Bijlage 1b_ Bijlagenboek bestemmingsplan Kerkweide West.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Kerkweide-West 28 augustus 2020
Bijlagenboek
.HUNZHLGH:HVW
,QKRXGVRSJDYH
%LMODJHQELMWRHOLFKWLQJ
%LMODJH
:RRQODGGHU
%LMODJH
4XLFNVFDQ)ORUDHQ)DXQD
%LMODJH
6WLNVWRIGHSRVLWLHRQGHU]RHN
%LMODJH
:DWHUSDUDJUDDI
%LMODJH
9HUNHQQHQGERGHPRQGHU]RHN
%LMODJH
$NRHVWLVFKRQGHU]RHN,QGXVWULHODZDDL
%LMODJH
$NRHVWLVFKRQGHU]RHN:HJYHUNHHUVODZDDL
%LMODJH
$UFKHRORJLVFKRQGHU]RHN
%LMODJH
$DQPHOGLQJVQRWLWLHPHU
%LMODJH
%LMHHQNRPVWRQWZLNNHODDUSODQ.HUNZHLGH:HVWB9HUVODJEHZRQHUVXLWOHJ
%LMODJHQELMWRHOLFKWLQJ
%LMODJH :RRQODGGHU
*HPHHQWH%R[WHORQGHUERXZLQJLQLWLDWLHIZRQLQJERXZSODQJHELHG =RQQHZHLGH:HVWNHUQ/LHPSGHFRQFHSW
Datum Opdrachtgever
: 23 april 2020 : Gemeente Boxtel
Ter attentie van
: Kerkweide ontwikkeling
Projectnummer Opgesteld door
: 211X09693 : RV, AM
$FKWHUJURQG ,QOHLGLQJ In de tot de gemeente Boxtel behorende kern Liempde is het inbreidingsplan Zonneweide ontwikkeld voor het gebied tussen de Kerkheiseweg, Bergstraat en de Boxtelseweg. In totaal zullen hier ca. 56 woningen komen. Het plan bestaat uit twee delen, waarbij in het westelijke gedeelte, Zonneweide-West1, 18 koopeengezinswoningen en 11 koopappartementen (of 6 koopappartementen en 5 huur appartementen) gerealiseerd zullen worden. De locatie van het project is gelegen binnen het vigerende bestemmingsplan ‘Liempde’, volledig ter plaatse van de bestemming ‘Wonen’. Toch is op grond van dit bestemmingsplan de realisatie van het project niet mogelijk. Om de ontwikkeling van dit westelijke plandeel mogelijk te maken, is een wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk. In verband hiermee dient de Ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen te worden, hetgeen in onderhavige notitie gebeurt. 3ODQJHELHGSURJUDPPDHQSODQRS]HW Het plandeel Zonneweide-West (groen gearceerd) is gelegen aan op het onbebouwde middenterrein tussen de Kerkheiseweg en de Bergstraat, doorlopend tot aan de achtertuinen van de Boxtelseweg. Dit gedeelte wordt ontwikkeld door enkele particuliere grondeigenaren. Het Plandeel oost wordt door Earth & Eternity verder uitgewerkt.
1
Deze locatie wordt ook wel Kerkweide genoemd.
Onderbouwing initiatief woningbouw plangebied Zonneweide-West, kern Liempde
1
)LJXXU3ODQJHELHG
Het beoogde programma voor plandeel Zonneweide-West bestaat uit: 6 stuks, 3x 2-ondereenkapwoningen, bij de entree van de wijk aan de Kerkheiseweg, geschikt als doorstart gezinswoningen, inhoud 500-575 m3, prijsklasse € 330.000,- tot € 380.000,-; 11 appartementen in een bouwblok 2-laags in het middengebied, bestemd voor alleenstaande jongeren en/of ouderen. Oppervlakte 65/70 m 2, prijsklasse € 160.000,- tot € 185.000,-; 10 een gezins-/starterswoningen in 3 bouwblokken en 2 stuks 3x 2-ondereenkapwoningen aan middengebied georiënteerd, inhoud 320-390 m3, prijsklasse € 225.000,- tot € 290.000,-.
Er wordt gestreefd naar de realisatie van “Nul op de Meterwoningen” om mee te gaan in de nieuwste trends met betrekking tot de duurzaamheid. Zonneweide-West krijgt verder een dorpse uitstraling en dorps karakter. Er is daarbij gekozen voor een doorlopende verkeersstructuur waarbij aan de Kerkheiseweg voor elk plandeel een toegang gemaakt kan worden. Vanaf de toegangsweg (Kerkheiseweg) heeft de bebouwing een open karakter. De twee-ondereen-kapwoningen vormen de overgang van de vrijstaande woningen aan de Kerkheiseweg naar de nieuwbouw. De bestaande woning die dicht aan de Kerkheiseweg is gelegen, vervalt. Hiervoor komt een geschakelde twee-onder-een-kapwoning 2 meter terug t.o.v. de huidige rooilijn, om een ruimere entree naar de wijk te creëren. Vanuit de toegang Kerkheiseweg wordt een groen middengebied gecreëerd met een ”wadi” en speelgelegenheid. De appartementen zijn georiënteerd met de woonruimte op dit open middengebied. De achtertuinen van de woningen zijn gelegen aan de tuinen van de bestaande woningen. De aan de woonstraat gelegen 4 bouwblokken bestaan uit een-gezins-/starterswoningen.
Onderbouwing initiatief woningbouw plangebied Zonneweide-West, kern Liempde
2
)LJXXU6WHGHQERXZNXQGLJSODQDXJXVWXV
Het parkeren is zoveel mogelijk op eigen terrein voorzien en daarnaast zijn er parkeerkoffers in het plangebied aanwezig, waarmee wordt voldaan aan de parkeernorm (11 app. x 1,8 en18 woningen x 1,8 = 52,2 parkeerplaatsen)
'H/DGGHUYRRUGXXU]DPHYHUVWHGHOLMNLQJ
$FKWHUJURQG/DGGHU In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte van het Ministerie van IenM, is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Hierin is vastgelegd dat de toelichting bij een bestemmingsplan of projectafwijking, moet voldoen aan de systematiek van de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’. De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ (art 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening) is een wettelijk verplicht motiveringsinstrument, waaraan iedere ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ (art. 1.1.1. Bro) moet worden getoetst. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten.
Onderbouwing initiatief woningbouw plangebied Zonneweide-West, kern Liempde
3
Per 1 juli 2017 is een nieuwe versie van de Ladder van kracht, waarin het tweede lid van art. 3.1.6. als volgt is beschreven: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat: 1. een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling; 2. indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. In het geval van Zonneweide-West is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling omdat de toevoeging meer dan 12 woningen betreft. Aangezien de planlocatie binnen bestaand stedelijk ligt (vanwege de bestemming wonen en de omliggende bebouwing met bestemming wonen), richt de ladderonderbouwing zich specifiek op de behoefte aan de ontwikkeling. 0DUNWJHELHG De gemeente Boxtel maakt deel uit van de regio Noordoost-Brabant (Agri Food Capital). Samen met de gemeenten Bernheze, Haaren, ’s-Hertogenbosch, Heusden, Oss, Sint-Michielsgestel en Vught vormt de gemeente Boxtel de subregio ’s-Hertogenbosch-Oss. De behoefte dient dan ook in eerste instantie vanuit deze regio en subregio bepaald te worden. Uit een analyse van de verhuisbewegingen in de gemeente Boxtel blijkt echter dat het grootste deel van de verhuizingen (ca. 60%) binnen de gemeente plaatsvindt.
Het primaire verzorgingsgebied wordt daarmee afgekaderd als de gemeente Boxtel, het secundaire verzorgingsgebied bedraagt de subregio ’s-Hertogenbosch-Oss. Specifiek voor de kern Liempde (ca. 4.900 inwoners, incl. buitengebied) geldt dat hier de afgelopen jaren heel weinig nieuwbouw heeft plaats gevonden, terwijl er wel indicaties zijn voor een grote vraag naar woningen in de kern vanuit de eigen bevolking. Daarmee is naar verwachting het marktgebied vooral lokaal van aard. De gemeente Boxtel en de (sub)regio zijn gelegen in de provincie Noord-Brabant. Op provinciaal niveau worden afspraken gemaakt tussen regio’s, ook voor de subregio ’s-HertogenboschOss, welke de basis vormen voor de afspraken voor de afzonderlijke regio’s ten aan zien van woningbouwprogrammering.
