Bijlage 2 - Toelichting en regels bp Groot Grinsel 12-16 Den Dungen
Tekst van het document
Ten aanzien van broedvogels dient, om overtreding op voorhand redelijkerwijs te voorkomen, het verwijderen van nestgelegenheid buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten;
In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen.
4.5
Waterparagraaf
4.5.1
Toetsingskader
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder b van het Bro) dient inzicht te worden gegeven in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Het waterbeleid in Nederland wordt van Europees niveau vertaald via rijks-, provinciaal en waterschaps-beleid, naar gemeentelijk beleid om samen de waterproblematiek in Nederland aan te pakken. Dit resulteert in de verplichting een watertoets uit (te) laten voeren. De voorschriften zijn vastgelegd in onder andere de Europese Kaderrichtlijn Water (22 december 2004) en zijn verder geïmplementeerd in het Rijksbeleid om te komen door samenwerking met de verschillende bevoegdheden te komen tot een duurzaam watersysteem. Naast dit beleidskader is in het Provinciaal Milieu- en Waterplan Noord-Brabant ook het toetsingskader voor de taakuitoefening van lagere overheden op het gebied van water opgenomen. Deze is recent vervangen door de Interim Omgevingsverordening in verband met de Omgevingswet die in werking gaat treden. De definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. In de omgevingsvisie staat wat de provincie wil bereiken en wat ze wil doen om dat te bereiken.
Voor het grotere oppervlaktewater zijn er in Nederland diverse waterschappen actief die zich richten op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen. De waterbeheerders werken
Bestemmingsplan Groot Grinsel 12-16, Den Dungen
27
daarom integraal samen met gemeenten, die het beheer over de ruimtelijke ordening en openbare ruimte hebben, om deze doelstellingen te halen. Waterschap De Dommel Het plangebied valt onder het beheer van Waterschap De Dommel. De doelen van het waterschap voor de periode van 2022-2027 staan beschreven in het Waterbeheerprogramma en zijn gericht op een veilig en bewoonbaar beheergebied, voldoende, schoon, natuurlijk en recreatief water. Bij ruimtelijke ontwikkelingen, waaronder ver- en nieuwbouwplannen, hanteert het waterschap een aantal uitgangspunten ten aanzien van het duurzaam omgaan met water, die van belang zijn als vertrekpunt bij het overleg tussen initiatiefnemer en waterbeheerder. Bij planontwikkelingen wordt tevens de gemeente betrokken omdat deze meestal het beheer over het lokale (opper)vlaktewater hebben. Keur De drie Brabantse waterschappen De Dommel, Aa en Maas en Brabantse Delta hebben hiervoor een gezamenlijke Keur opgesteld (Keur waterschap Brabantse Delta 2015). De regels in de Keur hebben betrekking op het lozen, afvoeren, onttrekken of aanvoeren van grondwater en water uit sloten en andere watergangen. Iedereen die werkzaamheden uitvoert of activiteiten plant in en om waterlopen of dijken, heeft met de Keur te maken en moet een vergunning aanvragen. In sommige gevallen volstaat een melding. De uitzonderingen staan beschreven in de Algemene regels.
Afhankelijk van de werkzaamheden in het oppervlaktewater kan een vergunning benodigd zijn. Inrichtingen van waterhuishoudingen voor nieuw- (her/ver) bouwplannen worden door het bevoegd gezag getoetst en gekeurd. De 'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen op een evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Gemeentelijk rioleringsplan De gemeente stelt eens per vijf jaar een Gemeentelijk Rioleringsplan op. Dit doet de gemeente om te zorgen dat de riolering aan de eisen van deze tijd voldoet en goed blijft functioneren in de toekomst. Nu geldend is het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2020-2024. Een Gemeentelijk Rioleringsplan draagt bij aan een veilige en gezonde inzameling, berging, transport en/of lokale zuivering van afvalwater, hemelwater en grondwater, om op deze manier wateroverlast te beperken en vervuiling van het oppervlaktewater te voorkomen. De gemeente heeft drie zorgplichten t.a.v. waterbeheer: Inzamelen en transporteren van al het stedelijk afvalwater wat vrijkomt binnen haar grondgebied naar een zuiveringstechnisch werk Doelmatige inzameling en verwerking van hemelwater binnen de bebouwde kom dat perceelseigenaren redelijkerwijs niet zelf kunnen verwerken. Eventueel kan de gemeente hiervoor maatwerkvoorschriften of een gebiedsverordening instellen.
Treffen van maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Voorwaarde hierbij is dat de maatregelen doelmatig zijn en niet tot de zorg van het waterschap/provincie behoren. De gemeente dient het loket te zijn waar belanghebbenden zich toe kunnen richten voor alle grondwatervraagstukken binnen haar beheersgebied. De gemeente beantwoordt de vragen zelf of coördineert en faciliteert een behandeling door derden. De perceeleigenaar is ook verantwoordelijk voor de staat van het perceel. Dit betekent dat hij zelf verantwoordelijk is voor het op eigen perceel treffen van maatregelen om de waterdichtheid te garanderen en voor de inzameling van stedelijk afvalwater en overtollig hemel- en grondwater. Pas als de perceeleigenaar zich redelijkerwijs niet kan ontdoen van het overtollige water, is er een taak voor de gemeente of waterschap. De
Bestemmingsplan Groot Grinsel 12-16, Den Dungen
28
perceeleigenaar heeft ook een zorgplicht. Dit betekent dat hij geen handelingen mag verrichten waarvan hij kan verwachten dat deze het doelmatige functioneren van (water)voorzieningen belemmeren. 4.5.2
Onderzoek
De keur is een verzameling regels die het waterschap gebruikt. Hiermee beschermt de gemeente haar dammen, dijken, sloten, beken, rivieren, gemalen en stuwen. De keur is geldend van 1 januari 2019 t/m heden. De Keur beschikt over een aantal kaarten, de interactieve keurkaarten zijn online raadpleegbaar. Een van de kaarten betreft de kaart Beschermde gebieden, op deze kaart zijn beschermde- en attentiegebieden, invloedsgebieden Natura 2000, beekdalen en waterlopen met A-status aangegeven. Voornemens plangebied is niet gelegen binnen een van deze gebieden. De Keur verwijst in de gebods- en verbodsbepalingen naar de legger. De legger legt de status en afmetingen behorende bij de regels van de Keur vast in een overzichtskaart van het waterbeheersgebied. Op deze kaart zijn onder andere dijken, waterlopen en bijbehorende beschermingszones aangegeven. Het dagelijks bestuur van Waterschap De Dommel heeft op 30 november 2021 de legger waterstaatswerken 2021 vastgesteld. Ook heeft het dagelijks bestuur besloten de leggers oppervlaktewaterlichamen 2018, waterberging 2019 en waterkeringen 2020 in te trekken. Voorgenomen plangebied is gelegen binnen de zone DGN02D van de vastgestelde Legger Waterstaatswerken 2021 Waterschap de Dommel. Binnen deze zone zijn geen beschermingszones aanwezig.
