CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - BOPA motivering (onderbouwing) 22 april 2025

Raadsvergadering Sint-Michielsgestel 19 juni 2025, gemeente boxtelBij agendapunt: Raadsvoorstel Bindend advies zonnepark Poeldonk28.674 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

wegen conform de eisen van het waterschap. Tevens worden op basis

f. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in Afde-

als bedoeld in de verordening. Hieraan is een zorgvuldig afwegingspro-

van de zorgvuldig bepaalde landschappelijke inpassing en inrichting in

ling 7.2 Regionaal samenwerken.

ces voorafgegaan, waarbij onderhavige locatie in de gemeentelijke visie

het in de bijlage opgenomen landschappelijke inpassingsplan land-

De ontwikkeling is regionaal afgestemd via de Regionale Energiestrate-

zonne- en windenergie als geschikte locatie voor zonne-energie naar

schapsversterkende maatregelen genomen. Op deze manier wordt er

gie. Deze wordt in de navolgende paragraaf behandeld.

voren gekomen is. Zoals voorgaand reeds gemotiveerd, wordt hierbij te-

aangesloten op het bestaande natuurnetwerk maar wordt er ook reke-

vens voldaan aan de specifieke regels, zoals gesteld in art. 5.54.

ning gehouden met het behouden en beschermen van het cultuurhisto-

g. de ontwikkeling is afgestemd met de netwerkbeheerder. De initiatiefnemer heeft in vroegtijdig stadium (principeverzoek) contact

risch open karakteristieke landschap zoals beschreven in paragraaf 5.3. 

gehad met netbeheerder Enexis. In 2021 is een aanvraag gedaan bij

de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering

Zodoende is er sprake van een evenwichtige balans tussen de verschil-

(art. 5.9);

lende lagen.

Enexis voor de projecten aan de andere kant van de Meerse Plas in ge-

De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwik-

meente 's-Hertogenbosch, waarmee we bovenaan de wachtlijst staan.

keling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief

De omgevingsvergunning wordt voor de duur van maximaal 25 jaar ver-

Door middel van cable pooling kan Poeldonk hierop worden aangeslo-

benutten van de factor tijd. De lagenbenadering omvat de effecten op:

leend. Door de getroffen maatregelen behoudt het projectgebied ook na

ten. Daarnaast zijn er vanwege de batterij die op de Den Bosch locatie

de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische

ontmanteling van de zonneweide in de toekomst voldoende waarde om

waarden;

nog andere functies op uit te kunnen voeren. In hoofdstuk 5 wordt nader

de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienet-

onderbouwd op welke manier het zonnepark effect heeft of bijdraagt op

werk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling

de volksgezondheid, veiligheid en milieu.

meegenomen wordt, mogelijkheden om gebruik te maken van de aankomende nieuwe vorm die de netbeheerders aan zullen bieden. Het zal

dan gaan om tijdsgestuurde contracten, waarbij de netbeheerder de mogelijkheid heeft om daags van tevoren hier beroep op te doen. Om zodoende netcongestie te voorkomen.

van het personen- en goederenvervoer; 

de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waar-

meerwaardecreatie (art. 5.10).

den, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op be-

Meerwaardecreatie houdt een evenwichtige benadering in van de eco-

Naast de hierboven beschreven ‘traditionele’ versie is initiatiefnemer ook

staande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid,

nomische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een

al in vergaande processen met bedrijventerrein de Brand. Deze bedrij-

veiligheid en milieu.

ontwikkeling zijn betrokken. Zoals op meerdere plaatsen in deze ruimte-

venterrein heeft een beperking op uitbreiding vanwege de netcongestie

lijke onderbouwing al is onderbouwd, hebben bij de totstandkoming van

en wil graag vergroenen. Ten tijde van de vergunningsaanvraag zijn al

Bij de uitwerking van onderhavig plan is rekening gehouden met de ef-

dit plan met name de ecologische, landschappelijke en waterhuishoud-

analyses uitgevoerd om zonne-energie en energieopslag te koppelen

fecten op deze verschillende niveaus. Naast de realisatie van de zonne-

kundige waarden een voorname rol gespeeld. Het plan draagt bij aan

weide, die bijdraagt aan de infrastructuur op het gebied van duurzame

het behoud en de versterking van het waterbergend vermogen van het

Zonneweide Poeldonk

17

gebied, uitbreiding van oppervlaktewateren en verbetering van de land-

zonne- én windenergie een plaats kunnen krijgen en gebieden waar in-

legen gebied ten zuiden van 's-Hertogenbosch. Het Bossche Broek be-

schappelijke en ecologische waarden en diversiteit. Daarnaast voorziet

passing van zonneweides is toegestaan. Een groot deel van het besluit-

staat uit twee delen. Het westelijke deel is een laaggelegen en drassig,

het plan in een maatschappelijke en daaruit voortvloeiend ook economi-

gebied ligt in laatstgenoemd gebied. Het initiatief voorziet in een combi-

open graslandgebied met verspreid staande bomen en kleine bosjes,

sche opgave, namelijk de totstandbrenging van een netwerk van vol-

natie van duurzame energievoorziening met landschappelijk-ecolo-

voornamelijk wilgen. Ook heeft het een oorspronkelijk karakter als onbe-

doende en duurzame energievoorziening met het oog op de toekomst.

gische maatregelen, waarmee de omgevingskwaliteit wordt versterkt.

bouwd graslandgebied in het zicht van de zuidelijke vestingwerken van

Al met al houdt het plan op evenwichtige wijze rekening met het aspect

Tevens heeft de ontwikkeling geen negatieve effecten op een veilige en

en ’s-Hertogenbosch. Het gebied wordt doorsneden door een aantal slo-

meerwaardecreatie.

gezonde leefomgeving.

ten en smalle wegen. Het oostelijke deel van het Bossche Broek heeft na de Tweede Wereldoorlog een andere ontwikkeling doorgemaakt,

Verder geldt voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dat deze gepaard

Ook is het initiatief passend binnen de ontwikkelingsrichting van het ge-

doordat het opnieuw is ingericht voor de landbouw. Ten noorden van de

moeten gaan met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwa-

bied op basis van de omgevingsvisie Sint-Michielsgestel (zie ook par

A2 is het gebied volgebouwd met kantoren en woonwijken, ten zuiden

liteit van het gebied of de omgeving (art. 5.11).

4.4.3 van onderhavige ruimtelijke motivering). Op basis van de visie

van de snelweg is de oude onregelmatige blokpercelering vervangen

Er is voorzien in aanzienlijke ruimte rondom de velden met panelen voor

wordt beoogd dat men in het gebied de natuur wil verbinden en het

door een rationele percelering, zijn nieuwe wegen aangelegd en nieuwe

landschappelijk inpassings- en inrichtingsmaatregelen, die passen bij de

landschap wil versterken. Doordat er in het ontwerp veel aandacht is be-

boerderijen gebouwd. De dijkjes die het gebied begrenzen, de openheid

kenmerken van het gebied. Het betreft onder meer de aanleg van bloe-

steed aan een goede landschappelijke inpassing waar ook rekening

en de wielen bij Horzik herinneren aan het natte verleden van het ge-

men- en kruidenrijk grasland, behoud en aanleg van bomen, gebiedsei-

wordt gehouden met de aanwezige flora en fauna draagt het plan bij

bied. Het westelijke deel van het gebied heeft een zichtrelatie met de

gen struweelbeplanting en verbetering van het netwerk van watergan-

aan de ontwikkelingsrichting.

zuidelijke vestingwerken van de stad en de Sint-Jan.

gesteld, welke in bijlage 1 is opgenomen. Voor een uitvoeriger omschrij-

De ontwikkeling is al met al passend binnen de ontwikkelingsrichting van

In de landschappelijke inpassing voor zonneweide Poeldonk is rekening

ving en toelichting wordt verwezen naar deze bijlage.

het gebied.

gehouden met het behoud van het open karakteristieke landschap. De

gen. Voor onderhavig initiatief is een landschappelijk inpassingsplan op-

verdeling van de huidige agrarische percelen wordt begrensd middels Artikel 5.12 Ontwikkelingsrichting

Artikel 5.44 Cultuurhistorische waarden.