Onderbouwing initiatief woningbouw plangebied Zonneweide-West, kern Liempde
4
*HEUXLNWHEURQQHQ Voor het bepalen van de (regionale) behoefte (kwantitatief en kwalitatief) en de vergelijking met het actuele aanbod is er onder andere gekeken naar: Woonvisie 2016 – 2025, gemeente Boxtel (Compaenen, 10 maart 2016); Regionaal woonwensenonderzoek 2015 (2 maart 2016) Gemeenten Bernheze, Boxtel, Haaren, Heusden, ’s-Hertogenbosch, Oss, Schijndel, Vught; Structuurvisie Verfrissend Boxtel, 2011; Regionale Agenda Wonen, Regio Noordoost Brabant (8 december 2016); Woningbouwprogramma gemeente Boxtel; Woningbouwlocaties Liempde, mei 2015. .ZDQWLWDWLHYHEHKRHIWH Subregionaal In 2016 heeft de regio Noordoost Brabant de Regionale Agenda Wonen vastgesteld, waarin de actuele woningbouwafspraken voor de periode 2016 – 2025 zijn opgesteld. In de agenda is vastgelegd dat de regio Noordoost-Brabant wordt gezien als één woningmarktregio, zoals bedoeld in de nieuwe Woningwet. Door onder ander het uitblijven van nieuwbouw van woningen, zal de regio de komende jaren een aanzienlijke woningbouwopgave kennen. De Regionale Agenda Wonen 2016 geeft aan dat de woningbouwopgave voor de periode 2016 – 2025 bijna 30.000 woningen bedraagt voor de gehele regio. De subregio ’s-Hertogenbosch e.o. heeft daarbij de grootste woningbouwopgave met ca. 19.125 woningen.
Uit de jaarlijkse, provinciale overzichten van de zachte en harde plancapaciteiten van gemeenten blijkt dat de totale beschikbare plancapaciteit elk jaar, in de periode vanaf 2008, afneemt. In totaal is er voor de periode 2016-2025 in de sub ’s-Hertogenbosch e.o. plancapaciteit voor ca.19.160 woningen, waarvan 10.065 in de harde plancapaciteit zijn opgenomen. De plannen kunnen hierdoor voor 91 procent voldoen aan de geprognosticeerde woningbouwopgave. Kijkende naar de harde plancapaciteit dan is dit slechts 53%.
Onderbouwing initiatief woningbouw plangebied Zonneweide-West, kern Liempde
5
)LJXXU2SJDYHHQFDSDFLWHLWUHJLR¶V+HUWRJHQERVFKHRHQJHPHHQWH%R[WHO(bron: regionale agenda wonen, 2016)
Gemeente Boxtel
Binnen de gemeente Boxtel bedraagt volgens de tabel de woningbouwopgave 1.320 woningen, vrijwel gelijk aan de opgave in 2015. Inclusief de verwachte sloop komt de benodigde capaciteit neer op 1.450 woningen in de periode 2016 -2025. Hiervan is ten tijde van het schrijven van de Regionale Agenda Wonen 2016 69 procent (995 woningen) opgenomen in de plancapaciteit, maar slechts 13 procent (185 woningen) behoort tot de harde plancapaciteit. De feitelijke woningvoorraad in de gemeente Boxtel bedroeg in 2017 13.308 woningen, terwijl de geprognosticeerde woningvoorraad tot en met 2025 14.195 bedraagt en tot 2030 14.658 bedraagt. De benodigde capaciteit bedraagt daarmee voor de kortere termijn (2025) 887 woningen en voor de iets langer termijn (2030) 1.350 woningen. Daar staat tegenover dat de plancapaciteit in 2017 1.130 woningen betrof, waarvan slechts 135 als hard te bestempelen is. Uitgaande van bovenstaande cijfers moeten er tot en met 2025 jaarlijks gemiddeld ca. 110 woningen gebouwd worden. In de periode 2010 t/m 2017 zijn er, afgaande op de afgegeven bouwvergunningen van de gemeente Boxtel, jaarlijks slechts ca. 45 nieuwe woningen gerealiseerd. Vooral de laatste jaren zijn er heel weinig bouwvergunningen afgegeven zoals navolgende tabel aangeeft.
Onderbouwing initiatief woningbouw plangebied Zonneweide-West, kern Liempde
6
7DEHO$IJHJHYHQERXZYHUJXQQLQJHQJHPHHQWH%R[WHO Jaar
Aantal
Jaar
Aantal
2010
118
2014
101
2011
12
2015
18
2012
49
2016
12
2013
33
2017
21
De grootste woningbouwlocaties in de gemeente is het gebied “Selissen” in het noorden van de kern Boxtel. Hier zullen ca. 465 woningen gerealiseerd worden. Een tweede grotere locatie is “Achter Den Eijngel” in de kern Lennisheuvel. Hier kunnen tussen 2018 en 2026 gefaseerd ca. 85 woningen komen. Daarmee zou er binnen de gemeente Boxtel ook nog ruimte zijn voor het toevoegen van de 29 woningen aan de Kerkheiseweg in Liempde. Liempde Op basis van de provinciale prognoses is de woningbouwopgave voor de kern Liempde bepaald en beschreven in de rapportage ‘Woningbouwlocaties Liempde, 2015”. Voor de periode 2015 – 2025 wordt het aantal benodigde woningen binnen de kern Liempde geschat op 215 woningen. 7DEHO%HQRGLJGHDDQWDOOHQQLHXZHZRQLQJHQ Gemeente Boxtel
Liempde
2015 – 2020
790
130
2020 – 2025
520
85
2025 – 2030
330
55
1.640
270
Locatie
Totaal
Bron: Woningbouwlocaties Liempde 2015-2025, gebaseerd op provinciale prognoses
In Liempde zijn voor het zuidoostelijke uitbreidingsgebied Hamsestraat-Rodeweg inmiddels plannen ontwikkeld voor de realisatie van ca. 80-100 woningen. De provincie heeft echter aangegeven dat er vanwege de landschappelijke invulling op deze locatie maximaal slechts 40 woningen mogen komen. Wel zou dit aantal via de mogelijkheden van de ruimte-voor-ruimte-regeling eventueel nog iets hoger uit kunnen komen. Dit wordt momenteel onderzocht. In de rapportage ‘Woningbouwlocaties Liempde 2015 -2025’ staan de verschillende woningbouwlocaties geformuleerd voor de genoemde periode. De Smaldersestraat en de Hamsestraat vormen de grootschalige woningbouwprojecten, maar zijn buiten het stedelijk gebied gelegen. De vier andere locaties zijn inbreidingslocaties. Aan enkele van deze locaties kleven echter ook nadelen. Zo is de ontwikkeling van de locatie aan de Vendelstraat alleen mogelijk in combinatie met de vernieuwing van het omliggende woningbestand, waardoor onduidelijk is hoeveel woningen hier gebouwd kunnen worden. Hier staat tegenover dat op de locatie Zonneweide (= Boxtelseweg-Kerkheiseweg) door een efficiënt ruimtegebruik meer woningen gerealiseerd kunnen worden dan eerder is geraamd (56 in plaats van 15-20).
Onderbouwing initiatief woningbouw plangebied Zonneweide-West, kern Liempde
7
7DEHO*HUDDPGHFDSDFLWHLWZRQLQJERXZORFDWLHV/LHPSGH Aantal woningen (ruimte)
Locatie Boxtelseweg – Kerkheiseweg (inbreiding)
15 - 20
Cattestraat (inbreiding)
5-8
Vendelstraat (inbreiding) Nieuwe Erven – Kerkheiseweg (inbreiding)
9 – 12
Smaldersestraat (uitbreiding)
30 – 40
Hamsestraat (uitbreiding)
80 – 200
Totaal
139 - 280
Bron: Woningbouwlocaties Liempde 2015-2025
Bovenstaande capaciteitsraming is door de gemeente Boxtel vertaald naar het volgende woningbouwprogramma tot 2030: Locatie
Aantal woningen
Periode
Hamsestraat-Roderweg
80
2020-2024
Woon-werklocatie Hamsestraat
11
2020
De Punder
3
-
Boxtelseweg-Kerkheiseweg
50
2020-2021
Smaldersestraat
80
2029-2030
Pastorie Liempde
10
2021
Bovenstaande laat dus zien dat er duidelijk kwantitatieve behoefte is aan woonlocaties passend in zowel de regio, gemeente Boxtel als de kern Liempde. .ZDOLWDWLHYHEHKRHIWH Groei aantal huishoudens en lichte vergrijzing In het hiervoor benoemde regionale woningbehoefteonderzoek, wordt ook stilgestaan bij de kwalitatieve behoefte binnen de regio en op gemeenteniveau. Uit de bevolkingsprognoses blijkt dat de gemeente Boxtel te maken krijgt met een afnemende bevolkingsgroei. Daarentegen neemt het aantal huishoudens de komende jaren wel toe, voornamelijk het aantal eenpersoonshuishoudens. 7DEHO%HYRONLQJVHQKXLVKRXGHQVSURJQRVHJHPHHQWH%R[WHO
9HUVFKLO
Aantal inwoners
30.670
30.830
30.910
30.915
+0,8%
Aantal huishoudens
13.405
13.680
14.060
14.400
+7,4%
De samenstelling van de bevolking zal in diezelfde periode wijzigen. Prognoses laten zien dat het aandeel 65-plussers toe zal nemen, waardoor er de komende jaren sprake zal zijn van vergrijzing2. Zo zal het aandeel 65-74jarigen toenemen van 12,6% in 2017 tot 13,5% in 2030 en het aandeel 75-plusser van 8,1% naar 14,1%. De bevolking van Liempde kenmerkt zich verder door relatief lage percentages huishoudens met een laag inkomen en migranten.