Grondwater Het plangebied is niet gelegen binnen een grondwaterbeschermingsgebied van waterschap De Dommel. In de nabije omgeving zijn diverse onderzoek punten gesitueerd voor grondwatersamenstellingen. De NAP standen zijn variërend van 4,6 meter tot 5,5 meter t.o.v. NAP. De dommel beschikt over een kaart grondwaterstand, dichtstbijzijnde gelegen meetpunt is gelegen in Sint-Michielsgestel, aan de hand van de kaart is de grondwaterstand hoger dan normaal voor de periode van het jaar (12-03-2023), het wordt gekwalificeerd als ‘Nat’. Oppervlaktewater In de omgeving is het Maximakanaal gelegen, het kanaal ligt ten oosten van ’s-Hertogenbosch en loopt van Den Dungen tot aan de Maas. Deze sluit aan op de Zuid-Willemsvaart, die dient als lateraalkanaal van de Maas. Den Dungen valt niet binnen het regionale waterbergingsgebied en/of gereserveerde waterbergingsgebied. Gelet op de afstand tot deze oppervlaktewateren en de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkelingen liggen (negatieve) effecten op betreffende oppervlaktewateren niet voor de hand. Afvalwater Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van 9 appartementen, In de huidige situatie zijn er al 6 appartementen aanwezig, per saldo worden er 3 appartementen toegevoegd. In de huidige situatie is de bestaande bebouwing aangesloten op het gemengd gemeentelijk rioolstelsel.
In de toekomstige situatie wordt er een gescheiden riolering aangelegd en aangesloten op de inspectieput in het Groot Grinsel. Ten aanzien van de hoeveelheid afvalwater die wordt geproduceerd wordt uitgegaan van een bezettingsgraad van gemiddeld 2 personen per wooneenheid en een waterverbruik van 10 l/i.e./uur. Aangezien er sprake is van een toename van in totaal 2 i.e. (3 woning x 2personen per wooneenheid), is er sprake van een totale vuilwaterbelasting van 30 liter/uur, wat gelijk staat aan 0,030 m3/uur. Gelet op de (zeer) beperkte toename in de totale productie van afvalwater binnen het plangebied door de per saldo realisatie van twee woningen is de verwachting dat het bestaande rioolstelsel deze toename zonder problemen kan verwerken.
Bestemmingsplan Groot Grinsel 12-16, Den Dungen
29
Hemelwater Vertrekpunt is het principe dat bij nieuwbouw stedelijk afval- en hemelwater gescheiden worden ingezameld. Voor de afvoer van hemelwater is het uitgangspunt; ‘hydrologisch neutraal ontwikkelen’. Dit houdt in dat het hemelwater dat op daken en verhardingen valt, niet versneld mag worden afgevoerd naar oppervlaktewater. In de kern betekent dat dat hemelwater dat op daken en verhardingen valt niet versneld mag worden afgevoerd naar oppervlaktewater. In lijn met wat waterschap De Dommel heeft opgenomen in de ‘Tweede partiele herziening Hydrologische uitgangspunten voor afvoeren van hemelwater’ dient voor de behandeling van hemelwater de waterkwantiteitsrits doorlopen te worden, waarbij optie 1 het meest wenselijk en optie 5 het minst wenselijk is: 1. hergebruik; 2. vasthouden / infiltreren; 3. bergen; 4. afvoeren naar oppervlaktewater; 5. afvoeren naar de riolering. Gelet op de geohydrologische omstandigheden hanteert de gemeente Sint-Michielsgestel het uitgangspunt dat perceeleigenaren in nieuw- en herbouwsituaties – wat zoveel inhoud als bij uit- en inbreidingen – hun hemelwater altijd redelijkerwijs zelf kunnen verwerken. Meer specifiek houdt in dat aan een bergingseis van 60 mm/24 uur moet worden voldaan. Pas vanaf die grens wordt van perceeleigenaren in nieuw- en herbouwsituaties niet meer verwacht dat ze hemelwater redelijkerwijs zelf kunnen verwerken.
In tegenstelling tot wat in de regels van Waterschap De Dommel het geval is hanteert de gemeente een oppervlakte van 250 m2 in plaats van 500 m2 als bovengrens voor wanneer vrijstelling wordt verleend van het verbod uit artikel 3.6 van de Keur. In andere woorden betekent dat dat perceeleigenaren bij een toename in verhard oppervlak van meer dan 250 m2 in beginsel zelf compenserende maatregelen moeten treffen om regenwater te verwerken. In incidentele gevallen, zoals ontwikkelingen in bestaand stedelijk gebied en/of lokaal minder geschikte geohydrologische omstandigheden, kan van het door de gemeente vastgestelde richtlijnen worden afgeweken. In de huidige situatie is vrijwel het gehele perceel verhard, op een kleine tuin na. Ook in de toekomstige situatie zal grotendeels het gehele woonperceel verhard zijn, behoudens de parkeervakken welke worden uitgevoerd in openbestrating. Dit betekent dat er sprake is van een kleine toename aan verharding (kleiner dan 250 m2). De toename verharding blijft onder de dremelwaarden van de gemeentelijke en waterschapsregels, waarboven een bergingsvoorziening verplicht is. Er is geen regenwateropgave. Toch geldt ook dan de voorkeursvolgorde voor het omgaan met regenwater: vasthouden-bergen-afvoeren. En het Waterbeheerprogramma gaat uit van het principe “elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt”.
Daarom wordt er ter plaatse van de parkeervakken waterdoorlatende verharding (openbestrating in graskeien) aangelegd (zie figuur 9). Regenwater kan hierdoor binnen het plangebied wegzakken in de bodem. Ook dit zorgt voor minder (snelle) afvoer van regenwater. En het draagt bij aan aanvulling van de grondwatervoorraad.
Bestemmingsplan Groot Grinsel 12-16, Den Dungen
30
Figuur 9: Parkeervakken worden uitgevoerd in openbestrating (bron: Woonmeij)
Het Waterschap De Dommel heeft een vooroverlegreactie gegeven op het planvoornemen. Het Waterschap heeft aangegeven geen bezwaar te hebben tegen de bestemmingsplanwijziging. Er worden wel kansen geformuleerd om de waterberging te verbeteren. Naar aanleiding van het advies van het waterschap worden de parkeervakken op eigen terrein uitgevoerd in openbestrating (graskeien), zie figuur 8. 4.5.3
Conclusie
Het aspect water zorgt niet voor belemmeringen.
4.6
Bodem
4.6.1
Toetsingskader
In het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6. lid 1 onder d) is bepaald dat voor de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden moet worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bepaald of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden bepaald of nader onderzoek en eventueel saneringen noodzakelijk zijn. In de Wet bodembescherming is bepaald dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Inzicht in eventuele beperkingen aan het bodemgebruik (i.v.m. milieu-hygiënische risico’s voor mens, plant en dier) is noodzakelijk om te beoordelen of de grond geschikt is voor de beoogde functie. Er mogen namelijk geen nieuwe gevoelige functies op een zodanig verontreinigd terrein worden gerealiseerd, dat schade is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers of het milieu.
Bestemmingsplan Groot Grinsel 12-16, Den Dungen
31
4.6.2
Onderzoek
Er is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd voor de geplande woningbouw. Het doel van het onderzoek is het bepalen van de bodemkwaliteit op de locatie en daarmee mogelijke verontreinigingen in grond en grondwater te signaleren welke consequenties kunnen hebben voor de geplande planologische procedure, aanvraag omgevingsvergunning en de geplande herontwikkeling van de locatie. Het volledige onderzoek is opgenomen als bijlage 5 bij deze toelichting. Onderstaand zijn de belangrijkste conclusies vermeld. Chemisch-analytisch is in de visueel verontreinigde bovengrond een licht verhoogd PAK gehalte aangetoond. In de ondergrond zijn geen gehalten boven de achtergrondwaarde aangetoond. Het licht verhoogde gehalte in de bovengrond is vermoedelijk te relateren aan de waargenomen bodemvreemde bijmengingen. In de onderzochte bovengrond is geen asbest aangetoond. Chemisch-analytisch zijn in het grondwater geen verontreinigingen aangetoond. Op basis van de onderzoeksresultaten bestaat ten aanzien van de chemische kwaliteit van de grond en het grondwater ons inziens geen belemmering tegen de geplande planologische procedure, aanvraag om omgevingsvergunning en de geplande herontwikkeling van de locatie. Het uitvoeren van een nader bodemonderzoek is niet noodzakelijk. 4.6.3
Conclusie
Het aspect bodem zorgt niet voor belemmeringen.
