Bijlage 1. Wijzigingsbesluit omgevingsplan 2026-01 (Regels en artikelgewijze toelichting met renvooiweergave)
Tekst van het document
Omgevingsplan gemeente Sint-Michielsgestel Artikel I Dit besluit treedt in werking vier weken na bekendmaking.
Artikel II Dit besluit betreft de wijzigingen in 'bijlage A'.
Dit document bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst. Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.
1
Bijlage A Omgevingsplan gemeente Sint-Michielsgestel A Hoofdstuk 1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HOOFDSTUK Hoofdstuk 1 ALGEMENE BEPALINGEN Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsbepalingen 1
Begripsbepalingen die, op de dag van de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op hoofdstuk 22 van dit omgevingsplan. Begripsbepalingen voor de toepassing van dit omgevingsplan zijn vindbaar in: a. Bijlage I bij dit omgevingsplan; b. de Bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet; c. Bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving; d. Bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; e. Bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving; f. Bijlage I bij het Omgevingsbesluit; en g. Bijlage I bij de Omgevingsregeling.
2
Bijlage I bij dit omgevingsplan bevat begripsbepalingen voor de toepassing van hoofdstuk 22 van dit omgevingsplan. In aanvulling op het eerste lid zijn, ter plaatse van omgevingsplan - tijdelijk deel, ook de volgende begripsbepalingen van toepassing: a. begripsbepalingen in ruimtelijke plannen die onderdeel uitmaken van het tijdelijk deel omgevingsplan, uitsluitend ter plaatse van dat ruimtelijk plan; b. begripsbepalingen in verordeningen die deel uitmaken van het tijdelijk deel omgevingsplan, uitsluitend voor de toepassing van die verordening.
3
Bijlage II bij dit omgevingsplan bevat begripsbepalingen voor de toepassing van paragraaf 22.3.7.4 van dit omgevingsplan. In aanvulling op het eerste lid zijn, ter plaatse van TAM-omgevingsplannen, ook de begripsbepalingen van het desbetreffende TAM-omgevingsplan van toepassing.
Artikel 1.2 Toepassingsbereik van onderdelen van dit omgevingsplan 1
Ter plaatse van omgevingsplan - nieuw deel zijn uitsluitend de hoofdstukken 1 tot en met 21 van dit omgevingsplan van toepassing.
2
Ter plaatse van omgevingsplan - tijdelijk deel zijn uitsluitend de volgende onderdelen van dit omgevingsplan van toepassing: a. hoofdstuk 1; b. hoofdstuk 2; c. hoofdstuk 22; en d. het tijdelijk deel omgevingsplan, voor zover dat niet is ingetrokken.
3
Ter plaatse van TAM-omgevingsplannen zijn uitsluitend de volgende onderdelen van dit omgevingsplan van toepassing: a. hoofdstuk 1; b. hoofdstuk 2; c. hoofdstuk 22; d. het op een locatie geldend TAM-omgevingsplan; en e. het tijdelijk deel van het omgevingsplan, voor zover dat niet is ingetrokken.
Artikel 1.3 Voorrangsbepalingen voor toepassing van het omgevingsplan 1
2
Voorrangsregels in dit hoofdstuk hebben voorrang op voorrangsregels in andere hoofdstukken van dit omgevingsplan.
2
Bij strijdigheid tussen bepalingen in artikel 1.2 hebben de bepalingen in het derde lid en verder voorrang op het eerste en tweede lid van dat artikel.
3
Bij strijdigheid tussen gelijkluidende begripsbepalingen die op dezelfde locatie van toepassing zijn geldt de volgende rangorde: a. begripsbepalingen in bijlage 1.1 bij de Omgevingswet; b. begripsbepalingen die zijn opgenomen in een TAM-omgevingsplan; c. begripsbepalingen in ruimtelijke plannen en verordeningen die onderdeel uitmaken van het tijdelijk deel omgevingsplan; d. begripsbepalingen in Bijlage I van dit omgevingsplan; e. begripsbepalingen in de in artikel 1.1 eerste lid sub b tot en met g genoemde besluiten en regelingen.
4
Ter plaatse van omgevingsplan - tijdelijk deel gaan bij strijdigheid tussen de bepalingen in hoofdstuk 22 enerzijds en andere onderdelen van dit omgevingsplan anderzijds, de bepalingen in de andere van toepassing zijnde onderdelen voor.
5
Ter plaatse van omgevingsplan - tijdelijk deel gelden paragraaf 22.2.7.3 en afdeling 22.3, in afwijking van het vierde lid, aanvullend op de overige van toepassing zijnde onderdelen van dit omgevingsplan.
Artikel 1.4 Citeertitel omgevingsplan Dit omgevingsplan wordt aangehaald als: Omgevingsplan gemeente Sint-Michielsgestel. B Hoofdstuk 2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HOOFDSTUK Hoofdstuk 2 Aanwijzing gebieden [Gereserveerd]
Afdeling 2.1 Aanwijzing gebieden Rijk Artikel 2.1 Buisleidingen van nationaal belang 1
Er zijn reserveringsgebied buisleidingen van nationaal belang, bedoeld in artikel 5.136, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
2
Er is een zoekgebied voor de aanleg van buisleidingen van nationaal belang, bedoeld in artikel 5.136, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
Artikel 2.2 Hyperscale datacentra Er is een uitsluitingsgebied hyperscale datacentra, bedoeld in artikel 5.161bb van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
Artikel 2.3 Oppervlaktewaterlichamen in beheer bij het Rijk 1
Er zijn oppervlaktewaterlichamen in het beheer van het Rijk, bedoeld in artikel 2.2, lid 1, van de Omgevingsregeling.
2
Er zijn oppervlaktewaterlichamen waarvan het waterstaatkundig beheer bij het Rijk berust, bedoeld in artikel 2.2, lid 4, van de Omgevingsregeling.
Artikel 2.4 Primaire waterkeringen en andere dan primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk Er zijn primaire waterkeringen en andere dan primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingsregeling.
3
Artikel 2.5 Rijksvaarwegen Er zijn vrijwaringsgebieden rijksvaarwegen, bedoeld in artikel 2.12 van de Omgevingsregeling.
Artikel 2.6 Uitbreiding of aanleg van een autoweg, autosnelweg of hoofdspoorweg Er zijn reserveringsgebieden voor de uitbreiding of aanleg van een autoweg, autosnelweg of hoofdspoorweg, bedoeld in artikel 5.133 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
Artikel 2.7 Waterkeringen in beheer bij het Rijk Er zijn beperkingengebieden waterkeringen in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 2.17 van de Omgevingsregeling.
