Bijlage 2 - Toelichting en regels bp Groot Grinsel 12-16 Den Dungen
Tekst van het document
Bestemmingsplan Groot Grinsel 12-16, Den Dungen
49
5
Juridische planopzet
5.1
Inleiding
Het bestemmingsplan is een juridisch bindend plan dat bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en gaat vergezeld van een toelichting. De verbeelding en de regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan, waarbij de regels de gebruiks- en bouwmogelijkheden van de gronden regelen en de verbeelding de rol heeft van visualisering van de bestemmingen. De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave, verantwoording en onderbouwing van het bestemmingsplan en als uitleg bij de verbeelding en regels. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat het bestemmingsplan langs elektronische weg beschikbaar wordt gesteld. Dit brengt met zich mee dat het bestemmingsplan digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze moet worden gepresenteerd. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan het bestemmingsplan moet voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP 2012 kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functieen bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi.
Dit bestemmingsplan is opgesteld in overeenstemming met de SVBP 2012 en wordt op de voorgeschreven wijze digitaal beschikbaar gesteld.
5.2
Plansystematiek
De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende onderdelen: 1.
inleidende regels;
2.
bestemmingsregels;
3.
algemene regels;
4.
overgangs- en slotregels.
Hoofdstuk 1: inleidende regels Dit hoofdstuk bestaat uit de begripsbepalingen (artikel 1) en de wijze van meten (artikel 2). In de begripsbepalingen worden omschrijvingen gegeven van diverse in het bestemmingsplan gebruikte begrippen/termen. De begripsbepalingen zijn opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Artikel 2 bevat technische regelingen met betrekking tot het bepalen van oppervlakten, percentages, hoogte, diepte, breedte en dergelijke. Hiermee kan op een eenduidige manier toepassing worden gegeven aan de regels. Hoofdstuk 2: bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de in het bestemmingsplan opgenomen bestemmingen opgenomen (enkel- en dubbelbestemmingen). De opbouw van de bestemmingen is als volgt (met dien verstande dat een specifieke bestemming niet alle genoemde elementen hoeft te bevatten):
bestemmingsomschrijving;
bouwregels;
nadere eisen;
afwijken van de bouwregels;
specifieke gebruiksregels;
afwijken van de gebruiksregels;
omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden;
Bestemmingsplan Groot Grinsel 12-16, Den Dungen
50
omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk;
wijzigingsbevoegdheid.
De in het plangebied aanwezige bestemmingen zijn met bestemmingsvlakken op de verbeelding aangegeven. Het bestemmingsvlak geeft aan waar een bepaald gebruik is toegestaan. Ook kunnen aanduidingen die betrekking hebben op het gebruik (functieaanduidingen) zijn opgenomen. Middels deze functieaanduidingen is een specifiek gebruik ter plaatse bestemd of uitgesloten. Daarnaast wordt in de regels per bestemming bepaald waar en onder welke voorwaarden gebouwen mogen worden gebouwd. In de volgende paragraaf worden de in het plan opgenomen bestemmingen per bestemming nader beschreven. Hoofdstuk 3: algemene regels Algemene regels zijn regels die gelden voor meerdere bestemmingen, dan wel een algemene strekking hebben. Deze bestaan o.a. uit de volgende onderdelen:
anti-dubbeltelregel: deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het overgebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld.
algemene bouwregels: hier zijn regels ten aanzien van overschrijdingen van bouwgrenzen en bouwen opgenomen.
algemene gebruiksregels: hierin zijn regels m.b.t. parkeren opgenomen.
algemene aanduidingsregels: hier zijn regels opgenomen, die van toepassing zijn ter plaatse van de in het plan opgenomen gebiedsaanduiding. Het gaat om de volgende aanduiding: vrijwarings-zone – dijk 1’.
Hoofdstuk 4: overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk bevat het voor elk bestemmingsplan verplichte overgangsrecht voor bouwen en gebruik en de slotregel met daarin de citeertitel van de planregels.
5.3
Bestemmingen
Groen De voor ‘Groen aangewezen gronden zijn bestemd voor groen en groenvoorzieningen etc. Enkel bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan. Tuin De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen en erven behorende bij en ten dienste van de aanliggende bestemming. Verkeer De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor wegen en ontsluitingswegen; infrastructurele voorzieningen; parkeervoorzieningen; nutsvoorzieningen etc. Er is alleen bebouwing ten behoeve van nutsvoorzieningen toegestaan.