4.7
Bedrijven en milieuzonering
4.7.1
Toetsingskader
Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzonering om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. Richtafstanden Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ 2. In de publicatie is een lijst opgenomen met bedrijfstypen. Voor de bedrijfstypen zijn indicatieve (richt)afstanden bepaald voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden vormen een indicatie van de aanvaardbaarheid in de situatie dat gevoelige functies in de nabijheid van milieubelastende functies worden gesitueerd. Indien bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd of aanwezig zijn, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden). Omgevingstype Er zijn twee omgevingstypes, namelijk een rustige woonwijk en gemengd gebied.
Volgens de VNG-brochure is een rustige woonwijk, een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. De VNG-publicatie omschrijft een gemengd gebied, als een gebied met een matige tot sterke functiemenging.
2
‘Bedrijven en Milieuzonering’, Uitgave VNG, Den Haag, 2009.
Bestemmingsplan Groot Grinsel 12-16, Den Dungen
32
Direct naast woningen komen ook andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren eveneens tot het omgevingstypen gemengd gebied. In de VNG-brochure is vermeld dat de richtafstanden uit bijlage 1 met één afstandsstap kunnen worden verlaagd indien sprake is van een gemengd gebied. Staat van Bedrijfsactiviteiten ‘functiemenging’ Om de toelaatbaarheid van bedrijfsactiviteiten in dit bestemmingsplan vast te leggen is gebruikgemaakt van milieuzonering. Milieuzonering zorgt ervoor dat milieubelastende functies (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) waar nodig ruimtelijk voldoende worden gescheiden. De gehanteerde milieuzonering is gekoppeld aan een Staat van Bedrijfsactiviteiten. Een Staat van Bedrijfsactiviteiten is een lijst waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten, al naar gelang de te verwachten belasting voor het milieu, zijn ingedeeld in een aantal categorieën. Voor de indeling in de categorieën zijn de volgende ruimtelijk relevante milieuaspecten van belang:
geluid;
geur;
stof;
gevaar (met name brand- en explosiegevaar). Zoals in de VNG-publicatie is aangegeven kan, vanwege de bijzondere kenmerken van gebieden met enige vorm van functiemenging, niet worden gewerkt met een systematiek van richtafstanden en afstandsstappen: vanwege de zeer korte afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies is een dergelijke systematiek niet geschikt voor functiemengingsgebieden. De SvB 'functiemenging' hanteert vier categorieën A, B1, B2 en C met specifieke criteria voor de toelaatbaarheid. Aan de hand van deze criteria zijn in dit bestemmingsplan de categorieën bepaald die binnen de bestemmingen zijn toegestaan. De criteria zijn hieronder uiteen gezet.
Categorie A: Bedrijfsactiviteiten die direct naast of beneden woningen/andere gevoelige functies zijn toegestaan, desgewenst in daarvoor omschreven zones binnen rustige woongebieden. De activiteiten zijn zodanig weinig milieubelastend dat de eisen uit het Bouwbesluit toereikend zijn. Categorie B1: Bedrijfsactiviteiten die direct naast of beneden woningen/andere gevoelige functies in een daarvoor omschreven gebied met functiemenging zijn toegestaan . De activiteiten zijn zodanig weinig milieubelastend dat de eisen uit het Bouwbesluit toereikend zijn. Categorie B2: Bedrijfsactiviteiten die in een gemengd gebied kunnen worden uitgeoefend, echter bouwkundig afgescheiden van woningen/andere gevoelige functies. Bouwkundig afgescheiden betekent dat de panden los van elkaar dienen te staan of dat er andere bouwkundige voorzieningen getroffen zijn waardoor milieubelasting voorkomen wordt op vergelijkbare wijze als bij bouwkundige afscheiding. Uitzondering hierop vormen binnenterreinen omringd door voornamelijk woningen: ook al zijn bedrijven bouwkundig afgescheiden van woningen, op deze locaties zijn hooguit categorie B1 bedrijven toegestaan. Categorie C: Activiteiten zoals genoemd onder categorie B2, waarbij vanwege relatief grote verkeersaantrekkende werking een directe ontsluiting op de hoofdinfrastructuur is aangewezen.
4.7.2
Onderzoek
De planlocatie is gelegen nabij de dorpskern, in de omgeving van het plangebied zijn naast woningen verschillende vormen van bedrijvigheid te vinden. Functies in de nabije omgeving bestaan uit de enkelbestemmingen; Horeca, Centrum, Maatschappelijk en Bedrijf. Het omgevingstype is te karakteriseren als een gemengd gebied, de richtafstanden mogen met één stap worden verlaagd.
Bestemmingsplan Groot Grinsel 12-16, Den Dungen
33
Invloed planinitiatief op omgeving Met dit initiatief worden woningen mogelijk gemaakt. Woningen kunnen niet gezien worden als milieubelastende functies. Een woning kent dan ook geen milieucategorie of een aan te houden richtafstand. Negatieve invloed op het woon- en leefklimaat bij omliggende milieugevoelige functies is dan ook uit te sluiten. In de huidige situatie vindt er geen parkeren plaats op eigen terrein. In de toekomstige situatie worden er 8 parkeerplaatsen gerealiseerd op eigen terrein aan de noordwestelijke kant van het plangebied. Voor omwonenden betekent dit dat ze te maken krijgen met parkeren nabij hun woning. Tussen de nieuw aan te leggen parkeerplaatsen binnen het plangebied en de omliggende woningen zijn er erfafscheidingen aanwezig welke een afschermende werking hebben. Bovendien sluit de huidige bestemming ‘Wonen’ parkeren op eigen terrein niet uit, dus het is niet zo dat dit ten opzichte van de huidige situatie in de toekomstige situatie nieuw wordt toegestaan. Invloed omgeving op planinitiatief Bedrijven Ten noordwesten van de plangebied bevinden zich panden met de enkelbestemming ‘Bedrijf’, gelegen op circa 180 meter afstand. De enkelbestemming biedt ruimte voor activiteiten die voorkomen in milieucategorie 1 en 2 met een richtafstand van 0 en 10 meter. Aan deze afstanden wordt ruim voldaan.
Ten zuidwesten van het plangebied bevinden zich panden met de enkelbestemming ‘Bedrijf’, gelegen op circa 200 meter afstand. De enkelbestemming biedt ruimte voor activiteiten die voorkomen in milieucategorie 1 en 2 met een richtafstand van 0 en 10 meter. Aan deze afstanden wordt ruim voldaan. Maatschappelijke functies Naast voornemens plangebied op 10 meter is een parkeerplaats gelegen die ruimte biedt voor 16 parkeerplaatsen. In de VNG-publicatie zijn parkeerterreinen/parkeergarages gecategoriseerd onder de milieucategorie 2. De minimaal aan te houden richtafstand is 10 meter voor milieucategorie in ‘gemengd gebied’. Hier wordt exact aan voldaan. Bovendien is er een groenstrook aanwezig tussen het plangebied en de parkeerplaats/het Posset-pad, welke een afschermende werking heeft. Deze groenstrook is in het huidige bestemmingsplan nog bestemd als verkeer maar wordt met voorliggend bestemmingsplan bestemd tot groen. De groenstrook is opgenomen in het beplantingsplan (zie figuur 7). De struweelstrook wordt hersteld na aanleg van het appartementencomplex. Realisatie van dit beplantingsplan is middels de anterieure overeenkomst geborgd. Op het plein gelegen naast voornemens plangebied is Eethuys ‘t pleintje gesitueerd op circa 50 meter afstand. Cafetaria en snackbars vallen onder de Staat bedrijfsactiviteiten en functiemenging onder categorie A.
