Bijlage 1. Wijzigingsbesluit omgevingsplan 2026-01 (Regels en artikelgewijze toelichting met renvooiweergave)
Tekst van het document
Artikel 22.275 Beoordelingsregel aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit geluid weg of spoorweg Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.272, eerste lid, wordt alleen verleend als de activiteit er niet toe leidt dat de grenswaarde 70 Lden wordt overschreden. op: a. een niet-geluidgevoelige gevel; b. een bouwkundige constructie die op grond van artikel 1b, vierde lid, van de Wet geluidhinder niet als gevel werd beschouwd; of c. een gevel waarvoor met toepassing van de Imterimwet stad-en-milieubenadering is afgeweken van de wettelijke normen voor geluid. PPPPP Na artikel 22.276 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 22.276a Rekenregels
30
1
In aanvulling op afdeling 22.4 gelden de volgende regels bij het bepalen en beoordelen van het geluid door een weg of spoorweg als bedoeld in die afdeling.
2
Onder geluid door een weg of spoorweg wordt verstaan: het geluid door de aan te leggen of te wijzigen weg of spoorweg.
3
Het geluid door een weg of spoorweg wordt bepaald: a. voor het geluid door een gemeenteweg of waterschapsweg op een geluidgevoelig gebouw: volgens bijlage IVe bij de Omgevingsregeling; en b. voor het geluid door een lokale spoorweg die niet bij de omgevingsverordening is aangewezen op een geluidgevoelig gebouw: volgens bijlage Ivf bij de Omgevingsregeling.
4
Voor een hogere waarde voor het geluid door een weg op de gevel van een geluidgevoelig gebouw die is vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder, de Experimenteerwet Stad en Milieu, de Interimwet stad-en-milieubenadering of de Spoedwet wegverbreding, wordt:
a. b.
de aftrek opgeteld die bij het vaststellen van die hogere waarde is toegepast op grond van artikel 110g van de Wet geluidhinder; en een hogere waarde in dB(A) omgerekend tot een waarde in dB, door de getalswaarde van die hogere waarde te verminderen met het verschil tussen de heersende waarde in dB(A) en de heersende waarde in dB, waarbij het verschil op een geheel getal wordt afgerond en waarbij een halve eenheid wordt afgerond naar het meest dichtbijgelegen even getal.
QQQQQ Het opschrift van afdeling 22.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AFDELING Afdeling 22.5 OVERIGE ACTIVITEITEN Overige activiteiten RRRRR Het opschrift van paragraaf § 22.5.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.5.1 Vergunningplichten en beoordelingsregels voor activiteiten in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet SSSSS Artikel 22.278 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.278 Omgevingsplanactiviteit: specifieke beoordelingsregel omgevingsvergunning uitvoeren van een werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid, bij voorbereidingsbesluit of aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht 1
31
Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of werkzaamheid waarvoor op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, een omgevingsvergunning is vereist, wordt, als die activiteit niet in strijd is met de in dat tijdelijke deel gestelde regels over het verlenen van de vergunning voor die activiteit, in afwijking van die regels de omgevingsvergunning voor die activiteit geweigerd, als voor de locatie waarop de aanvraag betrekking heeft van kracht is: a. een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 4.103 of 4.104 van de Invoeringswet Omgevingswet, een als voorbereidingsbesluit geldend tracébesluit als bedoeld in artikel 4.49 van de Invoeringswet Omgevingswet of een als voorbereidingsbesluit geldend besluit krachtens de Wet luchtvaart als bedoeld in artikel 4.104a van de Invoeringswet Omgevingswet; ofkracht is: 1. een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 4.103 of 4.104 van de Invoeringswet Omgevingswet, een als voorbereidingsbesluit geldend tracébesluit als bedoeld in artikel 4.49 van de Invoeringswet Omgevingswet of een als voorbereidingsbesluit geldend besluit krachtens de Wet luchtvaart als bedoeld in artikel 4.104a van de Invoeringswet Omgevingswet; of 2.
een aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 4.35 van de Invoeringswet Omgevingswet waarvoor het omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht nog niet in werking is getreden; b. een aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 4.35 van de Invoeringswet Omgevingswet waarvoor het omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht nog niet in werking is getreden. voor de dag van ontvangst van de aanvraag: 1. een ontwerp van een bestemmingsplan of een inpassingsplan ter inzage is gelegd en de termijn voor de vaststelling van het bestemmingsplan of inpassingsplan ingevolge artikel 3.8, eerste lid, onder d, van de Wet ruimtelijke ordening op het tijdstip van het nemen van de beslissing op de aanvraag niet is overschreven; 2. een bestemmingsplan of inpassingsplan is vastgesteld en de termijn voor de bekendmaking van het bestemmingsplan of inpassingsplan na de vaststelling ingevolge artikel
3.
2
3.8, derde, vierde of zesde lid, van de Wet ruimtelijke ordening op het tijdstip van het nemen van de beslissing op de aanvraag niet is overschreden; of een bestemmingsplan of inpassingsplan na vaststelling is bekendgemaakt, en het bestemmingsplan of inpassingsplan op het tijdstip van het nemen van de beslissing op de aanvraag nog niet in werking is getreden of in beroep is vernietigd.
In afwijking van het eerste lid kan de omgevingsvergunning toch worden verleend als de activiteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan respectievelijk het in voorbereiding zijnde omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht
TTTTT Het opschrift van paragraaf § 22.5.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.5.2 Aanvraagvereisten UUUUU Het opschrift van subparagraaf § 22.5.2.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.5.2.1 Algemene bepalingen. VVVVV Het opschrift van subparagraaf § 22.5.2.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.5.2.2 Aanvraagvereisten omgevingsvergunningen vereist op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet WWWWW Het opschrift van subparagraaf § 22.5.2.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.5.2.3 Aanvraagvereisten omgevingsvergunningen vereist op grond van artikel 22.280 van dit omgevingsplan XXXXX Het opschrift van subparagraaf § 22.5.2.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.5.2.4 Aanvraagvereisten omgevingsvergunningen vereist op grond van een andere gemeentelijke regeling dan dit omgevingsplan in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet YYYYY Het opschrift van subparagraaf § 22.5.2.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.5.2.5 Aanvraagvereisten omgevingsvergunningen vereist op grond van artikel 4.35, tweede lid, van de Invoeringswet Omgevingswet ZZZZZ
32
Het opschrift van paragraaf § 22.5.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.5.3 Voorschriften AAAAAA Hoofdstuk 23 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HOOFDSTUK 23 SLOTBEPALINGEN Artikel 23.1 (citeertitel) Dit omgevingsplan wordt aangehaald als: Omgevingsplan gemeente Sint-Michielsgestel. [Vervallen]
33
BBBBBB Bijlage I wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BIJLAGE Bijlage I BIJ ARTIKEL 1.1, TWEEDE LID, VAN DIT OMGEVINGSPLAN, BEGRIPSBEPALINGEN Bij artikel 1.1, eerste lid, van dit omgevingsplan, Begripsbepalingen Voor de toepassing van hoofdstuk 22 wordt verstaan onder:
34
aansluitafstand: (bruidsschat)
afstand tussen een leiding van het distributienet en het deel van het bouwwerk dat zich het dichtst bij die leiding bevindt, gemeten langs de kortste lijn waarlangs een aansluiting zonder bezwaren kan worden gemaakt;
Activiteitenbesluit-bedrijventerrein: (bruidsschat)
cluster aaneengesloten percelen met overwegend bedrijfsbestemmingen, binnen een in het omgevingsplan als bedrijventerrein aangewezen gebied, daaronder niet begrepen een gezoneerd industrieterrein of een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld;
AS SIKB 2000:
AS SIKB 2000: Accreditatieschema Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodem- en waterbodemonderzoek, versie 2.8, 07-02-2014, met wijzigingsblad van 10-02-2018;
