CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadsvergadering Boxtel 21 oktober 2025, gemeente boxtel29.403 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om de overledene binnen 36 uur na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan. 2. Wanneer het in eerste lid beschreven werkwijze niet kan dan kan tijdens werkdagen contact worden opgenomen met de gemeente. 3. Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de begraafplaats op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder. 4. Het opgraven van overledenen en het ruimen van graven is slechts toegestaan indien daarbij geen andere personen aanwezig zijn dan degenen die met deze werkzaamheden zijn belast. Artikel 9 Over te leggen stukken 1. Begraving mag slechts geschieden indien van tevoren het verlof tot begraven, artikel 8 formulier volgens de Wet op de lijkbezorging en het ondertekende gemeentelijk grafuitgifteformulier is overgelegd aan de beheerder. De beheerder onderzoekt of de overgelegde stukken toereikend zijn. 2. Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, een andere aan te wijzen rechthebbende. Artikel 10 Tijden van begraven en asbezorging 1.

Het tijdstip van begraven of bijzetten van stoffelijke resten en het bezorgen van as wordt telkens en voor elk geval afzonderlijk door de beheerder, in overleg met de betrokken nabestaande, of de persoon die namens de nabestaanden optreedt, vastgesteld.

2. De tijden waarop het mogelijk is om het begraven van stoffelijke resten en het bezorgen van de as wordt door het college van burgemeester en wethouders in het uitvoeringsbesluit bepaald. 3. Er mag op hetzelfde tijdstip op de begraafplaats niet meer dan één begrafenis c.q. bezorging van as plaatsvinden. 4. Het college van burgemeester en wethouders kan in bijzondere gevallen van deze tijden afwijken. Artikel 11 Gebouwen 1. Het gebruik van de kapel moet uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag voorafgaande aan de dag waarop van de kapel gebruik zal worden gemaakt worden aangevraagd bij de beheerder. 2. De (kapel)ruimte staat voor iedere plechtigheid gedurende een vooraf te bepalen tijdsduur ter beschikking van de aanvrager.

Hoofdstuk IV Indeling en uitgifte der graven Artikel 12 Indeling graven en asbezorging 1. Op de begraafplaats kunnen worden uitgegeven: a. particuliere graven; b. particuliere kindergraven; c. particuliere foetusgraven; d. particuliere grafkelders; e. particuliere urnennissen en urnengraven 2. Op de begraafplaats kan het gebruik worden verleend voor: a. de gemeentelijke verstrooiingsplaats. 3. Burgemeester en wethouders bepalen bij nader vast te stellen regels hoeveel overledenen en hoeveel asbussen met of zonder urnen er kunnen worden bijgezet in de (particuliere) graven en hoeveel verstrooiingen van as er op of in de (particuliere) graven kunnen plaatshebben. Zij bepalen tevens de afmetingen en de uitgifteduur van de particuliere graven. De uitgifteduur kan niet korter zijn dan de minimumtermijn vastgesteld in de Wet op de lijkbezorging. Artikel 13 Volgorde van uitgifte 1. Particuliere graven worden slechts voor directe begraving uitgegeven. 2. De beheerder wijst bepaalde delen van de begraafplaats aan waar nieuwe graven uitgegeven worden. Binnen deze delen worden graven in volgorde van ligging uitgegeven. 3. Burgemeester en wethouders kunnen een graf toewijzen anders dan voor directe begraving en buiten de volgorde van uitgifte, indien dit wegens de situatie op de begraafplaats niet bezwaarlijk is.

Artikel 14 Categorieën Burgemeester en wethouders kunnen bij nader vast te stellen regels de particuliere graven onderverdelen in categorieën. Zij bepalen voor de verschillende categorieën de situering en oppervlakte. Artikel 15 Graftermijnen graven 1. Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats(en) dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, het grafrecht op een particulier graf. De graftermijn begint te lopen op de datum van de begraving of de datum waarop de reservering is uitgegeven middels een grafuitgifteformulier van de gemeente. 2. Een grafrecht kan slechts aan één rechthebbende worden verleend. 3. De rechthebbende fungeert als aanspreekpunt voor de gemeente, de rechthebbende heeft zelf de zorg voor verdere correspondentie of overleg richting nabestaanden. 4. Burgemeester en wethouders stelt nadere regels voor de duur van de graftermijn. Artikel 16 Grafkelder Burgemeesters en wethouders kunnen aan de rechthebbende van een particulier graf een vergunning verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen van een vooraf

gebouwde betonnen grafkelder overeenkomstig de door hen te stellen voorwaarden. Het zelf bouwen of metselen van een grafkelder is niet toegestaan. Artikel 17 Overschrijving van verleende rechten 1. Het recht op een particulier graf kan op schriftelijke aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven ten name van de echtgenoot of levenspartner. Overschrijving op verzoek van de rechthebbende ten name van een ander dan de vorengenoemde personen is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan en schriftelijk wordt aangevraagd en ondertekend door de huidige en opvolgende rechthebbende. 2. Na het overlijden van de rechthebbende kan het particulier graf worden overgeschreven op naam van de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloed- of aanverwant, mits de aanvraag hiertoe wordt gedaan binnen één jaar na het overlijden van de rechthebbende. Overschrijving ten name van een ander dan de in de vorige zin bedoelde personen is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan, schriftelijke en ondertekend wordt ingediend bij burgemeesters en wethouders. 3. Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving aan burgemeester en wethouders niet wordt gedaan binnen de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn, zijn burgemeester en wethouders bevoegd het recht op het particulier graf te doen vervallen.

Hiermee vervalt het grafrecht, dat op gemeente grond was uitgegeven, terug naar de gemeente. 4. Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van een jaar kunnen burgemeester en wethouders het particulier graf alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een particulier graf dat inmiddels is geruimd. Artikel 18 Afstand doen van graven Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van het recht op het particulier graf. Van de ontvangst van zodanige verklaring doen burgemeester en wethouders schriftelijk mededeling aan de rechthebbende. Hoofdstuk V Grafbedekkingen Artikel 19 Vergunning grafbedekking 1. Het is verboden om zonder vergunning van het college een gedenkteken, een plaat ter afsluiting van een urnennis te plaatsen of een urn op een graf te doen plaatsen. 2. Omtrent de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en de afmetingen van het gedenkteken en de wijze van aanbrengen kunnen burgemeester en wethouders nadere regels in het uitvoeringsbesluit vaststellen. 3. Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning weigeren indien: a. niet voldaan wordt aan de door hen regels in het uitvoeringsbesluit; b. het gedenkteken afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats; c. de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is; d.

de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is. Artikel 20 Grafbeplanting 1. Niet-blijvende beplanting op een graf die in een verwaarloosde staat verkeert, kan door of namens de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, door of namens de beheerder worden verwijderd. 2. Het aanbrengen van beplantingen buiten de grafbedekking is alleen toegestaan na toestemming en volgens aanwijzing van de beheerder, en voor zover dat niet in strijd is met orde en netheid van de begraafplaats en toegankelijkheid voor onderhoud. 3. Grafbeplanting die buiten de grafbedekking zonder toestemming of anders dan aangewezen is aangebracht of onvoldoende wordt onderhouden kan door de beheerder worden verwijderd. Dit vindt niet plaats dan nadat rechthebbende behoorlijk per brief, via het mededelingenbord op de begraafplaats of via een aanwijzing bij het graf is opgeroepen en gelegenheid is

geboden voor aanpassing. Bij verwijdering van de beplanting is geen recht op schadevergoeding. 4. De ruimte tussen graven (en dus buiten het grafmonument) is géén onderdeel van het graf hiervoor kunnen burgemeester en wethouders nadere regels in het uitvoeringsbesluit vaststellen. Artikel 21 Verwijdering grafbedekking 1. De grafbedekking kan na het verstrijken van de termijn van het grafrecht door burgemeester en wethouders worden verwijderd. 2. Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking wordt gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd door middel van een op het te ruimen graf te plaatsen bordje door burgemeester en wethouders bekendgemaakt, tenzij het adres van de rechthebbende bij burgemeester en wethouders bekend is. In dat geval maakt zij aan hem uiterlijk een jaar voor het genoemde tijdstip per brief hun voornemen bekend. Artikel 22 Onderhoud door de rechthebbende 1. De rechthebbende is verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen. 2. Indien de rechthebbende nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kunnen burgemeester en wethouders de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking doen verwijderen, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is. 3.

