Begroting 2025 Boxtel- Begroting 2025 Boxtel
Tekst van het document
• Verdwijnen tarief reinigingsrechten Het inzamelen van bedrijfsafval is geen wettelijke plicht. Vanaf 1 januari 2025 wordt deze dienstverlening beëindigd, en komen de “reinigingsrechten” te vervallen.
59 ________________________________________________________________________________________ Programmabegroting 2025 en financiële begroting 2025 inclusief meerjarenbegroting 2026-2028
Milieustraat Ook op de milieustraat zetten we verder in op de financiële prikkel. • Het aanbieden van restafval en met restafval gemengde stromen maken we duurder. De andere tarieven houden we gelijk. • De eerste bezoeken gratis komen te vervallen. Inwoners moeten betalen vanaf het eerste bezoek aan de milieustraat, Geen knipkaarten meer, uitsluitend PIN betalingen Vanaf 1 januari stoppen we met de knipkaarten. Inwoners dienen vanaf het eerste bezoek de stortkosten direct af te rekenen met PIN. Alle huishouden krijgen een afvalpas waarmee ze toegang tot de milieustraat krijgen. Eenmalige teruggave vanuit de voorziening De afgelopen jaren sloten we elk jaar af met een positief resultaat. Hierdoor is het niveau van de voorziening opgelopen. We willen de inwoners laten profiteren door in 2025 een eenmalige teruggave van € 25 uit te keren. De teruggave wordt verrekend met de aanslag voor het vastrecht. Voor 2026 zien we ook nog ruimte voor een teruggave, al zal die lager zijn dan de teruggave in 2025 (ca. € 15). Onderbouwing tarieven afval
Werkelijk
Begroot
Begroot
(x € 1.000)
2023
2024
2025
Leges en andere rechten
4.004
3.678
3.678
Overige goederen en diensten
558
540
456
Mutatie voorzieningen
57
Kapitaaloverdrachten - overige instellingen en personen
7
41
Totaal baten
4.626
4.218
4.175
Belastingen
112
109
109
Duurzame goederen
41
20
20
1.685
1.973
1.904
Overige goederen en diensten Mutatie voorzieningen
18
Kapitaallasten
93
99
116
Overige verrekeningen
20
21
21
Compensabele BTW
390
401
401
Ingeleend personeel
266
270
255
1.164
1.159
1.200
Kwijtscheldingen
148
150
150
Totaal lasten
3.920
4.218
4.175
706
0
0
118%
100%
100%
Bijdragen inzet MijnGemeenteDichtbij
Dekkingsresultaat (- = tekort) Dekkingspercentage
Parkeerbelasting Voor 2024 zijn de tarieven van het betaald parkeren verhoogd. Vanwege afronding is de uiteindelijke verhoging hoger uitgevallen dan de inflatiecorrectie over 2024. Daarom wordt voor 2025 geen verhoging voorgesteld. Bij het vergunning parkeren worden de tarieven wel aangepast (+2,9%). 60 ________________________________________________________________________________________ Programmabegroting 2025 en financiële begroting 2025 inclusief meerjarenbegroting 2026-2028
De parkeerbelasting (inclusief parkeervergunningen) wordt aangemerkt als een algemeen heffing/dekkingsmiddel. Hiervoor is geen specifieke onderbouwing van de tarieven noodzakelijk. In de Kadernota 2025 hebben we voor de tarieven heffingen en rechten 2025 de indexering bepaald op 2,9%. In de verordening parkeerbelastingen is dit percentage voor parkeren op straat in 2025 toegepast. Hiermee zijn we nog steeds marktconform ten opzichte van omliggende gemeenten.
Reclamebelasting De reclamebelasting is aangemerkt als een algemeen heffing/dekkingsmiddel. Hiervoor is geen specifieke onderbouwing van de tarieven noodzakelijk. Deze belasting brengt Boxtel in rekening bij alle winkeliers, dienstverleners en horecaondernemers in het afgebakende centrummanagement gebied. Na overleg met het Centrummanagement wordt voorgesteld de tarieven te verhogen met de inflatiecorrectie. Leges De huidige legesverordening is onderverdeeld in drie hoofdstukken: • Hoofdstuk 1: Algemene dienstverlening; • Hoofdstuk 2: Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet; • Hoofdstuk 3: Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2. Kostendekkendheid leges Om de kostprijs van de diverse producten vallend onder de legesverordening te berekenen, baseert gemeente Boxtel zich op Activity Based Costing; alle handelingen die komen tot een prestatie worden afgezet tegen het uurtarief van een behandelend medewerker. Van alle producten wordt dus inzichtelijk gemaakt wat de gemiddelde tijdsbesteding is, en de aantallen van deze producten die worden verkocht. In een legesverordening worden veel verschillende tarieven gehanteerd. De maximale kostendekkendheid hoeft niet per tarief te gelden.
Zolang het maximale van honderd procent voor de gehele legesverordening niet wordt overschreden, mag de kostendekkendheid van honderd procent per tarief wel worden overschreden. Door deze zogenoemde kruissubsidiëring is het mogelijk om het overschot aan legesontvangsten op bepaalde producten te nivelleren met het tekort aan ontvangsten op andere producten. Deze kruissubsidiëring wordt enkel per hoofdstuk toegepast. Leges algemene dienstverlening In dit hoofdstuk van de legesverordening worden met name de leges op de producten burgerzaken geheven, zoals identiteitskaarten, paspoorten en rijbewijzen. De leges burgerzaken worden voor een deel bepaald door de van Rijkswege vastgestelde (maximum) bedragen. Voor zover deze Rijkstarieven niet van toepassing zijn, kan de gemeente het zelf bepalen. Voor dit deel worden de tarieven in 2025 trendmatig met 2,9% verhoogd. Onderbouwing tarieven burgerzaken
Werkelijk
Begroot
Begroot
(x € 1.000)
2023
2024
2025
Leges en andere rechten
411
579
677
Overige goederen en diensten
14
13
13
Inkomensoverdrachten - overige instellingen en personen
4
5
5
61 ________________________________________________________________________________________ Programmabegroting 2025 en financiële begroting 2025 inclusief meerjarenbegroting 2026-2028
Totaal baten
429
597
695
Salarissen en sociale lasten
11
9
9
Overige goederen en diensten
14
46
46
Inkomensoverdrachten - Rijk
160
263
298
Bijdragen inzet MijnGemeenteDichtbij
1.007
1.151
1.207
Totaal lasten
1.192
1.469
1.560
Dekkingsresultaat (- = tekort)
-763
-872
-865
Dekkingspercentage
36%
41%
45%
Leges dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet De Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen (Wkb) zijn per 1 januari 2024 in werking getreden. Dit heeft vanaf 2024 gevolgen gehad voor onder andere de legesbaten en de daarbij behorende lasten, welke ook voor 2025 met name voor ruimtelijke ontwikkeling en vergunningverlening nader zijn onderbouwd met de kennis en ervaring opgedaan uit het eerste jaar van inwerking treden van deze wetten. Voorbeelden van de leges die in rekening worden gebracht voor een omgevingsvergunning met de werkzaamheden bouwen en slopen, afwijken van het bestemmingsplan zonder de activiteit bouwen en een inrit of uitrit aanleggen. Maar ook waar het gaat om kappen van bomen of brandveilig gebruik valt onder deze dienstverlening en de in rekening te brengen leges. Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2 Onder deze dienstverlening vallen alle in rekening te brengen leges betreffende horeca, evenementen en vergunningen als gevolg van de APV. Inzicht kostendekkendheid leges De gevolgen van de in rekening te brengen leges en de kostendekkendheid hiervan worden inzichtelijk gemaakt door het kostendekkendheidsonderzoek leges 2025. Op dit moment zijn de gevolgen nog niet geheel inzichtelijk en verwerkt in de begroting.