bebouwingsgebied: (bruidsschat)
achtererfgebied en de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw;
bebouwingspercentage
het in procenten uitgedrukte deel van een bouwwerkperceel dat ten hoogste mag worden bebouwd;
bed and breakfast
het bieden van de ten opzichte van het hoofdgebruik ondergeschikte mogelijkheid tot recreatief nachtverblijf en ontbijt aan personen die hun hoofdverblijf elders hebben;
bedrijfswoning
een woning in of bij een gebouw of op een terrein kennelijk slechts bedoeld voor het huishouden van een persoon wiens huisvesting daar gelet op de functie van het gebouw of het terrein noodzakelijk is
beroep op bedrijf aan huis
beroeps- of bedrijfsactiviteit waarvan de activiteiten niet specifiek publiekgericht zijn en die op kleine schaal in een woning en/of in het bijbehorend bouwwerk wordt uitgeoefend;
BRL SIKB 2000: bestaand
BRL SIKB 2000: Beoordelingsrichtlijn 2000, Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek, versie 5, 12-12-2013; 1. bij bouwwerken: een legaal bouwwerk dat op het moment van terinzagelegging van het ontwerp wijzigingsbesluit van het omgevingsplan bestaat of wordt gebouwd, dan wel een bouwwerk zoals dat mag worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning; 2. bij gebruik: het legale gebruik dat op het moment van terinzagelegging van het ontwerp wijzigingsbesluit van het omgevingsplan bestaat;
bouwlaag
een voor mensen toegankelijk deel van een gebouw, waarin een netto-hoogte van 1,5 meter of hoger voorkomt. Een bouwlaag bestaat uit één of meer ruimten, waarbij de bovenkanten van de afgewerkte vloeren of van het maaiveld van twee aan elkaar grenzende ruimten niet meer dan 1,5 meter in hoogte verschillen;
BRL SIKB 7000:
BRL SIKB 7000: Beoordelingsrichtlijn 7000, Uitvoering van (water)bodemsaneringen en ingrepen in de waterbodem, versie 5, 19-06-2014, met wijzigingsblad van 12-02-2015;
carport
een bouwwerk, geen gebouw zijnde dat, voorzien van een dak en ten hoogste twee wanden, door zijn plaatsing, indeling en inrichting uitsluitend bedoeld is voor het stallen van motorvoertuigen;
concentratiegebied geurhinder en veehouderij: (bruidsschat)
gebied I of gebied II, bedoeld in bijlage I bij de Meststoffenwet, of een in dit omgevingsplan aangewezen concentratiegebied;
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending, anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. Onder detailhandel wordt ook begrepen een internetwinkel en een afhaalpunt;
detailhandel in volumineuze goederen
detailhandel die vanwege de omvang van de gevoerde artikelen een groot oppervlak nodig heeft voor de uitstalling, zoals verkoop van auto's, boten, caravans, tuininrichting, grove bouwmaterialen, keukens, meubels, woninginrichting en sanitair;
distributienet voor warmte: (bruidsschat) collectief circulatiesysteem voor het transport van warmte door een circulerend medium voor verwarming of warmtapwater; geurgevoelig object: (bruidsschat)
a.
b.
gebouw: 1. dat op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; en; 2. dat gezien de aard, indeling en inrichting geschikt is om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; en 3. dat permanent of op een daarmee vergelijkbare wijze wordt gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; of geurgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is, maar op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebouwd;
gezoneerd industrieterrein: (bruidsschat) industrieterrein als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet;
35
horeca
het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, het bedrijfsmatig exploiteren van zaal-accommodatie en/of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf;
huishouden
persoon of groep personen, die een huishouden voert, waarbij sprake is van een onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan, die binnen een woning gebruik maakt van dezelfde voorzieningen;
industrie: (bruidsschat)
perceel of deel van een perceel dat bedoeld is voor het gebruik industrie;
ISO 11423-1:
ISO 11423-1:1997: Water – Bepaling van het gehalte aan benzeen en enige afgeleiden – Deel 1: Gaschromatografische methode met bovenruimte, versie 1997;
landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: (bruidsschat)
landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling een emissiefactor voor geur is vastgesteld en die vallen binnen een van de volgende diercategorieën: a. varkens, kippen, schapen of geiten; en b. als deze worden gehouden voor de vleesproductie:
1. 2. 3. 4.
36
rundvee tot 24 maanden; kalkoenen; eenden; of parelhoenders;
landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor: (bruidsschat)
landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling geen emissiefactor voor geur is vastgesteld, met uitzondering van pelsdieren.
luifel
afdak aangebracht aan de gevel van een pand, eventueel rustend op kolommen;
moestuin: (bruidsschat)
perceel of deel van een perceel dat bedoeld is om gewassen te telen voor eigen consumptie;
NEN 5725:
NEN 5725:2017: Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, versie 2017;
nutsvoorzieningen
voorzieningen voor het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen voor ondergrondse afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie;
NEN 5740:
NEN 5740:2009/A1:2016: Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, versie 2009+A1 en 2016;
NEN 6090:
NEN 6090:2017: Bepaling van de vuurbelasting, versie 2017;
NEN 6578:
NEN 6578:2011: Water – Potentiometrische bepaling van het totale gehalte aan totaal fluoride, versie 2011;
NEN 6589:
NEN 6589:2005/C1:2010: Water – Potentiometrische bepaling van het gehalte aan totaal anorganisch fluoride met doorstroomsystemen (FIA en CFA), versie 2010;
NEN 6600-1:
NEN 6600-1:2019: Water – Monsterneming – Deel 1: Afvalwater, versie 2019;
NEN 6965:
NEN 6965:2005: Milieu – Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten – Atomaire-absorptiespectrometrie met vlamtechniek, versie 2005;
NEN 6966:
NEN 6966:2006: Milieu – Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten – Atomaire emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma, versie 2005 + C1:2006;
NEN-EN 858-1/A1:
NEN-EN 858-1:2002/A1:2004: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) – Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2002 + A1: 2004;
NEN-EN 858-2:
NEN-EN 858-2:2003: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) – Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2003;
NEN-EN 872:
NEN-EN 872:2005: Water – Bepaling van het gehalte aan onopgeloste stoffen – Methode door filtratie over glasvezelfilters, versie 2005;
NEN-EN 1825-1:
NEN-EN 1825-1:2004: Vetafscheiders en slibvangputten – Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2004 + C1:2006;
NEN-EN 1825-2:
NEN-EN 1825-2:2002: Vetafscheiders en slibvangputten – Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2002;
37
ondergronds bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die onder het straatpeil is gelegen;
NEN-EN 12566-1:
NEN-EN 12566-1:2016: Kleine afvalwaterzuiveringsinstallaties ≤ 50 IE – Deel 1: Geprefabriceerde septictanks, versie 2016;
NEN-EN 12673:
NEN-EN 12673:1999: Water – Gaschromatografische bepaling van een aantal geselecteerde chloorfenolen in water, versie 1999;
NEN-EN 16693:
NEN-EN 16693:2015: Water – Bepaling van de organochloor pesticiden (OCP) in watermonsters met behulp van vaste fase extractie (SPE) met SPE-disks gecombineerd met gaschromatografie-massaspectrometrie (GCMS), versie 2015;
NEN-EN-ISO 2813:
NEN-EN-ISO 2813:2014: Verven en vernissen – Bepaling van de glans (spiegelende reflectie) van niet-metallieke verflagen onder 20 graden, 60 graden en 85 graden, versie 2014;
NEN-EN-ISO 5667-3:
NEN-EN-ISO 5667-3:2018: Water – Monsterneming – Deel 3: Conservering en behandeling van watermonsters, versie 2018;
NEN-EN-ISO 5815-1:
NEN-EN-ISO 5815-1:2019: Water – Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) – Deel 1: Verdunning en enting onder toevoeging van allylthioureum, versie 2019;
NEN-EN-ISO 5815-2:
NEN-EN-ISO 5815-2:2003: Water – Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) – Deel 2: Methode voor onverdunde monsters, versie 2003;.