Op circa 150 meter ten zuidwesten van het plangebied is een bibliotheek gelegen. Een bibliotheek valt onder de Staat bedrijfsactiviteiten en functiemenging onder categorie A. Categorie A zijn bedrijfsactiviteiten die direct naast of beneden woningen/andere gevoelige functies zijn toegestaan, desgewenst in daarvoor omschreven zones binnen rustige woongebieden. De activiteiten zijn zodanig weinig milieubelastend dat de eisen uit het Bouwbesluit toereikend zijn. Dit vormt geen belemmering voor voornemens plan. Gelegen op 90 meter ten zuid oosten van het plangebied is de basisschool Fonkel gelegen. In de VNG-publicatie zijn scholen voor basis- en algemeen voortgezet onderwijs gecategoriseerd onder de milieucategorie 2. De minimaal aan te houden richtafstand is 10 meter voor milieucategorie 2 in ‘gemengd gebied’. Hier wordt ruim aan voldaan. De basisschool Fonkel beschikt over een speelplaats/schoolplein. Voor speeltuin/schoolplein wordt in de VNG-brochure geen richtafstand genoemd. Omdat de speelplaats onderdeel is
Bestemmingsplan Groot Grinsel 12-16, Den Dungen
34
van de basisschool en beide functies (hoofdzakelijk) door kinderen wordt gebruikt, kan de speelplaats/schoolplein geclassificeerd worden onder de milieucategorie 2 waar een richtafstand geldt van 10 meter binnen ‘gemengd gebied’. Het stemgeluid van de kinderen levert dan ook een belangrijke bijdrage aan de aan te houden richtafstand voor geluid van 10 meter. De speeltuin bevindt zich op circa 30 meter afstand van de beoogde woonfunctie op het perceel aan het Groot Grinsel. Daarmee wordt ook voor het schoolplein aan de richtafstand voldaan en vormt de aanwezigheid van deze functie geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Bovendien worden de speeltuin en het geluid van spelende kinderen gezien als inherent aan een woonwijk. In dat kader is de speeltuin een geaccepteerd fenomeen en moet zelfs als noodzakelijk onderdeel van de opvoeding van kinderen worden gezien Op circa 10 meter van de planlocatie is op het plein (gelegen naast het plangebied) een jeu de boulesbaan gesitueerd. Dit is niet onder te brengen onder cultuur, sport en recreatie activiteiten die zijn opgenomen in de VNG-publicatie. Daar de jeu de boulesbaan is gesitueerd naast het schoolplein en de basisschool wordt de jeu de boulesbaan geclassificeerd onder de milieucategorie 2 waar een richtafstand geldt van 10 meter binnen ‘gemengd gebied’.
Daarmee wordt voor de jeu de boules baan exact aan de richtafstand voldaan en vormt de aanwezigheid van deze functie geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Bovendien is er een groenstrook aanwezig aan de zuidoostzijde van het plangebied welke een afschermende werking heeft. Agrarische functies Daarnaast bevinden zicht ten zuidoosten, zuidwesten en oostwest van het plangebied agrarische bedrijven. In paragraaf 4.8 wordt ingegaan op geurhinder en richtafstanden als gevolg van de veehouderijen rond het plangebied. In de nabijheid van het plangebied komen de volgende agrarische functies voor: Tabel 1: Milieubelastende functies in omgeving plangebied
Milieu cate-
Richtafstand
Afstand tot plan-
Locatie
Soort bedrijf
gorie
Gemengd gebied
gebied
Donksestraat 19
Melkrundveehouderij
3.2
50 m
330 m
Paterstraat 34
Melkrundveehouderij
3.2
50 m
380 m
Grote Molenstraat 3A
Melkrundveehouderij
3.2
50 m
520 m
Bosscheweg 41A
Vleesveehouderij
3.2
50 m
530 m
De potentieel hinder veroorzakende functies in de omgeving van het plangebied liggen op voldoende afstand. Vanuit de omgeving zijn derhalve geen onevenredig negatieve effecten op het woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied te verwachten. 4.7.3
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat geen sprake is van bedrijven of andere activiteiten die kunnen leiden tot onaanvaardbare milieuhinder ter plaatse van de beoogde woningen. Bedrijven in en rond het plangebied worden door de uitvoering van het plan niet in de bedrijfsvoering beperkt. Het aspect bedrijven en milieuzonering zorgt niet voor belemmeringen.
Bestemmingsplan Groot Grinsel 12-16, Den Dungen
35
4.8
Geur agrarisch
4.8.1
Toetsingskader
De Wet geurhinder en veehouderij (Wvg) vormt sinds 1 januari 2007 het toetsingskader voor de milieuvergunning, als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv is bedoeld om mensen te beschermen tegen geuroverlast vanuit veehouderijbedrijven. In principe bepaalt de Wgv de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijbedrijven op het gebied van geurbelasting. In de Wgv wordt alleen de ontwikkeling of belemmering van veehouderijbedrijven gereguleerd. De Wgv vormt daarmee het toetsingskader van de veehouderijbedrijven, de wet vormt geen toetsingskader van de toelaatbaarheid van andere functies. Vanuit de Wet ruimtelijke ordening (Wro), is aangegeven dat sprake dient te zijn van een acceptabel woon- en leefklimaat. Het is daarom noodzakelijk om tweeledig naar dit aspect te kijken. Enerzijds mag de ontwikkeling niet leiden tot een belemmering van veehouderijbedrijven, en anderzijds dient sprake te zijn van een acceptabel woon- en leefklimaat. Gemeenten mogen, binnen bepaalde bandbreedten, van deze wettelijke normen afwijken als er een gebiedsvisie is opgesteld en een geurverordening is vastgesteld. De gemeente Sint-Michielsgestel beschikt over de Verordening geurhinder en veehouderij 2017.
Deze geurverordening is in werking getreden op 17 maart 2017 en daarin zijn de volgende normen opgenomen: De geurnormenkaart behorend bij de verordening geurhinder en veehouderij 2017 gemeente Sint-Michielsgestel classificeert het voorgenomen plangebied bij gebied A (woonkern).
Bebouwde kom: gebied A zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende en gewaarmerkte kaart: Normenkaart behorende bij de Verordening geurhinder en veehouderij 2017 gemeente Sint-Michielsgestel.
In afwijking van artikel 3, lid 1 van de Wet en artikel 3.115, lid 1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer bedraagt de maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelig object in het gebied als genoemd in artikel 2, lid 1 van de verordening geurhinder en veehouderij 2017 gemeente SintMichielsgestel: a. Woonkernen 2,0 odour units / m3. b. Bedrijventerreinen 5,0 odour units / m3. c.
