Bijlage 1b_ Bijlagenboek bestemmingsplan Kerkweide West.pdf
Tekst van het document
Huismus*
m
N
Aan een schuur hangt een huismussenkast, zie foto in Bijlage 11. De woning zelf is matig geschikt, omdat er geen ruimte onder de dakpannen is. Er is echter wel één losse dakpan en hier kunnen huismussen wel een nest onder maken. Er worden geen (houtige) elementen verwijderd die onderdeel uit kunnen maken van de functionele leefomgeving, zoals struweel/hagen (schuilplaats), watertjes (drinkfunctie) of zandige stukjes (zandbad). Er wordt wel een stukje struweel en een zandig stukje verwijdert, maar dit is erg klein en geen onderdeel van het essentiële leefgebied. Bovendien blijven er in de directe omgeving genoeg struweel, watertjes en/of zandige stukjes behouden die dienst kunnen doen als functioneel leefgebied (Bij12, 2017b; Vogelbescherming Nederland, z.d.d). Uit een gesprek met de bewoner van een naastliggende woning, Kerkheiseweg 24, bleek dat hier in de zomer erg veel huismussen broeden. Er zijn geen huismussen waargenomen of gehoord tijdens het veldbezoek.
Kerkuil, ransuil, steenuil*
N.v.t.
N.v.t.
Er zijn binnen het projectgebied een aantal schuren aanwezig. Echter is er gericht gezocht naar sporen van uilen, maar zijn er geen veren, braakballen of poepsporen aangetroffen in de schuren. Wanneer de schuren dienst zouden doen als nest- of rustplaats, dan zouden er sporen aanwezig moeten zijn. Er kan daardoor uitgesloten worden dat de kerk- of steenuil een rust- of nestplaats hebben in één van de schuren. Verder zijn er geen oude kassen of knotbomen aanwezig in het projectgebied en zijn er ook geen roestbomen van ransuil aanwezig. Deze roestbomen zijn meestal naaldbomen. Ten slotte zijn er ook geen oude ekster- of kraaiennesten aangetroffen waar de ransuil veelal gebruik van maakt. (Vogelbescherming Nederland, z.d.e).
Vogels
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
37
Oeverzwaluw*
N.v.t.
N.v.t.
Geen geschikt nestbiotoop aanwezig, namelijk een kale zandige of lemige steilwand met insecten in de omgeving. Er is geen kans op vestiging indien er tijdens de werkzaamheden steilwanden ontstaan in de periode april-juni in de vorm van zanddepots en afgravingen (Vogelbescherming Nederland, z.d.f).
Ooievaar*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen nestvoorziening voor de ooievaar aanwezig (ooievaarspaal). Ook zijn geen elektriciteitspalen met een ooievaarsnest aanwezig. (Vogelbescherming Nederland, z.d.g)
Roek*
N.v.t.
N.v.t.
Er zijn geen roeken waargenomen. Ook geen zijn geen nestbomen aangetroffen binnen het projectgebied of in de omgeving hiervan (Vogelbescherming Nederland, z.d.h).
Slechtvalk*
N.v.t.
N.v.t.
Nestgelegenheid ontbreekt: hoge gebouwen zoals torens of hoogspanningsmasten zijn niet aanwezig (Vogelbescherming Nederland, z.d.i).
Sperwer*
N.v.t.
N.v.t.
Binnen het projectgebied en de directe omgeving (50 meter) zijn geen horsten aangetroffen van sperwer. De sperwer broedt meestal in een dicht, jong bos met naaldbomen (fijnspar, lariks), het liefst in halfopen landschappen. Soms ook in de stad of in tuinen, in open boerenland in windsingels in bosjes en op erven (Vogelbescherming Nederland, z.d.j).
Categorie 5-broedvogels met zeer ongunstige trend: ekster, eidereend, brilduiker, draaihals, ruigpootuil, zwarte specht, tapuit*
N.v.t.
N.v.t.
Er zijn geen nesten van ekster aangetroffen. Er zijn geen kustduinen aanwezig waar de eider kan broeden. Er zijn geen oude, bestaande holten van vooral de zwarte specht (in den en beuk) waar de ruigpootuil gebruik van kan maken. De brilduiker broedt voornamelijk in landgoedbossen in het IJsseldal (tussen Zwolle en Deventer), hier ligt het projectgebied niet in. In het projectgebied ontbreken oude berken (op de Veluwe) met holtes waar de draaihals gebruik van maakt. Er zijn geen schrale heide- of stuifzandgebieden of duinen aanwezig met konijnenholen waar de tapuit tot broeden kan komen (Vogelbescherming Nederland, z.d.k-q).
Vogels zonder jaarrond beschermd nest*
m
N
• • • • •
In de bomen en bosschages in het projectgebied kunnen zangvogels zoals turkse tortel, merel, groenling en putter broeden. Tussen de losse materialen (zoals houtstapels en afval) in het projectgebied kunnen soorten als witte kwikstaart en winterkoning broeden. In de weilanden kan een soort zoals de scholekster broeden. Een pioniersoort zoals de kleine plevier wordt niet verwacht. Het projectgebied is niet open genoeg voor deze soort. Pioniersoorten zoals de kleine plevier broeden op open, schaars begroeide grond (Vogelbescherming, z.d.1). De meeste vogels broeden tussen half maart en half augustus. Echter, alle broedende vogels zijn te allen tijde beschermd. Duiven kunnen vrijwel het gehele jaar broeden en daar dient rekening mee gehouden te worden. Zie 4.3.2 voor de te nemen maatregelen.
Weekdieren Bataafse stroommossel*
N.v.t.
N.v.t.
Geen geschikt biotoop aanwezig, de bataafse stroommossel prefereert gestructureerde grofzandige sedimenten en is daardoor grotendeels gebonden aan stromende wateren zoals rivieren, beken of wateren die in verbinding staan met de rivier. Na een korte parasitaire fase in de kieuwen van vissen (waaronder bijvoorbeeld elrits, ruisvoorn, kopvoorn en rivierdonderpad) graven juvenielen zich namelijk in in ondiepe delen waar geen opslibbing of overzanding plaatsvindt (Ministerie van Economische Zaken, 2015).
Platte schijfhoren*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen (helder) voedselrijk, stilstaand (of slechts zwakstromend) water aanwezig (ionenarm) met begroeiing van waterplanten, zoals bijvoorbeeld gele plomp en witte waterlelie. De soort wordt vaak in draadalg-vegetaties aangetroffen. Ook in andere vegetaties, zoals in wateren met krabbescheer. Daarnaast soms op de wortels van o.a. lisdodde en vergelijkbare oevergebonden planten. De soort leeft niet in verontreinigd of brak water (IvL & RHB, 2014, 2016).
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
38
Vleermuizen Gewone dwergvleermuis*, ruige dwergvleermuis, laatvlieger
m
k, w, z, p
Er worden werkzaamheden aan gebouwen verricht (sloop/renovatie). Het woonhuis en één van de schuren heeft op sommige plaatsen losse dakpannen en openingen onder het lood waar vleermuizen in kunnen kruipen en verblijven kunnen hebben. De andere schuren zijn ongeschikt, omdat er geen openingen onder het daklood zijn waar vleermuizen onder kunnen kruipen. Ook zijn er geen kieren in de muren. Ook wordt mogelijk verlichting geplaatst die gebouwen, bomen of beplanting beschijnt, negatieve effecten kunnen daarom niet uitgesloten worden. Kraamverblijfplaatsen: de eisen aan een kraamverblijf zijn, onder andere, een stabiele, warme temperatuur met gradiënt, buffermogelijkheden, instraling van zon en temperatuurlekkage vanuit de woning. Aan deze eisen kan worden voldaan in het dak van de woning en schuur en daarom kunnen kraamverblijfplaatsen van de benoemde soorten niet worden uitgesloten. Kraamverblijven van ruige dwergvleermuis worden niet verwacht, omdat deze enkel in Noord-Holland zijn gevonden. Winterverblijfplaatsen: de eisen aan een winterverblijf zijn onder andere een stabiele temperatuur met gradiënt, vorstvrij (wel koud/koel), buffermogelijkheden, instraling van zon en temperatuurlekkage vanuit de woning. Aan deze eisen kan worden voldaan in het dak van de woning en de schuur. Daarom kunnen winterverblijfplaatsen van de benoemde soorten niet worden uitgesloten.
