CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1b_ Bijlagenboek bestemmingsplan Kerkweide West.pdf

Raadsvergadering Boxtel 13 juli 2021, gemeente boxtelBij agendapunt: Bestemmingsplan Kerkweide-West (regnr 1260907)30.250 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Ook kan het zijn dat wij maatregelen of vervolgstappen adviseren die niet goed in te passen zijn in

soorten:

de planning of uitvoering. Afwijken van het plan of advies is sommige gevallen mogelijk, maar altijd

•

Spaar rust- en schuilplekken, zoals holen (muizensoorten, egel en konijn) en legers (haas).

onder begeleiding van een deskundig ecoloog. Het is mogelijk dat in een vervolgtraject beschermde planten uitgestoken moeten worden of beschermde dieren gevangen moeten worden. Hiervoor is een

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

15

ontheffing benodigd en dit dient daarom altijd onder begeleiding plaats te vinden van een ecologisch deskundig persoon met kennis van de betreffende soorten. Indien er beschermde soorten worden aangetroffen die niet in deze quickscan benoemd zijn, dient direct contact opgenomen te worden met een ecoloog om te bepalen hoe gehandeld dient te worden. 4.6 Bovenwettelijke maatregelen (niet verplicht, wel wenselijk) Deze ecologische quickscan is opgesteld om aan de wettelijke eisen uit de Wet natuurbescherming te voldoen. In het rapport wordt dus geen rekening gehouden met aanwezige natuurwaarden die niet wettelijk beschermd zijn. Maar ook niet beschermde natuurwaarden zijn waardevol om te behouden. Daarnaast zijn er vaak ecologische of landschappelijke kansen aanwezig die eenvoudig te realiseren zijn. Wij vinden het belangrijk om ook niet beschermde natuurwaarden en mogelijke ecologische kansen te benoemen. 4.6.1 Aanwezige niet beschermde natuur- en/of landschapswaarden Binnen het projectgebied zijn de volgende niet beschermde natuur- en landschapswaarden aangetroffen:

• •

Takken- en bladhopen bieden schuilplaatsen aan kleine zoogdieren en vogels. Het stukje met de corniferen/struiken achter het huis aan de Kerkheiseweg 24 biedt schuilmogelijkheden en voedselmogelijkheden voor vogels.

4.6.2 Ecologische en/of landschappelijke kansen Binnen het projectgebied zijn de volgende ecologische en/of landschappelijke kansen aanwezig:

•

In de omgeving van het projectgebied zijn waarnemingen bekend van vleermuizen. Wij adviseren om in de nieuw te bouwen woning voorzieningen te treffen voor vleermuizen, zoals een toegankelijke (dubbele) spouw. Denk ook aan vleermuisvriendelijke verlichting en biotoopverbeterende maatregelen, zoals aanplant van inheemse struiken en bomen of een grote vijver. Op vleermuis.net

•

is meer informatie beschikbaar ter inspiratie. Denk aan de huismus en plaats een vogelschroot ter hoogte van de derde dakpan, dit biedt voldoende nestgelegenheid. Ook kunnen nestvoorzieningen geplaatst worden. Via Stichting de witte

•

mus zijn tekeningen beschikbaar om zelf een nestkast te bouwen of plaats een goedwerkend model. Mochten er schuren met platte daken gerealiseerd worden, realiseer dan een groen/sedum dak op deze daken. Deze daken bieden voedsel voor insecten.

Toelichting op de afbeelding Impressie projectgebied: in één van de weilanden lopen nu drie schapen.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

16

•

Realiseer een rand of plek met ruigtekruiden langs de oeverzone van de nieuw te maken vijvers. Door een plek met ruigtekruiden te realiseren langs de oever en deze slechts éénmaal per twee jaar te maaien, ontstaat een overgang met ruigtekruiden. Deze rand is waardevol voor bijvoorbeeld planten, vlinders en kleine zoogdieren, maar ook watervogels kunnen hiervan profiteren voor hun

•

nestplaats. Plaats in het plantsoen allerlei inheemse planten in plaats van de standaard plantsoenplanten. Inheemse planten zijn beter voor de biodiversiteit. In deze folder van Alterias staat een lijst met inheemse plantensoorten. De plantensoorten zijn inheems voor België, maar vele van deze lijst zijn ook in Nederland inheems. AlterIAS is een Belgisch communicatie project gericht op de voorlichting van de tuinbouwsector over de problematiek van invasieve planten.

4.5.3 Aanbevelingen bovenwettelijke maatregelen Wij stellen voor om de volgende aanbevelingen uit te voeren:

• •

Zorg dat de aanwezige natuur- en/of landschapswaarden niet verloren gaan. Herstel of opnieuw ontwikkelen van natuurwaarden is veelal lastiger dan een goede inpasbare oplossing zoeken. Realiseer de aangegeven ecologische- en/of landschappelijke kansen om het projectgebied aantrekkelijker te maken voor flora en fauna. Dit versterkt de algemene omgevingskwaliteit.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

17

BRONVERMELDING Boeken •

Chinery, M. (2010). Nieuwe insecten gids (5e druk). Utrecht: Vbk Media.

•

Siebel, H. & H. During (2006). Beknopte mosflora van Nederland en België Utrecht: KNNV Uitgeverij.

Internetpagina’s, online documenten en apps

•

Dijkstra (2018n). Kluwenklokje

•

Ravon (z.d.e) Knoflookpad

•

Vlinderstichting (z.d.o). Iepenpage

•

Dijkstra (2018o). Knolspirea

•

Ravon (z.d.f). Poelkikker

•

Vlinderstichting (z.d.p). Kommavlinder

•

Dijkstra (2018p). Korensla

•

Ravon (z.d.g). Rugstreeppad

•

Vlinderstichting (z.d.q). Kleine ijsvogelvlinder

•

Dijkstra (2018q). Kruipendmoerasscherm

•

Ravon (z.d.h). Vinpootsalamander

•

Vlinderstichting (z.d.r). Sleedoornpage

•

Dijkstra (2018r). Muurbloem

•

Ravon (z.d.i). Vroedmeesterpad

•

Vlinderstichting (z.d.s). Teunisbloempijlstaart

•

Dijkstra (2018s). Naakte lathyrus

•

Ravon (z.d.j). Adder

•

Vlinderstichting (z.d.t). Zilveren maan

•

Dijkstra (2018t). Ruw parelzaad

•

Ravon (z.d.k). Gladde slang

•

Vlinderstichting (z.d.g). Bosbeekjuffer

•

Dijkstra (2018u). Schubvaren

•

Ravon (z.d.l). Hazelworm

•

Vogelbescherming Nederland (z.d.a). Boomvalk

•

Dijkstra (2018v). Smalle raai

•

Ravon (z.d.m). Levendbarende hagedis

•

Vogelbescherming Nederland (z.d.b). Buizerd

Dijkstra (2018w). Stijve wolfsmelk

•

Ravon (z.d.n). Muurhagedis

•

Vogelbescherming Nederland (z.d.c). Havik

•

AlterIAS (z.d.). Brochure alternatieven voor invasieven.

•

•

BIJ12 (2017a). Kennisdocument Gewone dwergvleermuis.

•

Dijkstra (2018x). Wilde ridderspoor

•

Ravon (z.d.o). Ringslang

•

Vogelbescherming Nederland (z.d.d). Wespendief

•

BIJ12 (2017b). Kennisdocument Huismus.

•

Dijkstra (2018y). Wolfskers

•

Ravon (z.d.p). Zandhagedis

•

Vogelbescherming Nederland (z.d.e). Zwarte wouw

•

BIJ12 (2017c). Kennisdocument Gierzwaluw.

•

Dijkstra (2018z). Zandwolfsmelk

•

Ravon (z.d.q). Beekprik

•

Vogelbescherming Nederland (z.d.f). Gierzwaluw

•

BIJ12 (2017d). Kennisdocument Rugstreeppad Bufo calamita.