Artikel 2.8 Wegen in beheer bij het Rijk Er zijn beperkingengebieden met betrekking tot wegen in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 2.21a, eerste lid, aanhef en onder a van de Omgevingswet.
Artikel 2.9 Windturbines Er zijn gebieden waar windturbines het radarbeeld kunnen verstoren, bedoeld in artikel 5.150, vijfde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
Artikel 2.10 Zinkassengebied Er is een zinkassengebied De Kempen, bedoeld in § 22.3.7.4.
Afdeling 2.2 Aanwijzing gebieden provincie Artikel 2.11 Attentiezone geluid provinciale weg Er is een attentiezone geluid provinciale weg, bedoeld in artikel 5.27 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.
Artikel 2.12 Attentiezone waterhuishouding Er is een attentiezone waterhuishouding, bedoeld in artikel 5.41 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.
Artikel 2.13 Behoud en herstel van watersystemen Er is een gebied behoud en herstel van watersystemen, bedoeld in artikel 5.42 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.
Artikel 2.14 Beperkingen veehouderij Er is een gebied beperkingen veehouderij, bedoeld in artikel 5.65 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.
Artikel 2.15 Beperking grootschalige logistiek Er is een gebied beperking grootschalige logistiek, bedoeld in artikel 5.56a, tweede lid, van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.
Artikel 2.16 Boringsvrije zone Er is een boringsvrije zone, bedoeld in artikel 5.18 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.
Artikel 2.17 Cultuurhistorische waarden Er is een gebied cultuurhistorische waarden, bedoeld in artikel 5.44 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.
4
Artikel 2.18 Diep grondwaterlichaam Er is een gebied diep grondwaterlichaam, bedoeld in artikel 3.11 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.
Artikel 2.19 Geen attentiezone waterhuishouding Er is een gebied geen attentiezone waterhuishouding, bedoeld in artikel 3.15, onder a, van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.
Artikel 2.20 Groenblauwe waarden Er is een gebied groenblauwe waarden, bedoeld in artikel 5.46 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.
Artikel 2.21 Grondwaterbeschermingsgebied Er is een grondwaterbeschermingsgebied, bedoeld in artikel 5.17 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.
Artikel 2.22 Grondwatermeetpunt Er is een grondwatermeetpunt, bedoeld in artikel 5.18a van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.
Artikel 2.23 Landelijk gebied Er is een landelijk gebied, bedoeld in artikel 5.11 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.
Artikel 2.24 Natuur Netwerk Brabant Er is een gebied Natuur Netwerk Brabant, bedoeld in artikel 5.30 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.
Artikel 2.25 Natuur Netwerk Brabant - ecologische verbindingszone Er is een Natuur Netwerk Brabant - ecologische verbindingszone, bedoeld in artikel 5.40 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.
Artikel 2.26 Natuurnetwerk Nederland Er is een gebied Natuurnetwerk Nederland, bedoeld in artikel 5.38 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.
Artikel 2.27 Regionale waterberging Er is een gebied regionale waterberging, bedoeld in artikel 5.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.
Artikel 2.28 Reservering waterberging Er is een gebied reservering waterberging, bedoeld in artikel 5.50 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.
Artikel 2.29 Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf Er is een gebied sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf, bedoeld in artikel 5.76 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.
Artikel 2.30 Stalderingsgebied Er is een stalderingsgebied, bedoeld in artikel 5.66 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.
Artikel 2.31 Stedelijk gebied Er is een stedelijk gebied, bedoeld in artikel 5.4 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.
5
Artikel 2.32 Waterwingebied Er is een waterwingebied, bedoeld in artikel 5.16 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.
Afdeling 2.3 Aanwijzing gebieden gemeente Artikel 2.33 Bodemfunctieklassen 1
Er is een gebied aangewezen met de bodemfunctieklasse landbouw/natuur, bedoeld in artikel 5.89p van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
2
Er is een gebied aangewezen met de bodemfunctieklasse wonen, bedoeld in artikel 5.89p van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
3
Er is een gebied aangewezen met de bodemfunctieklasse industrie, bedoeld in artikel 5.89p van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
Afdeling 2.4 Gereserveerde gebiedsaanwijzingen Artikel 2.34 Agrarisch gebied [Gereserveerd]
Artikel 2.35 Archeologisch monument [Gereserveerd]
Artikel 2.36 Bebouwingscontour houtkap [Gereserveerd]
Artikel 2.37 Bebouwingscontour geur [Gereserveerd]
Artikel 2.38 Bebouwingscontour jacht [Gereserveerd]
Artikel 2.39 Bedrijventerrein [Gereserveerd]
Artikel 2.40 Belemmeringengebied buisleiding [Gereserveerd]
Artikel 2.41 Bodembeheergebied [Gereserveerd]
Artikel 2.42 Brandvoorschriftengebied [Gereserveerd]
Artikel 2.43 Concentratiegebied [Gereserveerd]
Artikel 2.44 Explosievoorschriftengebied [Gereserveerd]
Artikel 2.45 Gemeentelijk monument [Gereserveerd]
6
Artikel 2.46 Kostenverhaalsgebied [Gereserveerd]
Artikel 2.47 Landgoed [Gereserveerd]
Artikel 2.48 Molenbiotoop [Gereserveerd]
Artikel 2.49 Omgeving van een monument [Gereserveerd]
Artikel 2.50 Overgangsrecht gesloten bodemenergiesystemen [Gereserveerd] C Het opschrift van hoofdstuk 3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HOOFDSTUK Hoofdstuk 3 Gebruiksactiviteiten D Het opschrift van hoofdstuk 4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HOOFDSTUK Hoofdstuk 4 Bouwactiviteiten (ruimtelijk) E Het opschrift van hoofdstuk 5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HOOFDSTUK Hoofdstuk 5 Sloopactiviteiten F Hoofdstuk 7 wordt geplaatst na hoofdstuk 5. Hoofdstuk 7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HOOFDSTUK Hoofdstuk 7 6 Aanlegactiviteiten [Gereserveerd] G Hoofdstuk 6 wordt geplaatst na hoofdstuk 7. Hoofdstuk 6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HOOFDSTUK Hoofdstuk 6 7 Normstelling milieu- en omgevingskwaliteit [Gereserveerd] H
7
Het opschrift van hoofdstuk 8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HOOFDSTUK Hoofdstuk 8 I Het opschrift van hoofdstuk 9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HOOFDSTUK Hoofdstuk 9 J Het opschrift van hoofdstuk 10 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HOOFDSTUK Hoofdstuk 10 K Het opschrift van hoofdstuk 11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HOOFDSTUK Hoofdstuk 11 L Het opschrift van hoofdstuk 12 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HOOFDSTUK Hoofdstuk 12 M Het opschrift van hoofdstuk 13 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HOOFDSTUK Hoofdstuk 13 N Het opschrift van hoofdstuk 14 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HOOFDSTUK Hoofdstuk 14 O Het opschrift van hoofdstuk 15 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HOOFDSTUK Hoofdstuk 15 P Het opschrift van hoofdstuk 16 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
8
HOOFDSTUK Hoofdstuk 16 Q Het opschrift van hoofdstuk 17 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HOOFDSTUK Hoofdstuk 17 R Het opschrift van hoofdstuk 18 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HOOFDSTUK Hoofdstuk 18 S Het opschrift van hoofdstuk 19 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HOOFDSTUK Hoofdstuk 19 T Het opschrift van hoofdstuk 20 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HOOFDSTUK Hoofdstuk 20 U Het opschrift van hoofdstuk 21 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HOOFDSTUK Hoofdstuk 21 V Het opschrift van hoofdstuk 22 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
HOOFDSTUK Hoofdstuk 22 ACTIVITEITEN Activiteiten W Het opschrift van afdeling 22.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AFDELING Afdeling 22.1 ALGEMEEN Algemeen X Het opschrift van afdeling 22.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
9
AFDELING Afdeling 22.2 ACTIVITEITEN MET BETREKKING TOT BOUWWERKEN, OPEN ERVEN EN TERREINEN Activiteiten met betrekking tot bouwwerken, open erven en terreinen Y Het opschrift van paragraaf § 22.2.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.2.1 Algemene bepalingen Z Het opschrift van paragraaf § 22.2.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.2.2 Verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden AA Het opschrift van paragraaf § 22.2.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.2.3 Bouwen en in stand houden van bouwwerken BB Artikel 22.14 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.14 Bereikbaarheid bouwwerk voor hulpverleningsdiensten
10
1
Met het oog op het waarborgen van de veiligheid ligt tussen de openbare weg en ten minste een toegang van een gebouw of ander bouwwerk voor het verblijven van personen een verbindingsweg die geschikt is voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten.