Zomerverblijfplaatsen: de eisen aan een zomerverblijf zijn aanzienlijk beperkter dan aan kraam- of winterverblijven, zo zijn rolluiken en ruimtes achter dakbetimmeringen geschikt. In het projectgebied zijn zomerverblijfplaatsen mogelijk onder het dak van de woning en schuur. Paarverblijfplaatsen: aan een paarverblijf worden vaak weinig eisen gesteld, kleine ruimtes onder vensterbanken of kozijnen zijn geschikt, maar ook boomholtes en bijvoorbeeld ruimtes onder dakranden. In het projectgebied zijn paarverblijfplaatsen mogelijk onder het dak van de woning en schuur. Massawinterverblijfplaatsen: Massawinterverblijven zijn enkel aanwezig in massieve, hoge gebouwen, die zijn niet aanwezig. Essentiële vliegroute: er worden geen lijnvormige houtige elementen gekapt, watergangen gedempt of geblokkeerd. Effecten worden uitgesloten. Essentieel foerageergebied: er wordt geen grote solitaire boom gekapt. Ook wordt geen groot oppervlak aan houtige beplanting of moeras verwijderd óf een groot oppervlak aan water gedempt. Effecten worden uitgesloten. Zie ook de vleermuischecklist in Bijlage 9. In Bijlage 11 zijn foto’s opgenomen. De informatie over de ecologie van vleermuizen is gebaseerd op kennis van deskundige ecologen, informatie uit de kennisdocumenten van BIJ12 en websites over vleermuizen (Bij12, 2017a; Netwerk Groene Bureaus, 2017; Vleermuis.net, 2018).
Rosse vleermuis, gewone grootoorvleermuis
N.v.t.
N.v.t.
Er zijn geen bomen met holtes, loszittend schors of bedekt met klimop aanwezig in het projectgebied. Hierdoor worden er geen verblijfplaatsen van de rosse vleermuis verwacht. Het projectgebied bevindt zich ook niet in een bosrijke omgeving, waardoor de gewone grootoorvleermuis ook kan worden uitgesloten. Essentiële vliegroute: er worden geen lijnvormige houtige elementen gekapt, watergangen gedempt of geblokkeerd. Essentieel foerageergebied: er wordt geen groot oppervlak aan houtige beplanting of moeras verwijderd óf een groot oppervlak aan water gedempt. Migratieroute: deze zijn onder andere bekend van de kust, rivierdalen en grote wateren (o.a. meervleermuis). Dit landschap is niet aanwezig binnen het projectgebied. (Netwerk Groene Bureaus, 2017; Vleermuis.net, 2018)
Bever*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt biotoop aanwezig voor de bever, zoals moerasgebied, rivieren of meren omzoomd door broekbossen. Ook zijn geen sporen, zoals recente afdrukken gevonden en is er geen beverburcht aanwezig (Zoogdiervereniging, z.d.a).
Boommarter*
N.v.t.
N.v.t.
Er zijn geen konijnen-, vossen- of dassenholen aanwezig binnen het projectgebied of binnen 50 meter afstand. Er zijn echter geen bomen aanwezig op het terrein. Verder zijn geen inrottingsgaten, spechtengaten, eekhoornholen of gebouwen aan de rand van het bos aanwezig om als voortplantingsplaats te kunnen gebruiken (Zoogdiervereniging, z.d.b).
Zoogdieren
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
39
Bunzing en wezel
m
v
Het biotoop van de wezel en bunzing bestaat onder andere uit terreinen met een afwisseling van sloten en greppels, weilandjes, houtwallen, takkenhopen en bosschages (Stichting Kleine Marters, 2018a; Zoogdiervereniging, z.d.c en z.d.m.). Er is een takkenhoop aanwezig in het projectgebied en er is struweel aanwezig. Verder zijn er ook lijnvormige heggen. Het projectgebied biedt dus een geschikt leefgebied voor de bunzing en wezel. Verblijfplaatsen van de bunzing en wezel kunnen niet worden uitgesloten. De dichtstbijzijnde waarneming van de bunzing is op circa 800 meter van de projectlocatie en de dichtstbijzijnde waarneming van de wezel is op circa één kilometer van het projectgebied.
Das*
N.v.t.
N.v.t.
Er zijn geen sporen aangetroffen, zoals burchten, haren of prenten, waaruit mogelijke aanwezigheid blijkt. Ook wordt geen essentieel foerageergebied of wissel aangetast die het functioneren van een burcht negatief kunnen beïnvloeden (Zoogdiervereniging, z.d.d).
Damhert
N.v.t.
N.v.t.
Het damhert komt vooral voor in lichte loofbossen en gemengde bossen, minder vaak in uitgestrekte naaldbossen. Hij heeft een voorkeur voor oudere bossen met een dichte onderbegroeiing. Belangrijk is dat er voldoende gras is. Ook komt hij voor in randzones bij open plekken, graslanden en akkerranden en in parkachtige bosgebieden (zoogdiervereniging, z.d.n). Dit is niet aanwezig binnen het projectgebied, aangezien het projectgebied is omringt door woonhuizen.
Edelhert
N.v.t.
N.v.t.
Edelherten komen voor in allerlei biotopen, van loofbos en heidebos tot vochtige milieus zoals vennen. Ze hebben een voorkeur voor bosgebieden (zoogdiervereniging, z.d.o). Ze komen niet voor in dorpen of tuinen.
Eekhoorn*
N.v.t.
N.v.t.
Er zijn geen eekhoornnesten (bolvormige nesten) waargenomen binnen het projectgebied en 50 meter daarbuiten. Ook zijn geen geschikte boomholtes of spechtengaten aangetroffen die in gebruik zijn of gebruikt kunnen worden (Zoogdiervereniging, z.d.e).
Gewone zeehond*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt biotoop aanwezig voor deze soort. De gewone zeehond leeft voornamelijk in getijdengebieden waar plekken aanwezig zijn die bij eb droogvallen. Deze plekken zijn vooral te vinden langs zandige kusten, maar ook op met wier bedekte riffen, kiezelsteenstranden, zandplaten en stenen. Ze hebben een sterke voorkeur voor rustige plekken, zonder menselijke aanwezigheid. Een enkele keer komt een gewone zeehond (tijdelijk) voor bij riviermondingen of zelfs in (zoete) binnenwateren. De gewone zeehond is zeer gevoelig voor geluid, licht en trilling. De gevoeligheid voor optische verstoring is onbekend (Zoogdiervereniging, z.d.f).
Hermelijn
N.v.t.
N.v.t.
Er is geschikt biotoop aanwezig. De hermelijn kan in verscheidene natuurterreinen voorkomen, zoals in bos, duin, moerasgebied of kleinschalig cultuurlandschap met een afwisseling van bijvoorbeeld graslanden en houtwallen. De hermelijn lijkt een voorkeur te hebben voor terreinen met wateren of hoge grondwaterstand, zoals in beekdalen, rivieruiterwaarden en veen(weide)gebieden. Rommelige hoekjes met losliggende materialen kunnen als verblijfplaats dienen voor de hermelijn en de omgeving is geschikt als jachtgebied (Stichting Kleine Marters, 2018b; Zoogdiervereniging, z.d.g). Echter zijn er binnen vijf kilometer geen waarnemingen van de hermelijn. Tussen de waarnemingen van de hermelijn en het projectgebied liggen ook meerdere onoverbrugbare barrières in de vorm van snelwegen en spoorwegen.
Noordse woelmuis*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt biotoop aanwezig, zoals rietland, moeras, extensief gebruikt weiland, periodiek overstroomde terreinen of natte grazige vegetaties. In gebieden zonder andere woelmuizen komt de soort ook voor in drogere biotopen, zoals wegbermen en zelfs in droog naaldbos (Zoogdiervereniging, z.d.h).
Otter*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk oeverzones met voldoende dekking en rust van allerlei soorten stromende wateren, zoals meren, plassen, rivieren, kanalen, beken en moerassen. Er zijn geen overstromingsvrije oeverholtes die kunnen dienen als nestplaats. Ook zijn geen dichte oevervegetaties (o.a. riet), struwelen en bosschages of kunstmatige holten aanwezig die kunnen dienen als dagrustplaats.Er zijn geen eetplekken, loopsporen, wissels, krabheuveltjes, ottergeil of spraints aangetroffen (Zoogdiervereniging, z.d.i).
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
40
Steenmarter
N.v.t.
N.v.t.
De steenmarter komt vooral voor in parklandschap, maar ook in volkomen bosloze gebieden, steengroeven en rotsige hellingen. De steenmarter is vooral te vinden in de nabijheid van dorpen en boerderijen en tegenwoordig zelfs in grote steden. Hij heeft een voorkeur voor gebieden met kleinschalige landbouw, met oude schuren, heggen en geriefhoutbosjes. Daarbij is de aanwezigheid van elementen zoals groenstroken, heggen, bosjes, greppels en bermen van belang, omdat de steenmarter daar zijn voedsel zoekt (Zoogdiervereniging, z.d.j). Er is geschikt biotoop aanwezig en er zijn verblijfplaatsen in de vorm van takkenhopen. De dichtsbijzijnde waarneming is op circa 5.5 kilometer en ligt in Boxtel. Tussen deze waarnemingen liggen barrières in de vorm van snelwegen en spoorwegen. De steenmarter wordt hierdoor uitgesloten.
