Bestemmingsplan Heikant 15- Bijlage 2a Bestemmingsplan Heikant 15
Tekst van het document
Direct naast woningen komen andere functies voor, zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid. Daarnaast gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen.” Doorwerking plangebied In de omgeving van het plangebied zijn weliswaar meerdere functies aanwezig maar de omgeving kan als rustig buitengebied worden gekenmerkt. De bedrijvigheid in het plangebied valt volgens de VNG-brochure onder ‘Tuinbouw, kassen zonder verwarming’. Deze bedrijvigheid heeft milieucategorie 2 met een grootste richtafstand van 30 meter. Het gebruik in het plangebied blijft feitelijk gezien echter gelijk, het plangebied is immers al bestemd voor de uitoefening van agrarische activiteiten. Voor de volledigheid wordt de afstand tot milieugevoelige functies in de omgeving wel beschouwd. De dichtstbijzijnde milieugevoelige functie is de bedrijfswoning Heikant 6, De woning ligt op een afstand van ca. 104 meter, er is geen sprake van milieuhinder.
2
Bedrijven en milieuzonering, editie 2009
Bestemmingsplan Heikant 15 te Esch Gemeente Boxtel
32
In het plangebied worden geen milieugevoelige functies ontwikkeld. Omliggende bedrijven worden daardoor op voorhand niet in hun belangen geschaad. Er zijn vanuit bedrijven en milieuzonering geen belemmeringen voor de voorgestane ontwikkeling.
4.6
Kabels en leidingen
In het plangebied liggen een rioolwatertransportleiding en een gasleiding. De leidingen met beschermingszones hebben de dubbelbestemming ‘Leiding’. Er geldt een omgevingsvergunningplicht voor werkzaamheden die de leidingen kunnen schaden.
4.7
Akoestiek
In de Wet geluidhinder (Wgh) is vastgesteld dat, indien in het plangebied geluidgevoelige functies (zoals woningen) zijn voorzien binnen de invloedssfeer van (rail- en weg)verkeerslawaai, akoestisch onderzoek uitgevoerd dient te worden. Voor het plangebied is uitsluitend het wegverkeerslawaai relevant. Alle wegen hebben geluidzones, met uitzondering van:
wegen die in een als 'woonerf' aangeduid gebied liggen;
wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt.
Doorwerking plangebied Het plangebied ligt binnen de geluidzone van de Heikant. Echter wordt er geen nieuw geluidgevoelig object in het plangebied mogelijk gemaakt. Een akoestisch onderzoek is om deze reden niet noodzakelijk. De Wet geluidhinder legt geen restricties op aan het planvoornemen.
4.8
Verkeer en parkeren
Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen kunnen een gewijzigde verkeers- en parkeersituatie tot gevolg hebben. De toegenomen verkeersgeneratie mag echter niet leiden tot significant negatieve gevolgen voor de omliggende wegen. De omgeving mag geen onevenredige overlast ervaren door een toegenomen verkeers- en parkeerdruk. Doorwerking plangebied Met dit project wordt een kas mogelijk gemaakt van 2.232 m2. Met de realisatie van de kas zal de verkeersgeneratie en de parkeerbehoefte niet toenemen, maar juist afnemen. Momenteel maakt het bedrijf gebruik van een kas elders in het buitengebied van Boxtel. Tussen beide locaties zijn er veel verkeersbewegingen. Deze verdwijnen door het concentreren van de kassen aan de Heikant. Daarnaast zal het bouwvlak op de locatie niet toenemen. En daarbij komt dat op dit moment op de locatie ook al teeltactiviteiten plaatsvinden. Op eigen terrein is in de huidige situatie voldoende ruimte voor parkeren. Dit zal ongewijzigd blijven.
4.9
Luchtkwaliteit
De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Hierin zijn grenswaarden opgenomen voor luchtvervuilende stoffen. Voor ruimtelijke projecten zijn fijn stof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) de belangrijkste stoffen.
Bestemmingsplan Heikant 15 te Esch Gemeente Boxtel
33
Een project is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:
er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde;
het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit;
het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging;
het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen.
Om te bepalen of een project "niet in betekenende mate" bijdraagt aan de luchtkwaliteit is een algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels zijn vastgelegd. Een project kan in twee situaties NIBM bijdragen aan de luchtkwaliteit:
het project behoort tot de lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die is opgenomen in de Regeling NIBM;
het project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO 2 en PM10 (1,2μg/m3).
Doorwerking plangebied Met dit planvoornemen wordt een nieuwe bedrijfsruimte (kas) bij een bestaand agrarisch bedrijf gerealiseerd. Er vindt geen toename, maar een afname van de verkeersbewegingen plaats. Geconcludeerd wordt dat het initiatief niet zorgt voor een verslechtering van de luchtkwaliteit. Ook is sprake van een goed woon- en leefklimaat. Een luchtkwaliteitsonderzoek is dan ook niet noodzakelijk.
4.10
Externe veiligheid
Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van de opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is landelijke wet- en regelgeving van toepassing. In de landelijke wet- en regelgeving zijn kwaliteitseisen en normen op het gebied van externe veiligheid geformuleerd. Doel is om bepaalde risico's, waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld, tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Deze bedoelde risico's hangen vooral samen met:
activiteiten met gevaarlijke stoffen in inrichtingen;
transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen;
transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water.
Ook zijn er onder meer landelijke regels voor de opslag en verkoop van vuurwerk. Verder wordt bij de plaatsing van windmolens ook de externe veiligheid in ogenschouw genomen. De risico's voor externe veiligheid komen tot uitdrukking via het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico kan op de kaart worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde plaatsgebonden risico. Via het plaatsgebonden risico wordt een basisbeschermingsniveau gewaarborgd. Bij het groepsrisico wordt wel beoordeeld hoeveel personen zich, redelijkerwijs, feitelijk in de omgeving kunnen bevinden. Voor het groepsrisico geldt geen grenswaarde, maar een orientatiewaarde. Dit is een ijkwaarde waaraan veranderingen getoetst kunnen worden. Deze oriëntatiewaarde mag overschreden worden, mits goed beargumenteerd door het bevoegd gezag. Samen met de hoogte van
Bestemmingsplan Heikant 15 te Esch Gemeente Boxtel
34
groepsrisico moet andere kwalitatieve aspecten worden meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. Onder deze aspecten vallen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Deze argumentatie is een onderdeel van de verantwoording van het groepsrisico. Onderdeel van deze verantwoording is overleg met (advies vragen aan) de regionale brandweer. Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans, per jaar, op overlijden van een onbeschermd individu ten gevolge van ongevallen met gevaarlijke stoffen. De aanwezigheid van een persoon is fictief. Niet wordt beoordeeld hoe groot de kans op de aanwezigheid van een persoon feitelijk is. Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans per jaar dat een groep van bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen het slachtoffer wordt van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico wordt ook beschouwd als een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Doorwerking plangebied In figuur 14 is een uitsnede van de risicokaart weergegeven. Hierop is te zien dat de planlocatie en de nieuwe kas is gelegen nabij een spoorlijn en een aardgasleiding.