2
Het eerste lid is niet van toepassing: a. op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m2 en een vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090;2; b. op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m2; c. op een lichte industriefunctie alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; d. als de toegang van het bouwwerk op ten hoogste 10 m van een openbare weg ligt; of e. als de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk geen verbindingsweg vereist.
3
Tenzij elders in dit omgevingsplan of een gemeentelijke verordening anders bepaald, heeft een verbindingsweg: a. een breedte van ten minste 4,5 m; b. een verharding over een breedte van ten minste 3,25 m die geschikt is voor motorvoertuigen met een massa van ten minste 14.600 kilogram; c. een vrijgehouden hoogte boven de kruin van de weg van ten minste 4,2 m; en d. een doeltreffende afwatering.
4
Een verbindingsweg is over de voorgeschreven hoogte en breedte, bedoeld in het derde lid, vrijgehouden voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten.
5
Hekwerken die een verbindingsweg afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald.
CC Artikel 22.15 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.15 Opstelplaatsen voor brandweervoertuigen 1
Met het oog op het waarborgen van de veiligheid zijn bij een bouwwerk voor het verblijven van personen zodanige opstelplaatsen voor brandweervoertuigen dat een doeltreffende verbinding tussen die voertuigen en de bluswatervoorziening kan worden gelegd.
2
Het eerste lid is niet van toepassing: a. op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m2 en een vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; b. op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m2; c. op een lichte industriefunctie alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; of d. als de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk geen opstelplaatsen vereist.
3
De afstand tussen een opstelplaats en een brandweeringang als bedoeld in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of, als deze niet aanwezig is, een toegang van het bouwwerk is ten hoogste 40 m.
4
Een opstelplaats voor brandweervoertuigen is over de hoogte en breedte, bedoeld in artikel 22.14, derde lid, vrijgehouden voor brandweervoertuigen.
5
Hekwerken die een opstelplaats afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald.
DD Het opschrift van paragraaf § 22.2.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.2.4 Gebruik van bouwwerken EE Het opschrift van paragraaf § 22.2.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.2.5 In stand houden en gebruiken van open erven en terreinen FF Het opschrift van paragraaf § 22.2.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.2.6 Cultureel erfgoed GG Het opschrift van paragraaf § 22.2.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.2.7 Vergunningplichten met betrekking tot het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken
11
HH Het opschrift van subparagraaf § 22.2.7.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.2.7.1 Algemene bepalingen II Het opschrift van subparagraaf § 22.2.7.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.2.7.2 Binnenplanse vergunningplicht voor omgevingsplanactiviteit bouwwerken JJ Artikel 22.27 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.27 Uitzonderingen op vergunningplicht artikel 22.26 – omgevingsplan onverminderd van toepassing Het verbod, bedoeld in artikel 22.26, geldt niet voor de activiteiten, bedoeld in dat artikel, als die betrekking hebben op een van de volgende bouwwerken: a. een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1. op de grond staand; 2. gelegen in achtererfgebied; 3. op een afstand van meer dan 1 m vanaf openbaar toegankelijk gebied; 4. niet hoger dan 5 m; 5. de ligging van een verblijfsgebied, bij meer dan een bouwlaag, alleen op de eerste bouwlaag; en 6. niet voorzien van een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte; b. een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1. op de grond staand; 2. niet hoger dan 5 m; en 3. de oppervlakte niet meer dan 70 m2; c. een dakkapel in het voordakvlak of een naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1. gelegen in een gebied dat of een bouwwerk dat in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is aangewezen als gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn; 2. voorzien van een plat dak; 3. gemeten vanaf de voet van de dakkapel niet hoger dan 1,75 m; 4.
onderzijde meer dan 0,5 m en minder dan 1 m boven de dakvoet; 5. bovenzijde meer dan 0,5 m onder de daknok; en 6. zijkanten meer dan 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak; d. een sport- of speeltoestel anders dan voor alleen particulier gebruik, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1. niet hoger dan 4 m; en 2. alleen functionerend met behulp van de zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens; e. een zwembad, bubbelbad of soortgelijke voorziening of een vijver op het gebouwerf bij een woning of woongebouw, als deze niet van een overkapping is voorzien; f. een erf- of perceelafscheiding, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1. hoger dan 1 m maar niet hoger dan 2 m; 2. op een erf of perceel waarop al een gebouwhoofdgebouw staat waarmee de afscheiding in functionele relatie staat; en 3. achter de lijn die loopt langs de voorkant van dat gebouw hoofdgebouw en vanaf daar evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied zonder het hoofdgebouw te doorkruisen of in het gebouwerf achter het hoofdgebouw te komen; g. een bouwwerk, geen gebouw zijnde, in achtererfgebied voor agrarische bedrijfsvoering, voor zover het gaat om: 1. een silo; of 2. een ander bouwwerk niet hoger dan 2 m;
12
h. i.
een buisleiding anders dan een buisleiding waarop artikel 2.29, onder p, aanhef en onder 4°, van het Besluit bouwwerken leefomgeving van toepassing is; of een te veranderen bouwwerk, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1. geen uitbreiding van de bebouwde oppervlakte; 2. geen uitbreiding van het bouwvolume; en 3. geen bouwwerk als bedoeld in artikel 2.29, onder b tot en met r, van het Besluit bouwwerken leefomgeving dat niet voldoet aan de voor dat bouwwerk in die onderdelen gestelde eisen.