NEN-EN-ISO 9377-2:
NEN-EN-ISO 9377-2:2000: Water – Bepaling van de minerale-olie-index – Deel 2: Methode met vloeistofextractie en gas-chromatografie, versie 2000;
NEN-EN-ISO 9562:
NEN-EN-ISO 9562:2004: Water – Bepaling van adsorbeerbare organisch gebonden halogenen (AOX), versie 2004;
NEN-EN-ISO 10301:
NEN-EN-ISO 10301:1997: Water – Bepaling van zeer vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen – Gaschromatografische methoden, versie 1997;
NEN-EN-ISO 10523:
NEN-EN-ISO 10523:2012: Water – Bepaling van de pH, versie 2012;
NEN-EN-ISO 11885:
NEN-EN-ISO 11885:2009: Water – Bepaling van geselecteerde elementen met atomaire-emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES), versie 2009;
NEN-EN-ISO 12846:
NEN-EN-ISO 12846:2012: Water – Bepaling van kwik – Methode met atomaire-absorptiespectrometrie met en zonder concentratie, versie 2012;
NEN-EN-ISO 14403-1:
NEN-EN-ISO 14403-1:2012: Water – Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) – Deel 1: Methode met doorstroominjectie analyse (FIA), versie 2012;
NEN-EN-ISO 14403-2:
NEN-EN-ISO 14403-2:2012: Water – Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) – Deel 2: Methode met continu doorstroomanalyse (CFA), versie 2012;
NEN-EN-ISO 15587-1:
NEN-EN-ISO 15587-1:2002: Water – Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water – Deel 1: Koningswater ontsluiting, versie 2002;
NEN-EN-ISO 15587-2:
NEN-EN-ISO 15587-2:2002: Water – Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water – Deel 2: Ontsluiting met salpeterzuur, versie 2002;
NEN-EN-ISO 15680:
NEN-EN-ISO 15680:2003: Water – Gaschromatografische bepaling van een aantal monocyclische aromatische koolwaterstoffen, naftaleen en verscheidene gechloreerde verbindingen met «purge-and-trap» en thermische desorptie, versie 2003;
NEN-EN-ISO 15682:
NEN-EN-ISO 15682:2001: Water – Bepaling van het gehalte aan chloride met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en fotometrische of potentiometrische detectie, versie 2001;
overkapping
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak en omsloten door maximaal één wand of twee wanden, wanneer de overkapping tegen bestaande wanden wordt gebouwd zonder op deze wanden te rusten;
NEN-EN-ISO 15913:
NEN-EN-ISO 15913:2003: Water – Bepaling van geselecteerde fenoxyalkaanherbicide, inclusief bentazonen en hydroxybenzonitrillen met gaschromatografie en massaspectrometrie na vastefase-extractie en derivatisering, versie 2003;
NEN-EN-ISO 17294-2:
NEN-EN-ISO 17294-2:2016: Water – Toepassing van massaspectrometrie met inductief gekoppeld plasma – Deel 2: Bepaling van geselecteerde elementen inclusief uranium isotopen, versie 2016;
NEN-EN-ISO 17852:
NEN-EN-ISO 17852:2008: Water – Bepaling van kwik – Methode met atomaire fluorecentiespectometrie, versie 2008;
NEN-EN-ISO 17993:
NEN-EN-ISO 17993:2004: Water – Bepaling van 15 polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) in water met HPLC met fluorescentiedetectie na vloeistof-vloeistof extractie, versie 2004;
NEN-ISO 15705:
NEN-ISO 15705:2003: Water – Bepaling van het chemisch zuurstofverbruik (ST-COD) – Kleinschalige gesloten buis methode, versie 2003;
NEN-ISO 15923-1:
NEN-ISO 15923-1:2013: Waterkwaliteit – Bepaling van de ionen met een discreet analysesysteem en spectrofotometrische detectie – Deel 1: Ammonium, chloride, nitraat, nitriet, ortho-fosfaat, silicaat en sulfaat, versie 2013;
pergola
een losstaande, open constructie die een terrasoverkapping vormt;
Protocol Bodemonderzoek Zivest/zinkas voor het projectgebied de Kempen geldende onderzoekssenerven: (bruidsschat) protocol, versie juni 2019;
38
ruimtelijke plan
ruimtelijk besluit of ruimtelijke besluiten, bedoeld in artikel 22.1, onder a. van de Omgevingswet, die bij wijze van overgangsrecht als tijdelijk deel onderdeel zijn van dit omgevingsplan, totdat deze bij wijzigingsbesluit voor een locatie zijn komen te vervallen;
siertuin: (bruidsschat)
perceel of deel van een perceel waar geen gewassen worden of zullen worden geteeld voor eigen consumptie en waar geen beweiding van landbouwhuisdieren plaatsvindt;
straatpeil: (bruidsschat)
Hier de lijstaanhef a. voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein
ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;
39
TAM-omgevingsplan
wijzigingsbesluit van dit omgevingsplan, dat is gepubliceerd met toepassing van de IMRO-standaarden, bedoeld in artikel 11.1 lid 2 van het Besluit elektronische publicaties;
tijdelijk deel omgevingsplan
het deel van het omgevingsplan als bedoeld in artikel 22.1 van de Omgevingswet;
voorgevel
de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel, die als zodanig dient te worden aangemerkt;
warmteplan: (bruidsschat)
besluit over de aanleg van een distributienet voor warmte in een bepaald gebied, waarin voor een periode van ten hoogste 10 jaar, uitgaande van het voor die periode geplande aantal aansluitingen op dat distributienet, de mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu, gebaseerd op de energiezuinigheid van dat distributienet en het opwekkingsrendement van de over dat distributienet getransporteerde warmte, bij aansluiting op dat distributienet is opgenomen.
wonen
activiteit, inhoudende de bewoning van een woning;
woning
een complex van ruimten dat dient voor de huisvesting van: 1. één huishouden; of 2. één huishouden plus maximaal twee individuele personen; of 3. maximaal vier individuele personen;
zinkassen: (bruidsschat)
restproduct van de thermische zinkertsverwerkende bedrijven of voormalige thermische zinkertsverwerkende bedrijven in de Nederlandse en Belgische Kempen.
zinkassengebied De Kempen (bruidsschat)
gebied waarbij zinkassen in de bodem aanwezig zijn of waarbij de bodem verontreinigd is geraakt door de aanwezigheid van zinkassen in het verleden, waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in Bijlage II;
zorgwoning
een woning, die bedoeld is voor de huisvesting van personen, die niet zelfstandig kunnen wonen en die geestelijke en/of lichamelijke verzorging nodig hebben.