Figuur 14: Uitsnede risicokaart (plangebied omcirkeld)
Bestemmingsplan Heikant 15 te Esch Gemeente Boxtel
35
De nabijgelegen hoge druk aardgasleidingen en het spoor hebben geen PR 10 -6 contour. Wel bevindt de nieuwe bedrijfsbebouwing (de kas) in het plangebied zich binnen het plasbrandaandachtsgebied van het spoor en binnen de 1% en 100% letaliteitszone van de hoge druk aardgasleiding Z-515-01. Met onderhavig planvoornemen wordt een nieuwe kas gebouwd op gronden die reeds in gebruik zijn voor het agrarisch bedrijf. Het bouwvlak zal daarmee niet toenemen en ook de personendichtheid neemt niet toe in het plangebied. Om deze reden heeft het plan geen invloed op de hoogte van het groepsrisico. Het uitvoeren van een Carola-berekening of RMBII-berekening is niet nodig. Omdat de bebouwing wel binnen de invloedsgebieden van buisleidingen en een spoorlijn ligt vindt een beperkte verantwoording van het groepsrisico plaats. Groepsrisico Vanwege de grote afstand tot risicobronnen in de omgeving zal een toename van personendichtheden niet significant doorwerken in de rekenkundige hoogte van het groepsrisico. De beschouwing van het groepsrisico en de verantwoording daarvan is om deze reden volledig kwalitatief uitgevoerd. Er zal daarnaast geen toename van het groepsrisico plaatsvinden aangezien het aantal personen in het plangebied niet zal toenemen (er is nu een bedrijfswoning aanwezig, in de toekomstige situatie ook een woning).
De mogelijkheden tot beperking van het groepsrisico door het beïnvloeden van de personendichtheid is op deze afstand tot de risicobron geen item. Zoals gesteld heeft op deze afstand een toe- of afname van personendichtheid geen invloed op het groepsrisico. Verder is de kans te overlijden als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen in deze gebieden vele malen kleiner dan 1/1.000.000. veiligheidsmaatregelen aan de bron zijn daarom niet realistisch. Bestrijdbaarheid In geval van een calamiteit zal de brandweer ingezet worden aan de bron ter beperking van de effecten van de calamiteit. Het bestrijdbaarheidsvraagstuk in relatie tot de ontwikkeling op deze grote afstand van de risicobron wordt daarom niet verder beschouwd. Zelfredzaamheid Blootstelling aan een toxisch gas en vloeistof is het bepalende scenario. In geval van een calamiteit dienen personen te schuilen. De mate waarin deze bouwwerken afsluitbaar zijn tegen de indringing van toxisch gas of vloeistof en de tijdsduur dat deze bouwwerken worden blootgesteld zijn hierbij parameters. Het bouwwerk is goed geïsoleerd, waardoor het een goede bescherming bieden tegen het binnendringen van het toxisch gas. Belangrijk is wel dat luchtbehandelingsinstallaties met één druk op de knop uit te schakelen zijn. Verder dient in geval van een calamiteit tijdig gewaarschuwd te worden.
Dit gebeurt door het in werking stellen van het WAS (Waarschuwings- en alarmsysteem) als onderdeel van de algemene Rampenbestrijding. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het wijzigingsplan.
4.11
Toetsing Besluit m.e.r. / Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Met dit bestemmingsplan wordt de realisatie van een kas en een nieuwe EVZ mogelijk gemaakt. De realisatie van extra bebouwing kan leiden tot een m.e.r.(beoordelings)-plicht. Of een m.e.r.-procedure of m.e.r-beoordeling noodzakelijk is, hangt af van het feit of de ontwikkeling (activiteit) is opgenomen in lijst C en D van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Per 7 juli 2017 is een wijziging van het Besluit m.e.r. in werking getreden. Wanneer de voorgenomen de ontwikkeling (activiteit) is opgenomen in lijst C en D van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) moet getoetst worden of er sprake is van nadelige milieugevolgen en moet wanneer hier sprake van is een vormvrij m.e.r.-beoordelingsbesluit genomen worden.
Bestemmingsplan Heikant 15 te Esch Gemeente Boxtel
36
Doorwerking plangebied De voorgenomen activiteit komt niet voor als activiteit in Bijlage D van het Besluit m.e.r.. Het plan kan niet gezien worden als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Hoewel een nieuwe kas gerealiseerd wordt zal het bouwvlak niet toenemen. Daarnaast wordt niet afgeweken van de huidige agrarische functie. Dit wordt niet gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Er is geen sprake van een m.e.r.(beoordelings)-plichtige activiteit. Er is geen m.e.r.(beoordelings)-procedure noodzakelijk. Er hoeft geen vormvrij m.e.r.-beoordelingsbesluit genomen te worden.
Bestemmingsplan Heikant 15 te Esch Gemeente Boxtel
37
5
Juridische planopzet
5.1
Algemene opzet
Dit hoofdstuk bevat de concrete vertaling van het beleidsgedeelte (voorafgaande hoofdstukken) in het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan (de verbeelding en regels). Onderhavig bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: De toelichting Een planbeschrijving, beleidsverantwoording en een toets aan de relevante milieuhygiënische en ruimtelijke aspecten, aangevuld met een toelichting op de juridische opzet en een korte beschrijving van de uitvoeringsaspecten. De regels De regels geven aan wat de gebruiks- en bouwmogelijkheden zijn binnen het plangebied. Uitgangspunt voor de regeling is het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening 2020, gemeente Haaren’. De verbeelding Op de verbeelding zijn de bestemmingen en aanduidingen weergegeven, die voorkomen in de regels.
5.2
Toelichting op de verbeelding
Op de verbeelding zijn de enkelbestemmingen ‘Agrarisch’ en ‘Natuur’ opgenomen en de dubbelbestemming ‘Leiding’. Verder is de dubbelbestemming ‘Leiding’ opgenomen.