KK Artikel 22.33 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.33 Specifieke beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken bij voorbereidingsbesluit of aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht 1
In afwijking van artikel 22.29 wordt de omgevingsvergunning geweigerd, als voor de locatie waarop de aanvraag betrekking heeft van kracht is: a. een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 4.103 of 4.104 van de Invoeringswet Omgevingswet, een als voorbereidingsbesluit geldend tracébesluit als bedoeld in artikel 4.49 van de Invoeringswet Omgevingswet of een als voorbereidingsbesluit geldend besluit krachtens de Wet luchtvaart als bedoeld in artikel 4.104a van de Invoeringswet Omgevingswet; of b. een aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 4.35 van de Invoeringswet Omgevingswet waarvoor het omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht nog niet in werking is getreden.; c. een ontwerp van een bestemmingsplan of van een inpassingsplan ter inzage is gelegd en de termijn voor de vaststelling van het bestemmingsplan of inpassingsplan ingevolge artikel 3.8, eerste lid, onder d., van de Wet ruimtelijke ordening op het tijdstip van het nemen van de beslissing op de aanvraag niet is overschreden; d. een bestemmingsplan of inpassingsplan is vastgesteld en de termijn voor de bekendmaking van het bestemmingsplan of inpassingsplan na de vaststelling ingevolge artikel 3.8, derde, vierde of zesde lid, van de Wet ruimtelijke ordening op het tijdstip van het nemen van de beslissing op de aanvraag niet is overschreden; e.
een bestemmingsplan of inpassingsplan na vaststelling is bekendgemaakt, en het bestemmingsplan of inpassingsplan op het tijdstip van het nemen van de beslissing op de aanvraag nog niet in werking is getreden of in beroep is vernietigd.
2
In afwijking van het eerste lid kan de omgevingsvergunning toch worden verleend als de activiteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan respectievelijk het in voorbereiding zijnde omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht.
LL Het opschrift van subparagraaf § 22.2.7.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.2.7.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken van rechtswege in overeenstemming met dit omgevingsplan MM Artikel 22.37 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.37 Bijbehorend bouwwerk in bijzondere gevallen 1
13
Als een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in artikel 22.36, onder a, bestaat uit een deel dat op meer, en een deel dat op minder dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw is gelegen zonder een inwendige scheidingsconstructie tussen beide delen, is op het deel dat op minder dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw is gelegen artikel 22.36, onder a, onder 2, onder ii, van overeenkomstige toepassing.
2
Als een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in artikel 22.36, onder a, wordt gebruikt voor huisvesting in verband met mantelzorg, gelden in plaats van de in artikel 22.36, onder a, onder 3, gestelde eisen de volgende eisen: a. in zijn geheel of in delen verplaatsbaar; b. de oppervlakte niet meer dan 100 m2; en c. buiten de bebouwde kom.
3
Het bepaalde in artikel 22.37, tweede lid is alleen van toepassing als een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in dat lid niet voldoet aan de in artikel 22.36, onder a, onder 3°, gestelde eisen.
NN Artikel 22.39 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.39 Inperkingen artikel 22.36 vanwege externe veiligheid Artikel 22.36, aanhef en onder a en c, is niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht: a. op een locatie in een in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, opgenomen veiligheidszone, getypeerd als A-zone of B-zone, rondom een munitieopslag of een locatie voor activiteiten met ontplofbare stoffen; b. op een locatie waarop de activiteit op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, niet is toegestaan vanwege het overschrijden van het plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar als gevolg van de aanwezigheid van een locatie voor een vergunningplichtige milieubelastende activiteit, transportroute of buisleiding of vanwege de ligging in een belemmeringenstrook voor het onderhoud van een buisleiding; of c. op een locatie binnen een afstand als bedoeld in: 1. artikel 4.421, eerste lid, onder b, of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, van dat artikel van toepassing is; 2. artikel 4.472c, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is; 3.
artikel 4.484, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is; 4. artikel 4.524, eerste of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het derde lid van dat artikel van toepassing is; 5. artikel 4.532, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is; 6. artikel 4.542, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is; 7. artikel 4.866, eerste of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het derde lid van dat artikel van toepassing is; 8. artikel 4.899, eerste lid, onder b, of derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is; 9. artikel 4.905, eerste lid, onder b, of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het derde lid van dat artikel van toepassing is; 10. artikel 4.914, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is; 11.
artikel 4.962, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is; 12. artikel 4.963, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van laatstbedoeld artikel van toepassing is; 12 13. artikel 4.1008, eerste lid, onder b, of tweede lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, het tweede lid, aanhef en onder b, of het derde lid van dat artikel van toepassing is; of 13 14. artikel 4.1101, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is. OO
14
Het opschrift van paragraaf § 22.2.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.2.8 Overgangsrecht bestaande bouwwerken PP Het opschrift van afdeling 22.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
AFDELING Afdeling 22.3 MILIEUBELASTENDE ACTIVITEITEN Milieubelastende activiteiten QQ Het opschrift van paragraaf § 22.3.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.1 Algemene bepalingen RR Het opschrift van paragraaf § 22.3.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.2 Energiebesparing SS Het opschrift van paragraaf § 22.3.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.3 Zwerfafval TT Het opschrift van paragraaf § 22.3.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.4 Geluid UU Het opschrift van subparagraaf § 22.3.4.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.4.1 Algemene bepalingen VV Artikel 22.54 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.54 Toepassingsbereik
15
1
Paragraaf 22.3.4 is van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw dat is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit
2
In afwijking van het eerste lid is deze paragraaf niet van toepassing op geluid door een activiteit:
a.
b.
c.
op of in een geluidgevoelig gebouw, dat geheel of gedeeltelijk ligt op een gezoneerd industrieterrein of op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld; op of in een geluidgevoelig gebouw, dat is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor een duur van niet meer dan tien jaar; en op een niet-geluidgevoelige gevel.