slootjes welke kenmerkend zijn voor het gebied. In het ontwerp komt dit

Een omgevingsplan dat (..) een nieuwe functie of activiteit toedeelt in

Een omgevingsplan ter plaatse van cultuurhistorische waarden:

karakter eveneens naar voren en wordt het zonnepark op een groene

Landelijk gebied, bevat een onderbouwing dat die ontwikkeling past bin-

 is mede gericht op het behoud, het herstel of de duurzame ontwikke-

wijze nader ingepast in de omgeving. In hoofdstuk 3 is nader onder-

nen de ontwikkelingsrichting van het gebied.

ling van de cultuurhistorische waarden en kenmerken zoals beschre-

bouwd dat de ontwikkeling in voldoende mate rekening houdt met deze

De gemeente heeft in de visie ‘zonne- en windenergie’ onderzoek ge-

ven in de Cultuurhistorische waardenkaart;

cultuurhistorische waarden.

daan naar de verschillende mogelijkheden voor het toepassen van duur-

 stelt regels ter bescherming van de cultuurhistorische waarden en

zame energievoorzieningen binnen het gemeentelijke grondgebied. En-

kenmerken van de onderscheiden gebieden en bebouwing; en

kel het benutten van daken en potentieel te benutten andere locaties in

 houdt bij de toedeling van functies en activiteiten rekening met de

Voorliggend plan past binnen de regelgeving, ambities en doelstellingen

bestaand stedelijk gebied voldoet hiervoor niet. Daarom is in deze visie

aanwezige cultuurhistorische waarden en kenmerken en betrekt

van de provincie Noord-Brabant. Er wordt voldaan aan de voorwaarden

daarbij de mogelijkheden om die waarden te versterken.

voor de realisatie van zonneweides, zoals beschreven in artikel 5.54 en

onderzoek gedaan naar welke gebieden in het Landelijk gebied (onder

Conclusie

voorwaarden) voor deze functie kunnen worden ingezet en waar deze

De planlocatie is aan de hand van de cultuurhistorische waardenkaart

aan de algemene basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van

functie dus passend zou kunnen zijn. Dit heeft geresulteerd in gebieden,

van de provincie Noord-Brabant gelegen in een cultuurhistorische waar-

functies.

waar wind- en zonne-energie worden uitgesloten, in gebieden waar

den gebied, namelijk Bossche Broek. Het Bossche Broek is een laagge-

Zonneweide Poeldonk

18

4.3

Verhouding tot regionaal beleid

Conclusie

4.3.1

RES 1.0 Noord-Brabant

De ontwikkeling is in overeenstemming met de RES 1.0.

In het Klimaatakkoord, gepubliceerd op 28 juni 2019, is afgesproken dat 30 energieregio's in Nederland onderzoeken hoe en waar duurzame energie het best opgewekt kan worden. Dit wordt het Nationaal Programma Regionale Energiestrategie genoemd. Op basis van het onderzoek wordt per regio een Regionale Energiestrategie (RES) vastgelegd. De RES is een doorvertaling van het Parijs-akkoord en Klimaatakkoord naar een regionaal niveau. De gemeentes in de regio Noordoost Brabant hebben samen met de provincie Noord-Brabant, de netbeheerder

Poeldonk

en de Waterschappen Aa en Maas en De Dommel toegewerkt naar de Concept-RES Noordoost Brabant (RES NOB). Hierin beschrijft de regio de contouren van de strategie voor besparing, grootschalige opwek van duurzame energie en de warmtetransitie. De energieopgave voor de regio Noordoost Brabant is minimaal 1,6 TWh hernieuwbare elektriciteit. Hiermee draagt de regio bij aan 4,3% van de totale landelijke opgave (35 TWh). De regio beoogt zonne- en windenergie als de voornaamste methoden het doel voor de opwekking van energie te verwezenlijken. Voor beide hernieuwbare bronnen zijn zoekgebieden aangewezen, waarin zonne- en windenergie mogelijk is. Doorwerking projectgebied Voorliggend plan is op de zoekgebieden Zonne-energiekaart van de RES NOB gelegen in een gebied aangewezen als zowel gemeentelijk zoekgebied voor zon op land als voor technische potentie voor zon op land. Figuur 10 geeft deze kaart weer. De zonneweide draagt en met ca. 7,5 ha. aan zonnepanelen en een vermogen van ca. 10.000 MWh/jaar bij aan de regionale doelstellingen om te komen tot minimaal 1,5 TWh duurzaam opgewekte elektrische energie. De zonneweide wordt op een

Figuur 10: Zoekgebieden Zonne-energie RES NOB

landschappelijke manier ingepast met oog voor ontwikkeling van flora en fauna.

Zonneweide Poeldonk

19

4.4

Verhouding tot gemeentelijk beleid

Doorwerking plangebied

reeds ingerichte openbare ruimte (inclusief een bestaand bomenbe-

4.4.1

Visie zonne- en windenergie

De zonneweide past binnen de gestelde kaders van de visie ‘zonne- en

stand) heeft te boom voorrang op zonnepanelen. Met andere woorden:

Op 17 december 2020 is de Visie zonne- en windenergie door de ge-

windenergie’ voor het aanleggen van een zonnepark op de gestelde lo-

bij de plaatsing van zonnepanelen zal de initiatiefnemer rekening moe-

meenteraad vastgesteld en is in een motie bepaald dat een tender voor

catie. Voorwaarde is dat de zonneweide landschappelijk wordt ingepast

ten houden met de aanwezigheid van de bestaande bomen (en dat

10 hectare zonneparken wordt opengesteld. Deze tender is inmiddels

en ruimtelijke kwaliteit toevoegt. Zoals voorgaand in deze ruimtelijke mo-

deze nog verder kunnen groeien). Als blijkt dat door de aanwezigheid

gesloten. Sint-Michielsgestel nam in deze tender in eerste instantie al-

tivering reeds is onderbouwd, is dat in onderhavig geval zorgvuldig en

van de bomen het rendement vermindert of niet voldoende is, zal de ini-

leen initiatieven uit trede 2 in behandeling. Als de beschikbare 10 hec-

doordacht gebeurd.

tiatiefnemer zelf de afweging moeten maken of het plaatsen zinvol is.

teit bezitten, komen de hoogst scorende initiatieven in trede 3 in aan-

Centraal staat dat het initiatief:

Doorwerking plangebied

merking. Inmiddels is gebleken dat de initiatieven uit trede 2 onvol-

is afgestemd met de omgeving (participatie), zie hoofdstuk 6;

Binnen het initiatief zullen er geen bomen worden gekapt voor het reali-

doende kwaliteit beschikken. In de visie is door middel van 6 stappen de

passend is bij de maat en schaal van het landschap;

seren van het zonnepark. Het zonnepark zal landschappelijk worden in-

beoordeling van initiatieven beschreven. Bij die beoordeling wordt ge-

het laadvermogen (draagkracht) van het landschap niet overschrijdt,

gepast in de huidige omgeving waarbij rekening wordt gehouden met de

doordat veel ruimte wordt behouden voor landschappelijke inpas-

aanwezigheid van bestaande bomen. Het planvoornemen is daarom in

sing, waterberging en ecologische verbetering;

lijn met het Bomenbeleidsplan van de gemeente Sint-Michielsgestel.

tare niet wordt benut of als de initiatieven uit trede 2 onvoldoende kwali-

toetst op: 1. de borging van de ruimtelijke kwaliteit van het zonnepark; 2. welke manier de omgeving participeert in het project;

de kernkwaliteiten van de locatie niet aantast en de zichtbaarheid

3. toename van de biodiversiteit op en direct nabij de projectlocatie;

beperkt, onder meer door voldoende zichtlijnen te behouden, aan te

4.4.3

4. de maatschappelijke kosten voor inpassing op het elektriciteitsnet-

sluiten op de bestaande landschappelijke structuren en door de be-

De gemeente Sint-Michielgestel is in 2021 gestart met het opstellen van

perkte waarde die het huidige agrarische landschap kent;

haar omgevingsvisie. In deze omgevingsvisie staat de vraag ‘Hoe ziet

nieuwe kwaliteiten toevoegt, waaronder in ieder geval een verster-

de gemeente Sint-Michielsgestel eruit in 2040’ centraal. De omgevings-

king van de biodiversiteit, meer ruimte voor waterberging en land-

visie gaat over de kwaliteiten, de groene omgeving en de leefbaarheid

schappelijke meerwaarde.

van Sint-Michielsgestel. Maar ook over nieuwe ontwikkelingen zoals wo-

werk; 5. invulling van de waterbergingsfunctie in een gebied met een waterbergingsopgave (indien relevant); 6. toename van de recreatieve en toeristische waarde.

Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel

ningbouw, bereikbaarheid en duurzame energie. De omgevingsvisie is Gekeken naar het afwegingskader zoals opgenomen in het visie stuk

Zie hierover nader hoofdstuk 3, bijlage 1 en par. 4.2.2 van deze ruimte-

samen met de gemeente, inwoners, ondernemers, (maatschappelijke)

wordt er dus gekeken naar ruimtelijke afweegbaarheid, voorkeursgebie-

lijke motivering.

organisaties, verenigingen, deskundigen en belanghebbenden tot stand

den, gebied specifieke randvoorwaarden vanuit de interim verordening

gekomen. Aan de hand van een veelvuldig participatietraject zijn ideeën

van de provincie, voorrangsprincipes (tredes) en mogelijke uitsluitings-

4.4.2

Bomenbeleidsplan Sint-Michielsgestel 2020-2030

verzameld die in de ontwerp omgevingsvisie zijn meegenomen. Dit ont-

gebieden. Daarnaast wordt ook nog ingegaan op maatschappelijke

Het bomenbeleidsplan is vastgesteld op 10 september 2020 en geeft de

werp heeft tot en met 4 maart 2024 ter inzage gelegen en is op 22 no-

meerwaarde, als; meervoudig ruimtegebruik, bijdrage aan maatschap-

visie van Sint-Michielsgestel op bomen. Hierin worden de randvoorwaar-

vember 2024 vastgesteld.

pelijke doelen, lokaal eigendom. Verderop is de visie wordt dieper inge-

den aangegeven en wordt er samenhang aangebracht door afstemming

gaan op communicatie en participatie en hoe de inwoners bij het initia-

van diverse beleidsonderdelen, zo ook voor bomen en zonnepanelen.

De Omgevingsvisie bestaat uit vier hoofdthema’s:

tief te betrekken.

De gemeente stimuleert duurzame initiatieven zoals het opwekken van

1. Aangenaam leven;

duurzame energie, maar geeft aan dat dit geen zin heeft als andere

2. Verbindend netwerk;

duurzame elementen daarmee worden verwijderd. Op locaties met een

3. Krachtige economie; 4. Inclusieve duurzaamheid.

Zonneweide Poeldonk

20

Per thema wordt in de visie omschreven hoe de gemeente hier mee om

gaan op de waterhuishoudkundige opgave in het gebied. Op deze ma-

wil gaan. Dit doen ze door elk thema onder te verdelen in dromen, ambi-

nier worden er verschillende opgaves vervuld en draagt het planvoorne-

ties en scenario’s. Dit alles vertaald zich door in de omgevingsvisie

men bij aan meervoudig ruimtegebruik van de locatie.

waarin alles samen komt. Het planvoornemen zal daarnaast een significante bijdrage leveren aan De gemeente heeft de ambitie gesteld om in 2040 klimaatneutraal te

de maatschappelijke doelstellingen die voor de energietransitie naar

zijn: ‘’Bestaande woningen en bedrijfspanden zijn door isolatie en aan-

duurzame vormen van energie gelden. Ook wordt er gestreefd naar 50%

sluitingen op het elektriciteitsnet grotendeels van het aardgas af. Er is

lokaal eigendoom, waardoor er voor omwonenden mogelijkheid is om te

meer ruimte voor duurzame energieopwekking en er zijn alternatieve

participeren.

bronnen voor warmte. We stimuleren onze inwoners om duurzamer te wonen en te leven, we betrekken ze bij initiatieven en we communiceren

4.4.4

Conclusie

waar ze terecht kunnen voor informatie hierover. Een aandachtspunt

Voorliggend plan past binnen de regelgeving, ambities en doelstellingen

hierbij is dat de energietransitie voor onze inwoners haalbaar en betaal-

van de gemeente Sint-Michielsgestel.

baar is.’’ In een van de scenario’s wordt onder inclusieve duurzaamheid gesteld dat er naast zonnepanelen op daken ruimte in het buitengebied nabij de dorpskernen is voor zonne-energie op land. Dit passend bij de dorpse schaal en gecombineerd met andere functies, zoals versterking van de groenblauwe netwerken, landbouw en recreatie. Ook kan zonne-energie worden toegepast als onderdeel van en aansluitend bij grootschalige infrastructuur. De N279 en de zone ten zuiden van de Zuid-Willemsvaart en het Maximakanaal komen hiervoor in aanmerking. Deze zonnevelden worden gecombineerd met bijvoorbeeld waterberging, natuur, biodiversiteit (meervoudig ruimtegebruik). Doorwerking plangebied De beoogde planlocatie is gelegen op een aantal percelen welke met de noordzijde grenzen aan de Zuid-Willemsvaart. Zoals ook reeds in hoofdstuk 3 is beschreven zal het zonnepark landschappelijk worden ingepast waarbij rekening wordt gehouden met de diverse natuurwaarden die reeds in het gebied aanwezig zijn. Ook zal het zonnepark rekening houden met de opgave voor waterberging. In paragraaf 5.16 wordt inge-

Zonneweide Poeldonk

21

5

Milieuaspecten in de fysieke leefomgeving

5.1

Milieueffectrapportage (m.e.r.)

5.1.1

Toetsingskader

Onderdeel van de beoordeling of een aanvraag om een buitenplanse omgevingsplanactiviteit volledig is, is een toets aan de regels over een milieueffectrapportage op basis van paragraaf 16.4.2 van de Omgevingswet en afdeling 11.2 van het Omgevingsbesluit. Of een besluit over een project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig is, wordt bepaald op basis van bijlage V bij het Omgevingsbesluit, in samenhang met de artikelen 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit. Bijlage V bij het Omgevingsbesluit heeft als ingang (eerste kolom) de omschrijving van projecten waarvoor een m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt. In kolom 4 zijn de besluiten opgenomen waarvoor de m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt. Het gaat dan om besluiten waarmee de toestemming voor het project wordt verleend. In dit geval is dat de omgevingsvergunning. Daarnaast kan de m.e.r.-(beoordelings)plicht nog gelden voor enkele bijzondere besluiten uit andere wetten, zoals de vergunning op basis van de Kernenergiewet. Of er voor het besluit een m.e.r.-plicht of een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt, volgt uit de tweede en derde kolom. Als het project voldoet aan de voorwaarden van kolom 2, geldt een m.e.r.-plicht. Anders geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht, tenzij ook in kolom 3 nog voorwaarden staan.

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie zijn verkre-

5.2

Bodem

gen.

5.2.1

Toetsingskader

Het omgevingsplan bevat de waarden voor de toelaatbare kwaliteit van Een initiatiefnemer die voornemens is een project uit te voeren deelt dit

de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bo-

voornemen zo spoedig mogelijk mee aan het bevoegd gezag (artikel

demgevoelige locatie (par. 5.1.4.5 Bkl). Het gaat daarbij om een gebouw

16.45 Omgevingswet). Deze mededeling kan plaatsvinden door middel

of een deel van een gebouw dat de bodem raakt en waar personen

van een aanmeldnotitie.

meer dan twee uur per dag aaneengesloten aanwezig zullen zijn. Ook de aangrenzende tuin of perceel maakt hier onderdeel van uit. Bij het

5.1.2

Onderzoek

bepalen van de waarden voor de toelaatbare kwaliteit houdt de ge-

Op basis van het Omgevingsbesluit kan een zonnepark (mogelijk) wor-

meente rekening met de interventiewaar-den voor de verschillende stof-

den beschouwd als een:

fen en neemt de gemeente de grenswaarden in acht. Bij overschrijding

Stedelijk ontwikkelingsproject;

van de toelaatbare kwaliteit kan alleen gebouwd worden als de door de

Landinrichtingsproject;

gemeente voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen.

In bijlage V van het Omgevingsbesluit is onder categorie C. ‘Energie-Industrie’ een zonnepark niet opgenomen als m.e.r. plichtig.