Waterspitsmuis*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk schoon, niet te voedselrijk, vrij snel stromend tot stilstaand water met een behoorlijk ontwikkelde watervegetatie en ruig begroeide oevers. De soort komt voor bij beken, rivieren, sloten, plassen en daar waar grondwater opwelt. Ook wordt de soort veelvuldig aangetroffen langs de binnenduinrand, natuurlijke duinmeren en kunstmatige infiltratiegebieden. De waterspitsmuis komt alleen daar voor waar bodembedekkende vegetatie aanwezig en waar binnen een straal van 500 meter water is te vinden. Bovendien moet er in de oevers voldoende schuilmogelijkheid zijn waar de waterspitsmuis zich kan terugtrekken om zijn prooien op te eten (Zoogdiervereniging, z.d.l).
¹ a = beschermde functie aangetroffen, m = mogelijk beschermde functie aanwezig. ² N = nestplaats. p = paarverblijfplaats, z = zomerverblijfplaats, k = kraamverblijfplaats, w = winterverblijfplaats, v = verblijfplaats *Deze soort wordt altijd behandeld en volgt niet noodzakelijkerwijs uit het literatuur- of veldonderzoek.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
41
BIJLAGE 9 - CHECKLIST VLEERMUIZEN Inschatten mogelijke aanwezigheid vleermuizen in een Wet
b. Zijn er zichtbare holtes spleten, scheuren, losse bast in de boom
d. Zijn er lange, mogelijk in het duister liggende, muren aanwezig?
natuurbescherming vooronderzoek
(bomen)?
Nee
Nee Inleiding
e. bij hoogbouw is een aandachtpunt voor paarverblijfplaatsen voor
c. Vormt het opgaand groen mogelijk foerageergebied of
tweekleurige vleermuis.
Ga eerst na welke soorten redelijkerwijs of mogelijk te verwachten
beschutting van een naastgelegen foerageergebied (let vooral op
Niet van toepassing.
zijn aan de hand van het landschap, de omgeving en gekend ver-
kleinschalig gebied of parkachtige omgeving)?
spreidingsbeeld (binnen 20 km van het plangebied, denk daarbij
Nee
indien nodig ook buiten de landsgrenzen). Daarna dient gekeken te worden welke functies voor vleermuizen mogelijk voorkomen.
3. Open water
Hiervoor kan de onderstaande checklist of geheugensteun worden
Is er open water aanwezig?
gebruikt. Het gaat om voor vleermuis van belang zijnde objecten
Nee
die door de beoogde activiteit of plan, in relevante mate worden
6. Grotten, groeves, kelders en andere objecten Zijn er grotten en/of groeves en/of kelders, bruggen, tunnels en/of andere objecten met ruimten? Nee 7. Grootschalige landschapselementen
aangetast. De hieronder aangegeven soorten en/of soortgroepen
4. Open gebied
zijn niet dekkend. Hou rekening met het voorkomen van zeldzaam
Is er open gebied (> 1 ha)?
zones, grootschalige dijken, duinenrijen, rivierdalen of waterpar-
voorkomende soorten. Foerageergebied en vliegroutes zijn alleen
Nee
tijen die een verbindingsroute zouden kunnen vormen tussen
beschermd als ze essentieel zijn voor het goede voortbestaan van de soort ter plaatse. Dat blijkt vaak pas uit het (nader) onderzoek. De ant-
5. Gebouwen
woorden van de veldecoloog zijn in rood aangegeven achter de vraag.
Zijn er gebouwen aanwezig?
Zijn er grootschalige lijnvormige landschapselementen zoals kust-
zomer- en winterleefgebieden (zie kaart bijlage 7 op werkblad 1. aanwijzingen voor gebruik). Nee
Ja 1. Dikke bomen
a. Biedt het gebouw of bieden de gebouwen mogelijk winter-,
Is in of grenzend aan het plangebied één (of meerdere) dikke boom
kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen voor vleermuizen (denk aan
(doorsnede globaal > 3 dm op borsthoogte) aanwezig?
de spouwmuur, dakpannen, kelders, luiken aan de muur, gevelbe-
Nee
kleding, zolders, daklagen, kruipruimtes etc.)? (bouwtekening ter inzage vragen).
2. Opgaande gewassen
Ja, verricht nader onderzoek naar winter-, kraam-, zomer- en
Is op of grenzend aan het plangebied één (of zijn meerdere) dunne
paarverblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen.
bomen (doorsnede globaal. < 3 dm op borsthoogte) en/of struiken/
b. Zijn er sporen van aanwezigheid, poepvlekken, keutels, vraat-
gewassen > 1,5 meter aanwezig?
resten, bruinverkleuring langs de rand van invliegopeningen en
Ja
dergelijke?
a. Maken de struiken, gewassen, boom (bomen) deel uit van een
Nee, niet aangetroffen. Sporen zijn echter niet altijd zichtbaar.
mogelijke route of verbinding (lijnelement)?
c. Mogelijk foerageergebied?
Nee
Nee
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
42
BIJLAGE 10 - PAS Wat is het PAS?
Relevante gebieden
Wanneer adviseren wij een aeriuscalculatie uit te voeren?
PAS staat voor het Programma Aanpak Stikstof (PAS). In dit pro-
In het PAS zijn alle Natura 2000-gebieden opgenomen waar ten
De afbakening van het te beschouwen gebied is veel gevallen com-
gramma werkt het PAS-bureau voor Rijk en provincies aan
minste één stikstofgevoelig habitat voorkomt dat te maken heeft
plex, vanwege het verschil in activiteit, uitstoothoogte, ligging van
minder stikstof, sterkere natuur en economische ontwikkeling. Min-
met overbelasting door stikstof. Dit is het geval voor 118 van de
het projectgebied en eventuele maatregelen. Wij adviseren om
der stikstof, sterkere natuur en economische ontwikkeling zijn de
160 Natura 2000-gebieden. Deze gebieden zijn via deze pagina te
bij projecten met een aanzienlijke stikstofuitstoot (zoals nieuw-
doelen van het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Al jaren is er in
bekijken.
bouw van meerdere woningen en grote uitvoeringsprojecten)
veel Natura 2000-gebieden een overschot aan stikstof (ammoniak
of ammoniakuitstoot (voornamelijk uitbreiding agrarische activi-
en stikstofoxiden). Dit is schadelijk voor de natuur. Het belemmert
Aerius
ook vergunningverlening voor economische activiteiten.
AERIUS is het online rekeninstrument van het PAS. AERI-
gebied een calculatie uit te voeren. Voor wegen wordt een afstand
US
monitoring
van vijf kilometer gehanteerd. Op korte afstand van een Natura 2000-
Wettelijk kader
van het PAS en ruimtelijke planvorming in relatie tot stik-
gebied is vrijwel elke activiteit relevant, terwijl op grotere afstand
De regelgeving in het kader van de PAS is vastgelegd in de Wet na-
stof. Op basis van de locatie en de kenmerken van stik-
een grotere uitstoot verwaarloosbaar kan zijn. Snelwegen en buiten-
tuurbescherming (Wnb). Deze wet is op 1 januari 2017 in werking
stofuitstotende
emissies,
stedelijke wegen die op meer dan 5 km van een Natura 2000-gebied
getreden. Naast de wet zijn nog het Besluit natuurbescherming
verspreiding en depositie van stikstof. Door de depositiekaart te com-
of toetspunt liggen hebben conform de rekenmethode van AERIUS
(Bnb) en de Regeling natuurbescherming (Rnb) van belang. Zie deze
bineren met de habitatkaart van de stikstofgevoelige Natura 2000-
Calculator geen bijdrage op de genoemde locatie. Hoewel de
pagina voor meer informatie.
gebieden, ontstaat een beeld van de stikstofbelasting van de ha-
activiteit in onze quickscan vaak niet overeenkomt met verkeer,
bitats.
nemen wij wel deze arbitraire grens als uitgangspunt, tenzij wij
ondersteunt
teiten) én ligging in de omgeving van een gevoelig Natura 2000de
vergunningverlening,
bronnen
berekent
AERIUS
de
de
vermoeden dat de activiteit wel meldings- of vergunningsplichtig is.