Zoals in de Kadernota 2025 aangegeven, zijn de leges daar waar wettelijk toegestaan, met 2,9% geïndexeerd, wat leidt tot een verwachte opbrengst van € 1.070.000. Wij verwachten dat de laatste wijzigingen als gevolg van het kostendekkendheidsonderzoek in de Eerste bestuursrapportage 2025 kunnen worden gemeld. De kostendekkendheidsberekening is vormgegeven voor het algehele belastingjaar 2025. Het kostendekkendheidsonderzoek leges geeft voor nu het volgende resultaat: Kostendekkendheidspercentage gemeente Boxtel 2025 Hoofdstuk 1: Algemene dienstverlening
89%
Hoofdstuk 2: Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet
84%
Hoofdstuk 3: Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2
90%
Totaal dekkingspercentage
87%
Grafrechten Het uitgangspunt is dat de tarieven voor de diensten die samenhangen met de uitvoering volgens de Wet op de Lijkbezorging in de pas lopen met die van andere (gemeentelijke) aanbieders. 62 ________________________________________________________________________________________ Programmabegroting 2025 en financiële begroting 2025 inclusief meerjarenbegroting 2026-2028
Bij een trendmatige verhoging van de tarieven wordt een 100% kostendekkendheid niet gehaald. De lasten en baten van de begraafplaats zijn mede afhankelijk van de trend en ontwikkelingen in de markt zoals prijsverhogingen en/of inflatie en index correcties, verhoging van grondstoffen enzovoort. De afgelopen jaren (berekend over 10 jaar) is een gemiddelde kostendekkendheid van 85% gehaald wat in vergelijking met andere begraafplaatsen en gemeentelijke begraafplaatsen een hoog dekkingspercentage is. De afgelopen jaren wordt daarnaast gekeken en beoordeeld naar meer in besteden m.b.t. bepaalde groenonderhoudswerkzaamheden waardoor te zien, maar ook de verwachting is dat het dekkingspercentage niet verder zal toenemen. Er wordt bij de keuzes van uitbesteden van onderhoudswerkzaamheden eerst beoordeeld of in eigen beheer de werkzaamheden uitgevoerd kunnen worden. Te denken valt aan; schoffelonderhoud (werd voorheen uitbesteed), graskanten onderhoud (voorheen opgenomen in groenbestek maaien), renovatie van plantvakken e.d. Een verbetering hiervan wordt gezocht in: • Een andere grafsoort type met een wijziging in de berekening van grafrechten. Dit heeft er toe geleid dat de "Verordening op de heffing en invordering van grafrechten" aangepast is door ook mogelijkheid van verlengen in 2 opties aan te bieden 5 of 10 jaar verlengen van het grafrecht.
Dit is in 2024 ingevoerd met de gewijzigde en geïndexeerde Verordening op de heffing en invordering van grafrechten; • Een andere wijze van grafuitgifte als voorbeeld kan gedacht worden aan het creëren van een ruimte op de begraafplaats voor andere inrichting van; asbusbewaringen, begraving van Islamitisch gelovigen of bijvoorbeeld natuur begraven door hiervoor een bepaald gedeelte hiervoor in te richten. Hierop zullen in 2025 andere beleidskeuzes voor de gemeentelijke begraafplaats in gemaakt moeten worden; • Het actief ruimingsbeleid dat tot op heden jaarlijks werd uitgevoerd niet meer op de huidige wijze uit te voeren. Er is onevenwichtigheid in het aantal nieuwe grafuitgiften ten opzichte van het aantal ruimingen dat nu plaatsvindt. Hierin dienen in 2025 nieuwe beleidsafwegingen gemaakt te worden. Onderbouwing tarieven grafrechten
Werkelijk
Begroot
Begroot
(x € 1.000)
2023
2024
2025
Leges en andere rechten
210
199
205
Totaal baten
210
199
205 1
Belastingen
0
1
Duurzame goederen
15
38
Overige goederen en diensten
114
68
69
Kapitaallasten
3
3
3
Mutatie voorzieningen
11
11
10
Bijdragen inzet MijnGemeenteDichtbij
156
322
338
Totaal lasten
300
442
420
Dekkingsresultaat (- = tekort)
-90
-243
-215
Dekkingspercentage
70%
45%
49%
Marktgelden In de begroting 2025 zijn de tarieven voor marktgelden trendmatig met 2,9% verhoogd. Er wordt gestreefd naar een kostendekking van 100%, maar met een trendmatige verhoging van de tarieven wordt dit niet bereikt. 63 ________________________________________________________________________________________ Programmabegroting 2025 en financiële begroting 2025 inclusief meerjarenbegroting 2026-2028
De tarieven en de verwachte opbrengsten In het navolgende overzicht zijn de definitieve tarieven 2024 alsmede de voor 2025 voorlopig voorgestelde tarieven opgenomen. De ozb-tarieven worden definitief bepaald op basis van de werkelijke waardeontwikkeling in de periode tussen peildatum 1 januari 2023 en peildatum 1 januari 2024. Vooralsnog is er geen rekening gehouden met een waardeontwikkeling in de voorlopige berekening van de tarieven voor 2025. Bij een stijging van de waardeontwikkeling worden de ozb-tarieven verlaagd. Vastgesteld tarief 2024
Voorlopig tarief 2025
WOZ-waarde
0,1072%
0,1103%
* eigenaren
WOZ-waarde
0,3320%
0,3416%
* gebruikers
WOZ-waarde
0,2531%
0,2604%
Overnachting
€ 2,25
€ 2,25
Overnachting Groep >10 personen 0 t/m 18
€ 1,15
€ 1,15
Overnachtingen Camping
€ 1,95
€ 1,95
* waterverbruik
t/m 200 m3
€ 196,80
€ 202,20
* waterverbruik
per m3 > 200 m3
€ 1,80
€ 1,85
* eenpersoonshuishouden
vast tarief *)
€ 183
€ 143
* meerpersoonshuishouden
vast tarief *)
€ 225
€ 182
* diftar
lediging 240 liter rest
€ 10,00
€ 18,00
lediging 180 liter rest
€ 8,75
€ 13,50
lediging 140 liter rest
€ 7,50
€ 10,50
lediging 60 liter rest
€ 6,25
€ 4,50
Inworp 60 liter ondergrondse
€ 0,00
€ 0,00
vast tarief *)
€ 231
€ 179
vast tarief *)
€ 288
€ 233
Belasting/heffing
Heffingsgrondslag
Onroerende zaakbelasting Woningen: * eigenaren Niet-Woningen:
Toeristenbelasting
Rioolheffing
Afvalstoffenheffing
* eenpersoonshuishouden (zonder eigen container) * meerpersoonshuishouden (zonder eigen container)
Betaald parkeren geen verhoging. indexering 3,3% Parkeervergunningen indexering 2,9%
Parkeerbelasting
diverse tarieven
Reclamebelasting
WOZ-waarde
Minimaal € 246
Minimaal € 246
(bovengrens € 131.000)
Maximaal € 919
Maximaal € 919
Leges omgevingsvergunning
diverse tarieven
indexering 3,3%
indexering 2,9%
Leges burgerzaken
diverse tarieven
indexering 3,3%
indexering 2,9%
*) tarief 2025 inclusief € 25 eenmalige teruggave
64 ________________________________________________________________________________________ Programmabegroting 2025 en financiële begroting 2025 inclusief meerjarenbegroting 2026-2028
Opbrengsten belastingen en heffingen In de volgende tabel is een overzicht opgenomen van de opbrengsten van de belangrijkste lokale belastingen en heffingen. Belasting/heffing (x € 1.000)
