAFD Een misverstand is dat, na het doorlopen van een m.e.r. voor de ruimtelijke procedure, geen MER meer nodig zou zijn voor de individuele activiteiten.

Dit is niet het geval: de m.e.r.-plicht blijft onverkort van kracht! Als bijvoorbeeld een veehouderij wil uitbreiden, dan wordt de vergunningaanvraag getoetst op de m.e.r.(beoordelings)-plicht. Onderzoek op gebiedsniveau, niet op locatie-/inrichtingsniveau In een planMER wordt het hele plangebied en de effecten van ontwikkelingen binnen het bestemmingsplan beschouwd. De focus ligt:  op de ontwikkelingen die in het bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt;  op de aspecten waarop een (wezenlijk) effect verwacht wordt. Het effectenonderzoek wordt gedaan op het niveau van het gebied en niet op locatie/inrichtingsniveau. Er is daarom in een planMER sprake van een zeker abstractieniveau. De effectenbeschouwing geeft geen gedetailleerde analyse op locatieniveau. Dit gebeurt in procedures voor de individuele ontwikkelingen. In dit PlanMER staan de gecumuleerde effecten voor de omgeving door de combinatie van activiteiten en functies in en rondom het plangebied centraal. In het ProjectMER voor de omgevingsvergunning van Laar 31 en de Aanmeldnotitie m.e.r. voor Nieuw Laar 5a staat de inrichting van het individuele bedrijf centraal. Vanwege de samenhang en onderlinge afhankelijkheden zijn de milieuonderzoeken daar waar nodig op elkaar afgestemd.

1.4

M.e.r-procedure

De gemeente is verantwoordelijk voor het doorlopen van de bestemmingsplanprocedure inclusief het opstellen van een MER t.b.v. het bestemmingsplan. De veehouders zijn verantwoordelijk voor de vergunningaanvraag inclusief het opstellen van een MER of een m.e.r.-beoordeling, gekoppeld aan de aanvraag voor een omgevingsvergunning. Het startdocument van de m.e.r.-procedure is de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). Het eindproduct van de procedure is het voorliggende milieueffectrapport (MER).

32

Plan-MER Bestemmingsplan Laar – Nieuw Laar (bij ontwerp bestemmingsplan)

P183326.014

De m.e.r.-procedure bestaat uit de volgende stappen:  Openbare kennisgeving van het voornemen;  Raadpleging van de betrokken bestuurlijke organen en adviseurs over de reikwijdte en het detailniveau van de m.e.r.;  Bieden van de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen;  Advies Commissie m.e.r. over reikwijdte en detailniveau (optioneel);  Opstellen milieueffectrapport (MER);  Openbaar maken MER en opsturen aan wettelijke adviseurs & Commissie m.e.r;  Bieden van de mogelijkheid om zienswijzen op het MER in te dienen;  Toetsingsadvies Commissie m.e.r;  Besluit nemen inclusief motivatie hoe de m.e.r. in de planvorming is betrokken en bekendmaking besluit;  Evaluatie van effecten tijdens en na realisatie. De gemeente publiceert dit MER samen met het ontwerp van het bestemmingsplan en legt beide ter inzage. Iedereen kan in deze periode een reactie geven op het planMER en het ontwerpbestemmingsplan. De Commissie voor de milieueffectrapportage (hierna: Commissie m.e.r.) is een onafhankelijk instantie die het MER op volledigheid en juistheid toets en een toetsingsadvies uitbrengt. De gemeente geeft in het bestemmingsplan aan, hoe omgegaan wordt met de inspraakreacties op het planMER en het toetsingsadvies van de Commissie m.e.r.. Voor het bestemmingsplan is de uitgebreide m.e.r.-procedure verplicht, zie hiervoor navolgend schema.

1.5

Begrenzing plangebied

Het plangebied betreft een zone ten oosten van de kernen Berlicum en Middelrode in de gemeente Sint-Michielsgestel en heeft een omvang van ca. 1,67 km2. Het plangebied wordt globaal begrensd door de Werststeeg in het noorden, de bebouwde kom en sportpark de Brand in het westen, de Zandstraat en Milrooijsedijk in het zuiden en de Nieuwe Weg en Schellekesveld in het oosten. Het plangebied voor dit bestemmingsplan met verbrede reikwijdte is groter dan het gebied waarvoor de gebiedsvisie Laar-Nieuw Laar is vastgesteld. Een aantal Ruimte voor Ruimte woningen en de vast te leggen contouren voor geur, fijnstof en ammoniak liggen buiten het gebied van de gebiedsvisie Laar-Nieuw Laar.