Bestemmingsplan Groot Grinsel 12-16, Den Dungen
51
Wonen De gronden zijn bestemd voor het wonen, al dan niet in combinatie met de uitoefening van een beroep aan huis, alsmede voor aan de hoofdfunctie ondergeschikte functies zoals verkeers- en groenvoorzieningen, parkeren op eigen terrein, water, waterhuishoudkundige voorzieningen, tuinen, erven, terreinen en inritten. Er zijn gestapelde woningen toegestaan en het maximum aantal wooneenheden is 9. Dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 4’ De gronden met deze dubbelbestemming zijn, behalve voor de enkelbestemming ook bestemd voor de bescherming van eventueel aanwezige archeologische waarden in de bodem. Vandaar dat bepaalde (bouw)werkzaamheden verboden zijn zonder vergunning, welke enkel verleend wordt als is aangetoond dat aan de archeologische waarden geen onevenredige afbreuk wordt gedaan.
Bestemmingsplan Groot Grinsel 12-16, Den Dungen
52
6
Uitvoerbaarheid
In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat een bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting waarin de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan zijn neergelegd. Dit hoofdstuk gaat in op de uitvoerbaarheid, waarbij eerst de economische uitvoerbaarheid aan bod komt en vervolgens de maatschappelijke uitvoerbaarheid.
6.1
Economische uitvoerbaarheid
Onderhavig bestemmingsplan maakt een bouwplan mogelijk zoals is bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Op grond daarvan is de gemeenteraad verplicht om voor het wettelijk kostenverhaal een exploitatieplan vast te stellen in de zin van artikel 6.12, lid 1 Wro. De raad kan besluiten daarvan af te zien wanneer het wettelijk kostenverhaal wordt verzekerd met een anterieure grond exploitatieovereenkomst zoals bedoeld in artikel 6.12 lid 2 Wro juncto artikel 6.24 Wro. Tussen ontwikkelaar en gemeente wordt een anterieure overeenkomst gesloten, waarin een en ander met betrekking tot het wettelijk verplichte kosten verhaal is vastgelegd. Hiermee is het verhaal van kosten anderszins verzekerd. Op grond daarvan kan de gemeenteraad afzien van het vaststellen van een exploitatieplan. De kosten die gemaakt worden bij de uitvoering van de ontwikkeling zijn voor rekening van de initiatiefnemer. De ontwikkeling heeft voor de gemeente geen negatieve financiële gevolgen. De ontwikkeling is hiermee financieel uitvoerbaar. De economische uitvoerbaarheid is hiermee in voldoende mate aangetoond.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Er zijn wettelijke eisen met betrekking tot de voorbereiding en totstandkoming van een bestemmingsplan. Artikel 3.8 Wro bepaalt dat op de voorbereiding van een bestemmingsplan de in afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geregelde uniforme openbare voorbereidingsprocedure (uov) van toepassing is. Dit houdt in dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Dientengevolge zijn de volgende stappen te onderscheiden: Vooroverleg; Vaststellingsprocedure. 6.2.1
Omgevingsdialoog
De omwonenden van het plangebied zijn geïnformeerd over het bouwplan. Middels een brief zijn omwonenden geïnformeerd en uitgenodigd om een afspraak in te plannen. De brief is opgenomen als bijlage bij deze plantoelichting. Met een aantal omwonenden zijn individuele gesprekken gevoerd waarvan een verslag is gemaakt. Ook zijn er vragen via de mail gesteld, van de vragen en antwoorden is een verslag gemaakt. Deze verslagen zijn opgenomen als bijlagen bij deze plantoelichting.
