Bijlage 1 - Bp Woonlocatie Laarzicht, Middelrode – toelichting en regels
Tekst van het document
57
2024) is de woningbouwlocatie Laarzicht opgenomen als bestaande ontwikkeling binnen het deelgebied 'Vitale dorpen'. Burgemeester en wethouders hebben op basis van het ontwerpbestemmingsplan Woonlocatie Laarzicht onder de werking van het IOV een verzoek om herbegrenzing bij de provincie ingediend, zie paragraaf 4.2.2.1. Op basis hiervan is de woningbouwlocatie Laarzicht in de ontwerp-TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant kaartaanpassingen 2024 (ter inzage vanaf 3 mei 2024) aangeduid als Stedelijk gebied. In september 2024 wordt de TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant kaartaanpassingen 2024 vastgesteld. Conclusie Aan de voorwaarden van artikel 5.56 wordt voldaan. Het voorliggende plan, waarmee wordt voorzien in een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen binnen Landelijk gebied, past binnen de Omgevingsverordening hetgeen leidt tot een kaartaanpassing naar stedelijk gebied.
4.2.4 Brabantse Agenda Wonen Op 19 september 2017 hebben de Provinciale Staten de Brabantse Agenda Wonen vastgesteld. De Brabantse Agenda Wonen is gericht op het versnellen van de woningbouw, het vernieuwen en verduurzamen van de bestaande woningvoorraad en het op zorgvuldige wijze ruimtelijk inpassen van de behoefte aan nieuwe woonruimte. Middels deze agenda wordt aangegeven welke accenten er de komende jaren liggen bij het bouwen en wonen en hoe de provincie zich hiervoor gaat inzetten. De Brabantse woningmarkt kent grote uitdagingen. De afgelopen jaren zijn te weinig woningen gebouwd. Zo moet de woningvoorraad de komende 10 tot 15 jaar met 11%, ofwel zo'n 120.000 woningen, toenemen. Bovendien verandert de vraag naar woonruimte sterk. Zo bestaat ruim 40% van de huishoudens in 2040 uit eenpersoonshuishoudens en is er een grote behoefte aan kleinere, betaalbare woonruimten. Ook het bouwen van voldoende woningen voor het middensegment op de woningmarkt, betaalbare koop en middeldure huur, blijft een punt van aandacht. Uitbreidingslocaties Om in te spelen op bovengenoemde prognoses en ambities dient het planaanbod, zowel kwalitatief, kwantitatief als ruimtelijk, regionaal afgewogen te worden. De Brabantse Agenda Wonen legt het accent op duurzame verstedelijking en op ‘goede woningbouwplannen’ die in lijn hiermee worden ontwikkeld.
Hoewel inbreidings- en transformatielocaties hierbij de voorkeur hebben, kan slechts met transformatie en inbreiding binnen bestaand stedelijk gebied niet worden voldaan aan de prognoses, ambities en vraag naar woningen, waardoor uitbreiding onontkoombaar is. Een duurzaam verstedelijkingsbeleid vraagt hierbij om regionale afweging én afspraken over de meer grootschalige gebiedsontwikkelingen én uitbreidingslocaties (richtinggevend principe). Hierbij dient ook rekening te worden gehouden de ruimtelijke-kwalitatieve opgaven en de veranderende vraag op de woningmarkt. Voor wie, wat én waar te bouwen zijn vragen die hierbij spelen. Analyse Voorliggend plan voorziet in de realisatie van 116 woningen in het buitengebied van Middelrode en de herinrichting van Noddevelt met de daarbij behorende planologische aanpassingen, zoals omschreven in paragraaf 1.1. Het planvoornemen van de woonlocatie kent een divers programma voor verschillende doelgroepen. Voorliggend plan omvat het volgende woningbouwprogramma, dat tijdens het regionaal bestuurlijk overleg op 30 september 2021 is afgestemd:
58
Indicatief woningbouwprogramma Woonlocatie Laarzicht (februari 2023) Type Categorie Segment Appartement projectmatig sociaal Rijwoning 450 projectmatig sociaal Rug-aan-rugwoning projectmatig goedkoop Rijwoning 510 projectmatig middelduur Rijwoning 540 projectmatig middelduur Rijwoning levensloop bestendig 600 projectmatig middelduur Patiowoning projectmatig duur Tweekapper 567 projectmatig duur Tweekapper 627 projectmatig duur Vrije kavel regulier vrije kavel duur Totaal
Percentage 16,4 % 5,2 % 8,6 % 6,9 % 7,8 % 4,3 % 5,2 % 13,8 % 13,8 % 18,1 % 100 %
Minimaal 20% van de projectmatig gerealiseerde woningen is bestemd voor het segment sociaal. Met de toevoeging van 116 woningen draagt de voorgenomen ontwikkeling bij aan de concrete behoefte van 120.000 nieuwe woningen. Hoewel bij het realiseren van nieuwe woningen de voorkeur bij inbreidings-en transformatielocaties in bestaand stedelijk gebied ligt, is dit bij voorliggend initiatief, gezien de aard en omvang, niet mogelijk. Desondanks is de planlocatie een geschikte locatie, aangezien het overgrote deel van het plangebied in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant als Verstedelijking afweegbaar is aangeduid. Daarnaast is het plangebied in Structuurvisie Sint-Michielsgestel 2025 als Zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling aangeduid. Middels een Ladderonderbouwing (paragraaf 4.1.3) is tevens onderbouwd dat de voorgenomen ontwikkeling de behoefte naar nieuwe woningen, met bijbehorende programma, tegemoet komt. Met de realisatie van deze locatie met 116 woningen, en de transformatie van de een bedrijfswoning aan Zandstraat 37 naar een reguliere woning, wordt gehoor gegeven aan de ambities en uitgangspunten van de provincie. Conclusie Het planvoornemen is hierdoor in overeenstemming met de Brabantse Agenda Wonen.
4.3 Gemeentelijk niveau 4.3.1 Structuurvisie Sint-Michielsgestel 2025 Op 13 oktober 2011 heeft de gemeenteraad van Sint-Michielsgestel de Structuurvisie Sint-Michielsgestel 2025 vastgesteld. In deze visie geeft de gemeente de route waarlangs ontwikkelingen, die geformuleerd zijn in de strategische visie 'Zieners 2025', tot stand moeten komen. De structuurvisie geeft inzicht in de ruimtelijke ontwikkelingen op korte, middellange en lange termijn. De kernwaarden die in deze structuurvisie voorop staan zijn: Verdieping van de strategische visie 'Zieners van 2025'; Behoud en versterken van bestaande kwaliteiten voor onze gemeente; Regierol voor de gemeente Sint-Michielsgestel; Transparantie en toegankelijkheid van ruimtelijke keuzes. Op basis van een analyse van de huidige situatie wordt in de structuurvisie een aantal belangrijke kwaliteiten, maar ook knelpunten onderscheiden. Belangrijke kwaliteiten betreffen de ligging binnen de invloedssfeer van met name de stad 's-Hertogenbosch, maar ook Eindhoven en Tilburg, de landschappelijke en groene kwaliteiten zowel binnen de gemeente als daar net buiten (Groene Woud), de hiermee samenhangende recreatieve potentie en het prettig leefklimaat.