De verwijdering van de grafbeplanting of gedenkteken vindt niet plaats dan nadat de rechthebbende behoorlijk per brief is opgeroepen om te worden ingelicht over de toestand van de grafbedekking. De oproep geschiedt door een mededeling op het mededelingenbord op de begraafplaats als het adres van de rechthebbende niet bekend is. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling of beheerder aangebracht. 4. Burgemeester en wethouders kunnen de rechthebbende per aanschrijving verplichten een beschadiging aan de grafbedekking te herstellen indien de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van burgemeester en wethouders het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt of indien de beschadiging van de grafbedekking gevaar op levert voor derden. 5. De opslag van onderhoudsmaterialen, het aanbrengen van losse materialen zoals grind of houtschors, of het plaatsen, bevestigen en verzamelen van potten, standaards, bloemstukken en dergelijke buiten de grafbedekking, of in de directe nabijheid van urnennissen of urnengraven, is niet toegestaan. Artikel 23 Onderhoud door de gemeente 1. Burgemeester en wethouders voorzien in de zorg voor het beheren, onderhouden en het in standhouden van de paden en het groenonderhoud. Daarnaast voorzien zij in het schoonhouden van de begraafplaats. 2.

Hieronder valt niet het schoonhouden en het na verzakken opnieuw stellen van een grafbedekking en in de zorg voor de winterharde beplantingen op particuliere graven, particuliere urnengraven of particuliere urnennissen. Gedurende de geldende graftermijn is de rechthebbende verantwoordelijk voor de grafbedekking. Hoofdstuk VI Ruiming van graven, urnengraven en urnennissen Artikel 24 Ruiming, bezorging van overblijfselen en as 1. Het voornemen van burgemeester en wethouders om een graf te ruimen wordt gedurende ten minste één jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden door middel van een bij het te ruimen graf te plaatsen bordje ter kennis van de rechthebbende gebracht, tenzij het adres van de rechthebbende op het graf aan hen bekend is. In dat geval deelt zij mee wanneer de termijn van uitgifte gaat verstrijken. Als de rechthebbende geen verzoek indient om de termijn te verlengen maakt zij uiterlijk een jaar voor het genoemde tijdstip per brief het voornemen tot ruiming bekend. 2. De beheerder draagt er zorg voor dat met de bij de ruiming van het graf nog aanwezige stoffelijke resten te allen tijde respectvol wordt omgegaan en dat bezoekers van de begraafplaats niet met stoffelijke resten worden geconfronteerd.

3. De bij de ruiming van het graf nog aanwezige overblijfselen van overledenen worden begraven en de as wordt verstrooid op een van de daartoe bestemde gedeelten van de begraafplaats. 4. De rechthebbende van een particulier graf, kan bij de beheerder een aanvraag indienen om de overblijfselen te doen verzamelen om deze opnieuw in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze elders opnieuw te doen begraven. 5. De rechthebbende van een particulier urnengraf of urnennis kan bij de beheerder een aanvraag indienen de asbus op te halen. 6. Indien de dag waarop het graf geruimd wordt en de grafbedekking niet is verwijderd, is het college bevoegd tot verwijdering en vernietiging van de gedenktekens, beplantingen en andere voorwerpen over te gaan, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is. Hoofdstuk VII Gedeelte voor kerkgenootschap of kloosterorden Artikel 25 Afwijkende regels en kennisgeving onderhoudsbehoefte van graven 1. Burgemeester en wethouders kunnen na overleg met het bestuur van het kerkgenootschap of kloosterorden ten aanzien van de openstelling van het gedeelte, de indeling van graven, de onderverdeling van graven in categorieën en de eisen voor de grafbedekking op het ter beschikking van het kerkgenootschap gestelde deel van de begraafplaats nadere regels stellen die afwijken van de regels van deze verordening. 2.

Burgemeester en wethouders kunnen het bestuur van het kerkgenootschap of kloosterorden schriftelijk in kennis stellen dat er onderhoud of herstel nodig is van de grafbedekking op een of meer graven op het deel van de begraafplaats dat aan het kerkgenootschap of kloosterorden ter beschikking is gesteld. Hoofdstuk VIII Historische graven en opvallende grafbedekking Artikel 26 Lijst 1. Burgemeester en wethouders houden een lijst bij van graven die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft. 2. Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoeken burgemeester en wethouders of er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst te worden bijgeschreven. 3. Burgemeester en wethouders beslist over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst staan. 4. Burgemeester en wethouders kunnen regels in het uitvoeringsbesluit stellen voor het bijschrijven van de in het eerste lid genoemde grafbedekkingen. Hoofdstuk IX Register Artikel 27 Voorschriften 1. Burgemeester en wethouders stellen voorschriften vast voor het register van de begraven overledenen en de bezorgde as. 2. Het register bevat van alle graven de rechthebbenden met hun namen en adressen.

In dit register worden tevens de naam, geboortedatum en de datum van overlijden opgenomen van degene die is begraven of waarvan de as is bezorgd. Daarbij is vermeld de grafaanduiding en de dag van de begraving of bijzetting. 3. De rechthebbenden zijn verplicht de wijziging van hun adres door te geven. Indien aanschrijvingen en andere ingevolge deze verordening vereiste mededelingen verzonden zijn aan het door de rechthebbende laatstelijk opgegeven adres, kan deze zich nimmer op het niet ontvangen daarvan beroepen. 4. Het register wordt bijgehouden door of namens het college van Burgemeester en wethouders. Hoofdstuk X Overige bepalingen Artikel 28 Afwijkingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen van bepalingen in deze verordening afwijken, als de toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 29 Overgangsbepaling 1. Besluiten van burgemeester en wethouders die zijn genomen krachtens “Verordening op het beheer, het gebruik en de inrichting van de Algemene begraafplaats Munsel 2008”, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. 2. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de “Verordening op het beheer, het gebruik en de inrichting van de Algemene begraafplaats Munsel 2008”, is ingediend, en voor het tijdstip van inwerkingtreding deze verordening niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast. 3. Op rechten die voor de inwerkingtreding van deze verordening zijn afgegeven, blijft de betreffende verordening genoemd in lid 2 van de dag van uitgifte van toepassing. Artikel 30 Strafbepaling Overtreding van het bij of krachtens deze Verordening bepaalde wordt, voor zover niet reeds bij of krachtens de wet strafbaar gesteld, gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. Artikel 31 Inwerkingtreding 1. De “Verordening op het beheer, het gebruik en de inrichting van de Algemene begraafplaats Munsel 2008”, vastgesteld op 11 november 2008 wordt ingetrokken. 2.

