CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - BOPA motivering (onderbouwing) 22 april 2025

Raadsvergadering Sint-Michielsgestel 19 juni 2025, gemeente boxtelBij agendapunt: Raadsvoorstel Bindend advies zonnepark Poeldonk28.674 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

_

Bijlage 2 BOPA-motivering (onderbouwing) actualisatie d.d. 22 april 2025

Zonneweide Poeldonk Ruimtelijke Motivering Definitief

Zonneweide Poeldonk

1

colofon

projectnaam Zonneweide Poeldonk datum 22 april 2025 projectnummer P07242 opdrachtgever Lightsource BP BRO projectleider JvdA projectteam TAu, WvdH bron kaft BRO review JvdA

Willemsplein 2 5211 AK ‘s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55 info@bro.nl www.bro.nl

Zonneweide Poeldonk

2

Inhoudsopgave 1

Aanleiding en doel

5

1.1 1.2 1.3 1.4

5 5 5 6

Aanleiding Projectgebied Juridisch-planologisch kader Leeswijzer

5.2.1 5.2.2 5.2.3

5.3

5.4

2 3 4

Beschrijving bestaande situatie Voorgenomen ontwikkeling

8

Beleidsmatige aspecten in de fysieke leefomgeving

10

4.1

Verhouding tot Rijksbeleid

10

4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4

10 12 12 13

4.2 4.3 4.4

5

7

Nationale Omgevingsvisie Instructieregels Rijk (AMvB’s) Klimaatakkoord Gedragscode Zon op Land

Verhouding tot provinciaal beleid

14

4.2.1 4.2.2

14 15

Omgevingsvisie Noord-Brabant TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant

Verhouding tot regionaal beleid

19

4.3.1

RES 1.0 Noord-Brabant

19

Verhouding tot gemeentelijk beleid

20

4.4.1 4.4.2 4.4.3 4.4.4

20 20 20 21

Visie zonne- en windenergie Bomenbeleidsplan Sint-Michielsgestel 2020-2030 Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel Conclusie

Milieuaspecten in de fysieke leefomgeving

22

5.1

Milieueffectrapportage (m.e.r.)

22

5.1.1 5.1.2 5.1.3

22 22 22

5.2

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Bodem

22

Zonneweide Poeldonk

5.5

5.6

5.7

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

22 22 23

Cultuurhistorie

23

5.3.1 5.3.2 5.3.3

23 24 25

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Archeologie

25

5.4.1 5.4.2 5.4.3

25 25 25

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Activiteiten en milieuzonering

25

5.5.1 5.5.2 5.5.3

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

25 26 27

Elektromagnetische straling

27

5.6.1 5.6.2 5.6.3

27 27 27

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Geluid 5.7.1 5.7.2

5.11.3 5.12.1 5.12.2 5.12.3 5.13.1 5.13.2 5.13.3

5.8.1 5.8.2 5.8.3

5.9

28

5.9.1 5.9.2 5.9.3

28 29 29

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

5.10 Lichthinder en reflectie 5.10.1 5.10.2 5.10.3

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Toetsingskader Onderzoek Conclusie Toetsingskader Onderzoek Conclusie

38 38 39 39

39 Toetsingskader Onderzoek Conclusie

39 40 42

Financiële en maatschappelijke verantwoording

43

6.1 6.2

Financieel-economische haalbaarheid Maatschappelijke verantwoording

43 43

6.2.1 6.2.2

Omgevingsdialoog Procedure omgevingsvergunning

43 43

Belangenafweging en conclusie

44

29 29 29 30

5.11 Luchtkwaliteit

30

5.11.1 5.11.2

30 30

Toetsingskader Onderzoek

37 38 38 38 38 38

5.16.1 5.16.2 5.16.3

7

37

38

27 28

Gezondheid

31 32 37

5.14.1 5.14.2 5.14.3

5.16 Water

28 28 28

30

31

5.14 Trillingen

5.15.1 5.15.2 5.15.3

28 Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

5.15 Verkeersgeneratie, -afwikkeling en parkeren

6 Toetsingskader 5.8 Geur

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

5.13 Omgevingsveiligheid

27 (Spoor)wegverkeer Milieuzonering van zonnepark

Conclusie

5.12 Natuur en landschap

3

Separate bijlagen Bijlage 1: Landschappelijke inpassing Bijlage 2: Vooronderzoek bodem Bijlage 3: Aanvullend bodemonderzoek Bijlage 4: Weging van waterbelang Bijlage 5: Reflectierapport zonneweide Poeldonk Bijlage 6: Archeologisch onderzoek Bijlage 7: Quickscan flora en fauna Bijlage 8: Aanvullende inspectie das en bever Bijlage 9: Aanvullend onderzoek das Bijlage 10: Memo met inrichtingsmaatregelen das Bijlage 11: Stikstofnotitie Bijlage 12: Cultuurhistorische toets Bijlage 13: Participatie Bijlage 14: Technische tekeningen Bijlage 15: Aanvullende adviesmemo das

Zonneweide Poeldonk

4

1

Aanleiding en doel Bedrijventerrein de

1.1

Aanleiding

Brand

Lightsource BP (hierna: initiatiefnemer) is voornemens een zonneweide te realiseren op een aantal gronden nabij de Meerse plas, ten noordwesten van Den Dungen. Het gaat hierbij om een zonneweide met bijbehorende installaties. Berlicum

Meerse plas

Het projectgebied beschikt, op basis van het tijdelijke omgevingsplan van de gemeente Sint-Michielsgestel, over de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden’. Op grond van deze bestemming is de ontwikkeling van een zonneweide niet mogelijk. Om de ontwikkeling mogelijk te maken kan gebruik worden gemaakt van de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) onder vigeur van de Omgevingswet. Ten behoeve van de omgevingsvergunningaanvraag dient

Den Dungen

een ruimtelijke motivering te worden opgesteld, waarin aangetoond wordt dat het initiatief past binnen een evenwichtige toedeling van func-

Figuur 2 Globale ligging met plangebied rood omlijnd

ties aan locaties. Tevens is voor de realisatie van het plan een omgevingsvergunning voor de activiteit ruimtelijk bouwen benodigd voor het

Hierop is te zien dat de bebouwde kommen van Den Dungen en Berli-

plaatsen van de bouwwerken. De voorliggende ruimtelijke motivering

cum respectievelijk ten zuidoosten (ca. 700 meter) en noordoosten (ca.

ziet toe op de onderbouwing voor deze twee vergunningonderdelen.

1,6 kilometer) van het projectgebied liggen. Ten noorden van het pro-

Voor de technische bouwactiviteit is geen omgevingsvergunningplicht

jectgebied ligt bedrijventerrein De Brand, dat tot ’s-Hertogenbosch be-

aan de orde. Hiervoor volstaat een melding.

hoort. Zuidelijk van het projectgebied ligt het historische dijklint Poel-

Het projectgebied beschikt over de bestemming ‘Agrarisch met waarden

1.2

donk.

– Natuur- en landschapswaarden’. Uit de bestemmingsomschrijving

Projectgebied

Figuur 1 Vigerend bestemmingsplan met projectgebied rood omlijnd

volgt dat het realiseren van een zonneweide op gronden met deze be-

Het projectgebied staat kadastraal bekend als gemeente Den Dungen,

1.3

percelen sectie F, nummers 71, 72 en 73. Het heeft een oppervlakte van

In het projectgebied is het op 1 januari 2024 van rechtswege ontstane

wordt met een omgevingsvergunning afgeweken van het tijdelijke omge-

circa 75.120 m2. Het projectgebied is gelegen aan de Meerse plas en

tijdelijk omgevingsplan van de gemeente Sint-Michielsgestel van toepas-

vingsplan.

ten zuiden van de Zuid-Willemsvaart. Het zuidelijk en oostelijk gedeelte

sing. Ter plaatse van het plangebied is het bestemmingsplan ‘’Buitenge-

grenst aan agrarisch grondgebied. De percelen zijn de afgelopen 10 jaar

bied Sint-Michielsgestel”, onherroepelijk sinds 25 maart 2023 van de ge-

De zonneweide inclusief alle bijbehorende installaties voldoet niet aan

voornamelijk gebruikt als grasland en maïs. Incidenteel zijn de percelen

meente Sint-Michielgestel geldend als onderdeel van dit tijdelijke omge-

de definitie voor een gebouw. Er is namelijk bij deze elementen geen

afzonderlijk gebruikt voor bieten- of aardappelteelt. In figuur 1 is een glo-

vingsplan. Figuur 2 geeft het vigerend bestemmingsplan weer met

sprake van een voor mensen toegankelijke ruimte. De vereisten welke

bale weergave gegeven van de locatie van het projectgebied.

daarin het projectgebied rood omlijnd.