Bebouwingsconcentraties 7,0 odour units / m3.
d. Buitengebied 10,0 odour units / m3. In artikel 4, van de Verordening geurhinder en veehouderij 2017wordt in gegaan op afwijkende waarden voor de afstanden. 1. In afwijking van artikel 3, lid 2 van de Wet en artikel 3.116, lid 1 en 2 van het Activiteitenbesluit milieubeheer bedraagt de afstand tussen een veehouderij en een geurgevoelig object dat onderdeel uitmaakt van een andere veehouderij, of dat op of na 19 maart 2000 heeft opgehouden deel uit te maken van een andere veehouderij, ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen of ten minste 40 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen, en; a) het uitsluitend dieren betreft van dezelfde categorie(en) als die, welke overeenkomstig de vergunde situatie voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze verordening mochten worden gehouden, en;
Bestemmingsplan Groot Grinsel 12-16, Den Dungen
36
b) het aantal dierplaatsen en de locatie daarvan tussen de 50 en 100 meter afstand tot het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom danwel tussen de 40 en 50 meter afstand tot het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom niet afwijkt van het aantal en de locatie overeenkomstig onder de onder a. bedoelde vergunde situatie. 2. In afwijking van artikel 4, lid 1 van de Wet en artikel 3.117, lid 1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer bedraagt de afstand tussen een veehouderij waar dieren worden gehouden van een diercategorie waarvoor niet bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld, en een geurgevoelig object, ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen of ten minste 40 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen, en: a) het uitsluitend dieren betreft van dezelfde categorie(en) als die, welke overeenkomstig de vergunde situatie voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze verordening mochten worden gehouden, en b) het aantal dierplaatsen en de locatie daarvan tussen de 50 en 100 meter afstand tot het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom danwel tussen de 40 en 50 meter afstand tot het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom niet afwijkt van het aantal en de locatie overeenkomstig onder de onder a. bedoelde vergunde situatie.
Voor het plangebied gelegen in gebied ‘A – Woonkernen’ geldt een norm van 2,0 ou/m3. Er dient rekening te worden gehouden met zwaardere normen dan het wettelijke kader en specifiek gestelde afstanden door de gemeente Sint-Michielsgestel. 4.8.2
Onderzoek
Een geurgevoelig object is een gebouw bestemd voor en geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf. Een woning is te beschouwen als een geurgevoelig object. Onderzocht is of er redelijkerwijs sprake kan zijn van te ervaren geurhinder van een of meerdere veehouderijen op de voorgenomen planlocatie. Dat kan worden achterhaald aan de hand van luchtfoto’s en de kaarten ‘Veehouderijen in Noord-Brabant’ en ‘Achtergrondbelasting geur’ van de Omgevingsdienst ‘Zuidoost-Brabant’. Uit de geraadpleegde bronnen volgt dat in de direct omgeving van het plangebied op circa 300 meter ten zuidwesten en op 500 meter ten zuidoosten en oostwest zich melkvee- en rundveehouderijen bevinden. Aan de hand van de opgestelde publicatie ‘bedrijven en milieuzonering’ valt houden van rundvee onder de milieucategorisering 3.2 waar een richtafstand geldt van 50 meter voor ‘gemengd gebied’ (zie paragraaf 4.8). De planlocatie bevindt zich niet binnen de afstand voor geuroverlast. Bovenstaande kan worden bevestigd aan de hand van de gegevens uit de kaart ‘Achtergrondbelasting geur’ van de Omgevingsdienst ‘Zuidoost-Brabant’ (zie Figuur 10). Derhalve kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in het plangebied. Het initiatief maakt zelf geen geurbronnen mogelijk. 4.8.3
Conclusie
Het aspect geur agrarisch vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.
Bestemmingsplan Groot Grinsel 12-16, Den Dungen
37
Figuur 10: Achtergrondbelasting geur, plangebied rood omlijnd (Bron: atlas.odzob.nl)
4.9
Akoestiek wegverkeerslawaai
4.9.1
Toetsingskader
In de Wet geluidhinder (Wgh) is vastgesteld dat, indien in het plangebied geluidgevoelige functies (zoals woningen) zijn voorzien binnen de invloedssfeer van (weg)verkeerslawaai, akoestisch onderzoek uitgevoerd dient te worden bij vaststelling of herziening van het bestemmingsplan. Dit geldt voor alle straten en wegen, met uitzondering van: wegen die in een als ‘woonerf’ aangeduid gebied liggen; wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt. 4.9.2 Onderzoek In het plangebied worden nieuwe woningen gerealiseerd. Woningen zijn volgens de Wet geluidhinder geluidsgevoelige objecten. In het kader van de realisatie van een nieuwbouw appartementencomplex aan Groot Grinsel 12 t/m 16 te Den Dungen, gemeente Sint-Michielsgestel is een akoestisch onderzoek verricht naar de te verwachten optredende geluidbelastingen vanwege wegverkeerslawaai ter plaatse van de nieuwe situatie in het kader van de Wet geluidhinder. De volledige rapportage is opgenomen als bijlage 6 bij deze plantoelichting. Onderstaand zijn de belangrijkste conclusies vermeld. Het akoestisch onderzoek is noodzakelijk omdat het plan is gelegen binnen de geluidzone van de Litserstraat 50 km/h. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de Litserstraat 30km/h, Groot Grinsel,
Bestemmingsplan Groot Grinsel 12-16, Den Dungen
38
Veldstraat, Pilotenstraat, Jonkheer v. Rijckevorselstraat en Weidestraat opgenomen in het akoestisch onderzoek. Litserstraat 50 km/h De geluidbelasting ten gevolge van deze weg is maximaal 42 dB, incl. aftrek artikel 110g. De waarde ligt onder de voorkeursgrenswaarde waardoor geen hogere waarde ten aanzien van deze weg hoeft te worden aangevraagd. De Wet geluidhinder legt ten gevolge van deze weg geen restricties op aan het plan. Litserstraat 30 km/h Er is sprake van een 30 km/h zone, zodat niet hoeft te worden getoetst aan de Wet geluidhinder. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de weg wel meegenomen en zijn de optredende gevelbelastingen beschouwd volgens de systematiek van de Wet geluidhinder. De voorkeursgrenswaarde wordt niet overschreden, zou getoetst worden aan de Wet geluidhinder. De geluidbelasting is ten hoogste 35 dB (excl. art. 110g Wgh). Zou de aftrek gehanteerd mogen worden is de belasting 30 dB (incl. art. 110g) waarmee deze waarde onder de voorkeursgrenswaarde ligt. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat. Groot Grinsel Er is sprake van een 30 km/h zone, zodat niet hoeft te worden getoetst aan de Wet geluidhinder. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de weg wel meegenomen en zijn de optredende gevelbelastingen beschouwd volgens de systematiek van de Wet geluidhinder.
De voorkeursgrenswaarde wordt niet overschreden, zou getoetst worden aan de Wet geluidhinder. De geluidbelasting is ten hoogste 52 dB (excl. art. 110g Wgh). Zou de aftrek gehanteerd mogen worden is de belasting 47 dB (incl. art. 110g) waarmee deze waarde onder de voorkeursgrenswaarde ligt. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat. Veldstraat Er is sprake van een 30 km/h zone, zodat niet hoeft te worden getoetst aan de Wet geluidhinder. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de weg wel meegenomen en zijn de optredende gevelbelastingen beschouwd volgens de systematiek van de Wet geluidhinder. De voorkeursgrenswaarde wordt niet overschreden, zou getoetst worden aan de Wet geluidhinder. De geluidbelasting is ten hoogste 36 dB (excl. art. 110g Wgh). Zou de aftrek gehanteerd mogen worden is de belasting 31 dB (incl. art. 110g) waarmee deze waarde onder de voorkeursgrenswaarde ligt. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat. Pilotenstraat Er is sprake van een 30 km/zone, zodat niet hoeft te worden getoetst aan de Wet geluidhinder. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de weg wel meegenomen en zijn de optredende gevelbelastingen beschouwd volgens de systematiek van de Wet geluidhinder. De voorkeursgrenswaarde wordt niet overschreden, zou getoetst worden aan de Wet geluidhinder. De geluidbelasting is ten hoogste 35 dB (excl. art. 110g Wgh).