Plan-MER Bestemmingsplan Laar – Nieuw Laar (bij ontwerp bestemmingsplan)

33

P183326.014/ECO

Figuur 3: Begrenzing plangebied bestemmingplan verbrede reikwijdte Laar-Nieuw Laar

Plangebied en studiegebied In dit MER worden de termen plangebied en studiegebied gebruikt. Plangebied is het gebied waar het ruimtelijk besluit voor geldt, in dit geval het bestemmingsplan. De plangrens, de grens van het plangebied, is vastgelegd op de verbeelding, de kaart bij het bestemmingsplan. Het studiegebied is het gebied waar de ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt effect kunnen hebben. De effecten van de m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten kunnen verder reiken dan het plangebied. Bij de beschrijving van de mogelijke effecten zal voor een aantal milieuthema’s sprake zijn van een groter beïnvloedingsgebied dan het plangebied, omdat sprake kan zijn van mogelijke effecten buiten het plangebied. Bijvoorbeeld de stikstofbelasting op natuurgebieden in de wijde omgeving van het plangebied ten gevolge van ammoniakemissies uit stallen van veehouderijen of de geurbelasting door veehouderijen op woningen buiten het plangebied. Of andersom de geurbelasting van bestaande veehouderijen buiten het plangebied op nieuwe geurgevoelige objecten binnen het plangebied. De omvang van studiegebied verschilt daarom per milieuthema.

34

Plan-MER Bestemmingsplan Laar – Nieuw Laar (bij ontwerp bestemmingsplan)

P183326.014

1.6

Consultatie

Notitie reikwijdte en detailniveau Voor het bestemmingsplan is een Notitie reikwijdte en detailniveau (hierna: NRD) opgesteld. Deze notitie beschrijft de opzet en inhoud van het op te stellen MER advies in omtrent de reikwijdte en het detailniveau voor het MER. Bij het bepalen van de reikwijdte en detailniveau van dit MER raadpleegt het bevoegd gezag minstens de wettelijk voorgeschreven bestuursorganen (artikel 7.11b Wet milieubeheer). De NRD heeft ter inzage gelegen van 18 januari 2019 tot en met 28 februari 2019. Iedereen kon een zienswijze geven op de inhoud van de NRD en aangeven wat in het milieueffectrapport moet worden onderzocht. De wettelijke adviseurs en enkele betrokken overheids- en maatschappelijke organisaties (zoals provincie, waterschap en GGD) zijn apart gevraagd een advies over de NRD uit te brengen. Op dinsdag 29 januari 2019 heeft een inloopavond plaatsgevonden en is door de gemeente informatie gegeven over de NRD, de voorgenomen opzet en inhoud van het MER en om vragen te beantwoorden. Vanuit de (wettelijke) overleginstanties en de bewoners zijn zienswijzen ingediend op de NRD. Deze zienswijzen bevatten waardevolle aanvullingen voor het planMER. De Nota van Zienswijzen is bijgevoegd in Deel B (Bijlage B-1).

Na de inspraakperiode is, met inachtneming van de ingediende adviezen en zienswijzen, de NRD vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sint-Michielsgestel. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt aangegeven of en hoe de ingebrachte zienswijzen over de reikwijdte en het detailniveau van het MER zijn verwerkt in het milieuonderzoek. Het MER en het bestemmingsplan De gemeente legt het ontwerp bestemmingsplan samen met het MER ter inzage. Iedereen wordt in de gelegenheid gesteld om binnen 6 weken een zienswijze naar voren te brengen. De gemeente vraagt weer de wettelijke adviseurs en enkele betrokken overheids- en maatschappelijke organisaties (waaronder provincie, waterschap en GGD) om een advies uit te brengen. De Commissie m.e.r. wordt gevraagd het MER te toetsen. De Commissie m.e.r. toetst de kwaliteit en juistheid van het MER en beoordeelt of alle essentiële informatie aanwezig is om het besluit over de vaststelling van het bestemmingsplan te kunnen nemen. Op basis van de zienswijzen en ontvangen adviezen stelt de gemeente een zienswijzennota op, waarin wordt beschreven hoe de inspraak en adviezen worden meegenomen in het definitief vast te stellen bestemmingsplan en mogelijk een aanvulling op het MER. Ook wordt beschreven op welke wijze de milieugevolgen worden geëvalueerd. In het MER wordt hiertoe een evaluatieprogramma opgenomen.

1.7

Leeswijzer

Het MER is opgebouwd uit Deel A en Deel B. Deel A is het rapport met onderbouwing. Bijlagen, zoals een verklarende woordenlijst en kaarten, zijn opgenomen in deel B. Voorliggende rapportage betreft Deel A.