CCCCCC Bijlage II wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BIJLAGE Bijlage II BIJ ARTIKEL 1.1, DERDE LID, VAN DIT OMGEVINGSPLAN, BEGRIPSBEPALINGEN Geografische informatieobjecten In paragraaf 22.3.7.4 van dit omgevingsplan wordt verstaan onder: attentiezone geluid provinciale weg
/join/id/regdata/gm0845/2026/gebiedsaanwijzing_32342ae5b0e64badbd1320b31a090678/nld@202607-15;1
attentiezone waterhuishouding
/join/id/regdata/gm0845/2026/gebiedsaanwijzing_adcd9f593828459bbfa747b55e252609/nld@2026-07-15;1
behoud en herstel van watersystemen
/join/id/regdata/gm0845/2026/gebiedsaanwijzing_34ccf52189354191a84f0408d335ef9b/nld@2026-0715;1
beperking grootschalige logistiek
/join/id/regdata/gm0845/2026/gebiedsaanwijzing_0317fa4da17c4297a7f5bf8df03ee9f4/nld@2026-0715;1
beperkingen veehouderij
/join/id/regdata/gm0845/2026/gebiedsaanwijzing_8c2a7fff00524337b5566aa8b3d9a64e/nld@2026-0715;1
beperkingengebieden met betrekking tot /join/id/regdata/gm0845/2026/gebiedsaanwijwegen in beheer bij het Rijk zing_30cc4ed763584d6cb3637c366b3d8c91/nld@2026-0715;1
40
beperkingengebieden waterkeringen in beheer bij het Rijk
/join/id/regdata/gm0845/2026/gebiedsaanwijzing_cd7f2018aa984fd4a30db404517bd7fe/nld@2026-0715;1
bodemfunctieklasse industrie
/join/id/regdata/gm0845/2026/gebiedsaanwijzing_612e4f6a6e694680a1f708cdb93b05ac/nld@2026-0715;1
bodemfunctieklasse landbouw/natuur
/join/id/regdata/gm0845/2026/gebiedsaanwijzing_37d75ef5d22646cca538b5eedfa534a0/nld@2026-0715;1
bodemfunctieklasse wonen
/join/id/regdata/gm0845/2026/gebiedsaanwijzing_3290698314a44892a641384ec4e03e1f/nld@2026-0715;1
boringsvrije zone
/join/id/regdata/gm0845/2026/gebiedsaanwijzing_cab4b8a40b7a4ec5913b4bca6d9a7bee/nld@2026-0715;1
cultuurhistorische waarden
/join/id/regdata/gm0845/2026/gebiedsaanwijzing_3935d09c29ab4ec89b4e5e99b634c1cc/nld@2026-0715;1
diep grondwaterlichaam
/join/id/regdata/gm0845/2026/gebiedsaanwijzing_18600b9876144a71bb8d61ce0583c542/nld@2026-0715;1
gebieden waar windturbines het radarbeeld kunnen verstoren
/join/id/regdata/gm0845/2026/gebiedsaanwijzing_aeb01408bb2e4aadae2c4496f349524c/nld@2026-0715;1
geen attentiezone waterhuishouding
/join/id/regdata/gm0845/2026/gebiedsaanwijzing_91b368815b43433f9d4eddb80e88cd3f/nld@2026-0715;1
groenblauwe waarden
/join/id/regdata/gm0845/2026/gebiedsaanwijzing_daf4bcbd735c4bb3b2fb34eae1b09b71/nld@2026-0715;1
grondwaterbeschermingsgebied
/join/id/regdata/gm0845/2026/gebiedsaanwijzing_ecc226662916493782a9139d2b9586d3/nld@2026-0715;1
grondwatermeetpunt
/join/id/regdata/gm0845/2026/gebiedsaanwijzing_23cb4a5b842d4d98abf1916ef7735bff/nld@2026-0715;1
landelijk gebied
/join/id/regdata/gm0845/2026/gebiedsaanwijzing_fb644da3eafe45fc8f8db09ae0adcc51/nld@2026-0715;1
Natuur Netwerk Brabant
/join/id/regdata/gm0845/2026/gebiedsaanwijzing_75f715fcf4ac44e8bd063991cc122081/nld@2026-0715;1
Natuur Netwerk Brabant - ecologische verbindingszone
/join/id/regdata/gm0845/2026/gebiedsaanwijzing_e3608733077c44d1856aa2ada708eff3/nld@2026-0715;1
Natuurnetwerk Nederland
/join/id/regdata/gm0845/2026/gebiedsaanwijzing_4646f4cd448a491a87dcc75722a53090/nld@2026-0715;1
omgevingsplan - nieuw deel
/join/id/regdata/gm0845/2026/gebiedsaanwijzing_feee519542174db2a4d406ab6a3ec1eb/nld@2026-0715;1
omgevingsplan - tijdelijk deel
/join/id/regdata/gm0845/2026/gebiedsaanwijzing_13270f2194034bd1b9d5d9f0a936a319/nld@2026-0715;1
industrie: oppervlaktewaterlichamen in het beheer van het Rijk
perceel of deel van een perceel dat bedoeld is voor het gebruik industrie; /join/id/regdata/gm0845/2026/gebiedsaanwijzing_e74c5d197e444a069693a716ebc475f6/nld@2026-0715;1
oppervlaktewaterlichamen waarvan het /join/id/regdata/gm0845/2026/gebiedsaanwijwaterstaatkundig beheer bij het Rijk zing_88ac05331980472ea1f299915289425c/nld@2026-07berust 15;1 primaire waterkeringen en andere dan /join/id/regdata/gm0845/2026/gebiedsaanwijprimaire waterkeringen in beheer bij het zing_eb39f26d1f0743f4b9ecdf8907c42351/nld@2026-07Rijk 15;1 regionale waterberging
/join/id/regdata/gm0845/2026/gebiedsaanwijzing_647247e938b8463a854ac2252387abf1/nld@2026-0715;1
reservering waterberging
/join/id/regdata/gm0845/2026/gebiedsaanwijzing_c088ec945a8548f1bcc12ee2d717678a/nld@2026-0715;1
reserveringsgebied buisleidingen van nationaal belang
/join/id/regdata/gm0845/2026/gebiedsaanwijzing_6a55d6ae67944bbcb13a43b3dece6806/nld@2026-0715;1
moestuin: reserveringsgebieden voor de perceel of deel van een perceel dat bedoeld is om gewasuitbreiding of aanleg van een autoweg, sen te telen voor eigen consumptie; autosnelweg of hoofdspoorweg /join/id/regdata/gm0845/2026/gebiedsaanwijzing_1239e3a7b4544d829d7cfb56f855a968/nld@2026-0715;1
41
Protocol Bodemonderzoek Zivest/zinkassenerven: sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf
voor het projectgebied de Kempen geldende onderzoeksprotocol, versie juni 2019; /join/id/regdata/gm0845/2026/gebiedsaanwijzing_0b5eb5ea181840ec8a2bbffb5a09ec12/nld@2026-0715;1
siertuin: stalderingsgebied
perceel of deel van een perceel waar geen gewassen worden of zullen worden geteeld voor eigen consumptie
en waar geen beweiding van landbouwhuisdieren plaatsvindt; /join/id/regdata/gm0845/2026/gebiedsaanwijzing_61b57321cd2e46ec9a75c9c4b3c30a54/nld@2026-0715;1 stedelijk gebied
/join/id/regdata/gm0845/2026/gebiedsaanwijzing_e34ffb558c674d58931aa53d674b9110/nld@2026-0715;1
TAM-omgevingsplannen
/join/id/regdata/gm0845/2026/gebiedsaanwijzing_9061a2e1e2d04fe3afbe7468e2a31cde/nld@2026-0715;1
uitsluitingsgebied hyperscale datacentra /join/id/regdata/gm0845/2026/gebiedsaanwijzing_238a00da19ca488ea2286dde71dec89f/nld@2026-0715;1 vrijwaringsgebieden rijksvaarwegen
/join/id/regdata/gm0845/2026/gebiedsaanwijzing_f54677aca9174841b156fb5c3092afe8/nld@2026-0715;1
waterwingebied
/join/id/regdata/gm0845/2026/gebiedsaanwijzing_0b12c0c82a6e48ee878f97482dc2df31/nld@2026-0715;1
zinkassengebied De Kempen
/join/id/regdata/gm0845/2026/gebiedsaanwijzing_f7d2dd741857455492e8c9905ca14dab/nld@2026-0715;1
zinkassen: zoekgebied voor de aanleg restproduct van de thermische zinkertsverwerkende bevan buisleidingen van nationaal belang drijven of voormalige thermische zinkertsverwerkende bedrijven in de Nederlandse en Belgische Kempen. /join/id/regdata/gm0845/2026/gebiedsaanwijzing_67fa694dcd954a1c94c9a32b08b00fd5/nld@2026-0715;1 DDDDDD Het opschrift van artikelgewijzetoelichting 'ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING TIJDELIJK DEEL OMGEVINGSPLAN' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING TIJDELIJK DEEL OMGEVINGSPLAN Artikelsgewijze toelichting EEEEEE De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HOOFDSTUK Hoofdstuk 1 ALGEMENE BEPALINGEN Algemene bepalingen Het omgevingsplan bevat veel regels en begrippen. Deze artikelen leggen uit: ● wat bepaalde woorden betekenen (begripsbepalingen); ● waar welke regels gelden (toepassingsbereik); ● welke regels voorrang hebben als er verschillen zijn; ● hoe het plan officieel heet (citeertitel). Niet alle begrippen staan in het omgevingsplan, sommige begrippen zijn al gedefinieerd in de besluiten en regelingen die onderdeel zijn van de Omgevingswet. Deze begrippen en bijbehorende definities zijn eenvoudig te vinden via de Stelselcatalogus Omgevingswet.