5.3
Toelichting op de bestemmingen
Hieronder volgt een beknopte beschrijving van de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen de verschillende bestemmingen (hoofdstuk 2 van de regels). Agrarisch De boomkwekerij heeft de bestemming ‘Agrarisch’ gekregen’. Hier zijn o.a. grondgebonden agrarische bedrijven toegestaan. Een bedrijfswoning is niet toegestaan. Gebouwen zijn alleen mogelijk binnen het bouwvlak. Het grote bouwvlak heeft een andere vorm gekregen. Binnen dit vlak mag ook de nieuwe kas worden gebouwd. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - teeltondersteunende voorzieningen' mogen teeltondersteunende voorzieningen worden gebouwd (waaronder containervelden) met uitzondering van teeltondersteunende kassen. Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – waterbassin’ is een waterbassin toegestaan. Over ht bouwvlak en de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - teeltondersteunende voorzieningen' ligt de aanduiding ‘overige zone - landschappelijke inpassing’. Het gebruik van de gronden mag hier alleen
Bestemmingsplan Heikant 15 te Esch Gemeente Boxtel
38
plaatsvinden als de landschapsmaatregelen conform het landschapsplan zijn aangelegd en in stand worden gehouden. Natuur Daar waar een nieuwe ecologische verbindingszone komt zijn de gronden bestemd conform dit doel met de bestemming Natuur ter borging van de nieuw te realiseren natuurwaarden. Hier mag maar beperkt gebouwd worden. Leiding De bestaande gas- en een rioolleiding hebben met een beschermingszone de dubbelbestemming ‘Leiding’ gekregen. Het doel van deze bestemming is de betreffende leidingen te beschermen. Alleen na advies van de leidingbeheerder mag hier gebouwd worden en werken dan wel werkzaamheden worden uitgevoerd.
5.4
Toelichting op de regels
Hieronder volgt een toelichting op hoofdstuk 1, 3 en 4 van de regels. Hoofdstuk 1. Inleidende regels Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van bouwwerken te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Hoofdstuk 3. Algemene regels Anti-dubbeltelregel Deze regel is verplicht overgenomen uit het Bro (art. 3.2.4.) en is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels Deze bepaling bevat een algemene regeling over bestaande afwijkende maatvoering en ondergronds bouwen. Algemene gebruiksregels Hier staat beschreven wat in ieder geval aangemerkt wordt als strijdig gebruik. Algemene aanduidingsregels Er zijn meerdere gebiedsaanduidingen opgenomen op delen van delen van het plangebied.
Hier gelden specifieke regels. Het gaat om de ‘overige zone – Natuur Netwerk Brabant ecologische verbindingszone’. Hier komt de nieuwe EVZ. De oude ecologische verbindingszonde komt te vervallen voorzover gelegen binnen
Bestemmingsplan Heikant 15 te Esch Gemeente Boxtel
39
het plangebied. Dit is ook met een specifieke gebiedsaanduiding weergegeven en geregeld in de regels. Ook kent het bestemmingsplan nog de gebiedsaanduidingen ‘overige zone – gemengd landelijk gebied’ en ‘overige zone – reservering waterberging’ conform het provinciaal beleid. Algemene afwijkingsregels In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels waarvan een omgevingsvergunning tot afwijken kan worden verleend. Het gaat hierbij om de bevoegdheid om af te wijken van de regels die gelden voor alle bestemmingen in het plan. Algemene wijzigingsregels In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels waarbij een wijzigingsbevoegdheid kan worden toegepast. Het gaat hierbij om de bevoegdheid om wijzigingen in de regels aan te brengen. Hoofdstuk 4. Overgangs- en slotregels Overgangsrecht De overgangsregeling is overgenomen uit het Bro (art. 3.2.1 en 3.2.2). Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een omgevingsvergunning kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid.
Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet. Slotregel Deze bepaling geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.
Bestemmingsplan Heikant 15 te Esch Gemeente Boxtel
40
6
Uitvoerbaarheid
In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat een bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting waarin de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan zijn neergelegd. Dit hoofdstuk gaat in op de uitvoerbaarheid, waarbij eerst de economische uitvoerbaarheid aan bod komt en vervolgens de maatschappelijke uitvoerbaarheid.
6.1
Economische uitvoerbaarheid
Op grond van afdeling 6.4. van de Wro geldt voor de gemeente de verplichting tot kostenverhaal in de gevallen die zijn aangewezen in het Bro. Het Bro stelt kostenverhaal verplicht in geval er sprake is van een van de volgende bouwplannen: de bouw van één of meer woningen en andere hoofdgebouwen; de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m² bruto-vloeroppervlakte of met één of meer woningen; de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits tenminste 10 woningen worden gerealiseerd; de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.500 m² bruto-vloeroppervlakte bedraagt; de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m² bruto-vloeroppervlakte. Ten behoeve van onderhavig grondexploitatie heeft de gemeente met de ontwikkelende partij een (anterieure) exploitatieovereenkomst gesloten waarin de kosten voor de grondexploitatie worden verhaald op deze ontwikkelende partij. Hiermee is het verhaal van kosten anderszins verzekerd en is het opstellen van een exploitatieplan in dit kader op basis van artikel 6.12 lid 2 van de Wro niet noodzakelijk.
De raad heeft ook voor het overige afgezien van het vaststellen van een exploitatieplan.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Er zijn wettelijke eisen met betrekking tot de voorbereiding en totstandkoming van een bestemmingsplan. Artikel 3.8 Wro bepaalt dat op de voorbereiding van een bestemmingsplan de in afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geregelde uniforme openbare voorbereidingsprocedure (uov) van toepassing is. Dit houdt in dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Dientengevolge zijn de volgende stappen te onderscheiden:
Vooroverleg;
Vaststellingsprocedure.
Bestemmingsplan Heikant 15 te Esch Gemeente Boxtel
41
6.2.1
Vooroverleg
Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Verschillende instanties zijn in kennis gesteld van dit bestemmingsplan. Er zijn twee reacties binnengekomen van de provincie Noord-Brabant en het Waterschap de Dommel. Deze hebben geleid tot aanpassingen van het bestemmingsplan. Een samenvatting van de reacties en de beantwoording daarvan door de gemeente zijn opgenomen in het Eindverslag vooroverleg, dat als bijlage bij deze toelichting is gevoegd. . 6.2.2
Vaststellingsprocedure
De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan heeft plaatsgevonden volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Het ontwerpbestemmingsplan heeft voor iedereen ter inzage gelegen van 1 november 2023 tot en met 12 december 2023. Tijdens deze periode had iedereen de gelegenheid een zienswijze kenbaar te maken aan de gemeenteraad van de gemeente Boxtel. Er is 1 zienswijze ingediend. Bij dit bestemmingsplan is een ‘nota van zienswijzen en wijzigingen bestemmingsplan Heikant 15’ als bijlage gevoegd. In deze nota is de binnengekomen zienswijze samengevat en van een reactie voorzien. De zienswijze heeft niet geleid tot een wijziging van het ontwerpbestemmingsplan. Er zijn wel enkele ambtshalve aanpassingen. Deze staan ook opgesomd in de ‘nota van zienswijzen en wijzigingen bestemmingsplan Heikant 15’ en verwerkt in het vastgestelde bestemmingsplan. .