Bestemmingsplan Groot Grinsel 12-16, Den Dungen
53
Niet alle omwonenden hebben niet gereageerd op de brief om een afspraak te maken. Om deze bewoners toch te informeren over het bouwplan is er een tweede brief verzonden met een uitnodiging voor een inloopbijeenkomst. Deze brief is eveneens opgenomen als bijlage bij deze toelichting. 6.2.2
Vooroverleg
Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het kader van het vooroverleg is het Waterschap Aa en Maas geïnformeerd. Het Waterschap heeft aangegeven geen bezwaar te hebben tegen de bestemmingsplanwijziging. Er worden wel kansen geformuleerd om de waterberging te verbeteren, deze zijn verwerkt in de waterparagraaf 4.5. Op verzoek van het Waterschap is de begripsbepaling water en waterhuishoudkundige voorzieningen opgenomen in de planregels. 6.2.3
Inspraak
De Wro zelf bevat geen bepalingen omtrent inspraak. Dat neemt niet weg dat het de gemeente vrij staat toch inspraak te verlenen bijvoorbeeld op grond van de gemeentelijke inspraakverordening. In relatie daarmee bepaalt artikel 150 van de Gemeentewet onder meer dat in een gemeentelijke inspraakverordening moet worden geregeld op welke wijze en aan wie de mogelijkheid wordt geboden hun mening kenbaar te maken. Omdat er al een omgevingsdialoog heeft plaatsgevonden wordt er geen inspraakprocedure gehouden vooruitlopend op de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. 6.2.4
Vaststellingsprocedure
De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan zal plaatsvinden volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Als onderdeel van deze procedure heeft het bestemmingsplan gedurende een termijn van 6 weken ter inzage gelegen. Op het plan zijn geen zienswijzen ingediend, het plan is vervolgens vastgesteld door de gemeenteraad.
Bestemmingsplan Groot Grinsel 12-16, Den Dungen
54
Separate bijlagen Bijlage 1: Advies Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Bijlage 2: Bureauonderzoek archeologie Bijlage 3: Quickscan flora en fauna Bijlage 4: Stikstofdepositieonderzoek Bijlage 5: Bodemonderzoek Bijlage 6: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 7: Selectieadvies Bijlage 8: Omgevingsdialoog Bijlage 9: Groenplan Bijlage 10: Nader onderzoek vleermuizen
Bestemmingsplan Groot Grinsel 12-16, Den Dungen
55
REGELS
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
4
Artikel 1 Artikel 2
Begrippen Wijze van meten
4 9
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
11
Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7
Groen Tuin Verkeer Wonen Waarde - Archeologie 4
11 12 13 14 17
Hoofdstuk 3
Algemene regels
19
Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11
Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels
19 20 21 23
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
24
Artikel 12 Artikel 13
Overgangsrecht Slotregel
24 25
2
Bestemmingsplan "Groot Grinsel, Den Dungen" (vastgesteld)
Regels
Bestemmingsplan "Groot Grinsel, Den Dungen" (vastgesteld)
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
het plan
Het bestemmingsplan Groot Grinsel, Den Dungen met identificatienummer NL.IMRO.0845.BPDDNGrootGrinsel-VA01 van de gemeente Sint-Michielsgestel. 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0845.BPDDNGrootGrinsel-VA01 met de bijbehorende regels en bijlage; 1.3
aanbouw
een aan een hoofdgebouw toegevoegd afzonderlijk gebouw dat in functioneel opzicht een integrerend onderdeel van het hoofdgebouw vormt en in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.4
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6
aanduidingsvlak
een aangegeven vlak, waarop een aanduiding betrekking heeft; 1.7
aaneengebouwd gebouw
een gebouw, deel uitmakend van een bouwmassa, bestaande uit drie of meer aan elkaar gebouwde grondgebonden hoofdgebouwen; 1.8
bebouwing
één of meer gebouwen en/of één of meer bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.9
bebouwingspercentage
het oppervlak dat met bouwwerken is bebouwd, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel, voor zover dat is gelegen binnen de bestemming, of binnen een in de regels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming;
4
Bestemmingsplan "Groot Grinsel, Den Dungen" (vastgesteld)
1.10
begane grond
het met de straat gelijk liggende deel van een gebouw; 1.11
beleidsregel parkeren
een beleidsregel die voor de uitoefening van de in het plan opgenomen regels uitleg geeft met betrekking tot het aspect parkeren, als bedoeld in artikel 3.1.2 lid 2 onder a van het Besluit ruimtelijke ordening; 1.12
bestaand(e situatie)
a. t.a.v. bebouwing: bebouwing, zoals aanwezig op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan, die gebouwd is met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet verleende omgevingsvergunning dan wel verleende vergunning, dan wel mag worden gebouwd krachtens een voor dit tijdstip aangevraagde vergunning; b. t.a.v. gebruik: het gebruik van grond- en bouwwerken, zoals aanwezig op het tijdstip waarop dit bestemmingsplan rechtskracht heeft verkregen; 1.13
