Agendabundel
Tekst van het document
collectief vervoer, voordat andere voorzieningen aan de orde kunnen komen. 3. Om vervoer beschikbaar en betaalbaar te houden, onderzoekt de gemeente eerst of het vervoersprobleem kan worden opgelost via collectieve voorzieningen, zoals collectief vervoer van deur tot deur of een bruikbare deelscootmobiel. Pas wanneer deze niet toereikend zijn, wordt gekeken naar individuele voorzieningen. 4. Indien de in lid 3 genoemde voorzieningen beschikbaar en passend zijn, worden geen aanvullende individuele vervoersvoorzieningen verstrekt. 5. Een scootmobiel wordt niet verstrekt indien er geen brandveilige stallingsmogelijkheid gerealiseerd kan worden bij de woning van de belanghebbende. 6. De gemeente verstrekt geen vervoersvoorziening gericht op woon-werk verkeer en zakelijk verkeer.
7.3.4 Hoogte van de toeslag [PW] 1. De individuele inkomenstoeslag is per kalenderjaar: a. € 417,- voor een alleenstaande; b. € 537,- voor een alleenstaande ouder;
7.3.4 Hoogte van de toeslag [PW] 1. De individuele inkomenstoeslag is per kalenderjaar: a. € 517,- voor een alleenstaande; b. € 664,- voor een alleenstaande ouder; c. € 739,- voor gehuwden of samenwonenden. 2. Bij gehuwden en samenwonenden geldt dat als één van de partners geen recht op inkomenstoeslag heeft, de ander
De bedragen van de individuele inkomenstoeslag zijn aangepast naar de bedragen van 2025. De oude bedragen dateren van 2021 of eerder (vandaar de grote stijging).
c. € 596,- voor gehuwden of samenwonenden. 2. Bij gehuwden en samenwonenden geldt dat als één van de partners geen recht op inkomenstoeslag heeft, de ander het bedrag voor een alleenstaande of alleenstaande ouder krijgt.
het bedrag voor een alleenstaande of alleenstaande ouder krijgt. 3. Voor toepassing van het eerste en tweede lid is de situatie op de peildatum bepalend. 4. Deze bedragen worden jaarlijks per 1 januari aangepast aan de ontwikkelingen van de consumentenprijsindex volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek van de laatste maand oktober en naar boven afgerond op hele euro’s.
3. Voor toepassing van het eerste en tweede lid is de situatie op de peildatum bepalend. 4. Deze bedragen worden jaarlijks per 1 januari aangepast aan de ontwikkelingen van de consumentenprijsindex volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek van de laatste maand oktober en naar boven afgerond op hele euro’s.
7.4.3 Bijdrage [Gemeentewet] 1. De bijdrage bedraagt maximaal € 235,- per kalenderjaar per gezinslid dat 18 jaar of ouder is. 2. De bijdrage voor een gezinslid dat op de peildatum 3 jaar of ouder is en jonger dan 18 jaar, bedraagt maximaal € 335,-. 3. Voor kinderen die op de peildatum jonger zijn dan 3 jaar wordt geen bijdrage verstrekt.
7.4.3 Bijdrage [Gemeentewet] 1. De bijdrage bedraagt maximaal € 243,- per kalenderjaar per gezinslid dat 18 jaar of ouder is. 2. De bijdrage voor een gezinslid dat op de peildatum 3 jaar of ouder is en jonger dan 18 jaar, bedraagt maximaal € 343,-. 3. Voor kinderen die op de peildatum jonger zijn dan 3 jaar wordt geen bijdrage verstrekt.
Artikel 7.4.3 Bedragen van het welzijnsfonds zijn aangepast.
8.6 Vrijlating giften 1
Een gift is geld, een goed of een dienst welke een inwoner ontvangt en waarbij geen sprake is van een tegenprestatie, wederdienst of verplichting.
2
Giften tot het bedrag van € 1.800 per kalenderjaar worden vrijgelaten.
-
Artikel 8.6 is verwijderd. De vrijlating van giften is geregeld in de Participatiewet.
3 4
Voor giften geldt een meldingsplicht.
10.6 Ingangsdatum en naam [Gemeentewet]
10.6 Ingangsdatum en naam (Gemeentewet)
1.Deze verordening wordt genoemd: Gewijzigde Verordening Sociaal Domein 2024 gemeente Boxtel.
1.Deze verordening wordt genoemd: Verordening Sociaal Domein 2024 gemeente Boxtel.
De naam van de verordening is aangepast.
Datum: vrijdag 14 november 2025 Dag Astrid en Anke, Langs deze weg sturen we jullie een reactie op de toegestuurde concept verordening Sociaal Domein. Deze is door de ASD behandeld in haar vergadering van 12 november j.l. Gezien de korte termijn is dit in een e-mail gevat. We reageren op het WMO deel en het deel m.b.t Jeugd. Gelieve het onderstaande te behandelen als een gevraagd advies en hierover dus ook het College te informeren. De opmerkingen rondom Jeugd zijn als volgt: Art 4.5 Beoordeling eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen [Jeugdwet] Voor de uitvoering van de Jeugdwet is in de verordening een artikel toegevoegd: art 4.5 over eigen kracht/verantwoordelijkheid en gebruikelijke en niet-gebruikelijke hulp.
Volgens de jurisprudentie moet de gemeenteraad daar in de verordening duidelijke criteria voor schetsen: wat is gebruikelijk en wat is niet-gebruikelijk, en bij niet-gebruikelijk: kunnen de ouders deze extra hulp dragen? In de VNG-modelverordening Jeugdhulp (te vinden van deze pagina: https://vng.nl/nieuws/nieuwe-model-verordening-jeugdhulp) wordt om te beoordelen of ouders voldoende eigen mogelijkheden of probleemoplossend vermogen hebben om zelf hulp te verlenen (en dan dus niet in aanmerking komen voor hulp van de gemeente) gekeken naar de draagkracht (wat kunnen de ouders aan) in relatie tot de draaglast: wat wordt er aan extra hulp voor de kinderen gevraagd gezien hun problematiek? In de gemeente Dordrecht is ook vanuit dit principe gewerkt, zie https://www.linkedin.com/pulse/voorbeeldartikel-voor-gebruikelijke-hulp-de-jeugdzorg-timh-g-robbe-2lh2e/ De gemeente Boxtel kijkt minder naar de relatie tussen draagkracht en draaglast. Is er naar het oordeel van de gemeente sprake van gebruikelijke hulp, dan is er in principe geen recht op hulp van de gemeente. Dan wordt voorbij gegaan aan dat sommige ouders door omstandigheden (tijdelijk) niet in staat zijn om deze hulp te verlenen. Denk aan ouders met een licht verstandelijke beperking, ouders met psychische of verslavingsproblemen, eenoudergezinnen waar de ene ouder veel werkt om voldoende inkomen te genereren.
Door de verhouding tussen draagkracht en draaglast centraal te zetten in de beoordeling, kan veel meer en beter rekening worden gehouden met dergelijke omstandigheden. We adviseren de gemeenteraad dus (want die stelt de verordening vast) om artikel 4.5 anders in te vullen. Iets anders wat opviel, en dat van belang is in het maken van een goede beoordeling over eigen mogelijkheden of probleemoplossend vermogen, is de deskundigheid in de toegang. In het Besluit Jeugdwet staat dat de toeleiding, advisering en besluitvorming over individuele jeugdhulpaanvragen gedaan moeten worden door professionals die in het Kwaliteitsregister Jeugd zijn geregistreerd. We vragen ons af of dat in Boxtel het geval is. Artikel 2 van de voorliggende verordening zegt er in ieder geval niets over. eis We wijzen de gemeente graag op die wettelijke eis.