Zou de aftrek gehanteerd mogen worden is de belasting 30 dB (incl. art. 110g) waarmee deze waarde onder de voorkeursgrenswaarde ligt. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat. 4.9.3
Conclusie
Het aspect akoestiek wegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
4.10
Luchtkwaliteit
4.10.1
Toetsingskader
De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5 Wm). Bij de start van nieuwe bouwprojecten moet onderzocht worden of het effect van een
Bestemmingsplan Groot Grinsel 12-16, Den Dungen
39
nieuw initiatief relevant is voor de luchtkwaliteit. Een nieuw initiatief is niet relevant als aannemelijk kan worden gemaakt dat de luchtkwaliteit “niet in betekenende mate” aangetast wordt. Daartoe is een algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate’ (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels vastgelegd zijn die betrekking hebben op het begrip NIBM. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing van de luchtkwaliteit achterwege blijven. Om te bepalen of een project "niet in betekenende mate" bijdraagt aan de luchtkwaliteit is een algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels zijn vastgelegd. Een project kan in twee situaties NIBM bijdragen aan de luchtkwaliteit:
Het project behoort tot de lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die is opgenomen in de Regeling NIBM.
Het project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 (1,2μg/m³).
Op 22 september 2022 heeft de World Health Organization (WHO) nieuwe advieswaarden voor de luchtkwaliteit uitgebracht. De advieswaarden zijn flink naar beneden bijgesteld ten opzichte van de advieswaarden uit 2005. De advieswaarden zijn gezondheidskundige grenzen voor de concentratie van verontreinigende stoffen in de buitenlucht. Deze waarden staan los van de EU-richtlijn Luchtkwaliteit. 4.10.2
Onderzoek
Met de NIBM-tool is een berekening gemaakt om te bepalen of het plan ‘niet in bekende mate bijdraagt’ aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. In paragraaf 4.14 is de toekomstige verkeersgeneratie berekend en deze komt neer op 36,9 per etmaal. Echter is er sprake van saldering, in de huidige situatie zijn er 6 wooneenheden aanwezig, welke ook verkeersbewegingen generen. Wanneer de huidige situatie wordt vergeleken met de toekomstige situatie is er sprake van een toename aan motorvoertuigen van 22,1 per etmaal. Dit aantal voertuigbewegingen is afgerond naar 25 en is ingevoerd in de NIBM-tool, met jaar van planrealisatie 2024 en met een aandeel van vrachtverkeer van 2,0%, wat neerkomt op ca. 0,5 vrachtverkeersbewegingen per etmaal voor bijvoorbeeld afvalophaaldiensten of pakketbezorgers. De bijdrage van het extra verkeer is niet-in-betekende-mate, een nader onderzoek is niet noodzakelijk (zie tabel 2).
Tabel 2: NIBM-tool (Bron: Infomill.nl)
Bestemmingsplan Groot Grinsel 12-16, Den Dungen
40
Aanvaard woon- en leefklimaat Met onderhavig bestemmingsplan worden 9 sociale huur woningen mogelijk gemaakt. Woningen zelf zijn niet specifiek beschermd via de Wet Milieubeheer. Vanuit een goede ruimtelijke ordening moet bij de woningen wel sprake zijn van een aanvaardbare luchtkwaliteit. De huidige concentraties zijn in beeld gebracht in figuren 11 tot en met 13. De NO2 concentratie ter plekke van de planlocatie is 12-14 μg/m3, dit valt boven de WHO-advieswaarde maar ruim onder de EU-grenswaarden. De fijnstof PM2,5 concentratie is 9-10 μg/m3, dit valt boven de WHO-advieswaarde maar ruim onder de EU-grenswaarden. Ook de fijnstof PM10 concentratie van 16-18 μg/m3 valt boven de WHO-advieswaarde maar ruim onder de EU-grenswaarden. Daarmee kan worden gesteld dat er sprake is van een aanvaardbaar verblijfsklimaat.
Figuur 11: Luchtkwaliteit stikstofdioxide NO2 - 2020 (Bron: atlasleefomgeving.nl
Figuur 12: Fijnstof (PM2,5) - gemiddeld in 2020 WHO-advieswaarde (Bron: atlasleefomgeving.nl)
Figuur 13: Fijnstof (PM10) - gemiddeld in 2020 WHO-advieswaarde (Bron: atlasleefomgeving.nl)
4.10.3
Conclusie
Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
Bestemmingsplan Groot Grinsel 12-16, Den Dungen
41
4.11
Externe veiligheid
4.11.1
Toetsingskader
Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van de opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is landelijke wet- en regelgeving van toepassing. In de landelijke wet- en regelgeving zijn kwaliteitseisen en normen op het gebied van externe veiligheid geformuleerd. Doel is om bepaalde risico's, waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld, tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Deze bedoelde risico’s hangen vooral samen met:
activiteiten met gevaarlijke stoffen in inrichtingen;
transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen;
transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water.
Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de risico’s in het plangebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. De risico’s dienen te worden beoordeeld op twee maatstaven, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn etc.). Groepsrisico Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin de kans op overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (géén norm).
Voor elke verandering van het groepsrisico (af- of toename) in het invloedsgebied moet verantwoording worden afgelegd, over de wijze waarop de toelaatbaarheid van deze verandering in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van het groepsrisico moeten andere kwalitatieve aspecten worden meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. Onder deze aspecten vallen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. (Beperkt) kwetsbare objecten Er moet getoetst worden aan het Bevi en de richtlijnen voor vervoer gevaarlijke stoffen wanneer bij een ontwikkeling (beperkt) kwetsbare objecten worden toegestaan. (Beperkt) kwetsbare objecten zijn o.a. woningen, scholen, ziekenhuizen, hotels, restaurants 3. Risicovolle activiteiten In het kader van het plan moet bekeken worden of er in of in de nabijheid van het plan sprake is van risicovolle activiteiten (zoals Bevi-bedrijven, BRZO-bedrijven en transportroutes) of dat risicovolle activiteiten worden toegestaan.
3
Zoals bedoeld in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen.
Bestemmingsplan Groot Grinsel 12-16, Den Dungen
42
Overige wet- en regelgeving Tot slot moet in het kader van een 'goede ruimtelijke ordening' (art. 3.1 Wro) ook getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit bijvoorbeeld het Activiteitenbesluit, effectafstanden uit de 'Circulaire effectafstanden LPG-tankstations', etc. 4.11.2 Onderzoek Met behulp van de risicokaart is een inventarisatie gemaakt van risicobronnen met gevaarlijke stoffen in de nabijheid van het plangebied. Figuur 14 toont een uitsnede van de risicokaart, met het plangebied blauw omlijnd. In de ruime omtrek van de planlocatie zijn geen risicobronnen aanwezig. De PR-contouren en invloedsgebieden van risicobronnen vormen geen belemmering voor het plan.
Figuur 14: Uitsnede risicokaart - planlocatie omlijnd (Bron: atlasleefomgeving.nl)
4.11.3
Conclusie
Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering.
4.12
(Ondergrondse) infrastructuur
Aan de hand van de Netkaart van het RIVM kan achterhaald worden of het plangebied zich bevindt in een magneetveldzone van hoogspanningslijnen. Als er zich bij een bovengrondse hoogspanningslijn een andere bovengrondse hoogspanningslijn of andere delen van het elektriciteitsnet in de buurt bevinden, kunnen die de sterkte van het magneetveld beïnvloeden. Ook kan de jaargemiddelde belasting van een hoogspanningslijn hoger zijn dan 30% (220 en 380 kV lijnen) respectievelijk 50% (50, 110 en 150 kV lijnen) van de ontwerpbelasting.