42
Artikel 1.1 Begripsbepalingen In het omgevingsplan komen veel begrippen voor, zoals bouwwerk, activiteit of woning. Om misverstanden te voorkomen, is vastgelegd wat deze woorden precies betekenen. Waar vind je die betekenis? • in Bijlage I van dit omgevingsplan, en • in landelijke regels: Omgevingswet, Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), Omgevingsbesluit, Omgevingsregeling. In het eerste lid van dit artikel zijn de begripsbepalingen van de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit, het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en de Omgevingsregeling van toepassing verklaard op hoofdstuk 22 van dit omgevingsplan. Het gaat om een zogenaamde statische verwijzing. Dat betekent dat latere wijzigingen van de begrippen in de Omgevingswet of de AMvB’s geen invloed hebben op de betekenis van de begrippen in hoofdstuk 22. Het woord bouwwerk kan in gewone taal iets anders betekenen dan in de wet.
In de wet staat precies wat een bouwwerk is: een constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren, met inbegrip van de daarvan deel uitmakende bouwwerkgebonden installaties anders dan een schip dat wordt gebruikt voor verblijf van personen en dat is bestemd en wordt gebruikt voor de vaart. Bijlage I bij dit omgevingsplan bevat de overige begripsbepalingen die voor hoofdstuk 22 nog nodig zijn in aanvulling op de begrippen van de wet, de AMvB’s en de Omgevingsregeling. Tijdelijk deel van het omgevingsplan
Derde lid Bijlage II bij dit omgevingsplan bevat begripsbepalingen die van toepassing zijn op de regels in paragraaf 22.3.7.4 van dit omgevingsplan.
Moestuin, siertuin en industrie Onder moestuin wordt verstaan (een deel van) een perceel dat bedoeld is om gewassen te telen voor eigen consumptie. Onder siertuin wordt verstaan (een deel van) een perceel waar geen gewassen worden of zullen worden geteeld voor eigen consumptie en waar geen beweiding van landbouwhuisdieren plaatsvindt. Onder de begrippen moestuinen, siertuinen en industrie worden in voorkomende situaties ook verstaan de aan deze tuinen of industrie grenzende wegbermen, voor zover deze bermen onderdeel vormen van de saneringsaanpak. Met deze pragmatische invulling van deze begrippen wordt voorkomen dat voor een eventuele sanering van de aan de tuinen of industrie grenzende wegbermen een afwijkende (strengere) terugsaneerwaarde zou moeten worden gehanteerd dan voor de tuinen of industrie zelf nodig is.
Protocol Bodemonderzoek Zivest/zinkassenerven Dit betreft het voor het zinkassengebied de Kempen geldende onderzoeksprotocol. Zie verder de toelichting bij artikel 22.134 (bodemonderzoek).
Zinkassen Zinkassen betreft een restproduct en is een verzamelnaam van afvalproducten van de (voormalige) thermisch zinkertsverwerkende bedrijven in de Nederlandse en Belgische Kempen. De chemische samenstelling van zinkassen is karakteristiek door een reeks zware metalen met zekere onderlinge verhoudingen, in gehalten doorgaans afnemend in orde van zink, lood, cadmium, koper, arseen en cadmium, echter met grote verschillen in bandbreedte. Dit materiaal is in het verleden toegepast als verhardingsmateriaal van wegen, paden, opritten en erven, maar levert een bedreiging voor de bodem en het grondwater. Onder zinkassen wordt ook verstaan: zinkslakken, sintels en kelderassen. Er zijn nog bestaande regels die nog niet in het nieuwe deel van het omgevingsplan zijn opgenomen, zoals regels in bestemmingsplannen en verordeningen. Daar horen soms andere begrippen bij. Die vind je in: • ruimtelijke plannen (bijvoorbeeld een bestemmingsplan voor een wijk). • verordeningen. TAM-omgevingsplannen
43
In sommige gebieden geldt een zogenaamd TAM-omgevingsplan. Dat is een apart plan met eigen regels en begrippen. De begripsbepalingen uit dat TAM-omgevingsplan zijn van toepassing voor het gebied uit dat TAM-omgevingsplan.
Artikel 1.2 Toepassingsbereik van onderdelen van dit omgevingsplan Niet alle regels gelden overal. Het omgevingsplan bestaat op dit moment nog uit verschillende delen: • nieuw deel: hoofdstukken 1 t/m 21. Deze hoofdstukken gelden in gebieden waar oude plannen niet meer van kracht zijn; • tijdelijk deel: hoofdstuk 1, hoofdstuk 2, hoofdstuk 22 en de oude regels. Voor een bestaande wijk bijvoorbeeld, waar nog een oud bestemmingsplan geldt; • TAM-omgevingsplannen: hoofdstuk 1, hoofdstuk 2, hoofdstuk 22, het TAM-omgevingsplan en het tijdelijk deel van het omgevingsplan, voor zover dat niet is ingetrokken. Voor een gebied met een eigen TAM-plan bijvoorbeeld; • gebiedsontwikkelingen (hoofdstukken 23 en verder): hoofdstuk 1, hoofdstuk 2, hoofdstuk 22, het hoofdstuk van de gebiedsontwikkeling en verordeningen. Voor een groot nieuwbouwproject zoals een woonwijk. Dit artikel zal vervallen als het nieuwe omgevingsplan helemaal klaar is. Dan zijn de tijdelijke regels niet meer van toepassing en zijn de TAM-omgevingsplannen en de hoofdstukken voor gebiedsontwikkelingen onderdeel geworden van het nieuwe (reguliere) omgevingsplan.