Bestemmingsplan Heikant 15 te Esch Gemeente Boxtel
42
Separate bijlagen Bijlage 1: Landschapsplan Bijlage 2: Onderbouwing water Bijlage 3: Stikstofonderzoek Bijlage 4: Eindverslag vooroverleg Bijlage 5: Nota van zienswijzen en wijzigingen bestemmingsplan Heikant 15
Bestemmingsplan Heikant 15 te Esch Gemeente Boxtel
43
Heikant 15
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
4
Artikel 1 Artikel 2
Begrippen Wijze van meten
4 14
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
15
Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5
Agrarisch Natuur Leiding
15 21 23
Hoofdstuk 3
Algemene regels
25
Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11
Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels
25 26 27 28 30 32
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
33
Artikel 12 Artikel 13
Overgangsrecht Slotregel
33 34
Bijlagen bij regels
35
Bijlage 1 Bijlage 2
36 58
2
Landschapsplan Afsprakenkader kwaliteitsverbetering landschap
Bestemmingsplan "Heikant 15" (vastgesteld)
REGELS
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1
het plan
het bestemmingsplan Heikant 15 met identificatienummer NL.IMRO.0757.BP01HEIKANT15ESCH-VST1 van de gemeente Boxtel; 1.2
AAB
(Stichting) Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen; 1.3
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5
Activiteitenbesluit
Het besluit van 19 oktober 2007, houdende algemene regels voor inrichtingen (Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer); 1.6
agrarisch bedrijf
een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren alsmede het bewerken en verwerken van mest van het eigen agrarisch bedrijf; 1.7
agrarisch bedrijf, grondgebonden
een agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate niet in gebouwen plaatsvindt en indien het een veehouderij betreft, het voer en de mest voor het overgrote deel gewonnen respectievelijk aangewend worden op gronden die in gebruik zijn van de veehouderij en die in de directe omgeving liggen van de bedrijfslocatie; 1.8
agrarisch bedrijf, glastuinbouwbedrijf
een agrarisch bedrijf waarbij de productie geheel of overwegend gericht is op het telen van gewassen in kassen en/of hoge tunnels, welke ter plaatse (overwegend) permanent aanwezig zijn;
4
Bestemmingsplan "Heikant 15" (vastgesteld)
1.9
agrarisch bedrijf, intensieve veehouderij
agrarisch bedrijf met een bedrijfvoering die geheel of in overwegende mate in gebouwen plaatsvindt en gericht is op het houden van dieren, zoals rundveemesterij, varkens-, vleeskalver-, pluimvee-, pelsdier-, geiten- of schapenhouderij of een combinatie van deze bedrijfsvormen, alsmede naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen, met uitzondering van grondgebonden melkrundveehouderij; 1.10
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouw zijnde; 1.11
bedrijfsgebouw
een niet voor bewoning bestemd gebouw ten dienste van een bedrijf, instelling of voorziening; 1.12
bedrijfswoning of dienstwoning
een woning in of bij een gebouw of op of bij een terrein, die hoort bij en functioneel gebonden is aan een bedrijf, instelling of voorziening in dat gebouw of op dat terrein; 1.13 bestaande bouwwerk, oppervlakte, goothoogte, bouwhoogte, plaats, inhoud, afstand, object bouwwerk, oppervlakte, goothoogte, bouwhoogte, plaats, inhoud, afstand, object, zoals dat of die rechtens bestaat of mag bestaan op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan; 1.14
bestaand gebruik
gebruik zoals dat rechtens bestaat of mag bestaan op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan; 1.15
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak; 1.16
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.17
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.18
bijbehorend bouwwerk
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak;
Bestemmingsplan "Heikant 15" (vastgesteld)
5
1.19
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten vernieuwen of veranderen van een woonwagenstandplaats; 1.20
bouwgrens
de grens van een bouwvlak; 1.21
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.22
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.23
bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.24
brutovloeroppervlak
de vloeroppervlakte van alle voor mensen toegankelijke ruimten binnen een gebouw; 1.25
cultuurhistorische waarden en kenmerken
waarden en kenmerken van een gebied of daar aanwezige zaken, verband houdend met het bouwkundig erfgoed, het stedenbouwkundig erfgoed, de historische groenwaarden, het historisch-geografisch erfgoed en de bekende en verwachte archeologische waarden; 1.26
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. Onder detailhandel wordt ook begrepen een internetwinkel en afhaalpunten; 1.27
ecologische verbindingszone
vaak langgerekt gebied, waarbinnen natuur- en landschapselementen zijn of worden gerealiseerd, gericht op het verbinden van natuurgebieden;
6
Bestemmingsplan "Heikant 15" (vastgesteld)
1.28
ecologische waarden en kenmerken
aanwezige en potentiële waarden, gebaseerd op de beoogde natuurkwaliteit voor het gebied, waartoe behoren natuurdoelen en natuurkwaliteit, geomorfologische processen, waterhuishouding, kwaliteit van bodem, water en lucht, rust, mate van stilte, donkerte, openheid, landschapsstructuur en belevingswaarde; 1.29
erfbeplanting
beplanting rondom een gebouw en/of gebouwen; 1.30
evenement
georganiseerde activiteit die gedurende een korte periode relatief veel bezoekers trekt; 1.31
extensief recreatief medegebruik
vorm van recreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatief gebruik is toegestaan en waarbij de recreatie geen specifiek beslag legt op de ruimte. Onder extensief recreatief medegebruik wordt onder andere verstaan (sport)vissen, kanoën en daarmee gelijk te stellen activiteiten, zulks met uitsluiting van gemotoriseerd vaarverkeer; 1.32
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.33
gebouwgebonden teeltbedrijf en -kwekerij
teelt en kweek van gewassen en dieren die alleen in een gebouw plaatsvindt, zoals champignonteeltbedrijven, witlofkwekerijen, viskwekerijen, wormenkwekerijen en insectenkwekerijen, niet zijnde een intensieve veehouderij of glastuinbouwbedrijf; 1.34
gemengd landelijk gebied
multifunctionele gebruiksruimte, gelegen buiten bestaand stedelijk gebied; 1.35
gevoelige functies
woningen, woonwagenstandplaatsen, andere geluidgevoelige gebouwen zoals onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen, verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken en medische kleuterdagverblijven en geluidsgevoelige terreinen zoals terreinen die horen bij andere gezondheidszorggebouwen dan algemene, categorale en academische ziekenhuizen, voor zover deze bestemd zijn of worden gebruikt voor de in die gebouwen verleende zorg; 1.36