Met betrekking tot de WMO zijn er de volgende opmerkingen: 5.2.1 Woonvoorzieningen Bij lid 3 is het lastig een limiet te hanteren, wat zijn namelijk zwaarwegende redenen? Het kan leiden tot ongelijkheid t.a.v. de inwoners, de één laat zich afschrikken, de ander gaat bezwaar aantekenen en zal meestal gelijk krijgen. Het bedrag €15.000,- mag onderhand wel geïndexeerd worden, jaren geleden werd dit bedrag ook al genoemd maar sindsdien is er een behoorlijke inflatie geweest. De toevoeging van Lid 5 is ook heel begrijpelijk, de omschrijving klopt niet helemaal. Het college gaat daarbij uit van de waarde van de woning voor en na de aanpassing. Toevoegen dat de waarde van na de aanpassing meteen na het aanpassen moeten worden vastgesteld. Geldt deze terugvordering tot in lengte van dagen of voor een bepaalde termijn? 5.5 Vervoer Een scootmobiel wordt niet verstrekt indien er geen brandveilige stallingsmogelijkheid gerealiseerd kan worden bij de woning van de belanghebbende. Dit is een groot probleem voor bijvoorbeeld de bewoners van appartementen complexen als Hoogheem, hier is namelijk geen voorziening voor het opladen van een scootmobiel. De gemeente zal in de prestatieafspraken met Joost moeten opnemen dat bij hun wooncomplexen in een stalling met oplaadmogelijkheden moet worden voorzien.
Ook dient de Gemeente private VvE complexen te benaderen met de noodzaak tot een adequate oplaadmogelijkheid voor scootmobielen. Met vriendelijke groeten, namens de Adviesraad Sociaal Domein Boxtel Frank Leermakers, Voorzitter ASD e-mail: info@adviesraadsociaaldomeinboxtel.nl
Technische vragen behorend bij raadsvoorstel Wijzigingsbesluit Verordening sociaal domein 2024 Raadsvergadering 3 februari 2026 Fractie
Vraag/onderdeel Inleiding
Reactie/antwoord technische vragen Woord vooraf: Het raadsvoorstel over de aanpassing van de Verordening Sociaal domein betreft alleen het vastleggen van besluiten die eerder door de raad zijn genomen, zoals de Kadernota 2026, de Begroting 2026 en de Vise Boxtel Samen Sterk 2040. Daarnaast hebben er enkele juridische wijzigingen plaatsgevonden, die ook vragen om een aanpassing van de verordening. Dit wijzigingsbesluit bevat geen verandering van beleid van de gemeente Boxtel. We volgen de koers die is vastgesteld in de Visie Boxtel Samen Sterk 2040. We werken aan een veerkrachtige samenleving waar inwoners zelfstandig en met elkaar in staat zijn om op hulpvragen zelf op te lossen. De verordening is het instrument waarmee de consulenten maatwerk kunnen bieden in iedere casus.
BALANS PvdA-GroenLinks
Is het mogelijkheid om de originele verordening of verwijzing/link toe te voegen in IBabs? Ik mis bij het wijzigingsbesluit Verordening Sociaal Domein het advies van de Adviesraad Sociaal Domein. Kunnen jullie dit nog aan de vergaderstukken toevoegen?
Uitvoering geven aan het sociaal beleid van de gemeente Boxtel is een grote kostenpost. Daarom willen de beschikbare middel zo eerlijk mogelijk inzetten voor onze inwoners die ondersteuning nodig hebben. Een goede een heldere verordening helpt daarbij. 22/1 Gewijzigde Verordening Sociaal Domein 2024 Boxtel | Lokale wet- en regelgeving 20/1 Het advies wordt als bijlage toegevoegd aan de stukken.
BALANS Vraag 1
Argumenten 1.1 Uitspraken van de Centrale Raad van Beroep vragen om een uitwerking van ‘eigen mogelijkheden’ en ‘probleemoplossend vermogen’ in het kader van de Jeugdwet. Graag ontvangen we een link of zaaknummers.
De betreffende uitspraken kunt u vinden via deze links: ECLI:NL:CRVBB:2024:1095 (gemeente Vlissingen) ECLI:NL:CRVB:2024:1096 (gemeente Hollands Kroon) ECLI:NL:CRVB:2024:1097 (gemeente Groningen)
SP Vraag 2
SP Vraag 3
SP Vraag 4
Vraag 5
Kanttekeningen 1.2 Adviesraad Sociaal Domein ziet graag een nadere uitwerking van draagkracht en draaglast bij het artikel 4.6 "In het eerste half jaar van 2026 nemen wij de tijd om een zorgvuldig proces te doorlopen om verdere verbeteringen aan te brengen in de verordening".Dit klinkt alsof het voorstel nog verder uitgewerkt moet worden.Betekent dit dat er in of (snel) na het 1e halfjaar 2026 naar verwachting een herziening gaat komen? Meervoudige problematiek In hoeveel procent van de gevallen bij Jeugdzorg is er sprake van meervoudige problematiek? Een grove benadering volstaat. Verdragen en wetgeving Wij hebben indicaties ontvangen dat de modelverordening van de VNG, die kennelijk de basis heeft gevormd voor de beoogde wijzigingen, niet voldoet aan de op dit gebiede betrekking hebbende wetgeving en verdragen. Is het Boxtelse voorstel getoetst aan de daarop betrekking hebbende wetten en verdragen zoals het kinderrechtenverdrag van de VN/EU? Zo ja, op welke? Zo nee: waarom niet?
Ja, wij zijn voornemens om u na het 1e halfjaar 2026 een herziende verordening aan te bieden. Ook vanwege de wijzigingen in de Participatiewet in Balans die pas per 01-01-2027 ingevoerd worden.
Uit landelijke cijfers blijkt dat bij ongeveer de helft van de huishoudens die jeugdhulp ontvangen, sprake is van twee of meer verschillende problematieken (bron: CBS). Er zijn ons geen aanwijzingen bekend dat de nieuwe VNG-modelverordening in strijd zou zijn met nationale wetgeving of internationale verdragen. Wij hebben geen afzonderlijke juridische toets uitgevoerd specifiek op het VN Kinderrechtenverdrag (IVRK) of andere internationale verdragen. Het wijzigingsvoorstel is wel getoetst aan de nationale wettelijke kaders, zoals de Jeugdwet en de Awb. Waarom geen aparte toets aan het IVRK?Wij zijn juridisch verplicht de jeugdhulpverordening aan te laten sluiten bij de Jeugdwet. De Jeugdwet vormt het in
Vraag 6
SP Vraag 7 Vraag 8
Nederland geldende kader dat de bepalingen uit internationale verdragen zoals het IVRK al incorporeert. Wij hebben dus geen aparte verdragsrechtelijke toetsverplichting: wij moeten handelen binnen nationale wetgeving en rechterlijke uitspraken daarover.De wijziging van artikel 4.6 werd primair ingegeven door:- nieuwe jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep over eigen mogelijkheden / probleemoplossend vermogen en- de geactualiseerde VNG modelverordening die daarop is gebaseerd. Een van de kinderrechten is het recht op een eigen Bij de wijziging van artikel 4.6 is géén consultatie van kinderen of mening (art 12 verdrag). Daarin staat vermeld dat er echt jongeren uitgevoerd, omdat:• De wijziging betreft een juridische moet worden geluisterd naar de mening van hen die het verduidelijking van de wijze waarop “eigen mogelijkheden en betreft. Hoe en wanneer heeft die consultatie probleemoplossend vermogen” moet worden beoordeeld.• Het is géén plaatsgevonden? beleidsinhoudelijke wijziging die rechten, toegang of ondersteuning van jeugdigen beperkt.• Voor gemeentelijke verordeningen bestaat geen wettelijke verplichting om kinderen te raadplegen.• Het recht om gehoord te worden (art. 12 IVRK) geldt op casusniveau, bij individuele hulpverlening — en dat is in Boxtel gewaarborgd via: - integrale intake (art.
2.1.2),- betrokkenheid van jeugdige bij het plan,- afstemming op behoeften van het kind in art. 4.1 e.v. Bezetting consulenten jeugdzorg Kent de afdeling op dit moment vacatures? Zo ja hoeveel Deze vraag heeft geen betrekking op het voorliggende voorstel. (% v/h totaal)? Hoeveel verloop is er het afgelopen jaar geweest in de Deze vraag heeft geen betrekking op het voorliggende voorstel. personele bezetting? (in %)
PvdAGroenlinks Artikel 4.6 Vraag 9 3b. Wat zijn ernstige financiele problemen? Dus geen hulp bij matige problemen. Wat is ernstig/ matig?
De verordening definieert “ernstige financiële problemen” niet exact; dat betekent dat het college dit per individuele situatie beoordeelt en dient te beargumenteren. Ernstige financiële problemen zijn situaties waarin het bieden van bovengebruikelijke zorg ertoe leidt dat het gezin:• onder het sociaal minimum komt (bijv. door noodzaak tot minder werken);• structureel niet meer kan voorzien in noodzakelijke bestaanskosten, zoals woonlasten, energie, voeding;• problematische schulden ontwikkelt (dus niet incidentele betalingsachterstanden);• objectiveerbare financiële ontwrichting ervaart die niet kan worden opgelost in de reguliere begroting van het gezin.Deze beoordelingswijze sluit aan op bestaande landelijke normen zoals die worden gehanteerd door Nibud, gemeentelijke minima regelingen en de CRvB jurisprudentie over draagkracht en eigen mogelijkheden. De CRvB heeft geoordeeld dat gemeenten moeten toetsen of het bieden van bovengebruikelijke hulp niet leidt tot (dreigende) overbelasting én tot ernstige financiële problemen. Dit is dus geen wens van de gemeente Boxtel, maar een juridische verplichting.
Vraag 10
4b. Wat is mate van toezicht? Altijd discutabel. Moet een ouder bijv. altijd zicht hebben op een speeltuin waar de jongere speelt? Waar liggen de grenzen?
PvdAGroenlinks Reactie Adviesraad Sociaal Domein Vraag 11 Verhouding draaglast en draagkracht als uitgangspunt nemen! We gaan toch uit van hulp die ervoor zorgt dat jeugd/ouders langdurig/chronisch uit de problemen kunnen komen. Dus niet te streng, anders valt men onmiddellijk terug. Denk ook aan overspannen of zieke ouders door de situatie met hun kind.
Bij de mate van toezicht gaat het om:• hoe vaak toezicht nodig is (continu, frequent, incidenteel);• op welke afstand (fysiek nabij, in dezelfde ruimte, op gehoorafstand);• voor welke activiteiten (spelen, buiten zijn, school, vervoer, dagelijkse handelingen);• wat passend is voor de leeftijd en ontwikkeling van een gemiddeld kind.Ouders moeten toezicht bieden dat gebruikelijk is voor kinderen van dezelfde leeftijd zonder beperkingen. Toezicht dat verder gaat (bijv. continu meekijken bij een 10-jarige) kan duiden op:• bovengebruikelijke hulp, of• andere problematiek die een individuele voorziening kan rechtvaardigen.Om te bepalen of iets gebruikelijk is of niet gebruiken we de richtlijnen van de CIZ over gebruikelijke zorg van ouders voor kinderen met een normale ontwikkeling per leeftijd. Deze richtlijnen zijn opgenomen in bijlage 1 van de Nadere regels jeugdhulp gemeente Boxtel 2022.
De verhouding tussen draaglast en draagkracht is een essentieel uitgangspunt in artikel 4.6: als ouders door ziekte, overspanning, beperkte belastbaarheid of financiële problemen geen bovengebruikelijke hulp kunnen bieden, wordt dat erkend en kan jeugdhulp worden ingezet. Het artikel is daarmee niet bedoeld om strenger te zijn, maar om terugval juist te voorkomen en duurzame ondersteuning te waarborgen.
Vraag 12
4.5 anders invullen als ASD wettelijke eis Kwaliteitsregister
De wettelijke kwaliteitseisen zijn al volledig geborgd in de uitvoering; alle jeugdconsulenten zijn SKJ-geregistreerd. Deze wettelijke eis hoeft juridisch niet in de verordening zelf te worden herhaald.
Vraag 13
5.2.1 aanpassen naar opmerkingen van ASD
Zie hiervoor het raadsvoorstel behorende bij het wijzigingsbesluit.
Vraag 14
5.5 idem
Zie hiervoor het raadsvoorstel behorende bij het wijzigingsbesluit.
BALANS Vraag 15
Aanpassingen Jeugdzorg Waarom zijn de uitspraken van de Centrale raad van Beroep niet meegenomen in de wijziging verordening sociaal domein 2024 van september 2025?
Vraag 16
Welke uitspraken van CRvB liggen ten grondslag aan deze wijziging? Welke functies binnen de gemeente zijn namens het college gemandateerd om besluiten te nemen en wat houdt dit mandaat in de praktijk in?
Zie het antwoord op vraag 1.
Is de VNG model verordening jeugdhulp als basis gebruikt? Ligt het CIZ ontwikkelde protocol gebruikelijke zorg ten grondslag?
Ja.
Vraag 17
Vraag 18 Vraag 19
Wegens personele wijzigingen op beleidsadviseur jeugd, is het niet eerder gelukt dit mee te nemen.
Omdat onze ambtenaren niet in dienst zijn bij de gemeente zelf maar bij MijnGemeenteDichtbij hebben de colleges een mandaatbesluit genomen waarin zij, op enkele uitzonderingen na, al hun bevoegdheden hebben overgedragen aan het Algemeen Bestuur van MijnGemeenteDichtbij. Het Algemeen Bestuur heeft op haar beurt deze bevoegdheden onverkort doorgegeven aan het AMT met de mogelijkheid om deze te verstrekken aan medewerkers van de organisatie. In het register behorende bij het Besluit AMT inzake doorgeven ondermandaat MijnGemeenteDichtbij 2022 (https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR681646) kunt u zien hoe dit verder geregeld is voor verschillende bevoegdheden. Daar waar een bevoegdheid door middel van dit besluit is doorgegeven, moet dit worden gezien in de ruimste zin van het woord. Daaronder dient dan ook te worden verstaan alle met een bevoegdheid samenhangende handelingen.
Ja, deze is opgenomen in bijlage 1 van de Nadere regels jeugdhulp.
Vraag 20
Welke preventiemaatregelen voor overconsumptie zijn er Gemeente Boxtel neemt verschillende preventiemaatregelen om in Boxtel? Kunt u wat concrete voorbeelden noemen en overconsumptie te voorkomen. Deze zijn vastgelegd in de Verordening waar zijn deze vastgelegd? Sociaal Domein 2024 en worden met artikel 4.6 verder juridisch geborgd. Voorbeelden zijn:• de integrale intake (art. 2.1.2),• het eerst inzetten van algemene voorzieningen (art. 4.2),• duidelijke beoordeling van gebruikelijke vs. bovengebruikelijke hulp (nieuw art. 4.6),• beoordeling van draagkracht en (dreigende) overbelasting van ouders (art. 4.6 lid 5 en 6),• afstemming met andere wettelijke stelsels (art. 4.5).
Vraag 21
Waarom is er voor gekozen om in deze wijziging te beperken tot artikel 4,6, krijgt de gemeenteraad in het najaar 2026 opnieuw een wijziging verordening sociaal domein 2024? En de
Er is gekozen om deze wijziging te beperken tot artikel 4.6 omdat de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep aanpassing vereisen. De overige verbeterpunten (zoals een mogelijke verdere uitwerking van draagkracht en draaglast) vragen een bredere herziening en participatieproces met de Adviesraad Sociaal Domein en de uitvoering. Zoals in het raadsvoorstel aangegeven wordt dit traject in de eerste helft van 2026 uitgewerkt. De gemeenteraad ontvangt daarom naar verwachting later in 2026 een nieuw, breder voorstel voor de Verordening Sociaal Domein 2024.
Vraag 22
Het raadsvoorstel gaat in per 01-03-2026 terwijl de participatiewet in balans ingaat per 01-01-2026
De Participatiewet in Balans gaat inderdaad in per 1 januari 2026. De wijziging die we doorvoeren vanwege de nieuwe wet is alleen artikel 8.6 (vrijlating giften). De hoogte van vrijlating is met ingang van 1 januari 2026 geregeld in de wet. Daardoor geldt vanaf dat moment de regelgeving in de Participatiewet en niet de regelgeving in de verordening.
Vraag 23
Was ASD genodigd voor de in gespreksavond d.d. 2001-2026? En zijn de adviezen opgenomen in de gewijzigde verordening, zo ja is de verordening opnieuw ter advies voorgelegd?
De gespreksavond van 20 januari 2026 was een politieke bijeenkomst voor raadsleden en geen formele adviesronde; de ASD was daarvoor niet specifiek genodigd. De adviezen die de ASD heeft gegeven zijn meegenomen in de afweging; het college erkent dat verdere uitwerking van draagkracht en draaglast mogelijk wenselijk is, maar kiest ervoor dit zorgvuldig mee te nemen in het bredere traject in 2026. Omdat de wijziging van de verordening beperkt blijft tot artikel 4.6 en geen aanvullende aanpassing naar aanleiding van de ASD vraagt, is de verordening niet opnieuw ter advies aan de ASD voorgelegd.
Vraag 24
Naar welke aanspraak op de zorgverzekeringswet ("aanvullende zorgverzekering") doelt de gemeente? Welke voorzieningen betreft dit?
De Jeugdwet bepaalt dat eerst gekeken moet worden naar andere voorliggende voorzieningen, waaronder de Zorgverzekeringswet. Met “aanvullende zorgverzekering” wordt gedoeld op de aanvullende verzekering binnen de Zorgverzekeringswet. Deze kan vergoedingen bevatten voor zorgvormen die niet in het basispakket vallen, zoals vaktherapie of bepaalde paramedische of psychosociale behandelingen. Het gebruik van een aanvullende verzekering is onderdeel van de eigen mogelijkheden van ouders. Hiernaar kijken voorkomt dat de gemeente betaalt voor zorg die de zorgverzekering al dekt. Dit is ook precies waarom artikel 4.6 lid 1 dit expliciet noemt. Pas wanneer de aanvullende verzekering de benodigde zorg niet vergoedt of ontoereikend is, kan de gemeente ondersteuning bieden vanuit de Jeugdwet.
Vraag 25
Hoe ziet het onderzoek naar eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen eruit?
De jeugdconsulent onderzoekt onder meer wat gebruikelijke hulp is, of ouders bovengebruikelijke hulp kunnen bieden zonder overbelasting of financiële problemen, of het netwerk kan ondersteunen, of er voorliggende voorzieningen zijn en hoe de draagkracht van het gezin is. Deze stappen zijn vastgelegd in het nieuwe artikel 4.6 en in de Nadere regels jeugdhulp, en worden uitgevoerd via de integrale intake zoals beschreven in hoofdstuk 2 van de verordening.
Vraag 26
Hoe gaat de gemeente om met 'ontlasting van de ouders" De gemeente ondersteunt ouders op verschillende manieren wanneer de 'vervangende zorg' en/ of 'respijtzorg'? zorg voor hun kind te zwaar wordt. Respijtzorg is in de Verordening Sociaal Domein opgenomen als tijdelijke overname van zorg zodat ouders kunnen herstellen en overbelasting wordt voorkomen. Binnen de jeugdhulp wordt vervangende zorg ingezet wanneer bovengebruikelijke zorg niet van ouders verwacht kan worden, bijvoorbeeld door ziekte, overspanning of (dreigende) overbelasting. Dit is vastgelegd in het nieuwe artikel 4.6 van de verordening en verder uitgewerkt in de Nadere regels jeugdhulp. Eerst wordt gekeken naar algemene voorzieningen; als die onvoldoende zijn, kan een individuele voorziening zoals respijtzorg worden ingezet.
Vraag 27
Waarom verleent het college enkel een kortdurende voorziening indien er sprake is van hulp die de gebruikelijke hulp overstijgt?
Wij verlenen bij bovengebruikelijke hulp in eerste instantie een kortdurende voorziening, omdat de Jeugdwet voorschrijft dat eerst moet worden beoordeeld of de situatie tijdelijk is en herstel mogelijk is. Voor langdurige inzet gelden aanvullende, zwaardere beoordelingscriteria, die alleen bij structurele beperkingen worden toegepast. Dit voorkomt overconsumptie, maar waarborgt dat gezinnen die langdurig ondersteuning nodig hebben deze ook krijgen. Het onderscheid tussen kortdurend en langdurig zorgt dat:• tijdelijke situaties niet onnodig leiden tot langdurige, dure trajecten• maar langdurige situaties wel degelijk de juiste structurele hulp krijgenKortdurende voorzieningen zijn dus bedoeld als interventie, niet als langdurige oplossing. Dit onderscheid staat expliciet in artikel 4.6 lid 8 en lid 9 t/m 11 van de verordening.
Vraag 28
Hoe gaat de gemeente ouders ondersteunen in vaardigheden ontwikkelen om zelf hulp te bieden?
Wij ondersteunen ouders via verschillende vormen van lichte en specialistische ondersteuning. Dit gebeurt onder andere via opvoedondersteuning (art. 4.2 van de verordening), coaching en basishulp van het wijkteam, vaardigheidstrainingen binnen jeugdhulp, ondersteuning bij netwerkontwikkeling en respijtzorg wanneer ouders overbelast zijn. Het nieuwe artikel 4.6 schrijft voor dat beoordeeld moet worden of ouders vaardigheden missen, en zo ja, passende ondersteuning ingezet moet worden om deze vaardigheden te versterken.
Vraag 29
Hoe gaat de gemeente toezien op 'voorkomen dat lichte problematiek direct leidt tot dure trajecten"
Wij voorkomen dat lichte problematiek direct leidt tot dure trajecten door te werken met een wettelijk verplicht stappenplan: eerst de integrale intake, dan lichte en vrij toegankelijke ondersteuning, vervolgens toepassing van artikel 4.6 als beoordelingskader en afstemming met andere voorzieningen. Daarnaast worden trajecten periodiek geëvalueerd en gaan wij artikel 4.6 vertalen naar een toetsingskader voor consulenten. Deze instrumenten samen zorgen voor doelmatige, proportionele inzet van jeugdhulp en voorkomen overconsumptie.
Vraag 30
Hoe is de toegang tot diagnostiek georganiseerd indien nog niet bekend is of het kind behandeling nodig heeft?
De toegang tot diagnostiek verloopt via het Wijkteam. Team Toegang doet alleen een eerste uitvraag. De integrale intake door SKJ geregistreerde jeugdconsulenten bepaalt of diagnostiek nodig is, zo nodig met betrokkenheid van een gedragswetenschapper. De gemeente voert geen diagnostiek uit maar verwijst naar gecontracteerde jeugdzorgaanbieders. Diagnostiek wordt pas ingezet na zorgvuldig onderzoek.
Vraag 31
"overbelasting of dreigende overbelasting, waardoor geen noodzakelijke hulp kan worden verwacht totdat deze belasting of dreigende belasting of dreigende belasting is opgeheven' hoe gaat de gemeente de ouders hierin ondersteunen en hoe kan de gemeente constateren dat het probleem bestaat en wel/niet is opgelost?
Wij ondersteunen ouders bij (dreigende) overbelasting door middel van een deskundige beoordeling door het Wijkteam, tijdelijke inzet van jeugdhulp en opvoed- en netwerkondersteuning. Overbelasting wordt vastgesteld op basis van de criteria in artikel 4.6. Wij stellen via herbeoordeling vast of de overbelasting is verminderd, waarna hulp wordt afgebouwd.
Vraag 32
Is de sociale kaart en overzicht van voorliggende en/of vrij toegankelijke voorziening van Boxtel beschikbaar voor ouders/verzorgers? Zo niet hoe en per wanneer kan de gemeente hierin voorzien?
Om inwoners optimaal te kunnen voorzien van de actuele voorzieningen binnen de gemeente, zorgen we ervoor dat wijkteams en professionele partners goed op de hoogte zijn d.m.v. de Verwijsgids. Deze Verwijsgids bevat vertrouwelijke informatie die we niet kunnen delen onder inwoners. Ouders/verzorgers met een vraag kunnen zich ten alle tijden wenden tot de Toegang Wegwijs of andere partners en kunnen dan goed geinformeerd worden over het actuele aanbod.
Vraag 33
Waarom moet er een verband zijn tussen de overbelasting en de zorg aan de jeugdige in geval van boven gebruikelijke zorg in langdurige situaties? is dit opgenomen in de jeugdwet?
Er moet een verband zijn tussen overbelasting en de zorg voor de jeugdige, omdat de Jeugdwet uitsluitend voorziet in hulp wanneer de opvoeding en verzorging van het kind de ouderlijke draagkracht overstijgen. Dit volgt uit art. 2.3 en 2.9 Jeugdwet in combinatie met de ouderlijke verantwoordelijkheid uit Burgerlijk Wetboek Boek 1. Daarom bepaalt artikel 4.6 dat overbelasting alleen relevant is als deze rechtstreeks voortkomt uit de zorg voor de jeugdige. Dit is in lijn met de landelijke wetgeving en met de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep.
Vraag 34
Is getoetst of wettelijk gezien ouders verplicht kunnen worden om sociale/maatschappelijke activiteiten te laten vervallen indien zij zorgdragen voor een kind met een hulpvraag?
Ja, dit is wettelijk getoetst. Ouders kunnen binnen de kaders van de Jeugdwet redelijkerwijs worden gehouden aan het beperken van maatschappelijke activiteiten wanneer dit nodig is om overbelasting op te heffen. Dit volgt uit de ouderlijke verantwoordelijkheid (Burgerlijk Wetboek Boek 1), de systematiek van de Jeugdwet (art. 2.3 en 2.9) en de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep, en is expliciet opgenomen in nieuwe artikel 4.6 lid 6 en lid 11.
BALANS Vraag 35
Aanpassingen WMO Hoe ziet de stimulans van verhuizing bij voornemen woningaanpassing eruit?
Vraag 36
Heeft u voorbeelden van zwaarwegende redenen om woningaanpassing mogelijk te maken?
Wanneer de kosten voor een woningaanpassing hoger zijn dan € 15.000 wordt in beginsel gekeken naar de mogelijkheid van verhuizing naar een meer passende woning. Dit uitgangspunt biedt vaak een duurzame en toekomstbestendige oplossing. Daarbij staat maatwerk centraal: indien persoonlijke omstandigheden maken dat verhuizen voor betrokkene geen passende of haalbare optie is, wordt hier nadrukkelijk rekening mee gehouden.
Dit is opgenomen in de nadere regels maatschappelijke ondersteuning. Bij de afweging of verhuizen leidt tot het wonen in een geschikt huis, moeten de volgende aspecten zorgvuldig worden onderzocht en meegewogen; 1. Financiële consequenties van de verhuizing; 2. De termijn waarop een woning beschikbaar komt (in verband met de medisch verantwoorde termijn); 3. Argumenten pro en contra verhuizing ten zaanzien van de inwoner; 4. Argumenten op basis van eventueel aanwezige mantelzorg in de woonomgeving; 5. Mogelijk gebruiksduur.
Vraag 37
Wanneer zijn woonvoorzieningen 'algemeen gebruikelijk' Een voorziening algemeen gebruikelijk is als deze:• niet specifiek bedoeld zodat ze niet meer onder WMO verstrekking vallen, heeft is voor personen met een beperking;• daadwerkelijk beschikbaar is;• een u daar voorbeelden van? passende bijdrage levert aan het realiseren van zelfredzaamheid of participatie en;• financieel kan worden gedragen met een inkomen op minimumniveau.Voorbeelden hiervan zijn relatief kleine en eenvoudige voorzieningen, zoals een douchekop met slang, handgrepen die in reguliere bouwmarkten te koop zijn of een verhoogd toilet. Dit is conform bestaande jurisprudentie en uitgangspunten die de CRvB hanteert.
Vraag 38
Graag wat meer informatie over de inzet van deelscootmobiel,hoe gaat dit worden ingezet? De verordening gaat in per 01-03-2026 is er een overbruggingsperiode totdat duidelijk is hoe om te gaan met deelscooters en niet brandveilige stalling in bv wooncomplexen (zorgen adviesraad)?
Vraag 39
Er wordt een pilot voorbereid en concrete invulling moet nog duidelijk worden. We onderzoeken momenteel waar de eerste pilot voor deelscootmobielen kan worden gestart na 1 maart 2026. Dit gebeurt in overleg met de verhuurder/eigenaar van een complex. Deelscootmobielen zijn een mogelijke oplossingsrichting voor het stallingsprobleem in wooncomplexen.
Vraag 40
Heeft u voorbeelden van voorzieningen die met een PGB Alle Wmo voorzieningen kunnen middels een PGB worden verstrekt. De kunnen worden gekocht? En is dit ook PGB (budget) van inwoner heeft keuzevrijheid of te kiezen voor zorg of voorzieningen in de gemeente? natura of een PGB. Bijvoorbeeld het pgb voor een scootmobiel wordt berekend aan de hand van actuele koopprijzen, inclusief onderhoud en verzekering.
Vraag 41
Hoe gaat de gemeente om met 'minderwaarde' van de woning na woningaanpassing?
Als de inwoner een woning verkoopt waarbij een grote woningaanpassing is aangebracht in de vorm van een aanbouw, dan geldt het antispeculatiebeding. In principe verwachten we geen minderwaarde bij een aanbouw. De woning wordt getaxeerd voor de verkoop.
Vraag 42
Waarom verstrekt de gemeente geen vervoersvoorziening gericht op woon/werkverkeer en zakelijk verkeer?
Gemeenten verstrekken vervoersvoorzieningen vanuit de Wet. maatschappeijke ondersteuning. Deze zijn bedoeld om de zelfredzaamheid en maatschappeijke participatie te vergroten. Het woon/werkverkeer en zakelijk verkeer vallen onder kosten die behoren bij werkgevers of landelijke regelingen. Voorbeelden hiervan zijn de Arbowet (werkgever): aanpassingen of vervoer of het UWV: vervoersvoorzieningen bij werk of reintegratie (WIA, Wajong)
Vraag 43
Waarom staat er in het document 'Besluit tot eerste wijziging van de gewijzigde verordening sociaal domein 2024 Boxtel dat het wordt vastgesteld in de raadsvergadering van 4 februari 2026"? We stellen het raadsvoorstel op 03 februari vast met de raad.
Dit is aangepast.
1. Heeft de ASD een minder uitgewerkte verordening beoordeelt dan hier voor ons ligt. In hun advies heeft de ASd het nl over niet- gebuikelijke hulp en reageren zij op artikel 4.5 In de verordening In 4.6 staat de term bovengebruikelijk hulp. Is onze conclusie juist dat u de adviezen van de ASD deels verwerkt heeft in deze verordening?
De enige wijziging na het ASD advies is een technische verschuiving van de nummering van 4.5 naar 4.6. Er heeft geen nadere inhoudelijke uitwerking meer plaatsgevonden na het ASD advies. U besluit over precies datzelfde artikel.
Vraag 44
Vraag 45
Vraag 46
2. Er komt dus nog een aanvulling op draagkracht en draaglast. Moet de verordening dan met die aanvulling opnieuw vastgesteld worden?
Nee, wat betreft de Jeugdwet zijn er geen inhoudelijke wijzigingen gedaan na het ASD advies.
Zie beantwoording vraag 21.
Vraag 47
3. Brandveilige stallingen. Er is sprake van collectieve voorzieningen. Wie gaat daarvoor zorgen?
D66 Vraag 48
Vragen Jeugdwet: 1. Hoe voorkomen we dat artikel 4.6 vooral een bezuinigingsinstrument wordt in plaats van een kwaliteitskader?
Vraag 49
2. Welke meetbare criteria gebruikt de gemeente om ‘’eigen mogelijkheden & Probleemoplossend vermogen’’ toe te passen om te voorkomen dat de uitkomst per consulent verschillend is
Brandveilige stallingen bij een collectieve voorziening zoals deelscootmobielen pakt de gemeente samen op met de eigenaar van het gebouw of verhuurder. Per complex zal dit in overleg gebeuren.
Artikel 4.6 is geen bezuinigingsinstrument, maar een juridisch verplicht kwaliteitskader. Het artikel borgt een zorgvuldige, professionele en persoonsgerichte beoordeling van de hulpvraag, in lijn met de Nadere regels Jeugdhulp en uitgevoerd door SKJ-geregistreerde consulenten. Onze consulenten staan daarbij voor een eerlijke en transparante inzet van de mogelijkheden. Hierbij staat de kwaliteit van de afweging altijd voorop, en blijft financiële doelmatigheid uitsluitend een gevolg van goede afweging, niet een doel op zichzelf.
Wij gebruiken vaste, meetbare en juridisch verankerde criteria uit de Nadere regels Jeugdhulp en de bedoeling ook uit artikel 4.6 om eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen te beoordelen. Door deze criteria door te vertalen naar een handzaam toetsingskader en door toezicht van kwaliteitsmedewerkers, inzet van SKJ-geregistreerde consulenten en multidisciplinair overleg structuren (MDO), voorkomen we dat de uitkomst per consulent verschilt.
Vraag 50
3. In het artikel staat dat ouders geacht kunnen worden werk te verminderen/anders te organiseren bij (dreigende) overbelasting. Hoe wordt overbelasting objectief vastgesteld? Is er een standaardmethodiek (bv. vragenlijst/triage) en komt die ook transparant in een toetsingskader?