Werkelijk Begroot Begroot Toelichting 2023
2024
2025
- woningen/eigenaren
5.665
5.998
- niet-woningen/eigenaren
2.091
2.156
- niet-woningen/gebruikers
1.527
1.568
6.264 Indexering tarieven met 2,9%. 2.239 Opbrengst gebaseerd op 1.628 woningbouwprogramma.
115
73
Rioolheffing
3.419
3.523
3.639 Indexering tarieven met 2,9%.
Afvalstoffenheffing
4.004
3.678
3.678 Eenmalige korting € 25 in 2025.
Parkeerbelasting
201
160
165 Indexering tarieven met 2,9%.
Reclamebelasting
40
49
49 Indexering tarieven met 2,9%.
Leges omgevingsvergunning
827
1.054
1.070 Indexering tarieven met 2,9%.
Onroerende zaakbelasting
Toeristenbelasting
Leges burgerzaken TOTAAL
411
579
18.301
18.835
73 Uitgangspunten volgens maatregelenpakket
677 Indexering tarieven met 2,9%. 19.481
Aanduiding van de lokale lastendruk Jaarlijks wordt bij de begroting een overzicht opgenomen van de ontwikkeling van de lokale lastendruk (ozb, rioolheffing en afvalstoffenheffing) in verschillende woonsituaties. Een huurder betaalt geen ozb. Wat betreft afvalstoffenheffing wordt voor de vergelijking in deze situaties uitgegaan van een meerpersoonshuishouden met 10 ledigingen van een 240 liter container voor restafval per jaar. Het daadwerkelijk te betalen bedrag per huishouden voor afvalstoffenheffing is afhankelijk van het aantal ledigingen. Voor rioolheffing wordt uitgegaan van een waterverbruik van minder dan 200 m3. In onderstaande tabel is rekening gehouden met een waardeontwikkeling van vooralsnog 0% en zijn de tarieven op basis van inflatie 2,9% verhoogd. Dit levert voor onderstaande situaties het volgende beeld op: Ontwikkeling lokale lasten
Woz-waarde Woz-waarde 2024 2025
Huurder
Lasten 2024
(voorlopige) lasten 2025
mutatie 2024/2025
€ 522
€ 564
8,05%
Eigenaar met een woning van
€ 275.000
€ 275.000
€ 817
€ 867
6,12%
Eigenaar met een woning van
€ 400.000
€ 400.000
€ 951
€ 1.005
5,68%
Eigenaar met een woning van
€ 650.000
€ 650.000
€ 1.219
€ 1.281
5,09%
Eigenaar met een woning van
€ 900.000
€ 900.000
€ 1.487
€ 1.556
4,64%
Bij de beoordeling van de gemiddelde belastingdruk worden de afvalstoffenheffing, de rioolheffing en de onroerende zaakbelasting woning betrokken. Voor de vergelijking zijn de gegevens uit de Atlas Gemeenten de lokale lasten 2024 gebruikt.
65 ________________________________________________________________________________________ Programmabegroting 2025 en financiële begroting 2025 inclusief meerjarenbegroting 2026-2028
Landelijk geeft de lokale lastendruk het volgende resultaat over het afgelopen begrotingsjaar. Landelijk gemiddeld *)
Boxtel
Rangnummer
Meerpersoonshuishouden
€ 994
€ 984
Geen Rangnummer
Eenpersoonshuishouden
€ 911
€ 909
Geen rangnummer
Coelo Atlas 2024
(*) 352 gemeenten, nummer 1 is de goedkoopste
Overzicht gemeentelijke tarieven Coelo Atlas Overzicht tarieven 2024
Boxtel
Sint-Michielsgestel
Landelijk
OZB tarief woningen
0,1072%
0,1182%
0,0909%
OZB tarief eigenaar niet-woningen
0,3320%
0,3166%
0,3272%
OZB tarief gebruiker niet-woningen
0,2531%
0,2011%
0,2333%
Afvalstoffenheffing eenpersoonshuishouden
216,00
243,00
279,00
Afvalstoffenheffing meerpersoonshuishouden
291,00
293,00
346,00
Rioolheffing huishoudens eenpersoonshuishouden
197,00
141,00
210,00
Rioolheffing huishoudens meerpersoonshuishouden
197,00
161,00
225,00
Rioolheffing bedrijven, waterverbruik 500 m3
737,00
297,00
419,00
Woonlasten eenpersoonshuishouden
909,00
1.002,00
911,00
Woonlasten meerpersoonshuishouden
984,00
1.072,00
994,00
Toeristenbelasting per nacht
2,25
2,05
3,73
Paspoort
83,85
83,85
83,62
Identiteitskaart
75,80
75,80
75,50
Rijbewijs
51,10
51,10
50,68
Uittreksel BRP
12,75
12,75
14,74
66 ________________________________________________________________________________________ Programmabegroting 2025 en financiële begroting 2025 inclusief meerjarenbegroting 2026-2028
Kwijtscheldingsbeleid Kwijtschelding wordt verleend voor de onroerende zaakbelasting, afvalstoffenheffing en rioolheffing. De overige heffingen zijn uitgezonderd van kwijtschelding. Als een belastingplichtige (natuurlijke persoon), of een zelfstandige ondernemer die voor zijn privé woning, geen of weinig financiële middelen heeft om de belastingaanslag voor de gemeentelijke heffingen te kunnen voldoen, kan onder voorwaarden aan deze belastingplichtige kwijtschelding worden verleend. De beoordeling wordt gebaseerd op het wettelijk vastgestelde toetsingsinkomen en toetsingsvermogen. Het kwijtscheldingspercentage wordt gebaseerd op de zogenaamde 100%-norm. Voor de begroting 2025 zijn de kwijtscheldingen geraamd op € 276.800 verdeeld over: • afvalstoffenheffing € 150.000 • rioolheffing € 126.800 In 2024 is bij de Kadernota het voorstel gedaan om de kwijtscheldingsnormen met ingang van 2025 als volgt de verruimen: 1. Verhogen vermogensnorm; 2. Hanteren AOW-uitkering in plaats van normbedragen participatiewet voor gepensioneerden; 3. Aanmerken kosten kinderopvang als uitgaven; 4. Openstellen mogelijkheid van kwijtschelding voor ondernemers voor wat betreft heffingen in de privésfeer (heffingen voor woning). Vanaf 2020 is het bedrag dat begroot wordt voor kwijtschelding onderdeel van de kostprijs en wordt dus meegerekend in de tariefbepaling voor afval en riolering.
Op basis van de huidige ramingen kwijtschelding wordt verwacht dat de verruiming geen gevolgen heeft voor de tarieven van de afvalstoffenheffing en rioolheffing.
67 ________________________________________________________________________________________ Programmabegroting 2025 en financiële begroting 2025 inclusief meerjarenbegroting 2026-2028
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen bepaalt of de gemeente in staat is om de financiële gevolgen van onverwachte, niet-begrote kosten (risico’s) op te vangen. Met een buffer kan worden voorkomen dat een financiële tegenvaller dwingt tot bezuinigen. Op 11 december 2018 heeft de gemeenteraad de notitie risicomanagement & weerstandsvermogen vastgesteld. In deze notitie zijn de kaders en spelregels vastgesteld voor het bepalen van het beschikbaar en benodigd weerstandsvermogen en het ratio weerstandsvermogen.
Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen bestaat uit: • de benodigde weerstandscapaciteit = het totaal van de risico’s en kansen op basis van een inschatting van kans en impact. • de beschikbare weerstandscapaciteit = de financiële middelen om de risico’s te dekken. De beschikbare weerstandscapaciteit is als volgt berekend: Tabel: Beschikbare weerstandscapaciteit (bedragen x € 1.000) Algemene risico reserve per 1 januari 2025
Bedrag € 9.002
Stille reserves Begrotingssaldo begroting 2025
€0 € 1.032
Totaal beschikbare weerstandscapaciteit
€ 10.034
Conform bestaand beleid wordt onbenutte belastingcapaciteit niet meegenomen bij de bepaling van beschikbare weerstandscapaciteit. Op het moment dat een beroep wordt gedaan op extra financiële ondersteuning uit het gemeentefonds, wordt van de gemeente verwacht dat deze capaciteit ook daadwerkelijk wordt benut. De ratio weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de risico’s die we lopen (de benodigde weerstandscapaciteit) en de financiële middelen die we hebben om de risico’s te dekken (de beschikbare weerstandscapaciteit). De gemeente streeft naar een minimale ratio van 1,0 (raadsbesluit bij notitie Risicomanagement & weerstandsvermogen). Het ratio weerstandsvermogen is als volgt berekend: Tabel: Ratio weerstandsvermogen Boxtel (bedragen x € 1.000) Beschikbare weerstandscapaciteit
1-1-2025 € 10.034
Benodigde weerstandscapaciteit Ratio weerstandsvermogen
€ 3.202 3,1
Kwalificatie
Uitstekend
Met een ratio van 3,1 voldoen we aan de vastgestelde norm.