Wanneer en voor wie relevant? Het PAS is relevant voor iedereen die uitstoot van stikstof veroor-
Vergunningvrij, melding maken of verguning aanvragen?
zaakt (initiatiefnemers), betrokken is bij het verlenen van vergun-
Als een activiteit stikstofdepositie veroorzaakt op een PAS-gebied
Grenswaarde verlaging
ningen (overheden) en bij natuurbeheer (eigenaren en beheerders
dient de initiatiefnemer van de activiteit te onderzoeken of de
Wanneer nog maar 5% van de hoeveelheid depositieruimte res-
van natuurterreinen). Dit gebeurt bijvoorbeeld in landbouw, indus-
activiteit vergunningplichting is onder het PAS. Om te bepalen of
teert die voor dit Natura 2000-gebied hiervoor is vastgesteld wordt
trie, infrastructuur, woningbouw en recreatie.
een activiteit vergunningplichtig is, of de uitzondering op de ver-
de grenswaarde verlaagd van 1,0 mol/ha/jaar naar 0,05 mol/ha/
gunningplicht van toepassing is, moet een enkelvoudige bereke-
jaar. Voor diverse Natura 2000-gebieden is deze grenswaarde ver-
ning in AERIUS Calculator worden uitgevoerd door een initiatiefne-
laagd. Een actueel overzicht is te vinden via deze link.
mer. Alleen indien vergunningplicht of meldingsplicht aan de orde is wordt vervolgens een tweede berekening uitgevoerd in AERIUS Calculator om de hoeveelheid benodigde depositieruimte te bepa-
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
43
BIJLAGE 11 - RELEVANTE FOTO’S
Figuur: de takkenhoop biedt schuilplaatsen voor de bunzing en wezel
Figuur: de lijnvormige elementen in de tuin kunnen onderdeel uitmaken van het leefgebied van bunzing en wezel.
Figuur: de bosschage achter in een tuin biedt geschikt biotoop voor bunzing en wezel.
Figuur: de bosschage achter in een tuin biedt geschikt biotoop voor bunzing en wezel.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
44
BIJLAGE 11 - RELEVANTE FOTO’S
Figuur: aan het woonhuis hangen twee gierzwaluwkasten.
Figuur: aan de schuur hangt een huismussenkast.
Figuur: aan het woonhuis hangen twee gierzwaluwkasten.
Figuur: op het dak van het woonhuis ligt een losse dakpan. Hier kunnen huismussen onder broeden. Verder kunnen vleermuizen hier onder het dak kruipen. Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
45
BIJLAGE 11 - RELEVANTE FOTO’S
Figuur: via het openstaande daklood kunnen vleermuizen mogelijk onder het dak komen en
Figuur: op het dak van de schuur zijn veel kieren, waardoor vleermuizen onder dit dak een
hier kunnen ze een verblijfplaats hebben.
mogelijke verblijfplaats kunnen hebben.
Figuur: vleermuizen kunnen door de kier onder de dakpannen komen en ze hebben mogelijk
Figuur: op het dak van de schuur zijn veel kieren, waardoor vleermuizen onder dit dak een
een verblijfplaats onder deze dakpannen.
mogelijke verblijfplaats kunnen hebben.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
46
Over ons Quickscan is een onderdeel van Habitus natuur & landschap, een vooruitstrevend onderzoeks- en adviesbureau voor ecologie, natuur en landschap. Kwaliteit en klanttevredenheid staan bij ons hoog in het vaandel. U kunt van ons verwachten dat wij vlotte en klantgerichte service bieden en aantrekkelijke producten opleveren van het hoogste inhoudelijke niveau. Wij geloven in langdurige samenwerking met opdrachtgevers, partners en personeel op een wijze die wederzijds voordeel oplevert.
Kwaliteit Wij staan voor kwaliteit, dit begint voor ons bij onze ecologen, die specialistische kennis bezitten over de herkenning en ecologie van flora en fauna. Naast inhoudelijke expertise kan kwaliteit in sterke mate geborgd worden door het opstellen en beheren van processen, daarom hebben wij onze bedrijfsstructuur rond processen opgebouwd. Door de aanwezige inhoudelijke kennis en de toepassing van processen aan te vullen met een uitstekende communicatieve vaardigheden, zijn wij er van overtuigd dat elke dienst voldoet aan de strengste kwaliteitseisen.
Klanttevredenheid De klant staat bij ons centraal en dat zien wij ook terug in de cijfers. Zo wordt onze dienstverlening door klanten gemiddeld boven een acht beoordeeld. Regelmatig vragen wij u om een evaluatieformulier in te vullen. Met uw input kunnen we onze dienstverlening in de toekomst verder optimaliseren.
Over ons logo Libellen zijn prachtige insecten. Het is dan ook geen toeval dat we voor inspiratie voor ons logo geput hebben uit de fraaie en diverse vormen die de orde van libellen rijk is. Omdat de vleugelvorm het onderscheidende kenmerk is tussen libellen en juffers en elke soort unieke vleugelkenmerken heeft, hebben we dit onderdeel als basisvorm voor ons logo gekozen.
37
Rapportage soortgerichtonderzoek
Kerkheiseweg 26 te Liempde H. Kuijpers B.V.
Projectadviseur Ruth van den Herik MSc
Kwaliteitscontrole door Richard Notenboom BSc
06-83578877 ruth@habitus.nl
Kwaliteitscontrole op datum 3 oktober 2019
Rapportage Ruth van den Herik MSc
Paraaf
Documentcode HKUI2019-1-RAP In opdracht van
Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport
H. Kuijpers B.V.
(inclusief foto’s) is enkel toegestaan onder vermelding van de bron. Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks
Contactpersoon opdrachtgever Dhr. Harm Kuijpers
aanvaardt Habitus natuur & landschap geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of door toepassing van adviezen.
Opleverdatum 9 oktober 2019
Correspondentieadres: Tolnasingel 1 /2411 PV / Bodegraven Kvk-nummer: 61229628 / Btw-nummer: NL854262301B01 Rekeningnummer: NL14ABNA0494577894 www.habitus.nl
Rapport soortgericht onderzoek
2
INHOUDSOPGAVE
Rapport soortgericht onderzoek
1.
INLEIDING 4
2.
METHODE 7
3.
RESULTATEN
4.
CONCLUSIE & AANBEVELINGEN
11
BRONVERMELDING
12
BIJLAGEN
13
10
3
1. INLEIDING In dit hoofdstuk wordt de aanleiding van het onderzoek beschreven. Vervolgens wordt het projectgebied beschreven en wordt het onderzoek afgekaderd. 1.1 Aanleiding De opdrachtgever is voornemens om landbouwgrond en een voormalig landbouwbedrijf te ontwikkelen tot een locatie voor woningbouw aan de Kerkheiseweg 26 te Liempde. Er is een ecologische quickscan uitgevoerd (Habitus natuur & landschap, 11 december 2018, HKUI2018-1-RAP1). Hieruit blijkt dat het woonhuis en één van de schuren mogelijk gebruikt wordt als verblijfplaats (zomer-, winter-, paar- en kraamverblijven) van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. Daarnaast zijn er geschikt nestplaatsen aanwezig voor de huismus en worden er mogelijk elementen verwijderd die onderdeel uit kunnen maken van de functionele leefomgeving van de huismus. Ook is er binnen het projectgebied geschikt leefgebied voor de bunzing en wezel aanwezig en kunnen verblijfplaatsen niet uitgesloten worden. Het beschadigen of vernietigen van gebiedsfuncties van beschermde soorten is verboden onder de Wet natuurbescherming. Daarom is soortgericht onderzoek uitgevoerd om aan te tonen of uit te sluiten dat deze gebiedsfuncties aanwezig zijn.
1.2 Doel en centrale vraag Dit soortgericht onderzoek wordt uitgevoerd om te kunnen bepalen of de voorgenomen werkzaamheden in strijd zijn met de Wet natuurbescherming, zodat de opdrachtgever inzicht verkrijgt in eventuele aanvullende maatregelen die noodzakelijk zijn. De centrale vraag luidt dan ook: Is er bij uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden kans op overtreding van de Wet natuurbescherming voor de onderzochte soorten en functies? De onderzochte soorten en functies zijn beschreven in hoofdstuk 2. Dit rapport geeft antwoord op bovenstaande vraag en biedt, indien mogelijk, maatregelen om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen. Is dit niet mogelijk, dan dient een ontheffing aangevraagd te worden.
Rapport soortgericht onderzoek
4
1.3 Projectgebied
1.4 Voorgenomen werkzaamheden
Het projectgebied ligt aan de Kerkheiseweg 26 te Liempde en is gelegen in de provincie Noord-Brabant.