Plan-MER Bestemmingsplan Laar – Nieuw Laar (bij ontwerp bestemmingsplan)

35

P183326.014/ECO

2 Beleidskaders 2.1

Inleiding

In bijlage B wordt relevant beleid en regelgeving behandeld op Europees, landelijk, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau. In deze paragraaf wordt ingegaan het ruimtelijk beleid en milieubeleid dat voor het bestemmingsplan ‘Laar-Nieuw Laar’ het meest relevant is.

2.2

Bestemmingsplan Buitengebied Sint-Michelsgestel

Binnen het plangebied vigeren verschillende bestemmingsplannen. Binnen het grootste deel van het plangebied is het onherroepelijke bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Michielsgestel’ (vastgesteld op 16 december 2010, onherroepelijk 25 januari 2013) van toepassing.

Figuur 4: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Michielsgestel’

Dit bestemmingsplan is echter voor een aantal locaties binnen het plangebied gedeeltelijk herzien met het onherroepelijke bestemmingsplan ‘Actualisatie Buitengebied’, vastgesteld op 16 juli 2015 (zie volgende Tabel 1 en Figuur 5 voor de verbeelding).

36

Plan-MER Bestemmingsplan Laar – Nieuw Laar (bij ontwerp bestemmingsplan)

P183326.014

Tabel 1: Herziene locaties bestemmingsplan ‘Actualisatie Buitengebied’, vastgesteld op 16 juli 2015

Locatie Laar 31-33-35 en Nieuw Laar 11 (hierna: Laar 31) Nieuw Laar 5/5a

Herziening Agrarisch bouwvlak met functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’ en maatvoeringsaanduiding ‘maximum aantal wooneenheden: 2’.

Schellekensveld 7/7a Laar 19

Gesplitste woonbestemming (als gevolg van de uitspraak van Raad van State dd. 24 augustus 2016 is deze voorgenomen splitsing vernietigd) Agrarisch bouwvlak met functieaanduiding ‘caravanstalling’ en ‘specifieke vorm van bedrijf – eiergroothandel’; Woonbestemming Woonbestemming

Laar 34 Plein 17

Functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’.

Figuur 5: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Actualisatie Buitengebied’

Daarnaast is voor de locatie Plein ong. (tegenover Plein 11) het bestemmingsplan ‘Actualisatieplan Buitengebied – Fase 2’ van toepassing. Dit plan is op 17 december 2015 vastgesteld. Hierin is de bestemming van de betreffende locatie gewijzigd van een (niet-agrarische) bedrijfsbestemming in de bestemming ‘Agrarisch’. In dit bestemmingsplan was voor de locatie Laar 29a ook voorzien in een woonbestemming. Deze bestemmingswijziging is echter met de uitspraak van de Raad van State over dit bestemmingsplan (dd. 24 augustus 2016) vernietigd. Zie volgend Figuur 6 voor de verbeelding.

Plan-MER Bestemmingsplan Laar – Nieuw Laar (bij ontwerp bestemmingsplan)

37

P183326.014/ECO

Figuur 6: Uitsnede bestemmingsplan ‘Actualisatieplan Buitengebied – Fase 2’

Op 12 januari 2017 is door de raad het bestemmingsplan ‘Ruimte voor Ruimte ontwikkeling Groenstraat – Laar’ vastgesteld. In het kader van een Ruimte voor Ruimte ontwikkeling worden met dit bestemmingsplan één solitaire woning aan de Groenstraat en 3 geclusterde, vrijstaande woningen aan het Laar toegestaan met een toegestane maximale inhoud van 1.000 m3.

Figuur 7: Uitsnede bestemmingsplan ‘Ruimte voor Ruimte ontwikkeling Groenstraat – het Laar’

Voorbereidingsbesluit Voor het merendeel van het plangebied zijn in het kader van opgestelde gebiedsvisie een tweetal voorbereidingsbesluiten genomen (dd. 9 maart 2017 en 8 februari 2018) om ongewenste ruimtelijke ontwikkelingen (in tegenspraak met de gebiedsvisie) te kunnen voorkomen.