Daarnaast is in het omgevingsplan de landbodem in verband met grond-

Als aanvulling op bijlage V van het omgevingsbesluit geldt 16.36 (lid 1

verzet in de bodemfunctieklassen landbouw/natuur, wonen en industrie

en 2) van de Omgevingswet waarin wordt aangegeven dat als de ge-

ingedeeld, rekening houdend met de functie van de locatie. Ook kunnen

meente beleid heeft waarin ze ontwikkelingen opnemen die m.e.r.-(be-

in het omgevingsplan bodembeheergebieden zijn aangewezen.

oordelings)plichtig zijn. 5.2.2

Onderzoek

Op basis van de jurisprudentie (zie onder meer de uitspraak ABRvS 14

Een zonneweide betreft geen gebouw en valt derhalve niet onder het

augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2770) is vastgesteld dat de realisa-

bereik van artikel 5.89 lid g van het Bkl. Het betreft ook geen bodemge-

tie van een zonnepark geen stedelijk ontwikkelingsproject noch een

voelige locatie zoals bedoeld in artikel 5.89 sub h Bkl. Verder betreft een

landinrichtingsproject betreft. Op basis hiervan is er geen sprake van

zonneweide ook geen bodembedreigende functie. Voor de realisatie van

een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit.

de zonnepanelen is er slechts zeer beperkt sprake van bodemroerende werkzaamheden. Dit geldt niet voor het landschappelijk inpassen van

Of een project, die voorkomt in Bijlage V bij het Omgevingsbesluit, aanzienlijke milieueffecten heeft, wordt beoordeeld door het bevoegd ge-

5.1.3

Conclusie

Er is geen sprake van een m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht.

het gehele zonnepark omdat er sprake zal zijn van enkele graafwerkzaamheden voor bijvoorbeeld plas-dras gebieden. Derhalve is er een

zag. Bij de beoordeling houdt het bevoegd gezag rekening met:

vooronderzoek bodem uitgevoerd om de huidige situatie van de bodem

a. de relevante criteria van bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn;

(nulsituatie) in beeld te brengen. Dit onderzoek is opgenomen in de bij-

b. voor zover relevant: de resultaten van eerder uitgevoerde controles

lagen.

of andere beoordelingen van milieueffecten die op grond van verordeningen, richtlijnen en besluiten als bedoeld in artikel 288 van het

Zonneweide Poeldonk

22

Vooronderzoek

Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek wordt de

5.3

Cultuurhistorie

Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek is de on-

deellocatie van de voormalige boomgaard als “verdacht” beschouwd op

5.3.1

Toetsingskader

derzoekslocatie grotendeels als “onverdacht” beschouwd op het voorko-

het voorkomen van bodemverontreiniging met organochloorbestrijdings-

De regelgeving over het behoud en beheer van cultureel erfgoed is

men van bodemverontreiniging. Centraal is de locatie ter plaatse van

middelen (OCB). Bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) is

sinds 2016 ondergebracht in de Erfgoedwet. Samen met de Erfgoedwet

perceelnummer 72 verdacht op OCB. Op deze deellocatie heeft van

een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 op deze deel-

maakt de Omgevingswet een integrale bescherming van ons cultureel

1978 tot en met 1984 een boomgaard gestaan. Boomgaarden van voor

locatie noodzakelijk geacht.

erfgoed mogelijk. Provincies en gemeenten moeten in het omgevingsplan rekening houden met het belang en behoud van cultureel erfgoed

eind jaren ‘80 zijn verdacht op het gebruik van OCB. De planlocatie is daarmee op te delen in twee gebieden, zoals weergegeven in figuur 11.

Verkennend bodemonderzoek

en werelderfgoed. Dit gebeurt door inventariseren en analyseren van

Gelet op de resultaten van het voornoemde vooronderzoek, is in het ka-

het erfgoed dat binnen de provinciale- of gemeentegrenzen aanwezig is.

der van de BOPA-procedure een verkennend bodemonderzoek conform

Voor de provincie Noord-Brabant zijn deze stukken door vertaald in de

de NEN 5740 ter plaatse van de voormalige boomgaard uitgevoerd. De

‘Cultuurhistorische Waardenkaart herziening 2024’.

volledige rapportage is opgenomen in de bijlagen. Hierna worden de conclusies beschreven.

Op basis daarvan wordt een toereikend beschermingsregime in het omgevingsplan opgenomen.

Het verkennend bodemonderzoek richt zich op de mogelijke aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen. Tijdens de veldinspectie op de locatie

Cultureel erfgoed als onderdeel van de fysieke leefomgeving bestaat uit

zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van

vijf elementen: roerend of immaterieel cultureel erfgoed, cultuurland-

bodemverontreiniging of bronnen van verontreiniging. In het opgeboorde

schappen, archeologische monumenten, gebouwde monumenten en

bodemmateriaal zijn zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen.

stads- en dorpsgezichten.

Uit de analyseresultaten blijkt dat in de onderzochte toplaag geen over-

Middels een omgevingsplan dienen provincies en gemeenten cultureel

schrijdingen van de interventiewaarde zijn aangetoond.

erfgoed te beschermen. De primaire vraag daarbij is welke elementen van cultureel erfgoed (of werelderfgoed) bevinden zich binnen de pro-

De resultaten van dit bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het

vinciale- of gemeentegrenzen of direct daarbuiten, en wat wil men (of

uitvoeren van een nader bodemonderzoek. De milieuhygiënische condi-

moet men) daarvan beschermen? Daarbij wordt rekening gehouden met

tie van de bodem vormt geen belemmering voor de buitenplanse omge-

de instructieregels in de artikelen 5.130 en 5.131 van het Besluit kwali-

vingsplanactiviteit (BOPA) en ten behoeve van de voorgenomen aanleg

teit leefomgeving (Bkl) en de algemene regels uit hoofdstuk 13 en 14

van een zonneweide.

van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) (rijksmonumenten en werelderfgoed).

Figuur 11: Plangebied met de voormalige boomgaard (verdachte deellocatie) zwart gearceerd

5.2.3

Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek kan het

De bodemkwaliteit is in voldoende mate onderzoek en vormt geen be-

Provincies en gemeenten worden daarbij ondersteund door specialisten

plangebied, met uitzondering van de voormalige boomgaard, als ‘’onver-

lemmering voor de realisatie van een zonneweide in het projectgebied.

van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en het ministerie

Conclusie

dacht’’ worden beschouwd op het voorkomen van bodemverontreini-

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Deze ministeries wer-

ging.

ken mee met de totstandkoming van de wet en de bijbehorende regels,

Zonneweide Poeldonk

23

zijn betrokken bij het opstellen van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

wijk Zuid gebouwd, waardoor het plangebied en omgeving fysiek en vi-

en ontwikkelen kennis en informatie voor medeoverheden.

sueel van ’s-Hertogenbosch werden losgekoppeld. Toen in de jaren 70 de Meerse Plas werd aangelegd met de bomenrand, werd het zicht nog

Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit activiteiten leefom-

meer beperkt. De kleinschalige strookvormige percelering komt meer

geving (Bal) en de provinciale/gemeentelijke omgevingsplannen samen

voor in het westelijke deel van het Bossche Broek, en de dijken met de

bevatten wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel

wielen maken wel deel uit van het omringende landschap, maar liggen

erfgoed en archeologie in Nederland. Het is op basis hiervan verplicht

buiten de grenzen van het onderzoeksgebied. Het open landschap is

de vijf elementen van cultureel erfgoed mee te nemen in de belangenaf-

daarentegen nog wel van toepassing.

weging. Ook in de specifieke beschrijving van de cultuurhistorische waarden5.3.2

Onderzoek

kaart wordt dit vermeld. Het westelijke deel van het Bossche Broek is

Het projectgebied is gelegen in een cultuurhistorisch waardevol gebied

beter intact gebleven dan het oostelijke deel, waar alleen de dijken met

waarin voornamelijk de openheid van belang is. Er is daarom een cul-

wielen en de openheid van het gebied nog herinneren aan het natte ver-

tuurhistorisch onderzoek uitgevoerd waarin is gekeken of de cultuurhis-

leden. Door de ruilverkaveling en de aanleg van de A2 (waarbij ook de

torische waarden in het plangebied worden aangetast. Hierbij is vooral

Meerse plas is ontstaan) zijn veel cultuurhistorische waarden in het oos-

gekeken naar de historisch-landschappelijke ontwikkeling en op de nu

telijke deel verloren gegaan.