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak; 1.14
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming (een op de verbeelding aangegeven vlak met eenzelfde bestemming); 1.15
bijbehorend bouwwerk
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak; 1.16
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.17
bouwvlakgrens
de grens van een bouwvlak; 1.18
bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder;
Bestemmingsplan "Groot Grinsel, Den Dungen" (vastgesteld)
5
1.19
bouwmassa
een verzameling gebouwen bestaande uit een vrijstaand hoofdgebouw, dan wel twee of meer aaneengebouwde hoofdgebouwen inclusief aan- en uitbouwen; 1.20
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolgde de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.21
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.22
bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.23
bouwwerk, geen gebouw zijnde
een bouwwerk voorzien van maximaal één gesloten wand; 1.24
eerste bouwlaag
de bouwlaag op de begane grond; 1.25
erf
al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw; 1.26
functie
doeleinden ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en/of gronden of aangewezen delen daarvan is toegestaan; 1.27
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met minimaal twee wanden omsloten ruimte vormt; 1.28
gestapeld gebouw
bebouwing bestaande uit zich in één hoofdgebouw boven en naast elkaar bevindende zelfstandige woningen en/of bijzondere woonruimten;
6
Bestemmingsplan "Groot Grinsel, Den Dungen" (vastgesteld)
1.29
hoofdgebouw
een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als het belangrijkste gebouw op een bouwperceel kan worden aangemerkt; 1.30
ondergeschikt
een functie waarvoor maximaal 30% van de vloeroppervlakte van de gebouwen als zodanig mag worden gebruikt; 1.31
overkapping
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met maximaal één gesloten wand; 1.32
plangrens
de begrenzing van het bestemmingsplan; 1.33
strijdig gebruik
niet verenigbaar met of tegengesteld aan het toelaatbaar gestelde gebruik op grond van de bepalingen in dit plan; 1.34
tuin
een stuk grond behorende bij een woonhuis, welke is ingericht met (open) water en/of waterhuishoudkundige voorzieningen, groen en/of groenvoorzieningen en/of verhardingen ten behoeve van het woongenot en ten dienste van het gebruik van het hoofdgebouw; 1.35
uitbouw
de vergroting van een bestaande ruimte in een hoofdgebouw, die qua afmetingen en/of in visueel opzicht (onder meer wat betreft (goot)hoogte, dakhelling en/of dakvorm), ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.36
voorgevellijn
de lijn waarin de voorgevel van het hoofdgebouw is gelegen, alsmede het verlengde daarvan; 1.37
vrijstaand
bebouwing waarvan het hoofdgebouw niet grenst of aansluit aan andere hoofdgebouwen; 1.38
water en waterhuishoudkundige voorzieningen
al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. Alsmede voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan gedacht worden aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc.
Bestemmingsplan "Groot Grinsel, Den Dungen" (vastgesteld)
7
1.39
weg
een openbare voor het verkeer openstaande weg of pad, met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die weg behorende paden en bermen of zijkanten, met een doorgaand karakter waar 50 km per uur of harder mag worden gereden; 1.40
werk
een constructie, geen gebouw of bouwwerk zijnde; 1.41
wonen
het gehuisvest zijn of het huisvesten van personen in een woonhuis/woning; 1.42
woonhuis/woning
Woonhuis, tevens woning genoemd (en vice versa), zijnde een complex van ruimten dat dient voor de huisvesting van: 1. één huishouden, of; 2. één huishouden plus maximaal twee individuele personen, of; 3. maximaal 4 individuele personen.
8
Bestemmingsplan "Groot Grinsel, Den Dungen" (vastgesteld)
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
De goothoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.2
De inhoud van een bouwwerk
Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.3
De hoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.4
De oppervlakte van een bouwwerk
Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.5
De breedte, lengte, diepte van een bouwwerk
Tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels (en/of hart van scheidsmuren). De in deze regels gegeven bepalingen omtrent plaatsing, afstanden en maten zijn niet van toepassing op goot- en kroonlijsten, pilasters, plinten, stoeptreden, kozijnen, dorpels en soortgelijke bouwdelen. 2.6
Peil
a. voor bouwwerken: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld, of de bovenkant van de afgewerkte vloer van de begane grond; b. indien in of op het water wordt gebouwd dient het plaatselijk peil, dan wel het afgewerkte maaiveld aangehouden te worden; 2.7
Ondergeschikte bouwdelen
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits het bouwdeel niet meer dan 1 meter uitsteekt. 2.8
Afstand tot de bouwperceelsgrens
Tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is.