2
Bevolkingsprognoses Noord-Brabant, actualisatie 2017
Onderbouwing initiatief woningbouw plangebied Zonneweide-West, kern Liempde
8
Kenmerken woningaanbod De gemeente Boxtel telt op dit moment circa 13.300 woningen, waarvan ruim 10.000 in de kern Boxtel. Ongeveer een derde van deze woningen bestaat uit sociale huurwoningen, een derde uit dure koopwoningen (met een waarde van € 275.000 of meer) en een derde uit middeldure en goedkope koop- en vrije sector huurwoningen. Het aantal huurwoningen in de vrije sector is echter zeer beperkt. Het merendeel van de woningen zijn grondgebonden en 30 procent bestaat uit appartementen. De ruim 1.900 woningen in de kern Liempde bestaan voor het overgrote deel uit eengezinshuizen (93%) en uit koopwoningen (80%)3. Slechts een klein deel van de woningvoorraad in de kern Liempde bestaat uit sociale huurwoningen (ca. 13%). De gemiddelde WOZ-waarde van de woningen ligt met ca. € 307.000,- (2017) ook op een relatief hoog niveau. In 2015 hadden slechts 54 woningen in Liempde en Lennisheuvel een waarde die lager dan € 185.000,- lag. Dit maakt deze kleine kernen in de gemeente minder toegankelijk voor huishoudens met lagere inkomens (bijvoorbeeld starters op de woningmarkt). Door de inwoners van deze dorpen wordt dit dan ook als een belangrijk probleem gezien4. Woonwensenonderzoek en Gemeente Boxtel Woonvisie 2016-2025 In 2015 is in de gemeente Boxtel een woonwensenonderzoek uitgevoerd. Hieruit blijkt dat er binnen de gemeente veel vraag is naar huurwoningen.
Deze vraag is met name afkomstig van de oudere huishoudens en starters. Beide doelgroepen hebben vaker de voorkeur voor een huurwoningen dan een koopwoning. Bij het interpreteren van de vraag van de groep ouderen moet wel worden bedacht dat deze doelgroep hun woonwensen vaak niet omzetten in een verhuizing. De doorstromers willen het liefst een grondgebonden koopwoning. )LJXXU6FKHPDWLVFKHZHHUJDYHZRRQZHQVHQRQGHU]RHN
Bovenstaande resultaten van het woonwensenonderzoek zijn verwerkt in de “Woonvisie 2016 – 2025” voor de gemeente Boxtel. De woonvisie stelt de volgende centrale doelstellingen: betaalbare woning voor ieder huishouden; verbeteren kwaliteit, de geschiktheid en de duurzaamheid van de bestaande woningvoorraad; huisvesting bijzondere (zorg)doelgroepen; vraaggericht bouwen met oog voor de toekomst; Boxtel een aantrekkelijke woongemeente.
3 4
CBS 2017 Gemeente Boxtel, Woonvisie 2016-2025
Onderbouwing initiatief woningbouw plangebied Zonneweide-West, kern Liempde
9
Binnen de opgave met betrekking tot het vraaggericht bouwen is er in de woonvisie bijzondere aandacht gevraagd voor de volgende typen woningen in het woningbouwprogramma: A. grondgebonden woningen voor middeninkomens (waaronder kleine huishoudens /starters) in het vrije huursegment; B. woningen voor senioren in het sociale en vrije huursegment; C. goedkope sociale huurwoningen voor starters (bij voorkeur met tijdelijke huurcontracten, zodat de woningen beschikbaar blijven voor de doelgroep); D. wonen met zorg voor kwetsbare inwoners; E. innovatieve (permanente en tijdelijke) woonvormen voor arbeidsmigranten en verblijfsgerechtigden; F. betaalbare koopwoningen voor starters met een middeninkomen; G. betaalbare koopwoningen, in middeldure en dure segment voor senioren die willen doorstromen uit hun gezinswoning; H. ruimte voor particuliere wooninitiatieven. Deze doelstellingen zijn binnen de woonvisie vertaald naar de kern Liempde. Binnen deze kern is het van belang om vooral de mogelijkheden voor starters en jonge gezinnen te vergroten, en beperkt voor de doelgroep senioren. Het toevoegen van woningen in de huursector en woningen voor kleine huishoudens zal zorgen voor een evenwichtigere opbouw van de woningvoorraad.
De aangegeven accenten in de woningbouwprogrammering zijn: woningen voor senioren in het sociale en het vrije huursegment; goede sociale huurwoningen voor starter; betaalbare koopwoningen voor doorstromende senioren. Het programma voor Zonneweide-West omvat koopwoningen voor starters, jonge gezinnen en senioren door de realisatie van betaalbare appartementen en eengezinswoningen. Tevens bestaat de mogelijkheid dat van de 10 koopappartementen er 5 worden aangeboden als huurappartementen Daarmee sluit het project goed aan bij de hoofddoelen van de woonvisie voor Liempde. De structuurvisie ‘Verfrissend Boxtel’ uit 2011 is tevens de opgave geformuleerd om te komen tot meer differentiatie en variatie binnen het woningaanbod. In de structuurvisie worden de concrete doelstellingen en projecten, zoals geformuleerd in de rapportage integraal dorpsontwikkelingsplan Liempde (iDOP), overgenomen. Er dient onder meer speciale aandacht te zijn voor het vernieuwen en verbeteren van de seniorenhuisvesting. De woningbouw in de kern Liempde moet zich daarbij met name te concentreren op een klein aantal inbreidingslocatie en één grootschalige uitbreidingslocatie aan de rand (Hamsestraat). Aangezien Zonneweide een inbreidingslocatie is en ook als zodanig is aangemerkt, voldoet het planinitiatief aan deze richtlijn.
Onderbouwing initiatief woningbouw plangebied Zonneweide-West, kern Liempde
10
&RQFOXVLHV
Op subregionaal niveau kan de woningbehoefte tot 2025 met de bestaande totale plancapaciteit redelijk ingevuld worden. Dat geldt echter niet als gekeken wordt naar de harde plancapaciteit. In de gemeente Boxtel is voor deze periode de verwachte woningvraag (1.450 woningen) in omvang echter aanzienlijk groter dan de totale plancapaciteit (1.130 woningen). Vooral de harde plancapaciteit is met 135 woningen erg laag. Het initiatief om 29 woningen op de locatie Zonneweide-West in Liempde te bouwen, voorziet daarmee in een kwantitatieve behoefte, te meer omdat de locatie naar het zich laat aanzien op relatief korte termijn bebouwd kan worden. In de kern Liempde overtreft de vraag de plancapaciteit eveneens, vooral nu er door de provincie is aangegeven dat er veel minder op de locatie Hamsestraat - Roderweg gebouwd kan worden dan gepland was. Ook in Liempde is sprake van een kwantitatieve behoefte. De behoefte aan nieuwe woningen in de kern Liempde (en Lennisheuvel) is onderschreven door de gemeente Boxtel, onder meer in de recente Woonvisie 2016-2025. De gemeente heeft de behoefte vertaald in een concreet woningbouwprogramma voor de kern Liempde.