gevoelige functie voor gewasbeschermingsmiddelen
gronden en percelen waar geregeld en gedurende langere periode mensen kunnen verblijven of samenkomen zoals (bedrijfs)woningen, tuinen, erven, zorgfuncties en kampeerterreinen;
Bestemmingsplan "Heikant 15" (vastgesteld)
7
1.37
grondgebonden veehouderij
veehouderij waarvan het voer en de mest voor het overgrote deel gewonnen respectievelijk aangewend worden op gronden die in gebruik zijn van de veehouderij en die in de directe omgeving liggen van de bedrijfslocatie; 1.38
handreiking Bedrijven en milieuzonering 2009
handleiding met lijsten met richtafstanden voor aan te houden afstanden tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen); 1.39
hobbymatig houden van dieren
het houden van vee onder de grens van een inrichting zoals genoemd in de Wet milieubeheer; 1.40
hoofdgebouw
een gebouw, dat binnen een bouwperceel door constructie of afmetingen als hét belangrijkste valt aan te merken; 1.41
horeca
a. restaurant, café, cafetaria, snackbar of daaraan verwante inrichting, waar tegen vergoeding dranken worden geschonken of spijzen worden bereid en verstrekt overwegend voor nuttiging ter plaatse, een en ander met uitzondering van discotheek of soortgelijke inrichting, en b. hotel, pension of daaraan verwante inrichting waar tegen vergoeding overnachtingsgelegenheid wordt verstrekt; 1.42
huishouden
De bewoning van een woning door: een persoon; meerdere personen in de vorm van een samenlevingsverband, niet zijnde kamerverhuur; 1.43
kas
agrarisch bedrijfsgebouw waarvan de wanden en het dek voornamelijk bestaan uit glas of een ander lichtdoorlatend materiaal voor de productie van gewassen onder geconditioneerde klimaatomstandigheden waaronder mede begrepen een schuurkas of een permanente tunnel- of boogkas hoger dan 1,5 meter; 1.44
kampeerterrein
stuk grond, al dan niet met speciale voorzieningen, waarop men kan kamperen; 1.45
kleinschalig kamperen
kleinschalig recreatief nachtverblijf op gronden met een andere hoofdfunctie, met gebruikmaking kampeermiddelen tot een in de regels aangegeven maximum aantal kampeermiddelen;
8
Bestemmingsplan "Heikant 15" (vastgesteld)
1.46
landbouw
akkerbouw, weidebouw, veehouderij, tuinbouw -waaronder begrepen fruitteelt en het kweken van bomen, bloemen en bloembollen- en elke andere vorm van bodemcultuur; 1.47
landschappelijke waarden en kenmerken
gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van het landschap, gericht op ruimtelijke, ecologische, cultuurhistorische en recreatieve aspecten; 1.48
landschapselementen
ecologische en/of landschappelijke waardevolle elementen zoals bosjes, houtwallen, poelen en moerasjes, in de regel kleiner dan 2 ha zonder een agrarische productiefunctie; 1.49
mestbassin
voorziening voor opslag van mest, bijvoorbeeld bestaande uit een aarden put bekleed met folie die geheel of gedeeltelijk is ingegraven en wordt omgeven door een grondwal ten behoeve van de opslag van drijfmest of een mestzak; 1.50
mestbewerking
de toepassing van basistechnieken of combinaties daarvan met als doel de aard, samenstelling of hoedanigheid van dierlijke mest te wijzigen, zoals droging, bezinking, (co)vergisting, scheiding, hygiënisatie of indamping van mest; 1.51
Natuur Netwerk Brabant ecologische verbindingszone
vaak langgerekt gebied, waarbinnen natuur- en landschapselementen zijn of worden gerealiseerd, gericht op het verbinden van natuurgebieden; 1.52
nevenfuncties
Onder nevenfuncties worden verstaan: a. b. c. d. e.
recreatieve functies gericht op plattelandstoerisme; agrarisch verwante functies; agrarisch technische hulpfuncties; statische binnenopslag; verbrede landbouw;
1.53
nieuwbouw
bouw van nieuwe bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.54
ondersteunende horeca
een horecavoorziening binnen een bestemming waarvan de functie een andere dan horeca is maar waar men uitsluitend ten behoeve van de hoofdfunctie een ruimte specifiek heeft ingericht voor de consumptie van drank en etenswaren. De ruimte voor ondersteunende horeca is inclusief een eventueel terras, toiletten en bereidingsruimte van de geserveerde consumpties.;
Bestemmingsplan "Heikant 15" (vastgesteld)
9
1.55
onderkomen
een voor verblijf geschikt, al dan niet aan zijn bestemming onttrokken, vaar- of voertuig, ark of caravan, voor zover dat of die niet als een bouwwerk is aan te merken, alsook een tent; 1.56
overkappingconstructies als teeltondersteunende voorziening
bouwwerken zonder wanden, overtrokken met lichtdoorlatend materiaal anders dan glas ten behoeve van de bescherming van tuinbouwgewassen tegen neerslag of zonlicht; 1.57
paardenbak
een niet overdekt terrein ingericht voor het africhten, trainen en berijden van paarden en pony's en het anderszins beoefenen van de paardensport; 1.58
paardenhouderij
het bedrijfsmatig, niet op agrarische productie gericht houden en stallen van paarden en pony's, met als ondergeschikte nevenfunctie het fokken, africhten, trainen en berijden van paarden en pony's; 1.59
peil
a. voor een gebouw waarvan de hoofdtoegang direct aan een weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; 1.60
permanente bewoning
bewoning van een ruimte als hoofdwoonverblijf, waarbij door betrokkene niet aannemelijk is of kan worden gemaakt dat elders daadwerkelijk over een hoofdwoonverblijf wordt beschikt; 1.61
plattelandswoning
een woning, behorend tot of voorheen behorend tot een agrarisch bedrijf, die door een derde bewoond mag worden en wordt beschouwd als onderdeel van het agrarisch bedrijf; 1.62
recreatieve voorzieningen
een verblijf of afgebakend terrein geschikt voor recreatieve doeleinden waar weinig mensen tegelijkertijd de mogelijkheid hebben om te recreëren, zoals kleinschalige recreatieve activiteiten in de vorm van bijvoorbeeld paardrijden, huifkartochten, terras en speelvoorzieningen die ruimtelijk inpasbaar zijn; 1.63
recreatiewoning
een gebouw, uitsluitend bestemd om te dienen voor recreatief nachtverblijf door een persoon, gezin of andere groep van personen, die zijn vaste woon- of verblijfplaats elders hebben; onder recreatief nachtverblijf is in ieder geval niet begrepen permanente bewoning door eenzelfde persoon, gezin of andere groep van personen;
10
Bestemmingsplan "Heikant 15" (vastgesteld)
1.64
reëel agrarisch bedrijf
een agrarisch bedrijf dat jaarrond een arbeidsbehoefte of -omvang heeft van ten minste één halve volledige arbeidskracht, met een daarbij passend jaarinkomen; 1.65
retentievoorziening