De belangrijkste knelpunten betreffen de beperkte toegankelijkheid en bereikbaarheid van de natuur en recreatiegebieden, de lage differentiatie in woonmilieus, het ontbreken van een sterke ruimtelijke kwaliteit en identiteit van de dorpscentra en de ongeschikte locatie van bedrijven die qua aard en schaal niet op die specifieke plek thuis horen. De beperkte variatie in woonmilieus laat zich voelen in het beperkte woningaanbod voor starters/jongeren en senioren. Om de kwaliteiten uit te bouwen, de kansen te benutten en de knelpunten en bedreigingen zo adequaat mogelijk te bestrijden, is een ruimtelijk structuurbeeld vervaardigd waaraan een aantal speerpunten is gekoppeld. Eén van de speerpunten betreft de bouwopgave. Er wordt geconcludeerd dat de woningaantallen uit het gemeentelijk woningbouwprogramma tot 2021 in principe toereikend zijn om te bouwen aan een migratiesaldo
59
dat op nul wordt gesteld. Er is echter een bouwachterstand, waardoor de wachtlijsten zijn opgelopen. Bovendien worden er verdere vertragingen verwacht. Er wordt voor gekozen de bouwopgave ook af te stemmen op de woningbehoefte uit 's-Hertogenbosch, omdat de gemeente deze stedelingen een goed woonmilieu op korte afstand van de stad te bieden heeft. Dit leidt tot de keuze te bouwen bij alle dorpen. Dit vanuit de wens om toekomst te bieden aan de dorpen, de dorpsgemeenschappen, de dorpsvoorzieningen en kleine werkgelegenheid. Dit heeft een sociale en humane achtergrond. De dorpen moeten de gelegenheid krijgen om op een waardige en respectvolle wijze en voor alle bevolkingsgroepen te bouwen aan hun eigen toekomst. Verder ligt de nadruk sterk op de kwalitatieve woningbehoefte. Er moet meer worden gebouwd naar de wensen en behoeften van de inwoners. Hiertoe is onder meer een woonwensenonderzoek uitgevoerd. Duidelijk is in elk geval dat kleinschalig wonen van belang is voor de dorpse uitstraling van de kernen. In de structuurvisie wordt aangegeven dat de 'rode' ontwikkelingen ten allen tijde in balans dienen te zijn met de groene kwaliteiten van de gemeente. Deze kwaliteiten vormen de basis van de aantrekkelijkheid van de gemeente. Landschap is daarin belangrijk, maar ook duurzaamheid en ecologie.
Duurzaamheid en ecologisch evenwicht worden als randvoorwaarden gehanteerd bij alle ruimtelijke ontwikkelingen. Ruimte voor nieuwe ontwikkelingen Binnen het als zodanig aangewezen stedelijk gebied is de gemeente in het algemeen vrij – binnen de grenzen van andere wetgeving – om te voorzien in stedelijke ontwikkeling. Als toch nieuw ruimtebeslag nodig is, kan dit alleen daar waar er gelet op de ruimtelijke kwaliteiten verantwoorde uitbreidingsmogelijkheden liggen binnen de aangewezen zoekgebieden stedelijke ontwikkeling. Onder specifieke voorwaarden is stedelijke ontwikkeling ook mogelijk in gebieden met bijzondere landschappelijke kwaliteiten, de zogenaamde gebieden integratie stad-land. In deze gebieden kan stedelijke ontwikkeling plaatsvinden in samenhang met groene landschapsontwikkelingen. Analyse In de Structuurvisie is voorliggend plan gelegen op een locatie dat door de gemeente als Zoekgebied stedelijke ontwikkeling is aangemerkt. Hier wordt richting gegeven aan eventuele uitbreidingen, niets gezegd over de grootte daarvan. Onderstaande kaart betreft een uitsnede van de structuurvisiekaart uit de gemeentelijke structuurvisie SintMichielsgestel 2025. Hier is het plangebied door de gemeente als Waardevol gebied en Zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling aangemerkt.
UITSNEDE GEMEENTELIJKE STRUCTUURVISIE SINT-MICHIELSGESTEL 2025
60
De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van een woonlocatie met 116 woningen ter plaatse van agrarische gronden in het buitengebied van Middelrode op een plek die door de gemeente is aangewezen als Zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling. De locatie is al enkele decennia, in ieder geval al sinds de structuurvisie Berlicum in 1994, in het gemeentelijk beleid als beoogde woonlocatie opgenomen. Op de navolgende kaart is te zien dat ter plaatse van het plangebied een pijl staat met een uitbreidingsrichting. Op grond hiervan werd de locatie aan de Christinastraat destijds al als een geschikte locatie voor woningbouw gezien.
UITSNEDE GEMEENTELIJKE STRUCTUURVISIE BERLICUM 1994
De locatie aan de Christinastraat is vervolgens ook in de structuurvisie 1999 - 2015 als uitbreidingslocatie voor de kern Middelrode opgenomen. De uitbreidingslocatie vloeit derhalve voort uit eerdere planvorming in de Structuurvisie Berlicum 1994. Op onderstaande uitsnede van de structuurvisie 1999 - 2015 is het plangebied aangeduid. Het plangebied is met een oranje pijl aangeduid. Dit wil zeggen dat het destijds al als 'zoeklocatie toekomstig woongebied' werd aangemerkt.
UITSNEDE GEMEENTELIJKE STRUCTUURVISIE 1999 - 2015
61
De locatiekeuze voor de voorgenomen ontwikkeling past op grond van de hiervoor opgenomen analyse binnen het gemeentelijk beleid. De voorgenomen ontwikkeling kan gezien de aard en omvang niet binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd worden. Daarom zullen de 116 woningen in het buitengebied, aangrenzend aan de kern Middelrode verwezenlijkt worden. In paragraaf 4.1.3 is middels een ladderonderbouwing de vraag naar woningen en de behoefte naar een divers woningbouwprogramma in de regio aangetoond en is gemotiveerd waarom het de ontwikkelingen niet binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd worden. Door onder meer de sloop van een deel van de schuren van het agrarisch bedrijf aan Zandstraat 37 op de plek van de beoogde woonbestemming, wordt ter plaatse een verbetering van de stedenbouwkundige en landschappelijke kwaliteit gerealiseerd. Het omzetten van de agrarische bedrijfswoning naar een reguliere burgerwoning als gevolg van deze bestemmingswijziging leidt er daarnaast toe dat de langgevelboerderij behouden blijft en wordt onthouden van leegstand en verloedering. Bij dit plan is tevens rekening gehouden met de landschappelijke identiteit van Middelrode. De nieuwe woningen zijn in het ontwerp zodanig gesitueerd, dat de randen van het plangebied een open karakter behouden en overal het landschap beleefbaar is.
Bovendien is voorliggend plan getoetst aan ecologische-, landschappelijke- en milieutechnische waarden , zoals omschreven in hoofdstuk 5, die er opde bestemmingswijziging van Agrarisch naar Tuin rondom de woonbestemming ter plaatse van de gronden aan de wijzen dat het plan passend wordt geacht. Ook wordt met Christinastraat 1, de gronden van een bestemming voorzien die passend is bij de reeds geldende woonbestemming en de beoogde woonbestemming rondom. Conclusie De ontwikkeling past binnen de Structuurvisie Sint-Michielsgestel 2025.
4.3.2 Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel Op 3 oktober 2024 is de Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel vastgesteld. In de nieuwe Omgevingsvisie SintMichielsgestel staat de vraag centraal hoe de gemeente er in 2040 uitziet. De omgevingsvisie gaat over de kwaliteiten, de groene omgeving en de leefbaarheid van Sint-Michielsgestel. Maar ook over nieuwe ontwikkelingen zoals woningbouw, bereikbaarheid en duurzame energie. De omgevingsvisie bekijkt deze onderwerpen in samenhang met elkaar en beschrijft de belangrijkste punten van het beleid voor een langere periode. De concrete invulling van deze visie vindt plaats in de omgevingsprogramma's en het omgevingsplan. De omgevingsvisie is opgebouwd aan de hand van vier hoofdthema's die zijn uitgewerkt in verschillende subthema's. De hoofdthema's zijn: Aangenaam leven. Verbindend netwerk. Krachtige economie. Inclusieve duurzaamheid. Per hoofdthema worden de algemene uitgangspunten beschreven. In de Omgevingsvisie worden de volgende deelgebieden onderscheiden: Centrum, Vitale dorpen, Bedrijfsfuncties, Natuurgebieden, Beekdalen en Landelijk gebied. Een deel van de uitgangspunten is uitgewerkt in ruimtelijke keuzes die voor een groot deel op de kaart met de deelgebieden zijn ingetekend. Naast de algemene uitgangspunten zijn er ook specifieke gebiedsgerichte ontwikkelingen, beschreven bij de deelgebieden op de kaart.