Tabel 1 Waarderingstabel (de totaalscore komt uit op 3, aldus een middenscore)

aanwezige cultuurhistorische kwaliteiten van het onderzoeksgebied. Het volledige rapport is opgenomen in de bijlage. Navolgend worden de be-

In het rapport zijn de aanwezige cultuurhistorische elementen en gebie-

langrijkste conclusies beschreven.

den in en rondom het onderzoeksgebied aangegeven. De meeste wegen zijn verdwenen door de ruilverkaveling, en is alleen de dijk met wie-

Cultuurhistorische kwaliteiten

len ten oosten van het onderzoeksgebied aanwezig als infrastructureel

Op de cultuurhistorische waardenkaart van Noord-Brabant is het hele

relict. Verder is er nog een aantal historische huisplaatsen die al op de

gebied van het Bossche Broek aangewezen als cultuurhistorisch waar-

minuutplan van 1832 voorkwamen en is ook de al verdwenen tramlijn in-

devol. De genoemde waarden zijn het open landschap, de zichtlijnen op

getekend. Tot slot is de contour opgenomen van het gebied dat op de

de historische kern van ’s-Hertogenbosch, de dijken en dijkrestanten, de

provinciale cultuurhistorische waardenkaart als waardevol wordt aange-

kleinschalige strookvormige percelering in het westelijke deel, en de

merkt.

Impact van de plannen De vraag is nu of de aanleg van deze zonneweide onevenredig veel impact op de aanwezige cultuurhistorische waarden heeft. In het rapport wordt betoogd dat dat niet het geval is. De bouw van de zonneweide heeft geen invloed op de dijken, wielen, en dus de oorspronkelijke infrastructuur van het gebied. De enige waarde die door de aanleg aangetast zou kunnen worden, is de openheid van het landschap van het Bossche Broek. Echter, omdat in de jaren 70 door de aanleg van de A2 de Meerse Plas is aangelegd met beplanting aan de kant van het plangebied, zal deze ingreep maar beperkte impact hebben op de zichtlijnen

wielen bij Horzik en de Pettelaar. De ruilverkaveling als zodanig wordt niet als waardevolle fase van de geschiedenis aangeduid, en de ruilver-

Fysieke relicten zijn in het onderzoeksgebied beperkt aanwezig. Daarom

kaveling komt evenmin voor als waardevol gebied in de inventarisatie

is gekozen om geen objecten te waarderen, maar het onderzoeksgebied

van waardevolle ruilverkavelingen uit de periode 1940-1965 door de

als geheel in zijn context. Zie hiervoor navolgende tabel.

vanaf de Poeldonkse Dijk. Immers: het zicht wordt nu al geblokkeerd, en die blokkade verschuift dan alleen iets naar voren. Bovendien ligt de dijk hoger dan het maaiveld, al is de impact daarvan beperkt omdat het om een grote afstand gaat. Ook vanaf de dijk ten noorden van het plange-

RCE.

bied wordt de zichtlijn niet zodanig verstoord dat het open karakter van Niet al deze waarden zijn echter van toepassing op het onderzoeksgebied. Zo werd in de late jaren vijftig en vroege jaren zestig de Bossche

Zonneweide Poeldonk

24

het gebied zou verdwijnen. Daarnaast is er een landschappelijk inpas-

van de Monumentenwet die van toepassing waren op de fysieke leefom-

Kijkend naar de aard en omvang van de ingrepen zal de effectieve ver-

singsplan gemaakt waarbij de verkavelingsstructuur wordt behouden

geving zijn overgegaan naar de Omgevingswet.

storing door het plaatsen van de ‘palen’ op de ondergrond dermate be-

doormiddel van sloten en een groenstructuur die de kavelranden volgen.

perkt zijn dat een onderzoek hier niet proportioneel is. Uiteraard heeft dit

Rondom de zonneweiden wil de opdrachtgever een struweelrand plaat-

De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erf-

advies alleen betrekking op de archeologische component en niet op de

sen zodat de zonnepanelen aan het zicht ontnomen worden. Volgens de

goedwet is het verdrag van Valletta (ook wel het verdrag van Malta). De

landschappelijke effecten of andere omgevingsfactoren.

plannen moeten die 3 tot 4 meter hoog worden, 7.5 meter breed aan de

bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in

oost- en zuidzijde en 2.5 meter breed aan de noord- en westzijde. Ech-

situ, dus in de grond, te behouden. Dankzij het principe van “de ver-

5.4.3

ter, omdat de dijk in het noorden nog steeds hoger is dan de geplande

stoorder betaalt” uit het verdrag van Valletta worden meer archeolo-

Gelet op het advies vanuit de gemeente kan er worden gesteld dat er

struweelrand wordt hier het zicht richting het zuidelijkere deel van het

gische resten in situ behouden. Indien ruimtelijke ontwikkelingen plaats-

vanuit het aspect ‘archeologie’ sprake is van een evenwichtige toedeling

Bossche Broek niet of weinig beperkt. Dit is gebaseerd van de recon-

vinden dient te worden beoordeeld of archeologische waarden in het ge-

van functies aan locaties.

structie zoals die door de initiatiefnemer is gemaakt. Als in de praktijk

ding raken.

blijkt dat de structuur aanmerkelijk hoger is dan hier is verbeeld, dan is een aanpassing alsnog wenselijk.

5.4.2

Onderzoek

5.5

Conclusie

Activiteiten en milieuzonering

De onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van

Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ar-

Aanbevelingen

de gemeente Sint-Michielsgestel (2009) in een zone met een lage ar-

tikel 4.2 Omgevingswet) is het van belang dat activiteiten met gebruiks-

Ten aanzien van het al aanwezige opgaande groen rond de Meerse

cheologische verwachting. Voor deze verwachtingszone geldt een on-

ruimte en milieugevoelige activiteiten worden toebedeeld in de fysieke

Plas die aan het gebied grenst wordt gesteld dat het cultuurhistorisch ar-

derzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan

leefomgeving. Dit kan in hoofdzaak op twee manieren:

gument de aanleg van de zonneweide niet in de weg staat. De aantas-

10.000 m2 ha en dieper dan 50 cm beneden maaiveld. Volgens het Be-

1.

ting van de belangrijkste kwaliteiten van dit gebied, oftewel de openheid,

stemmingsplan Buitengebied Sint-Michielsgestel (2013) geldt de ge-

zijn niet groot genoeg om van een onevenredige aantasting te spreken.

biedsaanduiding Archeologische Verwachtingswaarde 2. Voor deze

Daarbij wordt er wel vanuit gegaan dat de beplanting zo wordt uitge-

zone geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een opper-

menging van milieugevoelige en milieubelastende functies waar het kan en gewenst is;

2.

scheiding van milieugevoelige en milieubelastende functies waar het moet.

voerd als er in de plannen beschreven staat zodat de zichtlijnen over de

vlakte groter dan 10.000 m2 en een verstoringsdiepte vanaf 50 cm be-

Op deze manier wordt zowel voor ruimte voor bedrijvigheid gezorgd als

zonneweide naar de rand met opgaand groen rond de Meerse Plas niet

neden maaiveld.

voor het behoud van bescherming van de woon- en leefomgeving.

beperkt worden. Uit het ontwerp blijkt dat er 2844 rampalen de grond in zullen gaan. 5.3.3

Conclusie

Ruim genomen kan er uitgegaan worden van ca. 0.04 m² per paal. Hier-

De ontwikkeling levert geen onevenredige aantasting van cultuurhistori-

door kom je op een verstoringsoppervlak van slechts 113,76 m². De

sche waarden op.

grondroering is hiermee gering waardoor archeologisch onderzoek uit-

5.4

Archeologie

5.4.1

Toetsingskader

De bescherming van archeologisch erfgoed in Nederland is vastgelegd in de Erfgoedwet, die op 1 juli 2016 in werking is getreden. Onderdelen

gesloten kan worden. Er heeft daarom dan ook met de gemeente over-

5.5.1

Het is van belang dat activiteiten met gebruiksruimte en milieugevoelige functies in evenwicht tot elkaar locaties krijgen toegedeeld in de fysieke leefomgeving. Dit kan in hoofdzaak op twee manieren: 1.

geen archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Dit is gebaseerd op het

Menging van milieugevoelige en milieubelastende functies waar het kan én gewenst is.

leg plaatsgevonden, waarvan de correspondentie is opgenomen in de bijlagen. Zij hebben aangegeven aan te sluiten bij de conclusie dat er

Toetsingskader

2.

Scheiding van milieugevoelige en milieubelastende functies waar het moet.

feit dat de lage archeologische verwachting in dit gebied pas een onderzoek vereist bij ingrepen groter dan10.000m2 en dieper dan 50cm -mv.