Vanuit het beleid van de gemeente blijkt dat er in kwalitatieve zin in Liempde vooral behoefte is naar mogelijkheden voor met name starters en jonge gezinnen om zich te vestigen en daarnaast in beperkte mate ook naar woningen voor senioren. Het gaat hierbij zowel om huurwoningen als betaalbare koopwoningen. Gezien het beoogde programma sluit het planinitiatief hier voor het overgrote deel bij aan en voorziet daarmee in een kwalitatieve behoefte. Aangezien het planinitiatief Zonneweide-West een inbreidingslocatie betreft, sluit het planinitiatief ook in ruimtelijke zin aan bij de beleidsuitgangspunten van de gemeente. De realisatie van Zonneweide draagt mede bij aan het handhaven van diversiteit in woonmilieus in de gemeente: naast het “centrumdorp” woonmilieu in Boxtel-kern, dat nog versterkt wordt met de realisatie van onder meer de woonwijk Selissen, wordt ook het dorpse woonmilieu in de kleinere kernen van de gemeente versterkt.
Onderbouwing initiatief woningbouw plangebied Zonneweide-West, kern Liempde
11
%LMODJH 4XLFNVFDQ)ORUDHQ)DXQD
Rapportage ecologische quickscan
Kerkheiseweg te Liempde Harm Kuijpers
Projectleider
Kwaliteitscontrole
B. Wijnoltz MSc
N. Kroese BSc, 7 december 2018
Rapportage
Paraaf
B. Wijnoltz MSc Rapport HKUI2018-1 In opdracht van Harm Kuipers
Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport (inclusief foto’s) is enkel toegestaan onder vermelding van de bron en na toestemming van de eigenaar (opdrachtgever).
Organisatie H. Kuipers B.V.
Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Habitus natuur & landschap geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultate
Contactpersoon quickscan
van dit onderzoek of door toepassing van de adviezen.
Bianca Wijnoltz 0649958128 Bianca@habitus.nl
Correspondentieadres: Tolnasingel 1 / 2411 PV / Bodegraven Kvk-nummer: 61229628 / Btw-nummer: NL854262301B01
Opleverdatum 11 december 2018
Rekeningnummer: NL14ABNA0494577894 www.quickscan-flora-en-fauna.nl
Quickscan is een onderdeel van Habitus natuur & landschap www.habitus.nl
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
2
INHOUDSOPGAVE
1.
INLEIDING EN ONDERZOEK 4
2.
PROJECTGEBIED EN WERKZAAMHEDEN 7
3.
RESULTATEN 8
4.
CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN 14
BRONNENLIJST 18 BIJLAGEN
20
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
3
1. INLEIDING & ONDERZOEK
1.1 Aanleiding
Dit rapport dient voor de initiatiefnemer als be-
De opdrachtgever is voornemens om landbouw-
wijsstuk dat een ecologische quickscan is ver-
grond en een voormalig landbouwbedrijf te
richt.
ontwikkelen tot een locatie voor woningbouw aan de Kerkheiseweg te Liempde.
1.3 Criteria Op deze ecologische quickscan zijn de volgende
De quickscan wordt aangevraagd voor een ruimtelijke ontwikkeling. Daarom dient onderzocht te worden of met de voorgenomen ruimtelijke
criteria van toepassing:
•
ontwikkeling sprake is van overtreding van de geldende natuurwet en regelgeving. Indien er geen overtredingen worden verwacht, kan de
Het onderzoek is uitgevoerd door deskundige ecologen volgens de definitie van de
•
Rijksdienst voor ondernemend Nederland. Het onderzoek is uitgevoerd door een on-
ontwikkeling vanuit de ecologie zonder beper-
afhankelijk adviesbureau. Habitus natuur &
kingen doorgang vinden. Indien er vervolgonder-
landschap verklaart hierbij geen enkel be-
zoek wordt geadviseerd, kan een voorgenomen
lang te hebben bij de uitkomst van het on-
ontwikkeling doorgaans nog steeds doorgang
derzoek. Ook heeft iedere vaste medewer-
vinden als een ontheffing of vergunning kan wor-
ker de ethische gedragscode ondertekend
den verkregen.
•
en beloofd hiernaar te handelen. De resultaten zijn op een efficiënte wijze
1.2 Doel en centrale vraag
verkregen, dat wil zeggen dat er een ade-
In deze ecologische quickscan wordt een voorge-
quate verhouding bestaat tussen kosten in
nomen ontwikkeling getoetst aan de Wet natuur-
relatie tot de geleverde resultaten.
bescherming. De centrale vraag luidt: Zijn de voorgenomen werkzaamheden in strijd met de soort- of gebiedsbescherming uit de Wet natuurbescherming (Wnb) of provinciaal beleid? En welke vervolgstappen dienen genomen te worden voor met de uitvoering gestart kan worden?
Toelichting op de afbeelding Impressie projectgebied: in het struweel achter in de tuin van het projectgebied is een takkenhoop aanwezig.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
4
• • • •
•
De resultaten zijn zo objectief en betrouwbaar
de Wet natuurbescherming bij de geplande ruimtelij-
mogelijk verkregen.
ke ontwikkeling. Wel worden maatregelen voorgesteld
De conclusie en aanbevelingen (inclusief ver-
om met vrijgestelde soorten rekening te houden.
volgstappen) van het onderzoek zijn duidelijk
In bijlage 1 zijn de verbodsartikelen opgenomen. In
voor de opdrachtgever.
bijlage 2 zijn de beschermde soorten te vinden. De
De kwaliteit van het natuuronderzoek kan be-
vrijgestelde soorten staan in bijlage 3.
oordeeld worden door het bevoegd gezag. Het onderzoek voldoet aan de interne pro-
1.4.2 Gebiedsbescherming en provinciaal beleid
ces- en kwaliteitseisen van Habitus natuur &
Voor gebiedsbescherming wordt getoetst aan de vol-
landschap. Bekijk deze op https://habitus.nl/Ei-
gende onderdelen van de Wet natuurbescherming:
senEcologischOnderzoek. Voor het opsporen, vangen (met toegestane
• •
Natura 2000-gebieden (artikel 2.7) Bijzondere nationale gebieden.
vangmiddelen) of bemachtigen van beschermde
•
dier- of plantensoorten is een geldige ontheffing
Daarnaast wordt getoetst aan provinciaal bescherm-
aanwezig.
de gebieden, beschermd via de Wet Ruimtelijke Or-
Dit onderzoek is maximaal drie jaar geldig na de
dening. Het betreft gebieden die in de Verordening
opleverdatum (zie colofon).
• • •
1.4 Reikwijdte Onderstaand is beschreven aan welke wetten, artikelen en aan welk beleid de voorgenomen werkzaamhe-
Ruimte zijn aangewezen, zoals: Natuurnetwerk Nederland (NNN) Belangrijke weidevogelgebieden/weidevogelleefgebied Strategische reservering natuur.
den worden getoetst in deze quickscan. Indien uit de toetsing naar voren komt dat er mogelijk
Toelichting op de afbeelding Impressie projectgebied: er zijn meerdere losse dakpannen
1.4.1 Soortbescherming
sprake is van een overtreding, dan is nader onderzoek
Er wordt getoetst aan de volgende verbodsbepaling
vaak benodigd. Hierbij valt te denken aan een soort-
uit de Wet natuurbescherming:
gericht onderzoek of een NNN-toetsing. Deze nadere
•
Vogelrichtlijnsoorten (artikel 3.1)
onderzoeken maken geen onderdeel uit van dit voor-
•
Habitatrichtlijnsoorten (artikel 3.5)
onderzoek.
•
Andere soorten (artikel 3.10)
•
Zorgplicht (artikel 1.11).