62
Analyse De woningbouwlocatie Laarzicht is op de kaart van de Omgevingsvisie gelegen binnen de aanduiding Vitale Dorpen als bestaande stedelijke ontwikkeling. De overige gronden van het plangebied zijn gelegen binnen de aanduiding Landelijk gebied. Volgens de Omgevingsvisie is in alle dorpen behoefte aan nieuwe woningen, door inbreiding en uitbreiding. In Vitale dorpen zijn daarnaast de voorzieningen belangrijk, deze worden zoveel mogelijk behouden als blijkt dat daar behoefte aan is. Ook ontmoetingsplekken en mogelijkheden voor beweging in de openbare ruimte zijn belangrijk. Bij nieuwe ontwikkelingen worden maatregelen genomen om het landschap te versterken en worden groene en recreatieve verbindingen met het landelijk gebied aangelegd. Voor de leefbaarheid worden gemotoriseerd verkeer in de kernen zoveel mogelijk geweerd. Verder worden binnen vitale dorpen maatregelen genomen voor klimaatadaptatie en biodiversiteit. Woningbouwlocatie Laarzicht is de meest recente uitbreiding van de kern Middelrode en is als bestaande stedelijke ontwikkeling onderdeel van de Vitale Dorpen. De nieuwe bewoners dragen bij aan de instandhouding van de voorzieningen. Met de inrichting van de woonwijk en de landschappelijke inpassing wordt het landschap versterkt en worden groene verbindingen met het landelijk gebied aangelegd.
Maatregelen voor klimaatadaptatie en biodiversiteit worden betrokken bij de verdere uitwerking van de plannen. Volgen de Omgevingsvisie vraagt de toekomst van het landelijk gebied om keuzes. Dit met het oog op de grote opgaven op het gebied van natuur en biodiversiteit, klimaatadaptatie en een goede kwaliteit van water en bodem. Evenzeer gaat het om de leefbaarheid van het landelijk gebied en perspectief voor de agrariërs. Een en ander wordt verder uitgewerkt in het programma Vitaal Landelijk gebied. Met de ontwikkelingsmogelijkheden van de paardenhouderij aan de Zandstraat, de natuurcompensatie en de mogelijkheden voor waterberging sluit het plan aan op de uitgangspunten voor het Landelijk gebied. Conclusie Het plan sluit aan bij de Omgevingsvisie Sint-Michielsgestel.
4.3.3 Nota Kwaliteitsverbetering, kwaliteitsverbetering in het landelijk gebied De provincie Noord-Brabant vereist als compensatie voor bepaalde ontwikkelingen in het buitengebied, naast een gedegen landschappelijke inpassing, (extra) maatregelen om de ruimtelijke kwaliteit te bevorderen. De gemeente Sint-Michielsgestel heeft dit provinciale beleid nader uitgewerkt in het beleidsdocument 'Aanvulling Structuurvisie Buitengebied Sint-Michielsgestel'. De nota legt onder meer vast hoe de omvang van de benodigde bijdrage aan de kwaliteitsverbetering van het landschap moet worden berekend en welke maatregelen ingezet mogen worden. De gekozen systematiek sluit aan bij de werkwijze van de regiogemeenten uit Noordoost-Brabant en de provincie Noord-Brabant. Analyse Voorliggend plan voorziet in de realisatie van 116 woningen in het buitengebied van Middelrode en de herinrichting van Noddevelt met de daarbij behorende planologische aanpassingen, zoals omschreven in paragraaf 1.1. De nieuwe te realiseren woonlocatie wordt landschappelijk ingepast, waarbij er rekening is gehouden met ecologische-, landschappelijke- en milieutechnische waarden. Zo zijn de nieuwe woningen zodanig gesitueerd, dat de randen van het plangebied een open karakter behouden en overal het landschap beleefbaar is. Daarnaast worden landschapselementen gerealiseerd, die bijdragen aan het landschapstype én de ecologie.
Deze aspecten leveren een ruimtelijke kwaliteitswinst op. Het omzetten van de agrarische bedrijfswoning naar een reguliere woning als gevolg van deze bestemmingswijziging leidt er daarnaast toe dat de langgevelboerderij behouden blijft. Ook wordt met de bestemmingswijziging van Agrarisch naar Tuin rondom de woonbestemming ter plaatse van Christinastraat 1, de gronden van een bestemming voorzien die passend is bij de reeds geldende woonbestemming en de beoogde woonbestemming rondom. Ook hier is rekening gehouden met een landschappelijke inpassing.
63
Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is bij de uitwerking van het stedenbouwkundig plan ook een Beeldkwaliteitplan (BKP) opgesteld. De inrichting van de buitenruimte vormt een integraal onderdeel van dit BKP. Het BKP is als bijlage 1 bijgevoegd. De uitwerking van de noodzakelijk compensatie is onderbouwd in de paragrafen 4.2.2.3 en 3.3.
4.3.4 Programma Volkshuisvesting en wonen-welzijn-zorg 2023-2027 Op 21 september 2023 heeft de gemeenteraad het Programma volkshuisvesting en wonen-welzijn-zorg 20232027 vastgesteld. Deze nieuwe visie op wonen vervangt de woonvisie uit 2016. Met dit programma zet de gemeente de koers uit voor de ontwikkeling van het wonen in Sint-Michielsgestel, Den Dungen, Berlicum, Middelrode en Gemonde. Het programma bevat een programmatische toetsingskader voor reguliere woningbouwinitiatieven, woonzorginitiatieven en benutting vrijkomende agrarische bebouwing. De nieuwe kaders van het programma volkshuisvesting zijn van toepassing op een aantal lopende plannen waaronder het voorliggende plan voor de woonlocatie Laarzicht in Middelrode. Volgens de nieuwe woonvisie moeten er binnen de gemeente Sint-Michielsgestel tot 2032 meer dan 1600 nieuwe woningen worden gerealiseerd. Deze woningen worden evenredig verdeeld over de verschillende kernen. Doelgroepenverordening gemeente Sint-Michielsgestel De gemeente Sint-Michielsgestel heeft op 23 november 2023 een doelgroepenverordening vastgesteld, die bedoeld is om de beschikbaarheid van betaalbare woningen te verbeteren. Deze verordening bepaalt dat een deel van de nieuwbouwwoningen specifiek bestemd is voor doelgroepen zoals lage- en middeninkomens.
Het doel is om de betaalbaarheid en beschikbaarheid van woningen in de regio te waarborgen, waarbij ook wordt aangesloten bij de Regionale Woondeal Noordoost Brabant. Het programma volkshuisvesting en wonen-welzijn-zorg 2023-2027 van de gemeente vormt het kader voor deze verordening, die eind november 2023 actief is geworden. Regionale Woondeal Noordoost Brabant Sint-Michielsgestel is aangesloten bij de regionale woondeal van Noordoost-Brabant. In deze woondeal werken diverse gemeenten, waaronder Sint-Michielsgestel, samen met woningcorporaties, de provincie en het Rijk om de woningbouwproductie te versnellen. Er wordt vooral ingezet op betaalbare en sociale woningbouw om de woontekorten terug te dringen, met aandacht voor specifieke doelgroepen zoals starters en senioren. Dit regionale initiatief richt zich op het creëren van nieuwe woonprojecten en het vereenvoudigen van beleidsprocedures voor snelle uitvoering, met een doelstelling om in de regio Noordoost-Brabant bijna 34.000 woningen te realiseren. Analyse Voorliggend plan voorziet in de realisatie van 116 woningen in het buitengebied van Middelrode en de herinrichting van Noddevelt met de daarbij behorende planologische aanpassingen, zoals omschreven in paragraaf 1.1.