3
Deze paragraaf is niet van toepassing op het geluid van: a. van het met een verplaatsbaar mijnbouwwerk aanleggen, aanpassen, testen, onderhouden, repareren en buiten gebruik stellen van een boorgat of stimuleren van een voorkomen via een boorgat, bedoeld in artikel 4.1116 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of b. van spoorvoertuigen op spoorwegemplacementen.; of c. door bovengrondse hoogspanningsverbindingen met een spanning van ten minste 110 kV; d. door een activiteit op een geluidgevoelig gebouw waarin huisvesting in verband met mantelzorg alleen is toegelaten op grond van artikel 22.36, aanhef en onder a of c.
4
Deze paragraaf is alleen van toepassing op het geluid door activiteiten bij detailhandel als: a. een of meer elektromotoren aanwezig zijn met een gezamenlijk vermogen van meer dan 1,5 kW, met uitzondering van elektromotoren met een vermogen van 0,25 kW of minder; of b. een of meer stookinstallaties aanwezig zijn met een nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 130 kW.
5
Deze paragraaf is niet van toepassing op: a. een bouwkundige constructie die op grond van artikel 1b, vierde lid, van de Wet geluidhinder niet als gevel werd beschouwd; b. een gevel waarvoor met toepassing van de Interimwet stad-en-milieubenadering is afgeweken van de wettelijke normen voor geluid.
WW Artikel 22.61a wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.61a Gegevens en bescheiden
16
1
Dit artikel is van toepassing op een activiteit op een gezoneerd industrieterrein of een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld.
2
Dit artikel is niet van toepassing op een activiteit waar: a. tussen 19.00 en 7.00 uur gemiddeld niet meer dan vier transportbewegingen per dag plaatsvinden met motorvoertuigen waarvan de massa van het ledig voertuig vermeerderd met het laadvermogen meer is dan 3.500 kg en binnen een afstand van 50 m van de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht geluidgevoelige gebouwen aanwezig zijn; b. het mede op basis van de aard van de activiteit, niet aannemelijk is dat in enige ruimte op de locatie waarop de activiteit wordt verricht het equivalente geluidsniveau (LAeq) veroorzaakt door de ten gehore gebrachte muziek in de representatieve bedrijfssituatie, meer bedraagt dan: 1. 70 dB(A), als deze ruimte in- of aanpandig is gelegen met geluidgevoelige gebouwen; 2. 80 dB(A), in andere gevallen dan bedoeld onder 1; c. in de buitenlucht of op een open terrein geen muziek ten gehore wordt gebracht; d. in de buitenlucht geen oefenterrein voor motorvoertuigen aanwezig is; e. geen koelinstallatie aanwezig is die volgens de gebruiksaanwijzing behoort te zijn gevuld met meer dan 30 kg synthetisch koudemiddel; f. geen gemotoriseerde modelvliegtuigen, modelvaartuigen of modelvoertuigen in de open lucht worden gebruikt; g. geen parkeergelegenheid wordt geboden in een parkeergarage voor meer dan 30 personenauto’s; h.
geen noodstroomaggregaat aanwezig is dat meer dan 50 uren per jaar in werking is; en i. geen transformatoren met een maximaal gelijktijdig in te schakelen elektrisch vermogen van 200 MVA of meer, die zijn ondergebracht in een gesloten gebouw, worden gebruikt;
3
Dit artikel is ook niet van toepassing op een activiteit waarvoor op grond van hoofdstuk 2, 3, 4 of 5 van het Besluit activiteiten leefomgeving, artikel 22.61 of een ander artikel in deze afdeling een verplichting geldt om gegevens en bescheiden te verstrekken of een omgevingsvergunning aan te vragen voor het beginnen of wijzigen van die activiteit.
4
Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen; b. gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven: 1. de grenzen van het terrein; en 2. de ligging van de gebouwen; c. een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en d. gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.
5
Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.
XX Het opschrift van subparagraaf § 22.3.4.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.4.2 Geluid door activiteiten, anders dan door windturbines en windparken en civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen YY Het opschrift van subparagraaf § 22.3.4.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.4.3 Geluid door windturbines ZZ Het opschrift van subparagraaf § 22.3.4.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.4.4 Geluid door civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen AAA Het opschrift van paragraaf § 22.3.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.5 Trillingen BBB Artikel 22.83 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.83 Toepassingsbereik 1
17
Deze paragraaf is van toepassing op de trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw dat is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit.
2
Deze paragraaf is niet van toepassing op trillingen door een activiteit: a. in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw dat geheel of gedeeltelijk ligt op een gezoneerd industrieterrein of op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld; en b. in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, dat is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor een duur van niet meer dan tien jaar.; c. op een trillingsgevoelig gebouw waarin huisvesting in verband met mantelzorg alleen is toegelaten op grond van artikel 22.36, aanhef en onder a of c.
CCC Artikel 22.84 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.84 Toepassingsbereik: eerbiedigende werking 1
In afwijking van artikel 22.83, tweede lid, onder b, is deze paragraaf ook van toepassing op trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw dat is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar: a. in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of b. in een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
2
In aanvulling op artikel 22.84, eerste lid is 22.3.5 niet van toepassing op trillingen door een activiteit op een trillinggevoelig gebouw waarin huisvesting in verband met mantelzorg alleen is toegelaten op grond van toelichting bij artikel 22.36, aanhef en onder a of c.
DDD Het opschrift van paragraaf § 22.3.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.6 Geur EEE Het opschrift van subparagraaf § 22.3.6.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.6.1 Algemene bepalingen FFF Artikel 22.91 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.91 Toepassingsbereik: eerbiedigende werking
18
1
In afwijking van artikel 22.90, tweede lid, zijn de waarden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.5, en de afstanden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.4 en artikel 22.245, ook van toepassing op de geur door een activiteit op een geurgevoelig object dat voor een duur van niet meer dan tien jaar is toegelaten: a. in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of b. in een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
2
In afwijking van artikel 22.90, eerste lid, zijn de waarden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.5, en de afstanden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.4 en artikel 22.245, niet van toepassing op de geur door een activiteit op een geurgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is maar mag worden gebouwd op grond van:
a.
b.
het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of een geurgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is maar mag worden gebouwd op grond van: 1. het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of 2. een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet; een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. een geurgevoelig gebouw of geurgevoelig object waarin de huisvesting in verband met mantelzorg alleen is toegelaten op grond van artikel 22.36, aanhef en onder a of c.