•

EIS Kenniscentrum Insecten (2012). Nieuwe vindplaatsen van

•

Ravon (z.d.r). Elrits

•

Vogelbescherming Nederland (z.d.g). Grote gele kwikstaart

•

BIJ12 (2017e). Kennisdocument Buizerd Buteo buteo.

de strikt beschermde vermiljoenkever.

•

Ravon (z.d.s). Gestippelde alver

•

Vogelbescherming Nederland (z.d.h). Huismus

•

BIJ12 (2017f). Kennisdocument Kamsalamander Triturus

EIS Kenniscentrum Insecten (2018). Beschermde vermiljoen-

•

Ravon (z.d.t). Grote modderkruiper

•

Vogelbescherming Nederland (z.d.i). Kerkuil

kever duikt op in Gelderland.

•

Ravon z.d.u). Kwabaal

•

Vogelbescherming Nederland (z.d.j). Ransuil

Huijbrechts, H. (2002). Het vliegend hert - Een bureaustudie.

•

Ravon z.d.u). De ringslang.

•

Vogelbescherming Nederland (z.d.k). Steenuil

•

Rivierkreeften.be (z.d.) Europese rivierkreeft (Astacus

•

Vogelbescherming Nederland (z.d.l). Oeverzwaluw

astacus).

•

Vogelbescherming Nederland (z.d.m). Ooievaar

•

cristatus. •

BIJ12 (2017g). Kennisdocument Poelkikker Rana lessonae.

•

•

Bouwens, Sander (2017). Handreiking kleine marters in

•

IUCNredlist (2017). Tursiops truncatus. IvL & RHB (2014-2016). Platte schijfhoren.

relatie tot soortbescherming.

•

•

BWLG (2007). Tonghaarmuts.

•

Ministerie van Economische Zaken (2017). Effectenindicator.

•

Stichting Witte mus (2018). Pagina huismuskasten.

•

Vogelbescherming Nederland (z.d.n). Roek

•

Cuppen, J.G.M. & Koese, B (2005). De gestreepte water-

•

Ministerie van Economische Zaken (2015). Ecologie bataafse

•

RVO (2017). Natuurkalender voor broedvogels.

•

Vogelbescherming Nederland (z.d.o). Slechtvalk

stroommossel.

•

Vleermuis.net (2018). Pagina bescherming en pagina ruige

•

Vogelbescherming Nederland (z.d.p). Sperwer

dwergvleermuis.

•

Vogelbescherming Nederland (z.d.q). Ekster

roofkever Graphoderus bilineatus in Nederland: een eerste inhaalslag.

•

Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (2018). PAS-gebieden.

•

Vlinderstichting (z.d.a). Beekrombout

•

Vogelbescherming Nederland (z.d.r). Eidereend

NDFF-ecogrid (2017). Uitvoerportaal van de Nationale Data-

•

Vlinderstichting (z.d.b). Gevlekte glanslibel

•

Vogelbescherming Nederland (z.d.s). Brilduiker

bank Flora en Fauna.

•

Vlinderstichting (z.d.c). Gevlekte witsnuitlibel

•

Vogelbescherming Nederland (z.d.t). Draaihals

Dijkstra (2018d). Brede wolfsmelk

•

Netwerk Groene Bureaus (2017a). Vleermuisprotocol 2017.

•

Vlinderstichting (z.d.d). Groene glazenmaker

•

Vogelbescherming Nederland (z.d.u). Ruigpootuil

Dijkstra (2018e). Dreps

•

Netwerk Groene Bureaus (2017b). Soortinventarisatiepro-

•

Vlinderstichting (z.d.e). Kempense heidelibel

•

Vogelbescherming Nederland (z.d.v). Tapuit

tocollen.

•

Vlinderstichting (z.d.f). Noordse winterjuffer

•

Vogelbescherming Nederland (z.d.w). Zwarte specht

Ottburg, F.G.W.A. & Roessink, I. (2012). Europese rivierkreeft-

•

Vlinderstichting (z.d.g). Rivierrombout

•

Vogelbescherming Nederland (z.d.1). Kleine plevier

en in Nederland.

•

Vlinderstichting (z.d.h). Sierlijke witsnuitlibel

•

Zoogdiervereniging (z.d.a). Startpagina bever

Provincie Zuid-Holland (2018). Geodataviewer Natuurnetwerk

•

Vlinderstichting (z.d.i). Aardbeivlinder

•

Zoogdiervereniging (z.d.b). Startpagina boommarter

Nederland.

•

Vlinderstichting (z.d.j). Bruine eikenpage

•

Zoogdiervereniging (z.d.c). Startpagina bunzing

•

Ravon (z.d.a). Alpenwatersalamander.

•

Vlinderstichting (z.d.k). Duinparelmoervlinder

•

Zoogdiervereniging (z.d.d). Startpagina das

Dijkstra (2018l). Karthuizer anjer

•

Ravon (z.d.b). Boomkikker.

•

Vlinderstichting (z.d.l). Grote parelmoervlinder

•

Zoogdiervereniging (z.d.e). Startpagina eekhoorn

Dijkstra (2018m). Kleine wolfsmelk

•

Ravon (z.d.c). Heikikker.

•

Vlinderstichting (z.d.m). Grote vos

•

Zoogdiervereniging (z.d.f). Startpagina gewone zeehond

•

Ravon (z.d.d). Kamsalamander

•

Vlinderstichting (z.d.n). Grote weerschijnvlinder

•

Zoogdiervereniging (z.d.g). Startpagina hermelijn

•

Zoogdiervereniging (z.d.h). Startpagina noordse woelmuis

•

Zoogdiervereniging (z.d.i). Startpagina otter

•

Dijkstra (2018a). Akkerdoornzaad

•

Dijkstra (2018b). Akkerogentroost

•

Dijkstra (2018c). Blauw Guichelheil

• • •

Dijkstra (2018f). Drijvende waterweegbree

•

Dijkstra (2018g). Echte gamander

•

Dijkstra (2018h). Glad biggenkruid

•

Dijkstra (2018i). Grote leeuwenklauw

•

Dijkstra (2018j). Groenknolorchis

•

Dijkstra (2018k). Groot spiegelklokje

• •

•

• •

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

18

•

Zoogdiervereniging (z.d.j). Startpagina steenmarter

•

Zoogdiervereniging (z.d.l). Startpagina waterspitsmuis

•

Zoogdiervereniging (z.d.m). Startpagina wezel

•

Zoogdiervereniging (z.d.n). Startpagina damhert.

•

Zoogdiervereniging (z.d.o). Startpagina edelhert.

•

Zwaluwen.info (2018). Nestgelegenheid voor Boerenzwaluwen.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

19

BIJLAGE 1 - WET NATUURBESCHERMING Wet natuurbescherming

Verbodsartikel

Lid

Toelichting

3.1 Vogelrichtlijn

Lid 1

Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen.

In de Wnb zijn meerdere wetten samengevoegd. Relevant zijn de samenvoegingen van de Natuurbeschermingwet 1998 die over beschermde gebieden gaat, de

Lid 2

Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.

Boswet die over bescherming van houtopstanden gaat en de Flora- en faunawet die over de bescherming van soorten gaat. Al deze regels zijn al dan niet aangepast overgenomen in de Wnb. Wij toetsen een ingreep in een ecologische quickscan

Lid 3

Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben.

aan de Wnb en daardoor aan wat eerst drie wetten waren. Hiernaast wordt een

Lid 4

Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen.

Lid 5

Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat

korte samenvatting weergegeven van waar wij aan toetsen.

van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Soortbescherming De Wet natuurbescherming kent drie algemene beschermingsregimes waar-

3.5 Habitatrichtlijn

Lid 1

Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk

in de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen

te doden of te vangen.

(Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd. Aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven, dat zijn de andere soorten. In de Wet natuurbescherming zijn de beschermingsregimes in drie aparte paragrafen neer-

Lid 2

Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren.

Lid 3

Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.