Zonneweide Poeldonk

Juridisch-planologisch kader

stemming functioneel gezien niet rechtstreeks is toegestaan. Daarom

5

gelden voor gebouwen zijn dan ook niet van toepassingen op de ontwik-

maar met de hierbij behorende regels dient in het kader van de vergun-

voor deze procedure gekozen, omdat er sprake is van een concreet pro-

keling.

ningaanvraag wel rekening te worden gehouden.

ject wat zich leent voor de procedure van een BOPA. Tevens is voor de realisatie van het plan een omgevingsvergunning voor de activiteit ruim-

De zonneweide inclusief alle bijbehorende installaties wordt aangemerkt

Ook geldt op alle percelen de gebiedsaanduiding ‘reconstructiewetzone

telijk bouwen benodigd voor het plaatsen van de bouwwerken. De voor-

als bouwwerk, geen gebouw zijnde. Er is namelijk sprake van een con-

- verwervingsgebied’. Deze is niet van belang voor dit project, omdat

liggende ruimtelijke motivering ziet toe op de onderbouwing voor deze

structie van enige omvang van metaal of ander materiaal welke is ver-

deze betrekking heeft op de mogelijkheden voor agrarische bedrijvig-

twee vergunningonderdelen.

bonden met de grond. Onderstaand zijn de betreffende definities geci-

heid en wordt derhalve buiten beschouwing gelaten.

teerd:

De vergunningplicht voor de technische bouwactiviteit staat in artikel 5.1 Tevens geldt op de gehele projectlocatie de gebiedsaanduiding ‘archeo-

lid 2 van de Omgevingswet en artikelen 2.25 en 2.26 van het Besluit

1.42 bouwwerk:

logische verwachtingswaarde 2’. Hierbij geldt dat er aan één van de ge-

bouwwerken leefomgeving (Bbl). Uitsluitend de in het Bbl aangewezen

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander ma-

noemde voorwaarden moet worden voldaan wanneer er binnen de aan-

gevallen zijn vergunningplichtig. Artikel 2.25 Bbl ziet op bouwwerken

teriaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij

duiding meer dan 1 hectare en dieper dan 0,5 meter onder het huidige

met een dak en artikel 2.26 Bbl ziet op bouwwerken zonder dak. Een

direct of indirect steun vindt in of op de grond.

maaiveld wordt gebouwd.

bouwactiviteit die niet voldoet aan de voorwaarden uit een van deze arti-

1.54 gebouw:

Als laatste geldt over een deel van de gronden aan de noordzijde de

dat dit een bouwwerk zonder dak is en dus aan artikel 2.26 Bbl moet

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of

aanduiding ‘vrijwaringszone – vaarweg 2’, gelegen langs de Zuid-Wil-

worden getoetst. Als de hoogte niet meer dan 5 meter is, dan is het voor

gedeeltelijk met twee of meer wanden omsloten ruimte vormt.

lemsvaart. Hierbij geldt dat er niet mag worden gebouwd, met uitzonde-

dit onderdeel vergunningvrij. Deze hoogte wordt niet overschreden. Der-

kelen, is dus niet vergunningplichtig. Voor zonnepanelen is van belang

ring van bouwwerken welke nodig zijn voor het vaarverkeer. Een klein

halve is er voor de technische bouwactiviteit geen omgevingsvergun-

Binnen de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ mogen echter ook geen

gedeelte van de beoogde zonnepanelen ligt binnen deze aanduiding

ningplicht aan de orde. Hiervoor volstaat een melding.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden opgericht buiten het bouw-

waardoor er van deze bouwregels eveneens zal worden afgeweken.

vlak. Gezien er geen bouwvlak is opgenomen binnen de contouren van

Hiervoor is er een afwijkingsbevoegdheid opgenomen die aangeeft dat

1.4

het plangebied zal er moeten worden afgeweken van de bouwregels

het is toestaan dat bouwwerken worden gebouwd, mits het bouwwerk in

Deze ruimtelijke motivering bestaat uit verschillende onderdelen. Hoofd-

van deze bestemming.

overeenstemming is met de ter plaatse aangewezen bestemming en

stuk 1 bevat een beschrijving van de aanleiding, een aanduiding van het

door de bouw of situering van het bouwwerk het vaarbelang niet on-

projectgebied en het vigerende juridisch-planologische kader. In hoofd-

Op een deel van de percelen ten noorden van het projectgebied geldt

evenredig wordt aangetast. In onderhavige motivering wordt aange-

stuk 2 is een beschrijving van de bestaande situatie opgenomen,

daarbij de gebiedsaanduiding ‘leefgebied van amfibieën en reptielen’,

toond dat de aanleg van het zonnepark is passend is op de locatie en

waarna in hoofdstuk 3 de beoogde ontwikkeling wordt beschreven. Ver-

evenals ‘besloten gebied’. Ter plaatse van de aanduiding 'leefgebied

dat deze het vaarbelang niet onevenredig wordt aangetast waardoor er

volgens wordt in hoofdstuk 4 getoetst aan het relevante beleid op rijks-,

van amfibieën en reptielen' zijn de gronden bestemd voor het behoud,

kan worden afgeweken van de regels.

provinciaal en gemeentelijk niveau. Hoofdstuk 5 gaat in op de diverse

Leeswijzer

relevante (milieu)aspecten in de fysieke leefomgeving. In hoofdstuk 6

herstel en ontwikkeling van de waarden, in het bijzonder voor het op de verbeelding aangeduide leefgebied van amfibieën en reptielen. Ter

De realisatie van een zonneweide is al met al zowel functioneel als ruim-

worden de financiële en maatschappelijke verantwoording besproken,

plaatse van de aanduiding 'besloten gebied' zijn de gronden bestemd

telijk niet rechtstreeks mogelijk. Er dient derhalve van het tijdelijke om-

waarna in hoofdstuk 7 wordt afgesloten met een belangenafweging en

voor het behoud, herstel en ontwikkeling van de waarden, in het bijzon-

gevingsplan te worden afgeweken door middel van een omgevingsver-

conclusie.

der voor het op de verbeelding aangeduide besloten gebied. Het initia-

gunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Er is

tief is niet strijdig met de bepalingen behorende bij deze aanduidingen,

Zonneweide Poeldonk

6

2

Beschrijving bestaande situatie

plangebied wordt opgedeeld door een patroon van sloten, die niet alleen de waterhuishouding regelen, maar ook bijdragen aan de biodiversiteit en waterkwaliteit van Poeldonk en omgeving. Deze watergangen blijven ongemoeid, waardoor hun waarde behouden blijft. Het projectgebied

Het projectgebied waarop de omgevingsvergunningaanvraag en de

zelf is nagenoeg geheel onverhard en er is geen bebouwing aanwezig.

voorliggende ruimtelijke motivering van toepassing zijn, betreft een aan-

In de navolgende figuren zijn enkele foto’s opgenomen van de huidige

tal percelen gelegen ten noordwesten van Den Dungen in Sint-Michiels-

situatie.

gestel. De locatie maakt onderdeel uit van de buurtschap Poeldonk, dat is gelegen rondom de Poeldonksedijk, die ten zuiden van het projectge-

De omgeving van de planlocatie is ideaal voor amfibieën vanwege de

bied ligt. Dit betreft een historisch dijklint, dat zeer kenmerkend is in het

aanwezigheid van veel water. In dit gebied zijn verschillende soorten

landschap en van cultuurhistorische waarde is.

amfibieën waargenomen, zoals de bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander. Het huidige intensieve gebruik

Het projectgebied wordt aan de noordzijde begrensd door het kanaal de

van de agrarische percelen ontmoedigd voor deze soorten echter om

Zuid-Willemsvaart welke enkele honderden meters oostelijker samen-

het projectgebied zelf in gebruik te nemen.

komt met het Maximakanaal. Aan zowel de oost- als zuidzijde wordt het projectgebied omsloten door gronden welke momenteel voor agrarische