38

Plan-MER Bestemmingsplan Laar – Nieuw Laar (bij ontwerp bestemmingsplan)

P183326.014

Figuur 8: Uitsnede begrenzing voorbereidingsbesluit (= gebied Gebiedsvisie Laar-Nieuw Laar)

Op 14 juni 2018 is door de raad het bestemmingsplan ‘Buitengebied, tweede actualisatie’ vastgesteld. In dit bestemmingsplan is voor enkele locaties binnen het plangebied een juridischplanologische regeling opgenomen ten behoeve van het behoud van de gebiedskarakteristieke paraplu hooibergen. Dit betreft onder meer: Nieuw Laar 16, Nieuw Laar 25, Plein 31 en Schellekesveld 14. Daarnaast is in dit bestemmingsplan voor het gehele buitengebied, dus ook het plangebied een geconsolideerde versie van de juridische regeling opgenomen. Ten aanzien van het plan: Het bestemmingsplan ‘Laar - Nieuw Laar’ vervangt binnen het plangebied de hiervoor beschreven bestemmingsplannen en ziet hoofdzakelijk toe op de wijzigingen in het kader van de gebiedsvisie Laar-Nieuw Laar. In paragraaf 1.2 zijn de wijzigingen opgesomd. De verbrede reikwijdte zal in dit bestemmingsplan invulling krijgen door het vastleggen van milieueisen en randvoorwaarden met betrekking tot de uitbreiding van de twee blijvende intensieve veehouderijen. Dit om te borgen dat de uitbreiding van deze bedrijven gepaard gaat met de best beschikbare technieken om de uitstoot van geur, fijn stof en ammoniak te verminderen en de overlast voor omwonenden zo ver als redelijker wijze mogelijk is terug te dringen.

2.3

Aanpak Urgentiegebieden Noord-Brabant

De partners in het Brabant Beraad hebben in januari 2014 afspraken gemaakt die er toe moeten leiden dat er in 2020 geen overbelaste situaties meer zijn in relatie tot de veehouderij. Gemeenten wijzen de gebieden aan waar actie nodig is. Dit zijn de zogeheten urgentiegebieden. Urgentiegebieden worden gevormd door één of meer overbelaste situaties zoals onder meer door een te hoge belasting met geur en/of fijn stof. De beleving van omwonenden met betrekking tot het leefklimaat en de gezondheidsrisico’s speelt ook een belangrijke rol. Afgesproken is dat burgers en boeren met elkaar het gesprek aan gaan om te bespreken wat de overlast is en hoe deze aangepakt kan worden. De gemeenten bepalen zelf de inhoud van verbeterplannen.

Plan-MER Bestemmingsplan Laar – Nieuw Laar (bij ontwerp bestemmingsplan)

39

P183326.014/ECO

Ten aanzien van het plan: De gemeente Sint-Michielsgestel heeft het gebied Laar-Nieuw Laar aangemerkt als urgentiegebied vanwege de overbelaste situatie door geurhinder, fijnstof en de beleving van overlast door bewoners. In dit MER wordt ingegaan op gebieden en woningen met een hoge geurbelasting en/of fijnstof belasting ten gevolg.

2.4

Structuurvisie buitengebied

Op 13 oktober heeft de gemeenteraad van Sint-Michielsgestel besloten tot vaststelling van de 'Structuurvisie Sint-Michielsgestel 2025'. De structuurvisie is op 16 december 2011 in werking getreden. De structuurvisie bevat de hoofdlijnen van de ruimtelijke ontwikkeling en de hoofdzaken van het ruimtelijke beleid voor de gemeente tot 2025 en geeft richting aan de door het gemeentebestuur gewenste ontwikkelingen in het buitengebied en bevat beleidskeuzes op basis van actuele ontwikkelingen in het landelijke gebied. Het doel van de structuurvisie is om de wensen op een hoog abstractieniveau weer te geven. Het is een strategisch document en het biedt een ruimtelijk afwegingskader voor toekomstige plannen. In de structuurvisie komen thema’s aan de orde zoals: wonen, werken, recreatie, groene kwaliteit, bereikbaarheid en leefbaarheid in de kernen en duurzame ontwikkeling.

Figuur 9: Samenhang tussen structuurvisie, milieueffectrapportage en bestemmingsplan

40

Plan-MER Bestemmingsplan Laar – Nieuw Laar (bij ontwerp bestemmingsplan)

P183326.014

Figuur 10: Uitsnede verbeelding structuurvisie Sint-Michielsgestel

Ten aanzien van het plan: Het plangebied is in de structuurvisie aangeduid als ‘waardevol landschap’. Rust en ruimte staan hier voorop. De bestaande cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten worden hier gekoesterd. Het bestemmingsplan leidt tot een afname van de milieuhinder in het gebied en versterking van de landschapskwaliteit en wordt daarmee passend geacht binnen de gemeentelijke structuurvisie.