Zonneweide Poeldonk

25

Op deze manier wordt zowel voor ruimte voor bedrijvigheid gezorgd als

code (SBI-code) en de daarbij behorende richtafstanden. In plaats daar-

Het projectgebied is gelegen ten zuiden van bedrijventerrein ‘De Brand’,

voor het behoud van bescherming van de woon- en leefomgeving.

van wordt getoetst aan concrete, juridisch bindende milieuwaarden voor

met daartussen nog Zuid-Willemsvaart en de N279. In de directe omge-

geluid en geur. De systematiek drijft op inwaartse zonering op basis van

ving van het gebied is weinig bebouwing aanwezig. De meest dichtbij

Daarbij moet worden voldoen aan de instructieregels uit het Besluit

geluid en geur. Bij de meeste activiteiten is geluid het maatgevende as-

gelegen woning ligt ten zuidoosten van het plangebied aan de

Kwaliteit leefomgeving (Bkl) ten aanzien van geluid, geur en trilling door

pect, slechts een enkele activiteit is geurrelevant. De specifieke regels

Poeldonksedijk 7A, op een afstand van circa 117 meter. Ten oosten van

activiteiten. Met als gevolg dat milieunormering in het omgevingsplan

voor geluid en geur in de handreiking ‘Activiteiten en milieuzone-ring’

het projectgebied zijn enkele woningen gesitueerd. Ook deze liggen op

plaatsvindt om tot een evenwichtige toedeling van milieugevoelige en

gelden aanvullend op de standaard gebiedsgerichte regels in het omge-

ruime afstand, namelijk ten minste 154 meter.

milieubelastende functies te komen. Deze milieunormen voor activiteiten

vingsplan van gemeenten.

met gebruiksruimte (gebiedsgerichte regels) beogen de gebruiksruimte van een activiteit specifiek te begrenzen, zodat die activiteit op een spe-

5.5.2

Onderzoek

cifieke locatie kan worden verricht zonder onaanvaardbare gevolgen

In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties

voor een milieugevoelige functie in dat gebied. De term ‘activiteiten met

dient onderzocht te worden of er sprake is van een aanvaardbaar woon-

gebruiksruimte’ kan dus ook worden gebruikt voor activiteiten die het mi-

en leefklimaat bij het projectgebied.

lieu belasten, maar niet specifiek zijn aangewezen in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). De term is dus ruimer dan de veelgebruikte

Het beoogde zonnepark betreft geen milieugevoelige functie. Omlig-

term ‘milieubelastende activiteiten’.

gende milieubelastende bedrijven vormen daarmee geen belemmering voor het oprichten van een zonnepark waardoor een toets aan de omlig-

Het uitgangspunt is dat alle activiteiten met gebruiksruimte in meer of

gende milieubelastende bestemmingen achterwegen worden gelaten.

mindere mate milieu gerelateerde gebruiksruimte nodig hebben en dus belastend kunnen zijn. Alleen het wonen is hiervan uitgezonderd. Dat

Ook dient te worden onderzocht, of het woon- en leefklimaat ter plaatse

betekent dat wanneer het om wonen gaat, het niet nodig is om specifiek

van omliggende woningen (milieugevoelige functies) niet onevenredig

te kijken naar de impact op het milieu bij het bepalen van de ruimte die

wordt aangetast als gevolg van het zonnepark. Daarom dient te worden

voor deze activiteit nodig is. Wel is wonen een milieugevoelige functie,

getoetst of in de omgeving van het projectgebied functies voorkomen

net als o.a. onderwijs en gezondheidszorg. Bij een ontwikkeling die ziet

die een belemmering kunnen vormen voor de nieuwe ontwikkeling. Ten

op een milieugevoelige functie is het dus noodzakelijk te bepalen of er

aanzien van de zonnepanelen zelf kan redelijkerwijs worden gesteld, dat

sprake is van een aanvaardbare woon- en leefomgeving.

geen milieuhinder (geluid, geur of stof) te verwachten is. Voor de bijbehorende transformators kan enige geluidproductie overdag worden ver-

Handreiking ‘Activiteiten en milieuzonering’

wacht. Een zonneweide met een verwachte opwekking van circa 10.000

De handreiking ‘Activiteiten en milieuzonering’ van de VNG biedt onder

MWh energie valt volgens de VNG- publicatie “Activiteiten en milieuzo-

de Omgevingswet een nieuwe systematiek van milieuzonering en ver-

nering”, editie 2024 onder geluidruimte zone 1 (SBI 35). Ten opzichte

De geluidbelasting op de woningen zal gelet op deze afstand dan ook

vangt daarmee de publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ onder de

van de woningen bevindt de zonneweide zich in de zone geluid beperkt.

lager zijn dan 45 dB(A). De transformatoren zijn verder alleen actief als

oude wetgeving. De nieuwe systematiek omvat geen koppeling meer

Dit betekent dat het geluid op de gevel als gevolg van de zonneweide

er zon is. ’s-Nachts zal er daarom geen geluidproductie plaatsvinden.

van activiteiten aan milieucategorieën per Standaard Bedrijfsindeling

niet meer mag zijn dan 45 dB(A).

Van geluidsoverlast afkomstig van de transformatoren zal daarom geen

Zonneweide Poeldonk

Figuur 12 Afstanden van projectgebied (rood omlijnd) tot omliggende woningen

26

sprake zijn. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies

en netbeheerders gezonden inzake de gezondheidsrisico’s van mag-

omliggende woningen geen verslechtering plaatsvinden van het woon-

aan locaties.

neetvelden1. De kern van het herijkte voorzorgbeleid voor magneetvel-

en leefklimaat.

den is dat met de netbeheerders is afgesproken dat deze bronmaatre5.5.3

Conclusie

gelen gaan treffen om de sterkte en grootte van magneetvelden zo veel

5.6.3

De realisatie van de ontwikkeling levert geen onevenredige aantasting

mogelijk te beperken. Het beleidsadvies is erop gericht om zoveel als re-

Vanuit het milieuaspect elektromagnetische straling is er sprake van een

van het woon- en leefklimaat in de omgeving op. Vanuit het milieuaspect

delijkerwijs mogelijk te voorkomen dat mensen langdurig worden bloot-

evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

activiteiten en milieuzonering is er sprake van een evenwichtige toede-

gesteld aan magneetvelden die afkomstig zijn van elektriciteitsinfrastruc-

ling van functies aan locaties.

tuur en die gemiddeld over een jaar sterker zijn dan 0,4 microtesla2. De

5.6

Elektromagnetische straling

5.6.1

Toetsingskader

Elektromagnetische velden Magnetische velden ontstaan bij het transport en het gebruik van elektriciteit/stroom. Voorbeelden van voorzieningen die zorgen voor elektromagnetische velden zijn antennes, hoogspanningslijnen, mobiele telefoons en elektrische apparaten. De kracht van het elektromagnetische veld kan per voorziening verschillen. In het kader van de planologie zijn met name antennes en hoogspanningslijnen van belang, aangezien dit vaste objecten zijn.

waarde van 0,4 microtesla geldt als gemiddelde voor een heel jaar. Tijdens dat jaar kan de veldsterkte regelmatig boven en onder de waarde van 0,4 microtesla komen. Het is een waarde uit voorzorg, die alleen van toepassing is bij bovengrondse hoogspanningslijnen. Daarnaast wordt in het advies geadviseerd om bij een ligging nabij een bovengrondse hoogspanningslijnen een magneetveldzone te berekenen. Op basis van deze berekening kan worden bekeken hoeveel gevoelige bestemmingen in de magneetveldzone liggen. 5.6.2

Onderzoek

Uit onderzoek van het RIVM over gezondheid en elektromagnetische

In het kader van gezondheid en milieu is het bij nieuwe ontwikkelingen, waar sprake is van gevoelige gebouwen zoals woningen, scholen en kinderopvang, van belang dat er rekening wordt gehouden met magneetvelden. Dergelijke projecten moeten buiten een magneetveldzone liggen. De sterkte van elektromagnetische velden is het grootst dichtbij de bron en neemt af als de afstand tot de bron groter wordt.

velden als gevolg van de aanwezigheid van transformatorstations 3 is geconcludeerd dat de sterkte van de velden afneemt wanneer de afstand tot de bron groter wordt. Uit het onderzoek blijkt dat 0,4 μT (jaargemid-