Voor specifieke informatie over de voorgenomen werkzaamheden dient de quickscan met rapportcode
De begrenzing van het projectgebied en de geschikte biotopen zoals bepaald tijdens de ecologische
HKUI2018-1-RAP1 geraadpleegd te worden. Globaal worden de volgende activiteiten uitgevoerd:
quickscan (Habitus natuur & landschap, 11 december 2018, HKUI2018-1-RAP1) is weergegeven in
1. slopen van bestaand bebouwing;
Figuur 1. In de huidige situatie bestaat het projectgebied uit één woonhuis, meerdere tuinen, meerdere
2. bouwrijp maken van het perceel;
schuren/stallen, weilanden en een buitenbak. In het projectgebied zijn onder andere struweel, kleine
3. woningen en infrastructuur ontwikkelen.
bosschages en grasland aanwezig. De omgeving van het projectgebied bestaat uit bebouwing, tuinen, bomen, grasland en wegen. De werkzaamheden beperken zich tot het hele projectgebied, zoals
1.5 Reikwijdte
weergegeven in Figuur 1.
Dit soortgericht onderzoek heeft alleen betrekking op:
• • • •
de onderzochte soorten en functies, zoals beschreven in hoofdstuk 2; het projectgebied zoals beschreven in paragraaf 1.3; de onderzochte elementen binnen het projectgebied, zoals beschreven in hoofdstuk 2; de werkzaamheden zoals beschreven in paragraaf 1.4. Als de werkzaamheden op een andere manier of volgens een andere planning worden uitgevoerd, zijn de conclusies van dit onderzoek niet meer van toepassing. In dat geval wordt geadviseerd om een nieuwe toetsing uit te laten voeren om
•
te bepalen of de werkzaamheden volgens de Wet natuurbescherming kunnen worden uitgevoerd; de Wet natuurbescherming, niet op ander beleid of wetgeving.
De resultaten van dit onderzoek zijn maximaal drie jaar geldig. Dit soortgericht onderzoek kan voor de initiatiefnemer als bewijsstuk dienen dat natuuronderzoek is verricht.
Figuur 1: projectgebied en de mogelijke beschermde functies volgens de quickscan (Bron luchtfoto: PDOK, 2018).
Rapport soortgericht onderzoek
5
1.6 Criteria Het onderzoek en de onderhavige rapportage voldoen aan de interne proces- en kwaliteitseisen van Habitus natuur & landschap1. Wij hebben onze eigen kwaliteitseisen opgesteld omdat voor ecologisch onderzoek niet altijd kwaliteitseisen beschikbaar zijn. Het doel van onderstaande eisen is om een kwalitatief onderzoek te bieden (kwaliteitseisen). Het betreffen eisen over het proces (beoordeling, interpretatie), onderzoek (protocollen, inzet deskundigheid) en leesbaarheid (rapportage).
1
De interne proces- en kwaliteitseisen betreffen het volgende:
•
Het onderzoek wordt uitgevoerd volgens geldige onderzoeksprotocollen voor soortenonderzoek. In volgorde van prioritering zijn dit het Vleermuisprotocol 2017 (Netwerk Groene Bureaus), kennisdocumenten 2017 (BIJ12), Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming 2017 (Netwerk Groene Bureaus) en de NDFF-protocollen. Indien er
• • • • • • •
geen inventarisatieprotocol beschikbaar is voor een soort, dan zal een deskundige met expertkennis van de soort(groep) een werkwijze voorstellen. Het onderzoek sluit aan op de te verwachten soorten en functies uit een voorgaand onderzoek (ecologische quickscan). Het veldonderzoek wordt uitgevoerd door deskundigen op het gebied van de onderzochte soort(en). Een deskundige heeft aantoonbaar voldoende kennis en ervaring om relevante soorten te identificeren herkennen en relevant gedrag te beoordelen. Een deskundige voldoet aan de deskundigheidseisen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. De projectadviseur heeft specifieke deskundigheid en meerdere jaren ervaring met soortgelijke onderzoeken of staat onder begeleiding van een ervaren adviseur. Iedere geleverde rapportage is door een andere deskundige (dan de schrijver) beoordeeld op inhoud en vorm op basis van vaste beoordelingscriteria. Geplaatste opmerkingen door de beoordelaar worden verwerkt of besproken tot de meningen in overeenstemming zijn met elkaar. De rapportage vermeldt welke deskundigen het veldwerk hebben uitgevoerd, volgens welke methode en met welke middelen. Bij vleermuisonderzoek wordt gebruik gemaakt van batdetectors die beschikken over opname- en vertragingsmogelijkheden, zodat sonogrammen geanalyseerd kunnen worden.
De onderzoeksresultaten en rapportage voldoen aan de volgende eisen: ecologisch en juridisch correct, degelijk onderbouwd, kort en bondig, leesbaar en begrijpbaar. Het rapport is volledig en controleerbaar, dit betekent: Waarnemingen van beschermde soorten die te relateren zijn aan een beschermde functie of verblijfplaats worden altijd direct in het veld geregistreerd. Daarnaast worden alle geregistreerde waarnemingen gecontroleerd op juistheid door een andere ecoloog met expertkennis van de betreffende soortgroep. Van iedere waarneming is in ieder geval de datum,
• • • •
tijd, soort, aantal, gedrag en locatie (punt, vlak of lijn) weergegeven in het rapport. In het rapport is duidelijk te achterhalen hoe de interpretatie van de veldwaarnemingen leidt tot de vastgestelde functies voor soorten (zoals verblijfplaats of foerageergebied). Uit het rapport blijkt duidelijk welk effect de voorgenomen werkzaamheden op vastgestelde gebiedsfuncties hebben en welke verbodsbepalingen hierdoor overtreden worden. Hierbij worden alle mogelijke effecten van de werkzaamheden meegenomen, dus ook effecten buiten het werkgebied die gerelateerd zijn aan de getoetse ontwikkeling. De conclusie geeft antwoord op de vraag van de opdrachtgever. Habitus natuur & landschap verklaart hierbij onafhankelijk te zijn en geen enkel belang te hebben bij de uitkomst van het onderzoek. Al onze collega’s hebben de ethische gedragscode ondertekend.
Rapport soortgericht onderzoek
6
2. METHODE In dit hoofdstuk wordt de onderzoeksmethodiek beschreven en wordt het onderzoek afgekaderd. Hier is
Hierdoor hoeft niet elke plek op ieder moment overzien te zijn. Binnen het projectgebied (Figuur 1) zijn
beschreven op welke manier de gewenste informatie is verzameld. Daarnaast zijn de kopgegevens van de
alleen de gevels van de woning en één schuur onderzocht en de waarnemingen zijn wandelend gedaan.
uitgevoerde bezoeken hier te vinden.
Zie Figuur 2 voor een overzicht van de onderzoeksopzet in het voorjaar. Voor het voorjaarsonderzoek zijn de bezoeken gestart vanuit de vaste punten zoals Figuur 2 weergeeft maar indien er aanleiding voor
Het soortgerichtonderzoek is uitgevoerd voor de soorten en functies omschreven in Tabel 1.
geweest is, zoals vleermuizen die ergens vandaan vliegen, is de onderzoeker in die richting gewandeld. Voor het najaarsonderzoek is er rond gelopen in het gehele projectgebied.
Tabel 1: mogelijk aanwezige soorten en functies op basis van vooronderzoek
Soort(en)
Functie(s)
Locatie(s) in het projectgebied
Gewone dwergvleermuis, laatvlieger, ruige dwergvleermuis
Zomerverblijf, winterverblijf, paarverblijf, kraamverblijf (behalve ruige dwergvleermuis)
Losse dakpannen en openingen onder het lood van het woonhuis en één van de schuren
Huismus
Nestplaats en functionele leefomgeving
Huismussenkast aan één van de schuren, losse dakpan op de woning, hagen.
Bunzing, wezel
Leefgebied en verblijfplaats
Hopen met bladeren en/ of bladeren, struweel.
2.1 Vleermuizen Het vleermuisonderzoek is uitgevoerd conform het Vleermuisprotocol 2017 (Netwerk Groene Bureaus, 2017). Het veldwerk is uitgevoerd met behulp van een Petterson D240X in combinatie met opnameapparaat Ediroll R-05 en de Petterson M500-384 in combinatie met een Motorola telefoon. Beide batdetectors beschikken over opname- en vertragingsmogelijkheden. Tijdens de bezoeken zijn alle relevante waarnemingen genoteerd. Geluiden die niet in het veld te determineren waren, zijn opgenomen en later geanalyseerd. Alle waarnemingen zijn gecontroleerd door de projectadviseur. De waarnemingen zijn zodanig ingevoerd dat dubbeltellingen zoveel mogelijk zijn voorkomen. Dit wil zeggen dat één baltsende vleermuis niet twee keer is ingevoerd. Op deze manier is het totale aantal individuele vleermuizen in het gebied geïnventariseerd. Het onderzoek is in het voorjaar uitgevoerd door twee personen en in het najaar
Figuur 2: Onderzoeksopzet voorjaarsonderzoek. In het najaar is het onderzoek uitgevoerd door één
door één persoon. Voor de functie paarverblijf is een groter gebied te onderzoeken door één persoon,
onderzoeker die het onderzoek lopend heeft uitgevoerd waarbij alle gevels meerdere keren bekeken
omdat het gedrag dat duidt op dit type verblijfplaatsen gedurende een langere periode waarneembaar is.
zijn (Bron luchtfoto: PDOK, 2018).