een voorziening waarbij in tijden van overvloedige neerslag, water dat niet afkomstig is van uit de grote rivieren, tijdelijk vastgehouden kan worden om wateroverlast op andere plaatsen te voorkomen; 1.66
rijhal
een gebouw uitsluitend bestemd voor het africhten van paarden en pony's, ten dienste van en behorende bij een paardenfokkerij of paardenhouderij; 1.67
ruimtelijke ontwikkeling
bouwactiviteiten en planologische gebruiksactiviteiten waarvoor een wijziging van het planologisch regime nodig is; 1.68
seksinrichting
een inrichting, bestaande uit een of meer voor publiek toegankelijke, besloten ruimten, waarin bedrijfsmatig of op een daarmee vergelijkbare wijze, seksuele handelingen worden verricht; onder een hiervoor bedoelde inrichting wordt in elk geval verstaan een bordeel of soortgelijke inrichting; 1.69
silo
een bouwwerk dat dient voor het opslaan van mest, veevoeder, graan of andere bulkstoffen ten behoeve van het bijbehorende agrarische bedrijf; 1.70
stacaravan
een zomerhuis in de vorm van een onderkomen op wielen, dat, mede gelet op de afmetingen, kennelijk niet bestemd is om regelmatig en op zelfstandige wijze op de verkeerswegen ook over grotere afstanden als een aanhanger van een auto te worden voortbewogen; 1.71
stagiairewoning
een voor tijdelijke bewoning door een stagiaire bestemd hoofdgebouw; 1.72
standplaats voor ambulante handel
een standplaats zoals bedoeld in de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente; 1.73
statische opslag
(binnen)opslag van goederen die geen regelmatige verplaatsing behoeven, niet bestemd zijn voor handel en niet worden opgeslagen voor een elders gevestigd niet-agrarisch bedrijf, zoals (seizoens)stalling van (antieke) auto's, boten, caravans, campers en dergelijke;
Bestemmingsplan "Heikant 15" (vastgesteld)
11
1.74
(teelt)ondersteunende voorzieningen
boog- en gaaskassen, hagelnetten, foliekassen, containervelden en overkappingsconstructies als teeltondersteunende voorziening en stellingen ten behoeve van de bescherming van plantaardige agrarische teelten en/of de voorkweek van ten behoeve van het eigen bedrijf benodigd plantmateriaal en/of de voorkoming van verspreiding van gewasbeschermingsmiddelen, ten behoeve van grondgebonden agrarische teelten; 1.75
(teelt)ondersteunende kas
een teeltondersteunende voorziening, bestaande uit een agrarisch bedrijfsgebouw waarvan de wanden en het dek voornamelijk bestaan uit glas of een ander lichtdoorlatend materiaal en dienend voor de productie van gewassen onder geconditioneerde klimaatomstandigheden. Hieronder vallen ook schuurkassen en permanente tunnel- of boogkassen (>1,5 meter); 1.76
veehouderij
agrarisch bedrijf gericht op het fokken, mesten en houden van runderen, varkens, schapen, geiten, pluimvee, tamme konijnen en pelsdieren; 1.77
veldschuur
een vrij in het open veld staande schuur, die uitsluitend wordt gebruikt voor het onderbrengen van vee tegen weersinvloeden en/of voor de opslag van agrarische producten en/ of voor de opslag van agrarische werktuigen; 1.78
verbrede landbouw
het ontplooien van activiteiten op een agrarisch bouwvlak, die ruimtelijk inpasbaar zijn en verbonden zijn aan de bestaande en te behouden agrarische bedrijfsvoering; 1.79
vestiging
mogelijk maken van een ruimtelijke ontwikkeling, die op grond van het geldende planologische regime niet is toegelaten, op een bestaand bouwperceel binnen het deel waar het oprichten van gebouwen is toegestaan; 1.80
voorgevel
de naar de weg gekeerde of aan de voorzijde van een gebouw gelegen gevel of, indien het een gebouw betreft met meerdere zodanige gevels, één van die gevels; 1.81
voorgevelrooilijn
de lijn die horizontaal loopt door het buitenwerks vlak van de voorgevel, tot aan de perceelsgrenzen; 1.82
voorzieningen ten behoeve van de opwekking van duurzame energie
voorzieningen voor het opwekken van hernieuwbare energie op basis van biomassa, waterkracht, windenergie, zonne-energie of aardwarmte;
12
Bestemmingsplan "Heikant 15" (vastgesteld)
1.83
waterbassin
een opslagreservoir voor water; 1.84
water en waterhuishoudkundige voorzieningen
a. al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. b. alle voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit, zoals duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten, etc. 1.85
waterbassin
Een kunstmatig aangelegd waterreservoir, dat dient ter opslag van regenwater en drainwater en het (her)gebruik voor irrigatie. 1.86
wonen
het houden van verblijf, het huren of het gehuisvest zijn in een woning; 1.87
woning
een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één afzonderlijk huishouden; 1.88
woonunit
een demontabel of relatief eenvoudig verwijderbaar gebouw of ruimte binnen een gebouw, dat of die geschikt en ingericht is ten dienste van woon-, dag- of nachtverblijf van een of meer personen; 1.89
woonwagen
een voor bewoning bestemd gebouw, niet zijnde een woning, welke is geplaatst op een woonwagenstandplaats en in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst; 1.90
woonwagenwoning
een op traditionele wijze gebouwd voor bewoning bestemd hoofdgebouw welke is geplaatst op een standplaats; 1.91
zorgboerderij
de opvang van mensen met een zorgvraag hetzij als niet-agrarische neventak, hetzij als vervolgfunctie op een agrarisch bouwperceel, waarbij het meewerken in het agrarisch bedrijf of bij het kleinschalig houden van dieren een wezenlijk onderdeel is van resocialisatie of therapie.; 1.92
zorgvuldige veehouderij
veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.
Bestemmingsplan "Heikant 15" (vastgesteld)
13
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.2
de goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.3
de inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.4
de bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.5
de oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.6
de breedte, lengte of diepte van een gebouw
tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidingsmuren. 2.7
de afstanden
afstanden tussen bouwwerken onderling, alsmede afstanden van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn. 2.8
ondergeschikte bouwdelen
bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen wordt de overschrijding van de bouwen/of bestemmingsgrens door ondergeschikte bouwdelen, zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, gevel- en kroonlijsten, gevelisolatie, reclameaanduidingen, luifels, erkers, balkons en overstekende daken en dergelijke buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van de bouwen/of bestemmingsgrens niet meer bedraagt dan 1 m. 2.9
ondergronds (verticale) bouwdiepte van een bouwwerk
vanaf het peil tot de afgewerkte vloer van het ondergrondse (deel van het) bouwwerk.