Door de minister voor Klimaat en Energie is (samen met de toenmalig minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en in afstem-

5.7

Geluid

5.7.1

(Spoor)wegverkeer

Toetsingskader Geluid door (spoor)wegen Het Bkl bevat geluidsregels voor onder meer (spoor)wegen. De regels voor geluid hebben een tweezijdige werking om de bescherming tegen geluidsbelasting vorm te geven. Enerzijds bij de aanleg of aanpassing van (spoor)wegen en anderzijds bij het mogelijk maken van nieuwe geluidsgevoelige gebouwen en locaties nabij een geluidsbron. Geluidsgevoelige gebouwen De geluidsgevoelige gebouwen worden aangewezen in artikel 3.20 van het Bkl. Het betreft gebouwen, waaronder een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat bijvoorbeeld een woon-, onderwijs- of zorgfunctie heeft.

delde) wordt bereikt op een afstand van 7 meter van het transformatorstation. Dit wordt door de Rijksoverheid als grenswaarde aangenomen bij situaties van langdurige blootstelling. Aangezien er geen woningen zijn gelegen op een afstand van minder dan 7 meter, maar de afstand

Voorzorgsbeleid magneetvelden

Conclusie

tot bestaande woningen in de omgeving vele malen groter is, is nader onderzoek op elektromagnetische straling niet noodzakelijk. Gelet op de relatief ruime afstand van woningen tot het plangebied zal er voor de

Onderzoek In de nabijheid van het plangebied zijn geen spoorwegen gelegen. Ten noorden van het plangebied ligt de N279 en ook zijn er enkele andere wegen nabij het plangebied gelegen. Echter betreft een zonneweide geen geluidgevoelig gebouw of terrein. Het uitvoeren van een akoestisch onderzoek is dan ook niet noodzakelijk.

ming met de staatssecretaris voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport) op 21 april 2023 een herijkt voorzorgsbeleid aan gemeenten, provincies

1 2 3

https://www.kennisplatform.nl/verschil-tussen-limiet-100-microtesla-grens-0-4-microtesla/ https://www.infomil.nl/publish/pages/86406/beleidsadvies_vrom_2005_1.pdf RIVM-rapport 609300011/2009. Verkenning van extreem-laagfrequente (ELF) magnetische velden bij verschillende bronnen

Zonneweide Poeldonk

27

Conclusie

5.8

Geur

onderwijsfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan;

Dit aspect vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.

5.8.1

Toetsingskader

gezondheidszorgfunctie met bedgebied en nevengebruiksfuncties

Geurhinder is onderdeel van de evenwichtige toedeling van functies aan 5.7.2

Milieuzonering van zonnepark

locaties. Dit is opgenomen in paragraaf 5.1.4.6 Bkl ‘Geur’, onderdeel

daarvan; 

bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied en nevenge-

Toetsingskader

van paragraaf 5.1.4 ‘Beschermen van de gezondheid en van het milieu’.

In het kader van ruimtelijke ontwikkelingen is het van belang te beschou-

Geurhinder kan door verschillende bedrijfs- of hobbyactiviteiten veroor-

wen in hoeverre een gewenste ontwikkeling inpasbaar is in de omgeving

zaakt worden. Hierbij valt te denken aan veehouderijen en andere agra-

Echter kan de gemeente in het omgevingsplan ook andere gebouwen,

voor wat betreft het aspect geluid. Wanneer een milieubelastende func-

rische activiteiten maar ook bijvoorbeeld rioolwaterzuiveringsinstallaties.

zoals logiesgebouwen of gevangenissen, of gedeeltes daarvan als geur-

tie mogelijk wordt gemaakt, dient te worden beschouwd in hoeverre

Voor een evenwichtige toedeling van geurhinder dient het aspect geur

gevoelig aanwijzen, mits er hoofdzakelijk sprake is van verblijf van men-

sprake is van een acceptabele geluidssituatie ter plaatse van omlig-

onderzocht te worden:

sen (art. 5.91 lid 4 Bkl). Daarnaast wordt op grond van artikel 5.91 lid 3

indien geurveroorzakende activiteiten in de buurt van bestaande

Bkl een nog niet bestaand gebouw, dat mag worden gebouwd op grond

geurgevoelige gebouwen en/of locaties worden toegelaten;

van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buiten-

indien geurgevoelige gebouwen en/of locaties in de buurt van be-

planse omgevingsplanactiviteit, ook al als geurgevoelig gebouw be-

staande geurveroorzakende activiteiten worden toegelaten.

schouwd.

gende geluidsgevoelige objecten. Bij individuele milieubelastende functies, niet zijnde geluidsgezoneerde industrieterreinen, wordt het relevante toetsingskader gevormd door de Handreiking ‘Activiteiten en mili-

euzonering 2023’ van de VNG.

bruiksfuncties daarvan.

Onderzoek

Geurveroorzakende activiteiten

5.8.2

Een zonnepark is een milieubelastende functie die zorgt voor de produc-

Het Bkl geeft enkel voor drie bedrijfsmatige activiteiten aan welke geur-

Op grond van art. 5.91 lid 1 Bkl wordt voor onderhavig project geen geur

tie van geluid. Dit heeft te maken met de aanwezige transformatoren.

belasting of afstand acceptabel wordt geacht:

veroorzakende activiteit noch een geurgevoelig gebouw gerealiseerd. Er

Daarom zal moeten worden verkend in hoeverre sprake is van een ac-

1. Zuiveringtechnische werken (subparagraaf 5.1.4.6.2);

is immers geen sprake een van de bovengenoemde functies. Nader on-

ceptabele geluidssituatie ten opzichte van omliggende geluidsgevoelige

2. Houden van landbouwhuisdieren in een dierenverblijf (subparagraaf

derzoek naar het aspect geur is niet noodzakelijk.

5.1.4.6.3);

objecten ten aanzien van geluid afkomstig van de zonneweide met bijbehorende installatie. Aangezien wordt voldaan aan de richtafstanden

3. Enkele andere agrarische activiteiten (subparagraaf 5.1.4.6.4).

is het niet noodzakelijk een akoestisch onderzoek industrielawaai uit te

Voor bedrijfsmatige activiteiten zoals onder meer industrie worden geen

voeren. Voor een verdere toelichting hierop wordt verwezen naar para-

waarden en afstanden toegekend, enkel de algemene bepalingen van

graaf 5.5 (activiteiten en milieuzonering).

subparagraaf 5.1.4.6.1 zijn hierbij van toepassing. Ook in deze gevallen dient er rekening te worden gehouden met de geur afkomstig van deze activiteiten op geurgevoelige gebouwen. Geurgevoelige gebouwen en locaties Op grond van art. 5.91 lid 1 Bkl is er sprake van een geurgevoelig gebouw als een gebouw of een gedeelte van een gebouw een van de volgende functies onderbrengt: 

Zonneweide Poeldonk

Conclusie

5.9

Gezondheid

5.9.1

Toetsingskader

In artikel 1.3 van de Omgevingswet worden de maatschappelijke doelen van de wet uiteengezet, waaronder het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving. Er bestaat landelijk de wens om ge-

Er is geen sprake van belemmeringen met betrekking tot het aspect geluid.

5.8.3

Het aspect geur vormt geen belemmering voor onderhavig project.