Met het toevoegen van 116 woningen draagt voorliggend plan bij aan de gemeentelijke woningbouwbehoefte en tevens ook de regionale doelstellingen in Noordoost-Brabant. Het woningbouwprogramma in voorliggend plan betreft een gemixt programma met appartementen, rijwoningen, patiowoningen, tweekappers en vrijstaande woningen. Het gemixt mogelijk programma is voor het sociale, goedkope, middeldure en dure segment bestemd, waarbij ten minste 20% van de projectmatig gerealiseerde woningen voor het segment sociaal is bestemd. Dit programma is gebaseerd op verdeling die door de gemeente Sint-Michielsgestel is opgesteld. Op basis van de bovengenoemde maatschappelijke opgaven en demografische verandering is in het woningbouwprogramma van voorliggend initiatief ingespeeld op de woningbehoefte van eenpersoonshuishoudens, starters en ouderen, huurwoningen, kleinere en betaalbare woningen, meer gelijkvloerse woningen, appartementen grondgebonden woningen en vrije kavels. Op deze manier wordt ingespeeld op een inclusief woningaanbod dat geen afbreuk doet aan de uitgangspunten, ambities en doelstellingen, zoals opgenomen in het programma Volkshuisvesting en Wonen-Welzijn-Zorg 2023-2027, de regionale Woondeal van Noordoost-Brabant en de gemeentelijke doelgroepenverordening. Het plan Laarzicht draagt bij aan de woningbouwopgave.
Conclusie De voorgenomen ontwikkeling past binnen het programma Volkshuisvesting en Wonen-Welzijn-Zorg 2023-202 van de gemeente Sint-Michielsgestel.
64
4.3.5 Mobiliteitsbeleid In 2023 is de gemeente gestart met het opstellen van het nieuwe gemeentelijke mobiliteitsbeleid. In dit mobiliteitsplan wordt beschreven waar de gemeente Sint-Michielsgestel zich op het gebied van verkeer de komende 10 jaar voor wil gaan inzetten. In september en oktober 2023 konden inwoners hun wensen en knelpunten op het gebied van verkeer en vervoer doorgeven. Op basis van deze reacties en van de resultaten van het overleg met de gemeenteraad en verschillende stakeholders is het Programma Duurzame Mobiliteit 2045 opgesteld. Het concept van dit programma heeft van 17 juli tot en met 28 augustus 2024 ter inzage gelegen. De vaststelling van dit programma wordt eind van dit jaar verwacht. Dit programma wordt vervolgens uitgewerkt in concrete maatregelen.
4.3.6 Parapluplan Parkeren Sint-Michielsgestel Per 1 juli 2018 zijn de stedenbouwkundige bepalingen in de Bouwverordening komen te vervallen en kunnen parkeernormen alleen nog af worden gedwongen. De beoordeling/toetsing hiervan vindt in de gemeente SintMichielsgestel plaats op basis van de landelijk erkende parkeerkencijfers van het Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek (CROW). In de Beleidsregels parkeernormen Sint-Michielsgestel wordt verwezen naar de beoordeling/toetsing met behulp van de CROWkengetallen. Deze CROW kentallen zijn vertaald in de Parkeernormen Sint-Michielsgestel. Deze Beleidsregels parkeernormen Sint-Michielsgestel en de bijbehorende Parkeernormen Sint-Michielsgestel worden thans derhalve door voorliggend Parapluplan Parkeren uniform van toepassing verklaard op alle ruimtelijke plannen binnen de gemeente Sint-Michielsgestel. In lijn met het Parapluplan Parkeren van de gemeente Sint-Michielsgestel is in dit plan een bepaling opgenomen waarmee wordt geregeld dat een omgevingsvergunning slechts kan worden verleend indien voldaan wordt aan het gemeentelijk parkeerbeleid. Het plan bevat daarnaast een mogelijkheid voor het bevoegd gezag om bij een omgevingsvergunning af te wijken van de normen, mits aangetoond wordt dat dit niet zal leiden tot onvoldoende parkeergelegenheid.
Het niet in stand houden van parkeerplaatsen wordt bovendien aangemerkt als zijnde strijdig met het bestemmingsplan. Analyse Het Parapluplan Parkeren is op deze locatie en in de kern Middelrode niet van toepassing. Met voorliggend plan worden 116 woningen gerealiseerd en wordt het perceel aan Zandstraat 37 heringericht. In paragraaf 3.1.2 en paragraaf 3.2.2 is het meest recente stedenbouwkundig plan getoetst aan de gestelde parkeernormen uit de CROW-publicatie 744. Hieruit blijkt dat het plan geen afbreuk doet aan de maatregelen en doelstellingen die gemeente voor ogen heeft en dat het aantal benodigde parkeerplaatsen, ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling, binnen het plangebied gerealiseerd kan worden. Hiermee wordt voldaan aan het aspect parkeren. Conclusie Toetsing van de voorgenomen ontwikkeling aan het 'Parapluplan parkeren Sint-Michielsgestel' is niet aan de orde. Het plan voldoet wel aan de gestelde parkeernormen.
4.3.7 Welstandsnota 2013 In 2013 is de welstandsnota voor de gemeente Sint-Michielsgestel vastgesteld. In deze nota wordt een beschrijving gegeven van de algemene welstandscriteria en wordt er per deelgebied een waarderende beschrijving gegeven, die uitmondt in specifieke architectonische kenmerken met daaruit voortvloeiende welstandscriteria. Voor gebieden waar op korte termijn ontwikkelingen zijn voorzien, worden veelal gedetailleerde beeldkwaliteitplannen opgesteld. Analyse Voorliggend plan betreft onder meer de realisatie van 116 woningen ter plaatse van agrarische gronden in het buitengebied van Middelrode, waar op korte termijn ontwikkelingen zijn voorzien. In samenspraak met de gemeente is daarom een Beeldkwaliteitplan (BKP) opgesteld. Het BKP is als bijlage 1 bijgevoegd. Bij het ontwerpen van de woonwijk wordt rekening gehouden met de daarin gestelde randvoorwaarden. De bouwplannen zullen worden voorgelegd aan de commissie Ruimtelijke Kwaliteit, die aan de hand van de Welstandsnota of het beeldkwaliteitplan het plan beoordeelt. Het beeldkwaliteitsplan zal worden vastgesteld door de raad als onderdeel van de Welstandsnota. Het beeldkwaliteitsplan is daarmee leidend voor de toetsing door de commissie Ruimtelijke Kwaliteit.
65
Voorliggend plan betreft onder meer de realisatie van 116 woningen ter plaatse van agrarische gronden in het buitengebied van Middelrode, waar op korte termijn ontwikkelingen zijn voorzien. In samenspraak met de gemeente is daarom een Beeldkwaliteitplan (BKP) opgesteld. Het BKP is als bijlage 1 bijgevoegd. Bij het ontwerpen van de woonwijk wordt rekening gehouden met de daarin gestelde randvoorwaarden. In de regels van het plan is verder vastgelegd dat de bouwplannen aan het BKP moeten worden getoetst. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling past binnen het welstandsbeleid van de gemeente Sint-Michielsgestel. Met het opnemen van een BKP in het plan en de borging via de regels wordt de ruimtelijke kwaliteit van de woonwijk en de woningbouw geborgd.
66
Hoofdstuk 5 Uitvoeringsaspecten In dit hoofdstuk worden de uitvoeringsaspecten beschreven. Achtereenvolgens komen aan de orde: 1. milieu; 2. waarden; 3. waterhuishouding. Ten behoeve van de uitvoeringsaspecten zijn diverse onderzoeken uitgevoerd. Omdat het stedenbouwkundig ontwerp nog niet definitief vast lag op het moment dat de onderzoeken werden uitgevoerd is in de uitgevoerde onderzoeken uitgegaan van de realisatie van maximaal 125 woningen. Het gebruikte aantal van 125 woningen betreft daarom een worst-case scenario. Met dit bestemmingsplan wordt de realisatie van 116 woningen mogelijk gemaakt. Hiermee wordt het worst-case aantal woningen niet overschreden en kunnen de onderzoeken als representatief worden beschouwd. Gedurende de planuitwerking is de naam van het plan veranderd van 'Woonlocatie Christinastraat' naar 'Woonlocatie Laarzicht'. In de diverse (onderzoeks)rapporten, die als bijlagen bij de toelichting en regels zijn opgenomen, staat daarom nog de oude benaming vermeld.