14
Bestemmingsplan "Heikant 15" (vastgesteld)
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Agrarisch
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.
grondgebonden agrarische bedrijven; handelsactiviteiten; hobbymatig houden van dieren; behoud en herstel van de bestaande landschapselementen; verdere landschappelijke inpassing met landschapselementen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - landschappelijke inpassing'; f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen, niet zijnde een waterbassin; g. een waterbassin ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - waterbassin' h. voorzieningen ten behoeve van extensieve openluchtrecreatie, zoals fiets- en voetpaden en picknickplaatsen; i. ondergeschikte voorzieningen ten behoeve van de opwekking van duurzame energie, die vallen onder milieucategorie 1 of 2 op basis van de Handreiking Bedrijven en milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, met dien verstande dat tevens bestaande voorzieningen ten behoeve van de opwekking van duurzame energie, die vallen onder milieucategorie 3.1 of hoger op basis van de Handreiking Bedrijven en milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten zijn toegestaan; j. evenementen. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Algemeen
Voor het bouwen van bouwwerken, niet zijnde rijhallen, gelden de volgende bepalingen: a. Er mogen uitsluitend bouwwerken ten behoeve van reële agrarische bedrijven worden gebouwd. b. Voorzieningen ten behoeve van de opwekking van duurzame energie zijn uitsluitend ter plaatse van het bouwvlak toegestaan. 3.2.2
Bedrijfsgebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. Gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd, waaronder teeltondersteunende kassen. b. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - teeltondersteunende voorzieningen' mogen teeltondersteunende voorzieningen worden gebouwd met uitzondering van teeltondersteunende kassen. c. De hoogte van permanente teeltondersteunende voorzieningen, met uitzondering van teeltondersteunende kassen, mag niet meer bedragen dan 2,5 m. d. De hoogte van teeltondersteunende kassen mag niet meer bedragen dan 10m. e. De goothoogte van overige bedrijfsgebouwen mag niet meer bedragen dan 7 m. f. De bouwhoogte van overige bedrijfsgebouwen mag niet meer bedragen dan 10 m. g. De maximale oppervlakte van teeltondersteunende kassen bedraagt 3.200 m2.
Bestemmingsplan "Heikant 15" (vastgesteld)
15
3.2.3
Bedrijfswoningen en bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoningen
Bedrijfswoningen en bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen zijn niet toegestaan. 3.2.4
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. Bouwwerken zijn uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan. Binnen en buiten het bouwvlak zijn wel toegestaan: 1. erf- en terreinafscheidingen; 2. bouwwerken ten behoeve van de waterhuishouding; 3. eenvoudige voorzieningen in de vorm van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor extensieve openluchtrecreatie, zoals informatieborden, picknickplekken, banken en afvalbakken, mits de hoogte niet meer bedraagt dan 3 m; 4. teeltondersteunende voorzieningen, geen gebouwen zijnde, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - teeltondersteunende voorzieningen'. b. De hoogte van silo's mag niet meer bedragen dan 12 m. c. De hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1 m, met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' waarvan de hoogte niet meer mag bedragen dan 2,5 m. d. De hoogte van teeltondersteunende voorzieningen mag niet meer bedragen dan 2,5 m. e. De hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 10 m. 3.3
Afwijking van de bouwregels
3.3.1
Afwijking teeltondersteunende kassen
Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in lid 3.2.2, ten behoeve van het bouwen van teeltondersteunende kassen tot een grotere oppervlakte en hogere hoogte, met in achtneming van de volgende regels: a. De noodzaak voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering dient te zijn aangetoond middels een AAB-advies. b. Binnen het betreffende bouwvlak mag de gezamenlijke oppervlakte van teeltondersteunende kassen niet meer dan 5.000 m² bedragen. c. De hoogte mag niet meer bedragen dan 12 m. d. Er moet worden voldaan aan het Activiteitenbesluit. e. De gevels van de glasopstanden waarin assimilatiebelichting wordt toegepast vanaf 1:00 uur na zonsondergang tot 1:00 uur voor zonsopgang volledig zijn afgeschermd met een 100% dicht gevelschermdoek en aan de bovenzijde van de glasopstanden in diezelfde periode het licht voor minimaal 95% wordt afgeschermd. 3.3.2
Afwijking bouwhoogte bedrijfsgebouwen
Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in lid 3.2.2 ten behoeve van het bouwen van bedrijfsgebouwen tot een goothoogte van 9 en bouwhoogte van 14 m, met inachtneming van de volgende regels: a. De noodzaak voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering dient te zijn aangetoond middels een AAB-advies. b. Er sprake is van een zorgvuldige landschappelijke inpassing van de bedrijfsbebouwing op basis van een erfbeplantingsplan. 3.3.3
Afwijking bouwhoogte bouwwerken geen gebouwen zijnde
Het bevoegd gezag kan afwijken van de in lid 3.2.4 genoemde bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met inachtneming van de volgende regels:
16
Bestemmingsplan "Heikant 15" (vastgesteld)
a. De hoogte van schoorstenen en silo's mag niet meer bedragen dan 15 m. b. De hoogte van erf- en terreinafscheidingen buiten het bouwvlak mag niet meer bedragen dan 2 m. 3.4
Specifieke gebruiksregels
3.4.1
Strijdig gebruik
a. Als strijdig gebruik wordt in ieder geval aangemerkt: 1. het gebruik van de gronden buiten het bouwvlak als paardenbakken; 2. opslag van hooirollen buiten het bouwvlak; 3. het gebruik van één agrarisch bouwvlak ten behoeve van meerdere agrarische bedrijven; 4. het gebruik van gronden voor open teelten van sierplanten en bomen en boomgaarden binnen een afstand van 30 m tot gevoelige functies voor gewasbeschermingsmiddelen, uitgezonderd en voor zover: het bestaande en vervanging van bestaande open teelten van sierplanten en bomen betreft; aangetoond is dat geen gebruik wordt gemaakt van gewasbeschermingsmiddelen; het woon- en leefklimaat en/of het verblijfsklimaat voor bestrijdingsmiddelen gevoelige functies niet onevenredig wordt aangetast. b. Het gezamenlijk brutovloeroppervlak van nevenfuncties als bedoeld in lid 3.1 sub b is uitsluitend toegestaan in bestaande bebouwing en mag niet meer bedragen dan 25% van de bebouwing tot een maximum van 1.000 m2. Verkoop van streekeigen producten is toegestaan tot maximaal 100 m2. c. Het plaatsen van retentievoorzieningen is uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak en daar waar deze aanwezig zijn op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan. d. Het plaatsen van waterbassins is uitsluitend toegestaan binnen de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - waterbassin'; e.