In de structuurvisie van de gemeente wordt het gebied beschouwd als

doeleinden worden ingezet. Ten westen van het plangebied ligt de

een besloten landschap, met gedeeltelijk een aanduiding van ecolo-

Meerse plas. Deze recreatieplas met eenvoudig strand en ligweide

gische relatie en overig waardevol landschap. Den Dungen is aangewe-

welke in de volksmond ook wel ‘Dungens Gat’ wordt genoemd, wordt in

zen als stedelijk concentratiegebied in de structuurvisie, met als moge-

gebruik genomen door onder andere zwemmers en vissers. Ook zijn er

lijke scenario de ontwikkeling van een landschappelijke groeikern.

enkele wandel- en fietspaden rondom de plas aanwezig, evenals een crossbaan ten noorden van de plas. Het gebied wordt gekenmerkt door grootschalig open landschap waar intensief agrarische activiteiten plaatsvinden, zoals het verbouwen van gewassen en veeteelt. Deze activiteiten zijn belangrijk voor voedselproductie, economie en behoud van het landschap. Dit gebruik betreft hiermee echter wel een monocultuur waarbij de huidige ecologische waardes minimaal zijn en geen kans krijgen om verder uit te bloeien. Westelijk van het projectgebied rondom de Meerse plas is echter een meer besloten landschap aanwezig. Het landschap biedt ook ruimte voor recreatie en heeft esthetische waarde. De hoogte van het gebied verschilt tussen 2,90m en 3,50m, maar is verder zo goed als vlak. Het Figuur 3 Impressies huidige situatie planlocatie

Zonneweide Poeldonk

7

3

Voorgenomen ontwikkeling

Aanleiding Op 17 december 2020 heeft de gemeente Sint-Michielsgestel de Visie ‘zonne-en windenergie vastgesteld. Daarin is een motie opgenomen om een tender van 10 hectare zonneparken open te stellen. Na evaluatie is door de raad een volgende tranche ter beschikking gesteld. De gemeente heeft initiatiefnemers die zicht hebben om op korte termijn aan te sluiten uitgenodigd om een principeverzoek in te dienen. De periode om dit verzoek in te dienen liep van 1 december 2022 tot 1 februari 2023. Initiatiefnemer is een van de deelnemers geweest die een principeverzoek heeft ingediend en is op basis van de beoordeling van de tender aangewezen om betreffende locatie mogen ontwikkelen ten behoeve van een zonnepark. Initiatiefnemer heeft het planvoornemen vervolgens nader uitgewerkt in onderhavige ruimtelijke motivering met de daarbij behorende vergunningstukken.

het zonnepark wordt beoogd om het leefgebied van de amfibieën te be-

Deze 8 meter brede strook is opgebouwd met een hekwerk, beheerpad

houden, herstellen en te ontwikkelen omdat er op deze manier een zelf

(3 meter) en een struweelrand. Deze struweelrand is aan de noord- en

operationeel systeem is waar ook (zo goed als) geen mensen kunnen

westzijde 2,5 meter breed en 7,5 meter breed aan de oost- en zuidzijde.

komen. Daarnaast heeft het landschap zoals aangegeven landschappe-

In de struweelrond waarin gebiedseigen soorten worden opgenomen.

lijke waarden. Integraal van de ontwikkeling van de zonneweide is dan

Reptielen en amfibieën zullen van deze struweelranden gebruik kunnen

ook dat een zorgvuldige landschappelijke inpassing plaatsvindt en de

maken om door het gebied te foerageren. Er worden namelijk diervrien-

ecologische waarden worden versterkt.

delijke openingen op strategische plekken in het hekwerk geplaatst. Deze buffer dient dus niet alleen om de zonnepanelen aan het zicht te

Er is daarom een landschappelijk inpassingsplan opgesteld ten behoeve

onttrekken, maar ook om de biodiversiteit te vergroten. De overige

van de beoogde zonneweide. Deze landschappelijke inpassing is opge-

ruimte zal worden ingezaaid met bloemrijk grasland welke tevens gevuld

nomen als bijlage 1 van onderhavige ruimtelijke motivering. In de uitwer-

zijn met nectarrijke soorten om zo ook insecten binnen het gebied te be-

king van het initiatief is invulling gegeven aan het versterken van de

houden en aan te trekken.

ecologische waarden door bijvoorbeeld rekening te houden met inrichtingsmaatregelen voor de das conform het onderzoek en de adviesmemo uit par. 5.12 Natuur en landschap. Referentiebeelden hiervan zijn weergegeven in figuur 4. Daarnaast zullen er ten behoeve van de biodiversiteit enkele poelen met natuurlijke oevers worden gecreëerd in de zonnige gedeeltes van het plangebied. Deze Poelen zullen, conform de

Zonnepark Het zonnepark zal bestaan uit een zogenoemde zonneweide met bijbehorende installaties. Het doel hiervan is de gronden binnen het besluitgebied bedrijfsmatig te exploiteren voor het opwekken van zonne-energie. Voorliggend initiatief zal haar bijdragen leveren aan de duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente Sint-Michielsgestel. De zonneweide zal een verwachte opwek van circa 10.000 MWh aan duurzame energie op jaarbasis genereren, goed voor de energievoorziening van circa 2.860 huishoudens en een besparing van circa 5.000 ton CO2 uitstoot per jaar.

regels uit de Waterschapsverordening (art. 2.110), een maximale diepte hebben die gelijk is aan de gemiddeld laagste grondwaterstand ter plekke. Op de locatie van de beoogde poelen betreft dit ca 80 tot 100cm onder maaiveld. Deze ecologische toevoeging zal fungeren als een habitat, die een breed scala aan planten- en dierensoorten ondersteunt. Vanuit een ecologisch perspectief biedt het een diverse omgeving voor flora en fauna om te gedijen. De zonneweide zal daarom bijdragen aan twee doelstellingen: duurzame energieopwekking en bevordering van biodiversiteit. Door het toe-

Landschappelijke inpassing en ecologische maatregelen De gronden van zonneweide Poeldonk hebben momenteel een agrarische bestemming (zie ook par. 1.3) en zijn voor delen aangewezen als leefgebied van amfibieën en reptielen. Het huidige, intensieve agrarische gebruik biedt hier echter weinig ruimte voor. Met de realisatie van

Zonneweide Poeldonk

voegen van natuurlijke struweelranden met gebiedseigen soorten zal het leefgebied worden uitgebreid voor onder andere marterachtigen, vleermuizen en vogels. Het projectgebied is voornamelijk ingericht op een natuurlijke inpassing in de omgeving waarbij de bestaande natuur wordt versterkt. De inpassing zal bestaan uit een groene buffer rondom de planlocatie.

Figuur 4 Referentiebeelden Landschappelijke inpassing

Doordat de struweelranden die worden aangeplant worden aangepast op de eigenheid van het gebied, fungeren deze randen als natuurlijke omheining die tevens de panelen uit het zicht ontnemen. Het zonnepark valt hierdoor weg in de omgeving. Het plangebied wordt opgedeeld door een patroon van sloten, die niet alleen de waterhuishouding regelen

8

maar ook bijdragen aan de biodiversiteit en waterkwaliteit van Poeldonk en omgeving. Door deze inpassing te baseren op de huidige verkaveling en deze aan te vullen met groenstroken, wordt de karakteristieke structuur van het landschap benadrukt, wat de leesbaarheid ervan vergroot. De toegepaste groenelementen dragen significant bij aan de biodiversiteit en ecologisch functioneren van het landschap door het bieden van voedselbronnen en schuilplaatsen. De groenelementen vormen een samenhangend netwerk door het landschap. In het landschappelijk inpassingsplan (bijlage 1) zijn de volgende inrichtingsmaatregelen meegenomen: 1. Beheerpad watergangen; 2. Aanleg bloem- en kruidenrijk grasland, zoom buiten hekwerk en binnen hekwerk onder en rondom de zonnepanelen; 3. Nieuw hekwerk met gebiedseigen struweelrand 2,5 – 7,5m breed; 4. Ruimte voor het plaatsen van pv stellingen; 5. Duiker; 6. Ruimte reservering bestaande boom; 7. Agrarische behouden gronden; 8. Poel met oeverbeplanting; 9. Takkenril; 10. Steenuilkast. De soortensamenstelling voor de toe te voegen beplanting is toegespitst op inheemse soorten die passen bij het karakter van het gebied en de bodemgesteldheid. In het landschappelijk inpassingsplan zijn de verschillende vakken, maatvoering, voorgesteld sortiment, plantverband en het aantal aan te schaffen stuks opgenomen.