68 ________________________________________________________________________________________ Programmabegroting 2025 en financiële begroting 2025 inclusief meerjarenbegroting 2026-2028
De risico's De voor 2025 geïnventariseerde risico's zijn doorgerekend op kans en impact. Dit geeft het volgende risicoprofiel. De nummers verwijzen naar het betreffende risico in het risicoregister. Risicoprofiel 5
4&5
4
3
2
1
3
4
5
3
2
1 1
2
Risicoregister Risico’s worden vastgelegd in het risicoregister. Per risico is een inschatting gemaakt van de kans dat het risico zich voordoet en de financiële gevolgen ervan. Deze inschatting is in lijn met het beleid vertaald naar een risicoscore. De risico’s zijn ingedeeld op incidenteel/structureel risico (I/S). In lijn met het beleid wordt het risicobedrag verhoogd met 10% als opslag voor de risico’s die op dit moment nog niet zijn ingeschat. Er wordt in het risico register onderscheid gemaakt tussen de kwantificeerbare en niet-kwantificeerbare risico’s. In onderstaand risicoregister zijn uitsluitend de risico’s met een impact vanaf € 100.000 weergegeven. Deze grens is bepaald op 0,10% van het bedrag van de exploitatie van 2018. Onverwachte, niet-begrote kosten (risico’s) die een effect hebben op de financiële positie van GR MijnGemeenteDichtbij worden conform de verdeelsleutel opgenomen in de weerstandsparagrafen van de gemeenten. De benodigde weerstandscapaciteit is als volgt berekend:
69 ________________________________________________________________________________________ Programmabegroting 2025 en financiële begroting 2025 inclusief meerjarenbegroting 2026-2028
Risico's met een impact vanaf het jaar 2025 Nr. Kwantificeerbare risico's
Effect
Type Kans
Gevolg
Impact Risico
(x1000) (x1000) score
Kans op optreden in jaar
1
2
Hogere onderhoudskosten op groot Extra lasten, niet onderhoud door inflatie
begroot
Toename uitgaven WMO
Extra lasten, niet
S
90%
269
242
20
2025 e.v.
S
70%
473
331
16
2025 e.v.
S
50%
380
190
12
2025 e.v.
I
30%
2.800
840
10
2025 e.v.
I
30%
2.351
705
10
2025 e.v.
begroot 3
4
Stijging volume Zorg in Natura
Extra lasten, niet
(PxQ)
begroot
Uitval van kritische
Extra lasten, niet
applicaties/systemen door een
begroot
cyberaanval 5
Risico's grondexploitatie
Groter verlies of lagere winstneming
Totaal risico's met een impact vanaf het jaar 2025
2.309
Overige risico's < € 100.000
602
10% risico-opslag voor niet gekwantificeerde risico's
291
Totaal benodigde weerstandscapaciteit
3.202
Kwantificeerbare risico’s in het rode gebied hebben betrekking op het programma Sociale kracht en Leefbare ruimte. Deze risico’s worden hieronder apart toegelicht. Indien nodig worden significante risico's uit het oranje gebied worden toegelicht. Programma Leefbare ruimte 1. Hogere onderhoudskosten op groot onderhoud door inflatie In 2022 was de inflatie fors hoger dan begroot. In de onderhoudsplannen is hier onvoldoende rekening mee gehouden. We gaan namelijk uit van een jaarlijkse correctie van 2%. Het risico is hierdoor dat de onderhoudskosten op groot onderhoud hoger uitvallen dan begroot. Programma Sociale Kracht 2. Toename uitgaven WMO Binnen de WMO is er sprake van een open-einde regeling. Bij een open-einde regeling wordt de geïndiceerde zorg verstrekt, ook als het beschikbare budget op is daardoor is er altijd een risico dat de uitgaven hoger zijn dan begroot, doordat de WMO een open-einde regeling is. Programma Meewerkend bestuur 3. Uitval van kritische applicaties/systemen in verband met een cyberaanval Het risico op schade door een cyberaanval neemt toe. Een cyberaanval kan bestaan uit een gijzeling van data (ransomware) of diefstal en mogelijke publicatie van privacygevoelige informatie. De inschatting van de impact van dit risico is gebaseerd op voorvallen die zich elders hebben voorgedaan.
De ontwikkelingen op het vlak van cyberaanvallen blijven echter onverminderd snel. We blijven dit continu monitoren, indien nodig stellen we onze verbetermaatregelen hierop bij, zodat we tijdig in kunnen spelen op mogelijke ontwikkelingen
70 ________________________________________________________________________________________ Programmabegroting 2025 en financiële begroting 2025 inclusief meerjarenbegroting 2026-2028
Niet kwantificeerbare risico’s Nr. Niet-kwantificeerbare risico's
Effect
Type
Impact
Kans op optreden in jaar
6
Maatschappelijke ontwikkelingen
Extra lasten, niet
S
PM
2025 e.v.
S
PM
2025 e.v.
I
PM
2025 e.v.
begroot 7
8
Financiële ontwikkelingen
Minder inkomsten dan
gemeentefonds
begroot
Overdracht stortplaats Vlagheide
Extra lasten, niet
aan provincie
begroot
6. Maatschappelijke ontwikkelingen Er gebeurt veel in maatschappelijk opzicht. Dit kan een gevolg hebben voor de financiële huishouding van onze gemeente. De oorlog in Oekraïne, het 'stikstof-dossier', de situatie op de woningmarkt zijn voorbeelden van ontwikkelingen die een risico vormen voor het goed kunnen uitvoeren van onze gemeentelijke taken. De financiële risico's die hier aan verbonden zijn laten zich moeilijk inschatten. 7. Financiële ontwikkelingen gemeentefonds We schatten in dat er komende jaren bezuinigd moet gaan worden, mede door de plannen van het nieuwe kabinet, om het begrotingstekort en de staatsschuld van het rijk verder terug te dringen. 8. Overdracht stortplaats Vlagheide aan provincie Gemeente Boxtel maakt onderdeel uit van het Stadsgewest 's-Hertogenbosch. Er wordt toegewerkt naar een overdracht van de voormalige stortplaats Vlagheide van Stadsgewest ‘s-Hertogenbosch aan provincie Noord-Brabant. In 2023 heeft de provincie opdracht gegeven voor het uitvoeren van een onderzoek voor het Nazorgfonds gesloten stortplaatsen. Recent zijn de resultaten van deze studie bekend geworden waaruit blijkt dat de eerder berekende en aanwezige (doel)vermogens - binnen het nazorgfonds t.g.v. de nazorgverplichting van de reeds gesloten en in de toekomst sluitende stortplaatsen mogelijk niet toereikend zijn om aan de toekomstige verplichtingen te kunnen voldoen.
Op het moment dat de impact voor onze gemeente inzichtelijk is zullen we de mogelijke financiële claim verwerken.
Kengetallen Het is voor de gemeenten verplicht een basisset van vijf financiële kengetallen op te nemen in de begroting en de jaarstukken. Deze kengetallen zijn bedoeld om de gemeentelijke financiële positie inzichtelijker te maken en de vergelijkbaarheid tussen gemeenten te vergroten. Het gaat hierbij om de volgende kengetallen.
71 ________________________________________________________________________________________ Programmabegroting 2025 en financiële begroting 2025 inclusief meerjarenbegroting 2026-2028
Kengetal Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
Solvabiliteitsrisico
Berekening Totale schulden/totale baten (exclusief reserves) Idem, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
Toelichting Geeft inzicht in het niveau van de gemeentelijke schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Omdat bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal worden terugbetaald, wordt dit kengetal zowel berekend inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Eigen vermogen/totaal balans Geeft inzicht in de mate waarin onze gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen.
Structurele exploitatieruimte (begroting)
Structurele baten en lasten + structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves/totale baten (ex. reserves).
Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. De boekwaarde van de voorraden grond moet worden terugverdiend bij de verkoop. Kenmerkend voor grondexploitaties is dat de looptijd meerdere jaren is. Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit meer rentekosten en risico’s met zich mee.
Grondexploitatie
Boekwaarde bouwgrond in exploitatie/totale baten (exclusief reserves)
Belastingcapaciteit
Totale woonlasten gemeente Geeft inzicht in hoe de totale landelijk gemiddelde woonlasten in de gemeente woonlasten zich verhouden tot het landelijke gemiddelde. Als dit percentage laag ligt, betekent het dat de gemeente meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Of dit wel of niet gebeurt is een beleidskeuze.