GGG Het opschrift van subparagraaf § 22.3.6.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.6.2 Geur houden van landbouwhuisdieren en paarden en pony’s voor het berijden in een dierenverblijf HHH Het opschrift van subparagraaf § 22.3.6.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.6.3 III Het opschrift van subparagraaf § 22.3.6.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.6.4 Geur door andere agrarische activiteiten JJJ Het opschrift van subparagraaf § 22.3.6.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.6.5 Geur door het exploiteren van zuiveringtechnische werken KKK Het opschrift van paragraaf § 22.3.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.7 Bodembeheer LLL Het opschrift van subparagraaf § 22.3.7.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.7.1 Nazorg na saneren van de bodem MMM
19
Het opschrift van subparagraaf § 22.3.7.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.7.2 Kleinschalig graven boven de interventiewaarde bodemkwaliteit NNN Het opschrift van subparagraaf § 22.3.7.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.7.3 Activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico OOO Het opschrift van subparagraaf § 22.3.7.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.7.4 Saneren van de bodem in het zinkassengebied De Kempen PPP Het opschrift van paragraaf § 22.3.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.8 Afvalwaterbeheer QQQ Het opschrift van subparagraaf § 22.3.8.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.8.1 Lozen van grondwater bij sanering of ontwatering RRR Artikel 22.141 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.141 Meet- en rekenbepalingen [Vervallen] SSS Het opschrift van subparagraaf § 22.3.8.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.8.2 Lozen van afvloeiend hemelwater dat niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening TTT Het opschrift van subparagraaf § 22.3.8.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.8.3 Lozen van huishoudelijk afvalwater
20
UUU Artikel 22.149 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.149 Zuiveringsvoorziening huishoudelijk afvalwater 1
Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem wordt huishoudelijk afvalwater dat wordt geloosd op of in de bodem, geleid via een zuiveringsvoorziening.
2
Voor dat afvalwater zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 22.3.27. Tabel 22.3.27 Emissiegrenswaarden Stof
Emissiegrenswaarden in mg/l Representatief etmaalmonster
Steekmonster
Biochemisch zuurstofverbruik
30 mg/l
60 mg/l
Chemisch zuurstofverbruik
150 mg/l
300 mg/l
Onopgeloste stoffen
30 mg/l
60 mg/l
3
Als het huishoudelijk afvalwater minder dan zes inwonerequivalenten bevat kan het, in afwijking van het tweede lid, voor vermenging met ander afvalwater worden geleid door een septictank: a. met een nominale inhoud van 6 m3 of meer, volgens NEN-EN 12566-1, en met een hydraulisch rendement van niet meer dan 10 g, volgens annex B van NEN-EN 12566-1; of b. die is geplaatst voor 1 januari 2009 en is afgestemd op de hoeveelheid afvalwater dat wordt geloosd.
4
Het eerste en tweede lid gelden niet voor het lozen van huishoudelijk afvalwater: a. vanuit een spoorvoertuig als bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet; of b. op militaire oefenterreinen in het kader van militaire oefeningen.
VVV Artikel 22.150 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.150 Meet- en rekenbepalingen [Vervallen] WWW Het opschrift van subparagraaf § 22.3.8.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.8.4 Lozen van koelwater XXX Het opschrift van subparagraaf § 22.3.8.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.8.5 Lozen bij onderhoudswerkzaamheden aan bouwwerken YYY Het opschrift van subparagraaf § 22.3.8.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.8.6 Lozen bij opslaan en overslaan van goederen
21
ZZZ Artikel 22.160 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.160 Meet- en rekenbepalingen [Vervallen] AAAA Het opschrift van subparagraaf § 22.3.8.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.8.7 Lozen vanuit gemeentelijke voorzieningen voor inzameling en transport van afvalwater BBBB Het opschrift van subparagraaf § 22.3.8.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.8.8 Lozen bij schoonmaken drinkwaterleidingen CCCC Het opschrift van subparagraaf § 22.3.8.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.8.9 Lozen bij calamiteitenoefeningen DDDD Het opschrift van paragraaf § 22.3.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.9 Lozen bij telen, kweken, spoelen of sorteren van gewassen EEEE Artikel 22.176 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.176 Meet- en rekenbepalingen [Vervallen] FFFF Het opschrift van paragraaf § 22.3.10 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.10 Lozen bij maken van betonmortel GGGG Artikel 22.180 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
22
Artikel 22.180 Meet- en rekenbepalingen [Vervallen] HHHH Het opschrift van paragraaf § 22.3.11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.11 Uitwassen van beton IIII Artikel 22.184 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.184 Meet- en rekenbepalingen [Vervallen] JJJJ Het opschrift van paragraaf § 22.3.12 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.12 Recreatieve visvijvers KKKK Het opschrift van paragraaf § 22.3.13 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.13 Ontwikkelen of afdrukken van fotografisch materiaal LLLL Artikel 22.191 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.191 Meet- en rekenbepalingen [Vervallen] MMMM Het opschrift van paragraaf § 22.3.14 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.14 Wassen van motorvoertuigen NNNN Artikel 22.194 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.194 Water 1
23
Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater afkomstig van het wassen van motorvoertuigen worden geloosd in een vuilwaterriool. Het afvalwater wordt niet geloosd in een schoonwaterriool.
2
Het lozen op of in de bodem is toegestaan, als per week ten hoogste één motorvoertuig waarmee geen gewasbeschermingsmiddelen zijn toegepast, uitwendig wordt gewassen.
3
Voor het afvalwater dat wordt geloosd in een vuilwaterriool is de emissiegrenswaarde voor olie 20 mg/l, gemeten in een steekmonster, of dat afvalwater wordt voor vermenging met ander afvalwater geleid door een slibvangput en olieafscheider:, die zijn geplaatst voor 2 november 2010 en zijn afgestemd op de hoeveelheid afvalwater dat wordt geloosd. a. volgens NEN-EN 858-1 of NEN-EN 858-1/A1 en NEN-EN 858-2; of b. die zijn geplaatst voor 2 november 2010 en zijn afgestemd op de hoeveelheid afvalwater dat wordt geloosd.
OOOO Artikel 22.195 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.195 Meet- en rekenbepalingen [Vervallen] PPPP Het opschrift van paragraaf § 22.3.15 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.15 Niet-industriële voedselbereiding QQQQ Artikel 22.198 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.198 Water 1
Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater afkomstig van het bereiden van voedingsmiddelen worden geloosd in een vuilwaterriool. Het afvalwater wordt niet geloosd in een schoonwaterriool.
2
Als niet in een vuilwaterriool kan worden geloosd, kan het afvalwater op de bodem worden geloosd, als het afvalwater gezamenlijk met huishoudelijk afvalwater wordt geloosd en de voorzieningen voor het zuiveren van huishoudelijk afvalwater zijn berekend op het zuiveren van het afvalwater afkomstig van het bereiden van voedingsmiddelen.