1.5 Werkwijze
In bijlage 1 zijn de verbodsartikelen opgenomen. In
De ecologische quickscan bestaat uit een bureau-onder-
bijlage 2 zijn de beschermde soorten te vinden. De
zoek, een veldonderzoek en een toetsing. Daarna volgen
vrijgestelde soorten staan in bijlage 3.
de conclusie en de aanbevelingen. Hieronder volgt per
Vrijgestelde soorten zijn niet beoordeeld, want door
onderdeel een toelichting op de methode.
de vrijstelling is er geen kans op het overtreden van
op het dak. Vleermuizen kunnen hierdoor onder de dakpannen komen en hier een verblijfplaats hebben.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
5
1.5.1 Soortbescherming
1.5.2 Gebiedsbescherming
Als eerste wordt het bureau-onderzoek uitgevoerd. Hieruit volgt een lijst met soorten die in de omgeving
De begrenzingen van beschermde (beleids)gebieden worden via provinciale kaartmachines geraadpleegd,
aanwezig zijn. Deze lijst is weergegeven in bijlage 8 en is een samenstelling van:
dit is altijd de meest actuele stand van zaken. Via de website kunnen diverse provinciale kaartmachines vlot
• •
Soorten die naar voren komen uit een analyse van de NDFF. Er wordt standaard gekozen voor een
geraadpleegd worden.
tijdreeks van vijf jaar en een afstand van vijf kilometer rond de grens van het projectgebied. Alle waar-
De effectbeoordeling voor Natura 2000-gebieden wordt verricht door de effectenindicator in te vullen. Eerst
nemingen van soorten met relevant gedrag worden bekeken en beoordeeld.
wordt de meest passende activiteit gekozen, daarna beoordeelt de ecoloog of de effecten compleet zijn én
Soorten die niet uit te sluiten zijn op basis van verspreiding. Deze zijn weergegeven met een *. Dit
of een effect relevant is voor de voorgenomen ontwikkeling. De informatie over de ontwikkeling wordt aan-
betreft soorten die zeer mobiel zijn (zoals rivierrombout), vrij algemeen voorkomen (zoals de gewone
geleverd door de opdrachtgever (zie bijlage 5).
dwergvleermuis) of soorten waarvan vestiging in de nabije toekomst verwacht wordt (zoals de bataafse
De effectbeoordeling voor Natuurnetwerk Nederland en andere relevante beleidsgebieden wordt uitgevoerd
stroommossel).
door de effecten op het beheertype en/of kenmerkende soorten te bepalen. Zo kan bepaald worden of de wezenlijke kenmerken en waarden aangetast worden. Hierbij wordt op basis van bronnen of expert judge-
Na het bureau-onderzoek wordt een veldonderzoek uitgevoerd. Hierbij wordt door een deskundig ecoloog
ment beoordeeld of een effect te verwachten is.
onderzocht of er geschikt biotoop aanwezig is voor beschermde soorten. Dit wordt onderzocht aan de hand van een lijst met alle beschermde soorten, dus niet alleen de soorten die uit het bureau-onderzoek komen. Er
1.5.3 Toetsing, conclusie en aanbevelingen
kunnen namelijk altijd soorten in het projectgebied aanwezig zijn, die niet uit het bureau-onderzoek komen.
Nadat alle benodigde informatie over soorten en gebieden is verzameld, wordt getoetst aan de natuurwet- en regelgeving zoals gespecificeerd in paragraaf 1.4. Dit wordt gedaan door de effecten van
De beoordeling van de biotoop wordt uitgevoerd op basis van de kennis van de ecoloog, eventueel aangevuld
de werkzaamheden (zie paragraaf 2.2) op de (mogelijk) aanwezige beschermde soorten en gebieden
met een literatuurstudie, welke wordt vermeld in de bronnenlijst. Daarnaast wordt gezocht naar individuen,
te bepalen. Op basis van de toetsing worden aanbevelingen gedaan. Per mogelijke overtreding wordt
sporen of verblijfplaatsen van beschermde soorten, zoals (poot)afdrukken, holen, haren, braakballen, wissels
geadviseerd hoe hiermee kan worden omgegaan. Het uitgangspunt hierbij is dat een overtreding wordt
en uitwerpselen. Alle aangetroffen geschikte biotopen, individuen, sporen en verblijfplaatsen worden in het
voorkomen (door een aangepaste werkwijze) of pas kan worden begaan na ontvangst van een ontheffing
veld geregistreerd met Waarneming Pro (WrnPro) en in het rapport weergegeven (zie Fig.4. in paragraaf 3.2).
of vergunning. Als een soort mogelijk aanwezig is en overtreding op deze soort niet kan worden uitgesloten, dan wordt nader onderzoek geadviseerd. In een enkel geval zal er voldoende informatie aanwezig
Als de ecoloog tijdens het veldonderzoek geschikt biotoop heeft gevonden voor een bepaalde soort, maar
zijn om direct een ontheffing of vergunning aan te vragen, dan zal uiteraard geen nader onderzoek
twijfelt of deze soort op de betreffende locatie voor kan komen, dan wordt vastgesteld of de soort wel of niet
geadviseerd worden.
in het projectgebied voor kan komen door te kijken naar:
• • • •
verspreiding
Daarnaast worden bovenwettelijke maatregelen voorgesteld, die een bijdrage kunnen leveren aan de
dispersie-afstand
biodiversiteit van de omgeving. Deze quickscan is opgesteld om aan de wettelijke eisen uit de gelden-
mate waarin een soort onderzocht is
de natuurwetgeving te voldoen. Echter, ook niet beschermde natuurwaarden zijn waardevol om te be-
aanwezigheid van obstakels.
houden. Er zijn vaak ecologische kansen aanwezig voor een waardevolle verhoging van de plaatselijke
Obstakels kunnen het projectgebied mogelijk isoleren, zoals snelwegen en grote wateren. Het uitsluiten van
biodiversiteit. Biodiversiteitsverhogende maatregelen zijn vaak eenvoudig te realiseren. Wij vinden het
soorten wordt altijd beargumenteerd in bijlage 8.
belangrijk om ook niet beschermde natuurwaarden en mogelijke ecologische kansen te benoemen. Er wordt altijd een duidelijk onderscheid gemaakt in wettelijke en bovenwettelijke maatregelen.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
6
2. PROJECTGEBIED & WERKZAAMHEDEN 2.1 Huidige situatie
2.2 Werkzaamheden en planning
Het projectgebied ligt aan de Kerkheiseweg te Liempde en is gelegen in de provincie Noord-Brabant.
In het projectgebied worden de volgende werkzaamheden uitgevoerd:
De begrenzing van het projectgebied is weergegeven in Figuur 1. In de huidige situatie bestaat het
1. slopen van bestaand bebouwing;
projectgebied uit één woonhuis, meerdere tuinen, meerdere schuren/stallen, weilanden en een
2. bouwrijp maken van het perceel;
buitenbak. In het projectgebied zijn onder andere struweel, kleine bosschages en grasland aanwezig. De
3. woningen en infrastructuur ontwikkelen.
omgeving van het projectgebied bestaat uit bebouwing en wegen. De werkzaamheden beperken zich tot het hele projectgebied, zoals weergegeven in Figuur 1.
Een tekening van de toekomstige situatie is weergegeven op de afbeelding in Bijlage 4. Op basis van de aangeleverde informatie (zie Bijlage 5) wordt verwacht dat er geen sterke trillingen en harde geluiden plaats zullen vinden tijdens de werkzaamheden. Er wordt in de uitvoerings- en realisatiefase wel extra verlichting geplaatst ten opzichte van de huidige situatie. Er wordt niet gewerkt tussen zonsondergang en zonsopgang. Er zal geen water onttrokken worden of water worden opgespoten. Er wordt niet in het water of langs de oever gewerkt. Er kunnen zanddepots ontstaan. De precieze planning van de werkzaamheden is ten tijde van de uitvoering van dit vooronderzoek nog niet bekend.
Algemene opmerking: Indien er een wijziging plaatsvindt in het plan of de uitvoering, dient de effectbeoordeling opnieuw uitgevoerd te worden. Dit geldt in het bijzonder voor (extra) licht, geluid, trillingen of nachtelijke werkzaamheden. Dit geldt ook in gevallen waarbij het werkterrein groter wordt, werkroutes wijzigen of op andere plekken wordt gewerkt binnen het projectgebied, zoals een watergang, bosschage of oever. Deze verantwoordelijkheid ligt bij de initiatiefnemer/uitvoerder. Figuur 1: het projectgebied is rood omrand (PDOK, 2016).
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
7
3. RESULTATEN
3.1 Beschermde gebieden In de provincie Noord-Brabant zijn de volgende
Tabel 1: afstanden van het projectgebied tot beschermde gebieden
Beschermd gebied
Afstand tot projectgebied (in meters)
Natura 2000-gebied: 'Kampina & Oisterwijkse Vennen' Habitatsoorten: gevlekte witsnuitlibel, gestreepte waterroofkever, kleine modderkruiper, rivierdonderpad, kamsalamnder, drijvende waterweegbree (Niet-)broedvogelsoorten: dodaars, roodborsttapuit, taigarietgans
4.360
PAS-gebied*: ‘Kampina & Oisterwijkse Vennen
4.360 570
het projectgebied weergegeven ten opzichte
Natuurnetwerk Brabant Beheertype: N03.01 Beek en bron, N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland, N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos, N14.03 Haagbeuken- en essenbos
van beschermde gebieden. Binnen het project
Natte natuurparels
570
beschermde gebieden relevant:
• • •
Natura 2000 Natuurnetwerk Brabant (NNB) Natte natuurparels
In Tabel 1 zijn de afstanden tot deze gebieden benoemd. In de figuren 2 en 3 is de ligging van
gebied bevinden zich geen gebieden behorend tot Natura 2000. Binnen het projectgebied
*Zie Natura 2000 PAS-gebieden en Bijlage 10.
bevinden zich ook geen gebieden behorend tot Natuurnetwerk Brabant (NNB) of gebieden aangeduid als ‘Natte natuurparels’. Alle Natura 2000-gebieden binnen vijf kilometer worden beoordeeld of tot zo ver de verwachtte effecten reiken.
Algemene opmerking: Een grote afstand tussen het projectgebied en een beschermd gebied betekent niet dat negatieve effecten per definitie uitgesloten kunnen worden. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van een negatief effect op soort die buiten een beschermd gebieden verblijft óf van depositie. Ook de onttrekking van grondwater kan effecten veroorzaken
Toelichting op de afbeelding
op grote afstand.
Impressie projectgebied: aan de te slopen woning hangen twee gierzwaluwnestkasten.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
8
Figuur 2: ligging projectgebied (rode ster) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (provincie Noord-Bra-
Figuur 3: ligging projectgebied (rode kader) ten opzichte van NNB-gebieden en Natte Natuurparels
bant, 2018).
(provincie Noord-Brabant, 2018).
3.1.1 Effecttoetsing beschermde gebieden
woningen gebouwd. Een depositie-effect op PAS-gebied ‘Kampina en Oisterwijkse Vennen’ kan daarom
De effectenindicator Natura 2000-gebieden (Ministerie van Economische Zaken, 2017; Bijlage 6) geeft
niet uitgesloten worden.
aan dat mogelijke effecten van ‘woningbouw’ op Natura 2000-gebied ‘Kampina en Oisterwijkse Vennen’ worden veroorzaakt door oppervlakteverlies; versnippering; verontreiniging; verdroging; verstoring door
Het dichtstbijzijnde NNB-gebied ligt op 570 meter. Er vindt geen ruimtebeslag plaats op een NNB-gebied.
geluid, licht en trilling; optische verstoring en verstoring door mechanische effecten. Van deze effecten
De werkzaamheden zullen niet leiden tot aantasting van de wezenlijke kenmerken of waarden, omdat de
is in het huidige project geen sprake aangezien de effecten zeker niet tot het Natura 2000-gebied zullen
werkzaamheden niet zullen reiken tot het NNB-gebied. De kwalificerende soorten van het NNB-gebied
reiken. Het Natura 2000-gebied ligt daarvoor op een te grote afstand met daarnaast tussenliggende
behoren tot de planten, dagvlinders, libellen, vissen en bosvogels. Het projectgebied biedt voor geen van
demping van landschap en bebouwing. Vanwege de afwezigheid van geschikt biotoop worden in
de kwalificerende soorten een geschikt biotoop, waardoor negatieve effecten op kwalificerende soorten
het projectgebied ook geen habitatsoorten of (niet-)broedvogelsoorten verwacht. Effecten op de
kunnen worden uitgesloten. Verder vindt er ook geen externe werking op het NNB-gebied plaats.
instandhoudingsdoelstellingen voor het betreffende gebied zijn niet aan de orde.
Negatieve effecten worden daarom uitgesloten.
De afstand tot PAS-gebied ‘Kampina en Oisterwijkse Vennen’ is kleiner dan 5000 meter. Daarnaast geeft
Er vindt geen ruimtebeslag plaats op een gebied aangeduid als natte natuurparel. De werkzaamheden
de ontwikkeling aanleiding om depositie-effecten van stikstof te verwachten, er worden namelijk nieuwe
zullen niet leiden tot externe werking op deze gebieden. Negatieve effecten worden daarom uitgesloten.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
9
3.2 Beschermde soorten Het bureau-onderzoek is uitgevoerd op 22 november 2018, voorafgaand aan het veldonderzoek. Het veldonderzoek heeft eveneens op 22 november 2018 plaatsgevonden. Beide deelonderzoeken zijn verricht door een deskundige ecoloog, namelijk Bianca Wijnoltz, onder de begeleiding van Amber Heitman. In Bijlage 7 zijn de cv’s van de veldecoloog, projectleider en kwaliteitscontroleur opgenomen om deze deskundigheid aantoonbaar te maken. Tijdens het veldbezoek was het droog, circa 4 graden, bewolkt en stond er een windkracht van circa 2 Bft vanuit de richting oost. De weersomstandigheden tijdens het veldbezoek zijn niet van invloed op de potentiebepaling (zie ook par. 1.5). Wel kunnen de weersomstandigheden van invloed zijn op de aangetroffen soorten. De potentiebepaling blijft daarom leidend. Omdat ook de omgeving beïnvloed kan worden door de voorgenomen ontwikkeling, is deze ook meegenomen in de beoordeling tot zo ver de invloedssfeer van het project reikt. Algemene opmerking: In de tabel op de volgende pagina staan enkel de soorten waarvoor een overtreding verwacht wordt of een effect niet uitgesloten kan worden. Hier hebben we voor gekozen om de leesbaarheid te vegroten. De soorten waarvoor geen effect verwacht wordt, zijn opgenomen in Bijlage 8. Daar is dus een nadere onderbouwing te vinden over waarom een soort of beschermde functie uitgesloten is.
In Tabel 2 is te zien welke soorten (mogelijk) in het projectgebied voorkomen en welke functies er verwacht worden. Ook is weergegeven welke ecologische risico’s dit project met zich meebrengt met betrekking tot de Wet natuurbescherming (Wnb). De soorten genoemd in de tabel worden zowel op basis van het bureau- als veldonderzoek verwacht. Een overzicht van de soorten die uit het bureauonderzoek komen, zijn te zien in Bijlage 8a. Soorten die wel uit het bureauonderzoek komen maar op basis van het veldbezoek zijn uitgesloten, zijn te zien in Bijlage 8b. Wij hechten grote waarde aan de controleerbaarheid van onze beoordeling. Daarom zijn na Tabel 2 de relevante waarnemingen van aanwezige soorten en/of de geschikte biotopen weergegeven in Figuur 4. In Bijlage 11 zijn relevante foto’s van het veldbezoek opgenomen. Toelichting op de afbeelding Impressie projectgebied: de buitenbak en het paardenweiland en droge greppel/sloot.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
10
Toelichting op Tabel 2
Tabel 2: relevante resultaten bureau- en veldonderzoek. Zie Bijlage 8 voor een totaaloverzicht van de beoordeelde soorten. Zie Bijlage 11 voor relevante foto’s.
Onderstaand is onderbouwd waarom bepaalde
Resultaten
werkzaamheden tot welke overtredingen van de Wet Natuurbescherming kunnen leiden. Mogelijk zijn nesten van vogels zonder jaarrond beschermd nest aanwezig in het projectgebied. Tijdens de werkzaamheden kunnen nesten vernield worden (waarvoor de uitzondering in
Toetsing aan de Wnb
Te verwachten soort op basis van bureau- en veldonderzoek
a/m¹
Te verwachten functies²
Onderbouwing en locaties ³
Werkzaamheid3
Kans op overtreding Wnb4
Vogels zonder jaarrond beschermd nest
m
N
•
1, 2, 3
Artikel 3.1 lid 1,2 en 4
•
lid 5 van artikel 3.1 niet geldt) óf (jonge) vogels
• •
verstoord, verwond of gedood worden. Dit is niet toegestaan.
• Bij het verwijderen van de nestkasten en de sloop van de woning, kunnen verblijfplaatsen (nesten) van de huismus en gierzwaluw worden
N
Aan de woning in het projectgebied hangen twee nestkasten voor de gierzwaluw, zie de foto in Bijlage 11. Alleen de nestkasten bieden geschikte nestplaatsen voor de gierzwaluw. De woning zelf is ongeschikt, want er zijn geen geschikte invliegopeningen in de woning aanwezig. Er zijn geen poepsporen aangetroffen op de woning.
1
Artikel 3.1 lid 1,2 en 4 en vogel met een jaarrond beschermd nest
Huismus
m
N
Aan een schuur hangt een huismussenkast, zie foto in Bijlage 11. Hierdoor zijn er geschikte nestplaatsen aanwezig. De woning zelf is matig geschikt, omdat er geen ruimte onder de dakpannen is. Er is echter wel één losse dakpan en hier kunnen huismussen wel een nest onder maken. Er worden mogelijk (houtige) elementen verwijderd die onderdeel uit kunnen maken van de functionele leefomgeving, zoals struweel/hagen (schuilplaats), watertjes (drinkfunctie) of zandige stukjes (zandbad) (Bij12, 2017b; Vogelbescherming Nederland, z.d.d). Uit een gesprek met de bewoner van een naastliggende woning, Kerkheiseweg 24, bleek dat in deze naastliggende woning in de zomer erg veel huismussen broeden. Er zijn geen huismussen waargenomen of gehoord tijdens het veldbezoek.