2.5

Gebiedsvisie Laar - Nieuw Laar

Met de op 23 maart 2017 vastgestelde gebiedsvisie wordt gestreefd naar een integrale oplossing voor de overbelaste situatie in het urgentiegebied Laar – Nieuw Laar, waarbij voor de blijvende bedrijven een haalbaar toekomstperspectief kan worden geboden, maar waarbij tevens sprake is van een goed woon-, werk- en leefklimaat, waarbij de in het gebied beleefde overlast wordt beperkt. In de visie zijn een 4-tal speerpunten geformuleerd: 1) Vermindering overlast iv door:  Permanente beëindiging iv-bedrijven in ruil voor nieuwe functies en/of bouwmogelijkheden (met landschappelijke inpassing):  Woningsplitsing;  Kleinschalige bedrijfsactiviteiten (milieucategorie 1 en 2);  Ruimte voor Ruimte – regeling Beëindiging van een bestaande intensieve veehouderij locatie leidt tot een directe afname van geur, fijnstof en ammoniak. Daarnaast verdwijnt hiermee ook potentiele ontwikkelruimte voor een iv uit het gebied. Een goede landschappelijke inpassing van nieuwe functies alsmede sloop van oude stallen kan de gebiedskwaliteit versterken. Daarnaast kunnen nieuwe functies leiden tot verbetering van de leefbaarheid.

Plan-MER Bestemmingsplan Laar – Nieuw Laar (bij ontwerp bestemmingsplan)

41

P183326.014/ECO

Maatregelen bij doorgaande intensieve veehouderij bedrijven: de bestaande bedrijven dienen te investeren in vermindering van emissie van geur, fijnstof en ammoniak. Om deze investeringen mogelijk te maken wordt in ruil een uitbreiding toegestaan van het bouwvlak en het aantal dieren. Het maximum aantal gehouden varkens in het gebied mag het huidige aantal echter niet overschrijden, te weten 12.878 stuks. 2) Verfraaiing van het landschap; er is een landschapsplan opgesteld, waarin voorbeelden en handreikingen zijn opgesteld voor versterking van de landschapskwaliteiten van het gebied bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen (zie navolgende paragraaf); 3) Verbetering van de verkeersveiligheid; bestaande bedrijven dienen goed bereikbaar te blijven voor toeleveranciers en afnemers, terwijl bewoners veilige routes naar de kern, scholen, sportpark en bos wensen. Dit kan worden bereikt door wijziging van de transportroute van een transportbedrijf, aanleg van parkeerstroken ter hoogte van bedrijfspercelen, mogelijk inrijverbod ter hoogte van Nieuw Laar – Schellekesveld en/of gedeeltelijke afsluiting voor gemotoriseerd verkeer en eventueel aanvullende maatregelen. Bovenstaande speerpunten hebben uiteindelijk geleid tot een integrale visiekaart, waarin de verschillende maatregelen zijn geïntegreerd om te komen tot een beter woon-, werk- en leefklimaat in het gebied.

Figuur 11: Uitsnede visiekaart gebiedsvisie

Naar aanleiding van het gebiedsproces hebben een 6-tal agrarische ondernemers zich bereid verklaard hun planologische en milieurechten in te leveren in ruil voor de individueel afgesproken functie-wijzigingen. Twee ondernemers hebben aangegeven hun intensieve veehouderij bedrijf door te zetten: Laar 31 en Nieuw Laar 5a. Over de hiervoor te hanteren randvoorwaarden (met name met betrekking tot de maximaal toegestane omvang van bouwvlak, de bebouwing en het aantal dieren alsmede de vereiste landschappelijke inpassing en gebruik van innovatieve technieken (algenteelt)) is in het gebiedsproces en de gebiedsvisie geen consensus bereikt.

42

Plan-MER Bestemmingsplan Laar – Nieuw Laar (bij ontwerp bestemmingsplan)

P183326.014

Op 23 november 2017 heeft de raad besloten: 1) de afspraken rond de stoppers te faciliteren en te effectueren; 2) dat het maximum aantal varkens in het gebied niet meer dan het huidige aantal mag bedragen: 12.878 stuks. o het bedrijf Laar 31-33-35 mag onder de afgesproken voorwaarden groeien naar maximaal 9.000 varkens (toename van 1.778 varkens, ca. +25%); o het bedrijf aan de Nieuw Laar 5 – 5a mag groeien naar maximaal 3.787 varkens (toename van 1.125 varkens, ca. +41%). o aan bovenstaande uitbreidingen wordt uitsluitend meegewerkt, indien door de bedrijven volledig wordt meegewerkt aan het plan zoals omschreven in de gebiedsvisie en het raadsvoorstel, inclusief het toepassen van de op dit moment in de markt aanwezige best beschikbare technieken voor het gehele bedrijf (tenminste 85% reductie in zowel geur als ammoniak en vergelijkbare reductie in fijnstof); o indien een bedrijf niet meewerkt aan het bedoelde plan dat wordt er geen uitbreiding toegestaan en blijft het toegestane aantal dieren beperkt tot het huidige aantal vergunde dieren; 3) het landschapsplan Laar – Nieuw Laar vast te stellen; 4) met uitzondering van de verbreding van Nieuw Laar de verkeersmaatregelen te effectueren; 5) de percelen Laar 29a en 29b niet te verkopen aan het bedrijf Laar 31-33-35.