Rapport soortgericht onderzoek
7
2.2 Huismus Het huismusonderzoek is uitgevoerd conform het NGB Soortinventarisatieprotocol 2017 (Netwerk Groene Bureaus, 2017a). Gezien de overzichtelijkheid van het projectgebied en de te onderzoeken gebiedsfuncties, is het onderzoek uitgevoerd door één vogeldeskundige. In de meest geschikte periode (1 april t/m 20 juni) is er gezocht naar zingende huismussen en andere gedragingen van huismussen die nest- en/of territoriumindicerend zijn. Het veldwerk is uitgevoerd met behulp van een Swarovski EL 10x42 verrekijker. 2.3 Bunzing en wezel Het marteronderzoek is uitgevoerd conform de Handreiking kleine marters (Bouwens, 2017). Er zijn veertien sporenbuizen met een lokstof (op basis van vis) en vier cameravallen op de meest kansrijke plaatsen geplaatst (zie Figuur 3). Dit zijn plaatsen waar mogelijke verblijfplaatsen liggen, zoals hopen met bladeren en/of takken, en plaatsen waar beide soorten kunnen jagen, zoals hoge vegetaties en struwelen. Vanwege de lage trefkans van wezels op cameravallen, zijn sporenbuizen de voorkeursmethode voor deze soort. Voor de bunzing is de voorkeursmethode de cameraval. De sporenbuizen worden tijdens het eerste bezoek uitgelegd in raaien om de tien meter en de vier cameravallen worden verspreid geplaatst. Twee weken later worden de sporenbuizen en cameravallen verplaatst binnen het projectgebied.
Weer twee weken later (vier weken na de start van het onderzoek) worden de sporenbuizen en de cameravallen opgehaald en de resultaten geanalyseerd. Omdat het onderzoek in de periode plaatsvindt dat de dieren het meest actief zijn (mei - augustus) en gezien de geringe grootte van het projectgebied, is de verwachting dat de trefkans zeer hoog is in het geval van vitale gebiedsfuncties zoals verblijfplaatsen. Bij het ontbreken van sporen is het daarom aannemelijk dat het projectgebied geen essentiële functie heeft voor de
Figuur 3: Onderzoeksopzet bunzing en wezel. Er zijn veertien sporenbuizen en vier cameravallen
onderzochte soorten.
geplaatst in het geschikte biotoop. Na twee weken zijn de sporenbuizen en cameravallen verplaatst (Bron luchtfoto: PDOK, 2018).
Rapport soortgericht onderzoek
8
2.4 Gegevens veldbezoeken Het onderzoek is uitgevoerd op de data en met weersomstandigheden zoals aangegeven in onderstaande tabel. Tabel 2: gegevens veldbezoeken Waarnemer(s)
Soortgroep*
Datum
Zon op/
Tijd van
Tijd tot
Temperatuur (°C)
Bewolking
Windrichting
Windkracht (Bft)
Neerslag (mm)
onder Ruth van den Herik
H
25-04-2019
N.v.t.
09:15
11:15
12
6/8 bewolkt
ZO
2
Geen
Amber Heitman
B, H, W
04-06-2019
N.v.t.
14:15
16:15
26
5/8 bewolkt
ZO
2
Geen
Benjamin Brandt Bianca Wijnoltz
V
11-06-2019
21:56
21:52
23:52
16
6/8 bewolkt
N
2
Geen
Amber Heitman
B, W
19-06-2019
N.v.t.
09:40
11:40
15
4/8 bewolkt
ZW
3
Geen
Amber Heitman
B, W
02-07-2019
N.v.t.
10:00
12:00
17
3/8 bewolkt
N
2
Geen
Bianca Wijnoltz Ruth van den Herik
V
10-07-2019
21:55
21:50
00:00
16
Geheel bewolkt
ZO
1
Geen
Bianca Wijnoltz Ruth van den Herik
V
12-08-2019
06:19
04:15
06:15
14
Onbewolkt
ZW
2
Geen
Tiko Seip
V
30-08-2019
20:30
21:40
23:40
16
1/8 bewolkt
ZW
1
Geen
Joost den Houdijker
V
20-09-2019
19:42
20:42
22:42
12
Onbewolkt
O
2
Geen
* B = bunzing, H = huismus, V = vleermuizen, W = wezel. 2.5 Deskundigheid onderzoekers Zowel het veldwerk, projectadvies en controle van het rapport is uitgevoerd door deskundige ecologen. In Bijlage 1 zijn de cv’s van de veldwerkers, projectleider en kwaliteitscontroleur opgenomen om deze deskundigheid aantoonbaar te maken.
Huismus met nestmateriaal op de dakgoot van de naastgelegen woning aan de Kerkheiseweg 24.
Rapport soortgericht onderzoek
9
3. RESULTATEN Onderstaand is per soort(groep) beschreven welke gebiedsfuncties zijn aangetroffen. Functies van soorten die onderzocht zijn, maar niet benoemd, zijn uitgesloten. Het betreft een interpretatie van de waarnemingen uit het veld, welke zijn weergegeven in Bijlage 2 en 3. 3.1 Vleermuizen Er is één zomerverblijf aangetroffen van de gewone dwergvleermuis tijdens het voorjaarsonderzoek. Er is één uitvliegende gewone dwergvleermuis waargenomen in de westgevel van de woning. Daarnaast is er tijdens het najaarsonderzoek één paarverblijf aangetroffen van één gewone dwergvleermuis bij de woning (zie Figuur 4). Aangenomen dient te worden dat deze ook als winterverblijf kan fungeren (BIJ12, 2017a). Gewone dwergvleermuizen vliegen baltsend rond in hun territorium. Dit terrotorium is in kaart gebracht. De exacte locaties van het paarverblijf kon niet worden vastgesteld. De gewone dwergvleermuis patrouilleert gedurende zijn baltsvlucht in zijn territorium. Hierbij vliegen ze met name langs hun paarverblijf maar ook langs de randen van hun territorium (Barlow et al, 1997; Jones, 2009; Russ, 2012; Sachteleben et al., 2006). Aangenomen kan worden dat het paarverblijf zich ergens in het territorium bevindt. Het is mogelijk dat het zomerverblijf tevens als paarverblijf in gebruik is.
Daarnaast is tijdens het voorjaarsonderzoek een slaapplaats van de boomkruiper aangetroffen aan de westgevel van de woning. Een foto van de uitvlieggopening van de aangetroffen zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis en de slaapplaats van de boomkruiper is te zien in Bijlage 4. 3.2 Huismus Er zijn geen huismussen waargenomen met nest- of territoriumindicerend gedrag binnen het projectgebied. Één huismus was tijdens het eerste bezoek aanwezig op de woning, maar deze huismus rustte enkel binnen het projectgebied. Huismussen gebruiken het projectgebied sporadisch en het betreft geen
Figuur 4: Aangetroffen beschermde functies. Per functie zijn het aantal individuen weergegeven (Bron luchtfoto: PDOK, 2018). Door in te zoomen wordt de inhoud beter zichtbaar.
functioneel leefgebied. Bij de buren aan de Kerkheiseweg 24 waren minimaal tien huismussen aanwezig. Meerdere huismussen vertoonden nestindicerend gedrag waarbij nestmateriaal werd gebracht naar het
3.3 Bunzing en wezel
dak van de woning, waarna de huismussen onder de dakpannen kropen. Ook waren diverse huismussen
Er zijn geen prenten van de bunzing of wezel aangetroffen in de sporenbuizen. Ook zijn er geen waarnemingen
aan het roepen vanaf het dak van deze woning. Minimaal twee huismussen zijn waargenomen terwijl zij
gedaan van bunzing of wezel met de cameravallen. Beschermde functies voor deze soorten kunnen uitgesloten
foerageerden en zandbaden namen bij het kippenhok van de buren. Hierdoor kan gesteld worden dat de
worden.