Bestemmingsplan "Groot Grinsel, Den Dungen" (vastgesteld)
9
2.9
Ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk
vanaf het bouwkundig peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend.
10
Bestemmingsplan "Groot Grinsel, Den Dungen" (vastgesteld)
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g.
groen en groenvoorzieningen; ondergrondse afvalcontainers; (open) water en waterhuishoudkundige voorzieningen; paden; speelvoorzieningen; straatmeubilair; parkeervoorzieningen;
met daaraan ondergeschikt: h. i. j. k. l.
nutsvoorzieningen; verhardingen; hondenuitlaatvoorzieningen; inritten; kunstobjecten.
3.2
Bouwregels
3.2.1
Toelaatbaarheid van bouwwerken
Voor de toelaatbaarheid van bouwwerken, geldt dat alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan.
3.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van palen en masten mag niet meer bedragen dan 12 m; b. de bouwhoogte van kunstobjecten mag niet meer bedragen dan 12 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 m.
Bestemmingsplan "Groot Grinsel, Den Dungen" (vastgesteld)
11
Artikel 4 4.1
Tuin
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen, behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen; met daaraan ondergeschikt: b. c. d. e.
in- en uitritten; parkeervoorzieningen; groen en groenvoorzieningen; (open) water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
4.2
Bouwregels
4.2.1
Toelaatbaarheid van bouwwerken
Voor de toelaatbaarheid van bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. uitbouwen bij op aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, uitsluitend als erfafscheidingen. 4.2.2
Gebouwen
Op of in deze gronden mogen uitsluitend uitbouwen in de vorm van erkers bij de op aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen worden gebouwd, met dien verstande dat: a. de diepte van een erker niet meer dan 1,5 m bedraagt; b. de erker over ten hoogste 50% van de breedte van de naar de weg gekeerde gevel van het hoofdgebouw wordt gebouwd; c. de bouwhoogte van de erker ten hoogste gelijk is aan de hoogte van de eerste bouwlaag + 0,25 m van het hoofdgebouw. 4.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van erfafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevellijn c.q. voorgevel niet meer dan 1 m mag bedragen.
12
Bestemmingsplan "Groot Grinsel, Den Dungen" (vastgesteld)
Artikel 5 5.1
Verkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.
wegen en ontsluitingswegen; infrastructurele voorzieningen; parkeervoorzieningen; ondergrondse afvalcontainers; kunstobjecten; groen en groenvoorzieningen; (open) water en waterhuishoudkundige voorzieningen; nutsvoorzieningen; speelvoorzieningen; straatmeubilair.
5.2
Bouwregels
5.2.1
Toelaatbaarheid van bouwwerken
Voor de toelaatbaarheid van bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. gebouwen ten behoeve van het bepaalde in 5.1 onder h; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 5.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van palen, masten en portalen voor geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer mag niet meer bedragen dan 12 m; b. de bouwhoogte van kunstobjecten mag niet meer bedragen dan 12 m; c. de bouwhoogte van signalerings- en telecommunicatiemasten mag niet meer bedragen dan 40 m; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 m.
Bestemmingsplan "Groot Grinsel, Den Dungen" (vastgesteld)
13
Artikel 6 6.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in woningen al dan niet in combinatie met een aan-huis-verbonden beroep; met de daar bijbehorende; b. tuinen en erven; c. verhardingen; met daaraan ondergeschikt: d. (open) water, waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen; e. groen en groenvoorzieningen; f. nutsvoorzieningen. 6.2
Bouwregels
6.2.1
Toelaatbaarheid van bouwwerken
Voor de toelaatbaarheid van bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. ter plaatse van het bouwvlak mag worden gebouwd: 1. gebouwen ten behoeve van het bepaalde in 6.1 onder a 2. bijbehorende bouwwerken ten behoeve van de in 6.1 onder a bedoelde doeleinden; 3. carports, veranda's en overkappingen; 4. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; b. buiten het bouwvlak mag worden gebouwd: 1. bijbehorende bouwwerken ten behoeve van de in 6.1 onder a bedoelde doeleinden; 2. carports, veranda's en overkappingen; 3. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. c. het aantal woningen mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ is aangegeven. 6.2.2
Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. ter plaatse van de aanduiding: 1. ‘gestapeld’ mogen de hoofdgebouwen uitsluitend in het aangegeven bebouwingstype worden gebouwd; b. de goot- en bouwhoogte van een gebouw mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven; c. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrenzen voor hoofdgebouwen in de vorm van: 1. gestapelde woningen mag aan één zijde niet minder dan 3 m bedragen; 2. Indien de bestaande afstand tot de zijdelingse perceelsgrens minder bedraagt dan de voorgeschreven afstand, dan dient deze bestaande afstand als minimale afstand te worden aangehouden. de voorgevel moet worden gesitueerd in de voorgevellijn of op een afstand van niet meer dan 3 m daarachter. d. de voorgevel moet worden gesitueerd in de voorgevellijn of op een afstand van niet meer dan 3 m
14
Bestemmingsplan "Groot Grinsel, Den Dungen" (vastgesteld)
daarachter. 6.2.3
Bijbehorende bouwwerken
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. bijbehorende bouwwerken dienen op een afstand van ten minste 3 m achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw te worden gebouwd; b. de gezamenlijke oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken bij een hoofdgebouw mag: 1. op bouwpercelen tot 300 m² niet meer bedragen dan 65 m²; 2. op bouwpercelen gelijk aan of groter dan 300 m² niet meer bedragen dan 65 m², vermeerderd met 10% van het aantal vierkante meters dat het bouwperceel groter is dan 300 m², met dien verstande dat de totale bebouwde oppervlakte aan bijgebouwen en bijbehorende bouwwerken niet meer dan 250 m² mag bedragen; c. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 3 m bedragen; d. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 6 m bedragen. 6.2.4
Ondergronds bouwen
Voor het ondergronds bouwen geldt de volgende bepaling: a. ondergronds bouwen mag uitsluitend binnen het bouwvlak dan wel onder bijbehorende bouwwerken met dien verstande dat minimaal 1 m uit de zijdelingse perceelsgrens gebouwd dient te worden. 6.2.5
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erfafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevellijn niet meer dan 1 m mag bedragen; b. bij een woonhuis mag één carport, veranda of overkapping worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. de voorgevellijn niet mag worden overschreden; 2. de carport uitsluitend mag worden gebouwd met een plat dak; 3. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3 m; 4. de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 25 m2; c. een zwembad dient 1 m uit de zijdelingse perceelsgrens te worden aangelegd; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 4 meter bedragen. 6.3
Afwijken van de bouwregels
6.3.1
Mogelijkheden tot afwijken
Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in sub 6.2.3 onder a voor het oprichten van bijgebouwen en/of bijbehorende bouwwerken op een afstand van minder dan 3 meter van de voorgevel van het hoofdgebouw, mits: a. het bijgebouw en/of bijbehorende bouwwerken past wat betreft situering en afmetingen in de stedenbouwkundige opzet van het gebied; b. door de bouw van het bijgebouw en/of bijbehorende bouwwerken vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. Dit betekent onder andere dat de bezonning en het uitzicht van de naastgelegen percelen niet onevenredig mogen worden geschaad.
Bestemmingsplan "Groot Grinsel, Den Dungen" (vastgesteld)
15
6.3.2
Voorwaarden voor afwijking
De in lid 6.3.1 genoemde afwijkingen kunnen slechts worden verleend, indien het onderstaande in acht wordt genomen: a. de belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad; b. er mogen geen onevenredig nadelige gevolgen ontstaan voor het woonmilieu; c. de ruimtelijke situatie is planologisch en stedenbouwkundig aanvaardbaar. 6.4
Specifieke gebruiksregels
6.4.1
Aan-huis-verbonden beroep
Binnen de bestemming ‘Wonen’ is de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: a. de omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 30% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de bebouwing tot een maximum van: 1. 45 m² bij bouwpercelen tot 750 m²; 2. 60 m² bij bouwpercelen van 750 tot 1.500 m²; 3. 75 m² bij bouwpercelen vanaf 1.500 m²; b. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken; c. detailhandel en horeca is niet toegestaan; d. buitenopslag is niet toegestaan; e. de activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner; f. de activiteit moet milieuhygiënisch inpasbaar zijn in de omgeving.