1
Artikel 3.1 lid 1,2 en 4 en vogel met een jaarrond beschermd nest
Bunzing en wezel
m
v
Het biotoop van de wezel en bunzing bestaat onder andere uit terreinen met een afwisseling van sloten en greppels, weilandjes, houtwallen, takkenhopen en bosschages (Stichting Kleine Marters, 2018a; Zoogdiervereniging, z.d.c en z.d.m.). Er is een takkenhoop aanwezig in het projectgebied en er is struweel aanwezig. Verder zijn er ook lijnvormige heggen. Het projectgebied biedt dus een geschikt leefgebied voor de bunzing en wezel. Verblijfplaatsen van de bunzing en wezel kunnen niet worden uitgesloten. De dichtstbijzijnde waarneming van de bunzing is op circa 800 meter van de projectlocatie en de dichtstbijzijnde waarneming van de wezel is op circa één kilometer van het projectgebied.
1 en 2
Artikel 3.10 lid 1
verwijderd worden. Dit is niet toegestaan, zie Tabel 2 voor de betreffende artikelnummers (laatste kolom). Er kan een beschermde functie voor de bunzing, derde kolom). Het beschadigen of vernietigen van een beschermde functie is niet toegestaan. Ook worden mogelijk individuen gedood. Ook dit is niet toegestaan.
Artikel 1.11
m
verwond of gedood. Verder kan er een deel
wezel en vleermuizen aanwezig zijn (zie Tabel 2,
en/of
Gierzwaluw
vernietigd. Ook worden mogelijk individuen van het functionele leefgebied van de huismus
In de bomen en bosschages in het projectgebied kunnen zangvogels zoals turkse tortel, merel, groenling en putter broeden. Tussen de losse materialen (zoals houtstapels en afval) in het projectgebied kunnen soorten als witte kwikstaart en winterkoning broeden. In de weilanden kan een soort zoals de scholekster broeden. Een pioniersoort zoals de kleine plevier wordt niet verwacht. Het projectgebied is niet open genoeg voor deze soort. Pioniersoorten zoals de kleine plevier broeden op open, schaars begroeide grond (Vogelbescherming, z.d.1). De meeste vogels broeden tussen half maart en half augustus. Echter, alle broedende vogels zijn te allen tijde beschermd. Duiven kunnen vrijwel het gehele jaar broeden en daar dient rekening mee gehouden te worden. Zie 4.3.2 voor de te nemen maatregelen.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
11
Gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger
m
k, w, z, p
Er worden werkzaamheden aan gebouwen verricht (sloop/renovatie). Het woonhuis en één van de schuren heeft op sommige plaatsen losse dakpannen en openingen onder het lood waar vleermuizen in kunnen kruipen en verblijven kunnen hebben. De andere schuren zijn ongeschikt, omdat er geen openingen onder het daklood zijn waar vleermuizen onder kunnen kruipen. Ook zijn er geen kieren in de muren. Ook wordt mogelijk verlichting geplaatst die gebouwen, bomen of beplanting beschijnt, negatieve effecten kunnen daarom niet uitgesloten worden. Kraamverblijfplaatsen: de eisen aan een kraamverblijf zijn, onder andere, een stabiele, warme temperatuur met gradiënt, buffermogelijkheden, instraling van zon en temperatuurlekkage vanuit de woning. Aan deze eisen kan worden voldaan in het dak van de woning en schuur en daarom kunnen kraamverblijfplaatsen van de benoemde soorten niet worden uitgesloten. Kraamverblijven van ruige dwergvleermuis worden niet verwacht, omdat deze enkel in NoordHolland zijn gevonden. Winterverblijfplaatsen: de eisen aan een winterverblijf zijn onder andere een stabiele temperatuur met gradiënt, vorstvrij (wel koud/koel), buffermogelijkheden, instraling van zon en temperatuurlekkage vanuit de woning. Aan deze eisen kan worden voldaan in het dak van de woning en de schuur. Daarom kunnen winterverblijfplaatsen van de benoemde soorten niet worden uitgesloten.
Zomerverblijfplaatsen: de eisen aan een zomerverblijf zijn aanzienlijk beperkter dan aan kraam- of winterverblijven, zo zijn rolluiken en ruimtes achter dakbetimmeringen geschikt. In het projectgebied zijn zomerverblijfplaatsen mogelijk onder het dak van de woning en schuur. Paarverblijfplaatsen: aan een paarverblijf worden vaak weinig eisen gesteld, kleine ruimtes onder vensterbanken of kozijnen zijn geschikt, maar ook boomholtes en bijvoorbeeld ruimtes onder dakranden. In het projectgebied zijn paarverblijfplaatsen mogelijk onder het dak van de woning en schuur. Massawinterverblijfplaatsen: Massawinterverblijven zijn enkel aanwezig in massieve, hoge gebouwen, die zijn niet aanwezig. Essentiële vliegroute: er worden geen lijnvormige houtige elementen gekapt, watergangen gedempt of geblokkeerd. Effecten worden uitgesloten. Essentieel foerageergebied: er wordt geen grote solitaire boom gekapt. Ook wordt geen groot oppervlak aan houtige beplanting of moeras verwijderd óf een groot oppervlak aan water gedempt. Effecten worden uitgesloten. Zie ook de vleermuischecklist in Bijlage 9. In Bijlage 11 zijn foto’s opgenomen. De informatie over de ecologie van vleermuizen is gebaseerd op kennis van deskundige ecologen, informatie uit de kennisdocumenten van BIJ12 en websites over vleermuizen (Bij12, 2017a; Netwerk Groene Bureaus, 2017; Vleermuis.net, 2018).
1
Artikel 3.5 lid 1,2 en 4
¹ a = beschermde functie aanwezig, m = beschermde functie mogelijk aanwezig (inclusief vestiging) ² N = nestplaats, p = paarverblijfplaats, z = zomerverblijfplaats, k = kraamverblijfplaats, w = winterverblijfplaats, v = verblijfplaats ³ Zoals omschreven in paragraaf 2.2. ⁴ De beschermingsregimes zijn toegelicht in Bijlage 1.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
12
Strategie zorgplicht: Om invulling te geven aan de zorgplicht wordt de volgende strategie gevolgd: 1.In eerste instantie worden alle vaste rust- of verblijfplaatsen waar mogelijk gespaard of worden de werkzaamheden verricht buiten de verstoringsafstand van de betreffende soorten. 2.Indien dit niet mogelijk is, vinden de werkzaamheden plaats buiten de kwetsbare perioden voor de betreffende soorten. In paragraaf 4.3 worden specifieke maatregelen genoemd die nadelige gevolgen op planten en/of dieren in het projectgebied kunnen voorkomen of beperken.
Figuur 4: kaart met het projectgebied, geschikte biotopen en relevante waarnemingen.
3.3 Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen (zie Bijlage 1). Uit de zorgplicht volgt dat nadelige gevolgen voor flora of fauna voorkomen wordt of dat noodzakelijke maatregelen getroffen worden. De volgende diersoorten kunnen onder andere aanwezig zijn en zijn relevant om rekening mee te houden bij de voorgenomen ontwikkeling: gewone pad, bruine kikker, bosmuis, dwergmuis, dwergspitsmuis, huisspitsmuis, egel en konijn. Vanwege de afwezigheid van water in de ruime omgeving worden bastaardkikker, meerkikker en kleine watersalamander niet verwacht. In 4.3.3 zijn maatregelen opgenomen om invulling te geven aan de zorgplicht.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
13
4. CONCLUSIE & AANBEVELINGEN
Hoofdvraag
Algemene opmerking:
Zijn de voorgenomen werkzaamheden in strijd met de soort- of gebiedsbescherming uit de Wet
Hiernaast is de conclusie weergegeven. Voor de volledigheid én om een verkeerde interpretatie
natuurbescherming (Wnb) of provinciaal beleid (NNN)? En welke vervolgstappen dienen genomen te
te voorkomen, dient het gehele rapport gelezen te worden. Zo geeft hoofdstuk 1 belangrijke
worden voor met de uitvoering gestart kan worden?
informatie over de opzet en afbakening van het onderzoek. In hoofdstuk 2 wordt informatie gegeven over de begrenzing van het projectgebied en welke werkzaamheden getoetst zijn. Hoofd-
4.1 Conclusie
stuk 3 geeft nadere informatie over de aanwezigheid van soorten en gebieden. Ook de bijlagen
De conclusie geeft antwoord op de hoofdvraag.
zijn onlosmakelijk met de inhoud verbonden, met name Bijlage 8.