Herijking uitgangspunten van de Raad 2018 Een belangrijk onderdeel van het raadsbesluit uit november 2017 is dat de groei van de twee blijvende veehouderijen alleen is toegestaan bij het toepassen van technieken om o.a. de geur uit stallen met minimaal 85% te reduceren. Op dat moment waren er zogenaamde combiluchtwassers beschikbaar met een geurverwijderingsrendement van 85%. Naar aanleiding van de evaluatie van de landelijke geurregelgeving in 2015 en 2016, is er onderzoek verricht naar de rendementen van combiluchtwassers m.b.t. de verwijdering van geur. De gemiddelde geurverwijdering van de onderzochte combiluchtwassers bedroeg slechts 40-45%. Door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zijn daarom met ingang van 20 juli 2018 nieuwe emissienormen vastgesteld. De nieuwe emissiefactoren zijn terug gebracht naar maximaal 45% geurverwijdering van combiluchtwassers en maximaal 30% bij enkelvoudige luchtwassers. Dit betekent dat 85% reductie van de geuremissie zoals vastgelegd in het raadsbesluit uit november 2017 op dit moment (december 2018) niet meer haalbaar is. De gevolgen van deze gewijzigde emissiefactoren zijn middels een scenario-onderzoek in beeld gebracht, voor de huidige vergunde situatie en een aantal ontwikkelscenario’s.

Naar aanleiding van de resultaten van dat scenario-onderzoek heeft de raad op 13 december 2018 in meerderheid besloten het raadsbesluit van november 2017 op het punt van reductie van geur als volgt aan te passen: “de groei van een bedrijf alleen wordt toegestaan bij volledige medewerking aan het plan zoals omschreven in het raadsvoorstel en de gebiedsvisie, inclusief het toepassen van op dit moment in de markt aanwezige best beschikbare technieken voor het gehele bedrijf, zijnde een gecombineerd luchtwassysteem met een maximaal geurverwijderingsrendement of een hiermee gelijkwaardige technologie”.

Plan-MER Bestemmingsplan Laar – Nieuw Laar (bij ontwerp bestemmingsplan)

43

P183326.014/ECO

Ten aanzien van het plan: Ter borging van de gemaakte afspraken in het kader van de gebiedsvisie en het gebiedsproces wordt deze visie in het bestemmingsplan door vertaald. Daarnaast zal de gemeente individuele overeenkomsten met betrokken partijen afsluiten. Op Laar 31-33-35 worden in de beoogde situatie 7.360 varkens gehouden (i.p.v. de maximale 9.000 varkens conform de gebiedsvisie). Op Nieuw Laar 5a worden in de beoogde situatie maximaal 3.210 varkens gehouden (i.p.v. de maximale 3.787 varkens conform de gebiedsvisie. Dit betekent dat het beoogde plan maximaal 10.570 varkens binnen het plangebied toestaat (het maximum aantal varkens in het gebied mag volgens de gebiedsvisie niet meer bedragen dan 12.878 varkens). Beide varkenshouderijen passen gecombineerde luchtwassers toe waarbij gerekend wordt met een maximaal geurverwijderingsrendement van 30-45%. Om de geurbelasting in de omgeving te verlagen worden op Laar 31 emissiepunten verhoogd en de uittredesnelheid van de emissiepunten verhoogd tot 7 m/s. Hierdoor wordt een grotere verspreiding van geëmitteerde stoffen in de buitenlucht bewerkstelligt.