16
Bestemmingsplan "Groot Grinsel, Den Dungen" (vastgesteld)
Artikel 7 7.1
Waarde - Archeologie 4
Bestemmingsomschrijving
De voor Waarde - Archeologie 4 aangewezen gronden zijn, behalve voor andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige archeologische waarden. 7.2
Bouwregels
In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag niet worden gebouwd, anders dan ten behoeve van deze bestemming, met uitzondering van: a. ver-/nieuwbouw van bestaande gebouwen, waarbij de bestaande oppervlakte van het gebouw niet wordt vergroot of veranderd en niet dieper dan ter plaatse van de bestaande fundering wordt gebouwd; b. de bouw van een bijbehorend bouwwerk of de uitbreiding van een bestaand hoofdgebouw met ten hoogste 100 m²; c. activiteiten waarvoor geen omgevingsvergunning is vereist; d. activiteiten welke niet gepaard gaan met ingrepen in de bodem, dieper dan 0,5 meter; e. bouwen binnen het bouwvlak, tenzij er sprake is van vastgestelde archeologische resten of dat er sprake is van een cultuurhistorisch waardevol object of monument. 7.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan een afwijking verlenen van het bepaalde in 18.2 en toestaan dat in de andere bestemmingen gebouwen worden gebouwd mits wordt voldaan aan één van de volgende voorwaarden: a. de aanvrager van de omgevingsvergunning blijkens archeologisch onderzoek heeft aangetoond dat op de betrokken bouwlocatie geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd waarin wordt aangetoond dat de archeologische waarden van het terrein naar het oordeel van de burgemeester en wethouders in voldoende mate wordt veiliggesteld; c. de betrokken archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade wordt voorkomen door aan de afwijking regels te verbinden, gericht op: 1. het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. het doen van opgravingen; 3. het begeleiden van de bodemverstorende ingrepen door een archeologisch deskundige. 7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.4.1
Verbod
Het is verboden op of in de gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden van het bevoegd gezag de volgende werken en/of werkzaamheden te verrichten ingeval het gaat om ingrepen buiten het bouwvlak en/of ingrepen binnen het bouwvlak daar waar sprake is van vastgestelde archeologische resten of als het gaat om een cultuurhistorisch waardevol object of monument en/of ingrepen die gelijk of groter zijn dan 100 m² en dieper dan 0,5 meter: a. afgraven, ophogen, vergraven, diepploegen, egaliseren, indrijven; b. draineren, onderbemalen, stuwen, graven sloten; c. planten, omzetten grasland/bouwland naar boomteelt en/of sierteelt;
Bestemmingsplan "Groot Grinsel, Den Dungen" (vastgesteld)
17
d. verharden oppervlakte van meer dan 100 m², leidingen leggen; e. aanleg tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen. 7.4.2
Uitzonderingen
Het in lid 7.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. 7.4.3
Toelaatbaarheid
De in lid 7.4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien: a. werken en werkzaamheden van ondergeschikte betekenis dan wel die behoren tot het op de bestemming van de gronden gerichte normale onderhoud en beheer; b. werken en werkzaamheden, die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.
18
Bestemmingsplan "Groot Grinsel, Den Dungen" (vastgesteld)
Hoofdstuk 3 Artikel 8
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Bestemmingsplan "Groot Grinsel, Den Dungen" (vastgesteld)
19
Artikel 9
Algemene bouwregels
9.1
Bestaande maten en afstanden
9.1.1
Maximale maatvoering
In die gevallen dat afstanden tot, bouwhoogten, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet verleende omgevingsvergunning danwel verleende omgevingsvergunning , op het tijdstip van de terinzagelegging van het vastgesteld van het plan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden onverminderd het bepaalde in artikel 9.1.
9.1.2
Minimale maatvoering
In die gevallen dat afstanden tot, bouwhoogten, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet verleende omgevingsvergunning danwel verleende omgevingsvergunning , op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden.
9.1.3
Heroprichting
In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in 9.1.1 en 9.1.2 uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats.
20
Bestemmingsplan "Groot Grinsel, Den Dungen" (vastgesteld)
Artikel 10 10.1
Algemene gebruiksregels
Parkeren - Gebruik
10.1.1 Algemeen a. Een nieuw bouwwerk, verandering van een bouwwerk, verandering van gebruik van een bouwwerk of van gronden - al dan niet gecombineerd - , waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid wordt verwacht, is niet toegestaan wanneer op het bouwperceel of in de omgeving daarvan niet in voldoende parkeergelegenheid is voorzien en in stand wordt gehouden. b. Bij een omgevingsvergunning, dan wel bij de beoordeling of het gebruik in overeenstemming is met het bestemmingsplan wordt aan de hand van de d.d. 27 september 2016 door burgemeester en wethouders vastgestelde "Beleidsregels parkeernormen Sint-Michielsgestel", inclusief de "Parkeernormen Sint-Michielsgestel", bepaald c.q. getoetst of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid. Indien gedurende de planperiode nieuwe parkeernormen worden vastgesteld door de gemeente, treden deze ter toetsing in de plaats van de genoemde vastgestelde beleidsregels. c. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in onder a en worden toegestaan dat in minder dan voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien, mits dit geen onevenredige afbreuk doet aan de parkeersituatie. 10.1.2 Afwijken van de gebruiksregels Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 10.1.1 mits: a.