5.1 Milieu Conform het bepaalde in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet een toetsing plaatsvinden van de voorgenomen ontwikkelingen aan de relevante milieuaspecten, teneinde het toekomstige gebruik af te stemmen op de omgeving. In deze paragraaf worden de milieuaspecten afzonderlijk beschreven.
5.1.1 Bodemkwaliteit Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Bij een ruimtelijke ontwikkeling moet worden beoordeeld of de bodemkwaliteit past bij deze nieuwe functie. Hiervoor zijn twee bodemonderzoeken uitgevoerd. Allereerst heeft Sweco ter plaatse van de agrarische percelen tussen Zandstraat, Diepven en Christinastraat een gecombineerd onderzoek uitgevoerd, bestaande uit een verkennend bodemonderzoek, een PFAS-onderzoek en een verkennend waterbodemonderzoek. Vervolgens heeft Aeres Milieu B.V. een verkennend (water)bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de gronden behorende bij Christinastraat 1, Zandstraat 37 en de woning aan Zandstraat 33.
5.1.1.1
Gecombineerd onderzoek Christinastraat te Middelrode
Om de bodemkwaliteit ter plaatse van de agrarische percelen tussen Zandstraat, Diepven en Christinastraat inzichtelijk te maken, heeft Sweco een gecombineerd onderzoek uitgevoerd, bestaande uit een verkennend bodemonderzoek, een PFAS-onderzoek en een verkennend waterbodemonderzoek: rapport Gecombineerd onderzoek Christinastraat te Middelrode 12 januari 2022; 51003380 (376802)). De rapportage is als bijlage 8 bijgevoegd. Op basis van de resultaten uit het gecombineerd onderzoek concludeert Sweco dat: in de boven- en ondergrond van de onderzoekslocatie geen verhoogde gehaltes zijn aangetoond. De bovenen ondergrond is op basis van de indicatieve toetsing aan Besluit bodemkwaliteit ‘Altijd toepasbaar’; in het grondwater licht verhoogde concentraties aan koper zijn aangetoond. Dit is te relateren aan lokaal verhoogde achtergrondwaarden; in de watergangen geen slib is aangetoond. In de vaste waterbodem zijn (bij toetsing als landbodem) geen verhoogde gehalten aangetoond. Op basis van de toetsing aan Besluit bodemkwaliteit is de waterbodem verspreidbaar op het aangrenzend perceel en toepasbaar in oppervlaktewater; de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem geen belemmering voor de voorgenomen aankoop en ontwikkeling (wonen met tuin) vormt. De geplande werkzaamheden kunnen zonder verhoogde veiligheidsklasse (= basis klasse) uitgevoerd worden.
Conclusie Op basis van het gecombineerd onderzoek vormt het aspect bodemkwaliteit ter plaatse van de agrarische percelen tussen Zandstraat, Diepven en Christinastraat geen planologische belemmering voor het plan.
67
5.1.1.2
Verkennend (water)bodemonderzoek Christinastraat (ong.) Middelrode
Om de bodemkwaliteit ter plaatse van de gronden behorende bij Christinastraat 1, Zandstraat 33 en Zandstraat 37 inzichtelijk te maken, heeft Aeres Milieu B.V. een verkennend (water)bodemonderzoek uitgevoerd: rapport Verkennend (water)bodemonderzoek Christinastraat (ong.) te Middelrode 19 april 2022; AM21507B ). De rapportage is als bijlage 9 bijgevoegd. Op basis van het Verkennend (water)bodemonderzoek Middelrode (ong.) concludeert Aeres Milieu dat: tijdens de veldinspectie op de locatie behoudens enkele intacte asbesthoudende dakbedekkingen geen waarnemingen zijn gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreiniging of bronnen van verontreiniging; plaatselijk bij het bodemonderzoek ter plaatse van drie deellocaties enkele baksteenresten in de humeuze bovengrond zijn aangetroffen; ter plaatse van de twee onderzochte sloten geen bijzonderheden zijn waargenomen. Wel is in de oostelijke sloot een humeuze, slibhoudende zandlaag van 10-20 cm aangetroffen bij het veldwerk; grondmengmonster MMB2 (boringen B09 en B18) licht verhoogd is met cadmium, koper, lood, som PCB, matig verhoogd is met minerale olie en sterk verhoogd is met zink; grondmonster D2 (boring D06 in oprit) licht verhoogd is met lood, PAK, som PCB en minerale olie. De verhoogde gehalten zijn aangetroffen in de bodemlaag waarin visueel baksteenresten waargenomen zijn.
In de overige onderzochte mengmonsters ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn geen gehalten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarden gemeten; het freatisch grondwater plaatselijk verhoogd is. De onderzochte baggerspecie bij de zuidwestelijke watergang blijkt altijd toepasbaar en bij de oostelijke watergang betreft dit klasse industrie/A (aangrenzend verspreidbaar). binnen de gehele onderzoekslocatie bij de onderzochte bovengrondmengmonsters en waterbodem geen verhoogde gehalten aan PFAS zijn gemeten (voldoet aan bodemkwaliteitsklasse Landbouw/Natuur). De resultaten van dit bodemonderzoek geven, behoudens nabij boorpunten B09 en B18, geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. Ter plaatse van deellocatie B (Christinastraat 1) dient een aanvullend bodemonderzoek plaats te vinden om vast te stellen of er een belemmering aanwezig is voor de voorgenomen herontwikkeling. Omdat ter plaatse van deze boorpunten de situatie met voorliggende ontwikkeling onveranderd blijft is op dit moment geen nader onderzoek noodzakelijk. Voor de overige onderzochte deellocaties vormt de milieuhygiënische conditie van de bodem geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling met woningbouw.
In het kader van dit onderzoek wordt verder geconcludeerd dat: er geen verkennend 'asbest in bodem' onderzoek conform de NEN 5707 verricht is naar het voorkomen van asbest in de grond en op het maaiveld. Op het maaiveld en in de vrijkomende grond zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen; ter plaatse van de oprit bij de Zandstraat 37 (boring C13) een menggranulaat onder de bestrating is aangetroffen; ter plaatse van locatie B (Christinastraat 1) de asbesthoudende dakbedekkingen op twee stallen in 2016 zijn gesaneerd. Bij de uitgevoerde maaiveldinspectie en het uitkomende bodemmateriaal bij het veldwerk zijn er geen directe aanwijzingen om ter plaatse asbest in de bodem te verwachten. Deellocatie B is derhalve als onverdacht beschouwd op het voorkomen van asbest in de bodem. ter plaatse van locatie C (Zandstraat 37), gezien de aanwezigheid van de asbesthoudende golfplatendakbedekking welke grotendeels niet voorzien is van een gootconstructie, de locatie als heterogeen verdacht op het voorkomen van asbest in de bodem is te beschouwen. Gezien het nog in gebruik zijn van deze panden wordt geadviseerd om bij beëindiging van de bedrijfsactiviteit of bij een asbestsanering een (verkennend) asbest in bodemonderzoek uit te voeren om een eventuele aanwezigheid van asbest in de bodem te onderzoeken.
Het voorliggende bodemonderzoek doet geen bindende uitspraak over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem binnen de onderzoekslocatie. Conclusie Op basis van het verkennend (water)bodemonderzoek vormt het aspect bodemkwaliteit ter plaatse van de gronden behorende bij Christinastraat 1, de woning aan Zandstraat 33 en ter plaatse van Zandstraat 37 geen planologische belemmering voor het plan. Nabij boorpunten B09 en B18 (ter plaatse van deellocatie B (Christinastraat 1)) dient echter wel een aanvullend bodemonderzoek plaats te vinden indien deze gronden op een andere wijze in gebruik worden genomen.
68
Daarnaast wordt geadviseerd om bij beëindiging van de bedrijfsactiviteit of bij een asbestsanering, ter plaatse van deellocatie C (Zandstraat 37) een (verkennend) asbest in bodemonderzoek uit te voeren. Bij het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen dient te worden aangetoond dat de grond 'schoon' is. Dit is middels een voorwaardelijke verplichting in de regels van voorliggend bestemmingsplan opgenomen.