Lid 4

Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of

gelegd. Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. In de onderstaande tabel is weergegeven op welke beschermingsre-

te vernielen.

gimes welke verboden van toepassing zijn. Lid 5

Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Artikel 3.10 andere soorten

Lid 1

Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet: a: opzettelijk te doden of te vangen; b: de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, c: vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

De bron van de wet is hier te vinden: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2016-34.html

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

20

*Het verbod van het vernietigen of wegnemen van nesten geldt alleen tijdens het broedseizoen van de

Beschermde gebieden

soorten die elk jaar een nieuw nest maken. De soorten die jaarlijks terug komen op het zelfde nest zijn

In Europa is een netwerk van beschermde gebieden opgezet. Dit zijn de zogenoemde Natura 2000-

jaarrond beschermd. Specifiek gaat dit om vogels van categorie 1t/m 4 en de nesten van soorten in

gebieden. Deze gebieden zijn in de Wnb zwaar beschermd. Volgens de Wnb is het volgens artikel 2.7 lid 2

categorie 5 als er onvoldoende alternatieven zijn.

verboden zonder vergunning projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de

Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als

instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of

vaste rust- en verblijfplaats.

de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen

Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honk-

hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen.

vast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak

Dit geld ook voor projecten die fysiek buiten het Natura 2000-gebied gelegen zijn maar wel een effect

zeer specifiek en limitatief beschikbaar.

kunnen hebben op het gebied (externe werking).

Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn

Natuurnetwerk Nederland (NNN)

vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar.

Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen

Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een

natuurgebieden. In de wet heet dit de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het netwerk moet natuurge-

nest te bouwen.

bieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied.

Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. De soorten die beschermd zijn staan in bijlage 2 weergegeven, hierbij wordt ook aangegeven welke vogels onder de categorieën vallen. Elke provincie heeft de mogelijkheid soorten die onder de andere soorten vallen vrij te stellen. De vrijgestelde soorten staan in bijlage 3 weergegeven.

In het Natuurnetwerk Nederland liggen:

• • • • •

bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee; alle Natura 2000-gebieden.

Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen:

Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor het Natuurnetwerk Nederland. De ligging en

Artikel 1.11, lid 1: Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere

bescherming van de NNN is vastgelegd in de provinciale Structuurvisie, welke door de gemeentes wordt

nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Artikel 1.11, lid 2: De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

21

Natuurwaarden buiten het Natuurnetwerk Nederland Ook buiten het NNN zijn grote natuurwaarden aanwezig. Behoud, herstel en verdere ontwikkeling van deze natuurwaarden dragen substantieel bij aan de biodiversiteit. Aanvullend wordt ingezet op de volgende opgaven: het realiseren van een natuurmantel in de vorm van een groenblauwe dooradering rondom de natuurkernen in het NNN. Deze mantel wordt de ‘Strategische reservering natuur’ genoemd. het in stand houden van de belangrijke leefgebieden voor weidevogels in blijvend agrarisch gebied door agrarisch natuurbeheer. Weidevogelgebieden worden gerekend tot categorie 2 in het handelingskader ruimtelijke kwaliteit. Deze gebieden worden ‘Belangrijke weidevogelgebieden’ genoemd. Beschermde houtopstanden In de Wnb is het conform artikel 4.2 verboden houtopstanden te kappen buiten de bebouwde kom houtopstanden grenzen zonder hier vooraf een melding van te maken aan het bevoegd gezag. Deze regel geldt niet voor: a. houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b. houtopstanden op erven of in tuinen; c. fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d. naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; e. kweekgoed; f. uit populieren of wilgen bestaande: 1°. wegbeplantingen; 2°. beplantingen langs waterwegen, en12 3°.

eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; g. het dunnen van een houtopstand; h. uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: 1°. ten minste eens per tien jaar worden geoogst; 2°. bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en 3°. zijn aangelegd na 1 januari 2013.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

22

BIJLAGE 2 - BESCHERMDE SOORTEN Tabellen nieuwe wet Natuurbescherming Aan de indeling van de regels van de Wnb (bijlage 1) zitten verschillende soortenlijsten gekoppeld. Namelijk 3.1. vogelrichtlijnsoorten, 3.5 habitatrichtlijnsoorten en 3.10 andere soorten.

Nederlandse naam

Bescherming

Nederlandse naam

Bescherming

steenuil

Categorie 1

eidereend

Categorie 5

gierzwaluw

Categorie 2

ekster

Categorie 5

huismus

Categorie 2

gekraagde roodstaart

Categorie 5

roek

Categorie 2

glanskop

Categorie 5

grote gele kwikstaart

Categorie 3

grauwe vliegenvanger

Categorie 5

kerkuil

Categorie 3

groene specht

Categorie 5

Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten in

oehoe

Categorie 3

ijsvogel

Categorie 5

artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Deze worden hieronder niet allemaal specifiek be-

ooievaar

Categorie 3

kleine bonte specht

Categorie 5

slechtvalk

Categorie 3

kleine vliegenvanger

Categorie 5

Artikel 3.1 Vogelrichtlijnsoorten.

noemd. Hieronder wordt alleen ingegaan op de uitzonderingen en dat zijn de vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten van de categorieën 1 t/m 4 en bij uitzondering categorie 5-vogels.

boomvalk

Categorie 4

koolmees

Categorie 5

buizerd

Categorie 4

kortsnavelboomkruiper

Categorie 5

havik

Categorie 4

oeverzwaluw

Categorie 5

ransuil

Categorie 4

pimpelmees

Categorie 5

sperwer

Categorie 4

raaf

Categorie 5

wespendief

Categorie 4

ruigpootuil

Categorie 5

zwarte wouw

Categorie 4

spreeuw

Categorie 5

blauwe reiger

Categorie 5

tapuit

Categorie 5

boerenzwaluw

Categorie 5

torenvalk

Categorie 5

bonte vliegenvanger

Categorie 5

zeearend

Categorie 5

boomklever

Categorie 5

zwarte kraai

Categorie 5

boomkruiper

Categorie 5

zwarte mees

Categorie 5

bosuil

Categorie 5

zwarte roodstaart

Categorie 5

brilduiker

Categorie 5

zwarte specht

Categorie 5

draaihals

Categorie 5

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

23

Artikel 3.5 Habitatrichtlijnsoorten:

De volgende soorten zijn strikt beschermd:

Onder artikel 3.5 vallen naast habitatrichtlijnsoorten ook soorten uit Bern I, Bern II en Bon I. Hieronder vallen ook vogels. Voor de vogels van Bern II gelden dezelfde regels als genoemd onder de vogelrichtlijn daarom worden deze soorten hieronder niet specifiek benoemd.

Soort

Soort

Soort

Soort

Soort

Apollovlinder

Gestreepte dolfijn

Heikikker

Noordse vinvis

Tijmblauwtje

Bataafse stroommossel

Gestreepte waterroofkever

Heldenbok

Noordse vleermuis

Tuimelaar

Bechsteins vleermuis

Gevlekte witsnuitlibel

Hille

Noordse winterjuffer

Tweekleurige vleermuis

Bever

Gewone baardvleermuis

Houting

Noordse woelmuis

Vale vleermuis

Boomkikker

Gewone dolfijn

Ingekorven vleermuis

Oostelijke witsnuitlibel

Vermiljoenkever

Bosvleermuis

Gewone dwergvleermuis

Juchtleerkever

Orca

Vroedmeesterpad

Boszandoog

Gewone grootoorvleermuis

Kamsalamander

Otter

Walrus

Brandts vleermuis

Gewone spitsdolfijn

Kemps’ zeeschildpad

Pimpernelblauwtje

Watervleermuis

Brede geelrandwaterroofkever

Gewone vinvis

Kleine dwergvleermuis*

Platte schijfhoren

Wilde kat*

Bronslibel

Gladde slang

Kleine hoefijzerneus

Poelkikker

Witflankdolfijn

Bruinvis

Griend

Kleine zwaardwalvis

Potvis

Witsnuitdolfijn

Bultrug

Grijze dolfin

Knoflookpad

Rivierrombout

Witte dolfijn

Dikkopschildpad

Grijze grootoorvleermuis

Kruipend moerasscherm

Rosse vleermuis

Wolf*

Donker pimpernelblauwtje

Groene glazenmaker

Laatvlieger

Rugstreeppad

Zandhagedis

Drijvende waterweegbree

Groenknolorchis

Lederschildpad

Ruige dwergvleermuis

Zilverstreephooibeestje

Dwergpotvis

Grote hoefijzerneus

Lynx

Sierlijke witsnuitlibel

Zomerschroeforchis

Dwergvinvis

Grote rosse vleermuis

Meervleermuis

Soepschildpad

Franjestaart

Grote vuurvlinder

Mopsvleermuis

Spitsdolfijn van Gray

Gaffellibel

Hamster

Muurhagedis

Steur

Geelbuikvuurpad

Hazelmuis

Narwal

Teunisbloempijlstaart

*= niet opgenomen in bijlage 2 Memorie van Toelichting, maar wel op lijst Habitatrichtlijn Bijlage IV.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