Figuur 5 weergeeft het Landschappelijk inpassingsplan weergegeven. Voor de volledige inpassing wordt verwezen naar bijlage 1 van onderhavige ruimtelijke motivering. Daarnaast wordt in figuur 5 de kenmerkende structuren van de watergangen en ecologische verbindingszone binnen

Figuur 5: Landschappelijke inpassing d.m.v. omzomen van de zonneweide met gebiedseigen soorten

Figuur 6 Structuur watergangen en ecologische verbindingszone (bron: studio REDD, Landschappelijk inpassingsplan zonneweide Poeldonk)

het projectgebied weergegeven.

Zonneweide Poeldonk

9

4

Beleidsmatige aspecten in de fysieke leefomgeving

4.1

Verhouding tot Rijksbeleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen Nederland staat, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes er gemaakt moeten worden en welke richting het Rijk meegeeft aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie om de grote opgaven aan te pakken. In de NOVI zijn deze maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. duurzaam economisch groeipotentieel; 3. sterke en gezonde steden en regio’s; 4. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Doorwerking projectgebied Het realiseren van een zonneweide levert een belangrijke bijdrage aan een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, welke ook in 2050 CO2 arm is. Specifiek aan zonneweiden is aandacht besteed in de Uitvoeringsagenda van de NOVI.

Hierin wordt gesproken over de voorkeursvolgorde voor energietransitie (zonneladder), namelijk het realiseren van zonnepanelen op daken en gevels, onbenutte terreinen in bebouwd gebied, landelijk gebied (stortplaatsen etc.) en vervolgens op landbouw- en natuurgronden (zie figuur 7). Voor het doorlopen van de zonneladder heeft TKI Urban Energy samen met Generation Energy in 2023 in opdracht van de landelijke overheid (RVO) de potentie van zonnestroom op gebouwen en parkeerplaatsen

Zonneweide Poeldonk

onderzocht. Op basis van deze studie en data van CBS en het Kadaster

De potentie voor zonnestroom op gevels is niet onderzocht, omdat hier-

is de realistische potentie van grootschalige zonnestroom op gebouwen

voor geen data of kengetallen beschikbaar zijn, maar er wordt niet ver-

in de gemeente bepaald en is de praktische potentie van zonnestroom

wacht dat de realistische potentie hiervoor groot is. De potentie in trede

op parkeerplaatsen bepaald.

1 wordt dus ingeschat op 42% van de lokale RES opwekopgave.

Trede 1, op daken en gevels De realistische potentie wordt beperkt door een aantal belemmeringen:

Trede 2, op onbenutte terreinen in gebouwd gebied Op parkeerplaatsen

de vormfactor (die grillig gevormde of smalle dakvlakken van gebou-

Er is data beschikbaar (bron: AHN4, kadaster/RVO) waaruit de prakti-

wen uitsluit);

sche potentie van zonnestroom op parkeerplaatsen bepaald kan wor-

of er al bestaande PV-panelen liggen op dakvlakken;

den. Uitgangspunten hierbij zijn dat de parkeerplaats geschikt is voor in-

of het dakvlak onderdeel is van een monument;

stallaties > 15 kWp en door de complexiteitsfactor van de belemmerin-

of de eigendomssituatie beperkingen op ligt (bv bij huur);

gen blijkt 42% van de parkeerplaatsen in de gemeente geen belemme-

of er obstakels (schoorstenen, dakramen) op dakvlakken aanwezig

ringen te hebben.

zijn; 

of de constructie van het dak een belasting met zonnepanelen toe-

Er is berekend dat er een praktische potentie is van 0,0103 TWh, ofte-

laat;

wel 26% van de lokale RES opwekopgave. Het is echter niet realistisch

of er sprake is van een asbesthoudende dakbedekking;

te veronderstellen dat 42% van alle parkeerplaatsen in de gemeenten

of er sprake is van congestie in grootverbruik.

bedekt kunnen worden met zonnepanelen om meerdere redenen. Ten eerste omdat veel parkeerplaatsen worden gebruikt voor evenementen

Aan de hand van de kengetallen van het NPRES begrippenkader is de

of markten en de overkappingen niet gewenst zijn. Ten tweede omdat

realistische potentie voor grootschalige zonnestroom in beeld gebracht

niet alle overkappingen op parkeerplaatsen stedenbouwkundig gewenst

(>15 kWp per installatie, installaties aangesloten op kleinverbruik aan-

zijn of anderszins niet passen in gemeentelijk beleid (bv verkeerskundig

sluitingen ‘achter de meter’ tellen mee bij de besparingsopgave). Die

of veiligheid). Zo vraagt de vastgestelde Strategie Klimaatadaptatie

kengetallen zijn: 2,3 m2 nodig per m2 paneel, 350 Wp per paneel, 900

2022-2026 om meer openbaar groen om waterberging te creëren en hit-

vollasturen per jaar en panelen met een oppervlakte van 1,63 m2. Bij

testress te voorkomen.

elke belemmering is de potentie afgeschaald met een percentage en bij 3 belemmeringen of meer is ervan uitgegaan dat dit dakvlak geen realis-

Enexis heeft een energietransitieroute bekend gemaakt, waarin ze de

tische potentie bezit.

komende jaren het elektriciteitsnet in alle buurten van de gemeente verzwaren. Daarvoor worden tientallen transformatorhuisjes bijgeplaatst op

De realistische potentie is in beeld gebracht en wordt de opwek inge-

of nabij die locaties en zijn er kansen om binnen de concessie van Vat-

schat op 0,0168 TWh, oftewel 42% van de opgave. Uit de 5e monitor

tenfal openbare laadpleinen te combineren met overkapte parkeerterrei-

van de RES NOB blijkt dat 0,0134 TWh gerealiseerd of in de pijplijn zit.

nen met zonnepanelen. Daarbij lijkt het overkappen van een klein aantal

Een groot deel van deze realistische potentie is of wordt al benut en kan

parkeerplaatsen haalbaar en kan de opwek rechtstreeks gebruikt wor-

nog groeien met zo’n 8,5% van de lokale opwekopgave.

10

den voor het laden. De mogelijkheden hiervoor kunnen onderzocht wor-

sche bebouwing (VAB) is in het VAB-beleid geen specifieke ruimte op-

Inmiddels is bekend geworden dat één van de vier zonneparken uit de

den en hiervoor kan in het omgevingsprogramma duurzaamheid en het

genomen. Dit is maatwerk en op voorhand kan hiervoor geen potentie

tender zich heeft teruggetrokken, waardoor 0,43 Megawatt capaciteit af-

omgevingsplan ruimte geboden worden. Dit vraagt tijd en tot 2030 is het

bepaald worden. De potentie in trede 3 wordt dus ingeschat op 2,4%

valt, oftewel 0,0004 TWh. Dit komt overeen met ongeveer 1% van de

niet realistisch dat hiervoor meer dan 100 parkeerplaatsen overkapt kun-

van de lokale RES opwekopgave.

RES opwekopgave. Gezien de marginale bijdrage aan de opwekopgave

nen worden. Dan gaat het om zo’n 750 panelen oftewel 2,5% van de

kan ook met het wegvallen van dit initiatief afgerond naar verwachting

praktische potentie en wordt de realistische potentie op parkeerplaatsen

Trede 4, op landbouw- en natuurgronden

in geschat op minder dan 1% van de RES opwekopgave.

Op natuurgronden (binnen NNB) zijn zonneparken niet toegestaan en

voldaan worden aan de RES opwekopgave voor 2030.

op landbouwgronden alleen nog bij uitzondering of op basis van overTrede 3, In landelijk gebied

gangsrecht. De totale potentie in trede 1, 2 en 3 wordt ingeschat op

In bijlage 2 bij de RES 1.0 NOB is in het rapport “achtergrond verbruik

(0,0134 + 0,0004 + 0,00096 =) 0,0148 TWh oftewel 36,9% van de RES

en potentie” het potentieel van de opwek van zon op restgronden (tabel

opgave.