woning aan de Kerkheiseweg 24 als nestplaats dient voor de huismus en dat het kippenhok gebruikt wordt als foerageerplaats en zandbad. Beschermde functies van de huismus binnen het projectgebied kunnen uitgesloten worden. Rapport soortgericht onderzoek
10
4. CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN
Onderstaand is de vraag beantwoord of er bij uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden overtreding van
4.2 Aanbevelingen
de Wet natuurbescherming plaatsvindt voor de onderzochte soorten en functies. Hierbij is toegelicht om welke
Tijdens het onderzoek is aangetoond dat er beschermde soorten aanwezig zijn. Er zijn nu enkele mogelijke
artikelen het dan gaat. Daarnaast zijn aanbevelingen gedaan voor het vervolgtraject.
opties voor het vervolg, namelijk: 1. Er dient een ontheffing aangevraagd te worden en een mitigatieplan opgesteld te worden. Het aanvragen
4.1 Toetsing en conclusie
en verkrijgen van een ontheffing neemt circa 20 weken in beslag. Voor het plaatsen van compensatie is
Er is één zomerverblijfplaats en één paar- en mogelijke winterverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis
veelal een gewenningsperiode van toepassing. Dit betekent dat de compensatie (zoals kasten) tijdig voor
vastgesteld in westgevel van de woning. Er zijn geen nestplaatsen van de huismus aangetroffen in het
het verdwijnen van een verblijfplaats gerealiseerd moet zijn. De periode verschilt per soort, maar is veelal
projectgebied en ook is de aanwezigheid van bunzing en wezel uitgesloten.
enkele maanden. Vraag de ontheffing aan bij de provincie Noord-Brabant. Laat de aanvraag uitvoeren door een deskundige ecoloog zodat alle benodigde onderdelen geborgd zijn en dat de kans wordt vergroot dat
Is er bij uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden kans op overtreding van de Wet natuurbescherming voor
ontheffing wordt verleend.
de onderzochte soorten en functies?
2. Via maatregelen (zoals de werkzaamheden op een andere wijze uitvoeren) kan gezorgd worden dat de wet niet wordt overtreden. Er zal dan een ecologisch werkprotocol nodig zijn.
Bij uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden wordt de Wet natuurbescherming niet overtreden
3. Er wordt voor gekozen om de werkzaamheden niet uit te voeren.
voor huismus, bunzing en wezel. Bij de sloopwerkzaamheden worden de vleermuisverblijfplaatsen vernietigd. Dit betreft een overtreding van Artikel 3.5 lid 4 voor de gewone dwergvleermuis. Daarnaast is bij
We adviseren om een ontheffingsaanvraag op te starten omdat de werkzaamheden van dien aard zijn
de werkzaamheden kans op het doden of verwonden van de gewone dwergvleermuis. Dit zou overtreding
dat het uitvoeren op een andere wijze ook leidt tot vernietiging van de verblijfplaatsen waardoor optie 2
van Artikel 3.5 lid 1 voor de gewone dwergvleermuis betekenen. Hoe hiermee om dient te worden gegaan,
niet mogelijk is. Verder adviseren we tijdens de voorbereiding van de ontheffingsaanvraag te bepalen of
is te lezen in de volgende paragraaf. Daarnaast geldt deze conclusie alleen voor de onderzochte soorten.
het doden of verwonden van de gewone dwergvleermuis (overtreding Artikel 3.5 lid 1) voorkomen kan
Voor een overzicht van alle mogelijke risico’s wordt verwezen naar de ecologische quickscan (Habitus
worden. Dit kan bijvoorbeeld door te werken buiten de kwetsbare periode of het gebouw tijdig ongeschikt
natuur & landschap, 11 december 2018, HKUI2018-1-RAP1).
te maken onder ecologische begeleiding. Als overtreding van dit artikel niet kan worden voorkomen moet ook hiervoor ontheffing worden aangevraagd. Aangezien er een slaapplaats van een boomkruiper is aangetroffen aan de westgevel van de woning, dienen de werkzaamheden tussen zonsopkomst en zonsondergang uitgevoerd te worden en buiten het broedseizoen.
Rapport soortgericht onderzoek
11
BRONVERMELDING Alle bronnen zijn geraadpleegd op 1 oktober 2019. Literatuur
•
• • • • • • • •
Barlow, K. & Jones, G. (1997). Function of pipistrelle social calls: field data and a playback experiment (hyperlink). Animal behaviour 53: 991-999. BIJ12 (2017a). Kennisdocument gewone dwergvleermuis BIJ12 (2017b). Kennisdocument huismus Bouwens, Sander (2017). Handreiking kleine marters in relatie tot soortbescherming. Jones, G. (2009). Differences in songflight calls between two phonic types of the vespertilionid bat Pipistrellus Pipistrellus (hyperlink). Journal of Zoology 241(2):315 - 324. Netwerk Groene Bureau’s (2017a). Soortinventarisatieprotocollen Netwerk Groene Bureau’s (2017b). Vleermuisprotocol 2017 Russ, J. (2012). British bat calls: A guide to species identification. Sachteleben, J. & Helversen, von, O. (2006). Songflight behaviour and mating system of the pipistrelle bat (Pipistrellus pipistrellus) in an urban habitat (hyperlink). Acta Chiropterologica 8(2):391-401.
Geraadpleegde websites www.vleermuis.net. Pagina: gewone dwergvleermuis.
Rapport soortgericht onderzoek
12
BIJLAGE 1 - CV’s betrokken ecologen Richard Notenboom, BSc
Ruth van den Herik, MSc
Functie: kwaliteitscontroleur
Functie: projectadviseur en onderzoeker
Relevante opleidingen: - hbo Landscape & Environment management aan Inholland te Delft met specialisatie Natuur, Landschap en Recreatie. Ervaring: Richard is sinds 2016 in dienst bij Habitus. Direct in het eerste jaar heeft hij bewezen over grote kennis te beschikken van planten en vogels, zijn persoonlijke aandachtsgroepen. In 2016 heeft hij onder begeleiding quickscans én nadere soortgerichte onderzoeken naar planten, vissen, weekdieren, reptielen, vogels en vleermuizen uitgevoerd. Vanaf 2017 voert hij deze onderzoeken zelfstandig uit. Van de volgende soortgroepen heeft hij bewezen over voldoende kennis te beschikken om een ecologische effectenbeoordeling uit te voeren: grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, kevers, amfibieën, reptielen, vlinders, libellen, kreeften, vogels, mossen en vissen. Naast zijn functie als
Onderzoekers Ervaring:
Relevante opleidingen:
Tijdens het onderzoek zijn diverse onderzoekers ingezet. Wij
- wo master Animal Sciences aan de Wageningen Universiteit,
maken gebruik van een selectieproces om te bepalen of een
met specialisatie animal ecology.
onderzoeker bij ons ingezet kan worden. We selecteren op
- wo bachelor Dierwetenschappen aan de Wageningen
leervermogen, stabiliteit en passie voor het werk. De hoeveelheid
Universiteit, met specialisatie wildlife biodiversity.
ervaring varieert tussen de onderzoekers maar alle onderzoekers hebben een gedegen opleiding gehad. Daarnaast stemmen we
Ervaring:
de complexiteit van een project, wat afhankelijk is van de soorten
Ruth is sinds augustus 2018 in dienst bij Habitus. Sinds die tijd
en functies die verwacht worden, af op de ervaring van een
ondersteunt zij projectleiders met het uitvoeren van veldwerk
onderzoeker. Onderzoekers met meer ervaring worden ingezet
en het opstellen van diverse rapporten, onder begeleiding van
op complexere projecten. Voordat onderzoekers definitief ingezet
Benjamin Brandt. Vanaf mei 2019 voert zij haar werkzaamheden,
worden om onderzoek te verrichten hebben zij minimaal vijf
waaronder quickscans, zelfstandig uit. Tijdens haar opleiding heeft
rondes meegelopen met ervaren onderzoekers en een theorieles
zij een brede kennis opgedaan van ecologie en heeft zij ook een
gehad over de ecologie van de meest voorkomende vleermuizen.
semester gestudeerd in Zweden, om zich meer te verdiepen in
Daarnaast hebben de veldwerkers allemaal een achtergrond in de
natuur- en wildbeheer. Ook heeft ze ervaring met wildcamera’s. Ze
ecologie (studie, werk, etc.).
heeft vooral interesse in vogels en landzoogdieren.
veldecoloog is Richard excursiegids bij Boswachter & Co. Benieuwd naar de persoonlijke waarnemingen die Richard doet? Zie dan zijn account op waarneming.nl. Professionele waarnemingen worden ingevoerd via WrnPro.