72 ________________________________________________________________________________________ Programmabegroting 2025 en financiële begroting 2025 inclusief meerjarenbegroting 2026-2028
Deze kengetallen zijn op basis van deze begroting doorgerekend en geven het volgende beeld. Tabel: Ontwikkeling kengetallen
Werkelijk Begroot Begroot Begroot Begroot Begroot
Boxtel
2023
2024
2025
2026
2027
2028
Netto schuldquote
7,49%
15,59%
16,57%
15,09%
9,74%
4,88%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
3,18%
11,47%
12,80%
11,57%
6,59%
2,15%
Solvabiliteitsrisico
36,53%
47,79%
49,67%
50,80%
51,63%
53,05%
Grondexploitatie
5,44%
6,51%
6,03%
4,29%
2,23%
0,15%
Structurele exploitatieruimte begroting
10,61%
2,07%
1,83%
-0,05%
1,10%
1,22%
Belastingcapaciteit
103,92% 98,99%
98,99%
98,99%
98,99%
98,99%
Tabel: kengetallen in verhouding tot de normen zoals gehanteerd door de provincie Boxtel
Kengetal begroting 2025
Minst risicovol
Neutraal
Meest risicovol
Netto schuldquote
16,57%
<90%
90-130%
>130%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
12,80%
<90%
90-130%
>130%
Solvabiliteitsrisico
49,67%
>50%
20-50%
<20%
Grondexploitatie
6,03%
<20%
20-35%
>35%
Structurele exploitatieruimte begroting
1,83%
>0%
Belastingcapaciteit
98,99%
<95%
<0% 95-105%
>105%
Analyse en conclusie financiële kengetallen Op basis van de huidige begrotingsgegevens geven alle kengetallen een neutraal tot minst risicovol beeld. Wat dit betreft is sprake van een financieel gezonde gemeente. In vergelijk met voorgaande jaren zien we het solvabiliteitsratio stijgen en de schuldquote dalen. Dit betekent dat onze vermogenspositie verder verbetert.
73 ________________________________________________________________________________________ Programmabegroting 2025 en financiële begroting 2025 inclusief meerjarenbegroting 2026-2028
Kapitaalgoederen In deze paragraaf geven we aan hoe we de kapitaalgoederen in gemeentelijk eigendom beheren. In de Financiële verordening ex artikel 212 van de Gemeentewet (raad 28 mei 2024). staat in artikel 22 dat er een actueel beleidskader onderhoud kapitaalgoederen is. Kapitaalgoederen zijn de zaken die de gemeente nodig heeft om de diensten en goederen te produceren die zij aan haar burgers levert. Het zijn grote zaken die meestal veel waarde vertegenwoordigen en meerdere jaren meegaan. De onderstaande beleidskaders kapitaalgoederen zijn gerealiseerd en vastgesteld door de gemeenteraad. Het gaat om de volgende kapitaalgoederen: a. Wegen b. Openbare verlichting c. Riolering d. Water e. Groen f. Speeltoestellen g. Begraafplaats h. Gebouwen 1. Van de kapitaalgoederen, bedoeld onder 1, geven we aan: a. het beleidskader b. de uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties c. de vertaling van de financiële consequenties in de begroting We beheren en onderhouden de openbare ruimte op basis van wettelijke regels, zorgplichten en de bedoelde functionaliteit en kwaliteit zoals die in de beleidskaders en beleidsplannen is benoemd. Onderdeel van de beheerplannen zijn de vervangingen als gevolg van afschrijving; denk aan riolering, wegen en civiele kunstwerken.
Het beheer van de openbare ruimte verandert snel, niet langer traditioneel maar toekomstgericht of kans gestuurd. Elke vervanging is zo een kans voor vernieuwing. Vernieuwing die rekening houdt met de maatschappelijke, technologische en klimatologische ontwikkelingen. Vernieuwing waarin we klimaatadaptieve maatregelen en de energietransitie integraal meenemen. De opgave hierbij is om de vervangings- en vernieuwingsinvesteringen van de kapitaalgoederen te combineren met die van andere investerende partijen zoals woningbouwcorporaties, bedrijven en sociale partners. Kennis over de omvang van de te onderhouden domeinarealen, maar ook de mutaties in de arealen, zijn van wezenlijk belang. De doelstelling is steeds de mutaties in de beheerarealen inzichtelijk te hebben en op basis hiervan de reservering en aanvraag van de benodigde onderhoudsbudgetten te borgen. De beheerplannen geven op de middellange termijn aan welke onderhouds- en vervangingsmaatregelen we in welk jaar moeten nemen om het kapitaalgoed in stand te houden. De beheerplannen zijn gebaseerd op een technische controle en/of schouw van het areaal en geven een realistisch beeld van de uit te voeren werkzaamheden en de daarvoor benodigde budgetten. Binnen het Integraal Meerjarenonderhoudsprogramma Openbare Ruimte (IMOR) maken we een doorkijk voor alle uit te voeren werken van alle vakdisciplines in de openbare ruimte.
Deze stuurinformatie is de basis voor het verbeterd planmatig uitvoeren van projecten. In de volgende paragrafen gaan we per kapitaalgoed in op: Beleidskader, Doelen en Financiën en Prestaties 2025. 74 ________________________________________________________________________________________ Programmabegroting 2025 en financiële begroting 2025 inclusief meerjarenbegroting 2026-2028
Wegen (inclusief Openbare verlichting) Wegen Beleidskader Het vastgestelde Beheerplan Wegen uit 2019 geldt als beleidskader voor het wegenbeheer. Doelen en Financiën Het jaarbudget voor het beheer, uitvoering en regulier onderhoud voor wegenbeheer bedraagt in 2025 € 2.474.800 (excl. kapitaallasten en doorbelasting vanuit MGD, inclusief de onttrekking vanuit de voorzieningen wegbeheer en civiele kunstwerken). Hierbij is onderscheid te maken in: • Groot wegenonderhoud (voorziening) € 1.197.300 • Overig wegenonderhoud € 812.500 € 244.000 • Openbare verlichting • Civiele kunstwerken (voorziening) € 57.400 • Overig onderhoud civiele kunstwerken € 163.600 De onderhoudsvoorzieningen zijn op niveau en worden jaarlijks beoordeeld op toereikendheid. Prestatie 2025 Beleidsuitgangspunten wegbeheer zijn in 2005 door de raad vastgesteld, uitgaande van de actuele inspectiemethoden CROW en het door de raad vastgestelde maximaal toelaatbaar percentage achterstallig onderhoud op enig moment. De raad stelde daarbij prioriteitsvolgorden en wegingsfactoren vast. Het thema veiligheid en de centrumwegen in de kernen krijgen de hoogste prioriteit. De financiële middelen voor wegenonderhoud zijn op dat beheersniveau afgestemd. Bij zowel onderhoudswerkzaamheden als nieuwe inrichting schenken we extra aandacht aan mindervaliden en trajecten voor langzaamverkeer zoals fiets- en voetpaden.
Ook krijgt dit jaar het onderhoud van bermen extra aandacht. We bepalen het daadwerkelijke uitvoeringsprogramma Groot Onderhoud Wegen op basis van visuele inspecties van de voor het jaar 2025 geselecteerde wegen en in afstemming met andere kapitaalgoederen, Verkeer en overige ontwikkelingen in de openbare ruimte, zoals bijvoorbeeld de voorgenomen netverzwaring door Enexis en de aanleg van glasvezel. Het Integraal Meerjarenonderhoudsprogramma Openbare Ruimte (IMOR) is daarbij een belangrijk instrument. Openbare verlichting Beleidskader Het beleidsplan Openbare Verlichting 2021-2025 bevat een vertaling naar een bijbehorend beheerplan dat ervoor zorgt dat we de openbare verlichting in de gemeente conform de vastgestelde ambities onderhouden en gaat uit van versnelde ombouw naar LED. Doelen en Financiën De financiële effecten die uit het nieuwe beleidsplan voortvloeien zijn opgenomen in de begroting. Prestatie 2025 Bij onderhoud openbare verlichting maken we onderscheid in: • Klein- en storingsonderhoud, oplossen schades 75 ________________________________________________________________________________________ Programmabegroting 2025 en financiële begroting 2025 inclusief meerjarenbegroting 2026-2028
•
Groot onderhoud / remplace en schilderen
De herverlichting van de conventionele verlichting en armaturen naar LED vindt plaats door middel van jaarbudgetten. Onder het huidige vervangingsregime is de totale herverlichting over 13 jaar afgerond. (2036) Vanuit het aspect van duurzaamheid en lagere onderhoudskosten verkorten we deze termijn tot 5 jaar. Dit betekent dat jaarbudgetten naar voren geschoven worden, verdeeld over de vervangingsjaren 2024 tot en met 2028. Eind 2025 is 88 % van de bestaande lichtmasten omgebouwd naar LED. Dekking komt uit de lagere kosten voor onderhoud, beheer en energie. (Kadernota 2024- 2027) Civiele kunstwerken Beleidskader Als kader geldt het beleidsplan Civiele Kunstwerken 2021- 2025. Programmering van het jaarlijks onderhoud geschiedt middels het beheerplan dat volgt uit het beleidsplan en periodieke inspecties van de objecten. Doelen en Financiën De financiële effecten die uit het nieuwe beleidsplan voortvloeien zijn opgenomen in de begroting. Voor groot onderhoud is een voorziening ingericht. Prestatie 2025 In 2025 voeren we in hoofdlijn de werkzaamheden uit die volgen uit het beheerplan civiele kunstwerken. Daarnaast worden alle bruggen geïnspecteerd en sommige bruggen worden constructief herberekend. Het daadwerkelijke uitvoeringsprogramma blijkt op basis van de bijbehorende urgentiemaatstaf per kunstwerk. Binnen de gemeente beheren we circa 90 civiele kunstwerken.