24

Artikel 3.10 Andere soorten. Hieronder vallen soorten genoemd in onderdeel A en onderdeel B bij de Wnb. Sommige van deze soorten zijn vrijgesteld bij ruimtelijke ontwikkeling of bestendig beheer en onderhoud. Dat verschilt per provincie. In bijlage 3 is hiervan een overzicht te vinden.

Soort

Soort

Soort

Soort

Soort

Soort

Aardbeivlinder

Bruine kikker

Gew. bosspitsmuis

Karthuizeranjer

Naaldenkervel

Veenbesblauwtje

Aardmuis

Bruinrode wespenorchis

Gewone bronlibel

Karwijselie

Ondergrondse woelmuis

Veenbesparelmoervlinder

Adder

Bunzing

Gewone pad

Kempense heidelibel

Pijlscheefkelk

Veenbloembies

Akkerboterbloem

Damhert

Gewone zeehond

Kleine ereprijs

Pimpernelblauwtje

Veenhooibeestje

Akkerdoornzaad

Das

Glad biggenkruid

Kleine heivlinder

Ree

Veldmuis

Akkerogentroost

Dennenorchis

Gladde zegge

Kleine ijsvogelvlinder

Ringslang

Veldparelmoervlinder

Alpenwatersalamander

Donker pimpernelblauwtje

Grijze zeehond

Kleine Schorseneer

Roggelelie

Veldspitsmuis

Beekdonderpad

Donkere waterjuffer

Groene nachtorchis

Kleine watersalamander

Rood peperboompje

Vinpootsalamander

Beekkrombout

Dreps

Groensteel

Kleine wolfsmelk

Rosse woelmuis

Vliegend hert

Beekprik

Duinparelmoervlinder

Groot spiegelklokje

Kluwenklokje

Rozenkransje

Vliegenorchis

Beklierde ogentroost

Dwergmuis

Grote bosaardbei

Knollathyrus

Ruw parelzaad

Vos

Berggamander

Dwergspitsmuis

Grote bosmuis

Knolspirea

Scherpkruid

Vroege ereprijs

Bergnachtorchis

Echte gamander

Grote leeuwenklauw

Kommavlinder

Schubvaren

Vuursalamander

Blaasvaren

Edelhert

Grote modderkruiper

Konijn

Schubzegge

Waterspitsmuis

Blauw guichelheil

Eekhoorn

Grote parelmoervlinder

Korensla

Sleedoornpage

Wezel

Bokkenorchis

Egel

Grote vos

Kranskarwij

Smalle raai

Wild zwijn

Boommarter

Eikelmuis

Grote vuurvlinder

Kruiptijm

Speerwaterjuffer

Wilde averuit

Bosbeekjuffer

Elrits

Grote weerschijnvlinder

Kwabaal

Spiegeldikkopje

Wilde ridderspoor

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

25

Groningen

Drenthe

Overijssel

Gelderland

Utrecht

N-Holland

Z-Holland

Flevoland

Zeeland

N- Brabant

Limburg

Soort/Provincie Friesland

BIJLAGE 3 - VRIJGESTELDE SOORTEN

Aardmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Bosmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Bunzing

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Dwergmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Dwergspitsmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Egel

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Gewone bosspitsmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Haas

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen,

Hermelijn

x

x

x

x

x

x

x

x

x

waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen,

Huisspitsmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

spoorwegen of bermen, of in het kader van

Konijn

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

natuurbeheer;

Ondergrondse woelmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Ree

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Rosse woelmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Steenmarter

x

Tweekleurige bosspitsmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Veldmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Vos

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Wezel

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Woelrat

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Bastaardkikker

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Bruine kikker

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Gewone pad

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Kleine watersalamander

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Meerkikker

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

In afwijking van artikel 3.10, eerste lid, van de wet gelden de in dat lid opgenomen verboden niet voor de soorten hiernaast genoemd, mits het gaat om handelingen die worden verricht in verband met: a. de uitvoering van werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting; b. de uitvoering van werkzaamheden in het kader van bestendig beheer of onderhoud

c. de uitvoering van werkzaamheden in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw;

Wild zwijn

x

x

x x

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

26

BIJLAGE 4 - KAART TOEKOMSTIGE SITUATIE

Figuur: kaart nieuwe situatie zoals aangeleverd door de opdrachtgever

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

27

Kruis aan: Omgevingsvergunning Bestemmingsplanwijziging x Ruimtelijke ontwikkeling x Over vier weken (standaardtarief) Na zes weken (10% korting) Sneller dan vier weken (spoedtarief +€ 195) Voor mezelf (particulier) De organisatie waar ik voor uit kom x Een klant van mij. Op het einde van het formulier vul ik de factuurgegevens van de betaler in.

2.Wat is de planning van de voorgenomen ontwikkeling? Graag zo specifiek mogelijk benoemen, zoals: wanneer vinden welke werkzaamheden plaats, wanneer start de voorbereiding in het veld, waar vindt de eventuele opslag van materialen plaats, welke rij- en werkroutes zijn er? Antwoord: Nog niet bekend. Project is in de vergunningsfase. 3.Ontstaan er trillingen tijdens het realiseren van de voorgenomen ontwikkeling? Zo ja, zijn dit naar verwachting zware trillingen (>10 meter of trillingen buiten de grens van het projectgebied)? Antwoord: Nee 4.Wordt er gewerkt tussen zonsondergang en zonsopkomst? Denk hierbij ook aan de korte daglengte in de winter. Antwoord: Nee 5.Wordt er (extra) licht geplaatst tijdens de uitvoeringsfase of in de gebruiksfase? Antwoord: Ja 6.Worden er harde, lage of hoge geluiden verwacht tijdens het realiseren van de voorgenomen ontwikkeling? Antwoord: Nee 7.Wordt er (grond)water onttrokken of water opgespoten? Antwoord: Nee 8. Wordt er in het water gewerkt en/of in de oeverzone? Antwoord: nee 9. Kunnen er zanddepots ontstaan tijdens de werkzaamheden? Antwoord: ja

2.Vragen over de voorgenomen ontwikkeling Vul het formulier zo uitgebreid mogelijk in. Gebruik gerust meer ruimte in het vak als dat nodig is voor een goede onderbouwing. Formulier ingevuld door: dhr. Harm Kuijpers op datum: 13-11-2018 1.Waaruit bestaan de werkzaamheden precies? Graag volledig en zo specifiek als mogelijk benoemen. Antwoord: Ontwikkeling landbouwgrond en voormalig landbouwbedrijf tot locatie voor woningbouw.

Ik vraag de quickscan aan:

Ik wil het rapport ontvangen

Ik vraag de quickscan aan voor een

1.Algemene informatie

antwoorden worden in de rapportage opgenomen als bijlage.