Rapport soortgericht onderzoek
13
BIJLAGE 2 - Waarnemingen op kaart
Figuur 1: Alle waarnemingen die gedaan zijn tijdens bezoek 1 zijn op de kaart weergegeven. Bij iedere
Figuur 2: Alle waarnemingen die gedaan zijn tijdens bezoek 2 zijn op de kaart weergegeven. Bij iedere
waarneming is het aantal individuen weergegeven. Door in te zoomen wordt de kaart beter leesbaar.
waarneming is het aantal individuen weergegeven. Door in te zoomen wordt de kaart beter leesbaar.
Rapport soortgericht onderzoek
14
Figuur 3: Alle waarnemingen die gedaan zijn tijdens bezoek 3 zijn op de kaart weergegeven. Bij iedere
Figuur 4: Alle waarnemingen die gedaan zijn tijdens bezoek 6 zijn op de kaart weergegeven. Bij iedere
waarneming is het aantal individuen weergegeven. Door in te zoomen wordt de kaart beter leesbaar.
waarneming is het aantal individuen weergegeven. Door in te zoomen wordt de kaart beter leesbaar.
Er zijn geen waarnemingen gedaan tijdens bezoek 4 en 5 (marter materialen controleren en ophalen).
Rapport soortgericht onderzoek
15
Figuur 3: Alle waarnemingen die gedaan zijn tijdens bezoek 7 zijn op de kaart weergegeven. Bij iedere
Figuur 4: Alle waarnemingen die gedaan zijn tijdens bezoek 8 zijn op de kaart weergegeven. Bij iedere
waarneming is het aantal individuen weergegeven. Door in te zoomen wordt de kaart beter leesbaar.
waarneming is het aantal individuen weergegeven. Door in te zoomen wordt de kaart beter leesbaar.
Rapport soortgericht onderzoek
16
Figuur 3: Alle waarnemingen die gedaan zijn tijdens bezoek 9 zijn op de kaart weergegeven. Bij iedere waarneming is het aantal individuen weergegeven. Er kon van de baltsende vleermuizen niet bepaald worden in welk gebouw het paarverblijf aanwezig waren. Door in te zoomen wordt de kaart beter leesbaar.
Rapport soortgericht onderzoek
17
BIJLAGE 3 - Tabel met alle waarnemingen Soort
Aantal
Gedrag
Datum
Tijd
X-coördinaat
Y-coördinaat
Huismus
10
Baltsend / zingend
2019-04-25
09:46:00
5,36548
51,573199
Huismus
1
Nestindicerend gedrag
2019-04-25
09:48:00
5,36548
51,573199
Huismus
2
Foeragerend
2019-04-25
09:53:00
5,365523
51,573307
Huismus
5
Aanwezig
2019-04-25
10:00:00
5,365164
51,573506
Huismus
2
Onbekend
2019-04-25
10:13:00
5,364864
51,57342
Gierzwaluw
4
Onbekend
2019-04-25
10:14:00
5,364846
51,573389
Huismus
1
Aanwezig
2019-04-25
10:18:00
5,365128
51,573023
Huismus
1
Roepend
2019-04-25
10:33:00
5,364764
51,573164
Huismus
1
Nestindicerend gedrag
2019-04-25
10:45:00
5,365387
51,573134
Gewone Dwergvleermuis
1
Overvliegend
2019-06-11
22:23:00
5,365217
51,573067
Gewone Dwergvleermuis
1
Onbekend
2019-06-11
22:30:00
5,365219
51,573093
Gewone Dwergvleermuis
1
Uitvliegend
2019-06-11
22:42:00
5,364945
51,573051
Gewone Dwergvleermuis
1
Foeragerend
2019-06-11
23:20:00
5,364945
51,573051
Laatvlieger
1
Overvliegend
2019-07-10
22:10:00
5,364999
51,573134
Gewone Dwergvleermuis
2
Foeragerend
2019-07-10
22:46:00
5,365357
51,573258
Gewone Dwergvleermuis
2
Foeragerend
2019-07-10
23:48:00
5,365118
51,573177
Laatvlieger
2
Foeragerend
2019-07-10
23:49:00
5,36512
51,573211
Vleermuis Spec.
2
Verplaatsend naar west
2019-08-12
06:01:00
5,365063
51,573101
Gewone Dwergvleermuis
1
Aanwezig
2019-08-12
06:03:00
5,365063
51,573101
Laatvlieger
1
Overvliegend
2019-08-30
21:54:00
5,365255
51,573143
Gewone Dwergvleermuis
1
Baltsend
2019-08-30
21:56:00
5,364972
51,573085
Rapport soortgericht onderzoek
18
Soort
Aantal
Gedrag
Datum
Tijd
X-coördinaat
Y-coördinaat
Rosse Vleermuis
1
Overvliegend
2019-08-30
23:09:00
5,36536
51,573212
Rosse Vleermuis
1
Foeragerend
2019-08-30
23:41:00
5,36513
51,573095
Gewone Dwergvleermuis
1
Baltsend
2019-09-20
21:12:00
5,365237
51,573175
Gewone Dwergvleermuis
1
Baltsend
2019-09-20
21:22:00
5,36438
51,57307
Gewone Dwergvleermuis
2
Baltsend
2019-09-20
21:42:00
5,366009
51,572904
Ruige Dwergvleermuis
1
Overvliegend
2019-09-20
21:50:00
5,365295
51,573223
Tabel: Alle waarnemingen zijn in de tabel opgenomen. Het betreft de waarnemingen van alle bezoeken. In tabel 2 is te zien wie het bezoek heeft uitgevoerd.
Rapport soortgericht onderzoek
19
BIJLAGE 4 - Foto uitvliegopening
Figuren: Uitvliegopening met gele ovaal aangegeven. Het betreft de zomerverblijfplaats in de westgevel van de woning. Tegen de muur in de nok is ook een slaapplaats van boomkruiper waargenomen (rode ovaal).
Rapport soortgericht onderzoek
20
Over ons Habitus natuur & landschap is een vooruitstrevend onderzoeks- en adviesbureau voor ecologie, natuur en landschap. Kwaliteit en klanttevredenheid staan bij ons hoog in het vaandel. U kunt van ons verwachten dat wij vlotte en klantgerichte service bieden en aantrekkelijke producten opleveren van het hoogste inhoudelijke niveau. Wij geloven in langdurige samenwerking met opdrachtgevers, partners en personeel op een wijze die wederzijds voordeel oplevert.
Kwaliteit Wij staan voor kwaliteit, dit begint voor ons bij onze ecologen, die specialistische kennis bezitten over de herkenning en ecologie van flora en fauna. Naast inhoudelijke expertise kan kwaliteit in sterke mate geborgd worden door het opstellen en beheren van processen, daarom hebben wij onze bedrijfsstructuur rond processen opgebouwd. Door de aanwezige inhoudelijke kennis en de toepassing van processen aan te vullen met een uitstekende communicatieve vaardigheden, zijn wij er van overtuigd dat elke dienst voldoet aan de strengste kwaliteitseisen.
Klanttevredenheid De klant staat bij ons centraal en dat zien wij ook terug in de cijfers. Zo wordt onze dienstverlening door klanten gemiddeld met een acht beoordeeld. Regelmatig vragen wij u om een evaluatieformulier in te vullen. Met uw input kunnen we onze dienstverlening in de toekomst verder optimaliseren.
Over ons logo Libellen zijn prachtige insecten. Het is dan ook geen toeval dat we voor inspiratie voor ons logo geput hebben uit de fraaie en diverse vormen die de orde van libellen rijk is. Omdat de vleugelvorm het onderscheidende kenmerk is tussen libellen en juffers en elke soort unieke vleugelkenmerken heeft, hebben we dit onderdeel als basisvorm voor ons logo gekozen.
18
Activiteitenplan gewone dwergvleermuis
Kerkheiseweg 26 te Liempde H. Kuijpers B.V.
Projectadviseur Heleen Melchers MSc
Kwaliteitscontrole Diede Melsen MSc, 30 maart 2020
0172-204060 heleen@habitus.nl Rapportage Heleen Melchers MSc Documentcode HKUI2019-2-OH-V1 In opdracht van H. Kuijpers B.V. Contactpersoon opdrachtgever dhr. Harm Kuijpers Opleverdatum 26 maart 2020
Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport (inclusief foto’s) is enkel toegestaan onder vermelding van de bron. Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Habitus natuur & landschap geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of door toepassing van adviezen. Een verklaring van onze documentcodes is te vinden op onze website.
Correspondentieadres: Tolnasingel 1 /2411 PV / Bodegraven Kvk-nummer: 61229628 / Btw-nummer: NL854262301B01 Rekeningnummer: NL14ABNA0494577894 www.habitus.nl
Activiteitenplan ontheffingsaanvraag
2
INHOUDSOPGAVE
1.
INLEIDING 4