(o.a. voor geluid) ten opzichte van omliggende milieugevoelige functies,

Conclusie

Onderzoek

zondheid meer integraal en volwaardig te betrekken in het nationale en lokale beleid over de fysieke leefomgeving. De inrichting van de fysieke leefomgeving kan direct bijdragen aan de gezondheid van inwoners. Een gezonde leefomgeving ervaren bewoners namelijk als prettig, no-

woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan;

28

digt uit tot gezond gedrag en biedt bescherming tegen negatieve omge-

natuur, zoals bossen en ecologische verbindingen. Er is meer aan-

beïnvloeden, met mogelijke gevolgen zoals desoriëntatie, afstoting of

vingsinvloeden.

dacht voor het behouden, uitbreiden en verbeteren van de kwaliteit

aantrekking, wat kan leiden tot uitputting en sterfte. Kunstmatige verlich-

van het groen, zowel voor de natuur (biodiversiteit) als voor de toe-

ting kan ook fungeren als barrière voor dierlijke verplaatsingen. Deze

gankelijkheid en beleving van inwoners.

negatieve effecten hebben niet alleen individuele gevolgen maar kunnen

Binnen de Omgevingswet hebben decentrale overheden de mogelijkheid om hun eigen gezondheidsambities en regels vast te leggen en uit

ook de instandhoudingsdoelstellingen van bepaalde soorten aantasten.

te werken via instrumenten zoals de omgevingsvisie, omgevingsveror-

Voorliggend plan voorziet in de realisatie van een zonneweide, waar-

Daarnaast kan kunstmatige verlichting leiden tot horizonvervuiling of het

dening en programma's. De beleidsambities met betrekking tot gezond-

mee een duurzame energievoorziening wordt gerealiseerd. De realisatie

verminderen van de donkerte op grotere afstanden, zoals het zichtbaar

heid kunnen sterk variëren per gemeente. Tevens hebben veel gemeen-

van duurzame energievoorzieningen draagt bij aan een reductie van

zijn van verlichte objecten in een open landschap tot wel 5 à 10 kilome-

ten ervoor gekozen om beleidsneutraal over te gaan naar de Omge-

vervuiling en daarmee gepaard gaande schadelijke gezondheidseffec-

ter.

vingswet. Dit houdt in dat voornamelijk in de beginfase na de inwerking-

ten, die door niet-duurzame energievoorzieningen (kunnen) worden ver-

treding van de Omgevingswet, gemeenten nog geen tot weinig beleid

oorzaakt. Een zonnepark heeft zelf ook geen gezondheid beperkende

Lichthinder is een thema dat decentrale overheden moeten afwegen.

zullen hebben met betrekking tot gezondheid. In een later stadium zal

werking. De transitie naar duurzame energievoorzieningen draagt dus

Het Bkl bevat daarom geen Rijksinstructieregels voor lichthinder, met

het beleid sterk per gemeente verschillen.

ook bij aan het creëren van een gezonde leefomgeving. Ook het omzet-

uitzondering van rijksregels voor kunstlicht in de tuinbouw bij kassen,

ten van landbouwgrond naar een zonnepark met bijbehorende groen-

opgenomen in artikel 4.790 van het Bal.

5.9.2

Onderzoek

voorzieningen past in dit beeld en betekent onder meer een reductie van

De gemeente Sint-Michielsgestel heeft een ontwerp Omgevingsvisie

geurhinder. De realisatie van voldoende groen en waterberging in en

5.10.2

waarin verschillende thema’s aan bod komen. Eén van de vier hoofd-

rondom de zonneweide past eveneens bij het bereiken van een gezon-

In het projectgebied zelf zijn geen functies en voorzieningen aanwezig,

thema’s is het ‘aangenaam leven’ in Sint-Michielsgestel. Dit hoofdthema

dere fysieke leefomgeving.

die lichthinder veroorzaken. Onderhavig initiatief maakt geen nieuwe

heeft betrekking op wonen en alles wat samenhangt met en aangename

functies mogelijk die gevoelig zijn voor lichthinder. Ook worden er geen

woonomgeving. Hieronder vallen onderwerpen zoals het landschap, na-

5.9.3

tuur, voorzieningen, gezondheid en veiligheid. De thema’s zijn verder

Het initiatief levert een bijdrage aan het bereiken van een gezonde fy-

uitgewerkt in dromen en ambities en komen daarna samen in verschil-

sieke leefomgeving.

lende scenario’s. Het hoofdthema ‘aangenaam leven’ omvat verschillende dromen en ambities:  We dromen van meer woningen, andere woningen en duurzame woningen. Woningen zijn goed geïsoleerd en wekken met zonnepanelen hun eigen energie op. 

In 2040 is de structuur voor groen/water robuust, zijn de cultuurhistorische waarden geborgd en versterkt en is de biodiversiteit toegenomen. De natuurgebieden, landgoederen, zandpaden en beekdalen worden beschermd, ze zijn beter verbonden met elkaar en met het groen binnen de bebouwde kom, tussen de dorpen en met de stad ’s-Hertogenbosch. Bijvoorbeeld door het toevoegen van nieuwe

Onderzoek

Conclusie

5.10

Lichthinder en reflectie

5.10.1

Toetsingskader

Er zijn diverse locaties met kunstmatige verlichting, waaronder (autosnel)wegen, woonkernen, industrie- en bedrijventerreinen, glastuinbouwbedrijven en sportterreinen. Deze verlichting kan verschillende negatieve effecten veroorzaken. Zo kunnen mensen hinder ondervinden wanneer ze zich niet kunnen onttrekken aan het aanwezige kunstlicht, terwijl ze daar wel behoefte aan hebben, bijvoorbeeld om te kunnen rusten of slapen. Licht van objecten langs (rijks)wegen, zoals een reclame-

functies mogelijk gemaakt, die tot lichthinder voor de omgeving leiden. Wanneer een zonnepark in de buurt van een weg of woningen ligt, is lichthinder vanwege reflecties op voorhand niet uit te sluiten. Het plangebied ligt in dit geval nabij een N-weg, namelijk de N279 welke ten noorden van het plangebied van oost naar west loopt. Ook zijn er enkele woningen gesitueerd ten oosten en zuiden van het plangebied welke mogelijk lichthinder kunnen ervaren. Derhalve is er door ROM3D een reflectieonderzoek uitgevoerd welke is opgenomen in de bijlage. Hierin is de reflectie berekend voor het wegverkeer over de N279 in beide richtingen voor automobilisten en vrachtwagenchauffeurs. Ook is gekeken naar eventuele reflectiehinder voor omwonenden aan de zuid en oostkant van het zonnepark.

zuil, kan ook hinder veroorzaken en daarmee onveilige situaties creëren. Verder kan kunstmatige verlichting in de nacht het gedrag van dieren

Zonneweide Poeldonk

29

Uit het onderzoek blijkt dat er voor het wegverkeer geen reflectie is te

5.10.3

zien. Er zal dus ook geen hinder ondervonden worden van eventuele re-

Vanuit het milieuaspect lichthinder is er sprake van een evenwichtige

aangewezen categorie blijft. Onder deze ‘standaardgevallen NIBM’

flectie. Voor omwonenden is wel enige reflectie te zien. Wanneer het

toedeling van functies aan locaties.

vallen kantoren, woonwijken en het telen van gewassen. Dit moet

zonnepark niet landschappelijk zou worden ingepast met bijvoorbeeld een struweelhaag, betreft dit de woningen aan de Poeldonksedijk 10 t/m 24. Afhankelijk van de exacte locatie is de reflectie van begin april tot begin september hinderlijk is tussen grofweg 20.00 en 21.00 uur (zomertijd) voor maximaal 25 minuten per dag. De reflectie kan alleen daadwerkelijk tot hinder leiden als de zonnepanelen te zien zijn. Als de zonnepanelen niet te zien zijn, door bijvoorbeeld beplanting of bebouwing, dan zal de reflectie ook niet te zien zijn. Binnenshuis kan alleen reflectie waargenomen worden als omwonenden door een raam naar buiten richting het zonnepark kijken ten tijde dat de reflectie optreedt. Buitenshuis alleen als er geen beplanting en bebouwing tussen het zonnepark en de omwonenden zijn. De struweelrand uit het inpassingsplan zal alle hinderlijke reflectie blokkeren, mits deze minimaal 2 meter hoog is. De minimale hoeveelheid reflectie die in dat geval nog te zien is, zal niet tot hinder leiden. In de plannen is dat ook het geval, het struweel zal (bijna) 2 keer zo hoog worden. Zodoende kan onevenredige hinder voor de woningen Poeldonksedijk 10 t/m 24 worden uitgesloten.

Voor de woningen aan de Poeldonk 25, 26 en 28 is er geen hinderlijke reflectie (vergelijkbaar met maskerende verblinding) te zien, maar alleen niet-hinderlijke reflectie (vergelijkbaar met oncomfortabele verblinding). Bij de woningen aan de Meersestraat 1 en de Poeldonksedijk 5, 7 en 7a is er geen reflectie te zien afkomstig van het zonnepark. Samenvattend zal het zonnepark Poeldonk, in combinatie met de struweelhaag zoals beschreven in het inpassingsplan (welke voorwaardelijk verplichtend zal worden opgelegd), niet voor hinderlijke reflectie zorgen op het wegverkeer van de N279 en de onderzochte woningen in de omgeving. Daarmee vormt dit aspect geen belemmering voor de ontwikkeling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=fb3685b3-5a46-4420-96e1-4aed2e0b3cf2