Riolering (inclusief Water) Beleidskader Beleidsuitgangspunten voor de uitvoering is het vigerend verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2020- 2024 en dient voor de raming van de jaarlijkse kosten voor onderhoud en beheer van het rioolstelsel en daarnaast als basis voor de bepaling van de hoogte van de rioolheffing. Ingevolge de Omgevingswet is het hebben van een vGRP per 1 januari 2025 niet meer wettelijk verplicht. De gemeentelijke zorgplichten/ ambities en de financiële onderbouwing van de rioolheffing worden geborgd in een Water- en Rioleringsplan. In 2025 wordt het nieuwe Water- en Rioleringsplan voor de periode 2026- 2030 ter vaststellen aangeboden. Doelen en Financiën Totale lasten riolering € 3.678.900 (incl. kapitaallasten, kosten doorbelasting vanuit MGD en btw) bedragen in 2025. Uitgangspunt is 100% kostendekkend. Prestatie 2025 Het vigerend vGRP geeft invulling aan de wettelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater. Binnen de gemeente beheren we onder andere 285 km vrijvervalriolering, 49 hoofdgemalen, 88 km drukriolering en 428 pompunits drukriool. Dit jaar wordt het hoofdrioolgemaal Boxtelseweg electro-mechanisch vervangen en gaan we onder andere verder met de renovatie van drukrioolgemalen in de buitengebieden van Boxtel en Liempde.
Daarnaast starten we medio 2025 met de 1e jaarschijf van wijkgerichte rioolvervanging in 76 ________________________________________________________________________________________ Programmabegroting 2025 en financiële begroting 2025 inclusief meerjarenbegroting 2026-2028
Selissen waarbij ingezet wordt op maximaal afkoppelen en gescheiden aanleg van hemelwater en vuilwater, integraal afgestemd met de overige beheerdisciplines. Groot onderhoud: De technische levensduur van vrijverval riolen varieert van zo'n 50 tot 75 jaar. Gezien de verschillende jaren van aanleg verwachten we het zwaartepunt van vervangingen in Boxtel in de periode 2025-2045. Door vernieuwde onderhoudstechnieken zoals inwendige deelreparaties, genaamd relining, is het mogelijk de levensduur te verlengen. Een volledige relining kan de technische levensduur met ca. 50 jaar verlengen en veroorzaakt veel minder verkeershinder omdat niet ontgraven hoeft te worden. Waar mogelijk passen we deze techniek toe. Doelmatig Waterbeheer De Meierij In overeenstemming met het landelijk Bestuursakkoord Water werken we sinds 2013 binnen regio De Meierij samen aan doelmatig waterbeheer. Aan deze samenwerking nemen deel de gemeenten Sint-Michielsgestel, Best, ’s-Hertogenbosch, Heusden, Oirschot, Vught en waterschappen De Dommel en Aa en Maas. Doelstellingen zijn de drie K’s: kosten besparen, kwaliteit borgen en kwetsbaarheid verminderen. De samenwerkingsovereenkomst loopt tot 2027.
Groen Beleidskader Het Groenbeleidsplan dat in 2025 ter vaststellen wordt aangeboden, vormt het beleidskader voor het openbaar groen in de gemeente. Hierin staan uitgangspunten voor aanplantbeleid en voor het gewenste beeld per locatie, passend bij de sfeer van een wijk, buurt of infrastructuur. We geven uitvoering aan het Bomenbeleidsplan en het tot stand komen van de Groene Kaart. Doelen en Financiën De jaarlijkse onderhoudskosten groen (inclusief bosbeheer en natuurontwikkeling) worden gedekt uit een daarvoor bestemde begrotingspost. In 2025 bedraagt het budget € 1.754.700 exclusief doorbelasting vanuit MijnGemeenteDichtbij) Vanaf 2013 is een (egalisatie)reserve Groenbeheer in de begroting opgenomen. Beschikking over deze reserve is incidenteel mogelijk maar we zetten deze reserve niet in als structureel dekkingsmiddel voor onderhoudslasten groen. Omdat er geen sprake is van een onderhoudsegalisatiereserve is een actueel en door het bestuur vastgesteld beheerplan niet verplicht. Prestatie 2025 In het streven om zoveel mogelijk 'werk met werk' te kunnen maken volgen we met verbeteringen in het groen- en bermbeheer het programma van het Groot Onderhoud Wegen. Het Integraal Meerjarenonderhoudsprogramma Openbare Ruimte (IMOR) is daarbij een belangrijk middel.
Vervangen bomen: Gefaseerd worden bomen vervangen als gevolg van de essentaksterfte; deze vervanging is van toepassing zowel binnen- als buiten de bebouwde kom. Maaibeheer: Biodiversiteit in het groen stimuleren we door gefaseerd maaibeheer (stroken laten staan), minder frequent maaien en uitgesteld maaibeheer in tijd. Al deze acties leiden tot meer 77 ________________________________________________________________________________________ Programmabegroting 2025 en financiële begroting 2025 inclusief meerjarenbegroting 2026-2028
insectenrijkdom, diversiteit in hoeveelheid planten, verhoging van belevingswaarde en klimaatbestendigheid. Groen: We breiden de aanplant van bollen langs een aantal wegen verder uit. Daarnaast brengen we een hogere diversiteit aan plantmateriaal aan en daar waar mogelijk is vormen we om naar meerjarige bloemenmengsels. Poelen en vijvers: In het kader van behoud en herstel van flora en fauna soortenrijkdom bij de diverse poelen en vijvers die Boxtel rijk is, faseren we schoningswerkzaamheden aan de poelen in tijd en ruimte. We verwijderen houtachtige opslag rondom de poelen voor meer lichtval wat goed is voor de flora en aanwezige amfibieën.
Speeltoestellen Beleidskader Als beleidskader geldt het vastgestelde Speelruimteplan 2023- 2032. Dit beleidsplan is tot stand gekomen in samenwerking met de bewoners en leidt tot een betere verdeling van speeltuinen en 'vrije' speelplekken over de diverse wijken, meer gericht op de verschillende doelgroepen. Doelen en Financiën Voor dagelijks onderhoud en eenmalige kosten is binnen de exploitatie een bedrag van € 95.800 begroot. Renovaties, vervanging speelvoorzieningen en groot onderhoud worden verantwoord via jaarlijkse investeringen. Bij het speeltoestellenbeheer maken we gebruik van een beheerprogramma, waarin we onder ander de inspecties en onderhoudsmaatregelen vastleggen. Prestatie 2025 We geven uitvoering aan de uitgangspunten van het Speelruimteplan 2023- 2032. Daarnaast voeren we jaarlijks een hoofdinspectie uit om te beoordelen of het aanbod nog voldoet aan de veiligheidseisen en uitstraling. Met de resultaten van deze inspectie maken we een jaarwerkplan. We toetsen de speeltoestellen qua veiligheid aan het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen (WAS). Binnen de gemeente beheren we 103 speellocaties met 601 speeltoestellen.