Graag dit formulier zo spoedig mogelijk invullen en retourneren aan uw contactpersoon. Lever het formulier uiterlijk aan binnen drie dagen na ontvangst van dit formulier. Hoe sneller wij deze gegevens hebben, hoe sneller wij het rapport kunnen opleveren. Zonder ingevuld formulier kunnen wij geen rapportage opleveren. Indien het formulier later wordt aangeleverd, zal ook de opleverdatum verschuiven. Let op: de gegeven

Invulformulier bij een ecologische quickscan (quickscan flora en fauna)

BIJLAGE 5 - INGEVULDE GEGEVENS

Hieronder is de ingevulde vragenlijst weergegeven die door de opdrachtgever is ingevuld.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding. 28

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding. 29

3.Factuurgegevens Zijn de bij ons bekende contactgegevens van de aanvraag ook van toepassing op de factuur? Zo nee, dan deze graag hieronder invullen. Dit geldt ook als de factuur naar een andere afdeling binnen uw organisatie verstuurd moet worden. De factuur dient verstuurd te worden aan: Voor- en achternaam Harm Kuijpers Bedrijfsnaam (indien van toepassing) H. Kuijpers BV Adres (straat, huisnr en plaats) Heieind 1 Email facturen@hkuijpers.nl Telefoonnummer 0499461195 Uw factuurkenmerk (dat wij op de factuur Project liempde moeten opnemen)

10. Het projectgebied (inclusief gebouwen en stallen e.d.) moet geheel geïnspecteerd kunnen worden voor een correcte beoordeling. Moeten wij voorafgaand aan het veldbezoek contact opnemen voor toegang? Zo ja, met wie en op welk telefoonnummer? Antwoord: Rob 0611761504 11. Het veldbezoek kunnen wij zonder begeleiding uitvoeren, indien toegankelijk. Als het wenselijk is, kan er wel iemand bij aanwezig zijn. Bijvoorbeeld om een toelichting te geven op het plan. Wil je bij het veldbezoek aanwezig zijn? Antwoord: Ja Rob 0611761504 12. Zijn er nog risico's aanwezig waar wij rekening mee moeten houden? Denk bijvoorbeeld aan gevaren in het projectgebied, zoals een stier in het land, een gebouw dat (deels) op instorten staat of een open put. Antwoord: Nee voor zover bekend niet. 13. Is er al informatie bekend over beschermde dieren/planten of beschermde gebieden op de projectlocatie? Of heb je zelf wel eens relevante natuurwaarnemingen gedaan? Antwoord: Nee 14. Wij zijn voorstander van openbare informatie. De opdrachtgever is echter de eigenaar van de rapportage (en de inhoud). Het is dus aan jou of wij deze informatie mogen delen met derden.

Mogen wij het rapport na oplevering en goedkeuring delen met derden? Antwoord: Nee 15.Is er een bouwtekening van het gebouw aanwezig (indien relevant)? En zijn er andere technische tekeningen die relevant zijn? Kun je deze meesturen? Antwoord: Ja reeds toegestuurd

BIJLAGE 6 - EFFECTENINDICATOR

De effectenindicator (Ministerie van Economische Zaken, 2017) is ingevuld voor Natura 2000-gebied ‘Kampina & Oisterwijkse Vennen’ en voor werkzaaamheid ‘woningbouw’.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

30

BIJLAGE 7 - CV’S BETROKKEN ECOLOGEN Nick Kroese, BSc Functie: kwaliteitscontroleur Relevante opleidingen: - hbo Bos- en natuurbeheer aan Van Hall Larenstein met specialisatie natuur- en landschapstechniek. - mbo-4 Bos- en natuurbeheer aan het Wellantcollege te Gouda. Ervaring: Nick is sinds 2014 in dienst bij Habitus. Hij voert al sinds 2009 quickscans uit en heeft daardoor ruime ervaring opgedaan met deze dienst. Ook verricht hij al sinds 2009 soortgerichte onderzoeken en fauna-inventarisaties. Zijn persoonlijke aandachtsgroepen zijn planten, libellen, weekdieren en kevers. Van de volgende soortgroepen heeft hij bewezen over voldoende kennis te beschikken om een ecologische effectenbeoordeling uit te voeren en deze van anderen te beoordelen: grondgebonden zoogdieren, zeezoogdieren, vleermuizen, amfibieën, reptielen, vlinders, libellen, kreeften, vogels, mossen en vissen. Benieuwd naar de persoonlijke waarnemingen die Nick doet? Zie

Bianca Wijnoltz, MSc

Amber Heitman, MSc

Functie: veldecoloog en projectleider in opleiding

Functie: begeleider van Bianca Wijnoltz

Relevante opleidingen:

Relevante opleidingen:

- wo master Biology aan de Universiteit Wageningen, met specialisatie conservation and systems ecology. - wo bachelor Biologie aan de Rijksuniversiteit Groningen met

- wo master Ecology & Evolution aan de Vrije Universiteit Amsterdam. - hbo Toegepaste biologie aan de HAS Den Bosch, met speciali-

dubbele specialisatie mariene biologie en ecologie & evolutie.

satie ecologie.

Bianca is sinds juni 2018 in opleiding bij Habitus. Sinds 2018

Ervaring:

verricht zij quickscans onder begeleiding van Amber Heitman en Nick Kroese. Tijdens haar opleidingen heeft zij een brede kennis opgedaan over terrestische, aquatische en mariene ecologie Ook heeft ze ervaring met invasieve, en terrestrische landplanten. Ze heeft onder andere interesse in zeezoogdieren en landzoogdieren. Van zeezoogdieren, mossen en kreeften is haar kennis nog te gering en voert zij geen effectenbeoordeling uit. Ook voert zij geen kwaliteitscontroles uit. Haar sterke communicatieve vaardigheden zijn belangrijk in de functie van projectleider.

Amber is sinds begin 2017 in dienst bij Habitus. Sindsdien heeft zij reeds tientallen ecologische quickscans uitgevoerd en laten zien dat zij ecologische risico’s bijzonder goed kan inschatten. En dan met name de risico’s bij de sloop of renovatie van gebouwen. Sinds 2017 verricht zij ook soortgerichte onderzoeken naar grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, huismus, platte schijfhoren en gierzwaluwen. Haar persoonlijke aandachtsgroepen zijn vogels en vleermuizen. Van de volgende soortgroepen heeft zij bewezen over voldoende kennis te beschikken om een ecologische effectenbeoordeling uit te voeren: grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, amfibieën, reptielen, vissen, vlinders,

dan zijn account op waarneming.nl. Professionele waarnemin-

libellen, kevers en vogels. Van zeezoogdieren, mossen en kreeft-

gen worden ingevoerd via WrnPro.

en is haar kennis nog te gering en voert zij geen effectenbeoordeling uit. Ook voert zij geen kwaliteitscontroles uit. Haar sterke communicatieve vaardigheden zijn belangrijk in de functie van projectleider.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

31

BIJLAGE 8A - RESULTATEN BUREAU-ONDERZOEK Soorten die binnen een straal van vijf kilometer van de projectlocatie zijn waargenomen (bron: NDFF). Er is over een periode van de laatste vijf jaar gekeken. Vogels met een jaarrond beschermd nest zijn niet opgenomen in de tabel. Zoogdieren

Vleermuizen

Reptielen

Amfibieën

Dagvlinders

Nachtvlinders

Libellen

Vaatplanten

Teunisbloempijlstaart

Aardmuis*

Gewone dwergvleermuis

Hazelworm

Alpenwatersalamander

Grote weerschijnvlinder

Beekrombout

Dreps

Bever

Gewone grootoorvleermuis

Levendbarende hagedis

Bastaardkikker*

Iepenpage

Bosbeekjuffer

Stijve wolfsmelk

Bosmuis*

Gewone/Grijze grootoorvleermuis

Boomkikker

Kleine ijsvogelvlinder

Gevlekte witsnuitlibel

Bunzing

Laatvlieger

Bruine kikker*

Damhert

Rosse vleermuis

Gewone pad*

Das

Heikikker

Dwergmuis*

Kamsalamander

Dwergspitsmuis*

Kleine watersalamander*

Edelhert

Poelkikker

Eekhoorn

Vinpootsalamander

Sierlijke witsnuitlibel

Egel* Haas* Huisspitsmuis* Konijn* Ondergrondse woelmuis* Ree* Veldmuis* Vos* Waterspitsmuis Wezel Wild zwijn*

* = deze soorten zijn vrijgesteld in de Wet natuurbescherming in Noord-Brabant. Onderstreept = soorten die ook binnen één kilometer van het projectgebied zijn waargenomen. Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

32

BIJLAGE 8B - RESULTATEN BUREAU- EN VELDONDERZOEK Te verwachten soort op basis van bureau-onderzoek

a/m¹

Te verwachten functies²

Alpenwatersalamander

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt land-/overwinteringsbiotoop aanwezig, namelijk in de buurt van bos en/of houtwallen in het zuiden en oosten van Nederland met een voorkeur voor zandige leemgronden. Er zijn ook waarnemingen van kleine aantallen dieren, die de hele winter in het water verblijven. Het voortplantingswater is hooguit matig stromend en visarm (Ravon, z.d.a).