4.10, blz 53) ingeschat op 2 TJ. Daarbij is geen onderscheid gemaakt tussen restgronden binnen (trede 2) of buiten (trede 3) stedelijk gebied,

De potentie voor windenergie is onderzocht in de Visie zonne- en wind-

maar dat komt overeen met 1,4% van de RES opwekopgave (0,00056

energie, die in december 2020 door de gemeenteraad is vastgesteld

TWh).

voor het onderdeel zonne-energie. Voor het onderdeel windenergie is de visie niet vastgesteld, omdat de gemeenteraad eerst de resultaten

Figuur 7: Voorkeursvolgorde zonneladder, Uitvoeringsagenda NOVI

In de toelichting van artikel 5.54, lid 2 moet bij meervoudig ruimtegebruik

van een participatietraject voor windenergie wilde zien. Dat traject is in

uitgegaan worden van ruimte op gronden of objecten langs spoorlijnen

2021 gevolgd en dat heeft geresulteerd in een motie waarin de raad het

Zoals betoogd is het realiseren van zon op daken en/of bebouwd gebied

en wegen, op water, op stortplaatsen, grond- en slibdepots, op vloeivel-

college heeft gevraagd om voor de opgave tot 2030 niet voor windener-

dus niet voldoende om te kunnen voldoen aan de doelstelling van duur-

den, RWZI-terreinen of ten dienste van de agrarische functie (agri-PV).

gie te gaan. Dat standpunt is overgenomen in het Bestuursakkoord voor

zame energietransitie binnen de gemeente Sint-Michielsgestel. Het rea-

Rijkswegen en spoorlijnen bevinden zich niet op het grondgebied van de

de collegeperiode 2022-2026. Omdat geen windenergie benut kan wor-

liseren van zonneweiden in het landelijk gebied, en in dit geval land-

gemeente. Daardoor is deelname aan het programma Opwek van Ener-

den is voor de realisatie van de RES opwekopgave additioneel de op-

bouwgrond, is daarom noodzakelijk. De onderhavige locatie is na een

gie op Rijksvastgoed (OER) geen optie. Oppervlaktewater van enige

wek van 0,0252 TWh noodzakelijk. Daarvoor is van 1 december 2022

zorgvuldige afweging door de gemeente als ontwikkellocatie voor een

omvang is alleen beschikbaar op de Meerse Plas, maar die wordt recre-

tot 1 februari 2023 een tender voor zonneparken opengesteld in de ge-

zonneweide aangewezen. Van belang hierbij is dat de ruimtelijke kwali-

atief te intensief gebruikt om deze te benutten voor een drijvend zonne-

meente en is op 26 oktober 2023 door de gemeenteraad besloten om

teiten van het gebied niet te veel worden aangetast en de (maatschap-

park.

24,3 hectare te gunnen aan 4 initiatiefnemers door in te stemmen met

pelijke) meerwaarde in acht wordt genomen. In hoofdstuk 3 is aange-

de ingediende principeverzoeken voor 4 zonneparken. Onderhavig initi-

toond dat met deze ruimtelijke kwaliteiten en maatschappelijke meer-

Uit onderzoek blijkt dat er enkele voormalige stortplaatsen beschikbaar

atief maakt daar onderdeel van uit. Deze zonneparken samen gaan uit

waarde rekening is gehouden. Geconcludeerd kan worden dat de ont-

zijn, maar die zijn te klein van omvang om een rendabele exploitatie als

van een opwek van 27,36 megawattpiek en op basis van 950 vollast-

wikkeling in lijn is met de NOVI.

zonnepark mogelijk te maken. Een groot deel is in gebruik als natuur en

uren per jaar bedraagt de opwek 0,026 TWh, wat overeenkomt met 65%

daardoor zijn zonneparken er niet toegestaan. Anderen zijn als land-

van de RES opwekopgave. Samen met de potentie uit de treden 1 tot

Conclusie

bouwgrond in gebruik en gaat het niet om ongebruikte gronden. RWZI-

en met 3 is de potentie op landbouwgrond noodzakelijk om te kunnen

De ontwikkeling is in lijn met de Nationale Omgevingsvisie.

terreinen zijn niet beschikbaar in de gemeente en op voormalige agrari-

voorzien in de RES opwekopgave voor 2030.

Zonneweide Poeldonk

11

4.1.2

Instructieregels Rijk (AMvB’s)

Artikel 8.0b, eerste lid, van het Bkl bepaalt dat bij een aanvraag om een

het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buiten-

mer wil een nieuwe invulling geven aan het gebied door op een pas-

ruimte voor personen (paragraaf 5.1.8).

sende locatie een zonneweide te realiseren, welke bijdraagt aan de

buitenplanse omgevingsvergunning de instructieregels in hoofdstuk 5

transitie naar duurzame energie en een opwaardering van de biodiversi-

van het Bkl, de provinciale instructieregels en eventuele instructies het

Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoe-

beoordelingskader vormen van een buitenplanse omgevingsplanactivi-

fening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder

teit.

meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van

De eerste vraag die moet worden beantwoord, is of de beschreven ont-

spoorwegen en rijkswegen.

wikkeling een nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft. Dit begrip is gedefinieerd als: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zee-

vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit geweigerd

Doorwerking projectgebied

haventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of an-

wordt als:

De beoogde ontwikkeling is niet in strijd met de instructieregels van het

dere stedelijke voorzieningen”.

Uit het tweede lid van artikel 8.0b van het Bkl volgt dat de omgevings-

  

teit, evenals het leefgebied van reptielen en amfibieën.

de activiteit zou leiden tot een situatie die niet is toegelaten op grond

Rijk. In hoofdstuk 5 van deze ruimtelijke motivering wordt uiteengezet

van instructie(regel)s;

dat de ontwikkeling het beschermen van onder meer de waterbelangen,

Een zonneweide wordt gelet op deze definitie niet beschouwd als een

de omgevingsplanactiviteit betrekking heeft op een voorbescher-

veiligheid, gezondheid, erfgoed en het milieu niet schaadt. Hierdoor ont-

stedelijke ontwikkeling, zie hiervoor ook de uitspraak van de Afdeling

mingsregel in het omgevingsplan;

staat er geen situatie die niet is toegelaten op grond van de instructiere-

Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 23 januari 2019,

de omgevingsplanactiviteit het uitvoeren van een project waarvoor

gels.

ECLI:NL:RVS:2019:178. De ladder voor duurzame verstedelijking is dan

een projectbesluit is vastgesteld door provincie of Rijk, belemmert.

ook niet van toepassing op onderhavige ontwikkeling. Wel is er sprake Gelet op de omvang van de beoogde zonneweide (circa 7,5 hectare) en

van een zorgvuldige locatiekeuze, met toepassing van de ‘zonneladder’

Het Bkl bevat instructieregels met betrekking tot onder meer de vol-

het vermogen dat de zonneweide kan opwekken (ca. 10 MWp) betreft

van de gemeente (zie nader par. 4.4). Het initiatief is daarmee in lijn met

gende onderwerpen:

het project geen ontwikkeling die conform de Omgevingswet middels de

het gedachtengoed van de Ladder voor duurzame verstedelijking.

waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2);

rijkscoördinatieregeling dient te worden gecoördineerd. Het project be-

beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3);

treft geen project van nationaal belang.

beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder

 

Conclusie De ontwikkeling is in overeenstemming met de instructieregels van het

instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid

In artikel 5.129g van het Bkl is de Ladder voor duurzame verstedelijking

en geur en bodemkwaliteit;

opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een

beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden

Rijk.

goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in

4.1.3

en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor

stedelijke gebieden. Het Rijk wil met de introductie van de ladder vraag-

Op 28 juni 2019 heeft het kabinet-Rutte III het Klimaatakkoord gepre-

Klimaatakkoord

duurzame verstedelijking;

gerichte programmering bevorderen. De ladder beoogt een zorgvuldige

senteerd. Het Klimaatakkoord is een overeenkomst tussen veel organi-

het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6)

afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastruc-

saties en bedrijven in Nederland om de uitstoot van broeikasgassen te-

voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden;

turele besluiten.

gen te gaan. Daarmee wordt de opwarming van de aarde beperkt.

ningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7),

De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van een zonneweide

Het belangrijkste doel van het Klimaatakkoord is de CO2-uitstoot in 2030

waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteits-

in het landelijk gebied van de gemeente Sint-Michielsgestel. De gronden

met 49% verminderen vergeleken met 1990. In 2050 moet de uitstoot

voorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes,

hebben in de huidige situatie een agrarische bestemming. Initiatiefne-

het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzie-

aanwijzing van woningbouwcategorieën;

Zonneweide Poeldonk

12

van broeikasgassen met 95% afgenomen zijn. Aan de hand van verschillende maatregelen en afspraken met diverse sectoren dienen deze

1. Betrekken van omwonenden in de keuzes over het plan, het ontwerp en de mogelijkheid financieel te participeren.

doelen te worden gerealiseerd.

worden daarbij met rust gelaten, waardoor de ecologische waarde onaangetast blijft. Daarnaast wordt er in overleg met stakeholders gekeken naar de mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik.