Bestemmingsplan Groot Grinsel 12-16, Den Dungen
43
Een uitsnede van het voor het plangebied relevante deel van deze kaart is weergegeven in figuur 15. Uit de Netkaart kan worden opgemaakt dat er langs het dorp Den Dungen een hoogspanningslijn loopt met een spanning van 150 kV. De indicatieve magneetveld zone bedraagt 2 x 100 meter. De hoogspanningslijn is gelegen op circa 1kilometer ten noordoosten van de planlocatie gelegen op circa 1kilometer ten noordoosten van de planlocatie. Er zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen ter plaatse aanwezig. Dit aspect vormt geen belemmering.
Figuur 15: Uitsnede Netkaart - bovengrondse hoogspanningslijnen, plangebied aangeduid middels rode stip (Bron: RIVM)
4.13
Gezondheid
4.13.1
Volksgezondheid i.r.t. veehouderijen
Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie mei 2018) bevat een praktisch stappenplan om te beoordelen of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. De stappen kunnen worden doorlopen om na te gaan of er knelpunten worden gevonden. Of daadwerkelijk advies wordt ingewonnen bij de GGD is een afweging van het bevoegd gezag. Toetsing aan het stappenplan wijst uit dat, de planlocatie buiten de endotoxine richtafstanden ligt die aangehouden moeten worden rondom varkens- en pluimveehouderijen (stap 1). De planlocatie is niet gelegen binnen de straal van 2 km van geitenhouderijen (stap 5a). De locatie is niet gelegen binnen een afstand van 1 km van een pluimveebedrijf. De ontwikkeling leidt niet tot een toename in emissie voor geur en/of fijnstof en/of ammoniak (stap 2). De planlocatie is gelegen in een gebied met een acceptabele geurbelasting, zie ook paragraaf 4.7 (stap 3). De afstand tussen de inrichtingsgrenzen van een varkensbedrijf en een pluim-
Bestemmingsplan Groot Grinsel 12-16, Den Dungen
44
veebedrijf bedraagt meer dan 100 meter (stap 4). Er is geen sprake van een mestbewerking of mestverwerking als nevenactiviteit of zelfstandige activiteit (stap 6) en er is bij toekomstige bewoners of omwonenden geen ongerustheid over de volksgezondheid (stap 7). Het stappenplan uit de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie mei 2018) is doorlopen. Een advisering van de GGD hoeft niet te worden gevraagd voor dit plan. Er is geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico op deze locatie. Dit onderdeel zorgt dan ook niet voor belemmeringen. Geitenhouderijen Uit het VGO-2 onderzoek is gebleken dat zich in een straal van circa 2 km rond geitenbedrijven een verhoogd aantal gevallen van longontsteking voordoet. Binnen 2 km van het plangebied liggen geen geitenhouderijen. Er is geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico Varkens- en pluimveehouderijen Op basis van het ‘Endotoxine toetsingskader 1.0’ kan worden beoordeeld of sprake is van een verhoogd volksgezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen en pluimveehouderijen. Het plangebied ligt buiten de richtafstanden die aangehouden moeten worden rondom de varkens- en pluimveehouderijen in de omgeving. Voor de locatie geldt dat er geen sprake is van een verhoogd volksgezondheidsrisico. 4.13.2
Hoogspanningslijnen
De meest dichtstbijzijnde hoogspanningslijn ligt op 1 kilometer afstand van het plangebied. Gelet op deze afstand vormt dit aspect geen belemmering. Volgens de Netkaart van het RIVM geldt langs deze hoogspanningslijn een indicatieve zone van 100 meter. Het plangebied ligt hierbuiten. Hoogspanningslijnen vormen geen belemmering. 4.13.3
Spuitzones
In de directe omgeving van het plangebied zijn geen percelen aanwezig met een spuitzone gewasbescherming. Spuitzones vormen geen belemmering voor het plan.
4.14
Verkeer en parkeren
4.14.1
Toetsingskader
Het toevoegen of veranderen van een functie heeft in veel gevallen een effect op de parkeervraag en het aantal verkeersbewegingen. Het is daarom van belang om te kijken welke veranderingen op treden en of dit een effect heeft op de parkeervraag en de verkeersgeneratie. 4.14.2
Onderzoek
Parkeren De gemeente Sint-Michielgestel heeft haar parkeerbeleid geregeld middels het ‘Parapluplan Parkeren’ en de Beleidsregels parkeernormen Sint-Michielsgestel, vastgesteld op 28 oktober 2020. In deze ‘Beleidsregels parkeernormen Sint-Michielsgestel’ verwijst de gemeente naar de beoordeling/toetsing met behulp van de CROW-kerngetallen. Als uitgangspunt geldt dat nieuwe ontwikkelingen een parkeerbehoefte met zich meebrengen. De ‘Beleidsregels parkeernormen Sint-Michielsgestel’ zijn van toepassing op nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen (aanvraag omgevingsvergunning): 1. Nieuwbouw: van ‘niets’ (braakliggend terrein) naar een ruimtelijke ontwikkeling;
Bestemmingsplan Groot Grinsel 12-16, Den Dungen
45
2. Vergroting/uitbreiding/splitsing: Vergroting/uitbreiding/splitsing van een pand kan immers leiden tot een grotere parkeerbehoefte; 3. Functie-/bestemmingswijziging: eventueel in combinatie met verbouwingsactiviteiten, waarbij de nieuwe functie/de nieuwe bestemming een andere parkeerbehoefte genereert. Om bij ruimtelijke ontwikkelingen de theoretische parkeerbehoefte te bepalen hanteert de gemeente het rekenkundig gemiddelde van het minimum- en het maximumparkeerkencijfer uit de recente CROW-publicatie (publicatie 381 uit december 2018). In het geval van sloop (en/of een gewijzigde bestemming/gebruik) kan in sommige gevallen de theoretische parkeerbehoefte van de oude bestemming in mindering gebracht worden op de nieuwe parkeerbehoefte. Het CROW hanteert een afstand van 100 meter als acceptabele loopafstand van woning tot parkeerplaats. In centrumgebieden en andere gebieden met een concentratie van voorzieningen wijken wij hiervan af. In deze gebieden ervaren bezoekers een loopafstand tot 300 meter als acceptabel. Het CROW maakt bij de parkeerkencijfers onderscheid in stedelijkheidsgraad. Dit betreft de omgevingsadressendichtheid (adressen per km 2) in vijf klassen: van ‘zeer sterk stedelijk’ tot ‘niet stedelijk’.