Begraafplaatsen Beleidskader Als beleidskader geldt de vastgestelde beleidsvisie en beheerverordening 2025- 2035 waarin verbetering is gevonden in de afstemming tussen het soort graftype in relatie tot de berekening van grafrechten; daarnaast is er aandacht geschonken aan een andere wijze van grafuitgifte waardoor meer ruimte gecreëerd kan worden, het natuurlijk begraven en de begraving van islamitisch gelovigen. Doelen en Financiën Uitgangspunt is de lasten voor 100% te dekken uit de baten aan grafrechten. Door minder nieuwe graven lopen de inkomsten echter terug, wat beperkt is te compenseren door hogere grafrechten. De egalisatiereserve leges grafhuur is per 2015 opgeheven en de jaarresultaten worden verrekend via de algemene middelen. Bij een trendmatige verhoging van de tarieven, wordt een 100% kostendekkendheid niet gehaald. De lasten en baten van de begraafplaats zijn mede afhankelijk van de trend en ontwikkelingen in de markt zoals prijsverhogingen en/of inflatie correcties. 78 ________________________________________________________________________________________ Programmabegroting 2025 en financiële begroting 2025 inclusief meerjarenbegroting 2026-2028
De afgelopen jaren is een gemiddelde kostendekkendheid van 85% gehaald wat in vergelijking met andere begraafplaatsen en gemeenten een hoog dekkingspercentage is. Prestatie 2025 We continueren het bestaand beheer en exploitatie van de begraafplaats en dragen zorg voor een ordentelijk uitzien. In 2024 zijn we gestart met een geo- hydrologisch onderzoek om de waterdoorlatendheid te verbeteren. Gezien de representatieve meettijd van een dergelijk onderzoek zullen we eind 2025 de eerste meetgegevens kunnen analyseren waaruit conclusies en aanbevelingen volgen. Door reductie van het Bruto Graf Oppervlak (BGO), meer urnennissen en meer mogelijkheden voor vrije grafdekkingen, kan de begraafplaats nu nog zeker 20-30 jaar vooruit. Er is een lichte samenwerking met de bijzondere begraafplaatsen in Boxtel, waarbij grafcapaciteit en tarieven gedeeltelijk op elkaar worden afgestemd.
Gebouwen Beleidskader Voor het dagelijks en planmatig beheer van de gemeentelijke gebouwen is een meerjaren onderhoudsplan (MOP gebouwen). Binnen deze MOP zijn alle zaken opgenomen om te voldoen aan een veilig en verantwoord gebruik van de gebouwen en de daarin opgenomen installaties en voorzieningen. De MOP is op 8 oktober 2019 vastgesteld. Het MOP gebouwen wordt geactualiseerd en voor het eind van 2024 aan de raad ter vaststelling voorgelegd. Daarnaast zullen we ook in 2025 de verduurzaming van onze gemeentelijke gebouwen verder inventariseren en wordt dit op een later moment samengevoegd met het MOP gebouwen. waarbij gelijktijdig de financiële consequenties in beeld worden gebracht. Doelen en Financiën De financiële consequenties vanuit de vastgestelde MOP zijn in deze begroting verwerkt en worden ten laste gebracht van de onderhoudsvoorziening gemeentelijk vastgoed. Prestatie 2025 Elk jaar wordt beoordeeld of de geplande technische onderhoudsmaatregel nog past bij de status van het gebouw. Afhankelijk hiervan wordt de norm gehanteerd: normaal onderhoud of instandhouding. Binnen de gemeente beheren we 53 gebouwen. In 2025 wordt er € 413.900 in de voorziening gestort en is er aan geplande onderhoudsuitgaven € 836.800 geraamd.
79 ________________________________________________________________________________________ Programmabegroting 2025 en financiële begroting 2025 inclusief meerjarenbegroting 2026-2028
Financiering Deze paragraaf bevat de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille en geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte. De uitvoering van de gemeentelijke financieringsfunctie vindt plaats binnen de kaders zoals gesteld in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet FIDO). Deze financieringsparagraaf is samen met de Financiële verordening een belangrijk instrument voor het transparant maken en daarmee voor het sturen, beheersen en controleren van de financieringsfunctie.
Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is een door de Wet FIDO voorgeschreven sturings- en verantwoordingsinstrument ter beperking van het renterisico op de korte schuld met een looptijd van minder dan een jaar. Deze kasgeldlimiet geeft het maximale bedrag aan dat met vlottende middelen mag worden gefinancierd en bedraagt 8,5% van de begrotingsomvang bij aanvang van het jaar. Voor onze gemeente is voor het begrotingsjaar 2025 de volgende kasgeldlimiet van toepassing. begrotingsomvang € 118.595.300
kasgeldlimiet € 10.080.600
Met onze huisbankier, Bank Nederlandse Gemeenten (BNG), is een financieringsovereenkomst aangegaan van € 6.600.000.
Schatkistbankieren Op basis van de Wet FIDO zijn decentrale overheden verplicht om overtollige liquide middelen tegen marktconforme rente (zijnde de rente waartegen de Nederlandse staat zichzelf financiert op de geld -en kapitaalmarkten) in de schatkist aan te houden. Voor gemeenten (en provincies, waterschappen en hun gemeenschappelijke regelingen) geldt een percentage van 2% met een minimum van € 1 miljoen voor het verplicht schatkistbankieren. Om decentrale overheden enige flexibiliteit te geven is een drempelbedrag van toepassing. Indien het totaal aan liquide middelen deze drempel overschrijdt, behoren de overtollige middelen te worden uitgezet bij de schatkist. Voor onze gemeente is voor het begrotingsjaar 2025 de volgende drempel voor schatkistbankieren van toepassing. begrotingsomvang € 118.595.300
schatkistbankieren € 2.371.900
In de overeenkomst met de BNG is vastgelegd dat bedragen vanaf € 400.000 automatisch worden afgeroomd naar het Rijk.
80 ________________________________________________________________________________________ Programmabegroting 2025 en financiële begroting 2025 inclusief meerjarenbegroting 2026-2028
Garantstelling In het verleden zijn er regelmatig garantstellingen geweest voor leningen aan derden. De gemeente kan garantie verlenen voor leningen als daarmee het maatschappelijk belang gediend is er voldoende zekerheden gesteld worden. Per 1 januari 2024 was het totaal van de directe garantstellingen € 1,1 miljoen. Het totaal van de garantstellingen met een achtervangfunctie via het Waarborgfonds Sociale Woningbouw was € 142,8 miljoen. Het risico dat de gemeente loopt bij deze garantstellingen is meegenomen in de berekening van het weerstandsvermogen.
Renterisiconorm Het renterisico is gebaseerd op de Wet FIDO en heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen en te spreiden. De renterisiconorm houdt in, dat de jaarlijkse verplichte aflossingen en renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van de begrotingsomvang. Het doel hiervan is om het financieel risico bij rentestijgingen zoveel als mogelijk te spreiden over de jaren. Voor de komende meerjarenbegroting is de renterisiconorm als volgt berekend:
Berekening renterisiconorm Berekening renterisiconorm
2024
2025
2026
2027
2028
netto aflossingen
3.289
3.294
3.255
2.510
2.365
renterisico
3.289
3.294
3.255
2.510
2.365
125.673
118.595
115.942
115.182
117.243
20%
20%
20%
20%
20%
25.135
23.719
23.188
23.036
23.449
(x € 1.000) renteherzieningen
begrotingsomvang percentage risiconorm renterisiconorm
Uit dit overzicht blijft dat de komende jaren geen renteherzieningen voorzien zijn van opgenomen geldleningen en dat het renterisico lager is dan de renterisiconorm. Bij de berekening van de norm is rekening gehouden met het budgettaire risico voor de begroting. Daarom is uitgegaan van de netto aflossingen ofwel de te betalen aflossingen zijn verminderd met de te ontvangen aflossingen van de doorgeleende leningen. Op basis van deze cijfers wordt geconcludeerd dat voor onze gemeente de financieringsfunctie als sterk aangemerkt kan worden.
Liquiditeitsbegroting Om de begroting tot uitvoering te brengen gaan we uitgaven doen. Hiervoor is een liquiditeitsbegroting opgesteld, waarmee er inzicht is op welke wijze alle begrote uitgaven kunnen worden betaald. Door omstandigheden (procedures, personele capaciteit, economische ontwikkelingen e.d.) kunnen plannen vertragen en ontstaat er een afwijkend financieringsbeeld, uiteraard met de bedoeling om de begroting daar zo mogelijk op aan te passen. Gebaseerd op de werkelijke cijfers 2023, de geactualiseerde begroting 2024 en de meerjarenbegroting 2025-2028 ontwikkelt de liquiditeitsbegroting zich als volgt.