Artikel 1.3 Voorrangsbepalingen voor toepassing van het omgevingsplan Soms spreken regels elkaar (nog) tegen. Dan geldt een rangorde om te bepalen hoe de regels zicht tot elkaar verhouden: 1. begrippen in een TAM-omgevingsplan; 2. begrippen uit oude ruimtelijke plannen en oude verordeningen; 3. begrippen in Bijlage I van dit omgevingsplan; 4. begrippen in landelijke regels: Omgevingswet, Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), Omgevingsbesluit, Omgevingsregeling. Voorbeeld: als het woord erf in een TAM-omgevingsplan iets anders betekent dan in het omgevingsplan, dan geldt de uitleg uit het TAM-omgevingsplan voor de regels uit dat TAM-omgevingsplan. Ook geldt: • bij strijd tussen hoofdstuk 22 en andere onderdelen van het tijdelijk deel, gaan de andere onderdelen voor; • sommige paragrafen in hoofdstuk 22 gelden aanvullend.
Artikel 1.4 Citeertitel omgevingsplan De officiële naam van dit omgevingsplan is: Omgevingsplan gemeente Boxtel. FFFFFF Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HOOFDSTUK Hoofdstuk 22 ACTIVITEITEN Activiteiten GGGGGG Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AFDELING Afdeling 22.1 ALGEMEEN Algemeen HHHHHH
44
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AFDELING Afdeling 22.2 ACTIVITEITEN MET BETREKKING TOT BOUWWERKEN, OPEN ERVEN EN TERREINEN Activiteiten met betrekking tot bouwwerken, open erven en terreinen IIIIII Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.2.1 Algemene bepalingen JJJJJJ Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.2.2 Verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden KKKKKK Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.2.3 Bouwen en in stand houden van bouwwerken LLLLLL De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.14 Bereikbaarheid bouwwerk voor hulpverleningsdiensten Dit artikel bevat regels bestemd voor de bereikbaarheid van gebouwen en bouwwerken die geen gebouw zijn waarin personen kunnen verblijven, voor brandweervoertuigen en voertuigen van andere hulpverleningsdiensten. Op grond van het eerste lid moet tussen de openbare weg en de toegang van een bouwwerk voor het verblijven van personen een verbindingsweg aanwezig zijn die geschikt is voor het te verwachten verkeer, zoals brandweervoertuigen en voertuigen van andere hulpverleningsdiensten. Niet elk gebouw of elk bouwwerk geen gebouw zijnde waarin personen kunnen verblijven hoeft over zo’n verbindingsweg te beschikken. Zo’n weg is niet vereist in de in het tweede lid aangegeven gevallen, zoals bij een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m2 of als de toegang tot het bouwwerk op ten hoogste 10 m van een openbare weg ligt of wanneer het bevoegd gezag van oordeel is dat de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk de aanwezigheid van die voorziening niet nodig maakt. De meet- en rekenregels van Hoofdstuk 6 van de Omgevingsregeling zijn daarbij van toepassing. In het derde lid is aangegeven aan welke eisen een verbindingsweg als bedoeld in het eerste lid moet voldoen.
De voorgeschreven minimumbreedte van de verbindingsweg en het voorgeschreven minimum draagvermogen van die weg zijn afgestemd op het gebruik door gangbare voertuigen zonder dat deze elkaar hoeven te kunnen passeren. Aan de in het derde lid gestelde eisen hoeft niet te worden voldaan wanneer in dit omgevingsplan of een gemeentelijke verordening een afwijkende regel is opgenomen. In het vierde lid is bepaald dat op een voorgeschreven verbindingsweg (de in het eerste lid bedoelde weg) geen obstakels aanwezig mogen zijn die de voor de doorgang van brandweervoertuigen benodigde vrije hoogte en breedte blokkeren. Zo mag die weg niet worden geblokkeerd door geparkeerde auto’s of overhangende takken.
45
Het vijfde lid bepaalt dat een verbindingsweg niet zodanig mag zijn afgesloten dat dit de brandweer of andere hulpdiensten onnodig hindert. MMMMMM De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.15 Opstelplaatsen voor brandweervoertuigen Dit artikel heeft betrekking op opstelplaatsen voor brandweervoertuigen bij bouwwerken die voor het verblijf van personen zijn bestemd. Op grond van het eerste lid moeten bij een gebouw en bij een bouwwerk geen gebouw zijnde waarin personen kunnen verblijven opstelplaatsen voor brandweervoertuigen aanwezig zijn, zodat die voertuigen op doeltreffende wijze kunnen worden aangesloten op de bluswatervoorziening. Die opstelplaatsen moeten in voldoende aantal aanwezig zijn, al naar gelang de grootte van het bouwwerk. Zulke opstelplaatsen zijn niet vereist in de in het tweede lid aangegeven gevallen, zoals bij een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m2 of als de aard, de ligging of het gebruik van het gebouw respectievelijk het bouwwerk dat naar het oordeel van het bevoegd gezag niet vereist. De meet- en rekenregels van Hoofdstuk 6 van de Omgevingsregeling zijn daarbij van toepassing. Het derde lid regelt de maximaal toegestane afstand tussen een opstelplaats en een ingang van het gebouw/bouwwerk. Als het bouwwerk op grond van het Bbl over een brandweeringang moet beschikken, wordt de maximale afstand tussen de bluswatervoorziening en die specifieke ingang geregeld. De afstand mag niet meer dan 40 m bedragen.
In het vierde lid is bepaald dat een opstelplaats over de voorgeschreven hoogte en breedte moet worden vrijgehouden voor brandweervoertuigen. Zo mag een opstelplaats niet worden geblokkeerd door geparkeerde auto’s of overhangende takken. Het vijfde lid bepaalt dat een opstelplaats niet zodanig door hekwerken mag zijn afgesloten dat dit de brandweer of andere hulpdiensten (onnodig) hindert. Een eventueel ontsluitingssysteem moet in overleg met het bevoegd gezag worden gekozen. NNNNNN Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.2.4 Gebruik van bouwwerken OOOOOO Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.2.5 In stand houden en gebruiken van open erven en terreinen PPPPPP Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.2.6 Cultureel erfgoed QQQQQQ Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.2.7 Vergunningplichten met betrekking tot het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken RRRRRR
46
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.2.7.1 Algemene bepalingen SSSSSS Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.2.7.2 Binnenplanse vergunningplicht voor omgevingsplanactiviteit bouwwerken TTTTTT Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.2.7.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken van rechtswege in overeenstemming met dit omgevingsplan UUUUUU Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.2.8 Overgangsrecht bestaande bouwwerken VVVVVV Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AFDELING Afdeling 22.3 MILIEUBELASTENDE ACTIVITEITEN Milieubelastende activiteiten WWWWWW Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.1 Algemene bepalingen XXXXXX Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.2 Energiebesparing YYYYYY Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.3 Zwerfafval ZZZZZZ
47
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.4 Geluid AAAAAAA Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.4.1 Algemene bepalingen BBBBBBB Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.4.2 Geluid door activiteiten, anders dan door windturbines en windparken en civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen CCCCCCC Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.4.3 Geluid door windturbines DDDDDDD Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.4.4 Geluid door civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen EEEEEEE Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.5 Trillingen FFFFFFF Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.6 Geur GGGGGGG Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.6.1 Algemene bepalingen HHHHHHH
48
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.6.2 Geur houden van landbouwhuisdieren en paarden en pony’s voor het berijden in een dierenverblijf IIIIIII Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.6.4 Geur door andere agrarische activiteiten JJJJJJJ Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.6.5 Geur door het exploiteren van zuiveringtechnische werken KKKKKKK Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.7 Bodembeheer LLLLLLL Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.7.1 Nazorg na saneren van de bodem MMMMMMM Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.7.2 Kleinschalig graven boven de interventiewaarde bodemkwaliteit NNNNNNN Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.7.3 Activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico OOOOOOO Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.7.4 Saneren van de bodem in het zinkassengebied De Kempen PPPPPPP
49
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.133 Toepassingsbereik Deze paragraaf stelt regels voor moestuinen en/of siertuinen of industrie (inclusief bedrijfsterreinen), inclusief aangrenzende bermen, gelegen in het zinkassengebied De Kempen. Dit gebied ligt in een deel van de provincies Noord-Brabant en Limburg.