2.6

Landschapsvisie Laar – Nieuw Laar

De bestaande landschapsstructuur van het gebied bestaat uit een 4-tal elementen: 1) Wegenstructuur met daarlangs de laanbomen (onderbrekingen rond Plein en langs de Groenstraat) als groen raamwerk; 2) 3 knooppunten in de wegenstructuur;  Nabij Plein, oud restant van een de oude ‘kampen’;  Dierenweide nabij 2 splitsingen Laar – Nieuw Laar;  Nabij Laar – Oud Laar, open driehoekige ruimte. 3) Groene erven (veelal goed verzorgd) als aanvulling op de laanbeplanting; bij de 3 grootste bedrijven ontbreekt het groen qua volume en hoogte; 4) Open ruimtes tussen de beplante wegen. Met het landschapsplan wordt getracht de gebiedskwaliteit als uitloopgebied van de kern te versterken door behoud van het contrast tussen kleinschalig en grootschaliger en tussen besloten en meer open.

Hiertoe zijn een 7-tal maatregelen voorgesteld: 1) Behoud en versterken laanbeplanting van zomereik, linde of berk (aan weerszijden van de weg met onderlinge afstand van 8 tot 12 m); 2) Beter herkenbaar maken 3 bestaande kruispunten:  Nabij Plein (open houden driehoek met versterking omliggende boombeplanting);  Laar/Nieuw Laar (open houden bestaande dierenweide, versterking omliggende laanbeplanting);  Laar/ Oud Laar (open houden driehoek, versterking omliggende boombeplanting met name aan de zuidwestzijde en eventuele nieuwe RvR kavels clusteren in een nieuw erf met landelijke uitstraling); 3) Versterken groene karakter van de erven aan de hand van set van spelregels;

44

Plan-MER Bestemmingsplan Laar – Nieuw Laar (bij ontwerp bestemmingsplan)

P183326.014

4) Behoud groene karakter van de randen van de open ruimtes door het robuust inplanten van bovenmaatse bedrijfsgebouwen:  Nieuw Laar 5/5a: o zicht van bestaande stal substantieel verminderen (vooral vanaf Nieuw Laar en vanaf het oosten Schellekensveld); o verschil maken tussen voorerf (kleinschaliger) en achtererf (meer robuuste inrichting);  Laar 31/33/35: o Zicht van bestaande stal aanzienlijk verminderen (vooral vanuit het noordwesten, noorden en oosten); o verschil maken tussen voorerf (kleinschaliger) en achtererf (meer robuuste inrichting). 5) Behoud en versterken van de openheid van de agrarische percelen door duurzaam agrarische functie veilig te stellen (bv door extensieve begrazing); 6) Verbeteren van de bewandelbaarheid door aanleg van een wandelpad, in aansluiting op bestaande structuren; 7) Opwaardering Wambergsche beek tot een herkenbaar doorgaand landschapselement, aansluitend op de ‘herstelde Wambergsche Loop’ langs de komgrens van Berlicum.

Ten aanzien van het plan: Ter borging wordt de landschapsvisie in het plan door vertaald. Daarnaast heeft de gemeente individuele overeenkomsten afgesloten ten behoeve van de vereiste landschappelijke inpassing op eigen percelen. De opwaardering van de Wambergsche beek wordt niet betrokken in dit bestemmingsplan.

2.7

Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant

Van Reconstructieplan naar Verordening ruimte en Interim Omgevingsverordening In april 2005 hebben Provinciale Staten zeven reconstructieplannen vastgesteld, waaronder het gebied Maas en Meijerij waartoe de gemeente Sint-Michielsgestel behoort. Het buitengebied is in het Reconstructieplan verdeeld in extensiveringsgebieden, verwevingsgebieden en landbouwontwikkelingsgebieden. Het beleid voor de intensieve veehouderij zoals dat in de reconstructieplannen is vastgesteld is deels overgenomen in de provinciale Verordening Ruimte en op een aantal onderdelen aangescherpt, mede naar aanleiding van de behandeling van het burgerinitiatief over de negatieve gevolgen en schaalvergroting in de intensieve veehouderij. De Verordening ruimte is voor het eerst in april 2010 vastgesteld. Sinds 2010 zijn er verordeningen vastgesteld in 2011, 2012 en 2014. De in maart 2014 vastgestelde verordening verschilde wezenlijk van de voorgaande versies, waarbij de naam wijzigde naar Verordening ruimte 2014. In juli 2015 is de Verordening ruimte 2014 geheel opnieuw vastgesteld in een geconsolideerde versie. Bij de laatste wijziging van de regels in juli 2017 is de naam gewijzigd in Verordening ruimte Noord-Brabant.