81 ________________________________________________________________________________________ Programmabegroting 2025 en financiële begroting 2025 inclusief meerjarenbegroting 2026-2028
Financieringsontwikkeling
2023
2024
2025
2026
2027
2028
120.902
125.683
115.203
111.150
112.285
114.478
514
414
412
397
403
407
saldo ontvangsten
121.416
126.097
115.615
111.547
112.688
114.885
saldo uitgaven exploitatie
(bedragen x € 1.000) saldo inkomsten exploitatie en investeringen saldo ontvangen aflossingen
105.329
107.330
104.907
102.384
101.207
101.663
saldo investeringen en voorzieningen
4.864
25.133
13.651
6.141
3.655
11.514
aflossing geldleningen
4.000
3.574
3.582
3.545
2.804
2.662
114.193
136.037
122.140
112.070
107.666
115.839
financieringsresultaat
7.223
-9.940
-6.525
-523
5.022
-954
resultaat voorgaande jaren
14.873
Cumulatief
22.096
12.156
5.631
5.108
10.130
9.176
saldo uitgaven op te nemen geldleningen
overschot overschot overschot overschot overschot overschot
In alle jaren is sprake van een financieringsoverschot en derhalve geen financieringstekort. Hiermee wordt voldaan aan de kasgeldlimiet. In deze doorrekening is echter nog geen rekening gehouden met de nog in de begroting op te nemen aanvullende investeringen voor PHS en huisvesting onderwijs (IHP). De meerjarige ontwikkeling van de rente op de kapitaalmarkt is onzeker en dit geeft een risico voor de toekomst.
EMU-saldo Op Europees niveau zijn afspraken gemaakt dat het EMU-tekort (het gezamenlijke begrotingstekort van de overheden en de sociale fondsen) niet meer dan 3% mag bedragen. Ook lokale overheden dragen bij aan dit tekort. Op basis van de Wet FIDO heeft de minister van Financiën aanwijzingsbevoegdheden met betrekking tot het EMU-saldo. In het Bestuurlijk Overleg Financiële verhoudingen van 21 november 2023 is de EMUsaldonorm voor de medeoverheden voor de periode 1 januari 2024 tot en met 31 december 2026 op -0,5% van het bruto binnenlands product (bbp) vastgesteld. Het verwachte verloop van het EMU-saldo behoort opgenomen te worden in de jaarlijkse begroting. Hiervoor kan verwezen worden naar onderstaand overzicht. Berekening EMU-saldo
2024
2025
2026
x € 1.000
x € 1.000
x € 1.000
Volgens realisatie tot en met september 2024, aangevuld met raming resterende periode Berekend EMU-saldo
-13.034
Volgens Volgens meerjarenraming in begroting 2025 begroting 2026 -3.848
-1.384
82 ________________________________________________________________________________________ Programmabegroting 2025 en financiële begroting 2025 inclusief meerjarenbegroting 2026-2028
Rente Rente speelt een belangrijke rol in de begroting; er zijn kosten (vergoeding voor het lenen van geld) maar ook opbrengsten (bespaarde rente) mee gemoeid. Op basis van het BBV behoort rente op een post in de begroting te worden opgenomen en wel via het taakveld treasury. Dit doen we op basis van de renteomslag, inclusief de berekende rente over het eigen vermogen en de voorzieningen. Op basis hiervan is sprake van het volgende renteresultaat: Renteschema rentetoerekening (x € 1.000) a. De externe rentelasten over de korte en lange financiering b. De externe rentebaten
werkelijk 2023 512
begroot 2024 471
begroot 2025 462
begroot 2026 355
begroot 2027 347
begroot 2028 512
688
510
410
310
210
110
Totaal door te rekenen externe rente
-176
-39
52
45
137
402
c.
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend Saldo door te rekenen externe rente
106
82
73
69
52
34
-282
-121
-21
-24
85
368
d.1 Rente over eigen vermogen d.2 Rente over voorzieningen
500 283
458 226
366 184
365 182
352 181
346 187
De aan de taakvelden toe te rekenen rente
501
563
529
523
618
901
1.043
856
754
747
720
684
-542
-293
-225
-224
-102
217
108,18%
52,04%
42,53%
42,83%
16,50%
-24,08%
e.
f.
De werkelijke aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) renteresultaat op het taakveld treasury
afwijking (max. 25%)
In de notitie Rente van cie. BBV staat de stellige uitspraak dat correctie van de toegerekende rente dient plaats te vinden wanneer de toegerekende rente >25% afwijkt van de daadwerkelijke rentelasten. Vanwege de tijdelijke overliquiditeit lukt dit vooralsnog niet tot en met 2026. Met ingang van de begroting 2025 is de renteomslag zoals die toegerekend wordt aan geactiveerde investeringen aangepast van 0,98% (2024) naar 0,79%.
83 ________________________________________________________________________________________ Programmabegroting 2025 en financiële begroting 2025 inclusief meerjarenbegroting 2026-2028
Bedrijfsvoering De paragraaf Bedrijfsvoering geeft inzicht in de stand van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering. De verantwoordelijkheid voor de bedrijfsvoering ligt bij onze gemeenschappelijke regeling MijnGemeenteDichtbij. Een aantal in het oog springende onderwerpen lichten we hier verder toe.
Organisatieontwikkeling De focus van MijnGemeenteDichtbij voor de komende jaren op organisatie ontwikkeling ligt op de volgende thema's: Verbinding verbeteren • We versterken onze verbinding met het bestuur, met onze inwoners en met elkaar. Resultaat behalen • Hierbij ligt de primaire focus op het op orde krijgen van de planning & control cyclus en het bestuurlijke besluitvormingsproces. Sturing versterken • Hierbij is het verstevigen van het bestuurlijk en ambtelijk opdrachtgeverschap een aandachtspunt. Voor 2025 zetten we voornamelijk in op het versterken van de verbinding. We geven hier op tal van manieren inhoud aan. We doen dat aan de hand van verschillende werkvormen samen met onze mensen, onze besturen en onze inwoners en ondernemers.
Personeel en Organisatie In 2025 streven we naar een organisatie waarin onze medewerkers volledig tot hun recht komen. Ons succes ligt in de kracht van onze mensen - zij zijn onze professionals en vormen het hart van onze organisatie. Onze organisatie biedt ruimte voor iedereen en dat geldt voor zowel onze medewerkers als voor de inwoners van onze beide gemeenten. We werken continu aan een omgeving waarin iedereen zich prettig voelt met waardering en respect als belangrijke uitgangspunten. We geloven in de kracht van jong talent maar zien ook het belang van ervaren deskundigheid. In een omgeving waar gelijkheid, welkomstgevoel en betrokkenheid centraal staan, geven we onze mensen de ruimte om met energie en plezier te werken en verder te groeien. Professionele ontwikkeling is daarbij onmisbaar. Leren en ontwikkelen neemt een steeds prominentere plek in binnen onze organisatie. Scholing wordt gestimuleerd op alle niveaus, of het nu gaat om ons online leerplatform, het jaarlijkse talentontwikkelprogramma, kennissessies gericht op leiderschap of interne dan wel externe trainingen. We bieden onze medewerkers kansen om zich verder te ontwikkelen en te groeien binnen de organisatie. Allemaal ingrediënten voor werkplezier en daarmee behoud van onze talenten, in een arbeidsmarkt die naar hen lonkt.
Door het jaar heen ondersteunen we onze mensen op diverse fronten, van mentale en fysieke gezondheid tot het creëren van een inspirerende werkomgeving. Zo versterken we hun vitaliteit en duurzame inzetbaarheid, en creëren we kansen voor interne groei en doorstroom. 84 ________________________________________________________________________________________ Programmabegroting 2025 en financiële begroting 2025 inclusief meerjarenbegroting 2026-2028
Samen bouwen we verder aan een organisatie waarin elk talent telt in een omgeving waar onze mensen goed gedijen, geïnspireerd en gemotiveerd blijven hun bijdrage te leveren aan onze gemeenschappelijke missie. Cao Gemeenten loopt af op 31 maart 2025. De ontwikkelingen rondom de onderhandelingen van de nieuwe cao volgen wij op de voet. Als organisatie praten en denken wij mee via de ledenraadpleging uitgevoerd door de VNG. Wanneer een akkoord is bereikt worden de gemaakte afspraken uitgevoerd binnen onze organisatie.