Voor de gemeenten Boxtel, Horst aan de Maas, Maasgouw, Oisterwijk, Roermond, Tilburg en Vught is de situering en omvang (de zogenoemde geometrische begrenzing) van het zinkassengebied De Kempen vastgesteld in bijlage III bij het omgevingsplan van de betreffende gemeente. Voor de overige gemeenten binnen het zinkassengebied De Kempen valt het gehele ambtsgebied onder het gebied en is een aparte aanduiding van de geometrische begrenzing niet nodig. Het betreft een verontreinigingssituatie waarbij zinkassen in de bodem aanwezig zijn of waarbij de bodem verontreinigd is geraakt door de aanwezigheid van zinkassen in het verleden. De saneringsaanpak die in de artikelen 22.135 en 22.136 wordt beschreven is een maatwerkregel waarin wordt afgeweken van artikel 4.1242 van het Besluit activiteiten leefomgeving. Dit artikel regelt dat de aanwezige verontreiniging moet worden verwijderd door middel van ontgraving tot de terugsaneerwaarde die overeenkomt met de bodemkwaliteitsklasse die hoort bij de bodemfunctieklasse die door de gemeente is aangewezen.
50
De overige artikelen uit het Besluit activiteiten leefomgeving (onder andere de meldingsplicht, het aanleveren van gegevens en bescheiden, de erkenningsplicht voor de uitvoering en milieukundige begeleiding en het aanleveren van een evaluatieverslag) zijn wel van toepassing. Dit geldt ook voor de relevante bepalingen uit de activiteit graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit (bijvoorbeeld de regels voor het gescheiden houden van partijen en voor tijdelijke opslag) en de activiteit toepassen van grond en baggerspecie (voor het aanvullen van de ontgraving met grond of baggerspecie). QQQQQQQ Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.8 Afvalwaterbeheer RRRRRRR Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.8.1 Lozen van grondwater bij sanering of ontwatering SSSSSSS De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.139 Lozen van grondwater bij saneringen Afvalwater afkomstig van het saneren van de bodem of het grondwater (of een aan een grondwatersanering voorafgaand onderzoek) is qua biologische afbreekbaarheid niet vergelijkbaar met huishoudelijk afvalwater. In lijn met de voorkeursvolgorde voor het omgaan met afvalwater, opgenomen in artikel 10.29a van de Wet milieubeheer, heeft het de voorkeur om dit afvalwater na zuivering lokaal terug te brengen in het milieu en niet af te voeren naar de RWZI (rioolwaterzuiveringsinstallatie) via het openbare vuilwaterriool. Daarom is in dit artikel het lozen op of in de bodem of in een schoonwaterriool (ieder riool dat geen vuilwaterriool is) toegestaan. Deze paragraaf geldt ook voor lozingen afkomstig van milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Bal. In dat geval zijn de regels van deze paragraaf maatwerkregels op grond van artikel 2.12 van dat besluit. Bij het saneren kunnen, naast het positieve milieueffect dat de sanering heeft, ook nadelige gevolgen optreden. Om de nadelige gevolgen voor de bodem of de oppervlaktewaterkwaliteit van bij het saneren vrijkomend afvalwater te beperken, zijn in dit artikel emissiegrenswaarden opgenomen voor het lozen daarvan. Vaak wordt dit water ter plaatse gezuiverd. Het afvalwater wordt vervolgens in de bodem of een schoonwaterriool geloosd.
In het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer en het voormalige Besluit lozen buiten inrichtingen was ook bepaald dat het afvalwater doelmatig moest kunnen worden bemonsterd. Die regel is nu opgenomen in de specifieke zorgplicht in deze afdeling. De meet- en rekenregels van Hoofdstuk 6 van de Omgevingsregeling zijn daarbij van toepassing. TTTTTTT De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.140 Lozen van grondwater bij ontwatering Grondwater bij ontwatering is de algemene term voor grondwater dat vrijkomt bij bijvoorbeeld bronneringen en water uit drainagebuizen. Dit kunnen kleinschalige activiteiten betreffen die na een paar uur zijn afgerond, maar ook grootschalige projecten (vooral in de bouw) die jaren duren en waar zeer grote hoeveelheden grondwater worden weggepompt.
51
De meet- en rekenregels van Hoofdstuk 6 van de Omgevingsregeling zijn daarbij van toepassing. De regeling voor het lozen van grondwater heeft de voorkeursvolgorde voor het beheer van afwater (artikel 10.29a van de Wet milieubeheer) als uitgangspunt. Over het algemeen kan het grondwater dat lokaal bij ontwatering vrijkomt zonder problemen lokaal in het milieu teruggebracht worden. Maar het is niet uitgesloten dat afhankelijk van de locatie waar het vrijkomt grondwater in enige mate verontreinigd kan zijn of van nature stoffen bevat, waarvan de lozing bezwaarlijk kan zijn. Veelal is dit lokaal bekend uit gegevens bij het bedrijf zelf of bij de overheid. Het behoort tot de verantwoordelijkheid van degene die loost om de gemeente te informeren over de bekende gegevens over de samenstelling en eventuele verontreiniging van het grondwater. Dit is met name van belang daar waar de samenstelling van het grondwater afwijkt van de in het gebied voorkomende grondwaterkwaliteit. Bij twijfel over de vraag of hiervan sprake zou kunnen zijn, is het raadzaam om contact op te nemen met de gemeente om na te gaan of er in dit gebied nog stoffen in de bodem aanwezig zijn, waarvan lozing tot problemen zou kunnen leiden.
Dit artikel is niet van toepassing op lozingen van grondwater bij de activiteit wonen, omdat het voormalige Besluit lozing afvalwater huishoudens geen inhoudelijke regels over deze lozingen kende. Voor wonen wordt daarom volstaan met de specifieke zorgplicht van deze afdeling. UUUUUUU De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.141 Meet- en rekenbepalingen In dit artikel wordt aangegeven welke normen gehanteerd worden voor het meten van emissiegrenswaarden. Artikelen met normbladen voor het bemonsteren van afvalwater schrijven niet voor dat het afvalwater moet worden bemonsterd, maar wel wat er moet gebeuren áls er wordt bemonsterd. Er zijn normen opgenomen voor het bemonsteren, conserveren en ontsluiten. Ook zijn de analysemethoden die moeten worden gebruikt voor de stoffen waaraan in deze paragraaf emissiegrenswaarden worden gesteld voorgeschreven. De versies van de NEN-EN-normen zijn opgenomen in de begripsbepalingen van bijlage I. Als er wordt bemonsterd, moeten de monsters volgens NEN 6600-1 worden geconserveerd om te voorkomen dat in de monsters verandering optreedt voor de te analyseren parameter tussen het moment van bemonstering en het moment van analyse. Omdat de emissiegrenswaarden die zijn gesteld betrekking hebben op het totaal van opgeloste en niet opgeloste stoffen in het afvalwater, is het van belang dat het monster niet gefilterd wordt en dat de stoffen die zich onopgelost in het afvalwater bevinden meegenomen worden in de analyse. [Vervallen] VVVVVVV Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.8.2 Lozen van afvloeiend hemelwater dat niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening WWWWWWW Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.8.3 Lozen van huishoudelijk afvalwater XXXXXXX De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
52
Artikel 22.149 Zuiveringsvoorziening huishoudelijk afvalwater In de situaties dat niet wordt aangesloten op de riolering maar direct wordt geloosd op of in de bodem worden met dit artikel lozingseisen in de vorm van emissiegrenswaarden gesteld. Aan de hier gestelde lozingseisen ligt het CIW-rapport «Individuele Behandeling van Afvalwater, IBA-systemen» van januari 1999 ten grondslag. De voorwaarden die aan de beperkte directe lozingen in de bodem van huishoudelijk afvalwater worden gesteld, komen in grote lijnen overeen met de hieraan voorafgaande voorwaarden op grond van het voormalige Lozingenbesluit Wvo huishoudelijk afvalwater. Voor beperkte lozingen van huishoudelijk afvalwater kan de lozer er, in afwijking van de emissiegrenswaarden, voor kiezen te lozen via een septic tank. Deze voorziening is geschikt voor lozingen tot en met 5 inwonerequivalenten. Vandaar dat in het derde lid van dit artikel is aangegeven dat lozingen van huishoudelijk afvalwater van minder dan 6 inwonerequivalenten via die voorziening geloosd mogen worden. De meet- en rekenregels van Hoofdstuk 6 van de Omgevingsregeling zijn daarbij van toepassing.
Deze voorwaarden komen overeen met de voorwaarden die voorafgaand aan de inwerkingtreding van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer en het voormalige Besluit lozen afvalwater huishoudens golden op grond van de Regeling Wvo septic tank en de Uitvoeringsregeling lozingenbesluit bodembescherming. Oudere voorzieningen die nog steeds zijn afgestemd op de hoeveelheid te lozen afvalwater, mogen ook worden gebruikt. De voor 2009 geplaatste voorzieningen kunnen namelijk niet worden getoetst aan de norm voor het hydraulisch rendement, omdat de in de NENvan toepassing zijnde meet-EN 12566-1 en rekenregels uit Hoofdstuk 6 van de Omgevingsregeling beschreven beproevingsprocedure niet in het veld toepasbaar is. YYYYYYY De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.150 Meet- en rekenbepalingen In dit artikel wordt aangegeven welke normen gehanteerd worden voor het meten van emissiegrenswaarden. Artikelen met normbladen voor het bemonsteren van afvalwater schrijven niet voor dat het afvalwater moet worden bemonsterd, maar wel wat er moet gebeuren áls er wordt bemonsterd. Er zijn normen opgenomen voor het bemonsteren, conserveren en ontsluiten. Ook zijn de analysemethoden die moeten worden gebruikt voor de stoffen waaraan in deze paragraaf emissiegrenswaarden worden gesteld voorgeschreven. De versies van de NEN-EN-normen zijn opgenomen in de begripsbepalingen van bijlage I. Als er wordt bemonsterd, moeten de monsters volgens NEN 6600-1 worden geconserveerd om te voorkomen dat in de monsters verandering optreedt voor de te analyseren parameter tussen het moment van bemonstering en het moment van analyse. Omdat de emissiegrenswaarden die zijn gesteld betrekking hebben op het totaal van opgeloste en niet opgeloste stoffen in het afvalwater, is het van belang dat het monster niet gefilterd wordt en dat de stoffen die zich onopgelost in het afvalwater bevinden meegenomen worden in de analyse. [Vervallen] ZZZZZZZ Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.8.4 Lozen van koelwater AAAAAAAA Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
53
§ 22.3.8.5 Lozen bij onderhoudswerkzaamheden aan bouwwerken BBBBBBBB Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.8.6 Lozen bij opslaan en overslaan van goederen CCCCCCCC De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.159 Lozen bij opslaan van inerte goederen In lijn met de voorkeursvolgorde voor de verwijdering van afvalwater (artikel 10.29a van de Wet milieubeheer) wordt het afvalwater bij voorkeur hergebruikt en eventueel overtollig afvalwater wordt geloosd onder de voorwaarden die in dit artikel worden gesteld. In het algemeen zal dit (verzameld) afstromend hemelwater, schrob- en spoelwater of water van een nevelgordijn zijn. Op grond van het vierde lid moet dit afvalwater bij voorkeur (her)gebruikt te worden voor bevochtiging van de goederen, ter voorkoming van stofverspreiding. Afvalwater dat slechts met inerte goederen in aanraking is geweest moet bij voorkeur direct geloosd worden (op oppervlaktewater, bodem of schoonwaterriool), waarbij de hoeveelheid onopgeloste bestanddelen beperkt moet worden tot minder dan 300 milligram per liter. Dit kan bijvoorbeeld gerealiseerd worden met preventieve maatregelen en eventueel een slibvangput voorafgaande aan de lozing. Als een directe lozing redelijkerwijs niet mogelijk is, bijvoorbeeld door afwezigheid in de nabijheid van oppervlaktewater of een schoonwaterriool en een bodem die ongeschikt is voor lozingen, kan het afvalwater geloosd worden op het vuilwaterriool, waarbij ook gezorgd moet worden dat het niet meer dan 300 milligram per liter onopgeloste bestanddelen bevat. Dit ter voorkoming van dichtslibben van het vuilwaterriool.
De meet- en rekenregels van Hoofdstuk 6 van de Omgevingsregeling zijn daarbij van toepassing. De eis voor onopgeloste stoffen geldt voor enig steekmonster. Dat wil zeggen dat alleen in extreme situaties deze concentratie mag worden aangetroffen, bijvoorbeeld bij extreme regenval. Concentraties van ongeveer 100-150 mg/l zijn normaal en daaronder bestaat in principe geen probleem. Als concentraties worden aangetroffen tussen de 100-150 en 300 kan de handhaver vragen gaan stellen. Overschrijding van de norm van 300 betekent optreden. DDDDDDDD De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.160 Meet- en rekenbepalingen In dit artikel wordt aangegeven welke normen gehanteerd worden voor het meten van emissiegrenswaarden. Artikelen met normbladen voor het bemonsteren van afvalwater schrijven niet voor dat het afvalwater moet worden bemonsterd, maar wel wat er moet gebeuren áls er wordt bemonsterd. [Vervallen] EEEEEEEE Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.8.7 Lozen vanuit gemeentelijke voorzieningen voor inzameling en transport van afvalwater FFFFFFFF
54
Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.8.8 Lozen bij schoonmaken drinkwaterleidingen GGGGGGGG Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.8.9 Lozen bij calamiteitenoefeningen HHHHHHHH Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.9 Lozen bij telen, kweken, spoelen of sorteren van gewassen IIIIIIII De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.173 Lozen bij spoelen van biologisch geteelde gewassen In artikel 7.761 van het Bal is voorgeschreven dat afvalwater afkomstig van het spoelen van biologisch geteelde gewassen gelijkmatig moet worden verspreid over landbouwgronden. Op grond van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer was het ook mogelijk om dit afvalwater te lozen in het vuilwaterriool of in het oppervlaktewater. In dit artikel worden die alternatieve lozingsroutes voortgezet. De mogelijkheid om dit afvalwater te lozen in het oppervlaktewater is opgenomen in de waterschapsverordening. In het derde lid van dit artikel is bepaald dat, als de waterschapsverordening die lozingsroute mogelijk maakt, het verplichte verspreiden over landbouwgronden niet geldt. Het waterschap is immers niet bevoegd om die plicht via een maatwerkregel aan te passen. De meet- en rekenregels van Hoofdstuk 6 van de Omgevingsregeling zijn daarbij van toepassing. JJJJJJJJ De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd: