CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadsvergadering Boxtel 3 februari 2026, gemeente boxtel30.795 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Afbeelding uit toolkit visuals Omgevingswet Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

1 Gemeente Boxtel (2009). 2 Gemeente Boxtel (2021).

6

Niet alleen de betekenis van cultureel erfgoed is breder geworden dan voorheen, maar ook wie zich bezighoudt met het cultureel erfgoed. Zo zijn veel inwoners en erfgoedvrijwilligers actief bezig met het uitoefenen van tradities en het uitvoeren van onderzoeken, in stand houden en doorgeven van het cultureel erfgoed. Ook is de maatschappelijke betekenis van erfgoed veranderd. De nadruk ligt steeds meer op hoe erfgoed kan bijdragen aan sociale cohesie, duurzaamheid en identiteit binnen een veranderende samenleving. 3 Dit sluit aan bij het Verdrag van Faro dat pleit voor een erfgoedbenadering waarin gemeenschappen centraal staan en waarin erfgoed wordt gezien als een bron van maatschappelijke verbinding. Deze verschuiving weerspiegelt bredere maatschappelijke trends, zoals de veranderende samenstelling van de bevolking, waarbij nieuwe gemeenschappen andere vragen stellen over welk erfgoed behouden moet worden en hoe het verhaal van erfgoed wordt verteld. De verbreding van het erfgoedbegrip zorgt ervoor dat het niet alleen om instandhouding van het erfgoed gaat, maar ook om welke betekenis het heeft voor de mensen. Door het verdrag van Faro komt er steeds meer aandacht voor de samenwerking tussen overheden en bewoners. Samen voel je je immers betrokken bij en verantwoordelijk voor erfgoed waarmee mensen zich identificeren.

Als gemeente zijn we verplicht om de wetgeving vanuit het Rijk (o.a. Erfgoedwet en Omgevingswet) na te leven en in de praktijk te brengen, dat zijn wettelijke taken. Binnen deze wetten en regels heeft gemeente Boxtel een zekere mate van vrijheid om te bepalen hoe zij nu en in de toekomst wil omgaan met haar cultureel erfgoed. Dit wordt beleidsruimte genoemd. In deze erfgoednota geeft de gemeente aan hoe zij de wettelijke taken en beleidsruimte vormgeeft en waar de accenten voor de komende periode 2026-2030 liggen. Bij het opstellen van deze erfgoednota hebben we verschillende partijen betrokken. Zo zijn er gesprekken en werksessies geweest met verschillende stakeholders (o.a. erfgoedverenigingen, gilden, musea en natuurverenigingen). De Omgevingswet vraagt om integraal samenwerken en het zoeken naar de samenhang tussen de beleidsonderwerpen om vervolgens de perspectieven en belangen af te wegen. Door te focussen op relatie-onderwerpen die erfgoed raken (naast de fysieke leefomgeving), zoals cultuur, educatie, onderwijs en lokale (museale) instellingen, ontstaat er bewustwording én wordt de verbinding tussen erfgoed en beleving versterkt. Cultureel erfgoed is overal aanwezig in Boxtel en vertelt een verhaal waar we trots op mogen zijn. Dit verdient het om doorgegeven te worden naar de toekomst.

Afbeelding 1: Herberg den Eijngel (Lennisheuvel). 3 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (z.d.).

7

Hoofdstuk 2: Het cultureel erfgoed van gemeente Boxtel 2.1 Introductie Waar hebben we het over als het over cultureel erfgoed in gemeente Boxtel gaat? Dit hoofdstuk geeft een schets hiervan op hoofdlijnen. Allereerst wordt een algemeen verhaal vertelt over de ontwikkelgeschiedenis van gemeente Boxtel. Daarna worden de dorpskernen apart benoemd. En als laatste worden de verschillende onderwerpen, zoals archeologie, gebouwd erfgoed, immaterieel erfgoed, landschap en cultuurhistorie die van belang zijn voor het Boxtels erfgoed benoemd. Voor een uitgebreide cultuurhistorische analyse kan Bijlage 2 geraadpleegd worden. 2.2 Het Verhaal van Boxtel In deze paragraaf staat het verhaal van gemeente Boxtel centraal. Het gaat dan met name om de ontwikkeling van wat er binnen de huidige gemeentegrenzen zich op grote lijnen vanaf de IJstijd heeft afgespeeld. Het Verhaal van Boxtel is een ontwikkelgeschiedenis in vogelvlucht waar de hoofdpunten worden benoemd. Eerst wordt een samenvatting gegeven van de vorming van het landschap en daarna krijgt ook de bewoningsgeschiedenis aandacht. 2.2.1 Het Verhaal van Boxtel in vogelvlucht Meer dan een miljoen jaar geleden zorgden afzettingen van de toen nog vlechtende rivieren Maas en Rijn voor de huidige ondergrond van Noord-Brabant.

Tijdens de tweede IJstijd (115.000 tot 9.700 voor Christus) werd Brabant bedekt met fijn zand, dat door de wind uit droge rivierdalen werd opgeblazen (dekzand). Tussen de dekzandruggen ontstonden drassige stroomgebieden met waterlopen, als de Dommel en de Essche stroom. De hoger gelegen plekken nabij waterlopen waren interessante locaties voor bewoning door de eerste prehistorische bewoners. In en rond Boxtel zijn diverse sporen van menselijke aanwezigheid uit de prehistorie gevonden. Zoals onder andere pijlen en een vuistbijl uit de steentijd, lanspunten en een grafheuvel uit de bronstijd en een boomstamboot (exacte datering nog onbekend). De oorsprong van Boxtel bevindt zich op de plek waar nu de Zwaanse brug ligt. De rivier de Dommel was hier makkelijk te doorwaden en vormde een schakel in een doorgaande route van noord naar zuid en andersom. In de Romeinse tijd lag Boxtel ten zuiden van de Limes (grens) en maakte het onderdeel uit van het Romeinse Rijk. Onder andere in Munsel zijn grondsporen van huizen uit deze periode gevonden. In Esch zijn bijzondere resten van Romeinse graven en dakpanovens gevonden. Na het val van het Romeinse Rijk krimpt de bevolking. De moerassige omgeving van Boxtel bleef lange tijd schaars bewoond. In de 11e- 12e eeuw vestigde de eerste heer van Boxtel zich op een natuurlijke heuvel en bouwde een motteburcht.

Vanuit hier werd de omgeving ontgonnen en werden kanalen, de binnendommeltjes, gegraven. Waarschijnlijk werd op de motteburcht in 1290 de Sint Petruskerk gebouwd. Uit dezelfde eeuw stamt ook het kasteel Stapelen. De eerste tekstvermelding van Boxtel dateert ook uit deze tijd (begin 12e eeuw). De dorpskernen Esch, Lennisheuvel en Liempde zijn ook ontstaan in de middeleeuwen. Tussen 700 en 800 na Christus vestigen zich de eerste bewoners in Esch. In 739 na Christus maakte Sint Willibrordus kennis met de villa Esch of Hesc. Rond diezelfde tijd zou ook het dorp Lennisheuvel zijn ontstaan. Lennisheuvel is van oorsprong een boerendorp dat bekend stond als een klein gehucht midden in de bossen en de heidevelden. Liempde staat vanaf 1232 bekend als ‘Hertogsdorp’ binnen de Meierij van ’s-Hertogenbosch. Het dorp behoort tot het Kwartier van Peelland met als hoofdplaats Rode (huidige Sint-Oedenrode). Liempde is daarmee een zogeheten ressort van Rode maar heeft wel een eigen schepenbank. Het valt dus niet onder het gezag van de heer van Boxtel. Tot in 1391 wanneer Hertogin Johanna het dorp schenkt, als een hoge Heerlijkheid met recht op rechtspraak en aanstelling van schepenen, aan Ridder Willem van de Meeren van Boxtel. De banden tussen Liempde en het Peelland blijven bestaan. Voor Boxtel veranderende er veel in de Successieoorlog (1356-1357).

Tijdens deze oorlog overleed Willem IV van Boxtel zonder nakomelingen na te laten. Om te voorkomen dat Boxtel een speelbal zou worden in de successieoorlog, ontvingen zijn zus Maria en haar man Theodricus van Meerheim van de Duitse keizer Karel IV een leenbrief. Hierin benoemde hij Boxtel tot een Rijksheerlijkheid. Het dorp 8

was toen nog geen leengoed van de lokale heer (de hertog van Brabant), maar van de Duitse keizer. Boxtel kreeg hierdoor vrijstelling van het leveren van financiële bijdragen en troepen aan het hertogdom. In 1473 werd Boxtel alsnog leengoed van de hertog van Brabant. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) had Boxtel zwaar te lijden. De heer van Boxtel, Johan van Horne (1531-1606), sloot zich aan bij de protestante opstandelingen. De heer was een van de edelen die in 1566 het smeekschrift aanbood aan Margaretha van Parma. De rest van Brabant bleef overwegend katholiek, zo ook zijn zoon Gerard van Horne. Boxtel en vooral kasteel Stapelen was een strategische uitvalsbasis richting ‘s-Hertogenbosch. Het kasteel wordt meerdere malen ingenomen door zowel Staatse als Spaanse troepen, maar raakt niet beschadigd. Wel werd de omgeving veelvuldig geplunderd. Daarnaast waren de inwoners van Boxtel veel geld kwijt aan het onderhouden van de soldaten die dikwijls in Stapelen waren gelegerd. Uiteindelijk werd Brabant een Generaliteitsland. Boxtel lag voortaan in Staats Brabant. Het werd door de Republiek bestuurd en niet meer door de Van Hornes. Het katholieke geloof mocht niet meer openlijk beleden worden en de St-Petruskerk kwam in protestantse handen. Deze toestand duurde tot 1794.

Voor het gewest Brabant waren de gevolgen van de Tachtigjarige Oorlog en de voorwaarden van de Vrede van Münster bijzonder groot en deels blijvend. Brabant werd voorgoed in tweeën gedeeld (m.u.v. 1815 - 1831 toen Nederland en België één koninkrijk vormden) en de delen groeiden uit elkaar. Het zuiden (het huidige België) bleef verplicht katholiek en kreeg een totaal andere geschiedenis. Het noorden van Brabant, en dus ook Boxtel, werd gevoegd bij de protestantse Republiek. De enige, ware godsdienst was Nederduits gereformeerd. De eerste protestantse predikant in Boxtel kwam al in 1648: dominee Johannes Aelstius. Na de Franse Revolutie (in 1789) sloten diverse mogendheden (waaronder Oostenrijk, Pruissen, de Nederlandse Republiek en Groot-Brittannië) een bondgenootschap tegen Frankrijk. Gevoed door angst dat de geest van de revolutie met alle gevolgen van dien, zich zou verspreiden. Dit resulteerde in de Eerste Coalitieoorlog. In september 1794 bevond Boxtel zich midden in het strijdtoneel. Troepen uit Groot-Brittannië, Hessen en Hannover verschansten ze zich bij de bruggen over de Dommel. De Franse troepen, op weg naar ‘s-Hertogenbosch vanuit het zuiden, sloegen toe op 14 september en veroverden het dorp. Op 15 september probeerden de troepen uit Groot-Brittannië, Hessen en Hannover te vergeefs Boxtel te heroveren.

De komst van de Fransen in Boxtel betekende dat het katholieke geloof weer openlijk belijdt mocht worden. Hierna zouden Boxtel, Liempde, Lennisheuvel en Esch een tijd van relatieve rust kennen. Pas met Operatie Market Garden ging Boxtel weer meespelen op het wereldtoneel. Operatie Market Garden was een geallieerd offensief gericht tegen nazi-Duitsland, in september 1944, tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog. Het doel was om met inzet van luchtlandingstroepen strategische bruggen op Nederlands grondgebied te veroveren. Niet alle geallieerde luchtlandingstroepen kwamen aan op de gewenste bestemming. Twee zweefvliegtuigen met in elk een aantal airborne militairen werden te vroeg losgelaten en landden in de Kampina (heidegebied tussen Boxtel en Oisterwijk). Gelukkig was het lokale verzet sneller ter plaatse dan de Duitse bezetters. Zij hielpen de geallieerden om zich te verschuilen in de bossen en voorzagen hen van voedsel, hoewel dit erg schaars was. In de weken daarop werden meer gestrande airbornes ondergebracht in de Kampina. Het exacte aantal is onbekend, maar waarschijnlijk was het een groep van meer dan 100 man. Ondanks verwoede pogingen lukte het de Duitsers niet om hen te vinden. Toen de geallieerden naderden, trokken de airbornes op 24 oktober 1944 het door de Duitsers verlaten Boxtel binnen, waar zij als de eerste bevrijders feestelijk werden onthaald.

Na de Tweede Wereldoorlog begon de heropbouw van de vier plaatsen. In 1996 zorgde de gemeentelijke herindeling ervoor dat het nabijgelegen Liempde bij Boxtel werd gevoegd. Tegelijkertijd ging een deel van Gemonde (dat bij Boxtel hoorde) over naar de gemeente Sint-Michielsgestel. Op 1 januari 2021 werd de naastgelegen gemeente Haaren opgeheven en gesplitst. Als gevolg hiervan werd de kern Esch onderdeel van gemeente Boxtel.

9

2.2.2 Gebiedsbeschrijvingen In gemeente Boxtel zijn diverse kernen, die elk een eigen geschiedenis kennen. Ook hebben zij eigen kenmerken, die hun identiteit vormen. Hierna komen korte gebiedsbeschrijvingen van de diverse dorpen in de gemeente. Daarnaast kent de gemeente ook een aantal gehuchten (o.a. Kasteren, Vrilkhoven, Nergena). Deze worden niet specifiek behandeld. Kort samengevat, het valt op dat het landschap een belangrijk plaats inneemt in de geschiedenis van Boxtel en de bijbehorende dorpskernen. Een doorwaadbare plaats in de beken, de vruchtbare beekdalen, en de hoger gelegen veilige plekken, zorgden voor gunstige plekken voor mensen om zich te vestigen. Deze landschapselementen zijn tot op heden nog te ervaren en hebben invloed op de inrichting van het gebied. Andere specifieke kenmerken typisch voor gemeente Boxtel zijn: de handelsplekken, de knooppunten (spoor, water, wegen) in het gebied, de kerkelijke geschiedenis en de landbouw. 2.2.2.1 Boxtel en omgeving Een van karakteristieken van Boxtel is de ligging van de nederzetting. De oude kom is gelegen in een verbreding van het Dommeldal, op een natuurlijke hoogte waar de rivier goed doorkruisbaar is. Deze plek werd al vroeg bewoond gezien het aantreffen van vele interessante archeologische vondsten.

Er zijn bewoningssporen gevonden, niet alleen uit de IJzertijd en de Romeinse tijd, maar ook uit het einde van de vroege Middeleeuwen en latere perioden. Het karakter van de kom van Boxtel, namelijk een ‘stadsdorp’ is een kenmerk dat meer Brabantse dorpen hebben. Boxtel heeft een stedelijk karakter waarbij veel van de oorspronkelijke bebouwing bewaard is gebleven. Van groot belang bij de ontwikkeling van Boxtel was de aanwezigheid van een burcht ter plaatse van de huidige Sint Petruskerk. Ten zuiden daarvan is aan het eind van de dertiende eeuw de Markt aangelegd waar omheen Boxtel verder is uitgegroeid. Van de oorspronkelijke bebouwing, vooral in het centrum van Boxtel nabij de Markt, is veel bewaard gebleven. Deze panden versterken het karakter van Boxtel doordat zij de ontwikkeling van de oude kern weergeven.

Afbeelding 2: Kasteel Stapelen (Boxtel). Kasteel Stapelen heeft een rijke geschiedenis. Zo heeft het kasteel, door de bewoning van de heren van Boxtel, een belangrijke rol gespeeld in de geschiedenis van de nederzetting. Het is in de loop der eeuwen overgegaan van vader op zoon en in handen geweest van de adellijke families van Boxtel, 10

van Ranst en Van Horn. Zowel Willem van Oranje als Lodewijk XIV (de zonnekoning) hebben op hun doorreis in Kasteel Stapelen hun verblijf gevonden. In 1819 kwam het kasteel in particuliere handen van de familie Mahie. Het toen inmiddels vervallen kasteel is door deze familie in 1850 grondig gerestaureerd. In 1915 werd het kasteel door mevrouw Mahie verkocht aan de Paters Assumptionisten, die het in gebruik namen als klein seminarie. Vanaf 1939 werd het kasteel gebruikt als communiteit (leefgemeenschap) voor de paters en als provincialaat (bestuur) van de Nederlandse provincie van de Congregatie der Assumptionisten. Op die manier veranderde het kasteel waar eerst de politieke macht lag, naar een kerkelijk instituut. De kerkelijke geschiedenis van Boxtel heeft ook op andere terreinen een belangrijke stempel gedrukt op de ontwikkeling van het dorp. Vooral de Sint Petruskerk, al vermeld in 1293, heeft hierop invloed. Door het Heilig Bloedwonder trok Boxtel veel bedevaartgangers wat zijn invloed heeft uitgeoefend op de welvaart van kerk en de nederzetting. De bouw van de vele kloosters in de negentiende eeuw is kenmerkend voor de ontwikkeling van katholiek Nederland in die periode. Ook de industriële ontwikkeling in Boxtel is van belang. Allereerst maakten de molens bij het Smalwater een belangrijk deel uit van de economie van de oude nederzetting.

In de negentiende eeuw groeide van daaruit ook andere industriële activiteiten waaronder de productie van papier en textiel. Door de aanleg van het spoorwegknooppunt vond in de tweede helft van de negentiende eeuw een uitbreiding van het oude Boxtel naar het westen plaats, hetgeen duidelijk is af te lezen aan de overwegend negentiende-eeuwse bebouwing. Ook zorgde deze verbinden, naar onder andere Duitsland (Duits-lijntje) ervoor dat de industrie kon groeien. 2.2.2.2 Liempde en omgeving Op de hoge zandruggen rond Liempde zijn vele archeologische vondsten gedaan. Onder andere vuurstenen bijlen uit het Neolithicum en vondsten uit de IJzertijd, de Romeinse tijd en latere perioden. Op deze hogere zandruggen vond tot de dertiende eeuw bewoning plaats. Daarna verschoof de bebouwing naar het lagergelegen gebied in het midden van de zandruggen, zodat de hoger gelegen ruggen gebruikt kon worden als landbouwgrond. Deze esdekken rond Liempde zijn zeer goed bewaard gebleven. Het betreft de drie grote akkercomplexen, namelijk de Smalderse Akker/ Kerkakker ten noorden en noordoosten van Liempde, de Hezelaarse Akker en de Vrilkhovense Akker. Deze akkers zijn nog steeds aanwezig. Ook de aanwezigheid van de vele oude boerderijen, Vlaamse schuren en perceleringen dragen bij aan dit waardevolle cultuurhistorische landschap. Een voorbeeld van historische percelering is De Rondenborgh4.

Dit bijna cirkelvormige en omgrachte perceel ligt tegen de zuid-west rand aan van de Vrilkhovense Akker. De eerste vermelding dateert van 1432. Hoewel er nog geen sporen van bewoning is gevonden, bestaat er een sterk vermoeden dat hier in de Middeleeuwen een versterkt hoevecomplex lag. Het unieke aan Liempde is de gaafheid van de open bolle akkers en de nog aanwezige patronen van de bebouwing aan de randen ervan. Dit beeld is in de meeste Brabantse dorpen verdwenen of sterk aangetast. Ook in Liempde geeft de kerkelijke geschiedenis het dorp karakter. De tot monument ingerichte plaats van de oorspronkelijke Sint Janskapel is een relict van de nederzetting boven op de zandruggen. Pas veel later ontstond een schuurkerk te midden van de bebouwing. Dicht in de buurt hiervan wordt, na brand, in de negentiende eeuw de kerk Sint-Jans Onthoofding gebouwd. Het bestaan van de Sint Janskapel, de bouw en het afbranden van de schuurkerk en de bouw van de Sint-Jans Onthoofdingkerk op de grondvesten daarvan waren alle een onderdeel van de ontwikkeling van Liempde. De economische geschiedenis van Liempde is vooral agrarisch van aard. Van belang daarbij zijn ook de graanmolen en oliemolens (oftewel de watermolens bij Kasteren en Autsel). Naast agrarische activiteiten was de klompenindustrie een belangrijke bron van inkomsten.

4 Erfgoedvereniging Kèk Liemt (z.d.).

11

Afbeelding 3: Buitengebied van Liempde. 2.2.2.3 Esch Esch ligt op een zandige hoogte in het landschap midden in een beekdal. Esch is als het ware een eiland omsloten door armen van de Emer (Essche Stroom). In de prehistorie werd het stelsel van wegen dat nederzettingen met elkaar verbond grotendeels bepaald door de loop van deze rivieren/beken. Jacht, visserij en eetbare planten waren de voornaamste voedselbronnen in deze plaats. Het landschap rondom Esch blijkt al vroege bewoond te zijn. Zo zijn tussen 1950-1980 drie Romeinse graven op de Kollenberg en vier op Hoogkeiteren gevonden. Ook ontdekte men tumulusgraven en urnenvelden uit de IJzertijd. Verder werd een Knuppelveenbrug aangetroffen en verschillende dakpanovens op De Ruiting nabij Hoeve Zwanenburg. De nederzetting Esch zelf heeft ook een oude historie. Zo wordt de naam voor het eerst vermeld in de 8ste eeuw na Christus oftewel de Vroege Middeleeuwen. Tijdens de Middeleeuwen worden diverse gewassen in het gebied geteeld, zoals rogge, haver en boekweit. Begin van de negentiende eeuw worden aardappelen het belangrijkste gewas. Het dorp had toen zo’n 250 inwoners. Eind negentiende eeuw groeide de omvang richting de 500 en later zelfs tot 2000 inwoners. Ondanks de kleine bevolking waren er wel enkele herbergen in het dorp.

Dit kwam doordat het dorp aan een doorwaadbare plaats lag in de Essche stroom, op een doorgaande route. De gunstige ligging zorgde ervoor dat ook enkele brouwerijen in het dorp aanwezig waren. 2.2.2.4 Lennisheuvel Lennisheuvel is ontstaan in de Middeleeuwen. De oudste vermelding dateert uit de 14e eeuw. De nederzetting heeft lange tijd uit enkele gebouwen bestaan. Een van de gebouwen was de voormalige brouwerij en herberg Den Eijngel. De brouwerij werd al in 1494 in documenten genoemd. Het pand lag langs de heerbaan naar Turnhout. In 1922 begon de ontginning van het landgoed Het Kinderbosch door de Stichting Spaarfonds voor Bodemcultuur. Vanaf dat moment groeide Lennisheuvel flink. De huidige St. Theresiakerk werd in 1925 gebouwd wat tot verdichting van de bewoning leidde. Pas na de Tweede Wereldoorlog heeft Lennisheuvel zich ontwikkeld van een open gehucht naar een compact dorpje.

12

2.2.2.5 Buitengebied De populierenbossen in gemeente Boxtel weerspiegelen het verleden. Zij werden in groten getale aangeplant, soms op rabatten (in de nattere gebieden). Daarnaast werd er veel naaldbos aangeplant op de heidegebieden, ten behoeve van de houtproductie. Daar waar deze populierenbossen bewaard zijn gebleven, bijvoorbeeld in natuurgebieden De Geelders en De Scheeken, geven zij een karakteristiek landschap weer. De voorpootstroken die rond veel van de kampontginningen zijn aangeplant zijn, voor zover zij aanwezig zijn, een belangrijk kenmerk van het laatmiddeleeuwse cultuurlandschap. Een voorbeeld hiervan zijn de kampen rondom het heideterrein Vleesbroek dat ten zuidoosten ligt van Liempde. De landgoederen in de gemeente dragen ook bij aan het landschapskarakter. De verkaveling ervan is in vele gevallen nog intact. Dit zijn bijvoorbeeld de landgoederen Velder uit de zeventiende eeuw en Huize Jachtrust uit de achttiende eeuw. Een voorbeeld van de bijbehorende kenmerkende landschapselementen is het sterrenbos van landgoed Velder. 2.2.3 Cultureel erfgoed binnen de gemeentegrenzen 2.2.3.1 Archeologie Erfgoed gaat niet alleen over wat er boven de grond zich afspeelt, maar ook over wat er onder de grond ligt als getuige van het verleden. In de bodem liggen herinneringen, bestaande uit grondsporen en vondsten, onzichtbaar onder het maaiveld of onder het wateroppervlak.

In de Erfgoedwet wordt onderscheid gemaakt tussen een archeologisch monument en archeologische vondst. Een archeologisch monument betreft een terrein dat deel uitmaakt van cultureel erfgoed vanwege de daar aanwezige overblijfselen, voorwerpen of andere sporen van menselijke aanwezigheid in het verleden, met inbegrip van die overblijfselen, voorwerpen en sporen. Een archeologische vondst betekent een overblijfsel, voorwerp of ander spoor van menselijke aanwezigheid in het verleden afkomstig van een archeologisch monument.5 Een voorbeeld van het rijke archeologische verleden van Boxtel is het grote archeologisch onderzoek voor de nieuwbouwwijk ‘In Goede Aarde’.6 Er lag hier een zeer rijke vindplaats met sporen van diverse complete gebouwen uit de Romeinse tijd en de Volle Middeleeuwen. Daarnaast werd er een kleine (vergraven) vuursteenvindplaats aangetroffen uit het Mesolithicum en het Neolithicum. De grondsporen uit de Romeinse tijd betroffen drie hoofdgebouwen, twee bijgebouwen, vier spiekers en een waterput. Aan de hand van de vondsten in deze grondsporen, kon de bewoning uit de Romeinse tijd specifieker worden gedateerd, namelijk tussen 150 en 250 na Christus. De sporen uit de Volle Middeleeuwen betroffen twee complete hoofdgebouwen en een waterput.

Afbeelding 4: Archeologische Beleidskaart van Boxtel uit 2013. 5 Overheid.nl (z.d.). 6 Van Renswoude & Norde (2011).

13

Op basis van de kennis van het historisch landschap en waar mensen graag leefden, kan je voorspellen waar archeologische resten in de ondergrond zitten. Daar waar de verwachting hoog is, is het van belang om archeologisch onderzoek uit te voeren. Dit beleid staat uitgebreid beschreven in de Nota gemeentelijk archeologiebeleid Boxtel en de implementatiedocumenten.7 Onderdeel hiervan is de archeologische beleidskaart uit 2013. Het beleid en de kaart is verouderd. Zo maakt Esch maakt hier ook nog geen onderdeel van uit (zie afbeelding 4). Daarnaast is sinds 2013 veel nieuwe kennis beschikbaar door de vele onderzoeken die zijn uitgevoerd. Ook wordt onderzoek naar de Tweede Wereldoorlog steeds belangrijker binnen de Nederlandse archeologie. Niet alleen de gemeente zelf houdt zich bezig met archeologie. In Boxtel is een archeologische werkgroep actief.8 Samen met het Oertijdmuseum hebben ze in 2017 een ArcheoHotSpot geopend. Hier kunnen inwoners langs voor het determineren van hun vondsten. 2.2.3.2 Gebouwd erfgoed Gebouwd erfgoed gaat onder andere over monumenten. In de erfgoedwet wordt onder een monument verstaan: ‘onroerende zaak die deel uitmaakt van cultureel erfgoed’.9 Een onderdeel van het gebouwd erfgoed is de bouwhistorie.

In de Thesaurikennisbank bij de RCE wordt bouwhistorie als volgt omschreven: ‘Wetenschap die de geschiedenis van het bouwen, het bouwvak, de constructies en de materialen bestudeert in samenhang met de gebouwde omgeving, gezien vanuit het vakgebied van diegenen, die het bouwwerk tot stand brachten: de ambachtslieden, de bouwers, de bouwkundigen. Daartoe worden gegevens ontleend aan de bouwmassa, archivalia, archeologisch materiaal, literatuur en oude afbeeldingen bijvoorbeeld. De bouwhistorie ontstond na 1955, toen het besef groeide, dat er veel was af te lezen over de bouwtijd en de bouwwijze van een gebouw aan de manier waarop het is opgetrokken en uit de toegepaste materialen en constructies. Vergelijk architectuurhistorie en bouwgeschiedenis’.10 In gemeente Boxtel staan 90 rijksmonumenten11 en meerdere gemeentelijke monumenten, beeldbepalende- en beeldondersteunende objecten en beeldbepalende gevelwanden. Ook heeft Liempde twee rijksbeschermde dorpsgezichten12. Het aantal gemeentelijke monumenten en beeldbepalende objecten en waar deze monumenten staan is op dit moment niet duidelijk en zal als project worden opgenomen in het uitvoeringsprogramma (zie Hoofdstuk 6). Naast monumenten, staan er nog meer oude panden in de gemeente. Hoewel ze niet beschermd zijn, kunnen ze wel belangrijk zijn voor het lokale verhaal.

2.2.3.3 Roerend en immaterieel erfgoed Immaterieel erfgoed bestaat uit tradities, rituelen, festiviteiten en gewoonten die van generatie op generatie worden doorgegeven. Immaterieel erfgoed heet om die reden ook wel ‘levend’ erfgoed: het leeft, verandert mee met de tijd, en komt tot uiting door de kleding die we dragen, de feesten die we vieren, het eten dat we eten, hoe we bepaalde dingen maken en de activiteiten die we ondernemen. Immaterieel erfgoed kan je een gevoel van identiteit en verbondenheid geven, zoals met het verleden, met andere mensen en culturen.13 In Boxtel komen ook diverse vormen van immaterieel erfgoed voor. Een bekend voorbeeld is de Heilige Bloedprocessie in Boxtel (zie afbeelding 5). Bij deze traditie trekt op de eerste zondag na Pinksteren, Drievuldigheidszondag, een kleurrijke processie door het centrum van Boxtel. De kern wordt gevormd door de schrijn met het Heilig Bloeddoek. Volgens de overlevering is op deze doek wijn terechtgekomen die tijdens de consecratie in de Heilige Mis bloed van Christus was geworden. De stoet bestaat uit groepen die verschillende delen van het verhaal en de kerk uitbeelden.14 Andere voorbeelden zijn de carnavalsoptochten door de dorpen, gilden, Reus Jas de Keistamper die zijn 7 Van de Water & Kortlang (2013) en Van de Water & Kortlang (2013a). 8 Heemkunde Boxtel (z.d.). 9 Overheid.nl (z.d.).

10 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (z.d. a). 11 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (z.d. b). 12 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (z.d. c). 13 Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland (z.d.). 14 Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland (z.d. a).

14

opwachting maakt op hoogtijdagen, zoals op Koningsdag en bij het Herfstfestijn, of het luiden van het geboorteklokje op het voormalig raadhuis van Liempde.15 Naast immaterieel erfgoed is er ook roerend erfgoed. Dit is erfgoed dat verplaatsbaar is, zoals objecten of vondsten die zijn opgegraven bij archeologisch onderzoek. Deze objecten zijn vaak te bewonderen in musea, in gemeente Boxtel denk je dan aan het MUBO, het Oertijdmuseum of Museum Vekemans.

Afbeelding 5: Heilige Bloedprocessie in Boxtel. 2.2.3.4 Cultuurlandschappen Het landschap rond Boxtel, dat in het hart van Nationaal Landschap Het Groene Woud ligt, is een mix van bossen, heide, beekdalen, landgoederen en cultuurhistorische structuren zoals populieren en singels. Belangrijke natuurgebieden zijn de Kampina met zijn heide en vennen, de slingerende Dommel en Essche stroom, de bossen van De Geelders en Sparrenrijk, en het meer agrarische landschap in De Scheeken met zijn ‘kamers’ van graslanden, als één van de dertig wederopbouwgebieden van nationaal belang. Deze landschappelijke bijzonderheden en kwaliteiten zijn belangrijke omgevingswaarden. In de gemeente zijn ook meerdere cultuurhistorische elementen, die het behouden waard zijn. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om het oude wegenpatroon en de structuur van het centrum van Boxtel, die al langere tijd hetzelfde is (zie hiervoor afbeelding 6). Door de snelle groei van Boxtel, in de 20ste eeuw verdween deze structuur steeds meer. Om deze dragende structuur van de historische kern herkenbaar te houden heeft de gemeente de afgelopen jaren De Cultuurhistorische As versterkt door herinrichting. Ook in het buitengebied is veel veranderd in de 20ste eeuw mede door de ruilverkaveling, maar ook door nieuwe transport routes (waaronder de A2).

15 Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland (z.d. a). en Erfgoedvereniging Kèk Liemt (z.d. a).

15

Afbeelding 6: Kaart van Boxtel, 1900, Topotijdreis16

16 Kadaster (z.d.).

16

Hoofdstuk 3: Welke ambities hebben we? In dit hoofdstuk gaan we in op welke ambities gemeente Boxtel heeft specifiek op het gebied van cultureel erfgoed. 3.1 Erfgoed in relatie tot de Omgevingsvisie Boxtel In de Omgevingsvisie van Boxtel17 staat het volgende: ‘In de gemeente Boxtel is het prettig wonen én goed werken. De gemeente heeft een rijke cultuurhistorie, prachtige natuurgebieden en een landelijk gebied met karakteristieke dorpen, die grotendeels met elkaar verbonden zijn door de meanderende Dommel, de Essche Stroom en de Beerze. Elk dorp heeft een eigen identiteit met bijbehorende voorzieningen. Ook zorgt het rijke en diverse verenigingsleven voor veel saamhorigheid. Deze belangrijke kwaliteiten willen we in de toekomst behouden en versterken. Tegelijkertijd bieden we ruimte aan belangrijke trends en ontwikkelingen die op ons afkomen. De uitstekende ligging van de gemeente midden in de stedendriehoek Den Bosch, Tilburg en Eindhoven willen we nog beter benutten. Het ondernemershart van de gemeente Boxtel moet ook in de toekomst blijven kloppen.’ Binnen de visie zijn vier hoofdthema’s geformuleerd: - Aangenaam leven - Verbindend netwerk - Krachtige economie - Inclusieve Duurzaamheid Per hoofdthema zijn ambities op hoofdlijnen en algemene uitgangspunten beschreven. Daarnaast zijn er ook verschillende uitgangspunten benoemd die horen bij specifieke deelgebieden.

Hieronder wordt per hoofdthema de ambities benoemd. Daarna wordt een specifieke relatie met erfgoed gelegd. Voor de verschillende specifieke deelgebieden worden de uitgangspunten benoemd die een relatie hebben met erfgoed. 3.1.1 Hoofdthema: Aangenaam leven De ambities die horen bij het thema Aangenaam leven zijn: - Het woningaanbod past bij de behoefte. In alle kernen zijn woningen toegevoegd; - De basisvoorzieningenstructuur past bij de behoefte van de inwoners; - De buitenomgeving stimuleert mensen tot meer bewegen en elkaar vaker te ontmoeten; - De leefomgeving is veilig en gezond; - Groen en water zijn robuust, verbonden en beleefbaar in ons landschap aanwezig. De cultuurhistorische waarden zijn geborgd en versterkt en de biodiversiteit is toegenomen; - De veiligheid en de beleving van veiligheid is verbeterd. Samenvattend is voor erfgoed het thema Aangenaam leven belangrijk, omdat: - De nieuwe ontwikkelingen houden rekening met de identiteit van de plek. De rijke cultuurhistorie is geborgd en wordt versterkt. Een nieuwe ontwikkeling staat in dienst van het behoud van de cultuurhistorische waarde.

Voor andere gebieden kan ontwikkeling juist leiden tot nieuwe kwaliteiten, zoals woningen of zonnevelden in combinatie met de ontwikkeling van nieuwe natuur of de aanleg van waterberging; - De gemeente levert haar bijdrage aan de woningmarkt door woningen te realiseren die aansluiten bij de behoefte en duurzame verstedelijking. Het toevoegen van woningen door inbreiding, herstructurering en transformatie heeft de voorkeur. Dit betekent dat historische bebouwing idealiter getransformeerd wordt; - Boxtel zet in op een gezonde leefomgeving. Het versterken van de groene en cultuurhistorische kwaliteiten heeft een positief effect op de gezondheid en draagt in grote mate bij aan de omgevingskwaliteit.

17 Gemeente Boxtel & Royal HaskoningDHV Nederland B.V. (2025).

17

3.1.2 Hoofdthema: Verbindend netwerk De ambities die horen bij het thema Verbindend netwerk zijn: - Er wordt optimaal gebruik gemaakt van duurzame vormen van vervoer; - De bereikbaarheid is verbeterd door de lokale verbindingen tussen de kernen, het buitengebied en de natuurgebieden te optimaliseren. Hetzelfde geldt voor de regionale verbindingen naar Eindhoven, ’s-Hertogenbosch en Tilburg; - De kracht van de samenleving wordt optimaal benut door ondersteuning van lokale netwerken en (burger)initiatievenen. Samenvattend is voor erfgoed het thema Verbindend netwerk belangrijk, omdat: - Boxtel van oudsher een strategisch knooppunt is geweest met een belangrijke positie in de regionale infrastructuur. Bereikbaarheid is altijd belangrijk geweest voor de leefbaarheid en ontwikkeling van de gemeente. Erfgoed kan hier een inspiratiebron voor zijn; - Elkaar ontmoeten is belangrijk. Het verenigingsleven, evenementen en vrijwilligerswerk spelen hierin een belangrijke rol en worden door de gemeente gestimuleerd. Voor de actieve vrijwilligers van het erfgoedveld geldt dat zij zich inzetten voor de instandhouding van erfgoed en het doorgeven van levende tradities. De gemeente waardeert deze inzet. Ze wil de komende periode verkennen hoe zij een stimulerende en faciliterende rol kan spelen én de samenwerking kan vergroten.

3.1.3 Hoofdthema: Krachtige economie De ambities die horen bij het thema Krachtige economie zijn: - Het landelijk gebied is vitaal en het gebruik van het land is in balans met natuurlijke systemen (bodem, water en lucht); - Gemeente Boxtel staat bekend als recreatieve bestemming om Het Groene Woud en Van Gogh Nationaal Park te ontdekken. De aantrekkelijke en gastvrije kernen dienen ook als uitvalsbasis voor natuur, cultuur en erfgoed; - Gemeente Boxtel onderscheidt zich door een goed vestigingsklimaat voor duurzame en inclusieve bedrijven. Samenvattend is voor erfgoed het thema Krachtige economie belangrijk, omdat: - Het landelijk gebied is vitaal. Agrariërs die willen stoppen krijgen de mogelijkheid om binnen bepaalde randvoorwaarden van functie of verdienmodel te veranderen. Ontwikkelingen, zoals de transformatie naar kleinschalige woningenbouwontwikkeling zullen passen binnen de identiteit en ontwikkelingsrichting van een gebied. De agrarische gronden dienen zoveel mogelijk behouden te blijven, zodat de omslag naar duurzame landbouw kan plaatsvinden. Zo kan het agrarisch erfgoed (cultuurlandschappen en immaterieel erfgoed) behouden blijven; - De gemeente onderscheidt zich door een goed vestigingsklimaat voor bedrijven, horeca en detailhandel.

Bedrijven en horeca in de toeristensector hebben belang bij het borgen en uitdragen van de erfgoedwaarden die aanwezig zijn in de gemeente. Daarnaast staat de gemeente ook bekend om haar recreatieve bestemming om Het Groene Woud en Van Gogh Nationaal Part te ontdekken. 3.1.4 Hoofdthema: Inclusieve duurzaamheid De ambities die horen bij het thema Inclusieve duurzaamheid zijn: - Er is sprake van een goede kwaliteit van de bodem en het water; - Wateroverlast, hittestress en verdroging gaan we zoveel mogelijk tegen met maatregelen; - Het hergebruiken van producten, materialen en grondstoffen is de standaard; - Gemeente Boxtel is zo snel mogelijk energieneutraal en spant zich hiervoor maximaal in. Samenvattend is voor erfgoed het thema Inclusieve duurzaamheid belangrijk, omdat: - Water en bodem zijn sturend voor het gebruik van gronden en voor nieuwe ontwikkelingen. De beken krijgen de ruimte en de kwaliteit van het water verbetert. De beekdalen en de meest natte gebieden komen niet in aanmerking voor ontwikkeling, zoals woningbouw. Hierdoor worden cultuurhistorische landschappen versterkt. - Verstoring van de bodem wordt zoveel mogelijk voorkomen. Dit voorkomt dat onnodig cultureel erfgoed verstoord of ontsierd wordt. 18

-

In 2040 is er minder restafval per inwoner en gebruiken we hernieuwbare grondstoffen bij de inkoop en uitvoering van bouwprojecten. Ook wordt de circulaire economie bevorderd. Door hergebruik van producten, materialen en grondstoffen wordt allereerst bekeken of gebouwen getransformeerd/hergebruikt kunnen worden voor nieuwe doeleinden, voordat deze gesloopt worden. Als er gesloopt wordt, dan wordt bekeken hoe de materialen eventueel hergebruikt kunnen worden.

3.1.5 Deelgebied: Stedelijk centrum Boxtel - Het stedelijk centrum van Boxtel heeft meerdere functies. Zo is het een aantrekkelijke omgeving om te wonen, te werken en elkaar te ontmoeten. Het is daarnaast een plaats met unieke cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten die worden gekoesterd. Het centrum ontwikkelt zich ook als ‘Poort’ functie voor het aantrekken van toeristen die onder andere Het Groene Woud bezoeken. - De kern Boxtel heeft een stedelijk centrum met een rijke cultuurhistorie. Dit is te zien met onder andere Kasteel Stapelen, de markt en de Sint-Petrus basiliek. De Cultuurhistorische As verbindt deze belangrijke historische plekken en de economische as door het centrum. In de toekomst zal de Cultuurhistorische As nog verder worden benadrukt om deze unieke kwaliteiten een impuls te geven. - De Dommel die dwars door het centrum van Boxtel stroomt is een unieke kwaliteit die beter wordt benut. De Dommel is in de toekomst nog zichtbaarder, er is meer recreatie en er zijn nieuwe wandelpaden langs De Dommel. De groene, recreatieve en culturele verbindingen langs en op de Dommel zorgen ook voor de verbinding met het landelijk gebied. - Binnen het centrum staat ontmoeting centraal. Er wordt onder andere ingezet op ruimte voor openbare zitgelegenheid, brede stoepen, informatievoorziening voor recreanten.

Inclusief ontwerpen voor toegankelijkheid door ouderen en mindervaliden is hierbij van belang. 3.1.6 Deelgebied: Veerkrachtige Woonwijken - Er wordt ingezet op duurzame herontwikkeling van verouderde woonwijken. Hierdoor kan (fysiek) ruimte worden gevonden voor veerkrachtige woonwijken waarin groen is toegevoegd en bestaan groen is verbeterd, woningen zijn verduurzaamd, circulaire materialen worden gebruikt, en meer ruimte is om elkaar te ontmoeten. 3.1.7 Deelgebied: Vitale kernen Esch, Lennisheuvel en Liempde - Het eigen karakter van elk dorp is waardevol. - In bruisende dorpskernen, zoals Esch, Lennisheuvel en Liempde zijn ontmoetingsmogelijkheden in de openbare ruimte belangrijk. Ruimte voor parken, pleintjes, ommetjes, sport en spel en kunst en cultuur versterken de mogelijkheid om elkaar te ontmoeten en stimuleren samen bewegen. Het nadrukkelijke streven is om deze plekken binnen de kernen te behouden en waar mogelijk te versterken, waarbij ook maatregelen worden genomen voor klimaatadaptatie. - Voor nieuwe woningen zijn in Liempde, Esch en Lennisheuvel kleinschalige uitbreidingen aan de randen mogelijk. Deze uitbreidingen moeten passen bij het eigen groene en dorpse karakter. De ontwikkelingen gaan hand in hand met maatregelen om het landschap te versterken en met het toevoegen van groene en recreatieve verbindingen met het landelijk gebied.

Deze verbindingen bestaan bijvoorbeeld uit nieuwe wandelpaden in combinatie met de aanleg van bosjes en hagen. Met name Liempde speelt hierin een rol voor het toerisme als gastvrije kern met een divers aanbod van horeca, overnachtingsplekken, cultuur en winkels met lokale producten. 3.1.8 Deelgebied: bedrijfsfuncties - Het lokale bedrijfsleven wordt gekoesterd. De bedrijven zorgen in eerste plaats voor werkgelegenheid en zijn een pijlen onder het verenigingsleven. - Op korte termijn ligt de nadruk op verduurzaming en verbetering van de bestaande terreinen. Hierbij kan gedacht worden aan het vergroenen van de terreinen en gebouwen. Ook worden werknemers gestimuleerd om ommetjes te maken.

19

3.1.9 Deelgebied: Natuurgebieden - De bestaande natuurgebieden worden behouden en kwalitatief verbeterd. De verschillende natuurgebieden worden bovendien beter met elkaar verbonden. Een voorbeeld is het verbinden van de Kampina met Eikenhorst (lokaal bekend als Sparrenrijk) en De Geelders met De Scheeken. Waar nodig gebeurt dit in goede samenwerking met de buurgemeenten. Het verbinden van de natuur wordt gerealiseerd door de aanleg van natuurlijk groen, nieuwe natuur, of door natuurinclusieve landbouw. Ook nieuwe elementen in het landschap, zoals natuurlijke hagen, natuurvriendelijke oevers van sloten, grasland met veel kruiden, bosjes of poelen dragen bij aan de verbinding tussen de natuurgebieden. - De natuurgebieden worden, met respect voor natuur en biodiversiteit, zoveel mogelijk toegankelijk gemaakt en beter te beleven. 3.1.10 Deelgebied: Beekdalen - Beken zoals De Beerze, de Essche Stroom en de Dommel dragen bij aan de kwaliteiten van de gemeente en krijgen de ruimte. Dit is goed voor de natuur, de waterkwaliteit, het beter vasthouden van water en voor recreatie. Met het oog op klimaatverandering worden nieuwe ontwikkelingen in de beekdalen waarbij bouwwerken of verharding wordt toegevoegd tegengegaan. 3.1.11 Deelgebied: Landelijke gebied - De landbouw is en blijft een belangrijke landschappelijke drager als voedselproducent.

Hierbij wordt wel de omslag naar duurzame landbouw gemaakt. Hierin zijn water en bodem leidend. De meest vruchtbare gronden blijven zoveel mogelijk beschikbaar voor duurzame landbouw. - Agrarisch natuurbeheer draagt bij aan de kwaliteit van het landschap door bijvoorbeeld natuurlijke hagen weer terug te brengen. Het kan een goede alternatieve inkomstenbron vormen voor de landgoederen en agrariërs die op zoek zijn naar een andere bedrijfsvoering. - Het landelijk gebied krijgt een belangrijke recreatieve functie. Dit als ‘uitloopgebied’ voor de kernen. Het groen en de recreatieve routes binnen de kernen worden meer verbonden met het landelijk gebied. Bestaande zandpaden worden (ook uit ecologisch oogpunt) beschermd en verbeterd. Recreatie en toerisme worden een belangrijkere economische drager voor een deel van het landelijk gebied. Denk hierbij aan kamperen bij de boer, de verkoop van streekproducten en andere kleinschalige recreatieve activiteiten. Niet alleen de natuurgebieden, maar ook het landelijk gebied worden een trekker voor kleinschalige recreatie en toerisme. De landgoederen spelen hierbij een belangrijk rol. In het noorden van gemeente Boxtel ligt een cluster van de landgoederen: Venrode, Beukenhorst, Eikenhorst, Wilhelminapark en Halse Barrier. Het Noordwestelijke cluster loopt over in aangrenzende landgoederen. In het zuiden ligt landgoed Velder.

Eeuwenoude bomen, parktuinen, oude landhuizen en cultuurhistorie kunnen hier optimaal worden beleefd met respect voor de omgeving. 3.2 Erfgoed in relatie tot de andere beleidsdoelen Erfgoed kan bijdragen aan de andere beleidsdoelen en vakgebieden van de gemeente. Cultureel erfgoed staat namelijk niet op zichzelf. Het accent van deze nota ligt op de bijdrage van erfgoed aan de omgevingskwaliteit en de fysieke leefomgeving. De relatie met Omgevingsvisie en de borging in het Omgevingsplan zijn dan ook cruciaal voor een goede uitvoering van de wettelijke erfgoedtaken, maar erfgoed raakt ook aan andere beleidsdomeinen. De verbindingen met recreatie en toerisme, bezoekerseconomie en cultuur en educatie zijn het versterken waard. In deze paragraaf worden de relaties inzichtelijk gemaakt. 3.2.1 Kunst en Cultuur Het ‘Beleidsplan Kunst en Cultuur in Boxtel 2025-2030’18 gaat in op heemkunde en immaterieel erfgoed. Actiepunten in dit beleidsplan zijn: het stimuleren van de ontwikkeling van historische- en erfgoedinstellingen (inclusief budget vanuit kunst en cultuur), het aansluiten met de culturele erfgoedambities op flankerende beleidsterreinen en samen met de MUBO en de historische

18 Gemeente Boxtel (2025).

20

verenigingen te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om Boxtelse kunstenaars en architecten uit heden en verleden beter in beeld te brengen. 3.2.2 Bezoekerseconomie Erfgoed draagt bij aan een aantrekkelijke omgeving, waaraan een bezoek de moeite waard is. In de ‘Visie Bezoekerseconomie Boxtel 2022-2030’19 wordt benoemd dat in gemeente Boxtel prachtige natuur, erfgoed en cultuurhistorie aanwezig is, maar dit is nog nauwelijks beleefbaar. Het aanwezige cultuurhistorische erfgoed in de gemeente bestaat in de dorpen voornamelijk uit dagrecreatief aanbod. Deze dagjesmensen zorgen voor stuwende economische bijdragen en dit kan het in stand houden van voorzieningen en cultureel erfgoed bevorderen. Hier liggen dus kansen om de verbinding tussen erfgoed en recreatie en toerisme te versterken. 3.2.3 Economische agenda 2030 Erfgoed draagt ook bij aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat. In de ‘Economische Agenda 2030’20 wordt expliciet het aantrekkelijk landschap met waardevolle landschappelijke kwaliteiten en cultuurhistorische erfgoed als een sterke eigenschap van Boxtel benoemd. 3.2.4 Sociaal Domein In de ‘Visie Sociaal Domein’21 geldt dat erfgoed de sociale cohesie in wijken en kernen kan versterken. Daarnaast kan het bijdragen aan een inclusievere samenleving. Door verhalen te delen wordt verbinding gemaakt tussen mensen.

Een gedeelde geschiedenis kan zorgen voor een gezamenlijk vertrekpunt en een collectieve basis. Door open te staan voor nieuwe verhalen en nieuw erfgoed kan de Boxtelse samenleving ook inclusiever worden en de integratie van migranten bevorderen. 3.3 Ambities op cultureel erfgoed Gemeente Boxtel heeft een rijke cultuurhistorie, prachtige natuurgebieden en een landelijk gebied met karakteristieke dorpen. De identiteit van Boxtel wordt voor een groot deel bepaald door het aanwezige culturele erfgoed. Inwoners voelen zich verbonden met historische gebouwen, cultuurhistorisch waardevolle landschappen, ambachten en tradities. Het geeft onze dorpen karakter en aantrekkingskracht en zorgt dat we ons thuis voelen. De gemeente wil dan ook graag haar rijke cultuurhistorie koesteren. Zo wordt rekening gehouden met de identiteit van de plek en nieuwe ontwikkelingen staan in dienst van het behoud van de cultuurhistorische waarden. Het beschermen en behouden van het erfgoed is een belangrijke taak van de gemeente. Geconstateerd is dat er een achterstand op het gebied van inventarisatie en borgen van het erfgoed is. Deze basis op orde brengen is de belangrijkste taak voor de komende jaren. Je moet eerst weten wat je hebt voordat je het kunt koesteren. We streven naar actief gebruik van erfgoed waar zoveel mogelijk mensen van kunnen genieten.

Erfgoed is niet langer een los beleidsdoel, maar wordt geïntegreerd in andere sectoren zoals ruimtelijke ontwikkeling, leefbaarheid, klimaatadaptatie en identiteitsvorming. Het fungeert als een drijvende kracht, die identiteit en aantrekkelijkheid van gebieden versterkt. Daarnaast dient erfgoed als vertrekpunt voor oplossingen voor ruimtelijke vraagstukken, energietransitie en waterveiligheid. De Omgevingswet vereist een samenhangend beleid waarin erfgoed als omgevingskwaliteit wordt beschouwd, waardoor er meer nadruk komt op de samenhang met fysieke leefomgeving. We gaan uit van de ontwikkelkracht van en willen het erfgoed benutten en inzetten voor onze opgaven. Ook verandert de maatschappelijke betekenis van erfgoed. De nadruk ligt steeds meer op hoe erfgoed kan bijdragen aan sociale cohesie, duurzaamheid en identiteit binnen een veranderende samenleving. Dit sluit aan bij het Verdrag van Faro, dat pleit voor een erfgoedbenadering waarin gemeenschappen centraal staan en waarin erfgoed wordt gezien als een bron van maatschappelijke verbinding. Deze verschuiving weerspiegelt ook bredere maatschappelijke trends, zoals de veranderende samenstelling van de bevolking, waarbij nieuwe gemeenschappen andere vragen stellen over welk erfgoed behouden moet worden en hoe het verhaal van erfgoed wordt verteld. De verbreding van het 19 Ginder (2022). 20 Ginder (2024).

21 Gemeente Boxtel (2025a).

21

erfgoedbegrip zorg er ook voor dat het niet alleen om instandhouding van het erfgoed gaat, maar ook om welke betekenis het heeft voor de mensen. Door het verdrag van Faro is er steeds meer aandacht voor de samenwerking tussen overheden en bewoners. Het Verdrag roept op om deze samenwerking voor het erfgoed vorm te geven. Aan deze oproep wil de gemeente gehoor geven. In Gemeente Boxtel is erfgoed zeker een bron van maatschappelijke verbinding. Er is een actief verenigingsleven en er zijn levende tradities dat door de inzet van vrijwilligers kunnen worden ervaren en doorgegeven. De gemeente waardeert deze inzet. Ze wil de komende periode verkennen hoe zij een stimulerende en faciliterende rol kan spelen én de samenwerking kan vergroten.

Afbeelding 7: Deze afbeelding illustreert de verschillende beleidsdomeinen die raken aan erfgoed.

22

Uitlegkader Wat houdt samenwerken volgens het verdrag van Faro in? Het verdrag van Faro gaat over samenwerking tussen overheden en bewoners. Samen voel je je betrokken bij en verantwoordelijk voor erfgoed waarmee mensen zich identificeren. Kortom, erfgoed maak je samen en je zorgt er samen voor. De belangrijkste waarden in het verdrag zijn meedoen, openstaan en verbinden. Deze waarden willen we ontwikkelen en versterken door het beleid. Maar ook door het hanteren tijdens participatieprocessen. Meedoen: Meedoen betekent mensen fysiek of digitaal toegang geven tot erfgoed maar hen ook laten meebepalen en samenwerken. Want van wie is cultureel erfgoed, voor wie bewaren we het en hoe is iedereen betrokken? Openstaan: Openstaan gaat over oog hebben voor verschillende erfgoedopvattingen en nieuwe vormen van erfgoed. En over ruimte bieden aan kennis van inwoners. Wat zien zij als erfgoed? Vraag inwoners wat zij belangrijk vinden, wat hun plannen zijn met hun erfgoed en hoe zij het willen behouden of laten zien. Verbinden: Verbinden houdt in het combineren van erfgoed met maatschappelijke doelen, zoals het verbeteren van sociale cohesie en welzijn. Erfgoed als bron voor een betere kwaliteit van leven voor iedereen. Zoek hiervoor de samenwerking met andere beleidsdomeinen en maatschappelijke organisaties. Kijk voor meer informatie over Faro voor gemeenten op het Faro Platform.22

22 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (z.d. d).

23

Hoofdstuk 4: Waar staan we nu? Hoofdstuk 4 gaat over hoe de erfgoedzorg is georganiseerd in Nederland en in gemeente Boxtel. Wat is er nodig voor een goede erfgoedzorg en hoe kunnen we ervoor zorgen dat we de geformuleerde ambities bereiken? 4.1 Erfgoedzorg in Nederland Overheden, zoals het rijk, provincies en gemeenten, hebben bevoegdheden en verplichtingen op het gebied van erfgoed, die zijn vastgelegd in nationale wetten (zie ook Bijlage 1). De belangrijkste daarvan zijn de Erfgoedwet en de Omgevingswet. De Erfgoedwet regelt het beheer van roerend cultureel erfgoed en de aanwijzing van rijksmonumenten. De Omgevingswet omvat de aanwijzing van stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen, en de omgang met erfgoed binnen de fysieke leefomgeving. Ook staat in de Omgevingswet de Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s) waarin bijvoorbeeld procedures voor vergunningverlening of subsidievoorwaarden voor erfgoedprojecten zijn geregeld. Gemeenten en provincies kunnen zelf beleid en verordeningen vaststellen voor erfgoedbeheer. Gemeentelijke verordeningen zijn per 1 januari 2024 overgegaan naar het tijdelijk omgevingsplan. Het kan regels bevatten omtrent aanwijzing en bescherming van gemeentelijke monumenten, en aanvullende regels bevatten voor vergunningverlening voor restauratie of wijziging van erfgoedobjecten.

Provinciale verordeningen kunnen regels bevatten voor bescherming van archeologische vindplaatsen of cultuurhistorisch waardevolle landschappen. Het Rijk en de provincie (zie bijv. de provinciale verordening) kunnen instructieregels opstellen die de gemeente verplicht voor formulering en uitvoering van hun eigen beleid. Daarnaast is Nederland gebonden aan internationale verdragen op het gebied van erfgoed, die van oudsher een belangrijke rol spelen in de wetgeving en het beleid voor erfgoed binnen de fysieke leefomgeving. Wat zijn de wettelijke taken van een gemeente als bevoegd gezag voor erfgoed?23 - Zorgen voor een goede omgevingskwaliteit (waar erfgoed deel van is) via vaststellen Omgevingsvisie/Omgevingsplan met eigen ambities, visie en doorvertaling instructies/aanwijzingen van rijk en provincie, (dit vraagt o.a. om cultuurhistorisch en archeologisch onderzoek).

- Vastleggen instructie(regel)s: - In omgevingsplan rekening houden met belang behoudt cultureel erfgoed - Aanwijzingsbesluiten rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten: gemeente moet bescherming in omgevingsplan borgen via passend regime met onder meer sloopvergunning - Beschermende regels stellen voor in aanmerking komend cultureel erfgoed, rekening houdend met internationaalrechtelijke beginselen - In omgevingsplan kunnen regels worden opgenomen met eisen aan archeologisch onderzoek - Aanwijzen en afvoeren gemeentelijke monumenten, stads- en dorpsgezichten, via functieaanduiding in omgevingsplan samen met regels die aan locatie verbonden worden ter bescherming. - Advisering aanwijzen en afvoeren rijksmonumenten - Bevoegd gezag voor het verlenen van verreweg de meeste vergunningen voor: - Monumenten op haar grondgebied (rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten) - Vergunningverlening binnen beschermde stads- en dorpsgezichten - Archeologisch erfgoed (voor zover niet rijksbeschermd). Voor archeologische rijksmonumenten ontvangt de gemeente de vergunningaanvraag en beslist het rijk (bij enkelvoudige aanvragen is het rijk bevoegd gezag, bij meervoudig de gemeente en dan dus met instemming van het rijk) - De vergunningverlening omtrent monumenten vraagt om het inwinnen deskundig advies via inzet onafhankelijke gemeentelijke adviescommissie (met minimaal twee erfgoedadviseurs).

23 Lysias Advies (2024).

24

-

-

Handhavingsbeleid (+ met handhavingspartners afgestemd uitvoeringsprogramma) vaststellen en uitvoeren. Gemeenten houden toezicht op monumenten. Toezicht op de uitvoering is een wettelijke taak die voorafgaat aan handhaving. Bijbehorende informatievoorziening over het toezicht op de naleving en de handhaving: monumenteigenaren informeren over hun rechten en plichten. Inwinnen advies bij de Minister (en Gedeputeerde Staten als het buiten de bebouwde kom ligt) bij ingrijpende wijziging rijksmonumenten. Loketfunctie voor eigenaren.

Erfgoedzorg doen we niet alleen, maar samen met veel partners. Het speelveld van de erfgoedzorg in Nederland bevat vele verschillende deelnemers en participanten. Het is een gedeelde verantwoordelijkheid en een gedeelde zorg. Ieder met eigen taak, plicht, wens of inzet. Een aantal erfgoedparticipanten zijn nader uitgewerkt (zie hiervoor Bijlage 5). De erfgoedzorg in Nederland staat onder druk. Er zijn zorgen over de capaciteit en deskundigheid bij gemeenten en provincies op het gebied van erfgoed in de fysieke leefomgeving. Gemeenten en provincies spelen een centrale rol bij de zorg voor erfgoed. Zij vervullen diverse (wettelijke) taken rondom archeologie, gebouwd erfgoed en cultuurlandschappen. De capaciteit en deskundigheid die zij daarvoor beschikbaar hebben, is vaak structureel onvoldoende. Het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap (OCW) is daarom samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Interprovinciaal Overleg (IPO) het programma Erfgoed en Overheid gestart.24 Erfgoedzorg bestaat uit een gedeelde verantwoordelijkheid en een gedeelde zorg. De overheden (rijk, provincie en gemeente) hebben hierin een rol. In de lokale context is het zorgen voor ons erfgoed ook een gedeelde verantwoordelijkheid.

Naast de gemeente hebben ook monumenteigenaren, belangenverenigingen en inwoners een rol bij de instandhouding en het doorgeven van erfgoed wat zij belangrijk vinden. Daarom is een belangrijk doel van de Erfgoednota om samen met gemeente Boxtel en haar inwoners de accenten voor het erfgoedbeleid voor de komende periode te bepalen. Dit gaat dan specifiek over de beleidsruimte en over de beschikbare capaciteit naast de wettelijke taken. Deze vrije beleidsruimte zal in de komende beleidsperiode naar verwachting toenemen. 4.2 Erfgoedzorg in Boxtel Gemeente Boxtel heeft de laatste jaren te maken gehad met een gebrek aan continuïteit qua personele bezetting op het gebied van de erfgoedtaken. Helaas is de gemeente hierin representatief voor wat er landelijk speelt (zie ook ministeriële Programma Erfgoed en Overheid). Het gevolg hiervan is dat er taken zijn (geweest) die niet (tijdig) zijn uitgevoerd. Het erfgoedbelang kan dan niet altijd meegewogen worden in besluiten en projecten, met als gevolg dat (de kennis over) het aanwezige erfgoed meer risico loopt om te verdwijnen. Het belangrijkste doel van deze erfgoednota is dan ook om deze basis weer goed op orde te krijgen.

Dit gaat over het inzichtelijk en toegankelijk maken waar het beschermd erfgoed van de gemeente staat, het actualiseren van verwachtingskaarten, het inbedden van erfgoed in de werkwijzen en processen en het investeren in en het herstellen van relaties met belanghebbenden en betrokkenen. Zo weten we samen waar het erfgoed zich bevindt en kunnen we gezamenlijk het erfgoed koesteren. Welke instrumenten heeft gemeente Boxtel nu voor de uitvoering van de erfgoedzorg?  Erfgoednota Beleid gemeente Boxtel ‘De Leesbare biografie van Boxtel’: - Visie deel: Het (Boxtels) landschap is de leesbare biografie van Boxtel25 - Uitvoeringsdeel: Erfgoednota gemeente Boxtel; werk in uitvoering26  Nota gemeentelijk archeologiebeleid Boxtel inclusief implementatiedocumenten en beleidskaart27: De implementatie van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg in het gemeentelijk beleid. In deze nota worden de beleidsuitgangspunten en hun achtergronden 24 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (z.d. e). 25 Gemeente Boxtel (2009). 26 Gemeente Boxtel (2009a). 27 Van de Water & Kortlang (2013) en Van de Water & Kortlang (2013a).

25

 

beschreven. Het beleid is alleen niet overal goed juridisch geborgd in de bestemmingsplannen. Archeologische verwachtingskaarten en cultuurhistorische waardenkaart uit 201128: In het rapport is een archeologische en cultuurhistorische verwachtingskaart opgenomen. Erfgoedregister (laatste update in 2024): In veel gemeenten wordt dit ook wel de monumentenlijst genoemd. In het erfgoedregister wordt verwezen naar data wanneer panden zijn aangewezen als monument. Alleen blijken de data niet overeen te komen met de collegebesluiten zelf. Erfgoedverordening Boxtel 201729: In deze erfgoedverordening staat voornamelijk de bescherming van het gebouwd erfgoed centraal. Wel is er een bredere opvatting over het behoud van panden door de aanvullende categorieën beeldbepalende gevelwand en gemeentelijk beschermde stads- en dorpsgezichten. In de vorige Erfgoedverordening Boxtel 201730 staat in de toelichting beschreven dat deregulering heeft plaatsgevonden van beeldbepalende objecten door de vergunningsplicht voor het wijzigingen van beeldbepalende objecten te schrappen. Ook kunnen beeldbepalende objecten en beeldondersteunende objecten niet meer aangewezen worden. De koppeling met de Welstandsnota is (nog) wel geborgd. Het is wel mogelijk om een gemeentelijk dorpsgezicht, landschappen en beeldbepalende gevelwanden aan te wijzen en te beschermen.

Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Commissie ruimtelijke kwaliteit Boxtel (2024)31: Deze adviescommissie bestaat uit twee subcommissies. De subcommissie monumenten adviseert bij een conceptverzoek of vergunningsaanvraag waarbij een monument of erfgoedobject wijzigt. Het is een advies dat wordt gegeven aan het college van burgemeester en wethouders. Subsidieregeling monumenten Boxtel 201732: Deze subsidieregeling is sinds 2019 van kracht. Door burgemeester en wethouders kan subsidie worden verstrekt voor het normale onderhoud of restauratie van een monument. Ook kan subsidie worden aangevraagd wanneer een object deel uitmaakt van een beschermde gevelwand. Het jaarlijkse subsidieplafond voor de subsidieverordening monumenten bedraagt € 35.000. Het gaat daarbij om maximaal een subsidie voor een monument van € 3.500. Een subsidie voor een object als onderdeel van een beeldbepalende gevelwand bedraagt maximaal € 1.000 per object. De subsidie voor een groep van objecten van een beeldbepalende gevelwand of delen daarvan bedraagt maximaal € 3.500.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=511568e1-8cf9-4637-ba51-ceac928feb44