Deze Verordening treedt in werking op 1 januari 2026 na het verstrijken van een termijn van 8 dagen na de datum van openbare bekendmaking. Artikel 32 Citeertitel Deze Verordening wordt aangehaald als: “Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats Munsel van gemeente Boxtel 2026”. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 21 oktober 2025. DE GEMEENTERAAD VAN BOXTEL, de griffier,

de voorzitter,

Memo Van Aan Datum Zaaknummer

Wethouder Fred van Nistelrooij Gemeenteraad gemeente Boxtel 7 oktober 2025 1364812

Onderwerp Beleidsplan gemeentelijke Begraafplaats Munsel

Inhoud Op 9 september is het beleidsplan gemeentelijke begraafplaats Munsel in het college van Burgemeester en Wethouders vastgesteld. In het beleidsplan is op diverse plaatsen beschreven dat het ruimen van graven in twee aparte werkhandelingen zal plaatsvinden. Na vaststelling door het college is daarover op 22 september 2025 een de brief ontvangen met het verzoek om dit uit piëteit met nabestaanden aan te passen. Het college kan zich vinden in het verzoek. In antwoord aan briefschrijver is echter aangegeven dat het voorstel inmiddels bij uw raad is geagendeerd. Het is daarmee aan uw raad om het beleidsplan al dan niet gewijzigd vast te stellen. Het leek mij goed om al voor behandeling te laten weten dat een aanpassing hiervan op instemming kan rekenen. Onder andere in paragraaf 4.3 op pagina 13 en paragraaf 6.3 op pagina 20 staat dat het ondergronds en bovengronds ruimen van graven, waarvoor de grafrechten niet worden verlengd, gesplitst wordt uitgevoerd (jaarlijks bovengronds en eens per 2-3 jaar de ondergronds). Ter illustratie zou de tekst in paragraaf 6.3 onder ‘voorstel’ dan als volgt kunnen wijzigen: - 4e bullet: … termijn (twee à drie jaar) ondergronds en bovengronds geruimd. - 5e bullet vervalt - 6e bullet vervalt Er staan op nog enkele andere plaatsen in het beleidsdocument verwijzingen naar het gesplitst ruimen.

Uiteraard dienen ook deze verwijzingen te worden aangepast. De antwoordbrief is ter informatie bij deze memo gevoegd. Wethouder Openbare Ruimte Fred van Nistelrooij

De heer W.A.M. van de Langenberg Baanrots 24 5282 GB Boxtel

Zaaknummer Uw kenmerk:

1369715 22092025

Onderwerp:

Ruimen van graven

Behandeld door: Telefoonnummer: Datum

Erik ter Heide 0411-655823 06-10-2025

Beste heer Van de Langenberg, Naar aanleiding van uw brief met uw verzoek over de tekst met betrekking tot het ruimen van graven hebben we het voorstel opnieuw beoordeeld en zijn met u van mening dat de formulering ongewenst is. Boven- en ondergronds ruimen Wij delen de zorg met betrekking tot het voorstel over het ruimen van graven in het beleidsplan gemeentelijke begraafplaats Munsel. Hierin is aangegeven dat boven- en ondergronds ruimen van graven niet in één handeling wordt uitgevoerd. Raadsvoorstel Het voorstel is inmiddels geagendeerd voor de gemeenteraad. Het is daarmee aan de gemeenteraad om het voorstel al dan niet gewijzigd vast te stellen. Omdat wij ons kunnen vinden in uw verzoek om het boven- en ondergronds ruimen in één handeling uit te voeren zullen wij de gemeenteraad voorstellen de daarop betrekking hebbende teksten alsnog te wijzigen. Wij zullen de gemeenteraad nog voor de behandeling van het raadsvoorstel informeren over onze reactie op uw verzoek, zodat zij dit kunnen betrekken bij hun besluitvorming. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Boxtel, Teammanager Beheer Openbare Ruimte H.C. van Ooijen

Markt 1, Boxtel Postbus 10.000, 5280 DA Boxtel

Tel: (0411) 655911 KvK: 17278580

gemeente@boxtel.nl www.boxtel.nl IBAN: NL05BNGH0285001396

AMENDEMENT Beleidsplan 2026-2036 begraafplaats Munsel De gemeenteraad van Boxtel in vergadering bijeen op 21 oktober 2025 ter bespreking van agendapunt 8, Raadsvoorstel ter vaststelling van het Beleidsplan 2026-2036 begraafplaats Munsel Overwegende dat: •

• • •

Het uit respect en zorgvuldigheid richting nabestaanden wenselijk is om graven na afstand, gelijktijdig zowel bovengronds als ondergronds te ruimen, zodat het graf in één handeling volledig wordt verwijderd en nabestaanden niet geconfronteerd worden met een langdurig zichtbaar leeg graf. Het gelijktijdig boven- en ondergronds ruimen van graven leidt tot een efficiëntere werkwijze. Het gelijktijdig ruimen rechtsongelijkheid voorkomt tussen betalende en niet betalende rechthebbenden. De huidige voorgestelde werkwijze (mogelijk) leidt tot extra administratieve lasten omdat het onderscheid tussen boven- en ondergronds geruimde graven alleen in de administratie zichtbaar is en niet fysiek op de begraafplaats.

Besluit: Onderstaande teksten in het beleidsplan als volgt te wijzigen of te laten vervallen: •

De tekst bij de samenvatting op pagina 4 onder “Uitgifte- en ruimingsbeleid” als volgt te wijzigen: o 4e bullet eerste zin: “Na afstand wordt er op een nader te bepalen termijn (twee á drie jaar) boven- en ondergronds geruimd”. o 5e bullet vervalt. o 6e bullet vervalt.

•

Bij paragraaf 4.3 de volgende zinnen te laten vervallen: “Het is daarom aan te raden om na het einde van de graftermijn alleen het grafmonument weg te halen. Het daadwerkelijk ondergronds ruimen kan één keer in de 2 á 3 jaar plaatsvinden op locaties waarvan aangenomen wordt dat de graven opnieuw worden gebruikt”.

•

De tekst bij paragraaf 6.3 onder inleiding laatste zin ‘(ondergronds)’ te wijzigen naar ‘(boven- en ondergronds)’.

•

De tekst bij paragraaf 6.3 onder ‘voorstel’ te wijzigen naar: o 4e bullet: … termijn (twee à drie jaar) ondergronds en bovengronds geruimd. o 5e bullet vervalt o 6e bullet vervalt

En gaat over tot de orde van de dag. Boxtel, 21 oktober 2025

BALANS Gerlof Roubos Kim Bremmer Wout de Jong Luc Bormans Ilse Schelle Geeske Groenewegen Rianne van Esch INbox Alex van den Braak

Combinatie95 Stefan de Nijs Joep Schalkx Peter den Ouden Aik van den Boogaard Jan van der Heijden

CDA Roel de Los Hoyos Kubra Atalay SP Rinze van der Veen Frans Sannen

VVD Rob Kuppens Lisa Somers

D66 Wiebe de Leijer Sohib Hussain

Amendement Beleidsplan 2026-2036 begraafplaats Munsel Behandeld tijdens de raadsvergadering van 21 oktober 2025

Stemverhouding: Totaal Voor: Tegen:

De motie / het amendement is:

o Aangenomen o Verworpen o Ingetrokken

I.H.M. Smits, raadsgriffier

R.S. van Meygaarden, voorzitter

MOTIE Beleidsplan 2026 – 2036 begraafplaats Munsel De raad van de gemeente Boxtel, in vergadering bijeen d.d. 21 oktober 2025, overwegende dat: • • • • •

Binnen de gemeente Boxtel meerdere begraafplaatsen aanwezig zijn, waarvan begraafplaats Munsel er één is; Deze begraafplaatsen verschillende eigenaren hebben, waardoor het denkbaar is dat er uiteenlopende werkwijzen worden gehanteerd ten aanzien van het ruimingsbeleid; Verschillen in ruimingsbeleid kunnen leiden tot onduidelijkheid en vragen bij nabestaanden; Door het hanteren van gelijke ruimingsprocedures rechtsgelijkheid wordt bevorderd tussen nabestaanden van overledenen op verschillende begraafplaatsen binnen de gemeente; Een uniforme werkwijze voorkomt dat nabestaanden op de ene begraafplaats wel en op de andere geen volledig geruimd graf aantreffen, wat als respectloos en onzorgvuldig ervaren kan worden.

verzoekt het college: •

In overleg te treden met de overige eigenaren van begraafplaatsen binnen de gemeente Boxtel, met als doel om waar nodig tot eenduidige afspraken te komen over het ruimingsbeleid. Een uniforme werkwijze voorkomt verwarring bij nabestaanden.

en gaat over tot de orde van de dag. Boxtel, 21 oktober 2025

INbox Alex van den Braak CDA Roel de Los Hoyos Kubra Atalay

SP Rinze van der Veen Frans Sannen

Motie Beleidsplan 2026 – 2036 begraafplaats Munsel Behandeld tijdens de raadsvergadering van 21 oktober 2025

Stemverhouding: Totaal Voor: Tegen:

De motie / het amendement is:

o Aangenomen o Verworpen o Ingetrokken

I.H.M. Smits, raadsgriffier

R.S. van Meygaarden, voorzitter

Raadsvoorstel Zaaknummer:

1387446

Portefeuillehouder:

Fred van Nistelrooij

Onderwerp Voorbereidingskrediet vernieuwing en verduurzaming Burgakker 4, Boxtel

Status Besluitvormend

Voorstel Raad 1. Een €210.000 voorbereidingskrediet te voteren 2. De kapitaallasten voor het voorbereidingskrediet beschikbaar te stellen van €6.100; 3. De 15e begrotingswijziging 2025 vast te stellen

Inleiding De bibliotheek in de gemeente Boxtel is sinds 1984 gevestigd in het pand aan de Burgakker 4. Het gebouw dient grondig gerenoveerd te worden vanuit technisch en functioneel oogpunt. De technische staat is matig en voldoet niet meer aan de wettelijke eisen. Door de wijziging van de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) krijgt de gemeente Boxtel vanaf 1 januari 2026 de wettelijke plicht zorg te dragen voor een volwaardige (robuuste) bibliotheekvoorziening voor haar inwoners. Hierdoor krijgen bibliotheken een grote maatschappelijke relevantie dan voorheen. De zorgplicht erkent de maatschappelijke waarde van bibliotheken als plekken voor ontmoeting, leren, cultuur en informatievoorziening. De taken die voortvloeien uit deze zorgplicht dienen verwerkt worden in de plannen voor de vernieuwing van het pand. De urgentie om tot een structurele oplossing te komen is groot. Om dit proces zorgvuldig en voortvarend te kunnen doorlopen, is het noodzakelijk om op korte termijn een project te starten en een projectleider aan te stellen. Met dit voorstel wordt de gemeenteraad verzocht een voorbereidingskrediet te voteren. Hiermee wordt een belangrijke stap gezet richting een robuuste bibliotheekvoorziening in Boxtel. Dit draagt bij aan een aantrekkelijk centrum en onze bezoekerseconomie.

Beoogd resultaat Het gebouw de Burgakker 4 renoveren en verduurzamen, zodat dat het pand voldoet aan het bouwbesluit en geschikt is voor een volwaardige bibliotheekvoorziening, die aansluit bij de wettelijke zorgplicht.

Argumenten 1.1 Het voteren van het krediet is noodzakelijk voor het starten van het project, wat noodzakelijk en niet uit te stellen is De staat van het gebouw maakt het noodzakelijk en niet uit te stellen om tot een oplossing te komen. Het starten van een project is noodzakelijk om dit proces adequaat verder op te kunnen pakken en op korte termijn tot een eenduidig plan over de toekomst van de Burgakker 4 te komen. Het voteren van het krediet is noodzakelijk voor het starten van het project. 1.2 De bibliotheek voldoet niet aan het bouwbesluit en toekomstige richtlijnen en wettelijke verplichtingen De Europese EPBD IV-richtlijn verplicht ons dat publieke gebouwen met slechte energieprestaties vóór 2030 dienen te worden aangepakt. Het pand heeft een laag energielabel, is slecht geïsoleerd en maakt geen gebruik van duurzame energiebronnen zoals zonnepanelen of warmtepompen. Daarmee is het gebouw niet in lijn met duurzaamheidsdoelen en toekomstige wettelijke verplichtingen. Tot slot dateert de laatste verbouwing van 1984. Met als gevolg dat het gebouw in slechte staat verkeerd, met ernstige gebreken zoals een versleten dak en binnengroeiende planten. 1.3 Wettelijke zorgplicht WSOB De huidige inrichting dient aangepast te worden zodat het gebouw in te zetten is om aan de zorgplicht te voldoen.

Per 1 januari 2026 wordt de zorgplicht voor bibliotheken van kracht (Wsob) De Wsob stelt dat een bibliotheekvoorziening in ieder geval de volgende functies omvat: 1. 2. 3. 4. 5.

Kennis en informatie beschikbaar stellen; Mogelijkheden bieden voor ontwikkeling en educatie; Stimuleren om te lezen; Ontmoetingen en debatten organiseren; Mensen laten kennismaken met kunst en cultuur;

1.4 Het beleidsakkoord stelt de bibliotheek als zaak die opgepakt gaat worden

Dit project geeft verdere invulling aan die ambitie. Daarbij wordt onderzocht welke activiteiten op een realistische manier vorm kunnen krijgen in het pand aan de Burgakker 4, mede in het licht van de aankomende zorgplicht voor een robuuste bibliotheekfunctie. 1.5 Deze projectopdracht geeft verdere uitvoering aan de motie ‘financiering renovatie bibliotheek’ en het besluit van de gemeenteraad om budget te reserveren voor de bibliotheek In de raadsvergadering van 2 juli 2024 heeft de raad de motie ‘financiering renovatie bibliotheek' aangenomen. In navolging hiervan heeft de gemeenteraad op 3 juli 2025 besloten om budget te reserveren voor de renovatie van de bibliotheek. De projectopdracht geeft verdere uitvoering aan de motie om tot een eenduidig plan te komen. 2.1 Het voteren van het voorbereidingskrediet leidt tot een kapitaallast. Deze kaptitaallast is opgebouwd op basis van een afschrijving en een rentecomponent. 3.1 Het vaststellen van een begrotingswijziging is een noodzakelijke handeling Mocht deze begrotingswijziging niet worden vastgesteld treedt er een begrotingsonrechtmatigheid op.

Kanttekeningen 1.1 Indien er geen project gestart wordt is er geen capaciteit om de Burgakker 4 aan te pakken Als er geen project gestart wordt, ontbreekt de benodigde capaciteit om de Burgakker 4 aan te pakken. Er is dan sprake van een afbreukrisico richting de exploitant van de bibliotheek, de gebruikers en de gemeenteraad. Er kan dan ook niet voldaan worden aan de zorgplicht robuuste bibliotheek die voortvloeit uit de Wsob die in 2026 van kracht gaat. 1.2 De visie op gemeenschapshuizen wordt op dit moment opgesteld De Burgakker 4 is niet als locatie meegenomen in het project ‘visie op gemeenschapshuizen’. Het streven is om deze processen zoveel mogelijk parallel aan elkaar te laten lopen, zodat uitkomsten van de visie meegenomen kan worden in de plannen voor de bibliotheek.

Financiën Voor de renovatie en verduurzaming van de bibliotheek stellen wij voor om een voorbereidingskrediet van € 210.000 beschikbaar te stellen. Uit dit voorbereidingskrediet worden de projectleider, projectleider civiel en VAT kosten betaald. VAT-kosten zijn voor onderzoeken, ontwerpen, calculatie et cetera. De gemiddelde kapitaallasten bedragen € 6.100. In de begrotingswijziging worden de werkelijke kapitaallast opgenomen. De kapitaallasten worden gedekt uit de bestaande middelen welke met de kadernota 2026 beschikbaar zijn gesteld. In verband met de co-financiering van de SPUK-BIEB worden de eerste € 20.000 van de projectleiderskosten uit het bestaand budget van beheersproduct bibliotheekvoorziening gedekt.

Uitvoering Periode Q4 2025/ Q1 2026 Q1 2026 Q2/Q3 2026

Actie Projectplan incl. participatieplan Programma van eisen Businesscase en raadsvoorstel voteren krediet

Q3 2026 Q4 2026 Q1 2027 Q 2028

Inkoopstrategie Aanbestedingsprocedure Start werkzaamheden gebouw Oplevering en afronding werkzaamheden

Communicatie Hoe we gebruikers, omwonenden en geïnteresseerde betrekken bij het traject wordt beschreven in het participatieplan. Deze zal in Q4 2025, na goedkeuring van het projectplan, worden opgesteld.

Bijlagen 1. 15e begrotinswijziging

Boxtel, 2 september 2025 Burgemeester en wethouders van Boxtel, de secretaris,

de burgemeester,

V.C. Fijneman

R.S. van Meygaarden

Ter inzage -

Raadsbesluit Registratienr.:

1387446

Aanhef De raad van de gemeente Boxtel; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 2 september 2025;

Besluit 1. Een €210.000 voorbereidingskrediet te voteren 2. De kapitaallasten voor het voorbereidingskrediet beschikbaar te stellen van €6.100; 3. De 15e begrotingswijziging 2025 vast te stellen Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 21 oktober 2025; De gemeenteraad van Boxtel, de griffier,

de voorzitter,

I.H.M. Smits

R.S. van Meygaarden

De gemeenteraad van Boxtel besluit de begroting van inkomsten en uitgaven via: -

begrotingswijziging begrotingsjaar

15 – Renovatie-verduurzaming bibliotheek 2025

als volgt te wijzigen:

Programma Baten: 1 Duurzame Transformatie 2 Sociale Kracht 3 Leefbare Ruimte 4 Vitaal Ondernemen 5 Meewerkend Bestuur Totaal baten Lasten: 1 Duurzame Transformatie 2 Sociale Kracht 3 Leefbare Ruimte 4 Vitaal Ondernemen 5 Meewerkend Bestuur Totaal lasten SALDO BEGROTING

Overige mutaties 2025

Overige mutaties 2026

Overige mutaties 2027

Overige mutaties 2028

Overige mutaties 2029

0

0

0

0

0

0*

0

0

0

0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

'* De kosten van onder andere de projectleider worden opgenomen als investering. Dit leidt automatisch tot kapitaallasten in de exploitatie, ad € 6.950. Omdat er 100% dekking is op deze investering leidt dit tot negatieve last in de exploitatie voor hetzelfde bedrag. Dit betekent in het overzicht dat de lasten (+ € 6.950 -/- € 6.950) per saldo nul zijn. Aldus vastgesteld door de gemeenteraad van Boxtel, in zijn openbare vergadering van 21 oktober 2025. De griffier,

De voorzitter,

I.H.M. Smits

R.S. van Meygaarden

1

Raadsvoorstel Zaaknummer:

1390417

Portefeuillehouder:

Wim van der Zanden

Onderwerp Wijziging Centrumregeling regio Meierij Wmo 2020 ivm regionalisering toezicht en handhaving.

Status Besluitvormend

Voorstel Raad Geen zienswijze in te dienen op de voorgenomen Centrumregeling regio Meierij Wmo 2026.

Inleiding In december 2024 verstrekten wij u een Raadsinformatiebrief over de regionalisering van het toezicht en de handhaving binnen de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning (zie bijlage). Het beoogde resultaat van toezicht en handhaving is het waarborgen van zowel kwaliteit als rechtmatigheid en doelmatigheid van de Wmo 2015 en de Jeugdwet door aanbieders. Als individuele gemeente is het moeilijk om deze doelen te verwezenlijken. Daarom is ervoor gekozen om het toezicht en de handhaving stevig neer te zeggen en dit regionaal te organiseren. Doordat meerdere gemeenten samenwerken is het toezicht en de handhaving robuuster en door de schaalgrootte gemakkelijker om het professioneler in te richten. In genoemde raadsinformatiebrief werd al aangekondigd dat de centrumregelingen voor de uitvoering van de Jeugdwet en de Wmo 2015 herzien zouden worden. Voor een goede en rechtmatige uitvoering van toezicht en handhaving is het essentieel dat de juridische kaders sluitend zijn. In dit raadsvoorstel behandelen wij de wijzigingen van de centrumregeling regio Meierij Wmo 2020.

Beoogd resultaat Met de wijzigingen in de centrumregeling regio Meierij Wmo 2020 worden de juridische kaders sluitend gemaakt. Deze aanscherpingen hebben tot doel om regionaal zo effectief mogelijk toezicht en handhaving te kunnen uitoefenen. In de bijlage “was-wordt lijst Centrumregeling regio Meierij Wmo 2026” ziet u de tekstuele wijzigingen in centrumregeling regio Meierij Wmo 2020

Argumenten 1.1 Voor het wijzigen van de centrumregeling is de toestemming van uw gemeente raad nodig. De wijziging van de centrumregeling vereist toestemming van de gemeenteraden van alle betrokken gemeenten. De wijziging komt tot stand wanneer alle colleges van de gemeenten daartoe hebben besloten na verkregen toestemming van hun raden. 1.2 Door de wijzigingen worden de juridische kaders voor goede en rechtmatige uitvoering van toezicht en handhaving sluitend gemaakt. Hoewel de Wmo en de regionale overeenkomsten met aanbieders voldoende grondslag bieden om onderzoek te kunnen voeren en te kunnen handhaven, wordt het regionale toezicht hiermee juridisch sluitend gemaakt. 1.3 De centrumregeling wordt geactualiseerd. De gemeente Boxtel werkt al sinds 2015 samen met de gemeente Sint-Michielsgestel, 'sHertogenbosch, Vught, Meierijstad - en tot 2021 - gemeente Haaren. Tot 2019 deden wij dit op basis van een Samenwerkingsovereenkomst Specialistische hulp Wmo Meierij en sinds 2020 op grond van de Centrumregeling regio Meierij Wmo 2020. De gemeenten zijn deze samenwerking aangegaan gericht op het zorgdragen van een kwalitatief goede en efficiente inkoop van de Wmo taken. De wens om deze samenwerking te continueren is onverminderd van kracht, maar een actualiseren van de regeling is op zijn plaats.

1.4 Indien u als raad een wijziging (zienswijze) wilt aanbrengen in de voorgenomen centrumregeling, kunt u daartoe een amendement aannemen. U kunt als raad een zienswijze indienen op de voorgenomen tekst van de centrumregeling (Wet Gemeenschappelijke Regelingen, art. 1 lid 2). Later dit jaar zullen wij uw raad toestemming vragen om de definitieve tekst van de centrumregeling vast te stellen. Uw raad kan dan enkel toestemming onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang (Wgr art 1, lid 4).

Kanttekeningen 1.1 De regionale overeenkomst bieden voldoende grondslag voor onderzoek en handhaving. Zonder de voorgenomen wijzigingen kan en wordt ook reeds gehandhaafd en onderzoek verricht. Echter is er een risico op een succesvol bezwaar en beroep wanneer de centrumregeling niet sluitend is aangepast op het inmiddels stevig neergezette en regionaal georganiseerde werkwijze bij het toezicht en de handhaving.

Financiën Aan het wijzigen van deze centrumregeling zijn geen financiele consequenties verbonden. De financiele consequenties in verband met het regionaliseren van Toezicht en Handhaving zijn behandeld in eerder genoemde Raadsinformatiebrief.

Uitvoering Als uw raad akkoord gaat met het niet indienen van een zienswijze, kan hierna de definieve centrumregeling in de procedure ter goedkeuring aan uw raad worden voorgelegd. De wijziging komt tot stand wanneer alle colleges van de betrokken gemeenten daartoe hebben besloten na verkregen toestemming van hun raden.

Communicatie Nadat uw raad de definitieve centrumregeling heeft goedgekeurd, zal deze worden gepubliceerd op overheid.nl.

Bijlagen 1. Raadsinformatiebrief Regionalisering toezicht en handhaving Jeugdwet en Wet maatschappelijke ondersteuning 2. Was-Wordt-lijst Centrumregeling regio Meierij Wmo 2026 3. Centrumregeling regio Meierij Wmo 2026 Boxtel, 9 september 2025 Burgemeester en wethouders van Boxtel, de secretaris,

de burgemeester,

V.C. Fijneman

R.S. van Meygaarden

Ter inzage

Raadsbesluit Registratienr.:

1390417

Aanhef De raad van de gemeente Boxtel; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 9 september 2025;

Besluit 1. Geen zienswijze in te dienen op de voorgenomen Centrumregeling regio Meierij Wmo 2026.

Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 21 oktober 2025; De gemeenteraad van Boxtel, de griffier,

de voorzitter,

I.H.M. Smits

R.S. van Meygaarden

Raadsinformatiebrief Datum: 17 december 2024 Zaaknummer: 1367296 Portefeuillehouder: Wim van der Zanden en Désirë van Laarhoven Contactpersoon: Femke Hendrickx, teammanager Sociale Beleidsontwikkeling

Onderwerp Regionalisering toezicht en handhaving Jeugdwet en Wet maatschappelijke ondersteuning.

Aanleiding Als gemeente zijn we verantwoordelijk voor de kwaliteit en de continuïteit van zorg die wij aan onze inwoners geven vanuit de Wmo en de Jeugdwet (het Sociaal Domein) via overeenkomsten met zorgaanbieders en persoonsgebonden budgetten. De middelen die wij vanuit de Wmo en Jeugdhulp beschikbaar hebben, willen wij op de juiste manier uitgeven en daar laten landen waar dat nodig is. Daarvoor is het nodig om toezicht te houden op de naleving van deze wetten, zowel op het gebied van kwaliteit als rechtmatigheid en doelmatigheid. Dit toezicht is aanvullend op de contractuele af spraken die gemeenten gemaakt hebben met de aanbieders over d e kwaliteit van de te leveren zorg en ondersteuning. Met deze brief inf ormeren wij u over ons besluit om toezicht en handhaving regionaal te gaan organiseren, samen met de overige gemeenten in Noordoost -Brabant (Jeugdhulp), de Meierij (Wmo Licht) en Meierij en Bommelerwaard (Wmo zwaar), en te beleggen bij de centrumgemeente ’sHertogenbosch. Toezicht en handhaving zijn manieren om de doelen van het Sociaal Domein te bereiken, namelijk om inwoners de kans te bieden zo lang mogelijk thuis te kunnen wonen, veilig op te groeien en te helpen om zelf standig deel te nemen aan de maatschappij. Kwaliteit en continuïteit van zorg zijn belangrijk, maar het is ook cruciaal om de kosten in balans te houden.

Geld moet worden gebruikt waar het voor bedoeld is. Bij toezicht en handhaving is het vooral belangrijk dat zorggelden doelmatig en rechtmatig worden besteed en te bewaken dat de inwoners ook daadwerkelijk de zorg ontvangen die door de gemeente is toegekend en voor heef t betaald. Het beoogde resultaat van toezicht en handhaving en contractmonitoring is het waarborgen van zowel kwaliteit als rechtmatigheid en doelmatigheid van de Wmo 2015 en de Jeugdwet door aanbieders, waarbij ook de beschikbaarheid en toegankelijkheid van deze hulp en ondersteuning een belangrijk aandachtspunt is voor duurzame hulpverlening.

Inhoud Als individuele gemeente is het moeilijk om deze doelen te verwezenlijken. We kunnen onze toegangsmedewerkers goed scholen om alert te zijn op mogelijk misbruik van middelen. En in onze f inanciële administratie Wmo en Jeugd zijn mechanismen ingebouwd om onjuiste declaraties te detecteren en controleren. Echter, de slagkracht van een zelf standige gemeente is niet zo groot en het kost veel inzet en middelen om de juiste menskracht en expertise te verwerven en onderhouden voor het vervolgonderzoek op “niet-pluis”-signalen. Daarbij is het inregelen van lokaal toezicht op regionale contracten inef f iciënt: een lokale toezichthouder kan onderzoek doen naar lokale aangelegenheden maar niet voor een hele regio spreken als hij of zij daar niet toe aangewezen is. Daarom kiezen we er voor toezicht en handhaving stevig neer te zetten en dit regionaal te gaan organiseren. Het samen optrekken met andere gemeenten heef t als voordeel dat gemeenten het toezicht

niet volledig uitbesteden, maar het relatief dichtbij gemeenten blijf t, mits het goed wordt ingeregeld (en er geen nieuwe ‘organisatie’ ontstaat die verder weg staat). Wanneer meerdere gemeenten samenwerken, is het toezicht robuuster (bij uitval is de constructie niet gelijk kwetsbaar) en is het door de schaalgrootte makkelijker om het prof essioneler in te richten. Lokaal kader In de regel bieden de Wmo 2015 en de Jeugdwet en de regionale overeenkomsten met aanbieders voldoende grondslag om onderzoek te kunnen doen en te kunnen handhaven. Naast een aanwijzingsbesluit van een toezichthouder als grondslag om rechtmatig onderzoek te mogen doen, is het essentieel dat de rol van toezichthouders is geborgd in de geldende centrumregelingen, lokale verordeningen, beleidsregels en/of besluit. Een eerste inventarisatie laat zien dat deze borging goeddeels al is verankerd in onze huidige reg elingen. Om dit helemaal goed af te hechten volgt er de komende maanden een herzieningsronde op al deze documenten. We verwachten deze herziene stukken medio 2025 aan uw gemeenteraad voor te kunnen leggen. Ons college heef t de centrumgemeente ’s-Hertogenbosch op 17 december 2024 gemandateerd om toezicht te houden in de zin van artikel 6.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning en artikel 8.5.7 van de Verordening Sociaal Domein 2024 Boxtel.

Het college van B&W van ’s-Hertogenbosch zal vervolgens de manager van RIOZ mandateren om dit toezicht uit te voeren. Uitvoering In november 2024 hebben de bestuurders van de gemeenten van de Jeugdhulpregio Noordoost -Brabant en Wmo-regio Meierij en Bommelerwaard besloten om ten behoeve van de uitvoering aan te haken bij de geldende centrumregelingen Specialistische Jeugdhulp, WMO licht en Beschermd Wonen/Maatschappelijke Opvang en de opdracht te verstrekken aan centrumgemeente ’sHertogenbosch en specif iek bij de Regionale Inkooporganisatie (RIOZ). Dit is een logische keuze omdat toezicht en handhaving begint een basis vindt in goede af spraken in de naleving van de zorgcontracten. Gezien de overeenkomende aard van zorg is er voor gekozen om hier ook het toezicht op persoonsgebonden budgetten in mee te nemen. De centrumgemeente is inmiddels begonnen met de voorbereiding van de implementatie van deze rol. Werkprocessen worden ingericht, toezichthouders worden aangesteld en de administratieve organisatie wordt gebouwd. De portef euillehouders hebben met de centrumgemeente af gesproken dat ze 4 FTE toezichthouder kan werven. We gaan gedurende 2025 ervaren of dit teveel of te weinig is om alle signalen te onderzoeken en het aantal benodigde detailcontroles uit te voeren.

Kosten Voor de uitvoering van deze nieuwe rol stellen de regio’s voor een periode van 2 jaar (2025 en 2026) jaarlijkse € 450.000,- beschikbaar. Deze kosten worden op basis van een verdeelsleutel 75 (jeugd) en 25 (WMO) verdeeld over de deelnemende gemeenten. Voor onze gemeente is dit € 25.854 per jaar.

Vervolg De intensievere vorm van toezicht zal impact hebben op de rechtmatigheid van inzet van middelen. Dat is met meer zekerheid te zeggen. Op voorhand is niet hard te maken of deze nadere invulling van de toezichtsrol een verbeterende werking op de kwaliteit van zorg zal hebben. Daarvoor zijn teveel f actoren van invloed (inkoopbeleid, inkoopvoorwaarden, kwaliteit administratie etc). Daarom zien we dit eerste jaar als een jaar waarin de ruimte wordt gecreëerd om te pionieren, waarbij we leren van de ervaringen van de gemeenten in onze regio die al een toezichthouder hebben. We gaan aan de slag waarbij zowel de centrumgemeente als wij worden begeleid door een organisatie die hier ruime ervaring in heef t. Medio 2025 zal de centrumgemeente een eerste rapportage opleveren over de bevindingen van het eerste half jaar. Deze zullen wij u ter kennisgeving doen toekomen. Begin 2026 gaan we dan terugkijken op 2025 om te beoordelen wat deze intensievere invulling heef t bijgedragen en opgeleverd. Op basis daarvan maken we meer def initieve keuzes over vormgeving, invulling en investeringen.

Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Boxtel,

V.C. Fijneman secretaris

R.S. van Meygaarden burgemeester

Was-Wordt-lijst Centrumregeling regio Meierij Wmo 2026 Deze Centrumregeling wordt technisch gewijzigd. Onderstaande zijn de artikelen waarin wijzigingen hebben plaatsgevonden aangegeven. De centrumregeling dient te worden gewijzigd om het regionaal toezicht en handhaving op de gecontracteerde Wmo en jeugdhulp zo effectief mogelijk uit te kunnen voeren. Dit is dezelfde aanscherping van de relevante artikelen in deze centrumregeling als u ook bij de centrumregeling Beschermd wonen en maatschappelijke opvang Meierij-Bommelerwaard 2026-2030 onlangs heeft vastgesteld. Tevens worden een paar gedateerde passages in de tekst gewijzigd.

Was Centrumregeling regio Meierij Wmo 2020

Wordt Centrumregeling regio Meierij Wmo 2026

Was Overwegende dat: zij met ingang van 1 januari 2025 regionaal hebben samengewerkt op basis van de Samenwerkingsovereenkomst Specialistische hulp Wmo Meierij;

Wordt Overwegende dat: zij met ingang van 1 januari 2020 regionaal hebben samengewerkt op basis van de centrumregeling Meierij Wmo 2020;

zij daartoe een inkoopsamenwerking zijn aangegaan en beleid op elkaar hebben afgestemd; de samenwerkingsovereenkomst op 31 december 2019 afloopt; de samenwerking tussen de gemeenten over de periode 2015-2018 door een extern bureau is geëvalueerd; in het evaluatierapport diverse aanbevelingen zijn gedaan om te komen tot een optimalisering van de gezamenlijke inkoop en de bestuurlijke samenwerking daarbij; zij zich realiseren dat op basis van de opgedane ervaringen de samenwerking bij de gezamenlijke uitvoering van de Wmo voordelen biedt, met inachtneming van ieders autonome bestuursbevoegdheid; de colleges van de deelnemende gemeenten al eerder een voorkeur hebben aangegeven voor een samenwerkingsstructuur die gekenmerkt wordt als ‘zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig’, passend binnen het regionaal gedragen principe: ‘Doe regionaal wat moet, lokaal wat kan’; zij zich realiseren dat een centrumgemeenteconstructie als bestuurlijke vorm zorgt voor eenduidigheid en een beperking van kosten en administratieve lasten;

zij daartoe een inkoopsamenwerking zijn aangegaan en beleid op elkaar hebben afgestemd; de samenwerkingsovereenkomst op 31 december 2019 afloopt; de samenwerking tussen de gemeenten over de periode 20152018 door een extern bureau is geëvalueerd; in het evaluatierapport diverse aanbevelingen zijn gedaan om te komen tot een optimalisering van de gezamenlijke inkoop en de bestuurlijke samenwerking daarbij; zij zich realiseren dat op basis van de opgedane ervaringen de samenwerking bij de gezamenlijke uitvoering van de Wmo voordelen biedt, met inachtneming van ieders autonome bestuursbevoegdheid; de colleges van de deelnemende gemeenten al eerder een voorkeur hebben aangegeven voor een samenwerkingsstructuur die gekenmerkt wordt als ‘zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig’, passend binnen het regionaal gedragen principe: ‘Doe regionaal wat moet, lokaal wat kan’;

gemeenten in adequaat toezicht en handhaving op naleving van de gestelde kwaliteitseisen in de Wmo voorzien door gezamenlijke organisatie van het Wmo- toezicht;

zij zich realiseren dat een centrumgemeenteconstructie als bestuurlijke vorm zorgt voor eenduidigheid en een beperking van kosten en administratieve lasten;

zij de gezamenlijke inkoop opnieuw willen vormgeven met inachtneming van de aanbevelingen uit het evaluatierapport uit 2018 door gebruik te maken van de gemeente ‘sHertogenbosch als centrumgemeente;

gemeenten in adequaat toezicht en handhaving op naleving van de gestelde kwaliteitseisen in de Wmo voorzien door gezamenlijke organisatie van het Wmo- toezicht en handhaving;

zij daarbij ruimte willen creëren om te kunnen experimenteren met alternatieve manieren van inkoop door middel van pilots;

zij de gezamenlijke inkoop opnieuw willen vormgeven met inachtneming van de aanbevelingen uit het evaluatierapport uit 2018 door gebruik te maken van de gemeente ‘s-Hertogenbosch als centrumgemeente;

zij de intentie hebben hun raden voor te stellen waar nodig in verband met de gezamenlijke inkoop hun verordening Wmo op elkaar af te stemmen; zij daartoe ingaande 2020 een centrumregeling wensen aan te gaan waarin aan de gemeente ‘s-Hertogenbosch het mandaat wordt verleend om individuele begeleiding, dagbesteding en kortdurend verblijf,(indien nodig) een vertrouwenspersoon en toezicht op calamiteitsincidenten zoals omschreven in de regeling in te kopen namens de overige gemeenten; zij daartoe ingaande 2021 mogelijk een centrumregeling wensen aan te gaan waarin aan de gemeente ‘s-Hertogenbosch het mandaat wordt verleend om ook Beschermd Wonen en maatschappelijke en verslaafdenopvang, zoals omschreven in de regeling in te kopen namens de overige gemeenten;

zij daarbij ruimte willen creëren om te kunnen experimenteren met alternatieve manieren van inkoop door middel van pilots; zij de intentie hebben hun raden voor te stellen waar nodig in verband met de gezamenlijke inkoop hun verordening Wmo op elkaar af te stemmen; zij daartoe de centrumregeling per 1 juli 2026 willen wijzigen; In de centrumregeling wordt aan de gemeente ’sHertogenbosch het mandaat verleend om individuele begeleiding, dagbesteding en kortdurend verblijf,(indien nodig) een vertrouwenspersoon en toezicht op calamiteitsincidenten en geweld en toezicht en handhaving zoals omschreven in de regeling in te kopen namens de overige gemeenten; zij de centrumregeling beschermd wonen, maatschappelijke opvang en aanverwante taken regio Meierij en Bommelerwaard vernieuwd hebben per 1 januari 2026;

Was B E S L U I T E N:

Wordt B E S L U I T E N:

vast te stellen de navolgende gemeenschappelijke regeling voor de inkoop van Wmo-taken

vast te stellen de navolgende gewijzigde centrumregeling voor de inkoop van Wmo-taken

Centrumregeling regio Meierij Wmo 2020

Centrumregeling regio Meierij Wmo 2026

Was Artikel 1 Begripsbepalingen Deze gemeenschappelijke regeling verstaat onder: a. centrumregeling: Centrumregeling regio Meierij Wmo 2020

Wordt Artikel 1 Begripsbepalingen Deze gemeenschappelijke regeling verstaat onder: a. centrumregeling: Centrumregeling regio

b. centrumgemeente: gemeente als bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen: gemeente ‘s-Hertogenbosch; c. gemeenten: alle gemeenten die aan deze regeling deelnemen, inclusief de centrumgemeente ’sHertogenbosch; d. regiogemeenten: gemeenten Boxtel, Haaren, Meierijstad, Sint-Michielsgestel en Vught; e. Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, f. Wmo-taken: taken in het kader van de Wmo, namelijk individuele begeleiding, dagbesteding, kortdurend verblijf, vertrouwenspersoon, toezicht op calamiteiten en geweld en toezicht op kwaliteit. Uitgezonderd zijn de individuele begeleiding, dagbesteding en kortdurend verblijf voor landelijk gecontracteerde aanbieders voor zintuiglijk gehandicapten; g. vertrouwenspersoon; een onafhankelijk persoon die de inwoner ondersteunt bij het opkomen voor de eigen belangen; h. portefeuillehouder Wmo: het collegelid van een deelnemende gemeente, verantwoordelijk voor de Wmo; i. regionaal Inkoopteam: organisatieonderdeel van de centrumgemeente dat belast is met de inkoop van de Wmo voor de gemeenten zoals in deze regeling omschreven; j. accountmanagement: het bewaken van afspraken uit de overeenkomsten met de aanbieders via Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s), het bewaken van financiële informatie en het bespreken van innovatie en ontwikkelmogelijkheden met de aanbieders; k.

aanbieders; aanbieders kunnen zijn: leveranciers van zorg, GGD of vertrouwenspersoon l. contractbeheer: het beheer van de overeenkomsten met de aanbieders en het monitoren van het naleven van de afspraken uit deze overeenkomsten; m. cliëntervaringsonderzoek: het jaarlijks verplichte onderzoek naar cliëntervaringen. n. toezicht: toezien op de kwaliteit van gecontracteerde aanbieders, als bedoeld in de Wmo, eventueel na een signaal, klacht of melding. o. Inkoopopdracht: jaarlijkse opdracht van het Regionaal Regieteam aan het Regionaal Inkoopteam waarin wordt aangeven wat dit team voor het daaropvolgende jaar moet inkopen; p. verdeelsleutel: naar rato van het aantal inwoners per gemeente op 1 januari van het voorgaande jaar.

Meierij Wmo 2026 b. centrumgemeente: gemeente als bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen: gemeente ‘s-Hertogenbosch; c. gemeenten: alle gemeenten die aan deze regeling deelnemen, inclusief de centrumgemeente ’s-Hertogenbosch; d. regiogemeenten: gemeenten Boxtel, Meierijstad, Sint-Michielsgestel en Vught; e. Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, f. Wmo-taken: taken in het kader van de Wmo, namelijk individuele begeleiding, dagbesteding, kortdurend verblijf, vertrouwenspersoon, toezicht op calamiteiten en geweld en toezicht en handhaving en kwaliteit. Uitgezonderd zijn de individuele begeleiding, dagbesteding en kortdurend verblijf voor landelijk gecontracteerde aanbieders voor zintuiglijk gehandicapten; g. vertrouwenspersoon; een onafhankelijk persoon die de inwoner ondersteunt bij het opkomen voor de eigen belangen; h. portefeuillehouder Wmo: het collegelid van een deelnemende gemeente, verantwoordelijk voor de Wmo; i. regionaal Inkoopteam: organisatieonderdeel van de centrumgemeente dat belast is met de inkoop van de Wmo voor de gemeenten zoals in deze regeling omschreven; j. accountmanagement: het bewaken van afspraken uit de overeenkomsten met de aanbieders via Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s), het bewaken van financiële informatie en het bespreken van innovatie en ontwikkelmogelijkheden met de aanbieders; k.

aanbieders; aanbieders kunnen zijn: leveranciers van zorg, GGD of vertrouwenspersoon l. contractbeheer: het beheer van de overeenkomsten met de aanbieders en het monitoren van het naleven van de afspraken uit deze overeenkomsten; l. cliëntervaringsonderzoek: het jaarlijks verplichte onderzoek naar cliëntervaringen. m. toezicht & handhaving: controle op nakoming van verbintenissen, naleving van subsidievoorwaarden en naleving van rechtmatige uitvoering van de wet (waaronder de bestrijding van misbruik, oneigenlijk gebruik en niet-gebruik van deze wet) door aanbieders en derden waar cliënten met een persoonsgebonden budget maatschappelijke ondersteuning betrekken en het bij normschending verrichten van

privaatrechtelljke rechtshandelingen gericht op herstel of sanctioneren en het opleggen van herstelsancties. n. Inkoopopdracht: jaarlijkse opdracht van het Regionaal Regieteam aan het Regionaal Inkoopteam waarin wordt aangeven wat dit team voor het daaropvolgende jaar moet inkopen; o. verdeelsleutel: naar rato van het aantal inwoners per gemeente op 1 januari van het voorgaande jaar. Was Artikel 4 Centrumgemeente 1. De regionale inkoop van de Wmo-taken wordt uitgevoerd door de centrumgemeente. Deze gemeente treedt namens de gemeenten op als inkopende partij. 2. De regiogemeenten verlenen de centrumgemeente daartoe opdracht tot het verrichten van de in artikel 10 genoemde taken namens de gemeenten overeenkomstig artikel 8, vierde lid van de Wgr. 3. De centrumgemeente aanvaardt deze opdracht en richt daartoe een Regionaal Inkoopteam in binnen de eigen ambtelijke organisatie. 4. De kosten van inrichting en instandhouding van het Regionaal Inkoopteam als bedoeld in het vorige lid worden volgens de verdeelsleutel door de gemeenten gezamenlijk gedragen. Bij het aangaan van deze regeling is een minimale formatie vastgesteld en deze kan jaarlijks worden uitgebreid na instemming RBO-Wmo. Bij wijziging van formatie worden de daaruit voortvloeiende kosten door de gemeenten gezamenlijk gedragen en verdeeld volgens de verdeelsleutel. 5.

De centrumgemeente draagt zorg voor de archiefbescheiden conform de archiefregeling van de centrumgemeente..

Wordt Artikel 4 Centrumgemeente 1. Regionale inkoop, subsidiering, toezicht & handhaving van de Wmo-taken wordt uitgevoerd door de centrumgemeente. Deze gemeente treedt namens de gemeenten op als inkopende partij. 2. De regiogemeenten verlenen de centrumgemeente daartoe opdracht tot het verrichten van de in artikel 10 genoemde taken namens de gemeenten overeenkomstig artikel 8, vierde lid van de Wgr. 3. De centrumgemeente aanvaardt deze opdracht en richt daartoe een Regionaal Inkoopteam in binnen de eigen ambtelijke organisatie. 4. De kosten van inrichting en instandhouding van het Regionaal Inkoopteam als bedoeld in het vorige lid worden volgens de verdeelsleutel door de gemeenten gezamenlijk gedragen. Bij het aangaan van deze regeling is een minimale formatie vastgesteld en deze kan jaarlijks worden uitgebreid na instemming Poho MZ. Bij wijziging van formatie worden de daaruit voortvloeiende kosten door de gemeenten gezamenlijk gedragen en verdeeld volgens de verdeelsleutel. 5. De centrumgemeente draagt zorg voor de archiefbescheiden conform de archiefregeling van de centrumgemeente..

Was Artikel 5 Bevoegdheden 1. De colleges geven de centrumgemeente mandaat en volmacht om de in artikel 10 genoemde taken uit te voeren, uiteraard begrensd door wetgeving, jurisprudentie en vastgestelde kaders. 2. Het college van de centrumgemeente kan de bevoegdheden in het eerste lid ondermandateren aan de ambtenaren van de

Wordt Artikel 5 Bevoegdheden 1. De colleges geven het college van de centrumgemeente mandaat en machtiging om de in artikel 10 genoemde bevoegdheden en taken uit te voeren, uiteraard begrensd door wetgeving en jurisprudentie en de kaders vastgesteld op basis van artikel 7. 2. De burgemeesters verlenen volmacht aan de burgemeester van de centrumgemeente voor

centrumgemeente.

het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen voorvloeiende uit de taken genoemd in artikel 10. 3. Het college van de centrumgemeente verleent ondermandaat en ondermachtiging aan de manager RIOZ voor het uitvoeren van de bevoegdheden en taken genoemd in artikel 10 centrumregeling, uiteraard begrensd door wetgeving en jurisprudentie en de kaders vastgesteld op basis van artikel 7. Het is de manager RIOZ toegestaan ondermandaat en/of ondermachtiging te verlenen aan ambtenaren waarvoor hij verantwoordelijk is of externe opdrachtnemers die hij aanstuurt. 4. De burgemeester van de centrumgemeente verleent ondervolmacht aan de manager RIOZ voor het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen voortvloeiende uit de taken genoemd in artikel 10. Het verlenen van ondervolmacht is toegestaan, behalve voor het voeren van rechtsgedingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=d9df9f25-6cbf-4c3c-9645-fadf684de84a