Plan-MER Bestemmingsplan Laar – Nieuw Laar (bij ontwerp bestemmingsplan)

45

P183326.014/ECO

In de provinciale Structuurvisie ruimtelijke ordening staat welke ruimtelijke doelen de provincie wil bereiken en heeft de provincie ruimtelijke keuzes gemaakt. De provincie onderscheidt vier ruimtelijke structuren: de groenblauwe structuur, het landelijk gebied, de stedelijke structuur en de infrastructuur. Met de herziening van de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening en de Verordening Ruimte, is het onderscheid tussen verwevingsgebieden en landbouwontwikkelingsgebieden komen te vervallen. Landbouwontwikkelingsgebieden hebben vanuit de provinciale optiek geen functie meer. De functie van extensiveringsgebied is wel behouden. Daarvoor is een aparte aanduiding opgenomen: “Beperkingen veehouderij”. Daarnaast is het provinciale ruimtelijk beleid gebaseerd op het uitgangspunt dat ontwikkelruimte verdiend moet worden met stappen in verduurzaming. Dit uitgangspunt geldt voor alle veehouderijen, dus niet alleen op de intensieve veehouderijen. Om de gewenste transitie naar een zorgvuldige veehouderij te ondersteunen, worden voorwaarden gesteld aan ontwikkelingen van veehouderijen. De criteria voor de stappen in verduurzaming zijn ingevuld met een maatlat, de Brabantse Zorgvuldigheidscore Veehouderij (BZV).

De basis voor die systematiek wordt gelegd door de huidige omvang van alle veehouderijen vast te leggen, zowel qua omvang van het bouwperceel als omvang van de oppervlakte van gebouwen.

Op 25 oktober 2019 hebben Provinciale Staten de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (hierna: IOV) vastgesteld. De IOV betreft een samenvoeging van verschillende regelingen op provinciaal niveau met betrekking tot de fysieke leefomgeving, waaronder de Verordening ruimte. De IOV is een eerste stap op weg naar een definitieve omgevingsverordening. Volgens de huidige planning treedt de Omgevingswet op 1 januari 2022 in werking. De definitieve omgevingsverordening wordt naar verwachting in november 2020 vastgesteld en wordt vervolgens tegelijk met de Omgevingswet van kracht. In de definitieve omgevingsverordening worden, in tegenstelling tot de IOV, ook beleidswijzigingen verwerkt. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (hierna: IOV) heeft een beleidsneutraal karakter, vervangt zes provinciale verordeningen en heeft de status van:  Milieuverordening  Verordening natuurbescherming  Verordening ruimte  Verordening water  Verordening wegen  Verordening Ontgronden Op 14 februari 2020 hebben Provinciale Staten een eerste regelwijziging van de IOV vastgesteld. Deze wijziging ging om wijziging van de datum waarop specifieke veehouderijen verouderde stalsystemen moeten aanpassen aan Brabantse emissie-eisen, in het kader van de (voormalige) Verordening natuurbescherming Noord-Brabant. Op 7 juli 2020 is een tweede regelwijziging in ontwerp vastgesteld.

Deze wijziging verschuift onder andere de datum, waarop veehouderijen (die in juli 2017 voldeden aan het Beh) hun verouderde stalsystemen aangepast moeten hebben, van 1 januari 2022 naar 1 januari 2024. Veehouders krijgen hierbij de keuze om op bedrijfsniveau aan de emissiereductie-eisen te voldoen of op stalniveau.

46

Plan-MER Bestemmingsplan Laar – Nieuw Laar (bij ontwerp bestemmingsplan)

P183326.014

De IOV is bepalend voor de regeling en wijze van bestemmen van agrarische bedrijven. Hierin staan regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van bestemmingsplannen. De verordening bevat instructieregels aan gemeenten welke moeten worden toegepast bij een nieuw bestemmingsplan, waaronder de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies. Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies en bevordering ruimtelijke kwaliteit • Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit: door een evenwichtige toedeling van functies zorgen voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving. • Zorgvuldig ruimtegebruik: de toedeling van functies moet in beginsel plaatsvinden binnen bestaand stedelijk gebied of bestaande bouwpercelen, behalve als er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en de uitbreiding op basis van de overige instructieregels aan gemeenten is toegestaan. • Toepassing van de lagenbenadering: dit omvat de effecten op: - de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; - de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen.

- de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. • Meerwaardecreatie: een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: - de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; - de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. Kwaliteitsverbetering van het landschap Elke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied moet bijdragen aan de zorg voor behoud en bevordering van de ruimtelijke kwaliteit. Dit betekent dat ruimtelijke ontwikkelingen in landelijk gebied gepaard moeten gaan met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit. Dit moet financieel, juridisch en feitelijke geborgd worden in het plan. De verbetering omvat onder andere een verplichte landschappelijke inpassing, wegnemen van verharding en sloop van bebouwing.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=1109b62f-541b-4210-bcf2-33b3b767aabb