Overbelasting wordt objectief vastgesteld op basis van de landelijke Richtlijn ‘(Dreigende) Overbelasting’, de Nadere regels Jeugdhulp waarin deze richtlijn is verwerkt, en de criteria uit artikel 4.6. De beoordeling gebeurt door SKJ geregistreerde consulenten en zo nodig in een Multidisciplinair Overleg (MDO) met een gedragswetenschapper. De methodiek wordt op basis van artikel 4.6 nader opgenomen in de in het raadsvoorstel aangekondigde vertaling naar een handzaam toetsingskader.
Vraag 51
4. Het artikel noemt het aanspreken van een aanvullende zorgverzekering als onderdeel van eigen mogelijkheden: hoe voorkomt Boxtel dat dit ongelijkheid versterkt (wie geld heeft voor aanvullende verzekering, heeft/krijgt sneller hulp)?
Artikel 4.6 bepaalt dat het college bij het beoordelen van de eigen mogelijkheden meeneemt of ouders een aanvullende zorgverzekering hebben die bepaalde vormen van zorg al dekt. Dit criterium is bedoeld om te voorkomen dat de gemeente jeugdhulp inzet wanneer een passende en reeds beschikbare voorliggende voorziening kan worden benut, en dit juridisch te borgen in de verordening. Gezinnen zonder aanvullende verzekering hebben recht op dezelfde jeugdhulp. Het toetsingskader en de inzet van SKJ geregistreerde consulenten en kwaliteitsmedewerkers borgen dat dit eerlijk, uniform en zonder inkomenseffecten gebeurt.
D66 Vraag 52
Vragen WMO Dit is opgenomen in de nadere regels maatschappelijke ondersteuning. Bij 1. Wat zijn “zwaarwegende redenen” om niet te verhuizen en komt er een heldere lijst/afwegingskader de afweging of verhuizen leidt tot het wonen in een geschikt huis, moeten de volgende aspecten zorgvuldig worden onderzocht en meegewogen; 1. zodat inwoners weten waar ze aan toe zijn? Financiële consequenties van de verhuizing; 2. De termijn waarop een woning beschikbaar komt (in verband met de medisch verantwoorde termijn); 3. Argumenten pro en contra verhuizing ten zaanzien van de inwoner; 4. Argumenten op basis van eventueel aanwezige mantelzorg in de woonomgeving; 5. Mogelijk gebruiksduur.
Vraag 53
2. Hoe realistisch is het verhuisalternatief in Boxtel: is er voldoende geschikte woningvoorraad (betaalbaar, toegankelijk, nabij netwerk/voorzieningen)?
In de individuele beoordeling wordt bekeken of er een geschikte woning aanwezig is.
Vraag 54
3. Wat betekent verhuisstimulans voor mensen met mantelzorgstructuren in de buurt: hoe weegt de gemeente het verlies van netwerk mee?
Zie vraag 52. De aanwezigheid van mantelzorg wordt altijd meegenomen in het afwegingskader.
Vraag 55
4. Hoe voorkomt Boxtel dat inwoners tussen wal en schip vallen als verhuizing langer duurt?
In de afweging wordt meegenomen of er binnen redelijke termijn een geschikte woning beschikbaar is. Het blijft een individuele afweging en maatwerk.
Vraag 56
Welke tijdelijke/overbruggingsvoorzieningen zijn mogelijk (tijdelijke aanpassing, extra ondersteuning, tijdelijke vervoersoplossing)?
Er zijn geen specifieke tijdelijk voorzieningen. Dit is altijd maatwerk en we bekijken van uit de gemeente altijd wat er nodig is. Soms kunnen vanuit de Zorgverzekeringswet tijdelijke voorzieningen worden verstrekt. Bijvoorbeeld een rolstoel.
Vraag 57
5. Hoe gaat Boxtel om met situaties waarin verhuizen leidt tot hogere woonlasten en dus tot financiële problemen?
Vraag 58
6. Hoe wordt “meerwaarde” vastgesteld op een manier die juridisch houdbaar én uitlegbaar is (zeker bij stijgende marktprijzen)?
Vraag 59
7. Hoeveel extra administratieve lasten en uitvoeringskosten verwacht het college, en is dat in verhouding tot de besparing?
Zie vraag 52. Een verhuizing blijft een individuele afweging en financiele consequenties worden hierin meegenomen.
Als de inwoner een woning verkoopt waarbij een grote woningaanpassing is aangebracht in de vorm van een aanbouw, dan geldt het antispeculatiebeding. De woning wordt getaxeerd voor de verkoop. Er zullen investeringskosten noodzakelijk zijn. Op de lange termijn verwachten wij hogere besparingskosten t.o.v. de investering.
AMENDEMENT Wijziging ‘Wijzigingsbesluit verordening Sociaal Domein 2024’ De raad van de gemeente Boxtel, in vergadering bijeen d.d. 3 februari 2026, overwegende dat: • • •
…… …… ……
Besluit: •
Art. 4.6 uit de verordening te halen en geen onderdeel te laten zijn van de besluitvorming. en gaat over tot de orde van de dag. Boxtel, 3 februari 2026 BALANS Gerlof Roubos Kim Bremmer-v.d. Sande Wout de Jong Luc Bormans Ilse Schelle Geeske Groenewegen-v.d. Akker Rianne van Esch-de Wal PvdA-GroenLinks Mirjam Bemelmans Miek Nooijen
Combinatie95 Stefan de Nijs Joep Schalkx Peter den Ouden Aik van den Boogaard Jan van der Heijden VVD Rob Kuppens Lisa Somers D66 Wiebe de Leijer Sohib Hussain
CDA Roel de Los Hoyos Kubra Atalay SP Rinze van der Veen Frans Sannen INbox Alex van den Braak
Raadsvoorstel Zaaknummer:
1399234
Portefeuillehouder:
Désiré van Laarhoven - van Abeelen
Onderwerp Wensen en bedenkingen erfgoednota Boxtel 2026-2030
Status Besluitvormend
Voorstel Raad 1. Geen wensen en bedenkingen in te dienen ten aanzien van de erfgoednota Boxtel 2026-2030.
Inleiding Met dit raadsvoorstel en het bijbehorende besluit informeert het college uw raad over de concept erfgoednota Boxtel 2026-2030. Het college biedt de raad de mogelijkheid om (indien nodig) wensen en bedenkingen mee te geven. Ervan uitgaande dat de raad het eens is met hetgeen het college voorstelt, is nu het besluit geformuleerd om géén wensen en bedenkingen in te dienen. Uw raad kan dit voorstel amenderen als er toch wensen en bedenkingen zijn die u als advies aan ons mee wilt geven. Deze concrete wensen en bedenkingen worden dan als niet bindend opgenomen in het amendement. Aanleiding De gemeente Boxtel heeft een erfgoednota uit 2009. Deze bestaande erfgoednota is verouderd. Zo mist samenhang met het landelijk beleid. Ook kan het soms tegenstrijdig zijn met landelijk beleid of andere beleidsvelden. Daarnaast is Esch nog niet meegenomen in de oude nota. Verder staat in het beleidsakkoord (Samen aan de slag; 2021-2026) expliciet het actualiseren van de erfgoednota. Proces Op 23 december 2023 is een startnotitie goedgekeurd om een nieuw erfgoedbeleid te ontwikkelen. In 2024 wordt gestart met een onderzoek- en analysefase. Daarbij hebben een aantal participatiesessies plaatsgevonden met externe stakeholders (zie bijlagen - 2. Procesverantwoording: erfgoednota Boxtel 2026-2030).
Op 29 oktober 2024 is de raad geïnformeerd over de stand van zaken van het actualiseren van de erfgoednota. Eind 2024 wordt het project gepauzeerd in verband met de afwezigheid van een projectleider, nadat de beleidsmedewerker erfgoed wegvalt. Na een inwerkperiode van de nieuwe beleidsmedewerker erfgoed wordt het proces in juli 2025 weer opgestart. Gezien de wens om nog in 2025 een erfgoednota op te leveren (binnen gesteld budget) zijn nieuwe afspraken gemaakt met het uitvoerende bureau. Daarnaast was het mogelijk om de vastgestelde omgevingsvisie en structuur, inclusief bestuurlijk proces, van de omgevingsprogramma’s in de erfgoednota mee te nemen. In oktober 2025 zijn de stakeholders geraadpleegd. De opmerkingen vanuit de stakeholders zijn verwerkt in de voorliggende erfgoednota 2026-2030. Procedure Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet verandert onze huidige werkwijze. Al het beleid dat invloed heeft op de fysieke leefomgeving wordt ondergebracht in één van drie instrumenten: omgevingsvisie, omgevingsprogramma of omgevingsplan. Bij de start van dit traject is nog uitgegaan van de situatie vóór invoering van de Omgevingswet. In de nieuwe situatie wordt de geactualiseerde erfgoednota beschouwd als een toekomstige bouwsteen van het programma Toerisme, Recreatie, Erfgoed, Kunst en Cultuur (TRECK).
Hiermee wordt aangesloten bij de bestaande programmatische structuur en wordt erfgoed als onderdeel van TRECK benaderd. Alle maatregelen die een juridische vertaling krijgen, komen in het omgevingsplan, waarover de gemeenteraad besluit. Voor programma’s is het college het bevoegd gezag om deze vast te stellen. Tijdens de informatieavond op 2 december 2025 is de uitgewerkte procedure besproken. Deze procedure voorziet erin dat de nota via de procedure wensen en bedenkingen aan de raad wordt voorgelegd. Uiteindelijk zal het college de erfgoednota – al dan niet aangepast op basis van de ingebrachte wensen en bedenkingen – vaststellen als bouwsteen voor het nog op te stellen omgevingsprogramma TRECK.
Beoogd resultaat Doel van het raadsvoorstel is uw raad te informeren en in staat te stellen om input te geven middels wensen en bedenkingen. Het beoogde resultaat is een door het college vastgestelde bouwsteen erfgoed, die mogelijk is aangepast op basis van de ingediende wensen en bedenkingen door de raad.
Argumenten 1.1 Hiermee realiseren we het afgesproken actiepunt uit het beleidsakkoord. Met deze actualisatie ronden we het actiepunt uit het beleidsakkoord af om het erfgoedbeleid te actualiseren en te verankeren in de nieuwe systematiek van de Omgevingswet.
1.2 Er is draagvlak bij de verschillende stakeholders. Tijdens het proces hebben verschillende werksessies plaatsgevonden met externe stakeholders. Tijdens de laatste werksessies heeft men input gegeven op de erfgoednota. De opmerkingen die er waren zijn grotendeels verwerkt. Er is draagvlak voor de erfgoednota en dan met name voor de jaarlijkse monitoring van het uitvoeringsprogramma. 1.3 Het besluitvormingsproces sluit aan bij de toekomstige procedures van omgevingsprogramma’s. Het proces van het opstellen van de erfgoednota liep vanaf 2023. Door de lange duur van het proces zijn in de tussentijd procedures gewijzigd. Omdat het actualiseerde erfgoedbeleid een bouwsteen wordt van het nieuw op te stellen omgevingsprogramma Toerisme, Recreatie, Erfgoed, Kunst en Cultuur, is het wenselijk om dezelfde besluitvormingsprocedure te volgen als bij een omgevingsprogramma. Zo is er eenheid in het bestuurlijke besluitvormingsproces over het ruimtelijke beleid (omgevingsvisie en onderliggende omgevingsprogramma’s).
Kanttekeningen 1.1 Beperkte juridische status. De erfgoednota is geen juridisch bindend document. Juridische maatregelen worden pas verankerd in het omgevingsplan. De uitwerking hiervan zal in een volgende fase plaatsvinden.
Financiën Binnen het product monumentenzorg en oudheidkunde is budget aanwezig voor het uitvoeringsprogramma tot en met 2029. Mocht blijken dat het uitvoeringsprogramma onverhoopt meer budget vraagt, zal daarvoor een separaat voorstel aan u worden voorgelegd.
Uitvoering Na vaststelling door het college, eventueel aangepast op basis van de ingebrachte wensen en bedenkingen, wordt gestart met de uitvoering. U ontvangt van ons een raadsinformatiebrief hierover.
Communicatie Het besluit kan worden toegelicht in het reguliere persgesprek.
Bijlagen 1. Erfgoednota Boxtel 2026-2030 2. Procesverantwoording: erfgoednota Boxtel 2026-2030
Boxtel, 16 december 2025 Burgemeester en wethouders van Boxtel, de secretaris,
de burgemeester,
V.C. Fijneman
R.S. van Meygaarden
Ter inzage 1. n.v.t.
Raadsbesluit Registratienr.:
1399234
Aanhef De raad van de gemeente Boxtel; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 16 december 2025;
Besluit 1. Geen wensen en bedenkingen in te dienen ten aanzien van de erfgoednota Boxtel 2026-2030.
Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 3 februari 2026; De gemeenteraad van Boxtel, de griffier,
de voorzitter,
I.H.M. Smits
R.S. van Meygaarden
Erfgoednota Boxtel: 2026-2030
1
Erfgoednota Boxtel: 2026-2030
Colofon Erfgoednota Boxtel: 2026-2030 Versie: Concept (16 december 2025) Afbeelding voorblad: Dronefoto van het centrum van Boxtel (september 2025). Opgesteld door gemeente Boxtel in samenwerking met The Missing Link en stakeholders
2
Samenvatting Gemeente Boxtel heeft een rijke cultuurhistorie, prachtige natuurgebieden en een landelijk gebied met karakteristieke dorpen. De identiteit van Boxtel wordt voor een groot deel bepaald door het aanwezige culturele erfgoed. Inwoners voelen zich verbonden met historische gebouwen, cultuurhistorisch waardevolle landschappen, ambachten en tradities. Het geeft onze dorpen karakter en aantrekkingskracht en zorgt dat we ons thuis voelen. Gemeente Boxtel wil dan ook graag haar rijke cultuurhistorie koesteren. Zo wordt rekening gehouden met de identiteit van de plek en nieuwe ontwikkelingen staan in dienst van het behoud van de cultuurhistorische waarden. Het beschermen en behouden van het erfgoed is een belangrijke taak van de gemeente. Wel is er een achterstand op het gebied van inventarisatie en borgen van het erfgoed. Deze basis op orde brengen is de belangrijkste taak voor de komende jaren. Je moet eerst weten wat je hebt voordat je het kunt koesteren. We streven daarnaast naar actief gebruik van erfgoed waar zoveel mogelijk mensen van kunnen genieten. Erfgoed is niet langer een los beleidsdoel, maar wordt geïntegreerd in andere sectoren zoals ruimtelijke ontwikkeling, leefbaarheid, klimaatadaptatie, identiteitsvorming en recreatie & toerisme.
Door het verdrag van Faro is er steeds meer aandacht voor de samenwerking tussen overheden en bewoners op het gebied van erfgoed. Aan deze oproep wil de gemeente graag gehoor geven. In gemeente Boxtel is erfgoed een bron van maatschappelijke verbinding. Er is een actief verenigingsleven en er zijn levende tradities die door de inzet van vrijwilligers kunnen worden ervaren en doorgegeven. De gemeente waardeert deze inzet. Ze wil de komende periode verkennen hoe zij een stimulerende en faciliterende rol kan spelen én de samenwerking kan vergroten. Erfgoeduitgangspunten 1. De erfgoedbasis is meer op orde 2. Betere borging van erfgoed in en voor de toekomst 3. Erfgoed van Boxtel is beter toegankelijk, zichtbaar en beleefbaar 4. Erfgoed wordt meer verjongd Deze erfgoeduitgangspunten vormen de basis waar gemeente Boxtel zich tot 2030 op gaat richten. De gemeente doet dit, daar waar mogelijk, in samenwerking met haar stakeholders. Voor het realiseren van deze erfgoeduitgangspunten is er een concreet uitvoeringsprogramma 2026-2028 opgesteld. Voor een aantal van de opgehaalde wensen ziet de gemeente in de periode 2026-2028 (nog) geen ruimte om deze op te kunnen pakken. Wel is de verwachting dat de ruimte voor deze ‘wens-projecten’ en initiatieven de komende tijdspanne zal toenemen. Het uitvoeringsprogramma zal jaarlijks gemonitord worden. De erfgoednota zal in 2029 geëvalueerd worden.
Met deze erfgoednota en het uitvoeringsprogramma wil gemeente Boxtel haar koers verankeren en werken aan een verbeterde erfgoedzorg. Zo kan al het waardevolle erfgoed dat de gemeente te bieden heeft doorgegeven worden aan de volgende generaties.
3
Voorwoord Erfgoed is een belangrijke waarde van Boxtel en onze dorpen Liempde, Esch en Lennisheuvel. Het geeft onze gemeente karakter en aantrekkingskracht en zorgt dat we ons thuis voelen. De erfgoednota uit 2009 richtte zich vooral op ruimtelijke ordening, bouw- en monumentenbeleid. Met als resultaat dat ons erfgoed te veel op een eiland staat en te weinig betrokken en ook benut wordt voor versterking van de identiteit van Boxtel en van de ruimtelijke kwaliteit. Daarnaast ligt de uitvoering vooral bij de gemeente en kan er meer worden ingestoken op samenwerking met onze inwoners en organisaties zoals heemkundekringen, CARE, BHIC en natuur-/landschapsorganisaties. Hoog tijd dus voor vernieuwing. Deze nieuwe Erfgoednota Boxtel 2026-2030 kiest voor integrale verbinding én voor samenwerking. Belangrijk uitgangspunt voor de actualisatie van de erfgoednota is dus dat erfgoed een bijdrage levert aan de identiteit van gemeente Boxtel en de betrokkenheid van bewoners, organisaties en bedrijven vergroot. Waarbij de kennis van het verleden een bijdrage levert aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en verbonden wordt aan de toeristische beleving van Boxtel. Erfgoed is geen los beleidsveld meer. Het wordt verweven met ruimtelijke ontwikkeling, leefbaarheid, duurzaamheid, klimaatadaptatie, plattelandsontwikkeling, recreatie & toerisme.
”Door erfgoed te integreren in andere sectoren, wordt het beter geborgd én beleefbaar. Het biedt veel koppelkansen. Aandacht voor herbestemming en verduurzaming van monumenten is belangrijk, want als monumenten gebruikt en bewoond worden, worden ze het beste beschermd.”
”
Om erfgoed te koesteren, moet je eerst weten wat je hebt. Ons erfgoed is rijk en veelzijdig. Het omvat monumenten, archeologie, landschappen, landgoederen, oude teelten zoals populieren en hop, ambachten als klompenmakerij en linnenfabricage, tradities zoals de Bloedprocessie en carnaval, kerken en gebedshuizen, familiegeschiedenissen en nog veel meer. Nieuwe tradities en vondsten – zoals de kano in Esch en Romeinse artefacten in Kasteren – blijven ons erfgoed verrijken. “Erfgoed is een basis voor maatschappelijke verbinding. Er is een actief verenigingsleven en er zijn levende tradities die door de inzet van vrijwilligers kunnen worden ervaren en doorgegeven. We willen dit graag stimuleren en faciliteren. Daarom wil ik mijn waardering en dank uitspreken aan alle vrijwilligers en organisaties die hebben bijgedragen aan de totstandkoming van deze erfgoednota. We hopen dat iedereen vol enthousiasme aangehaakt blijft bij de verdere ontwikkeling van het uitvoeringsprogramma en de uitvoering van de acties en projecten.” Samen maken we ons Boxtels erfgoed zichtbaar, beleefbaar en toekomstbestendig!
Désiré van Laarhoven – van Abeelen Wethouder Erfgoed en Monumentenzorg
4
Inhoudsopgave Samenvatting ................................................................................................................................ 3 Voorwoord .................................................................................................................................... 4 Inhoudsopgave ............................................................................................................................. 5 Deel I Aanleiding & ambities .......................................................................................................... 6 Hoofdstuk 1: Aanleiding: waarom deze erfgoednota? ...................................................................... 6 Hoofdstuk 2: Het cultureel erfgoed van gemeente Boxtel ................................................................. 8 2.1 Introductie ....................................................................................................................... 8 2.2 Het Verhaal van Boxtel ......................................................................................................
8 Hoofdstuk 3: Welke ambities hebben we? ......................................................................................17 3.1 Erfgoed in relatie tot de Omgevingsvisie Boxtel ..................................................................17 3.2 Erfgoed in relatie tot de andere beleidsdoelen ...................................................................20 3.3 Ambities op cultureel erfgoed ...........................................................................................21 Hoofdstuk 4: Waar staan we nu? ...................................................................................................24 4.1 Erfgoedzorg in Nederland .................................................................................................24 4.2 Erfgoedzorg in Boxtel .......................................................................................................25 4.3 Wat is nodig voor een goede erfgoedzorg? ........................................................................26 Deel II Uitgangspunten & beleid ....................................................................................................29 Hoofdstuk 5: Erfgoeduitgangspunten .............................................................................................29 Deel III Maatregelen
....................................................................................................................32 Hoofdstuk 6: Uitvoeringsprogramma 2026-2028 .............................................................................32 6.1 Hoe werkt een uitvoeringsprogramma? .............................................................................32 6.2 Erfgoeduitgangspunten in het uitvoeringsprogramma .........................................................32 6.3 Overzicht van de erfgoedprojecten ....................................................................................33 6.4 Toelichting op de erfgoedprojecten ...................................................................................34 6.5 Toelichting op de wensprojecten .......................................................................................42 Deel IV Monitoring & Evaluatie ......................................................................................................44 Hoofdstuk 7: Monitoring en Evaluatie ............................................................................................44 7.1 Monitoring uitvoeringsprogramma .....................................................................................44 7.2 Monitoring Erfgoednota ....................................................................................................45 Bronnen
.......................................................................................................................................47 Bijlageblad ...................................................................................................................................49
5
Deel I Aanleiding & ambities Hoofdstuk 1: Aanleiding: waarom deze erfgoednota? Deze nieuwe erfgoednota zorgt dat gemeente Boxtel op koers komt met het uitvoeren van de wettelijke taken rondom cultureel erfgoed. De huidige erfgoednota, genaamd ‘Het (Boxtels) landschap is de leesbare biografie van Boxtel’ dateert alweer uit 2009.1 In deze nota lag de nadruk op ruimtelijke ordening, bouwbeleid en monumentenbeleid. Sindsdien hebben er veranderingen in wetgeving en trends plaatsgevonden (o.a. vaststelling Erfgoedwet in 2016, Verdrag van Faro in 2023, de inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2024 en het de vaststelling van de Omgevingsvisie Boxtel in 2025). Bovendien is het grondgebied van de gemeente in 2021 uitgebreid met de kern Esch. Vanuit de Boxtelse samenleving en politiek kwam de wens om de bestaande nota te actualiseren. 2 Deze actualisatie diende niet alleen uitgevoerd te worden op de terreinen als ruimtelijke ordening, bouwbeleid en monumentenbeleid, maar ook op andere terreinen. De locatie van gemeente Boxtel kent namelijk een lange geschiedenis, die op diverse manieren tot uitdrukking komt. Hoewel de geschiedenis terugkomt in monumentale gebouwen, archeologische resten, historische parken en landschappelijke structuren, komt het ook tot uiting in immaterieel erfgoed zoals tradities en ambachten.
Allemaal maken zij deel uit van ons gezamenlijk cultureel erfgoed en ons collectief geheugen. Wel is aangegeven, door de stakeholders, dat de gedegen ontwikkelgeschiedenis beschreven in de erfgoednota 2009 een belangrijke kennisbron en basis is om op voort te bouwen. Deze belangrijke bron is daarom als Bijlage 2 opgenomen. Uitlegkader Wat is cultureel erfgoed? Erfgoed vertelt over waar we vandaan komen, wie we zijn en hoe we ons ontwikkelen. Het is tastbaar aanwezig in onze historische woonkernen, het landelijk gebied en in de bodem. Maar ook als immaterieel erfgoed in onze tradities, gebruiken en verhalen. In deze nota gebruiken we een brede betekenis van erfgoed. Hieronder verstaan we gebouwde objecten, structuren en monumenten, cultuurlandschappen, archeologie en immaterieel erfgoed. Erfgoed en de kijk erop is door de jaren heen veranderd. Het eens zo sterke onderscheid tussen onroerend, roerend en immaterieel erfgoed is met de intrede van de Erfgoedwet van 2016 steeds meer op de achtergrond geraakt. Daarom spreken we in deze nota over cultureel erfgoed: het geheel van materiële en immateriële overblijfselen, uitdrukkingen, tradities, kunstwerken, gewoonten en kennis die zijn overgeleverd van vorige generaties en die deel uitmaken van de cultuur en identiteit van een bepaalde samenleving en de huidige generatie.