De aanleg van mestbassins is uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak. f. Het gebruik van gronden voor gebouwgebonden teeltbedrijven- en kwekerijen is niet toegestaan. g. Het gebruik van gronden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - landschappelijke inpassing' conform de bestemmingsomschrijving is uitsluitend toegestaan, als de landschapsmaatregelen conform het landschapsplan (zie bijlage 1 bij deze regels) zijn aangelegd en in stand worden gehouden. h. Het houden van (landbouw)dieren is niet toegestaan. 3.5
Afwijken van de gebruiksregels
3.5.1
Paardenbak
Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in lid 3.4.1 voor een paardenbak, met inachtneming van de volgende regels: a. Een paardenbak is uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan, met uitzondering van: 1. een paardenbak grenzend aan en in aansluiting op een bouwvlak indien het een hobbymatig gebruikte paardenbak is; 2. een paardenbak grenzend aan bestemmingsvlakken van andere bestemmingen waar een woning is toegestaan en aanwezig is, met dien verstande dat sprake is van een hobbymatig gebruikte paardenbak en de paardenbak gerealiseerd wordt in aansluiting op het bestemmingsvlak dat daadwerkelijk door de gebruikers van de paardenbak wordt bewoond. b. Een paardenbak is uitsluitend toegestaan op een minimale afstand van 50 m tot de gevel van de woning van een derde. c. Bij een paardenbak is het gebruiken van een geluidsinstallatie en/of verlichting door middel van lichtmasten, niet toegestaan. d. Er dient sprake te zijn van een goede landschappelijke inpassing.
Bestemmingsplan "Heikant 15" (vastgesteld)
17
3.5.2
Gebouwgebonden teeltbedrijven en -kwekerijen
Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in lid 3.1 en lid 3.4.1 onder e voor gebouwgebonden teeltbedrijven en -kwekerijen, met inachtneming van de volgende regels: a. Er is sprake van een goede landschappelijke inpassing op basis van een goedgekeurd landschapsplan en borging van uitvoering en beheer. b. Het gebouwgebonden teeltbedrijf en de kwekerij mogen geen onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking tot gevolg hebben. c. Op eigen terrein dient te worden voorzien in de parkeerbehoefte. d. Het gebouwgebonden teeltbedrijf en de kwekerij mogen geen onevenredige beperking opleveren van de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende (agrarische) bedrijven. e. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groenblauwe mantel' dient door middel van een AAB-advies te worden aangetoond dat: 1. de omvang van het gebouwgebonden teeltbedrijf en - kwekerij noodzakelijk is voor de agrarische bedrijfsvoering; 2. er een positieve bijdrage wordt geleverd aan de bescherming en ontwikkeling van de onderkende ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken. f. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - gemengd landelijk gebied' dient door middel van een AAB-advies te worden aangetoond dat de omvang van het gebouwgebonden teeltbedrijf en - kwekerij noodzakelijk is voor de agrarische bedrijfsvoering. 3.5.3
Afwijken nevenfuncties
Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in lid 3.1 onder a en b voor nevenfuncties, met inachtneming van de volgende regels: a. Op het perceel is een reëel agrarisch bedrijf aanwezig en de agrarische functie blijft op het perceel als hoofdfunctie aanwezig en herkenbaar. b. Nevenfuncties zijn uitsluitend toegestaan binnen de bestaande bebouwing, met dien verstande dat herbouw - onder de voorwaarde dat de uitwendige verschijningsvorm overeenkomt met die van het oorspronkelijke gebouw - op dezelfde plaats mag plaatsvinden indien en voor zover redelijkerwijs niet verlangd mag worden dat de bestaande bebouwing - gezien de staat waarin deze verkeert moet worden gehandhaafd. c. Voor nevenfuncties geldt dat de volgende functies bij het agrarische bedrijf zijn toegestaan: 1. agrarisch technische hulpbedrijven, agrarisch verwante bedrijven tot een maximum gezamenlijk brutovloeroppervlak van 25% van de bebouwing tot maximaal 1.000 m²; 2. verbrede landbouw in de vorm van zorgboerderijen, kinderboerderijen, sociale en educatieve voorzieningen tot een maximum gezamenlijk brutovloeroppervlak van 25% van de bebouwing tot maximaal 1.000 m²; 3. kleinschalig kamperen met maximaal 25 kampeermiddelen, met uitzondering van stacaravans.
Hierbij geldt dat voor het kampeerterrein een afstand van tenminste 100 m in acht moet worden genomen ten opzichte van niet bij deze inrichting behorende gevoelige functies. 4. recreatieve voorzieningen tot een maximum gezamenlijke brutovloeroppervlak van 25% van de bebouwing tot maximaal 1.000 m². Hierbij is onderscheid te maken tussen dagrecreatie en verblijfsrecreatie. Onder verblijfsrecreatie wordt verstaan het bieden van een kortdurend onderkomen voor personen en groepen ten behoeve van recreatieve overnachting. Hierbij is het bijhouden van een nachtregister verplicht; 5. statische opslag tot een maximum van 1.000 m²; 6. verbrede landbouw in de vorm van verkoop in streekeigen producten tot een maximum van 100 m2; 7. kinderdagverblijf en/of buitenschoolse opvang tot een maximum van 300 m2 brutovloeroppervlak, vooral gericht op opvang van kinderen uit het meest nabij gelegen dorp. d. Ondersteunende horeca is toegestaan bij nevenfuncties zoals genoemd onder c sub 2, 3 en 4 waarbij de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 100 m². e. Buitenopslag ten behoeve van de nevenfuncties is niet toegestaan.
18
Bestemmingsplan "Heikant 15" (vastgesteld)
f. De in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. g. De nevenfunctie mag geen onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking tot gevolg hebben, waarbij de parkeerplaatsen gerealiseerd moeten worden op eigen terrein. h. De nevenfunctie mag geen onevenredige beperking opleveren van de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende (agrarische) bedrijven. i. De nevenfunctie in de vorm van kleinschalig kamperen mag uitsluitend plaatsvinden op of grenzend aan het bouwvlak, mits landschappelijk ingepast. j. Stapeling van nevenfuncties is mogelijk tot een maximaal gezamenlijk brutovloeroppervlak van 25% van alle bestaande bebouwing in het bouwvlak. Daarboven mag alleen voor statische opslag 1.000 m², verminderd met het brutovloeroppervlak in gebruik voor andere nevenfuncties, in gebruik worden genomen. k. Er is sprake van een goede landschappelijke inpassing op basis van een goedgekeurd landschapsplan en borging van uitvoering en beheer. 3.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.6.1 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden op de in lid 3.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. b. c. d.
Het wijzigen en verharden van zandwegen; Het verwijderen van landschapselementen; De aanleg van retentievoorzieningen; De aanleg van waterbassins.
3.6.2
Uitzonderingen
Het in lid 3.6.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. Binnen een bouwvlak plaatsvinden, voorzover het betreft het wijzigen en verharden van zandwegen, het verwijderen van landschapselementen dan wel de aanleg van retentievoorzieningen; b. Binnen de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - waterbassin' plaatsvinden voor zover het betreft de aanleg van waterbassins; c. Het normale onderhoud en/of gebruik betreffen; d. Reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 3.6.3
Toelaatbaarheid
a. De in lid 3.6.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de in de bestemmingsomschrijving genoemde waarden. b. De in lid 3.6.1 onder c en d genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien sprake is van een goede landschappelijke inpassing op basis van een goedgekeurd landschapsplan. 3.7