5.1.2 Bedrijven en milieuzonering 5.1.2.1
Inleiding
Om te voorkomen dat als gevolg van het plan voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten optreden moet worden getoetst of: de voorgenomen ontwikkeling van invloed is op omliggende milieugevoelige objecten (woningen etc.) en of de voorgenomen ontwikkeling een belemmering vormt voor de bedrijfsvoering van omliggende inrichtingen; bestaande milieubelastende inrichtingen (bedrijven) van invloed zijn op de voorgenomen ontwikkeling. Basis voor deze toetsing vormt de handreiking "Bedrijven en milieuzonering" (VNG, Den Haag, 2009), waarin richtafstanden zijn opgenomen voor diverse bedrijfstypen.
5.1.2.2
Analyse
Omgevingstype Het omgevingstype van voorliggend ontwikkelingsgebied is een rustige woonwijk. In de omgeving van de nieuwe woningen is slechts van beperkte functiemenging sprake en er is weinig verstorend verkeer. De Zandstraat betreft een drukkere ontsluitingsweg, maar heeft op de nieuwe woningen weinig invloed. Invloed plan op de omgeving Woonlocatie Parkeren Door de verkeersbewegingen in en uit het plangebied en het parkeren is er kans op beperkte geluid- en lichthinder door dichtvallende autoportieren, startende auto's en koplampen voor de woningen in de nabijheid van de centrale parkeerplaatsen. Ten aanzien van licht wordt met de toepassing van ledverlichting en naar de straat gerichte armaturen hinder zoveel mogelijk voorkomen. Het gebruik van deze parkeerplaatsen beperkt zich tot de direct omwonenden. De uit het gebruik van de parkeerplaats voortvloeiende geluiden zijn in algemene zin voorkomend in een woonwijk. Om de geluidbelasting te beperken zijn tussen de parkeerplaatsen en de bestaande woningen erfafscheidingen en/of groenelementen voorzien welke de lichtinstraling en het geluid van de voertuigen beperkt. Door Kragten is een onderzoek uitgevoerd naar het geluid ten gevolge van parkeren om te onderzoek of geluidwerende maatregelen noodzakelijk zijn ter bescherming van de bestaande woningen 'Laarzicht Middelrode geluidonderzoek parkeren' (RVR002-0001, 4 april 2024).
Het onderzoek is als bijlage 10 bijgevoegd. Uit het onderzoek blijkt dat: ook bij toepassing van schermen tot een hoogte van maximaal 2 meter bij de woning Diepven 11 wordt ter plaatse van de op de parkeerplaatsen georiënteerde gevels van deze woning niet voldaan aan de richtwaarden uit stap 3 van de VNG-publicatie. het plaatsen van een scherm tussen de parkeerplaatsen en de woningen aan de Diepven 41, 56 en 58 vanuit verkeerstechnisch oogpunt (beperking toegang tot de percelen en belemmering uitzicht) niet mogelijk is. Desondanks zouden de geluidniveaus in deze concrete situatie, zowel ter plaatse van de woning aan de Diepven 11 als de woningen Diepven 41, 56 en 58 als acceptabel worden geacht aangezien: Overdrachtsmaatregelen anders dan beschreven in de vorm van geluidschermen niet wenselijk zijn. Het betreft een omgevingseigen geluidbron. Het karakter van het geluid van het gebruik van de parkeervoorziening is gelijk aan het gebruik van de nabijgelegen openbare wegen; Het aantal parkeerbewegingen in de avond- en nachtperiode zal beperkt zijn. Piekgeluiden van personenauto’s zijn algemeen geaccepteerd bij woningbouwplannen en inherent aan het wonen naast en bij elkaar. Het betreft hier parkeerplaatsen voor zowel de nieuwbouw als bestaande woningen aan de Diepven.
Gesteld wordt dat de kans op tussentijds ontwaken, gezien het zeer beperkte aantal voertuigbewegingen en de lage stijgsnelheden en de bijbehorende optredende geluidniveaus, zeer klein is.
69
Voor een goed akoestisch woon- en leefklimaat kan worden aangesloten bij de in tabel 2.17a uit het Activiteitenbesluit milieubeheer opgenomen richtwaarde voor maximale geluidniveaus in- en aanpandige gevoelige gebouwen van 45 dB(A). Gezien op de opbouw van de gevels van de woningen zal de geluidwering hiervan voldoende zijn om, uitgaande van de maximale geluidniveaus op de gevel, te voorkomen dat geluidniveaus van meer dan 45 dB(A) in de woningen optreden. Tevens vinden ter plaatse van de woning aan de Diepven 11 in de huidige situatie al parkeeractiviteiten plaats. Ten opzichte van de beoogde planologische situatie is een beperkte wijziging in plaats en aantal parkeerplaatsen beoogd en zal geen relevante verslechtering van de situatie plaatsvinden. Ter plaatse van Diepven 11 is de bebouwing aansluitend aan de parkeerplaatsen deels garage/bijkeuken (op de begane grond) en deels doof uitgevoerd (verdieping). Het plaatsen van een scherm is voor deze gevels niet noodzakelijk. Ter afscherming van de achtergevel is al een bestaande erfafscheiding aanwezig die dezelfde afschermende werking heeft voor achtergevel op de begane grond (en tuin); Voor de achtergevel op de verdieping heeft een scherm van 1,5-2 meter geen effect. Een hoger scherm is stedenbouwkundig niet gewenst.
Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat ter plaatse van de woningen een acceptabel woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Kinderspeelplaats Aan het Diepven is een kinderspeelplaats gelegen in de vorm van een trapveldje, schommels, glijbanen en klimtoestellen. Deze speelvoorziening voor de wijk is weer opgenomen in het stedenbouwkundig plan. De speelvoorziening betreft dus een bestaande situatie die geen nieuwe (milieu)hinder veroorzaakt. Warmtepompen Naast de hierboven genoemde geluidsbronnen wordt door de toepassing van warmtepompen een mogelijk een nieuwe geluidsbron toegevoegd. Vanuit het Bouwbesluit geldt dat de geluidbelasting op de erfgrens van één warmtepomp niet meer mag bedragen dan 40 dB. Omdat de grens voor een goed woon- en leefklimaat in een rustige woonwijk op 45 dB ligt wordt een goed woon- en leefklimaat voor de woningen binnen het plangebied en de bestaande woningen buiten het plangebied bij één warmtepomp voldoende geborgd. Om te voorkomen dat de geluidscumulatie van meerdere warmtepompen binnen het plangebied richting de bestaande bebouwing hinder zal veroorzaken is een onderzoek uitgevoerd: 'Laarzicht Middelrode geluidonderzoek buitenunits warmtepompen', (RVR002-0001, 4 april 2024). Het onderzoek is als bijlage 11 bijgevoegd.
Uit het onderzoek blijkt dat uitgaande van de maximale toelaatbare bronsterkte de geluidniveaus ten gevolge van de afzonderlijke units aan de eisen uit het Bouwbesluit 2012 en de gecumuleerde geluidbelasting ten gevolge van de buitenunits aan de richtwaarde uit de publicatie "Bedrijven en milieuzonering" van de VNG voldoen. Een goed woon- en leefklimaat voor de woningen binnen het plangebied en de bestaande woningen buiten het plangebied is bij toepassing van warmtepompen met buitenunits daarmee voldoende geborgd. Zandstraat 37 en paardenhouderij Het plan betreft woningbouw, de omzetting van een bedrijfswoning naar een burgerwoning en het planologisch vastleggen van de bestaande activiteiten van het agrarisch bedrijf aan Zandstraat 37. De woningbouwontwikkeling en omzetting naar burgerwoning betreffen functies zonder milieutechnische uitstraling op de omgeving. De planologische vastlegging van het nieuwe bouwvlak, de agrarische activiteiten en de nevenactiviteiten van Zandstraat 37 zorgt niet voor nieuwe milieutechnische uitstraling op bestaande (burger)woningen in de omgeving. Het nieuwe bouwvlak van het agrarisch bedrijf is op een afstand van meer dan 100 meter gelegen van de nieuwe woonlocatie. In het bijgevoegde geuronderzoek (bijlage 15) is onderzocht en onderbouwd dat er daarmee geen belemmeringen voor de nieuwe woningbouw optreden.
Door de wijziging van bedrijfswoning naar burgerwoning wijzigt de situatie wel voor de boerderij die burgerwoning wordt. In het bijgevoegde geuronderzoek (bijlage 15) is onderzocht en onderbouwd wat de invloed is en of er belemmeringen optreden. Daarnaast is met betrekking tot geluid geconstateerd dat met het opheffen van de geluidveroorzakende werkzaamheden in de schuur naast de boerderij er in de nieuwe situatie geen belemmeringen worden verwacht. Om te garanderen dat er in de toekomst met mogelijk nieuwe nevenactiviteiten een goed woon-en leefklimaat blijft bestaan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen dat middels een akoestisch onderzoek naar de geluidsuitstraling van de bedrijfsactiviteiten ter plaatse van de bestemming 'Agrarisch - Paardenhouderij' dient te
70
worden aangetoond dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat voor de burgerwoning. indien uit het onderzoek blijkt dat er geen sprake is van een goed woon- en leefklimaat voor de burgerwoning dienen passende maatregelen te worden getroffen in de vorm van een dichte schutting tussen de bestaande bedrijfsgebouwen gerealiseerd van minimaal 2 meter hoog en 10 kg/m2. In het plan zijn de volgende planologische maatregelen vastgelegd om een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van woning te garanderen: opnemen van zone waarin geen nieuwe dierverblijven mogen komen; uitsluitend toestaan van opslag ter plaatse van de aanduiding 'opslag' (waar uitsluitend opslag mag plaatsvinden om geluidhinder te voorkomen) zodat er een voldoende woon-en leefklimaat is ter plaatse van de nieuwe reguliere woning. Invloed omliggende inrichtingen op plan Hieronder is een overzicht van de niet-agrarische bedrijven in de directe omgeving opgenomen, de bijbehorende SBI-code, de milieucategorie en de bijbehorende richtafstand, alsmede de werkelijke afstand tot het dichtstbijzijnde milieugevoelige object binnen het plangebied. bedrijf
SBI-code
categorie
Haffertsestraat 21: autodealer Haffertsestraat 27-A: autodealer Brugstraat 9: groothandel in stoffen Dreef 6: woonwinkel Molenstraat 8a:porseleinwinkel Kennedystraat 32: elektricien
45 45 46.41 47 47 43
2 2 2 1 1 2
richtafstand 30 m 30 m 30 m 10 m 10 m 30 m
werkelijke afstand 330 m 400 m 500 m 500 m 220 m 30 m
Uit bovenstaande tabel blijkt dat de ontwikkeling niet binnen de richtafstand van de in de omgeving aanwezige bedrijven is gelegen en de bedrijven dus geen belemmering vormen voor de ontwikkeling. Daarnaast bevindt zich op circa 500 meter van het plangebied een bedrijventerrein. De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor dienstverlening en bestaande bedrijven in categorie 3 en nieuwe bedrijven in de categorie 1 en 2 dan wel 3.1, met dien verstande dat voor het gebied met de aanduiding ‘overige zone – bedrijventerrein de ploeg noord’ alleen bestaande bedrijven in categorie 3 en bedrijven in de categorie 1 en 2 zijn toegestaan. Voor bedrijven met een categorie 3.1 geldt een richt afstand van 50 meter. Het plangebied ligt op circa 500 meter van het bedrijventerrein. De nieuwe woonlocatie ligt buiten de richtafstanden van zowel het bedrijventerrein als de omliggende bedrijven. Hiermee vormt het plan geen belemmering voor de omliggende bedrijven en andersom zorgen de omliggende bedrijven niet tot belemmering van de beoogde ontwikkeling. In de directe nabijheid van de nieuwbouwontwikkeling zijn wel agrarische bedrijven gelegen. In paragraaf 5.1.4 worden de mogelijke belemmeringen met betrekking tot geur nader onderbouwd.
5.1.2.3
Conclusie
Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen planologische belemmering voor het plan.
5.1.3 Externe veiligheid 5.1.3.1
Inleiding
Bij het mogelijk maken van nieuwe gevoelige functies is het aspect externe veiligheid van belang. Dit heeft betrekking op inrichtingen, buisleidingen en transportroutes waar een ongeval met gevaarlijke stoffen kan plaatsvinden, met fatale gevolgen voor personen die geen directe relatie hebben tot de risicovolle activiteit. Aangezien het plan nieuwe kwetsbare objecten bevat en het aantal personen dat binnen het plangebied verblijft toeneemt, is het noodzakelijk nader in te gaan op het aspect externe veiligheid.
71
5.1.3.2
Beoordelingskader
Het kader voor het beoordelen van externe veiligheid bestaat met name uit: Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt daarnaast getoetst aan de van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit onder meer het Activiteitenbesluit en het Besluiten algemene regels ruimtelijke ordening. Kernbegrippen In het beoordelingskader staan twee kernbegrippen centraal: Plaatsgebonden risico: Het plaatsgebonden risico geeft de kans, op een bepaalde plaats, van overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het plaatsgebonden risico kan op een kaart worden weergegeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten met eenzelfde plaatsgebonden risico verbinden. Voor ruimtelijke ontwikkelingen is de risicocontour van 10-6/jaar het meest relevant. Binnen deze contour mogen geen nieuwe kwetsbare objecten gerealiseerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt deze contour niet als grenswaarde, maar als richtwaarde. Groepsrisico: Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang (10 personen of meer).
Het groepsrisico wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit en kent geen vaste norm, maar een oriëntatiewaarde (= '1'). Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Dit houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Verantwoordingsplicht groepsrisico Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre eventuele externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag (veelal de gemeente), waardoor het externe veiligheidsaspect wordt meegewogen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moeten komen. In onderstaand overzicht (volgend uit de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico) zijn de onderdelen van de verantwoording nader uitgewerkt en toegelicht. Bron Inrichtingen (Bevi) Buisleidingen (Bevb)
Transportroutes (Bevt)
Wanneer en opzet verantwoording groepsrisico Altijd wanneer er binnen een invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt genomen. Altijd wanneer er binnen een invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt genomen. Er kan echter worden volstaan met een beperkte verantwoording wanneer: 1) het groepsrisico lager is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, of 2) de toename minder is dan 10% en de oriënterende waarde niet wordt overschreden, of 3) personen zich buiten de 100% letaliteitgrens bevinden. Bij een beperkte verantwoording hoeven alleen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid beschouwd te worden. Altijd wanneer er binnen een invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt genomen. Er kan echter worden volstaan met een beperkte verantwoording wanneer: 1) het groepsrisico lager is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, of 2) de toename minder is dan 10% en de oriënterende waarde niet wordt overschreden, of 3) personen zich buiten de 200 meter-zone bevinden. Bij een beperkte verantwoording hoeven alleen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid beschouwd te worden.
Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het 'restrisico' dat overblijft nadat benodigde de veiligheidsverhogende maatregelen genomen zijn.
72
5.1.3.3
Analyse
Quickscan externe veiligheid Om de risico’s vanuit externe veiligheid voor de ontwikkeling als gevolg van activiteiten in de directe omgeving te inventariseren heeft bureau Kragten een quickscan externe veiligheid uitgevoerd: rapport 'Quickscan Externe Veiligheid Woonlocatie Christinastraat-Middelrode' (6 oktober 2022; RVR002). Het rapport is als bijlage 12 bijgevoegd. Bureau Kragten concludeert dat: Het plangebied niet binnen een invloedsgebied van een waterweg, weg of spoorweg ligt waarover structureel transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De risico's als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over het water, de weg en het spoor vormen geen belemmering voor de planontwikkeling. Een verantwoordingsplicht is niet aan de orde. Het plangebied binnen de 1% letaliteitsafstand van 3 hogedrukaardgasleidingen ligt. De invloed van het plan op de hoogte van het groepsrisico van deze buisleidingen moet middels een CAROLA-berekening inzichtelijk worden gemaakt. Tevens dienen de risico’s als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen meegenomen te worden in de verantwoording van het groepsrisico. Het plangebied niet binnen een invloedsgebied van een risicovolle inrichting ligt, waardoor de risico’s als gevolg van het transport van inrichtingen geen belemmering vormen voor de planontwikkeling. Een verantwoordingsplicht is niet aan de orde.
Externe veiligheid buisleidingen Het plangebied ligt binnen de 1% letaliteitsafstand van 3 hogedrukaardgasleidingen. Om die reden heeft bureau Kragten de invloed van het plan op de hoogte van het groepsrisico van deze buisleidingen middels een CAROLAberekening inzichtelijk gemaakt : rapport 'Externe Veiligheid buisleidingen Woonlocatie ChristinastraatMiddelrode' (6 oktober 2022; RVR002). Het rapport is als bijlage 13 bijgevoegd Onderzocht is of de nabijgelegen hogedruk aardgasleidingen een belemmering vormen voor de planontwikkeling. Tevens is bepaald welke effecten de plannen hebben op de hoogte van het groepsrisico van de betreffende buisleidingen. De berekeningen hebben overeenkomstig de voorschriften plaatsgevonden met het rekenprogramma CAROLA. Uit de berekening volgt dat het plangebied niet is gelegen binnen een plaatsgebonden 10-6-risicocontour van een buisleiding. Het plangebied ligt binnen de 1% letaliteitsafstand van een of meerdere hogedruk aardgasleidingen. De invloed van het plan op de hoogte van het groepsrisico voor deze buisleidingen is bepaald. Voor deze buisleidingen is de hoogte van het groepsrisico zowel vóór als ná planrealisatie berekend. Uit deze berekeningen blijkt dat zowel in de huidige als in de toekomstige situatie geen groepsrisico wordt berekend voor de buisleidingen A-525-deel-1 en A-526-deel-1.
Voor buisleiding A-527-deel-1 is zowel in de huidige als toekomstige situatie sprake van een groepsrisico dat kleiner is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde. De planvorming leidt niet tot een toename van het groepsrisico van buisleiding A-527-deel-1. In artikel 12 lid 3 van het Besluit externe veiligheid buisleidingen juncto artikel 8 van de Regeling externe veiligheid buisleidingen is opgenomen wanneer sprake is van het verantwoorden van het groepsrisico. In onderhavige situatie is sprake van een beperkte verantwoording voor de hogedrukaardgasleidingen. Voor een verantwoording van het groepsrisico moet door het bevoegd gezag advies worden gevraagd bij de regionale brandweer/Veiligheidsregio. Verantwoording hoogte groepsrisico Daarnaast heeft bureau Kragten een verantwoordingsplicht opgesteld: rapport 'Verantwoording hoogte groepsrisico Woonlocatie Christinastraat-Middelrode' (6 oktober 2022; RVR002). Het rapport is als bijlage 14 bijgevoegd. Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen zijn getroffen om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag.
Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten verplicht het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moeten komen. Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) geeft de regionale brandweer/Veiligheidsregio een wettelijke adviestaak bij het invullen van de verantwoordingsplicht. Het advies van de regionale brandweer/ Veiligheidsregio gaat vooral over het groepsrisico en mogelijkheden om een ramp of zwaar ongeval te voorkomen of de omvang
73
ervan te beperken en de zelfredzaamheid van personen te vergroten. Op 20 december 2021 heeft de Brandweer Brabant-Noord haar advies opgesteld. Dit advies is als bijlage behorende bijlage 14 opgenomen. Advies veiligheidsregio De Veiligheidsregio concludeert onder meer dat het beste ingezet kan worden op het voorkomen van secundaire branden en optimaliseren van de zelfredzaamheid. De Veiligheidsregio geeft het volgende mee: Pas in het ontwerp van de woningen zo veel mogelijk niet-brandbare materialen toe in de delen gericht naar de buisleidingen. Informeer nieuwe bewoners actief over het aanwezig risico en handelingsperspectief. (vluchten van de buisleidingen af onder dekking van andere woningen - schuttingen- bomen en struiken). Probeer in het beeldkwaliteitplan (gebruik materialen) en stedenbouwkundig ontwerp (vluchtmogelijkheden) rekening te houden met beide bovengenoemde adviezen.
5.1.3.4
Conclusie
Het aspect externe veiligheid vormt geen planologische belemmering voor het plan.
5.1.4 Geurhinder veehouderijen 5.1.4.1
Inleiding
Bij ruimtelijke ontwikkelingen nabij agrarische bedrijven is het aspect geurhinder van belang. Er moet worden aangetoond dat het plan geen belemmering vormt voor agrarische bedrijven en dat sprake is van een goed woonen leefklimaat ter plaatse van het plan.
5.1.4.2
Analyse
Om uit te sluiten of er al dan niet sprake is van inbreuk op de milieurechten van bestaande veehouderijen en of de planontwikkeling geen inbreuk veroorzaakt op de planologische geurruimte van de bestaande veehouderijen, heeft bureau Kragten een Agrarisch geuronderzoek uitgevoerd: rapport: 'Agrarisch Geuronderzoek Woonlocatie Christinastraat te Middelrode', 20 januari 2023; RVR002). Tevens is in dit onderzoek onderzocht of ter plaatse van de planontwikkeling een voldoende woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd als gevolg van de voorgronden achtergrondgeurbelasting. Het rapport is als bijlage 15 bijgevoegd. Bureau Kragten concludeert : Beoordeling milieurechten en planologische rechten De planontwikkeling maakt geen inbreuk op de milieurechten en planologische geurruimte van de veehouderij aan het Laar 31, Oud Laar 17, Dreef 3 en 4 en Zandstraat 36, 51 en 57. Beoordeling milieu- en planologische rechten - veehouderij Zandstraat 37 De nieuwbouwontwikkeling maakt geen inbreuk op de milieurechten van de veehouderij aan de zandstraat 37. De om te zetten bedrijfswoning aan de Zandstraat 37 is wel binnen de 40 meter contour gelegen. Hierbij is dus sprake van aantasting van de vigerende milieurechten van de veehouderij. Conform de geurverordening wordt wel aan de minimale afstand van 25 meter tussen dierenverblijven en geurgevoelige objecten voldaan.
Waardoor er ter plaatse van de woning sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De inrichtingshouder van de veehouderij aan de Zandstraat 37 heeft aangegeven in te stemmen met deze situatie en is zich er van bewust dat bij een nieuwe milieuvergunning er aan een afstand van 50 meter tussen dierenverblijven en geur gevoelige objecten moet worden voldaan. Aan het bevoegd gezag wordt verzocht om de situatie die nu ontstaat door de het omzetten van de bedrijfswoning naar een burgerwoning te dogen aangezien er wordt voldaan aan de 25 meter uit de geurverordening voor de beoordeling van het woon- en leefklimaat. De nieuwbouwontwikkeling maakt geen inbreuk op de planologische geurruimte van de veehouderij aan de Zandstraat 37. De om te zetten bedrijfswoning naar reguliere woning aan de Zandstraat 37 is wel binnen de 50 meter contour gelegen. De inrichtingshouder van de veehouderij is hiervan op de hoogte en heeft aangegeven dat de uitbreiding van de dierenverblijven enkel aan de noordzijde van de bestaande stallen zullen worden gerealiseerd waardoor voldaan zal worden aan de 50 meter conform de geurverordening. Beoordeling woon- en leefklimaat De berekende voorgrondgeurbelasting ten gevolge van de veehouderij aan de Dreef 4 bedraagt ten hoogste 2,0 OUE/m³ ter plaatse van de rand van de nieuwbouwontwikkeling binnen het plangebied.