3
Afvalwater dat afvalstoffen bevat, die door versnijdende of vermalende apparatuur zijn versneden of vermalen, wordt niet geloosd.
4
Vethoudend afvalwater dat wordt geloosd, wordt voor vermenging met ander afvalwater geleid door: a. een vetafscheider en slibvangput volgens NEN-EN 1825-1 en NEN-EN 1825-2; of b. een vetafscheider en slibvangput die zijn geplaatst voor 14 september 2004 en zijn afgestemd op de hoeveelheid afvalwater die wordt geloosd.
5
In afwijking van NEN-EN 1825-1 en NEN-EN 1825-2 kan met een lagere frequentie van het legen en reinigen dan daar vermeld worden volstaan als dit geen nadelige gevolgen heeft voor het doelmatig functioneren van de afscheider.
RRRR Het opschrift van paragraaf § 22.3.16 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.16 Voedingsmiddelenindustrie
24
SSSS Artikel 22.200 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.200 Toepassingsbereik 1
Deze paragraaf is van toepassing op een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 3.128 van het Besluit activiteiten leefomgeving.
2
Deze paragraaf is niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 3.129, eerste lid, 3.130 of 3.131 van het Besluit activiteiten leefomgeving.
3
Deze paragraaf is ook niet van toepassing op de geur door een activiteit op een geurgevoelig gebouw waarin huisvesting in verband met mantelzorg alleen is toegelaten op grond van artikel 22.36, aanhef en onder a of c.
TTTT Het opschrift van paragraaf § 22.3.17 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.17 Slachten van dieren en bewerken van dierlijke bijproducten of uitsnijden van vlees, vis of organen. UUUU Artikel 22.204 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.204 Water: lozingsroute en zuivering 1
Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater vindt het slachten van dieren en het broeien, koken of pekelen van daarbij vrijkomende dierlijke bijproducten inpandig plaats.
2
Te lozen afvalwater kan worden geloosd in een vuilwaterriool, als dat afvalwater afkomstig is van: a. het bewerken van dierlijke bijproducten; of b. het reinigen en desinfecteren van ruimtes waar een activiteit als bedoeld in artikel 22.202 is uitgevoerd.
3
Het afvalwater wordt niet geloosd op of in de bodem of in een schoonwaterriool.
4
Vethoudend afvalwater dat wordt geloosd, wordt voor vermenging met ander afvalwater geleid door: a. een vetafscheider en slibvangput volgens NEN-EN 1825-1 en NEN-EN 1825-2; b. een vetafscheider en slibvangput die zijn geplaatst voor 14 september 2004 en zijn afgestemd op de hoeveelheid afvalwater dat wordt geloosd; of c. een flocculatieafscheider die is geplaatst voor 1 januari 2013 en is afgestemd op de hoeveelheid afvalwater dat wordt geloosd.
5
In afwijking van NEN-EN 1825-1 en NEN-EN 1825-2 kan met een lagere frequentie van het legen en reinigen dan in die normen vermeld worden volstaan als dit geen nadelige gevolgen heeft voor het doelmatig functioneren van de afscheider.
65
Het afvalwater wordt niet door een biologische zuivering geleid.
76
Dit artikel is niet van toepassing op afvalwater afkomstig van wonen.
VVVV Artikel 22.208 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
25
Artikel 22.208 Bodem: eindonderzoek bodem 1
Bij het beëindigen van het pekelen van dierlijke bijproducten of organen wordt een eindonderzoek bodem verricht om de kwaliteit van de bodem vast te stellen.
2
Het bodemonderzoek gaat over de bodembedreigende stoffen die zijn gebruikt, geproduceerd of uitgestoten op het gedeelte van de locatie waar het pekelen van dierlijke bijproducten of organen is verricht.
3
Het bodemonderzoek voldoet aan NEN 5725 en NEN 5740 en het veldwerk wordt verricht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 2000 of een certificatieinstantie of inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor AS SIKB 2000.
WWWW Artikel 22.211 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.211 Bodem: herstel van de bodemkwaliteit 1
Als de bodem is verontreinigd, wordt uiterlijk zes maanden na het toezenden van het rapport van het eindonderzoek bodem de bodemkwaliteit hersteld tot: a. de bodemkwaliteit en grondwaterkwaliteit, die is vastgesteld in een rapport volgens NEN 5740 dat is opgesteld voor het begin van de het pekelen van dierlijke bijproducten of organen; b. de bodemkwaliteit van de locatie waarop de activiteit is verricht, zoals die is vastgelegd op een bodemkwaliteitskaart als bedoeld in artikel 47, onder a, of 57, tweede lid, van het Besluit bodemkwaliteit; of c. de achtergrondwaarden, vastgesteld op grond van artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit.
2
Het herstel wordt verricht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 7000.
XXXX Het opschrift van paragraaf § 22.3.18 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.18 Opwekken van elektriciteit met een windturbine YYYY Artikel 22.214 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.214 Toepassingsbereik
26
1
Deze paragraaf is van toepassing op het opwekken van elektriciteit met een windturbine, bedoeld in artikel 3.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving als: a. die slagschaduw veroorzaakt in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw dat op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit; of b. die lichtschittering veroorzaakt.
2
Deze paragraaf is niet van toepassing op slagschaduw door een windturbine, in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw dat op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor een duur van niet meer dan tien jaar.: a. dat op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor een duur van niet meer dan tien jaar; of b. waarin huisvesting in verband met mantelzorg alleen is toegelaten op grond van artikel 22.36, aanhef en onder a of c.
3
Deze paragraaf is ook niet van toepassing voor zover het gaat om een windpark met 3 of meer windturbines.
ZZZZ Artikel 22.220 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.220 Lichtschittering: meten reflectiewaarden [Vervallen] AAAAA Het opschrift van paragraaf § 22.3.19 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.19 In werking hebben van een acculader BBBBB Het opschrift van paragraaf § 22.3.20 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.20 Bieden van parkeergelegenheid in een parkeergarage CCCCC Het opschrift van paragraaf § 22.3.21 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.21 Traditioneel schieten DDDDD Artikel 22.232 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.232 Bodem: eindonderzoek bodem 1
Bij het beëindigen van het traditioneel schieten wordt een eindonderzoek bodem verricht om de kwaliteit van de bodem vast te stellen.
2
Het eindonderzoek bodem gaat over de bodembedreigende stoffen die zijn gebruikt op het gedeelte van de locatie waar het traditioneel schieten heeft plaatsgevonden.
3
Het bodemonderzoek voldoet aan NEN 5725 en NEN 5740 en het veldwerk wordt verricht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 2000 of een certificatieinstantie of inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor AS SIKB 2000.
EEEEE Artikel 22.235 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.235 Bodem: herstel van de bodemkwaliteit 1
27
Als de bodem is verontreinigd, wordt uiterlijk zes maanden na het toezenden van het rapport van het eindonderzoek bodem, de bodemkwaliteit hersteld tot: a. de bodemkwaliteit en grondwaterkwaliteit, die is vastgesteld in een rapport volgens NEN 5740 dat is opgesteld voor het begin van de activiteit;
b.
c. 2
de bodemkwaliteit van de locatie waarop de activiteit is verricht, zoals die is vastgelegd op een bodemkwaliteitskaart als bedoeld in artikel 47, onder a, of artikel 57, tweede lid, van het Besluit bodemkwaliteit; of de achtergrondwaarden, vastgesteld op grond van artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit.
Het herstel wordt verricht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 7000.
FFFFF Het opschrift van paragraaf § 22.3.22 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.22 Bieden van gelegenheid voor het beoefenen van sport in de buitenlucht GGGGG Het opschrift van paragraaf § 22.3.23 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.23 Opslaan van vaste mest HHHHH Het opschrift van paragraaf § 22.3.24 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.24 Opslaan van kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen IIIII Het opschrift van paragraaf § 22.3.25 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.25 Het fokken, houden of trainen van landbouwhuisdieren, andere zoogdieren of vogels JJJJJ Artikel 22.257 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.257 Meet- en rekenbepalingen [Vervallen] KKKKK Het opschrift van paragraaf § 22.3.26 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
§ 22.3.26 Vergunningplichten, aanvraagvereisten en beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning voor milieubelastende activiteiten LLLLL Het opschrift van afdeling 22.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
28
AFDELING Afdeling 22.4 AANLEGGEN OF WIJZIGEN VAN WEGEN OF SPOORWEGEN ZONDER GELUIDPRODUCTIEPLAFONDS Aanleggen of wijzigen van wegen of spoorwegen zonder geluidsproductieplafonds MMMMM Artikel 22.272 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.272 Binnenplanse vergunning omgevingsplanactiviteit geluid weg of spoorweg 1
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een weg of spoorweg aan te leggen of te wijzigen als op grond van een omgevingsplan of bij omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit een geluidgevoelig gebouw is toegelaten binnen het aandachtsgebied van die weg of spoorweg.
2
Het eerste lid is niet van toepassing op een weg als: a. deze is gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied; b. een maximumsnelheid van 30 km per uur geldt; c. de snelheid wordt verlaagd; d. een wegdeklaag wordt vervangen door een wegdeklaag met dezelfde of een grotere geluidsreducerende werking; e. de snelheid wordt verhoogd tot ten hoogste de maximumsnelheid, zoals die gold voor een tijdelijke snelheidsverlaging die als maatregel is opgenomen in een programma als bedoeld in artikel 5.12 van de Wet milieubeheer, zoals dat luidde voor inwerkingtreding van de Omgevingswet; of f. het wijzigen, gerekend zonder het treffen van maatregelen, leidt tot: 1. niet meer dan 5052 dB op de gevel van een geluidgevoelig gebouw; 2. als een hogere waarde is vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder, de Experimentenwet Stad en Milieu, de Interimwet stad-en-milieubenadering of de Spoedwet wegverbreding: niet meer dan 2 1 dB meer geluid op de gevel van een geluidgevoelig gebouw dan die hogere waarde of, als de heersende waarde lager is, de heersende waarde; of 3. als de weg en het geluidgevoelige gebouw op 1 januari 2007 waren toegelaten, niet eerder een hogere waarde is vastgesteld dan 48 51 dB en de heersende waarde hoger is dan 48 dB: niet meer dan 2 1 dB meer dan de heersende waarde.
3
Het eerste lid is niet van toepassing op een spoorweg als: a. de intensiteit, de verkeerssnelheid of een combinatie van beide wordt gewijzigd waardoor het geluid onafgerond niet meer dan 1,0 dB toeneemt ten opzichte van het geluid gedurende de drie jaren voorafgaand aan de wijziging; b. spoorstaven horizontaal worden verplaatst over een afstand van minder dan 2 m; c. spoorstaven verticaal worden verplaatst over een afstand van minder dan 1 m; d. de baanconstructie wordt vervangen door een baanconstructie die niet meer geluid emitteert dan de te vervangen constructie; of e. het wijzigen, gerekend zonder het treffen van maatregelen, leidt tot: 1. niet meer dan 3 dB meer geluid op de gevel van een geluidgevoelig gebouw dan de heersende waarde; en 2. niet meer dan 63 dB op de gevel van een geluidgevoelig gebouw.
4
Het eerste lid is niet van toepassing als het gaat om een geluidgevoelig gebouw: a. waarin huisvesting in verband met mantelzorg alleen is toegelaten op grond van artikel 22.36, aanhef en onder a of c; of b. dat is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar: 1. op grond van dit omgevingsplan, met uitzondering van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of 2. op grond van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd na de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
NNNNN Artikel 22.274 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
29
Artikel 22.274 Aanvraagvereisten binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit geluid weg of spoorweg Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 22.272, eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een akoestisch onderzoek naar: 1. het geluid dat geluidgevoelige gebouwen binnen het aandachtsgebied onmiddellijk voorafgaand aan de wijziging of aanleg van de weg of spoorweg ondervinden; 2. het geluid dat geluidgevoelige gebouwen binnen het aandachtsgebied in de toekomst door de weg of spoorweg zouden ondervinden zonder de invloed van maatregelen die de geluidsbelasting beperken; 3. het geluid door andere wegen of niet te wijzigen delen van de weg, als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de wijziging van een weg zal leiden tot een toename van meer dan 2 1 dB van het geluid op geluidgevoelige gebouwen door die wegen of delen; 4. de doeltreffendheid van de in aanmerking komende verkeersmaatregelen en andere maatregelen om te voorkomen dat het in de toekomst door de weg optredende geluid op de gebouwen, bedoeld onder 1, de standaardwaarde, zijnde 53 Lden voor een weg en 55 Lden voor een spoorweg, te boven zou gaan of om te voorkomen dat het geluid op geluidgevoelige gebouwen toeneemt ten opzichte van het geluid onmiddellijk voorafgaand aan de wijziging; b.
een beschrijving van de voorgenomen maatregelen, bedoeld onder a, onder 4; en c. een beschrijving van te treffen geluidwerende maatregelen aan gevels van gebouwen waarvoor het toekomstige geluid hoger wordt dan de standaardwaarde en toeneemt ten opzichte van de situatie voor de wijziging of aanleg, voor zover nodig om te voldoen aan de grenswaarde, bedoeld in tabel 3.53 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. OOOOO Artikel 22.275 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd: