CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

BH7677_foto van de leefomgeving_Boxtel_definitief_versie_3.pdf

Informatie-/uitwisselingsbijeenkomst raad Boxtel 27 juni 2023, gemeente boxtelBij agendapunt: Uitnodiging informatie-/uitwisselingsbijeenkomst Omgevingsvisie29.464 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

27 maart 2023

BH7677-MI-RP-230327-1129

28

Projectgerelateerd

Figuur 3-5: Aantal elektrische personenauto's per 1.000 inwoners in de gemeente Boxtel ten opzichte van provincie Noord-Brabant [Rijksdienst voor het Wegverkeer, 2021]

Figuur 3-6 Aantal (semi)publieke laadpalen per 1.000 inwoners in de gemeente Boxtel ten opzichte van de provincie Noord-Brabant [Rijkswaterstaat, 2021]

Modal split fiets Voor wat betreft de modal split van de fiets (aandeel verplaatsingen per fiets per dag als percentage van het totaal aantal verplaatsingen) kan gesteld worden dat de modal split in de gemeente Boxtel op 33,7% ligt in 2020. Dit ligt hoger dan het gemiddelde van de provincie Noord-Brabant van 25,2% [CROW, 2020]. Voor de gemeente Boxtel is er in 2020 een toename van de modal shift van de fiets te zien, na een dalende trend sinds 2015. Deze daling is mogelijkerwijs beïnvloed door de coronapandemie, waardoor men onder andere meer thuis heeft gewerkt. Voor de provincie Noord-Brabant is de modal shift van de fiets ongeveer gelijk gebleven in de afgelopen jaren. Verplaatsingen met de fiets worden gezien als duurzame manier van transport en vallen daardoor onder duurzame mobiliteit [CE Delft, 2018].

27 maart 2023

BH7677-MI-RP-230327-1129

29

Projectgerelateerd

Conclusie De huidige situatie is beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘rood’, omdat de gemeente Boxtel op de meeste indicatoren gelijk of slechter scoort dan het provinciale gemiddelde. Autonome ontwikkeling De opkomst van nieuwe technologieën en verdergaande digitalisering heeft invloed op de mobiliteit. De opkomst van slimme, zelfrijdende voertuigen en het delen van vervoermiddelen zijn daar voorbeelden van. Tot 2030 is het de verwachting dat het aandeel auto’s die deels of geheel automatisch rijden nog niet zo groot is dat er substantiële veranderingen in het wegbeeld gaan optreden 1 [De Zwarte Hond, Goudappel Coffeng, Tauw, Rebel, 2017]. In het voorjaar van 2020 werden in Nederland ruim 64.000 deelauto’s aangeboden. Dat is een flinke toename (26%) ten opzichte van 2019 [KiM, 2021]. De groei van autodelen manifesteert zich voornamelijk in de G4-steden. De verwachting is dat dit de komende jaren sterk door zal groeien. De mobiliteitseffecten van autodelen worden kleiner verondersteld dan het effect op ruimtegebruik (minderparkeerplaatsen nodig). Autodelers maken vaak minder gebruik van de auto, vaak zijn het ook mensen die anders geen auto zouden gebruiken. Mensen die veel autorijden zijn minder geneigd om te delen, omdat dat niet praktisch wordt bevonden 2 [De Zwarte Hond, Goudappel Coffeng, Tauw, Rebel, 2017].

Voor personenvervoer zijn substantiële positieve effecten van nieuwe ontwikkelingen als zelfrijdende auto’s en autodelen op de bereikbaarheid in 2030 niet te verwachten. Het slimmer delen en combineren van ladingen kan in het goederenvervoer mogelijk nog wel winst opleveren, waardoor minder vrachtverkeer nodig is 3 [De Zwarte Hond, Goudappel Coffeng, Tauw, Rebel, 2017]. De gemeente Boxtel vormt, samen met tien andere gemeenten en twee waterschappen, onderdeel van de regio Noordoost-Brabant. Overheden hebben in het klimaatakkoord afgesproken om een landsdekkend geheel van zogenaamde Regionale Mobiliteitsprogramma’s te ontwikkelen. Dit betekent dat elke regio verplicht is om een mobiliteitsprogramma op te stellen. Dit programma wordt als instrument gezien om op regionale schaal ‘’toekomstbestendige bereikbaarheidsoplossingen te realiseren die bijdragen aan de transitie naar een duurzaam en zorgeloos mobiliteitssysteem’’ [VNG, 2020]. In 2020 heeft de regio Noordoost-Brabant het Regionaal Mobiliteitsprogramma Noordoost-Brabant 20202023 vastgesteld.

In dit programma zijn vijf hoofdopgaven geformuleerd die uitgewerkt zijn in vijf programma’s [Regio Noordoost Brabant, 2020a]: • Duurzame bereikbaarheid en robuuste netwerken • Slimme en efficiënte mobiliteit • Veilige mobiliteit • Versterking vitale leefomgeving en klimaat • Versterking vestigingsklimaat en verstedelijkingsstrategie In de afgelopen jaren is al een aantal projecten geïnventariseerd en opgezet. Hierin komt onder andere Onderzoek Snelfietsroute Oisterwijk – Boxtel als project terug. De komende tijd zullen de deelprogramma’s nader uitgewerkt wordt. In 2019 is de gemeente gestart met de MObiliteitsVisiE tot 2031, afgekort MOVE’31. In deze visie staat: • Wat de gemeente wil bereiken en waar ze staat als het gaat om mobiliteit; 1

De verwachting is dat deze effecten gaan optreden als 25-40% van alle auto’s deels of gedeeltelijk automatisch rijden. Ibid. 3 Ibid. 2

27 maart 2023

BH7677-MI-RP-230327-1129

30

Projectgerelateerd

•

Hoe de gemeente omgaat met trends en ontwikkelingen die MOVE ’31 raken;

•

Een voorkeursvariant voor de verbindingsweg tussen de A2 en de N618 en een agenda om dit te realiseren; Een beeld van hoe de hoofdwegenstructuur er in 2031 uitziet, met een doorkijk naar 2050; Of en zo ja welke beleidsprioriteiten en -voorkeuren er zijn om de visie om te zetten in beleid.

• •

In 2014 is de conceptversie ter inzage gelegd. Op dit moment is de visie nog niet definitief vastgesteld. In de Tweede Bestuursrapportage 2021 van de gemeente is opgenomen dat de raadsopdracht voor MOVE’31 is gewijzigd en dat er wordt gewerkt aan een actualisatie van het verkeersbeleid, waarin de kwaliteit van de leefomgeving nadrukkelijk betrokken wordt. Om de gewijzigde aanpak te accentueren, krijgt het plan een nieuwe naam. Een van de onderdelen die in deze vernieuwde aanpak terugkomt, is de landelijke ambitie om in de bebouwde kom meer wegen van 50 naar 30-km per uur. Omdat dit nog niet definitief is, wordt dit niet als autonome ontwikkeling meegenomen. Conclusie De autonome ontwikkeling is beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘rood’, gelijk aan de huidige situatie. Dit omdat de gemeente als onderdeel van de Regio Noordoost Brabant werkt aan duurzame mobiliteit. Er zijn nog geen concrete maatregelen benoemd die ingezet worden om dit te bewerkstelligen, maar het is aannemelijk dat dit in de toekomst zal komen. Doorkijk 2040 De verwachting is dat technologische ontwikkelingen op het gebied van mobiliteit na 2030 verder door ontwikkelen, waardoor duurzame vormen van vervoer steeds vaker voor zullen komen. Het is daardoor aannemelijk dat het kwaliteitsniveau op het vlak van duurzame en slimme mobiliteit na 2030 verder verbetert.

Voor de gemeente Boxtel bestaat de kans dat er een steeds grotere achterstand op het provinciale gemiddelde ontstaat.

27 maart 2023

BH7677-MI-RP-230327-1129

31

Projectgerelateerd

3.2.3

Doorstroming en bereikbaarheid

Indicatoren en kwaliteitsniveaus Doorstroming en bereikbaarheid Status gebruikte informatie Beschikbare referentiewaarden

Kwantitatief • Gemiddelde afstand van woningen tot hoofdwegennet [CBS, 2022a] • Aanwezigheid van knelpunten in doorstroming [Noord-Brabant, 2022] Benchmarking op basis van de gemiddelde afstand tot hoofdwegennet en expert judgement op basis van de mate van doorstroming op binnenstedelijke wegen

Schaallat kwaliteitsniveaus Groen Oranje Rood

De afstand tot hoofdverkeerswegen is kleiner dan het gemiddelde van de provincie Noord-Brabant en er zijn geen knelpunten met betrekking tot de doorstroming De afstand tot hoofdverkeerswegen is vrijwel gelijk aan het gemiddelde van de provincie Noord-Brabant en er zijn enkele knelpunten met betrekking tot de doorstroming De afstand tot hoofdverkeerswegen is groter dan het gemiddelde van de provincie Noord-Brabant en er zijn veel knelpunten met betrekking tot de doorstroming

Huidige situatie Afstand tot hoofdweg De autobereikbaarheid is gedefinieerd als de afstand in kilometers tot een oprit van een provinciale- of rijksweg (hoofdverkeersweg). In de gemeente Boxtel is deze gemiddelde afstand 1,8 kilometer (in 2021). Tabel 3-3: Gemiddelde afstand tot hoofdweg in 2021 [CBS, 2022a]

Afstand tot oprit hoofdverkeer

Gemeente Boxtel

Provincie Noord-Brabant

1,8 km

2,1 km

Doorstroming Doorstroming is de mate waarin het verkeer zich vlot kan verplaatsen over een infrastructuur. De doorstroming wordt onder meer bepaald door de verkeersintensiteit, de inrichting van de weg en het aantal conflicten met andere verkeersstromen. In Figuur 3-7 en Figuur 3-8 is weergegeven waar knelpunten in de doorstroming van wegverkeer plaatsvinden tijdens de ochtend- en avondspits. De kaarten tonen de knelpunten op het RVM-netwerk (regionaal verkeersmanagement-netwerk). Er is sprake van een knelpunt als de gemiddeld gereden snelheid in de avondspits (16 - 18 u) lager is dan de streefsnelheid die voor dat wegvak geldt. De streefsnelheid is afhankelijk van de wettelijke snelheid en prioriteit die het wegvak heeft in het netwerk. Bijvoorbeeld: een 80km-weg met prioriteit 2 heeft een streefsnelheid van 55 km/u, terwijl een 100km-weg met prioriteit 2 een streefsnelheid heeft van 80 km/u [Noord-Brabant, 2022]. Uit de kaarten blijkt dat er op een aantal plekken binnen Boxtel knelpunten zijn in de ochtend en avondspits: • De op- en afritten van de A2 bij afslag 25 en aansluitend bij het kruispunt van de Bosscheweg; • De op- en afritten van de A2 bij afslag 26 en aansluitend het viaduct (Keulsebaan); • Een stukje verderop op de Keulsebaan bij rotonde De Goor; • En aan het einde van de Keulsebaan bij rotonde Boseind, bij bedrijventerrein Ladonk.

27 maart 2023

BH7677-MI-RP-230327-1129

32

Projectgerelateerd

Figuur 3-7: Knelpunten in de doorstroming op het RVM-netwerk tijdens de ochtendspits [Noord-Brabant, 2022]

Figuur 3-8: Knelpunten in de doorstroming op het RVM-netwerk tijdens de avondspits [Noord-Brabant, 2022]

27 maart 2023

BH7677-MI-RP-230327-1129

33

Projectgerelateerd

Conclusie De huidige situatie is beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’, omdat de A2 vlak langs Boxtel loopt maar er enkele knelpunten zijn met betrekking tot de doorstroming. Autonome ontwikkeling Algemene trends Nieuwe technologieën als drones, kleine elektrische bezorgvoertuigen, toename van milieuzones, opkomst van nul-emissiezones en toenemende e-commerce zorgen naar verwachting voor nieuwe logistieke concepten in steden. In drukke stedelijke gebieden is in de toekomst een prominentere rol voor de fiets voorzien en krijgt de auto een minder prominente plek in het beleid. De elektrische fiets ontwikkelt zich tot een aantrekkelijk alternatief voor middellange afstanden voor zowel auto als OV. Een extra stimulans om vaker de fiets of e-bike te gebruiken is een toename van snelfietspaden. In het mobiliteitssysteem blijft de auto vooralsnog de meest gebruikte modaliteit, al is de verwachting dat de modal split verandert en het openbaar vervoer procentueel gezien iets sterker toeneemt. De situatie in Boxtel Op dit moment wordt er gewerkt aan Het Maatregelenpakket PHS Boxtel. Het Maatregelenpakket PHS Boxtel komt voort uit het Gemeentelijke Verkeers- en Vervoersplan (GVVP) en uit het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) van het Rijk.

Door de toename van spoor- en wegverkeer worden de problemen rond het huidige knelpunt bij de dubbele spoorwegovergang Tongersestraat steeds groter. Dit heeft gevolgen voor de omwonenden van het spoor, de gebruikers van de spoorwegovergangen, de betrouwbaarheid van het spoor en de bereikbaarheid. Het maatregelenpakket geeft tevens de mogelijkheid om al bestaande knelpunten in Boxtel op te lossen. Er wordt onder andere gewerkt aan: • Verbindingsweg Ladonk-Kapelweg (VLK): De bereikbaarheid van Boxtel en van het bedrijventerrein Ladonk is van groot belang voor inwoners, bezoekers en bedrijven. De gemeente ziet dat de doorstroming op de Keulsebaan op sommige momenten niet goed is en wil dit gaan veranderen, zodat het verkeer in de toekomst goed kan doorstromen en het bedrijventerrein Ladonk en Boxtel een goede ontsluiting hebben. Het nieuwe ontwerpbestemmingsplan Verbindingsweg LadonkKapelweg, de ontwerp-verkeersbesluiten tot sluiting van de dubbele spoorwegovergang Tongersesetraat en Kapelweg en het ontwerp-besluit Hogere waarden Wet geluidhinder, hebben vanaf 11 februari 2022 ter inzage gelegen. Zo’n 40 partijen (omwonenden, bedrijven, instanties, stichtingen, verenigingen etc.) hebben een zienswijze ingediend. Alle zienswijzen zijn samengevat en van een gemeentelijke reactie voorzien in een integrale nota van zienswijzen.

Op basis hiervan heeft het college van burgemeester en wethouders op 14 juni 2022 het volgende besloten: o Sluiting van de dubbele spoorwegovergang Tongersestraat voor gemotoriseerd verkeer (verkeersbesluit); o Sluiting van de spoorwegovergang Kapelweg voor gemotoriseerd verkeer (verkeersbesluit); o Het vaststellen van hogere waarden Wet geluidhinder voor enkele woningen nabij de nieuwe VLK • Keulsebaan en Fietsonderdoorgang: Voor buurtschap Tongeren is de bereikbaarheid en het beperken van een toename van verkeer door het gebied belangrijk. De gemeente wil de bereikbaarheid van Tongeren na sluiting van de dubbele spoorwegovergang borgen en maatregelen treffen om doorgaand verkeer te ontmoedigen. Op 3 augustus 2022 heeft De Raad van State uitspraak gedaan over het bestemmingsplan Keulsebaan en het bestemmingsplan Fietsonderdoorgang Tongersestraat. Door beide bestemmingsplannen gaat nu een streep. De gemeente gebruikt komende tijd om de overwegingen en consequenties goed te bestuderen.

27 maart 2023

BH7677-MI-RP-230327-1129

34

Projectgerelateerd

Conclusie De autonome ontwikkeling is beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’, een verbetering ten opzichte van de huidige situatie. Dit omdat de gemeente Boxtel maatregelen neemt die de bereikbaarheid plaatselijk zullen verbeteren. Doorkijk 2040 De verwachting is dat nieuwe technologieën als autonoom rijden, verdergaande digitalisering, kleine elektrische verzorgvoertuigen, e-bikes na 2030 verder wortel schieten. Dat biedt kansen voor een intelligenter en efficiënter verkeer- en vervoerssysteem en daardoor verbetering van doorstroming en autobereikbaarheid. In hoeverre de infrastructuur uitgebreid wordt om de afstand tot hoofdverkeerswegen en de doorstroming te verbeteren is afhankelijk van het beleid na 2030.

27 maart 2023

BH7677-MI-RP-230327-1129

35

Projectgerelateerd

3.3

Openbaar vervoer

3.3.1

Ontsluitingskwaliteit OV

Indicatoren en kwaliteitsniveaus Ontsluitingskwaliteit OV Status gebruikte informatie Beschikbare referentiewaarden

Kwantitatief • PTAL-score (ontsluitingskwaliteit OV) [CROW, 2019] • Afstand tot treinstation [CBS, 2022a] Benchmarking op basis van de afstand tot treinstation ten opzichte van het landelijk gemiddelde en ontsluitingskwaliteit openbaar vervoer (PTAL-score) ten opzichte van de landelijke PTAL-score

Schaallat kwaliteitsniveaus Groen

Oranje

Rood

De gemiddelde afstand tot een treinstation in Boxtel is kleiner dan het landelijk gemiddelde en de ontsluitingskwaliteit in Boxtel is beter dan gemiddeld genomen over Nederland (PTAL-score ligt boven het landelijk gemiddelde). De gemiddelde afstand tot een treinstation in Boxtel ligt rond het landelijk gemiddelde en de ontsluitingskwaliteit in Boxtel ligt rond het landelijke gemiddelde (PTAL-score ligt rond het landelijk gemiddelde). De gemiddelde afstand tot een treinstation in Boxtel is groter dan het landelijk gemiddelde en de ontsluitingskwaliteit in Boxtel is slechter dan gemiddeld genomen over Nederland (PTAL-score ligt onder het landelijk gemiddelde).

Huidige situatie De gemeente Boxtel heeft één treinstation, gelegen aan twee spoorlijnen: Tilburg Universiteit – Weert (spoorlijn 6400) en ‘s-Hertogenbosch – Deurne (spoorlijn 4400). De gemiddelde afstand tot een treinstation ligt in de gemeente Boxtel op 2,3 kilometer (in 2020). Dit ligt fors lager dan het provinciale gemiddelde van 6,1 kilometer [CBS, 2022a]. De Public Transport Accessibility Level (PTAL) geeft een indicatie van de ontsluitingskwaliteit van het openbaar vervoer, middels een score. Dit wordt gedaan op basis van vier indicatoren: • Looptijd naar een halte of fietstijd naar een station; • Het aantal en soort modaliteiten; • Frequentie van de modaliteiten; • Betrouwbaarheid van de modaliteiten. Een PTAL-score van tussen de 0-2,5 wordt gezien als slecht ontsloten, de maximale score is 40 wat aangeeft dat een gebied uitmuntend ontsloten is. De Nederlandse gemeente met de hoogste PTAL-score is Amsterdam (15,66), terwijl het Nederlandse gemiddelde 7,57 is [CROW, 2019]. De PTAL-score voor Boxtel is 4,82, dit ligt lager dan het gemiddelde van 5,31 voor de RES-regio Noordoost-Brabant en het landelijk gemiddelde. In onderstaande figuur is de PTAL-score ruimtelijk verbeeld. Hieruit blijkt dat met name de kernen rondom Boxtel een lage PTAL-score hebben, en daardoor slecht ontsloten zijn.

Dit komt doordat deze kernen niet beschikken over een treinstation en er naar verwachting minder bushaltes zijn. De kern Boxtel scoort daarentegen beter dan de omgeving met een PTAL-score tussen de 5-15 relatief ‘goed’ in vergelijking tot de rest van de gemeente [CROW, 2019].

27 maart 2023

BH7677-MI-RP-230327-1129

36

Projectgerelateerd

Figuur 3-9: Ontsluitingskwaliteit van het openbaar vervoer op basis van de PTAL-score [CROW, 2019]

Conclusie De huidige situatie is beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’, omdat de gemiddelde afstand tot een treinstation lager ligt dan gemiddeld en de PTAL-score slechter scoort dan het landelijke gemiddelde. Autonome ontwikkeling De Provincie Noord-Brabant heeft een beleidskader mobiliteit, koers 2030 opgesteld. In dit kader geeft de Provincie richting aan het mobiliteitssysteem van de toekomst via ambities en doelen. De Provincie wil het aantal ketenreizen verdubbelen, wat inhoudt dat mensen overstappen van het ene vervoermiddel op het andere, dus bijvoorbeeld fiets-trein of fiets-bus. Door beschikbare en betrouwbare real time reisinformatie tracht de provincie het openbaar vervoer aantrekkelijker te maken. Ook wil de provincie de kwaliteit van ketenreizen verbeteren door de snelheid en het comfort aan te pakken [Provincie Noord-Brabant, 2020b]. Conclusie De autonome ontwikkeling is beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’, gelijk aan de huidige situatie. Dit omdat er vanuit de provincie Noord-Brabant ingezet wordt op verbeterde ketenmobiliteit maar de gemeente Boxtel hier geen specifiek beleid op heeft. Hierdoor is het niet aannemelijk dat de situatie autonoom verder verbetert. Doorkijk 2040 Het is aannemelijk dat de verduurzamingstrend na 2030 doorzet en meer mensen gebruik maken van het openbaar vervoer.

In hoeverre het beleid na 2030 ingaat op het verbeteren van de infrastructuur ten behoeve van openbaar vervoer is onduidelijk. 27 maart 2023

BH7677-MI-RP-230327-1129

37

Projectgerelateerd

4

Thema ‘krachtige economie’

In onderstaande tabel is een samenvatting van de beoordelingen van de huidige situatie en autonome ontwikkelingen van de aspecten binnen het thema ‘krachtige economie’. Subthema

Aspect

Kwaliteitsniveau Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Arbeidsmarkt

Werkgelegenheid en arbeidsmarkt

↘

Vestigingsklimaat

Werklocaties

↗

Kennis en innovatie

Kennis en innovatie

Aspect is kwalitatief ingevuld

Toerisme en recreatie

Toerisme en recreatie

Aspect is kwalitatief ingevuld

Duurzame landbouw

Duurzame landbouw

Aspect is kwalitatief ingevuld

4.1

Arbeidsmarkt

4.1.1

Werkgelegenheid en arbeidsmarkt

Indicatoren en kwaliteitsniveaus Werkgelegenheid en arbeidsmarkt Status gebruikte informatie Beschikbare referentiewaarden

Kwantitatief • Aantal arbeidsplaatsen [VNG, 2021] • Netto arbeidsparticipatie [CBS, 2021a] Aantal arbeidsplaatsen en netto arbeidsparticipatie in de gemeente Boxtel ten opzichte van het provinciale gemiddelde

Schaallat kwaliteitsniveaus Groen Oranje Rood

Het aantal arbeidsplaatsen en de netto arbeidsparticipatie zijn in de gemeente Boxtel vrijwel gelijk aan of hoger dan het provinciaal gemiddelde Het aantal arbeidsplaatsen of de netto arbeidsparticipatie zijn in de gemeente Boxtel lager dan provinciaal gemiddeld Het aantal arbeidsplaatsen en de netto arbeidsparticipatie zijn in de gemeente Boxtel lager dan het provinciaal gemiddelde

Huidige situatie Aantal arbeidsplaatsen In de gemeente Boxtel zijn er 648,5 banen per 1.000 inwoners. Dit is lager dan het provinciale gemiddelde van 696,3 banen per 1.000 inwoners, zie Tabel 4-1. Tabel 4-1: Aantal banen per 1.000 inwoners (15-74 jaar) in 2021 [VNG, 2021]

Aantal banen

Boxtel

Noord-Brabant

648,5

696,3

De meeste banen in de gemeente Boxtel zijn in de industrie (31%), zoals te zien in Figuur 4-1. Dit is fors hoger dan het provinciale gemiddelde van 21,4%. De gemeente Boxtel heeft daarom procentueel ook minder banen in de zakelijke dienstverlening, namelijk 20,4% ten opzichte van het provinciale gemiddelde van 28,1%. Na de industrie zijn er de meeste banen in de collectieve dienstverlening.

27 maart 2023

BH7677-MI-RP-230327-1129

38

Projectgerelateerd

Figuur 4-1: Type banen naar sector in de gemeente Boxtel ten opzichte van het provinciale gemiddelde [VNG, 2021]

Netto arbeidsparticipatie De netto arbeidsparticipatie is het aandeel van de werkzame beroepsbevolking in de bevolking (beroepsen niet-beroepsbevolking). De gegevens zijn gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 75 jaar. In de gemeente Boxtel is de netto arbeidsparticipatie 71,7%. Dit is vrijwel gelijk aan het provinciale gemiddelde. Tabel 4-2: Netto arbeidsparticipatie in % in 2020 [CBS, 2021b]

Netto arbeidsparticipatie

Boxtel

Noord-Brabant

71,7

71,9

Conclusie De huidige situatie is beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’, omdat het aantal arbeidsplaatsen in de gemeente Boxtel lager is dan provinciaal gemiddeld. De netto arbeidsparticipatie in de gemeente Boxtel is vrijwel gelijk aan het provinciale gemiddelde. Autonome ontwikkeling De werkgelegenheid in Nederland blijft toenemen door een groeiende Nederlandse economie. Door factoren zoals vergrijzing en krimp van de bevolkingsgroei neemt het aantal werkzame mensen af en kunnen niet alle banen opgevuld worden. In meerdere sectoren zal de vraag naar personeel mogelijk gaan stijgen. Dit is afhankelijk van de groei van de economie. De provincie Noord-Brabant heeft als ambitie om een plek te zijn voor big data en de nieuwste datatechnologieën in maatschappelijke zin. Deze toonaangevende bedrijven moeten zorgen voor genoeg werkgelegenheid in de omgeving [Provincie Noord-Brabant, 2021c]. De gemeente Boxtel heeft geen specifiek beleid gericht op werkgelegenheid. Conclusie De autonome ontwikkeling is beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’, met een lichte verslechtering ten opzichte van de huidige situatie. Dit komt omdat door vergrijzing en krimp van de bevolkingsgroei het aantal werkzame mensen afneemt. De gemeente Boxtel heeft geen specifiek beleid op dit punt.

27 maart 2023

BH7677-MI-RP-230327-1129

39

Projectgerelateerd

Doorkijk 2040 De verwachting is dat er door de snelle technologische veranderingen verschuivingen in het type werkgelegenheid plaatsvinden, waarbij de focus zal gaan liggen binnen dienstverlenende sectoren. Hoe de werkgelegenheid zich in Boxtel ontwikkelt na 2030 is afhankelijk van het dan vigerende beleid.

27 maart 2023

BH7677-MI-RP-230327-1129

40

Projectgerelateerd

4.2

Vestigingsklimaat

4.2.1

Werklocaties

Indicatoren en kwaliteitsniveaus Werklocaties Status gebruikte informatie Beschikbare referentiewaarden

Kwantitatief • Type werklocaties [Stec Groep, 2018] De aanwezige type werklocaties binnen Boxtel [Stec Groep, 2018]

Schaallat kwaliteitsniveaus In Boxtel zijn alle type werklocaties vertegenwoordigd (Stedelijk – klein tot middelgroot, functioneel klein tot middelgroot, functioneel – grootschalig en thematisch/campus) In Boxtel is één van de vier type werklocaties niet vertegenwoordigd (Stedelijk – klein tot middelgroot, functioneel klein tot middelgroot, functioneel – grootschalig en thematisch/campus) In Boxtel is twee of meer type werklocaties niet vertegenwoordigd (Stedelijk – klein tot middelgroot, functioneel klein tot middelgroot, functioneel – grootschalig en thematisch/campus)

Groen Oranje Rood

Huidige situatie Werklocaties zijn plekken waar bedrijven zich vestigen en ontwikkelen. In onderstaande tabel staan de bedrijventerreinen die in de gemeente Boxtel liggen. Hierin is het uitgegeven oppervlak en het nog uitgeefbare oppervlak uitgelicht. ‘Uitgegeven oppervlakte’ is de oppervlakte van de werklocaties (in netto ha) die uitgegeven is aan de (toekomstige) gebruikers van het terrein. ‘Nog uitgeefbaar’ is het nog beschikbaar aantal hectaren dat uitgegeven kan worden. Figuur 4-2: Bedrijventerreinen in Boxtel [Stec Groep, 2018] Uitgegeven oppervlakte (per 1-1-2020)

Nog uitgeefbaar

Type werklocatie

Ladonk en Vorst

117,1 ha

0,9 ha

Functioneel - grootschalig

Boxtel

Munsel-Selissen

0,95 ha

0

Functioneel - klein tot middelgroot

Boxtel

Vorst II

0 ha

11 ha

Thematisch/campus

Esch

Broxven

2,5 ha

0

Stedelijk - klein tot middelgroot

Liempde

Heidonk en Bergstr

2,6 ha

0

Stedelijk - klein tot middelgroot

Liempde

Daasdonk

6,6 ha

0

Stedelijk - klein tot middelgroot

129,7 ha

11,9 ha

Kern

Plan naam

Boxtel

Totaal

Stec Groep heeft in opdracht van de Provincie Noord-Brabant in 2018 een onderzoek uitgevoerd naar bedrijventerreinen en kantoren in Noord-Brabant. Dit onderzoek gaat in op de huidige en toekomstige kwaliteit (type bedrijventerrein) en kwantiteit (hectare bedrijventerrein) van de in Noord-Brabant aanwezige bedrijventerreinen [Stec Groep, 2018]. In dit onderzoek is onderscheid gemaakt in vier typen werklocaties. In bovenstaande tabel is aangegeven tot welk type de werklocaties in gemeente Boxtel behoren. De vier typen onderscheiden zich in kavelgrootte en de milieucategorieën die toegestaan zijn op deze werklocaties. In onderstaande tabel zijn de verschillen tussen de vier typen werklocaties weergeven.

27 maart 2023

BH7677-MI-RP-230327-1129

41

Projectgerelateerd

Tabel 4-3: Indeling van type werklocatie naar kavelgrootte en milieucategorie [Stec Groep, 2018]

Stedelijk

Functioneel

Functioneel

Bijzonder

klein en middelgroot

klein en middelgroot

grootschalig

thematisch of campus

< 0,5 ha Kavelgrootte

0,5-5 ha > 5 ha t/m cat. 2

Milieucategorie

t/m cat. 3 t/m cat. 4 cat. 5 of 6

Het GreenTech Park op Vorst II kan gekenmerkt worden als een thematisch cluster. In Noordoost-Brabant is naast GreenTech Park nog een ander thematisch cluster aanwezig: bedrijventerrein Sterckwijck/Healthcampus in Boxmeer. Op GreenTech Park Boxtel worden kavel tussen de 0,5 en 1,5 ha toegestaan met een uitzondering voor maximaal 2 ha. Voor de milieucategorie wordt maximaal 3.2 toegestaan. Stec Groep signaleert in het onderzoek dat in een aantal gemeenten in Noordoost-Brabant een beperkt aanbod voor lokale bedrijven is. Dit geldt onder andere voor Boxtel. Conclusie De huidige situatie is beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’, omdat in Boxtel bijna alle type werklocaties vertegenwoordigd zijn in de huidige situatie. De ruimte voor een thematisch/campus bedrijventerrein moet nog uitgegeven worden. Autonome ontwikkeling In 2018 was er bij Ladonk (Spoorzone) een harde plancapaciteit voor kantoorruimte van 13.000 m2 bvo. Daarnaast wordt Greentech Park Vorst II gerealiseerd, naar verwachting in 2024. In de visie bezoekerseconomie Boxtel 2022-2030 staat dat bedrijventerreinen als voornaamste functie een productie en/of logistieke functie moeten behouden. Detailhandel of horeca op deze locaties zorgt voor versnippering van de structuur. Er wordt dan ook geen medewerking verleend aan verzoeken voor vestiging van detailhandel of horeca op een van de bedrijventerreinen in de gemeente.

Conclusie De autonome ontwikkeling is beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘groen’, een verbetering ten opzichte van de huidige situatie. Dit omdat de huidige functies blijven bestaan en GreenTech Park gerealiseerd wordt. Doorkijk 2040 Hoe vraag en aanbod op bedrijventerreinen in Boxtel zich na 2030 ontwikkelt is afhankelijk van de dan beschikbare harde en zachte plancapaciteit als onderdeel van het dan vigerende beleid van de gemeente.

27 maart 2023

BH7677-MI-RP-230327-1129

42

Projectgerelateerd

4.3

Kennis en innovatie

Het aspect kennis en innovatie is kwalitatief omschreven, er is geen beoordeling in de vorm van een kwaliteitsniveau gegeven. Huidige situatie Kennis en innovatie zijn met elkaar verbonden. Doordat kennis wordt toegepast kan innovatie worden gerealiseerd. Innovatie gaat over het ontwikkelen en implementeren van nieuwe ideeën, producten of processen. De rol van de gemeente Boxtel is het faciliteren en stimuleren van innovatie en kennis en het bieden van broedplaatsen hiervoor. Dit doet de gemeente bijvoorbeeld door de ontwikkeling van Vorst B mogelijk te maken. Dit bedrijventerrein wordt ontwikkeld tot GreenTech Park Brabant: een bedrijventerrein gericht op biobased economie en circulariteit. De gemeente Boxtel is sinds 2018 bezig met de ontwikkeling van het GreenTech Park Brabant. Naast het GreenTech Park is in de wijk Munsel De Kleine Aarde gelegen. Dit is een centrum waar bewoners, bedrijven en bezoekers kennis kunnen nemen van nieuwe technieken en inzichten om duurzaam om te gaan met voedsel, water en energie. In 2017 is een doorstart gemaakt waarbij de gemeente Boxtel, verschillende bedrijven, onderwijsinstellingen en vrijwilligers samengewerkt hebben. Sindsdien ligt de focus op duurzame vormen van wonen, technologie, ondernemen, voedselproductie en educatie, aangevuld met onderwijsactiviteiten en recreatie.

Autonome ontwikkeling In 2024 wordt het GreenTech Park Brabant naar verwachting opgeleverd [Gemeente Boxtel, 2022a]. De gemeente heeft de ambitie om een leeromgeving te creëren op het Greentech Park Brabant. Hierbij heeft de gemeente drie kansen geformuleerd: • Innovatie als speerpunt voor het Greentech Park Brabant • Leeromgeving waarbij scholieren en studenten worden betrokken • Aanwezigheid kennisinstelling in het Greentech Park voor kenniscreatie en kennisdeling Daarnaast wil de gemeente ruimte bieden voor innovatie. Hierbij ziet de gemeente twee kansen: • Synergie en innovatie door aanwezigheid van vergelijkbare bedrijfsactiviteiten, gericht op circulariteit en ‘groene’ technologie • Aanwezigheid van een incubator trekt nieuwe innovatie start-ups Naast deze kansen ziet de gemeente ook risico’s. Bijvoorbeeld dat bedrijven langs elkaar heen bewegen, in plaats van met elkaar samen werken of dat bedrijven niet open staan voor kennisdeling.

27 maart 2023

BH7677-MI-RP-230327-1129

43

Projectgerelateerd

4.4

Toerisme en recreatie

Het aspect toerisme en recreatie is kwalitatief omschreven, er is geen beoordeling in de vorm van een kwaliteitsniveau gegeven. Huidige situatie Momenteel zijn er zo’n 45 -50 aanbieders van toeristische verblijven in de gemeente Boxtel. In totaal zijn deze aanbieders goed voor ongeveer 28.000 overnachtingen per jaar. In 2019 waren er 22.000 extra overnachtingen op de tijdelijke camping bij Landgoed Velder i.v.m. meerdaagse evenementen. In vergelijking: Sint -Michielsgestel heeft 100.000 en Vught 160.000 overnachtingen per jaar. Het aanbod in Boxtel ligt dus fors lager ten opzichte van deze twee gemeenten. Het aanbod is veelal kleinschalig: met name B&B’s en vakantiewoningen. Er is momenteel geen groot hotel of vakantiepark (gericht op toeristisch gebruik) aanwezig in de gemeente. De bezetting van de accommodaties, voor zover bekend, is relatief laag te noemen. De grootste trekker van dagcreatief aanbod is de natuur. In 2015 trok alleen natuurgebied Kampina al 219.000 unieke bezoekers. Daarnaast zijn er zo’n 20 aanbieders die zorgen voor nog eens ca. 275.000 bezoeken per jaar. Het aanbod wordt qua bezoekersaantal gedomineerd door het Oertijdmuseum (85.499 bezoekers in 2019). Daarna zijn er zo’n 5 aanbieders met een behoorlijk aantal bezoekers. Het overige aanbod is kleinschaliger, zoals kleinere (dorps)musea en verhuur (fiets, kano etc.) [Gemeente Boxtel, 2022b].

Autonome ontwikkeling In de Visie en uitvoeringsprogramma Bezoekerseconomie Boxtel 2022 heeft de gemeente ambities en doelen geformuleerd ten aanzien van toerisme en recreatie. Twee van deze (groei)doelen zijn: • Minstens verdubbeling van overnachtingen in 2030 (t.o.v. 2022) door toevoegen middelgroot hotel en vakantiepark/camping. • Groei van bezoeken dagrecreatief aanbod met 15% in 2030 (t.o.v. 2022). Om dit te kunnen realiseren zijn ook acties geformuleerd. Hieronder is een aantal van deze acties benoemd (dit zijn ze dus niet allemaal). Door deze gemeentelijke inzet zal het huidige aanbod van overnachtingen en recreatie vergroten en kwalitatief verbeteren. • Proactief ruimte bieden aan nieuwe initiatieven door één of meerdere locaties aan te wijzen voor nieuwvestiging camping/vakantiepark; • Planologisch mogelijk maken van herbestemming naar toeristische doeleinden of toeristische nevenactiviteiten; • Meer dagrecreatieve ontwikkeling mogelijk (maken) bij het cluster de Langspier om daarmee het cluster te versterken en meer te verbinden aan het Oertijdmuseum [Gemeente Boxtel, 2022b]. Gezien de lage bezettingsgraad in de huidige situatie is de vraag of een toevoeging van overnachtingsmogelijkheden een boost zal geven aan de toeristische sector.

27 maart 2023

BH7677-MI-RP-230327-1129

44

Projectgerelateerd

4.5

Duurzame landbouw

Het aspect duurzame landbouw is kwalitatief omschreven, er is geen beoordeling in de vorm van een kwaliteitsniveau gegeven. Huidige situatie Landbouw en voedsel zijn belangrijke onderdelen van de identiteit van de provincie Noord-Brabant. In de provincie zijn internationaal toonaangevende bedrijven op het gebied van plantaardige en dierlijke ketens aanwezig [Provincie Noord-Brabant, 2022a]. Er is een aantal ontwikkelingen te zien in de agrarische sector van Noord-Brabant. De afgelopen 20 jaar heeft er in sterke mate schaalvergroting plaatsgevonden, terwijl het aantal bedrijven in veel van de deelsectoren afneemt. Daarnaast neemt het aantal dieren in de provincie Noord-Brabant sinds 2015 af. Voor veel kleine bedrijven is er geen bedrijfsopvolger beschikbaar, waardoor het aantal grote bedrijven zal toenemen. Ter plaatse van de vrijkomende bedrijfsgebouwen zullen nieuwe functies ontstaan in het buitengebied. Deze ontwikkelingen zorgen voor een verandering in het agrarische landschap in de provincie Noord-Brabant [Provincie Noord-Brabant, 2022b]. Mede door de ontwikkelingen in de landbouw staat de provincie Noord-Brabant, net als de andere provincies in Nederland, voor grote opgaven op het gebied van water, bodem, natuur, biodiversiteit, stikstof, fijnstof, broeikasgassen, gezondheid en ruimtelijke ordening.

Intensivering van de landbouwprocessen zorgt ervoor dat onder andere verzuring, vermesting, verdroging en verandering van de landschappelijke waarden ontstaat [Provincie Noord-Brabant, 2022b]. In de gemeente Boxtel liggen rond de honderd veehouderijen (zie Figuur 4-3).

Figuur 4-3: Veehouderijen in de gemeente Boxtel [Provincie Noord-Brabant, 2022c]

27 maart 2023

BH7677-MI-RP-230327-1129

45

Projectgerelateerd

Autonome ontwikkeling Om de doelen en ambities op het gebied van bodem, water, biodiversiteit en ruimtelijk ordening te behalen, is een transformatie van het hele landbouwsysteem nodig. Directe sturing vanuit de Provincie NoordBrabant om veranderingen in het landbouwsysteem te realiseren zijn daarentegen beperkt. Dit maakt het moeilijk voor de Provincie Noord-Brabant om de doelen en ambities te behalen. Samenwerking van de hele keten is nodig om de benodigde transitie voor elkaar te krijgen. Omdat sturing beperkt mogelijk is, wordt er vooral gericht op de technische aspecten van de landbouw, zoals emissienormen en beperking van mestgebruik. De transformatie zou juist moeten komen uit de innovatiekracht van de landbouwsector [Provincie Noord-Brabant, 2022b]. In 2017 hebben Provinciale Staten besloten de Verordening natuurbescherming aan te passen met als doel een versnelde emissiereductie van ammoniak uit stallen te bewerkstelligen als onderdeel van de Brabantse Ontwikkelaanpak Stikstof (BOS). Per 1 januari 2024 moeten veel veehouders aanpassingen aan hun stallen hebben uitgevoerd om zo te voldoen aan de (Interim) Omgevingsverordening ((I)OV). Dit levert een substantiële bijdrage aan het behalen van de richtinggevende doelen die het Rijk aan de provincie stelt. Een uitzondering geldt voor natuurinclusieve bedrijven en stoppende bedrijven.

De provincie Noord-Brabant ondersteunt en faciliteert daarom veehouders om de stap te maken van gangbare landbouw naar natuurinclusieve grondgebonden landbouw [Provincie Noord-Brabant, 2022a]. De technische innovatie van stallen is door de Raad van State ter discussie gesteld. Bij natuurinclusieve landbouw produceren agrariërs voedsel en gewassen in harmonie met milieu, natuur en landschap. Zij doen dit door natuurlijke processen in de bedrijfsvoering te integreren, te zorgen voor een gezond bodem- en watersysteem, een aantrekkelijk landschap en meer biodiversiteit, passend binnen een economisch rendabele bedrijfsvoering. Dit kan bijvoorbeeld door minder kunstmest, bestrijdingsmiddelen en medicatie te gebruiken en meer ruimte te geven aan planten en dieren [Provincie Noord-Brabant, 2022a]. Omdat niet bekend is wat de status van duurzaamheid is van de veehouderijen in de gemeente Boxtel, is het moeilijk te zeggen hoe groot de opgave is waar de gemeente voor staat. De gemeente Boxtel heeft geen gemeentelijk beleid op het gebied van duurzame landbouw, maar heeft als ambitie om nieuwe vestigingen van intensieve, niet-bodemgebonden veehouderijen uit te sluiten. Daarnaast is er een gezamenlijke koers bepaald voor de regio Noordoost Brabant. Dat is uitgewerkt in de koersnotitie Transitie landbouw op Dreef. De gemeenteraad is hier eerder over geïnformeerd met een raadsinformatiebrief.

De volgende stap is het opstellen van een gemeentelijk projectplan.

27 maart 2023

BH7677-MI-RP-230327-1129

46

Projectgerelateerd

5

Thema ‘inclusieve duurzaamheid’

In onderstaande tabel is een samenvatting van de beoordelingen van de huidige situatie en autonome ontwikkelingen van de aspecten binnen het thema ‘inclusieve duurzaamheid’. Subthema Afval en grondstoffen

Energie en warmtetransitie

Klimaatadaptatie

Aspect Circulariteit

Autonome ontwikkeling

Aspect is kwalitatief ingevuld

↗

Duurzame woningen

=

Broeikasgassen

↗

Wateroverlast

↗

Hitte

↘

Droogte

= Aspect is kwalitatief ingevuld =

Oppervlaktewater Grondwater

27 maart 2023

Huidige situatie

Duurzame energieopwekking

Bodemkwaliteit Bodem, water en ondergrond

Kwaliteitsniveau

Aspect is kwalitatief ingevuld

BH7677-MI-RP-230327-1129

47

Projectgerelateerd

5.1

Afval en grondstoffen

Het aspect afval en grondstoffen is kwalitatief omschreven, er is geen beoordeling in de vorm van een kwaliteitsniveau gegeven. Huidige situatie In een circulaire economie staan gesloten kringlopen centraal en wordt er naar gestreefd dat grondstoffen, onderdelen en producten zo min mogelijk hun waarde verliezen. Een circulaire economie gaat over het aanzienlijk efficiënter inzetten van alle beschikbare grondstoffen in de economie, zowel abiotische grondstoffen (mineralen, metalen en fossiele grondstoffen) als biogrondstoffen (biomassa en voedsel), en draagt bij aan meerdere doelen, zoals het tegengaan van klimaatverandering, het verlies van biodiversiteit door onder andere stikstofdeposities en plasticsoep in oceanen, en het verminderen van leveringsrisico’s [Hanemeijer et al., 2021]. In de Integrale Circulaire Economie Rapportage 2021 onder leiding van het PBL wordt geconstateerd dat diverse trends in het Nederlandse grondstoffengebruik en de daaraan verbonden effecten niet de goede kant opgaan. De grondstoffenefficiëntie is toegenomen, maar dit heeft niet geleid tot een sterke vermindering van het grondstoffengebruik. Het totale grondstoffengebruik van Nederland is sinds 2010 nauwelijks veranderd. Ook is voor de Nederlandse consumptie steeds meer land nodig in de productieketen.

Daarnaast wordt er sinds 2014 weer meer afval gestort en worden zes van de zeven gestelde overkoepelende nationale doelen voor afval naar verwachting niet gehaald. Ook zijn de leveringsrisico’s voor de Nederlandse economie toegenomen. Bedrijven in de maakindustrie lopen de grootste leveringsrisico’s vanwege de afhankelijkheid van zeldzame aardmetalen, kobalt, wolfraam, tantaal, tin en indium. Deze kritieke metalen worden bijvoorbeeld toegepast in machines, onderdelen en voor transportmiddelen, elektronica, en zijn belangrijk voor de energietransitie [Hanemeijer et al, 2021]. Voor Nederland als geheel geldt dat de meeste innovatieve circulaire bedrijven en circulaire projecten vooral technologisch van aard zijn en gericht op recycling. Er is minder aandacht voor innovaties die het grondstoffengebruik radicaal kunnen veranderen. De economie functioneert zodoende nog grotendeels volgens de principes van een lineaire economie [Hanemeijer et al, 2021]. In de gemeente Boxtel werd in 2019 een totaal van 523 kilogram huishoudelijk afval per inwoner ingezameld [Gemeentelijke duurzaamheidsindex, 2022a]. Dit ligt hoger dan het gemiddelde van de provincie NoordBrabant van 499 kilogram huishoudelijk afval per inwoner. Het scheidingspercentage van huishoudelijk afval (grof en fijn) is in gemeente Boxtel met 66% vrijwel gelijk aan het gemiddelde van de provincie NoordBrabant van 68%.

Deze percentages liggen beide ver boven het landelijk gemiddelde van 56%. [Gemeentelijke duurzaamheidsindex, 2022b]. Het scheidingspercentage van de gemeente Boxtel was niet in lijn met de landelijke doelstelling van 75% afvalscheiding in 2020 conform het Landelijk Afvalbeheerplan 2017-2029 [Ministerie van Infrastructuur en Milieu, 2017]. Alle Brabantse bedrijventerreinen staan voor een opgave als het gaat om energie en circulariteit. Uit analyses blijkt dat sommige bedrijventerreinen om verschillende redenen veel potentie hebben voor verduurzaming. Bijvoorbeeld door omvang (beschikbaar) plangebied, type bedrijvigheid, ruimtegebruik, bereikbaarheid, milieuruimte, bebouwingsvormen, ligging t.o.v. bebouwde omgeving, etc. Door het selecteren van prioritaire locaties kan deze veelzijdigheid sneller en effectiever worden benut. Hierdoor kunnen terreinen met veel potentie een prominente rol vervullen in de circulaire economie. In Figuur 5-1 is het bedrijventerrein met veel potentie op het gebied van industriële symbiose en recycling weergegeven. Industriële symbiose is een vorm van bemiddeling om bedrijven samen te brengen in samenwerkingen waarbij het afval van het ene bedrijf gebruikt wordt als grondstof voor het andere bedrijf.

27 maart 2023

BH7677-MI-RP-230327-1129

48

Projectgerelateerd

Bedrijventerrein Ladonk / Vorst is aangemerkt als terrein met potentie voor een grote oogst van industriële symbiose en recycling [Provincie Noord-Brabant, 2022d].

Figuur 5-1 Bedrijventerreinen in de gemeente Boxtel met potentie voor industriële symbiose en recycling [Provincie Noord-Brabant, 2022d]

De afgelopen jaren heeft in de gemeente Boxtel een omslag plaats gevonden, waarbij steeds minder gesproken wordt over afval en meer over (het terugwinnen van) grondstoffen. Gemeente Boxtel heeft het Manifest “Energiek met Afval” ondertekend, waarbij verklaard wordt actief te streven naar het bereiken van minder dan 100 kg restafval per inwoner per jaar in 2020 en minder dan 5 kg restafval per inwoner per jaar in 2030. Er is een Diftar systeem ingevoerd. Hierbij betaalt een inwoners op basis van welk afval weggegooid wordt. Hoe meer restafval er wordt aangeboden, hoe meer afvalstoffenheffing er betaald moet worden. Hierdoor wordt afvalscheiding gestimuleerd [Gemeente Boxtel, 2017]. Autonome ontwikkeling Zonder aanvullend beleid neemt de druk op natuur en milieu vanwege het grondstoffengebruik de komende decennia verder toe. Met name door een verdere toename van de wereldbevolking alsook de consumptie per wereldburger wordt verwacht dat in 2060 het gebruik van grondstoffen zal zijn verdubbeld ten opzichte van 2017 [Hanemeijer et al, 2021]. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) stelt de Rijksoverheid als doel om in 2050 geheel circulair te zijn. Het tussendoel is om in 2030 primaire abiotische grondstofgebruik (mineralen, metalen en fossiele grondstoffen) te halveren.

Dit is moeilijk om te monitoren omdat er een circulaire economie niet in één getal te vangen is [Planbureau voor de Leefomgeving, 2020]. In het nationale beleid is tot nu toe vooral ingezet op de vorming van een brede coalitie met partijen in de samenleving en op facilitering van circulaire initiatieven, bijvoorbeeld door kennisontwikkeling te bevorderen 27 maart 2023

BH7677-MI-RP-230327-1129

49

Projectgerelateerd

en partijen samen te brengen op basis van vrijwillige afspraken zoals het Betonakkoord en het Plastic Pact. Dat past bij de startfase van het circulaire-economiebeleid. Maar vrijwilligheid en vrijblijvendheid in de aanpak zijn uiteindelijk ontoereikend voor de stevige ambitie van het kabinet om in 2050 te zijn overgeschakeld naar een volledig circulaire economie [Hanemeijer et al, 2021]. Het doel van de Gemeente Boxtel is om inwoners bewuster te maken van hun handelen door het aanbod van alternatieven te stimuleren en het scheiden van grondstoffen laagdrempeliger te maken. Verder werkt de Gemeente Boxtel samen met de Provincie Noord-Brabant om hergebruik van grondstoffen en materialen te stimuleren. De Provincie Noord-Brabant volgt de landelijke doelen voor 2030 en streeft naar een economie die in 2050 verregaand circulair is [Provincie Noord-Brabant, 2021a]. In 2024 wordt het GreenTech Park Brabant naar verwachting opgeleverd [Gemeente Boxtel, 2022a]. GreenTech Park Boxtel is een bedrijventerrein gericht op biobased economie en circulariteit. Door de gemeente Boxtel is een ambitiedocument opgesteld voor GreenTech Park. De ambitie is dat bedrijven volgens de R-ladder (circulariteitsladder) binnen R0 (refuse), R1 (rethink) en R2 (reduce) actief zijn.

27 maart 2023

BH7677-MI-RP-230327-1129

50

Projectgerelateerd

5.2

Energie en warmtetransitie

5.2.1

Duurzame energieopwekking

Indicatoren en kwaliteitsniveaus Duurzame energieopwekking Status gebruikte informatie Beschikbare referentiewaarden

Kwantitatief • % duurzaam opgewekte energie t.o.v. klimaatdoelstellingen [Gemeentelijke Duurzaamheidsindex, 2022c] Benchmarking op basis van het percentage duurzaam opgewekte energie ten opzichte de gestelde EU-doelen uit het klimaatakkoord en het provinciale gemiddelde

Schaallat kwaliteitsniveaus Groen Oranje Rood

Het aandeel duurzaam opgewekte energie voldoet aan de doelen zoals opgesteld door de Europese Unie en is hoger dan het provinciale gemiddelde Het aandeel duurzaam opgewekte energie ligt rond het niveau van de doelen van de Europese Unie, maar er is een risico op het niet halen van deze doelen en het aandeel duurzame opwekking ligt rond het provinciale gemiddelde Het aandeel duurzaam opgewekte energie voldoet niet aan de doelen zoals opgesteld door de Europese Unie en is lager dan het provinciale gemiddelde

Huidige situatie Bij het gebruik van fossiele brandstoffen komt CO2 vrij. In grote hoeveelheden draagt dit gas bij aan het broeikaseffect. Het broeikaseffect zorgt voor een belangrijk deel van de opwarming van de aarde. Nu meer duidelijkheid bestaat over de eindigheid van fossiele brandstoffen en over de gevolgen voor het klimaat, wordt de noodzaak van hernieuwbare energie meer en in breder internationaal verband onderkend. De Europese Unie heeft een doelstelling opgesteld voor al haar lidstaten om de negatieve effecten van klimaatverandering te beperken. Deze doelstelling omvat een percentage duurzaam opgewekte energie dat in het streefjaar behaald moet zijn. Voor elke lidstaat is dit een ander percentage afhankelijk van de fysieke omstandigheden in een land. In 2019 kwam 8,7% van alle gebruikte energie in Nederland uit duurzame bronnen. In 2030 moet dat 27% zijn en in 2050 100% [Rijksoverheid, 2009; Rijksoverheid, 2022a]. Duurzame energieopwekking draait om de productiekant van energie. Duurzame energieopwekking kan door installatie van zonnepanelen en windturbines en daarnaast door gebruik van geothermie en restwarmte. Dit laatste is niet per definitie duurzaam in productie maar hergebruik of benut hiervan kan gezien worden als duurzaam doordat het voorkomt dat andere bronnen gebruikt worden.

Vrijwel elke gemeente stelt zich ten doel om het gebruik van hernieuwbare energie aanzienlijk te verhogen, tot in ieder geval de huidige landelijke doelstelling van 14% in 2020. In 2019 lag het gebruik van hernieuwbare energie in de gemeente Boxtel op 3,07% [Gemeentelijke Duurzaamheidsindex, 2022c]. Dit is onder de landelijke doelstelling en lager het gemiddelde van 6,0% in Nederland en van 5,2% in de provincie Noord-Brabant in datzelfde jaar. Ook als wordt gekeken naar het gebruik van hernieuwbare energie, elektriciteit en warmte loopt de gemeente Boxtel al een aantal jaar achter op de provincie NoordBrabant (zie onderstaande tabel). Ook in vergelijking met Nederland loopt de gemeente Boxtel achter. Alleen

27 maart 2023

Figuur 5-2: Spreiding hernieuwbare energie scores in de provincie Noord-Brabant [Gemeentelijke Duurzaamheidsindex, 2022c]

BH7677-MI-RP-230327-1129

51

Projectgerelateerd

het gebruik van hernieuwbare energie voor vervoer is hoger dan gemiddeld in Nederland [Klimaatmonitor, 2022a]. Tabel 5-1: Percentage bekende hernieuwbare energie, elektriciteit, warmte en energie voor vervoer in de gemeente Boxtel ten opzichte van de provincie Noord-Brabant [Klimaatmonitor, 2022a] Hernieuwbare energie

Elektriciteit

Warmte

Energie voor vervoer

Gemeente Boxtel

Provincie NoordBrabant

Gemeente Boxtel

Provincie NoordBrabant

Gemeente Boxtel

Provincie NoordBrabant

Gemeente Boxtel

Provincie NoordBrabant

2010

2,5%

?

-

?

4,1%

5,7%

2,0%

1,9%

2011

3,0%

?

0,2%

?

4,8%

6,1%

2,7%

2,7%

2012

3,0%

4,9%

0,5%

4,9%

4,6%

6,2%

2,8%

2,8%

2013

3,2%

4,9%

0,9%

5,2%

4,8%

6,0%

2,8%

2,7%

2014

3,7%

6,3%

1,5%

7,1%

5,2%

7,6%

3,4%

3,4%

2015

3,6%

6,8%

1,9%

8,5%

5,4%

8,3%

3,0%

2,9%

2016

3,5%

6,8%

2,6%

9,5%

5,6%

8,2%

2,4%

2,4%

2017

3,9%

7,1%

3,1%

10,0%

5,6%

8,3%

2,9%

3,0%

2018

4,9%

7,2%

4,7%

12,4%

5,3%

6,5%

4,7%

4,7%

2019

6,0%

9,2%

6,3%

16,0%

5,8%

8,2%

6,0%

6,1%

2020

7,0%

10,6%

10,1%

20,5%

6,5%

8,7%

5,9%

6,3%

Zonne- en windenergie Op dit moment is er geen grootschalige opwek van energie door zonne- en windenergie aanwezig in de gemeente Boxtel. Er zijn geen cijfers bekend over het aantal zonnepanelen bij panelen of bedrijven. Capaciteit elektriciteitsnetwerk Duurzame energie moet ook terug geleverd worden aan het elektriciteitsnet, dit heet invoeding. Daarbij moet lokaal gestreefd worden naar een balans tussen vraag en aanbod van elektriciteit. Hiervoor is lokaal een energy hub nodig. De laatste tijd zijn er met name in de provincie Noord-Brabant capaciteitstekorten. Onderstaande figuur laat zien dat de situatie in Boxtel op dit moment ‘oranje’ scoort. Dat betekent dat er op dit moment nog geen problemen zijn, maar dat die binnen afzienbare tijd wel kunnen ontstaan. Dat betekent dat niet alle duurzame infrastructuur voor de opwek van energie zomaar aangesloten kan worden op het elektriciteitsnetwerk. Grootschalige projecten (zonnevelden en grote bedrijfsdaken) kunnen op dit moment niet worden aangesloten. De gemeente Boxtel heeft geen macht over het hoogspanningsnet, vergroting van de capaciteit is aan de netbeheerders. Dit is niet van de een op de andere dag geregeld en gaan hier vaak jaren overheen voordat de capaciteit is uitgebreid [Netbeheer Nederland, 2022].

Niet alleen het hoogspanningsnet moet namelijk uitgebreid worden, maar vanwege de elektrificatie (warmtepompen, elektrisch laden) moet ook het laagspanningsnet in een groot deel van de wijken verzwaard worden.

27 maart 2023

BH7677-MI-RP-230327-1129

52

Projectgerelateerd

Figuur 5-3: Capaciteit op het elektriciteitsnetwerk op 14-12-2022, op basis van invoeding van elektriciteit [Netbeheer Nederland, 2022]

Conclusie De huidige situatie is beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘rood’, omdat het aandeel duurzaam opgewekte energie niet voldoet aan de doelen zoals opgesteld door de Europese Unie en lager is dan het provinciale gemiddelde. Autonome ontwikkeling Elke gemeente, provincie, waterschap en netbeheerder werkt in regionaal verband samen met stakeholders aan een Regionale Energiestrategie (RES). De RES is een instrument om gezamenlijk te komen tot keuzes voor besparing, de opwekking van duurzame elektriciteit en warmte en de daarvoor benodigde opslag en energie infrastructuur. Vanuit de RES Noordoost Brabant (RES NOB) 1.0 is er een lokale resultaatverplichting voor hernieuwbaar op te wekken elektriciteit. De Gemeente Boxtel heeft als opgave 0,08 TWh aan elektriciteitsopwekking te realiseren, wat neer komt op 5% van de totale opgave voor Noordoost Brabant. In 2020 was 0,02 TWh hiervan vergund en vastgelegd in het beleid [Regionale Energiestrategie Noordoost Brabant, 2020]. Hierbij gaat het alleen om zon op dak. Dit is vergunningsvrij, maar vanwege netcongestie is de 0,02 TWh nog niet volledig gerealiseerd in 2022. In 2017 heeft de Gemeente Boxtel de Visie Duurzaam Boxtel 2030 vastgesteld, waarin het doel is geformuleerd om zo snel mogelijk energieneutraal te zijn als gemeente. Dit wil zeggen dat er geen CO2uitstoot meer is door de verbranding van fossiele brandstoffen.

Om dit te bereiken wordt ingezet op zonneen windenergie. Hiervoor is in 2020 de Visie Zonne- en Windenergie Boxtel opgesteld. Daarin is de ambitie opgenomen om vijf zonneparken van 50 ha per stuk te realiseren. De gemeente Boxtel onderzoekt de potentie van een combinatie van windenergie, zonneparken en zon op dak. Er is onderzoek gedaan wat de

27 maart 2023

BH7677-MI-RP-230327-1129

53

Projectgerelateerd

beperkingen in het gebied zijn voor zonne- en windenergie en welke locaties wel geschikt zijn (zie Figuur 5-4). Netcongestie zorgt er voor dat het moeilijk is om doelen op het gebied van energie te halen.

Figuur 5-4: Potentiële locaties zonne-energie (onder) en windenergie (boven) gemeente Boxtel [Gemeente Boxtel, 2020]

In het verlengde hiervan doet de Gemeente Boxtel in 2022 onderzoek naar de haalbaarheid van een energiehub. In de gemeente Boxtel is namelijk, zoals al eerder gesteld, sprake van transportschaarste in de teruglevering en de afname. Dit betekent dat er onvoldoende capaciteit op het netwerk beschikbaar is 27 maart 2023

BH7677-MI-RP-230327-1129

54

Projectgerelateerd

om grootschalige opwek van hernieuwbare elektriciteit aan te kunnen sluiten. Dit zal waarschijnlijk tot 2031 doorzetten volgens de investeringsplannen van TenneT en Enexis. De plannen voor zonne- en windenergie kunnen nu geen doorgang krijgen. Een energiehub is een slim lokaal gesloten netwerk, waarin lokaal opgewekte energie zo nodig tijdelijk wordt opgeslagen en vervolgens direct wordt geleverd aan lokale grootverbruikers. Dit zou kunnen leiden tot een gedeeltelijke oplossing van de transportschaarste [Gemeente Boxtel, 2022c]. Conclusie De autonome ontwikkeling is beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘rood’, met een verbetering ten opzichte van de huidige situatie. Het voornemen is er om meer duurzame energie op te wekken, het is aannemelijk dat het percentage duurzaam opgewekte energie in de toekomst toe zal nemen. Of de doelstellingen gehaald worden is afhankelijk van de daadwerkelijke realisatie van de plannen. Doorkijk 2040 Het is te verwachten dat na 2030 de inzet op duurzame energieopwekking doorzet, wat leidt tot een positieve trend. In hoeverre dat op termijn leidt tot het behalen van Europese doelen is afhankelijk van de exacte beleidsinzet en de inzet van de markt en lokaal eigendom na 2030 en van de capaciteit en mogelijkheden van de energie-infrastructuur en de mate waarin dat waar nodig uitgebreid wordt.

27 maart 2023

BH7677-MI-RP-230327-1129

55

Projectgerelateerd

5.2.2

Duurzame woningen

Indicatoren en kwaliteitsniveaus Duurzame woningen Status gebruikte informatie Beschikbare referentiewaarden

Kwantitatief • Gemiddeld energielabel woningen [RVO, 2022] Benchmarking op basis van het percentage woningen met een groen energielabel ten opzichte van het provinciale gemiddelde

Schaallat kwaliteitsniveaus Groen

Het percentage woningen met een groen energielabel is hoger dan het provinciale gemiddelde

Oranje

Het percentage woningen met een groen energielabel is gelijk aan het provinciale gemiddelde

Rood

Het percentage woningen met een groen energielabel is lager dan het provinciale gemiddelde

Huidige situatie Sinds 2008 is een energielabel verplicht bij oplevering, verkoop en verhuur van een woning. Het energielabel heeft als doel om eigenaren van woningen of gebouwen bewust te maken van de hoeveelheid energie die ze verbruiken. Per 1 januari 2021 is het energielabel en de methode hoe het label bepaald wordt veranderd, in lijn met de herziening van de Europese richtlijn energieprestatie gebouwen. Er is geen wetgeving die woningeigenaren verplicht om hun huis te verduurzamen. Wel zijn er subsidies beschikbaar vanuit het Rijk voor het verhogen van het energielabel vanuit het Nationaal Isolatieprogramma. In de gemeente Boxtel heeft 79,1% van de woningen een groen energielabel (zie Tabel 5-2). Dat betekent dat het energielabel C of hoger is. Dit is hoger dan in de provincie Noord-Brabant, waar 75,7% van de woningen een groen energielabel heeft. Met name het aantal woningen met een A of A+-energielabel in de gemeente Boxtel is sinds 2019 gestegen. In het percentage woningen met een D-, E-, F- of G-energielabel is sinds 2020 weinig verandering gekomen, terwijl hier vanuit het Nationaal Isolatieprogramma de nadruk op ligt [RVO, 2022]. Tabel 5-2: Energielabel woningen in de gemeente Boxtel ten opzichte van de provincie Noord-Brabant in 2022 [RVO, 2022] Energielabel

Gemeente Boxtel

Provincie Noord-Brabant

A++

0,1%

0,4%

A+

1,9%

0,7%

A

22,7%

28,9%

B

20,5%

18,4%

C

33,9%

27,3%

D

10,8%

11,0%

E

4,5%

6,2%

F

2,3%

3,5%

G

2,9%

2,9%

In de gemeente Boxtel is het percentage woningen met zonnepanelen hoger dan in de provincie NoordBrabant (zie Figuur 5-5). Deze is voor de gemeente Boxtel 21,6% en in de provincie Noord-Brabant 16,7%. Het percentage woningen is sinds 2012 in zowel de gemeente Boxtel als de provincie Noord-Brabant jaarlijks toegenomen, maar in de gemeente Boxtel verloopt deze toename sneller [CBS, 2020].

27 maart 2023

BH7677-MI-RP-230327-1129

56

Projectgerelateerd

Figuur 5-5: Percentage woningen met zonnepanelen in gemeente Boxtel in vergelijking met provincie Noord-Brabant (voorlopige cijfers 2020) [CBS, 2020]

Conclusie De huidige situatie is beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘groen’, omdat het aantal woningen met een groen energielabel hoger ligt dan het provinciale gemiddelde. Autonome ontwikkeling Het doel van het Nationaal Isolatieprogramma is om 2,5 miljoen woningen te isoleren in de periode tot en met 2030. De nadruk ligt daarbij op de 1,5 miljoen slecht geïsoleerde woningen (label E, F en G). Hiervoor stelt het Rijk vier miljard euro beschikbaar. Via lokaal beleid worden koopwoningen, in samenwerking met de gemeente, geïsoleerd [Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, 2022]. De Gemeente Boxtel is bezig met het vertalen van deze doelen in uitvoeringsplannen voor de warmtetransitie. In 2022 zijn er aanvullende plannen gepresenteerd voor het verduurzamen van huurwoningen. Het plan is om vanaf 2030 geen woningen meer te verhuren met een energielabel E, F of G, zowel door woningcorporaties als particuliere verhuurders [Rijksoverheid, 2022b]. Conclusie De autonome ontwikkeling is beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘groen’, gelijk aan de huidige situatie. Dit omdat de landelijke trend is dat woningen steeds meer verduurzaamd worden, maar de gemeente Boxtel hier nog geen concrete plannen voor heeft. Doorkijk 2040 Afhankelijk van de beleidsinzet stimuleert de energietransitie het gebruik en de ontwikkeling van methoden voor energiebesparing en verduurzaming van woningen.

De verwachting is dat de trend na 2030 zich doorzet tot 2040, waardoor er mogelijk een verdere verbetering binnen het kwaliteitsniveau groen plaatsvindt. Dit is echter afhankelijk van de concrete beleidsinvulling na 2030.

27 maart 2023

BH7677-MI-RP-230327-1129

57

Projectgerelateerd

5.2.3

Broeikasgassen

Indicatoren en kwaliteitsniveaus Broeikasgassen Status gebruikte informatie Beschikbare referentiewaarden

Kwantitatief • Uitstoot CO2 [Klimaatmonitor, 2022b] • Uitstoot methaan Klimaatmonitor, 2022c] • Uitstoot lachgas [Klimaatmonitor, 2022c] Wettelijke doelstelling op basis van de Klimaatwet (2030 55% reductie broeikasgassen, 2050 95% reductie t.o.v. waarden 1990).

Schaallat kwaliteitsniveaus

Oranje

Reductie uitstoot CO2 Boxtel in lijn met doelen reductie broeikasgassen Klimaatwet, geen risico op niet behalen doelstelling. Reductie uitstoot CO2 Boxtel rond niveau doelen Klimaatwet, maar risico op niet behalen doelen.

Rood

Reductie uitstoot CO2 Boxtel blijft achter bij doelen Klimaatwet.

Groen

Huidige situatie De groei van de wereldbevolking en -economie leidt zonder ingrijpen ook tot een groei in de uitstoot van broeikasgassen. Om verandering van het klimaat en opwarming van de aarde te beperken heeft de Nederlandse overheid in 2019 de Klimaatwet geïntroduceerd. In de Klimaatwet is opgenomen dat in 2030 een reductie in broeikasgassen van 55% ten opzichte van de 1990 waarden gerealiseerd moet zijn om in 2050 een reductie van 95% ten opzichte van de 1990 waarden te bewerkstelligen [Overheid.nl, 2022]. In 2017 was de totale uitstoot van broeikasgassen (CO2, methaan, lachgas en fluorhoudende gassen) in Nederland 12,6% lager dan in 1990. Het aandeel CO2 in de totale uitstoot van broeikasgassen is gestegen van 74% in 1990 naar 85% in 2017. De uitstoot van CO2 was in 2017 net zo hoog als in 1990. De uitstoot van de andere broeikasgassen (methaan, lachgas en fluorhoudende gassen) is gehalveerd ten opzichte van 1990 [Ministerie van Binnenlandse Zaken, 2019]. Figuur 5-6 geeft de totale CO2-uitstoot weer binnen de gemeente Boxtel conform de Klimaatmonitor van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Uit het figuur kan afgeleid worden dat het grootste aandeel CO2 uitgestoten wordt door verkeer en vervoer (46,6%), gevolgd door de gebouwde omgeving (35,7%). In de periode 2010-2020 is de totale CO2-uitstoot in de gemeente Boxtel met ongeveer 20% afgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=8b58f1e6-77ed-40a4-8eb3-a82c8e569e22