Boomkikker

N.v.t.

N.v.t.

De boomkikker heeft een voorkeur voor een kleinschalig landschap, waar hij zich ophoudt in de struweelzone van bosranden, houtwallen en moerasgebieden. Vooral de zuidkant van braamstruwelen heeft de voorkeur. Voor de voortplanting dienen wateren met een goed ontwikkelde oever- en watervegetatie vlakbij te zijn. Dit zijn meestal niet te diepe poelen met een open ligging, veel zoninstraling, en vrijwel geen stroming (Ravon, z.d.b). Dit biotoop is niet aanwezig.

Heikikker*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt voortplantingsbiotoop aanwezig in de vorm van ondiep, stilstaand, enigszins zuur (pH 4 tot 5,5) voedselarm water met oevervegetatie. Verder is er geen geschikt terrestrisch biotoop aanwezig binnen 300 meter van geschikt voortplantingswater waar de heikikker tijdens de actieve fase verblijft, zoals vochtige heide­ terreinen, veengebieden, vochtige schraallanden, uiterwaarden of komkleigebieden (met struweel en kruidenvegetatie). Ook is geen geschikt overwinteringsbiotoop aanwezig in de vorm van vorstvrije plekken op het land, zoals (afgetrapte) slootkanten of bosschages in de nabijheid (500 meter) van terrestrisch- of voortplantings­ biotoop (Ravon, z.d.c).

Kamsalamander*

N.v.t.

N.v.t.

Voortplantingsbiotoop: ongeschikt omdat matig voedselrijk tot voedselrijk stilstaand, onbeschaduwd water met een goed ontwikkelde onderwatervegetatie ontbreekt. Deze wateren zijn veelal beek- of rivierbegeleidend en permanent waterhoudend. Er was ooit een amfibieënpoel aanwezig, maar deze bevat al tijden geen water meer en is dus ongeschikt als voortplantingswater. Er zijn heggen en struwelen aanwezig binnen het projectgebied. Heggen en struwelen bieden overwinteringsbiotoop voor kamsalamander. Echter is er geen geschikt voortplantingswater aanwezig binnen enkele honderden meters, waardoor het overwinteringsbiotoop niet geschikt is (BIJ12, 2017f; Ravon, z.d.d). Verder wordt niet in het water of langs de oever van de bestaande watergangen gewerkt.

Poelkikker*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk zwak zuur, onbeschaduwde wateren met een goed begroeide oeverzone, zoals vennen, poelen, watergangen in hoogveengebied of uiterwaarden. Er was ooit een amfibieën poel aanwezig, maar deze bevat al tijden geen water meer en is dus ongeschikt als voortplantingswater. Er is geen geschikt overwinteringsbiotoop, omdat het struweel en de bosschages te ver (meer dan 200 meter) van geschikt voortplantingswater verwijderd is (BIJ12, 2017 g; Ravon, z.d.f).

Rugstreeppad*

N.v.t

N.v.t.

Er zijn geen waarnemingen van de rugstreeppad bekend binnen drie kilometer van het projectgebied. Tussen het projectgebied en de bekende waarneming(en) bestaan onoverbrugbare barrières in de vorm van provinciale wegen, snelwegen en spoorlijnen. De dichtsbijzinde waarneming is op circa zeven kilometer. Er is geen geschikt voortplantingsbiotoop aanwezig in de vorm van (tijdelijke) ondiepe wateren niet zuurder dan pH 5, die snel opwarmen, zoals vegetatie-arme poeltjes, karresporen, recent geschoonde sloten of ondiepe slootjes. Er is geschikt terrestrisch biotoop aanwezig zoals pallets en tegels die kunnen dienen als zomerverblijfplaats. Verder zijn er wel (vorstvrije) hopen vergraafbaar zand en struwelen aanwezig boven het grondwater die kunnen dienen als winterverblijfplaats. De soort wordt echter uitgesltoen, omdat er geen waarnemingen binnen drie kilometer zijn en omdat er geen geschikt voortplantingsbiotoop aanwezig is (BIJ12, 2017d)

Onderbouwing en locaties ³

Amfibieën

Vanwege de afstand is er geen kans op vestiging in nieuw voortplantingsbiotoop indien er tijdens de werkzaamheden ondiepe wateren ontstaan (regenplassen) in de periode april-september. Ook is er geen kans op vestiging in geschikt winterbiotoop indien er hopen vergraafbaar zand, bouwmateriaal, hopen houtafval of stenen blijven liggen in de periode september-november. Juveniele rugstreeppadden uit de omgeving kunnen wel tot vijf kilometer afleggen op zoek naar geschikt leefgebied (BIJ12, 2017d; Ravon, z.d.g). Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

33

Vinpootsalamander*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig binnen het projectgebied, namelijk grotere bos- en heidegebieden in Drenthe, Noord-Brabant en Limburg. Aan de samenstelling van het bos worden weinig eisen gesteld. Ze planten zich voort in heidevennen, bosvijvers en poelen. Ze vertonen hierbij een vrij grote tolerantie voor zuur water (tot pH 4; Ravon, z.d.h).

Gestreepte waterroofkever*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk onbeschaduwde, stilstaande wateren of zeer langzaam stromende wateren op veen- of zandgrond van 40 tot 160 cm diep met een maximaal kroosbedekkingspercentage van 5%. Veelal zijn klein kroos en veelwortelig kroos wel aanwezig. De onderwateroever mag wel door hoogopgaande oevervegetatie beschaduwd worden, zoals riet en grote lisdodde (EIS, 2005).

Vermiljoenkever*

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk recent gestorven bomen (zowel liggende als staande) in vochtige tot natte bossen. De vermiljoenkever leeft vrijwel permanent achter de schors van net gestorven bomen (EIS, 2012). Ook lijkt het goed mogelijk dat de soort al in de provincies Utrecht en Zuid-Holland aanwezig is (EIS, 2018).

Vliegend hert*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt leefgebied aanwezig, namelijk oude eikenhakhoutbossen op zuidhellingen van (of in de buurt van) stuwwalen of eindmorenes. Klei- en kalkgebieden worden gemeden. Ook ontbreekt het aan eikenstobben, holle knoteiken, opgaande eiken of doorgeschoten hakhout aangetast door witrot (of eikenrot) die larven van het vliegend hert zouden kunnen herbergen. Specifiek met soorten zoals doolhofzwam, roodgerande houtzwam, eikevuurzwam, biefstukzwam of zwavelzwammen. Ook zijn geen sapbomen aanwezig waarop de paring plaats kan vinden (Huijbrechts, 2002, Chinery, 2010).

N.v.t.

N.v.t.

Enkel bekend uit een poel in Warnsborn nabij Arnhem. De soort komt in zoet en redelijk koel, zuurstofrijk water voor en werd (tot 1986) vooral gevonden in onvervuilde beken, rivieren en meren in het zuiden en oosten van het land. Dit biotoop is niet aanwezig in of nabij het projectgebied (Rivierkreeften.be, z.d.).

Beekrombout*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt uitsluipbiotoop aanwezig, namelijk oevervegetatie, holle oevers, boomwortels of stenen, meestal binnen enkele meters van het water van grotere beken en kleine rivieren. Op en rond deze wateren zijn de imago's te vinden. De eieren worden op het wateroppervlak afgezet. De larven leven ingegraven in de beek- of rivierbodem, op ondiepe, traag stromende plaatsen waar veel slib of fijn zand is afgezet (vlinderstichting, z.d.a).

Bosbeekjuffer

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, omdat de bosbeekjuffer voorkomt in bovelopen van beschaduwde, zuurstofrijke, koele bosbeken met een natuurlijke morfologie (vlinderstichting, z.d.g).

Gevlekte witsnuitlibel*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt voortplantingsbiotoop aanwezig, namelijk laagveenmoerassen, vegetatierijke vennen en duinplassen. De larven leven tussen waterplanten in de verlandingszone. Het uitsluipen vindt plaats tot enkele decimeters hoogte in de oevervegetatie (vlinderstichting, z.d.c).

Groene glazenmaker*

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikt biotoop aanwezig: stilstaande wateren met dichte krabbenscheervelden; plassen, sloten en petgaten in laagveengebieden en sloten in veenweide­ gebieden. De eitjes overwinteren in krabbenscheerplanten. De larven leven tussen de bladen van krabbenscheerplanten, meestal in dichte krabbenscheervegetaties. Het uitsluipen gebeurt ook op krabbenscheerplanten (vlinderstichting, z.d.d).

Rivierrombout*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig. Een geschikt larvenbiotoop bestaat uit zandige substraten in ondiepe, onbegroeide, stromingsluwe riviertrajecten. Net uitgeslopen imago’s drogen op in of nabij ruigtevegetaties in de directe nabijheid van de rivier. Ook oudere imago’s zijn in de nabijheid van de rivier te vinden (vlinderstichting, z.d.g). Vanwege de grote afstand tot de rivier (> 1 kilometer) wordt aanwezigheid van de soort uitgesloten.

Sierlijke witsnuitlibel

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk beschutte oeverzones van meren en stilstaande, ongestoorde wateren met een rijke (submerse)watervegetatie, zoals veenplassen, vijvers en dode rivierarmen (vlinderstichting, z.d.h).

Kevers

Kreeften Europese rivierkreeft* Libellen

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

34

Mossen Tonghaarmuts*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk vochtige, jonge wilgenbossen of jonge aanplant van zomereik. De soort komt voor op de schors van deze bomen en vaak gaat het om een enkel polletje op een tak (BWLG, 2007). Er is gericht gezocht naar tonghaarmuts, maar de soort is niet aangetroffen tijdens het veldbezoek.

Geel schorpioenmos*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, zoals kalkarme maar ijzerrijke moerassen, blauwgraslanden of beekdalen met veel kwel. Vegetaties uit het Knopbiesverbond (09BA) ontbreken op de projectlocatie. Begeleidende soorten zijn o.a. wateraardbei, zwarte zegge, moeraswalstro en egelboterbloem (Siebel & During, 2006).

Brede wolfsmelk*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, zoals kalkrijke akkers, braakliggende grond, bermen (open plekken) en omgewerkte kleiige waterkanten met o.a. akkerdistel (100%, n=3), haagwinde en kruipende boterbloem. De soort kan voorkomen op matig voedselrijke gronden die droog tot vochtig zijn en waarvan de zuurgraad zwak zuur tot matig zuur is. De soort verdraagt geen sterke beschaduwing (Dijkstra, 2018d).

Dreps*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk droge storingsmilieus's, voornamelijk uit klasse 30 van de akkergemeenschappen (30BA, 30AA en 30 BB) met begeleidende soorten zoals grote windhalm, zwaluwtong, korenbloem en akkerviooltje. Groeiplaatsen zijn onder andere akkers (wintergraanakkers en speltakkers), spoorwegen (spoorwegterreinen), braakliggende grond, wegranden (open plekken, in bermen van grote verkeerswegen), ruigten, ruderale plaatsen en storttereinen (Dijkstra, 2018e).

Drijvende waterweegbree*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk natte pioniermilieu's, zoals vennen, vijvers, beken, pas gegraven of regelmatig geschoonde poelen en sloten, afwateringskanaaltjes, duinplassen en/of kanalen. Vegetaties uit het Overkruidverbond (06AA) ontbreken op de projectlocatie. Begeleidende soorten zijn o.a. drijvend fonteinkruid, knolrus en mannagras (Dijkstra, 2018f).

Glad biggenkruid*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk droge storingsmilieu's (30BB - Verbond van vingergras en naaldaar) met onder andere schapenzuring, gewone spurrie, zwaluwtong en gewoon varkensgras (Dijkstra, 2018h).

Grote leeuwenklauw*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk droge storingsmilieus's of natte pioniermilieu's, zoals bermen langs onverharde wegen (in de strook vlak langs de rijweg), akkers (graanakkers), waterkanten (rivieroeverwallen en sloothellingen), braakliggende grond, bij veevoerkuilen, dijken, tuinen en langs spoorwegen. Begeleidende soorten zijn o.a. akkerviooltje, zwaluwtong, vogelmuur en gewoon varkensgras. Vegetaties uit het Windhalmverbond (30Ba) of Naaldenkervelverbond (30Aa) ontbreken op de projectlocatie (Dijkstra, 2018i).

Groenknolorchis*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk zeeduinen (duinvalleien), afgravingen (kalk-, zand- en grindgroeven), moerassen (trilvenen, kalkmoerassen, veenmosrietland en aan de rand van rietland), heide (op veenmoskussens in heidemoeras), opgespoten grond (zand), plekken waar turf gestoken is en grasland (beekdal-blauwgrasland). Vegetaties uit het Knopbiesverbond (09BA) ontbreken op de projectlocatie. Begeleidende soorten zijn o.a. watermunt, gewone waternavel, riet en kruipwilg (Dijkstra, 2018j).

Kleine wolfsmelk*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk droge storingsmilieu's zoals kalkrijke, vaak kleiige omgewerkte grond (pioniervegetatie) met onder andere zwaluwtong, akkerdistel, vogelmuur en gewoon varkensgras (Dijkstra, 2018m). Vegetaties uit het naaldekervelverbond (30AA) en verbond van duivekervel en kroontjeskruid (30AB) ontbreken op de projectlocatie.

Kruipend moerasscherm*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk open plekken aan oevers van beken, zoete kreken, ondiepe poelen langs sloten aan de rand van veengebieden, zeeduinen (langs drinkpoelen, in binnenduinweiland en duinvalleien), grasland (extensief begraasde weiland en oud grasland), ijsbanen en uiterwaarden (langs beken en kleine rivieren). Enkel op matig voedselrijke bodems, vooral in het zuiden en oosten van het land. Vegetaties uit het Dwergbiezenverbond (29AA) ontbreken op de projectlocatie. Begeleidende soorten zijn o.a. fioringras, zomprus, pinksterbloem en moeraswalstro (Dijkstra, 2018q).

Muurbloem*

N.v.t.

N.v.t.

Deze soort wordt uitgesloten op basis van het ontbreken van geschikt biotoop, namelijk droge storingsmilieu's zoals muren of andere kunstmatige kalkrijke plaatsen met begeleidende soorten zoals muurvaren, muurleeuwenbek, gewoon muursterretje of plat beemdgras (Dijkstra, 2018r). Vegetaties uit het Verbond van klein glaskruid (21AA) ontbreken op de projectlocatie.

Planten

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

35

Ruw parelzaad*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, zoals zonnige, open plaatsen op braakliggende grond of op open plekken langs oeverwallen met begeleidende soorten zoals akkerdistel (trefkans > 85%; n=26), duist, grote klaproos en akkerwinde (Dijkstra, 2018t). Vegetaties uit het naaldekervelverbond (30AA) en Windhalmverbond (30BA) ontbreken op de projectlocatie.