Ja, de voorgenomen werkzaamheden zijn mogelijk in strijd met de Wet natuurbescherming, omdat de volgende beschermde soorten mogelijk aanwezig zijn in het projectgebied: vleermuizen, bunzing, wezel, huismus, gierzwaluw en vogels zonder jaarrond beschermd nest. Bij alle werkzaamheden (zie paragraaf
4.3 Maatregelen
2.2) kunnen overtreding plaatsvinden. Effecten op beschermde gebieden zijn uitgesloten. In paragraaf
Hieronder volgen te nemen maatregelen om overtreding van wetsartikelen te voorkomen tijdens de uitvoering
4.2 en 4.3 worden de vervolgstappen en/of maatregelen benoemd. In paragraaf 4.4 staat uitgelegd wat
van werkzaamheden. De maatregelen zijn gesplitst in:
de conclusie betekent voor uw project. 4.2 Vervolgonderzoek
• • •
4.3.1 Algemene maatregelen 4.3.2 Maatregelen beschermde soorten (artikelen 3.1, 3.5 en 3.10) 4.3.3 Zorgplichtmaatregelen (artikel 1.11).
Voor alle soorten waarvoor de Wet Natuurbescherming en/of het natuurbeleid van de provincie (mogelijk) wordt overtreden, worden hieronder de vervolgstappen beschreven.
4.3.1 Algemene maatregelen Verricht geen werkzaamheden voordat de nadere onderzoeken zijn afgerond, maatregelen zijn
4.2.1 Vervolgonderzoek is nodig voor de volgende soorten/gebieden
• • • • •
genomen en/of (indien aan de orde) ontheffing of vergunning is verkregen. Of treed voorafgaand aan
Vleermuizen: zie Tabel 2 voor de soorten en functies. Dit onderzoek dient globaal plaats te vinden
de werkzaamheden in overleg met een deskundig ecoloog over welke werkzaamheden wel mogelijk zijn.
tussen half mei en half oktober volgens het vleermuisprotocol 2017 (Netwerk Groene Bureaus,
Afwijkingen dienen altijd schriftelijk vastgelegd te worden om aantoonbaar volgens de wet te werken
2017a). Er zijn onder andere veldbezoeken in mei en in september benodigd.
(omgekeerde bewijslast). Zie ook paragraaf 4.4.
Huismus: nesten. Dit onderzoek dient bij voorkeur plaats te vinden door het uitvoeren van minimaal twee veldbezoeken in de periode april t/m half mei. Een andere onderzoekperiode is in
4.3.2 Maatregelen voor beschermde soorten
sommige gevallen ook mogelijk, maar dan is mogelijk een grotere inspanning benodigd.
Hieronder worden per soort(groep) de maatregelen benoemd:
Bunzing en wezel: voor deze soorten dient bij voorkeur onderzoek gedaan te worden in de periode mei tot en met augustus (Bouwens, 2017). Dit onderzoek dient te worden uitgevoerd met sporen-
Broedvogels algemeen
buizen en/of camervallen (Bouwens, 2017).
Voorkom verstoring van vestigende of broedende vogels. Verstoring kan enkel plaatsvinden als er
Er is geen vervolgonderzoek nodig naar beschermde gebieden.
daadwerkelijk broedgevallen aanwezig zijn op of rond de projectlocatie. De volgende soorten worden
Er kan een broedvogelinspectie benodigd zijn (zie paragraaf 4.3.2).
op of rond de projectlocatie verwacht: turkse tortel, merel, groenling en putter. De meeste vogels broeden tussen half maart en half augustus. Echter, alle broedende vogels zijn te allen tijde beschermd. Duiven kunnen vrijwel het gehele jaar broeden en daar dient rekening mee gehouden te worden.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
14
Verricht de werkzaamheden buiten de broedperiode of laat voorafgaande aan de werkzaamheden een broedvogelinspectie uitvoeren door een ecoloog.
• •
Zorg dat er voldoende dekking van bosschages aanwezig blijft voor de egel en diverse muizensoorten. Plant bij voorkeur nieuwe beplanting aan, voordat de oude verwijderd wordt. Ondanks zorgvuldig handelen is verstoring van vooral fauna niet altijd te vermijden. Indien er
4.3.3 Zorgplichtmaatregelen
verstoring plaatsvindt, dient er een goede vluchtroute beschikbaar te zijn. Dit geldt in het bijzonder
Hieronder worden per soort(groep) de maatregelen benoemd:
voor vogels en grondgebonden zoogdieren (muizen, egels) om verkeersslachtoffers te voorkomen. Werk vanaf één zijde en bij voorkeur van een drukke locatie , zoals een woonwijk naar een rustige locatie, zoals het buitengebied. Werk ook op een langzaam tempo.
Zoogdieren De volgende maatregelen zijn essentieel om rekening te houden met flora en fauna:
• •
Kunstmatige verlichting werkt verstorend op zoogdieren en andere fauna. Werk niet tussen zons-
4.4. Wat betekent de conclusie nu voor uw project?
ondergang en zonsopkomst.
Het projectgebied is mogelijk geschikt voor huismus, gierzwaluw, vogels zonder jaarrond beschermd
Voorkom of beperk daarnaast de toepassing van kunstlicht en de verstrooiing van licht buiten de
nest, vleermuizen, bunzing en wezel. Dit betekent dat een overtreding van de Wet natuurbescherming op
projectlocatie. Voorkom ook het direct schijnen op wateroppervlakken of groenelementen, zoals
basis van dit onderzoek niet kan worden uitgesloten als u start met de werkzaamheden. Daarom raden
bosschages en ruigtes.
wij aan om eerst nader onderzoek te laten uitvoeren. Tijdens het nader onderzoek wordt onderzocht
Indien deze maatregelen niet mogelijk zijn, dient een nadere effectbeoordeling plaats te vinden op
of de mogelijke soorten ook echt hier voorkomen. Indien er geen beschermde soorten voorkomen, kan
zoogdieren (zoals vleermuizen en marters) en amfibieën.
er verder gegaan worden met de aanvraag van de vergunning en/of kan er begonnen worden met de werkzaamheden zonder de Wet natuurbescherming te overtreden. Wanneer de soorten voorkomen,
Amfibieën
dient er een ontheffing te worden aangevraagd. Na het verkrijgen van de ontheffing en na het nemen
In het projectgebied kunnen soorten voorkomen zoals gewone pad. De volgende maatregelen zijn nodig
van de juiste mitigerende en/of compenserende maatregelen kunnen de werkzaamheden beginnen.
om rekening te houden met deze soorten:
Indien er toch met de werkzaamheden begonnen wordt zonder dat er nader onderzoek is uitgevoerd,
• • •
Spaar rust- en schuilplekken, zoals takkenhopen, boomstammetjes, losliggende stenen en/of
dan kan er de Wet natuurbescherming mogelijk overtreden worden.
boomstronken met holtes. Verplaats individuen die aanwezig zijn binnen het werkterrein naar een vergelijkbare, veilige plek
4.5 Wat te doen bij een wijziging van de ontwikkeling of bij het afwijken van het advies?
buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden.
De adviezen in deze ecologische quickscan zijn opgesteld om te werken volgens de geldende
Werk bij voorkeur in september of oktober in de oever of watergang. Werk bij voorkeur niet in de
natuurwetgeving. Wij zijn hierbij uitgegaan van de geplande ontwikkeling zoals aangeleverd door de
oever of het water bij temperaturen beneden de 10 graden. Neem contact op met een ecoloog om
opdrachtgever. Indien de geplande ontwikkeling wijzigt, bijvoorbeeld doordat het projectgebied groter
negatieve effecten te voorkomen als niet aan (één van) beide maatregelen voldaan kan worden.
wordt of de werkzaamheden veranderen, dan is de kans aanwezig dat ook het voorliggende advies wijzigt. Neem in dat geval contact op met een ecoloog om te onderzoeken of er passende maatregelen zijn waarbij conform de geldende natuurwetgeving kan worden gewerkt.
Grondgebonden zoogdieren In het projectgebied kunnen soorten voorkomen zoals bosmuis, dwergmuis, dwergspitsmuis, huisspitsmuis, egel en/of konijn. De volgende maatregelen zijn nodig om rekening te houden met deze