Initiatiefnemer heeft de Gedragscode Zon-op-Land van Holland Solar Voor energie is de afspraak gemaakt dat in 2030 70% van elektriciteit uit

ondertekend en committeert zich hiermee aan de basisprincipes aan-

Tot slot kunnen omwonenden mee profiteren door financiële participatie

hernieuwbare bronnen dient te worden gegenereerd. Om dit te bewerk-

gaande acceptatie en participatie van grondgebonden zonprojecten.

in het project (zie voorgaand onder 1.).

stellingen zijn dertig regio’s benoemd die de ruimte krijgen om te bepa-

Een zorgvuldige, stapsgewijze manier van communiceren en het betrek-

len hoe zij aan de doelstellingen van het Klimaatakkoord kunnen vol-

ken van alle relevante stakeholders op het juiste moment vergroot de

doen. De gemeente Sint-Michielsgestel valt onder de energieregio

kans op acceptatie en voldoende draagvlak voor het project in de omge-

Noordoost Brabant.

ving. Voor een samenvatting van het participatieproces wordt verwezen

3. Zorgen dat het oorspronkelijk grondgebruik desgewenst mogelijk blijft na de levensduur van het zonnepark; zowel planologisch als fysiek (geen afval, vervuiling; goede bodemkwaliteit).

naar paragraaf 6.2 van onderhavige ruimtelijke motivering.

Initiatiefnemer zal voor de realisatie van het zonnepark een bodemonderzoek laten uitvoeren om daarmee de nul situatie van de bodem vast

Onderhavige ontwikkeling is in lijn met de afspraken uit het Klimaatakkoord. Het zonnepark voorziet in een periode van 25 jaar voor duurzame

De gemeente heeft het streven van minimaal 50% lokaal eigendom (en

te leggen. Na het verstrijken van de vergunningstermijn zullen de gron-

(hernieuwbare) energie door middel van zonne-energie. Het levert daar-

zeggenschap) in haar tenderdocumentatie opgenomen. Initiatiefnemer

den weer worden hersteld naar de originele situatie. Om dit te bekosti-

mee een bijdrage aan de landelijke doelstellingen om de CO2-uitstoot te

streeft hiernaar door inzet van verschillende mogelijkheden tot financiële

gen hebben initiatiefnemers een kostenpost hiervoor opgenomen in hun

verminderen.

participatie. Hiermee wordt ook gekeken naar de wensen van de omge-

financiële exploitatie. Uitgangspunt is dat de situatie van de gronden na

ving en inwoners van de gemeente.

het verwijderen van het zonnepark niet mag verslechteren.

2. Door een goede locatiekeuze en vormgeving meerwaarde bieden aan de omgeving: de natuur ter plekke zal erop vooruit moeten gaan; omwonenden zullen mee kunnen profiteren.

De juridisch-planologische verankering zal middels een omgevingsver-

Conclusie De ontwikkeling is in lijn met het Klimaatakkoord. 4.1.4

Gedragscode Zon op Land

Op 13 november 2019 hebben negen partijen de Gedragscode Zon op Land getekend. Het gaat om de brancheorganisatie Holland Solar, de vereniging van omwonenden van energieprojecten NLVOW, Energie Samen, Greenpeace, Milieudefensie, Natuur & Milieu, de Natuur en Milieufederaties, Natuurmonumenten, en de Vogelbescherming. Samen vertegenwoordigen deze organisaties meer dan 2 miljoen Nederlanders, 400 energiecoöperaties, 1000 lokale natuur- en milieugroepen, vele bewonersgroepen en 170 bedrijven in de zonnesector. Met de code erkennen de organisaties dat zon op land nodig is voor het halen van de doelen van de energietransitie. Daarvoor zullen leden van Holland Solar de volgende principes hanteren:

Zonneweide Poeldonk

gunningprocedure plaatsvinden. Dit betekent dat middels een omgevingsvergunning wordt afgeweken van het tijdelijke omgevingsplan. De onderliggende (agrarische) bestemming blijft ongewijzigd. De omge-

De locatie van de zonneweide is passend binnen de omgeving van het

vingsvergunning maakt het mogelijk dat tijdelijk een zonnepark binnen

projectgebied. Landschappelijk wordt de zonneweide ingepast, zie hier-

het besluitgebied gerealiseerd en in gebruik mag worden genomen.

voor ook paragraaf 2.2. Aanvullend wordt vermeld dat de locatie ook op basis van gemeentelijk beleid passend wordt geacht voor een zonne-

Conclusie

weide, zie hiervoor ook paragraaf 4.4.

Initiatiefnemer heeft de Gedragscode Zon-op-Land ondertekend en houdt zich daarbij aan de toezeggingen die zijn gedaan vanuit de sector.

In de huidige situatie worden de gronden benut ten behoeve van landbouw, hierdoor zijn de ecologische waarden van de gronden beperkt. Bij de realisatie van het zonnepark zal middels het landschappelijke inpassingsplan de biodiversiteit worden versterkt. De bestaande watergangen

13

4.2

Verhouding tot provinciaal beleid

voor de inwoners. Daarbij kunnen kansen verzilverd worden door decen-

duurzame energie ook kansen voor het versterken van de sociale sa-

4.2.1

Omgevingsvisie Noord-Brabant

trale overheden, al dan niet middels individuele of collectieve energieop-

menhang in de samenleving door lokaal samen te werken, de lokale

wekking door (groepen van) bedrijven en burgers.

veerkracht te versterken en het maatschappelijk rendement te verhogen.

Klimaatverandering heeft nu al een grote impact op de Brabantse leefomgeving en gaat in de toekomst nog meer van zich doen gelden. De

Brabant ziet zich daarom als innovatief gidsgebied en proeftuin voor de

verbranding van fossiele brandstoffen levert op landelijk niveau een bij-

De provincie is zich bewust dat zij maar één van de vele noodzakelijke

energietransitie. De steden worden pionierhubs voor energieopwekking

drage van circa 75% aan de totale uitstoot van broeikasgassen (door

spelers is, maar ziet Brabant, met onder andere de Brainport, als een

uit zon in combinatie met slimme mobiliteit (de auto als opslag van ener-

CO2-uitstoot). Besparing in het gebruik van fossiele brandstoffen en

goede uitgangspositie om de kansen die de energietransitie oplevert, te

gie). Het Brabantse landschap wordt benut voor opwekking, opslag en

grondstoffen en het overschakelen naar duurzame vormen van energie-

benutten. Door gebruik te maken van technologische innovaties, het

transport van hernieuwbare energie. Er liggen hier kansen om dit te kop-

opwekking zijn de belangrijkste manieren om vanuit Brabant een bij-

ontwikkelen van diensten en producten met een grote impact op het ver-

pelen aan het inspelen op klimaateffecten. En nieuwe digitale toepassin-

drage te leveren aan de beperking van de CO2-uitstoot.

hogen van de hoeveelheid duurzame energie, levert de provincie een

gen helpen om energieopwekking en -gebruik zo efficiënt mogelijk te

bijdrage aan de verbetering van de leefomgeving én zorgt het ervoor in

doen.

De provincie heeft als doel voor 2030 ten minste 50% reductie van

de toekomst om Brabantse economie versterken als ‘innovation lea-

broeikasgassen ten opzichte van de uitstoot in 1990 en ten minste 50%

ders’. Noord-Brabant koppelt het provinciaalbeleid aan het Rijksbeleid

mogelijk maken van zoveel mogelijk zon- en breed gedragen wind-

energie. Voor 2050 is het doel 100% duurzame energie, grotendeels af-

en nationale doelen.

projecten, binnen de spelregels die nu in de provinciale verordening

komstig uit Noord-Brabant.

Elektriciteit: voor de periode tot 2030 zet de provincie vol in op het

(par. 4.2.2) een plek hebben gekregen. Draagvlak en sociale rand-

Aanleiding vormen de klimaatafspraken in Parijs en nationaal de afspra-

De doelstelling is een grote uitdaging die vraagt om een actief en gericht

voorwaarden zijn daarbij belangrijk. Ook zet de provincie zich in om

ken over het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen en de

tweesporenbeleid van de provincie:

de elektriciteitsvraag van de gebouwde omgeving zoveel mogelijke

omschakeling naar een energie neutrale samenleving. De provincie

binnen die omgeving op te wekken.

Verminderen energieverbruik: Energie die je niet verbruikt hoef je

Noord-Brabant wil evenredig bijdragen aan de doelstelling van minder

ook niet op te wekken en levert dan ook geen ruimteclaim of uitstoot

dan 2ºC opwarming (klimaatakkoord). Daarnaast zijn er ook andere re-

op. Daarom is het verminderen van energiegebruik noodzakelijk, on-

Doorwerking projectgebied

denen voor de inzet op de energietransitie. Energie die niet is geba-

der andere in de gebouwde omgeving (warmte, isolatie) via energie-

De ruimtelijke ontwikkeling heeft een directe link met het uitgangspunt

seerd op fossiele bronnen, ligt binnen handbereik en maakt dat de ener-

zuinige apparatuur, door het verminderen van het energiegebruik

om een zo groot mogelijk aandeel in vernieuwbare energiebronnen te

gievoorziening minder afhankelijk wordt van de gasvoorraden in Neder-

van mobiliteit en het terugdringen van industrieel energiegebruik.

realiseren. Verder ziet de provincie Noord-Brabant een grote opgave om

Verduurzaming energie: Van een marginale toepassing van duur-

te kunnen voldoen aan de nationale opgave voor energietransitie.

land of van de import van energie van elders. De hele transitie naar een

goed functionerend en betrouwbaar systeem, gebaseerd op andere

zame technologie wil de provincie via een enorme groeispurt groot-

energiebronnen dan fossiele brandstoffen, duurt decennia.

schalig gebruik maken van energie via wind, zon, water en duur-

Middels onderhavige ontwikkeling kan een belangrijke bijdrage worden

zame warmte.

geleverd aan de provinciale doelstellingen omtrent energietransitie naar

Dit alles tezamen maakt het noodzakelijk dat er nu begonnen wordt met

duurzame energie. In het Provinciaal omgevingsplan wordt aangegeven

het aanpassen van de gehele energievoorziening van productie, opslag

Tegelijkertijd biedt deze uitdaging ook veel kansen. Een duurzame ener-

dat er een goede landschappelijke inpassing gerealiseerd dient te wor-

en transport. Burgers en bedrijven kunnen daardoor nu en in de toe-

gieproductie in combinatie met een goede oplossing van opslag die op

den waarin het ruimtelijk ontwerp van het initiatief wordt onderbouwd.

komst rekenen op een goed functionerend en betrouwbaar energiestel-

grote schaal kan worden toegepast, is ook een belangrijke economische

Zoals in hoofdstuk 3 van deze ruimtelijke motivering reeds is gemoti-

sel. De provincie levert hiermee een bijdrage aan het terugdringen van

motor. Brabant kan op dit gebied met de hier aanwezige kennis en ex-

veerd, wordt aan deze voorwaarde voldaan.

de uitstoot van broeikasgassen en verbeteren tevens de luchtkwaliteit

pertise bij kennisinstellingen en bedrijven één van de leidende innovatieve regio’s in Europa worden. Tegelijkertijd biedt de opwekking van

Zonneweide Poeldonk

14

Conclusie De ontwikkeling is in lijn met de Omgevingsvisie Noord-Brabant.

de bescherming en ontwikkeling van ecologische-, landschappelijke-

gebruik als zonnepark (geen bewoonde bebouwing en installaties op

en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied.

stellingen) speelt het grondwater geen belemmerende factor behoudens

In hoofdstuk 5 zijn de bestaande waarden op ecologisch, hydrologisch

ter plaatse van de benodigde transformatorhuis(jes). Om eventuele

en landschappelijk gebied in beeld gebracht. Middels een quickscan na-

overlast ter plaatse hiervan te voorkomen is het aan te raden deze op

Op 5 december 2023 is de TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant

tuurwaarden zijn de huidige ecologische waarden onderzocht en in kaart

een verhoging van minimaal 60 cm tegenover het maaiveld te bouwen

vastgesteld. Deze vervangt de interim omgevingsverordening Noord-

gebracht. Hieruit is gebleken dat de projectlocatie geschikt is voor de

waardoor het aspect grondwater geen overlast zal opleveren.

Brabant (1 maart 2020, nadien meermaals geactualiseerd). De TAM-

aanwezigheid van verschillende soorten. In het onderzoek, welke tevens

omgevingsverordening is een vertaling van de provinciale Omgevingsvi-

is opgenomen in de bijlage, zijn daarom maatregelen uitgezet die voor-

Indien er toegangswegen worden aangelegd is een lichte verhoging van

sie naar concrete en juridisch ingekaderde regels.

komen dat de beoogde ontwikkeling negatieve invloed zal hebben op de

10 cm boven het bestaand maaiveld geadviseerd zodat (grond)water

4.2.2

TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant

huidige natuurwaarden. Per soort is samengevat of de voorgenomen in-

geen overlast oplevert. Bij normale wegen wordt een minimale ontwate-

Doorwerking projectgebied

greep verstorend kan werken en wat de consequenties zijn voor eventu-

ringsdiepte van 70 cm geadviseerd maar omdat het eigen toegangswe-

Op de Basiskaart van de omgevingsverordening is het projectgebied ge-

ele vervolgstappen, zoals soortgericht nader onderzoek of vergun-

gen zijn voor een beperkt toegankelijk gebied, is een minimale ontwate-

legen in het ‘Landelijk gebied’ en in het gebied ‘Cultuurhistorische waar-

ningstraject. Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voor-

ringsdiepte minder van belang en mag hiervan afgeweken worden. Toe-

den’. Zorgvuldig ruimtegebruik als bedoeld in artikel 5.8 en verder is de

genomen plan alleen in overeenstemming met de nationale natuurwet-

komstige onderhoudswegen worden net als de bestaande paden voor-

basis randvoorwaarde voor ontwikkelingen in het landelijk gebied. Voor

geving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits vooraf-

zien van een grof grindpakket op een doorlatend geotextiel (dikte afhan-

het ontwikkelen van zonneparken in het Landelijk gebied zijn, in artikel

gaand en tijdens het uitvoeren van genoemde werkzaamheden in acht

kelijk van de benodigde draagkracht) waardoor grondwater geen over-

5.54 ‘zonneparken in Landelijk gebied’, specifieke regels opgenomen.

wordt genomen. Door de natuurwaarden zo scherp in beeld te brengen

last zal veroorzaken. Het perceel kan in natte perioden zo nat worden,

Artikel 5.46 ‘Landschappelijke waarden in de groenblauwe mantel’ geeft

kan de ontwikkeling niet alleen zorgen voor het behoud, maar zelfs tot

dat het mogelijk niet meer goed toegankelijk is.

de randvoorwaarden voor de ruimtelijke plannen binnen de ‘Groen-

het versterken van de ecologische waarden en structuur binnen het pro-

blauwe mantel’ waarden’ gebieden. Deze regels zijn hierna weergege-

jectgebied. De uitkomsten van het onderzoek zijn eveneens verwerkt in

Tot slot is voorzien in een adequate landschappelijke inpassing van de

ven en worden daarna toegelicht.

het landschappelijk inpassingsplan waarmee geconcludeerd kan worden

locatie. De aanleg, instandhouding en het beheer van de verschillende

dat er een evenwichtige toedeling is van functies aan locaties.

elementen wordt in de voorwaarden bij de vergunning geborgd en is uit-

Artikel 5.46 Groenblauwe waarden

gewerkt in het landschappelijk inpassingsplan. Zodoende wordt voldaan

Een omgevingsplan ter plaatse van Groenblauwe waarden:

Ook is er voor het planvoornemen een watertoets opgesteld die de hui-

a. strekt tot het behoud, het herstel of de duurzame ontwikkeling van

dige bodemkundige en (geo)hydrologische situatie in beeld brengt. Hier-

aan het gestelde in dit artikel.

het bodem- en watersysteem en de daarmee samenhangende ecolo-

bij worden de gehanteerde uitgangspunten, randvoorwaarden en de mo-

Artikel 5.54 Zonneparken in Landelijk gebied

gische waarden en kenmerken, biodiversiteit en landschappelijke

gelijkheden om neerslag in de toekomstige situatie te verwerken samen-

Lid 1

waarden en kenmerken;

gevat tot de weging van het waterbelang om zo tot een duurzame neu-

Een omgevingsplan ter plaatse van Landelijk gebied kan de ontwikke-

trale ontwikkeling te komen. Zoals in par. 2.2 en in bijlage 1 bij deze

ling van een zonnepark mogelijk maken om te voldoen aan de doelstel-

ruimtelijke motivering is toegelicht, wordt het bestaande watersysteem

lingen voor het opwekken van duurzame energie als:

met de voorgenomen ontwikkeling intact gelaten. Uit de weging van het

a. uit onderzoek blijkt dat de aanleg van het zonnepark noodzakelijk is

en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied; en

waterbelang blijkt dat de ontwikkeling hydrologisch neutraal wordt uitge-

omdat in onvoldoende mate voorzien kan worden in de behoefte voor

d. bepaalt dat de toedeling van een functie of activiteit gepaard gaat

voerd waarbij de huidige grondwaterstanden worden gehandhaafd of

duurzame energie:

zelfs verhoogd (geen bijkomende ontwatering). Gezien het toekomstige

1. door de ontwikkeling van andere vormen van duurzame energie;

b. bevat een beschrijving van de ecologische-, landschappelijke- en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied; c. stelt regels ter bescherming van de ecologische-, landschappelijke-

met een positieve bijdrage aan het versterken van biodiversiteit en

Zonneweide Poeldonk

15

2. binnen Stedelijk gebied;

omdat deze niet binnen de grenzen van het buitengebied valt. Het plan-

3. door meervoudig ruimtegebruik in Landelijk gebied of binnen be-

voornemen is daarmee zorgvuldig afgewogen binnen de visie van de

staand ruimtebeslag op bouw-percelen; en 4. op gronden aansluitend op Stedelijk gebied.

gemeente m.b.t. zonne-energie. Tevens is de zonnelader doorlopen zoals omschreven in par 4.1.1. van onderhavige ruimtelijke motivering.

De potentie voor windenergie is onderzocht in de Visie zonne- en windenergie (zie navolgende alinea), die in december 2020 door de gemeen-

b. de ontwikkeling past in de gewenste ontwikkelingsrichting, bedoeld in

teraad is vastgesteld voor het onderdeel zonne-energie. Voor het onder-

Artikel 5.12, en inzicht is geboden in de maatregelen die worden getrof-

deel windenergie is de visie niet vastgesteld, omdat de gemeenteraad

fen om de impact op de omgeving te beperken.

eerst de resultaten van een participatietraject voor windenergie wilde

Zie hiervoor de toetsing aan artikel 5.12, verderop in deze paragraaf.

zien. Dat traject is in 2021 gevolgd en dat heeft geresulteerd in een motie waarin de raad het college heeft gevraagd om voor de opgave tot

c. de ontwikkeling een maatschappelijke meerwaarde geeft, waaronder

2030 niet voor windenergie te gaan. Dat standpunt is overgenomen in

de mogelijkheid voor de omgeving om te participeren in het project.

het Bestuursakkoord voor de collegeperiode 2022-2026.

De maatschappelijke meerwaarde blijkt uit de volgende criteria: 

de mate van meervoudig ruimtegebruik; Dit wordt, binnen de reële

De gemeente Sint-Michielsgestel heeft in de visie ‘zonne- en windener-

mogelijkheden, gecreëerd door opwaardering van de ecologische

gie’ onderzoek gedaan naar de verschillende mogelijkheden voor het

waarden van het gebied. De bestaande watergangen worden daar-

toepassen van duurzame energievoorzieningen. Zonne- en windenergie

bij met rust gelaten waardoor de ecologische waarde onaangetast

zijn op dit moment de voornaamste technieken waarmee duurzame energie kan worden opgewekt. Om (tijdig) aan de beoogde doelstellin-

blijft, maar de hydrologische functie en waarde wel blijft behouden. 

de maatregelen die getroffen worden om de impact op de omgeving

gen op het gebied van duurzame energievoorziening te kunnen voldoen,

te beperken; Een zorgvuldige landschappelijke inpassing, het ge-

zijn naast locaties in stedelijk gebied ook voorzieningen in het landelijk

bruik van reflectiebeperkende materialen en het evenwichtig verwer-

gebied nodig. Enkel het benutten van daken en potentieel te benutten andere locaties in bestaand stedelijk gebied voldoet hiervoor niet.

ken van hemelwater zorgen hiervoor. 

de bijdrage die wordt geleverd aan andere maatschappelijke doelen.

Daarom moet ook gekeken worden naar passende andere locaties.

Er wordt een significante bijdrage geleverd aan de maatschappelijke

Hiernaar is in de visie onderzoek gedaan. Dit heeft geresulteerd in ge-

doelstellingen voor de energietransitie naar duurzame vormen van

bieden, waar wind- en zonne-energie worden uitgesloten, in gebieden

energievoorziening. De omgeving kan (financieel) mee participeren,

waar zonne- én windenergie een plaats kunnen krijgen en gebieden

waardoor ze kunnen meebeslissen over het project en in de vorm

waar inpassing van zonneweides afweegbaar is. Het projectgebied ligt

van bijvoorbeeld een omgevingfonds kunnen meeprofiteren van een

binnen een gebied dat is aangewezen binnen trede 2 (verstedelijking af-

financiële bijdrage. Bovendien is er vanuit de omgevingsdialoog het

weegbaar) en in trede 3 (resterend landelijk gebied). Deze kaart is weer-

idee ontstaan om mogelijk laadpalen voor elektrische fietsen in de

gegeven in figuur 8. Daarnaast is de planlocatie grotendeels als inpas-

omgeving te plaatsen. Er wordt gestreefd naar 50% lokaal eigen-

singslocatie voor zonneweides weergegeven, zoals ook aangegeven in

dom, waardoor de mogelijkheid om te participeren gestalte krijgt, zie

figuur 9 Hierbij is te zien dat het noordwestelijke zone niet gemarkeerd

nader par. 4.1.4.

Zonneweide Poeldonk

Figuur 8: Uitsnede 'PV Zon - Tredes (voorrangsprincipe) uit de visie ‘zonne- en windenergie’

Figuur 9: Uitsnede 'PV Zon - Gebied algemene voorwaarden' uit de visie ‘zonne- en windenergie’

16

d. is geborgd dat het zonnepark tijdelijk, voor ten hoogste 25 jaar, wordt

aan het bedrijventerrein, met positieve vooruitzichten. Inmiddels zijn ook

energievoorziening (netwerklaag), worden verschillende maatregelen

toegelaten.

hierover meerdere gesprekken met Enexis over gevoerd.

getroffen om negatieve effecten op de ondergrond te voorkomen dan wel beperken. Daarbij kan worden opgemerkt dat er bij de realisatie van

Hiertoe wordt in de vergunning een voorschrift opgenomen.

Artikelen 5.7 t/m 5.10: basisprincipes voor een evenwichtige toedeling

een zoneweide slechts zeer beperkt sprake is van bodemroerende

van functies

werkzaamheden waardoor negatieve effecten voor de bodem minimaal

e. juridisch en financieel is geborgd dat na het verstrijken van de termijn

In par. 5.1.2 van de Iov zijn de basisprincipes voor een evenwichtige

zullen zijn. Desondanks wordt er zorgvuldig omgegaan met het water-

de opstelling voor zonne-energie en de daarbij behorende voorzienin-

toedeling van functies opgenomen. Hierbij wordt op basis van art. 5.7 re-

bergend vermogen van het gebied door het realiseren van extra ber-

gen, worden verwijderd.

kening gehouden met:

gingscapaciteit en wordt de ecologische waarde van het gebied ver-

Deze voorwaarde wordt vastgelegd in de vergunning.

groot. Hierbij wordt ook gezorgd voor voldoende afstand van de water-

zorgvuldig ruimtegebruik (art. 5.8);

Onderhavige ontwikkeling vindt plaats buiten ‘bestaand ruimtebeslag’

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=fb3685b3-5a46-4420-96e1-4aed2e0b3cf2