Stijve wolfsmelk

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk zomen en ruigten of droge storingsmilieu’s, zoals akkers, boszomen, kapvlakten, slootkanten en dijken, heggen of bermen. Vegetaties uit het Verbond van look-zonder-look (r34AA) en Naaldenkervel-verbond (r31AA) ontbreken. Begeleidende soorten zijn o.a. ruw beemdgras, uitstaande melde, kropaar en kruipende boterbloem (n=6; Dijkstra, 2018w).

Wolfskers*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk bossen (open plekken en langs bospaden, bosranden, kapvlakten, brandvlakten), stenige plaatsen, ruderale plaatsen en braakliggende grond. Over begeleidende soorten is weinig bekend. In twee gevallen kwam kropaar als begeleidende soort voor (Dijkstra, 2018y).

Hazelworm*

N.v.t.

N.v.t.

Het projectgebied is geschikt voor de hazelworm, omdat er een afwisseling is van struweel, graslanden, zanderige stukken, bladhopen en takkenhopen. Deze biotopen zijn geschikt voor de hazelworm (Ravon, z.d.l). Echter ligt het projectgebied geïsoleerd tussen woonhuizen en wegen en daardoor is het niet bereikbaar voor de hazelworm.

Levendbarende hagedis*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk vochtige heide of structuurrijke bermen en ruigten (Ravon, z.d.m).

Ringslang*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt leef- of voorplantingsbiotoop aanwezig, zoals waterrijke biotopen op zandgronden en op de overgangen van zandgrond naar veen- en kleigronden. Grote oppervlaktes laag gelegen, nat gebied worden gemeden. De ringslang komt ook voor in het laagveen. Andere landschapstypen waarin relatief veel waarnemingen worden verricht zijn bos en struweel en op infrastructuur (wegen en spoorwegen). Ringslangen kunnen ook aanwezig zijn in een bebouwde omgeving en in het agrarisch gebied. Heide en hoogveen maken onderdeel uit van het leefgebied, maar zijn geen voorkeurshabitat (Ravon, z.d.o). In het projectgebieden zijn bladhopen aanwezig, maar de ringslang wordt uitgesloten omdat het gebied niet waterrijk is, en de ringslang jaagt in het water. Er zijn bladhopen aanwezig in het projectgebied, maar deze zijn ongeschikt als broeihoop, omdat ze op meer dan 400 meter van open water liggen. Broeihopen hebben alleen een functie als broeihoop wanneer ze op maximaal 400 meter van open water liggen (Ravon, z.d.v).

Zandhagedis*

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikt biotoop aanwezig zoals (droge) heide of structuurrijke bermen/ruigten met open plekken en kaal zand (Ravon, z.d.p).

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk relatief natuurlijke beken met een goede waterkwaliteit. De soort is beperkt tot de provincies Gelderland, Overijssel, Noord-Brabant en Limburg. De soort paait in de periode februari-mei op grindrijke plaatsen met stromend water (Ravon, z.d.q).

Reptielen

Vissen Beekprik* Elrits*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk snelstromende rivieren en beken in Zuid-Limburg en in Gelderland op de oostflank van de Veluwe (Ravon, z.d.r).

Grote modderkruiper*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt leefbiotoop aanwezig, namelijk ondiepe wateren met een dikke modderlaag en een uitbundige waterplantengroei. Ook zijn geen drooggevallen wateren aanwezig, waarin de soort enige tijd ingegraven in de modder kan overleven. Ook is geen geschikt voortplantingsbiotoop aanwezig in de vorm van ondiepere warme delen van het water met waterplanten, overhangende takken of andere vormen van structuur. Ook is er geen opgroeibiotoop voor juveniele dieren, zoals ondiepe plantenrijke oeverzones (Ravon, z.d.t).

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikte waardplanten aanwezig, namelijk kleine eikenboompjes die in de schaduw van hogere bomen groeien of jonge eikenopslag. Vaak worden de eitjes aan de zuidoostkant van de boompjes afgezet op een stam, tak of twijg met een gladde bast zonder korstmossen op een halve tot anderhalve meter hoogte. Geen geschikt biotoop aanwezig namelijk: zandgronden met eiken in het binnenland en in de duinen. In het binnenland vliegt de soort bij bosranden, jonge eikenaanplant en open loofbossen. De soort vliegt bij gedrongen eikenstruweel, bij vrijstaande eikjes, in open eikenbossen en kapvlakten (Vlinderstichting z.d.j).

Vlinders Bruine eikenpage*

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

36

Grote vos*

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikte waardplanten aanwezig, zoals voornamelijk iep, maar ook zoete kers en sommige wilgensoorten. De eitjes worden afgezet op de bovenste takken van hoge, vrijstaande bomen. Geen geschikt biotoop aanwezig namelijk: vochtige, open bossen, bosranden, boomgaarden en andere plekken met grote vrijstaande bomen. Ook moeten er geschikte plaatsen zijn om te overwinteren, zoals holle bomen of stapels hout (Vlinderstichting z.d.m).

Grote weerschijnvlinder

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikte waardplanten aanwezig: vooral boswilg en soms grauwe wilg. Geen geschikt biotoop aanwezig namelijk oudere, vochtige loofbossen, wilgenbroekbossen of groepen samenhangende bosjes in beekdalen. De grote weerschijnvlinder vliegt in het genoemde habitat vooral op open plaatsen (Vlinderstichting z.d.n).

Iepenpage*

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikte waardplanten aanwezig, namelijk diverse soorten iep, zoals gladde iep, ruwe iep en sommige cultivars. Het eitje wordt meestal afgezet in de kruin van de boom. Geen geschikt biotoop aanwezig namelijk bloeiende en vruchtdragende bomen of op relatief jonge iepen. Geschikte bomen worden doorgaans gevonden in (vochtige) bossen, bosranden, parken en grotere tuinen (Vlinderstichting z.d.o).

Kleine ijsvogelvlinder

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikt biotoop aanwezig zoals open, luwe plekken in bossen en bosranden. Geen waardplanten aanwezig zoals dauwbraam en wilde kamperfoelie (Vlinderstichting z.d.q).

Sleedoornpage*

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikte waardplanten aanwezig, namelijk sleedoorn en enkele andere gecultiveerde Prunus-soorten (o.a. pruim). Geen geschikt biotoop aanwezig namelijk: struwelen met sleedoorn (waardplant) langs bosranden, weg- en spoorbermen, holle wegen en akkers, in parken én vrijstaande pruimen in tuinen. De gebruikte sleedoorns moeten geregeld verjongd worden door begrazing of door ze regelmatig te snoeien (Vlinderstichting z.d.r).

Teunisbloempijlstaart*

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikte waardplanten aanwezig, namelijk wilgenroosje, teunisbloem, basterdwederik en kattenstaart. Geen strooisellaag aanwezig waarin de soort als pop overwintert. Geen geschikt biotoop aanwezig namelijk open plekken in vochtige bossen, bosranden en warme open plaatsen. Voornamelijk in het zuiden en oosten van het land (Vlinderstichting z.d.s).

Boomvalk, buizerd, havik, wespendief en zwarte wouw*

N.v.t.

N.v.t.

Binnen het projectgebied en de directe omgeving (50 meter) zijn geen horsten aangetroffen van boomvalk, buizerd, havik, wespendief of zwarte wouw. Ook zijn geen oude nesten van zwarte kraai of ekster aangetroffen waarin de bijvoorbeeld de boomvalk tot laat in het broedseizoen nog tot broeden kan komen (Bij12, 2017e; Vogelbescherming Nederland, z.d.a-e).

Gierzwaluw*

m

N

Aan de woning in het projectgebied hangen twee nestkasten voor de gierzwaluw, zie de foto in Bijlage 11. Alleen de nestkasten bieden geschikte nestplaatsen voor de gierzwaluw. De woning zelf is ongeschikt, want er zijn geen geschikte invliegopeningen in de woning aanwezig. Er zijn geen poepsporen aangetroffen op de woning.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=6b5ab66a-d5a8-4514-b699-f4175689432e