de ontwikkeling niet een zodanige verkeersaantrekkende activiteit betreft die kan leiden tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte, en; b. de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad; c. op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte wordt voorzien; d. voor zover het voldoen aan die regels door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit. 10.2
Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik als wordt in ieder geval verstaan: a. gronden te gebruiken of laten gebruiken als: 1. opslagplaats voor vaten, kisten, oude en nieuwe (bouw)materialen, afval, puin, grind, brandstoffen, bagger, en grondspecie en dergelijke; 2. uitstallings-, opslag-, stand- of ligplaats voor kampeer- en verblijfsmiddelen; 3. een seksinrichting, prostitutie en dergelijke; b. gebouwen en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te gebruiken of laten gebruiken voor: 1. seksinrichtingen, prostitutie en dergelijke; 2. (inrichtingen ten behoeve van) het verstrekken van verdovende middelen, vallende onder de Opiumwet; 3. pick up points; c. bijgebouwen te gebruiken of laten gebruiken voor: 1. zelfstandige bewoning. 10.2.1 Geen strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt niet verstaan: a. het opslaan van (bouw)materialen, afval, puin, grind, bagger en grondspecie en dergelijke in verband met normaal onderhoud, dan wel ter verwezenlijking van de bestemming, mits dit gebeurd op de bij
Bestemmingsplan "Groot Grinsel, Den Dungen" (vastgesteld)
21
de bestemming behorende grond; b. de stalling van ten hoogste één toercaravan en/of boot op de bij een woonhuis behorende grond
22
Bestemmingsplan "Groot Grinsel, Den Dungen" (vastgesteld)
Artikel 11 11.1
Algemene afwijkingsregels
Algemeen
Het bevoegd gezag is bevoegd af te wijken van: a. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geven; b. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat het bouwvlak in geringe mate wordt overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; c. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot 1. ten behoeve van de bouw van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, tot maximaal 40 m; 2. ten behoeve van de bouw van waarschuwings- en/of communicatiemasten tot maximaal 50 m; 3. ten behoeve van de bouw van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot 10 m; d. het bepaalde ten aanzien van de maximale bouwhoogte van gebouwen en toestaan dat de bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers, lichtkappen en technische ruimten wordt vergroot, mits: 1. de maximale oppervlakte van de vergroting niet meer bedraagt dan 10% van het betreffende platte dakvlak of de horizontale projectie van het schuine dakvlak; 2. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 1,25 maal de maximale bouwhoogte van het betreffende gebouw. 11.2
Het plaatsen van antennemasten
Het plaatsen van antenne-installaties is toegestaan indien voldaan is aan de volgende voorwaarden: a. er moet sprake zijn van site-sharing, waardoor zo min mogelijk masten nodig zijn; b. indien site-sharing niet mogelijk is, dient de noodzaak van een solitaire plaatsing te worden aangetoond; c. de mast dient bij voorkeur geplaatst te worden op bestaande hoge gebouwen, niet zijnde woongebouwen; d. de masten dienen bij voorkeur geplaatst te worden op gronden die in eigendom zijn van de gemeente; e. de bestaande natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, aardkundige en/of abiotische waarden mogen niet onevenredig worden aangetast.
Bestemmingsplan "Groot Grinsel, Den Dungen" (vastgesteld)
23
Hoofdstuk 4 Artikel 12 12.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in sub a met maximaal 10%. c. Sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 12.2
Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde in sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Sub a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
24
Bestemmingsplan "Groot Grinsel, Den Dungen" (vastgesteld)
Artikel 13
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Groot Grinsel, Den Dungen'.
Bestemmingsplan "Groot Grinsel, Den Dungen" (vastgesteld)
25
Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam +31 (0)20 506 19 99
Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400
Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl Bestemmingsplan Groot Grinsel 12-16, Den Dungen
56