De gemeente Sint-Michielsgestel valt in de categorie ‘niet stedelijk’, omdat de omgevingsadressendichtheid in onze gemeente ruim kleiner is dan 500 adressen per km 2. Tabel 3: Parkeernormen Sint-Michielsgestel – niet stedelijk Huurhuis, sociale huur Wonen
Parkeerkencijfers
Huurhuis, sociale huur
Centrum
Schil centrum
Rest bebouwde kom
Buitengebied
Parkeernorm per
1,3
1,4
1,6
1,6
Per woning
Met het planvoornemen worden er 9 appartementen voor senioren in de sociale huur gerealiseerd. De gemeente Sint-Michielsgestel hanteert de parkeercijfers zoals weergegeven in tabel 3. De planlocatie is gelegen in het centrumgebied Den Dungen binnen de gemeente Sint-Michielsgestel. Voor het centrum geldt een parkeerkencijfer van 1,3 per woning. De parkeerbehoefte van 9 appartementen komt overeen met 1,3 x 9 woningen = 11,7 parkeerplaatsen. Het planvoornemen voorziet in 8 parkeerplaatsen op eigen terrein. Daarnaast wordt er t.o.v. de huidige situatie 1 extra openbare langsparkeerplaats gerealiseerd langs de weg, in totaal zijn er in de toekomstige situatie 3 openbare langsparkeerplaatsen aanwezig (zie figuur 5). Voor de planlocatie geldt het bestemmingsplan ‘Parapluplan Parkeren’ van de gemeente Sint-Michielsgestel. Hierin zijn de volgende regels opgenomen. Artikel 2.1 Algemeen a. Een nieuw bouwwerk, verandering van een bouwwerk, verandering van gebruik van een bouwwerk of van gronden - al dan niet gecombineerd - , waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid wordt verwacht, is niet toegestaan wanneer op het bouwperceel of in de omgeving daarvan niet in voldoende parkeergelegenheid is voorzien en in stand wordt gehouden. b. Bij een omgevingsvergunning, dan wel bij de beoordeling of het gebruik in overeenstemming is met het bestemmingsplan wordt aan de hand van de d.d.
27september 2016 door burgemeester en wethouders
Bestemmingsplan Groot Grinsel 12-16, Den Dungen
46
vastgestelde ‘Beleidsregels parkeernormen Sint-Michielsgestel’ (zie bijlage 1), inclusief de ‘Parkeernormen Sint-Michielsgestel’ (zie bijlage 2), bepaald c.q. getoetst of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid. Indien gedurende de planperiode nieuwe parkeernormen worden vastgesteld door de gemeente, treden deze ter toetsing in de plaats van de genoemde vastgestelde beleidsregels. c.
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in onder 2.1 lid a en worden toegestaan dat in minder dan voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien, mits dit geen onevenredige afbreuk doet aan de parkeersituatie.
Het parapluplan geeft dus aan dat er kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 2.1 lid a voor zover op ander wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte wordt voorzien, of voor zover het voldoen aan die regels door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit. In de ‘Beleidsregels parkeernormen Sint-Michielsgestel’ staat verder aangegeven dat in het geval van sloop (en/of een gewijzigde bestemming/gebruik) in sommige gevallen de theoretische parkeerbehoefte van de oude bestemming in mindering kan worden gebracht op de nieuwe parkeerbehoefte. In de huidige situatie zijn er op eigen terrein geen parkeerplaatsen aanwezig voor de 6 woningen. In het bestaande pand bevinden zich op de begane grond 4 woningen als kamerverhuur en op de verdieping 2 appartementen. Het bestaande pand genereert een theoretische parkeerbehoefte van (4x0,7 + 2x1,6=) 6 parkeerplaatsen. Deze parkeerbehoefte wordt in de huidige situatie volledig afgewikkeld op openbare parkeerplaatsen in de omgeving. De theoretische parkeerbehoefte neemt door het nieuwe bouwplan toe met (11,7-6) 5,7 parkeerplaatsen. Wanneer de huidige situatie wordt vergeleken met de toekomstige situatie is er sprake van een toename parkeerbehoefte van 6 (5,7) parkeerplaatsen.
Tabel 4 geeft schematisch de parkeerbehoefte weer van de huidige en toekomstige situatie, tevens is aangegeven hoe de parkeerbehoefte wordt opgelost in beide situaties. In de huidige situatie wordt de parkeerbehoefte van 6 parkeerplaatsen volledig afgewenteld op de openbare ruimte. Wanneer deze 6 parkeerplaatsen worden gesaldeerd met de toekomstige situatie blijft er een toekomstige parkeerbehoefte over van 6 parkeerplaatsen. Op eigen terrein worden in de toekomstige situatie 8 parkeerplaatsen gerealiseerd, de toekomstige parkeerbehoefte van 6 parkeerplaatsen worden volledig afgewenteld op eigen terrein. In theorie heeft de ontwikkeling dus geen invloed op de parkeerafwikkeling in de openbare ruimte. Gesteld kan worden dat daarmee de parkeerbalans sluitend is.
Bestemmingsplan Groot Grinsel 12-16, Den Dungen
47
Tabel 4: Vergelijking parkeren huidige en toekomstige situatie
Huidige
Toekomstige
(parkeer)situatie
(parkeer) situatie
Parkeerbehoefte
6
11,7
Parkeergelegenheid Openbaar gebied
2
3
Parkeergelegenheid Eigen terrein
0
8
Afwenteling parkeerbehoefte op
6
3,7
openbare parkeerplaatsen Verkeersgeneratie Om te bepalen wat de effecten van het plan op de verkeersaantrekkende werking van het plangebied zijn, kan gebruik worden gemaakt van de CROW-kengetallen (publicatie 381). Deze kengetallen geven een indicatie van de met het plan gepaard gaande extra verkeersgeneratie Het plan voorziet in de realisatie van 9 appartementen voor senioren in de sociale huur. De planlocatie is gelegen binnen het centrumgebied Den Dungen binnen de gemeente Sint-Michielsgestel. De gemiddelde verkeersgeneratie bedraagt in niet stedelijk gebied 4,1 motorvoertuigbewegingen per etmaal. De verkeersgeneratie voor 9 appartementen bedraagt (9x4,1=) 36,9 (zie tabel 5). Tabel 5: Verkeersgeneratie toekomstige situatie Aantal woningen Gemiddelde verkeersgeneratie 9 appartementen (sociale huur)
4,1
Totale verkeersgeneratie 36,9
In de huidige situatie zijn er woningen aanwezig die ook verkeersbewegingen genereren. In het bestaande pand bevinden zich op de begane grond 4 woningen als kamerverhuur en op de verdieping 2 appartementen. Het bestaande pand genereert (4x1,65 + 2x4,1=) 14,8 motorvoertuigen per etmaal (zie tabel 6). Tabel 6: Verkeersgeneratie huidige situatie Aantal woningen Gemiddelde verkeersgeneratie
Totale verkeersgeneratie
4 kamerverhuur
1,65
6,6
2 appartementen
4,1
8,2 TOTAAL
14,8
Wanneer de huidige situatie wordt vergeleken met de toekomstige situatie is er sprake van een toename aan motorvoertuigen van 22,1 per etmaal. Er zijn geen belemmeringen in de normale afwikkeling van het verkeer te verwachten. Het Groot Grinsel is ingericht als 30 km/uur weg, waar het verkeer met lage snelheid rijdt. De verkeerssituatie verandert als gevolg van het initiatief niet wezenlijk. De ontsluiting zal voornamelijk lopen vanaf Groot Grinsel in noordwestelijke richting, op de Litserstraat. De Litserstraat is een 50 km/u weg en verwerkt ca. 5.177 voertuigen per etmaal (mei 2022). Een toename van 22,1 motorvoertuigen per etmaal vormt geen belemmering voor deze weg. Er zullen geen knelpunten in de verkeersafwikkeling en -veiligheid ontstaan.
Bestemmingsplan Groot Grinsel 12-16, Den Dungen
48
4.14.3
Conclusie
Vanuit de aspecten verkeer en parkeren zijn geen belemmeringen te verwachten. Wanneer de huidige situatie wordt vergeleken met de toekomstige situatie is er sprake van een afname van de parkeerdruk in de openbare ruimte. Er is sprake van een beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen. Dit zal geen knelpunten in de verkeersafwikkeling en -veiligheid met zich meebrengen.